NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • cbd pills
  • cbd oil canada
  • hemp oil canada
  • shatter
  • nopounc

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • You app worked :) (Sean)
        op Vluchten in het werk
  • fvmyjwxjbeghlm (btvAnivy)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • htcacjraca (Jnqemawn)
        op Vluchten in het werk
  • ytyrhnhrsy (pamadefe)
        op Even geduld...
  • Immaree (Absenna)
        op Even geduld...
  • alime alime (LolseMig)
        op Even geduld...
  • ugmoungdlhvybr (bdfPheld)
        op Vluchten in het werk
  • nlgerbmasm (pamgauct)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • irybhnysdwgdvd (btvDrind)
        op Even geduld...
  • buy generic viagra Houstonmom (Houstonmom)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    woef_woef
    blog.seniorennet.be/woef_wo
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wim1948_en_an1949
    blog.seniorennet.be/wim1948
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    opoe1937
    blog.seniorennet.be/opoe193
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    pekingezen
    blog.seniorennet.be/pekinge
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    vsop24
    blog.seniorennet.be/vsop24
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie Patiënten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    11-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kruidengeneeskunde - De droom der rede baart monsters
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  






































    Francisco José de Goya Lucientes


     De droom der rede baart monsters
    - Jaarrede 2003 van de voorzitter -

    C. N. M. Renckens
    Nederlandstijdschrift tegen de kwakzalverij (NTTDK), december 2003



    Francisco Goya, een eminent geestverwant


    Omdat het dit jaar precies 200 jaar geleden is dat de Spaanse schilder Francisco Goya y Lucientes (1746-1828) – cfr. : Francisco José de Goya Lucientes op : http://www.rijksmuseum.nl/aria/aria_artists/00016942?lang=nl - zijn volledige serie Caprichos, een 80-tal cartooneske aquatint etsen, aan de buitenwereld kon tonen, is mijn toespraak van dit jaar aan deze eminente geestverwant opgedragen.

    Goya verwierf bekendheid met zijn olieverfschilderijen van personen van koninklijke bloede, van veldslagen en van scènes uit het dagelijks leven en was een van de hofschilders van koning Carlos IV.

    In 1792 - op zijn 46ste jaar - was zijn reputatie als groot schilder reeds gevestigd.
    In dat jaar werd de schilder ernstig ziek door een combinatie van fysiek en nerveus lijden - hij leed onder andere aan de ziekte van Menière - en veel van zijn vrienden vreesden voor zijn geestelijke stabiliteit en zelfs voor zijn leven
    Gelukkig herstelde hij in de jaren ’93 en ’94 geleidelijk, hoewel hij volledig doof werd.
    Tijdens zijn ziekte las Goya veel over de Franse Revolutie en de filosofische geschriften die daaraan ten grondslag lagen.

    Na zijn herstel begon hij aan het vervaardigen van de Caprichos.
    Aanvankelijk had Goya als openings-ets van de serie zijn beroemde De droom der rede baart monsters gepland, maar omdat hij de inspiratie voor deze ets had ontleend aan de twee gravures die de openingspagina’s vormden van Rousseau’s Philosophie uit de Parijse editie van 1793 en vreesde dat hij met dat boek dat door de toenmalige feodale en klerikale machten in Spanje als zeer subversief werd beschouwd, in verband zou worden gebracht, zag hij er toch maar van af.

    Hij besloot de serie te laten openen met zijn zelfportret (Capricho 1) en plaatste De droom op de 43ste plaats.

    Veel van de Caprichos bevatten wat wij tegenwoordig maatschappijkritiek zouden noemen, maar Goya had er speciaal op gelet dat dat alleen voor insiders duidelijk was en zonder uitleg is de interpretatie van zijn etsen moeilijk, want ze zijn vaak voor tweeërlei uitleg vatbaar.
    Om die reden verschenen al vrij snel na de uitgave van de Caprichos ‘uitleggingen’ van de prenten.
    De meest gezaghebbende kregen de namen Prado en Ayala en zijn nog steeds beschikbaar.

    Ondanks Goya’s voorzichtigheid ontstond er in 1799, toen hij de eerste Caprichos naar buiten bracht, zo’n ophef dat hij genoodzaakt was de verkoop op te schorten.
    Eerst in 1803, dus nu exact 200 jaar geleden, verwierf hij voldoende steun van de koning om de verkoop te durven hervatten.

    Over de interpretatie van Goya’s De droom kan gemakkelijk misverstand ontstaan, want de tekst is op twee manieren uit te leggen.

    Tegenstanders van een rationele wereldbeschouwing, die meer waarde toekennen aan gevoel, intuïtie en mystiek, leggen de prent uit als een illustratie van hetgeen gebeurt als men zich slechts door de rede laat meevoeren en denkt of ‘droomt’ daarmee het verst te komen.

    In die geest moet Andreas Burnier de prent hebben uitgelegd want ze noemde zelfs een van haar boeken De droom der rede (1984) – cfr. 'In de geest van Andreas Burnier' op : http://www.debalie.nl/artikel.jsp?articleid=6263 - en plaatste Capricho 43 op de kaft.
    Haar boek bevat pleidooien tegen de verschraling van ons mensbeeld, tegen de Verlichting, tegen enge wetenschapsopvattingen en pleit voor spiritualiteit, oosterse filosofie en karma.

    Het is een gotspe dat zij zich daarvoor Goya heeft toegeëigend en in het verlengde van dit misbruik later ook de pejoratieve term 'Kerk der Rede' introduceerde.

    Want hoe heeft Goya zelf zijn Capricho 43 eigenlijk bedoeld ?

    Daarover valt in de tekst van de Prado het volgende te lezen : ‘Verbeelding in de steek gelaten door de rede baart onmogelijke monsters : ermee verenigd is zij de moeder der kunsten en de bron van haar wonderen’.

    De droom der rede is dus de (ongewenste en gevaarlijke) slaap der rede en niets anders.

     

    Verbeelding in de steek gelaten door de rede : drie 20ste eeuwse voorbeelden op het gebied van geneesmiddelen


    1. - De maretak

    De maretak is een half-parasiet, die als basis dient voor het antroposofische medicijn Iscador.
    Dit middel wordt tegenwoordige vooral toegepast bij kanker, hoewel er ook berichten zijn over gunstige effecten bij Aids.

    Het is in Duitsland het meest gebruikte alternatieve middel bij kanker en de omzet ervan bedraagt daar meer dan 30 miljoen euro per jaar.
    In Nederland is het geen groot product hoewel elke opgegeven kankerpatiënt die zich tot een antroposofisch internist wendt, onherroepelijk begint met zich dit middel driemaal per week in te laten spuiten.
    Van der Zouwe vond in 1991 dat 4% van de kankerpatiënten het middel gebruikte.
    Uit Zwitserland kwamen toen vergelijkbare cijfers. In de VS is het middel door de FDA niet toegelaten en wordt het beschouwd als voedingssupplement.
    Het wordt soms uit Europa geïmporteerd.

    Er is zeer veel onderzoek gedaan naar het middel, niet alleen in de kliniek, maar ook in het laboratorium.

    Herkomst

    Volgens de overlevering is de maretak vanouds gebruikt wegens zijn geneeskrachtige eigenschappen.

    Hij werd vroeger als heilige plant beschouwd door Germaanse stammen en door de Kelten en hun druïden.
    Ook in Azië zou de plant medisch zijn aangewend.
    De Oostenrijkse denker en occultist Rudolf Steiner was bijzonder gecharmeerd van de maretak en schreef er een aantal eigenschappen aan toe, ‘ontdekt’ na intuïtieve of fenomenologische beschouwing van de botanische kenmerken van de plant.

    De half-parasiet is een eigenzinnige plant, die zich gedraagt alsof ze niets met de aarde te maken heeft.
    Hij heeft geen groeirichting naar de zon of de aarde zoals de meeste planten, maar groeit waarheen hij wil.
    Hij bloeit in de winter en geeft het hele jaar door besjes.
    De maretak heeft geen echte wortels, maar groeit oppervlakkig in zijn gastheer.

    Volgens Steiner is de plant een ‘overlever’ uit de ‘Maanperiode’ van de evolutie van de aarde, toen het aardoppervlak nog niet stevig was, maar bestond uit zachte massa met eilanden waar planten groeiden die qua ontwikkelingsstadium verkeerden tussen onze hedendaagse planten en dieren.
    Steiner meende dat de maretak zo’n ‘diereplant’ was en roemde zijn ‘krankzinnige aristocratie’.

