NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • cannabis Canada
  • cannabis Canada
  • medical marijuana Canada
  • medical marijuana Canada
  • Cbd Chocolate

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • djvVeighBrtthilkgco (hfsOried)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • ffdafGeogsBrtHoincphm (fsderymn)
        op Even geduld...
  • jgbglalaBtjadenti (sdfplefs)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • nsfcxTintyBrtthilktlm (fsfLoppy)
        op Vluchten in het werk
  • nsfcxWhanyBrtamardamj (fsfExime)
        op Even geduld...
  • Brvfintokycsdt (bsfBeero)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • jgbglalaBtjadentw (sdfplefs)
        op Even geduld...
  • dffshprilmBrtinopsrbr (hwdaberb)
        op Vluchten in het werk
  • where to buy viagra online uk bu.yci.a.l.isonlin.e. (Coreykiz)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • inasync (Luxumlib)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wizard2
    blog.seniorennet.be/wizard2
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    springstal
    blog.seniorennet.be/springs
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    mies
    blog.seniorennet.be/mies
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    moekeontour3
    blog.seniorennet.be/moekeon
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    saltydoghoogezand
    blog.seniorennet.be/saltydo
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie Patiënten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    09-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Teken de petitie voor een Europese erkenning van fibromyalgie !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen











    Petitie
    voor een
    Europese erkenning
    van fibromyalgie





                            
                              Frieda Brepoels

    Frieda Brepoels nam op 7 mei 2008 deel aan een rondetafel over fibromyalgie

    Hoewel naar schatting 12 miljoen Europeanen met de ziekte geconfronteerd worden, is fybromyalgie (letterlijk : 'pijn aan spier- en bindweefsel') nog onvoldoende bekend.
    Daardoor duurt het vaak tot 7 jaar voor de juiste diagnose wordt gesteld.
    De bedoeling van de rondetafel was dan ook de bewustwording rond deze problematiek te vergroten.
    Frieda Brepoels (N-VA) sprak met vertegenwoordigers van Vlaamse en Nederlandse patiëntenverenigingen en engageerde zich samen met enkele collega's voor verdere actie op Europees vlak.

    Cfr. : http://www.friedabrepoels.be/friedabrepoels.cgi?s_id=31&id=818



    Petition for a European recognition of fibromyalgia disease

    Petitie voor een Europese erkenning van fibromyalgie -


    Op 1 september 2008 werd in samenwerking met ENFA (European Network of Fibromyalgia Associations (1) – cfr. : http://www.enfa-europe.eu/ -) door vijf Europarlementsleden, waaronder Frieda Brepoels, een verklaring ingediend rond de erkenning van fibromyalgie op Europees vlak.
    Het is nu mee aan ons, patiënten uit gans Europa, om voldoende handtekeningen te verzamelen - vòòr 18 november - en er aldus voor te zorgen dat de ingediende verklaring wordt goedgekeurd door het Europees Parlement.


    Teken nú !

    - http://www.enfa-europe.eu/indexpet.php -


    De petitie


    Fibromyalgie is sedert 1992 door de Wereldgezondheidsorganisatie erkend als een ziekte, ook al wordt dit nog steeds in vraag gesteld door een aantal medische professionelen en gezondheidsautoriteiten.

    Fibromyalgie is een onzichtbare aandoening met als typische klachten chronische pijn en vele andere symptomen, zoals ochtendspierstijfheid, slaapproblemen, algemene vermoeidheid en krachteloosheid van de spieren.

    In Europa zijn er 14 miljoen mensen getroffen !

    De realiteit van deze situatie, die alle Europese landen treft, is dat het recht op een goede levenskwaliteit voor de mensen, getroffen door deze ziekte, genegeerd wordt.
    Daarom wordt er een oproep gelanceerd naar de medische wereld, nationaal en Europees, en naar de Europese beleidsmakers :

      • om te vechten tegen het scepticisme rond deze ziekte,
      • om de levenskwaliteit van deze patiënten te verbeteren,
      • om individuele en interdisciplinaire ondersteuningsprogramma’s te organiseren, zodat de patiënt economisch en sociaal onafhankelijk kan blijven en dat eender welke vorm van isolement vermeden kan worden,
      • om een diepgaande training i.v.m. dit thema te verzekeren in de verplichte cursussen voor de medische experts en professionelen,
      • om bewustmakingsprogramma’s te ondersteunen, die een vroege diagnose en behandeling zullen vergemakkelijken, evenals een voortdurende toegang tot zorgen zullen verzekeren,
      • om voldoende hulp toe te wijzen voor wetenschappelijk onderzoek naar deze pathologie,
      • om een EU-programma te installeren voor de uitwisseling van de beste behandelingen voor fibromyalgie.

    Met deze petitie, teken je voor een Europese Unie waarin de rechten van 14 miljoen mensen getroffen door fibromyalgie erkend worden.

    'Onzichtbare' pijn blijft pijn.


    Cfr. : http://fibromyalgie.be/



    Teken nú !

    - http://www.enfa-europe.eu/indexpet.php -



    (1) – De European Network of Fibromyalgia Associations (ENFA)

    vertegenwoordigd de volgende landen :


    Video Conference and interviews

    - 7th of May 2008 -

    Cfr. : http://www.enfa-europe.eu/index1.php?id=21



    Teken nú !

    - http://www.enfa-europe.eu/indexpet.php -

    - vòòr 18 november ! -




    09-11-2008 om 23:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    08-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypoglycemie - Voedingsadvies - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     



















    Hypoglycemie – Voedingsadvies

    Deel I


    Hypoglycemie
    In 'Suikerziekte - diabetes mellitus' op :
    http://www.ugamedia.com/links/suikerziekte.html
    Bij suikerintolerantie schommelen de bloedsuikerwaarden, van te hoog tot te laag.
    De alvleesklier produceert iedere keer als er suiker in je lichaam komt, teveel insuline.
    Daardoor zakt je bloedsuiker te snel.
    De bijnieren, die bij een te laag gehalte glucose vrij moet maken, kunnen dit tempo niet (meer) bijhouden en zo blijft het tekort aan bloedsuiker ontstaan.
    Je lichaam 'schreeuwt' als het ware om suiker en geef je daaraan toe, dan begint het proces opnieuw.
    Ook stress beïnvloedt dit proces, doordat de bijnieren onder stress de hormonen adrenaline en cortisol afgeven, die weer het glucose-gehalte in je bloed verhogen en zo gaat het maar door.
    Hypoglycemie betekent letterlijk : "een te lage bloedsuikerspiegel".
    Vaak gebruikt men de term hypoglycemie om er suikerintolerantie mee aan te duiden.
    Een constant te lage bloedspiegel komt echter nauwelijks voor, mensen met suikerintolerantie hebben wel vaker een te lage, dan te hoge bloedsuikerspiegel.
    De behandeling van beide aandoeningen is echter hetzelfde.


    Dr. Hans Reijnen :

    • Eén van de eerste gevolgen van hypoglycemie op korte termijn is dat ons lichaamsgewicht geleidelijk maar gestaag zal blijven toenemen met alle nadelige gevolgen van dien voor ons lichaam (denk aan belasting van hart en bloedvaten (cholesterol en hoge bloeddruk) en gewrichten en o.a. een toenemend operatierisico).
      Er ontstaat meestal een vorm van chronische vermoeidheid (in meer of mindere mate)
      ”.

    • Wist u dat chronische vermoeidheidssyndromen steeds vaker optreden waarvan men officieel meestal de oorzaak niet kent ?
      Ik schat dat in minstens 75% van de gevallen hypoglycemie hierbij mede een rol speelt
      ”.



    Hypoglycemie

    Margreet Chardon – Natuurgeneeskunde-praktijk
    Om te begrijpen wat er aan de hand is bij hypoglycemie, is er eerst wat theoretische uitleg nodig over voeding en hoe dat verteerd wordt.
    Ons voedsel wordt via de spijsvertering en de stofwisseling omgezet in glucose en opgenomen in het bloed.
    Het bloed vervoert dit bloedsuiker naar de cellen, waar het als brandstof kan worden gebruikt.
    Met behulp van deze brandstof kunnen we bewegen, blijven ademen, blijft onze lichaamstemperatuur op peil etc.
    De hoeveelheid glucose in het bloed noemen we 'de bloedsuikerspiegel'.
    Een aantal factoren hebben invloed op de bloedsuikerspiegel :
    • Eten
    • Inspanning
    • Stress.

    Wil je eerst weten of je er zelf mogelijk last van hebt ?

    Hypoglycemie syndroom
    Het woord "hypoglycemie" wordt ook wel gebruikt voor het verschijnsel dat de bloedsuikerspiegel te snel wisselt tussen hoog en laag, waarbij vooral de periodes dat het te laag is de klachten veroorzaken.
    Medisch gezien is hypoglycemie (een te lage bloedsuikerspiegel) dus een onjuiste benaming voor een verschijnsel van wisselende bloedsuikerniveaus, maar vooral in kringen van alternatieve geneeswijzen is dit woord ingeburgerd geraakt.
    Bij hypoglycemie is er zo vaak een snelle verhoging geweest van de bloedsuikerspiegel (door voeding en/ of stress), dat de systemen die de bloedsuikerspiegel moeten reguleren overprikkeld zijn geraakt en niet meer optimaal functioneren.
    Vooral de alvleesklier (pancreas) en de bijnieren maken de hormonen aan die reageren op stress en die de bloedsuikerspiegel reguleren.
    Uitputting van deze organen geeft een verlaagde tolerantie voor suikerrijke producten en voor stress; er wordt te heftig op gereageerd.
    Als er niets verandert aan de stress en/ of de voeding, dan raken de alvleesklier en bijnieren steeds meer uitgeput.
    De belangrijkste klachten bij het hypoglycemie syndroom zijn :
    • vermoeidheid, gevoel van zwakte in de spieren
    • honger tussen de maaltijden door
    • transpiratie
    • hartkloppingen
    • beven/ trillen van bijvoorbeeld de handen, met name vlak voor een maaltijd.
    Bij een glucosetekort in de hersenen kun je klachten krijgen als :
    • duizeligheid
    • hoofdpijn
    • concentratiestoornissen
    • angsten, fobieën en nervositeit
    • geïrriteerdheid, woede aanvallen, huilbuien
    • loomheid, geeuwen, slaperigheid en slapeloosheid.

    Als we eten, wordt de bloedsuikerspiegel hoger
    Het ene voedingsmiddel wordt sneller verteerd dan het andere en ook bevatten voedingsmiddelen verschillende hoeveelheden suikers (koolhydraten).
    Hierdoor laten sommige voedingsmiddelen de bloedsuikerspiegel snel stijgen, dit noemt men producten met een hoge glycemische index en/ of lading.
    Andere voedingsmiddelen hebben weinig verhogend effect op de bloedsuikerspiegel.
    Deze producten hebben een lage glycemische lading.
    Koolhydraatrijke en suikerhoudende producten geven een veel snellere stijging van de bloedsuikerspiegel dan andere producten.
    Vetten en eiwitten hebben de minste invloed op de bloedsuikerspiegel, maar ze kunnen wel (langzaam) worden omgezet in bloedsuikers.
    Voor een gelijkmatig energieniveau is het goed om een stabiele bloedsuikerspiegel te hebben.

    Inspanning en de bloedsuikerspiegel
    Niet alleen de hoeveelheid energie die je via voeding tot je neemt heeft invloed op de bloedsuikerspiegel, maar ook de hoeveelheid energie die je gebruikt.
    Als je rustige, regelmatige inspanning verricht, kan het lichaam meestal goed reageren door telkens een kleine hoeveelheid bloedsuiker uit de reservevoorraden vrij te maken.
    Als je daarentegen een sprint moet trekken, waarbij in korte tijd zeer veel energie nodig is, dan is het voor het lichaam moeilijker om de bloedsuikerspiegel op peil te houden.
    Regelmatig rustig sporten of anderszins bewegen is erg goed voor het lichaam om de bloedsuikerspiegel constant te houden.
    Voldoende beweging is preventief voor het krijgen van suikerziekte.

    Ook stress heeft gevolgen voor de bloedsuikerspiegel
    Allereerst een extreem voorbeeld van stress, wat echter wel duidelijkheid geeft.
    Als je een dolle stier tegenkomt ontstaat stress.
    Het lichaam is instinctief gericht op overleving.
    Je kunt overleven door heel hard weg te rennen.
    Hiervoor heeft het lichaam veel brandstof nodig in de spiercellen van je benen.
    Het lichaam zorgt daarvoor door veel glucose vrij te maken uit de reservevoorraden in het lichaam.
    Dit gebeurt met behulp van het hormoon 'adrenaline', het bekende stresshormoon.
    Het lichaam kent geen verschil tussen psychische of lichamelijke stress.
    Bij een ruzie met je partner of je baas en bij een spannend televisie programma gaat het lichaam ook adrenaline aanmaken en glucose voor de spieren vrijmaken.
    In zo'n situatie blijf je echter meestal gewoon op je stoel zitten en gebruik je dus niet de vrijgemaakte brandstof.
    Omdat het lichaam erg geprikkeld raakt door een hoge bloedsuikerspiegel, worden er anti hormonen aangemaakt, op den duur te veel, om de bloedsuikerspiegel weer omlaag te krijgen.
    De bloedsuikerspiegel zakt vaak te sterk en vlak daarna word je slap en moe.
    Veel mensen nemen dan weer een oppepper zoals een candybar of een zak chips.
    Je bloedsuiker stijgt weer, maar zulke snelle happen geven een korte heftige verhoging van de bloedsuikerspiegel.
    Bij sommigen schiet hij te ver door naar boven en het lichaam begint weer met het aanmaken van anti-hormonen.
    Hierdoor kan een vicieuze cirkel ontstaan.

    Minimale en maximale bloedsuikerspiegel
    De bloedsuikerspiegel behoort zich tussen een bepaald minimum en maximum te bevinden.
    Daaronder en daarboven ontstaan klachten.
    Bij hyperglycemie is er sprake van een te hoge bloedsuikerspiegel ('hyper' = 'teveel').
    Dit komt af en toe kort voor bij mensen die te lang naar een spannende film hebben zitten kijken.
    Hyperglycemie komt ook voor bij mensen met suikerziekte (diabetes); het hormoon insuline moet ervoor zorgen dat bloedsuiker in de lichaamscellen wordt opgenomen of in de reservevoorraden wordt opgeslagen.
    Omdat insuline bij hen niet (voldoende) wordt aangemaakt, kan er hyperglycemie ontstaan als ze niet de optimale medicatie krijgen.
    Bij hyperglycemie met insulinetekort bevat het bloed teveel glucose, maar de lichaamscellen krijgen het niet binnen.
    Je merkt dit door een gevoel van flauwte en in ernstige gevallen kan je zelfs in coma raken.
    Hypoglycemie is een te lage bloedsuikerspiegel ('hypo' = 'te laag').
    Hierbij hebben de lichaamscellen ook een tekort aan suiker doordat het bloed op dat moment te weinig glucose bevat.
    Ook dit veroorzaakt een gevoel van zwakte, vermoeidheid en flauwte.
    Dit kan voorkomen bij mensen die wel of geen diabetes hebben.
    Hier vindt u meer informatie over het meten van de bloedsuikerspiegel en de waarden die de bloedsuikerspiegel zou moeten hebben.

    Af te raden voeding bij hypoglycemie
    Suiker en suikerbevattende producten (dit negatieve advies geldt voor iedereen, maar bouw je suikergebruik niet te snel af; doe er minstens een drietal weken over als je iemand bent die van zoet houdt).
    Of honing en graanstropen worden verdragen als zoetmiddel, verschilt van persoon tot persoon.
    Het is aan te raden om er slechts beperkt gebruik van te maken.
    • Producten gemaakt van wit meel (wit brood, witte rijst, 'gewone' macaroni en spaghetti e.d., koek en gebak).

    Aan te raden voeding bij hypoglycemie
    • Allereerst is het praktisch om vaker, 5 tot 6 keer per dag, kleine maaltijden te gebruiken.
      Bij kleine maaltijden stijgt de bloedsuikerspiegel minder en kan het lichaam dus makkelijker de juiste balans hervinden.
      Drie grote maaltijden zijn meer belastend voor mensen met een instabiele bloedsuikerspiegel.
    Eet zoveel mogelijk producten met een lage glycemische lading, om het bloedsuiker regulatiesysteem tot rust te krijgen.
    De tabel bevat een lijst met voedingsmiddelen en hun effect op de bloedsuikerspiegel bij consumptie ervan.


                Lijst voedingsmiddelen


    GI per
    portie

    aantal gram
    per portie

    GL per
    portie

    zoetmiddelen




    glucose

    100

    10 gr

    10

    sucrose

    70

    10 gr

    7

    honing

    70

    10 gr

    3

    lactose

    45

    10 gr

    5

    fructose

    20

    10 gr

    2





    tussendoortjes




    Evergreen met krenten (Lu)

    66 ± 12

    38 gr

    14

    popcorn (zonder suiker)

    65

    20 gr

    8

    gebak

    60

    57 gr

    15

    chips

    55

    50 gr

    11

    chocoladereep (melk)

    45

    50 gr

    12

    chocoladereep (puur >70% cacao)

    22

    50 gr

    6,5

    pinda's

    15

    50 gr

    1









    dranken




    bier

    110

    250 gr

    14

    cola drinks

    70

    250 gr

    19

    sinaasappelsap (ongezoet)

    50 ± 10

    250 gr

    13

    grapefruitsap (ongezoet)

    48

    250 gr

    11

    appelsap (ongezoet)

    40

    250 gr

    12

    tomatensap

    40

    250 gr

    4









    graanproducten




    gierst

    70

    150 gr

    25

    couscous (5 min. gekookt)

    65

    150 gr

    23

    rijst (bruin parboiled, 20 min. gekookt)

    65

    150 gr

    23

    rijst (basmati, 10 min. gekookt)

    60

    150 gr

    23

    boekweit

    55

    150 gr

    16

    rijst (wit, parboiled, gem. gekookt)

    45

    150 gr

    17

    bulghur

    48

    150 gr

    12

    spaghetti (wit, 10-15 min. gekookt)

    45

    180 gr

    21

    spaghetti (volkoren, gem. gekookt)

    35

    180 gr

    16

    quinoa

    35

    150 gr

    9,5





    stokbrood (wit)

    95

    30 / 60 gr

    15 / 30

    tarwebrood (wit)

    70

    30 / 60 gr

    10 / 20

    tarwebrood (volkoren)

    70

    30 / 60 gr

    9 / 18

    melkbrood (wit)

    63

    30 / 60 gr

    10 / 20

    roggebrood (volkoren)

    60

    30 / 60 gr

    8 / 16





    cornflakes

    85

    30 / 60 gr

    21 / 42

    melba toast

    70

    30 gr

    16

    cream cracker

    65 ± 11

    30 gr

    13

    muesli

    55

    30 / 60 gr

    10 / 20

    bindmiddelen




    maizena

    70

    15 gr

    9,25

    arrowroot

    63

    15 gr

    8









    peulvruchten




    bruine bonen

    40

    150 gr

    6,5

    bruine linzen

    30

    150 gr

    8

    kikkererwten

    30

    150 gr

    10

    groene linzen

    22

    150 gr

    5,5

    spliterwten

    22

    150 gr

    7,5





    aardappelen en groentes




    frieten

    95

    150 gr

    22

    aardappelen (gebakken)

    85

    150 gr

    26

    aardappelpuree

    85

    150 gr

    15

    aardappelen (gekookt)

    60

    150 gr

    14





    wortel gekookt

    85

    100 gr

    6

    tuinboon

    80

    100 gr

    5,5

    pompoen

    75

    100 gr

    5

    meiknolletjes

    70

    100 gr

    2

    bieten

    65

    100 gr

    5

    bataat

    50

    100 gr

    10

    doperwt (vers)

    40

    100 gr

    4

    wortel rauw

    35

    100 gr

    2,5

    sperziebonen

    30

    100 gr

    1,5

    bladgroente, alle soorten sla, kool,




    champignons, ui, tomaten,




    aubergine, paprika, broccoli

    10 of lager

    100 gr

    1 of minder





    fruit, vers en ongekookt




    watermeloen

    75

    120 gr

    6,5

    ananas

    59 ± 8

    120 gr

    7

    abrikozen

    57

    120 gr

    5

    kiwi

    53 ± 6

    120 gr

    6

    banaan

    52 ± 4

    120 gr

    12

    mango

    51 ± 5

    120 gr

    8

    druiven

    45

    120 gr

    8

    grapefruit

    45

    120 gr

    8

    sinasappel

    42 ± 3

    120 gr

    5

    perzik

    42 ± 14

    120 gr

    5

    appel

    40

    120 gr

    6

    peer

    40

    120 gr

    4

    aardbei

    40 ± 7

    120 gr

    1

    pruimen

    39 ± 15

    120 gr

    5

    kersen

    20

    120 gr

    3





    gedroogd fruit




    dadels

    103 ± 21

    60 gr

    42

    rozijnen

    64 ± 11

    60 gr

    28

    vijgen

    61

    60 gr

    16

    abrikozen

    31

    60 gr

    9

    appeltjes

    29

    60 gr

    10

    pruimen

    29

    60 gr

    10





    jam ('klassiek')

    65

    20 gr

    9

    fruitbeleg (jam zonder toegevoegde suiker)

    30

    20 gr

    2,5





    zuivel




    volle yoghurt

    35

    200 gr

    3

    magere yoghurt

    35

    200 gr

    4

    magere melk

    30

    250 gr

    4

    volle melk

    27

    250 gr

    3


    Bronnen
    :

    Praktische tips :

    • Als je koolhydraten eet, gebruik dan volle granen zoals quinoa (heeft de laagste glycemic load van de 'granen'), zilvervliesrijst, haver, rogge en tarwe, ook in vorm van vlokken e.d.
    • Veel verse groente, eventueel diepvriesgroente zonder toevoegingen, avocado is uitstekend.
    • Als tussendoortjes kun je eten : olijven, noten en zaden, bakje yoghurt of kwark, stukje kaas, wat komkommer, wortel, tomaat e.d.
      Natuurlijk is dit ook afhankelijk van het feit of je zuivel e.d. goed verdraagt.
    • Gist- en suikervrije voedingssupplementen, die ook geen kunstmatige zoet- en smaakstoffen bevatten.

    Behandeling in de praktijk
    U kunt een afspraak maken voor een consult als u behoefte heeft aan meer praktische adviezen, gericht op uw persoonlijke mogelijkheden.
    Er kan worden gekeken of er ook sprake is van overgevoeligheid voor bepaalde voeding of het goed is om de mineraalhuishouding extra te ondersteunen en zo ja, met welke middelen.
    Mogelijk is er ook sprake van een infectierestant waardoor de bijnieren of de alvleesklier niet optimaal kunnen functioneren.
    Hypoglycemie komt ook vaak voor in combinatie met een infectie met candida.
    Op internet zijn er vele artikelen over dit onderwerp te lezen.
    Naast het kinesiologisch testen van candida, kan er ook middels ontlastingsonderzoek gecontroleerd worden of iemand deze gist/ schimmel in de darmen heeft en of er sprake is van een 'vriendelijke' gistvorm of een agressieve schimmelvorm.

    Literatuur
    • Schimmels, suiker en allergie vergis(t) je niet !
      Anna Kruyswijk-van der Heijden & Marijke de Waal Malefijt - Ankh-Hermes b.v., Ankertje 160 - ISBN : 9789020207378 – ISBN13 : 9789020207378
      Cfr. :
      http://www.selexyz.nl/pages/detail_v2/S1/10030000986546-2-10090000000010.aspx
    • Dr. Atkins' gezondheidsrevolutie - Dr. Atkins" revolutionaire kijk op gezondheid door goede voeding en natuurlijke medicijnen
      Robert C. Atkins, Anki Klootwijk & Anki Klootwijk - Bosch & Keuning, 1990 – ISBN : 9789024646487
      Dr. Robert C. Atkins, die het wereldberoemde dieetplan "Dr. Atkins' Dieetrevolutie" ontwierp, houdt in dit boek een krachtig en ondubbelzinnig pleidooi voor een ingrijpende verandering van de wijze waarop geneeskunde in Amerika en Europa wordt uitgeoefend.
      Dr. Atkins heeft een nieuwe aanpak in de gezondheidszorg ontwikkeld : de “Complementaire Geneeskunde', die buitengewoon effectief blijkt te zijn voor patiënten.
      Zijn combinatie van een koolhydraten-arm dieet, biologische medicijnen en de meest recente verworvenheden van de reguliere geneeskunde bewerkstelligt een niveau van gezondheidszorg dat de conventionele geneeskunde niet kan evenaren.
      Cfr. :
      -
      http://www.boekenmarktplaats.com/cgi-bin/advertentie.cgi?adverteerder=&nummer=3531835&type=&titel=Gezondheidsrevolutie
    Verwante onderwerpen in deze website
    Cfr. : http://www.natuurgeneeskunde-praktijk.nl/index.php?pagina=hypoglycemie

    Hypoglycemie – Voedingsadvies
    Dr. Hans Reijnen, Mens Sana, Centrum voor Integrale Geneeskunst (CIG), Deurne (NL)

    Hypoglycemie (of ' koolhydraatverslaving') is een lichte suikerstofwisselingsstoornis, die (nog) niets te maken heeft met suikerziekte omdat er geen gebrek is aan insuline (het hormoon dat het bloedsuikergehalte regelt), die kan optreden bij mensen die daarvoor gevoelig zijn.
    Het is een lichte stoornis omdat de bloedsuikerwaarden slechts op bepaalde momenten licht afwijken van de norm maar die in de regel wel ernstige gevolgen heeft, die geleidelijk toenemen naarmate de stoornis langer (onherkend) blijft bestaan.

    Het bloedsuikergehalte moet normaal liggen tussen 4,0 en 6,5 mmol/L.
    Door onze westerse levensstijl en voedingspatroon komt het steeds vaker voor dat het bloedsuiker regelmechanisme voortdurend licht gestoord is.
    De alvleesklier (pancreas) zorgt ervoor dat het bloedsuikergehalte niet te hoog wordt door na een maaltijd of snoepen (suikerbelasting) op tijd voldoende insuline aan het bloed af te geven.
    Mede doordat het gebruik van geraffineerde suiker(s) en slechte koolhydraten (witmeel producten, zijn geraffineerd en bevatten dus nagenoeg geen micronutriënten meer) in onze cultuur veel te hoog is en nog steeds stijgt, raakt de alvleesklier overbelast.
    Hierdoor reageert ze wat te laat waardoor het bloedsuikergehalte (BSG) toch licht boven de bovengrens kan uitstijgen (b.v. 6,8 mmol/L).
    Zij registreert dit wel en reageert dan (vertraagd) met het afgeven van een iets hogere dosis insuline dan normaal (hyperinsulinisme).
    Hierdoor daalt het BSG weliswaar lekker snel maar het BSG schiet wat door tot net beneden de ondergrens (b.v. 3,5 mmol/L).
    Dan zit je als patiënt dus in de hypoglycemische fase (licht verlaagd BSG) met klachten zoals :

    • een zwaar vermoeid gevoel in de benen

    • duizeligheid

    • een lichte hoofdpijn

    • trillerigheid.

    Dit alles kun je in één woord vangen onder de term “geeuwhonger”.
    Dan moet je wat eten, anders houd je het niet vol.
    Veel mensen nemen dan b.v. een Mars want dan gaat het heel snel beter.
    Maar op langere termijn is dit alleen maar kolen op het vuur.
    Als je dit probleem alleen maar zo blijft ‘oplossen’ dan zal het zich steeds vaker op een dag voordoen en kom je van kwaad tot erger.
    Veel beter is het om op zo’n moment een gezonde boterham met gezond beleg (dus geen zoet !) of een biologische mueslireep te nemen.
    De enige echte oplossing voor dit probleem is het op lange termijn (liefst de rest van je leven) zo drastisch mogelijk weren van alle geraffineerde suiker(s) en alle slechte koolhydraten (witmeel producten) uit de voeding en ernaar te streven uiteindelijk geen tussendoortjes meer te nemen.


    Verborgen suikers en witmeel

    Al pratende over de overmaat aan suikers hoor ik de patiënt al zeggen : ja, maar ik neem geen suiker in de koffie en ik ben helemaal niet zo’n snoeper.
    Groot probleem is het feit dat de Nederlander gemiddeld 50-70 kg suiker per jaar binnen krijgt, dat is meer dan 1 kg in de week.
    De helft hiervan gebruiken we in de vorm van zichtbaar zoet (suiker, snoepgoed, gebak en frisdrank) maar helaas ook nog altijd 50% in de vorm van verborgen suikers.
    Bijna alle samengestelde producten in de gewone supermarkt bevatten toegevoegde suiker !
    Soms zelfs in schrikbarende hoeveelheden.
    Van soep tot ketchup, ketjap, mayonaise, ...
    En ga zo maar door, als je erop gaat letten, overal zit suiker bij om alles voor het (kritiekloze !?) grote publiek lekker te maken.
    En het smaakt inderdaad wel goed maar het vormt in deze grote hoeveelheden een puur gif voor onze gezondheid.
    Er zijn zelfs mensen die durven te beweren dat de overmaat aan suikers meer schade aan de volksgezondheid veroorzaakt dan alcohol en nicotine.
    Daar komt bij dat nog steeds heel veel mensen witbrood eten en steeds meer witte pasta producten.
    Het probleem is ook hier dat de granen verhit zijn geweest en ontdaan van alle vezel(resten).
    Want het moet er mooi uitzien en snel en gemakkelijk te verwerken zijn.
    Hierdoor worden ze ontdaan van alle micronutriënten (vitamines, mineralen en sporenelementen).
    Bovendien wordt een teveel aan slechte koolhydraten door het lichaam te snel omgezet in glucose (= suiker).
    Dus ook op deze manier onderhoud je de negatieve spiraal van het hypoglycemie-syndroom.
    Onze eetcultuur is aan het ‘veramerikaniseren’ (meer en meer fastfood) en aan het ‘veritalianiseren’ (meer en meer pasta’s).


    De alvleesklier geef zo nodig iedere keer een hoeveelheid insuline af
    Afb. :
    http://www.menssana.nu/media/grafiekbloedsuiker.jpg

    Bovenstaande grafiek geeft het BSG weer in doorgetrokken streep bij een gezond eetpatroon en een goed werkende alvleesklier; in stippellijn bij hypoglycemie: meer dan een kilogram suiker in de week vormt een overbelasting voor de alvleesklier waardoor deze wat te laat en wat te sterk reageert en te veel insuline afgeeft in het bloed (hyperinsulinisme).


    Hypoglycemie syndroom

    Het is inderdaad beter om te spreken van het hypoglycemie syndroom omdat hypoglycemie, hoe langer het bestaat, een waaier van negatieve gevolgen voor heel veel orgaansystemen heeft.
    Het blijft echt niet alleen bij de geeuwhonger.


    Lees verder : Deel II



    08-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypoglycemie - Voedingsadvies - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Hypoglycemie – Voedingsadvies

    Deel II


    Gevolgen op de korte termijn

    • Één van de eerste gevolgen is dat ons lichaamsgewicht geleidelijk maar gestaag zal blijven toenemen met alle nadelige gevolgen van dien voor ons lichaam.
      Denk aan belasting van hart en bloedvaten (cholesterol en hoge bloeddruk) en gewrichten en o.a. een toenemend operatierisico.

    • Er ontstaat meestal een vorm van chronische vermoeidheid (in meer of mindere mate).

    • Door het teveel aan suikers ontstaat er een vergisting in de darm met diarree of een neiging hiertoe tot gevolg.
      De spijsvertering en de stofwisseling raken verstoord en dit beïnvloedt alle lichaamsfuncties negatief (soms kan het uiteindelijk ook resulteren in obstipatie).

    • Dit alles veroorzaakt een verstoring van de gezonde darmflora.
      Wist u dat 80% van onze immunologische afweer (weerstand tegen virussen, bacteriën en/of andere ziektekiemen) zetelt in een gezonde darm(flora) !
      Dus er ontstaat een steeds grotere bevattelijkheid voor verkoudheden, griep en andere ontstekingen (waar dan ook in het lichaam).
      Met name schimmelinfecties treden nogal eens op die steeds tot terugkeren neigen.


    Gevolgen op de lange termijn

    • In een later stadium kunnen er allergieën gaan optreden.

    • Als hypoglycemie lang genoeg blijft bestaan kan het ten slotte ook leiden tot het ontstaan van ouderdomssuiker (suikerziekte type 2), hiervan is er een zogenaamd 'onverklaarbare' toename.

    • Uiteindelijk, als je maar doorgaat met de ongezonde leefgewoonten, neemt ook het risico op het krijgen van kanker toe.

    • Ten slotte en zeker niet het minst belangrijk : hypoglycemie geeft heel vaak ook stoornissen van psyche en gedrag (b.v. hyperactiviteit, onderactiviteit, prikkelbaarheid en depressiviteit).


    Hoe weet ik nou of ik hypoglycemie heb ?

    De diagnose zou eenvoudig te stellen zijn met het bepalen van een bloedsuikergehalte (BSG) ware het niet dat hier in de praktijk van alledag een paar problemen opdoemen.
    In de eerste plaats zijn er genoeg artsen niet op de hoogte van het bestaan van hypoglycemie (of ze ontkennen het bestaan ervan).
    En
    als je niet weet waar je naar zoekt, zul je het ook nooit vinden (“dat komt in mijn praktijk niet voor”).
    Ten tweede, als je slechts een éénmalige BSG-bepaling doet op een lukraak moment van de dag heb je minstens 80% kans dat je de lichte afwijkingen niet vindt.
    Het is dus beter om een GTT ('glucose tolerantie test', waarbij het verloop van het bloedsuikergehalte enkele uren gevolgd wordt na een flinke belasting met glucosedrank) te doen en/of een dagcurve te laten bepalen (hierbij is de onderzoeksduur nog langer).
    Dan kun je de kortdurende hyperglycemische fase(licht verhoogd BSG) en de kortdurende hypoglycemische fase bijna nooit missen.
    In mijn begintijd, nadat ik pas ging geloven dat HG echt bestond, heb ik op deze manier bij tientallen patiënten de diagnose onderbouwd.
    Op dit moment doe ik zelf geen bloedonderzoek meer omdat ik dat niet meer nodig vind tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.
    Met een zorgvuldige ondervraging van de patiënt kan ik de diagnose bijna altijd goed stellen.
    Bovendien is het voorgestelde beleid voor de aanpak van HG op geen enkele manier vervelend of belastend voor de patiënt en alleen maar volledig overeenkomend met de algemene voedingsadviezen die ik toch al aan bijna alle patiënten meegeef.
    Alleen heeft een HG-patiënt een extra zwaarwegende reden zich er zo strikt mogelijk aan te houden.
    Ik heb het daarom bij HG patiënten dus nooit over een dieet.
    Ik propageer alleen maar een in alle opzichten zo gezond mogelijk levenspatroon en voedingspatroon.
    En hiermee kun je voor jezelf net zo ver gaan als jij nodig vindt of voor jou haalbaar is.


    Oorzaken van hypoglycemie

    De enige oorzaak is feitelijk het overmatige gebruik van (verborgen) suiker(s) en slechte koolhydraten (vooral witmeel).
    Als mensen (dierlijke) vetten gaan beperken omdat ze gezonder willen eten zonder het gebruik van vitale vetten te verhogen drijft hen dat des te meer in het ontstaan van HG.
    Natuurlijk is er daarnaast ook duidelijk sprake van een aangeboren gevoeligheid voor het krijgen van HG.
    Er zijn wat dit betreft grote constitutionele verschillen, niet iedereen krijgt HG of niet iedereen is er even gevoelig voor.
    Bovendien zijn er nog vele andere elementen in onze levensstijl aan te wijzen die duidelijk HG-Syndroom bevorderend kunnen werken.
    Denk hierbij o.a. aan het hoge gebruik van antibiotica en andere geneesmiddelen die de suikerstofwisseling negatief beïnvloeden zoals prednison (cfr. :
    http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_geneesmiddelen/PREDNISON-10069-537-art.htm -).
    Ook de toenemende stress in onze samenleving doet rechtsreeks HG eerder ontstaan.


    Behandeling van hypoglycemie

    Eigenlijk hoef ik alleen maar te zeggen : 'Ga weer écht gezond leven en eten'.
    Ik zeg 'écht' omdat de meesten denken dat ze dat al doen.
    Wij zijn dus zover verwijderd geraakt van wat natuurlijk leven is, dat we het ook echt niet meer weten.
    Buiten de wereld van de natuurgenezers is er ook bijna niemand die je erop wijst.

    Als je je tot nu toe behoorlijk te buiten ging aan zoet (en/of verborgen suikers) en slechte koolhydraten is het de eerste drie à vier weken zeker niet eenvou-dig om af te kicken.
    In het begin is de overgang erg groot, maar al gauw went het en uiteindelijk ga je zoet vies vinden net zoals wanneer je helemaal van het roken af bent.
    Dan ga je pas weer ervaren hoe vies het eigenlijk was.

    Voor geïnteresseerden is bij mij ook verkrijgbaar de brochure “In harmonie met onze natuur” een uitgebreid verhaal over het dalende gezondheidsniveau, de oorzaken hiervan en wat eraan te doen is in een veel ruimere context dan alleen voedingstechnisch (cfr. : http://www.menssana.nu/ -).

    Maar nog even concreet op een rijtje voor HG patiënten is het volgende in het bijzonder van belang :

    1. Het zo drastisch mogelijk beperken van alle (toegevoegde) suiker(s) en slechte koolhydraten.
      Gebruik zo min mogelijk kant-en-klaarproducten uit de gewone supermarkt want die staan meestal bol van de verkeerde dingen.
      Kant-en-klaarproducten uit de reformzaak bevatten meestal veel minder ongezonde toevoegingen.

    2. Streef uiteindelijk zoveel mogelijk naar : je beperken tot drie goede hoofdmaaltijden.
      Alleen in de overgangsfase echt “gezonde” tussendoortjes zoals een gezonde boterham of een biologische mueslireep.

    3. Ben zeer terughoudend met alle reguliere geneesmiddelen, dring er bij uw huisarts op aan dat hij streng is bij de indicatiestelling.
      Zelfs de pil heeft een HG bevorderend effect.

