NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • buy furosemide australia is there an over the counter furosemide
  • cialis with dapoxetine Si
  • celexa cost cvs order celexa online no prescription
  • viagra with dapoxetine Si
  • naproxen dosage over the counter can you buy naproxen 250 mg over the counter

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • oknyeqgyrx (Evgidell)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • bwysukkjhdficj (Grdmorgo)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • how much cost viagra samples (GenaHoF)
        op Even geduld...
  • agadckfkpnmxdq (TbsRuirl)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • Frerajod adjurnerxc (BrcSteamb)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • ymjubvdizuyinq (Gbrteems)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • mlfqbwrqeoihbw (Ltvstync)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • sgqdrubnlynuqd (RnlFrork)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • wfvdwszughkmrq (Fvrtwelt)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • bseajpbfcpahms (FvlTrity)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    maccabi
    blog.seniorennet.be/maccabi
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wesp333
    blog.seniorennet.be/wesp333
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    moekeontour3
    blog.seniorennet.be/moekeon
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    moekeontour2
    blog.seniorennet.be/moekeon
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    vogelzanger
    blog.seniorennet.be/vogelza
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    03-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het chronische-vermoeidheidssyndroom - Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






    Het chronische-vermoeidheidssyndroom
    - Samenvatting, conclusies en aanbevelingen -

    Gezondheidsraad, (2005)
     Publicatie nr. 2005/02
     ISBN : 90-5549-554-9



    Bijna ieder mens voelt zich wel eens moe of zelfs uitgeput.
    Meestal weet men hoe dat komt en gaat het vanzelf of na wat extra rust over.
    Bij het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) is dat niet zo.
    PatiŽnten met CVS voelen zich voortdurend moe en uitgeput en hebben daarbij ook allerlei andere lichamelijke klachten.
    CVS is ook bekend als ĎMEí (myalgische encephalomyelitis), een term die de commissie niet gebruikt omdat die ten onrechte suggereert dat er een ontsteking is van hersenen en ruggenmerg.
    CVS is een controversiŽle aandoening.
    Zowel binnen als buiten de medische wereld zijn er mensen die wel en mensen die niet in het bestaan ervan geloven.
    Dat heeft onder meer tot grote meningsverschillen geleid over het vermogen van CVS-patiŽnten om arbeid te verrichten en daarmee over het recht op een uitkering.


    CVS is een reŽle, ernstig invaliderende aandoening

    Het staat vast dat CVS beperkingen oplegt aan het persoonlijk, beroepsmatig en sociaal functioneren.
    De levenskwaliteit van CVS-patiŽnten is lager dan die van gezonde mensen.
    De symptomen fluctueren en dat maakt hen onzeker.
    Zij zijn gedwongen hun activiteiten te wijzigen, hebben geen fut meer voor sociale activiteiten, werken is er vaak niet meer bij, contacten met collegaís verdwijnen en hun financiŽle situatie verslechtert.
    Niet zelden raken zij in een sociaal isolement.
    Voor het dagelijks functioneren zijn patiŽnten op hulp van anderen aangewezen.
    Omstanders nemen hun toestand niet altijd serieus en doen die af met de reactie Ďdat het wel psychisch zal zijní.
    PatiŽnten verwachten van hun arts dat hij verbetering in hun toestand brengt, maar krijgen vaak te horen dat de oorzaak van deze klachten onbekend is en dat behandeling ontbreekt.
    Via internet, patiŽntenvereniging of mensen in hun omgeving horen zij verhalen over mensen die al jaren CVS hebben.
    Zij komen gemakkelijk terecht in een situatie zonder toekomstperspectief, die vele jaren aanhoudt.
    Spontaan herstel is mogelijk, maar is eerder uitzondering dan regel.
    Voor zover onderzocht, herstelt op de lange duur tien procent of minder van de volwassenen met CVS spontaan.
    Voor jonge patiŽnten is de prognose aanzienlijk beter: de meerderheid herstelt spontaan na enige maanden tot jaren.


    De internationaal erkende casusdefinitie (CDC-94-criteria) is de standaard

    De kennis over het ontstaan en de oorzaken van CVS is gebrekkig, de klachten zijn variabel en weinig specifiek en eenvoudige diagnostische tests zijn er niet.
    In dit soort gevallen kan een casusdefinitie Ė een op consensus gebaseerde omschrijving van de aandoening Ė uitkomst bieden.
    De internationaal erkende casusdefinitie van CVS is die van de Amerikaanse Centres for Disease Control (CDC) uit 1994 (kader).

    Casusdefinitie Chronische-vermoeidheidssyndroom van de Amerikaanse Centres for Disease Control, 1994

    * Diagnostische criteria
    Minstens 6 maanden aanhoudende of steeds terugkerende vermoeidheid waarvoor geen lichamelijke verklaring is gevonden en die
    - nieuw is, dat wil zeggen niet levenslang aanwezig
    - niet het gevolg is van voortdurende inspanning
    - nauwelijks verbetert met rust
    - het functioneren ernstig beperkt.
    In combinatie met vier of meer van de volgende symptomen, gedurende zes maanden aanhoudend of regelmatig terugkerend en die er niet waren vůůr de vermoeidheid begon :
    - zelfgerapporteerde verslechtering van geheugen of concentratievermogen
    - keelpijn
    - gevoelige hals- of okselklieren
    - spierpijn
    - gewrichtspijnen
    - hoofdpijn
    - niet-verfrissende slaap
    - na inspanning gevoel van uitputting (malaise) gedurende 24 uur of langer.

    * Exclusiecriteria
    - een andere aandoening of ziekte die de vermoeidheid (vermoedelijk) verklaart
    - een psychotische, ernstige of bipolaire depressie (maar niet een ongecompliceerde depressie)
    - dementie
    - anorexia of bulimia nervosa
    - alcoholmisbruik of het gebruik van drugs
    - ernstig overgewicht.

    Elke casusdefinitie is een constructie voor de praktijk met arbitraire elementen en met beperkingen.
    Het bestaan van criteria betekent bijvoorbeeld nog niet dat er een ziekte is Ė in de zin van een specifiek, welomschreven ziekteproces Ė waarmee die criteria corresponderen.
    Dat zal nog moeten blijken.
    Beperkingen van de CDC-definitie zijn dat de symptoomcriteria niet zijn gevalideerd en dat de definitie in de eerste plaats is gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek.
    Om het inzicht in aard en verloop van de aandoening te vergroten, is op dit moment de toepassing van de CDC-94-definitie aan te bevelen in onderzoek en praktijk.
    Daarmee is overigens niet gezegd dat onderzoek en behandeling van chronische vermoeidheid beperkt moet blijven tot patiŽnten die aan de CDC-94-criteria voldoen.


    Vermoedelijk zijn er in Nederland tussen de 30.000 en de 40.000 CVS-patiŽnten

    De commissie onderstreept dat dit cijfer niet meer is dan een ruwe schatting.
    Betrouwbare epidemiologische gegevens over CVS zijn schaars.
    Variaties in de toegepaste casusdefinities en het feit dat niet alle patiŽnten een huisarts consulteren, zijn daar debet aan.
    Het merendeel van de patiŽnten is volwassen, maar de aandoening komt ook bij jongeren voor.
    Ruim driekwart is vrouw.
    Prevalentiecijfers van BelgiŽ, Frankrijk en Duitsland zijn er niet.
    Nederlandse gegevens over CVS bij mensen van verschillende etnische herkomst ontbreken eveneens.
    Onderzoek naar een mogelijk verband tussen CVS en beroep is niet gedaan.
    De arts-patiŽntrelatie is van invloed op het verloop van moeheidsklachten.
    Niet alleen het instrumentele handelen van de arts bepaalt de uitkomst bij klachten als chronische vermoeidheid, maar ook het affectieve handelen.
    Het is belangrijk dat artsen de klachten en de patiŽnt serieus nemen, investeren in een goede relatie met de patiŽnt, ruimte bieden voor emoties en uitleg geven over de diverse kanten van vermoeidheid.
    Strikte opvattingen over lichamelijke en psychische oorzaken zetten de relatie tussen arts en patiŽnt onder druk en houden voortgang in het onderzoek tegen
    Lichamelijke en psychische oorzaken van CVS worden vaak tegenover elkaar geplaatst.
    Een steeds terugkerende kwestie die bij patiŽntenorganisaties leeft, is of CVS een neurologische of psychiatrische aandoening is.
    De commissie vindt dat geen vruchtbare discussie als het om de behandeling van patiŽnten gaat.
    Het neurowetenschappelijk onderzoek van de afgelopen decennia heeft laten zien dat psychologie (bijvoorbeeld gedrag) en biologie (bijvoorbeeld biochemische processen) twee aspecten zijn van hetzelfde.
    Het is niet het een ůf het ander maar het een ťn het ander.
    Acceptatie van deze inzichten bevordert het noodzakelijke gezamenlijke perspectief van arts en patiŽnt en biedt nieuwe ingangen voor het onderzoek naar de oorzaken van CVS.


    Het maken van onderscheid tussen etiologie en pathofysiologie schept helderheid in discussies over de oorzaken van CVS

    Etiologie gaat over het Ďwaardoorí: welke omstandigheden maken dat iemand CVS krijgt ?
    Pathofysiologie gaat over het Ďhoeí: welke biologische ontregelingen zijn er ?
    Dit onderscheid is cruciaal bij het ordenen van de grote hoeveelheid gegevens die variŽren in abstractieniveau en afkomstig zijn uit diverse domeinen en bij het vertalen van bevindingen in nieuwe hypotheses voor onderzoek.
    Ook biedt het een goed aanknopingspunt voor het gesprek met patiŽnten.


    De etiologie van CVS staat onder invloed van een scala van factoren

    Een gangbare indeling van etiologische factoren is die in :

    Predisponerende factoren
    Factoren waardoor de ene mens eerder CVS krijgt dan de andere : familiaire (wellicht genetische) factoren, geslacht, leergeschiedenis (ervaringen in de vroege jeugd), persoonlijkheid, levensstijl en lichamelijke activiteit.

    Uitlokkende factoren
    Factoren die bij daarvoor gevoelige personen CVS op gang kunnen brengen : acute stress, zowel fysieke stress (een ernstige verwonding, langdurige slaapstoornissen, een zware operatieve ingreep of een infectie), als acute psychologische stresssituaties.

    Instandhoudende factoren
    Factoren die het herstel in de weg staan : fysieke inactiviteit, periodieke overactiviteit, foutieve of niet-helpende opvattingen over de aandoening, verhoogde aandacht voor lichamelijke sensaties, inadequaat gedrag van hulpverleners en sociale factoren.
    Hoewel het tegendeel vaak wordt beweerd, zijn chronische infecties geen instandhoudende factor.


    Modellen uit de moderne neurowetenschappen vormen een goede basis voor het pathofysiologisch onderzoek naar CVS

    CVS is een van de vele syndromen met lichamelijk onverklaarde klachten, waartoe bijvoorbeeld ook fibromyalgie en het prikkelbaredarmsyndroom behoren.
    Het pathofysiologisch onderzoek heeft zich tot nu toe vooral gericht op de aspecten waarin een syndroom zich van andere syndromen onderscheidt, zonder dat dit veel heeft opgeleverd.
    De syndromen komen vaak in combinatie voor en vertonen opvallende overeenkomsten.
    Het klachtenpatroon bij deze aandoeningen duidt op een ontregeling van regelsystemen of van de communicatie tussen regelsystemen.
    Duidelijke afwijkingen van afzonderlijke parameters zijn er zelden.
    De ontregeling lijkt terug te voeren op eenzelfde grondpatroon : een langdurige en ernstige verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en belasting.
    Door een situatie van chronische stress raken homeostatische mechanismen, zoals energiehuishouding en herstelprocessen uit balans en veranderen pijngevoeligheid en perceptie.
    Goed onderbouwde verklaringsmodellen uit de moderne neurowetenschappen ondersteunen deze gedachtegang.
    Deze modellen bieden de mogelijkheid de kloof te overbruggen tussen somatisch en psychisch en vormen een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe onderzoekshypotheses.


    ĎRust roestí is de rode draad in het beleid bij moeheidsklachten

    Moeheid is in het algemeen een signaal om het kalmer aan te doen, maar totale rust doet de conditie geen goed en houdt de klachten uiteindelijk in stand.
    De patiŽnt met moeheidsklachten moet het advies krijgen te doen wat hij nog kan, zo nodig na aanpassing van werk(tijden) in overleg met de bedrijfsarts of met huisgenoten als de patiŽnt geen baan heeft.
    Moeheid heeft vaak een Ďgewoneí oorzaak : overbelasting of stress.
    Voorwaarde voor herstel is dat de patiŽnt die oorzaken onder ogen ziet en er actief mee aan de slag gaat.
    Rust zonder meer kan vermijdingstendensen versterken, ziekteverzuim verlengen en een proces van maatschappelijke marginalisatie in gang zetten.


    Openheid over de beoordeling van de mogelijkheid om te werken is beslist noodzakelijk

    Bedrijfs- en verzekeringsartsen zullen patiŽnten moeten uitleggen dat niet, zoals zij vaak denken, de diagnose en de oorzaak van een aandoening bepalend zijn voor hun recht op arbeidsverzuim of op een uitkering, maar dat het gaat om uitingen en gevolgen van ziekte.
    Die worden in de praktijk beoordeeld aan de hand van drie zaken :

    Algemeen functioneren
    Iemand die door ziekte of gebrek in het algemeen niet kan functioneren, kan ook niet werken; wanneer hij op enigerlei wijze wel kan functioneren, zijn ook al snel bepaalde vormen van arbeid mogelijk.

    Consistentie
    Ziekte, beperkingen en dalende arbeidsparticipatie moeten logisch samenhangen en consistent zijn.
    Als dat niet zo is, kan onvermogen om te werken niet aan ziekte worden toegeschreven.

    Probleemanalyse
    Arbeidsomstandigheden bepalen slechts een deel van de draaglast van mensen.
    Inzicht in de psychosociale context is essentieel voor het oordeel over arbeidsgeschiktheid.
    Bedrijfs- en verzekeringsartsen zullen open moeten zijn over deze beoordelingsprincipes.
    Dit kan het aantal misverstanden en meningsverschillen rond mogelijkheden van CVS-patiŽnten om te werken verkleinen.


