NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • medical marijuana Canada
  • medical marijuana Canada
  • Cbd Chocolate
  • UK cheese
  • mail order dispensary

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • djvVeighBrtthilkgco (hfsOried)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • ffdafGeogsBrtHoincphm (fsderymn)
        op Even geduld...
  • jgbglalaBtjadenti (sdfplefs)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • nsfcxTintyBrtthilktlm (fsfLoppy)
        op Vluchten in het werk
  • nsfcxWhanyBrtamardamj (fsfExime)
        op Even geduld...
  • Brvfintokycsdt (bsfBeero)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • jgbglalaBtjadentw (sdfplefs)
        op Even geduld...
  • dffshprilmBrtinopsrbr (hwdaberb)
        op Vluchten in het werk
  • where to buy viagra online uk bu.yci.a.l.isonlin.e. (Coreykiz)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • inasync (Luxumlib)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    sannesgedichten
    blog.seniorennet.be/sannesg
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    biekebolleke
    blog.seniorennet.be/biekebo
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    jetteke
    blog.seniorennet.be/jetteke
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    costadoestorilportugal
    blog.seniorennet.be/costado
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    cecilia
    blog.seniorennet.be/cecilia
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie Patiënten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    26-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronische whiplash zit niet tussen de oren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
















     


    Whiplash-syndroom
    - Soms een lange lijdensweg -

    Gezondheid.be, art. 288 van 26-06-2009

    Veel slachtoffers van een verkeersongeval lijden aan het ‘whiplash-syndroom’ en hebben last van een hele reeks klachten, die van van stramheid tot duizelen en emotionele stoornissen kunnen gaan.
    Meestal herstelt men zonder blijvende gevolgen.
    Als men toch hinder blijft ondervinden, is het doorgaans erg moeilijk om aan te tonen dat deze klachten het gevolg zijn van de whiplash.

    Een ‘whiplash’ (letterlijk 'zweepslag') is een zogeheten versnelling-vertragingstrauma dat optreedt wanneer de nek plots overstrekt wordt naar achteren en vervolgens overdreven naar voren buigt.
    Meer dan de helft van de whiplash-slachtoffers zit in een wagen die stilstaat of langzaam rijdt en die plots langs achter aangereden wordt door een vrij snel rijdend voertuig.
    Frontale botsingen en aanrijdingen van opzij kunnen sporadisch ook whiplash-letsels veroorzaken.
    Deze slachtoffers zien de wagen meestal aankomen en hebben nog de tijd om zich tegen de slag te verzetten.

    De aanrijding langs achter veroorzaakt een plotse, krachtige voorwaartse versnelling.
    De auto schiet naar voren, de autogordel zorgt ervoor dat de rug één blijft met de zetel en meegaat met de voorwaartse beweging van de auto.
    Het hoofd blijft, als een losse bol op de romp, door de traagheid van beweging heel even achter.
    Daardoor botst het met kracht tegen de hoofdsteun.
    Vaak zal het hoofd vervolgens weer naar voren schokken, waardoor er sprake is van een combinatie van overstrekking en overbuiging.
    Doordat het hoofd trager beweegt, wordt de nek naar achter overstrekt.
    Deze overstrekking is groter dan de normale bewegingsvrijheid.
    Bij de onmiddellijk volgende vertraging volgt een overdreven buigbeweging van het hoofd naar voor.
    Deze beweging stopt wanneer de kin tegen het borstbeen terecht komt.
    Beide schokken komen zó onverwachts dat het normale verdedigingsmechanisme waarbij de halsspieren zich in een reflex opspannen, geen tijd heeft om in werking te treden.

    In België zouden er naar schatting zo’n 10.000 whiplash-patiënten zijn.
    Ongeveer 2 op 3 whiplash-slachtoffers zijn vrouwen.
    De reden is dat zij minder stevige nekspieren hebben.
    Bovendien rijden zij vaak mee als passagier, waardoor ze zich doorgaans minder bewust zijn van het gevaar.

    Hoewel het dragen van een autogordel het aantal sterfgevallen beduidend vermindert, lijkt het vanuit het oogpunt van whiplash niet zo goed.
    De gordel fixeert de rug in de botsing, wat de beweging van de nek versterkt.

    In afwachting van whiplash-veilige auto's kan u zelf de kans op whiplash beperken door de afstand tussen hoofd en hoofdsteun zo klein mogelijk te maken.
    Dat houdt in dat u de rugleuning van de autozetel goed verticaal moet zetten en dat de bovenkant van uw hoofdsteun ongeveer gelijk moet lopen met de bovenkant van uw hoofd.

    Letsels

    De ontstane letsels zijn meestal ernstig.
    In de hals worden de zachte weefsels rondom de wervelzuil ernstig beschadigd, zonder dat er van breuken of ontwrichtingen sprake is.

    De gewrichtsbanden die de halswervels in de lengterichting aan elkaar houden, zijn geheel of gedeeltelijk gescheurd.
    Deze gewrichtsbanden worden soms losgerukt van de tussenwervelschijven (kraakbeenplaatjes tussen de wervels) die hierbij ernstig gekwetst worden.
    De tussenwervelschijven of de wervels kunnen verschuiven en druk uitoefenen op het ruggemerg.

    De halsspieren, de zenuwen en de kleine bloedvaatjes worden brutaal uitgerekt.
    Ook de hersenstam en zelfs de hersenschors kunnen beschadigd worden.
    In de zachte weefsels kunnen later ontstekingsverschijnselen ontstaan.

    Zoals bij elk gewrichtsbandletsel heeft men vooral hinder van pijn en bewegingsbeperking.
    Soms wordt onmiddellijk na het ongeval geen of slechts weinig pijn gevoeld en ontstaat deze pas na uren of zelfs na dagen.

    De pijn begint doorgaans aan de basis van de nek tussen de schouders.
    Ze kan uitstralen naar het achterhoofd of tussen de schouderbladen.
    Soms straalt de pijn uit volgens het verloop van de zenuwwortels die in de halsstreek vertrekken tot aan de ellebogen en zelfs tot in de handen.
    Dit wordt 'radiculaire pijn' genoemd.
    Ze gaat soms gepaard met een onaangenaam tintelend of brandend gevoel (paresthesie ) tot in de vingers.

    De bewegingsvrijheid van de halswervelzuil is meestal niet erg beperkt.
    Toch klagen heel wat slachtoffers van stramheid.

    Misselijkheid, duizeligheid, gezichtsstoornissen, oorsuizingen en hevige hoofdpijn zijn het gevolg van letsels aan de hersenstam en de hersenschors.
    Dit verklaart ook het soms laattijdig optreden van geheugenstoornissen, concentratieverlies, angst en depressie.

    Soms worden ook de keelholte, het strottenhoofd of de slokdarm beschadigd, waardoor slikstoornissen en spraakmoeilijkheden kunnen voorkomen.

    Onderzoek

    Radiologisch onderzoek van whiplashpatiënten levert echter meestal weinig op.
    Letsels aan gewrichtsbanden en spieren zijn nu eenmaal moeilijk op te sporen.
    Dat veroorzaakt nogal eens problemen met de verzekeringsmaatschappij.
    Met het argument dat er geen objectief meetbare klachten zijn, probeert die uitbetaling af te wimpelen.
    Op een recent congres van de Nederlandse Whiplash Stichting zorgde een psychiater voor opschudding toen hij beweerde dat whiplash een psychiatrische ziekte is, een vluchtroute voor mensen die de moderne maatschappij niet aankunnen.
    Prof. Guy Vanderstraeten van het Gentse UZ is genuanceerder : "Onzekerheid over het invaliditeitspercentage en de vergoeding die de verzekeringsmaatschappij zal toekennen maakt whiplash vaak chronisch. Een snelle uitspraak verbetert de prognose. Daarnaast herstellen zelfstandigen sneller dan bedienden."

    - Het lichamelijk onderzoek onmiddellijk na het ongeval is dikwijls volledig normaal.
    - Soms bestaan er spasmen van de nekspieren, wat eventueel gepaard kan gaan met een verminderde beweeglijkheid van de halswervelzuil.
    - Af en toe stelt men een krachtvermindering en abnormale peesreflexen vast in de bovenste ledematen.
    - Een gedetailleerd radiografisch onderzoek van de halswervels helpt om beenderige letsels, zoals breuken en ontwrichtingen, uit te sluiten.
    Enkele weken na het ongeval kunnen 'dynamische' opnamen, waarbij de nek maximaal geplooid en gestrekt wordt, voor bijkomende informatie zorgen.
    Meestal levert een dergelijk onderzoek geen sluitend bewijs.
    Integendeel zelfs, als sporen gevonden worden van 'degeneratieve' verschijnselen die eerder het gevolg zijn van veroudering, wordt dit vaak aangegrepen als argument om te zeggen dat de klachten worden veroorzaakt door artrose en niet door het ongeval.

    - Een elektromyogram (EMG) meet de elektrische activiteit van de zenuwen en de dwarsgestreepte spieren.
    Het is een goed technisch hulpmiddel om echte zenuwletsels, die oorzaak zijn van radiculaire pijn en paresthesieën, objectief aan te tonen.
    De resultaten van dit onderzoek kunnen echter volledig normaal zijn ook al voelt het slachtoffer toch erge klachten.

