NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • lcompaniond
  • Canada marijuana
  • stone
  • legs
  • account appear

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • 86827533924 (Anthonyzooda)
        op Vluchten in het werk
  • fiscade (Evoxia)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • kamagra 100mg chewables for sale Tiz (Kennynuats)
        op Vluchten in het werk
  • achiero (alimiPek)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • brity (eldevy)
        op Even geduld...
  • kamagra bestellen amsterdam Tiz (Timothydag)
        op Vluchten in het werk
  • buy cialis online StephenasCal (StephenasCal)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • credit and background check kentucky free (accurate-background-check.stream)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • doing a background check za (checks background)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Naply (Traulse)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    ernatje
    blog.seniorennet.be/ernatje
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    zucheroke
    blog.seniorennet.be/zuchero
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    henksenior
    blog.seniorennet.be/henksen
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    oudecrossmotoren2
    blog.seniorennet.be/oudecro
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    aadjevijf
    blog.seniorennet.be/aadjevi
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    11-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hand van hoop...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    '
    De hand van hoop'


    Dit is een foto van een ongeboren baby in de 21ste week.
    Bij de baby was een open ruggetje geconstateerd en hij diende dus dringend geopereerd.

    Dr. Bruner die operaties uitvoert op ongeboren babies (hij haalt daartoe de baarmoeder met een keizersnee uit de buik en maakt een kleine snede om de baby te kunnen opereren) was diep ontroerd omdat - toen hij de operatie beŽindigde - het kleine, maar volmaakte handje van de kleine uit de incisie kwam en zijn vinger vastgreep !

    De fotograaf heeft deze gebeurtenis perfect op de gevoelige plaat kunnen vastleggen.
    De foto ging de wereld rond als 'de hand van hoop'.

    Samuel kwam perfect gezond ter wereld, de operatie slaagde voor 100% !

    Zijn moeder kan de foto niet met droge ogen aanschouwen en zegt : "Een zwangerschap is geen kwestie van gehandicapt of ziek... het gaat om de mens".


    11-01-2009 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AŽrobe training bij fibromyalgie - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen













     





    De lichamelijke revalidatie, in de vorm van aŽrobe oefeningen, is het best onderzocht.
    Het effect is vrij aanzienlijk (het effect is beter dan dat van andere behandelingen, met inbegrip van farmacotherapie) op de pijn en op de tender points.
    Versterking van de spierkracht met statische oefeningen werd maar weinig onderzocht, maar lijkt geen uitgesproken effecten op te leveren.
    Luk Saffloer in 'Wie is Fibromyalgiepatiente Veerle ?'
    Cfr. : http://www.cfsinfo.be/Documentatie/CVS%20werelddag%20Antwerpen%202006/Wie%20is%20Fibromyalgiepatiente%20Veerle.htm
     

    Deel I

    AŽrobe training bij fibromyalgie
     
    Eindexamenopdracht afdeling Fysiotherapie Hogeschool van Utrecht

    Heleen van Kuyk

    Samenvatting

    Doel
    Er wordt door middel van een literatuurstudie onderzoek gedaan naar de invloed van aŽrobe training op de symptomen van fibromyalgie patiŽnten.

    Methode
    Door het zoeken in verschillende databases zijn er veel onderzoeken over het onderwerp gevonden.
    Van de gevonden studies worden er acht in dit artikel uitgebreid besproken en vergeleken met elkaar.
    Aan de hand van de beoordeling van de onderzoeken en de vergelijkingen onderling kunnen er conclusies getrokken worden.

    Resultaten
    Van de acht geven vier onderzoeken goede resultaten weer, wat betreft het effect van aŽrobe training.
    De overige staan ter discussie wat betreft de trainingsmethode.

    Conclusie
    AŽrobe training met de juiste trainingsintensiteit, begeleiding en inhoud van de training heeft wel degelijk een positieve invloed op de symptomen van de fibromyalgie patiŽnten.


    1. - Inleiding

    Mensen met fibromyalgie vormen een groeiende patiŽnten categorie binnen de fysiotherapie praktijken.
    Als beginnend beroeps beoefenaar ben ik veel van deze patiŽnten tegen gekomen, met klachten die voor zowel mij als mijn collegaís moeilijk te behandelen waren.
    Een gemis aan voldoende kennis over een effectieve behandeling van deze patiŽnten deed mij besluiten te onderzoeken of en zo ja welke training een positieve bijdrage kan leveren aan de behandeling.
    Fibromyalgie is een syndroom dat wordt gediagnostiseerd wanneer aan de volgende criteria wordt voldaan (cfr. 'Criteria for the classification of fibromyalgia' - Wolfe F et al. - The American College of Rheumatology 1990 op :
    http://www.rheumatology.org/publications/classification/fibromyalgia/fibro.asp -) :

    • Langdurige pijn, minimaal 3 maanden lang, over het hele lichaam verspreid.
      Het wordt ďwijd verspreidĒ genoemd wanneer de volgende punten aanwezig zijn : pijn in de linker en rechter zijde van het lichaam, pijn onder en boven de taille.
      Verder moet botpijn aan de borstkas aanwezig zijn.

    • Pijn in 11 van de 18 onderscheiden drukpunten (zie afbeelding 1) aan de hand van een digitale palpatie ('palpatie' = onderzoek van een zieke door betasting, bijvoorbeeld het voelen aan de buik) d.m.v. een dolorimeter (pijnmeter) met een kracht van 4 kg.
      Het drukpunt kan als ďpositiefĒ worden gerekend als de patiŽnt de palpatie als ĒpijnlijkĒ ervaart, ďgevoeligĒ mag niet gerekend worden.

    PatiŽnten moeten aan beide criteria voldoen om de diagnose fibromyalgie te krijgen.

    Uit onderzoek van het Amerikaanse College van Reumatologie (The American College Of Rheumatology 1990, ACR-1990 Ė cfr. 'ACR Fibromyalgia Diagnostic Criteria' op : http://www.nfra.net/Diagnost.htm -) is gebleken dat de meeste voorkomende symptomen van fibromyalgie zijn :
    - ochtendstijfheid
    - vermoeidheid
    - slaapstoornissen.

    Bijkomende symptomen met lagere relevantie :
    - hoofdpijn
    - gestoorde gevoelswaarneming van prikkels
    - angst.

    Depressie, niet genoemd bij het Amerikaanse College van Reumatologie, is volgens Carol Burckhardt ook een belangrijk symptoom.

    Assessing depression in fibromyalgia patients
    Carol S. Burckhardt, RN, PhD 1 *, Connie A. O'Reilly, PhD 2, Arthur N. Wiens, PhD 3, Sharon R. Clark, RN, PhD, FNP 4, Stephen M. Campbell, MD 5, Robert M. Bennett, MD, FRCP 6 -- 1Associate Professor of Mental Health Nursing in the School of Nursing, and an Assistant Professor of Medicine (Research) in the Division of Arthritis and Rheumatic Diseases, School of Medicine, Oregon Health Sciences University, Portland Oregon -- 2Assistant Professor of Medicine (Research) in the Division of Arthritis and Rheumatic Diseases, School of Medicine, Oregon Health Sciences University, Portland Oregon -- 3Professor of Medical Psychology in the School of Medicine, Oregon Health Sciences University, Portland Oregon -- 4Associate Professor of Adult Health and Illness, School of Nursing, and an Assistant Professor of Medicine (Research) in the Division of Arthritis and Rheumatic Diseases, School of Medicine, Oregon Health Sciences University, Portland Oregon -- 5Associate Professor of Medicine in the Division of Arthritis and Rheumatic Diseases, School of Medicine, Oregon Health Sciences University, Portland Oregon -- 6Professor of Medicine in the Division of Arthritis and Rheumatic Diseases, School of Medicine, Oregon Health Sciences University, Portland Oregon -- *Correspondence to Carol S. Burckhardt, Oregon Health Sciences University, 3181 S.W. Sam Jackson Park Road, Portland, OR 97201 -- Arthritis & Rheumatism, Volume 7 Issue 1, pages 35-39, 8 Dec 2005 - © 2008 American College of Rheumatology
    Purpose
    - This study investigated the relationships among four methods of detecting depression in patients with fibromyalgia.
    Methods - Data were obtained from 100 women (mean age 43 years) who had been diagnosed with fibro-myalgia. Instruments included a computerized Diagnostic Interview Schedule (C-DIS), Beck Depression Inventory (BDI), an adjusted disease-free BDI (BDI-A) and Minnesota Multiphasic Personality Inventory depression subscale (MMPI-D).
    Chance-corrected concordance, sensitivity, specificity and accuracy among the four methods were calculated.
    Results - The C-DIS detected 22% and BDI-A 29% with current major depression.
    The BDI and MMPI-D yielded higher estimates of 55% of the 44%, respectively.
    Agreement on the diagnosis among the four methods was significantly greater than chance.
    When compared with the C-DIS, the BDI was the most sensitive instrument and the BDI-A most specific.
    Conclusions - The C-DIS and BDI-A appear to be more reliable methods for determining the presence of major depression in women with fibromyalgia than are the MMPI-D or standard BDI.
    Cfr. :
    http://www3.interscience.wiley.com/journal/112204160/abstract

    Uit dit onderzoek blijkt dat 25% van de fibromyalgie patiŽnten depressief is.


    Afbeelding 1 - Drukpunten locaties
    volgens de criteria van het Amerikaanse College van Reumatologie 1990 voor fibromyalgie

    Erkende behandelingswijzen van fibromyalgie patiŽnten zijn medicatie (anti-depressiva), training, cognitieve gedragstherapie en educatie.
    Minder effectief zijn gebleken : hormoontherapie, chiropraxie, acupunctuur en massagetherapie.
    Geen bewijs is gevonden voor behandelingen met steroÔden en ontstekingsremmers (Goldenberg DL et al. 2004).

    Management of Fibromyalgia Syndrome
    Don L. Goldenberg, MD; Carol Burckhardt, PhD; Leslie Crofford, MD Ė JAMA 2004;292:2388-2395
    Context - The optimal management of fibromyalgia syndrome (FMS) is unclear and comprehensive evidence-based guidelines have not been reported.
    Objective - To provide up-to-date evidence-based guidelines for the optimal treatment of FMS.
    Data Sources, selection and extraction - A search of all human trials (randomized controlled trials and meta-analyses of randomized controlled trials) of FMS was made using Cochrane Collaboration Reviews (1993-2004), MEDLINE (1966-2004), CINAHL (1982-2004), EMBASE (1988-2004), PubMed (1966-2004), Healthstar (1975-2000), Current Contents (2000-2004), Web of Science (1980-2004), PsychInfo (1887-2004) and Science Citation Indexes (1996-2004).
    The literature review was performed by an interdisciplinary panel, composed of 13 experts in various pain management disciplines, selected by the American Pain Society (APS) and supplemented by selected literature reviews by APS staff members and the Utah Drug Information Service.
    A total of 505 articles were reviewed.
    Data Synthesis - There are major limitations to the FMS literature, with many treatment trials compromised by short duration and lack of masking.
    There are no medical therapies that have been specifically approved by the US Food and Drug Administration for management of FMS. Nonetheless, current evidence suggests efficacy of low-dose tricyclic antidepressants, cardiovascular exercise, cognitive behavioral therapy and patient education.
    A number of other commonly used FMS therapies, such as trigger point injections, have not been adequately evaluated.
    Conclusions - Despite the chronicity and complexity of FMS, there are pharmacological and nonpharmacological interventions available that have clinical benefit.
    Based on current evidence, a stepwise program emphasizing education, certain medications, exercise, cognitive therapy or all 4 should be recommended.
    Cfr. :
    http://jama.ama-assn.org/cgi/content/full/292/19/2388

    Cfr. ook 'Useful treatments for fibromyalgia syndrome' - BMJ 2005;330 (29 January) at : http://www.bmj.com/cgi/content/full/330/7485/0-g?maxtoshow=&HITS=10&hits=10&RESULTFORMAT=1&andorexacttitle=and&titleabstra
    ct=fibromyalgia&andorexacttitleabs=and&andorexactfulltext=and&searchid=112866200129
    8_24409&stored_search=&FIRSTINDEX=0&sortspec=relevance&resourcetype=1,2,3,4

    Omdat binnen het vakgebied fysiotherapie, training een methode van behandeling is en dit tevens uit eerdere onderzoeken een bruikbare therapie bij fibromyalgie is gebleken, heb ik besloten me te verdiepen in de effectiviteit van aŽrobe training bij deze patiŽnten categorie.

    ďAŽroobĒ wordt in het Bottenberg woordenboek (ďTerminologie TrainingsleerĒ - ISBN : 90 6076 467 6- cfr. : http://www.tirion.nl/vrieseborch/sport/bottenberg1999.htm -) gedefinieerd als ďhet vermogen van de spieren om bij een voldoende hoeveelheid aangevoerde zuurstof een zo lang mogelijke arbeid te verrichtenĒ.
    De hartslag van een lichte aŽrobe training ligt tussen de 60-70% van de maximale hartslag (=220-leeftijd), een gemiddelde aŽrobe training ligt tussen de 70-80% van de maximale hartslag.
    ďAnaŽroobĒ wordt gedefinieerd als ďhet vermogen van de spieren om bij onvoldoende hoeveelheid zuurstof toch gedurende een beperkte tijd arbeid te verrichtenĒ.

    In dit artikel geef ik antwoord op de vraag : ďHeeft aŽrobe training effect op de symptomen bij fibromyalgie patiŽnten ?Ē
    Het antwoord wordt gevonden uit de vergelijking van acht artikelen waarin onderzoeken worden omschreven met verschil in trainingsintensiteit, inhoud van de training, begeleiding en soort behandeling.

