NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • cannabis Canada
  • cannabis Canada
  • medical marijuana Canada
  • medical marijuana Canada
  • Cbd Chocolate

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • djvVeighBrtthilkgco (hfsOried)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • ffdafGeogsBrtHoincphm (fsderymn)
        op Even geduld...
  • jgbglalaBtjadenti (sdfplefs)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • nsfcxTintyBrtthilktlm (fsfLoppy)
        op Vluchten in het werk
  • nsfcxWhanyBrtamardamj (fsfExime)
        op Even geduld...
  • Brvfintokycsdt (bsfBeero)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • jgbglalaBtjadentw (sdfplefs)
        op Even geduld...
  • dffshprilmBrtinopsrbr (hwdaberb)
        op Vluchten in het werk
  • where to buy viagra online uk bu.yci.a.l.isonlin.e. (Coreykiz)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • inasync (Luxumlib)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    bymonika
    blog.seniorennet.be/bymonik
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    cates
    blog.seniorennet.be/cates
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    1935
    blog.seniorennet.be/1935
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wijninfo_marianne
    blog.seniorennet.be/wijninf
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    meike
    blog.seniorennet.be/meike
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie Patiënten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    20-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slechte leidinggevende risico voor werknemer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




























     

     Slechte leidinggevende risico voor werknemer

     RTL Nederland, 10-12-2008


    Slechte leidinggevenden zorgen niet alleen voor onnodige stress, ze vergroten ook de kans dat werknemers last van hartkwalen krijgen.

    Dat zeggen Zweedse wetenschappers op basis van een tien jaar durend onderzoek onder drieduizend mannelijke werknemers van negentien tot zeventig jaar.
    Ze moesten vragen beantwoorden over leiderschapstijl, communicatie en de feedback die ze kregen.
    Degenen die hun leidinggevenden de laagste waardering gaven bleken 25 procent vaker ernstige hartklachten te ontwikkelen.
    Als ze langer dan vier jaar onder slechte leidinggevenden werkten, lag dat risico zelfs 64 procent hoger.
    Gedurende het onderzoek was sprake van 74 al dan niet dodelijke hartaanvallen of andere gevallen van hartklachten.

    Cfr. : http://www.rtl.nl/(/gezondheid/rtlgezond/)/components/xmlrpc_upload/exed/2008/12/4149.xml



    20-12-2008 om 00:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klinische blik verzekeringsartsen onbetrouwbaar - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





































    Klinische blik verzekeringsartsen
                 onbetrouwbaar


                                    Deel I

    Ook binnen de verzekeringsgeneeskundige is men zich bewust van de groeiende kloof tussen de medische wetenschap en de verzekeringsgeneeskundige praktijk
    - Van Dijk et al in het 'Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde' van december 2003 -

    Een gedegen medisch onderzoek is altijd een vereiste en hoe moeilijker het is een medische oorzaak vast te stellen, hoe grondiger en uitvoeriger het te verrichten onderzoek zal moeten zijn
    - Het Ctsv in de brief aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 september 1997 over de richtlijn MAOC -

    De drie niveaus waarop ziekte zich manifesteert worden omschreven als :
    - het niveau van de functies en anatomische eigenschappen, waarop zich stoornissen kunnen voordoen,
    - het niveau van de activiteiten, de onderdelen van iemands handelen, waarop beperkingen aanwezig kunnen zijn en
    - het niveau van de participatie, waarop sprake kan zijn van participatieproblemen, i.e. : problemen met het deelnemen aan het maatschappelijk leven.
    - International Classification of Functioning -



    Klinische blik verzekeringsartsen onbetrouwbaar

    Aanvullend beroepschrift Mr. E van den Bogaard - November 2007

    Aan de Rechtbank Amsterdam, Sector Bestuursrecht, Postbus 75850, 1070 AW Amsterdam - Dossier : 20060024B – E-mail : evdbogaard@westhoff.nl - Uw referentie : 06 / 5066 WAO – Inzake : A. / UWV (ook verstuurd per fax : 020 - 541 27 45) - 20 november 2007


    Inhoud

    1. – Inleiding

    2. - Beoordeling van psychische problematiek (strijd met artikel 3:2 en 3:4 Awb, artikel 18 lid 1 WAO en artikel 4 lid 1 en 2 van het Schattingsbesluit)

    • 2.1 Inleiding

    • 2.2 De groeiende kloof tussen verzekeringsgeneeskunde en “evidence-based” geneeskunde

    • 2.3 Wettelijk kader

    • 2.4 Klinische blik bij psychische klachten: berucht onbetrouwbaar

    • 2.5 Algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoekmethoden

    • 2.6 Bijzondere problemen bij - retrospectieve - toetsing in bezwaar en beroep

    3. - Wanneer dient de rechter een deskundige in te schakelen ?

    • 3.1 Twijfel

    • 3.2 Wat geeft aanleiding tot twijfel ?

    • 3.3 Materiële inhoud

    • 3.4 Wijze van totstandkoming

    4. - Bijzonderheden in de zaak A.

    • 4.1 Consistentie van het medisch oordeel in de loop der tijd

    • 4.2 Sociale omstandigheden

    Conclusie


    1. - Inleiding

    1.1 - In het inleidend beroepschrift van 17 oktober 2006 is al aangegeven dat aanleiding bestaat om een expertise te doen verrichten.
    In dit aanvullend beroepschrift wordt dit verzoek nader onderbouwd.
    Daarbij zal worden ingegaan op verschillende aspecten van de zorgvuldigheid van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling.

    1.2 - In paragraaf 2 wordt in meer algemene zin ingegaan op de bijzondere problemen zich voordoen bij de beoordeling van psychische problematiek.
    Aan de hand van internationale wetenschappelijke literatuur, die gemakshalve ook als bijlage bij dit aanvullend beroepschrift wordt overgelegd, zal worden aangetoond dat de wijze waarop verweerder omgaat met psychische problematiek van verzekerenden in strijd is met de eisen van zorgvuldigheid en belangenafweging van artikel 3:2 en 3:4 Awb, de objectiviteitsvereiste van artikel 18 lid 1 WAO, het reproduceerbaarheidsvereiste van artikel 4 lid 1 onder b van het Schattingsbesluit en met het vereiste van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden van artikel 4 lid 2 van het Schattingsbesluit.

    1.3 - In paragraaf 3 wordt ingegaan op de vraag in welke situaties de rechter tot raadpleging van een deskundige moet worden overgegaan.

    1.4 – In paragraaf 4 wordt ingegaan op de bijzonderheden van de zaak van de heer A.


    2. - Beoordeling van psychische problematiek (strijd met artikel 3:2 en 3:4 Awb, artikel 18 lid 1 WAO en artikel 4 lid 1 en 2 van het Schattingsbesluit)

    2.1 - Inleiding

    2.1.1 - In verzekeringsgeneeskundige rapportages waarin psychische problematiek een rol speelt, zijn vaak passages te lezen in de trant van : “bij oriënterend psychiatrisch onderzoek geen (evidente) tekenen van (grove) psychopathologie”.
    Ook is vaak een summiere beschrijving opgenomen van de “status praesens mentalis” zoals die op de verzekeringsarts is overgekomen.
    Van vragenlijsten wordt doorgaans geen gebruik gemaakt.
    In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat het onderzoek naar (de gevolgen van) psychische problematiek door verweerders verzekeringsartsen (zeer) beperkt van opzet en inhoud is.
    Indien de psychische problematiek de hoofdklacht is, is dit niet anders - hetgeen toch eigenlijk bevreemdt.

    2.1.2 - In de onderhavige zaak is de rapportage van de primaire arts A.K. van B. van 2 mei 2006 een mooi voorbeeld van een uiterst summier psychisch onderzoek : “Psychische toestand : Helder bewustzijn, georiënteerd in tijd en plaats.
    De stemming is normofoor met een normaal modulerend affect.
    Er is noormaal oogcontact.
    Er is een normale inhoud en tempo van denken en spreken.
    ” (B35.2)

    2.1.3 - Het gevolg hiervan is dat de beoordeling van psychische problematiek door verweerders verzekeringsartsen niet voldoet aan de eisen die daaraan blijkens internationale wetenschappelijke literatuur behoren te worden gesteld.
    Daardoor handelt verweerder in strijd met artikel 3:2 en 3:4 Awb en in het bijzonder met hetgeen in artikel 18 lid 1 WAO en artikel 4 leden 1 en 2 van het Schattingsbesluit is bepaald.

    2.1.4 - Bij de uitwerking van deze stelling in het navolgende wordt in paragraaf 2.2 eerst ingegaan op het probleem dat de verzekeringsgeneeskundige structureel niet meegaat met de ontwikkelingen binnen de “evidence-based” geneeskunde.
    Vervolgens wordt in paragraaf 2.3 het wettelijk kader geschetst aan de hand waarvan de gevolgen hiervan dienen te worden beoordeeld.
    In paragraaf 2.4 wordt tegen de achtergrond van dit wettelijke kader ingegaan op de wetenschappelijke kritiek op de “klinische blik” als zelfstandig beoordelingsinstrument.
    In paragraaf 2.5 wordt hierbij de in het Schattingsbesluit geformuleerde eis van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden betrokken.
    In paragraaf 2.6 wordt tot slot nog ingegaan op een bijzonder probleem bij de beoordeling van psychische problematiek in het kader van de bewaar- en beroepsprocedure.

    2.2 - De groeiende kloof tussen verzekeringsgeneeskundige en “evidencebased” geneeskunde

    2.2.1 - In zijn advies “Beoordelen, behandelen, begeleiden - Medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid” van 22 juli 2005, nr. 2005/10, blz. 27, heeft de Gezondheidsraad geconstateerd dat uit recente adviezen van de Raad voor Gezondheidsonderzoek over bedrijfsgeneeskunde en verzekeringsgeneeskunde blijkt dat veel van het medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid niet wetenschappelijk is te onderbouwen.
    De verzekeringsgeneeskunde blijkt erg op zichzelf te staan : “
    Verzekeringsgeneeskundigen zijn, ook in de recent op gang gekomen multidisciplinaire samenwerkingsprojecten, vrijwel niet betrokken bij de ontwikkeling van curatieve en bedrijfsgeneeskundige richtlijnen. (...)
    Omgekeerd lijkt de evidence based richtlijnontwikkeling aan de kwaliteitsbevordering in de verzekeringsgeneeskunde tot op heden voorbij te gaan.
    ” (blz. 42/43)

    2.2.2 - Ook binnen de verzekeringsgeneeskundige is men zich bewust van de groeiende kloof tussen de medische wetenschap en de verzekeringsgeneeskundige praktijk.
    Zo waarschuwen Van Dijk et al in het 'Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde' van december 2003 ervoor dat het achterblijven van de kwaliteit van de dienstverlening door bedrijfs- en verzekeringsartsen niet acceptabel is : “
    Arbodiensten en UWV en niet in het minst de professionals zelf als verantwoordelijke deskundigen zullen alle zeilen bij moeten zetten om een inhaalslag te maken.
    Het verlenen van zorg en dienstverlening die niet up-to-date is, maakt arbodiensten en UWV buitengewoon kwetsbaar voor klachten en procedures over de geleverde kwaliteit, van de zijde van bedrijven, werknemers, verzekeraars, overheid en politiek, vooral als duidelijk is dat het veel beter kan. (...)
    De kloof met de wetenschappelijke wereld en met de technische mogelijkheden wordt snel groter.
    Arbodiensten en UWV lopen hierbij een groot risico van klachten en procedures betreffende de kwaliteit van de zorg en diensten.
    ” 1

    2.2.3 - De Gezondheidsraad wijst er in zijn advies echter ook op dat het medisch handelen in relatie tot arbeid zijn houvast ontleent aan dezelfde wetenschappelijke kennis die het medisch handelen in het algemeen ten dienste staat – met name die over ziektemechanismen, over diagnostiek en over de effecten van behandelingen (blz. 27) en dat de verzekeringsarts die beschikbare kennis in zijn beoordeling zal moeten betrekken (blz. 34).
    Ook al is de wetenschappelijke basis waarop de verzekeringsarts kan steunen beperkt, hij kan steun ondervinden van de instrumenten en modellen voor bewijsvoering, informatieverzameling en outputspecificatie die in de loop der tijd ontwikkeld zijn (blz. 35).