    Adequate patiŽntenzorg vereist richtlijnen voor de diagnostiek en begeleiding van patiŽnten met moeheidsklachten

    Er is een grote variatie in de diagnostiek en de begeleiding van patiŽnten met moeheidsklachten in het algemeen en met CVS in het bijzonder.
    Dit betreft zowel de gang van zaken bij huisartsen als die bij bedrijfs- en verzekeringsartsen.
    PatiŽnten hebben het recht op een uniforme benadering en werkwijze.
    De commissie zet de hoofdlijnen uiteen van het beleid bij moeheidsklachten, in het bijzonder CVS.
    De vertaling daarvan in richtlijnen voor het beleid is een zaak van het Nederlands Huisartsengenootschap, het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde en de Nederlandse Vereniging voor Verzekerings-geneeskunde.
    Het is dringend gewenst dat Het chronische-vermoeidheidssyndroom zij eerst om de tafel gaan zitten om afspraken te maken over gezamenlijke uitgangspunten en over samenwerking op dit vlak.


    Er is extra aandacht nodig voor CVS bij jonge mensen

    Jongeren met CVS kunnen vaak niet meer een gewoon schoolprogramma volgen, huiswerk maken, normale afstanden fietsen of lopen, sporten en aan andere sociale activiteiten deelnemen.
    CVS bedreigt de normale, leeftijdsadequate ontwikkeling, zoals het streven naar autonomie en identiteit en het zich losmaken van de ouders.
    Artsen wordt afgeraden de diagnose CVS vůůr het tiende jaar te stellen, omdat de klachtenpresentatie op die leeftijd in hoge mate afhankelijk is van de interpretatie van de ouders.
    Niet-functionele attributies van de ouders kunnen het herstel van de jongere in de weg staan.
    Daarom is het raadzaam de patiŽnt en de ouders afzonderlijk te spreken.
    Dat bevordert bovendien het gevoel van autonomie van de jongere.


    Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een effectieve behandeling

    Behandelingen voor CVS zijn er te kust en te keur, vooral te vinden op het internet.
    Slechts weinige zijn op werkzaamheid getoetst.
    In systematic reviews van de interventies voor CVS komt CGT naar voren als een effectieve behandeling.
    Het behandeleffect van CGT is duurzaam gebleken en verslechtering van de toestand door CGT is niet aangetoond.
    CGT is echter geen panacee.
    De behandeling is intensief, vraagt veel van de patiŽnt en heeft bij circa 70 procent van de patiŽnten succes.
    Succes betekent dat de patiŽnt weer op een min of meer normaal niveau kan functioneren.
    Veel succesvol behandelde patiŽnten zullen echter niet meer op hun oude niveau van functioneren terugkomen, maar hebben zich leren aanpassen aan hun eigen, begrensde mogelijkheden.
    Sommigen ervaren dat als een verlies dat zij moeten verwerken.
    Zelfwerkzaamheid is een essentieel onderdeel van CGT.
    PatiŽnten motiveren om de therapie te ondernemen is erg belangrijk.
    CGT is onlosmakelijk verbonden met een geleidelijke opbouw van lichamelijke activiteit ('graded exercise training' (GET)).
    Of GET zonder enige vorm van CGT effectief is, wordt op dit ogenblik in Engeland onderzocht.
    De patiŽntenpopulatie is divers en niet iedereen is gebaat bij CGT volgens het huidige protocol.
    Door meer en minder intensieve varianten van CGT te ontwikkelen kan men het aanbod en de behoefte beter op elkaar afstemmen.


    Uitbreiding van de behandelingscapaciteit is nodig

    CGT voor CVS-patiŽnten is alleen structureel beschikbaar in Nijmegen.
    Er staan ruim 300 patiŽnten op de wachtlijst.
    Voor een adequate zorgverlening is uitbreiding nodig van de behandelcapaciteit, bijvoorbeeld door de vorming van specifiek op chronische vermoeidheid gerichte centra zoals in Nijmegen of van centra die zich meer in den brede toeleggen op onderzoek en behandeling van stressgebonden aandoeningen.
    Een knelpunt bij schaalvergroting is dat maar weinig psychologen over de benodigde expertise beschikken.
    Meer aandacht in de opleiding van psychologen voor de gedragstherapeutische aanpak van lichamelijke klachten is noodzakelijk, niet alleen voor de behandeling van patiŽnten met CVS, maar voor alle patiŽnten met lichamelijk onverklaarde klachten.
    Een multidisciplinaire benadering is een voorwaarde voor goed wetenschappelijk onderzoek naar CVS.
    De kennis over CVS vertoont grote hiaten.
    Tal van onopgeloste kwesties vragen om nieuw wetenschappelijk onderzoek.
    Een zoektocht naar ťťn specifieke oorzaak van CVS is niet vruchtbaar gebleken en zal vermoedelijk niet leiden tot een verklaring van het scala van symptomen en verschijnselen.
    Een daadwerkelijke vergroting van het inzicht in de oorzaken en de behandeling van CVS vergt een multidisciplinaire aanpak waarin de diverse factoren in samenhang bestudeerd worden.


    Lees verder op : http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1167

    03-02-2008 om 00:45 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    31-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cognitieve gedragstherapie werkt goed bij vermoeidheid na kanker - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     
















    Cognitieve gedragstherapie werkt goed
    bij vermoeidheid na kanker

    © Psy, 15-01-08

    Gedragstherapie

    Gedragstherapie is een vorm van psychotherapie die sinds het beging van de jaren zestig bestaat.
    Het uitgangspunt van de behandeling is dat ongewenst gedrag is aangeleerd en dus ook weer kan worden afgeleerd.

    Hierbij wordt gebruik gemaakt van eenvoudige leerprincipes, zoals belonen en (in mindere mate) straffen.
    Het voordeel van de behandelwijze is dat in relatief korte tijd goede resultaten geboekt kunnen worden en dat de werkzaamheid doorgaans goed wetenschappelijk is onderzocht.
    Wanneer in de gedragstherapie, naast het gedrag, ook denkprocessen onderdeel zijn wordt er gesproken van cognitieve gedragstherapie.
    Cfr. :
    http://www.psycholoogdirect.be/site.php/42/woordenlijst/Gedragstherapie.html

    Chronische problemen
    Cognitieve gedragstherapie is probleemgericht.
    Dit betekent dat de therapeut niet steeds de bedoeling heeft om de totale persoon van de patiŽnt aan te pakken, maar zich meestal beperkt tot de behandeling van ťťn of enkele klachten, die duidelijk met de patiŽnt zijn afgesproken.
    In bepaalde gevallen zijn er geen duidelijke symptomen en klaagt de patiŽnt over een veralgemeend negatief gevoel, dat al lang aansleept.
    De patiŽnt, noch zijn omgeving hebben er een verklaring voor.
    Toch ervaren die patiŽnten en/of hun omgeving de klachten als ernstig en is een behandeling ervan noodzakelijk.
    Soms wijst dit beeld op een persoonlijkheidsstoornis.
    Zonder duidelijk aanwijsbare klachten, heeft de therapeut ook geen aangrijpingspunten voor een traditionele therapie.
    Bovendien hebben deze mensen dikwijls sinds lang problematische interpersoonlijke relaties en is een normale band met de therapeut dan ook moeilijk.
    Een ander probleem van deze patiŽnten is hun neiging tot vermijden van de eigen pijnlijke gevoelens en gedachten.
    Bovendien zijn ze vaak zeer rigide in hun denken.
    Young heeft met zijn schemagericht model een methode voorgesteld, die aan deze problemen tegemoet komt.
    Vergeleken met de traditionele cognitieve gedragstherapie maakt dit model meer gebruik van de therapeutische relatie als een middel tot verandering en van uitvoerige gesprekken over vroege levenservaringen.
    Ook wordt meer het accent gelegd op de affectieve ervaring (bijvoorbeeld in rollenspel en verbeelding).
    Meestal is ook de duur van de therapie langer, omdat deze patiŽnten zich meer verzetten tegen verandering.
    Centraal in het model van Young staat het begrip ďschemaĒ.
    Dit zijn brede, alomtegenwoordige ideeŽn over jezelf en over je relatie met anderen, die in de kindertijd ontstaan zijn en verder ontwikkeld in de loop van het leven.
    Ze vormen een relatief samenhangend geheel van kennis, dat het mogelijk maakt latere situaties in te schatten.
    Young beschrijft 18 ďvroege slecht aangepaste schemaísĒ.
    Bijvoorbeeld, een kind dat geen koestering en bescherming ontvangen heeft van zijn ouders kan het ďEmotionele DeprivatieĒ-schema ontwikkelen.
    Als volwassene kan zoín individu vasthouden aan de overtuiging dat er niemand is die om hem geeft en hem begrijpt.
    Binnen deze therapie gaat de patiŽnt zich langzaam bewust worden van de rol die dergelijke schemaís spelen in zijn leven en leert hij daar op een constructieve manier mee om te gaan.
    Cfr. :
    http://users.telenet.be/gunther.vanbost/gedragstherapie_probleemgebieden.htm

    Cognitieve gedragstherapie Ė cfr. : http://www.ccgt.nl/ - blijkt erg goed te werken bij vermoeidheid na behandeling van kanker.
    Dat ontdekte psychologe Marieke Gielissen die het effect van de therapie onderzocht bij ruim honderd mensen die vijf jaar na de behandeling van kanker nog altijd chronisch vermoeid waren.

    Marieke Gielissen (Deurne, 1977) studeerde psychologie in Nijmegen met een specialisatie in de neuro- en revalidatiepsychologie.
    Haar promotieonderzoek bij het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid (NKCV) van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud getiteld Ď
    Cognitieve gedragstherapie om ernstige vermoeidheid en beperkingen in het dagelijks leven te verminderen na curatieve behandeling van kankerí ('Fatigue in cancer survivors - From assessment to cognitive behaviour therapy')
    werd mogelijk gemaakt met een subsidie van KWF Kankerbestrijding.
    Dezelfde organisatie eerde haar met een fellowship voor sociaal-oncologisch onderzoek, met het NKCV als werkplek. 
    Cfr. :
    -
    http://www.ru.nl/wetenschapsagenda/vorige_edities/jaargang_twee/niet_meer_moe_
    na/

    Cognitive Behaviour Therapy to reduce severe fatigue and impairment in daily life after curative treatment for cancer ('Fatigue in cancer survivors. From assessment to cognitive behaviour therapy')
    Cfr. : http://www.trialregister.nl/trialreg/admin/rctview.asp?TC=107


    Na een half jaar cognitieve gedragstherapie is ruim driekwart van de patiŽnten genezen van de vermoeidheid.
    Twee jaar na afloop van de therapie was dat nog zo.
    Bij een controlegroep die de therapie niet kreeg, kwam slechts 21% van de vermoeidheid af.
    Maar wanneer de blijvend vermoeide mensen uit deze groep daarna alsnog de cognitieve gedragstherapie kregen, bleek ook van hen driekwart de vermoeidheid te overwinnen.
    Gielissen promoveerde vandaag, 17 januari 2008, op dit onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen.


    De therapie bij vermoeidheid na kanker is anders dan bij het chronisch vermoeidheidssyndroom. Waarom ?

    Chronische vermoeidheid is anders dan vermoeidheid na kanker of vermoeidheid bij reuma.
    Er zijn uitlokkende en instandhoudende factoren.
    De behandeling van kanker is een uitlokkende factor, maar na een jaar is de invloed daarvan verdwenen.
    Na die tijd zijn het doorgaans andere factoren die de vermoeidheid in stand houden.
    Dat zijn er zes :
    - verwerking van het feit dat je kanker hebt gehad,
    - angst voor het terugkeren van de ziekte,
    - opvattingen over vermoeidheid,
    - het slaap- waakritme,
    - het lichamelijke activiteitenpatroon en
    - ervaren sociale steun en interacties.
    Bij mensen die last hebben van deze vermoeidheid, blijkt cognitieve gedragstherapie heel goed te werken.
    Omdat niet bij iedereen alle factoren een rol spelen, is de therapie per persoon verschillend.


    Hoe kan de therapie eruit zien ?

    We proberen de patiŽnt anders te laten kijken naar zijn vermoeidheid.
    De behandeling kent daarnaast veel gedragsmatige aspecten, zoals regelmaat zien te krijgen in het slaap- waakritme.
    Dat kan het loslaten van het middagdutje betekenen en op vaste tijden opstaan en naar bed gaan.
    Een en ander hangt ook af van de patiŽnt zelf : sommigen zijn op momenten overactief en daarna weer erg moe, anderen zijn overwegend inactief.
    Dat vraagt een wisselende benadering, maar doel blijft dat de patiŽnten weer voldoende gaan bewegen, op een manier dat ze er energie aan overhouden.
    Het streven is dat de patiŽnt zegt : Ď
    Ik ben geen vermoeidheidspatiŽnt meer.í


    Het resultaat is veelbelovend. Denkt u dat deze benadering snel zijn weg vindt in de zorg ?