    De patiŽnten uit de acht onderzoeken die besproken worden in dit artikel voldoen allemaal aan de criteria voor de diagnose ďfibromyalgieĒ van het Amerikaanse College van Reumatologie.


    2. - Methode

    Voor het zoeken van de benodigde literatuur is gebruik gemaakt van de databases van Pubmed, Paramedische Organisatie, Doconline, Uptodate en Cohraine.
    In eerste instantie is geprobeerd recente artikelen vanaf 2000 te selecteren.
    Uit verwijzingen, in de gevonden artikelen, bleek echter dat een aantal artikelen van voor 2000 mee diende te worden genomen in deze selectie vanwege hun relevantie.
    Er is gezocht en gecombineerd met de volgende zoektermen : ďfibromyalgiaĒ, ĒexerciseĒ, ďaerobic
    exerciseĒ, ďphysical therapyĒ.
    De Nederlandse synoniemen van deze begrippen leverden geen bruikbare informatie op.
    Verder is de zoekmachine google gebruikt.
    Informatie uit de syllabi van de cursus ďFibromyalgie en FysiotherapeutenĒ leverden nuttige literatuur verwijzingen op.


    3. - Beschrijving

    Hieronder volgt een korte beschrijving van de verschillende artikelen.

    3.1.1 - Effects of aŽrobe exercise versus stress management treatment in fibromyalgia
    3.1.2 - Fibromyalgia outcome - The predictive values of symptom duration, physical activity, disability pension and critical life events - A 4.5 year prospective study

    In ďEffects of aŽrobe exercise versus stress management treatment in fibromyalgiaĒ doen onderzoek naar het verschil in effect van aŽrobe training, stress management behandeling en vergelijken dit met een controlegroep bij fibromyalgie patiŽnten.

    Behandeling
    De patiŽnten worden in de drie groepen ingedeeld met verschillende behandelingsmethoden.
    Het programma van de aŽrobe trainingsgroep bestond uit 3 trainingen per week van elk 45 minuten, over een periode van 14 weken.
    In elke bijeenkomst werd onder begeleiding bewogen op muziek in combinatie met balspelen.
    Er werd met wisselende intensiteit getraind, waarbij het maximum op 60-70% van de maximale hartslag lag.
    PatiŽnten werden getraind in het vastleggen van hun hartslag.
    De tweede groep ontmoetten elkaar in ontspanningstrainingen (didactische presentaties en fysieke ontspanning), 6 weken lang, 2 keer per week, 90 minuten.
    De resterende 8 weken, was dit 1 keer per week.
    De controlegroep nam aan geen van deze behandelingen deel.

    Gebruikte tests
    - Pijn verspreiding, aangegeven op tekeningetjes van het lichaam.
    - Pijn, verstoorde slaap, gebrek aan energie (vermoeidheid) en depressie aangegeven op een Visuele Analoge Schaal (VAS).
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - Werkcapaciteit gemeten met een fietsergometer test.
    - Subjectieve patiŽntentevredenheidsmeting.

    Uitkomsten van het onderzoek (alle uitkomsten zijn vergeleken met de controlegroep)
    - De aŽrobe trainingsgroep liet na 14 weken een significant verschil zien in vermindering van de pijnverspreiding en pijnpuntengevoeligheid en een grotere werkcapaciteit.
    - De VAS meting liet een reductie in de pijn en verhoging van het energie niveau zien.
    - De patiŽnten gaven aan zich beter te voelen.
    - De stressmanagementgroep gaf op gelijke punten verbeteringen aan, maar deze waren percentueel minder groot dan bij de aŽrobe trainingsgroep.
    - Na 4 jaar volgde nog 20% het aŽrobe trainingsprogramma (de jongste van de groep).
    Deze lieten significante verbeteringen zien op alle testen en voldeden zelfs niet meer aan de criteria voor de diagnose fibromyalgie.
    Bij de stressmanagementgroep was er geen meetbaar verschil tussen hen die door waren gegaan met hen die waren gestopt.

    1. Effects of aŽrobe exercise versus stress management treatment in fibromyalgia
      S. H. Wigers, Department of Behavioral Sciences in Medicine, University of Oslo, P.O. Box 1111 Blindern, 0317 Oslo, NorvŤge, T. C. Stiles & P.A. Vogel ( 1996) - Scandinavian journal of rheumatology, 1996, vol. 25, no 2, pp. 115-119 Ė ISSN : 0300-9742 - Taylor & Francis, Colchester, Royaume-Uni (1972) - Source : CongrŤs - Annual Meeting of the Swedish Society for Rheumatology, Stockholm , SuŤde (30/11/1995)
      To determine and compare short- and long-term effects of aerobic exercise (AE), stress management treatment (SMT) and treatment-as-usual (TAU) in fibromyalgia, 60 patients were randomized to 14 weeks of treatment by either AE, SMT or TAU.
      Outcome measures at baseline, midway through treatment, at treatment completion and at 4 year follow up included a patient made drawing of pain distribution, dolorimetry of tender points, ergometer cycle test, global subjective improvement and VAS registrations of : pain, disturbed sleep, lack of energy and depression.
      Both AE and SMT showed positive short-term effects.
      AE was the overall most effective treatment, despite being subject to the most sceptical patient attitude prior to the study.
      At follow up, there were no obvious group differences in symptom severity, which for AE seemed to be due to a considerable compliance problem.
      Cfr. :
      http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=3056824

    2. Fibromyalgia outcome - The predictive values of symptom duration, physical activity, disability pension and critical life events - A 4.5 year prospective study
      Horven Wigers, Department of Physical Medicine and Rehabilitation, University Hospital of Trondheim, NorvŤge & Department of Psychiatry and Behavioral Medicine, University of Trondheim, NorvŤge & Department of Behavioural Sciences in Medicine, University of Oslo, NorvŤe - Journal of psychosomatic research, 1996, vol. 41, no3, pp. 235-243 (21 ref.) - ISSN 0022-3999 - Elsevier, New York, NY, Etats-Unis (1956) (Revue) - © 2008 INIST-CNRS.
      Forty-four fibromyalgia patients were followed through 4.5 years to assess the extent to which symptom duration, physical activity level, disability pensions and the occurrence of critical life events would predict long-term outcome.
      Outcome measures included pressure tenderness (dolorimeter score), work capacity (ergometer cycle test), global subjective improvement (verbal rating scale) and visual analogue scale ratings of pain, disturbed sleep, lack of energy and depression.
      Significant outcome predictors were identified by means of separate multiple regression analyses on each outcome measure at follow-up, using symptom duration, physical activity level, disability pension status and occurrence of critical life events as independent variables, together with baseline symptom intensity and age, which were adjusted for.
      An adequate physical activity level and increasing age predicted a positive outcome, while receiving a permanent disability pension or having experienced an excess of major negative life events predicted a negative outcome.
      Symptom duration did not affect outcome.
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=3243516

    3.2 - Prescribed exercise in people with fibromyalgia - Parallel group randomised controlled trial

    Het tweede artikel dat wordt besproken is van Richards en Scott (2002) : 'Prescribed exercise in people with fibromyalgia : parallel group randomised controlled trial' .
    Dit is een onderzoek waarbij de invloed van aŽrobe training vergeleken wordt met ontspanning / flexibiliteittraining bij fibromyalgie patiŽnten.

    Behandeling
    Twee groepen patiŽnten werden op meerdere momenten getest op effectiviteit van de verschillende behandelingen.
    De aŽrobe trainingsgroep ontmoette elkaar 2 keer per week, 12 weken lang.
    Startend met 6 minuten sessies, eindigend met 25 minuten, werd er onder begeleiding gelopen of gefietst.
    Het belastingsniveau werd aangegeven aan de patiŽnten, ze mochten licht zweten, maar moesten tijdens de activiteit nog comfortabel kunnen praten.
    De ontspannings Ė en flexibiliteitstraining bestond uit stretchen en relaxatieoefeningen.

    Gebruikte tests
    - De impressie van de patiŽnt over zijn algehele gezondheid.
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - De Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ) die de symptomen en mate van handicap in kaart brengt.
    - De Chalder Fatigue Scale voor het meten van de fysieke en mentale vermoeidheid.
    - McGill Questionnaire voor het meten van de subjectieve pijnervaring.
    - De Short Form Health Survey-36 (SF-36) scoort de functionele gezondheid en het gevoel van welzijn.
    De eerste test werd door de onderzoekers als belangrijkste meetinstrument gezien.

    Uitkomsten van het onderzoek
    - De impressie van de patiŽnt over zijn algehele gezondheid was op alle meetmomenten, na de start van de training, groter bij de aŽrobe trainingsgroep dan bij de ontspannings / flexibiliteits groep.
    - Hetzelfde gold voor de pijnpuntenmeting, de pijn was significant afgenomen. Na 12 maanden voldeden nog maar 31/69 van de trainingsgroep en 44/67 van de ontspanninggroep aan de diagnose criteria.
    - Er was een minimaal positief, maar niet significant, verschil gemeten met de FIQ test voor de aŽrobe trainingsgroep.
    - De Chalder Fatigue Scale en de McGill Pain Questionnaire lieten bij beide groepen een significante daling zien. Alleen voor de Chalder Fatigue Scale bleef dit gehandhaafd tot 12 maanden nadien. Tussen de groepen waren de verschillen niet noemenswaardig.
    - SF-36 liet een verbetering zien in beide groepen direct na de trainingsperiode.

    Prescribed exercise in people with fibromyalgia - Parallel group randomised controlled trial
    Richards SC, Scott DL, Poole Hospital NHS Trust, Poole, Dorset BH15 2JB : srichards@poole-tr.swest.nhs.uk - BMJ. 2002 Jul 27;325(7357):185 - PMID: 12142304
    Objectives - To evaluate cardiovascular fitness exercise in people with fibromyalgia.
    Design - Randomised controlled trial.
    Setting - Hospital rheumatology outpatients.
    Group based classes took place at a "healthy living centre."
    Participants - 132 patients with fibromyalgia.
    Interventions - Prescribed graded aerobic exercise (active treatment) and relaxation and flexibility (control treatment).
    Main outcome measures - Participants' self assessment of improvement, tender point count, impact of condition measured by fibromyalgia impact questionnaire and short form McGill pain questionnaire.
    Results - Compared with relaxation exercise led to significantly more participants rating themselves as much or very much better at three months : 24/69 (35%) v 12/67 (18%), P=0.03.
    Benefits were maintained or improved at one year follow up when fewer participants in the exercise group fulfilled the criteria for fibromyalgia (31/69 v 44/67, P=0.01).
    People in the exercise group also had greater reductions in tender point counts (4.2 v 2.0, P=0.02) and in scores on the fibromyalgia impact questionnaire (4.0 v 0.6, P=0.07).
    Conclusions - Prescribed graded aerobic exercise is a simple, cheap, effective and potentially widely available treatment for fibromyalgia.
    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12142304

    3.3 - PatiŽnts with fibromyalgia benefit from aŽrobe endurance exercise

    Het artikel van Meiworm, Jacob, Walker, Peter en Keul (2000) : 'PatiŽnts with fibromyalgia benefit from aŽrobe endurance exercise' analyseert de invloed van aŽrobe training op pijn bij patiŽnten met fibromyalgie.

    Behandeling
    De patiŽnten werden in twee groepen verdeeld.
    De aŽrobe trainingsgroep kreeg een zelfstandig trainingsprogramma gekozen door de patiŽnt zelf.
    Er kon gekozen worden uit lopen, joggen, fietsen of zwemmen.
    De eerste 6 weken werd de intensiteit elke 2 weken opgevoerd door middel van langere trainingssessies of toename van het aantal trainingssessies.
    De laatste 6 weken bleef dit constant.
    Deze groep werd vergeleken met een controlegroep, die niet aan deze behandeling deelnam.

    De gebruikte tests
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - Subjectieve patiŽnten tevredenheidsmeting.
    - Pijnverspreiding, aangegeven op schetsen van het lichaam.
    - Subjectieve pijn aangeven op een Visuele Analoge Schaal (VAS).
    - Werkcapaciteit gemeten op een fietsergometer.

    Uitkomsten van het onderzoek
    - De aŽrobe trainingsgroep liet geen significante verbeteringen zien wat betreft het aantal pijnpunten en de VAS meting.
    - De pijngrens van het gluteale pijnpunt, ter hoogte van de bil, was bij de aŽrobe trainingsgroep significant verbeterd.
    - De pijnlijke gebieden aangegeven op het lichaamsdiagram waren significant verminderd bij de aŽrobe trainingsgroep.