    2.2.4 - Op grond van dit advies van de Gezondheidsraad dient te worden gesteld dat, indien met betrekking tot de te beoordelen medische problematiek evidence-based instrumenten bestaan ten behoeve van diagnostiek en behandeling, de verzekeringsarts ook gehouden is - zowel vanuit medische optiek als vanuit juridische optiek - om van die instrumenten gebruik te maken.
    De consequentie hiervan is dat indien de verzekeringsarts geen gebruik maakt van wel beschikbare instrumenten, hij onzorgvuldig - want in strijd met de medische standaard - handelt en dat een besluit dat op een dergelijk gebrekkig onderzoek berust, gebrekkig is.

    2.3 - Wettelijk kader

    2.3.1 - Artikel 3:2 Awb bepaalt dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

    2.3.2 - Artikel 3:4 Awb bepaalt in lid 1 dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt en in lid 2 dat de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

    2.3.3 - Artikel 18 lid 1 WAO bepaalt dat de arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling objectief medisch dient te worden vastgesteld.
    De Centrale Raad van Beroep vertaalt dit in vaste jurisprudentie met de formulering : “op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten”.

    2.3.4 - Artikel 4 lid 1 onder b van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten bepaalt dat een door een andere verzekeringsarts uitgevoerd verzekeringsgeneeskundig onderzoek tot dezelfde bevindingen en conclusies zal kunnen leiden.

    2.3.5 - Artikel 4 lid 2 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten bepaalt dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek dient te geschieden aan de hand van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden.

    2.4 - 'Klinische blik' bij psychische klachten - Berucht onbetrouwbaar

    2.4.1 - De kern van het probleem bij de beoordeling van psychische problematiek schuilt daarin dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling van de psychische belastbaarheid doorgaans uitsluitend is gebaseerd op de “klinische blik” van de verzekeringsarts.
    Aanvullend onderzoek vindt meestal niet plaats.

    2.4.2 - Uit verschillende, als bijlagen bij dit aanvullend beroepschrift overgelegde, internationale publicaties blijkt echter dat de betrouwbaarheid van de klinische blik al meer dan 40 jaar voorwerp van onderzoek is en dat uit die onderzoeken consequent naar voren komt dat deze onbetrouwbaar is.2, 3, 4

    2.4.3 - Op 4 en 5 oktober 2007 heb ik aan de Maastrichtse hoogleraar psychologie prof. dr. H.L.G.J. Merckelbach dit probleem voorgelegd.
    Zijn reactie en de daarbij meegezonden literatuur treft u ook als bijlagen.
    Zijn opvatting : “
    ik denk dat de huidige procedure die VA’s volgen zeer aanvechtbaar is.
    Het is aantoonbaar riskant om op basis van een gesprek uit te maken of de klachten van een kandidaat uitkeringsgerechtigde al dan niet authentiek zijn.
    In de VS wordt het verzuim om in zulke situaties tests te gebruiken als een ernstige kunstfout gezien.
    En dat is terecht.
    Punt is namelijk dat er goede tests voor handen zijn waarmee de kans op vals positieven en vals negatieven valt te reduceren
    .” 5

    2.4.4 - Het eerste probleem is dat de klinische blik per definitie subjectief is, zodat persoonlijke belangstelling van de verzekeringsarts en de chemie tussen arts en onderzochte een grote rol spelen.
    Dit wordt met zoveel woorden erkend door Laitinen-Krispijn en Nicolas in het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde van april 2006 : “
    In de praktijk is de kwaliteit van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling sterk afhankelijk van ervaring en belangstelling van de verzekeringsarts voor psychische klachten. (...)
    Het hangt in grote mate af van welke verzekeringsarts je spreekt wat de uitkomst is
    .’” 6
    Dit leidt ertoe dat :
    - niet wordt voldaan aan de in artikel 18 lid 1 WAO gestelde eis dat de gevolgen van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling objectief medisch worden vastgesteld;
    - zeer beperkt wordt voldaan aan de in artikel 4 lid 1 onder b van het Schattingsbesluit gestelde eis van reproduceerbaarheid;
    - de willekeur op de loer ligt en daarmee strijd met artikel 3:4 Awb.

    2.4.5 - Verder blijkt uit de literatuur dat de klinische blik wordt vertroebeld door de volgende processen (cfr. de artikelen van Faust & Ziskin (1988)2 en Meyer et al (2001)3) :
    - zoeken naar bevestiging van de eerste indruk, waarbij aan tegenbewijs (falsificatie) minder of geen betekenis wordt gehecht;
    - overmatig vertrouwen in eigen kunnen;
    - het is zonder specifiek gericht onderzoek niet mogelijk vast te stellen of iemand simuleert (de overgelegde literatuur laat hiervan sterke voorbeelden zien)7;
    - er bestaat bij psychische problematiek geen eenduidige relatie tussen diagnose en functionele mogelijkheden. 6

    2.4.6 - Uit het artikel van Meyer et al (blz. 150/151)3 blijkt hoe groot de verschillen zijn tussen de resultaten van mono-methodisch onderzoek (klinische blik) en multimethodisch onderzoek.
    De verschillen zijn zo groot dat het de moeite waard is de gehele paragraaf te citeren : “Method Disparities and Errors in Practice
    - Current knowledge about the substantial disagreements between methods of information gathering has important implications for health care.
    The data indicate that even though it may be less expensive at the outset, a single clinician using a single method (e.g., interview) to obtain information from a patient will develop an incomplete or biased understanding of that patient.
    To the extent that such impressions guide diagnostic and treatment decisions, patients will be misunderstood, mischaracterized, misdiagnosed and less than optimally treated.
    Over the long term, this should increase health care costs.
    These issues are not trivial.
    The evidence indicates that clinicians who use a single method to obtain patient information regularly draw faulty conclusions.
    For instance, Fennig, Craig, Tanenberg-Karant, and Bromet (1994) reviewed the diagnoses assigned to 223 patients as part of usual hospital practice.
    Clinical diagnoses were then compared with diagnoses derived from a comprehensive multimethod assessment that consisted of a semistructured patient interview, a review of the patient's medical record, a semistructured interview with the treating clinician and an interview with the patient's significant other, all of which were then reviewed and synthesized by two clinicians to derive final diagnoses from the multimethod assessment.
    Even though Fennig, Craig, Tanenberg-Karant et al. (1994) used very liberal criteria to define diagnostic agreement (e.g., major depression with psychotic features was treated as equivalent to dysthymia), the diagnoses assigned during the course of typical clinical practice had poor agreement with the diagnostic formulations derived from the more extensive synthesis of multiple assessment methods.
    Overall, after discounting chance agreement, the clinical diagnoses agreed with the multimethod conclusions only about 45-50% of the time.
    This was true for a range of disorders on the schizophrenic, bipolar and depressive spectrums.
    Because these conditions are treated in decidedly different ways, such frequent misdiagnoses in typical practice suggest that many patients erroneously receive antipsychotic, antimanic and antidepressant medications.
    Another example involves fully structured interviews like the Composite International Diagnostic Interview (CIDI), which have a format that makes them essentially equivalent to an oral self-report instrument.
    A salient question concerns the extent to which diagnoses from CIDI-type scales agree with those derived from clinicians who also rely on their impression of the patient (e.g., from semistructured interviews, from clinical consensus after following the patient over time).
    Although diagnoses from the CIDI and diagnoses derived from semistructured interviews suffer from criterion contamination because both the predictor and criterion rely on the patient's report as a primary source of information (cfr. : e.g., Malgady, RogIer, & Tryon, 1992), Table 3 indicates that across 33 samples and 5,990 patients, the correspondence between CIDI-type diagnoses and clinician diagnoses was quite modest (K = .34; Table 3, Entry 34; see Meyer, in press).
    Similar findings have been observed when Axis I diagnoses from the Structured Clinical Interview for the Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders were compared with clinician diagnoses (mean K = .26, N = 100; Steiner, Tebes, Sledge, & Walker, 1995), suggesting again that the source of information for diagnostic inferences exerts a prominent influence over final classifications (cfr. : e.g., Offord et al., 1996).
    Although the above disagreements are pronounced, even more drastic errors have been found for personality disorders.
    Perry (1992) and Pilkonis et al. (1995) compared diagnoses derived from a semistructured clinical interview with diagnoses based on more extensive and complex assessments using multiple methods of gathering patient information.
    Across studies, there was a meager correspondence between the diagnoses derived from a single clinician using the single method of assessment and the diagnoses derived from the multimethod evaluations (K = .28; N = 218; see Entry 48 in Table 3).
    In fact, after correcting for agreements due to chance, about 70% of the interview-based diagnoses were in error.
    The evidence also indicates that personality disorder diagnoses diverge substantially across other sources of information.
    For instance, Table 3 shows that diagnoses derived from self-report bear little resemblance to those derived from clinicians (K = .18, N = 2,859; Table 3, Entry 33) and that diagnoses from semistructured patient interviews bear little resemblance to those based on semistructured interviews with significant others in the patient's life (K = .12, N = 768; Table 3, Entry 30).
    Though the latter results are sobering, they are open to interpretation about which perspective is more correct.
    The most relevant evidence is that which compared interviews with the multimethod synthesis of information.
    These data clearly demonstrate how conclusions derived from a typical evaluation using a single method of assessment had little correspondence with those derived from a more comprehensive evaluation.
    By necessity then, the research findings indicate that many patients may be misunderstood or improperly treated when they do not receive thorough assessments.
    Errors of misappraisal and mistreatment are most likely when administrative efforts to save money restrict clinicians to very brief and circumscribed evaluations.

    Dat klinische (mono-methodisch gestelde) diagnosen in niet meer dan 45-50% van de gevallen en bij persoonlijkheidstoornissen zelfs maar in ongeveer 30% van de gevallen, door multi-methodisch onderzoek worden bevestigd - met als gevolg dat in 50-70% van de gevallen een verkeerde behandeling is ingezet -, is ronduit schokkend.
    Vertaald naar de verzekeringsgeneeskunde betekent dit dat het aannemelijk is dat in 50% of meer van de beoordelingen sprake is van een onjuiste vaststelling van de psychische belastbaarheid.

    2.4.7 - Deze onbetrouwbaarheid van interview-gebaseerde beoordelingen komt ook naar voren in de veel breder opgezette meta-analyse van 136 onderzoeken door William M. Grove et al. 4 : “On average, mechanical-prediction techniques were about 10% more accurate than clinical predictions.
    Depending on the specific analysis, mechanical prediction substantially outperformed clinical prediction in 33%-47% of studies examined.
    Although clinical predictions were often as accurate as mechanical predictions, in only a few studies (6%-16%) were they substantially more accurate.
    Superiority for mechanical-prediction techniques was consistent, regardless of the judgment task, type of judges, judges' amounts of experience or the types of data being combined.
    Clinical predictions performed relatively less well when predictors included clinical interview data.