    4. In ernstige of hardnekkige gevallen kan het dagelijks gebruik van Chroom (voedingssupplement – cfr. bv. : http://overgewicht.pilliewillie.nl/obesitas/chroom1.php -) helpen om de suikerstofwisseling sneller te reguleren.

    Wat zijn gezonde suikervervangers ?

    Minder ongezond dan witte kristalsuiker is ongeraffineerde rietsuiker, nog beter is het om oerzoet of sucanat – cfr. : http://www.voedingswaar.nl/sucanat.htm - te gebruiken (die is gemaakt van ongeraffineerde bietsuiker).
    De beste suikervervanger is stevia (extracten van een tropische plant in poedervorm voor de keuken en in druppelvorm voor koffie of thee) – cfr. 'Verboden suikervervanger stevia is wondermiddel' :
    http://www.medinews.be/full_article/detail.asp?aid=3267 -.
    Heel prettig in het gebruik en ook heel verantwoord is het gebruik van (oligo)fructose poeder (cfr. :
    http://www.functionelevoeding.be/wetenschappelijk_dossier_prebiotica_1.htm -).
    Al deze zoetvervangers zijn leverbaar in de natuurvoedingswinkel.
    In de yoghurt of kwark zijn ahornsiroop en honing relatief gezond, lekker zoetmakend en vitaliserend.
    Je kunt ook gebruik maken van appel- of perenstroop (zonder toegevoegde suiker).
    Verder zijn er een aantal synthetische suikervervangers die bijna allemaal in een min of meer kwaad daglicht staan vanwege lichte tot ernstigere bijwerkingen :

    Over al deze stoffen zou je kunnen zeggen : liever niet maar, indien met mate gebruikt, geen probleem.
    In bijna alle lichtfrisdranken zit tegenwoordig aspartaam, dus oppassen.
    Er zijn aanwijzingen dat aspartaam kankerverwekkend is en vanuit Engeland kwamen er berichten over negatieve beïnvloeding van de hersenfunctie (tot hallucinaties toe).


    Wetenswaardigheden rond Hypoglycemie

    • Eigenlijk klopt de benaming 'hypoglycemie' niet helemaal want er is niet alleen een hypofase maar ook een hyperfase.
      Beter zou het kunnen zijn om te spreken van een 'koolhydraat-verslaving'.

    • Dit laatste : het verslavende aspect van suiker brengt me op de enorm belangrijke psychologische kant van de zaak.
      Suiker wordt ook wel eens beschouwd als synoniem voor surrogaat liefde.
      We leven misschien allemaal wel (in meer of mindere mate) met de angst niet genoeg (moederlijke) liefde te krijgen.
      Dit compenseren we vaak met meer eten en meer snoepen.
      Van chocolade is nog wel het meest bekend dat het onvrede en frustraties helpt verdwijnen.
      Maar als we daar geen oog voor krijgen willen we steeds meer.

    • Wist u dat chronische vermoeidheidssyndromen steeds vaker optreden waarvan men officieel meestal de oorzaak niet kent ?
      Ik schat dat in minstens 75% van de gevallen HG hierbij mede een rol speelt.

    • Veel mensen hebben een tekort aan essentiële vetzuren.
      Bijna iedereen weet dat je niet te vet moet eten want dierlijke vetten zijn heel ongezond.
      Maar meestal wijst niemand je erop dat je dan wel gezonde vetten moet nuttigen.
      Die goede vetten zitten in : vette vis, noten en zaden (b.v. zonnebloempitten, pijnboompitten enz) en lijnzaadolie.
      Als je niet genoeg vetten consumeert zul je eerder en meer honger hebben en zul je ongemerkt meer koolhydraten gaan nuttigen.
      Dus een gebrek aan vet jaagt je nog meer in de koolhydraatverslaving !
      Ik adviseer daarom in feite iedereen om het zgn. 'Budwigpapje' te nuttigen (cfr. folder algemene voedingsadviezen, deel 2 &
      http://www.fonteine.com/budwig_papje.html -).
      De informatie die in deze brochure staat is in principe voldoende om het probleem van hypoglycemie definitief aan te pakken en op te lossen.
      Maak bij deze brochure ook gebruik van de twee brochures met algemene voedingsadviezen (Voeding 1 - Theorie en voeding – Voeding 2 – Praktijk – cfr. :
      http://www.menssana.nu/pages/publicaties/voeding.php -).
      In de laatste staat uitgebreid en precies beschreven hoe je het zogenaamde 'Budwigpapje' gebruikt als ontbijt.
      Dit papje is zeer behulpzaam bij het oplossen van de hypoglycemie en supergezond omdat het tal van andere lichaams- en orgaanfuncties helpt herstellen.

    • Waar het gebruik van de drie brochures over voeding in beginsel voldoende is, is er voor enthousiastelingen en geïnteresseerden, in ons Centrum een reader verkrijgbaar waarin de 'Gluc Ω mens-lifestyle' beschreven staat.
      Deze methode is een uitgebreide eet- en leefwijzer die in principe door iedereen toegepast kan worden.
      De aanleiding om de methode te ontwerpen was het steeds groter wordende probleem van overgewicht.
      Maar het maakt niet uit of je nu overgewicht hebt of niet en of je nu HG hebt of niet, ik kan de methode aan iedereen van harte aanbevelen.
      Je moet er even ‘inkruipen’ maar dan krijg je er ook heel wat voor terug.
      Terug naar je streefgewicht, weer blaken van energie en het volledige en definitieve herstel van je afweer tegen alle infectieziekten.
      Bovendien wordt het heel belangrijke hoofdstuk van de psychologie van eetgedrag besproken.


    Lijst voedingsmiddelen

    - cfr. boven -


    3. - Uitgebreidere informatie over glycemische index
    Er blijken allerlei verschillen te zijn als er metingen worden gedaan om de glycemische index van een voedingsmiddel vast te stellen; bij de ene persoon kan op de ene dag een groter glycemisch effect gevonden worden van een bepaald product dan op een andere dag.
    Bij verschillende personen worden ook verschillen gemeten.
    Ik heb daarom de hogere getallen van de GI afgerond op vijftallen.
    Ook vermeld ik soms ± achter de GI, om aan te geven dat er bij verschillende metingen verschillende resultaten waren.
    Het ene ras (bijvoorbeeld van appels, aardappelen of rozijnen) heeft ook weer een andere glycemische index als het andere ras.
    Ook dit verklaart deels de verschillende uitslagen bij de diverse onderzoeken.
    Mendosa gebruikt in zijn gegevens veel gemiddelden van meerdere onderzoeken.
    De cijfers van Mendosa en Montignac wijken op bepaalde punten behoorlijk af, maar in grote lijnen zijn er veel meer overeenkomsten dan verschillen.
    Maar vooral het verschil tussen wit brood en volkoren brood wat in de gegevens van Montignac wordt vermeld, wordt door andere bronnen niet gevonden.
    Toch is het veel beter om volkoren producten te eten dan witte, geraffineerde voeding.
    Bij de raffinage gaan veel essentiële voedingsstoffen verloren, die ook van belang zijn bij het in stand houden van een goede bloedsuikerspiegel/ insulinehuishouding.

    4. - Uitgebreidere informatie over glycemic load
    Bij de glycemic load is gebleken dat de bloedsuikerspiegel meer verhoogd wordt naarmate er langer wordt gekookt en idem als het in vloeibare vorm geconsumeerd wordt (soep of sap).
    Als je bijvoorbeeld pompoensoep maakt van 300 gram pompoen, dan heb je een behoorlijk portie groenten.
    Soep kook je meestal even door en je eet het dus in vloeibare vorm.
    Die combinatie is kan de oorzaak zijn er een reactie optreedt die vergelijkbaar is met een koolhydraatmaaltijd van een paar boterhammen.
    Als je bijvoorbeeld eiwit combineert met producten met een hoge glycemische index, dan wordt de glycemische load verlaagd.
    Je zou daarvoor sojaroom aan de soep toe kunnen voegen (vetarm).
    Het bovenstaande maakt de glycemische index en glycemic load complex om mee te werken, maar simpeler is het waarschijnlijk gewoon niet...
    Cfr. :
    http://www.natuurgeneeskunde-praktijk.nl/index.php?pagina=glycemindex


    Cfr. : http://www.menssana.nu/pages/publicaties/voeding/voedingsadvies-hypoglycemie.php

     


    Tabel van glycemische indexen

    De goede koolhydraten die vet gedrukt zijn mogen ook in een vetmaaltijd gegeten worden.
    De rest alleen in de koolhydraat maaltijden.

    GI
    110
    103
    100
    95
    95
    95
    90
    85
    85
    85
    85
    85
    85
    80
    80
    80
    80
    75
    70
    70
    70
    70
    70
    70
    70
    70
    70
    65
    65
    65
    65
    65
    65
    65
    60
    60
    60
    60
    55
    55







    Slechte koolhydraten
    Maltose (Bier)
    Dadelstroop
    Glucose/dextrose/druivensuiker
    Aardappels uit de oven, frites
    Rijstebloem
    Gemodificeerd zetmeel
    Aardappelpuree, chips
    Honing
    Zeer wit brood (hamburger)
    Gekookte wortelen
    Cornflakes, popcorn
    Druivensap, gedroogde dadels
    Snelkookrijst, rijstwafel, gepofte rijst
    Tuinbonen (gekookt)
    Chips
    Tapioca meel (Cassave)
    Gedroogde dadels
    Pompoen, watermeloen
    Suiker
    Wittebrood (stokbrood)
    Ontbijtgranen (met geraffineerde suiker)
    Candybars
    Gekookte aardappel, meiknolletjes, koolraap
    Cola, frisdranken
    Koekjes
    Witte rijst
    Noedels, ravioli
    Couscous
    Jus d'orange (industrieel)
    Rozijnen
    Bruin brood
    Aardappels in de schil
    Rode biet
    Jam met suiker
    Verse dadels
    Griesmeel
    Langkorrelige geraffineerde rijst
    Banaan, meloen, lychees
    Witte pasta, zacht gekookt
    Zandgebak





    GI
    50
    50
    50
    50
    50
    50
    45
    45
    45
    40
    40
    40
    40
    40
    40
    40
    40
    40
    40
    40
    35
    35
    35
    35
    35
    35
    30
    30
    30
    30
    30
    30
    30
    30
    22
    22
    22
    22
    22
    20
    20
    15
    15
    15
    15
    10
    10
    10
    Goede koolhydraten
    Bruinbrood verrijkt met extra zemelen
    Boekweitmeel, boekweitflensjes
    Zilvervlies rijst, basmati rijst
    Erwtjes uit blik
    Bataat, mango
    Volkoren pasta
    Capucijners
    Spaghetti, al dente
    Gekookte bulgur
    Druiven
    Verse doperwtjes
    Lonton, ketan (indonesische kleefrijst)
    Chinese kleefrijst
    Vers geperst sinaasappelsap
    Biologische appelsap
    Ontbijtgranen (volkoren, zonder suiker)
    Pompernikkel (donker roggebrood)
    Volkoren roggebrood, volkoren tarwebrood
    Volkorenpasta (al dente)
    Bruine bonen
    Vijgen, gedroogde abrikozen
    Laksa (mie van mungbonen)
    Indiaase wilde mais
    Wilde rijst
    Quinoa
    Sinaasappel, peer
    Rauwe wortelen
    Melkproducten
    Witte bonen, kidney bonen
    Bruine en gele linzen
    Kikkererwten
    Perzik, appel
    Sperziebonen
    Soja vermicelli
    Vruchtenjam zonder suiker
    Groene linzen
    Bittere chocolade (min. 72% cacao)
    Gele en groene spliterwten
    Kers, pruim, grapefruit
    Fructose
    Soja bonen, gekookt
    Tofu/tahoe
    Walnoten, pinda's
    Verse abrikozen
    Knolselderij
    Ui, knoflook
    bladgroente, tomaten, aubergines, courgettes etc.
     BronDe vlam in de pan

     
     

    International table of glycemic index and glycemic load values – 2002
    Kaye Foster-Powell, Susanna HA Holt and Janette C Brand-Miller from the Human Nutrition Unit, School of Molecular and Microbial Biosciences, University of Sydney, Australia -Address correspondence to : JC Brand-Miller, Human Nutrition Unit, School of Molecular and Microbial Biosciences (G08), University of Sydney, NSW 2006, Australia – E-mail : j.brandmiller@biochem.usyd.edu.au - Received for publication November 20, 2001 and accepted for publication March 26, 2002 - Reprints not available - American Journal of Clinical Nutrition, Vol. 76, No. 1, 5-56, 2002 - © 2002 American Society for Clinical Nutrition

    Reliable tables of glycemic index (GI) compiled from the scientific literature are instrumental in improving the quality of research examining the relation between GI, glycemic load and health.
    The GI has proven to be a more useful nutritional concept than is the chemical classification of carbohydrate (as simple or complex, as sugars or starches, or as available or unavailable), permitting new insights into the relation between the physiologic effects of carbohydrate-rich foods and health.
    Several prospective observational studies have shown that the chronic consumption of a diet with a high glycemic load (GI x dietary carbohydrate content) is independently associated with an increased risk of developing type 2 diabetes, cardiovascular disease and certain cancers.
    This revised table contains almost 3 times the number of foods listed in the original table (first published in this Journal in 1995) and contains nearly 1300 data entries derived from published and unpublished verified sources, representing > 750 different types of foods tested with the use of standard methods.
    The revised table also lists the glycemic load associated with the consumption of specified serving sizes of different foods.

    References (alphabetical)
    1. Augustin L. Dietary glycemic index and glycemic load in breast cancer risk: a case control study. Ann Oncol (in press).
    2. Ayuo PO, Ettyang GA. Glycaemic responses after ingestion of some local foods by non-insulin dependent diabetic subjects. East Afr Med J 1996;73:782–5.[Medline]
    3. Batra M, Sharma S, Seth V. The glycaemic index of fermented and non-fermented legume based snack foods. Asia Pac J Clin Nutr 1994;3:151–4.
    4. Bornet FRJ, Cloarec D, Barry JL, et al. Pasta cooking time: influence on starch digestion and plasma glucose and insulin responses in healthy subjects. Am J Clin Nutr 1990;51:421–7.[Abstract/Free Full Text]
    5. Bornet FRJ, Costagliola D, Rizkalla SW, et al. Insulinemic and glycemic indexes of six starch-rich foods taken alone and in a mixed meal by type 2 diabetics. Am J Clin Nutr 1987;45:588–95.[Abstract/Free Full Text]
    6. Braaten JT, Wood PJ, Scott FW, et al. Oat gum lowers glucose and insulin after an oral glucose load. Am J Clin Nutr 1991;53:1425–30.[Abstract/Free Full Text]
    7. Brakohiapa LA, Quayo KE, Amoah AGB, et al. Blood glucose responses to mixed Ghanaian diets in healthy adult males. West Afr J Med 1997;16:170–3.[Medline]
    8. Brand JC, Foster KA, Crossman S, Truswell AS. The glycaemic and insulin indices of realistic meals and rye breads tested in healthy subjects. Diabetes Nutr Metab 1990;3:137–42.
    9. Brand JC, Nicholson PL, Thorburn AW, Truswell AS. Food processing and the glycemic index. Am J Clin Nutr 1985;42:1192–6.[Abstract/Free Full Text]
    10. Brand JC, Snow BJ, Nabhan GP, Truswell AS. Plasma glucose and insulin responses to traditional Pima Indian meals. Am J Clin Nutr 1990;51:416–20.[Abstract/Free Full Text]
    11. Brand Miller J, Pang E, Broomhead L. The glycaemic index of foods containing sugars: comparison of foods with naturally-occurring v. added sugars. Br J Nutr 1995;73:613–23.[Medline]
    12. Brand-Miller J, Barclay AW, Irwin T. A new food labeling program for the glycemic index. Proc Nutr Soc Aust 2001;25:S21 (abstr).
    13. Brand-Miller J, Bell L, Denning K, Browne D. In search of more low glycaemic index foods. Proc Nutr Soc Aust 1995;19:177 (abstr).
    14. Brand-Miller J, Pang E, Bramall L. Rice: a high or low glycemic index food? Am J Clin Nutr 1992;56:1034–6.
    15. Brand-Miller J, Wolever TMS, Colagiuri S, Foster-Powell K. The glucose revolution. New York: Marlowe & Company, 1999.
    16. Brand-Miller JC, Allwan C, Mehalski K, Brooks D. The glycaemic index of further Australian foods. Proc Nutr Soc Aust 1998;22:110 (abstr).
    17. Brand-Miller JC, Pang E, Bramal L. Rice: a high or low glycemic index food? Am J Clin Nutr 1992;56:1034–6.[Abstract/Free Full Text]
    18. Brand-Miller JC, Wang B, McNeil Y, Swan V. The glycaemic index of more breads, breakfast cereals and snack products. Proc Nutr Soc Aust 1997;21:144 (abstr).
    19. Brown D, Tomlinson D, Brand Miller J. The development of low glycaemic index breads. Proc Nutr Soc Aust 1992;17:62 (abstr).
    20. Buclossi A, Conti A, Lombardo S, et al. Glycaemic and insulinaemic responses to different carbohydrates in type II (NIDDM) diabetic patients. Diabetes Nutr Metab 1990;3:143–51.
    21. Bukar J, Mezitis NHE, Saitas V, Pi-Sunyer FX. Frozen desserts and glycaemic response in well-controlled NIDDM patients. Diabetes Care 1990;13:382–5.[Abstract]
    22. Buyken A, Toeller M, Heitkamp G, et al. Glycemic index in the diet of European outpatients with type 1 diabetes: relations to glycated hemoglobin and serum lipids. Am J Clin Nutr 2001;73:574–81.[Abstract/Free Full Text]
    23. Canadian Diabetes Association. Guidelines for the nutritional management of diabetes mellitus in the new millennium. A position statement by the Canadian Diabetes Association. Can J Diabetes Care 2000;23:56–69.
    24. Ceriello A, Bortolotti N, Motz E, et al. Meal-induced oxidative stress and low-density lipoprotein oxidation in diabetes: the possible role of hyperglycemia. Metabolism 1999;48:1503–8.[Medline]
    25. Chan HMS, Brand-Miller JC, Holt SHA, Wilson D, Rozman M, Petocz P. The glycaemic index values of Vietnamese foods. Eur J Clin Nutr 2001;55:1076–83.[Medline]
    26. Chaturvedi A, Sarojini G, Nirmala G, Nirmalamma N, Satyanarayana D. Glycemic index of grain amaranth, wheat and rice in NIDDM subjects. J Plant Foods Hum Nutr 1997;50:171–8.
    27. Chew I, Brand-Miller JC, Thorburn A, Truswell AS. Application of glycemic index to mixed meals. Am J Clin Nutr 1988;47:53–6.[Abstract/Free Full Text]
    28. Crapo PA, Insel J, Sperling M, Kolterman OG. Comparison of serum glucose, insulin and glucagon responses to different types of complex carbohydrate in non-insulin-dependent diabetic patients. Am J Clin Nutr 1981;34:184–90.[Abstract/Free Full Text]
    29. Crapo PA, Kolterman OG, Waldeck N, Reaven GM, Olefsky JM. Postprandial hormonal responses to different types of complex carbohydrate in individuals with impaired glucose tolerance. Am J Clin Nutr 1980;33:1723–8.[Abstract/Free Full Text]
    30. Crapo PA, Reaven G, Olefsky J. Postprandial plasma-glucose and insulin responses to different complex carbohydrates. Diabetes 1977; 26:1178–83.[Abstract]
    31. Crawley H. Food portion sizes. London: Her Majesty’s Stationery Office, 1988.
    32. d’Emden MC, Marwich TH, Dreghorn J, Howlett VL, Cameron DP. Postprandial glucose and insulin responses to different types of spaghetti and bread. Diabetes Res Clin Pract 1987;3:221–6.[Medline]
    33. De Vegt F, Dekker J, Ruhe H, et al. Hyperglycaemia is associated with all-cause and cardiovascular mortality in the Hoorn population: the Hoorn study. Diabetologia 1999;42:926–31.[Medline]
    34. Diabetes and Nutrition Study Group of the European Association for the Study of Diabetes. Nutritional recommendations for individuals with diabetes mellitus. Metabolism 1988;1:145–9.
    35. Dilwari JB, Kamath PS, Batta RP, Mukewar S, Raghavan S. Reduction of postprandial plasma glucose by bengal gram dhal (Cicer arietnum) and rajmah (Phaseolus vulgaris). Am J Clin Nutr 1981;34:2450–3.[Abstract/Free Full Text]
    36. Donduran S, Hamulu F, Çetinkalp S, Çolak B, Horozoglu N, Tüzün M. Glycaemic index of different kinds of carbohydrates in type 2 diabetes. Eating Weight Disord 1999;4:203–6.[Medline]
    37. Edes TE, Shah JH. Glycemic index and insulin response to a liquid nutritional formula compared with a standard meal. J Am Coll Nutr 1998;17:30–5.[Abstract/Free Full Text]
    38. English R, Lewis J. Food for health. A guide to good nutrition with nutrient values for 650 Australian foods. Canberra, Australia: Australian Government Publishing Service, 1991.
    39. Englyst K, Englyst H, Hudson G, Cole T, Cummings J. Rapidly available glucose in foods: an in vitro measurement that reflects the glycemic response. Am J Clin Nutr 1999;69:448–54.[Abstract/Free Full Text]
    40. Ercan N, Nuttall FQ, Gannon MC, et al. Plasma glucose and insulin responses to bananas of varying ripeness in persons with non-insulin-dependent diabetes mellitus. J Am Coll Nutr 1993;12:703–9.[Abstract]
    41. European Diabetes Epidemiology Group. Glucose tolerance and mortality: comparison of WHO and American Diabetes Association diagnostic criteria. The DECODE study group. European Diabetes Epidemiology Group. Diabetes Epidemiology: Collaborative analysis Of Diagnostic criteria in Europe. Lancet 1999;354:617–21.[Medline]
    42. FAO/WHO Expert Consultation. Carbohydrates in human nutrition: report of a joint FAO/WHO Expert Consultation, Rome, 14–18 April, 1997. Rome: Food and Agriculture Organization, 1998. (FAO Food and Nutrition paper 66.)
    43. Feldman N, Norenberg C, Voet H, et al. Enrichment of an Israeli ethnic food with fibres and their effects on the glycaemic and insulinaemic responses in subjects with non-insulin dependent diabetes mellitus. Br J Nutr 1995;74:681–8.[Medline]
    44. Fitz-Henry A. In vitro and in vivo rates of carbohydrate digestion in Aboriginal bushfoods and contemporary Western foods. BSc thesis (Honours). Human Nutrition Unit, University of Sydney, Australia, 1982.
    45. Ford E, Liu S. Glycemic index and serum high-density lipoprotein cholesterol concentration among US adults. Arch Intern Med 2001; 161:572–6.[Abstract/Free Full Text]
    46. Foster KA. Glucose and insulin responses to legumes, pastas and rye breads. BSc thesis (Honours). Human Nutrition Unit, Department of Biochemistry, University of Sydney, Australia, 1987.
    47. Foster-Powell K, Miller J. International tables of glycemic index. Am J Clin Nutr 1995;62(suppl):871S–90S.[Abstract]
    48. Franceschi S, Dal ML, Augustin L, et al. Dietary glycemic load and colorectal cancer risk. Ann Oncol 2001;12:173–8.[Abstract/Free Full Text]
    49. Frati Munari AC, Benitez Pinto W, Ariza CR, Casarrubias M. Lowering glycemic index of food by acarbose and Plantago psyllium mucilage. Arch Med Res 1998;29:137–41.[Medline]
    50. Frati-Munari AC, Roca-Vides RA, Lopez-Perez RJ, de Vivero I, Ruiz-Velazco M. The glycaemic index of some foods common in Mexico. Gac Med Mex 1991;127:163–70.[Medline]
    51. Frost G, Leeds A, Dore C, Madeiros S, Brading S, Dornhorst A. Glycaemic index as a determinant of serum HDL-cholesterol concentration. Lancet 1999;353:1045–8.[Medline]
    52. Frost G, Leeds A, Trew G, Margara R, Dornhorst A. Insulin sensitivity in women at risk of coronary heart disease and the effect of a low glycemic diet. Metabolism 1998;47:1245–51.[Medline]
    53. Gannon MC, Nuttal FQ, Krezowski PA, Billington CJ, Parker S. The serum insulin and plasma glucose response to milk and fruit products in type 2 (non-insulin-dependent) diabetic patients. Diabetologia 1986;29:784–91.[Medline]
    54. Gatti E, Testolin G, Noè D, et al. Plasma glucose and insulin responses to carbohydrate food (rice) with different thermal processing. Ann Nutr Metab 1987;331:296–303.
    55. Gavin J. Pathophysiologic mechanisms of postprandial hyperglycemia. Am J Cardiol 2001;88:4–8.
    56. Giacco R, Brighenti F, Parillo M, et al. Characteristics of some wheat-based foods of the Italian diet in relation to their influence on postprandial glucose metabolism in patients with type 2 diabetes. Br J Nutr 2001;85:33–40.[Medline]
    57. Giacco R, Parillo M, Rivellese A, et al. Long-term dietary treatment with increased amounts of fiber-rich low-glycemic index natural foods improves blood glucose control and reduces the number of hypoglycemic events in type 1 diabetic patients. Diabetes Care 2000; 23:1461–6.[Abstract]
    58. Gilbertson H, Brand-Miller J, Thorburn A, Evans S, Chondros P, Werther G. The effect of flexible low glycemic index dietary advice versus measured carbohydrate exchange diets on glycemic control in children with type 1 diabetes. Diabetes Care 2001;24:1137–43.[Abstract/Free Full Text]
    59. Golay A, Schneider H, Temler E, Felber JP. Effect of trestatin, an amylase inhibitor, incorporated into bread, on glycemic responses in normal and diabetic patients. Am J Clin Nutr 1991;53:61–5.[Abstract/Free Full Text]
    60. Goñi I, Valdivieso L, Garcia-Alonso A. Nori seaweed consumption modifies glycemic response in healthy volunteers. Nutr Res 2000; 20:1367–75.
    61. Granfeldt Y, Björck I, Drews A, Tovar J. An in vitro procedure based on chewing to predict the metabolic response to starch in cereal and legume products. Eur J Clin Nutr 1992;46:649–60.[Medline]
    62. Granfeldt Y, Björk I, Hagander B. On the importance of processing conditions, product thickness and egg addition for the glycaemic and hormonal responses to pasta: a comparison with bread made from ‘pasta ingredients’. Eur J Clin Nutr 1991;45:489–99.[Medline]
    63. Granfeldt Y, Drews A, Björck I. Arepas made from high amylose corn flour produce favorably low glucose and insulin responses in healthy humans. J Nutr 1995;125:459–65.
    64. Granfeldt Y, Eliasson A, Björck I. An examination of the possibility of lowering the glycemic index of oat and barley flakes by minimal processing. J Nutr 2000;130:2207–14.[Abstract/Free Full Text]
    65. Gregersen S, Rasmussen O, Larsen S, Hermansen K. Glycaemic and insulinaemic responses to orange and apple compared with white bread in non-insulin-dependent diabetic subjects. Eur J Clin Nutr 1992;46:301–3.[Medline]
    66. Guevarra MT, Panlasigui LN. Blood glucose responses of diabetes mellitus patients to some local fruits. Asia Pac J Clin Nutr 2000;9:303–8.
    67. Ha MA, Mann JI, Melton LD, Lewis-Barned NJ. Relationship between the glycaemic index and sugar content of fruits. Diabetes Nutr Metab 1992;5:199–203.
    68. Hermansen K, Rasmussen O, Gregersen S, Larsen S. Influence of ripeness of banana on the blood glucose and insulin response in type 2 diabetic subjects. Diabet Med 1992;9:730–43.[Medline]
    69. Hertzler S. Glycemic index of "energy" snack bars in normal volunteers. J Am Diet Assoc 2000;100:97–100.[Medline]
    70. Hoebler C, Karinthi A, Chiron H, Champ M, Barry JL. Bioavailability of starch in bread rich in amylose: metabolic responses in healthy subjects and starch structure. Eur J Clin Nutr 1999;53:360–6.[Medline]
    71. Holt S, Brand J, Soveny C, Hansky J. Relationship of satiety to post-prandial glycaemic, insulin and cholecystokinin responses. Appetite 1992;18:129–41.[Medline]
    72. Holt SHA, Brand Miller J. Increased insulin responses to ingested foods are associated with lessened satiety. Appetite 1995;24:43–54.[Medline]
    73. Indar-Brown K, Norenberg C, Madar Z. Glycemic and insulinemic responses after ingestion of ethnic foods by NIDDM and healthy subjects. Am J Clin Nutr 1992;55:89–95.[Abstract/Free Full Text]
    74. Ionescu-Tirgoviste C, Popa E, Sintu E, Mihalache N, et al. Blood glucose and plasma insulin responses to various carbohydrates in type 2 (non-insulin-dependent) diabetes. Diabetologia 1983;24:80–4.[Medline]


    Lees verder : Deel III


    08-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypoglycemie - Voedingsadvies - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Hypoglycemie – Voedingsadvies