    De parallel met het gedrag van kwaadaardige tumoren ligt voor de hand en gebruik makend van Hahnemanns similia-regel kwam Steiner tot het inzicht dat hij hier de sleutel tot de behandeling van kanker in handen had.

    Ergens tussen 1916 en 1920 bracht hij zijn ‘ontdekking’ naar buiten en de stroom publicaties erover is sindsdien niet meer opgehouden.

    Bereidingswijze

    Iscador is het gefermenteerde extract van het sap dat ontstaat na centrifugeren van de hele plant, zowel in zijn winterse als zomerse bloeiwijze.
    Door beide te mengen verkrijgt men ‘eenheid’.
    In de naam van de Iscadorpreparaten wordt met een letter aangegeven op welke gastheer de maretak groeide.
    Dat kunnen zijn : eik, appelboom, pijnboom etc.
    Iscador P komt van de pijnboom, Iscador M van de appelboom.
    Aan de Iscador worden ook minieme hoeveelheden metalen toegevoegd als zilver, koper of kwik, in hoeveelheden ver beneden de gevaarlijke hoeveelheden, bijv. 1/00 ste mg koper per 100 mg Iscador bij een ADH van 2 mg koper per dag.
    De keuze van het preparaat wordt bepaald door de primaire tumorlokalisatie.
    Zo zou de toevoeging van koper vooral effectief zijn bij tumoren van lever, galblaas, nieren en maag.

    Werkingsmechanisme

    Talrijke studies hebben laten zien dat Iscador in vitro een immuunstimulerend effect heeft, alsmede cytotoxische en proapoptotische effecten kan hebben.
    Niet direct duidelijk is waarom deze effecten klinische betekenis zouden kunnen hebben.
    Ook de geclaimde veiligheid van het middel - de enige incidenten zijn gevolg van onzuiverheid van de fabricage (hepatitis) – doet twijfelen aan de werkzaamheid.
    De enige bijwerkingen zijn koorts en pijnlijke infiltraten op de plaats van de injectie.
    De dosering wordt door de behandelaar teruggebracht als die bijwerkingen te hinderlijk worden.

    Wetenschappelijke gegevens

    In Pubmed vond ik 105 vermeldingen onder Iscador, waarvan er 29 in de laatste vijf jaar waren.
    Van die 29 kon in drie gevallen geen land van herkomst kon worden vastgesteld.
    Verder waren 11 publicaties over het middel van Duitse origine, drie van Zwitserse komaf, twee uit India en drie uit de VS.
    Voorts waren Noorwegen, Frankrijk, Rusland, Nederland, Zweden, Australië en Polen vertegenwoordigd met elk één publicatie.
    Pubmed bevat 644 verwijzingen naar mistletoe.
    Google geeft 200.000 verwijzingen naar mistletoe en 3950 naar Iscador.
    Google geeft 1880 Nederlandse verwijzingen naar maretak en 126 naar Iscador.
    Ook met Nederlands belastinggeld is gekeken naar de werkzaamheid van dit middel.
    In vitro onderzoek door Tusenius en Houwert werd in de jaren ’80 door overheidssubsidie mogelijk gemaakt.
    Knipschild en Kleijnen gaven in 1993 een overzicht van de gepubliceerde trials en kwamen tot de conclusie dat er nauwelijks goede gerandomiseerde studies te vinden waren.
    De beste studie liet geen effect zien.
    Zij achtten gebruik van het middel alleen in onderzoeksverband aanvaardbaar.

    Inmiddels is er een artikel verschenen van Grossart-Maticek (ja, hij!), Kiene, Baumgartner e.a. dat op het eerst gezicht indrukwekkende is vanwege zijn omvang : 10.226 kankerpatiënten werden gevolgd tijdens Iscadortoediening.
    Maar als we goed kijken, dan betreft dat vrijwel uitsluitend niet-gerandomiseerd onderzoek en bij slechts 56 patiënten een gerandomiseerd, maar niet dubbelblind onderzoek.
    Men vond een betere overlevingsduur bij de gebruikers, welke meer uitgesproken was bij die patiënten die ook een beter geestelijk functioneren gingen vertonen (ook toe te schrijven aan de maretak werd geconstateerd).

    Tegenover deze studie staan andere studies die geen effect te zien gaven of studies waarbij een ongunstig effect werd gezien.

    Het Amerikaanse National Cancer Institute vindt anno 2003 de wetenschappelijke gegevens onvoldoende om Iscador als kankertherapie aan te bevelen.
    Zelfs de zeer pro-alternatieve NCCAM van het NIH (Bethesda) kwam in 2002 tot diezelfde conclusie : ’the data on improvement of the quality of life are convincing, but those regarding the survival are conflicting and of variable quality’. (Mansky)

    En zelfs de antroposofen zelf, die in 2003 een overzicht gaven van gecontroleerde studies, stelden vast dat methodologische tekortkomingen geen conclusies over de stof toelieten, maar drongen wel aan op meer onderzoek van goede kwaliteit (Kienle et al.).


    2. - Echinaceeën of de rode zonnehoed

    Actuele status

    Vogels’ Echinaforce is al jaren op afstand het meest verkochte OTC-middel in ons land.
    De meeste van deze middelen worden via drogisterijen verstrekt, maar ook apotheken zijn maar al te graag bereid het middel aan te bieden.

    Dat het product inmiddels ook van de ‘academici D 30’ (Arnout Jaspers) van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen CBG een registratie als homeopathisch middel heeft binnengehaald, maakt de positie ervan natuurlijk niet minder sterk.

    Blijkens een publicatie van de SFK werd in 2002 via de apotheek 83.000 maal Echinaforce als tablet en 68.000 maal als tinctuur verstrekt : het kostte in totaal 2,2 miljoen euro (de omzet in Spiroflor via de apotheek bedroeg 2,5 miljoen euro).
    De totale omzet, inclusief die via de drogisterijen, is enkele malen hoger.

    Ook wereldwijd is het middel populair, vooral ter behandeling en/of preventie van verkoudheid en griep.

    Onscrupuleuze firma’s prijzen het middel als volgt aan : ‘Medicinal Action and Uses – Echinacea increases bodily resistance to infection and is used for boils, erysipelas, septicaemia, cancer, syphilis and other impurities of the blood, its action being antiseptic.
    It has also useful properties as a strong alterative and aphrodisiac. As an injection, the extract has been used for haemorrhoids and a tincture of the fresh root has been found beneficial in diphtheria and putrid fevers.’

    Herkomst

    De rode zonnehoed, Echinacea purpurea ook wel Rudbeckia geheten, is - anders dan de maretak - een relatief jonge plant.
    De eerste archeologische vondsten van deze plant dateren uit de 18de eeuw en dat was in de VS, waar de medicijnmannen van de inheemse Indianenbevolking de plant in de 19de eeuw toepasten de plant toe bij de uitwendige behandeling van wonden, brandwonden, insectenbeten, als zuig- en kauwmiddel bij kiespijn en keelontsteking en als inwendig middel bijpijn, hoest, maagkramp en slangenbeet.
    De blanke overheersers kregen ook belangstelling voor de medicinale effecten van de plant en rond 1880 produceerde de firma Meyer de eerste geneeskundige bereiding, de Meyer Blood Purifier, ter behandeling van reuma en ratelslangbeten.

    In het begin van de 20ste eeuw was echinacea het meest gebruikte plantaardige middel in de VS.

    Met de ontwikkeling van de chemotherapeutica en antibiotica nam het gebruik van de echinaceeën sterk af.

    Rond 1939 werd ook in Duitsland begonnen met het kweken van de plant en de Nazi’s, die dol waren op natuurgeneeskunde en homeopathie, deden op instigatie van Himmler experimenten met de plant bij brandwonden.
    De NSDAP-er Gerhard Madaus testte Echinacea in zijn ‘biologisch instituut’ te Dresden, terwijl in Dachau de homeopathie werd uitgetest bij ernstige infecties.

    Dat Alfred Vogel de Echinacea later als ’weerstandsplant’ zou betitelen, dat konden de beulen in Dachau nog niet weten.
    Alfred Vogel nam, na zijn eerste studiereis na de VS in 1957, stekjes van de plant mee naar Zwitserland.

    Eind jaren ’60 slaagden homeopaten en natuurgenezers als Vogel erin om de plant opnieuw onder de publieke belangstelling te brengen en dat heeft geleid tot zijn huidige status.