    Daar streven we wel naar.
    Het is ook nodig, want nu steeds meer mensen kanker overleven, groeit het aantal vermoeidheidspatiŽnten.
    De helft van de patiŽnten heeft een jaar na behandeling van kanker nog altijd last van chronische vermoeidheid.
    Naast therapeuten van het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid van het UMC St Radboud zijn inmiddels vier psychologen uit de regio Nijmegen getraind in de therapie.
    We hopen snel meer psychologen te kunnen opleiden, ook elders in het land.
    Ook is het goed dat artsen en verpleegkundigen die werken met kankerpatiŽnten meer weten over deze mogelijkheid.
    Gelukkig zijn er steeds minder hulpverleners die zeggen dat Ď
    vermoeidheid nu eenmaal bij de ziekte hoortí. (SvD)

    Titel proefschrift
    '
    Fatigue in cancer survivors - From assessment to cognitive behaviour therapy
    '
    Cfr. :
    Cfr. : http://www.trialregister.nl/trialreg/admin/rctview.asp?TC=107

    Cfr. :
    -
    http://www.kwfkankerbestrijding.nl/index.jsp?objectid=kwfredactie:5095
    -
    http://www.ru.nl/wetenschapsagenda/vorige_edities/jaargang_twee/niet_meer_moe_na/


    Cfr. ook :

    1. Behandeling van CVS met cognitieve gedragstherapie
      Gezondheid.infoblog.be - Bron : www.umcn.nl
      Uit onderzoek dat de afgelopen jaren is gedaan, blijkt dat bij mensen met CVS een behandeling volgens de principes cognitieve gedragstherapie (CGT) goede resultaten heeft.
      Er bestaat een Individuele Cognitieve Gedragstherapie en een Groepstherapie.
      Over de werkwijze bij verwijzing voor CGT is op deze site eveneens informatie opgenomen.
      CGT is een vorm psychotherapie waarbij de nadruk ligt op veranderen aan de klachten verbonden gedachten en gedragingen.
      In de cognitieve gedragstherapie voor CVS staat op andere wijze leren omgaan met uw klachten en met lichamelijke activiteit centraal.
      Daardoor factoren de klachten stand houden gunstige zin beÔnvloed.
      Dit leidt tot vermindering de klachten en de daardoor veroorzaakte beperkingen en tot verbetering algemeen welbevinden.
      Deze therapie kan alleen slagen met uw inzet.
      Het doel is : beter worden.
      Werkhervatting is gewoonlijk ook een doel de therapie.
      De behandeling duurt meestal ruim een half jaar en daarin gewoonlijk 16 behandelcontacten.
      Deze behandeling wordt uitgevoerd door Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid (NKCV).
      Als bij u de diagnose CVS is gesteld zal u door de arts gevraagd of u aanmerking wilt komen voor deze behandeling.
      Zo ja, dan wordt u op de wachtlijst geplaatst en krijgt u NKCV bericht (cfr. werkwijze bij verwijzing voor behandeling).
      Het is helaas niet mogelijk om telefonisch of per e-mail individuele adviezen te verstrekken.
      Effect CGT op CVS

      Cognitieve gedragstherapie is tot toe de best onderzochte behandelmethode voor CVS.
      Er inmiddels diverse wetenschappelijk goed uitgevoerde effectstudies naar CGT uitgevoerd, o.a. ons ziekenhuis (Prins et al., The Lancet, 2001, 357 (17), 841-847).
      Hieruit is gebleken dat cognitieve gedragstherapie een effectieve behandelmethode bij chronisch vermoeidheidssyndroom is.
      Cfr. :
      http://gezondheid.infoblog.be/1138/behandeling_van_cvs_met_cognitieve_gedrags
      therapie

    2. Behandeling van het chronisch-vermoeidheidssyndroom in de huisartsenpraktijk - Van counselen naar cognitieve gedragstherapie
      Dirk Van Duppen, Jasna Neirinckx, Lieve Seuntjens, Huisarts en Wetenschap, nr.5 van mei 2003 - Groepspraktijk Geneeskunde voor het Volk, St. Rochusstraat 57-59,
      B 2100 Deurne, BelgiŽ : D. van Duppen, J. Neirinckx, L. Seuntjens, huisartsen.
      Correspondentie :
      dirk.vanduppen@antwerpen.be
      Samenvatting
      Het miskennen van de diagnose van het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS) was voor onze praktijk de aanleiding om kennis te maken met cognitieve gedragstherapie (CGT).
      Uit vakliteratuur bleek dat alleen van CGT en opbouwende lichamelijke oefentherapie de werkzaamheid bij CVS bewezen was.
      We zijn de uitdaging aangegaan om door zelfstudie en intervisie binnen de groepspraktijk CGT en bewegingstherapie zelf toe te passen om de zorg voor de chronisch vermoeide patiŽnt te verbeteren.
      Veertien van de vijftien behandelde patiŽnten boekten na negen maanden behandeling belangrijke vooruitgang op hun dagelijks activiteitenniveau en op de symptomenscore in hun dagboekregistratie.
      Vier van hen konden hun werk hervatten.
      Vier van de zes patiŽnten staakten hun dagelijks gebruik van een benzodiazepine voor de indicatie slaapstoornissen en acht van de negen het dagelijks gebruik van pijnstillers.
      Deze ervaring doet ons vermoeden dat CGT bij de zorg voor de chronisch vermoeide patiŽnt werkzamer is dan gewone gesprekstherapie in de huisartsenpraktijk.
      De kern
      Van cognitieve gedragstherapie en lichamelijke oefentherapie is de werkzaamheid bij CVS bewezen.
      De huisarts kan deze behandelingen ook toepassen bij de zorg voor de chronisch vermoeide patiŽnt.
      De continuÔteit van zorg en de vertrouwensrelatie tussen de huisarts en zijn patiŽnt zijn hierbij een mogelijke meerwaarde.
      Inleiding
      Maria, een 45-jarige bejaardenverzorgster, ontwikkelde in 1999 cervico-brachialgieŽn en werd hierdoor langdurig arbeidsongeschikt.
      Op CT-scan werd een discushernia vastgesteld. Maria was bovendien reeds langdurig moe en had aspecifieke spierpijnen en slaapstoornissen.
      In april 2001 verwezen we Maria naar een revalidatiearts ter beoordeling van haar cervicale problematiek.
      Deze stelde echter de diagnose chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS).
      Hij verwees Maria naar een collega endocrinoloog die zich toelegt op de behandeling van CVS-patiŽnten.
      Een uitgebreide bloedanalyse was normaal, op twee kleine afwijkingen na : een wat lage magnesiumwaarde en een positief IgG voor Chlamydia pneumoniae.
      De endocrinoloog adviseerde het toedienen van magnesium via infusen, voedingssupplementen en een langdurige antibioticabehandeling (negen maanden) ter behandeling van de zogenaamde chlamydia-infectie (in BelgiŽ is dit een niet ongebruikelijke behandeling).
      Maria wilde dit voorstel niet zomaar aanvaarden en wendde zich opnieuw tot de huisarts.
      Ze voldeed inderdaad aan de diagnostische criteria voor CVS.(1)
      Ze leed meer dan zes maanden aan een aanhoudende moeheid, waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden werd en die haar beroepsmatig, sociaal en persoonlijk functioneren zeer ernstig aantastte en die niet verbeterde na rust.
      Bovendien waren er uitgesproken spierpijnen verspreid voorkomend over het lichaam, regelmatig hoofdpijnen en ernstige slaapklachten.
      Alles was zes jaar geleden begonnen toen haar echtgenoot psychotisch gedrag ontwikkelde en het gezin onder zware druk kwam te staan.
      Een psychiater behandelde Maria toen een tijdje met antidepressiva.
      Maria heeft nooit geloofd dat zij een depressie had.
      Ze is met alle medicatie gestopt en heeft haar werk hervat.
      De klachten zijn echter steeds aanwezig gebleven en in december 1999 kon zij het werk niet meer aan.
      De nek- en schouderklachten die toen opkwamen, waren eerder aanleiding dan de oorzaak voor haar arbeidsongeschiktheid.
      Wij huisartsen en de psychiater hadden de diagnose van CVS gemist.
      Dit voorval was voor ons de aanleiding tot een zoektocht in de literatuur met als doel de zorg voor de chronisch vermoeide atiŽnt te verbeteren.
      Clinical Evidence en de Cochrane Library stellen dat alleen van cognitieve gedragstherapie (CGT) en progressieve oefentherapie de werkzaamheid bewezen is.(2,3)
      Van al de andere behandelingen (onder meer corticosteroÔden, magnesium, antibiotica, immunotherapie, antivirale behandeling, voedingssupplementen, homeopathie) is de effectiviteit niet bewezen.(4)
      Een publicatie in de Lancet van een groep Nijmeegse onderzoekers trok ook onze aandacht. (5)
      In een RCT met 270 CVS-patiŽnten toonden zij aan dat CGT effectiever was dan zelfhulpgroepstherapie of de gebruikelijke behandeling.
      Belangrijk in dit onderzoek was dat therapeuten zonder ervaring met CGT bij CVS, deze CVS-patiŽnten behandelden.
      Dit betekent dat deze vorm van CGT eenvoudig aan te leren is.
      Achtergrond
      Onze huisartsengroepspraktijk telde een patiŽntenbestand van ongeveer 1500 gezinnen.
      Het gaat hoofdzakelijk om arbeidersgezinnen en een belangrijk aantal kansarmen.
      Wij kenden in onze praktijk 15 patiŽnten die voldeden aan de criteria voor het stellen van de diagnose van CVS.(1)
      In tabel 1 beschrijven we hun kenmerken.
      Negen van de 15 patiŽnten namen dagelijks pijnstillers tegen spierpijnen en 6 slikten alle dagen een benzodiazepine wegens slapeloosheid.
      Hun sociale achtergrond was divers : twee universitair geschoolden, een leerkracht, een maatschappelijk werkster,
      een verpleegkundige, twee administratief medewerkers, een huisvrouw, een activiteitenbegeleidster voor bejaarden, twee bejaardenverzorgsters, een arbeider en drie arbeidsters.
      De meeste van deze patiŽnten hadden aan medical shopping gedaan in de anarchie van de Ďvrijí georganiseerde geneeskunde in BelgiŽ.
      Zij hadden veel geld uitgegeven aan nutteloze behandelingen zoals het antivirale Ampligenģ, magnesiuminfusen, cortisontherapie of raakten verzeild in de alternatieve geneeswijzen.
      Ze waren bij ons bekend als veelklagers en tijdrovers.
      Maar ondanks de vele aandacht die ze van ons opeisten, zagen we bij geen van hen enige duurzame verbetering.
      Wij beschouwden deze patiŽnten dan ook als uitbehandeld.
      Om financiŽle redenen konden we de niet-kapitaalkrachtigen onder hen niet naar een CGT-psychotherapeut verwijzen.
      In BelgiŽ wordt psychotherapie niet vergoed door de ziektekostenverzekering.
      Wij zijn dan de uitdaging aangegaan om deze CVS-patiŽnten zelf als huisartsen te behandelen volgens het CGT-protocol van de groep van Nijmegen.(6)
      Een cursus kwaliteitsbevordering inspireerde ons om via de plan, do, check and act (PDCA)-cyclus dit CGT-behandelingsschema door zelfstudie en door middel van intercollegiale toetsing eigen te maken.(7)
      Het werd een verbeteringsproject voor de praktijk.
      Tabel 1. - Kenmerken van de CVS-patiŽnten (n=15)

      13 vrouwen Ė gemiddelde leeftijd : 46 j (tussen 35 en 65) - Gemiddeld aantal jaren CVS : 8,5 j (van 2 tot 22) - Nog professioneel aan het werk : 4 j.
      Belangrijkste kwaliteitsmaten
      Uitkomstmaten waren de ernst van moeheid, spierpijnen of slaapstoornissen, alsook het afbouwen van het gebruik van benzodiazepines of pijnstillers.
      De belangrijkste kwaliteitsmaat was de ontwikkeling in het dagelijkse activiteitenniveau.
      Dit ging van dagelijks wandelen of fietsen, regelmatige deelname aan andere recreatieve activiteiten buitenshuis tot werkhervatting.
      Interventie
      In het begin besteedden we veel aandacht aan voorlichting over CVS en de klachten aan de hand van het biopsychosociaal model.
      We informeerden over de bewezen werkzaamheid van een CGTaanpak gecombineerd met opbouwende oefentherapie.
      Sommige patiŽnten namen nauwkeurig de
      Lancet
      -publicatie van de groep van Nijmegen door.(5)
      Aan anderen legden wij de vergelijkende grafieken uit dit artikel voor met de uitkomsten van de CGT-groep versus die van de zelfhulpgroep en de controlegroep om hen te overtuigen van het nut van deze behandeling.
      We bespraken met de patiŽnt welke faciliterende, initiŽrende en vooral instandhoudende factoren hun klachten van chronische vermoeidheid, spierpijn en slaapstoornissen zouden kunnen veroorzaken.
      Ten slotte voerden we een eerste gesprek over de persoonlijke doelen.
      De eerste 6 tot 8 gesprekssessies van ongeveer 40 minuten hielden we om de week.
      Dan volgden 8 tweewekelijkse sessies en enkele maandelijkse opvolgsessies (
      plan and do
      ).
      We organiseerden ook maandelijks een intervisie onder de artsen (
      check and act
      ).
      Gemiddeld investeerden we per patiŽnt ongeveer 20 gesprekssessies over een periode van 9 maanden.
      Telkens bespraken we het dagboek.
      De nog relatief actieve patiŽnten leerden we aanvankelijk hoe hun grenzen te hanteren om episodes van piekactiviteit te voorkomen en om tot een efficiŽnt energiemanagement te komen.
      Bij de passieve patiŽnten besteedden we van meet af aan veel aandacht aan het aanmoedigen van de opbouwende bewegingstherapie door tweemaal daags te gaan fietsen of wandelen.
      Het aanvangsniveau bedroeg de helft van de activiteit die de patiŽnt vlot aankon.
      Dagelijks werd de wandel- of fietstijd met 1 minuut verlengd.
      Als persoonlijk doel stelden we per patiŽnt dagelijks zoín 30 ŗ 60 minuten wandelen of fietsen voorop, tweemaal daags voor de patiŽnten die niet meer werkten en eenmaal daags voor hen die nog wel werkten.
      Bij de dagboekbespreking werd vooral de invloed van gedachten op gevoelens en gedrag blootgelegd.
      De patiŽnten registreerden ook regelmatig hun graad van vermoeidheid volgens een schaal van 0 (helemaal fris en uitgerust) tot 5 (de ergste vermoeidheid die ze zich konden inbeelden).
      Ze registreerden op vergelijkbare wijze spierpijnen of slaapstoornissen.
      Het langzaam opvoeren van de dagelijkse wandel- of fietstijd was een belangrijk hulpmiddel om de invloed van gedachten op gevoelens aan den lijve te laten ervaren.
      Door middel van deze thuisopdrachten konden de patiŽnten hun irrationele, niet-helpende opvattingen, maar ook alternatieve helpende gedachten, toetsen aan de realiteit via hun (objectiverende) dagboekregistratie.
      Samen werkten we planmatig en stapsgewijs naar haalbare doelen toe, tot de patiŽnt uiteindelijk het gevoel van zelfcontrole en zelfredzaamheid weer opbouwde.
      Effecten
      Tabel 2. - Resultaten na negen maanden CGT en oefentherapie bij vijftien CVS-patienten

      .../...
      - vier patienten doen professioneel werk, hebben geen energie voor huishoudelijke of recreatieve arbeid : alle vier hervatten huishoudelijk werk en recreatieve activiteiten
      - vijf relatief actieve patienten zijn arbeidsongeschikt
      - zes patienten waren passief, lagen overdag meer dan drie uur op bed of in de stoel
      - twee patienten hervatten werk in deeltijd
      - twee patienten hebben wekelijks meerdere recreatieve activiteiten buitenshuis
      - ťťn patient stopte de behandeling
      - twee patienten hervatten werk in deeltijd
      - twee patienten hebben wekelijks recreatieve activiteit buitenshuis
      - twee patienten doen huishoudelijk werk.
      .../...

