NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • cbd pills
  • cbd oil canada
  • hemp oil canada
  • shatter
  • nopounc

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • You app worked :) (Sean)
        op Vluchten in het werk
  • fvmyjwxjbeghlm (btvAnivy)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • htcacjraca (Jnqemawn)
        op Vluchten in het werk
  • ytyrhnhrsy (pamadefe)
        op Even geduld...
  • Immaree (Absenna)
        op Even geduld...
  • alime alime (LolseMig)
        op Even geduld...
  • ugmoungdlhvybr (bdfPheld)
        op Vluchten in het werk
  • nlgerbmasm (pamgauct)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • irybhnysdwgdvd (btvDrind)
        op Even geduld...
  • buy generic viagra Houstonmom (Houstonmom)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    jos_hobbys_interesses
    blog.seniorennet.be/jos_hob
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    tipbeleggers
    blog.seniorennet.be/tipbele
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    christina_riskja
    blog.seniorennet.be/christi
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    rudolf
    blog.seniorennet.be/rudolf
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    drea1944
    blog.seniorennet.be/drea194
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    15-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Functioneel somatische klachten in de huisartsenpraktijk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  










    Functioneel somatische klachten
    in de huisartsenpraktijk

    © http://users.castel.nl/~voss01 - Bron : Artsennet, Fibromyalgie Public Relations Site


    'Gebukt onder de Geest' - cfr. : http://www.geneeskundeboek.nl/leesverder.pl?isbn=9789026515705 - is de passende titel van een recent overzicht waarin psychiater Mirek Kabela vrijwel alle functioneel somatische klachten behandelt waarmee artsen wel eens te maken krijgen :
    - fibromyalgie, whiplash
    - chronisch vermoeidheidssyndroom
    - prikkelbare darmsyndroom
    - angststoornissen, hypochondrie en noem maar op...

    Maar de Britse onderzoekers S. Wessely, C. Nimnuan en M. Sharpe gooien ze, in The Lancet van 11 september vorig jaar, oneerbiedig gezegd allemaal op een hoop.
    Ook Christina van der Feltz-Cornelis, als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Centrum Amsterdam, denkt dat het weinig zinvol is, al te veel onderscheid te maken tussen de verschillende syndromen.
    Ze is gepromoveerd op de behandeling van somatiserende patiŽnten in de huisartsenpraktijk.
    Anderhalf jaar geleden begon ze een consultatiebureau waar huisartsen terechtkunnen met vragen over patiŽnten met onbegrepen klachten.
    ďSomatiserenĒ, zegt ze : ďDat doet iedereen wel eens. Maar soms neemt het een ziekelijke vorm aanĒ.

    Je hebt primaire somatiseerders mensen die karakterologisch de neiging hebben na een voor hen ingrijpende gebeurtenis te somatiseren.
    Elke huisartsenpraktijk kent er wel een paar.
    Bij secundaire somatiseerders blijkt achter de klachten een psychiatrisch ziektebeeld schuil te gaan : veelal angststoornissen of klachten van depressieve aard.
    Ofschoon deze patiŽnten in sterke mate disfunctioneren, is na de onderkenning van het werkelijke probleem de prognose behoorlijk goed. 30 tot 40 procent van de spreekuurpopulatie bezoekt de huisarts wel eens met dit soort klachten.


    Virulent

    Medisch onbegrepen klachten zijn van alle tijden.
    Maar sociale en culturele omstandigheden bepalen welke vorm de expressie en beleving ervan zullen aannemen.
    De Amerikaanse psychiaters Arthur Barsky en Jonathan Borus.
    Gelijke verzamelingen van goedaardige symptomen krijgen verschillende diagnostische labels en worden toegeschreven aan verschillende oorzaken in verschillende tijden.
    Zo loopt er volgens hen een directe lijn van het in 1871 door Da Costa beschreven irritable heart syndrome, dat gepaard gaat met hyperventilatie, pijn in de hartstreek waarbij geen cordiale afwijking aantoonbaar is en vermoeidheid, via het soldatenhart en de shell shock, die voor het eerst opdoken in de Eerste Wereldoorlog, naar het recente Golfsyndroom.
    En de aandoeningen die voorheen werden aangeduid als schrijverskramp, telegrafistenkramp of railway spine, heten nu RSI of het chronisch whiplash syndroom.

    Niettemin verschillen hedendaagse patiŽnten in een aantal opzichten van hun historische voorlopers.
    Ze zijn bijvoorbeeld veel minder opgelucht wanneer blijkt dat na grondige medische analyse geen afwijkingen worden gevonden.
    Dat medici aan gezag en prestige hebben ingeboet, is daar deels debet aan, zo menen Barsky en Borus.
    Maar ook de invloed van de media willen ze niet uitvlakken.
    Die hebben nogal eens de neiging functionele somatische syndromen te presenteren als ging het om virulente epidemieŽn.
    Epidemie is overigens geen onterechte benaming, vinden Barsky en Borus.
    Aanvankelijk lijkt het er wel degelijk op dat er sprake is van een besmettelijke haard of een toxische stof.
    Maar, zeggen ze, dat is gezichtsbedrog.
    Wie beter kijkt, zal vaak zien dat de ziekte zich verspreidt langs de lijnen van interpersoonlijke communicatie.


    Blind

    Volgens Wessely c.s. kent vrijwel elk medisch specialisme zijn eigen functioneel somatische syndroom (cfr. kader).
    Dit draagt bij aan de opvatting dat elk van deze syndromen een op zichzelf staand fenomeen vertegenwoordigt.
    Maar juist dat wordt in toenemende mate betwijfeld.
    Na grondig vergelijken en analyseren, zien we iets heel anders, beweren de Britse onderzoekers.
    Het is, menen ze, als de situatie van de olifant en de blinde : de blinde betast telkens een ander lichaamsonderdeel, maar die blijven verschillend en vooral onafhankelijk dat de delen een groter geheel vormen, komt niet bij hem op.
    De onderzoekers hebben goede argumenten voor hun veronderstelling.
    Zo vinden ze een grote mate van overlap in de definities van de verschillende syndromen.
    PatiŽnten die gediagnosticeerd zijn voor een bepaald functioneel somatisch syndroom, blijken vaak ook te beantwoorden aan de criteria voor een ander.

    Dus patiŽnten met functionele buikklachten hebben vaak ook symptomen die wijzen op het chronisch vermoeidheidsyndroom, chronische hyperventilatie, fibromyalgie, spanningshoofdpijn of non-ulcer dyspepsie.
    Een opmerkelijk verschijnsel versterkt dat idee nog dezelfde patiŽnt kan over een langere periode het slachtoffer menen te zijn van verschillende aandoeningen.
    Dit fenomeen staat bekend als 'pathosplasticiteit'.
    De hoge co-morbiditeit met psychiatrische symptomen completeert de argumentatie.
    Zo komen die symptomen vaker voor bij patiŽnten met fibromyalgie dan bij een vergelijkbare groep patiŽnten met reumatoÔde artritis.
    Ook voor patiŽnten die kampen met het prikkelbare darmsyndroom gaat dat op, zeker als ze worden vergeleken met hun somatische tegenvoeters die last hebben van een darminfectie.

