NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • suplemen
  • drum band
  • highlights for dark hair
  • Promotional marquee
  • Lirik Lagu

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • sadas (asdASD)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • sadas (asdASD)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • sadas (asdASD)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • sadas (asdASD)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid... waarom eigenlijk ? - Gedachten over menselijke energie, levenskracht en hoe daarmee om te gaan
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel I
  • sadas (asdASD)
        op Vluchten in het werk
  • sadas (asdASD)
        op Fibromyalgia can no longer be called the 'invisible' syndrome
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wilfried111
    blog.seniorennet.be/wilfrie
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    svalankunst
    blog.seniorennet.be/svalank
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fotografica
    blog.seniorennet.be/fotogra
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    hechtingsstoornis
    blog.seniorennet.be/hechtin
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    kabema
    blog.seniorennet.be/kabema
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie Patiënten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    18-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rugpijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Rugpijn

    Patiëntenvoorlichting : http://www.nvvn.org/voorlichting/voorlichting.html
    Laatste revisie : april 2004
    - Voor commentaar op deze tekst cfr. :
    http://www.nvvn.org/voorlichting/mail.html


    Inleiding

    Rugpijn is een van de meest voorkomende aandoeningen in de westerse wereld. Men schat dat 80 - 90% van de mensen op enig moment in het leven wel eens een episode van rugpijn doormaakt. De kosten die het gevolg zijn van het ziekteverzuim en de behandeling van rugklachten zijn gigantisch. Schattingen spreken van ca. € 2 miljard per jaar. Een zoektocht over het Internet levert duizenden verwijzingen op, waar de leek door de bomen het bos niet meer ziet. De klachten rondom rug en bekken, die vaak niet goed geduid of begrepen worden leiden vaak tot verschillende diagnoses van verschillende behandelaars en ook wel tot geleerd klinkende maar niets zeggende kreten als "tension myositis syndrome", "sacro-iliacaal syndroom", "bekkeninstabiliteit" enz.. Omdat vaak al niet eens duidelijk is wat de diagnose is, bestaat er een veelheid van behandelingen, waarvan vele even onbewezen als onwerkzaam zijn. Met weer een tekst willen we proberen enig overzicht aan te brengen en aan te geven wat wel en wat geen reële verwachtingen zijn.


    Indeling

    Er zijn vele manieren om rugklachten in te delen. Je kunt een onderscheid maken in acuut en chronisch, in met en zonder aantoonbare oorzaak, in behandelbaar en onbehandelbaar enz. Het onderscheid is moeilijk omdat er overlap is tussen de verschillende indelingen. In het onderstaande willen we een aantal soorten rugklachten de revue laten passeren zonder een al te strakke indeling te volgen.


    Anatomie 

    Alvorens op de diverse soorten rugklachten in te gaan is een beschrijving van de anatomie noodzakelijk. 

    De lendenwervelkolom bestaat uit 5 wervels. Tussen twee wervels bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Van achteren gezien, de wervelboog vormt het doornuitsteeksel (d.u.), de wervels bewegen ten opzichte van elkaar in de facetgewrichten (*). De ligamenten zijn uitgespannen tussen de wervelbogen, de doornuitsteeksels en langs de wervellichamen. De bogen zijn hier verwijderd, het achterste ligament vormt een verticale verbinding.