      In totaal hebben 4 patiŽnten (onder wie Maria) hun werk deeltijds hervat, na gemiddeld 5,5 jaar arbeidsongeschiktheid vanwege CVS.
      Zes patiŽnten die volledig passief geworden waren en een groot deel van de dag op bed lagen of op een stoel zaten, zijn weer actief geworden.
      Ze hervatten niet alleen hun gewone huishoudelijke activiteiten, maar ook hun recreatieve en twee van hen zelfs hun professionele activiteiten.
      Eťn van deze passieve CVSpatiŽnten doet nu buitenhuis vrijwilligerswerk en heeft een meerdaagse schoolreis in het buitenland begeleid.
      Bij alle patiŽnten nam het aantal symptomen sterk af volgens hun dagboekregistratie.
      Wat opviel was dat spierpijnen nagenoeg verdwenen wanneer de patiŽnt een niveau van tweemaal daags 30 minuten fietsen of wandelen vlot kon overschrijden.
      Vier van de zes patiŽnten en acht van de negen stopten met het dagelijks gebruik van respectievelijk benzodiazepines en pijnstillers.
      Slechts ťťn patiŽnt heeft de behandeling gestaakt na een conflict met de behandelende arts over de afbouw van benzodiazepine.
      Leerpunten en vervolg
      Hoewel de behandeling zeer intensief was en ons veel tijd kostte, geven de bereikte resultaten de patiŽnten en ons veel voldoening.
      Geen enkele andere (meestal dure) behandeling van specialisten of alternatieve genezers heeft een dergelijk effect op de verbetering van de levenskwaliteit bij deze zogenaamde uitbehandelde patiŽnten teweeg kunnen brengen.
      Bovendien deden deze patiŽnten al voor de start van onze CGT-behandeling heel vaak een
      beroep op de huisarts.
      Ons klassiek counselen bracht dan de patiŽnt en partner er meestal wel even bovenop, maar had geen duurzaam resultaat.
      We vermoeden dan ook dat deze behandelingswijze op middellange termijn tijd bespaart.
      Niemand van ons heeft een psychotherapeutische vorming gehad.
      Wij waren ook als therapeuten onervaren op dit domein.
      Toch slaagden we erin door zelfstudie en intervisie behoorlijke resultaten te realiseren.
      Bovendien valt het op dat slechts 1 van de 15 patiŽnten de behandeling gestaakt heeft.
      Dat is een kleine uitval vergeleken met de uitval in de CGT-interventiegroep van de trial van Nijmegen die 40% bedroeg.(5)
      De auteurs van dat onderzoek wijten dit aan het feit dat CVS-patiŽnten sceptisch zijn over psychologische behandeling en een medische oplossing voor hun problemen verwachten.
      Ook zou voor veel patiŽnten de reis naar het specialistische behandelingscentrum fysiek te belastend zijn geweest om vol te houden.
      We denken dat het feit dat de behandeling in ons verbeteringsproject door de huisarts werd toegepast van groot belang is geweest voor het succes van de therapie en voor de kleine uitval.
      Als de patiŽnt niet naar het spreekuur kwam, hadden wij als huisarts de mogelijkheid de behandeling bij de patiŽnt thuis voort te zetten.
      Bij 3 van de 15 patiŽnten vonden de meeste gespreksessies bij de patiŽnt thuis plaats.
      Bovendien werkten wij met terugbetalingstarieven, dat wil zeggen dat de patiŽnt alle kosten
      die ze voor de behandeling betaalden, terugkregen van de ziektekostenverzekering.
      We vermoeden dat zowel de unieke positie van de huisarts, als de huisarts-patiŽntrelatie een reŽle meerwaarde betekenen in het toepassen van CGT.
      De huisartsgeneeskunde heeft als kerneigenschappen : continue, integrale (lichamelijk en psychisch) en persoonlijke zorg voor de gezondheid van de patiŽnt en zijn directe (gezins)omgeving.
      Deze eigenschappen vormen de basis voor een ver ontwikkelde vertrouwensrelatie tussen arts en patiŽnt.
      Zij verklaren de helende werking van het arts-patiŽntcontact.(8)
      Deze eigenschappen kunnen bij andere disciplines, de psychotherapeut of specialist, in mindere mate of niet in combinatie voorkomen.
      De huisarts is feitelijk de eerste en best geplaatste Ď
      liaisonpsychiater
      í.
      Hij bevindt zich op het kruispunt van het somatische en psychosociale.
      In de Nederlandstalige vakliteratuur voor huisartsen wordt CGT aanbevolen bij de niet-medicamenteuze aanpak van angst- en stemmingsstoornissen.(9-11)
      Onze ervaring toonde aan dat CGT in de huisartsenpraktijk ook zinvol kan zijn voor de behandeling van een complexe problematiek als CVS.
      Literatuur

      1 - The chronic fatigue syndrome - A comprehensive approach to its definition and study
      Fukuda K, Straus SE, Hickie I, Sharpe MC, Dobbins JG, Komaroff A - Ann Intern Med 1994;121:953-9
      2 - Chronic fatigue syndrome
      Reid S, Chalder T, Cleare A, Hotopf M, Wessely S Ė In : 'Clinical Evidence - A compendium of the best available evidence for effective health care' - Barton S Ė Londen: BMJ Publisher
      Group, Issue 7, 2002:966-78
      3 - Cognitive behaviour therapy for adults with chronic fatigue syndrome (Cochrane review)
      Price JR, Couper J Ė In : The Cochrane Library, Issue 2, 2000 Ė Oxford : Update Software
      4 - Interventions for the treatment and management of chronic fatigue syndrome Ė A systematic review
      Whiting P, Bagnall AM, Sowden AJ, Cornell JE, Mulrow CD, Ramirez G - JAMA 2001;286:1360-8
      5 - Cognitive behaviour therapy for chronic fatigue syndrome - A multicentre randomised controlled trial
      Prins JB, Bleijenberg G, Bazelmans E, Elving LD, De Boo TM, Severens JL et al. - Lancet 2001;357:841-7
      6 - Chronisch vermoeidheidssyndroom - Praktijkreeks Gedragstherapie - Deel 13
      Bleijenberg G, Bazelmans E, Prins J Ė Houten/Diegem : Bohn Stafleu Van Loghum, 2001
      7 Ė Kwaliteitsmanagement voor huisartsen
      Seuntjens L, Vanden Bussche P, Vervaeck N - Antwerpen: WVVH, 2001
      8 - De helende werking van het arts-patiŽntcontact
      Van Dulmen S - Huisarts Wet 2001;44:490-4
      9 - NHG-Standaard Angststoornissen
      Neomagus GJH, Terluin B, Aulders LPJ, Hekman J, Van Heest FB, Van der Meer K et al. - Huisarts Wet 1997;40:167-75
      10 - Helpen bij paniek en vermijding
      Neomagus GJH - Huisarts Wet 2001;44:563-6
      11 - De niet-medicamenteuze aanpak van angst- en stemmingsstoornissen door de huisarts - Implementatie van cognitieve gedragstherapie in de huisartspraktijk
      Rogiers R Ė Gent : Academia Press, 2002.
      Cfr. :
      http://www.stresslabo.be/infovoorhuisartsen/chronischvermoeidheidsyndroom/index.html


    Lees verder : Deel II

    31-01-2008 om 20:59 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cognitieve gedragstherapie werkt goed bij vermoeidheid na kanker - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












    Cognitieve gedragstherapie werkt goed
    bij vermoeidheid na kanker

    Deel II


    1. Chronisch vermoeidheid, een acuut probleem - PatiŽnten worden van het kastje naar de muur gestuurd
      Marleen Teugels Ė CVS-plaform Ė Tel. : 02- 757 20 00 - E-mail : cvs-platform@skynet.be - Bron : Knack Ė weekblad 31 - jaargang nr 8
      PatiŽnten met het chronische vermoeidheidssyndroom moeten dringend au sťrieux genomen worden.
      Nog steeds dreigen zij namelijk tussen de mazen van het sociale vangnet te vallen.
      Het nieuw opgerichte CVS-Platform pleit voor een multidisciplinaire aanpak en wordt daarin gevolgd door minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke .../...
      Cfr. :
      http://home.scarlet.be/~be077857/medische/cfs/kranten/21
      febru2001.htm

    2. Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS of ME)
      Gezondheid.be, 01-09-2000 (bijgewerkt op : 05-05-2004)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=57

    3. Chronisch Vermoeidheidssyndroom : ziekte met twee gezichten - "Sinds mijn ziekte voel ik me beter, meer mezelf"
      Kurt Smeets - veto.student.kuleuven
      Je lief, je lessen, je vrienden, je hobby's, jezelf : allemaal vragen ze tijd en aandacht.
      Een agenda en een paar bakjes troost brengen meestal wel soelaas.
      Dat dacht ook Lieze, maar zodra haar agenda vol stond en de koffiekan leeg was, werd elke dag een uitputtingsslag.
      Haar moeheid kreeg een naam : het 'Chronisch Vermoeidheidssyndroom' (CVS).
      De meest vanzelfsprekende bezigheden veranderden in een voortdurende strijd met een lichaam dat haar koppig in de steek liet.
      Intussen leeft ze al vier jaar met haar ziekte en ontwikkelde ze een grondige haat-liefdeverhouding met die vreemde metgezel die haar nu eens uitput en dan weer leert dat het geluk in kleine dingen schuilt .../...
      Cfr. :
      http://www.veto.student.kuleuven.ac.be/jg30/veto3016/cvsstudente.html

    4. Chronische vermoeidheid is geen spookziekte - Psychiaters moeten inbinden
      Gilbert Roox Ė tlichtpuntje.be Ė Bron : De Standaard, 15-05-2004
      Jarenlang beheersten psychiaters het debat rond het chronische vermoeidheidssyndroom.
      Tot woede van de patiŽnten die zich tot psychiatrische gevallen gedegradeerd voelden.
      Intussen blijkt het tij aan het keren.
      Een bestek, ter gelegenheid van de internationale CVS-dag, op 12 mei .../...
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/2004-198%20CVS%20is%20geen%20spook%20ziekte.pdf

    5. Cognitieve Gedragstherapie (CGT) bij ME/CVS patiŽnten
      Ron Fonteine
      Binnen de ME-wereld zijn twee volstrekt tegengestelde opvattingen :
      - ME als lichamelijke ziekte (net als diabetis, kanker, ALS, MS etc.)
      - ME als psychosomatische aandoening : dat de lichamelijke klachten een gevolg van foutieve gedachten zijn.
      De enorme invloed van de Wessely-school of psychosomatische school staat in geen enkele verhouding tot de wetenschappelijke bijdrage (<10%).
      De Wessely-school wordt (financieel en organisatorisch ondersteund) door de verzekeringsmultinationals onder leiding van UNUMProvident.
      Deze laatste heeft in 1995 samen met enkele leden van de Wessely-school in 1995 het "CFS Management Plan" opgesteld : de blauwdruk voor de taktiek van de Wessely-school en verzekeringsbedrijven, omdat het aantal gevallen van ME/CVS exponentieel steeg.
      De Gezondheidsraad-kommissie bestond voor 90% uit aanhangers en boegbeelden van de Wessely-school (m.n. psychologen en psychiaters).
      Meer dan 3000 wetenschappelijke studies naar lichamelijke afwijkingen (m.n. afwijkingen op het gebied van het afweersysteem/infekties, neurologische en hormonoale afwijkingen) werden door de Gezondheidsraad zonder argumenten naar de prullenbak verwezen.
      De Gezondheidsraad wil ME/CVS-patienten toegang tot de medische zorg ontzeggen (omdat patienten daarmee in hun ziekte bevestigd worden), kinderen zonder ouders door de specialist laten "onderzoeken" (omdat ouders de kinderen in hun ziekte zouden bevestigen), mensen gedwongen behandelen etc.
      Deze biopsychosociale school heeft er in de afgelopen 20 jaar sterk op aangestuurd de ziekte ME te verruimen tot het vagere CVS-begrip.
      Als het aan de Wessely-school ligt wordt het vage begrip CVS nog verder opgerekt tot lichamelijk onverklaarbare aandoeningen.
      Ondanks het feit dat de oorzaak van de ziekte volgens de psychosomatische school onbekend is, heeft men wel een pasklare oplossing :
      - Gedragstherapie (CGT) : omdat de klachten (direkt en inrekt) veroorzaakt worden door foutieve gedachten en bewegingsangst
      - Progressieve inspannings-therapie (GET) : door stapsgewijze uitbreiding van inspanningen wordt de onterecht veronderstelde bewegingsangst "overwonnen".
      Dit laatste staat haaks op het oorspronkelijke typerende ME-symptoom : verergering van de klachten door inspanning.
      Sterker nog, herhaaldelijk is aangetoond dat inspanning (vaak onherstelbare) schade toebrengt aan patienten (doorbloeding hersenen, afweersysteem etc.).
      Ook hebben diverse wetenschappers de pijlers, vooronderstellingen, van het Nijmeegse model (Universiteiten van Nijmegen, Utrecht en Maastricht) weggetrokken...
      Wat de desastreuze gevolgen zijn van de 'tussen-de-oren'-mantra blijkt onder meer uit het verhaal van Sophia Wilson.
      Uit gene-aktiviteiten-studies wordt duidelijk dat ME/CVS grotendeels het gevolg is van een overaktief en verzwakte afweer (net als AIDS).
      Ook zijn er sterke aanwijzingen dat ME overdraagbaar is...
      Cfr. :
      http://www.fonteine.com/cgt_me.html