    - Het elektro-encefalogram (EEG) meet de elektrische activiteit van de hersenen.
    Bij één op twee whiplash-slachtoffers is dit elektro-encefalogram gestoord, maar de afwijkingen zijn niet typisch voor een whiplash.

    - Met een computertomografie (CT-scan) of een kernspintomografie (NMR-scan) kunnen soms scheurtjes aan de gewrichtsbanden en bijkomende letsels aan de tussenwervel- schijven aangetoond worden.
    Zelfs wanneer deze gesofistikeerde onderzoeken negatief zijn, mag men een whiplash-syndroom niet uitsluiten.

    Het gevolg is dat maar aan een zeer beperkte groep een geringe graad van blijvende ongeschiktheid toegekend wordt.
    Het slachtoffer voelt zich daardoor dikwijls miskend.

    Prognose

    Ruim 95 % van alle whiplash-letsels evolueren gunstig.
    Na enkele weken kunnen de meeste slachtoffers hun beroepsbezigheden reeds hernemen.
    Binnen 3 maanden is meer dan 70 % klachtenvrij en is meer dan 85 % opnieuw aan het werk.

    Toch blijft 5 % belangrijke klachten hebben, zelfs tot meer dan 2 jaar na het ongeval.
    Het betreft voornamelijk uitstralende pijn, hoofdpijn, duizeligheid en depressie.
    De letsels zijn bij 1 % van de slachtoffers zo zwaar dat zij tot een ernstige invaliditeit leiden.

    Aan de hand van een aantal factoren kan men dit ‘laattijdig whiplash-syndroom’ voorspellen :

    - de aanwezigheid van belangrijke klachten meer dan 3 maand na het ongeval;
    - neurologische afwijkingen zoals uitstralende pijn, gevoelsstoornissen, veranderingen in de peesreflexen, spierzwakte en spieratrofie;
    - radiografisch aangetoonde verouderingsverschijnselen aan de halswervelzuil die los staan van het ongeval, zoals b.v. artrose;
    - duidelijke afwijkingen op het elektromyogram, het elektro-encefalogram en de computer- of de kernspintomografie.

    De prognose hangt af van diverse factoren.
    Het spreekt vanzelf dat de kracht van de botsing meespeelt.
    Volgens whiplashpatiënten zijn de artsen die na drie à vier maanden nog in whiplash-klachten geloven, nog steeds in de minderheid, hoewel de situatie beter is dan tien jaar geleden.

    Vaak wordt een indeling van whiplashpatiënten gemaakt volgens de ernst van de klachten :
    - Graad 1 - Patiënten met nekklachten zonder duidelijke oorzaak.
    - Graad 2 en 3 - Patiënten met bijkomende klachten van spierpijn, verminderde beweeglijkheid van de nek, vermindering van het gevoel of de kracht in de armen, duizeligheid en stoornissen in geheugen, concentratievermogen en gezichtsvermogen.
    Bij groep 1 tot 3 gaat het alleen om letsels van de gewrichtsbanden en spieren die de wervels samenhouden.
    In de meeste gevallen van whiplash blijft het daarbij.
    - Graad 4 - Bij deze patiënten zijn ook wervels en tussenwervelschijven beschadigd.
    Vaak veroorzaakt de whiplash dan een hernia, waarbij een tussenwervelschijf scheurt en mogelijk druk veroorzaakt op zenuwen en soms ook op het ruggemerg.

    Whiplash komt iets vaker bij vrouwen voor dan bij mannen, mogelijk omdat zij in hun vaak kleinere wagens bij een aanrijding een grotere slag krijgen.
    Ook de stand van de hoofd op het moment van de botsing is van belang.
    Iemand die recht vooruit keek, heeft minder kans op letsels in zenuwen en gewrichtjes dan iemand wiens nek gedraaid was.
    Wie voorbereid was op de schok en dus in afwachting zijn spieren opspande, is ook beter af.
    Daarnaast speelt de toestand van de wervels op het ogenblik van de botsing een rol.
    Dat verklaart het snellere herstel van jongere mensen tegenover ouderen.

    Behandeling

    Er bestaan geen algemeen aanvaarde behandelingsmethoden voor whiplash.
    Vroeger was de tendens de patiënt langdurig thuis te houden, met veel rust en kinesitherapie.
    Maar daarvan is men meer en meer teruggekomen.
    Nu gaat men ervan uit dat de patiënten zo snel mogelijk actief moeten zijn.

    - Voor patiënten van graad 2 of 3 zou het dragen van een halskraag gedurende maximaal 3 dagen, in combinatie met een rustperiode van 3 à 4 dagen aangewezen zijn, eventueel samen met pijnstillers of ontstekingsremmers.
    Een slecht aangelegde kraag waarbij het hoofd in hyperextensie gedwongen wordt, doet meer kwaad dan goed omdat hierdoor de reeds bezeerde weefsels nog meer worden uitgerekt.
    De kraag moet ook tijdens het slapen gedragen worden.
    Men mag de kraag zeker niet te lang dragen omdat daardoor de halsspieren verzwakken waardoor de klachten blijven aanslepen.

    - Ontstekingswerende geneesmiddelen, spierontspanners, pijnstillers, lichte kalmeermiddelen worden vooral tijdens de eerste dagen na het ongeval gebruikt.
    Sterke pijnstillers worden niet of slechts uitzonderlijk gegeven.

    - Een lokaal gebruik van koude of warmte heeft eveneens een gunstige invloed.
    Warme omslagen of infraroodstralen brengen vooral in het begin heel wat verlichting.
    Men moet echter voorzichtig te werk gaan met warmte omdat dit de ontstekingsverschijnselen kan aanwakkeren.
    De warmtetherapie mag bijgevolg slechts gedurende een 20-tal minuten en hoogstens éénmaal om de 3 uur toegepast worden.

    - Chronische pijnklachten en spierspasmen reageren beter op afkoeling met ijs.

    - Kinesitherapie start men best zo snel mogelijk na het ongeval.
    De behandeling bestaat uit ultrasoontherapie (met geluidsgolven die door het menselijk gehoor niet gehoord kunnen worden), hydrotherapie en voorzichtige oefeningen van de halsspieren binnen de pijngrens, zonder evenwel bijkomende spasmen te veroorzaken.
    Vervolgens tracht men geleidelijk de verloren beweeglijkheid en kracht door aangepaste oefeningen te herwinnen.

    - In een later stadium kunnen voorzichtige uitrekkingen van de halswervelzuil volgens de lengteas van het lichaam door een ervaren kinesist soms nuttig zijn.
    Hierdoor krijgen de halszenuwen die tussen de halswervels lopen, wat meer ruimte zodat hun pijnlijke prikkeling vermindert.

    - Tot nu toe is het niet bewezen dat lasertherapie, chiropraxie (het kraken of met de handen bewerken van de wervelkolom) of acupunctuur enige positieve invloed hebben.
    Brutale, krachtige manipulaties van de halswervelzuil moeten onmiddellijk na het ongeval absoluut vermeden worden.

    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=288



    Chronische whiplash zit niet tussen de oren

    ReumaNet - info@reumanet.be -, 23-06-2009

    Rehabilitation of chronic whiplash - Treatment of cervical dysfunctions or chronic pain syndrome ?
    Nijs J, Van Oosterwijck J, De Hertogh W, Department of Human Physiology, Faculty of Physical Education and Physiotherapy, Vrije Universiteit Brussel, Building L-Mfys, Pleinlaan 2, 1050 Brussels, Belgium : Jo.Nijs@vub.ac.be - Clin Rheumatol. 2009 Mar;28(3):243-51. Epub 2009 Jan 22 - PMID: 19160000
    Chronic whiplash-associated disorders (WAD) remains a challenging condition for clinicians.
    There is substantial evidence for the presence of various cervical dysfunctions (e.g., increased cervical muscle tone and impaired cervical movement control), but their contribution to the complex clinical picture of subjects with chronic WAD seems rather limited.
    There is consistent evidence for increased responsiveness of the central nervous system in those with chronic WAD and central pain processing is likely to play a crucial role in the transition from an acute whiplash trauma towards chronic WAD.
    The manuscript explains how our current understanding of chronic WAD can be used to steer the content of conservative interventions and how treatment of cervical dysfunctions in patients with chronic WAD should account for the processes involved in chronicity.
    It is recommended to prevent sensorimotor incongruence, target cognitive-emotional sensitization and apply a cognitive behavioral therapy-guided exercise program.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19160000 - & - http://www.springerlink.com/content/xwj97tk14782714n/

    Patiënten met chronische whiplash vertonen vaak geen aantoonbare letsels en ook nekdisfuncties lijken slechts een beperkte impact te hebben op het vaak erg complexe klachtenpatroon.
    Uit onderzoek blijkt dat de problematiek gedomineerd wordt door het slecht functioneren van het pijnverwerkingssysteem.
    Patiënten zijn daardoor erg gevoelig voor allerhande prikkels zoals druk, geluid, licht en stress.
    Dat besluit fysioloog Jo Nijs van de Vrije Universiteit Brussel in een recente studie waarin hij een reeks therapeutische aanbevelingen formuleert.