    De Noorse psycholoog H. Ursin is op statistische gronden wat voorzichtiger.
    Uit factoranalyse van de voornaamste functionele klachten zou blijken dat het in essentie om vier onafhankelijke symptoomcomplexen (of dimensies) gaat : spierpijn, gastrolintestinale problemen, allergieŽn en pseudo-neurologische klachten, zoals duizeligheid, vermoeidheid, slaapstoornissen, angst en depressiviteit.
    Sommige patiŽnten scoren hoog op alle vier de dimensies, sommigen op minder dan vier, maar steeds geldt dat er geen correlatie is te vinden tussen de score op de ene en op de andere dimensie.
    Toch neigt ook Ursin ertoe om ťťn gemeenschappelijke conditie te veronderstellen.


    Pathosfysiologie

    Bijna alle onderzoekers die zich met functioneel somatische klachten hebben beziggehouden, wijzen erop dat het gaat om diffuse, niet-specifieke en ambigue symptomen met een hoge prevalentie in het gezonde deel van de populatie.
    Vermoeidheid, slaapproblemen, hoofdpijn, spier en gewrichtspijn, misselijkheid en andere gastrolintestinale symptomen, angst, depressiviteit, duizeligheid we hebben er allemaal wel eens last van.
    Waarom leiden ze bij sommigen dan tot ziekte en ziektegedrag ?
    Psychiater Christina van der Feltz-Cornelis : ďWaar het steeds weer op neerkomt, is dat bij deze mensen de balans tussen draagkracht en draaglast zoek is. Hun copingmechanismen zijn niet goed. Ze sturen niet bij op basis van levensgebeurtenissenĒ.

    Stress blijkt het sleutelwoord.
    Mensen die onder stress staan (op het werk of privť) zijn eerder geneigd ambigue lichamelijke symptomen toe te schrijven aan ziekte dan aan normale fysiologie.
    Daar komt bij dat veel stressoren angst veroorzaken en dat verlaagt de pijndrempel en de tolerantie voor pijn.
    Wessely c.s. waarschuwen, niet te vervallen in een veel gemaakte fout.
    Functionele klachten zijn niet all in the mind, stellen ze.
    Integendeel, de klachten hangen zeer waarschijnlijk samen met een veranderd functioneren van het centrale zenuwstelsel.
    Van der Feltz-Cornelis daarover : ďWe worstelen in de geneeskunde nog altijd met die onzalige erfenis van Descartes de splitsing van lichaam en geest. Gelukkig begrijpen we tegenwoordig meer van de interactie tussen lichaam en geest. Angst jaagt het sympatische zenuwstelsel aan en dat leidt tot hartkloppingen, darmstoornissen en dergelijke. Maar nog steeds is onvoldoende duidelijk hoe het centrale zenuwstelsel, met name de cerebrale gebieden en het perifere zenuwstelsel precies samenhangenĒ.

    Ook psycholoog H. Ursin pleit ervoor vage klachten niet uitsluitend te bezien als ůf psychologisch ůf somatisch.
    Hij spreekt liever van subjectieve health complaints en kiest voor wat hij noemt een psychobiologische benadering en verklaringswijze.
    ďPatiŽnten die gebukt gaan onder dit soort klachten kunnen minder hebben, zijn sneller moe en hun pijnwaarneming is sterker dan normaalĒ, constateert hij.
    Met name de wijze waarop het zenuwstelsel omgaat met (externe) prikkels speelt daarbij volgens hem een cruciale rol.
    Herhaald gebruik van synapsen kan leiden tot een verandering in de synaptische efficiency neemt die toe dan is er sprake van sensitisatie, neemt die af, van habituatie.


    Cognities

    Sensitisatie van met name het limbisch systeem zou aan de basis liggen van somatisatie.
    Het idee is dat de drempel waarop bepaalde onderdelen daarvan actief worden, is verlaagd na (elektrische of chemische) stimulatie.
    Het gaat daarbij om een tijdelijke sensitisatie van limbische neuronen, met name die in de amygdala.
    Deze hersenstructuur is nauw betrokken bij emotionele activatie.
    Het is niet helemaal duidelijk waarom bij deze patiŽnten deze en andere neuronale structuren zo gevoelig zijn geworden, maar volgens Ursin zijn hier cognitief psychologische factoren in het spel.
    Het gaat hier om drie soorten factoren : predisponenerende, uitlokkende en instandhoudende.
    Tot de eerste categorie behoort iemands constitutie en eventuele eerdere ervaringen met ziekte.

    De tweede groep factoren wordt gevormd door mechanismen die leiden tot lichamelijke sensaties zonder dat er sprake is van een ernstige somatische aandoening.
    Ten slotte zijn er de cognities van de patiŽnt.
    Als die denkt dat de sensaties worden veroorzaakt door een ernstige ziekte kan dat allerlei gevolgen hebben.
    Zo verhoogt het zijn aandacht voor die sensaties, waardoor ze sterker tot het bewustzijn doordringen en zijn emotionele arousal, waardoor de sensaties als zodanig in sterkte toenemen.
    Huisarts Henriette van der Horst, verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, heeft dit mechanisme uitgewerkt voor de pathofysiologie van functionele buikklachten.
    Het begint allemaal op visceraal niveau daar is sprake van een uitlokkende factor, bijvoorbeeld een maagdarminfectie.

    Ten gevolge daarvan treedt er een tijdelijke verandering in de darmreceptoren op.
    Dan begint een tweede proces er ontstaat een geconditioneerde reactie op een willekeurige sensatie uit de darmen of er is sprake van een autonome respons op een stresssituatie - denk aan diarree bij een examen.
    De patiŽnt interpreteert deze sensaties als schadelijk.
    Onder normale omstandigheden blijven deze viscerale gewaarwordingen tot een minimum beperkt, maar allerlei factoren kunnen volgens Van der Horst de oplettendheid voor dit soort gebeurtenissen verhogen.
    Ze wijst bijvoorbeeld op afwijkende gezondheidsopvattingen, maar ook op de fnuikende rol van onbewuste aandachtsprocessen.
    Er bestaat naar haar idee een logische samenhang tussen viscerale sensaties, gezondheidsopvattingen en omgevingsreacties, die elkaar beÔnvloeden en versterken.
    Dat daarbij cognities (de interpretatie van de patiŽnt) een wezenlijke rol spelen, staat voor haar buiten kijf.
    Het feit dat cognitieve gedragstherapie vaak effectief is gebleken bij de behandeling van functionele buikklachten, is daarvoor bovendien een belangrijke aanwijzing.