    Deel III


    1. Jenkins D, Jenkins A. The glycemic index, fiber, and the dietary treatment of hypertriglyceridemia and diabetes. J Am Coll Nutr 1987;6:11–7.[Medline]
    2. Jenkins D, Wolever T, Taylor R, et al. Glycemic index of foods: a physiological basis for carbohydrate exchange. Am J Clin Nutr 1981; 34:362–6.[Abstract/Free Full Text]
    3. Jenkins DJA, Wesson V, Wolever TMS, et al. Wholemeal versus wholegrain breads: proportion of whole or cracked grain and the glycemic response. Br Med J (Clin Res Ed) 1988;297:958–60.
    4. Jenkins DJA, Wolever TMS, Jenkins AL, et al. Low glycemic response to traditionally processed wheat and rye products: bulgur and pumpernickel bread. Am J Clin Nutr 1986;43:516–20.[Abstract/Free Full Text]
    5. Jenkins DJA, Wolever TMS, Jenkins AL, et al. The glycaemic index of foods tested in diabetic patients: a new basis for carbohydrate exchange favouring the use of legumes. Diabetologia 1983;24:257–64.[Medline]
    6. Jenkins DJA, Wolever TMS, Jenkins AL, Lee R, Wong GS, Josse R. Glycemic response to wheat products: reduced response to pasta but no effect of fiber. Diabetes Care 1983;6:155–9.[Abstract]
    7. Jenkins DJA, Wolever TMS, Kalmusky J, et al. Low glycemic index carbohydrate foods in the management of hyperlipidemia. Am J Clin Nutr 1985;45:604–17.
    8. Jenkins DJA, Wolever TMS, Taylor RH, et al. Glycemic index of foods: a physiological basis for carbohydrate exchange. Am J Clin Nutr 1981;34:362–6.
    9. Jenkins DJA, Wolever TMS, Wong GS, et al. Glycemic responses to foods: possible differences between insulin-dependent and non-insulin-dependent diabetics. Am J Clin Nutr 1984;40:971–81.[Abstract/Free Full Text]
    10. Kanan W, Bijlani RL, Sachdeva U, et al. Glycaemic and insulinaemic responses to natural foods, frozen foods and their laboratory equivalents. Indian J Physiol Pharmacol 1998;42:81–9.[Medline]
    11. Kavita MS, Prema L. Glycaemic response to selected cereal-based South Indian meals in non-insulin dependent diabetics. J Nutr Environ Med 1997;7:287–94.
    12. Krezowski PA, Nuttal FQ, Gannon MC, et al. Insulin and glucose responses to various starch-containing foods in type II diabetic subjects. Diabetes Care 1987;10:205–12.[Abstract]
    13. Kurup PG, Krishnamurthy S. Glycemic index of selected foodstuffs commonly used in South India. Int J Vitam Nutr Res 1992;62:266–8.[Medline]
    14. Larsen HM, Rasmussen OW, Rasmussen PH, et al. Glycaemic index of parboiled rice depends on the severity of processing: study in type 2 diabetic subjects. Eur J Clin Nutr 2000;54:380–5.[Medline]
    15. Larsen HN, Christensen C, Rasmussen OW, et al. Influence of parboiling and physicochemical characteristics of rice on the glycaemic index in non-insulin dependent diabetic subjects. Eur J Clin Nutr 1996;50:22–7.[Medline]
    16. Le Floch JP, Baudin E, Escuyer P, Wirquin E, Nillus P, Perlemuter L. Influence of non-carbohydrate foods on glucose and insulin responses to carbohydrates of different glycaemic index in type 2 diabetic patients. Diabet Med 1992;9:44–8.[Medline]
    17. Lee BM, Wolever TMS. Effect of glucose, sucrose and fructose on plasma glucose and insulin responses in normal humans: comparison with white bread. Eur J Clin Nutr 1998;52:924–8.[Medline]
    18. Liljeberg H, Björck I. Delayed gastric emptying rate may explain improved glycaemia in healthy subjects to a starchy meal with added vinegar. Eur J Clin Nutr 1998;52:368–71.[Medline]
    19. Liljeberg H, Granfeldt Y, Björck I. Metabolic responses to starch in bread containing intact kernels versus milled flour. Eur J Clin Nutr 1992;46:561–75.[Medline]
    20. Liljeberg HG, Granfeldt YE, Bjorck IM. Products based on a high fiber barley genotype, but not on common barley or oats, lower post-prandial glucose and insulin responses in healthy humans. J Nutr 1996;126:458–66.
    21. Liljeberg HGM, Lönner CH, Björck IME. Sourdough fermentation or addition of organic acids or corresponding salts to bread improves nutritional properties of starch in healthy humans. J Nutr 1995;125:1503–11.
    22. Liu S, Manson J, Stampfer M, et al. Dietary glycemic load assessed by food-frequency questionnaire in relation to plasma high-density-lipoprotein cholesterol and fasting plasma triacylglycerols in post-menopausal women. Am J Clin Nutr 2001;73:560–6.[Abstract/Free Full Text]
    23. Liu S, Manson JE. Dietary carbohydrates, physical inactivity, obesity, and the ‘metabolic syndrome’ as predictors of coronary heart disease. Curr Opin Lipidol 2001;12:395–404.[Medline]
    24. Liu S, Willett W, Stampfer M, et al. A prospective study of dietary glycemic load, carbohydrate intake, and risk of coronary heart disease in US women. Am J Clin Nutr 2000;71:1455–61.[Abstract/Free Full Text]
    25. Ludwig D, Majzoub J, Al-Zahrani A, Dallal G, Blanco I, Roberts S. High glycemic index foods, overeating, and obesity. Pediatrics [serial online] 1999;103:e26. Internet: http://www.pediatrics.org/cgi/content/full/103/3/e26 (accessed 9 April 2002).
    26. Ludwig D. Dietary glycemic index and obesity. J Nutr 2000;130:280S–3S.
    27. Lunetta M, Di Mauro M, Crimi S, Mughini L. No important differences in glycaemic responses to common fruits in type 2 diabetic patients. Diabet Med 1995;12:674–8.[Medline]
    28. Mani UV, Prabhu SS, Damie SS, Mani I. Glycemic index of some commonly consumed foods in Western India. Asia Pac J Clin Nutr 1993;2:111–4.
    29. Mani UV, Pradhan SN, Mehta NC, et al. Glycaemic index of conventional carbohydrate meals. Br J Nutr 1992;68:445–50.[Medline]
    30. Matsuo T, Mizushima Y, Komuro M, Sugeta A, Suzuki M. Estimation of glycemic and insulinemic responses to short-grain rice (Japonica) and a short-grain rice-mixed meal in healthy young subjects. Asia Pac J Clin Nutr 1999;8:190–4.
    31. Mehio Z, Hwalla Baba N, Habbal Z. Glycemic and insulinemic responses of normal subjects to selected meals commonly consumed in the Middle East. J Nutr Environ Med 1997;7:275–86.
    32. Mourot J, Thouvenot P, Antoine JM, Debry G. Glycaemic and insulinaemic indices of four starchy foods. In: Leff S, ed. Advances in diet and nutrition. 2nd ed. London: John Libbey & Co, 1988.
    33. Natah SS, Hussien KR, Tuominen JA, Koivisto VA. Metabolic response to lactitol and xylitol in healthy men. Am J Clin Nutr 1997; 65:947–50.[Abstract/Free Full Text]
    34. National Health and Medical Research Council. Dietary guidelines for older Australians. Canberra, Australia: Commonwealth of Australia, 1999.
    35. Noriega E, Rivera L, Peralta E. Glycaemic and insulinaemic indices of Mexican foods high in complex carbohydrates. Diabetes Nutr Metab 2000;13:13–9.[Medline]
    36. Östman EM, Elmståhl HGM, Björck IME. Inconsistency between glycemic and insulinemic responses to regular and fermented milk products. Am J Clin Nutr 2001;74:96–100.[Abstract/Free Full Text]
    37. Otto H, Niklas L. Differences d’action sur la glycemie d’aliments contenant des hydrated de carbone: consequences pour le traitment dietetique du diabete sucre. (Differences in the action of foods containing carbohydrates on blood glucose levels: implications for the dietetic treatment of diabetes mellitus.) Cited by: Jenkins DJA, Wolever TMS, Jenkins AL. Starchy foods and glycemic index. Diabetes Care 1988;11:149–59.[Abstract]
    38. Packer SC, Dornhurst A, Frost GS. The glycaemic index of a range of gluten-free foods. Diabet Med 2000;17:657–60.[Medline]
    39. Panlasigui LN, Panlilio LM, Madrid JC. Glycaemic response in normal subjects to five different legumes commonly used in the Philippines. Int J Food Sci Nutr 1995;46:155–60.[Medline]
    40. Pathak P, Srivastava S, Grover S. Development of food products based on millets, legumes, and fenugreek seeds and their suitability in the diabetic diet. Int J Food Sci Nutr 2000;51:409–14.[Medline]
    41. Payne Y. The glycaemic index of six foods traditionally consumed by the Pima Indian tribe. Masters of nutrition and dietetics research essays. Vol 3, section 12. Human Nutrition Unit, University of Sydney, Australia, 1992.
    42. Pelletier X, Hanesse B, Bornet F, Debry G. Glycaemic and insulinaemic responses in healthy volunteers upon ingestion of maltitol and hydrogenated glucose syrups. Diabetes Metab 1994;20:291–6.
    43. Pennington JAT. Bowes and Church’s food values of portions commonly used. 17th ed. Philadelphia: Lippincott-Raven Publishers, 1998.
    44. Perlstein RWJ, Hines C, Milsavljevic M. Dietitians Association of Australia review paper: glycaemic index in diabetes management. Aust J Nutr Diet 1997;54:57–63.
    45. Perry T, Mann J, Mehalski K, Gayya C, Wilson J, Thompson C. Glycaemic index of New Zealand foods. N Z Med J 2000;113:140–2.[Medline]
    46. Potter JG, Coffman KP, Reid RL, Krall JM, Albrink MJ. Effect of test meals of varying dietary fiber content on plasma insulin and glucose response. Am J Clin Nutr 1981;34:328–34.[Abstract/Free Full Text]
    47. Rahman M, Malik MA, Mubarak SA. Glycaemic index of Pakistani staple foods in mixed meals for diabetics. J Pak Med Assoc 1992; 42:60–2.[Medline]
    48. Rasmussen O, Winther E, Arnfred J, Hermansen K. Comparison of blood glucose and insulin responses in non-insulin-dependent diabetic patients. Studies with spaghetti and potato taken alone or as part of a meal. Eur J Clin Nutr 1988;42:953–61.[Medline]
    49. Rasmussen OW, Gregersen S, Dørup J, Hermansen K. Blood glucose and insulin responses to different meals in non-insulin-dependent diabetic subjects of both sexes. Am J Clin Nutr 1992;56:712–5.[Abstract/Free Full Text]
    50. Rasmussen OW, Gregersen S. Influence of the amount of starch on the glycaemic index to rice in non-insulin-dependent diabetic subjects. Br J Nutr 1992;67:371–7.[Medline]
    51. Riestra A, Cubas G, Amado JA. Effect of the ingestion of nougat on glycemia and insulinemia in healthy volunteers. Nutr Hosp 1995; 6:354–7.
    52. Ross SW, Brand JC, Thorburn AW, Truswell AS. Glycemic index of processed wheat products. Am J Clin Nutr 1987;46:631–5.[Abstract/Free Full Text]
    53. Salmeron J, Ascherio A, Rimm E, et al. Dietary fiber, glycemic load, and risk of NIDDM in men. Diabetes Care 1997;20:545–50.[Abstract]
    54. Salmeron J, Manson J, Stampfer M, Colditz G, Wing A, Willett W. Dietary fiber, glycemic load, and risk of non-insulin-dependent diabetes mellitus in women. JAMA 1997;277:472–7.[Abstract]
    55. Schauberger G, Brinck UC, Guldner G, Spaethe R, Niklas L, Otto H. Exchange of carbohydrates according to their effect on blood glucose. Cited by: Jenkins DJA, Wolever TMS, Jenkins AL, Josse RG, Wong GS. The glycaemic response to carbohydrate foods. Lancet 1984;1:388–91.
    56. Semprún-Fereira M, Ryder E, Morales LM, Gómez ME, Raleigh X. Glycemic index and insulin response to the ingestion of precooked corn flour in the form of "arepa" in healthy individuals. Invest Clin 1994;35:131–42.[Medline]
    57. Sharma RD. Hypoglycemic effect of gum acacia in healthy human subjects. Nutr Res 1985;5:1437–41.
    58. Shukla K, Narain JP, Puri P, et al. Glycaemic response to maize, bajra and barley. Indian J Physiol Pharmacol 1991; 35:249–54.[Medline]
    59. Skrabanja V, Kova B, Golob T, et al. Effect of spelt wheat flour and kernel on bread composition and nutritional characteristics. J Agric Food Chem 2001;49:497–500.[Medline]
    60. Skrabanja V, Liljeberg-Elmståhl HGM, Kreft I, Björck IME. Nutritional properties of starch in buckwheat products: studies in vitro and in vivo. J Agric Food Chem 2001;49:490–6.[Medline]
    61. Soh NL, Brand-Miller J. The glycaemic index of potatoes: the effect of variety, cooking method and maturity. Eur J Clin Nutr 1999;53:249–54.[Medline]
    62. Spieth L, Harnish J, Lenders C, et al. A low-glycemic index diet in the treatment of pediatric obesity. Arch Pediatr Adolesc Med 2000;154:947–51.[Abstract/Free Full Text]
    63. Sugiyama M, Tang AC, Wakaki Y, Koyama W. Glycemic index of single and mixed meal foods among common Japanese foods. Eur J Clin Nutr (in press).
    64. Sumathi A, Vishwanatha S, Malleshi NG, Rao SV. Glycemic response to malted, popped and roller dried wheat-legume based foods in normal subjects. Int J Food Sci Nutr 1997;48:103–7.[Medline]
    65. Thomas DE, Brotherhood JR, Brand-Miller JC. Carbohydrate feeding before exercise: effect of glycemic index. Int J Sports Med 1991; 12:180–6.[Medline]
    66. Thorburn A. Digestion and absorption of carbohydrate in Australian Aboriginal, Pacific Island and Western Foods. PhD thesis. Human Nutrition Unit, University of Sydney, Australia, 1986.
    67. Toeller M, Buyken AE, Heitkamp G, et al. Nutrient intakes as predictors of body weight in European people with type 1 diabetes. Int J Obes Relat Metab Disord 2001;25:1–8.
    68. Urooj A, Puttaraj S. Glycaemic responses to cereal-based Indian food preparations in patients with non-insulin-dependent diabetes mellitus and normal subjects. Br J Nutr 2000;83:483–8.[Medline]
    69. US Department of Agriculture. USDA nutrient database for standard reference, release 14. Version current 1 February 2002. Inter-net: http://www.nal.usda.gov/fnic/cgi-bin/nut_search.pl (accessed 24 April 2002).
    70. Vorster HH, van Tonder, Kotzé JP, Walker ARP. Effects of graded sucrose additions on taste preference, acceptability, glycemic index, and insulin response to butter beans. Am J Clin Nutr 1987;45:575–9.[Abstract/Free Full Text]
    71. Vuksan V, Sievenpiper JL, Koo VYY, et al. American ginseng (Panax quinqefolius L.) reduces postprandial glycemia in nondiabetic subjects and subjects with type 2 diabetes. Arch Intern Med 2000;160:1009–13.[Abstract/Free Full Text]
    72. Walker ARP, Walker BF. Glycaemic index of South African foods determined in rural blacks—a population at low risk of diabetes. Hum Nutr Clin Nutr 1984;38C:215–22.[Medline]
    73. Wolever TMS, Brand-Miller J, Brighenti F, et al. Determination of the glycaemic index of foods: interlaboratory study. Br J Nutr (in press).
    74. Wolever TMS, Cohen Z, Thompson LU, et al. Ileal loss of available carbohydrate in man: comparison of a breath hydrogen method with direct measurement using a human ileostomy model. Am J Gastroenterol 1986;81:115–22.[Medline]
    75. Wolever TMS, Jenkins DJA, Josse RG, Wong GS, Lee R. The glycemic index: similarity of values derived in insulin-dependent and non-insulin dependent diabetic patients. J Am Coll Nutr 1987;6:295–305.[Abstract]
    76. Wolever TMS, Jenkins DJA, Kalmusky J, et al. Comparison of regular and parboiled rices: explanation of discrepancies between reported glycemic responses to rice. Nutr Res 1986;6:349–57.
    77. Wolever TMS, Jenkins DJA, Kalmusky J, et al. Glycemic response to pasta: effect of surface area, degree of cooking and protein enrichment. Diabetes Care 1986;9:401–4.[Abstract]
    78. Wolever TMS, Jenkins DJA, Thompson LU, et al. Effect of canning on the blood glucose response to beans in patients with type 2 diabetes. Hum Nutr Clin Nutr 1987;41C:135–40.[Medline]
    79. Wolever TMS, Kalmusky J, Giudic S, et al. Effect of processing/preparation on the blood glucose response to potatoes. Can Inst Food Sci Technol J 1985;18:35–6.
    80. Wolever TMS, Katzman-Relle L, Jenkins AL, et al. Glycaemic index of 102 complex carbohydrate foods in patients with diabetes. Nutr Res 1994;14:651–69.
    81. Wolever TMS, Nuttal FQ, Lee R, et al. Prediction of the relative blood glucose response of mixed meals using the white bread glycemic index. Diabetes Care 1985;8:418–28.[Abstract]
    82. Wolever TMS, Vuksan V, Katzman Relle L, et al. Glycaemic index of fruits and fruit products in patients with diabetes. Int J Food Sci Nutr 1993;43:205–12.
    83. Wolever TMS, Wong GS, Kenshole A, et al. Lactose in the diabetic diet: a comparison with other carbohydrates. Nutr Res 1985;5:1335–45.
    84. Xyris Software. FoodWorksTM nutrition software. Australian food composition tables and manufacturers’ data, professional edition, version 2. High Gate Hill, Australia: Xyris software, 2001.
    Cfr. :
    -
    http://www.ajcn.org/cgi/content/full/76/1/5
    -
    http://www.ajcn.org/cgi/content/abstract/76/1/5?ijkey=98c71b8619aaecf5e5757f615c9b40471c43cdd8&keytype2=tf_ipsecsha 

    Cfr. also :
    1. Glycemic load values (Letter to the Editor)
      Rick Mendosa
      Cfr. :
      http://www.ajcn.org/cgi/content/full/77/4/994
    2. Revised International Table of Glycemic Index (GI) and Glycemic Load (GL) Values – 2002
      David Mendosa
      Cfr. :
      http://www.mendosa.com/gilists.htm



    Voedingsadvies
    Hypoglycemie (of '
    koolhydraatverslaving')

    Dr. Hans Reijnen, Mens Sana, Centrum voor Integrale Geneeskunst (CIG), Deurne (NL)

    Hypoglycemie is een lichte suikerstofwisselingsstoornis, die (nog) niets te maken heeft met suikerziekte omdat er geen gebrek is aan insuline (het hormoon dat het bloedsuikergehalte regelt), die kan optreden bij mensen die daarvoor gevoelig zijn.
    Het is een lichte stoornis omdat de bloedsuikerwaarden slechts op bepaalde momenten licht afwijken van de norm maar die in de regel wel ernstige gevolgen heeft, die geleidelijk toenemen naarmate de stoornis langer (onherkend) blijft bestaan.
    Het bloedsuikergehalte moet normaal liggen tussen 4,0 en 6,5 mmol/L.
    Door onze westerse levensstijl en voedingspatroon komt het steeds vaker voor dat het bloedsuiker regelmechanisme voortdurend licht gestoord is.
    De alvleesklier (pancreas) zorgt ervoor dat het bloedsuikergehalte niet te hoog wordt door na een maaltijd of snoepen (suikerbelasting) op tijd voldoende insuline aan het bloed af te geven.
    Mede doordat het gebruik van geraffineerde suiker(s) en slechte koolhydraten (witmeel producten, zijn geraffineerd en bevatten dus nagenoeg geen micronutriënten meer) in onze cultuur veel te hoog is en nog steeds stijgt, raakt de alvleesklier overbelast.
    Hierdoor reageert ze wat te laat waardoor het bloedsuikergehalte (BSG) toch licht boven de bovengrens kan uitstijgen (b.v. 6,8 mmol/L).
    Zij registreert dit wel en reageert dan (vertraagd) met het afgeven van een iets hogere dosis insuline dan normaal (hyperinsulinisme).
    Hierdoor daalt het BSG weliswaar lekker snel maar het BSG schiet wat door tot net beneden de ondergrens (b.v. 3,5 mmol/L).
    Dan zit je als patiënt dus in de hypoglycemische fase (licht verlaagd BSG) met klachten zoals :
    • een zwaar vermoeid gevoel in de benen
    • duizeligheid
    • een lichte hoofdpijn
    • trillerigheid.
    Dit alles kun je in één woord vangen onder de term “geeuwhonger”.
    Dan moet je wat eten, anders houd je het niet vol.
    Veel mensen nemen dan b.v. een Mars want dan gaat het heel snel beter.
    Maar op langere termijn is dit alleen maar kolen op het vuur.
    Als je dit probleem alleen maar zo blijft ‘oplossen’ dan zal het zich steeds vaker op een dag voordoen en kom je van kwaad tot erger.
    Veel beter is het om op zo’n moment een gezonde boterham met gezond beleg (dus geen zoet !) of een biologische mueslireep te nemen.
    De enige echte oplossing voor dit probleem is het op lange termijn (liefst de rest van je leven) zo drastisch mogelijk weren van alle geraffineerde suiker(s) en alle slechte koolhydraten (witmeel producten) uit de voeding en ernaar te streven uiteindelijk geen tussendoortjes meer te nemen.

    Verborgen suikers en witmeel
    Al pratende over de overmaat aan suikers hoor ik de patiënt al zeggen : ja, maar ik neem geen suiker in de koffie en ik ben helemaal niet zo’n snoeper.
    Groot probleem is het feit dat de Nederlander gemiddeld 50-70 kg suiker per jaar binnen krijgt, dat is meer dan 1 kg in de week.
    De helft hiervan gebruiken we in de vorm van zichtbaar zoet (suiker, snoepgoed, gebak en frisdrank) maar helaas ook nog altijd 50% in de vorm van verborgen suikers.
    Bijna alle samengestelde producten in de gewone supermarkt bevatten toegevoegde suiker !
    Soms zelfs in schrikbarende hoeveelheden.
    Van soep tot ketchup, ketjap, mayonaise, ...
    En ga zo maar door, als je erop gaat letten, overal zit suiker bij om alles voor het (kritiekloze !?) grote publiek lekker te maken.
    En het smaakt inderdaad wel goed maar het vormt in deze grote hoeveelheden een puur gif voor onze gezondheid.
    Er zijn zelfs mensen die durven te beweren dat de overmaat aan suikers meer schade aan de volksgezondheid veroorzaakt dan alcohol en nicotine.
    Daar komt bij dat nog steeds heel veel mensen witbrood eten en steeds meer witte pasta producten.
    Het probleem is ook hier dat de granen verhit zijn geweest en ontdaan van alle vezel(resten).
    Want het moet er mooi uitzien en snel en gemakkelijk te verwerken zijn.
    Hierdoor worden ze ontdaan van alle micronutriënten (vitamines, mineralen en sporenelementen).
    Bovendien wordt een teveel aan slechte koolhydraten door het lichaam te snel omgezet in glucose (= suiker).
    Dus ook op deze manier onderhoud je de negatieve spiraal van het hypoglycemie-syndroom.
    Onze eetcultuur is aan het ‘veramerikaniseren’ (meer en meer fastfood) en aan het ‘veritalianiseren’ (meer en meer pasta’s).
    De alvleesklier geef zo nodig iedere keer een hoeveelheid insuline af
    Afb. :
    http://www.menssana.nu/media/grafiekbloedsuiker.jpg
    Bovenstaande grafiek geeft het BSG weer in doorgetrokken streep bij een gezond eetpatroon en een goed werkende alvleesklier; in stippellijn bij hypoglycemie: meer dan een kilogram suiker in de week vormt een overbelasting voor de alvleesklier waardoor deze wat te laat en wat te sterk reageert en te veel insuline afgeeft in het bloed (hyperinsulinisme).

    Hypoglycemie syndroom
    Het is inderdaad beter om te spreken van het hypoglycemie syndroom omdat hypoglycemie, hoe langer het bestaat, een waaier van negatieve gevolgen voor heel veel orgaansystemen heeft.
    Het blijft echt niet alleen bij de geeuwhonger.

    Gevolgen op de korte termijn
    • Één van de eerste gevolgen is dat ons lichaamsgewicht geleidelijk maar gestaag zal blijven toenemen met alle nadelige gevolgen van dien voor ons lichaam.
      Denk aan belasting van hart en bloedvaten (cholesterol en hoge bloeddruk) en gewrichten en o.a. een toenemend operatierisico.
    • Er ontstaat meestal een vorm van chronische vermoeidheid (in meer of mindere mate).
    • Door het teveel aan suikers ontstaat er een vergisting in de darm met diarree of een neiging hiertoe tot gevolg.
      De spijsvertering en de stofwisseling raken verstoord en dit beïnvloedt alle lichaamsfuncties negatief (soms kan het uiteindelijk ook resulteren in obstipatie).
    • Dit alles veroorzaakt een verstoring van de gezonde darmflora.
      Wist u dat 80% van onze immunologische afweer (weerstand tegen virussen, bacteriën en/of andere ziektekiemen) zetelt in een gezonde darm(flora) !
      Dus er ontstaat een steeds grotere bevattelijkheid voor verkoudheden, griep en andere ontstekingen (waar dan ook in het lichaam).
      Met name schimmelinfecties treden nogal eens op die steeds tot terugkeren neigen.

    Gevolgen op de lange termijn
    • In een later stadium kunnen er allergieën gaan optreden.
    • Als hypoglycemie lang genoeg blijft bestaan kan het ten slotte ook leiden tot het ontstaan van ouderdomssuiker (suikerziekte type 2), hiervan is er een zogenaamd 'onverklaarbare' toename.
    • Uiteindelijk, als je maar doorgaat met de ongezonde leefgewoonten, neemt ook het risico op het krijgen van kanker toe.
    • Ten slotte en zeker niet het minst belangrijk : hypoglycemie geeft heel vaak ook stoornissen van psyche en gedrag (b.v. hyperactiviteit, onderactiviteit, prikkelbaarheid en depressiviteit).

    Hoe weet ik nou of ik hypoglycemie heb ?
    De diagnose zou eenvoudig te stellen zijn met het bepalen van een bloedsuikergehalte (BSG) ware het niet dat hier in de praktijk van alledag een paar problemen opdoemen.
    In de eerste plaats zijn er genoeg artsen niet op de hoogte van het bestaan van hypoglycemie (of ze ontkennen het bestaan ervan).
    En als je niet weet waar je naar zoekt, zul je het ook nooit vinden (“dat komt in mijn praktijk niet voor”).
    Ten tweede, als je slechts een éénmalige BSG-bepaling doet op een lukraak moment van de dag heb je minstens 80% kans dat je de lichte afwijkingen niet vindt.
    Het is dus beter om een GTT ('glucose tolerantie test', waarbij het verloop van het bloedsuikergehalte enkele uren gevolgd wordt na een flinke belasting met glucosedrank) te doen en/of een dagcurve te laten bepalen (hierbij is de onderzoeksduur nog langer).
    Dan kun je de kortdurende hyperglycemische fase(licht verhoogd BSG) en de kortdurende hypoglycemische fase bijna nooit missen.
    In mijn begintijd, nadat ik pas ging geloven dat HG echt bestond, heb ik op deze manier bij tientallen patiënten de diagnose onderbouwd.
    Op dit moment doe ik zelf geen bloedonderzoek meer omdat ik dat niet meer nodig vind tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.
    Met een zorgvuldige ondervraging van de patiënt kan ik de diagnose bijna altijd goed stellen.
    Bovendien is het voorgestelde beleid voor de aanpak van HG op geen enkele manier vervelend of belastend voor de patiënt en alleen maar volledig overeenkomend met de algemene voedingsadviezen die ik toch al aan bijna alle patiënten meegeef.
    Alleen heeft een HG-patiënt een extra zwaarwegende reden zich er zo strikt mogelijk aan te houden.
    Ik heb het daarom bij HG patiënten dus nooit over een dieet.
    Ik propageer alleen maar een in alle opzichten zo gezond mogelijk levenspatroon en voedingspatroon.
    En hiermee kun je voor jezelf net zo ver gaan als jij nodig vindt of voor jou haalbaar is.

    Oorzaken van hypoglycemie
    De enige oorzaak is feitelijk het overmatige gebruik van (verborgen) suiker(s) en slechte koolhydraten (vooral witmeel).
    Als mensen (dierlijke) vetten gaan beperken omdat ze gezonder willen eten zonder het gebruik van vitale vetten te verhogen drijft hen dat des te meer in het ontstaan van HG.
    Natuurlijk is er daarnaast ook duidelijk sprake van een aangeboren gevoeligheid voor het krijgen van HG.
    Er zijn wat dit betreft grote constitutionele verschillen, niet iedereen krijgt HG of niet iedereen is er even gevoelig voor.
    Bovendien zijn er nog vele andere elementen in onze levensstijl aan te wijzen die duidelijk HG-Syndroom bevorderend kunnen werken.
    Denk hierbij o.a. aan het hoge gebruik van antibiotica en andere geneesmiddelen die de suikerstofwisseling negatief beïnvloeden zoals prednison (cfr. :
    http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_geneesmiddelen/PREDNISON-10069-537-art.htm -).
    Ook de toenemende stress in onze samenleving doet rechtsreeks HG eerder ontstaan.

    Lees verder : Deel IV


    08-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypoglycemie - Voedingsadvies - Deel IV
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Hypoglycemie – Voedingsadvies

    Deel IV


    Behandeling van hypoglycemie
    Eigenlijk hoef ik alleen maar te zeggen : 'Ga weer écht gezond leven en eten'.
    Ik zeg 'écht' omdat de meesten denken dat ze dat al doen.
    Wij zijn dus zover verwijderd geraakt van wat natuurlijk leven is, dat we het ook echt niet meer weten.
    Buiten de wereld van de natuurgenezers is er ook bijna niemand die je erop wijst.

    Als je je tot nu toe behoorlijk te buiten ging aan zoet (en/of verborgen suikers) en slechte koolhydraten is het de eerste drie à vier weken zeker niet eenvou-dig om af te kicken.
    In het begin is de overgang erg groot, maar al gauw went het en uiteindelijk ga je zoet vies vinden net zoals wanneer je helemaal van het roken af bent.
    Dan ga je pas weer ervaren hoe vies het eigenlijk was.
    Voor geïnteresseerden is bij mij ook verkrijgbaar de brochure “In harmonie met onze natuur” een uitgebreid verhaal over het dalende gezondheidsniveau, de oorzaken hiervan en wat eraan te doen is in een veel ruimere context dan alleen voedingstechnisch (cfr. : http://www.menssana.nu/ -).
    Maar nog even concreet op een rijtje voor HG patiënten is het volgende in het bijzonder van belang :
    1. Het zo drastisch mogelijk beperken van alle (toegevoegde) suiker(s) en slechte koolhydraten.
      Gebruik zo min mogelijk kant-en-klaarproducten uit de gewone supermarkt want die staan meestal bol van de verkeerde dingen.
      Kant-en-klaarproducten uit de reformzaak bevatten meestal veel minder ongezonde toevoegingen.
    2. Streef uiteindelijk zoveel mogelijk naar : je beperken tot drie goede hoofdmaaltijden.
      Alleen in de overgangsfase echt “gezonde” tussendoortjes zoals een gezonde boterham of een biologische mueslireep.
    3. Ben zeer terughoudend met alle reguliere geneesmiddelen, dring er bij uw huisarts op aan dat hij streng is bij de indicatiestelling.
      Zelfs de pil heeft een HG bevorderend effect.
    4. In ernstige of hardnekkige gevallen kan het dagelijks gebruik van Chroom (voedingssupplement – cfr. bv. : http://overgewicht.pilliewillie.nl/obesitas/chroom1.php -) helpen om de suikerstofwisseling sneller te reguleren.

    Wat zijn gezonde suikervervangers ?
    Minder ongezond dan witte kristalsuiker is ongeraffineerde rietsuiker, nog beter is het om oerzoet of sucanat – cfr. : http://www.voedingswaar.nl/sucanat.htm - te gebruiken (die is gemaakt van ongeraffineerde bietsuiker).
    De beste suikervervanger is stevia (extracten van een tropische plant in poedervorm voor de keuken en in druppelvorm voor koffie of thee) – cfr. 'Verboden suikervervanger stevia is wondermiddel' :
    http://www.medinews.be/full_article/detail.asp?aid=3267 -.
    Heel prettig in het gebruik en ook heel verantwoord is het gebruik van (oligo)fructose poeder (cfr. :
    http://www.functionelevoeding.be/wetenschappelijk_dossier_prebiotica_1.htm -).
    Al deze zoetvervangers zijn leverbaar in de natuurvoedingswinkel.
    In de yoghurt of kwark zijn ahornsiroop en honing relatief gezond, lekker zoetmakend en vitaliserend. Je kunt ook gebruik maken van appel- of perenstroop (zonder toegevoegde suiker).

    Verder zijn er een aantal synthetische suikervervangers die bijna allemaal in een min of meer kwaad daglicht staan vanwege lichte tot ernstigere bijwerkingen :
    Over al deze stoffen zou je kunnen zeggen : liever niet maar, indien met mate gebruikt, geen probleem.
    In bijna alle lichtfrisdranken zit tegenwoordig aspartaam, dus oppassen.
    Er zijn aanwijzingen dat aspartaam kankerverwekkend is en vanuit Engeland kwamen er berichten over negatieve beïnvloeding van de hersenfunctie (tot hallucinaties toe).

    Wetenswaardigheden rond Hypoglycemie
    • Eigenlijk klopt de benaming 'hypoglycemie' niet helemaal want er is niet alleen een hypofase maar ook een hyperfase.
      Beter zou het kunnen zijn om te spreken van een 'koolhydraat-verslaving'.
    • Dit laatste : het verslavende aspect van suiker brengt me op de enorm belangrijke psychologische kant van de zaak.
      Suiker wordt ook wel eens beschouwd als synoniem voor surrogaat liefde.
      We leven misschien allemaal wel (in meer of mindere mate) met de angst niet genoeg (moederlijke) liefde te krijgen.
      Dit compenseren we vaak met meer eten en meer snoepen.
      Van chocolade is nog wel het meest bekend dat het onvrede en frustraties helpt verdwijnen.
      Maar als we daar geen oog voor krijgen willen we steeds meer.
    • Wist u dat chronische vermoeidheidssyndromen steeds vaker optreden waarvan men officieel meestal de oorzaak niet kent ?
      Ik schat dat in minstens 75% van de gevallen HG hierbij mede een rol speelt.
    • Veel mensen hebben een tekort aan essentiële vetzuren.
      Bijna iedereen weet dat je niet te vet moet eten want dierlijke vetten zijn heel ongezond.
      Maar meestal wijst niemand je erop dat je dan wel gezonde vetten moet nuttigen.
      Die goede vetten zitten in : vette vis, noten en zaden (b.v. zonnebloempitten, pijnboompitten enz) en lijnzaadolie.
      Als je niet genoeg vetten consumeert zul je eerder en meer honger hebben en zul je ongemerkt meer koolhydraten gaan nuttigen.
      Dus een gebrek aan vet jaagt je nog meer in de koolhydraatverslaving !
      Ik adviseer daarom in feite iedereen om het zgn. 'Budwigpapje' te nuttigen (cfr. folder algemene voedingsadviezen, deel 2 &
      http://www.fonteine.com/budwig_papje.html -).
      De informatie die in deze brochure staat is in principe voldoende om het probleem van hypoglycemie definitief aan te pakken en op te lossen.
      Maak bij deze brochure ook gebruik van de twee brochures met algemene voedingsadviezen (Voeding 1 - Theorie en voeding – Voeding 2 – Praktijk – cfr. :
      http://www.menssana.nu/pages/publicaties/voeding.php -).
      In de laatste staat uitgebreid en precies beschreven hoe je het zogenaamde 'Budwigpapje' gebruikt als ontbijt.
      Dit papje is zeer behulpzaam bij het oplossen van de hypoglycemie en supergezond omdat het tal van andere lichaams- en orgaanfuncties helpt herstellen.
    • Waar het gebruik van de drie brochures over voeding in beginsel voldoende is, is er voor enthousiastelingen en geïnteresseerden, in ons Centrum een reader verkrijgbaar waarin de 'Gluc Ω mens-lifestyle' beschreven staat.
      Deze methode is een uitgebreide eet- en leefwijzer die in principe door iedereen toegepast kan worden.
      De aanleiding om de methode te ontwerpen was het steeds groter wordende probleem van overgewicht.
      Maar het maakt niet uit of je nu overgewicht hebt of niet en of je nu HG hebt of niet, ik kan de methode aan iedereen van harte aanbevelen.
      Je moet er even ‘inkruipen’ maar dan krijg je er ook heel wat voor terug.
      Terug naar je streefgewicht, weer blaken van energie en het volledige en definitieve herstel van je afweer tegen alle infectieziekten.
      Bovendien wordt het heel belangrijke hoofdstuk van de psychologie van eetgedrag besproken.
    Cfr. : http://www.menssana.nu/pages/publicaties/voeding/voedingsadvies-hypoglycemie.php

    Cfr. ook :
    1. Al die vage klachten van moe en zo - Hoe kom je er vanaf ?
      Viva's medisch dossier [Deel 3]
      Viva, 25-04-200
      "Veel vrouwen behandelen hun lichaam - zeg maar : hun 'voertuig' - niet goed. Ze stoppen er de verkeerde benzine in en rijden plankgas weg. Dat moet wel misgaan," zegt dietiste Marijke de Waal.
      Met deze metafoor wil ze aangeven dat veel vrouwen zichzelf ziek maken door hun levensstijl en de vaak hieraan gekoppelde verkeerde voeding.
      Wie een (te) druk leven heeft, is vatbaarder voor sluimerziektes als hypoglykemie en candida, die in je lichaam sluimeren, vage klachten veroorzaken en waardoor je je vooral heel moe voelt.
      Een druk leven houdt vaak ook in dat je door tijdgebrek onregelmatig en soms ook ongezond eet.
      En behalve stress veroorzaakt ook verkeerde voeding sluimerziektes : bij hypoglykemie raakt je suikerhuishouding ontregeld, bij candida verandert een gist in je darmen in een hardnekkige schimmel.
      Dit is niet onomkeerbaar.
      "Je kunt beter worden door naar je lichaam te luisteren. Neem rust en vooral : eet gezond", adviseert orthomoleculair therapeute Rita Eissens, die zich voornamelijk met voeding bezig houdt : "Je moet terug naar de basis, met meer ontspanning en met een dieet."
      Dat zou je eigenlijk al moeten doen als je (nog) niet ziek bent, maar wel dezelfde gejaagde levensstijl hebt die sluimerzieke vrouwen hadden voordat ze ziek werden.
      Zo kun je voorkomen dat je ziek wordt.
      Ben je al ziek, dan kunnen rust en goede voeding, een andere levensstijl dus, je beter maken.
      Cfr. :
      http://www.steungroep.nl/archief/populair/viva20000425.txt

    2. Behandeling hypoglycemie met chroom
      Pillie Willie
      Veel mensen hebben zonder dat ze dat weten een probleem met het verwerken van suiker.
      Hierdoor kan een scala aan klachten ontstaan : suikerziekte, overgewicht, te hoog cholesterol, chronische vermoeidheid, darmstoornissen en depressie.
      Extra chroom kan deze aandoeningen voorkomen maar soms ook genezen.
      Mensen met overgewicht hebben, door chroom suppletie, een kans van 75% slanker te worden.
      De klachten die horen bij ouderdoms diabetes (Insuline resistentie, type II) kunnen door chroom suppletie soms sterkt verminderd worden.
      Bovendien geeft onderzoek op dieren aan dat chroom suppletie levensverlengend werkt.
      Cfr. :
      http://overgewicht.pilliewillie.nl/obesitas/behandeling.overgewicht.5e.php

    3. Behandeling hypoglycemie met chroom
      Pillie Willie
      Veel mensen hebben zonder dat ze dat weten een probleem met het verwerken van suiker.
      Hierdoor kan een scala aan klachten ontstaan : suikerziekte, overgewicht, te hoog cholesterol, chronische vermoeidheid, darmstoornissen en depressie.
      Extra chroom kan deze aandoeningen voorkomen maar soms ook genezen.
      Mensen met overgewicht hebben, door chroom suppletie, een kans van 75% slanker te worden.
      De klachten die horen bij ouderdoms diabetes (Insuline resistentie, type II) kunnen door chroom suppletie soms sterkt verminderd worden.
      Bovendien geeft onderzoek op dieren aan dat chroom suppletie levensverlengend werkt.
      Cfr. :
      http://overgewicht.pilliewillie.nl/obesitas/behandeling.overgewicht.5e.php

    4. Candida-test
      Test ter verkrijging van inzicht in de mogelijke aanwezigheid van het candida-syndroom
      Cfr. :
      http://www.lilith.demon.nl/div/candida-test.html

    5. De methode Montignac in het kort
      De vlam in de pan
      Volgens Michel Montignac heeft calorieën tellen geen zin, we worden niet dik omdat we veel eten, maar omdat we slecht eten.
      Je hoeft niet te letten op de hoeveelheid die je eet, je eet net zoveel totdat je genoeg hebt.
      De hoeveelheid die je eet heeft geen enkele invloed op het afslanken, als je je verder maar aan de 'spelregels' houd van de methode Montignac.
      De alvleesklier
      Glucose is de brandstof bij uitstek voor het lichaam en bovendien onmisbaar voor het goed functioneren van de hersenen.
      Daarom bevat bloed altijd glucose.
      Deze aanwezigheid wordt uitgedrukt met de term bloedglucosespiegel, bloedsuikerspiegel of glycemie en deze bedraagt op de nuchtere maag gewoonlijk 1 gram glucose per liter bloed.
      Wanneer je een koolhydraat eet zal de bloedglucosespiegel in overeenstemming met de geabsorbeerde glucose stijgen.
      De glycemie zal dus stijgen en een piek bereiken.
      De alvleesklier gaat vervolgens insuline afscheiden die de overtollige glucose uit het bloed opslaat in je spieren en lever, voor later gebruik.
      De hoeveelheid insuline die afgescheiden wordt is in normale omstandigheden en bij een slank iemand, net genoeg om de glycemie weer tot een normaal niveau te doen dalen.
      Bij iemand met overwicht daarentegen zal er te veel insuline afgescheiden worden.
      Dit heet 'hyperinsulinemie'.
      En juist het te veel afscheiden van insuline leid tot vetopslag !
      Hyperinsulinemie is dus de grote boosdoener van gewichttoename, het is geen ziekte, maar wel een stofwisselingsstoornis.
      Zwaarlijvige personen hebben een alvleesklier die minder goed of slecht werkt.
      De meeste mensen worden geboren met een normaal functionerende alvleesklier, maar door jarenlang een verkeerde manier van eten met als gevolg een overbelasting van de alvleesklier slaat die op een gegeven moment op hol.
      Soms word je geboren met een zwakke alvleesklier, dat is dan een erfelijke factor.
      Dan manifesteert het dik worden zich meestal al in de kindertijd, de alvleesklier heeft dan niet de gewone gezonde weerstand en functioneert al veel vroeger niet naar behoren dan bij mensen met een normaal functionerende alvleesklier.
      Glycemische index
      Cfr. 'De
      tabel van de glycemische indexen.'
      De glycemische index (GI) van een koolhydraat is een getal wat aangeeft hoe sterk de glucosespiegel in het bloed omhoog gaat.
      Hoe lager het getal hoe beter.
      Slechte koolhydraten zijn alle koolhydraten die boven de GI van 50 komen en goede koolhydraten zijn deze die daaronder zitten.
      Glucose/dextrose staat standaard op 100 gesteld en is dus een voorbeeld van een zeer slechte koolhydraat.
      Paddestoelen hebben een glycemische index van 5 en zijn weer zeer goed.
      * Slechte koolhydraten
      Slechte koolhydraten zijn de koolhydraten die een sterke stijging van de glucose veroorzaken (hyperglycemie).
      Hieronder vallen o.a. : alle geraffineerde meelsoorten, suiker, honing, melkchocola, maple sirup, sommige zoetstoffen, dextrose, mais, gekookte wortelen, rode bieten, aardappelen, koolraap (cfr. verder de GI tabel ).
      Deze produkten mag je dus, vooral in de afslank fase, niet nemen !
      * Goede koolhydraten
      Goede koolhydraten worden niet zo sterk door het lichaam geabsorbeerd en hebben daardoor een zwakke stijging van de glycemie tot gevolg.
      Goede koolhydraten zijn o.a. : volkorenbrood, roggebrood, zuivelprodukten, fructose (vruchtensuiker), appels, sinaasappels, aardbeien, noten, olijven, peulvruchten (geen tuinbonen), paddestoelen etc...
      Fase 1 - De afslankfase
      In de methode kennen we 2 verschillende fase's : fase 1 is de afslankfase.
      Deze moet tenminste 3 maanden worden volgehouden, omdat dat de tijd is die je alvleesklier nodig heeft om te stabiliseren.
      Na deze drie maanden kun je jezelf heel af en toe wel een zonde permitteren ook al moet je nog verder afslanken.
      In fase 1 hebben we twee verschillende maaltijden : de koolhydraat maaltijden en de vetmaaltijden.
      * Koolhydraat maaltijden
      De koolhydraat maaltijden heten zo, omdat je alleen maar (goede) koolhydraten mag eten, tot een GI van 50 en geen, tot een zeer weinig vetgebruik.
      Bijvoorbeeld : de plantaardige vetten uit volkorentarwe en rogge zijn toegestaan, maar de vetten uit vleeswaren en kaas niet.
      Wat mag je dan wel op brood ?
      Je mag suikerloze jam (fruitbeleg) op brood, mits deze geen bananen en/of andere 'verboden vruchten' bevat.
      Of je mag appel of perenstroop op brood, zonder suiker toegevoegd natuurlijk.
      Ook mag je tonijn uit blik (op water, niet op olie) op brood (mits deze onder de 1% vet per 100 gram bevat, dit wil nog wel eens verschillen).
      Ook kun je natuurlijk aarbeien, frambozen etc. op brood doen.
      Of verschillende (geroosterde) groenten (zonder vet bereid).
      Zo zijn er nog vele voorbeelden.
      Bij een koolhydraten maaltijd mag je melkprodukten nemen, yoghurt, kwark, melk, mits ze minder dan 1% vet bevatten.
      Tip : magere melk kun je romiger maken door er extra magere melkpoeder aan toe te voegen.
      Dan heb je de smaak van halfvolle melk maar zonder het vet.
      Er staan verschillende recepten voor koolhydraat maaltijden op de site.
      * Vet maaltijden
      Dat klinkt eng en ongezond, maar dit houd alleen in dat je hier goede koolhydraten tot een GI van 35 mag combineren met vetten.
      Aangeraden wordt om zoveel mogelijk goede vetten te gebruiken.
      Goede vetten zijn enkelvoudig- en meervoudige onverzadigde vetten.
      Deze vetten komen o.a. voor in (vette) vis en olijven.
      Slechte vetten zijn verzadigde vetten, deze komen o.a. voor in kaas, room en vlees.
      Michel Montignac raad aan om deze vetten met mate te gebruiken, onder andere omdat ze helpen het cholesterol te verhogen en dus in grotere hoeveelheden absoluut niet gezond voor ons zijn.
      Tussen een koolhydraat- en een vetmaaltijd moet altijd minstens 3 uur zitten.
      Tussen twee koolhydraatmaaltijden of twee vetmaaltijden achter elkaar moet ook 3 uur zitten.
      Tussen een vet- en een koolhydraat maaltijd moet minstens 4 uur zitten.
      Fase 2
      Ben je eenmaal op gewicht, dan kun je langzaam aan fase 2 beginnen.
      Dit houd in dan je dan vetten mag combineren met alle goede koolhydraten (dus tot een GI van 50) en ook af en toe een overtreding kan permitteren.
      Doe dit vooral in het begin rustig aan, want anders heb je kans dat je weer aankomt.
      Deze informatie is absoluut niet genoeg om mee te kunnen beginnen, het is bedoeld om een idee te geven wat de methode ongeveer allemaal inhoud.
      Als je na het lezen van dit stukje en natuurlijk na het bekijken van alle lekkere Montignac recepten die op de site staan, enthousiast bent geworden en wilt beginnen, raad ik aan om het boek 'Ik ben slank want ik eet ' te bestellen (cfr. :
      http://www.marktplaza.be/Ik-ben-slank-want-ik-eet-Michel-Montignac-5303106.php -) en alle info die daar in staat eerst eens rustig door te nemen.
      Cfr. :
      http://www.devlamindepan.nl/index.html?mm/methode.htm