    Patients with fibromyalgia benefit from aerobic endurance exercise
    Meiworm L, Jakob E, Walker UA, Peter HH, Keul J, Department of Medicine, University Hospitals, Freiburg, Germany - Clin Rheumatol. 2000;19(4):253-7 - PMID: 10941802
    Fibromyalgia (FM) is a disorder characterised by diffuse widespread musculoskeletal aching and stiffness and multiple tender points [1].
    Its pathophysiology is poorly understood.
    The influence of aerobic endurance exercise on pain in patients with FM was investigated.
    Twenty-seven patients (25 female, 2 male) participated in a controlled clinical study and performed 12 weeks of jogging, walking, cycling or swimming following a given schedule.
    Twelve sedentary FM patients (11 female, 1 male) served as controls.
    Before and after training both the study and the control groups were evaluated spiroergometrically.
    Tender point pain was quantified by dolorimetry.
    The painful body surface was estimated by a pain body diagram and its intensity by a visual analogue scale and a ranking scale.
    Patients trained for an average of 25 min two to three times a week, with an average intensity of 50% of maximal oxygen uptake (VO2max).
    Unlike the control group, the training group exhibited a decrease in heart rate and VO2 and an increase in respiratory quotient during submaximal workload.
    Maximal performance capacity and VO2max remained unchanged, whereas the wattpulse (watt/heart rate) improved at maximal workload.
    Pain parameters remained unchanged in the control group, but in the training group the mean number of positive tender points (15.4/12.7), the mean pain threshold of the gluteal tender point (2.89 kp/3.50 kp) and the painful body surface (18%/15% body surface) decreased significantly.
    Subjective general pain condition deteriorated in two patients but improved in 17.
    Our results suggest a positive effect of aerobic endurance exercise on fitness and well-being in patients with FM.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10941802

    3.4 - The effects of Exercise and education, individuelly or combined, in women with fibromyalgia

    King, Wessel, Bhambhani, Sholter en Maksymowych (2002) deden een onderzoek waarbij het effect werd onderzocht van een aŽroob trainingsprogramma, een zelf-management educatie programma en een combinatie van training en educatie bij vrouwelijke fibromyalgie patiŽnten.

    Behandeling
    De patiŽnten werden in 4 groepen verdeeld met verschillende behandelmethodes en werden op verschillende momenten getest.
    De aŽrobe trainingsgroep trainden 3 keer per week onder supervisie, gedurende 12 weken.
    De trainingstijd varieerde van 10-15 minuten in het begin van de studie tot 20-40 na 12 weken.
    De training bestond uit lopen, aqua- aerobics of lage impact aerobics.
    Het grootste deel van de deelnemers trainden comfortabel bij 60-75% van hun maximale hartslag (220-leeftijd), sommige trainden op 60% hiervan.
    De hartslag werd halverwege en aan het eind genoteerd.
    De educatiegroep kwam 1 keer per week bij elkaar, voor 1,5-2 uur durende sessies.
    Het programma was gebaseerd op de principes van zelfmanagement.
    De combinatiegroep ontmoetten elkaar 3 keer per week.
    Ze trainden 2 keer per week en de derde bijeenkomst bestond uit een educatiesessie met aansluitend de training.
    De controlegroep kreeg in het begin instructies voor basis stretchen en 5 items voor coping strategieŽn.
    De studie was zo opgezet dat de verschillende groepen elkaar niet zouden zien, maar door de vele afhakers werden de groepen zo klein dat ze bij elkaar werden gezet.
    De combinatiegroep ging samen met de trainingsgroep en de educatiegroep.

    Gebruikte tests
    - Palpatiepijn bij de 18 pijnpunten.
    - De Chronic Pain Selfefficiacy Scale meet de zelfefficiŽntie wat betreft het omgaan met chronische pijn.
    - De Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ) die de symptomen en mate van handicap in kaart brengt.
    - De lichamelijke gesteldheid werd door middel van de 6-minuten-looptest in kaart gebracht.

    Uitkomst van het onderzoek
    - De aŽrobe trainingsgroep liet een significante verbetering zien wat betreft de afstand van de 6-minuten-looptest gedurende alle testmomenten.
    - De Chronic Pain Selfefficiacy Scale liet in de combinatiegroep een toename zien op alle testmomenten.

    The effects of exercise and education, individually or combined, in women with fibromyalgia
    Sharla j. King, Jean Wessel, Yagesh Bhambhani, Dale Sholter & Walter Maksymowych - J Rheumatol 2O02;2l.):262O 7
    Objective
    - To examine ihe effectiveness of a supervised aerobic exercise program, a sell-nianagcmenl education program and the combination of exercise and education lor women with fibromyalgia (FM).
    Methods - One hundred fifty-two women were randomized into one of 4 groups : exercise only, education-only, exercise and education or control.
    The duration of (he study Mas 12 weeks.
    All subjects were analyzed at 3 times before study, immediately upon completion and 3 months alter completion of ihe intervention program on measures of disability, self-effieuey. fitness, tender pomiconni and tender point tenderness.
    Of the 152 women, complete data were available lor 95 and who complied with the protocol.
    In order to determine the group x time interaction, a 2 way analysis of variance with repeated measures was used toi each measure.
    Results - The only significant group lime interaction was reported with the compliance analysis of the Self-Efficacy Coping with Other Symptoms subscale and the Six Minute Walk.
    If the program was followed, the combination of a supervised exercise program and group education provided persons with FM with a belter sense of control over their symptoms.
    Fitness improved in the 2 groups undergoing supervised aerobic exercise programs.
    However, the improvement in lilness was maintained at followup in the exercise-only group and not the combined group.
    Conclusion - Subjects receiving the combination of exercise and education and who complied with the treatment protocol improved their perceived ability to cope with other symptoms.
    In addition, a superised exercise program increased walking distance at post-test, an increase that was maintained at lollowup in the exercise-only group.
    Results demonstrate the challenges with conducting exercise and education studies in persons with FM.
    Cfr. :
    https://www.cebp.nl/vault_public/filesystem/?ID=2964

    3.5 - A randomized clinical trial comparing fitness and biofeedback training versus basic treatment in patients with fibromyalgia

    Santen, Bolwijn en Verstappen et al. (2002) vergelijken de therapeutische effecten van lichamelijke fitness training of biofeedback training met de resultaten van een normale behandeling bij vrouwelijke fibromyalgie patiŽnten.

    Behandeling
    De patiŽnten werden in drie groepen verdeeld met ieder verschillende behandel methodes.
    De aŽrobe training werd onder supervisie gegeven 2 keer per week, 60 minuten, 24 weken lang.
    De patiŽnten werden gestimuleerd om nog een keer zelfstandig te trainen en na elke trainingssessie even gebruik te maken van de sauna / zwembad.
    De patiŽnten bepaalden de intensiteit zelf, omdat ze mochten stoppen wanneer ze moe waren of teveel pijn ervaarden.
    Biofeedback training bestond uit een individuele sessie van 30 minuten, 2 keer per week, gedurende 8 weken.
    Spierrelaxatie werd door middel van visuele feedback gegeven.
    Ze werden gestimuleerd om twee keer per dag zelf thuis te oefenen met behulp van een audio tape met instructies.
    Na de 8 weken begeleidde training werden de deelnemers gestimuleerd om de 2 sessies per dag zelfstandig voor de overgebleven 16 weken vol te blijven houden.
    Het educatieprogramma werd eveneens gegeven aan gerandomiseerde patiŽnten uit de trainingsgroep en de biofeedback groep.
    Onder supervisie werden 6 sessie van 90 minuten gegeven, verdeeld over de 24 weken.
    De patiŽnten werden geÔnformeerd over fibromyalgie.
    De patiŽnten in de controlegroep namen aan geen van deze behandelingen deel.

    Gebruikte tests
    - Pijn aangegeven op een Visuele Analoge Schaal (VAS).
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - De lichamelijke gesteldheid gemeten met een fietsergometer.
    - De Arthritis Impact Measurement Scale die de lichamelijke, psychologische en sociale gesteldheid in kaart brengt.
    - De Symptom Checklist 90-revised : deze meet de aanwezigheid van psychologische symptomen.
    - Subjectieve patiŽntentevredenheidsmeting.

    Uitkomsten van het onderzoek

    - Geen interventie liet een significante verbetering zien wat betreft pijn.
    - Geen enkele test liet een noemenswaardige verbetering zien.
    - Lichamelijke fitness was significant verslechterd tijdens de studie in alle groepen, al was de vermindering in de trainingsgroep significant minder vergeleken met de controlegroep.

    A randomized clinical trial comparing fitness and biofeedback training versus basic treatment in patients with fibromyalgia
    van Santen M, Bolwijn P, Verstappen F, Bakker C, Hidding A, Houben H, van der Heijde D, Landewť R, van der Linden S, Department of Internal Medicine, University Hospital Maastricht, The Netherlands : msa@sint.azm.nl - J Rheumatol. 2002 Mar;29(3):575-81 - PMID: 11908576
    Objective - To compare the therapeutic effects of physical fitness training or biofeedback training with the results of usual care in patients with fibromyalgia (FM).
    Methods - One hundred forty-three female patients with FM (American College of Rheumatology criteria) were randomized into 3 groups : a fitness program (n = 58), biofeedback training (n = 56) or controls (n = 29).
    Half the patients in the active treatment groups also received an educational program aimed at improving compliance.
    Assessments were done at baseline and after 24 weeks.
    The primary outcome was pain [visual analog scale (VAS)].
    Other endpoints were the number of tender points, total myalgic score (dolorimetry), physical fitness, functional ability (Arthritis Impact Measurement Scale and Sickness Impact Profile), psychological distress (Symptom Checklist-90-Revised), patient global assessment (5 point scale) and general fatigue (VAS).
    Results - Baseline scores were similar in all 3 groups.
    Altogether 25 (17.5%) patients dropped out; they were similarly distributed over all groups : 14 patients after randomization and 11 (8%) during the study.
    A true high impact level for fitness training was not attained by any patient.
    After treatment, no significant differences in change scores of any outcome were found between the groups (ANOVA, p > 0.05).
    All outcome measures showed large variations intra- and interindividually.
    The educational program did not result in higher compliance with training sessions (62% vs 71%).
    Analysis of the subgroup of subjects with a high attendance rate (> 67%) also showed no improvement.
    Conclusion - In terms of training intensity and maximal heart rates, the high impact fitness intervention had a low impact benefit.
    Therefore effectiveness of high impact physical fitness training cannot be demonstrated.
    Thus compared to usual care, the fitness training (i.e., low impact) and biofeedback training had no clear beneficial effects on objective or subjective patient outcomes in patients with FM.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11908576

    3.6 - High or low intensity aerobic fitness training in fibromyalgia - Does it matter ?

    Santen, Bolwijn, Landewe et al. hebben in hun vervolgstudie 'High or low intensity aŽrobe fitness training in fibromyalgie - Does it matter ?' de effecten van een hoge intensiteitstraining vergeleken met een lage intensiteitstraining bij vrouwelijke fibromyalgie patiŽnten.

    Behandeling
    De patiŽnten werden ingedeeld in twee groepen en ondergingen beide hun eigen behandelmethode.
    De lage aŽrobe trainingsgroep werd onder supervisie 2 keer per week, 60 minuten, 24 weken lang gegeven.
    De patiŽnten werden gestimuleerd om nog een derde keer per week zelfstandig te trainen en na elke trainingssessie even gebruik te maken van de sauna / zwembad.
    De patiŽnten bepaalden de intensiteit zelf, omdat ze mochten stoppen wanneer ze moe waren of teveel pijn ervaarden.
    De hoog-aŽrobe trainingsgroep werd verdeeld in 2 subgroepjes.
    Ze trainden 3 keer per week onder supervisie, van 60 minuten per training, gedurende 20 weken.
    De training bestond uit balspelen om op te warmen, gevolgd door 45 minuten fietsen.
    Hierbij was doel voor minimaal 20-30 minuten de hartslag boven de 150 slagen per minuut te houden.

    Gebruikte tests
    - Pijn aangegeven op een Visuele Analoge Schaal (VAS).
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - De lichamelijke gesteldheid gemeten met een fietsergometer.
    - De Arthritis Impact Measurement Scale die de lichamelijke, psychologische en sociale gesteldheid in kaart brengt.
    - De Symptom Checklist 90-revised, die de aanwezigheid van psychologische symptomen meet.
    - Subjectieve patiŽntentevredenheidsmeting.

    Uitkomst van het onderzoek
    - In de hoog-aŽrobe trainingsgroep was er een 20% toename van pijn.
    - De VAS voor pijn nam met 11mm toe in de hoge aŽrobe groep en met 2 mm in de lage aŽrobe groep.
    - De maximale Wattage is in de hoog-aŽrobe trainingsgroep verbeterd met 12% en in de laag-aŽrobe trainingsgroep verbeterd met 6%; ook hier waren de groepsverschillen niet significant.
    - De Arthritis Impact Measurement Scale liet in beide groepen verbeteringen zien, maar zonder significante verschillen onderling; alleen het onderdeel pijn was bij de lage aŽrobe groep verbeterd en bij de hoge aŽrobe groep verslechterd; deze verschillen waren wťl significant.
    - De Symptom Checklist 90 Revised liet in beide groepen kleine niet significante verschillen zien.
    - De subjectieve tevredenheidsmeting was verbeterd in de hoog-aŽrobe trainingsgroep en verslechterd in de laag-aŽrobe trainingsgroep; de groepsverschillen waren niet significant.