    2.4.8 - Waartoe overmatig zelfvertrouwen bij diagnosticerende artsen kan leiden, blijkt uit een onderzoek uit 1987 over het vermogen van adolescenten om bij het invullen van vragenlijsten aannemelijke neuropsychologische defecten te simuleren : “Three subjects between the ages of 9 and 12 years were recruited through friends of the laboratory support staff.
    The subjects had no history of learning difficulties, serious medical illness or head injury and each was an above-average student.
    We informed subjects and their parents that we wished to examine faking on psychological tests.
    The subjects were told to perform less well than usual but not to be so obvious in doing so that the person testing them would know they were faking.
    No other guidance was provided. (...) Of the 42 case respondents (15 for Case I, 11 for Case 2 and 16 for Case 3), 39 (93%) judged the protocols as abnormal and 3 (7%) as normal.
    Of the former 39 respondents. 34 (87%) attributed the abnormality to conical dysfunction. 5 (13%) to functional factors and 0 to malingering.
    Thus, almost all of the respondents were convinced that abnormality was present, and no respondent detected faking or malingering. (...) About three fourths of the judges indicated moderate or greater confidence and almost two fifths indicated high or very high confidence.
    We had planned to analyze relations between diagnostic accuracy and a number of variables, including confidence.
    However, significant findings were precluded because accuracy did not vary (i.e., error rate was 100%.).
    It seems appropriate to call most of the judges overconfident because the majority indicated moderate or greater confidence on a task in which no judge made an accurate identification.
    ” 8
    De meeste beoordelaars hadden een zeer groot vertrouwen in de juistheid van hun bevindingen, terwijl die bevindingen in 90-100% van de gevallen onjuist waren.
    Uit dit onderzoek blijkt dat het bij gezonde personen die opzettelijk simuleren nauwelijks tot niet mogelijk is om objectief en betrouwbaar vast te stellen of en in hoeverre sprake is reële neuropsychologische problematiek of van simulatie.
    Uit ander onderzoek blijkt echter dat simulatie wel betrouwbaar is vast te stellen met behulp van specifieke daarop gerichte testen.8, 9

    2.4.9 - De verzekeringsarts moet op grond van een gesprek met een verzekerde, die (in beginsel) niet simuleert, de geclaimde klachten en beperkingen beoordelen.
    Hij moet daarbij onderscheiden tussen wat reëel is en als gevolg van ziekte of gebrek kan worden aangemerkt en datgene wat in de presentatie mogelijk te sterk wordt aangezet of niet als gevolg van ziekte kan worden aangemerkt.
    Als het maken van dat onderscheid al niet mogelijk is bij gezonde personen die bewust simuleren, dan is dat bij zieke personen wier klachtenbeleving mogelijk sterker is dan medische verklaarbaar, maar voor een (substantieel) deel wel reëel, nog veel minder mogelijk.
    Er valt dan ook niet te ontkomen aan de conclusie dat een klinische beoordeling van psychische klachten op basis van niet meer dan een beoordelingsgesprek ontoereikend is en met andere vormen van onderzoek moet worden aangevuld om tot een betrouwbaar en reproduceerbaar resultaat te komen.
    Het belang hiervan wordt onderstreept door het onderzoek van Greiffenstein en Baker waaruit naar voren komt dat in letselschadezaken (“compensable context”) de kans op simulatie groter is naar mate het objectieve letsel beperkter is.10
    Niet vergeten mag worden dat het fenomeen “simulatie/maligneren” twee zijden heeft : uiteraard dient voorkomen te worden dat claims worden gehonooreerd c.q. beperkingen worden aangenomen die er de facto niet zijn, maar evenzeer dient te worden voorkomen dat op grond van een onvoldoende onderbouwd vermoeden van maligneren claims c.q. beperkingen worden afgewezen die er wel degelijk zijn.

    2.4.10 - Uit de literatuur blijkt dat er voldoende betrouwbare tests beschikbaar zijn om bijv. :
    - de klachten goed in beeld te brengen (SCL-9011 en 4DKL12), zodat gericht nader onderzoek kan plaatsvinden;
    - een angststoornis of depressie uit te sluiten (HADS en DASS)13, zodat van nader onderzoek naar die stoornissen kan worden afgezien of (indien die diagnosen niet worden uitgesloten) gericht verder onderzoek kan plaatsvinden;
    - simulatie vast te stellen (ASTM en vooral SIMS). 9

    2.4.11 - Uit de literatuur komen geen argumenten naar voren op grond waarvan bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling van het gebruik van dergelijke instrumenten zou moeten worden afgezien.
    Wel komen uit die literatuur sterke argumenten naar voren die het (aanvullende) gebruik van testonderzoek ondersteunen.
    Cfr. Meyer et al. : “
    Data from more than 125 meta-analyses on test validity and 800 samples examining multimethod assessment suggest 4 general conclusions :
    (a) psychological test validity is strong and compelling,
    (b) psychological test validity is comparable to medical test validity,
    (c) distinct assessment methods provide unique sources of information and
    (d) clinicians who rely exclusively on interviews are prone to incomplete understandings.
    Following principles for optimal nomothetic research, the authors suggest that a multimethod assessment battery provides a structured means for skilled clinicians to maximize the validity of individualized assessments.
    ” 3

    2.4.12 - Op basis van de overgelegde wetenschappelijke literatuur kan dan ook niet anders dan worden geconcludeerd dat een verzekeringsgeneeskundige beoordeling die is gebaseerd op alleen de “klinische blik” van de verzekeringsarts, niet als ‘state of the art’ kan worden aangemerkt, maar dient te worden aangevuld met en getoetst aan de resultaten van testonderzoek (cfr. ook C. de Ruiter, Evidence-based psychodiagnostiek).14
    Verder dient te worden vastgesteld dat er voldoende valide en betrouwbare testmethodieken zijn die ook in de verzekeringsgeneeskunde kunnen worden toegepast, zodat eigenlijk onbegrijpelijk is waarom daarvan niet meer gebruik wordt gemaakt (cfr. de waarschuwing in het hiervoor al geciteerde artikel van Van Dijk et al.).1
    Tot slot verdient opmerking dat in de bedrijfsgeneeskunde, die toch sterk aan de verzekeringsgeneeskunde is gelieerd, wel in toenemende mate van testonderzoek gebruik wordt gemaakt (cfr. de NVAB-richtlijn “Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten” van 28 januari 2000 op :
    http://www.ohcbv.nl/hulppagina/documenten/richtlijn%20psychische%20klachten.pdf -).

    2.5 - Algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden

    2.5.1 - In artikel 4 lid 2 van het Schattingsbesluit wordt de eis gesteld dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek geschiedt aan de hand van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden.

    2.5.2 - In de Nota van Toelichting bij het Schattingsbesluit is ter toelichting bij de introductie van deze eis het volgende te lezen : “In zijn brief aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 september 1997 over de richtlijn MAOC wijst het Ctsv er op dat «uit hetgeen de wetgever en de rechter naar voren brengen kan worden opgemaakt, dat de uitvoerder van de AAW/WAO bij zijn medische beoordeling niet over een nacht ijs mag gaan.
    Een gedegen medisch onderzoek is altijd een vereiste en hoe moeilijker het is een medische oorzaak vast te stellen, hoe grondiger en uitvoeriger het te verrichten onderzoek zal moeten zijn».
    Het besluitvormingsproces dient derhalve voldoende waarborgen te bevatten voor een gefundeerd medisch oordeel. (...)
    Om te kunnen spreken van een kwalitatief goede claimbeoordeling dient aan de volgende eisen te worden voldaan. Ten eerste is daar de vaststelbaarheid van de stoornissen, beperkingen en handicaps. (...)
    De tweede voorwaarde is dat het vaststellen van de ongeschiktheid medisch dient te zijn, hetgeen wil zeggen op in de reguliere gezondheidszorg aanvaarde wijze.
    Dit vereist dat onderzoeksmethoden toegepast dienen te worden die in de verzekeringsgeneeskunde onder artsen en paramedische deskundigen algemeen geaccepteerd zijn. (...)
    Een derde voorwaarde is dat het oordeel van de verzekeringsarts objectief moet zijn.
    Objectief in dit verband wil zeggen gebaseerd op de feiten, niet beïnvloed door vooroordelen.
    ” (Stb 2000, 307, blz. 15/16)
    Er dient dus sprake te zijn van een gefundeerd medisch oordeel dat op een in de reguliere gezondheidszorg aanvaarde wijze wordt vastgesteld en objectief is.

    2.5.3 - Gelet op de uit de wetenschappelijke literatuur daartegen blijkende bezwaren, kan de loutere klinische blik niet worden aangemerkt als een “algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethode” als bedoeld in artikel 4 lid 2 van het Schattingsbesluit.

    2.5.4 - Blijkens het Handboek psychodiagnostiek onder redactie van Corine de Ruiter & Martin Hildebrand uit 2006, blz. 11-17, dient psychodiagnostiek zoveel mogelijk evidence-based te zijn, hetgeen inhoudt :
    - dat er gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde en wetenschappelijk onderbouwde instrumenten;
    - er sprake is van transparantie (expliciet maken van de keuze voor bepaalde meetinstrumenten en van de relatie tussen ruwe testgegevens en de interpretatie daarvan);
    - er multimethodisch wordt gewerkt, d.w.z. dat gebruik wordt gemaakt van meer testmethoden en meer informatiebronnen.14
    De eis van artikel 4 lid 2 van het Schattingsbesluit leidt er dan ook toe dat de verzekeringsarts zijn oordeel over psychische problematiek zal dienen te baseren op de combinatie van testonderzoek en klinische beoordeling.
    Het testonderzoek kan daarbij zowel de richting wijzen voor nader onderzoek als een kritische toets zijn voor het eigen klinisch oordeel, bijv. doordat simulatie objectief wordt aangetoond, een diagnose wordt uitgesloten of een eigen hypothese wordt gefalsificeerd of juist bevestigd.

    2.5.5 - De vraag tot slot of de verzekeringsarts in het gebruik van dit soort instrumenten is geschoold, is niet relevant : hij kan zich ofwel daarin alsnog scholen ofwel gebruik maken van externe expertise.
    Dat aan externe expertise kosten zijn verbonden, mag niet ten nadele van de verzekerde worden gebracht. Artikel 3:4 lid 2 Awb staat daaraan in de weg.

    2.6 - Bijzondere problemen bij - retrospectieve - toetsing in bezwaar en beroep

    2.6.1 - Hetgeen hiervoor is beschreven, doet zich voor bij de beoordeling van de actuele belastbaarheid.
    Indien eenmaal een besluit met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is genomen, dan staat in bezwaar of beroep niet meer de actuele belastbaarheid ter beoordeling, maar die op de datum in geding.
    Zoals de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 30 januari 2007, LJN AZ7600, terecht overweegt, hebben dergelijke zaken altijd een retrospectief karakter en zal dan steeds een beoordeling van een situatie in het verleden moeten plaatsvinden.

    2.6.2 - Prof. dr. P.J. van Koppen wijst er echter in zijn artikel “Weg van de toerekeningsvatbaarheid - Over rapportages over de verdachte” in Trema, 27, 221-228 – cfr. : http://www.nscr.nl/publicaties/artikel.php?artikel_ID=426 -, op dat er helemaal geen tests bestaan waarmee iemands toestand in het verleden kan worden vastgesteld (blz. 224 l.k.) en dat er vele factoren zijn waardoor een retrospectieve beoordeling wordt verstoord.

    2.6.3 - Dat een beoordeling achteraf niet rechtstreeks mogelijk is en met bijzondere moeilijkheden heeft te kampen, leidt ertoe dat aan de eisen die aan een actuele beoordeling dienen te worden gesteld, strikt de hand moet worden gehouden.

    2.6.4 - Tweede consequentie daarvan is dat gebreken in de beoordeling zo kort mogelijk na de datum in geding moeten worden hersteld.
    De inschatting van de situatie per datum in geding op basis van een onderzoek ongeveer 1½ jaar na dato (in het kader van de procedure bij de rechtbank, zoals in casu) is veel moeilijker dan op basis van een onderzoek rondom tot enkele maanden na die datum (zoals in bezwaar mogelijk is).
    Indien het multimethodische onderzoek pas na 4 tot 5 jaar plaatsvindt (zoals bij onderzoeken in opdracht van de Centrale Raad van Beroep het geval is) geldt dat nog meer.