    Wetenschappelijke gegevens

    Het ‘werkzame’ bestanddeel is nog steeds niet ontdekt.
    Vogel gebruikt de hele plant, zowel het bovengrondse deel dat ’s zomers wordt geoogst als het ondergrondse dat in het najaar wordt geoogst, voor zijn Echinaforce.
    Uiteraard bevat de plant talrijke stoffen die farmacologisch actief zijn als polysacchariden, keto-alken, alkylamides en cichorijzuur.

    De eerste wetenschappelijke publicaties die Pubmed vermeldt, dateren van 1967 en gaan vaak over de speurtocht naar het werkzame ingrediënt.
    Pubmed geeft 267 referenties naar Echinacea, Google ruim 350.000! Google (Nederlands) geeft er 1550.
    Volgens de commerciële site van de Amerikaanse Herbs Research Foundation kan over de in vitro werking het volgende gezegd worden : ‘Over 500 scientific studies have documented the chemistry, pharmacology, and clinical applications of echinacea. The most consistently proven effect of echinacea is in stimulating phagocytosis, that is encouraging white blood cells and lymphocytes to attack invading organisms. Specific actions : increases the number and activity of immune system cells, including anti-tumor cells: promotes T-cell activation; stimulates new tissue growth for wound healing; reduces inflammation in arthritis and nflammatory skin conditions; Mild antibiotic action : bacteriostatic, anti-viral, anti-fungal. inhibits the bacterial enzyme hyaluronidase, to help prevent bacterial access to healthy cells.‘

    De werkzaamheid in vivo bij de mens was volgens een overzichtsartikel in de Cochrane Data Base (2000) niet aangetoond.
    Ook meer recente proefnemingen lieten geen effect zien van Echinacea bij verkoudheid (AIM) en evenmin van de Echinacea in de C-potentie bij postoperatief herstel na pees-operaties.

    De kruidenpagina op de website van het Memorial Sloan-Kettering kankerziekenhuis uit New York, dat zeer positief staat ten opzichte van alternatieve geneeswijzen, stelt ook dat meer research nodig is voordat de werkzaamheid


    3. - Teunisbloem-olie

    Actuele status

    Teunisbloemolie wordt in ons land vooral op de markt gebracht als voedingssupplement wegens zijn hoge gehalte aan gammalinoleenzuur, een essentieel vetzuur.
    Orthomoleculaire handelaren als Orthica en het AOV van Nieuwenhuis uit Den Haag verkopen het, maar ook door aanbieders van vitaminen en kosmetica.

    Het spul wordt vaak gemengd met andere supplementen.

    Het Engelse product Efamol wordt in ons land geïmporteerd door Pharmafood uit Putten.
    Dit bedrijf maakte tot recent onderdeel uit van Numico, maar werd dit jaar doorverkocht aan Kernpharm, een bedrijf gericht op de zelfzorgmarkt, dat o.a. Franse homeopathie verkoopt.

    Het indicatiegebied was eerst zeer breed, maar is de laatste jaren verengd tot vrouwenkwalen als premenstrueel syndroom en goedaardige pijnlijke klachten in de vrouwenborst (‘mastopathie’ c.q. mastalgie).

    Daarnaast wordt het nog steeds aanbevolen ter preventie van een tekort aan essentiële voedingsstoffen, dat zou leiden tot vaatziekten en grote psychiatrische en neurologische ziektebeelden.

    In Engeland bedroeg de omzet van de olie vorig jaar 32 miljoen Pond sterling d.w.z. 48 miljoen euro.
    Wereldwijd zouden er volgens dezelfde bron duizenden tonnen teunisbloemolie worden verkocht (Kelliher).

    Herkomst

    De teunisbloem, in het Engels ‘evening primrose’ geheten omdat de bloem zich ’s avonds opent, is al vele tienduizenden jaren oud, maar kan - anders dan de maretak en de rode zonnehoed - niet bogen op traditioneel gebruik door druïden of Indianen.

    Ik betwijfel zelfs of de propagandisten ervan wel te vertrouwen zijn als zij stellen dat ‘oude kruidenboeken’ de teunisbloem beschrijven als ‘stelpend en pijnstillend, tevens werkend tegen maagdarmstoornissen, astma, kinkhoest, vrouwenkwalen en bij wondgenezing.

    De olie van de zaden van de plant werd begin 20ste eeuw onderzocht op zijn bruikbaarheid voor de verfproductie en in 1927 werd ontdekt dat deze olie o.a. rijk was aan gammalinoleenzuur (Engelse afkorting : GLA, gamma linolenic acid). In de jaren ’60 werd vooral door Britse onderzoekers vastgesteld dat GLA zeer goed door het lichaam werd opgenomen en snel de symptomen van een tekort aan essentiële vetzuren kon verdrijven.
    Ook de toen opkomende research op het gebied van de prostaglandines, een nieuw ontdekt soort weefselhormonen, droeg bij aan de wetenschappelijke interesse voor GLA, waarvan de teunisbloemolie een rijke en onovertroffen bron bleek.

    Als eerste gepropageerd bij MS in 1974, buitelden daarna de nieuwe indicatiegebieden als het ware over elkaar heen.

    De grote ‘pusher’ hierachter was dr. David Horrobin (1939-2003), een Schots hoogleraar fysiologie en later ook farmaceutisch ondernemer, over wie later meer.

    Het in 1990 in het Nederlands vertaalde boekje van Judy Graham, Teunisbloemolie en gezondheid (1984) vermeldt als indicaties : premenstrueel syndroom, goedaardige borstaandoeningen, eczeem, hyperactieve kinderen, reuma, suikerziekte, hart- en vaatziekte en hoge bloeddruk, MS, alcoholisme, schizofrenie, ziekte van Raynaud en sclerodermie, overgewicht en kanker.

    Onder de kosmetische effecten beschrijft zij het groter worden van de borsten bij vrouwen, maar dat pas na jarenlang gebruik.
    Nergens anders op het lichaam is daarbij toename van vetafzetting geconstateerd !

    Wetenschappelijke gegevens

    In Pubmed kunnen 334 verwijzingen naar de evening primrose oil, EPO, worden gevonden.
    De eerste dateert van 1979 en betrof een stuk van Horrobin in zijn eigen tijdschrift Medical Hypotheses over de toepassing van EPO bij MS.

    Op de zoeksite van Google zijn 169.000 verwijzingen naar EPO te vinden, terwijl Google (Nederlands) 586 hits oplevert.

    Over de werkzaamheid van teunisbloemolie is zo langzamerhand wel meer duidelijkheid ontstaan.
    In haar necrologie van Horrobin in het BMJ van 19 april 2003 (opvallend genoeg verschenen binnen 3 weken na zijn dood) noemde Caroline Richmond, een medisch journaliste ook actief in onze Britse zustervereniging Healthwatch, de teunisbloemolie een middel dat vermoedelijk de geschiedenis zou ingaan als de remedie waar geen ziekte voor was, terwijl ze stelde dat de overledene wel eens de grootste ‘snake oil salesman’ van zijn tijd zou kunnen blijken te zijn.

    Snake oil, dames en heren, is Engels voor Haarlemmer Olie.
    Het is maar dat u het weet.
    Richmond, die de EPO reeds in 1987 als een nutteloze panacee had betiteld, was niet erg gecharmeerd van Horrobin, die ook zeer veel vrienden en invloedrijke relaties had.
    Ze memoreerde dat hij onderzoekers die gunstig rapporteerden over EPO een aandeel in de omzet toezegde, dat hij weliswaar enorm veel publiceerde (meer dan 800 artikelen) maar grotendeels in de twee door hemzelf opgerichte tijdschriften, dat hij steeds farmaceutische bedrijven oprichtte met veel overheidssubsidie omdat hij naar achterstandsregio’s ging, dat hij zijn tweede vrouw in de directie van een zo’n bedrijf benoemde terwijl zij geen inhoudelijke kennis of opleiding had enzovoorts.
    Ook het faillissement van een zijner bedrijven, zijn aanvaringen met de geneesmiddelenregistratiecommissie en de Schotse Medical Research Council liet Richmond niet onvermeld.
    De necrologie leidde tot een ongehoord aantal ingezonden reacties, in een aantal dat bij het BMJ nooit eerder was vertoond : meer dan 100 binnen drie weken.
    De meeste reacties namen het voor de kennelijk zeer aimabele Horrobin op en veel werd ook verwezen naar de vriendelijke en onkritische necrologie die in The Lancet had gestaan.
    Ook zijn weduwe en beide kinderen stuurden brieven.
    Eveneens werd er een klacht ingediend bij de Engelse Raad voor de Journalistiek.
    Hoofdredacteur Smith kreeg het ook te verduren, maar verweerde zich op eloquente wijze en bleef achter Richmond staan, hoewel haar stuk enkele kleine inhoudelijke onjuistheden had bevat die werden gerectificeerd.
    Over de werkzaamheid van EPO leek redelijk grote consensus te bestaan : op een enkel uitzondering na was men van mening dat er sprake was geweest van ‘over-promotion’ van het middel, ook wel door Horrobin.
    Alleen voor cyclische pijn in de borsten zou de werkzaamheid van het middel toch wel vast staan.