    High or low intensity aerobic fitness training in fibromyalgia - Does it matter ?
    Marijke van Santen (1), Paulien Bolwijn (2), Robert Landewe (3), Frans Verstappen (2), Carla Bakker (1), Alita Hidding (4), Dťsirťe Van der Heijde (1), Harry Houben (2) & Sjef Van der Linden (1) -- (1) Department of Internal Medicine, Division of Rheumatology, University Hospital, Maastricht, Pays-Bas -- (2) University of Limburg, Maastricht, Pays-Bas -- (3) Department of Rheumatology, Atrium Medical Center, Heerlen, Pays-Bas - (4) Institute for Rehabilitation Research, Hoensbroek, Pays-Bas -- Journal of rheumatology, 2002, vol. 29, no3, pp. 582-587 (23 ref.) - ISSN 0315-162X - Journal of Rheumatology Publishing, Toronto, ON, CANADA  (1974) (Revue) - © 2008 INIST-CNRS
    Objective - To determine the efficacy of training in fibromyalgia (FM), we compared the effects of high intensity fitness training (HIF) and low intensity fitness training (LIF).
    Methods - Thirty-seven female patients with FM were randomly allocated to either a HIF group (n = 19) or a LIF group (n = 18).
    Four patients (I HIF group, 3 LIF group) refused to participate after randomization but before the start of the intervention.
    They were excluded from the analysis.
    Assessments were performed at baseline and after 20 weeks of HIF or LIF.
    The primary outcome was patient's global assessment ion 100 mm visual analog scale (VAS)].
    Secondary endpoints were pain, number of tender points, total myalgic score, physical fitness, health status and psychological distress.
    Results - One patient in the HIF group (n = 18) and 2 in the LIF group (n = 15) stopped training sessions during the course of the study.
    Nine of 18 patients in the HIF group compared to 8 of 15 patients in the LIF group achieved a participation rate of 67% or more.
    Most important reasons for nonadherence were postexercise pain and fatigue, time consumption and stress.
    The VAS for global well being improved slightly from 64 to 56 mm in the HIF group and did not change in the LIF group (58 to 61 mm) (p = 0.07). The Wmax (physical fitness) changed modestly from 110 to 123 watt in the HIF group and from 97 to 103 watt in the LIF group (p = 0.3).
    VAS for pain increased from 53 to 64 mm in the HIF group and from 52 to 54 mm in the LIF group.
    The large standard deviations around mean change in global assessments, number of tender points, total myalgic score and psychological distress (by SCL-90) severely influenced the power to detect within- and between-group differences.
    Analysis limited to those patients who accomplished a high attendance rate (> 67%) showed similar results.
    Conclusion - High intensity physical fitness training compared to low intensity physical fitness training leads to only modest improvements in physical fitness and general well being in patients with FM and does not positively affect psychological status and general health.
    Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=13538186

    3.7 - Aerobic fitness effects in fibromyalgia

    In het onderzoek van Valim, Oliveira, Suda, Silva en Assis (2003) : 'AŽrobe fitness effects in fibromyalgia' wordt de invloed van twee verschillende trainingsvormen met elkaar vergeleken, namelijk aŽrobe fitness en stretch training.

    Behandeling
    De patiŽnten werden in twee groepen ingedeeld, die beide een behandeling ondergingen.
    De aŽrobe trainingsgroep onderging een loopprogramma, bestaande uit 3 trainingen per week onder toezicht, van elk 45 minuten gedurende 20 weken.
    De loopsnelheid werd bepaald aan de hand van de hartslag, welke onder de anaŽrobe grens moest blijven.
    De tweede groep onderging een stretch programma, 3 keer per week, 45 minuten, 20 weken lang.
    Elke positie werd 30 seconden aangehouden, de oefeningen werden voorzien van totale flexibiliteit, zonder toename van de hartslag.

    Gebruikte tests
    - De anaŽrobe grens (VT) en de maximale zuurstof opname (VO2max) werden gemeten met een spiroergometrische test.
    - Flexibiliteit gemeten door de Sit-and-Reachtest.
    - De Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ) die de symptomen en mate van handicap in kaart brengt.
    - De Short Form Health Survey-36 (SF-36), die de functionele gezondheid en het welzijn gevoel test.
    - De Beck Depression Inventory voor het meten van de aanwezigheid van een depressie.
    - De Trace-State Anxiety Inventory waarbij zowel de toestand als het karakter van de angst wordt gemeten.
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - Subjectieve pijn werd aangegeven op een Visuele Analoge Schaal (VAS).

    Uitkomsten van het onderzoek
    - De aŽrobe trainingsgroep liet wat betreft de VO2max en de VT een significante verbetering zien in vergelijking met de flexibiliteit groep.
    - Beide groepen hadden een significante verbetering wat betreft de Sit-and-Reach test.
    - De FIQ liet een verbetering zien bij beide groepen, echter deze was hoger bij de aŽrobe trainingsgroep.
    - De Beck Depression Inventory, de VAS voor pijn en het aantal pijnpunten waren significant verbeterd in de aŽrobe trainingsgroep.

    Aerobic fitness effects in fibromyalgia
    Valim V, Oliveira L, Suda A, Silva L, de Assis M, Barros Neto T, Feldman D, Natour J, Department of Medicine, S„o Paulo Federal University, S„o Paulo, Brazil - J Rheumatol. 2003 May;30(5):1060-9 - PMID: 12734907
    Objective - To compare 2 exercise modalities, aerobic fitness training and stretching exercises, in patients with fibromyalgia (FM) in relation to function, pain, quality of life, depression and anxiety and to correlate the cardiorespiratory fitness gain with symptom improvement.
    Methods - Seventy-six women with FM between 18 and 60 years old were randomized to either an aerobic program or stretching program, for 20 weeks.
    They were evaluated at the beginning of the program and after 10 and 20 weeks in relation to the improvement of aerobic fitness, flexibility, function, Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ), Short-form Health Survey (SF-36) and depression and anxiety levels.
    Ventilatory anaerobic threshold (VT) and maximum oxygen uptake (VO2max) were determined by expired gas analyses.
    Results - Aerobic exercise was superior to stretching in relation to VO2 max, VT, function, depression, pain and the emotional aspects and mental health domains of SF-36.
    Patients in the stretching group showed no improvement in depression, "role emotional" and "mental health".
    No association was noted between improvement in aerobic fitness as measured by VT and the improvement of pain, function or scores in FIQ and SF-36.
    Conclusion - Our results confirm that aerobic exercise is beneficial to patients with FM, but the cardiorespiratory fitness gain is not related to improvement of FM symptoms.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12734907

    3.8 - Effect of a randomized, controlled trial of exercise on mood and physical function in individuals with fibromyalgia

    Gowans, deHueck, Voss, Silaj, Abbey en Reynolds (2001) in: 'Effect of a randomised, controlled trial of exercise on mood and physical function in individuels with fibromyalgia' doen onderzoek naar het effect van aŽrobe training op stemming en lichamelijke functies bij fibromyalgie patiŽnten.

    Behandeling
    De patiŽnten werden in twee groepen ingedeeld en werden op meerdere momenten getest.
    Het programma van de aŽrobe trainingsgroep bestond uit 3 keer trainen per week, 30 minuten, gedurende 23 weken lang.
    Onder begeleiding werden er verschillende aŽrobe renvormen gedaan in combinatie met armbewegingen.
    Om napijn te voorkomen werden de eerste 7 trainingsweken in een warm therapeutisch bad gegeven.
    De patiŽnten trainden op een intensiteit van 60-70% van hun maximale hartslag.
    PatiŽnten werden getraind in het controleren van hun hartslag en moesten hun intensiteit hierop aanpassen.
    De controlegroep nam niet aan deze behandeling deel.

    Gebruikte tests
    - De Beck Depression Inventory voor het meten van de aanwezigheid van depressie.
    - De lichamelijke gesteldheid werd getest door middel van de 6-minuten-looptest.
    - De State ĖTrait Anxiety Inventory waarbij zowel de toestand als het karakter van de angst wordt gemeten.
    - De Mental Health Inventory voor het meten van de mentale gezondheid.
    - De Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ) die de symptomen en mate van handicap in kaart brengt.
    - De Arthritis Self-Efficacy Scale, die de toename van zelfefficiŽntie bij fibromyalgie meet.
    - Palpatie pijn bij de 18 pijnpunten.
    - Door middel van 6 maximale concentrische contracties werd de isokinetische kracht van de rechterknie gemeten.

    Uitkomsten van het onderzoek
    - In de aŽrobe trainingsgroep was er een significante vermindering van de Beck Depression Inventory; deze was onveranderd in de controlegroep.
    - De 6-minuten-looptest liet in de trainingsgroep een significante verbetering zien gedurende de 23 weken. de controlegroep liet een verslechtering zien.
    - De State Ė Trait Anxiety Inventory was verminderd bij de trainingsgroep, terwijl er een toename in de controlegroep was. Deze resultaten onderling waren significant bij 12 en 23 weken.
    - De Mental Health Inventory liet een verbetering zien in de aŽrobe trainingsgroep en een verslechtering in de controlegroep. Deze waren significant bij 23 weken.
    - De FIQ was verbeterd bij de aŽrobe trainingsgroep; significante verschillen met de controlegroep waren zichtbaar bij 6 en 23 weken.
    - De Arthritis Self-efficacy Scale liet een verbetering zien in de aŽrobe trainingsgroep, met op elk testmoment significante verschillen met de controlegroep.
    - In beide groepen geen verschillen in pijnpunten en in de maximale kniekracht gedurende de studie periode.

    Effect of a randomized, controlled trial of exercise on mood and physical function in individuals with fibromyalgia
    E. Gowans (1), A. Deheuck (1), S. Voss (1), A. Silaj (1), E. S. Abbey (2) & W. J. Reynolds -- (1) Department of Rehabilitation Services, University Health Network and University of Toronto, Ontario, Canada -- (2) Department of Psychiatry, University Health Network and University of Toronto, Ontario, Canada -- (3) Department of Rheumatology, University Health Network and University of Toronto, Ontario, Canada - Arthritis care and research, 2001, vol. 45, no6, pp. 519-529 (47 ref.) - ISSN 0893-7524 - Lippincott Williams and Wilkins, Hagerstown, MD, Etats-Unis (1988) (Revue) - © 2008 INIST-CNRS
    Objective - To evaluate the effect of exercise on mood and physical function in individuals with fibromyalgia.
    Methods - Subjects were randomly assigned to an exercise (EX) or control (CTL) group.
    EX subjects participated in 3 30-minute exercise classes per week for 23 weeks.
    Subjects were tested at entry and at 6, 12 and 23 weeks.
    Tests included the Beck Depression Inventory (BDI), 6-minute walk, State-Trait Anxiety Inventory (STAI), Mental Health Inventory (MHI), Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ), Arthritis Self-Efficacy Scale (ASES) and a measure of tender points and knee strength.
    Results - Fifty subjects (27 EX, 23 CTL) completed the study and 31 (15 EX, 16 CTL) met criteria for efficacy analyses.
    In efficacy analyses, significant improvements were seen for EX subjects in 6-minute walk distances, BDI (total, cognitive/ affective), STAI, FIQ, ASES and MHI (3 of 5 subscales) scores.
    These effects were reduced but remained during intent-to-treat analyses.
    Conclusion - Exercise can improve the mood and physical function of individuals with fibromyalgia.
    Cfr. :
    http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=13381870


    4. - Discussie/ Analyse

    In de artikelen heb ik gekeken naar de volgende aandachtspunten ten aanzien van aŽrobe training bij fibromyalgie patiŽnten :
    - Intensiteit van de training
    - De begeleiding
    - De inhoud van de training en
    - De invulling van de controlegroep.

    De artikelen van Horven Wigers (Horven Wigers et al. 1996 Ė cfr. 3.1.1 & 3.1.2 hierboven) en Gowans (Gowans et al. 2001 Ė cfr. 3.8 hierboven) betreffen twee onderzoeken die goed met elkaar te vergelijken zijn.
    Dit geldt voor zowel de trainingsintensiteit, begeleiding, de inhoud van de training, controlegroep als de vele positieve uitkomsten.
    Bij beide onderzoeken wordt een duidelijke trainingsintensiteit aangegeven aan de patiŽnten (60-70% van de maximale hartslag) en wordt de patiŽnten geleerd hoe hun hartslag te meten en hun training hier op aanpassen.
    De trainingen worden onder supervisie 3 keer per week gegeven.
    Bij beide trainingen worden zowel de bovenste als onderste extremiteiten betrokken en worden er verschillende activiteiten aangeboden (balspelen, bewegen op muziek, zwemmen, lopen) gedurende de studie.
    De deelnemers van de controlegroepen moeten hun normale levenswijze continueren (waarin medicatie en fysiotherapie eventueel aan de orde zouden kunnen zijn).
    Vooral de subjectieve beleving van de patiŽnt wordt duidelijk in kaart gebracht door verschillende metingen in beide onderzoeken.
    Voor beide onderzoeken geldt dat deze beleving van de gezondheidstoestand (gezien als de belangrijkste graadmeter voor een al dan niet geslaagde behandeling) positief is tijdens en na de aŽrobe training ten opzichte van de controlegroepen.

    De onderzoeken van Richards (Richards et al. 2002 Ė cfr. 3.2 hierboven) en Valim (Valim et al. 2003 Ė cfr. 3.7 hierboven) hebben ook veel overeenkomsten.
    De trainingsintensiteit wordt aangegeven door middel van een omschrijving, hoe de patiŽnt zich moet voelen gedurende de training.
    In beide onderzoeken worden de interventies volledig begeleid.
    De inhoud van de training is weinig gevarieerd (lopen, fietsen) gedurende het onderzoek en bij beide is de inhoud van de controlegroep ook een interventie (relaxatie / flexibiliteittraining en een stretch programma).
    Bij beide hebben de trainingen positieve invloed op de symptomen, maar zijn de verschillen met de controlegroep minder groot en minder significant.

    Meiworm (Meiworm et al. 2000 Ė cfr. 3.3 hierboven) en de beide artikelen geschreven door van Santen (Santen et al. 2002 Ė cfr. 3.5 & 3.6 hierboven) hebben voornamelijk overeenkomsten wat betreft de intensiteit en begeleiding.
    Er wordt geen duidelijke trainingsintensiteit aangegeven aan de patiŽnten.
    Bij Meiworm (Meiworm et al. 2000 Ė cfr. 3.3 hierboven) wordt de hartslag wel gemeten, maar is dit niet relevant voor de patiŽnten.
    Bij de artikelen van Santen et al. mogen de patiŽnten de intensiteit zelf bepalen.
    Ze mogen pauze nemen wanneer ze moe zijn of veel pijn hebben.
    De begeleiding is deze tijdens de training bij Meiworm (Meiworm et al. 2000) volledig afwezig en bij de onderzoeken van Santen (Santen et al. 2002) krijgen de patiŽnten twee van de drie trainingen per week begeleiding.