    2.6.5 - Een en ander leidt ertoe dat, indien de rechtbank de medische grondslag ontoereikend acht, hij zelf opdracht tot nader onderzoek moet geven en niet mag volstaan met een vernietiging en terugwijzing naar het UWV.
    Met dat laatste is immers meer tijd gemoeid.


    3. - Wanneer dient de rechter een deskundige in te schakelen ?

    3.1 – Twijfel

    Volgens vaste jurisprudentie is er in het algemeen slechts aanleiding tot het inschakelen van een medisch deskundige, indien de gedingstukken dan wel de aangedragen medische gegevens reden geven voor twijfel aan de juistheid van de voor betrokkene vastgestelde beperkingen (cfr. bijv. CRvB 04-08-1998, USZ 1998/273).
    Voorts kan daartoe aanleiding bestaan indien sprake is van een situatie waarin de standpunten van de verzekeringsarts en de behandelend arts tegenover elkaar staan zonder dat bij voorbaat kan worden gezegd dat een van die standpunten volstrekt onvoldoende gemotiveerd of anderszins volstrekt onhoudbaar is (cfr. : CrvB 11-01-2000, USZ 2000/79).
    In CRvB 28-03-2007, LJN BA2093, wordt een vergelijkbaar oordeel gegeven, maar dan met verwijzing naar onderdeel 2.3.5. van de Standaard “Onderzoeksmethoden bij psychische stoornissen” (cfr. :
    http://www.nvvg.nl/download/vatools/Onderzoeksmethoden%20bij%20psychische%20stoornissen.pdf -).

    3.2 - Wat geeft aanleiding tot twijfel ?

    3.2.1 - Twijfel kan veroorzaakt worden door zowel de wijze van totstandkoming als de materiële inhoud van de rapportage van de verzekeringsarts.
    Indien de wijze van totstandkoming al tot twijfel aanleiding geeft, wordt aan de materiële inhoud eigenlijk niet meer toegekomen.

    3.2.2 - Dit betekent dat voor het onderbouwen van twijfel het niet altijd noodzakelijk is nieuwe medische stukken over te leggen.
    Dat volgt ook uit de aangehaalde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (USZ 1998/273), waarin de reden tot twijfel wordt gevonden in “de gedingstukken dan wel de aangedragen medische gegevens”.

    3.3 - Materiële inhoud

    3.3.1 - Materiële twijfel is het gemakkelijkst en vaak ook het meest in het oog springend.
    Verschil van inzicht tussen verzekeringsarts en behandelaar over de arbeidsmogelijkheden, zoals in de hiervoor aangehaalde uitspraken, is een voorbeeld hiervan.
    Ook kan sprake zijn van verschillen in gestelde diagnose of van informatie die voorheen nog niet bekend was.

    3.3.2 - Materiële twijfel kan ontstaan door het overleggen van nieuwe medische stukken, maar ook vanuit het reeds bestaande dossier.
    In de jurisprudentie over de consistentie van het medisch oordeel in de tijd (zie hierna in paragraaf 4.1) komt de twijfel steevast voort uit discrepanties tussen de bestreden beoordeling en eerdere beoordelingen zonder dat sprake is van nieuw overgelegde medische stukken.

    3.4 - Wijze van totstandkoming

    3.4.1 - Er mag echter niet aan voorbij worden gegaan dat ook de wijze van totstandkoming van het advies van de verzekeringsarts aanleiding kan geven tot twijfel.

    3.4.2 - Indien het door de verzekeringsarts verrichte onderzoek niet voldoet aan de eisen van :
    - zorgvuldig onderzoek (artikel 3:2 en 3:4 Awb),
    - objectiviteit (18 lid 1 WAO),
    - reproduceerbaarheid (artikel 4 lid 1 onder b Schattingsbesluit),
    - consistentie (artikel 4 lid 1 onder c Schattingsbesluit) en
    - onderzoeksmethode (artikel 4 lid 2 Schattingsbesluit)
    dan kan niet zonder meer worden uitgegaan van de juistheid van het resultaat van die beoordeling en moet er rekening mee worden gehouden dat er een reële kans bestaat dat een onderzoek dat wel aan alle eisen voldoet, tot andere uitkomsten leidt.
    In deze situatie is weliswaar minder evident dat het advies van de verzekeringsarts mogelijk onjuist is dan bij een duidelijk verschil van inzicht met de behandelaar, maar de mogelijkheid dat kwalitatief beter onderzoek tot andere resultaten leidt, mag niet voor risico en rekening van de betrokken verzekerde worden gelaten.

    3.4.3 - Van een dergelijke situatie is sprake indien de verzekeringsarts heeft verzuimd gebruik te maken van onderzoeksinstrumenten die wel beschikbaar zijn.

    3.4.4 - Verder dient bij deze toetsing te worden betrokken het in hoofdstuk 3 (blz. 31 e.v.) van zijn advies van 4 juni 2007, nr. 2007/14, “Verzekeringsgeneeskundige mediprudentie” - cfr. : http://www.gr.nl/pdf/200714.pdf - door de Gezondheidsraad voorgestelde toetsingskader.
    Indien de verzekeringsgeneeskundige rapportage niet voldoet aan de in dit toetsingskader geformuleerde eisen, dan is niet voldaan aan de daaraan te stellen eisen van zorgvuldig onderzoek en kan niet zonder meer van de juistheid van de bevindingen en conclusies worden uitgegaan.

    3.4.5 - Tot slot moet er rekening mee worden gehouden dat een verzekerde aanzienlijk minder gemakkelijk toegang heeft tot (onafhankelijke) medische expertise dan het UWV, dat die expertise immers in dienst heeft.
    Volgens het rapport “Ben ik overtuigd ?” behoort in verband hiermee het beginsel van de ongelijkheidscompensatie een rol te spelen bij de beslissing een deskundige te benoemen (Ben ik overtuigd ? - Werkgroep Medische Toetsing - Notitie van een werkgroep voorzitters sectoren bestuursrecht, mr. A.H.J. Lennaerts, Arrondissementsrechtbank Assen, mei 1995).


    4. - Bijzonderheden in de zaak A.

    4.1 - Consistentie van het medisch oordeel in de loop der tijd

    4.1.1 - Artikel 4 lid 1 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten bepaalt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek dient te voldoen aan de volgende vereisten :
    - a. (...)
    - b. een door een andere verzekeringsarts uitgevoerd verzekeringsgeneeskundig onderzoek zal tot dezelfde bevindingen en conclusies kunnen leiden;
    - c. de redeneringen en conclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn vrij van innerlijke tegenspraak.
    Deze eisen kunnen kort worden aangeduid als eisen van reproductiviteit (onderdeel b) en consistentie (onderdeel c).
    De Centrale Raad van Beroep heeft in een reeks van uitspraken de lijn neergelegd dat een wijziging van de belastbaarheid in beginsel dient te kunnen worden teruggevoerd op een verandering van de medische situatie.
    Indien sprake is van een lichtere inschatting van de beperkingen bij een overigens ongewijzigd medisch beeld, dient dat verschil in inschatting overtuigend te worden gemotiveerd (cfr. CRvB 08-03-2005, USZ 2005/168; CRvB 08-03-2005, USZ 2005/168; CRvB 03-01-2007, LJN AZ6490; CRvB 14-02-2007, LJN AZ8558).
    De overwegingen in CRvB 11-05-2007, LJN BA5749, met betrekking tot het laten vervallen van een urenbeperking zijn zeer illustratief : “
    Bij de thans in geding zijnde schatting heeft het Uwv, anders dan bij een eerdere beoordeling, geen urenbeperking meer geïndiceerd geacht voor appellante.
    Naar het oordeel van de Raad ontbreekt echter een voldoende overtuigende onderbouwing voor het laten vervallen van deze urenbeperking.
    De primaire verzekeringsarts is in zijn rapport d.d. 15 april 2003 op grond van het dagverhaal van appellante tot de conclusie gekomen dat zij voldoende rust krijgt en er geen indicatie meer is voor een urenbeperking en de bezwaarverzekeringsarts heeft zich, zonder nader in te gaan op dit aspect, achter dit medische oordeel van de primaire verzekeringsarts geschaard.
    Een dergelijke motivering acht de Raad in het licht van de eerdere medische rapportage waarin wel een urenbeperking is aangenomen echter onvoldoende, te meer daar appellante heeft gesteld dat in haar gezondheidstoestand geen verbetering is gekomen.

    Hoewel de Centrale Raad in bovengenoemde uitspraken niet met zoveel woorden verwijst naar artikel 4 lid 1 van het Schattingsbesluit, dient deze jurisprudentie wel in het licht van deze bepaling te worden gezien.
    Waar artikel 4 lid 1 Schattingsbesluit met name lijkt te zien op het verzekeringsgeneeskundig onderzoek met betrekking tot alleen de datum in geding, ziet de aangehaalde jurisprudentie van de Centrale Raad met name op de reproduceerbaarheid en consistentie van de beoordeling in de loop der tijd.

    4.1.2 - Bezwaar-verzekeringsarts W.M. K. schrijft in haar rapportage van 4 oktober 2006 (B58) dat de ernst van de psychische problematiek ten opzichte van het vorige beoordelingsmoment (22 mei 1996, B24 en 25/26) is afgenomen.
    Toch is dat niet zo evident : A.’s huisarts spreekt over een depressieve stoornis met paniekaanvallen, waar de primair oordelende arts A.K. van B. spreekt van spanningsklachten (B35.2) en de bezwaar-verzekeringsarts van een aanpassingsstoornis, recidiverend met depressieve stemming.
    De stelling van de bezwaarverzekeringsarts in haar rapportage van 6 december 2006 (B66) dat men het eigenlijk over alles eens is, is dan ook niet juist.
    Er bestaat wel degelijk verschil van mening over zowel de diagnose als (vooral) de ernst daarvan.
    Hier wreekt zich direct dat verweerder geen gebruik maakt van vragenlijsten als de 4DKL of SCL-90.
    Indien wel van dit soort (screenende) vragenlijsten gebruik zou zijn gemaakt, zouden de lijsten van 1996 en heden met elkaar vergeleken kunnen worden en een meer objectief beeld kunnen worden verkregen van de verschillen in de door A. ervaren c.q. gerapporteerde klachten tussen beide data.
    Verder ligt een opklaren van de depressieve stoornis niet zo voor de hand, nu de thuissituatie, die daarbij blijkens het dossier een aanzienlijke onderhoudende rol speelt, niet wezenlijk is veranderd.
    Ook vanuit de wetenschappelijke literatuur kan worden onderbouwd dat veeleer sprake is van een juist ongunstige prognose (cfr. W. van der Hoek - 'Prognose van depressie in het kader van de claimbeoordeling voor de nieuwe WAO' in TBV 2006, nr. 4).15
    De in het dossier te vinden waarschuwingen van psychiater Y. B. (B18) en psychiater A. K. (B24) tot slot ondersteunen de vermeende opklaring ook niet.

    4.1.3 - Kortom, de bevindingen die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit wijken zodanig af van de overige in het dossier aanwezig bevindingen, dat serieuze twijfel is gerechtvaardigd over de juistheid van de medische onderbouwing van het bestreden besluit.

    4.2 - Sociale omstandigheden

    4.2.1 - Uit het dossier komt naar voren dat verweerders besluit vooral is ingegeven door de overweging dat de belastende thuissituatie van A. bij de beoordeling van zijn arbeidsmogelijkheden geen rol mag spelen.
    Zoals de bezwaar-verzekeringsarts het in haar rapportage van 6 december 2006 (B66) formuleert : verweerder meent dat A. een keus moeten maken tussen het verzorgen van zijn zieke vrouw en het verrichten van arbeid.