    Hier nu kan ik uitsluitsel geven, want - en mijn Nederlandse borst zwelt op van trots - juist op dit punt is baanbrekend Nederlands onderzoek verricht en dat werd vrij recent gepubliceerd in een peer reviewed medisch tijdschrift.
    Ik doel op een door het Praeventiefonds betaald onderzoek van o.a. de Amsterdamse epidemiologe en homeopate De Lange-de Klerk naar de werkzaamheid van teunisbloemolie in vergelijking tot visolie en placebo bij vrouwen met cyclische pijnklachten in de borsten.
    In alle groepen namen de klachten plm. 13% af, maar er waren geen verschillen tussen de groepen.

    Het vorig jaar gepubliceerde onderzoek (Blommers et al. Am J Obstet Gynecol 2002; 187:1389-94) liep vanaf 1993, werd in 2002 gepubliceerd en heeft de vaderlandse belasting betaler – ik vroeg het even voor u na bij ZonMW – 429.000 gulden ofwel 195.000 euro gekost.



    Besluit


    Ik heb u laten zien hoe gemakkelijk ‘geneesmiddelen’ - in feite kwakzalversmiddelen - een op niets dan schimmigheid gebaseerde populariteit kunnen verwerven en dat dan ook nog eens jarenlang volhouden.
    De marketingingrediënten van de drie geschetste producten zijn weliswaar verschillend – de maretak berust op een occulte leer, de echinacea op Indiaanse mythologie en hedendaagse liefde voor de natuur en de teunisbloemolie heeft een schijn van echte wetenschappelijkheid omdat er farmacologisch iets interessants in zit : veel GLA - maar elke smoes lijkt wel afdoende.
    Juist op een gebied waar effectiviteitsonderzoek zo goed doenlijk is, geneesmiddelen kunnen immers dubbelblind onderzocht worden, handhaven deze middelen zich tientallen jaren zonder dat de werkzaamheid ooit is aangetoond.

    Met deze constatering in gedachten neem ik u nog even terug naar Goya.

    Dames en heren, als de fantasie niet constant wordt beteugeld door de rede, dan gebeuren er vreemde dingen en kunnen nutteloze geneeswijzen en geneesmiddelen soms erg lang in zwang blijven.
    De drie besproken kwakzalversmiddelen genieten in ons land een wettelijk beschermde ruimte, waarmee is aangetoond dat Goya nog immer actueel is en als we bij de maretak, de teunisbloemolie en de rode zonnehoed dan misschien nog niet van monsters hoeven te spreken, hersenschimmen zijn het zeker wel !

    In dit verband toon ik u nog twee Caprichos.
    De eerste is nummer 53 en heeft als titel ‘Wat een gouden snavel !'.
    De Prado geeft als explicatie : ‘Dit lijkt een beetje op een academische vergadering. Spreekt de papagaai soms over geneeskunde ? Hoe dat ook zij, geloof geen woord van wat hij zegt. Er zijn veel dokters die over een ‘gouden snavel’ blijken te beschikken als ze gaan spreken, maar als het op recepten aankomt, dan zijn het Herodessen; hij kan lang praten over pijnen, maar kan ze niet genezen : hij drijft de spot met zieke mensen en vult de kerkhoven met schedels.’

    Ik eindig met een Capricho (80), die mij persoonlijk op dit moment bijzonder aanspreekt, want hij is getiteld ‘Het is tijd’ ('Ya es hora' ofwel 'Hora est').

    Ik hoop begin volgend jaar een proefschrift, geheel gewijd aan de dwaalwegen in de geneeskunde, te kunnen verdedigen en zal u te zijner tijd graag uitnodigen erbij aanwezig te zijn.

    Literatuur

    .../...


    Cfr. : http://www.kwakzalverij.nl/pdf/03-04droom.pdf




    Kruidengeneeskunde

     –
    Fytotherapie” : Degelijke wetenschap of big business ? –
     

    Bron : 'Phytotherapy good science or big business ?' - Sara Abdulla - Nature News - Nature Publishing Group, May 13, 1999 - © Macmillan Magazines Ltd 1999
    - Vertaald en bewerkt door Liesbeth Tysmans -


    Sinds 1990 is het gebruik van kruidenmedicijnen in de westerse wereld toegenomen met bijna 400%.
    Waarom zijn deze producten zo aanlokkelijk ?
    En zijn ze wel veilig ?

    In de voorbije twee eeuwen heeft men met groot succes door middel van wetenschappelijk onderzoek geprobeerd de stukjes en beetjes volkswijsheid uit vroegere tijden te vervangen en te verhelderen.
    De levensverwachting is gestegen met tientallen jaren.
    Vele ooit terminale ziektes zijn nu te genezen en andere heeft men volledig uitgeroeid.
    Pijn en lijden, hoewel nog steeds deel van het dagelijks bestaan, worden enorm verlicht door de steeds verbeterende resultaten van wetenschappelijk werk.

    En toch dook er in de westerse wereld begin jaren ‘90 een onverzadigbare markt op voor allerlei dingen die ‘natuurlijk’, folkloristisch, traditioneel en, bovenal, niet wetenschappelijk zijn.
    Het gevolg was dat op wetenschap gebaseerde geneeskunde waarbij de nadruk ligt op gecontroleerde studies, staving, bewijs, statistische significantie en veiligheid wordt afgewezen ten voordele van ‘alternatieve geneeswijzen’: totaal voorbijgestreefde behandelingswijzen die steunen op anekdotes en geruchten.

    Zowat de commercieel succesvolste en meest gebruikte tak van alternatieve of complementaire geneeskunde is ‘fytotherapie’.
    Dit zijn de tabletjes, poeders en elixirs, ook gekend onder de term kruidengeneeskunde, die in de meeste landen als voedingssupplementen in natuurvoedingswinkels en apotheken vrij verkocht worden.

    Bij fytotherapie worden bereidingen gebruikt van de volledige plant, zoals frambozenbladthee (Rubus idaeus) of extract van paardekastanjezaad (Aeschlus hippocastanium), waarvan men gelooft dat ze door het (nauwelijks aangetoonde) proces van ‘synergie’ werkzamer zouden zijn dan de som van hun delen.
    Het is deze klemtoon op het gebruik van de gehele plant, eerder dan van de individuele chemische verbindingen, die fytotherapie onderscheidt van de synthetische fabricage van de actieve componenten van planten in de reguliere geneeskunde.

    Tegenwoordig beschouwen we aspirine als volledig synthetisch, maar het werd oorspronkelijk - een eeuw geleden - verkregen uit de schors van wilgenbomen (Salix alba).
    Deze trend zet zich voort.
    Scheikundigen hebben nu synthetische versies van paclitaxel (taxol) geproduceerd, een geneesmiddel dat oorspronkelijk verkregen werd uit een taxussoort (Taxus) en bijzonder werkzaam is tegen eierstokkanker.
    In Science van 7 mei 2001 tonen Bei Zhang van Merck Research Laboratories in Rahway, New Jersey en collega’s aan hoe een verbinding geïsoleerd uit een tropische schimmel misschien ooit gebruikt kan worden als vervangmiddel voor insuline.

    De markt voor kruidenmedicijnen is het vorige decennium met 400% gegroeid.
    In de volgende tien jaar wordt verwacht dat deze sector wereldwijd jaarlijks 12 tot 15 miljard dollar zal opbrengen.
    De Amerikanen alleen al geven bijna twee miljard dollar per jaar uit aan fytotherapie en Europeanen (vooral Duitsers en Fransen) blijven niet ver achter.
    In sommige landen wordt dit soort behandelingen door meer dan de helft van de bevolking aangeschaft, waardoor een derde van alle vrij te verkrijgen gezondheidsproducten kruidengeneesmiddelen zijn.