    6. De nieuwe Montignac
      Michel Montignac – Oorspronkelijke titel : 'The Montignac Diet' (vertaald door H. Wassink) - The House of Books, januari 2006 – ISBN-10 : 904431405X – EAN : 9789044314052
      Snel afvallen maar wel genieten van alle goede dingen in het leven: Michel Montignac heeft al eerder bewezen dat het kan.
      Nu overgewicht een blijvend probleem lijkt te worden in onze moderne samenleving, is er een niet aflatende behoefte aan goede informatie over gezonde voeding.
      Geen nieuw trend-dieet, maar een inmiddels bewezen klassieker : 'de Montignac-methode'.
      De door Montignac populair geworden glycemische index vormt nu de basis van de nieuwste diëten.
      Hoe val je af n hoe blijf je vervolgens op gewicht ?
      Geen probleem met Montignac !
      'En suikerklontje is gelijk aan twee glazen champagne of een halve fles Bordeaux. Kies zelf maar !' : Michel Montignac
      Inmiddels klassiek dieet nu voor het eerst prachtig gellustreerd uitgegeven.
      Cfr. :
      http://www.beslist.nl/boeken/d0000354351/Montignac_Dieet.html

    7. Dieetmaatregelen ter bestrijding van hypoglykemie en suikerverslaving
      KernGezond
      Veelvuldige consumptie van zoetigheden (voedingsmiddelen en versnaperingen met fabrieksmatig geconcentreerde suikers) kan leiden tot een schommelende bloedsuikerspiegel en uiteindelijk tot allerlei klachten die hiervan het gevolg zijn.
      Men noemt dit ook wel hypoglykemie: een toestand van een regelmatig (te) laag bloedsuikergehalte.
      De behoefte aan zoetigheden en suiker wordt daardoor nog versterkt en door deze suikerverslaving kan men steeds meer last van lichamelijke en psychische klachten krijgen.
      Verandering van eetgewoontes is essentieel om deze problemen op te lossen.
      Voedingssupplementen kunnen daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn.
      Cfr. :
      http://www.kerngezond.nl/artikelen/dieetmaatregelen/

    8. Diet for Low Blood Sugar - Hypoglycemia Diet
      Rita Putatunda - Buzzle.com, 11-19-2007
      Cfr. :
      http://www.buzzle.com/articles/diet-for-low-blood-sugar-hypoglycemia-diet.html

    9. Do's and Don'ts of Hypoglycemia - An Everyday Guide to Low Blood Sugar
      Roberta Ruggiero - Frederick Fell Publishers, June 2003 – ISBN-10 : 088391087X – ISBN-13 : 978-0883910870
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Dos-Donts-Hypoglycemia-Everyday-Guide/dp/088391087X

    10. Dr Harpers Gezondheidstest voor hypoglykemie
      Cfr. :
      http://www.lilith.demon.nl/div/hypoglykemietest.html

    11. Dr. Bernstein's Diabetes Solution - The Complete Guide to Achieving Normal Blood Sugars
      Richard K Bernstein, M.D. - Little, Brown and Company (1 edition), March 22, 2007 – ISBN-10 : 0316167169 – ISBN-13 : 978-0316167161
      Whether you are newly diagnosed or a lifetime veteran of Type 1 or Type 2 Diabetes, Dr. Bernstein, a renowned and even revolutionary figure in diabetes treatment and diabetic himself, will show you how you could stop the roller-coaster swings in your blood sugars, steady your glucose levels, reduce your insulin intake and enjoy the same level of good health that nondiabetics have.
      Cfr. :
      http://www.diabetes-normalsugars.com/

    12. FDA Reports Nationwide Recall of Mislabeled ReliOn Insulin Syringes
      Cfr. :
      http://www.fda.gov/bbs/topics/NEWS/2008/NEW01911.html
      Cfr. also : 'Nationwide FDA Recall on ReliOn Insulin Syringes' (Debra Manzella, R.N – About.com) at :
      http://diabetes.about.com/b/2008/11/06/nationwide-fda-recall-on-relion-insulin-syringes.htm

    13. Foods Increase Insulin and Foods Decrease Blood Sugar
      Waheed Elqalatawy - Buzzle.com, 10-11-2006
      Cfr. :
      http://www.buzzle.com/articles/foods-increase-insulin-decrease-blood-sugar.html

    14. Geneeskrachtige Gezonde Kruiden A
      InfoNu
      Cfr. :
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/2132-geneeskrachtige-gezonde-kruiden-a.html

    15. Gezond slank worden en blijven met de nieuwste versie van de Methode Montignac
      Strengholt's Boeken, 31-07-2008
      Cfr. :
      http://www.azur.be/nl/catalog/detail/Boeken/148388/titel/ean/9789058600325

    16. Glucose Sensing
      Joseph R.
      Lakowicz & Chris D. Geddes - ISBN10 : 0387295712 – ISBN-13 : 9780387295718
      In the last decade concepts in fluorescence sensing have emerged as powerful techniques with an increasing number of applications in the fields of biology, chemistry, physics and medicine.
      The increasing importance of these techniques is typified in one emerging area by developing non-invasive and continuous approaches for physiological glucose monitoring.
      Cfr. :
      http://www.alibris.com/booksearch.detail?invid=9377906569&browse=1&qwork=9192100&qsort=&page=1

    17. Glycemic load values (Letter to the Editor)
      Rick Mendosa, 238 Coronado Drive, Aptos, CA 95003-4011, e-mail : mendosa@mendosa.com - American Journal of Clinical Nutrition, Vol. 77, No. 4, 994, April 2003 - © 2003 American Society for Clinical Nutrition
      Dear Sir,
      A recently published article in the Journal, "International table of glycemic index and glycemic load values - 2002" (cfr. :
      http://www.ajcn.org/cgi/content/abstract/76/1/5?ijkey=98c71b8619aaecf5e5757f615c9b40471c43cdd8&keytype2=tf_ipsecsha -), transforms the concept of glycemic load values from an interesting idea to a practical reality.
      Now that we know both the glycemic index and the glycemic load of some 750 foods, we can apply glycemic load calculations to our daily lives.
      However, like all advances in knowledge, the new answers bring new questions.
      Because the glycemic load of a food is determined by multiplying its glycemic index by its available carbohydrate content per serving, the primary question becomes which of these factors is the stronger determinant of the food’s glycemic load.
      Is the amount of carbohydrate in a food or its glycemic index the more important part of its glycemic load ?
      There is another important question about using the glycemic load values : what is a high glycemic load value, and what are intermediate and low values ?
      Cfr. :
      http://www.ajcn.org/cgi/content/full/77/4/994
      Cfr. also :
      - International table of glycemic index and glycemic load values – 2002 - Kaye Foster-Powell et al. at : http://www.ajcn.org/cgi/content/abstract/76/1/5?ijkey=98c71b8619aaecf5e5757f615c9b40471c43cdd8&keytype2=tf_ipsecsha 

      -
      Revised International Table of Glycemic Index (GI) and Glycemic Load (GL) Values – 2002 - David Mendosa at : http://www.mendosa.com/gilists.htm

    18. Heb ik misschien iets anders (dan fibromyalgie) ?
      Pillie Willie
      Fibromyalgie is niet de enige aandoening die vermoeidheid als klacht heeft. CVS/ME, depressie, candida infectie, schildklierdeficiëntie en hypoglycemie veroorzaken ook vermoeidheidsklachten.
      Er zijn echter een aantal eenvoudige vuistregels om vast te stellen om welke aandoening het gaat.
      Alle artikelen en behandelingsprotocollen zijn volgens het zelfzorg principe geschreven.
      Bij zelfzorg is niet de arts of specialist maar de patiënt verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de behandeling.
      Toch adviseer ik patiënten om bij gezondheidsklachten eerst een arts te raadplegen.
      Een juiste diagnose is ook bij een zelfzorgtraject van onschatbare waarde.
      Als u reeds onder behandeling bent van een arts overleg dan met uw arts voordat u voedingssupplementen gaat gebruiken.
      Andere ziekten die qua klachten lijken op fibromyalgie
      -- Gonny de Vetten, orthomoleculair therapeut, geeft gratis advies over de behandeling van fibromyalgie. U kunt haar via de Fibromyalgie Forum vragen stellen over de behandeling van deze ziekte. Als u het lastig vindt om via een forum te werken stuur haar dan een email, zij helpt u graag op weg :
      info@orthonutrition.nl --
      Hypoglycemie - Hypoglycemie (een lage schommelende suikerspiegel – cfr. 'Hypoglycemia (Low Blood Sugar) in People Without Diabetes - Topic Overview' op :
      http://diabetes.webmd.com/tc/hypoglycemia-low-blood-sugar-topic-overview -) verraadt zich doordat patiënten heel vaak honger hebben.
      Als ze niets of te laat eten staan ze te trillen als een espenblad, worden ze duizelig en moe.
      Hypoglycemie wordt behandeld door een streng dieet (geen suiker, weinig koolhydraten), chroom GTF suppletie, een rustig en regelmatig leven en veel geduld (6 - 9 maanden om precies te zijn).
      Als u wilt weten of er bij u sprake kan zijn van hypoglycemie, doe dan de online hypoglycemie test (cfr. : 'Dr Harpers Gezondheidstest voor hypoglykemie' op :
      http://www.lilith.demon.nl/div/hypoglykemietest.html .
      Candida infectie - Een candida infectie (cfr. :
      http://candida.pilliewillie.nl/schimmel-infectie/candida5.php -) veroorzaakt ook vermoeidheid en kan worden vastgesteld aan de hand van een ontlastingsonderzoek.
      Als de patiënt met de behandeling begint (streng dieet zonder suiker en gist, medicijnen als nystatin) dan nemen de klachten de eerste 2 - 6 weken van de behandeling erg toe.
      Daarna verminderen de klachten langzaam.
      Als u wilt weten of er bij u misschien sprake is van een candida infectie gebruik dan de online candida test op :
      http://www.lilith.demon.nl/div/candida-test.html -.
      Bij een score van 90 of hoger kunt u overwegen om via de online therapeut knop (cfr. :
      http://www.pilliewillie.nl/cgi-bin/spreekuur-gonny.cgi -&- http://www.pilliewillie.nl/cgi-bin/spreekuur.cgi -) een ontlastingonderzoek aan te vragen.
      Een schildklierdeficiëntie - Een schildklierdeficiëntie (cfr. :
      http://chronische-vermoeidheidssyndroom.pilliewillie.nl/cvs-me/hypothyroidie.cvs.me.1.php -) kan ook klachten veroorzaken die overeenkomen met fibromyalgie, te weten : vermoeidheid, concentratie en geheugenstoornissen en spierpijnen.
      Maar een schildklierdeficiëntie veroorzaakt ook klachten die niet typisch zijn voor fibromyalgie : lage lichaamstemperatuur, gewichtstoename, droge huid, brosse nagels, obstipatie en menstruatieklachten.
      Dr. Barnes heeft een eenvoudige test ontwikkeld waarmee u zelf hypothyroïdie kunt diagnosticeren.
      Het gaat hier om een lichaamstemperatuurtest die moet worden uitgevoerd voordat u op staat (cfr. :
      http://chronische-vermoeidheidssyndroom.pilliewillie.nl/cvs-me/hypothyroidie.cvs.me.1.php -).
      Depressie en burnout - Depressie en burnout veroorzaken ook een langdurige vermoeidheid.
      Burnout is een andere naam voor 'chronische stress' als gevolg van een voor de patiënt verkeerde werksituatie.
      Burnout moet dus worden opgevat als een "bedrijfsongeval".
      Hierdoor kan er voor de behandeling van burnout een vergoeding van de werkgever worden verkregen.
      Veel "arbo-achtige" bedrijfjes zijn daarom op deze zeer lucratieve markt actief.
      Zij bieden een scala van diensten aan om burnout patiënten te helpen bij de behandeling en bij het re-integratie proces bij de werkgever.
      Bij een depressie en bij burnout type I (verhoogd cortisolniveau) verminderen de klachten door extra intensieve beweging, dat is bij fibromyalgie niet het geval.
      Bij een depressie en ook bij een burnout nemen de klachten gedurende een lange periode (maanden) langzaam toe.
      Bij fibromyalgie verloopt het ziektebeeld veel sneller.
      De klachten openbaren zich plotseling, bijvoorbeeld direct na een griepinfectie, lange periode van stress, ongeluk of operatie.
      CVS/ME en Fibromyalgie - CVS/ME (cfr. :
      http://chronische-vermoeidheidssyndroom.pilliewillie.nl/cvs-me/chronische.vermoeidheidssyndroom.1a.php -) en Fibromyalgie hebben een overlappend klachtenbeeld, maar er zijn ook verschillen :
      - Patiënten met fibromyalgie of een depressie voelen zich vaak beter na extra beweging. CVS/ME patiënten blijven vaak nog 24 uur lang moe na een extra inspanning;
      - Bij CVS/ME patiënten helpt rusten niet, bij fibromyalgie patiënten wel;
      - Bij zowel fibromyalgie als CVS/ME patiënten komen allergieën voor. Bij CVS/ME patiënten is het echter zo dat de moeheid minder wordt als er sprake is van een allergie aanval.
      Cfr. :
      http://fibromyalgie.pilliewillie.nl/fibromyalgie/behandeling.fibromyalgie.2a.php

    19. Heb ik misschien iets anders (dan fibromyalgie) ?
      Pillie Willie
      Fibromyalgie is niet de enige aandoening die vermoeidheid als klacht heeft. CVS/ME, depressie, candida infectie, schildklierdeficiëntie en hypoglycemie veroorzaken ook vermoeidheidsklachten.
      Er zijn echter een aantal eenvoudige vuistregels om vast te stellen om welke aandoening het gaat.
      Alle artikelen en behandelingsprotocollen zijn volgens het zelfzorg principe geschreven.
      Bij zelfzorg is niet de arts of specialist maar de patiënt verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de behandeling.
      Toch adviseer ik patiënten om bij gezondheidsklachten eerst een arts te raadplegen.
      Een juiste diagnose is ook bij een zelfzorgtraject van onschatbare waarde.
      Als u reeds onder behandeling bent van een arts overleg dan met uw arts voordat u voedingssupplementen gaat gebruiken.
      Andere ziekten die qua klachten lijken op fibromyalgie
      --
      Gonny de Vetten, orthomoleculair therapeut, geeft gratis advies over de behandeling van fibromyalgie. U kunt haar via de Fibromyalgie Forum vragen stellen over de behandeling van deze ziekte. Als u het lastig vindt om via een forum te werken stuur haar dan een email, zij helpt u graag op weg : info@orthonutrition.nl --
      Hypoglycemie - Hypoglycemie (een lage schommelende suikerspiegel – cfr. 'Hypoglycemia (Low Blood Sugar) in People Without Diabetes - Topic Overview' op : http://diabetes.webmd.com/tc/hypoglycemia-low-blood-sugar-topic-overview -) verraadt zich doordat patiënten heel vaak honger hebben.
      Als ze niets of te laat eten staan ze te trillen als een espenblad, worden ze duizelig en moe.
      Hypoglycemie wordt behandeld door een streng dieet (geen suiker, weinig koolhydraten), chroom GTF suppletie, een rustig en regelmatig leven en veel geduld (6 - 9 maanden om precies te zijn).
      Als u wilt weten of er bij u sprake kan zijn van hypoglycemie, doe dan de online hypoglycemie test (cfr. : 'Dr Harpers Gezondheidstest voor hypoglykemie' op :
      http://www.lilith.demon.nl/div/hypoglykemietest.html .
      Candida infectie - Een candida infectie (cfr. :
      http://candida.pilliewillie.nl/schimmel-infectie/candida5.php -) veroorzaakt ook vermoeidheid en kan worden vastgesteld aan de hand van een ontlastingsonderzoek.
      Als de patiënt met de behandeling begint (streng dieet zonder suiker en gist, medicijnen als nystatin) dan nemen de klachten de eerste 2 - 6 weken van de behandeling erg toe.
      Daarna verminderen de klachten langzaam.
      Als u wilt weten of er bij u misschien sprake is van een candida infectie gebruik dan de online candida test op :
      http://www.lilith.demon.nl/div/candida-test.html -.
      Bij een score van 90 of hoger kunt u overwegen om via de online therapeut knop (cfr. :
      http://www.pilliewillie.nl/cgi-bin/spreekuur-gonny.cgi -&- http://www.pilliewillie.nl/cgi-bin/spreekuur.cgi -) een ontlastingonderzoek aan te vragen.
      Een schildklierdeficiëntie - Een schildklierdeficiëntie (cfr. :
      http://chronische-vermoeidheidssyndroom.pilliewillie.nl/cvs-me/hypothyroidie.cvs.me.1.php -) kan ook klachten veroorzaken die overeenkomen met fibromyalgie, te weten : vermoeidheid, concentratie en geheugenstoornissen en spierpijnen.
      Maar een schildklierdeficiëntie veroorzaakt ook klachten die niet typisch zijn voor fibromyalgie : lage lichaamstemperatuur, gewichtstoename, droge huid, brosse nagels, obstipatie en menstruatieklachten.
      Dr. Barnes heeft een eenvoudige test ontwikkeld waarmee u zelf hypothyroïdie kunt diagnosticeren.
      Het gaat hier om een lichaamstemperatuurtest die moet worden uitgevoerd voordat u op staat (cfr. :
      http://chronische-vermoeidheidssyndroom.pilliewillie.nl/cvs-me/hypothyroidie.cvs.me.1.php -).
      Depressie en burnout - Depressie en burnout veroorzaken ook een langdurige vermoeidheid.
      Burnout is een andere naam voor 'chronische stress' als gevolg van een voor de patiënt verkeerde werksituatie.
      Burnout moet dus worden opgevat als een "bedrijfsongeval".
      Hierdoor kan er voor de behandeling van burnout een vergoeding van de werkgever worden verkregen.
      Veel "arbo-achtige" bedrijfjes zijn daarom op deze zeer lucratieve markt actief.
      Zij bieden een scala van diensten aan om burnout patiënten te helpen bij de behandeling en bij het re-integratie proces bij de werkgever.
      Bij een depressie en bij burnout type I (verhoogd cortisolniveau) verminderen de klachten door extra intensieve beweging, dat is bij fibromyalgie niet het geval.
      Bij een depressie en ook bij een burnout nemen de klachten gedurende een lange periode (maanden) langzaam toe.
      Bij fibromyalgie verloopt het ziektebeeld veel sneller.
      De klachten openbaren zich plotseling, bijvoorbeeld direct na een griepinfectie, lange periode van stress, ongeluk of operatie.
      CVS/ME en Fibromyalgie - CVS/ME (cfr. : http://chronische-vermoeidheidssyndroom.pilliewillie.nl/cvs-me/chronische.vermoeidheidssyndroom.1a.php -) en Fibromyalgie hebben een overlappend klachtenbeeld, maar er zijn ook verschillen :
      - Patiënten met fibromyalgie of een depressie voelen zich vaak beter na extra beweging. CVS/ME patiënten blijven vaak nog 24 uur lang moe na een extra inspanning;
      - Bij CVS/ME patiënten helpt rusten niet, bij fibromyalgie patiënten wel;
      - Bij zowel fibromyalgie als CVS/ME patiënten komen allergieën voor. Bij CVS/ME patiënten is het echter zo dat de moeheid minder wordt als er sprake is van een allergie aanval.
      Cfr. :
      http://fibromyalgie.pilliewillie.nl/fibromyalgie/behandeling.fibromyalgie.2a.php

    20. Het bloedsuikerspiegeldieet - Houd je bloedsuikerspiegel op peil door op tijd te eten en val af !
      Adele Puhn (oorspronkelijke titel : '5-Day Miracle Diet', vertaling : Parma van Loon ) - de Kern, januari 1998 – ISBN10 : 9032505904 – ISBN13 : 9789032505905
      Een stabiel bloedsuikergehalte vermindert de 'lekkere trek'.
      En wat is nu eigenlijk het grote probleem bij de meeste diëten ?
      Precies, die lekker trek op de moeilijke momenten !
      Het bloedsuikerspiegeldieet is simpel - en het werkt.
      Met dit dieet eet u op de juiste momenten het juiste voedsel, waardoor schommelingen in uw bloedsuikerspiegel voorkomen worden.
      Een te sterk schommelende bloedsuikerspiegel of een te laag bloedsuikergehalte (hypoglycaemie) is niet alleen spelbreker bij de meeste vermageringskuren, maar kan ook concentratiestoornissen en gedragsproblem veroorzaken, zoals hyperactiviteit of humeurigheid.
      Wanneer u het bloedsuikerspiegeldieet volgt, blijft de lekkere trek achterwege.
      U valt af en voelt zich fitter dan ooit.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/het-bloedsuikerspiegeldieet/666808556/index.html
      Cfr. ook :
      - 5 Day Miracle Diet Companion
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/5-Day-Miracle-Diet-Companion/dp/0517300796
      -
      The Midlife Miracle Diet - When Your Diet Doesn't Work Anymore
      Cfr. : http://www.amazon.com/Midlife-Miracle-Diet-Doesnt-Anymore/dp/0670031682

    21. Hypoglycáémia – Hypoglykemie (Hypoglycemie) - Een te laag glucosegehalte van het bloed
      Benno Beukema
      Cfr. :
      http://www.homepages.hetnet.nl/~b1beukema/hypoglycemie.html

    22. Hypoglycemia (low blood sugar) in people without diabetes - Topic Overview
      WebMD, (last updated) April 12, 2007
      Cfr. :
      http://diabetes.webmd.com/tc/hypoglycemia-low-blood-sugar-topic-overview

    23. Hypoglycemia Diet
      Jackson Siegelbaum Gastroenterology : contact@gicare.com
      Cfr. :
      http://www.gicare.com/pated/edtot19.htm

    24. Hypoglycemia diet plan
      ChristiaNet
      A hypoglycemia diet plan promotes eating at least three healthy meals and two snacks at the same time every day to keep blood sugar levels as normal as possible throughout the day.
      Skipping or delaying meals can cause a fall in blood sugar to the point that symptoms can cause a person to feel very sick.
      Some of the symptoms are dizziness, confusion, anxiety, irritability, hunger, sweating, weakness and fainting.
      Daily diets for hypoglycemia – cfr. :
      http://www.christianet.com/health/diabetes.htm - include lots of fresh fruits and vegetables, whole grains, low-fat dairy products and low-fat poultry and fish.
      Excessive activity or alcohol can cause blood sugar levels to fall.
      Eating high sugar and processed foods can cause a spike in glucose but afterwards can drop quickly causing the symptoms of hypoglycemia.
      People who are diabetic may suffer with low blood sugar because of too much insulin.
      When this happens it is important that the person eat something that can make glucose levels rise quickly.
      Medications prescribed for diabetes can also cause problems and may have to be adjusted from time to time when low blood sugar is reoccurring.
      Symptoms for low blood sugar normally start surfacing four hours after having a meal.
      A normal blood sugar level is between 60 mg/dL and 120 mg/dL; anything under 60 mg/dL is considered low.
      Other conditions besides diabetes that can cause hypoglycemia are gastric bypass surgery, enzyme deficiencies and hormone imbalances.
      Gastric bypass surgery can affect glucose because of the fast dumping of food into the intestines.
      When this happens nutrients do not get absorbed into the bloodstream.
      A hypoglycemia diet plan can help a person to maintain normal blood sugar levels except for the dumping effect brought on by gastric bypass.
      For individuals who have this happen it may be necessary to eat simple carbohydrates to get glucose levels back up.
      Simple carbohydrates will raise glucose faster than other types of foods.
      Some of these include candy, cookies, ice cream, carbonated soda, fruit juices, table sugar and syrup, among others.
      When a person who is diabetic – cfr. :
      http://www.christianet.com/health/diabetes.htm - experiences hypoglycemia he or she will need to consume simple carbohydrates to counter affect the drop in blood glucose.
      Daily diets for hypoglycemia suggest consuming complex carbs over simple carbs except in situations where a rise in glucose is needed.
      Complex carbohydrates include brown rice, sweet potatoes, oats, whole grains, vegetables such as broccoli and spinach and legumes.
      Foods high in fiber have a positive effect on sugar levels because they take longer to digest just like proteins and fats.
      Nutritionists and dietitians can offer some insight on how to eat healthy and why it is important to do so.
      Having a meal plan will help in making dietary changes.
      A dietitian can explain the importance of sticking to a meal plan and how to order food when dining out.
      Restaurants and fast food establishments are putting healthier items on their menus to cater to people who prefer eating healthy or who need to do so.
      Those who are trying to follow a hypoglycemia diet plan have more choices today then ever before.
      Some of the foods that are readily available include salads with low calorie dressing, fruit, yogurt and sandwich wraps.
      Many fast foods establishments have nutrition information on their menu items so that a person who needs to watch calories, fat, cholesterol and sodium can make wiser choices.
      A wise decision for a person with hypoglycemia is to purchase a glucose-meter to test their blood sugar at home.
      The optimal time to test is two hours after meals and after exercise.
      Testing should also be done when symptoms of hypoglycemia occur.
      Daily diets for hypoglycemia can help to maintain normal levels avoiding the symptoms associated with the condition.
      Mood swings can occur when there are dips in glucose levels making it very difficult to lead a productive life.
      Something positive that can help is to put one's faith and trust in God : "The LORD is my strength and my shield; my heart trusted in Him and I am helped : therefore my heart greatly rejoiceth; and with my song will I praise Him." (Psalm 28:7)
      Other things that can contribute to low blood sugar include medications, alcohol, illness, tumors and deficiencies.
      Some medications contribute to hypoglycemia such as salicylates and sulfa drugs.
      Binge drinking with alcohol can interfere with the liver's role in raising blood glucose.
      Illnesses that affect the liver, heart or kidneys can lead to low sugar.
      Other things that have an affect include tumors, enzyme deficiencies and hormone deficiencies.
      Adrenal gland disease is a condition that can lead to a hormone deficiency and hypoglycemia.
      A hypoglycemia diet plan suggests keeping a log of all medication, foods and drinks each day.
      Take glucose readings two hours after each meal and record them in the log.
      Keeping a log will help the person see what is affecting glucose levels and will also help the physician to know if treatment is successful or needs to be adjusted.
      Important things to remember when trying to adhere to a diet is to not skip breakfast, eat meals at the same time everyday and try to keep a positive attitude.
      If medication seems to be affecting blood sugar then talk to a doctor about changing the medication or if it is possible to stop taking it.
      Getting use to a different way of eating may take some time.
      However, it is important to keep trying and to make the changes suggested by daily diets for hypoglycemia permanent.
      In the long run the person suffering with the illness will be able to lead more of a productive and fulfilling life when his or her blood sugar is under control and stays that way.
      For more information:
      http://www.christianet.com/diabetes -.
      Cfr. :
      http://www.christianet.com/diabetes/hypoglycemiadietplan.htm

    25. Hypoglycemic diet
      Safe Harbor Guide - International Guide to the World of Alternative Mental Health – Source : Pfeiffer Treatment Center
      The most common type of hypoglycemia, known as functional low blood sugar, was first recognized in diabetics in 1923 by Dr. Seale Harris.
      The two primary causes of hypoglycemia are :
      - excessive stimulation of pancreatic insulin production due to the intake of large amounts of refined carbohydrates (sugar and white flour), caffeine and other stimulants.
      - failure of the pancreas to cut back its production of insulin after responding to a raised blood sugar (glucose) level after intake of food.
      The nervous system is very sensitive to changes in blood sugar, so that the most common symptoms of hypoglycemia are nervousness, irritability, exhaustion, depression and headaches.
      Dietary treatment is designed to keep the blood sugar level as even as possible.
      Diet recommendations are :
      - divide daily intake of food into at least six small meals
      - eat a high fiber, complex carbohydrate, low-fat, protein-rich diet
      - emphasize whole grains, fresh vegetables (raw when possible) and fresh fruit.
      - minimize sugar intake : eat sweets only at special meals, in small amounts and only as part of the meal
      - avoid caffeine : caffeine is found in coffee, chocolate, tea and colas
      - reduce alcohol intake and avoid alcohol entirely on an empty stomach
      - watch portions carefully if weight gain is a concern
      - exercise is important.
      Hypoglycemia is a chronic condition which requires special treatment.
      With a good nutrition program you can expect a healthy prognosis.
      Healthy snack choices :
      - fruit with 2 whole grain crackers
      - one-half peanut butter sandwich on whole grain bread with raw carrots
      - 1 oz. low fat cheese with 2-4 whole grain crackers
      - 2 cups plain popcorn, raw nuts, seeds or trail mix
      - plain yogurt mixed with fresh fruit
      - 6-8 oz. low fat milk and ½ banana
      - 7. ½ oz. low fat cheese with ½ slice whole wheat bread and ½ apple.
      Divide meals this way : breakfast – snack – lunch – snack – dinner – snack.
      Fruit juice spritzer : ice, fresh fruit juice and carbonated water.
      Cfr. :
      http://www.alternativementalhealth.com/articles/hypodiet.htm

    26. Hypoglycemie
      In : 'Diabetes - complicaties' – Jongerenenvoeding
      Een onbehandelde of slecht behandelde diabetes geeft een verhoogde bloedsuiker waarbij de kleine en grote bloedvaten worden aangetast.
      Hierdoor kunnen er op lange termijn complicaties of chronische complicaties optreden.
      In tegenstelling tot de chronische complicaties, kan diabetes ook acute verwikkelingen veroorzaken.
      Dit gebeurt wanneer de bloedspiegel veel te laag of te hoog komt te staan.
      Wetenschappelijk werd aangetoond dat het risico op complicaties gevoelig daalt wanneer de diabetes goed is geregeld.
      Cfr. :
      http://www.jongerenenvoeding.be/diabetes-complicaties.html
      Cfr. ook :
      http://www.diadem.nl/hypoglycemie.htm 

    27. Hypoglycemie - Behandelingen en voedingsadviezen
      Maatschappij ter Bevordering van de Orthomoleculaire Geneeskunde (MBOG)
      Hypoglycemie betekent letterlijk : 'een te laag glucose gehalte in het bloed'.
      Glucose is de bloedsuiker.
      Het komt zelden voor dat de bloedsuiker spiegel continu te laag is.
      Met hypoglycemie wordt in het algemeen dan ook een te sterk schommelende bloedsuiker spiegel bedoeld.
      Wanneer het glucosegehalte vaak daalt onder de normale waarde, dan kunnen veel systemen niet goed functioneren en zullen er gezondheidsklachten ontstaan.
      ontstaan.
      Cfr. :
      http://www.mbog.nl/cms/Patienteninfo/Hypoglycemie/index.htm

    28. Hypoglycemie basis diëet
      Kees de Vries, 09-04-2006
      Cfr. :
      http://home.versatel.nl/jobben/hypo-basisch%20dieet.pdf
      Cfr. ook :
      http://www.ozio.nl/hypoglycemie%20basisch%20dieet.htm 

    29. Hypoglycemie diëet
      Kees de Vries, 09-04-2006
      Cfr. :
      http://members.tele2.nl/jobben/hypoglycemie%20dieet.pdf
      Cfr. ook :
      http://www.ozio.nl/hypoglycemie%20dieet.htm 



    Lees verder : Deel V


    08-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypoglycemie - Voedingsadvies - Deel V
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Hypoglycemie – Voedingsadvies

    Deel V


    • Hypoglykemie
      Cfr. :
      -
      http://www.natuurgeneeskunde-praktijk.nl/index.php?pagina=hypoglycemie
      -
      http://www.vitaliteit-service.nl/hypoglykemie.html 

    • Hypoglykemie - Dieet & tips
      InfoNu
      Cfr. :
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/2237-hypoglykemie-dieet-tips.html

    • Hypoglykemie - Symptomen, oorzaken en mogelijkheden tot genezing
      Edith van Blijdesteijn - Uitgeverij Ankh-Hermes, april 1989 - ISBN10 : 9020207113 - ISBN13 : 9789020207118
      Bent u altijd vermoeid ?
      Hebt u last van prikkelende vingertoppen, duizeligheid, woedeaanvallen en hebt u moeite met concentratie ?
      Als u regelmatig last hebt van deze verschijnselen, is de kans groot dat u hypoglykemie hebt : een te laag suikergehalte van het bloed.
      Edith van Blijdesteijn, holistisch therapeut, bespreekt wat hypoglykemie precies is, welke symptomen zich bij hypoglykemie voordoen, wat de oorzaken zijn en wat we er zelf aan kunnen doen : door toegepaste kinesiologie, oefeningen, dieet en voedingssupplementen kunnen we zelf herstellen van hypoglykemie.
      De twee belangrijkste oorzaken van hypoglykemie zijn stress en verkeerde voeding (overmatig suikergebruik).
      Beide zaken kunnen we zelf verbeteren.
      We kunnen verantwoord en gezond gaan eten en eens wat meer aandacht gaan schenken aan de positieve dingen in ons leven.
      We dragen zelf verantwoordelijkheid voor onze gezondheid en bezitten allen een eigen genezingskracht.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/hypoglykemie/666753302/index.html

    • Hypoglykemie (hypoglycemie)
      InfoNu
      Cfr. :
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/2213-hypoglykemie-hypoglycemie.html

    • Hypoglykemie test
      InfoNu
      Cfr. :
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/2215-hypoglykemie-test.html

    • Hypoglykemie... als je even duizelig wordt…
      Bodypage.nl 2001
      Cfr. :
      http://www.bodypage.nl/hypoglykemie.htm

    • Ik ben slank want ik eet !
      Michel Montignac - Strengholt, 2000 - ISBN-13: 9789058600325
      Cfr. :
      http://www.beslist.nl/boeken/d0000001577/Ik_ben_slank_want_ik_eet.html

    • Ik ben slank want ik eet ! (nieuwe editie)
      Michel Montignac - Artulen Ned., 2003
      Nieuwe editie : De methode geactualiseerd - Gezond slank worden en blijven met de nieuwste versie van de Methode Montignac.
      Cfr. :
      http://www.marktplaza.be/Ik-ben-slank-want-ik-eet-Michel-Montignac-5303106.php

    • Insulineresistentie en stress
      Circadian
      Het laatste decennium is er in de alternatieve praktijk veel ervaring opgedaan met hypoglykemie.
      Vaak leidt hypoglykemie, via insulineresistentie, tot diabetes type II.
      Zowel insulineresistentie als diabetes komen op steeds jongere leeftijd voor.
      In Amerika is de gemiddelde leeftijd waarop deze vorm van diabetes wordt geconstateerd al gedaald tot 37 jaar !
      Insulineresistentie, het voorportaal van diabetes, ligt vaak al vele jaren eerder.
      .../...
      Bloedsuikerproblemen zoals insuline-resistentie, hypoglykemie, hyperinsulinemie en diabetes worden sterk geassocieerd met de westerse leefstijl en in het bijzonder met het westerse dieet dat rijk is aan suikers, geraffineerde producten, vet, dierlijke producten en een laag vezelgehalte.
      Andere belangrijke factoren voor het ontstaan van bloedsuikerproblemen zijn : stress, genetische factoren, weinig beweging en hormonale- en verouderingsprocessen.
      .../...
      Conclusie
      Het totale hormonale beeld wordt door hyperinsulinemie flink verstoord.
      Mogelijke gevolgen hiervan zijn menstruatie- en menopauzeklachten, depressie, hart- en vaatziekten en verminderde werking van het immuunsysteem.
      Cfr. :
      http://www.circadian.nl/supplementen/insulineresistentie-en-stress.html

    • International table of glycemic index and glycemic load values – 2002
      Kaye Foster-Powell, Susanna HA Holt and Janette C Brand-Miller from the Human Nutrition Unit, School of Molecular and Microbial Biosciences, University of Sydney, Australia -Address correspondence to : JC Brand-Miller, Human Nutrition Unit, School of Molecular and Microbial Biosciences (G08), University of Sydney, NSW 2006, Australia – E-mail : j.brandmiller@biochem.usyd.edu.au
      - Received for publication November 20, 2001 and accepted for publication March 26, 2002 - Reprints not available - American Journal of Clinical Nutrition, Vol. 76, No. 1, 5-56, 2002 - © 2002 American Society for Clinical Nutrition
      Cfr. :
      -
      http://www.ajcn.org/cgi/content/full/76/1/5
      -
      http://www.ajcn.org/cgi/content/abstract/76/1/5?ijkey=98c71b8619aaecf5e5757f615c9b40471c43cdd8&keytype2=tf_ipsecsha 
      Cfr. also :
      - Revised International Table of Glycemic Index (GI) and Glycemic Load (GL) Values – 2002 - David Mendosa at :
      http://www.mendosa.com/gilists.htm
      - Glycemic load values (Letter to the Editor) - Rick Mendosa at :
      http://www.ajcn.org/cgi/content/full/77/4/994

    • Klachten en behandeling van hypoglycemie
      Cfr. :
      http://home.quicknet.nl/mw/prive/luyrink/documenten/Klachten%20en%20behandeling%20van%20hypoglycemie.pdf 

    • Kruiden – Kruidentoepassing
      InfoNu
      Cfr. :
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/3251-kruiden-kruidentoepassing.html

    • Magic Foods for Better Blood Sugar
      Marianne Wait - Reader's Digest (1st edition), 2007
      Get off the blood sugar roller coaster today !
      Is your diet putting your health at risk ?
      If you're dining on foods that send your blood sugar up high and down low, this book can help.
      Here are 57 foods that will help you lose weight, increase your energy, slash your diabetes risk and improve your overall health.
      Includes more than 100 delicious recipes specially designed for better blood sugar, plus meal makeovers that show you how to turn any meal into a Magic one.
      Finally, handy meal plans for three different calorie goals help you put it all together.
      Nothing could be simpler or more effective !
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Magic-Foods-Better-Blood-Sugar/dp/B000R0YT5U

    • Magnesium en CVS
      Patrik Peters
      .../...
      Suiker
      Bij CVS (als gevolg van een kwikbelasting) is het energiemetabolisme (cfr. : http://www.patrikpeters.amalgaam.be
       -) dikwijls verstoord.
      Bij te veel stresshormonen wordt er van de verbranding van vetten omgeschakeld naar verbranding van suikers.