    De wervelkolom heeft een centrale plaats in het bewegingsapparaat. Hij bestaat uit 7 nekwervels, 12 borstwervels, 5 lendenwervels en het heiligbeen. Tussen twee wervellichamen ligt telkens een tussenwervelschijf, en deze 23 schijven verhogen de elasticiteit en de bewegingsmogelijkheden van de wervelkolom. De wervels zijn verder onderling verbonden door de kleine facetgewrichten die aan de achterzijde als het ware dakpansgewijs over elkaar liggen. Deze zorgen ervoor dat enige beweging tussen de wervels onderling mogelijk is. De wervelbogen aan de achterzijde komen bijeen in het doornuitsteeksel. Deze bogen begrenzen aan de achterzijde het wervelkanaal waarin het ruggenmerg en verder naar beneden de bundel zenuwen ligt die uit het ruggenmerg komt (de paardenstaart genoemd). Tussen twee bogen verlaten telkens links en rechts de zenuwen het wervelkanaal. Tussen de doornuitsteeksels bevindt zich een straffe bindweefselband (ligament). Tussen de bogen is het gele band (ligamentum flavum) uitgespannen. Rondom de wervellichamen bevindt zich tenslotte ook nog een ligament aan voor- en achterzijde, een ligament dat van boven naar beneden loopt en dat de wervels als het ware in een straf corset houdt.


    Veranderingen aan de wervelkolom

    Verouderingsverschijnselen (degeneratieve veranderingen o "slijtage") zijn normale verschijnselen, die bij iedereen in meerdere of mindere mate optreden. In welke mate is waarschijnlijk grotendeels bepaald door erfelijkheid en aanleg, zodat je nogal eens ziet dat bepaalde families daar mee behept zijn. Slijtage door bezigheden of werk komt minder voor dan men algemeen denkt (iets anders is dat rugklachten wel bij bepaalde werkzaamheden wat meer kunnen voorkomen). Wel bekend is dat roken versterkt aanleiding geeft tot degeneratie van de tussenwervelschijf. De degeneratie begint vaak met een uitdrogen van de tussenwervelschijf.

    Deze wordt hierdoor minder elastisch en verliest aan volume en dus aan hoogte. Hierdoor kan de tussenwervelschijf (of eigenlijk het band dat erom heen) wat gaan uitpuilen, waardoor de ruimte in het wervelkanaal wat afneemt. Door het hoogteverlies gaat het gele band plooien. Verder kan een vergroting van de gewrichtsvlakjes van de facetgewrichten ontstaan (hypertrofie) en door deze oorzaken (alleen of in combinatie) kan het wervelkanaal ernstig vernauwd raken (stenose – cfr. : http://www.nvvn.org/voorlichting/LST_lumbale_stenose.html -). Dit speelt des te meer naarmate het wervelkanaal in aanleg al niet erg ruim is. De slijtage verschijnselen kunnen zichtbaar gemaakt worden op röntgenfoto's – cfr. : http://www.nvvn.org/voorlichting/RON_roentgen.html - en MRI – cfr. : http://www.nvvn.org/voorlichting/MRI_mri.html -, al is het belangrijk er nu al op te wijzen dat zichtbare slijtage niet gepaard hoeft te gaan met klachten en dat omgekeerd veel klachten bij normale MRI's kunnen bestaan.


    Acute rugklachten

    De meest bekende vorm van acute rugklachten is de spit of acute lumbago. Hierbij gaat het om pijn die ineens in de onderrug schiet, vaak zonder enige aanleiding en soms na lange tijd in een (ongemakkelijke) houding te hebben gestaan of gezeten. Men denkt dat de oorzaak gezocht moet worden in kleine scheurtjes in het ligament of in de tussenwervelschijf. De klachten kunnen zeer heftig zijn maar gaan meestal in een periode van 1 tot 2 weken weer over. Pijnstilling verzacht de symptomen, maar een oorzakelijke behandeling waarvan de werkzaamheid is bewezen bestaat er niet voor. Als de pijn na een aantal weken niet overgaat kan deze chronisch worden  en dan kan de behandeling ook meer problemen gaan geven. Soms wordt de acute rugpijn gevolgd door pijnuitstraling in het been, er kan dan sprake zijn van een hernia – cfr. : http://www.nvvn.org/voorlichting/HNP_hernia.html -. Klachten van een hernia (dus de pijn in het been) verdwijnen in 70 - 80 % van de gevallen spontaan.