    Whiplash is een trauma waarbij het hoofd zeer plots voor-, achter- of zijwaarts wordt gegooid met een hyperflexie, hyperextensie of lateroflexie van de cervicale wervelkolom als gevolg.
    De meeste mensen herstellen binnen de eerste drie maanden na een whiplash.
    Na dit punt doet zich weinig of geen verbetering meer voor.
    Niet iedereen herstelt echter volledig : zo krijgen 15 tot 40 procent van de whiplash-patiënten last van chronische pijn en ongemakken.
    Indien deze minstens zes maanden aanslepen, spreekt men van chronic whiplash-associated disorder of WAD.
    Bij zo’n chronische whiplash kan men geen klinische letsels vaststellen via CT- of MRI-scans, maar doen er zich wel een reeks cervicale disfuncties voor, zoals in de beweeglijkheid en de verhoogde spierspanning.
    De meeste patiënten klagen van een beperkte beweeglijkheid van de hals en vaak is hun vermogen om nekbewegingen nauwkeurig te controleren verstoord.

    Het probleem is dat een klassieke behandeling van deze nekdisfuncties vaak niet het verhoopte resultaat oplevert.
    De kern van de problematiek situeert zich immers niet in het bewegingsapparaat, maar wel in het centraal zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg).
    De pijnverwerkingsprocessen in de hersenen en ruggenmerg zijn overactief, waardoor ze te heftig reageren op vaak banale prikkels.
    De pijndempende mechanismen in het lichaam van mensen met een chronische whiplash functioneren niet meer naar behoren.
    Bovendien zijn de pijnversterkende mechanismen in hun lichaam overactief.
    Patiënten met chronische whiplash zijn daardoor gevoelig voor allerhande prikkels zoals druk, geluid, licht en ook stress.
    Doordat de pijnverwerkingsprocessen georkestreerd worden vanuit de hersenen, kan je stellen dat chronische whiplash letterlijk ‘tussen de oren zit’, maar dus niet in de figuurlijke betekenis.
    Het is dan ook erg belangrijk de whiplashproblematiek te begrijpen om een therapeutische strategie te ontwikkelen die enerzijds tot doel heeft chroniciteit te voorkomen en anderzijds chronisch WAD te behandelen.
    Jo Nijs en collega’s van de vakgroep menselijke fysiologie van de Vrije Universiteit Brussel hebben op basis van de actuele inzichten in de chronische whiplashproblematiek zo’n therapeutische strategie opgesteld.
    Ze ontwikkelden een theoretisch model van waaruit getracht wordt om de pijndemping terug op gang te brengen en de pijnversterkende processen te onderdrukken.
    Het ultieme doel is het centraal zenuwstelsel tot rust te brengen.
    Therapiestudies die dit voor ogen hebben zijn lopende.

    Cfr. : http://www.reumanet.be/n_243.html


    26-06-2009 om 16:32 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Tags:elektromyogram (EMG), centraal zenuwstelsel, cervical dysfunctions, chronic WAD, chronic whiplash-associated disorders (chronic WAD), chronische pijn, chronische whiplash, chronische whiplash, computertomografie (CT-scan), CT-scan, elektro-encefalogram (E
    >> Reageer (1)
    24-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - De website door en voor (ex-) fibromyalgie patiënten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

















     

    Fibromyalgie Vlaanderen Nederland

    De website door en voor
    (ex-) fibromyalgie patiënten
     

    Fibromyalgie

    Fibromyalgie is een chronisch en invaliderend pijnsyndroom.
    Fibromyalgie is een volksziekte : ze komt wereldwijd voor (bij 1 tot 2% van alle mensen).
    Fibromyalgie komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, maar kent geen leeftijdsgrens.
    Het merendeel van de patiënten heeft een uitputtende zoektocht in het medische circuit achter zich voordat de diagnose gesteld wordt.
    Patiënten krijgen dan van de arts of reumatoloog te horen dat de oorzaak van fibromyalgie onbekend is en dat ze ermee moeten leren leven omdat de aandoening niet te genezen is.
    Dat deze mededeling niet meer van deze tijd is, kunt u op deze website lezen.

    Fibromyalgie kan operatief verholpen worden

    Recent onderzoek heeft aangetoond dat fibromyalgie gerelateerd is aan een beklemming van de zenuwen in één of meerdere ledematen.
    Deze beklemmingen kunnen met behulp van microchirurgie onder locale anesthesie worden verwijderd.
    De methode voor operatieve behandeling van fibromyalgie is ontwikkeld door de Duitse arts en chirurg Dr. Johann A. Bauer.
    Deze operatie wordt momenteel uitsluitend door hemzelf verricht in zijn privé-kliniek in Zwitserland.
    Ze is inmiddels uitgevoerd bij 5000 patienten van over de gehele wereld.
    Na de operatie was 52% van hen volledig pijnvrij, 41% merkte een verlichting van de pijn.
    In 7% van de gevallen had de behandeling geen baat.

    Over deze website

    Deze website is een spontaan en onafhankelijk initatief van (ex-)fibromyalgie patiënten die geopereerd zijn door Dr. Bauer, alsmede van hun hun partners, vrienden en kinderen.
    Dit initiatief is voortgekomen uit dankbaarheid jegens Dr. Bauer, zijn vrouw en zijn medewerkers.
    Deze website is dus op generlei wijze verbonden aan Dr. Bauer of zijn praktijk.

    De operatie van Dr. Bauer

    De behandeling van Dr. Bauer is een variant op de behandeling van het carpale-tunnelsyndroom (cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Carpale-tunnelsyndroom -).
    Het carpale-tunnelsyndroom ontstaat door beknelling van een zenuw die via de pols naar de handpalm loopt.
    Dit kan resulteren in tintelingen in de vingers en krachteloosheid van de hand, maar ook in pijn die kan uitstralen tot de schouder.
    Dit komt omdat de beklemde zenuw deel is van een netwerk dat door de gehele arm loopt.
    De klachten worden verholpen door een operatie aan de hand, waarbij de beknelde zenuw wordt vrijgemaakt.
    De klachten verdwijnen dan.

    De behandeling van Dr. Bauer voor fibromyalgie is in principe identiek.
    Door nog niet precies bekende oorzaak kan zich rond de zenuwen in ellebogen en/of enkels een plaque-achtige substantie afzetten, waardoor de zenuwen op bepaalde plaatsen bekneld raken.
    Omdat de beknelde zenuwen op een andere plek zitten dan bij het carpale-tunnelsyndroom, manifesteert de pijn zich nu ook op andere plaatsen.
    Bij het carpale-tunnelsyndroom (beknelling in de pols) komt de pijn tot aan de schouders, bij beknelling in de elleboog kan de pijn verder komen, tot aan het hoofd, de borst en de rug.
    Bij beknelling in de enkel kan de pijn het hele been beslaan en vaak ook de onderrug.
    Bij meerdere beklemmingen kan het hele lichaam pijn gaan doen.

    Tijdens de operatie, die ongeveer één uur duurt, wordt u lokaal verdoofd via een infuus.
    U zult daarom geen pijn voelen tijdens de operatie zelf.
    U kunt zich na de operatie wat slaperig voelen, maar u bent gewoon aanspreekbaar.
    Na het maken van een incisie in de arm of de enkel worden de zenuwen opgezocht en op diverse plaatsen gecontroleerd.
    Er is amper bloedverlies, omdat de arm of enkel afgebonden wordt door een manchet.
    Via een microchirurgische ingreep wordt het weefsel van de zenuw geschraapt.
    De wond van de elleboog wordt gehecht met oplosbare hechtingen en wordt daarna afgeplakt met een doorzichtige pleister en omwikkeld met een verband van synthetische watten.
    De wond aan de enkel wordt met niet oplosbare hechtingen gehecht, bepoederd met een ontsmettingsmiddel, afgeplakt met een steriele wondpleister, afgedekt met gaas en tot slot omwikkeld met synthetische watten en verband.

    De volgende dag moet u terugkomen voor wondcontrole en krijgt u instructies over oefeningen en de juiste manier van lopen met de geopereerde voet, alsmede over de wondverzorging.
    Bij een operatie aan de enkel krijgt u een recept mee voor anti-bloedstollingsmiddelen, wondontsmetting en een antibioticum.
    Deze kunt u direct ophalen bij diverse apotheken in de buurt.
    In bijna alle gevallen kunt u de dag na de operatie weer terug naar huis.

    Cfr. ook :
    De operatie - De praktische kant op : 
    http://www.fibromyalgie-vlaned.nl/operatie.htm

    Na de operatie

    Na de operatie heeft het pijngeheugen weken tot maanden nodig om geleidelijk de pijn te laten verdwijnen.
    Het is goed mogelijk dat ná de interventie de pijn en de andere klachten toenemen.
    Deze tijdelijke verslechtering is helemaal geen reden tot ongerustheid.
    Sommige patiënten zeggen hierover : "Het lijkt alsof er een revolutie gaande is in mijn lichaam."
    Het is bekend vanuit de homeopathie, dat na inname van de op de persoon gerichte voorgeschreven hoeveelheid medicijn een aanvankelijke verslechtering kan optreden.
    Een dergelijke verslechtering van de fibromyalgie symptomen kan na de operatie ook plaatsvinden.
    Dit kan weken tot maanden duren.
    In deze periode dient de patiënt door te gaan met het innemen van zijn gebruikelijke medicatie of deze misschien zelfs te verhogen of (sterkere) pijnstillers te gebruiken.
    In het ergste geval dient een voortijdig onderzoek geregeld te worden met de chirurg, na drie maanden in plaats van de gebruikelijke zes tot negen maanden na de operatie.
    Zware oefeningen en andere pijnlijke maatregelen zijn verboden.