    6. Cognitieve gedragstherapie voor chronische vermoeidheid na kanker
      UMC St Radboud
      Vermoeidheid is een klacht die vaak door patiŽnten wordt aangegeven tijdens de behandeling van kanker.
      Na een succesvolle behandeling voor kanker verdwijnt de vermoeidheid bij de meeste patiŽnten na verloop van tijd.
      Echter, bij een aantal patiŽnten verdwijnt de vermoeidheid niet.
      Als ťťn jaar na een succesvolle behandeling voor kanker de vermoeidheid nog aanwezig is en een arts bij lichamelijk onderzoek geen verklaring kan vinden voor de klachten spreken we van chronische vermoeidheid na kanker.
      PatiŽnten met chronische vermoeidheid na kanker ervaren veel beperkingen in het dagelijks leven.
      Uit onderzoek blijkt dat de kanker zelf of de behandeling van de kanker ťťn jaar na de behandeling geen verklaring meer vormen voor de vermoeidheid.
      Het is aannemelijk dat andere factoren ervoor zijn gaan zorgen dat de klachten blijven bestaan, de zogenaamde instandhoudende factoren.
      Bij de behandeling van chronische vermoeidheid na kanker wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen factoren die de vermoeidheid doen ontstaan en factoren die vermoeidheid in stand houden.
      Hoe ziet de behandeling van patiŽnten met chronische vermoeidheid na kanker er uit ?
      Uit onderzoek blijkt dat bij chronische vermoeidheid na kanker de volgende instandhoudende factoren een rol kunnen spelen :
      - onvoldoende verwerking van het feit dat iemand kanker heeft gehad
      - de angst dat kanker terug zal komen
      - opvattingen over vermoeidheid
      - een verstoord slaapwaak ritme
      - de mate waarin iemand lichamelijk actief is en de manier waarop
      - de sociale steun die de patiŽnt ervaart en de wijze waarop sociale contacten plaatsvinden.
      Cognitieve gedragstherapie voor vermoeidheid na kanker richt zich met name op deze zes factoren.
      De factoren kunnen tussen de patiŽnten onderling erg verschillen, de therapie wordt daarom op de individuele situatie toegesneden.
      Start van de therapie
      De therapie begint met ťťn of twee oriŽnterende gesprekken waarin de klachten van de patiŽnt geÔnventariseerd en besproken worden.
      Tevens vult de patiŽnt een aantal vragenlijsten in en draagt hij gedurende twee weken een actometer.
      Gedurende deze periode houdt patiŽnt dagelijks een activiteitendagboek bij.
      Op grond van dit dagboek, de vragenlijsten, de actometer en de gesprekken wordt samen met de patiŽnt een individueel behandelplan gemaakt waarbij de doelen van de patiŽnt als leidraad dienen.
      De doelen zijn in het algemeen gericht op het weer volledig functioneren in de maatschappij en vergelijkbaar met wat in de CGT voor CVS besproken is.
      Het gaat dan vaak om werkhervatting en hervatting van andere gewenste bezigheden.
      De instandhoudende factoren zijn in zogenoemde modules uitgewerkt.
      PatiŽnt en therapeut bespreken welke modules relevant zijn en maken afspraken over de volgorde van werken.
      In de praktijk komen per gesprek vaak meerdere modules aan bod.
      Hierna worden de zes modules kort beschreven.
      Module 1 - Onvoldoende verwerking
      Het krijgen van kanker evenals de behandeling ervoor kunnen traumatische gebeurtenissen in iemands leven zijn.
      Om dit te kunnen verwerken is tijd nodig.
      Soms stagneert deze verwerking en is een patiŽnt lang na de behandeling voor kanker nog bezig met wat hem is overkomen.
      Hierdoor kan de vermoeidheid in stand worden gehouden.
      Het doel van de module is dat de patiŽnt het feit dat hij kanker heeft gehad en de ervaringen met de behandeling van kanker, een plek kan geven in zijn leven, zodat hij er niet meer voortdurend mee bezig is.
      Dit doel kan onder andere bereikt worden door uitvoerig te bespreken wat de patiŽnt heeft meegemaakt.
      Eventueel kan de patiŽnt gebruik maken van gerichte schrijfoefeningen.
      Module 2 - Verhoogde angst voor terugkeer van kanker
      Bij sommige patiŽnten kan de angst dat zij opnieuw kanker zullen krijgen voortdurend aanwezig en/of extreem verhoogd zijn.
      Het doel van deze module is dat de angst voor een mogelijk terugkeer van kanker niet meer overheerst.
      Dit wordt bereikt door samen met de patiŽnt de angstgedachten te analyseren en te bespreken in hoeverre het reŽle gedachten zijn.
      Vaak helpt dit de patiŽnt om te kunnen relativeren.
      Module 3 - Ppvattingen over vermoeidheid
      De manier waarop een patiŽnt met chronische vermoeidheid na kanker over zijn klachten denkt kan de vermoeidheid in stand houden of zelfs verergeren.
      Zo schrijft een patiŽnt zijn klachten vaak toe aan het feit dat hij kanker heeft gehad of aan de behandeling die hij voor kanker heeft ondergaan.
      Dit is vaak geen helpende opvatting, omdat het niet in overeenstemming is met de feiten en bovendien de patiŽnt machteloos maakt.
      Hij kan dan immers niets doen aan zijn vermoeidheid.
      Daarnaast is het bekend dat vaak op een sterk negatieve manier over de vermoeidheidsklachten gedacht wordt.
      Zo is het mogelijk dat een patiŽnt zijn vermoeidheid niet accepteert en weigert zich hieraan aan te passen.
      Het doel van deze module is dat de patiŽnt in staat is meer helpende en vermoeidheidsverlagende opvattingen te hanteren.
      Door te ontdekken hoe klachten verergeren door irreŽle en niet-helpende gedachten, kan de patiŽnt leren hier meer realistische en helpende gedachten tegenover te plaatsen.
      Module 4 - Verstoord slaapwaak ritme
      PatiŽnten met chronische vermoeidheid na kanker kunnen aanhoudende slaapproblemen en een onregelmatig slaappatroon hebben.
      Het biologisch ritme wordt daardoor ontregeld en de chronische vermoeidheid instandgehouden.
      Het doel is om een regelmatig slaapwaak ritme te bereiken, met vaste tijden van opstaan en naar bed gaan.
      Dit wordt bereikt door de patiŽnt te leren zijn Ď
      biologische klok
      í aan te passen en slaaphygiŽnische maatregelen te bespreken.
      Het is mogelijk dat de slaapproblemen veroorzaakt worden door verwerkingsproblemen of angst voor terugkeer van kanker.
      Deze problemen worden in dat geval tegelijkertijd behandeld.
      Module 5 - Activiteitenregulatie en werk
      Bij patiŽnten met chronische vermoeidheid na kanker zijn grote verschillen wat activiteiten betreft.
      PatiŽnten met chronische vermoeidheid na kanker kunnen lichamelijk overactief zijn, sommigen zijn echter extreem laagactief.
      Ook op het gebied van mentale activiteiten (lezen, met de computer werken, puzzelen) of sociale activiteiten (visites afleggen en visites ontvangen e.d.) kan er sprake zijn van over- of onderactiviteit.
      Het doel is dat de patiŽnt met overactiviteit eerst leert zijn lichamelijke, mentale en sociale activiteiten terug te brengen en zodanig te verdelen dat hij geen last meer heeft van extreme moeheid.
      Daarna leert de patiŽnt om geleidelijk zijn activiteiten uit te breiden tot een voor de patiŽnt passend niveau.
      Voor de patiŽnt met onderactiviteit is het doel een verbetering van de lichamelijke conditie door het systematisch opbouwen van lichamelijke activiteit en meestal ook van mentale en sociale activiteiten.
      Module 6 - Sociale steun en interacties
      Uit onderzoek blijkt dat patiŽnten met chronische vermoeidheid na kanker zich in het contact met anderen niet begrepen kunnen voelen.
      Tevens kan het gebeuren dat het aantal sociale contacten is afgenomen sinds de behandeling voor kanker.
      Sommige patiŽnten vinden dat zij te weinig steun krijgen.
      Anderen missen de erkenning die ze kregen tijdens de behandeling doordat de meeste personen uit de omgeving van de patiŽnt niet meer stilstaan bij de ervaringen van de patiŽnt.
      De patiŽnt met chronische vermoeidheid na kanker voelt zich hierdoor in de kou staan en miskend.
      Het doel van deze module is dat de patiŽnt leert om te hoge verwachtingen ten aanzien van de omgeving om te buigen naar realistische verwachtingen.
      Hierdoor kunnen negatieve gevoelens ten aanzien van de sociale contacten verminderen.
      Dit wordt bereikt door het bespreken van de sociale contacten die patiŽnt als negatief ervaart en na te gaan of hij begrip en steun verwacht, terwijl dat niet meer realistisch is.
      Anderzijds kan het zinvol voor patiŽnt zijn om te leren beter voor zichzelf op te komen.
      Uiteindelijk is de patiŽnt in staat een andere houding ten opzichte van zijn omgeving aan te nemen.
      Afsluiting van de therapie
      De therapie bestaat meestal uit 16 gesprekken in een tijdsbestek van een ongeveer een half jaar.
      Aan het eind van de therapie vult de patiŽnt opnieuw een aantal vragenlijsten in en draagt hij wederom twee weken de actometer waarbij hij dagelijks een activiteitendagboek bijhoudt.
      De resultaten van de metingen worden met de patiŽnt besproken met als doel om te bekijken wat het effect van de therapie is.
      Nadat de therapie afgesloten is vindt gedurende een jaar nog tweemaal een gesprek plaats tussen therapeut en patiŽnt om na te gaan in hoeverre de patiŽnt ook na verloop van tijd nog baat heeft bij de therapie.
      Bron : 'Chronische Vermoeidheid, kennisvermeerdering, kennistoepassing, kennisoverdracht - Informatie over het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid' Ė G.
      Bleijenberg - Nijmegen, UMC St Radboud, 2004.
      Cfr. :
      www.umcn.nl/userfiles/other/CVS_Cognitieve_gedragstherapie_na_kanker.doc

    7. Gedragstherapie en Cognitieve Therapie
      Cfr. : www.jules.be Ė dd. 11-06-2005

    8. Het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid
      Jacqueline van den Berg - Laatste update : 09-11-2007
      Cfr. : www.jules.be Ė dd. 16-01-2008

    9. Wist u dat... ?
      Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCt)

      Wist u dat...
      - CGT niet ťťn specifieke behandeling is maar eerder een systematische en wetenschappelijk onderbouwde manier van probleembenadering en probleemoplossing ?
      - net als in andere vormen van psychotherapie ook in CGT een goede therapeutische relatie zeer bepalend is voor behandelsucces ?
      - gevoelens en emoties van de patiŽnt in CGT een heel voorname plaats innemen ?
      - CGT zich bezig kan houden met zowel het verleden, het heden als de toekomst van de patiŽnt ?
      - CGT gebruik maakt van wetenschappelijke kennis over de hele breedte van het menselijk functioneren : van hersenfuncties tot sociaal gedrag ?
      - CGT voor veel problemen en stoornissen de eerst aangewezen behandeling is ?
      - CGT steeds in ontwikkeling is door voortschrijdende inzichten over werkzame interventies en behandelmethoden ?
      - CGT voor heel eenvoudige en heel complexe problemen in prinicipe goede behandelmogelijkheden biedt en dat die behandelingen heel kort , maar ook vrij lang kunnen duren ?
      - CGT de behandelvorm is waarnaar de meeste effectstudies zijn verricht ?
      - CGT zich met zowel bewuste als onbewuste cognitieve processen bezighoudt ?
      - CGT er naar streeft om de zelfredzaamheid van patiŽnten te vergroten door ze heel actief bij de behandeling te betrekken ?
      - het formuleren van duidelijke behandeldoelen bijdraagt aan de voor CGT karakteristieke efficiŽnte en doelgerichte manier van therapie bedrijven ?
      - CGT bij de meest voorkomende psychische stoornissen het best onderzocht is en volgens de onafhankelijk opgestelde multidisciplinaire richtlijnen voor de GGZ, de psychologische behandeling is die (meestal) de voorkeur verdient ?!
      - behandelaars slecht tegen dysfore en agressieve patiŽnten kunnen en derhalve dergelijke patiŽnten snel als lastig etiketteren ?
      - je zorgen van je afschrijven vlak voor een ernstige medische ingreep de kans op complicaties tijdens de operatie verkleint, tot een kortere opnameduur leidt en dus goedkoper is dan niets doen ?
      - CGT een bewezen effectieve en efficiŽnte psychologische behandeling is voor bijna alle psychopathologische beelden, bij allerlei opvoedkundige problemen en als ondersteuning bij veel medische procedures en dat CGT bovendien nauwelijks negatieve, maar wel positieve bijwerkingen heeft (bijvoorbeeld een positief effect op andere gezinsleden) ?
      - training in aandacht en concentratie kan leiden tot verbetering in inter-persoonlijk functioneren en in de partnerrelatie ?
      Cfr. :
      http://www.vgct.nl/

     

    31-01-2008 om 20:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Komt stress van de patiŽnt aan bod bij de huisarts ? - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  













    Komt stress van de patiŽnt aan bod bij de huisarts ?
                                          
                                          Deel I


    Stress

    Dienst Gezondheidsbevordering, Socialistische Mutualiteiten : gezond.mail@socmut.be


    Stress en onthaasten, het lijken wel de modewoorden van onze tijd.
    Nochtans is stress niets nieuws.
    Het is zelfs een normale reactie op een ongewone situatie.
    Stress is een ingebouwd alarmsysteem dat ons lichaam en geest alert maakt om ons uit hachelijke situaties te redden.
    Een dier reageert op stress door te vechten of te vluchten.
    De mens is (gelukkig !) geŽvolueerd.
    Vechten of vluchten kan niet meer, maar in stresssituaties treden er nog steeds veranderingen in het lichaam op.
    Voor de prehistorische mens had stress een positief effect.
    Het vernauwen van de bloedvaten zorgt er bijvoorbeeld voor dat je weinig bloed verliest bij oppervlakkige verwondingen.
    Maar in de hedendaagse maatschappij is een stevige portie stress vervelend tot zelfs ronduit nadelig.



    Positieve en negatieve stress

    Positieve stress helpt om beter te kunnen presteren, om gepast te reageren in een moeilijke situatie.
    Ons lichaam kan zich voor een deel aanpassen aan stresssituaties.
    Dat is een vorm van training.
    Zoals we ons kunnen trainen om sportieve inspanningen te doen, zo kunnen we ons ook trainen om psychische inspanningen aan te kunnen.
    Stel je moet een spreekbeurt geven en je bent zenuwachtig.
    Door jezelf te trainen in ďspreken in het openbaarĒ kan je leren je rustiger te voelen in dergelijke situaties.

    Is onze reactie op stress om de een of andere reden niet adequaat, dan verhoogt de spanning.
    Het positief effect verdwijnt waardoor we stilaan negatieve stress gaan ervaren, de spanning wordt te hoog en onze mogelijkheid tot beter presteren en reageren gaat verloren.
    Naargelang de situatie, je eigen persoonlijkheid en je probleemoplossende vaardigheden zal je anders omgaan met stress.
    Stress verschilt dus sterk van persoon tot persoon.
    Probeer dus bij jezelf inzicht te krijgen in wat bij jou zorgt voor stress.
    Wat voor de ene persoon een verschrikking is, kan voor de ander een peulenschil zijn.