      Hierdoor ontstaat er na een tijdje een suikertekort. 
      Vervolgens wordt er voor de energievoorziening van de cel overgestapt naar de verbranding van aminozuren en eiwitten.
      Als deze situatie te lang aanhoudt, ontstaat er ook een tekort aan aminozuren.
      Door het gebrek aan bepaalde aminozuren zijn er een heleboel functies in het lichaam die mank lopen :
      - de bestrijding van parasieten zoals bacteriën, gisten (Candida), virussen of micoplasma’s kan in het gedrang komen;
      - door een tekort aan carnitine zal de verbranding van vetten te traag verlopen;
      - de ontgifting van bepaalde stoffen in de voeding kan mank lopen waardoor er een overgevoeligheid voor deze stoffen kan ontstaan;
      - er kan een tekort aan antioxidantia ontstaan en ook de methylering zal te traag verlopen;
      - door een tekort aan serotonine kan de nachtrust verstoord raken of kan men zelfs depressief worden. Een sterk verstoorde nachtrust kan dan op zijn beurt een tekort aan groeihormoon veroorzaken.
      Om al deze problemen te voorkomen is het dus voor CVS-patiënten (historisch kwikbelaste mensen) belangrijk dat ze heel regelmatig een suikerrijke voeding eten (bruin brood, aardappelen, pasta....).
      De suiker in de voeding zorgt voor een voldoende aanvoer van suiker in de cellen en voorkomt op die manier het verbranden van aminozuren.
      Op die manier zal men dus ook minder risico lopen op een heleboel kwalen (lekke darm, Candida, overgevoeligheid voor bepaalde voedingsstoffen, een tekort aan vit C en vit E...).
      De suiker die in de voeding zit, is doorgaans na een dikke twee uur opgebruikt of omgezet in vet.
      De bloedsuikerwaarde daalt dan naar een minimumwaarde.
      Normaal gezien schakelt het lichaam dan over naar de verbranding van vetten.
      Aangezien dit doorgaans te traag verloopt (de citroenzuurcyclus loopt vierkant), doet men er goed aan om heel regelmatig te eten (vb telken na 2 uur en 30 minuten).
      Op die mannier vermijdt men een cellulair suikertekort.
      Vooral voor mensen met een hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel) is zeer regelmatig eten erg belangrijk.
      Het grootste probleem van een suikertekort doet zich voor tijdens de nachten.
      Indien men wenst door te slapen, zal men gedurende minstens 8 uur niet eten.
      Het lichaam zal dan wel verplicht zijn om naar vetverbranding over te schakelen.
      Indien dit onvoldoende energie oplevert, wordt er overgeschakeld naar suikerverbranding en ontstaat er een suikertekort.
      De hersenen kunnen alleen suiker als brandstof gebruiken.
      Bij een suikertekort kunnen de hersenen minder efficiënt werken en zal het concentratievermogen zeer vlug verminderen.
      Bij een ernstig suikertekort kunnen de hersenen zelfs “uitvallen” (coma).
      Door het grote suikertekort zal men beginnen te zweten en zal men angstig worden (’s nachts zweten komt regelmatig voor bij CVS).
      Bij een acuut suikertekort worden er stresshormonen geproduceerd.
      Deze zorgen ervoor dat er in de lever suiker aangemaakt wordt, waardoor de hersenen weer over suiker kunnen beschikken.
      Deze suikerproductie is energetisch erg duur (vraagt veel brandstof) waardoor er een nog groter energieprobleem kan ontstaan.
      Door de productie van stresshormonen wordt magnesium uit de cellen gepompt en gaat het verloren in de urine.
      Door het tekort aan magnesium vergroot nog eens de stressgevoeligheid.
      Door te veel stresshormonen gaat de behoefte aan suiker nog stijgen.
      Op die manier komt men in een neerwaartse spiraal van stress, suikertekort en magnesiumverlies.
      Om een suikertekort’s nachts te vermijden kan men best net voor het slapengaan een volle maaltijd nemen.
      Dit houdt de periode dat men onvoldoende suiker in het bloed heeft zo kort mogelijk.
      Hopelijk is dit voldoende om een stressopstoot te vermijden.
      Om gezond te blijven is het voor mensen met CVS en hypoglycemie (kwikbelasting) zeer belangrijk regelmatig suiker te eten.
      Dit heeft ook nog een positief effect op de intracellulaire magnesium (magnesium in de cel).
      Een suikerrijke maaltijd bevordert de productie van insuline en insuline verhoogt de hoeveelheid van magnesium in de cellen.
      Dit heeft ook een positief effect op de stressgevoeligheid.
      Zoetigheid eten helpt dus tegen stress.
      Het effect van insuline op de magnesiumhuishouding is slechts van korte duur (ongeveer vier uur).
      Het effect van stresshormonen gaat echter veel langer mee (ongeveer enkele dagen).
      Dus naast het zeer regelmatig eten van suikerrijke voeding, is stress voorkomen zeer belangrijk.
      .../...
      Besluit
      Nogal wat mensen met CVS hebben problemen met een te laag magnesium in de bloedcellen.
      Dit is een belangrijk symptoom van de ziekte en het terug op peil brengen van deze magnesium is een belangrijk onderdeel in het hertstel.
      Om dit te kunnen verwezenlijken moet men rekening houden met een aantal eet- en leefregels :
      - Gebruik regelmatig een voeding die rijk is aan opneembaar magnesium en welke niet al te veel calcium bevat (vb tonijn, pure chocolade, bananen). Eventueel kan je het tekort aan magnesium aanvullen met voedingssupplementen. Kies er dan wel welke een gepaste verhouding magnesium en calcium bezitten.
      - Gezien de hoge stressgevoeligheid bij mensen met CVS en de grote gevolgen van stress, moet men porberen zo veel mogelijk situaties die stress veroorzaken te vermijden. Dit geldt zelfs voor alledaagse situaties die maar heel beperkt stress veroorzaken. (vb autorijden).
      - Het is zeer belangrijk de bloedsuikerspiegel op peil te houden (tussen 90 en 110 mg glucose per dl bloed). Dit kan je doen door zeer regelmatig (om de 2u30) een volle maaltijd te gebruiken, welke rijk is aan koolhydraten (brood, aardappelen, pasta, bananen). Je kan best kiezen voor traag verterende suikers (bruin brood, pasta’s).Voor mensen met een hypoglycemie is het zeer belangrijk om ook net voor het slapengaan een volle maaltijd te gebruiken.
      - Regelmatig aan lichaamsbeweging doen is essentieel. Je zou er voor moeten zorgen dat je minimaal één uur per dag fysiek actief bent. Al te veel competitie in de sport verhoogt de stress en kan je dus best vermijden. Intensieve sport mag op voorwaarde dat het niet te lang duurt. In dat geval kan je best vlak voor het sporten (maximaal één uur) en ook erna een suikerrijke maaltijd gebruiken welke rijk is aan magnesium.
      Cfr. : 
      http://www.patrikpeters.amalgaam.be

    • Maken we ons zelf ziek ? 'En de dokter maar zeggen dat het puur psychisch was...'
      Viva's medisch dossier [Deel 1]
      Viva, 10-04-2000
      Cfr. :
      https://listserv.surfnet.nl/scripts/wa.exe?A2=ind0007C&L=me-platform&D=0&T=0&P=92859&X=6461733DEF8D07EB3E

    • Metabolicmakeover - A 52 week health & fitness planner to guide you in balancing blood sugars, moods, your hormones, burning body fats... faster... & igniting vitality !
      Helene Berk, M.Ed., R.D. - Health Commitment Inc., 1 Nov 2000 – ISBN-10 : 0966374800 – ISBN-13 : 978-0966374803
      Cfr. :
      http://www.amazon.co.uk/Metabolicmakeover-Fitness-Balancing-Hormones-Fats-F/dp/0966374800

    • Nationwide FDA Recall on ReliOn Insulin Syringes
      Debra Manzella, R.N - About.com, November 6, 2008
      A press release from the FDA states that a nationwide recall of ReliOn sterile, single-use, disposable, hypodermic syringes with permanently affixed hypodermic needles is in effect.
      The syringes are mislabeled and may result in patients receiving an overdose of as much as 2.5 times the intended dose of insulin.
      This could cause hypoglycemia, or possibly death.
      Wal-Mart or Sam's Club pharmacies are the sole distributers of the ReliOn syringes.
      The recall applies only to lot number 813900.
      The product was distributed from Aug. 1, 2008 until Oct. 8, 2008 and includes 471,000 individual syringes in 4,710 boxes.
      Please check syringe packaging carefully for products with this lot number.
      If you have these syringes do not use them.
      Return the product to the pharmacy for replacement syringes.
      The lot number can be found on the back panel of the 100 count syringe carton or on the white paper backing of each individual syringe “peel-pack”.
      You can read the FDA press release 'FDA Reports Nationwide Recall of Mislabeled ReliOn Insulin Syringes' at :
      http://www.fda.gov/bbs/topics/NEWS/2008/NEW01911.html -.
      Cfr. :
      http://diabetes.about.com/b/2008/11/06/nationwide-fda-recall-on-relion-insulin-syringes.htm

    • Omega vetzuren 3 6 9
      InfoNu
      Cfr. :
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/2053-omega-vetzuren-3-6-9.html

    • Overcoming Runaway Blood Sugar - Practical Help For... - ° People Fighting Fatigue and Mood Swings - ° Hypoglycemics and Diabetics - ° Those Trying to Control Their Weight
      Dennis Pollock - Harvest House Publishers, January 1, 2006 – ISBN-10 : 0736917217 – ISBN-13 : 978-0736917216
      After author Dennis Pollock experienced a serious diabetic episode, his desire to understand the whys of blood sugar fluctuation, its potential damage to the body and the ways of prevention led him on a quest for answers.
      Now Pollock helps others achieve optimum health as they explore :
      - what people should know about the blood sugar delivery system
      - reasons to change our lifestyles and why faith is a great motivator
      - a diet and exercise program that works.
      Good health comes when good information is followed by action.
      This book is for everyone who is eager to trade fatigue, weight gain and illness brought on by blood sugar level changes for a life of optimum health.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Overcoming-Runaway-Blood-Sugar-Hypoglycemics/dp/0736917217

    • Potatoes Not Prozac - Solutions for Sugar Sensitivity
      Kathleen DesMaisons - Simon & Schuster (updated edition), January 1, 2008 – ISBN-10 : 141655615X – ISBN-13 : 978-1416556152
      You're not lazy, self-indulgent or undisciplined.
      Many people who suffer from sugar sensitivity don't even know it -- and they continue to consume large quantities of sweets, breads, pasta or alcohol.
      These foods can trigger exhaustion or low self-esteem, yet their biochemical impact makes those who are sugar sensitive crave them even more.
      This vicious cycle can continue for years, leaving sufferers overweight, fatigued, depressed and sometimes alcoholic.
      Dr. Kathleen DesMaisons came up with the solution and published it in her revolutionary book 'Potatoes Not Prozac'.
      It gave you the tools needed to overcome sugar dependency, including self-tests and a step-by-step, drug-free program with a customizable diet designed to change your brain chemistry.
      But now, armed with a decade of further research and patient feedback, Dr. DesMaisons has improved her groundbreaking plan to make it even more effective and easier to follow.
      Join the thousands who have successfully healed their addiction to sugar, lost weight and attained maximum health and well-being by using this updated, innovative plan.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Potatoes-Not-Prozac-Solutions-Sensitivity/dp/141655615X

    • Prevention Magazine's the Sugar Solution Planner - Track Your Progress Toward Optimal Blood Sugar Control
      Sari Harrar & Prevention Magazine - Rodale Press, January 2006 – ISBN-10 : 1594866198 – ISBN-13 : 978-1594866197
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Prevention-Magazines-Sugar-Solution-Planner/dp/1594866198

    • Recepten volgens de methode Montignac
      De vlam in de pan
      Cfr. :
      http://www.devlamindepan.nl/index.html?mm/methode.htm

    • Revised International Table of Glycemic Index (GI) and Glycemic Load (GL) Values - 2002
      David Mendosa
      Cfr. :
      http://www.mendosa.com/gilists.htm
      Cfr. also :
      - International table of glycemic index and glycemic load values – 2002 - Kaye Foster-Powell et al. at : http://www.ajcn.org/cgi/content/abstract/76/1/5?ijkey=98c71b8619aaecf5e5757f615c9b40471c43cdd8&keytype2=tf_ipsecsha 

      -
      Glycemic load values (Letter to the Editor) - Rick Mendosa at : http://www.ajcn.org/cgi/content/full/77/4/994

    • Sluimerziektes - Waarom hebben wij ze wel en mannen bijna niet ?
      Viva's medisch dossier [Deel 2]
      Viva, 17-04-2000
      Cfr. :
      http://www.steungroep.nl/archief/populair/viva20000417.txt

    • Suggested meal plan for a hypoglycemia diet
      Programwitch.com
      Cfr. :
      http://www.programwitch.com/diet/diet.htm

    • The Glucose Revolution Pocket Guide to Sugar and Energy
      Jennie Brand-Miller, Kaye Foster-Powell & Thomas M. S. Wolever - Avalon Publishing Group (1st edition), January 15, 2000 – ISBN-10 : 1569246416 – ISBN-13 : 978-1569246412
      'The Glucose Revolution Pocket Guide to Sugar and Energy ' shows us how the glycemic index relates to sugar and how it affects our bodies.
      It dispels the common myths about sugar and discloses scientific findings that indicate overly restricting sugar from your diet may actually be detrimental to your health.
      This pocket guide includes sample menus and the questions people most frequently ask about sugar.
      Written by the world's leading authorities on the glycemic index 'The Glucose Revolution Pocket Guide to Sugar and Energy ' tells you what you really need to know about sugar, your health and blood sugar control, weight loss, dental cavities, behavior and mental health.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Glucose-Revolution-Pocket-Guide-Energy/dp/1569246416

    • The hypoglycemic diet
      Jurriaan Plesman BA(Psych), Post Grad Dip Clin Nutr. - Hypoglycemia.asn, (last updated) April 2008
      Cfr. :
      http://www.hypoglycemia.asn.au/articles/hypoglycemic_diet.html

    • The Importance of Individualizing your Hypoglycemia Diet
      The Hypoglycemia Support Foundation, Inc.
      Cfr. :
      http://www.hypoglycemia.org/diet.asp

    • The Low Blood Sugar Cookbook - Sugarless Cooking for Everyone
      Patricia Krimmel & Edward Krimmel - Franklin Publishers, January 1, 1993 – ISBN-10 : 0916503011 – ISBN-13 : 978-0916503017
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Low-Blood-Sugar-Cookbook-Sugarless/dp/0916503011

    • The New 5 Day Miracle Diet - Conquer Food Cravings, Lose Weight and Feel Better Than You Ever Have in Your Life
      Adele Puhn – Vermilion, 25 May 2000 – ISBN-10 : 0091856531 – ISBN-13: 978-0091856533
      Based on the reasoning that we gain weight because we cannot control our food cravings, this programme sets out to alter the body's biochemistry and cut down on the unwise consumption of sugary, fatty foods.
      Cfr. :
      http://www.amazon.co.uk/New-Day-Miracle-Diet-Cravings/dp/0091856531

    • The New Glucose Revolution - The Authoritative Guide to the Glycemic Index--the Dietary Solution for Lifelong Health
      Jennie Brand-Miller, Thomas M.S. Wolever, Kaye Foster-Powell & Stephen Colagiuri - Marlowe & Company, December 10, 2002 – ISBN-10 : 1569245061 – ISBN-13 : 978-1569245064
      Review by Joan Price, Amazon.com - Forget the high-carb, low-carb debate.
      The glycemic index (GI)--a measure of carbohydrate quality based on how quickly a food raises blood-glucose (blood sugar) levels--is the dietary key to health, say the authors.
      Contrary to other diets that treat carbohydrates as all alike, 'The New Glucose Revolution' divides carbos according to their GI into two categories.
      One is high GI (less desirable) : carbohydrates that break down quickly during digestion, leading to fast and high blood-glucose response.
      Examples are : baked potatoes, sports bars, instant rice, corn flakes cereal,and baguettes.
      The other is low GI (more desirable) : carbohydrates that break down slowly during digestion, leading to a gradual glucose release.
      Examples here are pasta, whole grains, fruit, legumes and yams.
      A low-GI diet is especially recommended for people with diabetes, abdominal overweight and Syndrome X, say the authors, who have strong medical, nutritional-science and diabetes education credentials.
      They explain the importance of understanding GI values, how GI is determined, health applications and how to choose low-GI foods and balance the overall GI load.
      They give cooking tips, menu ideas and 47 recipes.
      A 68-page table gives the GI values of many foods, including brand names.
      'The New Glucose Revolution' is recommended for health-conscious readers who want to understand the glycemic index and how to incorporate it into their diet.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/New-Glucose-Revolution-Authoritative-Index/dp/1569245061

    • The Right Diet for Hypoglycemia
      Jonny Bowden – YourTotalHealth
      Question : What type of diet is good for low blood sugar ?
      Answer : First, let's define our terms.
      The medical establishment has a very specific definition for hypoglycemia and with that in mind, only about five percent of the population really qualifies as hypoglycemic.
      However, the rest of the world uses the word to mean a very pronounced reaction to food in which blood sugar drops precipitously, causing one to feel spacy and irritable.
      This is also known as "reactive hypoglycemia" and it's not a fun place to be.
      Unfortunately, conventional wisdom - which as I've said many times is neither conventional nor wise - holds that the best thing to do when this happens is eat some carbs or some sugar to "keep your blood sugar up".
      Bad advice.
      This is like telling someone who is constantly out of money to keep running to the ATM machine.
      That tactic may get you through an emergency, but a better solution would be to learn to "budget" better so that you don't keep winding up in an emergency situation to begin with.
      To avoid that hellish feeling of blood sugar depletion, you want to eat in a way that doesn't send you on a blood sugar ride in the first place.
      That means avoiding precisely the high-carb, low-fiber junk foods that send your blood sugar up only to drop faster than the Coney Island roller coaster.
      The eating style recommended on the Shape Up program is not only good for weight management but also perfect for hypoglycemia.
      You are basically constructing your eating plan from foods that could have been caught, hunted, gathered, grown or plucked and you are eating them in as close to their natural state as possible.
      That means more protein, especially from fish and organic meat, more high-quality natural fats (such as olive oil, flaxseed in all its forms, avocados, nuts and seeds) and tons of high-fiber vegetables.
      Add some low-sugar fruits such as berries, plums, apples, pears, peaches, cherries and the like and you're in business.
      Although beans were probably not caveman food, they are wonderful for regulating blood sugar and keeping it even.
      An eating plan constructed from these foods will keep blood sugar at a healthy and steady level.
      Eat small meals or snacks, every few hours and try to include some protein and good fat at every meal.
      Decrease or eliminate artificial sweeteners, as they can lead to sugar cravings, plus they deplete the body's store of chromium.
      The symptoms of hypoglycemia often overlap with those of low thyroid, stressed adrenals and yeast overgrowth and artificial sweeteners - along with sugar, coffee and other processed foods - can aggravate all of those conditions, so try to eliminate them as much as possible.
      Look for snacks that combine protein or a little fat with your carbs.
      Snacks like these convert to sugar in the system more slowly, leading to a more even blood sugar level and more sustained energy.
      Many of the "low-fat" snacks we've been conned into thinking are healthy actually are high in sugar or convert to sugar in the system very quickly, making for an insulin surge and a blood sugar roller coaster (think pretzels or rice cakes).
      The more junk foods you can eliminate, the better. I personally include in this category most commercial breads, pastas, bagels and cereals.
      More fiber in the diet goes a long way towards keeping blood sugar levels even.
      Fiber is found in beans, vegetables and fruits.
      You might also consider taking a non-sweetened fiber supplement such as psyllium husks.
      Cfr. :
      http://yourtotalhealth.ivillage.com/the-right-diet-hypoglycemia.html

    • The Sugar Solution - Balance Your Blood Sugar Naturally to Avoid Disease, Lose Weight, Gain Energy and Feel Great
      Sari Harrar - The Editors of Prevention - Rodale Press (1st edition), 2004 – ISBN-10 : 1579549128 – ISBN-13 : 978-1579549121
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Sugar-Solution-Balance-Naturally-Disease/dp/B000CKM8HG

    • The Sugar Solution - Weight Gain ? Memory Lapses ? Mood Swings ? Fatigue ? - Your Symptoms Are Real and Your Solution is Here
      Editors of Prevention Magazine, Ann Fittante - Rodale Books (1 edition), September 19, 2006 – ISBN-10 : 1579549136 – ISBN-13 : 978-1579549138
      As many as 16 million Americans are living with high-normal blood sugar.
      They aren't diabetic, but they are experiencing symptoms - including weight gain, fatigue, depression and poor concentration - that are undermining their quality of life.
      Left unchecked, these symptoms could lead to more serious medical conditions such as heart disease, cancer and diabetes.
      Drawing on the very latest medical science 'The Sugar Solution' helps readers determine whether they're at risk for blood sugar problems and shows them how to rein in their blood sugar levels without drugs or injections.
      The exclusive 30-day lifestyle makeover guides them every step of the way, with complete daily menus, exercise strategies and stress-reduction techniques.
      Pounds will melt away, energy will soar and mental sharpness will return as blood sugar stabilizes.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/dp/1579549136/ref=nosim/?tag=msnshop-books-20&creative=380333&creativeASIN=1579549136&linkCode=asn

    • Verboden suikervervanger stevia is wondermiddel
      MediNews.be, 08-09-2005
      Overdadig gebruik van suiker wordt in verband gebracht met beschavingsziekten als obesitas en diabetes van het type 2.
      De natuurlijke zoetstof stevioside uit de steviaplant is in theorie een suikervervangend wondermiddel.
      De Europese Commissie laat stevia echter niet toe als voedingsmiddel of voedingssupplement.
      Het zou mogelijk toxisch zijn en impotentie veroorzaken.
      '
      Niets van', zegt de Leuvense professor Jan Geuns : 'Stevia wordt doelbewust van de markt gehouden.'
      Professor Jan Geuns leidt het lab voor Functionele Biologie aan de KULeuven.
      Geuns is een fervent voorstander en veelgebruiker van stevioside – cfr. :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Stevioside
      -, zoveel is duidelijk.
      Hij trakteert ons op een kopje koffie met stevia als we hem in zijn lab ontmoeten.
      We aanvaarden aarzelend - stevioside is niet legaal te verkrijgen in België - en merken op dat het niet echt hetzelfde smaakt als suiker.
      Waarop Geuns gedreven van wal steekt.
      '
      Wat er nu in je koffie zit, is stevioside', zegt hij : 'Het smaakt inderdaad niet volledig als suiker. Maar in Brazilië en de Verenigde Staten is een samenstelling van stevioside en het afgeleide rebaudioside te koop. De smaak daarvan benadert die van suiker veel dichter. Tests in Duitsland tonen aan dat de meeste proefpersonen nagerechten met suiker niet kunnen onderscheiden van nagerechten met een stevioside-rebaudioside mengsel.
      '
      Verschil

      '
      Stevia zit in de blaadjes van de steviaplant', legt Geuns uit : 'Naargelang de plantensoort en de kweekomstandigheden kan het gehalte aan rebaudioside veranderen. Hoe meer rebaudioside, hoe meer het als suiker smaakt. Maar ook stevioside went : ik gebruik het al jaren en ik merk het verschil niet meer.'
      In Brazilië, Zuid-Korea, Maleisië en Japan worden de blaadjes van de steviaplant, stevioside en de geraffineerde extracten al jaren gebruikt als caloriearme zoetstof.
      In de Verenigde Staten mogen steviablaadjes in poedervorm en geraffineerde extracten van de bladeren sinds 1995 als voedingssupplement gebruikt worden.
      Maar waarom hebben we nood aan een nieuwe suikervervanger :
      aspartaam
      is al lang op de markt en zit in een hele resem light-producten.
      Vele mensen lopen met een doosje aspartaamtabletjes rond om hun koffie te zoeten en vinden dat blijkbaar voldoende als suikervervanger.
      '
      In vergelijking met suiker heeft stevia bijna geen negatieve eigenschappen', stelt Geuns : 'De voordelen van stevioside als voedingssupplement ter vervanging van suiker zijn groot. Het is stabiel, wat wil zeggen dat de chemische structuur ook bij hoge temperaturen niet verandert. Suiker doet dat wel : het karameliseert als je het bakt en dat maakt verschillende kankerverwekkende stoffen aan. Karamelisatie is een veelgebruikt proces in de voedingsindustrie, maar over de gevolgen zwijgt men als de dood.
      '
      '
      Andere grote voordelen van stevia zijn dat het geen of zeer weinig calorieën bevat en niet slecht is voor de tanden', gaat Geuns verder : 'Dat je stevia kan gebruiken voor diabetespatiënten en mensen met obesitas opent bovendien mooie perspectieven. Hoge concentraties van stevioside (tot een halve gram driemaal per dag) verlagen de bloeddruk van patiënten met hypertensie. De concentraties aan vetten en glucose in proefpersonen vertonen geen significante wijziging bij inname van stevioside. Bovendien heeft stevioside enkele veelbelovende eigenschappen die nuttig kunnen zijn in de behandeling van diabetes van het type 2. Onlangs werd aangetoond dat de orale inname van stevioside een duidelijke afname van de glycemische respons - de afscheiding van insuline - bij een testmaaltijd geeft.
      '
      '
      Van stevioside zijn geen nevenwerkingen bekend', besluit Geuns : 'Ik wil geen kwaad spreken van aspartaam, maar het smaakt niet echt als suiker. Er zijn ook veel neveneffecten beschreven bij gebruik van hoge dosissen en de consument kan dat natuurlijk moeilijk narekenen. Als je op een warme dag een aantal light-frisdranken drinkt en ook nog light-gerechten eet, overschrijdt je misschien zonder het te weten de toegelaten drempel. Van stevioside moet je al enorme hoeveelheden gebruiken voor het toxisch wordt. Ook reageren sommige types diabetici slecht op aspartaam. Met stevia doet dat probleem zich niet voor
      '.
      Als je alle toegevoegde suikers in de gemiddelde voeding optelt, komen we in België aan 131 gram toegevoegde suiker per dag per inwoner.
      Ter vergelijking : we eten bijvoorbeeld maar gemiddeld 109 gram vlees per dag.
      Overconsumptie

      '
      Die overconsumptie van suiker is waanzin', vindt Geuns : 'We tellen er dan niet eens de suikers bij die normaal in planten zitten, maar slechts de zogenaamde verborgen suikers die door de voedselindustrie als voedingssupplement gebruikt worden in verpakt voedsel. Onze voeding wordt tegenwoordig op industriële schaal gemaakt en voorverpakt verkocht. Hoe je het ook draait of keert, industrieel gemaakt voedsel heeft nauwelijks smaak. Daarom voegt men suiker, vet, zout en smaakmakers zoals glutamaat toe. Vier dingen die we in de voeding absoluut niet nodig hebben en die schadelijk zijn voor de gezondheid. Tegenwoordig stopt zelfs de slager suiker in zijn vlees. Deze zomer heb ik een brood gekocht in Frankrijk en ik las toevallig de ingrediënten op de verpakking. Er zat 10 procent suiker in. En dat was een gewoon brood, geen suikerbrood'.
      '
      Bovendien wordt suiker onder de kostprijs verkocht', zegt Geuns : 'Met een normale kostprijs zou men het veel minder gebruiken. Suikerteelt wordt enorm gesubsidieerd. Brazilië kan bijvoorbeeld een kilo suiker goedkoper produceren dan het bedrag dat hier aan subsidies naar de productie gaat. Dat is niet meer rationeel te noemen. Een grote lobby achter de suikerindustrie verdedigt enorme belangen.
      '
      Hoe komt het eigenlijk dat we zo'n hang naar suiker hebben ?
      Suiker, zo blijkt uit onderzoek, is niet alleen lekker : het werkt ook verslavend.
      '
      Men heeft ooit in een klas een test gedaan', vertelt Geuns : 'De helft van de leerlingen kreeg hun gewone dieet dat enorm veel toegevoegde suikers bevat, de andere helft kreeg gezond eten. Na een week begonnen de leerlingen met een gezond dieet onrustig en agressief gedrag te vertonen. De verklaring was niet ver te zoeken : opwinding en agressie scheiden adrenaline af in het bloed, die op hun beurt zetmelen afbreken, met als resultaat meer suiker in het bloed. De kinderen hadden dus afkickverschijnselen, typisch voor suiker. Je kan suiker gerust op een lijn plaatsen met alcohol en nicotine.
      '
      Erkenning

      Ondanks de nadelen van suiker en de duidelijke voordelen van stevia, weigerde de Europese Commissie in 2000 stevia toe te laten, met als argument het gebrek aan kritische wetenschappelijke studies over stevia en discrepanties tussen de beschikbare studies.
      Vooral een aantal studies naar de mogelijke toxiciteit van stevia hield de erkenning tegen.
      '
      Al in 1997 hebben we een dossier bij het Voedselagentschap ingediend om stevia als voedingssupplement te laten erkennen. Maar men heeft met alle mogelijke middelen getracht het onderzoek onderuit te halen', stelt Geuns.
      Hij is niet mals voor de Hoge Gezondheidsraad, het wetenschappelijk adviesorgaan van de federale overheidsdienst Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu : '
      Toen het dossier in België voor de Hoge Gezondheidsraad kwam, gaf de verantwoordelijke reporter me eerst een gunstig advies. Hij vroeg slechts kleine correcties in het dossier. Toen zijn er tussenkomsten geweest van sommigen die vonden dat stevia niet veilig was en er is een tweede reporter aangesteld. Ik heb sterke aanwijzingen van belangenvermenging, omdat sommigen ook banden blijken te hebben met voedingsbedrijven. Men heeft al het mogelijke gedaan om het dossier op de lange baan te schuiven : bijkomende vragen over details, ongefundeerde geruchten als zou stevia impotentie veroorzaken, twijfels over de degelijkheid van studies van onafhankelijke wetenschappelijke instellingen. Het hield niet op
      .'
      '
      De tegenargumentatie steunde vooral op één artikel over proeven met ratten. De dieren kregen stevia-extract toegediend in enorm hoge dosissen : je zou de helft van je lichaamsgewicht aan steviablaadjes moeten eten om zo'n hoge concentratie binnen te krijgen. Bij een deel van de mannetjesratten werd een lichte vruchtbaarheidsvermindering vastgesteld, maar de conclusie luidde : 'Stevia maakt impotent'.
      '
      Het uiteindelijke resultaat was dat België een negatief rapport stuurde naar de Europese Commissie, waardoor stevia niet erkend werd.
      '
      Ik kan maar een conclusie trekken', stelt Geuns: 'Men houdt stevia doelbewust van de markt.
      '
      Cfr. :
      http://www.medinews.be/full_article/detail.asp?aid=3267

    • Verlaging bloedsuiker
      Cfr. : http://diabetes-bloedsuiker.pilliewillie.nl/

    • Voeding met lage glycemische lading
      Praktische tips voor ontbijt, lunch en diner met lage glycemische waarden

      Praktijk voor natuurgeneeskunde in Utrecht
      Cfr. :
      http://www.natuurgeneeskunde-praktijk.nl/index.php?pagina=voedingsadvies

    • Voedingsmiddelen en de bloedsuikerspiegel
      Praktijk voor natuurgeneeskunde in Utrecht
      Cfr. :
      http://www.natuurgeneeskunde-praktijk.nl/index.php?pagina=glycemindex

    • Voedingssupplementen - Wetenschappelijke informatie
      Pillie Willie
      Je kan Pillie Willie contaceren via :
      - e-mail : 
      w.witsel@knoware.nl of
      - het internet :
      http://www.pilliewillie.nl/main/communicatie/contact/contact.php

    • What makes my blood glucose go up... and down ? - And 101 other frequently asked questions about your blood glucose levels
      Jennie Brand-Miller, Kaye Foster-Powell & Rick Mendosa - Marlowe & Company, August 2003 – ISBN-10 : 1569245746 – ISBN-13 : 978-1569245743
      Finally, all in one place, here are answers to the questions millions of people have about the fluctuations in their blood glucose - or blood sugar – levels
      In this accessible, informative new book, Dr. Jennie Brand-Miller and Kaye Foster-Powell - authors of the New York Times bestseller 'The New Glucose Revolution' (cfr. : http://www.amazon.com/New-Glucose-Revolution-Authoritative-Index/dp/1569245061 -), the authoritative guide to the glycemic index - along with leading diabetes journalist Rick Mendosa, answer the most frequently asked questions about your blood glucose levels.
      They address a wide range of concerns, correct common misconceptions and set out to educate how best to monitor and control glucose levels to maintain optimum health.
      Among the questions they address are :
      - what is a normal blood glucose level ?
      - what can I do to bring down my blood glucose levels when they’re high ?
      - can being stressed out really have something to do with my high blood glucose ?
      - which carbohydrates will raise my blood glucose the least ?
      - what is the glycemic index ?
      There are times when I crave something sweet.
      What should I have ?
      Also included is a handy A to Z table of glycemic index values for hundreds of foods and beverages.
      This is an indispensable guide for everyone seeking clear, scientifically-based information about the links between food, exercise, weight and blood glucose levels.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Makes-Glucose-Frequently-Questions-Levels/dp/1569245746

    • What reactive hypoglycemia diet is suggested ?
      Health-cares.ne
      Cfr. :
      http://endocrine-disorders.health-cares.net/reactive-hypoglycemia-diet.php

    • Zij is slank want zij eet !
      Michel Montignac - Strengholt's Boeken, 01-01-1999 (herdruk voorzien voor ± 18 Mar 2009)
      Michel Montignac is over de hele wereld bekend geworden met zijn boeken over de principes en toepassingen van zijn Methode, om slank te worden met goed en lekker eten, zonder gedoe met caloriën.
      De effectiviteit van de Methode blijkt uit de vele reacties van mensen die eindelijk van hun gewichtsproblemen zijn verlost.
      Ook heeft de Methode Montignac een zeer goede invloed op hypoglycemie, suikerziekte en een te hoog cholesterolgehalte.
      In dit boek zijn deze ervaringen verwerkt.
      Vrouwen zijn dikwijls het slachtoffer van calorie-beperkende diëten, die niet tot blijvend resultaat leiden en waarvan ze dikwijls zelfs dikker worden !
      De Methode Montignac blijkt voor hen de oplossing.
      Daarom worden in dit boek ´Speciaal voor de vrouw´ uitgebreid de goede effecten van de Methode Montignac behandeld voor de vrouw in de belangrijke fasen van haar leven : als jong meisje, in de zwangerschap, in de overgang en bij het ouder worden.
      Het blijkt dat de Methode Montignac een complete benadering is voor het verbeteren van uw gewicht, uw conditie en uw gezondheid.
      Cfr. :
      http://www.azur.be/nl/catalog/detail/Boeken/179421/titel/titel/ZIJ%2BIS%2BSLANK%2BWANT%2BZIJ%2BEET%2B%2528MONTIGNAC%2BM.%2529%252C%2BZachte%2BKaft/ean/9789080078697


    08-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Infraroodstraling bij CVS/fibromyalgie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






    Infraroodstraling

     bij
    CVS/fibromyalgie

    Infraroodstraling maakt de pijn draaglijker




    Opendeurdagen

    bij

    Kadee

    - http://www.kadee.eu/sauna/index.htm -


    Berlaar

    14 – 15 - 16 november

    Aarschotsebaan 306
    Tel. : 03 482 08 00



    Sint-Niklaas

    21 – 22 - 23 november

    Gentse Baan 75
    Tel. : 03 777 02 72


    In een infrarood sauna transpireer je sneller en meer en dit bij lagere temperaturen dan in een traditionele sauna
    Het transpiratievocht bestaat voor 80 tot 85% uit water.
    De overige 15 tot 20% bestaat uit o.a. vet, cholesterol, lood en andere zware metalen.

    De infrarood sauna heeft een invloed op onze hormonen.
    Met name is er sprake van een verhoogde productie van noradrenaline, prolactine, ß-endorphine en groeihormoon.
    Dit leidt tot een verminderd pijngevoel, een verhoogde alertheid en een lichte euforie.

    Sporters zijn fervente gebruikers van infrarood sauna's.
    Regelmatig gebruik maakt de spieren soepeler en verhoogt de concentratie aan witte en rode bloedlichaampjes, waardoor er meer zuurstof in het bloed opgenomen wordt.
    De heilzame IR-stralen versnellen het genezingsproces bij eventuele spierblessures.