    Symptomatische rugklachten

    Dit zijn rugklachten, pijn in de rug, die optreden als symptoom van een duidelijke onderliggende oorzaak. Voorbeelden hiervan zijn :

    • ontsteking van een wervel of tussenwervelschijf. Vaak is niet bekend hoe men aan een dergelijke ontsteking komt, de verwekker is meestal een "alledaagse" bacterie. De laatste tijd wordt echter steeds vaker tuberculose van de wervel gezien. De aandoening is zeer pijnlijk en de behandeling gericht op bestrijding van de verwekker (antibiotica, eventueel wegnemen van een ontstekingshaard al dan niet met reconstructie van de wervel). 

    • tumor. Van sommige tumoren is bekend dat ze naar de botten kunnen uitzaaien (borstkaker, prodtaatkanker),. Daarnaast zijn er tumoren die in de wervels zelf kunnen ontstaan (b.v. ziekte van Kahler). Bij patiënten, bij wie een andere tumor bekend is en die tevoren nooit rugklachten hadden dient men hierop bedacht te zijn.

    • ernstige degeneratie van een tussenwervelschijf met reactieve veranderingen in de aangrenzende dekplaten van de wervels (Modic signs, zie figuur boven). Deze vorm van rugpijn wordt de laatste tijd vaker herkend als oorzaak van rugklachten. De veranderingen zijn op een MRI duidelijk te zien en soms kan het inspuiten van contrast in een tussenwervelschijf (discografie) nadere duidelijkheid brengen. De klachten worden gevoeld diep midden onder in de rug, ze treden vooral op bij belasting en verdwijnen in rust. Het vastzetten – cfr. “Spondylodese” : http://www.nvvn.org/voorlichting/SPD_spondylodese.html - van twee wervels aan elkaar of het plaatsen van een kunstdiscus kan bij dit soort van klachten een oplossing bieden. Een dergelijke versmalling met Modic veranderingen wordt echter ook vaak gezien bij patiënten die geen rugpijn hebben. Het stellen van een goede diagnose is dan ook moeilijk.

    • aan reuma verwante aandoeningen zoals de ziekte van Bechterew.


    Aspecifieke lage rugklachten

    Dit is niet alleen de grootste maar ook de moeilijkste groep van rug patiënten. Aspecifiek wil in dit verband zeggen dat er geen duidelijke oorzaak aan te tonen is. Foto's zullen vaak afwijkingen laten zien, maar dat wil niet direct zeggen dat deze ook de klachten verklaren. Soms is het onderzoek volledig normaal. Men neemt hier als oorzaak aan: spieren, aanhechtingen van spieren, het gewricht tussen bekken en wervelkolom (sacro-iliacale of SI-gewricht), de facetgewrichten, de ligamenten enz. De behandeling is meestal conservatief (d.w.z. niet operatief) en kan bestaan uit fysiotherapie, manuele therapie, facetblokkades enz. Sommige patiënten worden verwezen voor een revalidatiebehandeling waarbij vaak niet zozeer de behandeling van de rugpijn zelf als wel het functioneren daarmee op de voorgrond staan. Ook hier geldt weer dat van geen enkele behandeling het nut op wetenschappelijke wijze overtuigend is aangetoond. Wel kunnen patiënten hierdoor leren beter te functioneren met hun klacht.


    Zeven fabeltjes over hernia en rugklachten

    In het gerenommeerde vakblad Spine (Vol. 29 nr.16 pag. 1818-1822) worden de volgende beweringen ontkracht :

    1. als er een hernia is vastgesteld is een operatie altijd noodzakelijk.

    2. op röntgenfoto's, CT en MRI kun je altijd de oorzaak van de pijn zien.

    3. bij rugpijn moet je het kalm aan doen tot de pijn over gaat.

    4. rugpijn komt meestal van een ongeval of zwaar tillen.

    5. rugpijn leidt meestal tot invaliditeit.

    6. iedereen met rugpijn moet een röntgenfoto laten maken.

    7. de belangrijkste behandeling is bedrust.