    Slechts van een kleine minderheid van deze middelen werd aangetoond dat ze een licht tot matig heilzaam effect hebben op de gezondheid.
    Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) bijvoorbeeld, waarover de NIH (US National Institutes of Health) onlangs een gecontroleerde studie opzette, blijkt bij sommige patiënten een even effectieve behandeling voor depressie en seizoensafhankelijke stoornis te zijn als vele synthetische antidepressiva.
    Er is bewijs voor dat extracten van de ginkgoboom (Ginkgo biloba) het kortetermijngeheugen bij oudere patiënten verbetert en dwergpalm (Serenoa repens) blijkt vergrote prostaatklieren te doen krimpen.

    Het gebrek aan onderzoek mag nauwelijks verbazing wekken als zelfs bij gebrek eraan de fabrikanten de vraag amper kunnen bijhouden.
    De kansen om er patent op te vragen zijn minimaal.
    Bovendien is de reglementering op de verkoop zeer laks vergeleken met die waaraan echte geneesmiddelen moeten voldoen.
    Het levert dus voor de fabrikanten enkel voordelen op dat deze kruidenmiddelen onder de noemer voedingssupplementen vallen.
    Waarom zou deze multimiljardenindustrie dan gemotiveerd zijn om kostelijke, langdurige, correct gecontroleerde, grootschalige klinische onderzoeken uit te voeren ?

    Maar waarom zijn welvarende, normaal gezien rationele, vaak zelfs hoogopgeleide mensen (het doorsneeprofiel van de gebruiker) zo geïnteresseerd in fytotherapie ?

    Eén theorie is dat de consument/patiënt gedesillusioneerd is.
    Ze (vrouwen tussen 30 en 40 jaar zijn de grootste gebruikers van kruidenmiddeltjes) is ontsteld door het aantal vragen waarop de wetenschap nog steeds geen antwoord heeft.
    Ze is teleurgesteld in en voelt zich tekortgedaan door overbezette en onpersoonlijke gezondheidsdiensten, waar het individu haastig behandeld wordt, met een steeds maar afnemende menselijkheid.
    Maar het belangrijkste is dat ze gewend geraakt is keuzes te kunnen maken en de macht heeft om die keuzes ook uit te voeren – of tenminste die illusie heeft.

    Volgens Dr. Elizabeth Williams, redacteur van het tijdschrift Phytotherapy Research van de University of London, is een andere belangrijke factor dat mensen nog steeds geloven dat ‘natuurlijk’ gelijk staat met goed en veilig, ondanks de vele bewijzen van het tegendeel.
    Deze opvatting wordt gedeeld door de meeste onderzoekers die geconfronteerd worden met deze onverwachte anti-wetenschappelijke opleving.
    Mensen lijken er in te slagen om tegelijkertijd tegengestelde opinies te hebben, bijvoorbeeld dat nicotine slecht is, maar andere natuurlijke producten goed zijn.
    “Hoewel ze weten dat er giftige planten bestaan, schijnt dit niet van invloed te zijn op hun geloof dat kruiden goed zijn.”
    Deze situatie kan, aldus Dr. Williams, voortkomen uit het feit dat kruiden in verband gebracht worden met gezond eten en goede keuken.
    Wat een belachelijk idee is, aangezien wat het menselijk lichaam betreft, ‘natuurlijk’ een nietszeggend begrip is.
    Fysiologisch merkt het lichaam het verschil niet tussen bijvoorbeeld scheikundig gesynthetiseerde vitamine C en vitamine C die uit een sinaasappel verkregen werd.
    Het gebruik van look (Allium sativum), gember (Zingiber officinale) of ginseng (Panax ginseng or P. quinquefolius) bij het koken is dan wel natuurlijk, maar wat is er zo natuurlijk aan het consumeren van het equivalent van honderden of duizenden keren deze hoeveelheid in één keer, zoals wanneer men een extracttablet neemt ?

    En wat is er zo veilig aan het gebruiken van substanties die aan geen enkele eis op het gebied van samenstelling moeten voldoen ?
    Recent bleken bijvoorbeeld sommige zogenaamde ‘ginsengtabletten’ helemaal geen ginseng te bevatten.
    Er hoeft geen uniformiteit te zijn van chemische bestanddelen: sommige Sint-Janskruidbereidingen bevatten totaal verschillende ingrediënten.
    Bovendien worden zogenaamde ‘natuurlijke’ middelen verkocht met zeer weinig informatie over hun gebruik, effecten en gevaren.

    Een andere reden die gegeven wordt voor de heropleving van fytotherapie is dat mensen ongeruster zijn over de bijwerkingen van synthetische medicijnen.
    E. Ernst, Professor of Complementary Medicine aan de Exeter University, verklaart dit doordat vergeleken met sommige drastische behandelingen die noodzakelijk zijn bij veel levensbedreigende ziektes, kruidenmiddelen de reputatie hebben om milder, zachter en veiliger te zijn.

    Aangezien jaren gebruik ervoor gezorgd heeft dat extreem giftige planten zoals het dodelijke nachtschade (Belladonna) sinds lang uit de volksapotheek verwijderd zijn, kan deze bewering gedeeltelijk waar zijn.
    Hoewel anderen dan weer argumenteren dat, om dezelfde redenen, wat overgebleven is in de ethno-farmacopee (artsenijboek), slechts een minimale werkzaamheid heeft en vooral van belang is voor kleine zelfbeperkende aandoeningen zoals misselijkheid of hoofdpijn.
    Zorgwekkender is echter dat men er zich recent van bewust geworden is – zoals bevestigd door een artikel gepubliceerd in de British Journal of Clinical Pharmacology in 2001 – dat omwille van een aantal redenen, de directe bijwerkingen van alternatieve geneesmiddelen sterk ondergerapporteerd worden.

    De laatste motivatie voor de fytotherapierage lijkt, zoals bij vele andere takken van aanvullende geneeswijzen, de aantrekkingskracht van zelfmedicatie te zijn. In een tijdperk van keuzes, zelfbeschikking, gemak en afbrokkeling van onbetwistbare autoriteit willen mensen zelf beslissen wat ze in hun lijf stoppen (zoals bleek bij de recente ophef rond genetisch gemanipuleerd voedsel).
    Hoe dan ook, mensen die er niet zouden aan denken om hun haar, huis of auto aan iemand anders dan een expert toe te vertrouwen, voelen zich wel bekwaam om zich bezig te houden met de uiterst complexe chemie, fysica en biologie van het menselijk lichaam.

    Meer nog, velen die dergelijke kruidensupplementen gebruiken zijn hierover terughoudend wanneer ze hun conventionele arts raadplegen.
    De communicatie tussen de twee strekkingen is totaal ontoereikend.
    “De onderlinge wisselwerkingen – vooral op langere termijn – met geneesmiddelen zijn waarschijnlijk een tijdbom” aldus E. Ernst : “We weten dat wisselwerkingen bestaan, maar we zijn nog nauwelijks begonnen aan een systematische en grondige studie ervan.”

    We moeten opletten dat de huidige rage voor al wat ‘natuurlijk’ is ons niet blind maakt voor het feit dat sommige fytotherapieën wel of niet gevaarlijk kunnen zijn en sommige al dan niet werkzaam.
    Zonder degelijk wetenschappelijk onderzoek en regelgeving is deze trend niets anders dan een gevaarlijke vorm van nostalgie.


    Cfr. : http://www.skepp.be/artikels/alternatieve-behandelingen/kruidengeneeskunde-2013-201cfytotherapie201d-degelijke-wetenschap-of-big-business

     

    11-05-2008 om 22:55 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CFSAC Meeting - Nov 2007
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
























    Chronic Fatigue Syndrome Advisory Committee
    (CFSAC)

    Meeting - Nov 2007

    The CDC, NIH/ Research/Education Subcommittee Reports
    &
    Dr. Cheryl Kitt of the Center for Scientific Review


    Phoenix Rises - A Guide To Chronic Fatigue Syndrome


    Some of the issues discussed in this meeting include :

    • Why more women than men have chronic fatigue syndrome (ME/CFS) ?

    • Which kind of community does Dr. Reeves’ data suggest places women at a higher risk of chronic fatigue syndrome (ME/CFS) ?
    • Where do more men than women have chronic fatigue syndrome (ME/CFS) ?
    • Where do the short-term attention problems possibly originate ?