    .../...

    Lees het allemaal op : http://www.fibromyalgie-vlaned.nl/index.htm

    Voor vragen en opmerkingen : info@fibromyalgie-vlaned.nl



    24-06-2009 om 22:33 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    Tags:carpale-tunnelsyndroom, dr. Bauer, fibromyalgie
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CDC CFS research should not involve the empirical definition - Sign the petition !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     










    Dr. William Reeves

    I really think this is an important cause
    and I'd like to encourage you to add your signature too.
    It's free and takes less than a minute of your time.


    CDC CFS research should not involve
    the empirical definition

    Sign the petition


    The petition

    We call on the Centers for Disease Control and Prevention (CDC) to stop using the 'empirical' definition [1] (also known as 'the Reeves 2005 definition') to define Chronic Fatigue Syndrome (CFS) patients in CFS research.

    The CDC claim it is simply a way of operationalizing the Fukuda (1994) definition [2].
    However the prevalence rates suggest otherwise : the 'empirical' definition gives a prevalence rate of 2.54% of the adult population [3] compared to 0.235% (95% confidence interval, 0.142%-0.327%) and 0.422% (95% confidence interval, 0.29%-0.56%) when the Fukuda definition was used in previous population studies in the US [4] [5].

    The definition lacks specificity.
    For example, one research study [6] found that 38% of those with a diagnosis of a Major Depressive Disorder were misclassified as having CFS using the empirical/Reeves definition.


    References

    1. Chronic fatigue syndrome - A clinically empirical approach to its definition and study
      Reeves WC, Wagner D, Nisenbaum R, Jones JF, Gurbaxani B, Solomon L, Papanicolaou DA, Unger ER, Vernon SD, Heim C, Division of Viral and Rickettsial Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, GA, USA : wcr1@cdc.gov - BMC Med. 2005 Dec 15;3:19 - PMID: 16356178
      Background - The lack of standardized criteria for defining chronic fatigue syndrome (CFS) has constrained research.
      The objective of this study was to apply the 1994 CFS criteria by standardized reproducible criteria.
      Methods - This population-based case control study enrolled 227 adults identified from the population of Wichita with :
      (1) CFS (n = 58);
      (2) non-fatigued controls matched to CFS on sex, race, age and body mass index (n = 55);
      (3) persons with medically unexplained fatigue not CFS, which we term ISF (n = 59);
      (4) CFS accompanied by melancholic depression (n = 27) and
      (5) ISF plus melancholic depression (n = 28).
      Participants were admitted to a hospital for two days and underwent medical history and physical examination, the Diagnostic Interview Schedule and laboratory testing to identify medical and psychiatric conditions exclusionary for CFS.
      Illness classification at the time of the clinical study utilized two algorithms :
      (1) the same criteria as in the surveillance study;
      (2) a standardized clinically empirical algorithm based on quantitative assessment of the major domains of CFS (impairment, fatigue and accompanying symptoms).
      Results - One hundred and sixty-four participants had no exclusionary conditions at the time of this study.
      Clinically empirical classification identified 43 subjects as CFS, 57 as ISF and 64 as not ill.
      There was minimal association between the empirical classification and classification by the surveillance criteria.
      Subjects empirically classified as CFS had significantly worse impairment (evaluated by the SF-36), more severe fatigue (documented by the multidimensional fatigue inventory), more frequent and severe accompanying symptoms than those with ISF, who in turn had significantly worse scores than the not ill; this was not true for classification by the surveillance algorithm.
      Conclusion - The empirical definition includes all aspects of CFS specified in the 1994 case definition and identifies persons with CFS in a precise manner that can be readily reproduced by both investigators and clinicians.
      Cfr. :
      Abstract : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16356178
      Full text : http://www.biomedcentral.com/1741-7015/3/19

    2. The chronic fatigue syndrome - A comprehensive approach to its definition and study - International Chronic Fatigue Syndrome Study Group
      Fukuda K, Straus SE, Hickie I, Sharpe MC, Dobbins JG, Komaroff A, Division of Viral and Rickettsial Diseases, National Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, GA 30333 - Ann Intern Med. 1994 Dec 15;121(12):953-9 - PMID: 7978722
      The complexities of the chronic fatigue syndrome and the methodologic problems associated with its study indicate the need for a comprehensive, systematic and integrated approach to the evaluation, classification and study of persons with this condition and other fatiguing illnesses.
      We propose a conceptual framework and a set of guidelines that provide such an approach.
      Our guidelines include recommendations for the clinical evaluation of fatigued persons, a revised case definition of the chronic fatigue syndrome and a strategy for subgrouping fatigued persons in formal investigations.
      Cfr. :
      Abstract : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7978722
      Full text : http://www.annals.org/cgi/content/full/121/12/953
      Also read the comments on this article :
      - (1) - The chronic fatigue syndrome
      Lapp CW, Cheney PR - Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):74-5 - PMID: 7762921
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7762921?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_
      DiscoveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

      - (2) -The chronic fatigue syndrome
      Rest J - Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76 - PMID: 7762922
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7762922?ordinalpos=2&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_
      DiscoveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

      - (3) - The chronic fatigue syndrome
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76 - Dodge JH, Kita MW - PMID: 7619172
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7619172?ordinalpos=3&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_
      DiscoveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

      - (4) - The chronic fatigue syndrome
      Rotheram EB Jr. - Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76 - PMID: 7762923
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7762923?ordinalpos=4&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_
      DiscoveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    3. Prevalence of chronic fatigue syndrome in metropolitan, urban and rural Georgia
      Reeves WC, Jones JF, Maloney E, Heim C, Hoaglin DC, Boneva RS, Morrissey M, Devlin R, Chronic Viral Diseases Branch, Coordinating Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, GA, USA : wcr1@cdc.gov - Popul Health Metr. 2007 Jun 8;5:5 - PMID: 17559660
      Background - Chronic fatigue syndrome (CFS) is a debilitating illness with no known cause or effective therapy.
      Population-based epidemiologic data on CFS prevalence are critical to put CFS in a realistic context for public health officials and others responsible for allocating resources.
      Methods - Based on a random-digit dialing survey we ascertained CFS cases and controls to estimate the prevalence of CFS in metropolitan, urban and rural populations of Georgia.
      This report focuses on the 5,623 of 19,381 respondents ages 18 to 59 years old.
      Fatigued (2,438), randomly selected unwell not fatigued (1,429) and randomly selected well (1,756) respondents completed telephone questionnaires concerning fatigue, other symptoms and medical history.
      Subsets of those identified by interview as having CFS-like illness (292), chronic unwellness which was not CFS-like (268 - randomly selected) and well subjects (223, matched to those with CFS-like illness on sex, race and age) completed a clinical evaluation.
      Results - We estimated that 2.54% of persons 18 to 59 years of age suffered from CFS.
      There were no significant differences in prevalence of CFS between metropolitan, urban or rural populations or between white and black residents of the three regions.
      However, there were significant differences in female-to-male ratios of prevalence across the strata (metropolitan female : male 11.2 : 1, urban 1.7 : 1, rural 0.8 : 1).
      Conclusion - We estimated that 2.54% of the Georgia population suffers from CFS, which is 6- to 10-fold higher than previous population-based estimates in other geographic areas.
      These differences may reflect broader screening criteria and differences in the application of the case definition.
      However, we cannot exclude the possibility that CFS prevalence may be higher in Georgia than other areas where it has been measured.
      Although the study did not identify differences in overall prevalence between metropolitan, urban and rural Georgia populations, it did suggest the need for additional stratified analyses by geographic strata.
      Cfr. :
      Abstract : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17559660
      Full text : http://www.pophealthmetrics.com/content/5/1/5
      Also read the comment on this article :
      How common is chronic fatigue syndrome ? - How long is a piece of string ?
      White PD - Popul Health Metr. 2007 Jun 8;5:6 - PMID: 17559661
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17559661?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_
      DiscoveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    4. Prevalence and incidence of chronic fatigue syndrome in Wichita, Kansas
      Reyes M, Nisenbaum R, Hoaglin DC, Unger ER, Emmons C, Randall B, Stewart JA, Abbey S, Jones JF, Gantz N, Minden S, Reeves WC, Division of Viral and Rickettsial Diseases, National Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Public Health Service, US Department of Health and Human Services, Atlanta, GA 30333, USA - Arch Intern Med. 2003 Jul 14;163(13):1530-6 - PMID: 12860574
      Background
      - Chronic fatigue syndrome (CFS) is a debilitating illness with no known cause or effective therapy.
      Population-based epidemiologic data on CFS prevalence and incidence are critical to put CFS in a realistic context for public health officials and others responsible for allocating resources and for practicing physicians when examining and caring for patients.
      Methods - We conducted a random digit-dialing survey and clinical examination to estimate the prevalence of CFS in the general population of Wichita, Kan and a 1-year follow-up telephone interview and clinical examination to estimate the incidence of CFS.
      The survey included 33 997 households representing 90 316 residents.
      This report focuses on 7162 respondents aged 18 to 69 years.
      Fatigued (n = 3528) and randomly selected nonfatigued (n = 3634) respondents completed telephone questionnaires concerning fatigue, other symptoms and medical history.
      The clinical examination included the Diagnostic Interview Schedule for Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fourth Edition, laboratory testing and a physical examination.
      Results - The overall weighted point prevalence of CFS, adjusted for nonresponse, was 235 per 100,000 persons (95% confidence interval, 142-327 per 100,000 persons).
      The prevalence of CFS was higher among women, 373 per 100,000 persons (95% confidence interval, 210-536 per 100,000 persons), than among men, 83 per 100,000 persons (95% confidence interval, 15-150 per 100,000 persons).
      Among subjects nonfatigued and fatigued for less than 6 months, the 1-year incidence of CFS was 180 per 100,000 persons (95% confidence interval, 0-466 per 100,000 persons).
      Conclusions - Chronic fatigue syndrome constitutes a major public health problem.
      Longitudinal follow-up of this cohort will be used to further evaluate the natural history of this illness.
      Cfr. :
      Abstract : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12860574
      Full text : http://www.pophealthmetrics.com/content/5/1/5