    4.2.2 - Dit standpunt is niet alleen buitengewoon cynisch, maar ook onjuist.
    In het Verzekeringsgeneeskundig protocol Algemene inleiding van 19 december 2006, nr. 2006/22, blz. 15/16, schrijft de Gezondheidsraad : “Het concept “ongeschiktheid tot werken ten gevolge van ziekte” in het Schattingsbesluit wordt in de bijbehorende Nota van toelichting uitgewerkt aan de hand van drie begrippen die ontleend zijn aan de in 1980 voor het eerst verschenen International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps (ICIDH) van de WHO : de begrippen stoornis, beperking en handicap. (...)
    De ICIDH werd in 2001 opgevolgd door de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) : (...) Centraal in de ICF staat een model van het menselijk functioneren (figuur 1), waarin de onderlinge relaties tussen stoornissen, beperkingen en handicaps (in de ICF-terminologie : participatieproblemen) in beeld worden gebracht.
    De drie niveaus waarop ziekte zich manifesteert worden omschreven als :
    - het niveau van de functies en anatomische eigenschappen, waarop zich stoornissen kunnen voordoen,
    - het niveau van de activiteiten, de onderdelen van iemands handelen, waarop beperkingen aanwezig kunnen zijn en
    - het niveau van de participatie, waarop sprake kan zijn van participatieproblemen, i.e. : problemen met het deelnemen aan het maatschappelijk leven.
    De drie niveaus van het menselijk functioneren hangen niet alleen in onderlinge wisselwerking met elkaar samen, maar zijn ook verbonden met externe factoren (fysieke en sociale) en met persoonlijke factoren (bijvoorbeeld leeftijd, persoonlijkheid levensstijl), die zowel op het functioneren van invloed zijn als erdoor beïnvloed worden.
    De verzekeringsarts maakt bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling van dit samenhangende, dynamische systeem van het menselijk organisme en zijn omgeving een momentopname.
    Is er op dít moment sprake van een consistente en plausibele samenhang van stoornissen, beperkingen en participatieproblemen ?
    Is dat het geval, dan kan er sprake zijn van “ongeschiktheid tot werken ten gevolge van ziekte” in de zin van het Schattingsbesluit.
    Om na te kunnen gaan of bij iemand een dergelijke consistente en plausibele samenhang aan de orde is, is het van belang zicht te hebben op de externe en persoonlijke factoren die met het functioneren van de persoon verbonden zijn.
    De stoornissen, beperkingen en participatieproblemen doen zich altijd voor in een bepaalde persoon in een bepaalde omgeving.
    Al naar gelang de eigenschappen van die persoon en omgeving kan de samenhang van stoornissen, beperkingen en participatieproblemen verschillende gedaanten aannemen.
    Mede daarom is de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling altijd een individuele beoordeling.
    Soms zal blijken dat in het ontstaan of voortbestaan van een samenhangend geheel van stoornissen, beperkingen en participatieproblemen externe en persoonlijke factoren, zoals gebrek aan sociale steun, inactiviteit, persoonlijkheidskenmerken, ambities, copingstijlen enzovoort, een belangrijke rol spelen.
    Dat is geen reden om, wanneer is vastgesteld dat van een dergelijke samenhang sprake is, de omvang van de beperkingen als geringer te beoordelen dan wanneer niet of nauwelijks aanwijsbare persoonlijke of externe factoren in het geding zouden zijn geweest.”

    4.2.3 - Het geheel buiten beschouwing laten van de invloed van de thuissituatie is dan ook in strijd met huidig wetenschappelijk medisch inzicht.

    4.2.4 - Hieraan wordt toegevoegd dat blijkens hetgeen psychiater Y. B. (B18) en psychiater A. K. (B24) schrijven, het verstoren van het wankele evenwicht thuis een relevant risico op decompensatie met zich meebrengt.
    Of zoals prof. dr. H.J. van A. het in zijn brief van 17 september 1996 (B23) schrijft : “Niet zijn arbeidsongeschiktheid wordt sociaal maatschappelijk bepaald, maar zijn psychische ziekte wordt sterk sociaal/maatschappelijk beïnvloed.
    Verweerder gaat hier ten onrechte aan voorbij.


    5. - Conclusie

    5.1 - Een en ander leidt tot de conclusie dat de verzekeringsgeneeskundige grondslag van het bestreden besluit niet voldoet aan de eisen die daaraan op grond van artikel 3:2 en 3:4 Awb, artikel 18 lid 1 WAO en artikel 4 lid 2 van het Schattingsbesluit dienen te worden gesteld.

    5.2 - Deze gebreken aan de beoordeling leiden ertoe dat ernstig dient te worden getwijfeld aan de juistheid van de uit die gebrekkige beoordeling getrokken conclusies.
    Dat dient te leiden tot benoeming van een onafhankelijk deskundige.

    5.3 - Voorgesteld wordt daartoe een psycholoog te benoemen en in de te verstrekken opdracht de instructie op te nemen in het kader van zijn onderzoek tevens een psychiatrisch consult te doen plaatsvinden.

    5.4 - Indien u overgaat tot de benoeming van een deskundige, verzoek ik u mij in de gelegenheid te stellen mij uit te laten over de te formuleren vraagstelling.

    Hoogachtend,
    E. van den Bogaard.


    Bijlagen

    Om de reden van overlegging van de betreffende artikelen te illustreren, heb ik bij een aantal artikelen enkele in het oog springende passages geciteerd :

    1. Een virtuele bibliotheek voor arbo en sociale zekerheid
      F. van Dijk, G. Reinders, F. Schaafsma, D. Spreeuwers, C. Hulshof, M. Abspoel, F. Vlek, J. Verbeek - Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 11 (december 2003), p. 368-372
      Cfr. : http://dare.uva.nl/record/142407


    Lees verder : Deel II


    19-12-2008 om 00:45 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klinische blik verzekeringsartsen onbetrouwbaar - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     








    Klinische blik verzekeringsartsen onbetrouwbaar

    Deel II


    1. The Expert Witness in Psychology and Psychiatry
      David Faust and Jay Ziskin (1988) - Science, Vol. 241, 1 July 1988, p. 32
      “Studies that compare clinicians' predictions against objectively determinable, hard data commonly show that error rate exceeds accuracy rate (3).
      In one study, for example, a series of military recruits was retained in service despite psychiatrists' recommendations that they be discharged for severe psychiatric liabilities. (11)
      After 2 years, most of these individuals had remained on active duty and their overall rate of success and adjustment was not substantially different from that of matched controls initially judged to be free of pathology.”
      “In another study, lay interviewers using standardized questions produced information of equal or greater validity than psychiatrists conducting interviews in their preferred manner.”
      “In a study on the detection of malingering, most clinicians expressed extreme confidence on a diagnostic task in which error rate ranged from 90 to 100%.”
      “Clinicians commonly propose that their conclusions rest on a careful weighting of many variables, whereas objective analysis typically shows that only a few variables, perhaps two or three, exert a significant impact (39-40). Clinicians also assert that complex configural analysis or data integration is necessary to reach accurate conclusions-that one never considers datum in isolation but rather the "whole" or overall pattern of results.
      However, numerous studies suggest that no clinician, or human being for that matter, can begin to manage such complex cognitive operations (41-43). The attempt to grasp interactions among even two or three variables can outstrip human cognitive capacities.”
      Cfr. :
      http://www.sciencemag.org/cgi/content/abstract/241/4861/31

    2. Psychological testing and psychological assessment - A review of evidence and issues
      Meyer, G. J., Finn, S. E., Eyde, L. D., Kay, G. G., Moreland, K. L., Dies, R. R., Eisman, E. J., Kubiszyn, T. W., & Reed, G. M. (2001) - American Psychologist, 56, 128–165
      Cfr. below : 4) 'Clinical versus mechanical prediction - A meta-analysis
      '
      Cfr. :
      http://www.biomedexperts.com/Abstract.bme/11279806/Psychological_testing_and_psycholo
      gical_assessment_A_review_of_evidence_and_issues

    3. Clinical versus mechanical prediction - A meta-analysis
      Grove, W.M., Zald, D.H., Hallberg, A.M., Lebow, B., Snitz, E., & Nelson, C. (2000) - Psychological Assessment, 12, 19–30
      Het artikel van Meyer et al is weliswaar veel directer toegespitst op de beoordeling van psychische problematiek, maar het onderzoek van Grove et al geldt als klassieker in de “statisch versus klinisch” discussie.
      Er komt uit naar voren dat de gebrekkigheid van het klinisch oordeel zeer algemeen is en zich in versterkte mate voordoet zodra dat oordeel is gebaseerd op gegevens die zijn verkregen uit een interview.
      Dat laatste is relevant aangezien een beoordelingsgesprek met een verzekeringsarts een interview is.
      “The process of making judgments and decisions requires a method for combining data.
      To compare the accuracy of clinical and mechanical (formal, statistical) data-combination techniques, we performed a meta-analysis on studies of human health and behavior.
      On average, mechanical-prediction techniques were about 10% more accurate than clinical predictions.
      Depending on the specific analysis, mechanical prediction substantially outperformed clinical prediction in 33%-47% of studies examined.
      Although clinical predictions were often as accurate as mechanical predictions, in only a few studies (6%-16%) were they substantially more accurate.
      Superiority for mechanical-prediction techniques was consistent, regardless of the judgment task, type of judges, judges' amounts of experience or the types of data being combined.
      Clinical predictions performed relatively less well when predictors included clinical interview data.
      These data indicate that mechanical predictions of human behaviors are equal or superior to clinical prediction methods for a wide range of circumstances.”
      “Why do we obtain these results ?
      Humans are susceptible to many errors in clinical judgment (Garb, 1998; Kahneman, Slovic, & Tversky, 1982).
      These include ignoring base rates, assigning nonoptimal weights to cues, failure to take into account regression toward the mean, and failure to properly assess covariation.
      Heuristics such as representativeness (which leads to belief in the law of small numbers) or availability (leading to over-weighting vivid data) can similarly reduce clinicians' accuracy.
      Also, clinicians often do not receive adequate feedback on the accuracy of their judgments (Einhora & Hogarth, 1978), which gives them scant opportunity to change maladaptive judgment habits.
      In this regard, it is notable that experienced psychologists frequently show little improvement in the accuracy of their clinical judgments relative to the clinical judgments of psychology graduate students (Garb, 1989, 1998).
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10752360&dopt=Abstract

    4. E-mailwisseling prof. dr. H.L.G.J. Merckelbach d.d. 4 en 5 oktober 2007

    5. Verzekeringsgeneeskundige beoordeling bij psychische problematiek
      S.M. Laitinen-Krispijn, L.C. Nicolaï - Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 4 (2006), p. 167-170
      Cfr. : http://www.st-ab.nl/wetwiaor1rvpa-06.htm

    6. Pediatric malingering – The capacity of children to fake believable deficits on neuropsychological testing
      Faust, David; Hart, Kathleen J.; Guilmette, Thomas J – Journal of Consulting and Clinical Psychology, 1988 Aug Vol 56(4) 578-582
      Cfr. : http://eric.ed.gov/ERICWebPortal/custom/portlets/recordDetails/detailmini.jsp?_nfpb=true&_&ERICExtSearch_SearchValue_0=EJ384977&ERICExtSearch_SearchType
      _0=no&accno=EJ384977

    7. Over het simuleren van cognitieve stoornissen
      M. Jelicic, H. Merckelbach, M. Cima - Tijdschrift voor Psychiatrie 45 (2003) 11, p. 687-696