    Iatrogeen

    Wessely c.s. zien geen er geen heil in de behandeling van patiŽnten met functionele klachten geheel in handen te geven van psychiaters.
    Dat komt, zeggen ze, neer op Ďhet vervangen van het ene monolithische perspectief door het andere'.
    Zij verwachten veel van de huisarts, eventueel bijgestaan door psychiaters of psychologen.
    Dat garandeert een brede benadering van de problemen.
    ďWe stellen voor een einde te maken aan de overtuiging dat elk functioneel somatisch syndroom een apart specialisme vereist. Dat is overigens geen nieuwe opvatting. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw is dat al eens bepleit door artsen die een grote mate van overeenkomst ontwaarden in wat toen heette psychosomatische syndromen. De geschiedenis herhaalt zich, en misschien kunnen we daar nu eens wat van leren,Ē zeggen de Britse onderzoekers.
    Vroegtijdige ontdekking en behandeling van somatisatie is essentieel.
    Vertraging kan de patiŽnt alleen maar bevestigen in het idee dat hij ziek is.
    Maar ook snelle hulp biedt helaas niet altijd de gewenste uitweg.
    Somatiserende patiŽnten klagen vaak niet in verhouding tot de pathologische bevindingen.

    Dat kan de basis zijn voor een sluimerend conflict tussen arts en patiŽnt.
    Artsen willen deze mensen helpen, maar somatiserende patiŽnten hebben het vaak nodig om onder behandeling van artsen te blijven.
    Hoe je het ook wendt of keert, artsen zullen moeten erkennen dat sommige van deze patiŽnten niet te genezen zijn.
    Ursin waarschuwt artsen in ieder geval voor al te uitgebreide (en dure !) onderzoekingen.
    Ze kunnen een iatrogene werking hebben.
    Ursin : ďHet gevaar bestaat dat patiŽnten daardoor nog sensitiever worden voor milde of gematigd normale lichaamsverschijnselen. Artsen focussen op somatische klachten, maar falen in het stellen van een adequate diagnose of het bedenken van een therapieĒ.
    Hij voegt daar nog aan toe : ďDat probleem kan zich in versterkte mate voordoen als mensen uit andere culturen worden geconfronteerd met de westerse geneeskunde, hetgeen kan resulteren in een eindeloze, maar vruchteloze zoektocht naar een organische etiologieĒ.


    Functionele syndromen per specialisme

    - Allergologie : multiple chemische sensitiviteit
    - Cardiologie : atypische pijn op de borst
    - Gynaecologie : premenstrueel syndroom
    - Interne geneeskunde : prikkelbare darmsyndroom
    - KNO heelkunde : globusgevoel
    - Microbiologie : chronisch (postviraal) vermoeidheidssyndroom
    - Neurologie : spanningshoofdpijn
    - Pulmonologie : hyperventilatie
    - Reumatologie : fibromyalgie (ontleend aan Wessely c.s. The Lancet 1999; 354: 936-9).


    Cfr. : Cfr. : http://ftp.castel.nl/~voss01/artsen/somatische_klachten_in_de_huisartsenpraktijk.htm

     

    15-12-2007 om 23:13 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prof. Dr. Bauer - Alle informatie over Prof. Dr. Bauer is welkom !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Prof. Dr. Bauer

    Alle informatie

    over Prof. Dr. Bauer
    is welkom !

    Stuur ze naar :
     >
    jules.de.cuyper@telenet.be <

     

    Nota :

    Ik heb foto's van de operatie ! 

    Als je geÔnteresseerd bent laat het me dan weten
                    en ik stuur ze naar je toe.



    15-12-2007 om 12:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het biopsychosociale perspectief op chronische pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  





















    Het biopsychosociale perspectief op chronische pijn

    P. van Burken - © www.PsychFysio.nl


    Pijn is ťťn van de belangrijkere gezondheidsproblemen in de maatschappij.
    Ze tast miljoenen mensen aan en kost biljoenen dollars, naast het onberekenbaar menselijk lijden (USA).


    De behoefte aan een alternatief ziekte model

    Het biomedische model dat afstamt van de antieke Grieken, werd door Descartes in de 17de eeuw vastgelegd.
    Het model stelt dat klachten afkomstig zijn van een ziektetoestand waar een verstoorde biologie aan ten grondslag ligt.
    In het algemeen echter en specifiek voor de chronische pijn blijkt, dat puur fysiologische verklaringen falen om de klachten/symptomen (volledig) te verklaren.
    Zo blijken er vaak discrepanties te bestaan tussen de fysiologische stoornis, de pijnrapportage en de beperking in functioneren die men ervaart.
    Zo kan bijvoorbeeld de ernst van de pijn de psychologische distress niet volledig verklaren etc.

    Vanuit het ziektemodel beschouwt, behoren de fenomenen die men bij chronische aandoeningen aantreft zoals slaapstoornissen, depressie, psychosociale beperkingen en pijn niet tot de ziekte, maar moeten ze als secundair beschouwd worden.
    Ze zouden reacties op de ziekte zijn, welke na genezing zullen verdwijnen.
    Men ziet symptomen al snel als psychogeen of somatogeen, terwijl feitelijk bewijs voor een dergelijke scherpe dichotomie afwezig is.

    Er ontstaan vooral problemen met het biomedische model als de klachten en verschijnselen niet correleren met een observeerbare pathologie.
    Een dergelijke discrepantie ziet men tamelijk veel bij chronische pijn, lage rugpijn, hoofdpijn, fibromyalgie en TMD (temporomandibulaire dysfunctie).

    Chronische pijn is dus een conglomeratie van vele facetten: psychisch, sociaal en biologisch.
    Hoewel aan alle recht gedaan moet worden, ziet men pas de laatste 30 jaar pogingen ontstaan om een overkoepelend model van pijn te ontwikkelen.


    De Gate
    control theorie van pijn

    Het belangrijkste model dat wil afstappen van de unidimensionele biologische blik is dat van Melzack en Wall.
    Zij postuleerden drie systemen van nociceptieve verwerking namelijk: senso-discriminatieve, motivationeel-affectieve en cognitieve-evaluatieve dimensies van verwerking.
    Alle drie dragen bij tot de ervaring van pijn.

    Het ervaren van pijn kan al vroeg in de verwerking gemodificeerd worden door diverse exitatoire en inhiberende invloeden en door integratie van ascenderende en descenderende activiteiten binnen het centrale zenuwstelsel.
    Uiteindelijk leidt dat tot de expressie van pijn en gedragmatig handelen tegen deze pijn.
    Shaping van de ervaring en gedrag is mogelijk omdat het model continue interacties beschrijft tussen multiple systemen zoals de sensoriek, fysiologie, affect, cognitie en gedrag.