    "Sinds enkele jaren ben ik cvs en fibromyalgie patiënte.
    Ik speelde al lang met de gedachte om een infrarood cabine aan te schaffen, maar waar zet je zo’n ding.
    Mijn man kwam op het idee om het tuinhuis op te ruimen en dan plaats te voorzien voor de cabine.
    Bij Kadee mocht ik verschillende keren een cabine proberen, wat ik zeer klantvriendelijke vond.
    Al vanaf de eerste keer voelde ik mijn spieren ontspannen.
    Daardoor krijgen de kleine bloedvaten ook een betere bloeddoorstroming, want dit is vaak het probleem bij fibromyalgie-, reuma- of artrosepatriënten.
    Als je door pijn niet veel kunt bewegen is de infrarood cabine de ideale manier om de pijn te verzachten.
    Ik in elk geval kan veel meer dan enkele maanden geleden.
    Ik gebruik de cabine 3 keer per week ongeveer 30 minuten.
    "

    Gisèle

    "Onze sauna is heel goed als ontspanning na een dag intens werken.
    Mensen zoals wij (op leeftijd, mmm...) zijn na een dag poetsen, strijken of wat dan ook echt moe en stram.
    Wanneer je dan in de infrarood kruipt, voel je je een ander mens.
    De stijfheid is weg.
    Ook bij stresstoestanden is de infrarood een ware hulp.
    Na de sessie en de verplichte rust, voel je een soort kalmte en rust en dat is een toffe ervaring.
    "

    Annie & Leo

    "Omdat ik fibromyalgiepatiënte ben, kreeg ik van mijn ouders een tijdje geleden een Kadee infraroodsauna.
    Normaal gezien moet je na een sauna een koude douche nemen, maar voor fibro-patiënten is dit heel slecht, omdat dan de spieren een te groot verschil ondergaan van heel warm naar heel koud en dat zou heel slecht zijn (vraag me niet juist waarom...).
    Na een infrarood sauna moet je lauw douchen.
    Dat maakt het voor mij veel aangenamer.
    Mijn infraroodsauna is geen wondermiddel, maar ik zou hem écht niet meer kunnen missen.
    "
    Evi

    .../... ik heb al 15 jaar F.M en kan er goed mee leven (wel met morfine en fysio).
    Ik ga sinds kort ieder week naar de infrarood sauna en dat is heerlijk
    .”

    Ria 
    Cfr. : '
    FibroFacts – Leven met fibromyalgie' op http://fibromyalgie.web-log.nl/fibromyalgie/2004/05/uitslag_fibro_o.html


    Wat is infrarood ?

    Infrarood is de gezonde warmte van de zon.
    Het is onzichtbaar licht dat je ervaart als warmte.
    Denk maar aan de zalige warmte van de zon in de winter.

    Is het gezond ?

    Terwijl u zich ontspant in de infrarood warmtecabine is uw lichaam eigenlijk hard aan het werk.
    Het intensieve transpireren trekt de afvalstoffen uit de diepste lagen van het lichaam.
    De verbeterde doorbloeding helpt de natuurlijke balans in de huid te herstellen en dat resulteert in een mooie zachte huid.
    Door in het lichaam veel warmte op te wekken wordt de aanmaak van witte bloedlichaampjes gestimuleerd wat uw afweer tegen virussen en bacteriën versterkt.
    De warmtestraling verlicht ook spier- en gewrichtspijn (zoals verstuiking, reuma en artritis), spanning, zwelling en stijfheid van de spieren.
    Hartpatiënten raadplegen best eerst hun arts.

    Hoeveel gaat dit kosten ?

    3,5 euro per maand.
    Dit is de gemiddelde kost wanneer u de infrarood sauna dagelijks een half uur gebruikt.
    Eén sessie in de sauna kost niet meer dan een uurtje strijken, maar je hebt er wel veel meer plezier van.
    Infrarood stralers zijn bovendien onderhoudsvrij en hebben een levensduur tot vijfentwintigduizend uur.
    Onze sauna’s staan dan ook garant voor een levenslang gebruiksplezier.

    Hoe werkt het ?

    In de Infrarood cabine wordt de infrarood warmte opgewekt door speciaal hiervoor gemaakte infrarood elementen.
    Deze elementen geven een directe stralingswarmte die voor 80% geabsorbeerd worden door uw lichaam.
    Om de overtollige warmte kwijt te geraken, versnelt de bloedcirculatie en gaat het hart wat harder werken.
    Je begint te transpireren waardoor je niet alleen vocht verliest, maar ook calorieën verbrandt.
    Transpireren vergt immers veel energie en zorgt daardoor voor een sterke calorieverbranding en een weldoende training van hart- en bloedvaten.

    Is het veilig ?

    Je lichaam heeft infrarood energie nodig.
    Het is een lichaamseigen straling.
    Infrarood is een natuurlijke bron van energie die geschikt is voor het hele gezin.
    Ook voor kinderen, ouderen en mensen met een zwakke gezondheid is infrarood volkomen veilig.

    Hoe moet ik kiezen ?

    De markt van de infrarood sauna’s is zeer uiteenlopend: diverse prijzen en kwaliteiten, in talrijke houtsoorten en keuze uit een uitgebreid gamma aan stralers en accessoires.
    Informeer u dus goed en doe een beroep op de kennis en ervaring van specialisten die op al uw vragen kunnen antwoorden.
    U wil toch ook levenslang zorgeloos genieten van uw aankoop ?

    Waar en hoe plaatsen ?

    Heeft u 1 à 2 m² ruimte in de slaapkamer, de badkamer of de zolder ?
    Geen verbouwingen of extra leidingen.
    Een stopcontact is voldoende.
    Door het eenvoudige kliksysteem, kan u de sauna snel en makkelijk plaatsen en eventueel opnieuw verhuizen.

    Is dit iets voor mij ?

    Enkele reacties van klanten :

    • Na een half uurtje in de sauna voel ik mij een ander mens

    • Sinds ik m’n sauna heb, heb ik nooit meer last van koude voeten

    • Mijn huid voelt zachter en strakker aan

    • Toen ik hoorde welke schadelijke stoffen ik op die manier kon kwijtraken, was ik verkocht

    • Als ik een verkoudheid voel aankomen, help de sauna mij ervan af

    • Als ik laat thuis kom van het werk, heb ik geen tijd meer om buitenshuis te ontspannen

    • Je voelt gewoon hoe die stralen mijn stramme spieren soepeler maken

    Wat is het verschil met een traditionele sauna ?

    In een traditionele sauna wordt het lichaam opgewarmd door de omgevingswarmte.
    De temperatuur in een dergelijke sauna loopt dan ook op tot 90°.
    Om deze temperatuur te bereiken, moet de sauna ongeveer een uurtje opwarmen.
    Een infrarood sauna is klaar voor gebruik na enkele minuten.
    In een droge, aangename warmte van 40 tot max. 70° wordt 80% van de warmte door het lichaam geabsorbeerd en slechts 20% door de omgeving.
    De omzetting van energie naar warmte gebeurt pas in de huid en is dus efficiënter en doeltreffender.
    Wanneer u gevoelig bent voor thermische belasting kan u de infrarood sauna zelfs met open deur gebruiken.
    Ondanks deze lagere temperaturen kan het transpiratievocht tot tweemaal zoveel toenemen in een infrarood sauna.
    Door de diepere warmte in de infrarood sauna worden schadelijke stoffen sneller afgebroken en afgevoerd uit het lichaam, waardoor lichaam en huid gereinigd wordt en het natuurlijk evenwicht zich herstelt.
    Terwijl een traditionele saunagang al vlug 2 à 3 uur in beslag neemt, is een half uurtje in de infrarood sauna voldoende om de heilzame effecten te ondervinden.
    Ideaal dus om lichaam en geest snel en doeltreffend te ontspannen.




    06-11-2008 om 15:30 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Blijf mailtjes sturen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Beste vrienden,

    Ik word (nog steeds) bedolven onder jullie mailtjes.

    Al doe ik wat ik kan toch kan ik jullie vragen helaas niet allemaal individueel beantwoorden - (fibromyalgie) - dat zullen jullie wel begrijpen...

    Als je zeker wil zijn van een antwoord, richt je dan in eerste instantie tot je arts en/of de verschillende patiëntenorgasisaties.

    Als je vraag niet té persoonlijk is kan je natuurlijk via mijn gastenboek een hele boel mensen bereiken !


    Maar

    blijf jullie brieven sturen
    - ook al krijg je misschien geen rechtstreeks antwoord -
    want ze zijn onmisbaar :
    ze vertellen me waar de problemen zitten
    en
    bepalen zo de inhoud van dit blog !

    (dus volg dit blog want misschien vind je hier je antwoorden, nú al of misschien morgen)



    Dank je !

    Jules.


    06-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cognitive-Behavioural Therapy (CBT) superiority questioned at conference
    Klik op de afbeelding om de link te volgen











     





     



    *

    Cognitive-Behavioural Therapy (CBT) superiority questioned at conference

    University of East Anglia - press@uea.ac.uk - Mon, 7 Jul 2008 - © UEA 2007


    Read - for instance - also
    Cognitive behavioral therapy for fibromyalgia
    Robert Bennett & David Nelson
    Nature Clinical Practice, Rheumatology, Vol. 2, no 8, August 2006

    Cfr. :
    http://www.myalgia.com/Treatment/Bennett%20Nelson%20CBT%202006.pdf


    The idea that Cognitive-Behavioural Therapy (CBT) is more effective than other types of therapy is a myth, according to leading psychotherapy experts attending a major conference at the University of East Anglia (UEA) today.

    The US and UK researchers will present data and critical analyses that debunk the widespread belief in the superior effectiveness of CBT.

    The major international conference will be hosted from July 6-10 by UEA's Centre for Counselling Studies.
    Organised on behalf of the World Association for Person- Centered and Experiential Psychotherapy and Counselling, it is the first time the conference has been held in England and 400 delegates are attending from across the world.

    Professors Mick Cooper and Robert Elliott (both University of Strathclyde), William B Stiles (Miami University) and Art Bohart (Saybrook Graduate School) will issue the following joint statement today :

    "The government, the public and even many health officials have been sold a version of the scientific evidence that is not based in fact, but is instead based on a logical error.
    This is how it works :

      1. More academic researchers subscribe to a CBT approach than any other.

      2. These researchers get more research grants and publish more studies on the effectiveness of CBT.

      3. This greater number of studies is used to imply that CBT is more effective.

    "This is a classic example of the logical fallacy known as 'argument from ignorance' ie the absence of evidence is taken as evidence of absence.

    "Although CBT advocates rarely make this claim so boldly, their continual emphasis on the amount of evidence is misunderstood by the public, other health care workers and government officials, a misunderstanding that they allow to stand without correction.
    The result is a widespread belief that no one takes responsibility for.
    In other words, a myth.

    "This situation has direct negative consequences for other well-developed psychotherapies, such as person-centred and psychodynamic, which have smaller evidence bases than CBT.
    These approaches are themselves supported by substantial, although smaller, bodies of research.
    The accumulated scientific evidence clearly points to three facts :

      1. People show large changes over the course of psychotherapy, changes that are generally maintained after the end of therapy.

      2. People who get therapy show substantially more change than people who don't get therapy, regardless of the type of therapy they get.

      3. When established therapies are compared to one another in scientifically valid studies, the most common result is that both therapies are equally effective.

    A case in point is person-centred and related therapies (PCTs) : In a meta-analysis of more than 80 studies to be presented by Robert Elliott and Beth Freire at the Norwich conference, PCTs were shown to be as effective as other forms of psychotherapy, including CBT.

    "In view of these and other data, it is scientifically irresponsible to continue to imply and act as though CBTs are more effective, as has been done in justifying the expenditure of £173m to train CBT therapists throughout England.

    Such claims harm the public by restricting patient choice and discourage some psychologically distressed people from seeking treatment.
    We urge our CBT colleagues and government officials to refrain from acting on this harmful myth and to broaden the scope of the Improving Access to Psychological Treatments (IAPT) project to include other effective forms of psychotherapy and counselling."

    Beyond this joint statement, Prof Cooper, in his lecture to the Norwich conference, will say :

    "The research consistently suggests that the kind of therapy that a practitioner delivers makes little difference to outcomes.
    More important is the client's level of motivation, how much they get involved with the therapeutic process and how able they are to think about themselves in a psychological way.
    After that, the key ingredient seems to be the quality of the therapeutic relationship, with warm, understanding, trustworthy therapists having the best results."

    Last year Health Secretary Alan Johnson announced that by 2010, £173m a year would be spent on CBT as part of the UK Government's Improving Access to Psychological Therapies programme.
    The increased funding will allow 900,000 more people to be treated using psychological therapies.

    Prof Cooper added :

    "The Government's decision to spend £173 million on CBT can only be applauded, but not all clients will benefit from that approach.
    There is clear evidence that some clients will do better with other forms of therapy.
    It all depends on who the client is, and what kind of treatment they can most make use of."

    Art Bohart, a world-leading psychotherapy theorist and researcher, will say :

    "There is evidence that some clients prefer an approach to counselling where the focus is on helping you explore and understand yourself.
    The outcome of this approach is that you make choices that move your life in new, more meaningful and personally satisfying directions.
    The counselor's expertise lies in his or her ability to create a relationship where you have companionship and support on your journey to understanding.
    Client-centered and psychodynamic counseling are examples.
    In contrast, other clients prefer an approach where the therapist takes the lead in teaching you particular cognitive and behavioural skills, such as how to think.
    Since both work about equally well it is important that both be available to the public."

    In the world of psychotherapy research, the finding that different therapies are about equal in their effectiveness is known as the 'Dodo verdict', after the Dodo in Alice in Wonderland who, on judging a race, declared 'everybody has won and all must have prizes'.
    This conclusion continues to be hotly contested by some CBT advocates, but the four researchers presenting at the Norwich conference are unanimous in calling for a more balanced, scientifically accurate reading of the available evidence.

    Also speaking at the conference will be Pamela J Burry, whose mother 'Gloria' was a patient of Carl Rogers, one of the founding fathers of psychotherapy and featured in the celebrated 1960s educational films, 'Three Approaches to Psychotherapy', more popularly known as 'The Gloria Films' :

    Three Approaches to Psychotherapy ('The Gloria Films')
    The films shows Gloria, a patient, engaged in therapy with three psychotherapists who have different theories (includes descriptions of each theory) :

      1. Carl Rogers - Part I features her interview with Carl Rogers a client-centered therapist (cfr. : http://webspace.ship.edu/cgboer/rogers.html -).

      2. Frederick Perls - Part II features Frederick Perls, a Gestalt therapist (cfr. : http://ourworld.compuserve.com/homepages/gik_gestalt/fritz_perls.html -).

      3. Albert Ellis - Part III features Albert Ellis, a rational-emotive psychotherapist (cfr. : http://www.psychotherapy.net/interview/Albert_Ellis -).

    Cfr. :
    -
    http://www.pccs-books.co.uk/product.php?xProd=421
    -
    http://www.amazon.co.uk/Living-Gloria-Films-Daughters-Memory/dp/1906254028


    Cfr. : http://www1.uea.ac.uk/cm/home/services/units/mac/comm/media/press/2008/july/CBT+superiority
    +questioned+at+conference





    06-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het griepseizoen is begonnen - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












    Het griepseizoen is begonnen

    Voorspelbaarheid maakt het leven draaglijk.
    Het ochtendlicht besluit de nacht, na zonneschijn komt wel weer eens regen en ooit gaan we allemaal dood.
    Ook de jaarlijkse griepepidemie is zo'n telkens terugkerende zekerheid.




    Griep

    - Over Spanjaarden en Aziaten -

    Gazet van Antwerpen, 21-11-2005


    Voorspelbaarheid maakt het leven draaglijk.
    Het ochtendlicht besluit de nacht, na zonneschijn komt wel weer eens regen en ooit gaan we allemaal dood.
    Ook de jaarlijkse griepepidemie is zo'n telkens terugkerende zekerheid.
    Enige distantie tot het fenomeen 'griep' is in dergelijke tijden welgekomen, doch meestal zeer schaars.
    In dit dossier proberen we deze leemte op te vullen.
    Met gedegen basisinformatie over het influenzavirus en aanverwanten, een eerste uitstapje naar het wetenschapsdomein van de epidemiologie en het antwoord op de vraag waarom een ordinaire verkoudheid geen griep is, om maar enkele invalshoeken te noemen.

    Elk jaar worden we getroffen door een griepepidemie, die een zestal weken kan duren en in vele gevallen fataal kan zijn voor bejaarden.
    Griep is echter evenzeer des menschen als haaruitval, oorlogsvoering en veeteelt.
    Toch dateert de eerste beschrijving van een griepepidemie pas uit 1610 - uiteraard lang voor er iets bekend was over de verwekker van de plaag.
    Het is pas in deze eeuw dat de desastreuze effecten van een griepepidemie werden vertaald naar sterftecijfers in de medische logboeken.



    1. - De Spaanse griep


    De Spaanse griep, die huishield in de jaren 1918-'19, joeg met een ongewone snelheid en vernietigingskracht over de aardbol.
    In Amerika stierven ca. 550.000 mensen of per 100.000 Amerikanen werden er 527 weggemaaid door de griep.
    In India waren vermoedelijk twaalf en een half miljoen mensen het slachtoffer van deze griepvariant, die wereldwijd ca. 20 miljoen doden mocht claimen.

    De Aziatische griep was minder legendarisch, maar zorgde toch in de jaren '57-'58 voor 70.000 doden in de USA.
    De derde uit het rijtje, de Hong-Konggriep, kostte in '68-'69 ongeveer 34.000 Amerikanen het leven.

    De reden waarom de griep van tijd tot tijd vernietigend uithaalt, is gewoon de aard van het virus.
    Het influenza virus, niks meer dan een stukje genetisch materiaal in een hoesje van eiwitten, is namelijk een medisch bewijs voor het adagium dat niks constant is in dit leven.
    Influenza, en vooral de variant influenza A, heeft namelijk de onhebbelijke gewoonte om steeds een andere gedaante aan te nemen.
    Deze gedaantewisseling komt vooral tot uiting in twee soorten eiwitten die uit het virusomhulsel steken.
    Deze eiwitten, het haemagglutinine (H) en het neuraminidase (N), zijn de herkenningspunten voor het menselijk afweersysteem.
    Indien één van beide eiwitten wijzigt, dan wordt het immuunsysteem op een dwaalspoor geplaatst, zodat het virus gedurende een hele tijd vrij zijn catastrofale gang kan gaan.

    En dan durven we het nog niet hebben over griepepidemies die moedwillig veroorzaakt zouden kunnen worden door terroristen.


    Shift en drift

    Cruciaal is de wetenschap dat beide eiwitten H en N worden samengesteld op basis van de informatie opgeslagen in het genetisch materiaal van het virus.
    En dit materiaal, het RNA (ribonucleïnezuur), is vatbaar voor wijzigingen bij iedere vermenigvuldiging.
    Gemiddeld zal om de 10.000 vermenigvuldigingen (of replicaties) een kopieerfout optreden.
    Meestal zal een dergelijke fout (of mutatie) fataal aflopen voor het virus in kwestie, doordat essentiële genetische informatie wordt beschadigd.
    Soms zal evenwel die mutatie optreden in het RNA-gebied waar de informatie ligt opgeslagen voor de aanmaak van het H of N eiwit.
    Beide eiwitten zullen dan nog aangemaakt worden, maar dan in een wat andere versie.
    Met de lopende band in een autofabriek als voorbeeld kan u zich voorstellen dat door een kleine storing in een besturingsprogramma opeens een blauwe auto van de band rolt met een rode bumper, niet met een blauwe bumper.

    Dit soort kleine foutjes (in virustermen de antigene drift genoemd) zorgt ervoor dat het griepvirus nooit hetzelfde zal wezen in twee opeenvolgende winters.
    Soms kan een kleine wijziging echter ook grote effecten hebben, zodat - weer in autotermen - plots een turbodieseluitvoering van de band rolt in plaats van een benzineversie.
    Deze grote viruswijzigingen (de antigene shift) kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat een influenzavariant van gastheer wijzigt.
    Virussen die zich tot dusver alleen in eenden kon handhaven die zich plots ook in mensen thuis blijken te voelen, bijvoorbeeld.
    En een dergelijke shift luidt meestal een periode van wereldwijde rampspoed en ellende in, omdat het menselijk afweersyteem zich niet heeft kunnen voorbereiden op de nieuwkomer.


    Namen noemen

    De wijzigingen in het H en N eiwit hebben ook hun goede kanten.
    Zo worden ze gebruikt om de verschillende epidemieën van elkaar te onderscheiden.
    De Spaanse griep in de jaren '18-19 was bijvoorbeeld de schuld van een influenza A virus met een H eiwit van het type 1 en een N eiwit van het type 1.
    De A(H1N1) variant, kortom.
    De Aziatische snotvloed in '57-58 kwam voor rekening van de A(H2N2)-opvolger en de Hong-Kongellende was toe te schrijven aan A(H3N2).
    Let wel : vergeleken met de H2N2 is dus alleen het haemagglutinine gewijzigd, niet het neuraminidase.

    Dit zou meteen de verklaring kunnen bieden waarom de Hong-Kong griep duidelijk minder slachtoffers maakte dan zijn Aziatische voorganger : de antistoffen die circuleerden tegen de Aziatische griep bevatten immers een verdedigingsmechanisme tegen het neuraminidase type 2 (N2).
    En dit bood waarschijnlijk ook een gedeeltelijke bescherming tegen het H3N2-broertje.
    Wetenschappers kwamen ook tot de vaststelling dat er rond de eeuwwisseling waarschijnlijk een griepvariant heeft gecirculeerd met de H3-component. indien deze veronderstelling juist is, dan waren de senioren van '68 waarschijnlijk nog immunologisch beschermd tegen de Hong-Kong variant doordat ze in hun jeugd af te rekenen hadden met een obscure voorganger.

    Toch blijven de nodige raadsels bestaan.
    Zo is het een groot vraagteken waarom de initieel vrij zwakke H3N2 mutant en zijn nazaten sinds hun verschijning al zo'n 400.000 slachtoffers hebben gemaakt in de Verenigde Staten.
    Sterfte die voor 90 % op de debetrekening van de bejaarden kan worden geschreven.
    Van alle influenzavirussen die momenteel de wereld rondgaan heeft A(H3N2) nog steeds de grootste impact.


    Verstoppertje spelen

    Erg handige naamgeving trouwens, met die H's en N's, want de verschillende mutanten spelen over de jaren heen nogal eens verstoppertje.
    En via die korte codering wordt hun doen en laten makkelijker te volgen.
    Neem als voorbeeld onze Spanjaard, de A(H1N1).
    Sinds de pandemie (een wereldwijde epidemie) van '18-19 is dit subtype blijven circuleren en evolueren - met de nodige flinke epidemieën tot gevolg.
    Tot in 1957 de A(H2N2) opdook in Azië: plots leek A(H1N1) van de aardbodem verdwenen.
    'Leek', want in 1977 dook het weer op, in een vorm die bijna identiek was aan de variant die in de jaren '50 de ondergrondse in vluchtte.

    Eenzelfde verdwijntruc vertoonden trouwens de A(H2N2) virussen ten tijde van de Hong-Kong griep in 1968.
    Maar soit, toen A(H1N1) opnieuw zijn neus door het venster stak in 1977, waren vooral de jongelui het haasje: iedereen die in de jaren '50 al rondliep had immers antistoffen.
    In Rusland resulteerde dit in een wijdverspreide epidemie onder Russen jonger dan 25 jaar, zodat sommige bronnen zelfs van een pandemie gewagen.
    Het feit dat alle ouwelui reeds bescherming hadden tegen de A(H1N1) verklaart waarschijnlijk de geringe sterfte tot dusver.
    Maar de vrees lijkt gegrond dat de mortaliteit ten gevolge van A(H1N1) in de toekomst weer zal toenemen doordat de beschermde populatie afneemt.


    Complicaties

    Griep is een mooie illustratie voor het Murphyaanse principe "Pech komt nooit in druppels, steeds in beken".
    Want op zich hoeft een influenza-infectie geen kwalijke gevolgen te hebben.
    Het zijn de bijkomende aandoeningen die een terecht slechte reputatie een gevaarlijk cachet geven.
    Het syndroom van Reye en de bacteriële longcomplicaties: een kort overzicht.

    Het syndroom van Reye, een acute neurologische aandoening, werd voor het eerst beschreven door de Australische patholoog R.D.K. Reye in 1962, na 12 jaar onderzoek.
    Ze manifesteert zich bij jongeren beneden de achttien na een infectie met influenza, waterpokken of een andere virale infectie.
    Bij vooral jonge kinderen stelde Reye vast hoe - na een aarzelend herstel van hun oorsponkelijke aandoening - symptomen als misselijkheid, lusteloosheid en verwarring optreden.
    Waarna binnen een termijn van een paar dagen duizeligheid, desoriëntatie en uiteindelijk coma hun intrede kunnen doen.
    In de ernstigste gevallen treedt een degeneratie van de lever op en een mogelijk fatale zwelling van de hersenen.
    De precieze oorzaak van de ziekte is niet gekend.
    Het lijkt erop dat de mitochondriën van de hersencellen - kleine structuren binnenin een cel die als krachtcentrale fungeren - zijn aangetast, maar dat is dan ook alles.
    Meer nog, het is zelfs niet zeker of het een nieuwe aandoening betreft.
    De mogelijkheid blijft reëel dat Reye slechts een nieuwe, samenhangende beschrijving heeft geformuleerd van een aandoening die voordien gewoon fout werd gediagnosticeerd.

    Een kleine doorbraak kwam tot stand toen de kwalijke effecten van aspirinegebruik aan het licht kwamen.
    Het gebruik van aspirine en andere salicylzuren bij de behandeling van virale infecties bij kinderen bleek immers een verhoogd risico op Reye's syndroom met zich te brengen.
    De terugloop in het optreden van Reye gedurende de tachtiger jaren wordt toegeschreven aan het verminderd gebruik van deze geneesmiddelen bij kinderen.
    Zoals vaak bij aandoeningen zonder duidelijke oorzaak is geen specifieke behandeling voor handen.
    Maar snel ingrijpen en het goed observeren van de vitale functies (met tijdig medisch bijsturen) kunnen de ontwikkeling van de ziekte tegenhouden.
    Momenteel herstelt ca. 70% van de patiënten volledig.


    Longproblemen

    Akkoord, Reye is een gevaarlijke (want minder goed herkenbare) ziekte die meereist op de nasleep van de griep.
    Maar de doelgroep is beperkt, net zoals het aantal gevallen.
    Stel daar tegenover de longproblemen.
    Alle leeftijdscategorieën krijgen ermee te maken, ze zijn duidelijk herkenbaar, en ze zorgen voor volle ziekenhuizen en meerdere pagina's 'Overlijdensberichten'.

    Ook hier lijkt het ergste griepleed geleden tot een complicatie het licht aan het eind van de tunnel doet doven.
    Een heropflakkerende koorts kondgt meestal is een bacteriële infectie van de onderste luchtwegen aan, die uitmondt in een longontsteking.
    Boosdoeners zijn meestal pneumococcen, maar ook staphylococcen, streptococcen of Haemophilus influenzae type b kunnen hun partijtje mee blazen.
    Echt dokterswerk, waarbij de patiënt alleen kan hopen dat de antibiotica hun werk zullen doen.



    2. - Influenza


    De Nederlandse taal kent zo zijn beperkingen.
    Tussen verkoudheid en griep ligt een hoestend, snotterend en koortsig rillend braakland dat meestal ten onrechte aan Koning Griep wordt toegekend.
    Bij gebrek aan beter.
    En niettegenstaande de termen grieperigheid en griepale aandoening hard hun best doen om deze leemte te vullen, is een griep, strikt genomen, alleen die naam waardig indien de ziekteverschijnselen veroorzaakt worden door een influenzavirus.
    En de term 'buikgriep' is meestal helemaal fout, omdat de pijnlijke en weinig frisse symptomen van deze virale infectie totaal niks te maken met het influenzavirus.

    Het griepvirus is niks meer dan een een strookje RNA (ribonucleïnezuur, de genetische 'matrijsplaat' voor de aanmaak van viruseiwitten) omhuld met een bolvormige vetzuurmembraan.
    Op een foto resulteert dit in een bal bezaaid met spijkers, zoals de noppen op de zool van een voetbalschoen.
    Deze spijkers bestaan uit twee eiwitten (haemagglutinine en neuraminidase), die ook wel de antigenen van het griepvirus worden genoemd.
    Het zijn immers deze eiwitten die de menselijke afweer zullen activeren waardoor de aanmaak van antistoffen tegen het virus op gang wordt gebracht.

    Wanneer het virus de cel van een gezond persoon aanvalt, stimuleren deze antigene eiwitten het immuunsysteem van het slachtoffer.
    De cellen van het immuniteitssysteem produceren antistoffen, eiwitten die de binnendringende virussen zullen aanvallen.
    Doordat iedere virusstam zijn eigen persoonlijke antigeen heeft, en dus ook zijn eigen antistoffen, zal - dankzij het immunologische geheugen - een tweede aanval van dezelfde virusstam eenvoudig afgeslagen worden door de gastheer.


    De familie Influenza

    'Hét' influenza virus bestaat niet.
    Influenza is een verzamelnaam voor tal van myxovirussen die een zekere mate van verwantschap vertonen.
    Een eerste ruwe opdeling wordt gemaakt tussen het geslacht 'Influenza', bestaande uit influenza A en influenza B en het geslacht 'Influenza C'.
    Van deze drie is influenza A het minst kieskeurig qua gastheer: zowel mensen, vogels als zoogdieren worden door dit type virussen geplaagd.
    Type B en C zijn duidelijk selectiever, en beperken zich in hoofdzaak tot onze soort, Homo sapiens.

    De meest voorkomende griepveroorzakers vallen onder de noemer influenza A.
    De verschillende varianten worden nauwkeurig gevolgd, en ingedeeld op basis van het soort eiwitten in de virusmantel, de plaats waar ze het eerst geïsoleerd werden, de nummer van het isolaat en de dag waarop de isolatie gebeurde.
    In het Amerikaanse vaccin dat werd samengesteld voor het griepseizoen 1996-97 zat bijvoorbeeld een antistof tegen A/Wuhan/359/95-like (H3N2) : een influenza A virus geïsoleerd in het Chinese Wuhan in 1995 met versie 3 van heamagglutinine en versie 2 van neuraminidase.
    Gemakshalve wordt dit virus omgedoopt tot A(H3N2) - dat praat wat makkelijker, en voor iedereen is het duidelijk dat het een variant is op het virus dat de Hong-Konggriep veroorzaakte.


    René Russo

    Griep is een acute infectie.
    Ze verspilt geen tijd met waarschuwingspijntjes en andere kleine ongemakken.
    Eén tot twee dagen na de infectie breken plots de symptomen door.
    Het slachtoffer maakt koorts, die vlug kan oplopen van 38 naar 40 graden Celsius.
    De koorts gaat vergezeld van rillerigheid, een algemeen gevoel van slapte en vage spierpijn, eventueel nog vervolledigd met hoofdpijn, buikpijn en keelpijn.
    Na drie tot vier dagen zakt de koorts, maar het hoesten en niezen nemen toe.
    De meeste virusstammen verschillen niet veel in de ellende die ze veroorzaken, hoewel ze op antigeen vlak totaal verschillend kunnen zijn.
    Influenza verspreidt zich via vloeistofpartikels die worden uitgehoest of uitgeniesd door geïnfecteerde slachtoffers.

    In de film 'Outbreak' – cfr. : http://www.imdb.com/title/tt0114069/#comment - werd de ultieme nachtmerrie van iedere viroloog filmwerkelijkheid.
    Het Ebola-virus, in levenden lijve zeer kwaadaardig, is in zijn huidige vorm vrij eenvoudig in bedwang te houden : het kan zich alleen verspreiden via bloed of wondvocht van besmette personen, dus niet via de lucht.
    Tot Dustin Hoffman en René Russo geconfronteerd werden met een mutant die toch via de lucht (dus via hoesten en niezen) overdraagbaar is.
    Via een legendarische scène in een dorpsbioscoop, gefilmd vanuit hoestdruppelperspectief, werd geïllustreerd hoe één besmette dierverzorger er al snotterend in slaagde om een hele zaal te besmetten met het dodelijke Ebola.


    Het paard van Troje

    Dé ideale voedingsbodem voor een rondzwervend influenza virus zijn de luchtwegen van een pechvogel die niet beschermd is door de goede antistoffen.
    Zodra een virus met snode plannen (en een influenzaatje heeft ALTIJD snode plannen) een dergelijke buitenkans aantreft, zit het met twee problemen.
    Hoe een cel binnen geraken en, eens binnen, hoe de cel zover krijgen dat ze nieuwe virusjes zal helpen aanmaken ?

    Voor het eerste probleem, het kraken van de cel, maakt eerst het neuraminidase de weg vrij : het ruimt de aanwezige obstakels uit de weg zodat het virus toegang krijgt tot de celwand.
    Vervolgens hecht de onverlaat zich vast aan de celwand met behulp van haemagglutinine.
    De cel reageert hierop door het viruspartikel te omhullen, en op te slokken in het inwendige van de cel.
    Hier zullen de celeiwtten van de gastheer (lysosomale proteasen en lipases) de vetzuurmantel van het virus ontmantelen, waardoor het virale RNA - de kern van de zaak - vrijgesteld wordt.
    Als een echt paard van Troje is het eerste probleem dus opgelost.

    Het tweede probleem (de virusvermenigvuldiging) vindt een oplossing in de kern van de cel.
    Het virale RNA verhuist immers van de celrand (het cytoplasma) naar de celkern (de nucleus).
    En hier wordt de geïnfecteerde cel grondig gehersenspoeld.
    Het virale RNA zal eerst door de cel vertaald worden in specifieke virale eiwitten, waarna de cel onder invloed van deze eiwitten de productie van de normale lichaamseiwitten zal staken en zich volledig zal richten op de productie van nieuwe virussen.
    Van een vijandige overname gesproken.

    De nieuwe viruspartikeltjes worden vervolgens weer naar de celwand geëscorteerd, waar het naakte virus RNA zich in de celwand zal nestelen, vervolgens attent omhuld wordt met een mantel, om zich ten slotte volledig zelfstandig en volgroeid af te scheiden van de tot sterven gedoemde virusproducerende cel.
    Waarna de zoektocht naar een nieuw en gezond slachtoffer kan beginnen, om daar op zijn beurt de Trojaanse paardentruc uit te proberen.


    Honkvast

    In gastheertermen gesproken zijn de verschillende influenza A varianten behoorlijk honkvast.
    Vogels bij vogels, mensen bij mensen, varkens bij varkens - zo hoort het.
    De symptomen verschillen wel duidelijk : valt het virus bij mensen, varkens en paarden de epitheelcellen aan het oppervlak van de ademhalingswegen aan, bij vogels zal dit het darmweefsel zijn.
    Met een infectieperiode tussen twee en vier weken betekent dit dat vogels al die tijd virussen kunnen uitscheiden via hun mest, zodat stilstaand water of vaste rustplaatsen echte besmettingshaarden worden.

    Voor ons, mensen, is het trouwens zeer prettig dat een influenzavirus meestal bij zijn oude vertrouwde soort blijft.
    De zeldzame keren dat een mutant al eens de oversprong van dier naar mens maakte, ging meestal gepaard met een epidemie van ongekende omvang.
    Deze soortgrensoverschrijding vindt trouwens merkwaardig vaak in China plaats.
    Waarschijnlijk geen toeval, omdat virusmutanten daar een vruchtbare combinatie aantreffen van intens contact tussen mens en landbouwhuisdier binnen een dicht bevolkt gebied.



    Verkoudheid


    Mensen die het weten kunnen beweren dat iemand die ooit ECHT de griep onder leden heeft gehad nooit of te nimmer nog een verkoudheid wereldkondig zal maken als 'een griepje'.
    Voor de incrowd van ex-grieppatiënten, dames en heren, is een ordinaire verkoudheid volstrekt peanuts.

    Verkoudheden hebben niks te maken met een influenzavirus, maar alles met de rhinovirussen.
    Tot nog toe zijn er zo'n 200 geïsoleerd, en het is niet ongewoon dat per verkoudheid meerdere rhino's worden aangetroffen in het neusuitvloeisel.
    Rhinovirussen zijn wat virologen noemen pico-rna-virussen : zelfs naar virusnormen erg kleine virussen, niet voor niks de kleinst bekende diervirussen.
    In tegenstelling tot influenza bezitten ze geen virusmantel om hun RNA te beschermen : het RNA is hooguit bedekt met kleine eiwitstructuren die 'capsomeren' worden genoemd.
    Kleine virussen vergeleken met de grote griepbroer en de symptomen zijn er ook naar : hét grote verschil tussen verkoudheid en griep is de afwezigheid van koorts en het relatief milde karakter van de overige symptomen.


    Gezondheid

    Een boodschap die warm onthaald zal worden bij de snotgevallenen en de kriebelhoesters, maar ja, die lui hebben ook geen griep.
    Ze zijn niet meer dan het slagveld voor een open gevecht tussen het virus en het afweermechanisme van de gastheer.
    Zodra een virus een gaatje heeft gevonden in de bescherming van de neuswegen - bijvoorbeeld door de droge kantoorlucht en huiskameromgeving in winterse tijden - nestelt het zich in weefsel van het inwendige neusoppervlak.
    Een hoogst irriterende activiteit voor de neuscellen, die spontaan grote hoeveelheden heldere vloeistof zullen afscheiden.
    Dit snot moet het aanwezige virus verdunnen en verwijderen uit de neus.
    Een schrale troost, na de veertiende kleenex.
    Wat later raken ook de reukzones in de neus aangestoken door de ontstekingsreactie.
    En het Grote Niezen kan beginnen.
    Een niesbui is dus niks anders dan een luidruchtige poging om die virussen de neusdeur te wijzen.