      “Zodra clinici het juridisch domein betreden om daar cognitieve klachten en symptomen van patiënten te taxeren, moeten zij beducht zijn voor de mogelijkheid dat afhankelijk van de context, klachten en symptomen worden gemaximaliseerd of juist geminimaliseerd.
      Het is voor psychiaters en neurologen goed om er rekening mee te houden dat simuleren vooral kan voorkomen bij patiënten die verwikkeld zijn in de afhandeling van letselschade, bij verdachten van misdrijven en bij forensische patiënten.
      Deze categorieën van patiënten kunnen voordeel hebben bij het aandikken of juist onderrapporteren van cognitieve stoornissen.
      Nagaan of patiënten met schadeclaims cognitieve stoornissen simuleren, kan het best geschieden met gespecialiseerde tests als de AKTG en vragenlijsten als de SIMS.
      Om bij verdachten onderscheid te maken tussen organische en gesimuleerde amnesie voor een misdrijf, moet men zich afvragen of hij of zij de specifieke kenmerken van hersenbeschadiging heeft.
      Daarnaast kan in bepaalde gevallen worden overwogen om een SVT in te zetten.
      De SS is een veelbelovend instrument om forensische patiënten te onderzoeken op hun neiging tot fake good.
      Mocht de clinicus bij patiënten met letselschade, verdachten van een misdrijf of forensische patiënten onvoldoende rekening houden met simuleren, dan is sprake van een gemankeerd onderzoek.”
      Cfr. :
      www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/zoeken/download.php?id=70

    8. Detection of feigned cognitive dysfunction using special malinger tests - A simulation study in naïve and coached malingerers
      Elicic, M., Merckelbach, H., Candel, I., & Geraerts, E. (in press) - International Journal of Neuroscience, Volume 117, Issue 8 August 2007 , pages 1185 – 1192
      The aim of the present study was to compare the accuracy of the Amsterdam Short Term Memory (ASTM) test with that of the Structured Inventory of theMalingered Symptomatology (SIMS) in detecting feigning of cognitive dysfunction in na¨2ve and coached participants.
      Ninety undergraduate students were administered the ASTM and the SIMS and asked to respond honestly (controls; n = 30) or instructed to malinger cognitive dysfunction due to head injury.
      Before the both instruments were administered, naïve malingerers received no further information (n = 30), whereas coached malingerers were given some information about brain injury and a warning not to exaggerate symptoms (n = 30).
      Both tests correctly classified 90% of the naïve malingerers.
      The ASTM detected 70% of the coached malingerers, whereas the SIMS continued to detect 90% of them.
      The findings suggest that coaching undermines the diagnostic accuracy of the ASTM, but does not seem to influence the accuracy of the SIMS.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?db=pubmed&uid=17613120&cmd=showdetailview&indexed=google

    9. W. John, Miller was (mostly) right - Head injury severity inversely related to simulation
      Greiffenstein, Manfred F.; Baker - Legal and Criminological Psychology, Volume 11, Number 1, February 2006 , pp. 131-145
      “We found robust inverse dose-response relationships in two of three functional areas.
      Poorer performance on simple memory and motor tasks in persons with minor craniocervical injury.
      Examination of base rates for three types of simulated deficit (memory, motor, psychiatric) demonstrated that suspected simulation was the rule rather than the exception.
      Those reporting the most symptoms (‘floridity’ in Miller’s terms) showed the highest rates of egregious simulation, although not universally so.”
      “We strongly urge formal effort testing in all compensation seekers.”
      Cfr. :
      http://www.ingentaconnect.com/content/bpsoc/lcp/2006/00000011/00000001/art00010

    10. De bruikbaarheid van de nieuwe normen van de SCL-90 bij het opsporen van psychische klachten in een arbeids(on)geschiktheidsprocedure
      H. Scharft, C.J.F. Kemperman, M.P. Steenhuis - Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 2004 (12), 7, 204-207

    11. Verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen
      Gezondheidsraad 2007/5, blz. 33
      Cfr. : http://cba.uwv.nl/cba/opencms/CBA/wetgeving/WetgevingB/Regverzekgeneeskundproto/
      05.html

      en
      Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten - Geautoriseerde richtlijn 28 januari 2000

      Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) – Eindhoven, 2004 - blz. 80

    12. Drie vragenlijsten voor diagnostiek van depressie en angststoornissen
      E.M. de Croon, K. Nieuwenhuijsen, N.I.R. Hugenholtz, F.J.H. van Dijk - Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 13 (2005), p. 98-103
      Cfr. : http://www.psychischenwerk.nl/datafiles/Drie%20vragenlijsten%20voor%20diagnostiek.pdf

    13. Evidence-based psychodiagnostiek
      C. de Ruiter - In 'Handboek psychodiagnostiek - Van testmethode naar toepassing' - C. de Ruiter en M. Hilderbrand (red.) - Harcourt 2006, blz. 11-18
      “Ten slotte houdt evidence-based psychodiagnostiek in dat er multimethodisch gewerkt wordt.
      Dit wil zeggen dat diagnostische uitspraken over personen zoveel mogelijk gebaseerd dienen te zijn op gegevens die verkregen zijn uit meerdere testmcthodeii eri van meerdere informatiebronnen.
      Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat monomethodisch onderzoek (bijvoorbeeld : louter zelfrapportagetests of louter een onderzoeksgesprek met de cliënt) veelal leidt tot onjuiste interpretaties (Meyer e.a., 2001).
      Wanneer eenzelfde persoonlijkheidskenmerk, bijvoorbeeld impulsiviteit, met behulp van verschillende testmethoden wordt onderzocht (bijvoorbeeld : met een experimentele cognitieve computertaak, niet een zelfrapportagevragenlijst als de Barratt Impulsiveness Scale en door heteroanamnestische gesprekken met bekenden van de onderzochte over dit aspect van zijn persoonlijkheid, ontstaat pas een volledig beeld.
      Wanneer de resultaten verkregen met verschillende testmethoden convergeren, kan de psychodiagnosticus zijn diagnostische interpretaties met meer stelligheid formuleren dan wanneer dat niet het geval is.
      Soms roepen divergerende testresultaten aanvullende vragen op die alleen met nader diagnostisch onderzoek of door andere informatiebronnen aan te boren, beantwoord kunnen worden.
      Dit proces verhoogt uiteraard de kans op een juiste en nauwkeurige diagnose.
      Bij multimethodisch werken behoort uiteraard ook de integratie van contextuele factoren bij de interpretatie van diagnostische gegevens.
      Contextuele factoren kunnen immers een rol spelen bij de totstandkoming van de uiteindelijke testscores, denk bijvoorbeeld aan de rol van vermoeidheid, aandacht en medewerking bij de scores op neuropsychologische tests.”
      Cfr. :
      http://www.corinederuiter.eu/book-detail.php?bookid=5

    14. Prognose van depressie in het kader van de claimbeoordeling voor de nieuwe WAO
      W. van der Hoek - Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 2006 (14), 4, 161-166
      “Voor de verzekeringsarts is van belang dat bij een cliënt die 2 jaar verzuimt wegens een depressie en die een einde-wachttijdbeoordeling voor de WIA ondergaat, gesproken kan worden van een chronische depressie met ongunstige prognose.
      Zo al (gedeeltelijk) herstel optreedt dan nog is er een grote kans op terugval, verhoogd verzuim en verminderde productiviteit.
      Dit betekent dat in de belastbaarheid vastgesteld bij einde wachttijd in het kader van de WIA vaak geen belangrijke verbetering mag worden verwacht.”
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1475&p=1


    Cfr. : http://www.steungroep.nl/archief/stukken/vandenbogaard20071120.pdf


    19-12-2008 om 00:40 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geluksgevoel aanstekelijk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










     

    Geluksgevoel aanstekelijk

    Consumed, 18-12-2008


    Een gevoel van geluk blijkt aanstekelijk te werken op vrienden, kennissen en familieleden.

    Dat zeggen onderzoekers van Harvard Medical School op basis van een langlopende studie onder 5.124 mensen van 21 en zeventig jaar.
    Volgens de onderzoekers is de kans dat je je gelukkig voelt acht procent hoger als je samenwoont met een gelukkige partner, veertien procent hoger met een gelukkig familielid en zelfs 34 procent hoger met gelukkige buren.
    Opmerkelijk genoeg zijn geen bewijzen gevonden dat dit golfeffect ook werkt bij collega`s.
    Maar als geluk zich inderdaad zo kan verspreiden via sociale relaties, zou ook een goede gezondheid zo kunnen worden doorgegeven, denken de onderzoekers.


    Cfr. : http://www.consumed.nl/dagnieuwtjes/4163/Geluksgevoel_aanstekelijk


    18-12-2008 om 20:02 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verzekeringsartsen manipuleren het begrip
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




































     


    Objectieve bewijzen ?

    Verzekeringsartsen manipuleren het begrip "objectiviteit"

    Een vluchtweg
    There is enough physical evidence
    De WHO-classificatie
    Waarom dan zoveel wetenschappelijk onderzoek ?
    Alleen zeer gespecialiseerde artsen kunnen oordelen


    Herlees zeker :

    CVS - Objectieve bewijzen ?
    Wetenschap en Onderzoek bij het Chronisch Vermoeidheid Syndroom
    - Met zeer uitgebreide litaratuurlijst -

    Cfr. :
    www.jules.be (dd. 21-04-2006)

    *

    Een vluchtweg

    Vaak draait alles draait rond het al of niet aanwezig zijn van
    'objectieve bewijzen'

    Maar...

    Wat is 'objectief' ?
    Wat is een 'bewijs' ?

    In de meeste verzekeringspolissen worden die begrippen nergens

    duidelijk, uitvoerig en met voorbeelden geïllustreerd

    nader toegelicht, wat (veel) ruimte laat voor interpretatie en dus zorgt voor rechtsonzekerheid.
    Iedere objectieve waarnemer voelt 'met zijn ellebogen' dat de verzekeringsmaatschappijen hier bewust en 'met voorbedachte rade' een vluchtweg in hun polissen hebben ingebouwd !

    *

    There is enough physical evidence

    "There is enough physical evidence over the past fifty years, dating from Melvin Ramsay’s work in 1955, to show that this is a primary physical problem with secondary psychological depression."
    - Dr. Derek Enlander MD -

    Dr Derek Enlander writes to the Dean of the Royal Society of Medicine
    9 March 2008

    Sir,
    I think it is absurd for the Royal Society of Medicine to promote a meeting on Myalgic Encephalomyelitis where the predominant thrust is the psychiatric aspect of this physical disease.

    There is enough physical evidence over the past fifty years, dating from Melvin Ramsay’s work in 1955, to show that this is a primary physical problem with secondary psychological depression.

    I would presume that the august body, R.S.M., would not hold a cancer forum staffed predominately with psychiatrists. The notion that psychiatrists could treat cancer on the thesis that secondary depression in cancer is the cause and therefore the prime treatment modality. Perhaps you see the absurdity.

    Please invite clinicians and physicians to speak at your meeting on the medical aspects and medical treatment of M.E., there happens to be a medical conference on this very subject in Cambridge a few days later, some of the clinicians speaking at this meeting may be interested in participating in the R.S.M.

    After all, you are a medical and not a psychiatric society.
    Dr Derek Enlander, M.D.,M.R.C.S., L.R.C.P. (Lon)
    New York.

    Cfr. : http://readmeukevents.wordpress.com/2008/03/11/dr-derek-enlander-writes-to-dean-royal-society-of-medicine/

    *

    Zou het kunnen dat
    de gevolgen van de ziekte alleen al
    meer dan voldoende 'objectief bewijs' zijn van het bestaan ervan ?

    *

    De WHO-classificatie

    De Wereldgezondheidsorganisatie erkende CVS.
    België en Nederland zijn lid van de WHO en zijn dus - zolang de regeringen het lidmaatschap van de WHO niet opgezeggen - aan deze classificatie gebonden.

    Trouwens, hoe kan men een ziekte erkennen die men niet kan herkennen ?

    *

    Verzekeringsartsen manipuleren het begrip "objectiviteit"

    Verzekeringsartsen manipuleren het begrip "objectiviteit" bij de beoordeling van "medisch onverklaarde klachten".
    Onpartijdige observatie van een patiënt met "medisch onverklaarde klachten" kan heel goed leiden tot een betrouwbare en valide diagnose.
    'Objectiviteit' heeft immers in principe niets te maken met meetbaarheid maar alles met
    validiteit en betrouwbaarheid van de vaststellingen.

    - Dr. Boudewijn Van Houdenhove -

    *

    Waarom dan zoveel wetenschappelijk onderzoek
    naar een '
    niet objectiveerbare' ziekte ?