    Melzack en Wall leggen accent op de modulatie van pijn in de achterhoorn en de dynamische rol van het brein in het pijnproces.
    Dit model stimuleerde belangrijk onderzoek naar de rol van psychologische variabelen op pijn zoals vroegere ervaringen en bijvoorbeeld aandacht.
    Het model laat zien dat simpelweg doorsnijden van een zenuw niet afdoende is, door de vele factoren rond de pijn ervaring: nociceptieve input is slechts ťťn factor.

    De fysiologische details van het model staan weliswaar ter discussie.
    Toch blijft ze meer globaal beschouwd zeer standvastig ondanks nieuwe data en blijft deze visie een krachtige samenvatting van wat er bij pijn in de achterhoorn en het brein afspeelt.


    Het biopsychosociale perspectief - Een korte beschrijving

    Voor een deel heeft de aard van de respons van de patiŽnt niets te maken met zijn objectieve fysieke conditie.
    Zo blijkt bijvoorbeeld minder dan 1/3 van de mensen met klinisch significante symptomen een arts te bezoeken.
    Omgekeerd blijkt ongeveer 30 tot 50% van de mensen die een arts bezoeken, geen specifiek diagnostiseerbare stoornis te hebben.
    Bij bijvoorbeeld 80% van de mensen met rugpijn zou er geen fysieke basis voor de pijn te vinden zijn (Deyo, 1986).

    Het verschil tussen ziekte en illness (ziekzijn) is essentieel.
    De ziekte is algemeen gesteld een objectief biologische gebeurtenis.
    Ziekzijn is de subjectieve ervaring of zelf-attributie dat er een ziekte aanwezig is, welke discomfort geeft en emotionele disstress.
    Ziekzijn verwijst meer naar het ziektegedrag en ziekte- beleving etc.
    Het biomedische model richt zich op de ziekte, het biopsychosociale model meer op het ziekzijn als een resultaat van een complexe interactie tussen biologische, psychologische en sociale variabelen.

    De grote verschillen in responderen van patiŽnten op symptomen wordt in het biopsychosocialemodel dynamisch in de tijd begrepen van uit die complexe interactie.
    De longitudinale, multifactoriŽle, dynamische en wederkerige biopsychosociale factoren shapen zo in de tijd de ervaringen en de responsen van de patiŽnt.
    De biologische factoren initiŽren, onderhouden en moduleren fysieke ongemakken.
    De psychologische factoren beÔnvloeden de waarderingen en perceptie van de interne fysiologische signalen of symptomen.
    De sociale factoren tot slot shapen het gedrag van de patiŽnten op de bovengenoemde percepties van het fysieke ongemak.
    De relaties zijn wederkerig.
    Zo kunnen bijvoorbeeld psychologische factoren de biologie beÔnvloeden door hun invloed op het hormonale en autonome systeem.
    Gedragsresponsen zijn eveneens in staat de biologie te beÔnvloeden, bijvoorbeeld door iets wel of juist niet te doen.
    Ook zijn er directe effecten van de ziekte en behandeling (biologie) op cognitieve en gedagsmatige factoren.
    Denk bijvoorbeeld aan medicatie welke vermoeidheid kan veroorzaken en verminderde concentratie (bijvoorbeeld steroÔden).

    Het onderlinge gewicht van de biopsychosociale factoren kunnen gedurende het verloop gaan veranderen.
    Zo ziet men in de acute fase de biologie meer overheersen, terwijl in de chronische fase juist de psychosociale factoren van belang zijn.
    Er is niet alleen een aanzienlijk variantie in gedragsmatig- en psychisch functioneren op symptomen tussen personen met de zelfde ziekte in ernst en stadium, maar ook binnen ťťn individu kan dit functioneren per fase sterk verschillen.

    Om dergelijk variantie te vatten, is cross-sectioneel onderzoek ongeschikt.
    Men kijkt dan immers statisch naar die factoren op ťťn punt in de tijd: de momentane adaptatie.

    Uit het bovenstaande blijkt dat geÔntegreerde actie, reciproque determinisme en evolutie de pijlers van het biopsychosociale perspectief zijn.

    Het model stelt verder dat chronische pijnpatiŽnten veel gemeenschappelijk hebben, m.n. wat betreft de psychologische en sociale aspecten, ongeacht de biologische niveau.
    Dit is in diverse onderzoeken aangetoond : zo bleek bijvoorbeeld de covariantie structuur van de West Haven-Yale Multidimensional Pain Inventory (WHYMPI) - bij deze test wordt de pijnbeleving van de patiŽnten onderzocht via 52 uitspraken die op een zevenpuntsschaal gescoord kunnen worden Ė cfr. :
    http://www.lo-bsw.ugent.be/VVGP/MPI-DLV.pdf - in de verschillende chronische pijn aandoeningen het zelfde te zijn.
    De samenhang tussen verschillende maten van pijnervaring bleek een behoorlijke overeenkomst te vertonen tussen verschillende chronische condities.
    Er zou dus in principe ťťn standaardset van criteria gebruikt kunnen gaan worden om chronische pijn en disfunctie binnen verschillende aandoeningen te classificeren.
    Een dergelijke classificatie levert dan ondanks de verscheidenheid in aandoeningen, relatief vergelijkbare groepen op qua werk rate, depressie, opiaat gebruik en bijvoorbeeld het gebruik van pijngerelateerde gezondheidszorg.

    Uit het betoog mag ook duidelijk zijn dat psychische en sociale factoren niet (altijd) secundair zijn aan een aandoening, maar dat ze mede de intensiteit van de pijn bepalen en deze kan uitlokken en onderhouden.
    Ondanks de ontwikkelingen in onderzoek op dit gebied zijn deze psychosociale factoren vaak nog niet geÔncorporeerd in de behandeling van chronische pijn.


    Steun voor het belang van niet-fysiologische factoren

    Voor de tweede helft van de 19de eeuw hadden veel behandelingen tegen pijn geen adequate fysiologische basis en toch gaven ze soms verlichting.
    Dat werd dan maar een placebo effect genoemd of psychologische genezing, met de impliciete boodschap dat de symptomen die verlicht werden dan psychogeen (ingebeeld) waren.

    Ook bij moderne behandelingen die gebaseerd zijn op de kennis van de fysiologie is er soms geen relatie tussen hun effect op de fysiologie en het effect op de pijn.
    Dit is bijvoorbeeld het geval bij biofeedback als ze toegepast wordt bij hoofdpijn, TMD en rugpijn.
    Biofeedback kan een reductie in pijn geven, maar dit correspondeert niet volledig met de veranderingen in het EMG.