    Bij het artikel van King (King et al. 2002 Ė cfr. 3.4 hierboven)) wordt de trainingsintensiteit duidelijk aangegeven aan de patiŽnten (60-70% van de maximale hartslag), wordt er 3 keer per week onder supervisie getraind en is het trainingsprogramma gevarieerd.
    Helaas zijn er gedurende de studie veel patiŽnten gestopt.
    De groepen werden zo klein dat de patiŽnten van de verschillende groepen werden samengevoegd.
    Hierdoor konden ze elkaar beÔnvloeden hetgeen door de onderzoekers ook niet werd tegengegaan.
    Uit de testresultaten komen naar voren dat een aŽroob trainingsprogramma voor fibromyalgie patiŽnten zinvol is, maar wel onder een aantal voorwaarden : een belangrijke
    factor blijkt een continue begeleiding tijdens de trainingen te zijn.

    Een meta-analyse uit 2005, 'Useful treatments for fibromyalgia syndrome', geschreven door Goldenberg DL et al. (cfr. 'Useful treatments for fibromyalgia syndrome' & 'Management of Fibromyalgia Syndrome' in de inleiding hierboven) levert sterk bewijs over het effect op deze groep patiŽnten van training, cognitieve gedragstherapie en educatie.
    Door de positieve effecten van gedragstherapie en educatie valt te veronderstellen dat er bij deze patiŽnten een duidelijke behoeften bestaat aan uitleg, begeleiding en ondersteuning.

    Burckhard (Burckhard et al. 1994 Ė cfr. 'Assessing depression in fibromyalgia patients' in de inleiding hierboven) beschrijft dat 25 % van de fibromyalgie patiŽnten depressief is, waardoor continue begeleiding noodzakelijk blijkt om ingezette therapieŽn door te zetten.
    Daarom is wellicht zelfstandig trainen bij deze categorie geen effectief middel.
    In het verlengde van de noodzaak tot begeleiding ligt de behoefte aan objectieve meetinstrumenten wat betreft de intensiteit van de trainingen.
    Als de patiŽnten op hun gevoel moeten beslissen door te gaan of pauze te nemen neigen ze tot een trainingsintensiteit te komen die lager is dan de aŽrobe training.
    Dit standpunt wordt bevestigd in beide artikelen van Santen (Santen et al. 2002 - cfr. 3.5 & 3.6 hierboven) waarbij de patiŽnten zelf moeten bepalen wanneer ze stoppen.
    De aŽrobe training is beduidend minder effectief.
    Een training waarbij de aŽrobe grens wordt overschreden heeft een tegengestelde effect op de symptomen van fibromyalgie.
    .../...


    Lees verder : Deel II

    09-01-2009 om 23:16 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AŽrobe training bij fibromyalgie - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




     

    AŽrobe training bij fibromyalgie
    Eindexamenopdracht afdeling Fysiotherapie Hogeschool van Utrecht

    Deel II

    .../...
    Santen (Santen et al. 2002 - cfr. 3.5 & 3.6 hierboven) ondersteunt dit in het onderzoek.
    De patiŽnten haakten af, ze gaven aan dat ze niet hersteld waren bij de volgende trainingssessie.
    Ze waren volledig op, ze hadden de training ervaren als stressvol en pijnlijk.
    De resultaten lieten dan ook een significante toename van de pijn zien.
    Waarom is de inhoud van de training zo belangrijk ?
    De inhoud van de training is onder te verdelen in vier aspecten :
    - variatie (zwemmen, joggen, balspelen, bewegen op muziek, lopen in combinatie met armbewegingen)
    - betrokkenheid van zowel onderste als bovenste extremiteiten
    - tijdsduur van de training
    - het aantal sessies per week.
    Variatie heeft een positief effect op de symptomen bij fibromyalgie patiŽnten.

    In hun onderzoeken gebruiken Horven Wigers (Horven Wigers et al. 1996 Ė cfr. 3.1.1 & 3.1.2 hierboven) en Gowans (Gowans et al. 2001 Ė cfr. 3.8 hierboven) gevarieerde trainingen.
    Zij vinden veel positieve testresultaten.

    Het onderzoek van Meiworm (Meiworm et al. 2000 Ė cfr. 3.3 hierboven) past een training toe waarbij de patiŽnten gedurende de hele studie dezelfde activiteit uitvoeren.
    Er zijn aan het eind van de training weinig positieve testresultaten.
    Om de pijn bij fibromyalgie patiŽnten te kunnen beÔnvloeden blijkt het belangrijk om zowel de bovenste als onderste extremiteiten in de activiteiten te betrekken.

    Het onderzoek van Horven Wigers (Horven Wigers et al. 1996 Ė cfr. 3.1.1 & 3.1.2 hierboven) is ťťn van de weinige studies waarbij de training een verbetering liet zien wat betreft te pijnpunten.
    De armen en benen worden gelijkmatig belast tijdens de balspelen en het bewegen op muziek binnen de training.
    Dit blijkt nodig, omdat de pijnpunten gelijknamig verdeeld zijn over de bovenste en onderste extremiteiten.

    Dit wordt bevestigd door Meiworm (Meiworm et al. 2000 Ė cfr. 3.3 hierboven) : 81% van de patiŽnten uit dat onderzoek koos voor fietsen, wandelen of joggen, waarbij voornamelijk de onderste extremiteiten belast werden.
    Het enige pijnpunt waarbij de pijngrens significant verminderd is binnen dit onderzoek is het gluteale punt (ter hoogte van de bil).
    De tijdsduur van een trainingssessies varieert bij de verschillende onderzoeken tussen de 30-60 minuten.
    Er is geen duidelijke lijn te trekken wat betreft tijdsduur en testresultaten.

    Wat betreft het aantal sessies per week gebruiken de onderzoeken, op die van Richards (Richards et al. 2002 Ė cfr. 3.2 hierboven) na, 3 trainingssessies per week.
    Alleen de onderzoeken die 3 trainingssessies in combinatie met het begeleidt trainen gebruiken scoren hoog op de verschillende tests aan het eind van de onderzoeken.

    Waarom is de invulling van de controlegroep zo belangrijk ?

    In verschillende onderzoeken komt dit naar voren.

    Valim (Valim et al. 2003 Ė cfr. 3.7 hierboven) geeft aan dat stretchen als interventie minder goed als controlegroep kan worden gebruikt, de patiŽnten uit deze groep hebben ook voordeel van de behandeling.

    Bij het onderzoek van Richards (Richards et al. 2002 Ė cfr. 3.2 hierboven) komt ook duidelijk naar voren dat de resultaten onderling minder significant zijn.

    Onderzoeken waarbij de controlegroep ook een behandeling ondergaat bemoeilijkt het antwoord te krijgen op de vraagstelling.

    Het aantal weken dat getraind zou moeten worden om resultaat te zien is onduidelijk.

    Bij zowel 14 weken (Horven Wigers et al. 1996 Ė cfr. 3.1.1 & 3.1.2 hierboven) als bij 23 weken (Gowans et al. 2001 Ė cfr. 3.8 hierboven) worden goede resultaten geboekt, maar bij de 24 weken in beide artikelen van Santen (Santen et al. 2002 Ė cfr. 3.5 hierboven) zijn weinig goede resultaten.
    Dit zou in de toekomst nog eens getest moeten worden bij trainingen die aan de ďcriteriaĒ voldoen.

    Er zou nog meer onderzoek gedaan moeten worden wat betreft de effecten op langere termijn.
    Dit, omdat patiŽnten die doorgaan bij sommige onderzoeken soms goede resultaten boeken en zelfs niet meer voldoen aan de criteria van het Amerikaanse College van reumatologie 1990.
    Horven Wigers et al. laat dit in hun studies zien (Horven Wigers et al. 1996 Ė cfr.
    3.1.1 & 3.1.2 hierboven).
    Het aantal patiŽnten is echter te laat om hier algemeen geldende conclusies uit te kunnen trekken.


    5. - Conclusie

    Het antwoord op de vraag : heeft aŽrobe training effect op de symptomen bij fibromyalgie patiŽnten is : ja.

    Wel moet deze aŽrobe training aan een aantal criteria voldoen :
    - De trainingsintensiteit moet duidelijk aangegeven worden door middel van een hartslag meting en moet tussen de 60-70% van de maximale hartslag blijven. De patiŽnten moeten deze zelf continue kunnen aflezen en hier hun intensiteit op aanpassen.
    - Gedurende de hele training moet er begeleiding aanwezig zijn om de patiŽnten te stimuleren en ondersteunen.
    - De inhoud van de training moet gevarieerd zijn en zowel de bovenste als onderste extremiteiten moeten in de trainingen worden betrokken.
    - Er zou 3 keer per week getraind moeten worden, op deze manier zit er altijd een dag tussen voor herstel. De tijd per trainingssessie zou kunnen variŽren van minimaal 30 minuten tot maximaal 60 minuten.


    Literatuurlijst

    1. Bottenberg HA
      Woordenboek terminologie trainingsleer van A tot Z
      Uitgeverij De Vriesborch, Haarlem 1993

    2. Burckhardt CS, OíReilly CA, Wiens AN, Clark SR, Campbell SM, Bennett RM
      Assessing depression in Fibromyalgia patiŽnts
      Arthritis Care res 1994;7:35-39

    3. Dijkstra W
      Fibromyalgie en training symptomen en diagnostiek
      Sportgericht-
      Jrg. 2003;6:33-36

    4. Goldenberg DL, Burchhardt C, Crofford L
      Useful treatments for fibromyalgia syndrome
      The journal of family practice 2005;Vol 54, No. 2

    5. Gowans SE, Hueck A, Voss S, Silaj A, Abbey SE, Reynolds WJ
      Effect of a randomised, controlled trial of exercise on mood and physical function in individuels with fibromyalgia
      2001;Vol 45, No.6:519-529

    6. Gowans SE, deHueck A
      Effectiveness of exercise in management of fibromyalgia
      Curr Opin Rheumatol 2004;16:138-142

    7. 7. Horven Wigers SH, Stiles TC, Vogel PA
      Effects of aerobic exercise versus stress management treatment in fibromyalgia Ė A 4,5 year prospective study
      Scand J Rheumatol 1996;25:77-86

    8. King SJ, Wessel J, Bhambhani Y, Sholter D, Maksymowych W
      The effects of exercise and education, Individuelly or combined, in women with fibromyalgia
      Journal Rheumatol 2002;29:2620-2627

    9. Meiworm L, Jakob E, Walker UA, Peter HH, Keul J
      Patients with Fibromyalgia benefit from aerobic endurance exercise
      Clin Rheumatol 2000;19:253-257

    10. Richards SCM, Scott DL
      Prescribed exercise in people with fibromyalgia - Parallel group randomised controlled trial
      Britisch Medical Journal 2002;325:185-189

    11. Santen M, Bolwijn P, Verstappen F, Bakker C, Hidding A, Houben H, Heijde D, Landewe R, Linden S
      A randomised clinical trial comparing fitness and biofeedback training versus basic treatment in patients with fibromyalgia
      Journal Rheumatol 2002;29:575-581

    12. Santen M, Bolwijn P, Verstappen F, Bakker C, Hidding A, Houben H, Heijde D, Landewe R, Linden S
      High or low intensity aerobic fitness training in fibromyalgia - Does it matter ?
      Journal Rheumatol 2002;29:582-587

    13. Valim V, Oliveira L, Suda A, Silva L, Assis M, Barros Neto T, Feldman D, Natour J
      Aerobic Fitness affects in Fibromyalgia
      Journal Rheumatol 2003;30:1060-1069

    14. Wolfe F, Smythe HA, Yunus MB, Bennett RM, Bombardier C, Goldenberg DL et al.
      The American College of Rheumatology - Criteria for the classification of fibromyalgia
      Arthritis Rheum 1990;33:160-172
      Cfr. :
      http://www.rheumatology.org/publications/classification/fibromyalgia/fibro.asp

    Cfr. : http://hbo-kennisbank.uvt.nl/cgi/hu/show.cgi?fid=5510


    09-01-2009 om 23:15 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Handboek arbeid en belastbaarheid - Nu ook online beschikbaar
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     

    Handboek arbeid en belastbaarheid

    Bohn Stafleu van Loghum, 27-09-1996 - ISBN : 906502624X

    Een optimale beoordeling van de belastbaarheid in arbeid wordt in het kader van de afschaffing van de ziektewet en privatisering van de wao van steeds groter belang.

    Telkens moet worden vastgesteld welke belastbaarheid in arbeid toelaatbaar is.
    Het 'Handboek Arbeid en Belastbaarheid' geeft duidelijke richtlijnen voor deze beoordeling en vormt zo een hulpmiddel bij de oordeelsvorming over belastbaarheid in arbeid.

    Het 'Handboek Arbeid en Belastbaarheid' is een losbladige uitgave die continu up-to-date wordt gehouden.
    Aan de aanschaf van het hoofdwerk is een abonnement gekoppeld.
    Voor de supplementen die op basis van dit abonnement verschijnen, betaalt u per pagina de prijs die hierboven is vermeld.

    Bij uw abonnement hoort ook toegang tot de online-editie (cfr. hieronder).