    Behandeling van lage rugklachten

    Zoals hierboven al gezegd bestaat er een veelheid van inzichten en behandelingen, terwijl van de meeste behandelingen de waarde boven het natuurlijk beloop niet is bewezen. Daarnaast laat het spontane beloop soms grote schommelingen zien van veel naar weinig klachten, zodat het toeschrijven van een verbetering aan een bepaalde behandeling niet altijd terecht is. Het kan net zo goed zijn dat de patiënt profiteert van een spontane verbetering.

    In de preventieve sfeer kan men de rug ontzien door niet te roken, voldoende lichaamsbeweging te nemen, overgewicht te vermijden en geen langdurige eenzijdige houdingen aan te nemen. Speciale stoelen of bedden die soelaas bieden voor rug patiënten bestaan - alle verkooppraatjes ten spijt - niet. 

    De meeste patiënten zullen voor behandeling in eerste instantie worden verwezen naar een fysiotherapeut. Onder diens begeleiding zullen klachten vaak verbeteren. Als dat niet het geval is gaan mensen vaak zelf allerlei dingen proberen. Dit met wisselend succes, maar men dient te bedenken dat ook het klachtenpatroon wisselt. De behandelaar die bezocht wordt aan het begin van een beterende fase scoort natuurlijk eerder dan degene die iets moet doen op het moment dat de weg naar een dal is ingezet.

    Voor een operatieve behandeling komen er van alle patiënten slechts zeer weinige in aanmerking. De operaties bestaan meestal uit het vastzetten van een of meer wervels of het inbrengen van een kunstdiscus. Deze patiënten zullen, alvorens tot zo'n ingrijpende behandeling wordt overgegaan, eerst uitvoerig worden geanalyseerd: röntgenfoto's, MRI, discografie, proefblokkades, proefcorset, psychologisch onderzoek, ze horen allemaal tot het arsenaal aan tests om een zo goed mogelijke onderbouwing voor een operatieve ingreep te verkrijgen. Ondanks deze zorgvuldige selectie is het succes moeilijk voorspelbaar en blijven er patiënten die ondanks alles met de huidige middelen niet te helpen zijn. Dit is een trieste groep die uiteindelijk alles zal proberen om van de klachten af te komen en die een makkelijke prooi zijn van charlatans die er veel geld aan kunnen verdienen in glimmende klinieken en met aansprekende "lasertechnieken". Dat deze patiënten uiteindelijk alleen van hun geld afgeholpen worden behoeft geen verder betoog.


    Conclusie

    Rugklachten komen heel veel voor, hebben veel verschillende oorzaken en doorgaans een gunstig beloop. "Slijtage" van de rug is een continu proces dat met geen enkele behandeling te stoppen valt. Elke behandeling is erop gericht om met zo min mogelijk middelen een zo langdurig mogelijke klachtenvrije periode te bereiken. Dit begint altijd met b.v. fysiotherapie, soms met langdurig succes, maar soms moet ergens in het verloop een zwaarder middel (b.v. een operatie) er aan te pas komen. Desondanks blijft er een moeilijk te behandelen groep waarbij men altijd op zijn tellen moet passen om niet te lichtvaardig ingrijpende behandelingen voor te stellen.



    Cfr. : http://www.nvvn.org/voorlichting/RUG_rugpijn.html

    18-11-2005 om 20:31 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zorgzame partner verergert rugpijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Zorgzame partner
    verergert rugpijn