    Oorzaken van stress

    Er zijn ontelbare factoren die stress kunnen veroorzaken.
    Meestal zijn het situaties waarin veel nieuwe dingen voorkomen die we nog niet kennen.
    Zoals gebeurtenissen waarmee wij voor de eerste keer in ons leven geconfronteerd worden of die ons leven enorm veranderen: huwelijk, echtscheiding, zwangerschap, pensionering, overlijden, een nieuwe school, ontslag, voor het eerst met de trein Ö
    Onze vroegere ervaringen en vaardigheden zijn dan niet meer bruikbaar.
    Op die bijzondere ogenblikken is de vlotheid waarmee nieuwe ervaringen worden verwerkt, van belang.
    Bij de ene mens gaat dat al gemakkelijker dan bij de andere.

    Stress is niet te vermijden, maar je kan jezelf wel weerbaarder maken.

    Cfr. : http://www.gezondmail.be/GezondMail/Gezondheid+en+ziekte/ZiektenEnAandoeningen/Stress.htm



    Stress herkennen

    Dienst Gezondheidsbevordering, Socialistische Mutualiteiten : gezond.mail@socmut.be


    Stress herkennen

    Plotse stress gaat samen met een hoge hartslag en een snelle ademhaling.
    Je spieren spannen zich en in extreme gevallen kan je zelfs misselijk worden.
    Een dergelijke acute stresstoestand overkomt ons regelmatig.
    Het is niet chronisch.
    De symptomen gaan terug snel over.

    Acute stress kan echter overgaan in chronische stress.
    Dit is een min of meer aanslepende toestand van stress, waarin we op een bepaald moment kunnen afknakken.
    De symptomen op lange termijn zijn spanning, prikkelbaarheid, nervositeit en vermoeidheid.
    Ook lusteloosheid, concentratieproblemen, rusteloos gedrag, slaapstoornissen, hoofdpijn en haaruitval kunnen optreden.


    Burnout

    Stress op het werk die chronisch wordt, kan leiden tot burn-out.
    De symptomen van burn-out zijn slaaploosheid, piekeren over het werk, niet meer graag gaan werken, verminderde motivatie, verminderde persoonlijke bekwaamheid en algemeen minder plezier hebben in het leven.

    Drie symptomen zijn zeer typisch voor burn-out : emotionele uitputting, depersonalisatie (het gevoel buiten jezelf te staan) en verminderde persoonlijke bekwaamheid.

    De oorzaken van burn-out zijn divers.
    Vaak wordt geklaagd over een hoge werkdruk, geringe sociale steun, gebrek aan controle en feedback, het weinig kunnen deelnemen in beslissingen, onderwaardering van de job, tekort aan regelmogelijkheden en een slechte werksfeer.


    Hoe omgaan met stress ?

    Stressklachten zijn waarschuwingssignalen.
    Ze wijzen er ons op dat we iets moeten ondernemen om erger te vermijden.
    Stress kan je voorkomen maar je moet er wel aan werken.
    Stress in een handomdraai doen verdwijnen is onmogelijk.

    • Zoek de achterliggende oorzaak
      Ken jezelf en ontdek wat bij jou een reden van stress is.
      Pas dan zal je stress kunnen (leren) vermijden

    • Gezonde levenswijze
      Een gezondere levenswijze zoals gezonde voeding, matig alcoholgebruik, niet roken en gezonde beweging, dragen bij tot het vermijden van stress

    • Huisarts
      De huisarts is de aangewezen persoon bij een eventuele stressbehandeling.
      Hij wordt verondersteld de hele situatie, de hele levenssfeer van zijn patiŽnt te kennen, zowel op familiaal als op beroepsvlak.
      Meestal komt men bij de dokter aankloppen met lichamelijke klachten gaande van hoofdpijn tot spijsverteringsproblemen.
      Deze klachten kunnen een signaal zijn van een bepaalde onvrede met zichzelf of met de situatie waarin we leven.
      Het is ťťn van de taken van de arts inzicht te krijgen in de oorzaak van de klachten, door bijvoorbeeld iets aan de stresssituatie te doen.

    • Geneesmiddelen
      Het voorschrijven van kalmeermiddelen, slaapmiddelen,Ö is niet de juiste manier.
      Soms zijn ze nodig om de crisisperiode te helpen overbruggen, maar het mag geen gewoonte worden.
      Wanneer de klachten chronisch worden, moet er wel op een andere manier aan gewerkt worden

    • Andere
      Er bestaan ook heel wat methodes waarmee we op een bevredigende manier stress kunnen hanteren.
      Meditatie, yoga, massage en stressmanagement zijn populaire ont-stressers.
      Volgens onderzoekers voorkomen ook huisdieren stress.
      Vooral honden blijken een zeer trouwe vriend.


    Cfr. : http://www.gezondmail.be/GezondMail/Gezondheid+en+ziekte/ZiektenEnAandoeningen/Extra/
    Stress+herkennen.htm



    Weinig aandacht voor spanningen

    Drs. J. Noordman, onderzoeker Nivel; dr. J. van Weert, universitair docent gezondheidscommunicatie van de afdeling communicatiewetenschap aan de UvA; dr. A.M. Dulmen, programmaleider Communicatie in de zorg Nivel; prof. dr. J.M. Bensing, hoogleraar gezondheidspsychologie bij de vakgroep gezondheidspsychologie Universiteit Utrecht en directeur Nivel Ė Correspondentieadres : j.noordman@nivel.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl


    De huisarts heeft bij zijn patiŽnten weinig oog voor stress en zorgen die zich uiten in lichamelijke klachten.
    In de nascholing wat meer aandacht voor het oppikken van psychosociale signalen kan volgens het Nivel geen kwaad.

    PatiŽnten met psychische of sociale problemen hebben bijna tweemaal zo vaak contact met de huisarts als patiŽnten die alleen kampen met lichamelijke klachten.1
    Psychosociale problemen uiten zich in eerste instantie vaak als een lichamelijke klacht.2-4
    Stress en zorgen spelen daarbij een belangrijke rol.
    Vroegtijdige onderkenning hiervan leidt eerder tot een adequate behandeling, die het herstel van de patiŽnt mogelijk versnelt.3
    Het is daarom van belang dat de huisarts nagaat of psychosociale problemen een rol spelen bij klacht(en) van patiŽnten.5 6

    Het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, Nivel, heeft 1417 video-opnamen van huisarts-patiŽntconsulten geobserveerd en vragenlijsten van patiŽnten en huisartsen geanalyseerd om te achterhalen in hoeverre huisartsen stress of zorgen opmerken bij patiŽnten en vervolgens met hen bespreken.7 8
    De bevindingen zijn gebaseerd op gegevens uit de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk.9


    Samenvatting
    Huisarts pikt psychosociale signalen vaak niet op

    - Slechts bij een derde van de patiŽnten die zelf stress of zorgen als mogelijke oorzaak zien van hun lichamelijke klacht, wordt tijdens het consult over dit onderwerp gesproken.
    - Als ze wťl aan bod komen, is het vaak op initiatief van de patiŽnt.
    - Het lijkt zinvol om in de nascholing van huisartsen aandacht te besteden aan een adequate reactie op psycho-sociale signalen van de patiŽnt.


    Emotioneel leed

    Slechts bij een derde van de patiŽnten (32,4%) die voorafgaand aan het consult de oorzaak van de klacht toeschrijft aan stress en zorgen, komen die ook in het gesprek met de huisarts aan bod.
    Het initiatief ligt dan voornamelijk bij de patiŽnt : bij 23,8 procent van hen (n=281), worden stress en zorgen op initiatief van de patiŽnt besproken en bij 8,6 procent omdat de huisarts erop ingaat.

    In een onderzoek van Cape c.s. noemden patiŽnten onder meer het gepercipieerde gebrek aan tijd van de huisarts (48%) als reden om geen initiatief te nemen.
    Ook het idee dat de huisarts niets eraan kon doen (39%) speelde een rol.9
    Daarnaast meende 36 procent van de patiŽnten (goed) te kunnen omgaan met emotioneel leed of verdriet, 45 procent schaamde zich ervoor of wilde de huisarts niet ermee lastigvallen.
    Opvallend is dat iets meer dan de helft van de patiŽnten (53%) wťl aangaf dat zij het prettig zouden hebben gevonden als de huisarts de (mogelijke) psycho-sociale problemen zou hebben aangeroerd en had doorgevraagd naar hun psycho-sociale welzijn.10

    Het Nivel heeft na het consult de patiŽnten nogmaals gevraagd wat volgens hen de oorzaak van de klacht was.
    83 procent van hen die aanvankelijk dacht dat de klacht werd veroorzaakt door stress of zorgen, denkt dit twee weken na het consult nog steeds.
    Bij 60,3 procent van hen zijn de psychische spanningen niet met de huisarts besproken.

    De huisartsen hebben in het onderzoek na het consult aangegeven of er volgens hen psychosociale aspecten een rol spelen bij de klacht van de patiŽnt.
    Bij 69 procent van de patiŽnten die vermoedt dat stress of zorgen de klacht veroorzaken, denkt de huisarts hier niet aan.
    Als de huisarts wťl vermoedt of weet dat psychosociale aspecten een rol spelen, worden de problemen in twee derde van de gevallen niet besproken.

    De onderzoekers gingen ervan uit dat stress en zorgen in herhaalconsulten vaker zouden worden gesproken dan tijdens het eerste consult en/of dat in een herhaalconsult vaker een psychosociale diagnose zou worden gesteld - de huisarts wil immers eerst een lichamelijk probleem uitsluiten.6
    Maar bij een herhaalcontact wordt nauwelijks vaker gesproken over stress of zorgen dan bij het eerste contact (12,2 versus 11,1%), zo blijkt uit het onderzoek.
    PatiŽnten wijten de oorzaak van hun klacht vaker aan stress als de klacht al langer bij de huisarts bekend is.
    Van de patiŽnten die vermoeden dat de mogelijke oorzaak van de klacht stress is (n=281) komt 70,7 procent voor een herhaalcontact.


    Interviewtechniek

    De Nivel-studie bevestigt eerder onderzoek waaruit al bleek dat psychologische problemen door veel huisartsen en patiŽnten niet worden geŽxploreerd, zelfs niet als een van beiden vermoedt dat het van belang is.7 11 12
    Dit is vooral het geval als patiŽnten lichamelijke symptomen vertonen en zelf niet het initiatief nemen om psychosociale problemen te benoemen.3 10

    Er zijn een aantal factoren die bijdragen aan het feit dat de huisarts psychosociale aspecten niet oppikt.
    Denk aan somatisering van klachten door de patiŽnt en comorbiditeit, vooral als er sprake is van een combinatie van psychosociale klachten en somatische problemen.1
    Van groot belang zijn de ervaring, training of scholing, houding en interviewtechniek van de huisarts.12 13
    Een open, patiŽntgeoriŽnteerde communicatiestijl blijkt bij te dragen aan de herkenning van psychosociale problemen bij patiŽnten.3 12

    Een andere reden dat de huisarts stress en zorgen van de patiŽnt niet aan de orde stelt, is dat bespreking ervan vaak leidt tot een langer consult.7 12
    Op korte termijn levert het dus tijdwinst op, al is het de vraag of dit ook geldt voor de langere termijn.
    Immers, veel patiŽnten die vermoeden dat stress of zorgen de lichamelijke klacht veroorzaken, komen terug voor een herhaalconsult.
    Mogelijk leidt een betere afstemming tussen patiŽnt en huisarts tot een effectiever consult en een afname van het aantal herhaalconsulten.
    In de nascholing lijkt het zinvol aandacht te besteden aan het herkennen, exploreren en adequaat reageren op psychosociale signalen van de patiŽnt.3 6 13
    Daarnaast kunnen praktijkondersteuners, zoals de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige of een GGZ-medewerker, een ondersteunende rol spelen.14


    Literatuur

    1. The workload of Gps - Patients with psychological and somatic problems compared
      Zantinge EM, Verhaak PFM, Bensing JM. (2005) - Family Practice, 22, 293-297
      Cfr. : http://fampra.oxfordjournals.org/cgi/content/abstract/22/3/293

    2. In de literatuur worden de termen psychologische, mentale, emotionele en psychosociale problematiek of klachten vaak door elkaar gebruikt.
      In dit artikel wordt de term Ďpsychosociaalí gebruikt; stress of zorgen vallen hieronder.

    3. Communication in general practice - Recognition and treatment of mental illness
      Pasch Van der M, Verhaak PFM. (1998) - Patient Education and Counseling, 33, 97-112

      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?db=pubmed&uid=9732651&cmd=showdetailview&indexed=google

    4. General practitioner psychological management of common emotional problems (I) - Definitions and literature review
      Cape J, Barker C, Buszewicz M, Pistrang N. (2000) - British Journal of General Practice, 50, 313-318

      Cfr. : http://www.ingentaconnect.com/content/rcgp/bjgp/2000/00000050/00000453/art00014

    5. Recognition, management and outcome of psychological disorders in primary care - A naturalistic follow-up study
      Ormel J, Brink Van den W, Koeter M, Giel R. et al. (1990) - Psychological Medicine, 20, 909-924
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=11504095

    6. A classification of psychological distress for use in primary care settings
      Goldberg D. (1992) - Social Science Medicine, 35, 189-193

      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1509307

    7. Van de onderzochte groep patiŽnten is 8,5% gediagnosticeerd (volgens ICPC-codering) met een psychologische of sociale klacht (ICPC hoofdstuk P of Z) en valt 91,5% onder de overige (somatische) hoofdstukken uit de ICPC classificering.