    Een ander voorbeeld van een fysiologische benadering zonder duidelijke relatie met herstel : Deyoís studie (1990) bij chronische rugpijn (gem. 4jr) liet zien dat TENS een statistisch significante verbetering in overall functioneren, fysiek functioneren en pijn gaf.
    Placebo TENS evenwel even goed.
    Ook in andere delen van de geneeskunde worden deze niet-specifieke effecten (psychologische) beschreven.
    Bijvoorbeeld een onderzoek naar ziekten aan de kransslagaderen: een deel van de patiŽnten kregen placebo medicatie.
    Deze placebo groep kon onderverdeeld worden in degenen die 80% van de placebopillen in namen (compliance hoog) en degenen die dat minder deden.
    De mortaliteit na 5 jaar van de compliance groep was de helft van de niet-compliance groep.
    Hoewel daar verschillende verklaringen voor zijn, zoals de mogelijkheid dat de verschillen tussen de compliance groepen corresponderen met verschillen in andere gezondheidsgedragingen, blijft het opmerkelijk.
    Ook andere onderzoeken toonden dergelijke resultaten.
    Zo bleek uit een overzicht dat TMD bijna op willekeurig elke behandeling reageert met 92% succes.
    De vele verschillende therapieŽn hebben echter niet-specifieke factoren gemeen zoals gerustelling, warmte, begrip en uitleg over zelf management.


    Socioculturele en leertheoretische factoren

    - Sociale leer mechanismen

    Kinderen verkrijgen hun attitudes over gezondheid (zorg), de perceptie en interpretatie van symptomen en fysiologische processen en de juiste respons op kwetsuren en ziektes, van hun ouders en sociale omgeving.

    Er is overvloedig experimenteel bewijs dat sociale leer mechanismen een rol spelen bij pijn.
    Fysiologische responsen op pijn kunnen bijvoorbeeld geconditioneerd worden alleen al door het observeren van anderen met pijn.
    Een ander voorbeeld : kinderen van chronische pijnpatiŽnten tonen meer pijn-gerelateerde responsen op scenarioís die aan hen gepresenteerd werden.
    Ook hadden zij een sterkere externe health Locus Of Controle (LOC).
    Dat wil zeggen dat men het verloop van gebeurtenissen eerder aan bijvoorbeeld het toeval of het lot toeschrijft dan dat men dit zelf beÔnvloedt.
    De leraren observeerden bij deze kinderen meer ziektegedrag zoals klagen of de zuster bezoeken.

    - Operante leer mechanismen

    De operante benadering (geÔnitieerd door Fordyce) contrasteert sterk met het biomedische model.
    De pijngedragingen staan centraal en niet zo zeer de pijn op zich.
    Pijngedrag bestaat voor een belangrijk deel uit vermijding van de vermeende oorzakelijke stimulus, hulp zoeken klagen, pijn tonen etc.
    Op dit observeerbare gedrag zijn de operante leerprincipes toepasbaar.

    Pijngedrag (klagen, inactiviteit) kan direct bekrachtigd worden door bijvoorbeeld aandacht (positieve bekrachtiger) van partner of hulpverleners.
    Pijngedrag kan ook versterkt worden door het uitblijven van een negatieve consequentie.
    Dit speelt bij medicijnen gebruik en vermijding, waardoor geen pijn ontstaat (negatieve bekrachtiging).

    Het gewenste gezondheidsgedrag (activiteit, werken) wordt mogelijk in verhouding onvoldoende bekrachtigd waardoor de meer beloonde pijngedragingen aanwezig blijven.
    De in oorsprong organisch uitgelokte pijngedragingen kunnen daardoor volledig omgevingscontingent worden.
    Dit model ziet pijn weliswaar als een interne subjectieve ervaring die lang na de oorspronkelijke fysiologische aanleiding kan blijven bestaan, maar richt zich vooral op het zichtbare pijngedrag.

    Er is een analogie met het eerder genoemde psychogene model.
    In die zin, dat ook hier de gedragsmanifestaties (de psychologie) eerder als secundair op de pijn wordt gezien, dan direct verweven met de pijnperceptie op zich.

    Verschillende studies leverden bewijs voor dit model.
    Er zijn bijvoorbeeld bewijzen dat door juiste verbale bekrachtiging inactiviteit kan afnemen en activiteit kan toenemen.
    Pijn patiŽnten meldden in een experimentele setting meer pijn als er een neutraal persoon aanwezig was dan bij hun (niet-steunende) partner.
    Hadden ze een steunende partner dan meldden ze meer pijn als die aanwezig was in plaats van een neutrale aanwezige.
    Een andere studie toonde dat chronisch pijnpatiŽnten meer intense pijnen meldden als ze aangaven een steunende partner te hebben.
    De partner kan op deze wijze fungeren als discriminatieve stimulus voor het al of niet tonen van pijngedrag en de intensiteit daarvan.
    De aanwezigheid van een discriminatieve stimulus is een soort signaal dat bepaalde gedragingen Ďbeloondí zullen worden.

    Behandeling met operante principes verloopt door middel van het uitdoven van het pijngedrag, door bijvoorbeeld het weg nemen van de bekrachtigers en het bekrachtigen van gewenst gezondheidsgedrag.
    Uit diverse studies blijkt dat dit effectief is (cfr. hst 5).

    De (terechte) kritiek op het model betreft het eenzijdige accent op het motorische pijngedrag, het falen om emotionele en cognitieve aspecten van pijn binnen het model te plaatsen of de subjectieve ervaring van pijn te behandelen.

    - Respondente leer mechanismen

    Andere leer mechanismen bij pijn dan operant leren zijn ook mogelijk.
    Impulsen vanuit een beschadiging (nociceptie) zijn te beschouwen als ongeconditioneerde stimuli die pijn en sympathische activatie als ongeconditioneerde respons hebben.
    Activiteiten en het anticiperen op activiteiten kunnen door herhaald optreden met deze nociceptie geassocieerd raken aan de pijn en sympathische activatie.
    De activiteit of de anticipatie er op noemt men dan de geconditioneerde stimulus en de pijn en sympaticus activatie de geconditioneerde respons.
    Deze links kunnen lang blijven bestaan ook al is de oorspronkelijke nociceptie (ongeconditioneerde stimulus) met de bij behorende ongeconditioneerde pijn en sympaticus activatie al lang verdwenen.

    Het ontstaan van vermijden van activiteit blijkt meer gebonden te zijn aan Ďangst voor pijní, dan aan actuele bekrachtiging.
    Als de pijn eenmaal bestaat dan zullen activiteiten waarvan de patiŽnt verwacht dat ze pijn geven, motiveren tot vermijding van die activiteiten.
    Het uitblijven van pijn is dan een sterke bekrachtiger van het vermijden.
    Dus de oorspronkelijke respondente conditionering kan gevolgd worden door operante.

    Vele stimuli blijken zo op den duur de pijn te kunnen verergeren en men gaat die vermijden (stimulus generalisatie).
    De angst voor pijn kan zich zo fors uitbreiden.
    Pijn kan in dergelijke situaties daadwerkelijk makkelijker optreden, omdat de anticipatie- angst de musculaire tonus en de sympaticus activiteit verhoogt.
    Op deze wijze kunnen psychologische factoren direct de nociceptieve stimulatie beÔnvloeden.