    • Does child abuse play a big role in chronic fatigue syndrome (ME/CFS) ?
    • Is there a hormone/female connection ?

    • How might the Surgeon General Get Involved in this disease ?


    Contents

    1. - Dr. Reeves’ report of the Center for Disease Control's (CDC's) program

    1.1 - A complex disease
    1.2 - The role gender plays (or 'why women should stay out of large cities') ?
    1.3 - CDC’s laboratory findings
    1.4 - The attention problem
    1.5 - Women and hormones - An ME/CFS connection ?
    1.6 - Emory University (A future Center of Excellence for CFS ?)
    1.7 – Epidemiology
    1.8 - Pilot registry
    1.9 – Conclusion


    2. - Q and A with Dr. Reeves

    2.1 - Child abuse or not ?
    2.2 - CFS interventions (i.e. Treatments)


    3. - National Institutes of Health CFS Research Program

    3.1 - 'Painting the pig’ - Dr. Hanna and the NIH CFS Program
    3.2 - Committee questions


    4. - Education Subcommittee Report

    4.1 - The Surgeon General and CFS ?
    4.2 - The CFIDS Association of America backs out of the CDC Continuing Education Program


    5. - The Research Subcommittee Chaired by Dr. Jason

    5.1 – Accountability
    5.2 - CFS and medical texts
    5.3 - Judging the competence of the panels that review ME/CFS grant applications


    6. - Dr. Cheryl Kitt's presentation


    7. - Patient presentations




    1. - Dr. Reeves’ report of the Center for Disease Control's (CDC's) program


    Dr. Reeves’ report is always interesting and this section is always long because
      -(a) there’s a lot going on at the CDC and
      -(b) Dr. Reeves reports on it.
    There will be a distinct contrast between his report and Dr. Hanna’s report on the chronic fatigue syndrome (ME/CFS) program at the NIH later – of which just the opposite is true.


    1.1 - A complex disease

    As he did at the last CFSAC - cfr. : http://www.hhs.gov/advcomcfs/cfsac071128_agenda.html - meeting Dr. Reeves emphasized that chronic fatigue syndrome (ME/CFS) is a complex illness that represents changes in systems all across the body and is caused by a combination of factors which includes your genes and the things (i.e. ‘environmental factors’) that happen to you.
    Dr Reeves again hit on the notion, which to my understanding he alone has embraced publicly : that chronic fatigue syndrome (ME/CFS) is the kind of illness that leads to other diseases.
    He believes, in fact, that CFS research may help researchers elucidate common pathways that show up in other complex diseases (some other complex diseases include autism, diabetes, heart disease etc.).

    Obviously we’re getting only the tip of the iceberg with regard to Dr. Reeves’ concept of chronic fatigue syndrome (ME/CFS) here.
    His most recent presentation, though, fits in with the CDC’s ‘allostatic stress’ theory which posits - if I understand it correctly - that a poorly working stress response system results in basic aspects of ME/CFS patients’ physiology beginning to break down.
    The finding that chronic fatigue syndrome patients are usually adults appears to fit in with this scenario of problems slowly accumulating over time.


    1.2 - The role gender plays (or 'why women should stay out of large cities') ?

    Dr. Reeves then made what I thought was a rather startling statement; that the increased rate of chronic fatigue syndrome (ME/CFS) in women was probably due to gender not biology.
    This finding is based on the greatly increased prevalence of women in certain communities (metropolitan) vs. others (urban, rural) in the latest Georgia study.
    The Georgia study found that women living in the metropolitan (Atlanta) areas had enormously increased risk of ME/CFS while men there had a lower risk.
    In one part of Georgia (the rural areas) men had a greater risk of getting CFS than women ( ! ).

    This suggests that it’s not hormonal or immune or other differences that increase the risk of CFS for women, but sociological ones; i.e. society and gender collide to evoke CFS in more women in certain areas.
    This is the conclusion the facts support but the facts are so odd that one wonders if a mistake was made in the study.
    What after all would put women so much more at risk in a metropolitan area (Atlanta) as opposed to a smaller urban area (Macon).
    On the face of it it’s a very puzzling finding.
    One must wonder as well what role the empirical definition with its discounting of fatigue and its inclusion of emotional factors plays in building this particular group of CFS patients.
    It’ll be interesting to see if this finding is replicated in future studies.


    1.3 - CDC’s laboratory findings

    The new Georgia study is apparently confirming what the Wichita study found; that chronic fatigue syndrome (ME/CFS) patients are 6 times more likely than healthy people to have suffered some sort of abuse (physical, emotional, sexual) and carry about six times the amount of stress-induced physiological loads (‘allostatic load’) than healthy people do.
    This suggests to him to that the maladaption to stress that CFS represents probably starts very early with some adverse incidents including childhood abuse, infections, surgery, injury etc.


    1.4 - The attention problem

    Dr. Reeves believes this shows up in several physiological ways.
    With regard to cognition there is ‘slowed movement time’ and problems with sustained attention, poorer spatial memory etc.
    These differences are often quite subtle but they show up again and again and Dr. Reeves thinks they are quite significant.
    He believes they may involve problems in the neurocircuitry that link the basal ganglia and the frontal cortex.

    While CDC studies have not found evidence of altered ‘sleep architecture’ (i.e. REM sleep etc.) a spectral analysis indicated that two types of brain waves during sleep were reduced; alpha power which is associated with ‘quiet wakening’ and delta power which is associated with sleep homeostasis.

    The autonomic nervous system - which is one branch of the stress response – is altered.
    Four findings
     -(1) - increased heart rate
     -(2) - reduced heart rate variability
     -(3) - lower blood aldosterone and
     -(4) - higher norepinephrine
    suggest that the ‘fight or flight’ branch of the ANS (the sympathetic nervous system) is overly activated and the ‘rest and digest’ branch (parasympathetic nervous system) has been turned off to some extent.


    1.5 - Women and hormones - An ME/CFS connection ?

    An opposite situation appears to be occurring on the other side of the stress response, the HPA axis.
    Cortisol, the main adrenal hormone, is turned down.
    Interestingly the CDC’s recent data shows this is true only in women and in those ME/ CFS patients (male or female apparently) who’ve experienced childhood trauma.
    This suggests that low cortisol may be a pre-existing factor and suggests there may be a distinct low cortisol/childhood trauma subset in ME/CFS.

    When and how cortisol levels drop in CFS is one of the big mysteries of this disease; does the HPA axis ramp up and then ‘burn out’ or do pre-existing low cortisol levels predispose one to getting CFS or do cortisol levels drop later on in the disease ?
    We may have an answer to this sooner rather than later.
    Dr. Taylor is examining adolescents as they lapse into CFS following infectious mononucleosis and she’ll be charting cortisol levels.

    The CDC’s genetic data continues to implicate the adrenal gland.
    Dr. Reeves emphasized the HPA (hypothalamus-pituitary-adrenal) axis’s role, in particular the hypothalamus.
    He noted that different stressors are processed in different ways with ‘neurogenic stressors’ (such as anticipating something negative and fear) being processed through the frontal lobes and physical stressors (cold, heat, infection, dehydration) being processed through the brain stem.
    Both meet at the hypothalamus and hypothalamic dysfunction appears to be a key part of a complex model that involves neurotransmitters and immune agents.

    Here we have a meeting of the minds between Dr. Reeves and physician/researchers such as Dr. Holtorf and Dr. Teitelbaum.
    Both groups emphasize the HPA axis and locate a main dysfunction in or around the hypothalamus.


    1.6 - Emory University (A future Center of Excellence for CFS ?)

    Dr. Reeves has cultivated close ties with Emory University and is collaborating with them on a large, complex NIH/CDC funded project called ‘Pathophysiologic Mechanisms of CFS: Neuroimaging, Neuroendocrinology and Genomics’.
    This project, began in Jan/Feb of this year, finds the CDC moving into brain imaging in a big way.
    It involves a three day visit to a hospital to do the following :

    1. Functional MRI tests to identifies abnormalities in brain regions (primarily the basal ganglia) that play a role in mental fatigue, cognitive function and autonomic nervous system functioning (heart beat, blood flow, breathing rate, immune regulation).
      Intersection : Chaudhuri and Behan suggested the basal ganglia played a key role in fatigue in ME/CFS in 2001.