    Mocht de rechter nog steeds vinden dat voor CVS/FM geen 'objectieve bewijzen' te vinden zijn toon hem dan de greep uit de overvloed van boeken en van recente wetenschappelijke artikelen over het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en fibromyalgie die je op het internet vindt en vraag hem dan wat al die wetenschappers ertoe drijft hun kostbare tijd te verprutsen aan de studie van een ziekte die niet eens aangetoond kan worden !?!

    *

    The legal process, beacuse of its unbridled growth has become a cancer
    which threatens the vitality of our forms of capitalism and democracy.
    - Lawrence Silberman -

    *

    Alleen zeer zeer gespecialiseerde artsen kunnen oordelen

    De vele wetenschappelijke aandacht geeft ook aan dat CVS & FM niet zo'n eenvoudige aandoeningen zijn en dat enkel zeer in deze ziekten gespecialiseerde experten kunnen oordelen of er al of niet 'objectieve bewijzen' zijn !


    '.../... Given the lack of medical school training and continuing professional education concerning fibromyalgia (rare use of pain rating scales, confusion in the classification of rheumatic diseases), there is an urgent need to initiate an explicit teaching effort on chronic pain and on fibromyalgia in particular'.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16173250
    *

    Niet objectiveerbaar ?

    1. - De Wereldgezondheidsorganisatie

    De Wereldgezondheidsorganisatie erkende CVS (sinds 1969) als Benign Myalgic Encephalomyelitis” (onder code 323).
    In 1993 schreef ze de ziekte in de ICD10 in als 'neurologische aandoening' (onder de code G93.3).
    Deze classificatie is een weerslag van de bestaande, internationale consensus over (o.a.) ziekten : België en Nederland zijn lid van de WHO en dus - zolang de regeringen het lidmaatschap van de WHO niet opgezeggen - aan deze classificatie gebonden.

    2 - Verzekeringsartsen manipuleren met de term 'objectief'

    Verzekeringsartsen manipuleren het begrip "objectiviteit" bij de beoordeling van "medisch onverklaarde klachten", meent Boudewijn van Houdenhove, de Belgische CVS-expert.

    Dat je een ziekte als CVS niet met een laboratoriumtest kunt vaststellen, is geen bewijs van afwezigheid van de ziekte.

    Onpartijdige observatie van een patiënt met "medisch onverklaarde klachten" kan volgens hem heel goed leiden tot een betrouwbare en valide diagnose.

    Ook bij andere ziektebeelden immers, een "depressie" bijvoorbeeld, wordt op deze wijze de diagnose gesteld.
    Depressies krijgen echter nooit het etiket "niet-objectiveerbaar", waarom CVS en fibromyalgie dan wel ?

    Het is een opvallende paragraaf in het nieuwe Leuvense boek over "ziekten op de grens tussen psyche en soma" onder redactie van Boudewijn van Houdenhove.
    Op 30 november 2007 werd het ten doop gehouden na afloop van een eendaags congres.

    Verkeerd begrijpen van objectiviteit : "Een ontoelaatbare denkfout"

    Eén van de meest verbreide conceptuele misverstanden in de psychosomatiek is de gelijkstelling van 'somatisch onverklaard' met 'niet-objectief'.

    Bij nader inzien berust deze gelijkstelling op een derde factor, namelijk 'niet-meetbaarheid'.
    Bij psychosomatische aandoeningen valt er inderdaad niets meetbaars vast te stellen, noch in lichaamsvochten (bloed, urine, ruggenmergvocht), noch via technische onderzoeken (ECG, radiografieën en andere medische beeldvorming), dus zijn ze niet objectief - zo luidt de redenering. 

    Maar ook deze redenering is krom.

    Het ongerijmde gebruik van de term 'objectief' in deze context wordt snel duidelijk als we het voorbeeld nemen van depressie.
    Niemand zal beweren dat depressie meetbaar is (ook al kunnen er bij verfijnd biochemisch onderzoek wel afwijkende hormoonwaarden, bijvoorbeeld van cortisol, worden vastgesteld).

    Toch twijfelt niemand aan de objectiviteit van het klinisch vaststelbare ziektebeeld depressie.
    De term 'objectief' moet dus andere ladingen dekken dan die er vaak aan worden toegeschreven.


    Een wetenschapstheoretisch perspectief kan hier veel verhelderen

    Etymologisch verwijst de term 'objectief' - en zijn tegenhanger 'subjectief' - naar het al dan niet 'op afstand plaatsen' van het geobserveerde of bestudeerde object.

    Objectieve observatie houdt in dat men niet met het object samenvalt, met andere woorden, zijn eigen subjectiviteit (met alles wat die impliceert aan individuele attitudes en interpretaties) tot op zekere hoogte kan uitschakelen.

    Dit heeft op zijn beurt twee belangrijke gevolgen :

    • het geobserveerde zal zoveel als mogelijk beantwoorden aan de werkelijkheid (dit wordt 'validiteit' van de observatie genoemd) en

    • andere observatoren zullen in gelijkaardige omstandigheden grotendeels tot dezelfde vaststellingen komen (dit wordt 'betrouwbaarheid' van de observatie genoemd).

    Kortom, 'objectiviteit' heeft in principe niets te maken met meetbaarheid, maar alles met validiteit en betrouwbaarheid van de vaststellingen.

    Dit is geen academische spielerei : als we deze wetenschapstheoretische reflecties serieus nemen, moeten we tot de conclusie komen dat verzekeringsinstellingen die 'niet-meetbare' aandoeningen (zoals CVS en fibromyalgie) via de 'kleine lettertjes' van hun polissen uitsluiten als 'niet-objectief', een ontoelaatbare denkfout begaan.

    Cfr. : http://www.me-cvs-stichting.nl/Objectiveerbaar.htm


    *
    'All sides in a trial want to hide at least some of the truth'
    - Alan Dershowitz -

    *

    History of fibromyalgia
    - Past to present -

    F. Inanici & MB. Yunus - Department of Medicine, University of Illinois College of Medicine at Peoria, One Illini Drive, Peoria, IL 61605, USA : yunus@uic.edu - Curr Pain Headache Rep 2004;8(5):369-78

    Fibromyalgia syndrome (FMS) is now a recognized clinical entity causing chronic and disabling pain.
    For several centuries, muscle pains have been known as rheumatism and then as muscular rheumatism.
    The term fibrositis was coined by Gowers in 1904 and was not changed to fibromyalgia until 1976.
    Smythe laid the foundation of modern FMS in 1972 by describing widespread pain and tender points.
    The first sleep electroencephalogram study was performed in 1975.
    The first controlled clinical study with validation of known symptoms and tender points was published in 1981.
    This same study also proposed the first data-based criteria.
    The important concept that FMS and other similar conditions are interconnected was proposed in 1984.
    The first American College of Rheumatology criteria were published in 1990 and neurohormonal mechanisms with central sensitization were developed in the 1990s.
    Serotonergic/norepinephric drugs were first shown to be effective in 1986.

    Cfr. : http://www.websciences.org/cftemplate/NAPS/archives/indiv.cfm?Action=Query&Template=/NAPS/indiv.dbm&ID=20043349


    17-12-2008 om 20:58 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Opzettelijke pijntoediening extra pijnlijk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     






    Opzettelijke pijntoediening
    extra pijnlijk

    Gezondheidsplein.nl – Bron : NCR-Handelsblad, 10-12-2008


    Pijn is niet fijn, wat mensen ook mogen zeggen.
    Maar opzettelijk toegebrachte pijn wordt als heftiger ervaren dan pijn die per ongeluk wordt veroorzaakt.

    Psychologen van de universiteit van Harvard (VS) hebben dit ontdekt tijdens een experiment dat als spiegelbeeld kan worden beschouwd van de roemruchte Milram-studies uit 1963.
    Deze studies wezen uit dat mensen in staat zijn anderen opzettelijk zware elektrische schokken toe te dienen als zij de opdracht krijgen dat te doen.

    Het nieuwe onderzoek omvatte een soortgelijk uitgangspunt : twee groepen studenten kregen een serie elektrische schokken, variërend van 45 tot 70 volt.
    De ene groep werd verteld dat een medestudent hun deze taak had toegewezen.
    De andere groep was een controlegroep die er niet 'ingeluisd' was door een medestudent.
    De studenten uit de 'ingeluisde' groep vonden de schokken vervelender dan de mensen uit de controlegroep.
    Daarnaast wende de controlegroep geleidelijk aan de schokken terwijl de andere groep de laatste schok als even ernstig en pijnlijk ervoer als de eerste schok.

    De psychologen noemen dit het zogeheten nocebo effect : het tegenovergestelde van het placebo effect.
    Placebo wil zeggen dat de pijn vanwege psychologische suggestie minder wordt zonder dat er enige lichamelijk reden voor is.
    Het nocebo effect draait die psychologische suggestie juist om : de pijn wordt erger.
    De gedachte dat iemand jou bewust pijn doet, doet op zichzelf al pijn, bovenop de fysieke pijn die je ervaart door de elektrische schokken.

    Het onderzoekt bevestigt de theorie dat sociaal-emotionele pijn voortkomt uit het lichamelijke pijnsysteem.


    Cfr. : http://www.gezondheidsplein.nl:80/nieuws/11625/Opzettelijke-pijntoediening-extra-pijnlijk.html

     

    17-12-2008 om 01:08 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het geneeskundig proces
    Klik op de afbeelding om de link te volgen









     
















    Het geneeskundig proces
    - Klinisch redeneren van klacht naar therapie -

    H.G.L.M Grundmeijer, K.Reenders en G.E.H.M. Rutten – Maarssen - Elsevier gezondheidszorg, 2004 -&- Reed business - ISBN10 : 9035226879 | ISBN13 : 9789035226876


    De student moet leren klinisch redeneren om later als arts gezondheidsproblemen te kunnen diagnosticeren en behandelen.
    Daarvoor is kennis van klachten en ziekten nodig, maar ook van de achtergronden van het diagnostisch en van het therapeutisch proces.
    Het Raamplan 2001, een gemeenschappelijk document van alle medische faculteiten in Nederland, beschrijft de eindtermen waaraan een arts aan het eind van de opleiding moet voldoen.
    Het vermogen tot klinisch redeneren is een van de belangrijkste 'algemene eindtermen'.

    Inzicht in het geneeskundig proces is niet alleen voor (aanstaande) artsen van belang, maar ook voor andere (para-)medische hulpverleners en docenten.
    De voorafgaande oplagen van 'Het Geneeskundig Proces' hebben duidelijk gemaakt dat het boek ook naar hen zijn weg heeft gevonden.

    'Het Geneeskundig Proces' is geschreven door huisartsen, maar uitdrukkelijk is ook de gang van zaken in het ziekenhuis besproken.
    In het team van auteurs zijn alle medische faculteiten vertegenwoordigd.


    Recensies

    • 'Dit boek is onmisbaar voor medische studenten, maar ook voor huisartsen en specialisten in opleiding.'
      V. Tielens in Medisch Contact

    • '...ook van harte aanbevolen voor praktiserende huisartsen, voor specialisten en ook voor verpleegkundigen die meer inzicht willen hebben in wat de arts doet.'
      D. Post in Patient Care

    • 'De gekozen opzet en schrijfstijl zorgen voor een prettig leesbaar boek.'
      J.M. Hoogedoorn in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

    • 'Voor eenieder die betrokken is bij het "klinisch redeneren" is het een aanrader, wat ook zijn professionele achtergrond moge zijn.'
      F. Groenveld, J. Brienen en S. Thomas in Huisarts en Wetenschap.