    De vermijding zorgt ervoor dat disconfirmatie van de verwachting en het daarna bijstellen van de pijnverwachting niet plaats vindt.
    Het voorspellen van pijn promoot vermijdingsgedrag.
    Het overdreven voorspellen van pijn promoot overdreven vermijding.
    Herhaalde disconfirmatie van de voorspelde pijn leidt tot het bijstellen van de verwachtingen en dus de vermijding.
    Hier ligt voor een deel een taak voor de fysiotherapie : het stapsgewijs opbouwen van activiteit, ondanks de angst van de patiŽnt voor verergering van de pijn.
    Deze opbouw moet de patiŽnt tonen dat deze activiteiten minder pijn geven dan men verwachtte.

    Nogmaals : respondent leren zorgt er voor dat de patiŽnt een toename in pijn met verschillende stimuli (activiteiten) gaat associŽren.
    Deze activiteiten, of alleen al het denken er aan, kan de anticipatie- angst doen toenemen met de bijbehorende fysiologische en biochemisch veranderingen.
    Daarna kan de patiŽnt onaangepaste responsen op vele stimuli, dan de oorspronkelijke pijnstimuli, gaan vertonen, zoals manken en vermijding.
    Door de inactiviteit kan er secundair een verminderde mobiliteit en spiervermoeidheid ontstaan.

    Een ander nadeel van het reduceren van de gedragsactiviteit is, dat men op deze wijze weinig kansen op positieve bekrachtiging vanuit de omgeving kan ontvangen, waardoor depressie, angst en anticipatie angst ontstaan.


    Psychologische factoren

    - Cognitieve factoren

    Als we onderschrijven dat pijn een unieke complexe subjectieve ervaring is dan is kennis van de idiosyncratische gedachten, de taxaties en het copingrepertoire belangrijk voor de behandeling en de evaluatie daarvan.

    Diverse studies laten consistent zien dat de attitudes, overtuigingen en verwachtingen van de patiŽnt over zijn onaangename situatie, zichzelf, de coping bronnen, het gezondheidsysteem, voor een belangrijk deel de rapportage van pijn, activiteit, beperking en respons op behandeling beÔnvloeden.

    - Overtuigingen ten aanzien van pijn

    Pijn van een nociceptieve input geeft aanzienlijk meer lijden als men denkt dat de beschadiging zich uitbreidt, dan wanneer men denkt dat het een stabiele beschadiging betreft die kan herstellen.
    Als men gelooft dat de pijn
    zal blijven, is men aanmerkelijk passiever in de coping- inspanningen en maakt men geen of minder gebruik van cognitieve of gedragsmatige pijncopingstrategieŽn.

    Als men de pijn als onverklaarbaar beschouwt, is men negatief over het eigenvermogen de pijn te beheersen en schat men de eigen copingcapaciteit op pijn laag in.
    Als men de pijn inschat als veroorzaakt door
    een verslechtering van het ziekteproces, dan ervaart men meer pijn dan wanneer men het toeschrijft aan gunstiger oorzaken.

    De aanwezigheid van pijn kan de verwerking van pijngerelateerde stimuli veranderen : door de preoccupatie met pijn, met als gevolg het selectief richten van de aandacht, gaat men misschien niet-nociceptieve stimuli als pijnlijk ervaren.
    Studies bij diverse pijncondities ondersteunen het bestaan van een hypersensitiviteit die gekarakteriseerd wordt door een verlaagde drempel om stimuli als noxies te labelen.

    Het niet uitvoeren (vermijden) van opgedragen oefeningen veroorzaakt veelal niet de aanwezige pijn, maar de verwachte pijn.
    Een studie liet zien dat 83% procent van de lage rugpijn patiŽnten van mening was dat ze de opgedragen beweging (been heffen, zijwaards buigen) niet konden volbrengen in verband met de te verwachte pijn.
    Slechts 5% kon deze beweging werkelijk niet uitvoeren.
    Dergelijke negatieve percepties van je capaciteiten leidt tot een negatieve vicieuze cirkel.
    Als men gelooft dan men beperkt is door pijn gedraagt men zich hier ook naar.
    Zo is er een relatie tussen de door de patiŽnt ingeschatte pijn en beperking en actuele mate van beperking, maar geen relatie met de scooring van de arts over de ziekte- ernst.

    Pennebaker toont dat als cognitieve structuren eenmaal gevormd zijn, zoals de mening over de oorzaak van de pijn, ze zeer stabiel en moeilijk te beÔnvloeden blijken.
    Mensen vermijden namelijk disconfirmerende ervaringen en laten zich leiden door de huidige cognities (die daardoor bevestigd worden), ook al zijn deze niet meer geldig.

    Als de patiŽnt de aangeboden informatie over de rol van cognitie, affect en gedrag in rehabilitatie, op hun pijn van toepassing vinden, dan geeft dat een betere behandeluitkomst (pijn, activiteit en tevredenheid), dan bij degenen die het daar niet mee eens waren.

    Het blijkt dat er tijdens succesvolle rehabilitatie een cognitieve shift plaatsvindt : een verschuiving van gedachten over hulpeloosheid en passiviteit, naar weerbaarheid en het vermogen te functioneren ondanks pijn.
    Het al of niet plaatsvinden van een dergelijke shift voorspelt wie in het revalidatie proces zal falen of slagen.
    Het kunnen begrijpen van de pijn geeft minder stress en pijn en meer compliance, dan het niet begrijpen.

    De reductie van negatieve oordelen (het wordt erger, er is niets aan te doen) en het toenemen van positieve oordelen blijkt een belangrijk modulatormechanisme te zijn bij vele effectstudies bij pijn.
    De ervaren zelfcontrole lijkt daarbij meer van belang dan de werkelijke.

    Het effect van de behandeling van hoofdpijn blijft lang bestaan ondanks dat men niet meer oefent omdat een vicieuze cirkel doorbroken is : men herdefinieert zichzelf na de behandeling als iemand die wel controle kan hebben op de hoofdpijn, daarmee vervalt er een potentiele stressbron en men kan met toekomstig opkomende hoofdpijnen meer effectief copen.

    Het is essentieel voor de pijnpatiŽnt dat hij adaptieve gedachten ontwikkelt over de relatie tussen stoornis, pijn, lijden en beperking.
    Men moet het belang van de rol van de ervaren pijn op het functioneren ontkrachten.

    - Gedachten over beheersbaarheid

    Als men verwacht dat een activiteit pijn zal doen dan blijkt de ervaren pijn ook werkelijk hoger te zijn.
    Er zijn vele laboratoriumstudies die laten zien dat de beheersbaarheid van aversieve stimuli de impact ervan vermindert.
    Veel chronisch pijnpatiŽnten menen dat ze geen controle hebben over de pijn.
    Dit demoraliseert en kan tot hulpeloosheid leiden.