    Uitgeverij Ode


    Onderzoekers weten al langer dan vandaag dat mensen met chronische rugpijn die door hun partner worden ontzien en geholpen, meer pijn ervaren dan wanneer de partners er minder acht op slaan. Nu weten Duitse wetenschappers ook waarom. Een zorgzame partner verandert iets in de hersenen van de patiënt. Herta Flor, neuropsycholoog aan de universiteit van Heidelberg, doet verslag van zijn bevindingen in Spirituality&Health (april 2003): Patiënten met zorgzame partners vertonen drie keer zoveel hersenactiviteit in het deel van de hersenen waar emotionele reacties op pijn worden verwerkt. Flor: ‘Ieder soort gedrag dat tot een positieve respons leidt, zal zich over tijd versterken.’ Hoe meer aandacht er aan de rugklachten wordt gegeven, hoe erger de pijn. Wanneer de patiënt daarentegen wordt afgeleid – de partner kan een wandeling voorstellen, de kamer verlaten of gewoon geen aandacht aan de klacht schenken – krijgen de hersenen geen positieve feedback om schadelijke patronen te versterken. Thans wordt onderzocht of het aangeleerde gedrag ongedaan kan worden gemaakt met bio-feedback apparatuur.


    Cfr. : http://www.ode.nl/news.php?nID=196&a=true

    18-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lage rugklachten - Nieuw blijkt niet altijd beter
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Lage rugklachten
    Nieuw blijkt niet altijd beter


    MaartensMagazine 2005/4
    © Sint Maartenskliniek, vrijdag 30 september 2005


    Orthopedisch chirurg Maarten Spruit is gespecialiseerd in de wervelkolom- en heupchirurgie. Jaarlijks voert hij tussen de 80 en 100 rugoperaties uit. In het voorjaar promoveerde hij op zijn onderzoek naar chirurgische behandeling van degeneratieve lage rugklachten. Opvallende conclusie is dat nieuwe implantaten voor de rug, na een gedegen testfase in het laboratorium, niet altijd als beter uit de bus komen. Daarom pleit Spruit voor een gedegen wetenschappelijk onderzoek voorafgaand aan klinische toepassing. In plaats van proefondervindelijk werken benadrukt hij het belang van evidence based medicine in de rugchirurgie.

    Ongeveer tachtig procent van de mensen ervaart lage rugpijn in een bepaalde periode van hun leven. Bij ongeveer twintig procent van de mensen blijven de klachten terugkeren, zij krijgen uiteindelijk te maken met chronische pijn aan de rug. Behandeling is vaak moeilijk en de oorzaak van de pijnklachten wordt niet altijd gevonden. Naast vele vormen van conservatieve therapie, behoort ook operatief ingrijpen tot de behandelmogelijkheden. Door het vastzetten van één tot twee wervelsegmenten (spondylodese) wordt getracht controle te krijgen over de pijnklachten, waarbij de pathologische tussenwervelschijf beschouwd wordt als de bron van pijn. Het vastzetten gaat ten koste van de beweeglijkheid, maar deze mensen hebben vaak al zoveel jaren pijn dat dit niet ervaren wordt als een functionele beperking.


    Spondylodese

    De operatie wordt uitgevoerd via de rugzijde (dorsaal), via de buikzijde (ventraal) óf via zowel de buikzijde als de rugzijde (circumferent). Bij een dorsale spondylodese legt de chirurg bot bij de wervels en zet de wervels vervolgens met titanium fixatiemateriaal aan elkaar vast. Bij een ventrale spondylodese haalt de chirurg eerst de tussen-wervelschijf die tussen de wervels zit deels weg. In de vrijgekomen ruimte plaatst hij een cage (‘kooitje’) die gevuld is met bot uit de bekkenkam. Aanvullend worden aan de rugzijde twee schroeven per segment geplaatst. De wervels groeien in een aantal maanden tot een jaar aan elkaar vast. Met oefentherapie kunnen de patiënten na verloop van tijd hun rugbelastbaarheid verbeteren.


    Cages

    Orthopaedisch chirurg Maarten Spruit legt uit dat er  verschillende methoden zijn om de wervels die de pijn veroorzaken te stabiliseren. Maar welke methode het beste resultaat geeft, dat weet men nog onvoldoende. Spruit : ‘Met enige regelmaat verschijnt een nieuwe prothese op de markt waarover de fabrikant vanzelfsprekend enthousiast is. Maar wetenschappelijk is dan nog helemaal niet vastgesteld of deze beter is dan de bestaande. Onderzoek hiernaar kost namelijk veel tijd en geld. Veelal wordt proefondervindelijk vastgesteld of het nieuwe implantaat inderdaad aan de verwachtingen voldoet’.