    5. A community-based study of chronic fatigue syndrome
      Jason LA, Richman JA, Rademaker AW, Jordan KM, Plioplys AV, Taylor RR, McCready W, Huang CF, Plioplys S, Department of Psychology, DePaul University, Chicago, IL 60614, USA : ljason@wppost.depaul.edu - Arch Intern Med. 1999 Oct 11;159(18):2129-37 - PMID: 10527290
      Background - Most previous estimates of the prevalence of chronic fatigue syndrome (CFS) have derived largely from treated populations and have been biased by differential access to health care treatment linked with sex, ethnic identification and socioeconomic status.
      Objective - To assess the point prevalence of CFS in an ethnically diverse random community sample.
      Design and participants - A sample of 28,673 adults in Chicago, Ill, was screened by telephone and those with CFS-like symptoms were medically evaluated.
      Main outcome measures and analyses - Self-report questionnaires, psychiatric evaluations and complete medical examinations with laboratory testing were used to diagnose patients with CFS.
      Univariate and multivariate statistical techniques were used to delineate the overall rate of CFS in this population and its relative prevalence was subcategorized by sex, ethnic identification, age and socioeconomic status.
      Results - There was a 65.1% completion rate for the telephone interviews during the first phase of the study.
      Findings indicated that CFS occurs in about 0.42% (95% confidence interval, 0.29%-0.56%) of this random community-based sample.
      The highest levels of CFS were consistently found among women, minority groups and persons with lower levels of education and occupational status.
      Conclusions - Chronic fatigue syndrome is a common chronic health condition, especially for women, occurring across ethnic groups.
      Earlier findings suggesting that CFS is a syndrome primarily affecting white, middle-class patients were not supported by our findings.
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10527290

    6. Evaluating the Centers for Disease Control’s Empirical Chronic Fatigue Syndrome Case Definition
      Leonard A. Jason, Natasha Najar, Nicole Porter, Christy Reh, DePaul University, Chicago, Illinois - Journal of Disability Policy Studies, Volume XX Number X, Month XXXX xx-xx, © 2008 Hammill Institute on Disabilities : http://jdps.sagepub.com - hosted at : http://online.sagepub.com -.
      Authors’ Note : Address correspondence to Leonard A. Jason, PhD, Director, Center for Community Research, DePaul University, 990 W. Fullerton Avenue, Suite 3100, Chicago, IL 60614; e-mail : Ljason@depaul.edu - Journal of Disability Policy Studies OnlineFirst, published on October 21, 2008
      The authors
      -
      Leonard A. Jason, PhD is a professor of psychology at DePaul University and the Director of the Center for Community Research.
      His current interests include : myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome, recovery homes and tobacco control.

      -
      Natasha Najar, BA currently conducts research at Northwestern University.
      She has particular interests in cultural issues.

      -
      Nicole Porter, PhD currently is the project director of a chronic fatigue syndrome (CFS) epidemiologic grant at the Center for Community Research, DePaul University.
      Her interests are in myalgic encephalomyelitis/CFS, meditation and dynamic systems.