    2. During memory stress tests brain imaging scans will capture changes in psychomotor speed (response time) sustained attention etc.
      Researchers will apparently chart changes in the brain as ME/CFS patients show increased response time, inability to sustain their attention and problems with short-term memory.
      They will also be looking at indicators to see if the stress response (cortisol, heart rate variability, heart rate) as well as immune system (cytokines) is responding abnormally when CFS patients engage in these memory stress tests.

    3. A different stress test will monitor many of the same components plus respiration, galvanic stress response and gene expression (to see if ME/CFS patients show altered gene activity).
      These studies will constitute the most thorough examination of the stress response yet done in CFS.


    1.7 - Epidemiology

    Another large project will look at ME/CFS prognosis, economic impact, prevalence and quality of life.
    Projects which quantify the impact ME/CFS has on a population are very important for elucidating the need for more funding.


    1.8 - Pilot registry

    In June/July a registry of patients in Macon, Georgia will be created that Emory University and Mercer Medical School can use in their studies of ME/CFS patients.
    They’ll scour HMOs, private practice physicians, psychiatrists, endocrinologists, infectious disease specialists as well as physical therapists, acupuncturists, homeopathists, herbalists etc. for ME/CFS patients.

    This registry will presumably be used to compare CFS patients from clinics with those gathered during the CDC’s random sampling surveys.

    The CDC will then target the area for a public awareness campaign about ME/CFS and see how effective it is in driving previously undiagnosed patients to these practitioners and in increasing physician awareness.


    1.9 - Conclusion

    All told an exciting spate of activity that promises much.
    It’s encouraging to see a well-respected University get involved.
    Dr. Reeves has stated Emory would love to house a Centers of Excellence Program on CFS.



    2. - Q and A with Dr. Reeves


    Dr. Hanna, the director of the NIH’s CFS program at the Office for Research For Women’s Health, went off on what I thought was a somewhat bizarre tangent.
    She noted that the CDC excluded from their studies alcoholics who otherwise met the criteria for ME/CFS and then stated that if Dr. Reeves had submitted his project to the NIH for approval it wouldn’t have been funded because he didn’t have that other group (alcoholics with CFS) in there.

    Perhaps feeling defensive about the lack of ME/CFS research the NIH is funding, she then said “that’s why it’s more difficult to get studies funded when they’re peer reviewed’.
    Suggesting Dr. Reeves’ study would not have passed a more stringent peer review process could only have raised his hackles.
    Dr. Reeves shot back that his upcoming study wouldn’t have passed peer review ‘because the review panel would say that it was too ambitious'; i.e. suggesting that the review panels at the NIH are inherently too cautious to provide real breakthroughs in CFS.

    Rebecca Artman, the patient advocate on the panel from PANDORA, raised a concern about the large number of exclusionary conditions the CDC uses to winnow down its sample to more or less ‘pure’ CFS patients.
    Dr. Reeves didn’t directly answer this question but chose to emphasize that a very significant percentage of ME/CFS patients do, in fact, have other problems that are missed and can and should be treated.
    This struck a chord with Dr. Oleske who jumped in noting that almost every condition a ME/CFS patient presents is under-treated because every symptom is blamed on ME/CFS.
    He’s seen numerous cases of ME/CFS patients, for instance, with untreated asthma ( ! ).


    2.1 - Child abuse or not ?

    Questions have been raised whether the CDC was seeking to ‘psychologize ME/CFS’ through its findings of increased rates of child abuse in CFS.
    Given that context it was startling to read Dr. Klimas report that she had found much (much) higher rates of child abuse in ME/CFS than even the CDC reported ( ! ).

    Dr. Jason then jumped in to state that his prevalence studies had not shown greatly increased levels of childhood trauma and then transitioned to the one of the great questions facing ME/CFS; how was the empirical definition – the controversial ‘new’ definition created by the CDC – changing the types of patients seen in the CDC’s studies ?

    Dr. Reeves went back over the need for a new definition – which no one and certainly not Dr. Jason, who helped advise the CDC on the new definition - would deny.
    He basically defended the new definition, saying that because it quantifies fatigue and disability symptoms, that he knows for the first time, what kinds of patients show up in his studies.
    He didn’t address the question whether they might be the wrong kinds of patients.


    2.2 - CFS interventions (i.e. treatments)

    In response to a question from Dr. Klimas Dr Reeves stated that a workshop in Spring was going to discuss ME/CFS treatments and that funding levels were slightly less than last year (which were significantly less than the year before).



    3. - National Institutes of Health CFS Research Program


    Now we move to the other arm of the government’s CFS research effort, the NIH.
    The CFS research effort there is led by Dr. Eleanor Hanna based at the Office of Research For Women’s Health.
    Her report is, typically, quite a bit shorter.


    3.1 - 'Painting the pig’ - Dr. Hanna and the NIH CFS Program

    The NIH’s big effort of the past year was to produce a Grantsmanship Workshop that explored ways ME/CFS researchers could obtain research funding from other sources than the ME/CFS research program.
    Dr. Hanna characterized it as ‘extremely successful’ but it clearly was not; despite a good turnout from the Institutes of the NIH, very few CFS researchers attended.
    Hence the title of this section –we will see Dr. Hanna repeatedly try to pretty up the pig; i.e. dress up the NIH’s accomplishments during her presentation.
    The poor turnout at the Workshop couldn’t have been surprising.
    As NIH budgets remain static or decline and the search for grant moneys gets more competitive, CFS researchers who can’t get funded from their own program in the NIH obviously have trouble believing they have much of a chance of getting money from other programs.

    A big obstacle is simply the lack of researcher interest, much of which can be laid directly at the NIH’s feet.
    Researchers will not take on controversial subjects unless they have an expectation that they’ll have continued funding, but the NIH’s actions suggest they have very little interest in funding CFS.
    Their one big effort of the past five years – a relatively small grant for research into neuro-immune issues in ME/CFS – took years to get together and ultimately failed, not because the research community didn’t respond, but because the NIH failed to fund many proposals.

    What’s needed is to commit to a sustained research effort, i.e. research centers or Centers of Excellence.
    Dr. Hanna’s big announcement – the creation of a program looking not at ME/CFS but at multiple pelvic pain disorders – underlines what pitiful shape the CFS research is in.

    Dr. Hanna is obviously trying; the Grantsmanship workshop, the inclusion of CFS in the Multi-Pelvic-Pain Disorder program and her announcement that National Institute of Aging and NIDDK will be members of the Chronic Fatigue Syndrome Working Group (CFSWG) are testaments to Dr. Hanna’s creative capabilities in a difficult situation, but they also underscore the astonishingly little support CFS receives at the NIH.
    Diseases that cause tens of billions of dollar a year in losses shouldn’t have to try to shoehorn their researchers into other diseases in order to get funding.
    Dr. Hanna and Dr. Pinn and the ORWH have utterly failed in their most essential mission; to create a viable CFS research program at the NIH.

    What is on the ORWH’s CFS research team’s plate for the upcoming year ?
    Nothing.
    They’ll continue to fund the few studies they are funding.
    They’ll probably add a study or two.
    They’ll update their Program Announcement (Program announcements detail which subjects the NIH is interested in funding).


    3.2 - Committee questions

    The committee is obviously not pleased at the state of CFS research at the NIH.
    They have asked for Centers of Excellence/Research Centers and have been rebuffed.
    Again Dr. Klimas asked how about funding COE’s and again Dr. Hanna said the Institutes will not fund them for CFS and that the research is there yet.
    Maybe Dr. Hanna once again suggested, after the RFA grants finish we’ll be able to get the support.

    Let’s take a look at this idea :

    Dr. Hanna has several times suggested that once we get these grants done THEN maybe we can really build some support for research centers.
    The RFA funded four grants on CFS.
    Those grants will be finished in four years and it’ll take at least another year to write and publish their results.
    So Dr. Hanna is saying
     - a) expect the status quo – very little activity – for at least five more years and
     - b) pin your hopes that a very small number of studies will somehow cause the NIH to rear up and take notice of CFS.
    It’s a ludicrous argument that I’m not clear why the committee accepts at face value.

    Dr. Willis-Fridinger then posed a type of question that I find unsettling; how does the NIH allocate funding ?
    It’s a very basic question that indicates Dr. Fridinger may know almost nothing about this subject – something I find troubling in a member of federal advisory committee on CFS.

    Dr. Jason then stepped in with an excellent question : “Why was the NIH able to fund three CFS Research Centers in the mid 1990’s, when we knew much less about the disease, but now can’t find the money to fund any ?