    Uw afleveringen van het 'Handboek Arbeid en Belastbaarheid' kunt u bewaren in handige opbergbanden Ė cfr. : http://home.bsl.nl/content.jsp?artikel=906502624X


    Nu ook online beschikbaar

    Het 'Handboek arbeid en belastbaarheid' - een uniek instrument voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid - is nu ook online beschikbaar.
    Keuringen worden op een steeds hoger niveau verricht.
    Om een goed advies uit te brengen is actuele en specifieke kennis van het vakgebied onontbeerlijk.
    De online uitgave van het 'Handboek Arbeid en Belastbaarheid' biedt u de mogelijkheid om op snelle wijze de actualiteit op dit vakgebied bij te houden.
    Het boek bevat praktische richtlijnen, een stappenplannen voor het reÔntegratieproces, een handige interactieve inhoudsopgave en is snel doorzoekbaar

    Inhoud

    • Algemene aspecten

    • Beoordeling van nieuwvormingen

    • Beoordeling van interne ziekten

    • Beoordeling van endocriene ziekten

    • Beoordeling van aandoeningen van de luchtwegen

    • Beoordeling van hart- en vaatziekten

    • Beoordeling van ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel

    • Beoordeling van chirurgische en traumatologische aandoeningen

    • Beoordeling van ziekten van het zenuwstelsel en de zintuigen

    • Beoordeling van psychische aandoeningen

    • Beoordeling van obstetrische en gynaecologische aandoeningen

    • Beoordeling van huidaandoeningen

    • Overige categorieŽn

    Ieder hoofdstuk bevat onder meer de volgende informatie :

    • Epidemiologie

    • Beschrijving van het klinische ziektebeeld

    • Beschrijving van gegevens die beschikbaar moeten zijn en beoordeeld moeten worden

    • Beschrijving onderzoeksgegevens

    • Oordeel in belastbaarheid in stappenplan bij beoordeling en reÔntegratie

    Redactie

    • Prof. dr. J.H.B.M. Willems (eindredacteur).
      Prof. Willems is bedrijfsarts en bijzonder hoogleraar sociale verzekeringsgeneeskunde bij de vakgroep Sociale Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam en is tevens wetenschappelijk directeur van TNO Preventie en Gezondheid te Leiden

    • Dr. mr. N.H.Th. Croon
      Dr. Croon is verzekeringsarts en algemeen medisch adviseur GAK Nederland bv te Amsterdam en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde

    • Dr. J.-W. Koten
      Dr. Koten is sociaal-geneeskundige en voorheen WHO-professor of pathology, senior-onderzoeker bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst en verbonden aan verscheidene buitenlandse onderwijsinstellingen.
      Hij is auteur van vele wetenschappelijke publicaties.

    Cfr. : http://home.bsl.nl/losbladige/906502624X/Handboek_arbeid_en_belastbaarheid



    09-01-2009 om 00:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe meer macht, hoe minder medeleven
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

















    'Als je je niet inleeft in de emoties van anderen, kan dat zowel in je voordeel als in je nadeel werken'
    - Gerben van Kleef -

    Hoe meer macht, hoe minder medeleven
    Machtige mensen kunnen zich niet goed inleven in de emoties van anderen

    'Power, distress, and compassion - Turning a blind eye to the suffering of others'
    Van Kleef, G. A. - g.a.vankleef@uva.nl -, Oveis, C., Van der LŲwe, I., LuoKogan, A., Goetz, J. & Keltner, D. (2008) - Psychological Science, 19, 1315-1322 Ė Bron : Esther van Bochove, afdeling Communicatie FMG - communicatie-fmg@uva.nl Ė 24-12-2008

    Machtige mensen kunnen zich minder goed inleven in de emoties van anderen dan mensen zonder veel macht.
    Dat blijkt uit een onderzoek dat psycholoog Gerben van Kleef (Universiteit van Amsterdam) uitvoerde samen met een aantal collega's van de University of California in Berkeley.

    Van machtige mensen was al bekend dat ze minder aandacht besteden aan hun omgeving en dat ze emoties in onderhandelingen gemakkelijker naast zich neerleggen.
    Maar dat ze ook zelf emotioneel gezien anders reageren op de emoties van anderen, is nieuw.

    Van Kleef en zijn collega's onderzochten zowel de mate van emotionele reciprociteit (de mate waarin iemand ook verdriet voelt bij het luisteren naar een verdrietig persoon) als de emotionele complementariteit (de mate waarin iemand medeleven toont).
    Op beide vlakken scoren machtige mensen significant lager dan mensen zonder macht, zo blijkt uit het onderzoek.

    Gevoel van macht

    In totaal werden 118 proefpersonen onderzocht; zij waren allemaal ťťnmaal luisteraar en ťťnmaal verteller.
    De mate van macht werd niet geŽnsceneerd, maar vastgesteld aan de hand van een vragenlijst.
    Deze in Berkeley ontwikkelde vragenlijst vraagt mensen naar hun gevoel van macht.
    De antwoorden correleren met de daadwerkelijke sociale en sociaal-economische status van de respondent.
    De vragenlijst is daarmee een betrouwbaar instrument om iemands power level te meten.

    Lagere hartslag

    Een opvallende uitkomst in het onderzoek is de gemeten waarde van de respiratory sinus arrhythmia (RSA)-activiteit, een index van de hartregulatie via de nervus vagus, een hersenzenuw die ook wel zwervende zenuw wordt genoemd.
    Hoe hoger de RSA, hoe lager de hartslag en hoe rustiger iemand wordt.
    Machtige proefpersonen bleken bij het aanhoren van een verdrietig verhaal een hogere RSA-activiteit te vertonen, waardoor hun emotionele respons op hun gesprekspartner aanzienlijk afnam.

    Niet willen of niet kunnen ?

    'Willen' machtige mensen nu geen compassie tonen of kunnen ze het eenvoudigweg niet ?
    Van Kleef : ĎDat is een beetje dubbel. Aan de ene kant hebben ze een hogere RSA die erop wijst dat er een autonome regulatie van de hartslag plaatsvindt die maakt dat ze zich daadwerkelijk minder goed kunnen inleven. Aan de andere kant geven machtige mensen aan dat het hun aan de motivatie ontbreekt om zich te verdiepen in anderen. Ze hebben geen tijd voor Ďirrelevante' stimuli zoals de emoties van anderen en sluiten die daarom buiten.'

    'Meehuilení niet altijd gewenst

    Volgens Van Kleef kan dat zowel in hun voordeel als in hun nadeel werken : ĎMensen die een bedrijf of een afdeling moeten leiden, kunnen niet altijd Ďmeehuilen' met hun personeel; een leidinggevende moet immers de grote lijnen bewaken en de organisatie sturen. Maar tegelijkertijd maak je je als baas niet populair door geen oog te hebben voor de relevante emoties van je medewerkers. Als je niet luistert, loop je het risico dat je medewerkers minder gemotiveerd raken.'
    De tip van Van Kleef voor managers luidt dan ook : ĎZie het belang in van je daadwerkelijk inleven in je medewerkers. Als de motivatie er is om te luisteren, hef je daarmee de blokkade op en kun je je openstellen.'
    Niet-machtige mensen moeten zich op hun beurt volgens Van Kleef beter realiseren dat hun klachten en emoties lang niet altijd zullen doordringen tot hun baas.

    Cfr. : http://www.fmg.uva.nl/home.cfm/6808F706-1321-B0BE-685A23E0E4FC5BB0

    *

    Power, distress and compassion - Turning a blind eye to the suffering of others
    Are power and compassion mutually exclusive ?

    Association for Psychological Science (202) 293-9300 - December 17, 2008
    Contact : Barbara Isanski :
    bisanski@psychologicalscience.org

    The fact that many cultures emphasize the concept of ďnoblesse obligeĒ (the idea that with great power and prestige come responsibilities) suggests that power may diminish a tendency to help others.
    Psychologist Gerben A. van Kleef (University of Amsterdam) and his colleagues from University of California, Berkeley, examined how power influences emotional reactions to the suffering of others.

    A group of undergraduates completed questionnaires about their personal sense of power, which identified them to the researchers as either being high-power or low-power.
    The students were then randomly paired up and had to tell their partner about an event which had caused them emotional suffering and pain.
    Their partners then rated their emotions after hearing the story.
    In addition, the researchers were interested in seeing if there were physical differences in the way high-power people and low-power people responded to othersí suffering; specifically they wanted to test if high-powered individuals would exhibit greater autonomic emotion regulation [or respiratory sinus arrhythmia (RSA) reactivity].
    When we are faced with psychological stress, our RSA reactivity increases, resulting in a lower heart rate and a calmed, relaxed feeling.
    To measure RSA reactivity and heart rates, all of the participants were connected to electrocardiogram (ECG) machines during the experiment.

    What is Respiratory Sinus Arrhythmia (RSA) ?
    Bio-medical.com
    RSA is the natural cycle of arrhythmia that occurs through the influence of breathing on the flow of sympathetic and vagus impulses to the sinoatrial node.
    The rhythm of the heart is primarily under the control of the vagus nerve, which inhibits heart rate and the force of contraction.
    When we inhale, the vagus nerve activity is impeded and heart rate begins to increase.
    When we exhale this pattern is reversed.
    The degree of fluctuation in heart rate is also controlled significantly by regular impulses from the baroreceptors (pressure sensors) in the aorta and carotid arteries.
    When RSA is enhanced through biofeedback, the goal is usually to reinforce the natural feedback activity of the baroreceptors through our breathing pattern.
    Cfr. :
    http://bio-medical.com/news_display.cfm?newsid=63
    Cfr. also 'Vagal Tone Biofeedback - Respiratory and Non-Respiratory Mediated Modulations of Vagal Tone Challenged by Cold pressor Test ' at : http://www.medicine.mcgill.ca/mjm/issues/v07n02/orig_articles/orig_articles2.htm

    The results, reported in the December issue of Psychological Science, a journal of the Association for Psychological Science, reveal that individuals with a higher sense of power experienced less compassion and distress when confronted with anotherís suffering, compared to low-power individuals.
    In addition, high-power individualsí RSA reactivity increased (as indicated by lower heart rate) as they listened to the painful stories; that is, high power participants showed more autonomic emotion regulation, which buffered against their partnerís distress.

    Analysis of the participantsí final surveys (where they rated their thoughts about their partners) revealed that high-power individuals reported a weaker desire to get to know and establish a friendship with their partner.
    In other words, powerful people were not motivated to establish a relationship with distressed individuals.
    This idea is supported by the fact that the distressed participants reported less of a social connection with high-power partners compared to low-power partners.
    The authors suggest that powerful people's tendency to show less compassion and distress towards others reinforces their social power.

    These results do not just apply to how powerful people react to strangers; the authors note that this study ďsuggests that high-power individuals may suffer in interpersonal relationships because of their diminished capacity for compassion and empathy. The many benefits enjoyed by people with power may not translate to the interpersonal realm.Ē

    For more information

    Cfr. : http://www.psychologicalscience.org/media/releases/2008/vankleef.cfm



    08-01-2009 om 22:03 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cultfiguren in de muziek - Jim Baker - 18-01-2009
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

















     






    Theosofische Vereniging

    Millisstraat 22 Antwerpen

    Cultfiguren in de muziek
    -
    http://theosophic.homestead.com/poster1.html -
     
    U bent van harte uitgenodigd op een lezing over

    Jim Baker

    (Father Yod / Yahowa13)
    Over zijn leven
    van onvrijwillige oorlogsheld tot judokampioen en kandidaat voor een Tarzan film
    op
    18 januari 2009
    van 11u tot 13u

    Jim Baker werd oprichter van het eerste en meest succesvole vegetarische restaurant in Hollywood.
    Hij maakte het dan tot meditatie/spiritueel leraar na een opleiding van een Indische Guru Bhajan.

    Hij had over de honderd volgelingen en richtte een (psychedelische rock) muziekgroep op (met gitarist van Seeds).

    Een bijzonder man dus en allicht ťťn van de weinige Westerse Meesters uit de jaren 60-70.
    Zijn visies op religie, (zoals zijn visie over de 10 geboden uitgelegd als wetten van de natuur) en op theosofische/meditatie onderwerpen worden begrijpbaar uitgelegd voor iedereen.

    In maart volgt Deel 3 met een uiteenzetting over religie, filosofie en theosofie.

    Gerald Van Waes

    08-01-2009 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meer zwaar drinkende vrouwen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












     



    Meer zwaar drinkende vrouwen

    Alcohol kan depressieve verschijnselen bij mensen met fibromyalgie verergeren doordat het zorgt voor een extreme daling van acetylcholine (acetylcholine veroorzaakt Ė vermoedt men - de REM-slaap)

          Acetylcholine is een neurotransmitter die in vele delen van de hersenen en het lichaam actief is.
    O.a. in de neuronen van de basale voorhersenen is het bijzonder aktief en dat is het deel van de hersenen dat beschadigd is bij de ziekte van Alzheimer.
    In het centrale zenuwstelsel is acetylcholine belangrijk voor de geheugen- en intellectuele functies.
    Acetylcholine speelt een belangrijke rol bij het stimuleren van de interactie tussen neuronen.
    Nicotine bereikt eenzelfde effekt, waardoor roken de concentratie kan bevorderen, ook via dopamine.
    Acetylcholine beÔnvloedt ook het hart en de controle over de willekeurige sceletspieren.
    Acetylcholine was de eerste neurotransmitter die werd ontdekt.
    Ze wordt ondermeer geproduceerd in de dunne darm.
    Stoffen zoals Atropine kunnen de werking van de neurotransmitter blokkeren.
    Zenuwgassen en
    pesticiden die organofosfaten bevatten blokkeren het enzym acetylcholinesterase, zodat er een overmaat aan acetylcholine in de synapsen ontstaat, die er een moleculaire inactiviteit veroorzaakt.
    Cfr. :
    http://www.bomi-1-gezondheid.com/Lichaam_en_geest/serotonine_peptiden_dopamine_adrenaline.htm


    Alcohol speelt een rol bij slaapproblemen

    Veel mensen die last hebben van inslaapproblemen proberen dit op te heffen met alcohol : het zogenaamde 'slaapmutsje'.
    Een kleine hoeveelheid alcohol kan het inslapen inderdaad bevorderen, maar onderdrukt de REM-slaap in de eerste helft van de nacht.
    Men valt dan wel gemakkelijk(er) in slaap, maar als de alcohol uitgewerkt is schiet men tussendoor wakker waarna een onrustige slaap volgt met juist veel droomslaap.
    Alcohol zorgt er bovendien voor dat u minder diep slaapt en dus niet zo goed uitrust.
    Uiteindelijk slaapt men dus juist (toch) minder goed !
    V
    oor een goede nachtrust vermijd je dus best 's avonds alcohol.
    Drink ís avonds liever een kop kruidenthee (met hop, citroenmelisse, valeriaan).
    Bij mensen die geregeld drinken is er sprake van minder REM-slaap, vaak onaangename angstdromen, veelvuldig wakker worden en meer lichaamsbeweging gedurende de slaap.