    Bij spondylodese is het belangrijk te weten in welke mate het gebruikte implantaat, bijvoorbeeld een cage, zorgt voor mechanische stabiliteit in het geopereerde deel van de rug. Dat kan beoordeeld worden in een laboratoriumsetting waar verschillende implantaten toegepast worden in wervelkolomsegmenten van overleden personen. Spruit vergeleek de mechanische stabiliteit van een titaniumcage, die als gouden standaard geldt, met twee nieuwere cages. Deze zijn gemaakt van een ander, minder stijf en röntgenstralendoorlatend materiaal PEEK. Spruit: ‘De op verschillende wijzen geprepareerde wervelkolomsegmenten zijn in een apparaat langdurig getest op hun beweeglijkheid in verschillende richtingen en vergeleken met de situatie zonder implantaat. Uiteindelijk bleek de titaniumcage een beter resultaat te geven ten aanzien van het stabiliserende effect dan de nieuwere cages’.



    Resultaten

    Spruit is van mening dat een nieuwe cage niet zonder een dergelijk onderzoek vooraf gebruikt zou moeten worden bij patiënten. ‘We willen zoveel mogelijk evidence based werken maar dat betekent nogal wat. Je moet dan een behandeling vergelijken met andere behandelingen of met geen behandeling. Een patiënt met langdurige rugklachten zit er niet op te wachten om in de controlegroep terecht te komen waarbij hij geen behandeling krijgt. Maar aan de andere kant is het ook niet verantwoord om een nieuwe cage te gebruiken zonder dat je weet wat het mechanisch gedrag en het stabiliteitseffect is van het wervelkolomsegment waarin je het toegepast hebt. In een laboratoriumsetting kun je dit uitstekend testen.’

    Na een spondylodese is belangrijk te weten of de patiënt ook op langere termijn van zijn pijnklachten af is. Spruit volgde daarom een patiëntengroep die een circumferente spondylodese kregen wegens symptomatische discusdegeneratie bij spondylolisthesis. Naast slijtage in de schijf, is hierbij ook sprake van een verschuiving van het wervellichaam omdat de wervelboog niet goed vastgegroeid is aan het wervellichaam. De conclusie is dat de rugoperatie ook op langere termijn goede resultaten geeft. Spruit: “De behandeling met een fixatie van dorsaal en in tweede instantie ventraal, geeft op een termijn van 5 tot zes jaar nog steeds goede resultaten en de constructie zelf faalt geenszins’.

    Door het gebruik van implantaten, is het moeilijk om met standaard röntgenopname te beoordelen of de segmenten daadwerkelijk zijn vastgegroeid. Daarom deed Spruit in samenwerking met radioloog Marina Obradov ook een studie naar het meten van de botdichtheid van het bot in cages op CT-scans. Spruit : “Marina Obradov kwam als radioloog op het idee om de botdichtheid middels zogenaamde Housfield Units op CT te meten. We hebben aangetoond dat er na een spondylodese in de loop der tijd een toename in botdichtheid te meten is, wat een bewijs is voor de biologische activiteit van het botmateriaal dat in de cage is aangebracht”.



    Support
    Het uitvoeren van onderzoek en het schrijven van een proefschrift doe je niet alleen. Spruit : “Ik heb support gehad van mijn collegae Marinus de Kleuver en Paul Pavlov. Veel studies hebben we samen gedaan. Ik denk dat we best trots mogen zijn op een goede samenwerking in ons wervelkolomteam, wat zich ook uit in wetenschappelijk werk. Dit is al het tweede proefschrift over de behandeling van lage rugklachten”.