    8. Komt stress van de patiŽnt aan bod bij de huisarts ?
      Noordman J, Weert van J, Brink-Muinen van de A, Dulmen van S, Bensing J. (2007) Ė NIVEL : Utrecht

      Cfr. : http://www.nivel.nl/pdf/factsheet_Komt%20stress%20van%20de%20patient%20aan%20bod%20bij%20de%20huisarts%202007.pdf
      Cfr. ook '
      Huisarts en patiŽnt negeren stress' op : http://www.gezondheidsnet.nl/geest/nieuws/1582/huisarts-en-patient-negeren-stress

    9. Do our talks with patients meet their expectations ?
      Brink-Muinen van de A, Dulmen van AM, Jung HP, Bensing AM. (2007) - Journal of Family Practice, 56, 559-568

      Cfr. :
      -
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17605949?dopt=Abstract
      -
      http://goliath.ecnext.com/coms2/gi_0199-6776673/Do-our-talks-with-patients.html
      -
      http://direct.bl.uk/bld/PlaceOrder.do?UIN=212425266&ETOC=RN&from=searchengine

    10. Patientsí reasons for not presenting emotional problems in general practice consultations
      Cape J, McCulloch Y. (1999) - British Journal of General Practice, 50, 313-318

      Cfr. : http://lib.bioinfo.pl/pmid:10818651

    11. Factors that influence the detection of psychological problems in adolescents attending general practices
      Martinez R, Reynolds S, Howe A. (2006) - British Journal of General Practice, 56, 594-599

      Cfr. : http://www.ingentaconnect.com/content/rcgp/bjgp/2006/00000056/00000529/art00009

    12. The impact of training in problem-based interviewing on the detection and management of psychological problems presenting in primary care
      Scott J, Jennings T, Standart S, Ward R, Goldberg D. (1999) - British Journal of General Practice, 49, 441-445

      Cfr. : http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1313440

    13. Unrecognized psychiatric illness in general practice
      Wright AF. (1996) - British Journal of General Practice, 46, 327-328

      Cfr. : http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1312883

    14. Eerstelijnszorgfunctie psychosociale zorg
      NPCF (2006) : www.npcf.nl, 18-06-2007

      Cfr. : http://www.npcf.nl/uploads/files/psychosociale_zorg.pdf

    Cfr. :
    -
    http://medischcontact.artsennet.nl/content/resources/AMGATE_6059_138_TICH_L1223160961/
    AMGATE_6059_138_TICH_R202217850792270//#0

    -
    http://medischcontact.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_138_TICH_R2022321097852226



    Komt stress van de patiŽnt aan bod bij de huisarts ?

    J. Noordman, J. van Weert, A. van den Brink-Muinen, S. Van Dulmen, J. Bensing Ė Utrecht : Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheid (NIVEL), 2007


    Samenvatting

    PatiŽnten die bij de huisarts komen met een klacht die ze zelf toeschrijven aan stress of zorgen,

    zien dit onderwerp lang niet altijd aan bod komen tijdens het consult.
    Met twee van de drie patiŽnten (67,6%) die denken dat hun klacht te wijten is aan stress of zorgen, spreekt de huisarts niet over stress.
    Stress wordt voornamelijk besproken op initiatief van de patiŽnt en bij een herhaalcontact nauwelijks vaker dan bij een eerste contact.
    Bij patiŽnten die zelf stress of zorgen als mogelijke oorzaak van hun klacht zien, geeft de huisarts in 31,0% aan dat psychosociale aspecten in zijn/haar ogen een rol spelen.
    Bij het merendeel van de patiŽnten die zelf vermoeden dat stress of zorgen de klacht veroorzaken, denkt de huisarts dus niet aan psychosociale aspecten in relatie tot de klacht.
    Wanneer de huisarts wťl concludeert dat er een relatie is met psychosociale aspecten, worden deze desondanks in tweederde van de gevallen niet besproken.
    Deze conclusies zijn gebaseerd op gegevens van de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk.


    Inleiding

    Bij een groot gedeelte van de patiŽnten die op bezoek komen bij de huisarts speelt naast de gepresenteerde lichamelijke klacht een psychosociale component (*) ook een rol [1].

    (*) In de literatuur worden de termen psychologische, mentale, emotionele en psychosociale problematiek of klachten vaak door elkaar gebruikt.
    In deze factsheet wordt de term Ďpsychosociaalí gebruikt; stress of zorgen vallen hieronder.

    Psychosociale problemen worden bovendien vaak geÔntroduceerd in de vorm van een lichamelijke klacht [2].
    Vroegtijdige onderkenning van psychosociale problematiek leidt tot een adequate behandeling, hetgeen mogelijk het herstel van de patiŽnt versnelt [2].

    Het oppikken van Ďstress of zorgení van de patiŽnt, evenals het oppikken van andere psychosociale aspecten of problematiek door de huisarts, is daarom van groot belang [3,4].
    In hoeverre stress of zorgen in de Nederlandse huisartspraktijk wordt opgemerkt of besproken wordt in deze factsheet beschreven.
    Hiervoor zijn 1417 video opnamen van huisarts-patiŽnt consulten (**) geobserveerd en vragenlijsten van de patiŽnt en huisarts geanalyseerd.

    (**) Van de onderzochte groep patiŽnten is 8,5% gediagnosticeerd (volgens ICPC codes) met een psychologische of sociale klacht (hoofdstuk P of Z) en valt 91,5% onder de overige (somatische) hoofdstukken uit de ICPC classificering.
    ICPC codes worden gebruikt door huisartsen om symptomen,klachten en ziekten van patiŽnten te classificeren.


    Het bespreken van stress of zorgen

    - Stress wordt lang niet altijd besproken
    Van de 1417 op video opgenomen patiŽnten geeft bijna ťťn op de vijf (19,8%) vůůr het

    consult aan dat Ďstress of zorgení in hun ogen de oorzaak van de klacht kan zijn. (***)

    (***) - Van de patiŽnten die zelf denken dat stress de oorzaak is van hun klacht (n=281) is 31,0% door de huisarts gediagnosticeerd (volgens ICPC codes) met een psychologische of sociale klacht (hoofdstuk P of Z) en valt 69,0% onder de overige (somatische) hoofdstukken uit de ICPC classificering.

    Wanneer de patiŽnt de oorzaak van de klacht (****) voorafgaand aan het consult toeschrijft aan stress of zorgen wordt er lang niet altijd over stress of zorgen gesproken: gemiddeld in 32,4%.

    (****) Analyses hebben betrekking op de belangrijkste (eerstgenoemde) klacht van de patiŽnt.
    Alle analyses hebben betrekking op volwassen patiŽnten (≥ 18 jaar)
    .

    In figuur 1 is te zien hoeveel patiŽnten de klacht toeschrijven aan stress of zorgen en in hoeverre dit onderwerp met hen besproken is.

    Figuur 1. - Relatie tussen Ďstress besprokení en Ďoorzaak is stress of zorgení.

    - Initiatief ligt meestal bij de patiŽnt
    Wanneer patiŽnten denken dat de oorzaak stress of zorgen is wordt dit in 23,8% besproken op

    initiatief van de patiŽnt, in 8,6% op initiatief van de arts en in 67,6% niet.
    Dit betekent dat, Šls stress of zorgen besproken worden, dit in twee van de drie gevallen (67,8%) op initiatief van de patiŽnt gebeurt.
    PatiŽnten nemen vaker het initiatief om over hun zorgen te praten als zij denken dat hun klacht daaraan gerelateerd is, terwijl huisartsen - als zij het initiatief nemen - dat bijna even vaak doen bij patiŽnten die zelf hun klacht niet met stress associŽren als met patiŽnten die dat wel doen (zie figuur 1).

    - Na twee weken is de mening van de meeste patiŽnten niet veranderd
    Twee weken na het consult met de huisarts is de patiŽnten nogmaals gevraagd wat in hun ogen de oorzaak is van de klacht waarvoor zij twee weken geleden de huisarts bezochten.
    83,1% van de patiŽnten die voorafgaand aan het consult aangaven dat de mogelijke oorzaak van hun klacht stress of zorgen was, denken dit twee weken na het consult nog steeds.
    Stress is bij deze patiŽnten weliswaar vaker besproken (39,7%) dan bij de patiŽnten die na twee weken niet meer denken dat stress of zorgen de mogelijke oorzaak was van hun klacht (16,1%).
    Toch wordt stress bij de groep patiŽnten die zowel voor als na het consult de klacht aan stress of zorgen toeschrijven in 60,3% niet besproken.


    De rol van psychosociale aspecten volgens de huisarts

    Na afloop van elk consult heeft de huisarts aangegeven of psychosociale aspecten in zijn (*****) ogen een rol spelen bij de gepresenteerde klacht.

    (*****) Lees bij ďzijnĒ steeds ďzijn of haarĒ

    In figuur 2 is te zien in hoeverre stress of zorgen zijn besproken bij patiŽnten waarbij de huisarts na afloop van het consult concludeert dat psychosociale aspecten een rol spelen en bij patiŽnten waarbij dit niet het geval is. (******)

    (******) Analyses hebben betrekking op de gehele groep patiŽnten (N=1417) en niet alleen op dat deel dat denkt dat de oorzaak stress of zorgen is.

    Wanneer stress of zorgen besproken worden gebeurt dit vaker als psychosociale aspecten volgens de huisarts een rol spelen (32,4%) dan wanneer de huisarts denkt dat dit niet het geval is (9,0%).
    De patiŽnt neemt daarbij meestal het initiatief om over stress of zorgen te praten.
    Toch worden stress of zorgen in 67,6% niet besproken, terwijl de huisarts achteraf wel denkt dat psychosociale aspecten een rol spelen.
    Hierbij moet aangetekend worden dat psychosociale aspecten meer omvatten dan alleen Ďstress of zorgení.
    Het is dus mogelijk dat andere psychosociale aspecten (zoals angst of depressie) wel aan de orde zijn gekomen.

    Figuur 2. - Het bespreken van stress en Ďpsychosociale aspectení volgens de huisarts

    Bij patiŽnten die zelf stress of zorgen als de mogelijke oorzaak van hun klachten zien (n=281) geeft de huisarts in 31,0% aan dat in zijn ogen psychosociale aspecten een rol spelen.
    Bij het merendeel van de patiŽnten die zelf vermoeden dat stress of zorgen de klacht veroorzaken denkt de huisarts dus niet aan psychosociale aspecten in relatie tot de klacht.


    Eerste of herhaalcontact klacht (*)

    (*) In de literatuur worden de termen psychologische, mentale, emotionele en psychosociale problematiek of klachten vaak door elkaar gebruikt.
    In deze factsheet wordt de term Ďpsychosociaalí gebruikt; stress of zorgen vallen hieronder.

    Indien stress of zorgen besproken worden (*******) gebeurt dit iets vaker bij een herhaalcontact (12,2%) met de patiŽnt dan bij het eerste contact voor die klacht (11,1%).

    (*******) Analyses hebben betrekking op de gehele groep patiŽnten (N=1417) en niet alleen op dat deel dat denkt dat de oorzaak stress of zorgen is.

    Dit verschil is echter minimaal (zie figuur 3).
    Zowel bij het eerste contact als bij het herhaalcontact wordt stress meestal op initiatief van de patiŽnt besproken; achtereenvolgens in 64,8% en 68,3% in vergelijking met de huisarts (die in 35,2% resp. 31,7% het initiatief neemt).

    Figuur 3. - Het bespreken van stress bij een eerste of herhaalcontact

    PatiŽnten die zelf vermoeden dat de mogelijke oorzaak van de klacht stress of zorgen is (n=281) komen met hun klacht vaker (70,7%) voor een herhaalcontact in vergelijking met het eerste contact (29,3%).
    Dit verschil is statistisch significant (p < .05).
    PatiŽnten vermoeden dus vaker dat de oorzaak stress of zorgen is als de klacht al langer bestaat, al (langer) bekend is bij de huisarts of indien lichamelijke oorzaken al zijn uitgesloten in een eerder consult.
    Bij patiŽnten die zelf denken dat de oorzaak stress of zorgen is ťn voor een herhaalconsult komen wordt stress in 30,0% besproken.


    Conclusie

    Stress of zorgen worden lang niet altijd besproken tijdens een consult met de huisarts.
    Slechts bij ťťn op de drie patiŽnten (32,4%) die zelf de oorzaak van hun klacht voorafgaand aan het consult toeschrijven aan stress of zorgen komt het onderwerp tijdens het consult aan bod.
    Ook wanneer de huisarts vermoedt of weet dat psychosociale aspecten een rol spelen bij de klacht, worden stress en zorgen in 67,6% niet besproken.
    Dit komt in hoge mate overeen met eerder onderzoek waaruit blijkt dat huisartsen en patiŽnten nauwelijks psychologische aspecten exploreren, zelfs als een van beide vermoedt dat het van belang is [5].
    Stress wordt nauwelijks vaker besproken bij een herhaalcontact dan in het eerste contact voor een klacht, hoewel patiŽnten die zelf denken dat stress of zorgen een rol spelen in de meeste gevallen voor een herhaalconsult komen.

    Er zijn verschillende verklaringen te geven voor het relatief weinig aan de orde stellen van psychosociale aspecten zoals stress of zorgen.
    Het is denkbaar, zeker bij eerste consulten, dat de huisarts eerst een lichamelijk probleem wil uitsluiten voordat er over psychosociale aspecten wordt gesproken of een psychosociale diagnose wordt gesteld [6].
    Het is bekend dat patiŽnten die voor een eerste consult komen en waarbij psychosociale aspecten worden gemist, mogelijk terugkomen voor een herhaalconsult, waar de psychosociale aspecten vervolgens wel worden besproken [4].
    In dit onderzoek blijken stress of zorgen echter lang niet altijd besproken te worden tijdens herhaalconsulten, ook niet als de patiŽnt zelf denkt dat dit de oorzaak is.
    Wellicht zijn de psychosociale aspecten bij deze patiŽnten in een eerder (herhaal)consult aan bod gekomen.
    Daarnaast kan de factor tijd een rol spelen bij het al dan niet aan de orde stellen van psychosociale aspecten [7].
    Huisartsen hebben immers slechts 10 minuten consulttijd te besteden per (klacht van de) patiŽnt.
    Echter, het gegeven dat huisartsen bij twee van de drie patiŽnten (69,0%) die zelf stress of zorgen als mogelijke oorzaak zien aangeven dat psychosociale aspecten gťťn rol spelen, wijst erop dat de ervaren stress of zorgen van de patiŽnt lang niet altijd worden opgepikt.
    Daarbij komt dat, als stress of zorgen wťl worden besproken, dit meestal gebeurt op initiatief van de patiŽnt (67,8%).
    Hieruit komt een beeld naar voren dat stress of zorgen voornamelijk worden besproken als de patiŽnt hier zelf signalen over af geeft.
    Mogelijk blijft het onderwerp nog vaker onbesproken bij patiŽnten die een dergelijk zelfinzicht ontberen.
    Bovendien blijkt dat het merendeel (83,1%) van de patiŽnten die voorafgaand aan het consult aangeven dat de mogelijke oorzaak van hun klacht stress of zorgen is, dit twee weken na het consult nog steeds denken, hoewel bij de meesten van hen (60,3%) het onderwerp niet besproken is.
    Deze bevindingen komen grotendeels overeen met eerder onderzoek waaruit blijkt dat psychologische problemen door veel huisartsen niet worden gedetecteerd [6].
    Dit is vooral het geval wanneer patiŽnten voornamelijk fysieke symptomen vertonen en zelf niet het initiatief nemen tot het benoemen van psychologische problemen [6].
    Het lijkt daarom aan te raden om bij de (na)scholing van huisartsen meer aandacht te besteden aan het herkennen van (stress of zorgen) signalen van de patiŽnt en het adequaat reageren hierop [2,4,7].
    Mogelijk kan een betere afstemming tussen patiŽnt en huisarts ten aanzien van het bespreken van psychosociale aspecten (waaronder stress of zorgen) leiden tot een effectievere consultvoering en een vermindering van het aantal herhaalconsulten.