    Dr. Hanna gave what is becoming her usual answer to these types of questions : “It’s above my pay grade”.
    She felt that the some of the Centers ‘rested on their laurels’ and noted that the NIAID, which was funding the Centers, recommended that they not fund them anymore apparently because they were getting tired of funding a lot of non-immune research.
    At that point it was incumbent on the other Institutes to step up and fund CFS research, but they failed to do so.

    Dr. Hanna basically laid the blame for that on the Centers, stating they wouldn’t give the Institutes a ‘good accounting of what they had’, which suggested they couldn’t be bothered to answer questions about their programs when their fate was on the line – something which stretches one’s imagination.
    Dr. Natelson, who is reportedly still furious about the closing of his New Jersey Center, which became the most prolific CFS research program ever, would surely disagree.

    Unfortunately the conversation died before we could get to the most important question : why are the big neurological, immune, cardiovascular, musculoskeletal institutes refusing to contribute to Centers now ?
    What do they mean when they say the ‘research is not there yet’ ?
    How will we know when it is ‘there’ ?
    It would require a pittance money-wise in the medical research field to do so.
    As one explanation, Dr. Hanna did say the NH was moving away from having Centers.
    If so they’re not moving very fast – they currently fund over 1,500 of them.

    Since I have the podium, I’ll state what I believe the Committee should do : they should ask the Institute representatives to appear before them and explain why CFS is not worthy of real funding and what benchmarks the research field needs to meet before they start spending even a little money on this disease.
    While they’re at it the Committee could also ask them if they feel comfortable presiding over a program that is responsible for uncovering the cause of a disease that strikes a million Americans and yet has funded only 8 new grants in the last five years.



    4. - Education Subcommittee Report


    4.1 - The Surgeon General and CFS ?

    The Education Subcommittee has been busy.
    They’re trying to get the Surgeon General (SG) to provide a letter to health care providers about CFS and they’ve had several meetings with the SG’s office.
    While they said the acting SG was receptive and sympathetic (they’re all sympathetic !) they bumped a number of basic issues that dog ME/CFS.
    Basically they’re issues of believability – something we’d hoped we’d gotten beyond by now – but we clearly haven’t.
    They included how to get someone (themselves ?) to believe in a disease that does not have a biomarker.

    They countered that question with a list of diseases that don’t have biomarkers but are still considered diseases.
    Then the acting SG retired !
    So they started over again.
    While the new SG was again ‘sympathetic’ he essentially gave them the brushoff stating he wanted to focus on his ‘major initiatives’ right now.
    They protested that the drafting of a single letter was hardly a ‘major issue’ but the staff said it was a major issue since the letter could result in the SG being ‘deluged’ with requests to carry the banner of CFS and speak and attend events regarding it.

    While they didn’t get a positive result they did successfully reach into the Surgeon General’s Office.
    The SG did not just brush off the proposal; they had meetings with the entire senior staff and the proposal was apparently carefully considered.
    That sounds like considerable progress.

    Dr. Reeves has not been impressed by the idea of the letter to the Surgeon General and he several times pressed the Committee about just what the letter was going to accomplish and if it was going to accomplish something, how anyone could tell.
    Dr. Snell rightly pointed out that any public letter from the Surgeon General provides gives CFS advocates another arrow in their quiver; its adds some ‘gravitas’ to their efforts.


    4.2 - The CFIDS Association of America backs out of the CDC Continuing Education Program

    The subcommittee is also working on the provider education project and the CME (Continuing Medical Education ?) program for doctors.
    The CAA’s withdrawal from the program after several years obviously raised questions.

    Kim McCleary, President and CEO of the CAA, stated they withdraw because they wanted to include more clinic-derived information – i.e. advice from doctors – in the program.
    The CDC, taking a more conservative bent, however, wished to continue to restrict the program to research-derived information – i.e. treatment information derived from research studies.



    5. - The Research Subcommittee Chaired by Dr. Jason


    The research subcommittee has been quite dynamic under Dr. Jason’s leadership and is raising several important questions.
    The subcommittee wants to do three things.


    5.1 - Accountability

    First and foremost they want to get an accurate accounting of federal research funding on ME/CFS.
    This a laudable goal given the Committee’s responsibilities; if they are to advise the Secretary of Health on the federal response to CFS they need to know just what the federal response is and how it has changed from year to year.
    Past CFSAC committees have not been particularly interested in these facts but I believe knowing them is vital if the Committee is to make a difference.
    If, for instance, they can show a downward trend in funding then they can make the case the program is not succeeding in its present state and request changes.


    5.2 - CFS and medical texts

    They’re poring over medical texts to see what medical students are learning about ME/CFS.
    They’re looking to see
     - a) if ME/CFS is portrayed and if so
     - b) how it’s being portrayed.
    This data could presumably be used to ask the government for more outreach to medical schools.


    5.3 - Judging the competence of the panels that review ME/CFS grant applications

    The makeup of the panels that review CFS grant proposals has been a source of frustration for many years now.
    It’s an important problem; if CFS researchers don’t believe they’ll get a fair shot before the review panel they won’t apply.
    Indeed it appears that not many researchers are applying for CFS grants and when they do, very few are getting accepted.

    Dr. Glaser stated that an examination of the review panel for CFS found that only 15% of reviewers had ‘worked on anything related to CFS’.
    Note this figure doesn’t refer to work on CFS, they had trouble finding reviewers who had worked ‘on anything’ even ‘related’ to CFS.
    He stated : “The whole field doesn’t move forward not because there’s no money, but because of the nature of the study sections (review process)”.
    This was a strong statement – the strongest yet by a CFSAC member on this issue.
    This is the first time that I remember a CFSAC member actually quantifying the lack of expertise on the panel.

    Dr. Hanna’s only comment was that there were complaints about the review panel for the RFA but look how well that turned out.
    The RFA had the potential to turn the NIH’s CFS program into a dynamic entity but out of a projected $4 million dollar windfall only $1 million was spent and several significant grant proposals were rejected.
    Out of approximately 30 grant proposals, only 4 (on CFS) were accepted.
    It’s unfortunate to see Dr. Hanna get away with comments like this.

    Dr. Hanna is viewed as a champion for ME/CFS by most in the community but her answers before the CFSAC committee make one wonder.
    It may be that because she has so little positive to report she’s constantly on the defensive.
    At times I wonder why CFSAC members don’t take her to task more.
    She has dealt with these complaints for years and has basically stood behind the review panels.

    As it happened the Deputy Director of the Center for Scientific Review (CSR), Dr. Cheryl Kitt gave a presentation.
    The CSR is in charge of the review panels.



    6. - Dr. Cheryl Kitt's presentation


    Dr. Cheryl Kitt's presentation was typical – very general and lengthy – and addressed nothing germane to the CFS community’s complaints.
    These types of presentations – which simply review the workings of whatever agency is under discussion are absolutely useless and I wonder why the CFSAC permits them.
    Instead of being informative what they manage to do is use up most of an official’s allotted time.
    The CFSAC should request presenters to submit their presentation to the panel beforehand to read and then go directly to questions.

    When asked about the review panel situation, Dr. Kitt replied that there were few researchers primarily focused on CFS and they’d communicated with them all and they basically couldn’t get anyone.
    Dr. Glaser replied that the IACFS/ME (Association of CFS professionals) has sent ‘large lists of potential reviewers’ to the CSR for five years now.

    It wasn’t so surprising to see Dr. Glaser lead the way on this issue.
    He is an established researcher who has, apparently, been unable to get his grant proposals funded.
    An Epstein-Barr Virus researcher he couldn’t have been happy to find only 1 (maybe) reviewer with immune research experience in two years of review panel members.
    Dr. Glaser is currently being funded by the CFIDS Association of America (CAA).

    Dr. Kitt gave no ground and the conversation quickly died.



    7. - Patient presentations


    Several patient presentations were given including my own.
    You can find them on the Chronic Fatigue Syndrome Advisory Committee (CFSAC) website at : http://www.hhs.gov/advcomcfs/index.html -.


    Cfr. :
    - http://phoenix-cfs.org/AdvocacyCFSCFSACNov07Summary.htm
    - http://www.hhs.gov/advcomcfs/cfsac071128_rec.html

     

    05-05-2008 om 19:22 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eén op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La bête noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    mamouchkatje
    blog.seniorennet.be/mamouch
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!