    Cfr. : http://www.maartenskliniek.nl/al/nieuws/nieuwsactueel/302983

    18-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (15 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lumbago, hernia, ischias... Een woordje uitleg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Lumbago, hernia, ischias...

    Een woordje uitleg

    Beweging.org :
    http://www.beweging.org/


    Je kent ze bij naam, maar wat is nu een lumbago, een hernia of een spinaalstenose…? De meest voorkomende mechanische klachten geven hun moeilijke namen prijs.

    Lumbago

    Lumbale overbelasting en verrekking van de lumbale wervelzuil, beter gekend als lumbago of lumbalgie (= spit, lendenpijn).
    Men heeft het dan over een hevige, meestal plots opgekomen pijn onder in de rug. Zeventig percent van de mechanische lagerugklachten hebben te maken met lumbago of aan lumbago gekoppelde problematiek.
    Typisch is dat buigen, tillen en zitten pijnlijk is. Gaan en staan worden vaak beter verdragen. Bewegingsconsulenten spreken daarom van Flexie Geprovoceerde Rugklachten (FGR) d.w.z. de klachten worden uitgelokt of onderhouden door flexie (= buigen van de lenden).


    Discus Hernia

    Om uit te leggen hoe overbelasting schade berokkent, gebruiken we het beeld van een tube tandpasta waarbij de Nucleus de pasta is en de onelastische structuur die de Nucleus bijeenhoudt de tube. Wanneer je te hard knijpt op een gesloten (dop dicht) tube zal uiteindelijk de tube openscheuren en komt de pasta er langs de scheuren uit (nucleus Pulposus = kern, de ‘pap’ die in een kraakbenige ring besloten ligt).
    Een hernia is een 'uitpuiling' van een tussenwervelschijf van de wervelkolom en wordt dikwijls als HNP benoemd (Hernia Nuclei Pulposi). Hernia’s treden meestal op bij de drie onderste lendenwervels (tussen de 4de en de 5de lendenwervel en tussen de 5de wervel en het bekken). De tussenwervelschijf gaat 'uitpuilen' waarbij de buitenste gewrichtsbanden van de schijf ‘scheuren’ net zoals bij de enkelbanden als je je voet verstuikt.
    De meest typische klacht bij een lage hernia is dan ook pijn in de lenden en het bekken. Hoesten, niezen en persen kan de pijn doen toenemen omdat de druk in het wervelkanaal wordt verhoogd.


    Ischias

    Draagt de naam van de langste zenuw uit het lichaam : de nervus ischiadicus (heupzenuw of grote beenzenuw). Deze zenuw begint in het ruggenmerg en loopt via je bil/dij langs de achterkant van je been. Vandaar dat de pijn wel begint in de rug maar doorloopt tot in je been. De oorzaak is meestal druk op de zenuwwortels doordat een tussenwervelschijf haar structuur verliest door onveilig gebruik.
    Afhankelijk van welke zenuwwortel er precies bekneld raakt kunnen er verlammingsverschijnselen van een of meer spieren ontstaan of een ‘verdoofd’ gevoel van de huid in datzelfde gebied.
    De pijn ‘steekt’ en kan licht tot hevig zijn. Andere symptomen kunnen zijn : een branderig gevoel, spierzwakte, een verdoofd gevoel of tintelingen in je been, voet of tenen, spierkramp in bil of been en verminderde reflexen in knieën en enkels.
    ‘Ischias’ is in zekere zin een verder stadium van ‘lumbago’. Dat kunnen we duidelijk merken bij bevraging van de patiënt : 90% van patiënten met ischias heeft ooit een lumbago gehad. Preventie (we noemen dat secundaire preventie omdat er reeds een kwetsuur was) kan dus heel wat leed voorkomen. Een bedachtzaam en rugveilig bewegingspatroon is de eerste stap.