    Verantwoording

    De hier beschreven analyses zijn uitgevoerd in het kader van de Tweede Nationale Studie (NS2) naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk (http://www.nivel.nl/ - 2).
    De gegevensverzameling van de NS2 vond plaats tussen mei 2000 en april 2002; de meeste gegevens hebben betrekking op het kalenderjaar 2001.
    In totaal namen 104 praktijken deel aan de NS2.
    De huisartsen die deel uitmaken van de NS2 vormen een landelijke afspiegeling van de populatie Nederlandse huisartsen wat betreft leeftijd, geslacht, aantal werkzame dagdelen in de praktijk, vestigingsduur en apotheekhoudende praktijken.
    De in de deelnemende praktijken ingeschreven patiŽnten vormen een representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking wat betreft leeftijd en geslacht [8-10].


    Referenties

    1. General practitioner psychological management of common emotional problems (I) - Definitions and literature review
      Cape J, Barker C, Buszewicz M, Pistrang N - British Journal of General Practice 2000; 50: 313-318
      Cfr. : http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1313683

    2. Communication in general practice: recognition and treatment of mental illness
      Pasch Van der M, Verhaak PFM - Patient Education and Counseling 1998; 33: 97-112

      Cfr. : http://www.eric.ed.gov/ERICWebPortal/custom/portlets/recordDetails/detailmini.jsp?_nfpb=true&_&ERICExtSearch_SearchValue_0=EJ583328&ERICExtSearch_SearchType_
      0=no&accno=EJ583328

    3. Recognition, management and outcome of psychological disorders in primary care - A naturalistic follow-up study
      Ormel J, Brink W. van den , Koeter M, Giel R et al. - Psychological Medicine 1990; 20: 909-924
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/2284397

    4. A classification of psychological distress for use in primary care settings
      Goldberg D - Social Science Medicine 1992; 35: 189-193

      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1509307

    5. Factors that influence the detection of psychological problems in adolescents attending general practices
      Martinez R, Reynolds S, Howe A - British Journal of General Practice 2006; 56: 594-599

      Cfr. : http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1874523

    6. Patientsí reasons for not presenting emotional problems in general practice consultations
      Cape J, McCulloch Y - British Journal of General Practice 1999; 50: 313-318
      Cfr. :
      http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1313556

    7. Unrecognized psychiatric illness in general practice
      Wright AF - British Journal of General Practice 1996

      Cfr. : http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1239661

    8. Tweede Nationale Studie naar ziekte en verrichtingen in de huisartspraktijk - Oog voor communicatie - Huisarts-patiŽnt communicatie in Nederland
      Brink-Muinen A. van den, Dulmen AM van, Schellevis FG, Bensing JM Ė Utrecht : NIVEL, 2004

      Cfr. : http://www.nivel.nl/oc2/page.asp?PageID=1906

    9. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk - Klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk
      Linden MW van der, Westert GP, Bakker D de, Schellevis FG - Utrecht, Bilthoven : NIVEL & RIVM, 2004

      Cfr. : http://www.nivel.nl/OC2/page.asp?PageID=1861

    10. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk - Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid en zorggebruik
      Lindert H van, Droomers M, Westert GP - Utrecht, Bilthoven : NIVEL & RIVM, 2004

      Cfr. : http://www.nivel.nl/oc2/page.asp?PageID=1835

    Cfr. : http://www.nivel.nl/pdf/factsheet_Komt%20stress%20van%20de%20patient%20aan%20bod%20bij%20de%20huisarts%202007.pdf

    Cfr. ook :

    1. Eerste hulp bij stress en burnout (ook als het je collega of medewerker betreft)
      © De Gooijer Training en Coaching 2006
      .../... Ga altijd, misschien wel als eerste, naar de huisarts.
      Zeg dat je vermoedt dat je aan stress lijdt.
      Maak van te voren een briefje met alle symptomen waar je last van hebt.
      Een goede huisarts neemt dat serieus !
      Hij of zij weet dat een groot gedeelte van hedendaagse ziekten en verzuim mede veroorzaakt worden door stress.
      Je huisarts kan onderzoeken of er niet andere lichamelijk aspecten meespelen.
      Met je huisarts achter je, sta jŪj minder alleen .../...
      Cfr. :
      http://stress-counseling.nl/Eerste-Hulp-Stress-Burnout/Stress-Checklist.html


    Lees verder : Deel II

    31-01-2008 om 01:06 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Komt stress van de patiŽnt aan bod bij de huisarts ? - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  













    Komt stress van de patiŽnt aan bod bij de huisarts ?

                                           Deel II



    1. Huisarts en patiŽnt negeren stress
      NieuwsButler.nl, 30-11-2007
      Cfr. : http://www.nieuwsbutler.nl/gezondheid/gezondheid/huisarts-en-patint-negeren-stress/

    2. Huisarts onderkent stress niet bij patiŽnt
      Stichting Corv, 27-01-2008 Ė Bron : De Elsevier; 29-11-2007
      Cfr. :
      -
      http://www.corv.nl/Forum/topic.asp?ARCHIVE=true&TOPIC_ID=7859
      -
      http://www.depers.nl/binnenland/127699/Huisarts-herkent-stress-niet.html

    3. Omgaan met stress
      Bewust Gezond
      Cfr. : http://www.bewustgezond.nl/alg/stress-situaties/omgaan-met-stress.html

    4. Praktijkondersteuning - Meer kwaliteit, evenveel stress
      Nursing, 12-12-2007
      Praktijkondersteuners in een huisartsenpraktijk leveren veilige zorg en dragen bij aan de kwaliteitsverbetering van de zorg.
      Hun inzet leidt echter niet tot een vermindering van de werkdruk bij huisartsen of lagere kosten in de zorg .../...
      Cfr. : http://www.nursing.nl/home/id109-43441/praktijkondersteuning_meer_kwaliteit_evenveel_stress.html

    5. Stress
      Cfr. :
      -
      http://www.essentials-mo.be/stress.htm
      -
      http://www.hartstichting.nl/go/default.asp?mID=5569&rID=198

    6. Stress blijft vaak onbesproken bij de huisarts
      Cfr. :
      -
      http://www.gezondbewegen.nl/index.php?mod=news&cat=newsitem&action=show&item_id=276
      -
      http://www.nieuwsbutler.nl/gezondheid/gezondheid/stress-blijft-vaak-onbesproken-bij-de-huisarts/
      -
      http://www.overspannen.nl/news/displaynewsitem.asp?SEARCH=&PAGE=1&NEWSID=%7BF6A34550-7126-4AA7-94F4-F756DD2B3115%7D

    7. Stressmanagement
      Het Laurentius Ziekenhuis Roermond, 15-10-2001 - Bron : MedicInfo : http://www.medicinfo.nl/twa.00.02/
      Wat voor de een leuk of spannend is, is voor de ander zwaar en stressvol.
      Dat geldt voor grote veranderingen in het leven, zoals een nieuwe baan of het stichten van een gezin, maar ook voor kleine dingen.
      Het is gunstig als u stress in uw voordeel weet aan te wenden.
      Daarvoor zult u allereerst moeten uitvinden hoeveel stress u aankunt.
      De bedoeling van stressmanagement is de stress waaraan u blootstaat op een niveau te brengen waarbij u optimaal functioneert.
      U kunt beginnen na te gaan wat bij u onhanteerbare stress veroorzaakt.
      Er staat '
      onhanteerbaar', want als stress op een gezonde manier te hanteren is, dan is de oorzaak ervan geen probleem .../...
      Cfr. :
      http://www.lzr.nl/%7B1865d2ae-4b96-4e4c-8e26-f80492549e8c%7D/d_2469

    8. Wanneer wordt stress ongezond ?
      Cfr. : http://www.kruidvatgezondheidsnet.nl/geest/artikelen/345/wanneer-wordt-stress-ongezond

    9. Zelfzorgstandaard Ė Stress en spanning
      12drogist.nl

      Nervositeit is vaak een uiting van spanningen of stress.
      Klachten die hiervan het gevolg kunnen zijn zijn bijvoorbeeld hoofdpijn, duizeligheid, gebrek aan eetlust, maagklachten, spierpijn, een snelle pols, hyperventilatie, slecht slapen of een slecht concentratievermogen.
      Deze klachten worden als het ware door het lichaam als waarschuwingssignalen afgegeven, dat het evenwicht tussen wat er van ons wordt geŽist en wat er door ons verwerkt kan worden is verstoord.
      Stress bevordert het ontstaan van ziekten.
      Als stress te lang duurt kan men overspannen raken .../..
      Cfr. :
      http://www.12drogist.nl/zelfzorg.php?recordID=Stress%20en%20spanning


     

    31-01-2008 om 01:04 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bekkeninstabiliteit bestaat niet
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


















    Bekkeninstabiliteit bestaat niet

    Redactie GezondheidsNet.nl, 03-05-2007 Ė Bron : Trouw


    Aandoeningen als bekkeninstabiliteit, fibromyalgie, RSI, postnatale depressie en het chronisch vermoeidheidssyndroom ME/CVS bestaan niet.
    Het zijn modeziekten die alleen voorkomen zolang artsen en andere hulpverleners in het bestaan ervan geloven.

    'Bekkeninstabiliteit bestaat niet'

    Dat zegt gynaecoloog Cees Renckens van de Wageningen Universiteit (Renckens is ook voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij).
    Volgens hem voldoen modeziekten altijd aan een aantal dezelfde kenmerken.
    Er zijn medici die heilig in de ziekte geloven.
    Daarnaast is er altijd een actieve patiŽntenvereniging, die de aandoening steeds in de belangstelling weet te houden.

    "Door alle aandacht krijgt de modeziekte de omvang van een epidemie. Maar de klachten, vaak vermoeidheid, zwakte en pijn, zijn eigenlijk vrij alledaags. Veel patiŽnten halen ook winst uit hun aandoening in de vorm van aandacht en medelijden," zegt Renckens.

    Volgens Renckens moeten artsen het ontstaan van een modeziekte proberen te voorkomen.
    "In eerste instantie is een patiŽnt blij dat zijn vage klachten een serieus klinkende naam krijgen, maar uiteindelijk kan de niet-bestaande ziekte tot invaliditeit en eenzaamheid leiden. Zeker als de epidemie voorbij is en een andere kwaal de aandacht gaat opeisen," zegt Renckens.

    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/medisch/nieuws/906/bekkeninstabiliteit-bestaat-niet-




    Bekkeninstabiliteit is een modeverschijnsel, geen echte aandoening

    Hester de Waard - Kinderspul.blog.nl, 02-05-2007


    Hoewel veel vrouwen tijdens en na hun zwangerschap krom lopen van de pijn, bekkeninstabiliteit bestaat niet.
    Het is je reinste hipheid om te lijden aan deze aandoening. 
    Ook aandoeningen als fibromyalgie, RSI, postnatale depressie en het chronisch vermoeidheidssyndroom ME/CVS zouden modeziekten zijn, die alleen voorkomen zolang artsen en andere hulpverleners in het bestaan ervan geloven.
    Ik gok op een groot aantal boze mensen.
    Want wie heeft er nou niet een van bovenstaande aandoeningen gehad ?
    Maar : voordat iedereen mij aanvalt, ik heb het niet bedacht.
    Het is gynaecoloog Cees Renckens.
    Hij vertelde dit woensdagavond op een thema-avond over lichaam en geest van de Wageningen Universiteit. Renckens is tevens voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

    Volgens de gynaecoloog voldoen modeziekten altijd aan een aantal dezelfde kenmerken.
    Er zijn medici die heilig in de ziekte geloven en er is altijd een actieve patiŽntenvereniging, die de aandoening steeds in de belangstelling weet te houden.

    Door alle aandacht krijgt de modeziekte de omvang van een epidemie, meent Renckens, terwijl de klachten - vaak vermoeidheid, zwakte en pijn - eigenlijk vrij alledaags zijn.
    Veel patiŽnten halen ook winst uit hun aandoening in de vorm van aandacht en medelijden.

    Volgens Renckens beleefde de bekkeninstabiliteit het hoogtepunt in het midden van de jaren negentig : "Elke zwangere vrouw ging een bekkenband dragen. Er kwamen zelfs vrouwen in een rolstoel terecht met klachten, die tot de ontdekking van de bekkeninstabiliteit gewoon waren tijdens een zwangerschap of baring en die nooit aanleiding gaven voor een bijzondere medische behandeling. Ondanks alle ophef werd er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor de aandoening gevonden en sinds een jaar of vijf ebt de epidemie weg."

    Renckens stelt dat artsen het ontstaan van een modeziekte moeten proberen te voorkomen.
    In eerste instantie is een patiŽnt blij dat zijn vage klachten een serieus klinkende naam krijgen, maar uiteindelijk kan de niet-bestaande ziekte tot invaliditeit en eenzaamheid leiden.
    Zeker als de epidemie voorbij is en een andere kwaal de aandacht gaat opeisen, aldus de gynaecoloog.

    Zullen we Renckens eens een baby in zijn buik stoppen en hem laten voelen wat je meemaakt als je bij iedere stap kapot gaat van de pijn.
    Pffff...

    Cfr. : http://kinderspul.blog.nl/negen_maanden_zwanger/2007/05/02/bekkeninstabiliteit-is-een-modeverschijnsel-geen-echte-aandoening


    Cfr. ook : 

    30-01-2008 om 23:13 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    sheila
    blog.seniorennet.be/sheila
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!