    Cfr. :
    -
    http://www.avogel.nl/Indicaties/Slapeloosheid.php
    -
    http://www.hulpgids.nl/ziektebeelden/slaapstoornissen.htm
    -
    http://www.menzis.nl/web/Consumenten/GezondBlijven/Gezondheidsinforma
    tie/Psyche/Slaapproblemen.htm

    -
    http://www.neurofeedback.nl/slaap_dynamische_activiteit.htm



    Meer zwaar drinkende vrouwen

    ConsuMed


    Britse vrouwen zijn steeds vaker dronken.
    Dat blijkt uit onderzoek door de universiteit van Cardiff.

    Zij testten twaalfhonderd mannen en vrouwen op alcoholgebruik, tijdens bezoek aan cafťs.

    Vrouwen van dertig tot vijftig jaar bleken het vaakst dronken.
    Dat betekent dat ze zes eenheden alcohol of meer hadden gedronken.

    Van de mannen had een op de drie de limiet overschreden, al ligt de limiet voor alcohol met acht eenheden bij mannen wat hoger.
    Een verklaring voor het hoge alcoholgebruik onder vrouwen hebben de onderzoekers niet.

    Ze nemen echter aan dat de combinatie van een veeleisende baan ťn een gezin ervoor zorgt dat deze vrouwen zich eerder te buiten gaan aan alcohol.


    Cfr. : http://www.consumed.nl/dagnieuwtjes/4136/Meer_zwaar_drinkende_vrouwen



    Alcoholisme bij vrouwen

    Gezondheid.be, art. 275, 04-12-2008


    Als men 20 jaren geleden over alcoholisme sprak, dan dacht men automatisch aan mannelijke drinkers.
    Ook in studie en onderzoek over alcoholisme bleef de vrouw afwezig of tenminste onzichtbaar en conclusies van wetenschappelijk onderzoek in verband met alcoholisme betroffen meestal mannen.

    De laatste jaren is de interesse voor vrouwelijke drinksters echter gegroeid.
    Het is zeker zo dat de alcoholconsumptie in het algemeen sedert de tweede wereldoorlog gestegen is en daarmee de alcoholproblematiek, ook bij vrouwen.
    Bovendien zijn vrouwen met een alcoholprobleem zichtbaarder geworden.
    Zij komen mťťr dan vroeger in de hulpverlening terecht, zij het nog steeds schoorvoetend.
    Mannen drinken echter nog tweemaal zoveel als vrouwen en hebben er drie- tot viermaal zoveel problemen mee.
    Als we kijken naar de matige drinkers, dan is het verschil de laatste jaren kleiner geworden.
    Dit is echter vooral te wijten aan het feit dat mannen minder drinken dan vroeger, terwijl vrouwen boven de veertig juist mťťr zijn gaan drinken.

    Vrouwen drinken op een andere manier dan mannen, in een andere context, om andere redenen en ook de gevolgen van hun drinken zijn ietwat verschillend.

    Maar laten we eerst eens bekijken wat alcohol ons doet, ongeacht of we nu man of vrouw zijn.


    1. - Alcohol en alcoholisme

    Afhankelijkheid van alcohol, alcoholverslaving of 'alcoholisme' is een laatste stadium in een proces.

    • Het begint zeer onschuldig
      We leren de effecten van alcohol kennen ťn waarderen: het doet ons vlotter praten, neemt remmingen weg, we voelen er ons 'warmer' door en de sociale contacten lopen beter "gesmeerd".
      Een glaasje kan ook gezelligheid brengen wanneer we in ons eentje voor de televisie zitten.
      Tenminste dat is wat we van alcohol verwachten...
      We beginnen te experimenteren en zoeken de drank die ons het beste ligt.
      Vrouwen beginnen hier meestal later mee dan mannen.
      Tot zover echter geen probleem, achteraf hebben we nergens last van.

    • We kunnen de effecten van alcohol echter ook beginnen zoeken
      Dit kan een geleidelijke evolutie zijn of plots optreden, naar aanleiding van een pijnlijke gebeurtenis : een scheiding, een sterfgeval of een andere moeilijke overgang in het leven.
      Van sporadisch genotmiddel wordt alcohol een soort van "zelfzorggeneesmiddel" of een redmiddel dat we steeds frequenter ťn in steeds grotere hoeveelheden gaan gebruiken.
      Dat moet wel, want onze tolerantie stijgt : we hebben met andere woorden meer nodig om hetzelfde effect te bereiken.
      We worden dus afhankelijker, hoewel we zelf nog het gevoel hebben dat we ons alcoholgebruik onder controle hebben.
      Het geeft een licht euforisch gevoel en nu en dan ook een "kater", maar verder heeft alcohol op ons leven geen al te grote invloed.
      In het beste geval realiseren we ons wťl dat ons drankgebruik een kritiek punt heeft bereikt en nemen we maatregelen om te minderen.
      In dit stadium kan dat nog.

    • Als we niet reageren, kunnen de nadelige gevolgen van ons alcoholgebruik sterker en sterker worden
      We verliezen de controle, we moeten mťťr en mťťr drinken om hetzelfde effect te bereiken en na de euforie krijgen we steeds vaker te kampen met negatieve gevoelens.
      Ons alcoholgebruik veroorzaakt allerhande problemen : ontwenningsverschijnselen, slecht functioneren op het werk, geheugenverlies, ruzies, ...
      We zijn in een schadelijke afhankelijkheid beland maar accepteren dit niet.
      We ontkennen dat ons alcoholgebruik problematisch is en trachten dit met allerlei argumenten goed te praten.
      Om ons te beschermen tegen die negatieve gevoelens en tegen de ontwenningsverschijnselen - om ons m.a.w. terug een beetje 'normaal' te voelen - gaan we opnieuw drinken.
      Zo onderhoudt de verslaving zichzelf en komen we in een vicieuze cirkel terecht, zowel lichamelijk (dervingsverschijnselen 'vragen' opnieuw alcohol) als geestelijk (schuld- en schaamtegevoelens, angst, depressie lossen we op door opnieuw te drinken).

    • De verslaving krijgt een autonome functie en beheerst ons leven, maar we blijven ontkennen
      Familie, vrienden en werk worden er onbewust in meegezogen (codependentie), tot we ook die contacten kwijtspelen en sociaal in een vicieuze cirkel terechtkomen.
      Eens dit punt bereikt is, wordt het zeer moeilijk, zoniet onmogelijk om tot een normaal drinkpatroon terug te keren.


    Alcoholverslaving
    Doe de test
    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=319


    2. - Een 'vrouwelijk' drinkpatroon ?

    Vrouwen drinken meer alleen en verborgen en vooral thuis.
    Vroeger dan mannen zullen ze op een bepaald moment hun drankgebruik verbergen.
    Dit leidt echter tot sociale isolatie, wat opnieuw een aanleiding wordt om te drinken.
    Uit schaamte houdt de onmiddelijke omgeving alles angstvallig verborgen, waardoor de hulpverlening soms lang uitblijft.

    Een vrouw drinkt ook meer regelmatig : een dagelijks 'rantsoen' laat haar lange tijd toe om haar routinewerk uit te voeren, zeker als het om huishoudelijke klussen gaat.

    Belangrijk is de vaststelling dat vrouwen sneller doorheen de verschillende stadia evolueren naar verslaafd drinken.
    Dit is te verklaren vanuit een ontbreken van sociale controle, zeker bij alleenstaande en bij werkloze vrouwen.

    En tenslotte vermelden we nog dat vrouwen, mťťr dan mannen, alcoholmisbruik combineren met medicatiegebruik of -misbruik.
    Eťn en ander heeft te maken met het feit dat vrouwen met alcoholgerelateerde problemen gemakkelijker naar de huisarts stappen met klachten zoals slaapmoeilijkheden, zenuwachtigheid enz. zonder hun drankprobleem te vermelden.
    Artsen schrijven heel snel aan vrouwen psychofarmaca voor, zonder stil te staan bij eventueel drankmisbruik.


    3. - Waarom drinken vrouwen ?


    Alcoholisme wordt bij vrouwen dikwijls als "probleemdrinken" bestempeld, althans zo zou het zeker beginnen.
    Vrouwen zouden effecten nastreven zoals de verlichting van persoonlijke onvrede en spanning, meer zelfvertrouwen, positiever over jezelf gaan denken, assertiever durven zijn of weerstand tegen sex overwinnen.

    Grosso modo kunnen we vier soorten strategieŽn onderscheiden :

    1. De verdovingsstrategie : niet hoeven te herinneren.
      Het gaat hierbij om pijnlijke gevoelens die verbonden zijn met traumatische belevenissen zoals mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik enz.
      De cijfers die in dit verband worden genoemd variŽren van 12 tot 67%, wat toch betekent dat volgens bepaalde onderzoeken de helft of mťťr van de vrouwen met middelengebruik ook seksueel misbruikt werden.

    2. De roesstrategie : even "weg" zijn, niet verantwoordelijk zijn, controle verliezen zodat gevoelens waar normaal geen ruimte voor is, kunnen toegelaten worden.
      We koesteren de hoop dat contacten vlotter zullen verlopen en dat seksuele remmingen wegvallen, wat ook de oorzaak mag zijn.

    3. De aanpassingsstrategie : toch verder leven - 'het uithouden' - ondanks de onvrede over bv. een onbevredigende relatie, rolpatronen, taken, plichten waarin men zich gevangen voelt of situaties waarin de draaglast de draagkracht overstijgt.
      De zorgplicht die in onze maatschappij als een evidentie op de vrouw rust, kan bij haar heel wat schuldgevoel en onzekerheid opwekken.

    4. De performance-strategie : we drinken om ons een houding te geven in moeilijke situaties of om een imago hoog te houden, bv. om "mee te doen" met mannen of om 'geŽmancipeerd' te lijken.
      Alcohol heeft immers naast de psychische effecten ook een symboolfunctie : het staat voor stoer, avontuurlijk, zeker bij mannen maar ook bij sommige vrouwen.
      Vooral bij vrouwen die een "mannenberoep" uitoefenen is drinken soms een middel om door de mannelijke collega's als gelijke te worden aanvaard.

    - Ook bij lesbiennes is drankmisbruik soms een manier om zich te handhaven en tegelijk een grote kwetsbaarheid te verbergen.

    - Het is een clichť geworden dat vrouwen drinken om problemen en situaties die hun spanningen geven het hoofd te bieden, terwijl mannen drinken om zgn. 'positieve' redenen, nl. om het plezier in gezelschap nog te vergroten.
    Wanneer mannen drinken om spanningen weg te werken, gaat het meestal om beroepsgebonden stress.
    Vrouwen trachten door drankgebruik aan intermenselijke spanningen te ontsnappen en de problemen die hierdoor ontstaan, situeren zich ook vooral op het terrein van haar relatie met de omgeving.

    - Dat vrouwen relatieproblemen vaker aanhalen als oorzaak van hun drankgebruik is niet verwonderlijk, omdat zij in het algemeen meer "relatiegericht" zijn en zich ook meer verantwoordelijk voelen voor eventuele problemen die in het gezin opduiken.

    - Crisissen en overgangen in de gezinssituatie kunnen tot drankmisbruik leiden of een reeds aanwezige alcoholafhankelijkheid in een versnelling brengen.
    Voorbeelden zijn het verlies van een partner door scheiding of overlijden, ouders die sterven, kinderen die het huis uitgaan (het "lege nest"- syndroom), miskramen, ...

    - Het drinkgedrag van de partner speelt een zeer grote rol.
    Vrouwen met drankproblemen hebben vaker een overmatig drinkende partner.
    Sommige vrouwen beginnen te drinken om het drinken van hun man te controleren of om zich weerbaarder te voelen tegenover hem als hij gedronken heeft.

    - Er bestaat ook zoiets als een "familiedrinkgeschiedenis".
    Vrouwen hebben frequenter verwanten met alcoholproblemen in de familie dan mannen : een ouder, een broer of zus, grootouders, ...
    Dochters van alcoholisten kiezen bovendien niet zelden een partner die ook een alcoholist is, zeker als zij reeds als kind, gezien de moeilijke gezinssituatie, veel verantwoordelijkheid moesten dragen.
    In ieder geval zijn zij, meer dan andere kinderen, geneigd om zich in emotionele relaties opnieuw te laten gebruiken en schuld en verantwoordelijkheid op zich nemen.
    Niet zelden trouwen ze met een alcoholist of ontwikkelen ze zelf een verslavingsprobleem.