    De longen uit uw lijf

    What's next ?
    Hoesten !
    Want naarmate het virus dieper doordringt in de luchtwegen komt de diepe hoest stilaan het rijtje symptomen vervoegen.
    En dan houdt het stilaan op : het afweermechanisme komt op volle sterkte, het hoesten en niezen verminderen en de maagdelijk witte maar snotnatte zakdoeken worden goorgroene kleverige vodden.
    Het zijn de restanten van afgestorven cellen die uw eertijds helder neusvocht omvormen tot een pastelkleurige taaie massa, wachtend op een frisse kookwas.


    Allemaal samen

    Een rhinovirus heeft niet veel tijd nodig om zich kenbaar te maken : de incubatieperiode is slechts één tot vier dagen en de besmette persoon spreidt de kiemen al kwistig rond voor hij of zij zelf symptomen vertoont.
    Dit slachtoffer hoeft daarvoor geen 'kou gevat' te hebben.
    Het is niet de kou die ons vatbaarder maakt voor verkoudheden, het is eerder het binnenleven tijdens herfst en winter.
    Veel mensen bij mekaar, droge lucht door de centrale verwarming en vuile lucht door de gebrekkige ventilatie helpen samen de weg banen voor het virus.


    Niet levend

    Een remedie ?
    Rust en veel drinken.
    En indien de verkoudheid het pad heeft geëffend voor een ernstigere bacteriële infectie, dan kunnen er nog wel eens antibiotica aan te pas komen.
    Maar die hebben dan - strikt genomen - niks meer te maken met de verkoudheid.
    Want verkoudheden worden veroorzaakt door virussen, en daar helpen geen antibiotica tegen.
    Op de keper beschouwd leven virussen immers niet echt: het zijn pakketjes erfelijk materiaal, al dan niet verstopt in een eiwitmantel, die voor hun vermenigvuldiging externe hulp nodig hebben.
    Bacteriën kunnen dat zelfstandig, en zijn dus wel levend.


    RSV

    Voor lezers met baby's is er nog een bonus: het Respiratoir Syncitiaal Virus of RSV.
    Een besmettelijke aandoening van de longblaasjes die zich uit in hoesten, een lopend neusje, lichte koorts en stevige ademhalingsmoeilijkheden.
    Een opname in het ziekenhuis waar de zuigeling aan de zuurstoffles wordt gelegd kan noodzakelijk zijn.
    Oppassen dus.
    Zeg niet zomaar verkoudheid tegen RSV.



    Epidemie


    Zodra één of andere besmettelijke ziekte de kop op steekt - of het nu Ebola, tuberculose, cholera of griep is - duikt ook het beruchte E-woord op in de media.
    Een epidemie !
    Builenpest !
    De zwarte dood !
    Lijkverbranding !
    Terwijl een epidemie gewoon een neutrale wetenschappelijke term is.
    Meer nog, er is zelfs een wetenschapstak, de epidemiologie, die zich de studie van epidemieën tot taak heeft gesteld.

    Strikt genomen is de epidemiologie de wetenschap die zich bezig houdt met het voorkomen, de verdeling en de controle van een ziekte binnen een populatie, bijvoorbeeld de populatie van alle Belgen.
    Ze bestudeert dus aspecten van een ziekte op een veel ruimer niveau dan dat van de individuele patiënt.
    Een opstelling die zich uitermate leent voor beleidsondersteuning.
    Op basis van epidemiologisch onderzoek kunnen ambtenaren en politici rationele besluiten nemen die moeten leiden tot de preventie of de beheersing van een bepaalde ziekte.
    De pro-condoomcampagnes ten behoeve van de aidspreventie vormen hiervoor een mooi voorbeeld.


    De drempelwaarde

    Een epidemie is in feite een statistische term, waarin twee begrippen centraal staan : het aantal nieuwe ziektegevallen binnen een bepaalde periode en het aantal zieken dat men normaal zou verwachten voor die periode.
    Indien het aantal nieuwe gevallen het normaal geachte aantal overtreft, dan mag het woord 'epidemie' uit de kast worden gehaald.
    In deze definitie is de normaal verwachte waarde- de 'epidemiedrempel' - dus zeer belangrijk.

    Zoals blijkt uit dit grafiekje, geplukt uit een oude uitgave van de krant, schommelt deze met de seizoenen.
    In de wintermaanden december en januari wordt de vraag : 'Is er een epidemie van acute luchtweginfecties ?' positief beantwoord indien meer dan 20 procent van de patiënten die zich aanbieden bij hun arts een acute luchtweginfectie blijken te hebben.
    Tijdens de zomermaanden, daarentegen, daalt de drempel tot ca. 13 procent van de patiënten.
    Deze seizoensgebonden schommelingen in de epidemiedrempel zijn niet zo vreemd.
    Door de andere - ongezondere - levenswijze tijdens de wintermaanden, waarin mensen vaker binnenzitten in een te droge lucht met veel collega's of scholieren op een kluitje terwijl buiten langdurige mist alle uitlaatgassen vasthoudt, kunnen inderdaad meer luchtwegaandoeningen verwacht worden dan in de zomermaanden.
    Ook de ontspannen zomervakanties zullen daar wel voor iets tussen zitten.

    Verder valt natuurlijk op dat de griepgevallen slechts een klein deel uitmaken van alle acute luchtweginfecties.
    Maar indien u het stukje over verkoudheden al hebt doorgespit, is dat natuurlijk geen nieuws.
    In België houdt het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie (IHE) – cfr. :
    http://www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/ -) via telefonische ondervraging van een aantal huisartsen in de gaten hoe de toestand van de griepachtige aandoeningen evolueert.
    De Franse variant is wekelijks te volgen op het Internet.
    De meest recente epidemie, die optrad rond de jaarwisseling, was mooi te volgen via dit SENTIWEB-systeem.

    Binnen dit systeem wordt epidemie-alarm geslagen wanneer aan drie citeria is voldaan : het aantal nieuwe gevallen verdubbelt ten opzichte van de voorgaande week; in 6 Franse departementen worden meer dan 300 gevallen per 100.000 inwoners vastgesteld; gedurende drie opeenvolgende weken is het aantal nieuwe gevallen in de leeftijdscategorie tussen 10 en 19 jaar gestegen.
    Deze toename bij jongeren is meestal de voorbode van een komende epidemie.


    Net even anders

    Het voorgaande illustreert hopelijk dat de term 'epidemie' geen loos begrip is, maar een duidelijke wetenschappelijke achtergrond heeft.
    Verwante begrippen zijn de pandemie en endemie.
    Een pandemie, bijvoorbeeld de Spaanse griep, is niets meer dan een epidemie die zich afspeelt in een groot gebied.
    Maar wat is groot ?
    Een volledig werelddeel ?
    Meerdere werelddelen ?
    Enkele landen samen ?
    Het is dus een wat vage, subjectieve term voor een flinke epidemie.

    Een endemie daarentegen is geen epidemie.
    Een endemie beschrijft namelijk een ziekte die continu aanwezig is in een populatie op een relatief vast niveau, met een nagenoeg voorspelbaar aantal gevallen en een uitgesproken lokaal karakter.
    Endemieën worden gevaarlijk wanneer de ziekteverwekker uit de lokale populatie ontsnapt en in een gebied terecht komt waar hij tot dusver onbekend was.
    U herinnert zich misschien uit de jaren '80 een uitbraak van Afrikaanse varkenspest in West-Vlaanderen ?
    Wel, dit was typisch een geval waarbij een endemische ziekte (Afrikaanse varkenspest) uit haar normale omgeving (Zuid-Spanje) ontsnapt en een ravage aanricht op de nieuwe plaats van bestemming (Vlaanderen).


    Cyclisch

    Hét kenmerk van een epidemische ziekte als griep is het cyclische karakter : de ziekte duikt op, neemt sterk toe, dooft uit en verdwijnt weer voor een tijd.
    Naarmate de ziekte meer slachtoffers maakt daalt immers het aantal personen wat nog besmet kan worden : ofwel zijn de mensen aan de ziekte gestorven ofwel zijn ze besmet maar reeds immunologisch beschermd.
    Een nieuwe aanval van hetzelfde virus zal dan ook stuk lopen, omdat het virus zich eenvoudigweg niet meer kan voortplanten.
    De kans dat een onbesmet persoon wordt aangetroffen is klein maar aanwezig (denk maar aan vakantiegangers die teruggekeerd zijn).

    Maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat zo'n nieuwe patiënt nog meer onbesmette personen tegen het lijf loopt vóór hij of zij zelf het virus de baas is geworden.
    Er zīĵn namelijk nauwelijks nog niet-besmette personen te vinden.
    Gezien een virus zich in een dergelijke populatie niet kan verspreiden (de kans op succesvolle overdracht is belachelijk klein) kan men zeggen dat de populatie in zijn geheel immuun is.
    Jammer genoeg is deze toestand tijdelijk : de immunologische bescherming (het immunologisch geheugen) verslechtert geleidelijk; immunologisch beschermde personen sterven; jonge mensjes worden geboren zonder weerstand tegen een voorbije epidemie en vergroten zo het vatbare deel van de populatie.


    Een voorbeeld

    En de cirkel begint van voor af aan.
    Een mooi voorbeeld hiervoor vinden we in Nederland.
    In tegenstelling tot België is polio (kinderverlamming) in Nederland nog steeds een probleem binnen bepaalde bevolkingsgroepen.
    Uit religieuze overwegingen weigert een deel van de Nederlandse bevolking immers principieel een vaccinatie tegen polio bij zuigelingen.
    Deze streng gereformeerden bevolken vooral een smalle strook die zich uitstrekt van Zeeuws-Vlaanderen over Noord-Brabant en Gelderland tot voorbij Overijssel.
    Met een tussenperiode van enkele tientallen jaren golft een polio-epidemie door deze besloten gemeenschappen, gedragen door de inmiddels weer flink gegroeide groep van jongelui die de vorige epidemie niet hebben meegemaakt.
    Waarna het aantal poliogevallen weer terugvalt, in afwachting van nieuwe geboortes en een nieuwe epidemie.



    Pillen en spuiten


    De vaststelling dat voor de meest voorkomende virale infecties als verkoudheden en griep geen adequaat geneesmiddel beschikbaar is, alle onderzoek en research-budgetten ten spijt, is behoorlijk ontnuchterend.
    Rusten, veel water drinken en uitzieken : voilà het nuttigste doktersadvies anno 2001.
    Aspirine, acetaminophen en rimantadine zijn niet meer dan hulpmiddeltjes.
    Op voorwaarde dat de patiënt geen bijwerkingen hoeft te vrezen, natuurlijk.
    Een - helaas erg kort - overzicht van de farmaceutische hulpmiddeltjes voor grieppatiënten.


    De wilgenpil

    De opener van dit korte rijtje is een klassieker : de aspirine, de populaire goed bekkende naam voor 'acetylsalicylzuur'.
    In deze scheikundige benaming herkennen plantkundige diehards 'salicyl' als een afgeleid van 'Salix'.
    En laat dit nu de wetenschappelijke naam van het plantengeslacht 'Wilg' wezen.

    Toeval ?
    Nee, want liefhebbers van historische avonturenromans zijn ongetwijfeld vertrouwd met een variant op de volgende klassieke scène.
    De voortvluchtige held van dienst wordt rillend van de moeraskoorts en op sterven na dood opgepikt door een 'toevallig' passerende vrijbuiter / stroper / veenkluizenaar / monnik.
    Waarna deze laatste (maak zelf uw keuze) een aftreksel van wilgenbast brouwt, de onfortuinlijke hoofdrolspeler voor de ogen van Magere Hein tot het rijk der springlevenden terugkeert en op een dieet van gegrilde eend met veenbessen wordt klaargestoomd voor het happy end.
    Voor één keer geen literaire fantasie van een biologisch ongeletterd romancier : aspirine slikken is inderdaad niets meer dan een moderne variant op het kauwen van wilgenbast.

    Aspirine is een milde pijnstiller zonder verdovende werking die werkzaam is tegen hoofdpijn, spierpijn en gewrichtspijnen.
    Maar de stof is dus ook werkzaam tegen koorts, ontstekingen en zwellingen en wordt daarom eveneens gebruikt voor de behandeling van reumatische artritis, reumatische koortsen en lichte infecties.
    In het geval van griep kan aspirine dus een aantal symptomen zoals koorts en pijnen helpen verlichten, maar dat is louter symptoombestrijding : de echte oorzaak van de griep, het influenzavirus, wordt ongemoeid gelaten.

    Een andere, vrij recent ontgonnen doelgroep, betreft patiënten die een lichte hersenbloeding of hartaanval overleefd hebben.
    Doordat aspirine de vorming van bloedplaatjes tegenwerkt, voorkomt het de vorming van bloedklonters, zodat de kans op een tweede - en misschien fatale - hersenbloeding of hartaanval afneemt.

    Helaas, ook hier geen rozen zonder doornen.
    Aspirine heeft immers ook een minder frisse kant.
    Een aantal mensen is allergisch voor het geneesmiddel en het is ook berucht bij patiënten met maagklachten.
    Wegens een verhoogd risico op het syndroom van Reye wordt het gebruik van aspirine bij grieperige kinderen ontraden.
    En ook zwangere vrouwen wenden zich best tot hun huisarts alvorens naar een aspirine-achtige pijnstiller te grijpen.


    Alternatieven

    Paracetamol en ibuprofen zijn twee vervangmiddelen voor de aspirine.

    Ibuprofen heeft echter, niettegenstaande zijn totaal verschillende samenstelling, nogal wat gemeen met aspirine.
    Zowel zijn gewenste effecten als zijn bijwerkingen vertonen veel overeenkomsten, zodat de keuze tussen ibuprofen en aspirine best aan de huisarts wordt overgelaten.

    Paracetamol daarentegen is wel degelijk een alternatief voor aspirinegebruik, met name voor maagpatiënten.
    Een voordeel dat bij overdosering wegvalt : dit kan namelijk resulteren in een fatale levercrisis.
    In tegenstelling tot aspirine heeft het echter geen ontstekingsremmende werking.
    En zwangere vrouwen consulteren best hun arts alvorens naar één van beide middelen te grijpen, niettegenstaande onderzoek naar de bijwerkingen van paracetamol tot dusver geen gevaar signaleerde voor de moeder of de foetus.


    De nieuwkomer

    In december 1993 werd Rimantadine – cfr. : http://www.rnwebdesign.nl/pharmaselecta/site/index.php?option=com_content&task=view&id=383&Itemid=57 -&- http://www.rxlist.com/flumadine-drug.htm - goedgekeurd door de Amerikaanse Food and Drug Administration als geneesmiddel voor het voorkomen en behandelen van een infectie met influenza A virus.
    Rimantadine verhindert - net als zijn verwant amantadine (cfr. :
    http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_geneesmiddelen/AMANTADINE-9113-537-art.htm -) - de vermenigvuldiging van het virus en voorkomt of bestrijdt op die manier een infectie.
    Toch is rimantadine niet het lang verhoopte wondermiddel tegen griep dat de inenting kan

    vervangen.
    Op de eerste plaats is er de steeds wijzigende vorm van het virus, die ervoor zorgt dat nu reeds resistente influenza A virusstammen circuleren.
    Bijkomend zijn er de bijwerkingen zoals slapeloosheid, nervositeit en spijsverteringsproblemen.
    Het lijkt erop dat het belangrijkste toepassingsgebied van rimantadine op het curatieve vlak zal liggen, namelijk bij het verminderen van de ergste griepsymptomen direct na het optreden van de ziekte.
    Voor wat betreft de preventie, dus het voorkomen, van de griep blijft de spuit pal overeind staan.


    Vaccinatie

    De slimste manier om de griep een hak te zetten is de spuit.
    Een jaarlijkse vaccinatie onder de risicogroepen biedt de beste garantie dat de echte griepsymptomen, de ziekenhuisopname en zelfs de begrafenisondernemer uw voordeur voorbij zullen hollen, op weg naar een immunologisch weerloos slachtoffer.
    Hier duikt wel een probleem op voor mensen met spuitvrees of een witte-jassenfobie: een griepvaccinatie moet ieder jaar herhaald worden.
    Influenzavirussen zijn immers uiterst onberekenbaar.
    Een spreuk als 'een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken' doet de griepvirussen nog zwaar tekort : ze verliezen hun haren noch hun streken, ze veranderen gewoon van kapsel en haarkleur.

    Ieder griepseizoen kent dus zijn eigen virusvarianten.
    Daarom probeert ieder jaar een clubje wetenschappers te voorspellen welke varianten in de nabije toekomst de dienst zullen uitmaken.
    En op basis van die voorspelling wordt dan een mix samengesteld.
    In die hutsepot van vaccins zitten de A en B virussen die in dat betreffende jaar regelmatig gesignaleerd werden, alsook die virusstammen waarvan verwacht wordt dat ze in de nabije toekomst een hoofdrol kunnen opeisen.
    Maar jammer genoeg bezit het genootschap experts geen kristallen bol.
    De onvoorspelbaarheid van het virus laat altijd de mogelijkheid open dat een nieuwe variant opduikt waartegen geen vaccin was aangemaakt, met alle medische gevolgen vandien.


    Eieren

    Voor de aanmaak van het vaccin worden vervolgens de geselecteerde virusstammen gekweekt in bevruchte kippeëieren, een prima voedingsbodem.
    Waarna alle gekweekte virussen chemisch behandeld worden.
    Hierdoor verliezen ze wel hun kwalijkste eigenschappen, maar niet hun vermogen een immunologische reactie op te wekken bij de ontvanger van het vaccin.
    Schitterende manier om vaccins te bereiden : er hoeven geen konijnen, apen of paarden getreiterd te worden met griepinfecties, alleen eieren die anders gewoon in de mayonaise of de wafels waren beland.
    Toch past ook hier een kanttekening.
    In de vaccins blijven immers restantjes eiereiwit achter en er bestaan sukkelaars die allergisch zijn voor eieren.
    Een kleine minderheid die zich best goed informeert bij de huisarts alvorens zich te laten vaccineren.

    Verder valt het wel mee met de vaak gehoorde opmerking dat je van een griepvaccinatie zieker wordt dan van de griep zelf.
    Minder dan één derde van alle gevaccineerden heeft last van een zeurende pijn ter hoogte van de plek waar de dokter zijn spuit plaatste.
    En slechts 5 tot 10 % van alle gevaccineerden heeft te kampen met lichte bijwerkingen als hoofdpijn en lichte koorts tijdens de dag volgend op de vaccinatie.
    Meestal betreft het dan nog kinderen die nog nooit in contact waren met het virus.


    Pech

    Toch zijn er mensen die mordicus weigeren om zich in de maanden oktober en november te laten vaccineren - een vaccinatie moet immers een aantal weken voor de verwachte infectie gebeuren zodat het lichaam voldoende antistoffen kan opbouwen.
    Slechts 1 op 5 Belgen is jaarlijks gewapend tegen de griep.
    Voor oudere mensen kan daarin meespelen dat de vaccins die tot de zestiger jaren gefabriceerd werden inderdaad zeer gemene neveneffecten konden hebben.
    Deze inentingen bevatten immers tal van onzuiverheden - en uitgerekend deze onzuiverheden veroorzaakten symptomen als hoofdpijn, koorts en spierpijn.
    Symptomen die merkwaardig goed overeenstemmen met die van echte griepslachtoffers.
    Een dankbare voedingsbodem voor het misverstand dat je de griep krijgt van een griepprik.

    Een andere bron van vaccinmisverstanden vormen mensen die met een correct vaccin werden ingeënt en toch de echte griep kregen.
    Omdat ze zich te laat lieten inenten, zodat de infectie hen te pakken kreeg voor het lichaam antistoffen kon aanmaken.
    Ofwel omdat ze - domme pech - te kampen kregen met een virusvariant die niet in het vaccinpakket was opgenomen.
    Ofwel omdat hij uit het niets is opgedoken (via een antigene shift) ofwel omdat hij een licht gewijzigde variant is van de stam die wél in het pakket zat.
    Antigene drift in de praktijk.
    En helaas pindakaas voor de pechvogels.
    Maar zelfs deze ongelukkigen hebben zich niks voor niks aangeboden bij hun huisarts: hun inenting zorgt er immers voor dat de symptomen minder erg zullen zijn en de kans op zware complicaties een flink stuk kleiner is.
    Dus, alle risicogroepen : gewoon halen, die spuit.


    Risicogroepen

    De griepprik vervult voor de preventie van zware complicaties na een griepbesmetting de rol die in de aidsbestrijding aan het condoom is toegedicht.
    Indien u tot een risicogroep hoort natuurlijk en ouder bent dan zes maanden.
    U kan worden toegelaten tot het kransje van risicopatiënten op basis van twee criteria : leeftijd en medische achtergrond.
    Een doktersconsult dringt zich bij de volgende vaccinatieronde op wanneer u :

    1. na het doornemen van dit dossier nog steeds niet weet of u zich nu beter laat inenten of niet of

    2. ouder bent dan 65 jaar of

    3. een bewoner bent van een rusthuis of een ander verzorgingstehuis en steeds onder medisch toezicht staat wegens een chronische aandoening of

    4. lijdt aan chronische aandoeningen van de luchtwegen of de bloedsomloop en ook als u een kind bent met astma of

    5. het voorbije jaar onder medisch toezicht stond of gehospitaliseerd werd ten gevolge van stofwisselingsziekten (zoals diabetes), nieraandoeningen, bloedziekten of immunosuppressie (hierbij inbegrepen geneesmiddelen met een immuniteitsonderdrukkende werking zoals corticosteroïden) of

    6. tussen 6 maanden en 18 jaar oud bent en langdurig aspirine moet slikken : hierdoor heeft u immers een verhoogde kans op het syndroom van Reye bij een influenzabesmetting.


    Voor alle veiligheid

    Verder laat u zich best ook vaccineren indien u zelf geen kans loopt op verhoogde complicaties, maar wel in contact komt met mensen uit het hogervermelde lijstje.
    U kan immmers - ook al bent u niet ziek - kwistig virussen rondstrooien, met alle gevolgen vandien.
    Een verspreidingsrol die wegvalt indien u zich laat vaccineren :
    - dokters, verpleegsters en ander paramedisch personeel dat in contact komt risicopatiënten
    - werknemers in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen die in contact komen met de patiënten
    - vrijwilligers die actief zijn in zieken- en bejaardenzorg
    - huisgenoten (inclusief kinderen) van personen met een verhoogd risico.
    En verder kan u zich natuurlijk steeds laten inenten wanneer u zich gewoon wil indekken tegen de griep.
    Als een soort verzekeringspolis, omdat u geen lange afwezigheid op het werk of op school ten gevolge van een griepaanval wil riskeren, bijvoorbeeld.


    Links

    1. Grote Griep Meting
      Via grotegriepmeting.be kan je zelf melden of je aan griep of verkoudheid lijdt, zodat men snel een zicht heeft in de Benelux op de verspreiding van griepvirussen.
      Cfr. :
      -
      http://www.grotegriepmeting.be/
      -
      http://blog.luon.com/dblog/articolo.asp?articolo=269

    2. Acute luchtwegeninfecties en griep
      WIV / ISP -- Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) / Institut scientifique de Santé publique (ISP) -- Afdelingen 'Epidemiologie' & 'Virologie'
      Cfr. :
      http://www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/prog1.htm

    3. Griep & verkoudheid
      NRC Handelsblad
      Cfr. : http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Griep/inhoud.html


    Cfr. : http://www.gva.be/dossiers/-g/griep/dossier.asp




    Griepseizoen is begonnen

    Gezondheid.be, 04-11-2008 – Bron : European Influenza Surveillance Scheme (EISS)


    Sinds de tweede helft van januari is er sprake van een toenemend aantal griepgevallen in Europa.
    Verwacht wordt dat de ziekte in de komende weken zal toenemen.
    Dat blijkt uit gegevens van het Europese European Influenza Surveillance Scheme (EISS).

    De circulerende virusstam is van het vrij onschuldige type A, subtype H1N1 dat meestal slechts milde klachten veroorzaakt.
    Het griepvaccin van dit jaar beschermt tegen dit virustype.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=5161




    Influenza

    World Health Organization (WHO)


    Influenza is a viral infection that affects mainly the nose, throat, bronchi and, occasionally, lungs.
    Infection usually lasts for about a week and is characterized by sudden onset of high fever, aching muscles, headache and severe malaise, non-productive cough, sore throat and rhinitis.

    The virus is transmitted easily from person to person via droplets and small particles produced when infected people cough or sneeze.
    Influenza tends to spread rapidly in seasonal epidemics.

    Most infected people recover within one to two weeks without requiring medical treatment.
    However, in the very young, the elderly and those with other serious medical conditions, infection can lead to severe complications of the underlying condition, pneumonia and death.


    Cfr. : http://www.who.int/topics/influenza/en/index.html




    European Influenza Surveillance Scheme (EISS)

    EISS aims to contribute to a reduction in morbidity and mortality due to
    influenza in Europe


    EISS helps reduce the burden of disease associated with influenza in Europe by collecting and exchanging timely information on influenza activity, contributing to the annual determination of the influenza vaccine content, providing relevant information about influenza to health professionals and the general public and contributing to European influenza pandemic preparedness activities.

    Twenty-six European Union Member States, Norway, Serbia, Switzerland and Ukraine participate in EISS.
    The United Kingdom is represented by four surveillance networks : England, Northern Ireland, Scotland and Wales.

    EISS publishes a weekly surveillance report – cfr. : http://www.eiss.org/cgi-files/bulletin_v2.cgi?season=2008 - on influenza activity in 30 countries : Austria, Belgium, the Czech Republic, Denmark, England, Estonia, France, Germany, Greece, Hungary, Ireland, Italy, Latvia, Lithuania, Luxembourg, Malta, the Netherlands, Northern Ireland, Norway, Poland, Portugal, Romania, Serbia, Scotland, the Slovak Republic, Slovenia, Spain, Sweden, Switzerland and Wales.
    The surveillance reports are based on data reported by 25,750 sentinel physicians and cover a total population of 498 million inhabitants.

    EISS also operates the Community Network of Reference Laboratories for Human Influenza (cfr. : http://www.eiss.org/html/lb_description.html -).
    This network includes 38 reference laboratories in all of the countries participating in EISS.

    Cfr. the latest epidemiological and virological data for Europe at : http://www.eiss.org/cgi-files/bulletin_v2.cgi?season=2008 -.


    Cfr. : http://www.eiss.org/




    Betalen met het griepvirus

    Knack, 17-01-2008


    Het griepvirus kan meer dan twee weken overleven op een bankbiljet.
    Tot die conclusie komen wetenschappers van de Universitaire Ziekenhuizen van Genève.
    Ze voerden hun onderzoek uit in opdracht van een Zwitserse bank.

    De bank, waarvan de naam niet is bekend gemaakt, maakte zich zorgen over een eventuele pandemie door het uitwisselen van geld, zo schrijft de Zwitserse krant Le Temps woensdag.
    Enkel en alleen in Zwitserland veranderen elke dag 20 à 100 miljoen bankbiljetten van eigenaar.

    De onderzoekers plaatsten diverse stammen van het griepvirus op oude bankbiljetten en bewaarden ze nadien op kamertemperatuur.
    Terwijl het virus in die omstandigheden normaal maar enkele uren overleeft, werd het hier wanneer het in grote concentraties aanwezig was enkele dagen oud.

    Meer nog, wannneer het virus zich vermengde met menselijke secretie (slijm) kon het wel twee en een halve week overleven, schrijft Le Temps.

    De Zwitserse wetenschappers gaan nu natrekken in welke mate de bankbiljetten het griepvirus echt kunnen verspreiden, maar relativeren het risico.
    "Tijdens een griepepidemie zijn het vooral virusdeeltjes in de lucht en de directe intermenselijke contacten die aan de basis liggen van de besmetting", luidt het.


    Cfr. : http://www.knack.be/kanaal/bodytalk/betalen-met-het-griepvirus/site72-section35-article11724.html

     

    Lees verder : Deel II



    05-11-2008 om 15:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het griepseizoen is begonnen - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

















        Het griepseizoen is begonnen

        Deel II




    De griepprik

    Monique Hordijk – GezondheidsNet.nl


    Niet elke verkoudheid of wat we in de volksmond 'griep' noemen is influenza.
    Influenza is een acute ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt door een virus.
    Gezonde mensen kunnen van influenza knap ziek worden en mensen in de risicogroep lopen kans op allerlei vervelende complicaties - van ernstige benauwdheid tot longontsteking en zelfs de dood toe.


    Wat is de griepprik ?

    De griepprik is een vaccinatie tegen het influenzavirus.
    Het vaccin wordt door middel van een injectie in je bovenarm toegediend - dit kan wat roodheid, zwelling en pijn geven.
    Je wordt van de vaccinatie niet ziek maar je lichaam maakt in ongeveer twee weken tijd wel voldoende antistoffen aan (voor de bereiding van het vaccin worden bebroede kippeneieren gebruikt - let dus op als je een kippeneiallergie hebt !).


    Waarom elk jaar een griepprik halen ?

    De griepprik werkt echt en is de enige bescherming tegen de griep.
    Het aantal ziektegevallen is door de vaccinaties met 70-80 procent teruggelopen.
    Het influenzavirus verandert elk jaar een beetje waardoor er jaarlijks een nieuw vaccin wordt samengesteld.
    Zo blijft je afweersysteem bij de tijd.
    Onderzoekers hopen in de toekomst een eenmalige griepprik met blijvende bescherming te ontwikkelen.


    Wie krijgt de griepprik ?

    In principe kan iedereen bij zijn huisarts om de griepprik vragen.
    Voor de gratis gripprik is een risicogroep (volwassenen en kinderen) samengesteld :

    • bewoners van tehuizen en instellingen (besmettingsgevaar)

    • personen van 60 jaar en ouder

    • personen met longziekten (astma, bronchitis, emfyseem etc.)

    • personen met hartziekten (hartritmestoornissen, hartoperatie etc.)

    • personen met nierziekten (transplantatie, dialyse)

    • personen met diabetes

    • personen vatbaar voor steenpuisten (en overige leden van het gezin)

    • personen met een verstoord afweersysteem (beenmergtransplantatie, HIV behandeling met cytostatica en/of radiotherapie bij kanker etc.)

    Als je buiten de risicogroep valt maar toch in aanmerking wilt komen voor de gratis griepprik, kun je dit overleggen met je huisarts.
    Je kunt hem ook zelf betalen.
    In sommige gevallen vergoedt de zorgverzekeraar de kosten.


    Werkgever en de griepprik

    Het kan ook zijn dat je werkgever aanbiedt om de griepprik te betalen.
    Sommige bedrijven en instellingen bieden jaarlijks het vaccin aan al hun personeel aan.
    Jij beslist uiteindelijk of je hiervan gebruik wilt maken.


    Wel of geen griepprik

    Als je tot de risicogroep behoort, doe je er verstandig aan elk najaar de griepprik te halen.
    Ook al voel je je gezond en fit, zonder vaccinatie loop je onnodig risico om ernstig ziek te worden met alle gevolgen van dien.
    Wie niet tot de risicogroep behoort kan zelf kiezen.


    Argumenten vóór de griepprik

    • Het vaccin is de enige 'echte' bescherming.

    • Je wordt van de vaccinatie niet ziek.

    • Het vaccin is onschadelijk en goed voor je afweersysteem.

    • Als je een ander virus oploopt, zul je minder snel ziek worden.


    Argumenten tégen de griepprik

    • Beperkte bescherming; je kunt alsnog ziek worden van een ander virus.

    • Je behoort niet tot de risicogroep.

    • Je hebt een kippeneiallergie.

    • De kosten, tijd en moeite.

    • Als je niet in contact komt met het virus (besmetting) kun je ook niet ziek worden.

    • Als je buiten de risicogroep valt en gezond en fit bent, heb je weinig kans op complicaties.


    Waar en wanneer haal je de griepprik ?

    De griep kondigt zich vaak al in december aan.
    De griepprik haal je daarom in oktober/november - zo heeft je lichaam voldoende tijd om antistoffen te maken.
    Wanneer je tot de risicogroep behoort krijg je via de huisarts vanzelf een oproep - eventueel met datum/tijd.

    Heb je nog niets gehoord neem dan even contact op met de praktijk.
    Soms ontvang je met de oproep een recept voor het gratis vaccin - dit moet je dan zelf ophalen bij je apotheek en meenemen naar de afspraak.

    Voor mensen die tot de risicogroep behoren en die door de huisarts zijn uitgenodigd, is de griepprik gratis.
    Betaal je zelf voor de griepprik, dan bedragen de kosten circa 25 tot 40 euro.
    Informeer voor een eventuele vergoeding bij je werkgever en/of zorgverzekeraar.


    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/bewegen/artikelen/553/de-griepprik




    Griepvaccin
    Tegemoetkoming ziekteverzekering
    Risicopersonen krijgen 40 procent van de prijs van het vaccin terugbetaald.

    CM


    Voorwaarden

    U behoort tot een van onderstaande groepen :

    • personen ouder dan 50 jaar;

    • patiënten die lijden aan een chronische ziekte zoals long-, hart- of nieraandoening, diabetes en immuniteitsstoornis;

    • personen die in een instelling opgenomen zijn;

    • kinderen tussen zes maanden en 18 jaar die een langdurige aspirinetherapie ondergaan;

    • personen werkzaam in de gezondheidssector, die rechtstreeks in contact komen met personen met een verhoogd risico op complicaties;

    • vrouwen die minstens drie maanden zwanger zijn op het ogenblik van de vaccinatie;

    • beroepsfokkers van gevogelte en varkens, alsook hun familieleden die onder hetzelfde dak wonen;

    • personen die beroepshalve dagelijks in contact komen met levend gevogelte of levende varkens.


    Procedure


    Goed om te weten

    De arts kan ook voorschrijven op stofnaam – cfr. : http://www.cm.be/nl/100/ziekteverzekering/geneesmiddelen/voorschrijven_stofnaam.jsp?ComponentId=7234&SourcePageId=24410 - door op het attest 'influenzavaccin' te noteren in de plaats van een merknaam.


    Cfr. : http://www.cm.be/nl/100/ziekteverzekering/terugbetalingen_varia/griepvaccin.jsp#




    Waarschuwingen voor bijwerkingen griepmedicijnen

    Gezondheid.be, 14-04-2008


    De producenten van de griepgeneesmiddelen Tamiflu en Relenza waarschuwen op aandringen van de Amerikaanse keuringsdienst FDA voor gedragsstoornissen die deze middelen kunnen veroorzaken.

    Tamiflu
    Tamiflu zou psychische problemen kunnen veroorzaken, die in bepaalde gevallen tot de dood hebben geleid.
    Volgens de nieuwe bijsluiter die het bedrijf heeft opgesteld, gaat het om 'uitzonderlijke gevallen', waarbij de invloed van Tamiflu niet vaststaat.

    Relenza
    Ook Relenza van GlaxoSmithKline zou bij sommige gebruikers tot delirium en abnormaal gedrag kunnen hebben geleid.
    Het is echter niet duidelijk of en in in welke mate het medicijn heeft bijgedragen aan de betreffende geestelijke problemen, stelt het Britse bedrijf in zijn nieuwe bijsluiter.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=5294




    Tien vragen over griep

    Gezondheid.be, 04-11-2008


    1. Wat is het verschil tussen griep en andere luchtweginfecties ?

    Een groot deel besmettelijke ziekten worden veroorzaakt door virussen.
    Bij fris en vochtig weer kunnen die virussen onze ademhalingswegen aantasten, met een infectie tot gevolg.
    Vooral onze luchtwegen - neus, keel, luchtpijp, bronchi - zijn er gevoelig voor.
    Wie besmet raakt, moet meestal hoesten, krijgt een loopneus, pijn of kriebels in de keel, ogen die prikken...
    Normaal verdwijnen deze verschijnselen na enkele dagen.
    Maar wie griep krijgt, heeft daarbovenop ook nog last van ernstige hoofdpijn, spierpijn en (meestal hoge) koorts.

    Griep wordt veroorzaakt door het myxovirus influenzae.
    Van dit virus bestaan er drie types, A, B en C.
    Het A-type is verantwoordelijk voor de meest ernstige infecties.
    Het griepvirus is bijzonder besmettelijk.
    Het is vaak al voldoende in contact te komen met een besmet persoon opdat de virussen kunnen doordringen in het neusslijmvlies, de luchtpijp en de bronchi en zich daar uitbreiden.
    Op enkele weken tijd kan een griepepidemie 5 tot 10% van de bevolking aantasten.


    2. Hoe kan u zich verzorgen ?

    Griep zonder complicaties geneest vanzelf.
    Het is belangrijk veel te rusten en veel te drinken omdat men door de koorts en het zweten dat daarmee gepaard gaat, veel vocht verliest.
    Paracetamol en aspirine helpen tegen de koorts (boven 38,5°C) en de spierpijn.
    Omdat griep veroorzaakt wordt door een virus, zijn antibiotica zinloos.
    Tenzij er natuurlijk een bijkomende infectie op de luchtwegen of de longen optreedt die veroorzaakt wordt door bacteriën.
    In dat geval zal uw arts waarschijnlijk wél antibiotica voorschrijven.
    Vitamine C lijkt eerder doeltreffend bij het voorkomen van griep en niet zozeer bij de behandeling zelf.

    Wanneer de klachten langer dan een week duren of erger worden, is het best om uw arts te raadplegen.
    Bij een kind verdient het aanbeveling om contact op te nemen met de huisarts wanneer het hoge koorts (+ 39°) heeft die na een dag of 3-4 niet zakt, als het kind weigert te drinken of begint te braken.
    Ook wanneer het kind klaagt over oorpijn, raadpleegt u best de huisarts omdat dit alles erop wijst dat er misschien iets ernstiger aan de hand is.


    3. Bestaan er geneesmiddelen tegen de griep ?

    Sinds kort zijn er antivirale geneesmiddelen op de markt die ook bij griep kunnen worden gebruikt (cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2943 -).
    Ze verkorten de ziekteperiode, maar zijn alleen effectief als ze helemaal in het begin van de infectie worden ingenomen.
    Ze zijn wel duur en worden niet terugbetaald door het ziekenfonds.