    De algemene en situatie-specifieke pijngerelateerde gedachten over controle bepalen meer de pijn (voor 32%) en beperking (voor 60%) dan de ziekte gerelateerde variabelen.
    Deze laatste voegden niet al te veel toe aan de verklaarde variantie.

    - Self-Efficacy (eigen effectiviteit)

    Met self-efficacy bedoelt men de overtuiging dat men een bepaalde actie succesvol kan uitvoeren om een gewenste uitkomst te behalen.
    Dit construct blijkt een zeer belangrijke mediator van therapeutische verandering te zijn.

    Self-efficacy overtuigingen zijn gebaseerd op 4 informatiebronnen :

    • de eigen eerdere prestaties op soortgelijk taak

    • hoe goed gelijke anderen er in slagen op gelijksoortige taak

    • anderen die je overtuigen dat je het kunt

    • de perceptie van je eigen staat van fysiologische arousal (bepaalde spanningsgevoelens is men misschien gaan associŽren met verminderde self-efficacy).

    Door de ervaring dat men een vaardigheid met succes beheerst, kan men de self-efficacy laten toenemen.
    Deze ervaringen kunnen gecreŽerd worden door de patiŽnt aan te moedigen taakjes te doen van toenemende zwaarte, richting het gewenste gedrag.
    Deze taken moeten een goede kans van slagen hebben.

    Een lage self-efficacy ten aanzien van pijnbeheersing correleert met lage pijn tolerantie.

    Er bestaat convergerend bewijs uit klinische en laboratoriumstudies dat de waargenomen zelf efficacy fungeert als een belangrijke cognitieve factor in pijnbeheersing, adaptief psychologisch functioneren, beperkingen, stoornissen en behandeluitkomst.

    Bandura stelde dat de technieken die de beheerservaring versterken het beste werken om gedrag te veranderen.
    Dus wil men iemand pijnbeheersingstechnieken laten gebruiken dan moet de ervaring opgedaan worden dat men deze met succes kan uitvoeren.
    Bandura stelde dat cognitieve variabelen de primaire determinanten van gedrag zijn, maar dat deze variabelen op hun beurt beÔnvloed worden door de performance- uitkomst.

    - Cognitieve fouten

    Een cognitieve fout is een negatief vertekende overtuiging over zichzelf of de situatie.
    PatiŽnten met bijvoorbeeld lage rugpijn hebben veel catastroferende overtuigingen, overgeneralisaties, personalisaties, selectieve abstracties.
    Mensen met chronische pijn maken meer cognitieve fouten over het leven met chronische pijn dan over de intensiteit van de pijn op zich.
    Hoe meer van deze fouten men maakt des te depressiever men is.
    Dergelijke negatieve gedachten :

    • voorspellen de aanpassing aan chronische pijn op de lange termijn

    • ze mediŽren een deel van de relatie tussen ziekte-ernst en aanpassing en

    • ze voorspellen aanpassing (onafhankelijk van andere cognitieve factoren).

    Catastroferen beÔnvloedt wat dat betreft nog het meest de pijn en beperkingen.
    Diverse onderzoekslijnen laten zien dat catastroferen en adaptieve copingstijlen zeer belangrijke factoren zijn die de reactie op pijn bepalen.
    Als men spontaan meer catastroferende gedachten meldde en/of minder adaptieve pijncoping, dan beoordeelde men de experimenteel geÔnduceerde pijn als heftiger en kon men dit minder lang verdragen.
    In andere studies meldden dergelijke mensen dan meer acute of chronisch pijn.

    Gedurende cognitief-gedragsmatige behandeling zijn reducties in catastroferen significant gerelateerd met een toename in pijntolerantie en reductie in fysieke en psychosociale stoornissen.

    - Coping

    De zelfregulatie van pijn en zijn impact hangt af van de specifieke wijze van omgaan met pijn, aanpassen aan pijn en het minimaliseren van de pijn en disstress etc, dus van pijncopingstrategieŽn.
    Zichtbare pijncopingstrategieŽn behelzen rust, medicatie en het gebruik van relaxatie.
    Interne strategieŽn zijn verschillende manieren van afleiden van de pijn, zichzelf geruststellen dat de pijn zal verminderen, informatie zoeken, problemen oplossen etc.
    Een copingstrategie op zich is niet altijd adaptief of maladaptief te noemen.

    CopingstrategieŽn zouden vooral de perceptie van pijn tot doel hebben en het vermogen de pijn te tolereren en door te gaan met het dagelijks leven.
    Studies laten zien dat actieve pijncoping (door functioneren, afleiding zoeken) gerelateerd is met adaptief functioneren en passieve pijncoping (afhankelijk zijn van anderen in verband met pijnbeheersing en rust nemen) met meer pijn en depressie.
    Er is echter geen bewijs of de ene actieve pijncopingstrategie beter werkt dan de andere.

    Men kan mensen instrueren in adaptieve pijncoping strategieŽn.
    De intensiteit van de pijn daalt dan en de pijntolerantie stijgt.

    - Affectieve factoren

    Ook al is pijn een unieke persoonlijke ervaring, ze wordt altijd in sensorische en (negatieve) affectieve aspecten beschreven.
    Er bestaat overweldigend bewijs voor de interactie tussen de sensorische informatie en affectieve toestand bij pijn.
    De invloed van
    angst
    op de perceptie en tolerantie van pijn en arousal is al toegelicht.
    Onderzoek toont dat 40-50% van de chronische pijnpatiŽnten aan een
    depressie
    lijdt, in de meeste gevallen als een reactie op hun hopeloze toestand.
    Sommige chronische pijnpatiŽnten werden niet depressief, namelijk degenen die meenden dat ze konden door functioneren en invloed behielden ondanks de pijn.
    Boosheid : In een onderzoek naar ongevallen aan de wervelkolom bleek
    boosheid
    33% van de variantie in pijn intensiteit te verklaren.
    Andere onderzoekers vinden bij 53% van de chronische pijnpatiŽnten 'opgekropte boosheid'.
    De impact van boosheid en frustratie op de exacerbatie van pijn is weinig onderzocht, maar zal allicht een complicerende factor zijn.
    Bijvoorbeeld het verhogen van arousal en het blokkeren van de motivatie en acceptatie van behandelingen gericht op rehabilitatie en beperken het management van de genezing.

    - Persoonlijkheidsfactoren

    Het zoeken naar specifieke persoonlijkheidsfactoren is een belangrijk aandachtsgebied geweest van psychosomatic medicine.
    Een specifieke pijnpersoonlijkheid of bijvoorbeeld een reuma-persoonlijkheid is niet gevonden.
    Wel is het natuurlijk zo dat mensen op basis van eerdere ervaring unieke interpretaties van informatie maken en op een specifieke manier omgaan met stress en pijn.
    Dergelijk unieke patronen hebben ongetwijfeld effect op de beleving van pijn (wat betreft de relatie met psychopathologie cfr. hst 2).