      -
      Christy Reh, BA currently is a graduate student at the Alder School of Professional Psychology in Chicago, Illinois.
      The Centers for Disease Control and Prevention (CDC) recently developed an empirical case definition that specifies criteria and instruments to diagnose chronic fatigue syndrome (CFS) in order to bring more methodological rigor to the current CFS case definition.
      The present study investigated this new definition with 27 participants with a diagnosis of CFS and 37 participants with a diagnosis of a Major Depressive Disorder.
      Participants completed questionnaires measuring disability, fatigue and symptoms.
      Findings indicated that 38% of those with a diagnosis of a Major Depressive Disorder were misclassified as having CFS using the new CDC definition.
      Given the CDC’s stature and respect in the scientific world, this new definition might be widely used by investigators and clinicians.
      This might result in the erroneous inclusion of people with primary psychiatric conditions in CFS samples, with detrimental consequences for the interpretation of epidemiologic, etiologic and treatment efficacy findings for people with CFS.
      Major Depressive Disorders
      Chronic fatigue syndrome (CFS) is a disabling chronic illness that has been defined by a consensusbased approach by Fukuda et al. (1994).
      This case definition specifies that individuals with this illness must have 6 or more months of chronic fatigue of new or definite onset, which is not substantially alleviated by rest, is not the result of ongoing exertion and results in substantial reductions in occupational, social and personal activities.
      In addition, to be diagnosed with this illness, individuals must have four or more symptoms (i.e., sore throat, lymph node pain, muscle pain, joint pain, postexertional malaise, headaches of a new or different type, memory and concentration difficulties and unrefreshing sleep) that persist 6 or more months since onset.
      Although the Fukuda et al. case definition continues to be widely used, several articles have identified difficulties that this case definition continues to pose to clinicians and researchers (Jason, King et al., 1999; Reeves et al., 2003).
      For example, the Fukuda et al. case definition did not specify which instruments to use and did not provide empirically derived cutoff points and scoring guidelines to diagnose CFS.
      The Centers for Disease Control and Prevention (CDC) has now developed an empirical case definition for CFS that involves assessment of symptoms, disability and fatigue (Reeves et al., 2005).
      The new CDC empirical case definition assesses disability using the Medical Outcomes Survey Short-Form-36 (Ware, Snow & Kosinski, 2000), assesses symptoms using the Symptom Inventory (Wagner et al., 2005) and assesses fatigue using the Multidimensional Fatigue Inventory (Smets, Garssen, Bonke & DeHaes, 1995).
      The authors of this empirical case definition feel that the specification of instruments and cutoff points would result in a more reliable and valid approach for the assessment of CFS.
      Using these new criteria, the estimated rate of CFS has increased to 2.54% (Reeves et al., 2007), a rate that is about 10 times higher than prior CDC estimates (Reyes et al., 2003) and prevalence estimates of other investigators (Jason, Richman et al., 1999).
      It is of interest that the new CFS rates are within the range of several mood disorders.
      Mood disorders are the most prevalent psychiatric disorders after anxiety disorders : for a major depressive episode, the 1-month prevalence is 2.2% and lifetime prevalence is 5.8% (Regier, Boyd & Burke, 1988).
      It is at least possible that the increases in the United States are due to a broadening of the case definition and possible inclusion of cases with primary psychiatric conditions.
      CFS and depression are two distinct disorders, however, even if they share a number of common symptoms.
      Including patients with a primary psychiatric illness in the current CFS case definition could confound the interpretation of epidemiologic and treatment studies.
      Major Depressive Disorder (MDD) is an example of a primary psychiatric disorder that has some overlapping symptoms with CFS.
      Fatigue, sleep disturbances and poor concentration occur in both depression and CFS.
      It is important to differentiate those with a principal diagnosis of MDD from those with CFS only.
      This is particularly important because it is possible that some patients with MDD also have chronic fatigue and four minor symptoms that can occur with depression (e.g., unrefreshing sleep, joint pain, muscle pain and impairment in concentration).
      Fatigue and these four minor symptoms are also defining criteria for CFS.
      It is possible that using this broadened new CFS empirical case definition (Reeves et al., 2005), some patients with a primary affective disorder could be misdiagnosed as having CFS.
      Some CFS investigators would not see this as a problem because they believe that CFS is mainly a psychiatric disorder and that distinctions between the two phenomena are superficial and merely a matter of nomenclature.
      However, several CFS symptoms, including prolonged fatigue after physical exertion, night sweats, sore throats and swollen lymph nodes, are not commonly found in depression.
      In addition, although fatigue is the principal feature of CFS, fatigue does not assume equal prominence in depression (Friedberg & Jason, 1998; Komaroff et al., 1996).
      Moreover, illness onset with CFS is often sudden, occurring over a few hours or days, whereas primary depression generally shows a more gradual onset.
      Individuals with CFS can also be differentiated from those with depression by recordings of skin temperature levels and electrodermal activity (Pazderka-Robinson, Morrison & Flor-Henry, 2004).
      Hawk, Jason, and Torres-Harding (2006) used discriminant function analyses to identify variables that successfully differentiated patients with CFS, MDD and controls.
      Using percentage of time fatigue was reported, postexertional malaise severity, unrefreshing sleep severity, confusion/disorientation severity, shortness of breath severity and self-reproach to predict group membership, 100% were classified correctly.
      In summary, CFS and depression are two distinct disorders, although they share a number of common symptoms.
      It is possible to appropriately differentiate MDD from CFS if one uses appropriate measures.
      It is still unclear whether the new empirical case definition of CFS (Reeves et al., 2005) has inappropriately included cases of purely affective disorders, such as MDD.
      This study evaluated whether the CDC empirical case definition distinguished between persons with MDD and persons with CFS.
      By assessing samples with MDD and CFS, we hoped to clarify whether the CDC empirical case definition has been able to successfully differentiate those with MDD from those with CFS.
      Method
      - Participants - We recruited a total of 64 individuals, 27 with CFS and 37 with MDD.
      We obtained our sample of participants with CFS from two sources: local CFS support groups in Chicago and a previous research study conducted at DePaul University.
      To be included in the study, participants were required to have been diagnosed with CFS, using the Fukuda et al. (1994) diagnostic criteria, by a certified physician and were required to currently meet CFS criteria using the Fukuda et al. criteria.
      We excluded individuals who had other current psychiatric conditions in addition to major depression or who reported having untreated medical illnesses (e.g., diabetes, anemia).
      We solicited 37 participants with a diagnosis of MDD to participate in this study.
      We found participants from three sources: local chapters of the Depression and Bipolar Support Alliance group in Chicago; Craigslist, a free local classified ads forum that is community moderated; and online depression support groups.
      To be included in the study, all participants were required to have been diagnosed with MDD by a licensed psychologist or psychiatrist.
      We excluded individuals who had other current psychiatric conditions in addition to MDD (e.g., bipolar, schizophrenia) and those who reported having untreated medical illnesses.
      Participants who met criteria completed questionnaires that are described below.
      Participants reported any previous physical and mental illnesses and the date of diagnosis as well as current medications being taken to ensure that no other illness could account for the fatigue.
      We carefully screened participants to ensure that participants from the MDD group did not have CFS as defined by the Fukuda et al. (1994) criteria.
      - Measures -- Demographic variables - We collected basic demographic variables that included age, ethnicity, marital status, occupation, gender, work status and educational level.
      -- The Medical Outcomes Survey Short-Form-36 - This 36-item instrument is composed of multi-item scales that assess functional impairment in eight areas : limits in physical activities (Physical Function), limits in one’s usual role activities due to physical health (Role Physical), limits in one’s usual role activities due to emotional health (Role Emotional), Bodily Pain, general health perceptions (General Health), vitality (Energy and Fatigue), Social Function and General Mental Health (Ware et al., 2000).
      Scores in each area reflect ability to function and higher values indicate better functioning.
      Reliability and validity studies have demonstrated high reliability and validity in a wide variety of patient populations for this instrument (Stewart, Greenfield, Hays et al., 1989).
      Based on the CDC empirical case definition (Reeves et al., 2005), the Medical Outcomes Survey Short-Form-36 was used to assess disability (Wagner et al., 2005).
      According to Reeves et al. (2005), significant reductions in occupational, educational, social or recreational activities were defined as scores lower than the 25th percentile on Physical Function (less than or equal to 70) or Role Physical function (less than or equal to 50) or Social Function (less than or equal to 75) or Role Emotional function (less than or equal to 66.7).
      A person would meet the disability criterion for the empirical CFS case definition by showing impairment in only one or more of these four areas (Reeves et al., 2005).
      -- The CDC Symptom Inventory - The CDC Symptom Inventory assesses information about the presence, frequency and intensity of 19 fatigue-related symptoms during the past 1 month (Wagner et al., 2005).
      All 8 of the critical Fukuda et al. (1994) symptoms were included as well as 11 other symptoms (e.g., diarrhea, fever, sleeping problems and nausea).
      For each of the 8 Fukuda et al. symptoms, participants were asked to report the frequency (1 = a little of the time, 2 = some of the time, 3 = most of the time, 4 = all of the time) and severity (the ratings were transformed to the following scale : .08 = very mild, 1.6 = mild, 2.4 = moderate, 3.2 = severe, 4 = very severe; see Note 1).
      The frequency and severity scores were multiplied for each of the 8 critical Fukuda et al. symptoms and were then summed.
      Participants having 4 or more symptoms and scoring greater than or equal to 25 would meet symptom criteria on this instrument according to the CDC empirical case definition (Reeves et al., 2005).
      -- The Multidimensional Fatigue Inventory - This instrument is a 20-item self-report instrument consisting of five scales : General Fatigue, Physical Fatigue, Reduced Activity, Reduced Motivation and Mental Fatigue (Smets et al., 1995).
      Each scale contains four items rated from 1 to 5, with the scale score of 1 meaning yes, that is true and the scale score of 5 meaning no, that is not true. Reeves et al. (2005) used the Multidimensional Fatigue Inventory to measure severe fatigue and to do this, they used only two of the five subscales : General Fatigue and Reduced Activity.
      Using the CDC empirical case definition standards, severe fatigue was defined as greater than or equal to 13 on General Fatigue or less than or equal to 10 on Reduced Activity.
      Results
      - Classification by CDC Empirical Case Definition Criteria - When using the CDC empirical case definition to classify people with CFS, all 27 participants in the CFS-recruited group met criteria for CFS.
      However, 14 additional individuals from the MDD group also met the new CDC criteria for CFS.
      That is, 38% of those with a professional diagnosis of major depression were misclassified as having CFS using the CDC empirical case definition.
      - Sociodemographic Variables - Participants were separated into three groups : those 27 diagnosed with CFS prior to this study and who met the new empirical CDC case definition of CFS, those 14 from the group with MDD meeting the new empirical CDC case definition of CFS criteria (MDD/CFS) and those 23 from the group with MDD not meeting the new empirical CDC criteria for CFS (MDD).
      Sociodemographic data were compared across all three groups of participants using Pearson’s χ2 and analysis of variance (ANOVA; see Table 1).
      -- Table 1 - Sociodemographic Characteristics Between the CFS, MDD/CFS and MDD Groups - Cfr. : http://www.co-cure.org/Jason-7.pdf --
      Findings indicated a significant age effect, F(2, 63) = 3.25, p < .05.
      The average age for the CFS group was significantly older than the MDD/CFS group.
      Furthermore, there were also significant differences in regard to work status between groups, χ2(6, N = 64) = 13.92, p < .05.
      More individuals in the CFS group were on disability as compared to the MDD/CFS group, χ2(1, N = 41) = 4.11, p < .05.
      - Illness Classification by Standardized Clinically Empirical Criteria -- Medical Outcomes Survey Short-Form-36 – According to the CDC empirical case definition, participants are required to demonstrate functional impairment within one of the four areas : Physical Function, Role Physical, Role Emotional and Social Function.
      One-way ANOVA Jason et al. / CDC Empirical Case Definition 3 was used to assess the effect of physical impairment within four subscales of the Medical Outcomes Survey Short-Form-36 for the three groups (CFS, MDD and MDD/CFS).
      As seen in Table 2, there were significant effects for three of the subscales, but not social functioning.
      -- Table 2 - Mean Differences Between the CFS, MDD/CFS and MDD Groups on Criteria Variables - Cfr. : http://www.co-cure.org/Jason-7.pdf --
      Using Tukey’s honestly significant difference (HSD) post hoc test, significant differences were found for Role Physical; participants with CFS had significantly lower scores compared to both the MDD group (p < .001) and the MDD/CFS group (p < .001).
      In regard to physical functioning, the participants with CFS had significantly worse
      Physical Function impairment scores in comparison to participants with MDD (p > .001) and participants with MDD/CFS (p < .001).
      Finally, for role emotional functioning, the MDD/CFS group scored significantly lower on the Role Emotional scale than both the CFS (p < .001) and the MDD groups (p < .001).
      Examining Table 3, it is apparent that all three illness groups met criteria for at least one of the four subscales and thus would meet the disability criteria for the empirical case definition of CFS.
      -- Table 3 - Percentages of the CFS, MDD/CFS and MDD Groups Meeting Specific CFS Criteria - Cfr. : http://www.co-cure.org/Jason-7.pdf --
      It is clear that significantly more participants from the MDD and MDD/CFS groups met Role Emotional criteria than the CFS group.
      However, if Role Physical or Physical Functioning criteria were used as the sole criterion for disability, significantly more participants within the CFS group would meet the disability criteria than those in the MDD/CFS and MDD groups.
      -- Symptom Inventory analysis - There was a significant effect of the total CFS symptom scores, F(2, 61) = 34.184, p < .001.
      The MDD group had the lowest mean score, indicating that this group did not likely meet criteria for CFS.
      The CFS group mean score was directionally but not significantly higher than the MDD/CFS group score.
      Tukey post hoc tests indicated that the CFS and MDD/CFS groups scored significantly higher than the MDD group (p < .001).
      Examining Table 3, both the CFS and MDD/CFS groups had higher percentages of participants meeting CFS symptom criteria than those in the MDD group.
      The fact that 100% of participants in the CFS and MDD/CFS groups met criteria for this index suggests that many individuals without CFS will meet these cutoff criteria for symptom frequency and severity.
      -- The Multidimensional Fatigue Inventory - The CDC empirical case definition used the Multidimensional Fatigue Inventory to measure fatigue.
      There was a significant effect for General Fatigue, F(2, 61) = 4.89, p < .05, but no significant effect was found for Reduced Activity.
      Post hoc analysis using the Tukey HSD test revealed significant differences for General Fatigue.
      The MDD group scored significantly lower on the General Fatigue scale than both the CFS (p < .01) and MDD/CFS groups (p < .01).
      Inspecting Table 3, all participants within the CFS and MDD/CFS groups met one of the fatigue criteria.
      In addition, 87% of those in the MDD group also met one of the fatigue criteria.
      This again suggests that for the domain of fatigue, the empirical case criteria will select many individuals without CFS who will meet fatigue criteria for the empirical case definition.
      Discussion
      Reeves et al. (2005) claim that the empirical definition identifies people with CFS in a more precise manner than can occur in the more traditional way of diagnosis.
      Analyses from this study reveal that the new empirical case definition identified 38% of the MDD group as meeting CFS criteria.
      Cantwell (1996) argues that diagnostic criteria should specify which diagnostic instrument to use, what type of informants to interview and how to determine the presence and severity of the criteria.
      The effort by Reeves et al. to specify a certain number and type of symptoms that should be present in order to make a particular diagnosis appears to be overinclusive, particularly for those having a primarily depressive disorder.
      An analysis of the Medical Outcomes Survey Short-Form-36 illustrates the problems with the cutoff criteria.
      When using the Reeves et al. (2005) cutoff points to classify functional impairment, all three groups (100%) met criteria for this instrument in Table 3.
      However, had Reeves et al. selected either Physical Function or Role Physical, better differentiation would have occurred, as there is a significant difference between the CFS group and the other two groups for these domains.
      Because individuals need only to score lower than the 25th percentile in one of these four areas in order to meet the CFS criteria, individuals might not have any reductions in key areas of physical functioning and only impairment in role emotional areas (e.g., problems with work or other daily activities as a result of emotional problems).
      For Role Emotional, 93% of the MDD/CFS group and 78% of the MDD group met criteria, a percentage much higher than the CFS group (44%).
      Ware et al. (2000) found that the mean for Role Emotional for a clinical depression group was 38.9, indicating that almost all those with clinical depression would meet criteria for being within the lower 25th percentile on this scale (which was a score of less than or equal to 66.7).
      In addition, King and Jason (2005) compared a group diagnosed with CFS and a group diagnosed with MDD and the latter group had lower scores than the group with CFS (37.8 vs. 48.9), but both groups would have met the CDC criteria as they both scored below 66.7.
      In contrast, if the criterion was a score lower than the 25th percentile on just Physical Function (less than or equal to 70), the participants with CFS would have met this criterion as their average score was 44, whereas many within the MDD group would have not met this criterion as their average score was 70.3.
      Regarding the Symptom Inventory, 100% of both the CFS and MDD/CFS groups met criteria, indicating this instrument did not distinguish the individuals with CFS from individuals with major depression.
      It is probable that the Symptom Inventory misclassified the MDD/CFS group for several reasons.
      For example, the Symptom Inventory asks about the symptom occurrences within the past month rather than the past 6 months, as required by the Fukuda et al. (1994) case definition.
      The requirement for a participant to report a symptom for 1 month might include more individuals within the CFS category (e.g., a person who has experienced a physical illness such as influenza or a head cold could very well have experienced a severe sore throat for the past month).
      Even with summed scores for the empirical case definition needing to be greater than or equal to 25 (Reeves et al., 2005), the overall level of symptoms might be relatively low for patients with classic CFS symptoms (the criterion would be met if an individual rated only two symptoms as occurring all the time and one was of moderate and the other of severe severity).
      Similarly, a person with MDD could endorse symptoms that would easily meet criteria for this scale, such as unrefreshing sleep, impaired memory and headaches and muscle pain at a moderate to severe level.
      However, the most important factor is that the Symptom Inventory does not distinguish critical symptoms for CFS such as postexertional malaise, unrefreshing sleep and cognitive difficulties.
      Each symptom is given the same value, which means that a participant reporting severe and frequent headaches is given the same value as a participant reporting severe and frequent postexertional malaise.
      Overall, 14 individuals diagnosed with MDD scored 25 or higher on the Symptom Inventory and reported four or more symptoms.
      This demonstrates that individuals with primary psychiatric illnesses are not always excluded using the CDC Symptom Inventory.
      The Multidimensional Fatigue Inventory was used to measure severe fatigue, yet 93% of both the CFS and MDD/CFS groups met criteria for General Fatigue, while 74% of the MDD group did as well.
      As for the criteria that Reeves et al. (2005) used, the primary developer of the Multidimensional Fatigue Inventory had this to say : “Regarding the criteria suggested by Reeves, we have no paper to back up their decision, but scanning their paper it appears that they used the median of their own data.” (E. M. Smets, personal communication, June 29, 2006).
      In one study of three groups with CFS, the mean Multidimensional Fatigue Inventory General Fatigue scores were 18.3 to 18.8 (Tiersky, Matheis, DeLuca, Lange & Nateson, 2003).
      When assessing Reduced Activity, 85% and 86% of both the CFS and MDD/CFS groups (respectively) met criteria, as did 78% of the MDD group.
      Therefore, 100% of the CFS and 100% of the MDD/CFS group met the CDC fatigue criteria.
      The problem with this instrument is that it is relatively easy to meet criteria for one of the two categories.
      In other words, a depressed person could easily respond positively to questions such as “I get little done” or “I do very little in a day” and answer negatively to “I feel very active” or “I think I do a lot in a day.”
      Consequently, a depressed person would meet CFS criteria by answering “entirely true” to these types of items.
      Inspecting the scores of a person with MDD who was inappropriately classified as having CFS highlights the problems with the CDC empirical criteria.
      A 26-year-old female with MDD met criteria for CFS using the CDC empirical case criteria (Reeves et al., 2005).
      For the Medical Outcomes Survey Short-Form-36, she met cutoff points for Social Function (scoring 37.5 when needing to score ≤ 75) and Role Emotional (scoring 0 when needing to score ≤ 66.7).
      With a clinical diagnosis of MDD, she demonstrated impairment with social and emotional functioning, two important traits of depression.
      This person scored 100 on Physical Function, which is the highest possible score on this measure, indicating that she had no difficulties with physical functioning, which would be a clear indicator that she did not have CFS.
      On the CDC Symptom Inventory, she reported that postexertional malaise was mild only some of the time, indicating that she did not have this cardinal symptom of CFS.
      For this individual and others within the MDD/CFS group, the instruments used to identify cases of CFS did not adequately exclude persons with primary psychiatric disorders.
      Study Limitations
      There were biases in using a convenience sample and recruitment from a population-based referral source would have been preferable, but such samples are expensive to recruit.
      Also, the sample sizes overall were relatively small, but even though power was low to detect differences, we were able to find a number of significant outcomes, as represented in Tables 2 and 3.
      In addition, we focused on only one psychiatric disorder and future studies might include anxiety disorders, which might also be misclassified.
      In addition, there is probably a redundancy in some of our findings, as some of the scales are correlated.
      There are other ways that might be used to develop improvements in the CFS case definition.
      As an example, Jason, Corradi and Torres-Harding (2007) factor analyzed the core symptoms as defined by the Fukuda et al. (1994) criteria, but this did not result in interpretable factors.
      However, when they included a larger group of theoretically defined symptoms in the factor analyses, an interpretable set of factors did emerge.
      The following factors were found : neurocognitive (e.g., slowness of thought), vascular (e.g., dizzy after standing), inflammation (e.g., chemical sensitivities), muscle/joint (e.g., pain in multiple joints), infectious (e.g., sore throat) and sleep/postexertional (e.g., unrefreshing sleep).
      These findings suggest that theoretical and empirical approaches to determining critical symptoms of CFS have considerable merit.
      The field of CFS studies needs to be grounded in empirical methods for determining a case definition versus more consensus-based efforts.
      In conclusion, this study suggests that the Reeves et al. (2005) empirical case definition has broadened the criteria such that some individuals with a purely psychiatric illness will be inappropriately diagnosed as having CFS.
      The Reeves et al. empirical case definition used specific instruments (such as the Medical Outcomes Survey Short-Form-36) to make diagnostic decisions but included dimensions within them such as role emotional functioning that were not specific for this illness.
      Green, Romei and Natelson (1999) found that 95% of individuals seeking medical treatment for CFS reported feelings of estrangement and 70% believed that others uniformly attributed their CFS symptoms to psychological causes.
      Inappropriate inclusion of pure psychiatric disorders into the CFS samples may further contribute to the diagnostic skepticism and stigma that individuals with this illness encounter.
      Several researchers continue to believe that CFS should be considered a functional somatic syndrome (Barsky & Borus, 1999), characterized by diffuse, poorly defined symptoms that cause significant subjective distress and disability and that cannot be corroborated by consistent documentation of organic pathology.
      Taylor, Jason and Schoeny (2001) have challenged this position, but ultimately assessment and criteria that fail to capture the unique characteristics of these illnesses might inaccurately conclude that only distress and unwellness characterize CFS, thus inappropriately supporting a unitary hypothetical construct called “functional somatic syndrome”.
      Such blurring of diagnostic categories will make it even more difficult to identify biological markers for this illness and if they are not identified, many scientists will be persuaded that this illness is psychogenic (Jason & Richman, 2008).
      Ultimately, using a broad or narrow definition of CFS will have important influences on CFS epidemiologic findings, on rates of psychiatric comorbidity, on how patients are treated and ultimately on the likelihood of finding biological markers for this illness.
      Note : The scale we used had five choices and we needed to convert the ratings to a 4-point scale. We divided the five items by 4, which came to .8. We then made each increment in value .8.
      References
      1. Barsky, A. J. & Borus, J. F. (1999) - Functional somatic syndromes - Annals of Internal Medicine, 130, 910–921
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10375340
      2. Cantwell, D. P. (1996) - Classification of child and adolescent psychopathology - Journal of Child Psychology and Psychiatry, 37, 3–12
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8655656
      3. Friedberg, F. & Jason, L. A. (1998) - Understanding chronic fatigue syndrome - An empirical guide to assessment and treatment - Washington, DC : American Psychological Association
      Cfr. : http://www.amazon.com/Understanding-Chronic-Fatigue-Syndrome-Assessment/dp/1557985111
      4. Fukuda, K., Straus, S. E., Hickie, I., Sharpe, M. C., Donnibs, J. G. & Komaroff, A. (1994) - The chronic fatigue syndrome - A comprehensive approach to its definition and study - Annals of Internal Medicine, 121, 953–958
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7978722
      5. Green, J., Romei, J. & Natelson, B. J. (1999) - Stigma and chronic fatigue syndrome - Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 5, 63–75
      Cfr. : http://www.cfids-cab.org/cfs-inform/Welcome/green.etal99.txt
      6. Hawk, C., Jason, L. A. & Torres-Harding, S. (2006) – Differential diagnosis of chronic fatigue syndrome and major depressive disorder - International Journal of Behavioral Medicine, 13, 244–251
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17078775
      7. Jason, L. A., Corradi, K. & Torres-Harding, S. (2007) - Toward an empirical case definition of CFS - Journal of Social Service Research, 34, 43–54
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=19971653
      8. Jason, L. A., King, C. P., Richman, J. A., Taylor, R. R., Torres, S. R.& Song, S. (1999) - US case definition of chronic fatigue syndrome - Diagnostic and theoretical issues - Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 5, 3–33
      Cfr. : http://www.co-cure.org/infores4.htm
      9. Jason, L. A. & Richman, J. A. (2008) - How science can stigmatize - The case of CFS - Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 14, 85–103
      Cfr. : http://www.informaworld.com/smpp/content~content=a903736320~db=all~jumptype=rss
      10. Jason, L. A., Richman, J. A., Rademaker, A. W., Jordan, K. M., Plioplys, A. V., Taylor, R. et al. (1999) - A community-based study of chronic fatigue syndrome - Archives of Internal Medicine, 159, 2129–2137
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10527290
      11. King, C. & Jason, L. A. (2005) - Improving the diagnostic criteria and procedures for chronic fatigue syndrome - Biological Psychology, 68, 87–106
      Cfr. : http://www.sciencedirect.com/science?_ob=ArticleURL&_udi=B6T4T-4CJ484P-1&_user=10&_rdoc=1&_fmt=&_orig=search&_sort=d&view=c&_acct=C000050221&_
      version=1&_urlVersion=0&_userid=10&md5=3e54136b3e38c35ea7b7356a36ec5d31

