
Quando leio a cronica → → do Ricardo Araújo Pereira
Filipe II tinha um colar de oiro, tinha um colar de oiro com pedras rubis. Cingia a cintura com cinto de oiro, com fivela de oiro, olho de perdiz.
Comia num prato de prata lavrada girafa trufada, rissóis de serpente. O copo era um gomo que em flor desabrocha, de cristal de rocha do mais transparente.
Andava nas salas forradas de Arrás, com panos por cima, pela frente e por trás. Tapetes flamengos, combates de galos, alões e podengos, falcões e cavalos.
Dormia na cama de prata maciça com dossel de lhama de franja roliça.
Na mesa do canto vermelho damasco, e a tíbia de um santo guardada num frasco
Foi dono da Terra, foi senhor do Mundo, nada lhe faltava, Filipe Segundo.
Tinha oiro e prata, pedras nunca vistas, safiras, topázios, rubis, ametistas. Tinha tudo, tudo, sem peso nem conta, bragas de veludo, peliças de lontra. Um homem tão grande tem tudo o que quer.
O que ele não tinha era um fecho-éclair. " Fecho-Éclair "poema do António Gedeão
|
texto → ceci nést pas un riche
Filip II had een gouden halsketting , hij had een halsketting van goud en robijnen. Hij droeg om de lenden een gouden riem, met gouden gesp met een blinkend steentje in.
hij at uit een gegrafeert zilveren bord giraf gevuld met truffels , slangenkroketjes. Het glas als een bloemknop die bloeiend opengaat, van het zuiverste cristal
Hij liep door de zalen bekleedt met Arrás, met doeken langs boven , van voor tot van achter. Vlaamse tapijten, hanengevechten, en jachthonden, valken en paarden.
Hij sliep in een massief zilver bed met baldekijn van gouddraad en franjes.
De pronktafel rode damast, en het stukje scheenbeen van een heilige bewaard in een flacon. Hij is heer van´tland geweest en heer en meester van de wereld , Het ontbrak hem aan niets, Filip de Tweede .
Hij had goud en zilver steentjes nooit gezien, safieren, topazen, robijnen , ametisten Alles had hij,alles , maar dan ook alles , veloeren pofbroeken, otter pelskraagjes . Zo´n machtig man Had alles wat hij wou
wat hij niet had was een rits in zijn broek
gedicht António Gedeão
|