    - Het effect van psychologische en sociale factoren op pijn

    Psychologische en sociale factoren kunnen een indirect effect hebben op pijn door reductie in fysieke activiteit en daarmee op mobiliteit, tonus, kracht en uithoudingsvermogen.
    Angst voor hernieuwde beschadiging, verlies van uitkering en werkontevredenheid kunnen de terugkeer naar het werk belemmeren.
    Er zijn ook meer directe effecten.
    Cognitieve interpretatie en affectieve arousal kunnen direct de fysiologie beÔnvloeden door verhoging van sympaticus activiteit, produktie van endogene opiaten en verhoging van spiertonus.

    - Het effect van gedachten op sympathische arousal en spiertonus

    Situaties die als bedreigend voor comfort of veiligheid getaxeerd worden, genereren sterke fysiologische reacties.
    Alleen denken aan een pijnstimulus kan de fysiologische arousal al fors verhogen.
    PijnpatiŽnten willen nogal eens hun problemen opblazen en zo de sympaticus activiteit verhogen.
    Dergelijke chronisch verhoogde sympaticus activiteit (wat de spiertonus verhoogt) kan voor hyperactieve spiercontractie zorgen.
    Misschien zorgt het zelfs voor een continuering van een contractie na bewuste spieractivatie, wat uiteindelijk tot meer pijn zou kunnen leiden.

    Verschillende studies ondersteunen het directe effect van cognitieve factoren op spierspanning.
    Het doornemen van stressvolle gebeurtenissen en pijn verhoogt bijvoorbeeld het EMG aan de zijde van de rugpijn of bij TMD pijn.
    Een longitudinale studie die relatie tussen EMG niveau en pijn op een directe wijze testte, toonde geen consistente spierhyperactiviteit gedurende hoofdpijn aanvallen vergeleken met pijnvrije baseline; er bleek geen verschil tussen hoofdpijnlijders en controle; en het EMG covarieerde niet met stress, negatief affect en pijn.

    Op dit moment is het waarschijnlijk verstandiger abnormale psychofysiologische patronen als antecedenten of als consequenten van chronische pijn te zien, die de symptomen kunnen onderhouden of verergeren, dan ze een directe etiologische significatie te geven !

    - Effect van gedachten op de biochemie

    Bandura (1987) oefende proefpersonen in verschillende pijncopingstrategieŽn ter pijnverlichting (afleiding, imaginatie, dissociatie etc).
    Men vond :

    • dat de self-efficacy verhoogde door de training

    • deze self-efficacy voorspelde de pijn tolerantie en

    • . naloxone blokkeerde het effect van deze pijncopingstrategieŽn, wat zou duiden op de rol van endogene opiaten.

    O'Leary (1988) gaf reuma patiŽnten een cognitief-gedragsmatig stressmanagement programma.
    Het bleek dat een toename in self-efficacy correleerde met behandeleffect, zoals een toename in suppresor T-cellen (reuma zou te maken kunnen hebben met een verminderd functioneren van deze cellen) en afname in beperking en gewrichtsstoornissen.

    Onderzoeken in de psychoimmunoneurologie laten ook een duidelijke rol van psychische factoren op fysiologie zien (immuun functioneren).
    Wel is verder onderzoek naar de directe effecten van cognitie op de (neuro)fysiologie van de pijn nodig.

    - Implicaties voor de behandeling

    Het blijkt dus dat de intensiteit van de gerapporteerde pijn en de responsen op de perceptie van pijn door een breed scala van factoren wordt beÔnvloed.
    Ze spelen niet alleen secundair een rol (als reactie op pijn), maar zoals gezien ook in etiologie, intensiteit, exacerbatie, het onderhouden van de pijn, het leed en beperkingen.

    Behandelingen gericht vanuit een biopsychosociaal perspectief wil de patiŽnt technieken geven die een gevoel van grip op de pijn en het leven met pijn geven.
    Daarnaast wil ze ook daadwerkelijk de affectieve, gedragsmatige, cognitieve en sensorische facetten van de pijnervaring beÔnvloeden.

    Dergelijke behandelvormen zouden effectief zijn in het veranderen van de gedachten over de pijn, copingstijl, gerapporteerde ernst en directe gedragsveranderingen.
    Behandelingen die gevoel van beheersing over pijn geven en catastroferen verminderen, zijn geassocieerd met een vermindering in pijn intensiteit en functionele beperkingen.

    Een model dat slechts gericht is op ťťn van de drie hoofdaspecten (biopsychosociaal) zal onoverkomelijk altijd incompleet zijn.


    Bron : Turk, D.C. (1996). Biopsychosocial perspective on chronic pain. In : Robert J. Gatchel & Dennis C. Turk. (Eds.) Psychological approaches to pain management : a practitioner's handbook. pp 3-32. Guilford Press : London
    Cfr. : http://www.amazon.ca/Psychological-Approaches-Pain-Management-Practitioners/dp/0898622921   


    Cfr. : http://www.psychfysio.nl/Excerpts/Turk1996.asp


    12-12-2007 om 18:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IJveren voor een onderzoekscommissie voor psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen









    IJveren voor
    een onderzoekscommissie
    voor psychiatrie
    en geestelijke gezondheidszorg

    Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving
    De Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn

    Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving en Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn
    vragen, naar aanleiding van het proces van de Staat Arkansas tegen Janssen Pharmaceutica waarbij de psychiatrie nog maar eens in opspraak komt, de oprichting binnen het federaal en Vlaams parlement van een onderzoekscommissie die zich zou buigen over het geheel van de praktijken in de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor :

    1. de zelfmoorden binnen de psychiatrie en de falende aanpak van de zelfmoordproblematiek in het algemeen

    2. de wijze waarop de wet betreffende de gedwongen opname in de praktijk functioneert en het probleem van de onverantwoorde vrijheidsberoving van vrijwillig opgenomen patiŽnten

    3. de dreigende beperking van de patiŽntenrechten voor de psychiatrische patiŽnten en mensen lijdende aan psychische stoornissen

    4. de marketingpraktijken van de farmaceutische industrie ("informatie" aan de artsen; manipulatie van het wetenschappelijk onderzoek; sponsoring van "patiŽntenverengingen" of verenigingen van ouders van "geesteszieke" kinderen)

    5. de wijze waarop sociale problemen herleiden worden tot psychisch en biologische problemen (bv. de armoede wordt meer en meer psychiatrisch en psychotherapeutisch aangepakt in plaats dat de uitkeringen voor armen worden verhoogd)

    6. de onverantwoorde propaganda voor de ElektroConvulsieTherapie ("elektroshocks") binnen de psychiatrie.


    Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving
    Cfr. :
    http://psychiatrie.blogse.nl
    en
    De Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn
    Cfr. :
    www.sarahbeweging.net



    11-12-2007 om 13:34 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    poco_loco
    blog.seniorennet.be/poco_lo
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!