      12. Komaroff, A. L., Fagioli, L. R., Geiger, A. M., Doolittle, T. H., Lee, J., Kornish, R. J. et al. (1996) - An examination of the working case definition of chronic fatigue syndrome - American Journal of Medicine, 100, 56–64
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8579088
      13. Pazderka-Robinson, H., Morrison, J. W. & Flor-Henry, P. (2004) - Electrodermal dissociation of chronic fatigue and depression - Evidence for distinct physiological mechanisms – International Journal of Psychophysiology, 53, 171–182
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=15937437
      14. Reeves, W. C., Jones, J. J., Maloney, E., Heim, C., Hoaglin, D. C., Boneva, R. et al. (2007) - New study on the prevalence of CFS in metro, urban and rural Georgia populations - Population Health Metrics, 5, Article 5
      Cfr. : http://www.pophealthmetrics.com/content/5/1/5
      15. Reeves, W. C., Lloyd, A., Vernon, S. D., Klimas, N., Jason, L. A., Bleijenberg, G. et al. & the International Chronic Fatigue Syndrome Study Group. (2003) - Identification of ambiguities in the 1994 chronic fatigue syndrome research case definition and recommendations for resolution – BMC Health Services Research, 3, Article 25
      Cfr. : http://www.biomedcentral.com/content/pdf/1472-6963-3-25.pdf
      16. Reeves, W. C., Wagner, D., Nisenbaum, R., Jones, J. F., Gurbaxani, B., Solomon, L. et al. (2005) - Chronic fatigue syndrome - A clinically empirical approach to its definition and study – BMC Medicine, 3, Article 19
      Cfr. : http://www.biomedcentral.com/content/pdf/1741-7015-3-19.pdf
      17. Regier, D. A., Boyd, J. H. & Burke, J. D., Jr. (1988) – One-month prevalence of mental disorders in the United States - Based on five Epidemiological Catchment Area sites - Archives of General Psychiatry, 45, 977–986
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/3263101
      18. Reyes, M., Nisenbaum, R., Hoaglin, D. C., Unger, E. R., Emmons, C., Randall, B. et al. (2003) - Prevalence and incidence of chronic fatigue syndrome in Wichita, Kansas - Archives of Internal Medicine, 163, 1530–1536
      Cfr. : http://www.cdc.gov/cfs/publications/surveillance_5.htm
      19. Smets, E. M., Garssen, B. J., Bonke, B. & DeHaes, J. C. (1995) – The Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) psychometric properties of an instrument to assess fatigue - Journal of Psychosomatic Research, 39, 315–325
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7636775
      20. Stewart, A. L., Greenfield, S., Hays, R. D., Rogers,W. H., Berry, S. D., McGlynn, E. A. et al. (1989) - Functional status and well-being of patients with chronic conditions - Results from the medical outcomes study - Journal of the American Medical Association, 262, 907–913
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/2754790
      21. Taylor, R. R., Jason, L. A. & Schoeny, M. E. (2001) – Evaluating latent variable models of functional somatic distress in a community-based sample - Journal of Mental Health, 10, 335–349
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=1022735
      22. Tiersky, L. A., Matheis, R. J., DeLuca, J., Lange, G. & Natelson, B. H. (2003) – Functional status, neuropsychological functioning and mood in chronic fatigue syndrome - Journal of Nervous and Mental Disease, 191, 324–331
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12819552
      23. Wagner, D., Nisenbaum, R., Heim, C., Jones, J. F., Unger, E. R. & Reeves, W. C. (2005) - Psychometric properties of the CDC Symptom Inventory for assessment of chronic fatigue syndrome - Population Health Metrics, 3, Article 8
      Cfr. : www.pophealthmetrics.com/content/3/1/8
      24. Ware, J. E., Snow, K. K. & Kosinski, M. (2000) - SF-36 Health Survey - Manual and interpretation guide - Lincoln, RI : Quality Metric.
      Cfr. : http://www.amazon.com/SF-36-health-survey-Manual-interpretation/dp/1891810065
      Cfr. : http://www.co-cure.org/Jason-7.pdf