    Cfr. :
    -
    http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004002074641&Section=BOOK
    -
    http://www.elseviergezondheidszorg.nl/1253/Default.aspx?showtarget=2679&showobject=10107&source=%2F2465%2Fdefault.aspx%3Ftag%3DBasiscurriculum%2520Geneeskunde




    Feest der herkenning
    - Het geneeskundig proces -

    Erik Stolper
    N.a.v.
    'Het geneeskundig proces. Klinisch redeneren van klacht naar therapie'
    H.G.L.M Grundmeijer, K.Reenders en G.E.H.M. Rutten
    Maarssen, Elsevier gezondheidszorg, 2004 - ISBN 90-352-2687-9.


    De medicus practicus weet vaak niet wat hij of zij allemaal weet.
    Tacit knowing”wordt dat wel genoemd.
    Maar die kennis is wel erg belangrijk voor het geneeskundig proces, het klinisch redeneren van klacht naar therapie.
    Onder die titel is in 1999 een boek verschenen voor een brede doelgroep van studenten, specialisten en huisartsen.
    Inmiddels is een tweede druk verschenen met enkele aanpassingen n.a.v. een herziening van het Raamplan.
    In het Raamplan worden de eindtermen geformuleerd waaraan een basisarts moet voldoen aan het eind van de opleiding.

    De eerste druk kreeg in dit tijdschrift een goede bespreking en dat zal ook deze keer het geval zijn.
    Het boek is uitstekend geschreven en bevat een aantrekkelijke mix van theorie en praktijk.
    Al lezend ervoer ik het feest der herkenning.
    In de dagelijkse praktijk gebeurt veel waarvan we ons niet sterk bewust zijn maar in dit boek wordt het allemaal op een rijtje gezet.
    Wat weten we veel en wat doen we veel !
    Regelmatig realiseerde ik me : “inderdaad, zo doe ik het eigenlijk ook altijd”.
    Maar even zo goed waren er momenten dat ik me afvroeg waarom ik het anders doe en of dat wel zinvol is.
    De diverse auteurs nemen je bij de hand en voeren je door het hele diagnostische en therapeutische proces heen.
    De route is geïllustreerd met patiëntenverhalen en overzichtelijke tabellen.
    De hoofdstukken zijn goed los van elkaar te lezen.
    Als huisartsen denken we vaak dat het goed voor specialisten is om te weten hoe een huisarts denkt.
    In dit boek komt ook het omgekeerde voor.
    Ik kreeg meer begrip van de denkwereld van een specialist.
    Dat ik niettemin hierna een viertal kritische kanttekeningen plaats, doet niets af van de aanbeveling dit boek te kopen en er een paar uur lees en denkplezier aan te beleven.

    Het is al lange tijd bekend dat ervaren en onervaren artsen dezelfde strategieën gebruiken om diagnostische problemen op te lossen.
    Zij verschillen wel in de organisatie van hun kennis.
    Aan het eind van de medische opleiding zijn ongeveer een miljoen feiten aan ons brein toegevoegd.
    Door ervaring leren artsen deze enorme kennisbank beter te organiseren en vinden zij steeds sneller en efficiënter de correcte route naar de juiste kennis, passend bij het specifieke probleem.
    Binnen de cognitieve psychologie zijn twee belangrijke theorieën over deze kennisorganisatie ontwikkeld, de prototype theorie en de ziekte-script theorie.
    In het boek wordt relatief weinig aandacht besteed aan dit typische verschil tussen ervaren en onervaren artsen en aan de implicaties van beide theorieën.

    Cultuur en gezondheid zijn nauw met elkaar verbonden.
    Onze eigen geschiedenis leert ons dat ziektebeelden veranderen, opkomen en weer verdwijnen of alleen in onze westerse cultuur voorkomen.
    Patiënten vertellen ons slechts een deel van hun verhaal omdat ze gemerkt hebben wat wij belangrijk vinden en wat niet.
    Onze geneeskunde wordt zelf wel een cultuur genoemd.
    Allochtone patiënten interpreteren hun ziektesymptomen binnen een andere cultuur.
    Artsen dienen in staat te zijn die cultuurkloof te overbruggen en dat is meer dan een taalbarrière.
    Omdat allochtone patiënten vaak een substantieel deel uitmaken van de praktijk, lijkt een hoofdstuk over deze ingewikkelde materie toch wel op zijn plaats.

    Artsen maken fouten, waarschijnlijk zelfs tamelijk vaak.
    Dat blijkt bijvoorbeeld uit post-mortem onderzoeken van in het ziekenhuis overleden patiënten.
    In zeker 30% worden verkeerde diagnoses gesteld.
    Het gaat meestal niet om zeldzame ziekten maar om atypisch beloop van veel voorkomende ziekten.
    De meeste fouten in de huisartspraktijk worden in de diagnostische fase gemaakt.
    Het lijkt zinnig in een volgende druk aandacht te besteden aan fouten in het klinisch redeneren.
    Welke denkfouten worden vaak gemaakt en hoe zijn die te voorkomen ?
    Over dit onderwerp is veel literatuur bekend.

    Het boek hanteert het biopsychosociale ziektemodel waarbij naast de biologische ook de sociale en psychologische dimensies van het ziek zijn een rol spelen.
    Aandacht voor de ziektebeleving en voor de vraag hoe patiënten omgaan met hun chronische klachten horen daarbij.
    Dat nogal wat patiënten met hun klachten oplossingen zoeken in de alternatieve sector en daar deels tevreden mee zijn, is een maatschappelijk gegeven.
    Daarom staat er in het Raamplan dat artsen moeten beschikken over kennis met betrekking tot de aard en de betekenis van alternatieve geneeswijzen.
    Van artsen wordt dus niet verwacht dat ze instemmen met alternatieve oplossingen maar wel dat ze met respect voor de opvattingen van de patiënt kunnen communiceren over dit onderwerp.
    De ene bladzijde die het boek hieraan besteedt, doet naar mijn mening tekort aan deze maatschappelijke realiteit.


    Cfr. : http://www.stolper.nl/artikelen/hetgeneeskundigproces.htm


     

    15-12-2008 om 21:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bestrijd zélf je pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



     

    Bestrijd zelf je pijn

    Een eenvoudige, gezonde, goedkope en doeltreffende geneesmethode die iedereen kan leren

    Willy Halim, Peter de Lange & Sjaak van Beek
    Scriptum, februari 2008 - ISBN : 9789055945740


    Bestrijd zelf je pijn met de massagetherapie van dokter Willy Halim, anesthesioloog.
    Een eenvoudige, gezonde, goedkope en doeltreffende geneesmethode die iedereen kan leren.

    Met een stijve nek, een pijnlijke pols, een tennisarm of een golfelleboog hoef je niet per se naar een dokter.
    Tal van alledaagse pijnen kun je heel goed zélf of samen met je partner verhelpen.
    Daarvoor bestaan massagetechnieken, zoals anesthesioloog Willy Halim ze in de pijnpoli van het St. Anna Ziekenhuis in Geldrop beoefent.

    In dit boek zet de arts zijn werkwijze op een voor iedereen begrijpelijke wijze uiteen.


    Inhoud

    1. Massage : ondergewaardeerde pijnbestrijdingsmethode

    2. Veel pijnklachten zijn het gevolg van overbelaste spieren

    3. Waar je bij de eerste massage op moet letten

    4. Bovenste ledematen

    5. Schouder en nek

    6. De rug

    7. Onderste ledematen

    8. Zonder hulp lukt het ook !


    Recensies

    • M. Kraaij-van Weeren, NBD/Biblion recensie
      De auteur werd als 16-jarige in Indonesie leerling van Tan Chin Hoat, een bekend masseur, waar hij de kneepjes van het masseren van drukpunten (triggerpoints) onder de knie kreeg.
      In 1977 voltooide hij zijn artsenstudie in Leuven waarin hij zich specialiseerde in de anesthesie.
      Nu leidt hij de afdeling pijnbestrijding van het St. Anna Ziekenhuis in Geldrop waar hij het werken met geavanceerde apparatuur en westers georienteerde vormen van pijnbestrijding combineert met traditionele oosterse massagetechnieken.
      In dit boek voor leken legt de auteur stapsgewijs uit welke soorten pijn d.m.v. drukpuntmassage kunnen worden behandeld, welke handgrepen en druktechnieken het meeste effect sorteren, waar op het lichaam deze grepen moeten worden toegepast en welke hulpmiddelen ingezet kunnen worden.
      Een vlotgeschreven boek, in begrijpelijke taal, praktijkgericht met een heldere uitleg van zaken, uitstekende lay-out, duidelijke foto's en illustraties en voldoende basistechnieken om de meestvoorkomende soorten pijn te behandelen.
      Naast de vele, al bestaande goede boeken over massagetechnieken (in tegenstelling tot de aanbeveling op de kaft 'Eindelijk een handzaam boek...') is dit een werk, geschreven door een erkend specialist.
      Goede inhoudsopgave, geen register.

    • Lo Kok Bing, orthopedisch chirurg
      Eindelijk een handzaam boek over massage als middel tegen pijn.
      Goed dat collega Willy Halim zijn jarenlange expertise op dit gebied met ons wil delen.
      Dankzij de heldere taal en de duidelijke illustraties is deze handleiding bruikbaar voor zowel de leek als de professional.

    • Ruurd Jan Roorda, kinderarts n.p., voorzitter Raad van Bestuur St. Anna Zorggroep
      Ik heb Willy Halim leren kennen als een zeer gedreven arts met een grote kennis op het gebied van de pijnbehandeling.
      Bijzonder is dat hij verbindingen zoekt tussen westerse en oosterse geneeskunst.
      Zo gebruikt hij naast allerlei andere vormen van pijnbestrijding, ook massagetechnieken.
      Vaak is het effect heel goed.


    Cfr. :
    http://www.scriptum.nl/boeken/mens-en-maatschappij/algemeen/bestrijd-zelf-je-pijn 



    15-12-2008 om 21:07 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Fibromyalgie Syndroom (FMS) - De patiëntengids
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  
     











     

    Nu ook in het Nederlands
    - gratis ! -

    Het Fibromyalgie Syndroom (FMS)

    De patiëntengids

    Prof. Dr. Bauer


    Inhoud

    Deel I. – Het Fibromyalgie syndroom (FMS)

    1. Operatieresultaten (2003 tot 2005)

    2. Curriculum vitae

    3. Wat is het FMS ? Wat is fibromyalgie ? Hoe wordt het FMS gediagnosticeerd ?5

    4. De symptomen, de begeleidende en andere voorkomende symptomen

    5. De verkeerd gestelde diagnose, in plaats van fibromyalgie

    6. De oorzaken van de fibromyalgie

    7. De behandeling van fibromyalgie

    Deel II. – Acupunctuurpunten en kwadrantenpijn

    1. De diagnostische procedure en de causale, samenhangende samenvatting

    2. De acupressuurdiagnostiek van de kwadrantenpijn aan de bovenste uiteinden

    3. De acupunctuurpunten als tenderpoints

    4. De dikke darmmeridiaan (the large intestin)

    5. De acupressuurdiagnostiek van de kwadrantenpijn aan de onderste uiteinden

    6. De samenvatting, trefwoorden

    7. De acupunctuurpunten als tenderpoints

    8. De nierenmeridiaan (the kidney meridian)

    9. De stadia-indeling van de fibromyalgie

    10. Het systematisch handelen bij een operatieve ingreep

    11. Operatieresultaten, de discussie

    12. Postface / Literatuur

    FMS - een organische ziekte met somatic oorzaken (english)
    Adressen / Aanvullende informaties en Links
    De prijsinformatie (kostenraming)
    Veelgestelde vragen aangaande de operatie (english)
    Vorm van de ondervraging voor de Fibromyalgia (english)
    Oriëntatieplan voor de heenreis
    Stad kaart van CH-6340 Baar, Zwitserland

    Cfr. : http://www.fms-bauer.com/downloads/fmsinfo_NL.pdf


    Voor meer informatie :

    Georges Pierrard : georgespierrard@versateladsl.be


    15-12-2008 om 14:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eén op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La bête noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    rilatine
    blog.seniorennet.be/rilatin
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!