    - Onder de vrouwen met problematisch alcoholgebruik vindt men zowel thuiswerkende als buitenhuiswerkende vrouwen.
    Bij de thuiswerksters zorgen de kleine leefwereld, het isolement, het gemis aan waardering, de monotonie van de nooit voltooide huishoudelijke taken en de financiŽle afhankelijkheid begijpelijkerwijze voor veel onvrede en frustratie.
    Buitenshuis werkende vrouwen kampen dan weer met de belasting van een dubbele dagtaak, waarbij ze voortdurend moeten schipperen tussen de verantwoordelijkheden in het gezin en de vereisten van de job.
    Dit kan tot overspanning en vermoeidheid leiden, die ze trachten weg te werken met een glaasje bij het thuiskomen.
    Toch blijkt de hoge werkdruk bij vrouwen geen directe invloed te hebben op alcoholgebruik, terwijl dat bij mannen wťl het geval is.

    - Er is veel gepraat en geschreven over het zgn. maatschappelijk stigma dat rust op vrouwen die drinken.
    Dit speelt ongetwijfeld een belangrijke rol en wel op verschillende manieren.
    Drinken is van oudsher in onze maatschappij een hoofdzakelijk mannelijk gedrag.
    En hoewel er veel veranderd is en niemand nog raar opkijkt als een vrouw alcohol drinkt, wekt een vrouw die dronken is wťl veel reactie op.
    Zowel door mannen als door sexegenoten, en ook door zichzelf wordt ze mťťr veroordeeld.
    Dit maatschappelijke taboe maakt het voor vrouwen moeilijker om met hun drankprobleem naar buiten te komen.


    4. - Karakteristieken van vrouwen met drankproblemen

    Los van de psychosociale context nu, kunnen we ons afvragen of vrouwen die drinken in psychologisch opzicht verschillen van vrouwen die niet overmatig drinken.
    Welnu, eigenlijk zijn er geen wezenlijke verschillen.
    Het zijn vrouwen met emotionele problemen en met een lage zelfwaardering.
    De kloof tussen hoe men zichzelf in realiteit ervaart en hoe men zou willen zijn is soms erg groot en alcohol helpt om de illusie te scheppen dat je uw ideaalbeeld beter benadert.
    Bij vrouwen hangt dat zelfwaardegevoel bovendien veel meer af van wat anderen over haar denken of van hetgeen zij denkt dat anderen over haar denken.
    Vrouwen krijgen gemakkelijk het gevoel van te falen of tekort te schieten als zij de overvloed aan verwachtingen niet kunnen waarmaken.

    Vrouwen die drinken zouden ook een zwak lichaamsbeeld hebben.
    Dit behelst niet enkel hoe ze hun uiterlijk inschatten, maar ook hun gezondheid en hun lichamelijke vaardigheden.

    Tenslotte hebben de meeste probleemdrinksters moeilijkheden om op te komen voor zichzelf of om boosheid of woede te uiten.
    De energie die hieruit zou kunnen vrijkomen wordt eerder tegen zichzelf gericht : de vrouw voelt zich schuldig en depressief.

    Uit onderzoek blijkt dat bij vrouwen met alcoholmisbruik een groter aantal zelfmoordpogingen, meer angststoornissen en psychoseksuele stoornissen voorkomen en dat ze in het algemeen hoger scoren op neurotische en psychotische schalen in vergelijking met mannen.
    Bij mannelijke alcoholisten stelt men meer antisociale persoonlijkheidsstoornissen vast.
    De vraag is natuurlijk of deze stoornissen niet juist het gevolg zijn van het alcoholgebruik.

    Tenslotte vermelden we nog dat vrouwen, mťťr dan mannen, bepaalde gebeurtenissen vernoemen die hun problematisch drankgebruik in de hand hebben gewerkt.
    Hierbij spelen vooral verlieservaringen een rol.


    7. - Gevolgen van alcoholmisbruik

    Lichamelijke kwetsbaarheid

    • Vrouwen zijn lichamelijk kwetsbaarder dan mannen voor de negatieve effecten van alcohol.
      Vrouwen zijn sneller dronken dan mannen, omdat het metabolisme van alcohol bij vrouwen sneller gaat.
      Door hun lagere lichaamsgewicht en hun kleinere volume lichaamsvocht is de concentratie alcohol in het bloed en dus ook in de vitale weefsels snel hoger.
      Bovendien gebeurt de alcoholafbraak in de maag door het alcoholdehydrogenase-enzyme minder efficiŽnt bij vrouwen dan bij mannen.
      De lever wordt sneller en zwaarder aangetast : vrouwelijke drinksters krijgen daardoor al in een vroeger stadium van hun verslaving te kampen met alcoholische hepatitis en vooral met levercirrose.

    • Ook hersenbeschadiging treedt sneller op.
      Dit is structureel waarneembaar met CT- scans en het blijkt ook uit prestaties op psychologische testen.

    • Tenslotte veroorzaakt alcoholmisbruik bij vrouwen, net zoals bij mannen, ernstige stoornissen in het metabolisme (opgebazen uiterlijk) en leidt het tot voedingstekorten (wie overmatig drinkt eet niet meer)...

    • Tot de typische "vrouwelijke" gevolgen van drankmisbruik behoren de mogelijke correlatie met borstkanker, de ontregeling van de menstruele cyclus, de verhoogde kans op miskraam en het Foetaal Alcoholsyndroom.
      Tal van onderzoeken bevestigen dat overmatig alcoholgebuik schadelijke effecten kan hebben op de foetus, gaande van een licht afwijkend geboortegewicht tot ernstige afwijkingen van het centrale zenuwstelsel, groeiachterstand, karakteristieke gelaatsafwijkingen, orgaanafwijkingen en zelfs tot doodgeboorte.
      Het Foetaal Alcoholsyndroom is zeer variabel en wordt beÔnvloed door de hoeveelheid drank, de manier waarop de moeder drinkt en wanneer (tijdens de zwangerschap zouden er zgn. "
      kritische
      " periodes zijn).
      De conclusies in dit verband zijn echter niet altijd eensluidend.

      Cfr. ook '
      Zwangerschap en verslavingsproblematiek' op : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=775


    Geestelijke kwetsbaarheid

    Psychosociaal zijn vrouwen eveneens kwetsbaar.
    Doordat de vrouw ťn haar omgeving het drankmisbruik zo lang mogelijk willen verbergen, komt het probleem gemakkelijker in een stroomversnelling terecht.
    Tegelijk blijft de hulpverlening vaak te lang uit: gemiddeld hebben vrouwen met alcoholproblemen 5 jaar zwaar gedronken vooraleer ze hulp zoeken.
    Intense schaamte-en schuldgevoelens, vooral tegenover de kinderen, halen het lage zelfwaardegevoel nog meer naar beneden.
    Het hele gezin wordt mee geÔsoleerd, omdat ook de kinderen en de partner op school en in de buurt de afkeuring aanvoelen die hun moeder/vrouw te beurt valt.
    Hoe zwaar het drankprobleem van de moeder doorweegt, hangt af van de mate waarin de gezinsrituelen (maaltijden, feesten ...) door het drankmisbruik worden verstoord.


    Wat weet jij over alcohol ?

    Doe de test
    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=968


    8. - Hulpverlening

    Algemeen zoeken vrouwen gemakkelijker hulp voor lichamelijke en psychische gezondheidsproblemen.
    Wanneer het evenwel om drankmisbruik gaat, weerhoudt angst voor verwerping en voor het beschamende label van 'alcoholiste' haar om met het probleem naar buiten te komen.
    Ze zoekt misschien wel hulp voor alcoholgerelateerde klachten, maar zwijgt over de vermoedelijke oorzaak ervan.
    Anderzijds wordt het alcoholprobleem maar al te vaak niet serieus genomen, niet door hulpverleners van de eerste lijn, zoals de huisarts, niet door de partner, die het liever zolang mogelijk verborgen houdt en evenmin door de werkomgeving.

    Meestal zijn het ernstige gezinsproblemen die de vrouw, spijtig genoeg slechts na een grote crisis, uiteindelijk in de hulpverlening doen belanden.
    Nochtans : hoe eerder kan worden ingegrepen in de alcoholgeschiedenis, hoe beter.
    Onderzoek heeft uitgewezen dat vrouwelijke probleemdrinksters met een kortere drinkgeschiedenis die nog sociaal stabiel zijn en geen bijkomende medicatieafhankelijkheid hebben, beter reageren op korte interventies dan mannen.
    Het doel van zo'n interventie is een betere controle over het drinken te verwerven.
    Ook op zelfhulpmethodes -stap voor stap, met een instructieboekje, met of zonder begeleiding zouden deze vrouwen beter reageren.

    Voor veel vrouwen is het engagement tegenover de kinderen de beste motivatie om hun drankprobleem aan te pakken en andersom vormen de kinderen vaak ook de beste steun voor de moeder.

    Voor ambulante hulpverlening kan men terecht in ťťn van de Centra voor Alcohol en andere Drugproblemen (CAD) die in de meeste grote Vlaamse steden werden opgericht.
    Mede onder impuls van de groeiende belangstelling voor deze problematiek vanuit de groep "Vrouw en Hulpverlening in Vlaanderen" (VHV) - dit is een overkoepelend orgaan voor vrouwgerichte hulpverlening - is men er gevoeliger geworden voor specifieke vrouwgerichte facetten van de behandeling.

    De verslaving kan echter in die mate verankerd zitten in het leven en in de persoon, dat een opname in een algemeen ziekenhuis of nog beter in een ontwenningskliniek noodzakelijk blijkt om de vicieuze circels te doorbreken.
    Zo'n weliswaar kort verblijf in een kliniek betekent een ingreep van buitenaf waarbij de verloren gegane controle over het drinken voor een korte periode overgenomen wordt door de klinieksetting.
    Ernstige ontwenningsverschijnselen zoals epileptische toevallen worden er door medicatie opgevangen.
    In sommige ontwenningsklinieken - of ontwenningsafdelingen binnen een Psychiatrisch Ziekenhuis - wordt aan specifieke vrouwgerichte hulpverlening gedaan.

    Wat moet zo'n specifieke vrouwgerichte behandelingsmethode behelzen ?
    We beperken ons hier tot enkele accenten :

    1. Vermits de alcoholistische vrouw schuldbeladen en beschaamd, al dan niet uit eigen beweging, de stap naar de hulpverlening zet is het van het allergrootste belang dat men deze moeilijke stap positief onderstreept.
      Het belangrijkste is dat zij zich als persoon gezien en aanvaard weet, eerder dan als 'alcoholiste'.

    2. Interventies van hulpverleners moeten er in de eerste plaats op gericht zijn haar zelfwaardegevoel en zelfredzaamheid te vergroten.
      Aldus wordt een onmisbare basis gelegd opdat de vrouw zelf het probleem zou kunnen aanpakken.
      Anderzijds moet haar aandacht getrokken worden op de zorgwekkende gevolgen van het alcoholgebruik.

    3. Natuurlijk moet gewerkt worden aan het herstel van het puin dat het alcoholgebruik achter zich liet: gezondheid, materieel, relationeel ...

    4. Samen gaan kijken waartoe het drinken allemaal dient, m.a.w. een grondige functionele analyse van het drankprobleem, leidt niet alleen tot inzicht maar ook tot het ontdekken van alternatieve manieren om moeilijke situaties het hoofd te bieden.

    5. Achterhalen waar de onvrede zit, de woede en de pijn, de niet verwerkte gebeurtenissen in de levensgeschiedenis.

    6. Nagaan hoe de vrouw meer voor zichzelf kan zorgen, waar ze kan van genieten, welke rollen in het leven haar bevredigen en welke niet.

    Tenslotte moet de onmiddelijke omgeving erbij betrokken worden: partner, kinderen, vrienden enz.

    Het hervalrisico wordt kleiner naarmate er een sterk ondersteunend netwerk is (bv. AA) na de behandeling en naarmate de vrouw zich kan engageren in productieve rollen en vrijetijdsbestedingen.
    Het belang van zelfhulpgroepen kan niet voldoende benadrukt worden.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=275



    Mannen aantrekkelijker door alcohol

    NU.nl, 23-12-2008 - © www.gezondheidsnet.nl


    Ontario - Alcohol zorgt er voor dat vrouwen en mannen elkaar aantrekkelijker vinden.
    Dat is geen nieuws.
    Maar wat blijkt ?
    Bij vrouwen werkt de alcohol door, zelfs als ze weer nuchter zijn.

    Canadese onderzoekers van Lakehead University kwamen na onderzoek tot de conclusie dat nuchtere vrouwen die regelmatig drinken lelijke mannen aantrekkelijker vinden.

    Voor het onderzoek werd 45 nuchtere vrouwen zonder een alcoholprobleem gevraagd 60 mannelijke gezichten op symmetrie te vergelijken.
    Een symmetrisch gezicht is een teken van aantrekkelijkheid en goede genen.

    De uitkomst van het onderzoek was verrassend.
    Hoe meer alcohol de vrouwen de laatste zes maanden hadden gedronken, hoe slechter ze waren in het inschatten van de symmetrie.
    Zelfs vrouwen die minder dan vijf glazen per maand dronken, scoorden lager dan vrouwen die helemaal geen alcohol dronken.


    Cfr. : http://www.nu.nl/gezondheid/1889673/mannen-aantrekkelijker-door-alcohol.html
     


    07-01-2009 om 22:51 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    nicolaas
    blog.seniorennet.be/nicolaa
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!