    4. Wat zijn de mogelijke complicaties ?

    Voor de meeste mensen is griep een goedaardige ziekte die na een paar dagen vanzelf verdwijnt.
    Toch kunnen er bij bepaalde risicopersonen ernstige complicaties optreden, zoals een longontsteking, die zelfs dodelijk kunnen zijn.
    Elk jaar overlijden er in ons land trouwens enkele honderden mensen ten gevolge van dergelijke complicaties.
    Vooral hartpatiënten, mensen met een longziekte, nier- en leverpatiënten, suikerzieken en ook 65-plussers worden tot die risicogroepen gerekend.
    Ouderen die in een bejaarden- of verzorgingstehuis verblijven, zijn bij een epidemie uiterst vatbaar voor besmetting.


    5. Hoe doeltreffend is het griepvaccin ?

    Het griepvaccin heeft een algemene efficiëntie van 70%; de doeltreffendheid varieert volgens leeftijd.
    Gevaccineerde personen kunnen dus toch nog de griep krijgen, maar meestal gaat het dan om een minder zware vorm.
    De doeltreffendheid uit zich voornamelijk in een reductie van de complicaties : dankzij het vaccin vermindert het aantal hospitalisaties met 70% en het sterftecijfer met 80%.
    Uiteraard biedt het griepvaccin alleen maar bescherming tegen de griepvirussen en niet tegen andere winterkwaaltjes die door totaal andere virussen worden veroorzaakt.
    Zo kan u ondanks de griepprik bijvoorbeeld toch nog een verkoudheid of een keelontsteking krijgen.
    Dit betekent niet dat het griepvaccin heeft gefaald, maar gewoon dat u pech hebt en het slachtoffer bent geworden van een ander virus.


    6. Voor wie is het vaccin bestemd ?

    Het vaccin wordt aangeraden aan risicopersonen (zie vraag 3) én aan personen die met hen in contact komen en hen kunnen besmetten.
    Het vaccin voorkomt mogelijke complicaties.
    Voor al die mensen en voor iedereen die geregeld met hen in contact komt en hen kan besmetten (zoals het personeel in een bejaardeninstelling), wordt een jaarlijkse inenting tegen de griep ten zeerste aanbevolen en betaalt de ziekteverzekering het vaccin ook terug.
    Maar ook voor jonge, gezonde mensen kan een jaarlijkse griepprik zinvol zijn.
    In sommige bedrijven wordt het griepvaccin elk jaar trouwens gratis ter beschikking gesteld om te voorkomen dat bij een griepepidemie heel het bedrijf ziek zou worden.

    Mensen die allergisch zijn voor eieren of die eerder al slecht reageerden op bepaalde vaccins, moeten hun geneesheer hiervan wel op de hoogte stellen zodat de nodige voorzorgsmaatregelen worden genomen.


    7. Waarom moet het vaccin jaarlijks hernieuwd worden ?

    Het griepvirus ondergaat regelmatig mutaties, veranderingen.
    De antistoffen die het ene jaar worden aangemaakt tegen het griepvirus, herkennen niet systematisch het virus van het jaar daarop.
    We zijn dus eigenlijk slecht gewapend tegen griep en kunnen meerdere malen besmet geraken, telkens met het lichtjes gewijzigd virus.
    Om beschermd te zijn tegen mogelijke complicaties, moeten risicopersonen zich dus jaarlijks laten inenten met het nieuwe vaccin dat gebaseerd is op de kenmerken van het virus van het jaar voordien.

    Bovendien verklaart dit ook waarom mensen die zich hebben laten inenten, toch nog de griep kunnen krijgen.
    Ze kunnen namelijk besmet worden door een nieuw griepvirus waartegen het vaccin nog geen bescherming biedt of tegen een relatief zeldzaam virus dat niet (meer) in het vaccin is opgenomen.
    Maar meestal biedt het vaccin dan toch nog een zekere bescherming en is de ziekte minder ernstig en treden er ook veel minder complicaties op in vergelijking met mensen die niet zijn ingeënt.


    8. Wanneer laat u zich het best vaccineren ?

    De vaccinatie gebeurt voor de risicoperiode, dus best tussen midden oktober en midden november.
    Indien u echter de mogelijkheid hebt u reeds in september te laten inenten, kan u dat best doen.
    In volle epidemie komt een vaccinatie te laat.
    Bij het begin van een epidemie echter, wanneer slechts enkele sporadische gevallen zijn opgedoken, is een snelle vaccinatie van de achterblijvers aangeraden.


    9. Wat zijn de bijwerkingen van het vaccin ?

    De bijwerkingen van het vaccin zijn gering.
    Men noteert soms pijn op de plaats van de injectie (intramusculair) en sporadisch symptomen zoals die van griep, maar dan in mindere mate en van voorbijgaande aard.
    Personen die allergisch zijn aan eiwitten (anafylactische shock, ademhalingsmoeilijkheden...) of die eerder al slecht reageerden op bepaalde vaccins, moeten hun geneesheer hiervan op de hoogte stellen


    10. Waarom laten veel risicopersonen zich ondanks alles niet vaccineren ?

    Het feit dat het vaccin jaarlijks moet herhaald worden, blijkt een van de grote obstakels te zijn.
    Gezonde 65-plussers zien bovendien vaak de noodzaak niet in van een vaccinatie omdat ze in goede gezondheid verkeren of nooit griep hebben gehad.
    Of omdat ze, ondanks een eerdere vaccinatie, toch nog een of andere infectie opliepen waarvan ze (dikwijls ten onrechte) denken dat het om de griep ging.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=134

    Cfr. ook 'Influenza - Nationaal Griepcentrum. België' : http://www.iph.fgov.be/flu/NL/13NL.htm


    Cfr. ook :

    1. Amerikaanse experten bepleiten veralgemeende vaccinatie tegen griep
      Gezondheid.be, 28-08-2002 (bijgewerkt : 30-09-2003) - Bron : Annals of Internal Medicine, 20-08- 2002
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1143

    2. Antibiotica helpen niet tegen verkoudheid of griep
      De Morgen, 07-02-08
      Onkelinx wil wat doen tegen het overmatige gebruik van antibiotica.
      Bij verkoudheid, acute bronchitis en griep, helpen antibiotica niet.
      Met die slogan wil minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) het gebruik van antibiotica terugdringen.
      Zevende campagne
      Het is al de zevende keer dat er in ons land zo'n campagne gevoerd wordt en dat lijkt zijn vruchten af te werpen.
      Uit cijfers van het RIZIV blijkt dat de antibioticaconsumptie in de ambulante praktijk tussen 1999 en 2004 met 24 pct gedaald is.
      De stabilisatie van het percentage pneumokokken dat resistent is aan penicilline, zet zich eveneens door en er is zelfs een dalende trend op te merken.
      Tv-spots
      De campagne die binnenkort gelanceerd wordt, bestaat uit twee tv-spots waarin duidelijk wordt gemaakt dat antibiotica niet werken bij griep, verkoudheid of acute bronchitis.
      "Praat met uw arts over een gepaste behandeling", luidt het advies voorts.
      Cfr. :
      http://www.demorgen.be/dm/nl/993/Gezondheid/article/detail/162545/2008/02/07/Antibiotica-helpen-niet-tegen-verkoudheid-of-griep.dhtml

    3. Antivirale geneesmiddelen bij een griepepidemie
      Gezondheid.be, 19-07-2005 (bijgewerkt : 06-03-2007)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2943

    4. Bescherming tegen verkoudheden en griep
      ABCGezondheid.be, 01 – 11 - 2007 – Bron : Masek M, Blandino DA - Treatment of the common cold - Am Fam Physician. 2007 Feb 15;75(4):515-20 (cfr. : http://www.aafp.org/afp/20070215/515.html -).
      Het winterseizoen komt er aan.
      Het is de periode van het jaar waar ook verkoudheden en griep het meeste toeslaan.
      Mensen vragen zich soms af waarom die ongemakken in de donkere en feestrijke maanden van het jaar voorkomen.
      Volgens wetenschappers heeft alles te maken met een gebrek aan zon.
      Zonnestralen - iedere dag in beperkte mate gebruikt - laten het lichaam toe om veilige vitamine D reserves aan te leggen.
      Deze vitamine is van cruciaal belang voor de opbouw van een sterke immuniteit.
      Vitamine D doodt bacteriën en microben.
      Steeds meer artsen raden mannen en vriouwen aan iedere dag tot 2000 internationale eenheden (U.I) vitamine D3 in te nemen.
      Dat is de vorm van vitamine D die het beste door het lichaam wordt opgenomen.
      Die hoeveelheid lijkt veel, maar recente studies tonen aan dat de veel lager aanbevolen dagelijkse dosis onvoldoende is.
      Het lichaam van de mens absorbeert tijdens zomerse zonnige dagen tot 20.000 U.I vitamine D in amper 20 minuten.
      Vitamine D3 is biedt samen met vitamine C en zink een degelijke bescherming tegen verkoudheden en griep.
      Gebruik 3000 milligram vitamine C per dag en verdeel die in drie dosissen van 1000 milligram.
      Beperk de zinktoevoer via supplementen tot 30 milligram per etmaal.
      Cfr. :
      http://www.abcgezondheid.be/nl/news/bescherming_tegen_verkoudheden_en_griep/

    5. Boosdoeners bij infecties
      Pneumo.be - © 2008 Wyeth
      Wie zijn de schuldigen ?
      Infecties ontstaan niet zomaar.
      Kleine geniepige organismen steken de lont aan het vuur.
      Er zijn drie belangrijke boosdoeners :
      1/ bacteriën
      2/ virussen
      3/ schimmels.
      Hun missie : vermenigvuldigen
      Zijn de virussen, bacteriën en schimmels eenmaal binnengedrongen ?
      Dan hebben ze maar één doel voor ogen : zich razendsnel vermenigvuldigen.
      Als dat gebeurt, is er sprake van een infectie.
      Alarmsignalen
      Een infectie gaat niet ongemerkt voorbij.
      Tal van reacties of symptomen waarschuwen u dat de invasie een feit is.
      Koorts, hoofdpijn, stijfheid, vermoeidheid, hoestbuien, diarree, pijn, lopende neus, rode ogen, noem maar op.
      Met andere woorden ... u voelt zich ziek.
      * Vijand 1 - De bacteriën Oorontstekingen (otitis), de meest gevaarlijke vormen van hersenvliesontsteking (meningitis), bloedvergiftiging (sepsis), longontsteking (pneumonie), abcessen, diarree : bacteriën hebben een ellenlang strafblad.
      Vroeger waren ze nog als de dood voor antibiotica.
      Jammer genoeg zijn steeds meer ziektekiemen hiertegen bestand.
      * Vijand 2 - De virussen Griep, mazelen, rodehond, bof, aids, bepaalde vormen van hersenvliesontsteking: virussen zijn geen welkome gasten.
      Ook bronchitis, tal van verkoudheden, keelpijn en diarree kunnen hun stempel dragen.
      Antibiotica hebben geen zin tegen virussen: zij zijn er 100 % ongevoelig voor.
      * Vijand 3 ... - De andere bacteriën en virussen zijn onze belangrijkste vijanden.
      Toch zijn er ook andere organismen die infecties veroorzaken : parasieten zoals luizen, vlooien en mijten eencelligen zoals protozoa en amoeben plantaardige schimmels en gisten wormen zoals lintwormen, platwormen, ...
      Bacterie ... of virus ?
      De verschillen tussen een bacterie en een virus ?
      We zetten ze even op een rijtje :
      * Bacterie
      -
      veel groter dan een virus en is zichtbaar onder een gewone microscoop
      - k
      an zich autonoom vermenigvuldigen
      - is een levende cel
      - k
      an gedood worden door antibiotica.
      * Virus
      - is niet zichtbaar onder een gewone microscoop
      - heeft andere levende cellen nodig om zich voort te planten
      - bevindt zich op de grens tussen dode en levende materie
      - bestaat alleen uit een eiwitmanteltje met DNA
      - antibiotica hebben geen vat op virussen.
      Cfr. :
      http://www.pneumo.be/Home/Infectie/Boosdoeners/tabid/119/Default.aspx

    6. Gents griepvaccin hoopvol voor de toekomst
      Eline Vanuytrecht - Knack, 04-01-2008
      Gentse wetenschappers hebben een universeel griepvaccin ontwikkeld.
      Professor Xavier Saelens (UGent), die meewerkte aan het onderzoek, zegt dat het antivirus nog niet meteen op de markt komt, maar spreekt wel van een doorbraak.
      De Gentse wetenschappers Walter Fiers en Xavier Saelens hebben een universeel vaccin tegen griep ontwikkeld in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en de universiteit Gent.
      De eerste tests op mensen wijzen uit dat de proefpersonen voldoende antilichamen aanmaken en weinig neveneffecten ondervinden.
      Saelens : 'Voor het eerst is er een griepvaccin dat met één prik voor meerdere jaren bescherming biedt tegen alle klassieke griepvarianten van het type A. Jaarlijkse inentingen worden daarmee wellicht overbodig.'
      Onveranderlijk
      Om griepvaccins te ontwikkelen, baseerden wetenschappers zich tot nu op de DNA-structuur van het virus en imiteerden dat.
      Maar griepvirussenstammen kunnen elk jaar veranderen, waardoor mensen jaarlijks opnieuw het risico lopen besmet te worden en griepantivirussen aangepast moeten worden.
      Een nieuw vaccin ontwikkelen, neemt tijd in beslag.
      Tijd die cruciaal kan zijn, bijvoorbeeld wanneer wereldwijd een potentieel dodelijk griepvirus uitbreekt (pandemie), dat miljoenen slachtoffers kan maken.
      Het team van Saelens en Fiers ontdekte nu dat een klein stuk virus-DNA nooit verandert en baseerden daarop hun vaccin.
      Zijn we dan verlost van de jaarlijks terugkerende inspuitingen tegen griep ?
      'Een geheugeninjectie om de 5 à 10 jaar zal wel nodig blijven', waarschuwt Saelens : 'Niet omdat we vermoeden dat de virussen ook hun onveranderlijk stukje DNA in de toekomst zouden aanpassen, maar omdat de reactie van ons afweersysteem verzwakt. Vergelijk het met een tetanusinspuiting, die herhalen we ook om de 10 jaar.'
      Niet voor morgen
      'Het vaccin is nog niet voor morgen', zegt Saelens : 'We werken er al vijftien jaar aan, en kunnen nu met de eerste resultaten naar buiten komen. 90 procent van de personen waarop we het vaccin hebben getest, hebben antilichamen aangemaakt en weinig neveneffecten ondervonden, maar in een volgende fase moeten we nog aantonen dat het vaccin ook echt beschermt.'
      'Proeven met fretten geven wel al goede resultaten. De proefdieren, die het beste model zijn voor de mens in het onderzoek naar griepvaccins, bleken immuun voor griep na inspuiting met ons vaccin.'
      Saelens vermoedt dat het nog een aantal jaren zal duren voor het nieuwe vaccin op de markt komt : 'Traditioneel willen farmaceutische bedrijven niet snel een nieuw product op de markt brengen. Een vaccin dat werkt zonder schadelijke neveneffecten vervangen ze liever niet door een nieuw vaccin dat nog weinig bekend is. Voor een deel handelt de farmaceutische sector uit commerciële overwegingen, maar uiteraard speelt ook de bezorgdheid voor de volksgezondheid mee.'
      Universeel vaccin
      Het nieuwe griepvaccin zou enkel beschermen tegen de griepvariant van het type A.
      'Dat is de meest dominante variant, die ook pandemieën kan veroorzaken. We concentreerden ons daarom eerst op deze stam', verduidelijkt Saelens.
      'Op dit moment buigt een doctoraatstudent zich over een analoog vaccin voor het B-type griep. De type B-stammen komen minder frequent voor, maar kunnen ook erg hinderlijk zijn. Het ziet er naar uit dat we ook voor dat onderzoek goede resultaten zullen kunnen voorleggen. Misschien ontwikkelen we in de toekomst een universeel menselijke vaccin tegen alle griepvirusstammen.'
      Cfr. :
      http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/gents-griepvaccin-hoopvol-voor-de-toekomst/site72-section45-article11234.html

    7. Griep : 'wie niet geprikt is, is gezien !'
      Stad Aalst, (laatst gewijzigd) 11-10-2006
      Cfr. :
      http://www.aalst.be/Default.asp?printpage=1&siteid=1&rubriekid=70&artikelid=2289

    8. Griep (Wikipedia)
      Echte griep of influenza is een ziekte die door het influenzavirus wordt veroorzaakt.
      Dit virus infecteert de luchtwegen.
      Veel mensen zeggen griep te hebben als ze in de winter of de herfst door een verkoudheid-achtige ziekte met wat koorts worden getroffen, maar hierbij gaat het meestal om een gewoon verkoudheidsvirus.
      Echte influenza leidt bij de meeste mensen tot aanzienlijke ziekteverschijnselen en een niet te verwaarlozen sterfte, vooral bij bejaarden.
      Elk jaar krijgen ongeveer 80.000 Nederlanders griep.
      Tijdens een gemiddelde griepepidemie in de winter gaan er in Nederland 1000 tot 2000 personen direct aan de griep of aan de gevolgen ervan dood.
      Slachtoffers vallen vooral in de risicogroepen : ouderen (ca. 90% van de sterfgevallen is 65 jaar of ouder) en personen met een chronische aandoening (bijvoorbeeld diabetes mellitus, hart- en longaandoeningen).
      Cfr. :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Influenza
      Cfr. ook :
      -
      Knack
      Cfr. :
      http://www.knack.be/tag/GRIEP
      - Lokaal Gezondheidsoverleg (Logo) Antwerpen Noord
      Cfr. :
      http://www.logoantwerpennoord.be/subpage.php?page_ID=6&subpage_ID=30
      -
      Lookup
      Cfr. :
      http://griep.lookup.nl/
      Schoolbieb.nl
      Cfr. :
      http://www.schoolbieb.nl/voortgezet_onderwijs_doelgroep/3_44_4_vmbo__40_onderwijs
      niveau_41_/biologie__40_vak_41_/ziekte_en_gezondheid/griep_gr

    9. Griep en verkoudheid, vervelend en duur !
      Kennislink.nl, 15-10-2004 – Bron : Tycho Malmberg - Vakpagina Biologie
      Het is weer oktober en dan begint de herfst pas goed.
      Met het vallen van de blaadjes vallen ook de nodige ziekteverwekkers ons weer lastig.
      Snotterigheid, droge hoest en soms zelfs koorts zijn het gevolg van infecties met virussen.
      Al dat gehoest en geproest is ronduit vervelend, maar het ziekteverzuim dankzij griep en verkoudheid kost jaarlijk ook een boel geld.
      Cfr. :
      http://www.kennislink.nl/web/show?id=120735

    10. Griepvaccin beschermt !
      Patrick Sweetlove
      Cfr. :
      http://www.sweetlove.be/act_griepvaccin2.html

    11. Griepvaccinatie - Aanbevelingen door de gezondheidsraad
      Gezondheid.be, 22-10-2003 (bijgewerkt : 25-01-2007)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1811

    12. Griepvaccinatie – Meest gestelde vragen
      Griep.nl
      Cfr. :
      http://www.griep.nl/vragen_over_griep.html

    13. Griepvaccinatie werkt....wel !
      Vaccinatiezorg.nl
      Een griepvaccinatie :
      - biedt optimale bescherming tegen de griep
      - helpt bij het opbouwen van de natuurlijke weerstand
      - doet geen pijn en is totaal onschuldig
      - wordt aangeraden door wetenschappers en artsen
      Cfr. :
      http://www.vaccinatiezorg.nl/

    14. Het griepvaccin bevat dit jaar drie nieuwe virusstammen
      Leen Baekelandt – Plus Magazine, 18-09-2008
      In Europa wapent men zich momenteel tegen een nieuwe virusstam afkomstig uit Australië die een ernstige griepepidemie zou kunnen veroorzaken.
      Cfr. :
      http://www.plusmagazine.be/nl/plus_news/205/het-griepvaccin-bevat-dit-jaar-drie-nieuwe-virusstammen

    15. Hoe blijf je gezond tijdens het griep- en verkoudheidsseizoen ?
      GoedGezond.be
      Cfr. :
      http://www.goedgezond.be/2008/03/17/hoe-blijf-je-gezond-tijdens-het-griep-en-verkoudheidsseizoen/

    16. Hoogbejaarden gaan de wereld redden van vogelgriep
      Knack, 18-08-2008
      Amerikaanse onderzoekers denken dat hoogbejaarden de sleutel gaan vormen in de strijd tegen een wereldwijde griepepidemie.
      Zij kunnen de gewenste antistoffen produceren.
      Aan het onderzoek, gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Nature, werkten tweeëndertig overlevenden van de wereldwijde griepepidemie van 1918 mee.
      Deze senioren, waarvan de jongste inmiddels 91 jaar oud is, overleefden de epidemie en hebben de antistoffen nog steeds in hun bloed.
      Spaanse griep
      De Spaanse griepepidemie van 1918 is volgens sommigen de meest verwoestende epidemische uitbraak uit de geschiedenis.
      Ruim vijftig miljoen mensen wereldwijd stierven aan de gevolgen van deze H1N1-griepvariant, die zelfs gezonde volwassenen hard trof.
      De antistoffen die de overlevenden bij zich dragen zijn gebruikt om een medicijn te ontwikkelen, dat is getest op met griep besmette proefmuizen.
      De muizen die het medicijn kregen herstelden allemaal, terwijl de onfortuinlijke diertjes in de controlegroep aan de griep overleden.
      Vogelgriep
      Toch lijkt niet de Spaanse Griep, maar eerder de variant H5N1, de vogelgriep, op dit moment de grootste bedreiging te vormen.
      De twee griepvormen zijn echter beide subtypen van hetzelfde type griep, Influenza Type A.
      De onderzoekers hebben daarom goede hoop dat op dezelfde wijze antistoffen gebruikt kunnen worden voor ook deze griepvorm.
      Een van de onderzoeksleiders, dr. James Crowe, gaf toe perplex te staan toen de antistoffen in het bloed van de ouderen reageerden op het griepvirus : 'Ik was heel sceptisch toen we met het onderzoek begonnen, eerlijk gezegd had ik geen enkele verwachtingen.'
      Volgens Crowe is nog nooit eerder aangetoond dat antistoffen zo lang sluimerend bewaard blijven.
      Cfr. :
      http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/hoogbejaarden-gaan-de-wereld-redden-van-vogelgriep/site72-section45-article21435.html

    17. Influenza - Nationaal Griepcentrum – België
      Cfr. :
      -
      http://www.iph.fgov.be/flu/NL/13NL.htm
      -
      http://www.iph.fgov.be/flu/

    18. Ontdekking van vaccins
      Pneumo.be - © 2008 Wyeth
      Cfr. :
      http://www.pneumo.be/Home/Vaccins/Ontdekking/tabid/139/Default.aspx

    19. Spaanse griep
      Wikipedia
      De Spaanse griep is een beruchte griepepidemie uit de jaren 1918-1919.
      Deze wereldwijde epidemie eiste naar schatting 20 miljoen tot 100 miljoen doden, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog ruimschoots overtreft.
      Het virus dat de Spaanse griep veroorzaakte was van het type H1N1.
      Cfr. :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Spaanse_griep

    20. Test je kennis over verschil griep-verkoudheid
      Gezondheid.be, 29-09-2003 (bijgewerkt op 06-09-2005)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=696

    21. Test jezelf - Heb je griep of verkoudheid ?
      Gezondheid.be, 22-11-2005
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3013

    22. Vaccinatie van senioren
      Gezondheid.be, 04-01-2001 (bijgewerkt : 04-06-2007)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=291

    23. Vaccinaties
      Gezondheid.be
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=artperrub&c=108

    24. Verkoudheid
      Wikipedia
      Verkoudheid is een infectie door een virus (een rhinovirus - de meest voorkomende oorzaak - of coronavirus).
      Een verkoudheid (acute virale nasofaryngitis) is een virale infectie van de bovenste luchtwegen (neus en keel).
      Symptomen kunnen zijn : niezen, loopneus, een verstopte neus, keelpijn, hoesten, hoofdpijn, vermoeidheid.
      In sommige gevallen is er een conjunctivitis (rode, jeukende ogen).
      De patiënt is meestal niet bedlegerig en kan de dagelijkse activiteiten gewoon voortzetten.
      Een verkoudheid duurt meestal vijf tot zeven dagen, een enkele keer twee weken.
      Een verkoudheid is de meest voorkomende infectie bij mensen : er zijn gemiddeld 2 à 4 infecties per jaar bij volwassenen, schoolgaande kinderen kunnen soms 12 keer per jaar verkouden worden.
      De meest efficiënte manier om infectie te voorkomen is handen wassen.
      Bij een doorgemaakte verkoudheid is er een levenslange immuniteit voor dat specifieke virus.
      Er zijn echter honderden verschillende soorten virussen die een verkoudheid kunnen veroorzaken.
      De meeste zijn rhinovirussen, maar er zijn ook andere verwekkers, zoals het coronavirus, para-influenzavirus, respiratory syncytialvirus, adenovirus, enterovirus en metapneumovirus.
      De naam suggereert, dat verkoudheden worden veroorzaakt door afkoeling.
      Dit verband is niet wetenschappelijk bewezen.
      Het is wel een feit dat verkoudheden vooral in de winter en bij koud of regenachtig weer voorkomen, maar dit kan andere oorzaken hebben.
      In dergelijke omstandigheden zitten mensen veel meer binnen bij elkaar en verluchten minder, zodat de virussen zich veel gemakkelijker kunnen verspreiden dan onder zomerse omstandigheden.
      Een hypothese luidt, dat koude de bloedvaten in de bovenste luchtwegen vernauwt, waardoor het afweersysteem minder goed werkt.
      Ondanks beweringen van de farmaceutische industrie en de alternatieve sector is niet bewezen dat een verkoudheid door medicatie kan worden voorkomen of genezen.
      De symptomen kunnen wel worden bestreden, maar het is onzeker of de duur van de verkoudheid kan worden verkort.
      Cfr. :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Verkoudheid
      Cfr. ook :
      http://www.gva.be/dossiers/-g/griep/verkouden.asp

    25. Verkoudheid en griep
      Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), 28-07-2008
      Wat is verkoudheid en wat is griep ?
      Wat kunt u zelf doen ?
      Wat kan uw apotheker voor u doen ?
      Wanneer kunt u beter naar uw huisarts gaan ?
      Vrij verkrijgbare medicijnen.
      Cfr. :
      http://www.knmp.nl/bedrijfsvoering/publieksvoorlichting/folders/publieksfolders/verkoudheid-en-griep

    26. Vlaamse Griepcampagne
      Logo Mechelen
      Het Vlaamse Griepplatform lanceert ook dit jaar zijn griepcampagne met de slogan : "Blijf uit de greep van griep".
      Opnieuw worden de risicogroepen zoals 65 plussers en chronische zieken maar ook de hulpverleners, ... aangesproken.
      Speciale aandacht gaat ook ditmaal naar de diabetici jonger dan 65 jaar en dit zal nog een tijd zo blijven.
      Een griepinfectie kan de diabetesregeling danig in de war brengen met alle gevolgen vandien, ook al gebruik je geen insuline.
      Een griepvaccinatie betekent niet dat je niet meer ziek kan worden maar de kans op influenza is aanzienlijk kleiner en het risico op complicaties neemt drastisch af.
      Met een voorschrift van uw huisarts kan u het vaccin kopen bij uw apotheker en het bewaren in het groentevak van de koelkast (anders wordt het waardeloos).
      Het vaccin bevat geen levend virus.
      Daarom kan u door vaccinatie alleen ook geen griep krijgen.
      Het griepvaccin kost ongeveer 10 euro en wordt door de ziekteverzekering voor de helft en soms zelfs helemaal terugbetaald (afhankelijk van uw ziekenfonds).
      Cfr. :
      http://www.logomechelen.be/project.php?page_ID=10&project_ID=25



    05-11-2008 om 14:54 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het begrip 'objectiviteit' bij de beoordeling van 'medisch onverklaarde klachten'




    Verzekeringsartsen manipuleren het begrip 'objectiviteit' bij de beoordeling van 'medisch onverklaarde klachten'
     

    cover

    Citaat uit (p. 19-20) :
    Stress, het lijf, en het brein - Ziekten op de grens tussen psyche en soma
    Prof. Dr. Boudewijn van Houdenhove – Leuven : Terra - Lannoocampus, november 2007 – ISBN : 9789020973327 – ISBN10 : 9020973320

    Een boek dat geschreven werd door een groep enthousiaste Leuvense psychiaters en psychologen die allen wetenschappelijk en/of klinisch actief zijn op dit domein.


     

    "Verzekeringsartsen manipuleren met de term 'objectief'"
    "Een ontoelaatbare denkfout"


    zegt
    Prof. Dr. Van Houdenhove


    Verzekeringsartsen manipuleren het begrip "objectiviteit" bij de beoordeling van "medisch onverklaarde klachten", meent Boudewijn van Houdenhove, de Belgische CVS-expert.
    Dat je een ziekte als CVS niet met een laboratoriumtest kunt vaststellen, is geen bewijs van afwezigheid van de ziekte.
    Onpartijdige observatie van een patiënt met "medisch onverklaarde klachten" kan volgens hem heel goed leiden tot een betrouwbare en valide diagnose.
    Ook bij andere ziektebeelden immers, een "depressie" bijvoorbeeld, wordt op deze wijze de diagnose gesteld.
    Depressies krijgen echter nooit het etiket "niet-objectiveerbaar", waarom CVS en fibromyalgie dan wel ?

    Het is een opvallende paragraaf in het nieuwe Leuvense boek over "ziekten op de grens tussen psyche en soma" onder redactie van Boudewijn van Houdenhove.

    Op 30 november 2007 werd het ten doop gehouden na afloop van een eendaags congres :

     'Functional somatic disorders from neuroscience to clinical practice'

     


    Van links naar rechts

    Daniel Blockmans, Filip van den Eede, Patrick Luyten, Boudewijn van Houdenhove


    "Een ontoelaatbare denkfout"
    Verkeerd begrijpen van objectiviteit

    "Eén van de meest verbreide conceptuele misverstanden in de psychosomatiek is de gelijkstelling van 'somatisch onverklaard' met 'niet-objectief'.
    Bij nader inzien berust deze gelijkstelling op een derde factor, namelijk 'niet-meetbaarheid'.
    Bij psychosomatische aandoeningen valt er inderdaad niets meetbaars vast te stellen, noch in lichaamsvochten (bloed, urine, ruggenmergvocht), noch via technische onderzoeken (ECG, radiografieën en andere medische beeldvorming), dus zijn ze niet objectief - zo luidt de redenering.

    Maar ook deze redenering is krom.
    Het ongerijmde gebruik van de term 'objectief' in deze context wordt snel duidelijk als we het voorbeeld nemen van depressie.
    Niemand zal beweren dat depressie meetbaar is (ook al kunnen er bij verfijnd biochemisch onderzoek wel afwijkende hormoonwaarden, bijvoorbeeld van cortisol, worden vastgesteld).
    Toch twijfelt niemand aan de objectiviteit van het klinisch vaststelbare ziektebeeld depressie.
    De term 'objectief' moet dus andere ladingen dekken dan die er vaak aan worden toegeschreven.

    Een wetenschapstheoretisch perspectief kan hier veel verhelderen.
    Etymologisch verwijst de term 'objectief' - en zijn tegenhanger 'subjectief' - naar het al dan niet 'op afstand plaatsen' van het geobserveerde of bestudeerde object.
    Objectieve observatie houdt in dat men niet met het object samenvalt, met andere woorden, zijn eigen subjectiviteit (met alles wat die impliceert aan individuele attitudes en interpretaties) tot op zekere hoogte kan uitschakelen.
    Dit heeft op zijn beurt twee belangrijke gevolgen :

    1. Validiteit van de observatie
      het geobserveerde zal zoveel als mogelijk beantwoorden aan de werkelijkheid (dit wordt 'validiteit' van de observatie genoemd) en

    2. Betrouwbaarheid van de observatie
      andere observatoren zullen in gelijkaardige omstandigheden grotendeels tot dezelfde vaststellingen komen (dit wordt 'betrouwbaarheid' van de observatie genoemd).

    Kortom, 'objectiviteit' heeft in principe niets te maken met meetbaarheid, maar alles met validiteit en betrouwbaarheid van de vaststellingen.

    Let wel : dit is geen academische spielerei.
    Als we deze wetenschapstheoretische reflecties serieus nemen, moeten we tot de conclusie komen dat verzekeringsinstellingen die 'niet-meetbare' aandoeningen (zoals CVS en fibromyalgie) via de 'kleine lettertjes' van hun polissen uitsluiten als 'niet-objectief', een ontoelaatbare denkfout begaan.


    Cfr. : http://www.me-cvs-stichting.nl/Objectiveerbaar.htm

     

    What is 'Objective medical evidence' ?


    The request for objective evidence is one more tactic used by insurance companies to try to discourage you and your doctor from pursuing a claim.
    In my experience, the insurance company will tell claimants with perfectly good claims that they do not qualify and that the company needs more proof.  
    Often the claimant is asked to file an "appeal".
    Often the "appeal" is another tine-waster and no real appeal at all.

    'Proven' methods
     
    A myth which has been widely and successfully perpetuated is that all treatments currently used in conventional medicine are based on double-blind studies, rigorous testing or scientific research.
    This is simply false.
    The Journal of Medical Ethics (1992:18:117) states that 'only about 15 percent of medical interventions are supported by solid scientific evidence; in other words, 85 percent are not'
    .


    Cfr. : http://www.bcdisabilitylaw.com/articles/a-medical.html 


    05-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elke patiënt een digitaal dossier, tenzij hij niet wil
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




    Elke patiënt een digitaal dossier...
    tenzij hij niet wil

    Gijs Herderscheê - de Volkskrant, 31-10-2008


    Voor uw eigen bestwil worden al uw medische gegevens toegankelijk voor de huisarts, apotheker en specialist in het ziekenhuis.
    Dan weten ze van elkaar welke medicijnen ze u voor welke kwaal voorschrijven.
    Nu weten ze dat niet en daardoor sterven jaarlijks zo’n 1.200 mensen en komen er 19.000 in het ziekenhuis terecht.

    Dat alles kan voorkomen worden met het elektronisch patiëntdossier (epd).

    Minister Klink van Volksgezondheid gaat dat vanaf 1 januari 2009 ‘uitrollen’ over het land. Stapsgewijs worden alle huisartsen, apothekers en ziekenhuizen op één netwerk aangesloten waardoor ze gegevens bij elkaar kunnen opvragen.

    Dat gaat natuurlijk niet zomaar.
    De gegevens gaan over de patiënt en die moet toestemming geven.
    Daar heeft Klink iets op bedacht. Iedereen doet mee, tenzij hij niet wil.
    Daarover krijgt iedereen een brief.
    Daar zit ook een bezwaarformulier bij.

    Als de dokter is aangesloten op het systeem, moet hij u ook toestemming vragen, voordat andere zorgverleners zijn gegevens kunnen inzien.
    Wel iets om bij stil te staan.
    Is het nodig dat de apotheker weet of de penicilline tegen een geslachtsziekte is of tegen voorhoofds-holteontsteking ?

    Het systeem loopt volgens het ministerie over een ‘absoluut veilig’ netwerk en is volgens de huidige inzichten niet ‘hackbaar’.
    Elke burger kan thuis zijn eigen dossier inzien, en bekijken welke zorgverleners wanneer zijn gegevens hebben bekeken.

    Jaren is in Den Haag over het epd gepraat.
    Tussen politici onderling en met belangenclubs van medici.
    Om deelname van alle zorgverleners af te dwingen, ook van de onwillige huisartsenclub, heeft Klink een list bedacht.
    In 2009 zijn er subsidies als lokkertje en een wetsvoorstel waarin zorgverleners vanaf 2010 verplicht worden mee te doen.
    Met deze ‘wortel en stok’ forceert Klink een einde aan een slepend debat.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1084588.ece/Elke_patient_een_digitaal_dossier%252C_tenzij_hij_niet_wil


    Bezoek
    het 

    Platform
    voor informatie en discussie over patiëntentoegang tot het EPD

    op :
    http://www.patientenepd.nl/wpc/




    04-11-2008 om 20:38 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HELP MEE !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





        Gezocht


    - i.v.m. een Symposium -


    ME/CVS-patienten
    (volwassenen en/of adolescenten/kinderen) 

    die door een behandeling met

    Cognitieve gedragstherapie

    en

    Graded exercise therapie
     

    slechter zijn geworden dan ze daarvoor al waren.

     

    Overal ter wereld ontstaat verzet tegen de door de verzekeringsindustrie betaalde
    'psycho-sociale' therapeuten
    die beweren dat ME/CVS veroorzaakt wordt door
    'verkeerde gedachten en verkeerd gedrag'
    terwijl er meer dan 4000 wetenschappelijke artikelen in peer-reviewed tijdschriften verschenen zijn
    die aantonen dat ME/CVS een ernstige ziekte is
    waarbij alle belangrijke lichaamssystemen zijn verstoord.
    Er zijn zelfs al veel ME-patienten aan deze ziekte overleden.


    Is het jezelf niet overkomen, maar weet je iemand met wie dit is gebeurd
    geef ons dan haar/zijn naam en adres door.


    Mocht je om de een of andere reden niet zélf kunnen komen
    dan kan je verhaal
    i.v.m. deze voor ME/CVS-patienten schadelijke therapieën
    op het Symposium eventueel voorgelezen worden.



    Help mee !

    - j.van.roijen@chello.nl -

    Jan Van Roijen
    Help ME Circle, 04-11-2008



    Dank je !



    04-11-2008 om 10:48 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MEAB on tour - protestactie tegen wantoestanden in referentiecentra
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
























     







    1 december 2008

    MEAB on tour
    Protestactie tegen wantoestanden in referentiecentra


    MEAB toert op 1 december 2008 door Vlaanderen rond langs de referentiecentra in Gent, Antwerpen, Leuven en Brussel.

    Dit om samen met een bus vol ME/CVS-patiënten via vreedzaam protest de wantoestanden in de referentiecentra aan te klagen en op een drastische koerswijziging in aanpak van ME/CVS aan te dringen.

    Daarom wordt er ook halt gehouden bij Minister van Volksgezondheid Onkelinx.


    Cfr. :
    http://www.mecvs.net/module-ME_CVS_docs-viewpub-tid-1-pid-376.html




    04-11-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (2)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eén op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La bête noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    thesaint
    blog.seniorennet.be/thesain
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!