    Further reading :

    1. Problems with the New CDC CFS Prevalence Estimates
      Leonard Jason, Ph.D., DePaul University – Pro Health Library, August 22, 2007
      Cfr. : http://www.prohealth.com/library/showarticle.cfm?id=8066&t=CFIDS_FM

    2. Brief comment from Tom Kindlon
      I have Chronic Fatigue Syndrome (CFS) for over 20 years
      I want a lot of research progress in my lifetime and believe the empirical definition (2005) (also known as the Reeves definition (2005)) decreases the chances that this will occur : abnormalities that would show up using a more strictly defined definition won't show up using the empirical/Reeves definition; and abnormalities that might show up in the broad group covered by the empirical/Reeves definition are not necessarily representative of CFS patients.
      Similarly treatments that might work on a more strictly defined group of patients might not show up using the very broad empirical/Reeves definition and treatments that might appear to work overall on the group defined using the empirical/Reeves definition might not be suitable for people who satisfy a stricter definition.
      This messes up the CFS literature even further.


    I really think this is an important cause
    and I'd like to encourage you to add your signature too.
    It's free and takes less than a minute of your time.



    Sign the petition

    at : http://www.ipetitions.com/petition/empirical_defn_and_CFS_research/?e



    24-06-2009 om 21:56 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:sleeping problems, Centers for Disease Control and Prevention (CDC), CFS research, CFS, Chronic Fatigue Syndrome (CFS), cognitive difficulties, depression, Diagnostic Interview Schedule, differential diagnosis, fatiguing illnesses, functional somatic dist
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eén op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La bête noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    staf007
    blog.seniorennet.be/staf007
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!