    Degeneratieve processen van de kleine gewrichtjes, ook facetartrose genoemd

    (Degeneratie = verminderde sterkte van een weefsel bij het ouder worden)
    Door het verminderd functioneren van de tussenwervels ontstaan er degeneratieve processen van de facetgewrichtjes. Deze problemen zijn leeftijdsgerelateerd. Ze komen meestal pas voor na je vijftigste.
    Je kan precies dezelfde pijnen en klachten hebben als bij de hierbovenvermelde aandoeningen, doch ze doen zich in een andere context voor. Nu zal ‘staan en gaan’ vaak meer problemen geven dan ‘zitten’ of ‘buigen’.
    We spreken daarom van Extensie Geprovoceerde Rugklachten (ipv flexie), Het strekken (holler maken) van de lenden doet pijn. Deze klachten worden dan ook anders aangepakt.


    Spinaalstenose

    Als we de wervelzuil blijven (sterk) belasten in deze gedegeneerde toestand duiken vaak nog een aantal andere verschijnselen op. Deze krijgen de verzamelnaam : Lumbale Spinale Stenose (kortweg LSS).
    Het betreft een degeneratieve vernauwing van het spinaal kanaal zelf (centrale stenosis) of een vernauwing van de zenuwkanalen. In dat geval spreekt men van foraminale stenosis en betreft het de plaats waar de zenuwen het kanaal verlaten, oa de ischiaszenuw.
    Deze soort stenoses wordt veroorzaakt door ‘vergroeiïngen, woekeringen,…’ van beenderweefsel of weefsel van de ligamenten.
    We spreken van centrale stenosis bij versmalling van de centrale ruimte waar het ruggenmerg zich in bevindt.
    (Foraminae intervertebrales = vervoegingsgaten, ruimten via dewelke zenuwbanen het ruggenmerg verlaten, richting been, de romp of arm)

    Er zijn twee vormen van LSS : de congenitale vorm en de verworven vorm.
    De congenitale vorm (aangeboren) is relatief zeldzaam en komt voor op jonge leeftijd (dikwijls reeds tussen 30 à 40 jaar), de verworven vorm is niet zo zeldzaam en komt voor bij mensen van meer dan 60 jaar.
    Bij Spinaal Stenose heb je doffe tot hevige scherpe pijn in de rug of in je billen/dijen die beginnen bij wandelen of een andere fysische activiteit waarbij de wervelkolom gestrekt of hol gebruikt wordt, de pijn straalt uit naar één of beide dijen en onderste ledematen, 60% van de patiënten hebben bilateraal (= zowel links als rechts) pijn, voosheid, krachtsvermindering of parethesia (= gevoelsstoornissen zoals voosheid en tintelingen) in de onderste ledematen, de symptomen verdwijnen of verbeteren bij flexieactiviteiten, zoals bij zitten en ook bij liggen.


    Patiëntenfoldertje : wie meer wilt weten over Spinaalstenose kan het patiëntenfoldertje aanvragen : mail naar stenose@beweging.org (of je kan het ook downloaden als PDF file – cfr. : http://www.beweging.org/downloads/De_Lubale_spinale_stenose.pdf


    Cfr. : http://www.tlichtpuntje.be/info/Lumbago,%20hernia,%20ischias.htm

    17-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (30 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een spondylodese operatie (rugoperatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Een spondylodese operatie

    (rugoperatie)

    www.heelmeester.nl/
    Laatst bijgewerkt op 05-10-03


    Bij een rugoperatie (spondylodese) komt heel wat kijken.
    U wordt hierover uitvoerig op de polikliniek voorgelicht door de orthopedisch chirurg.
    De informatie in dit patiënteninformatieblad is bedoeld om thuis op uw gemak nog eens door te nemen, eventueel samen met uw partner of familie.
    Het is heel goed mogelijk dat u na het lezen nog vragen heeft. Die kunt u altijd stellen aan de behandelend arts, de verpleegkundigen op de afdeling of de fysiotherapeut.


    Wat wordt verstaan onder een spondylodese operatie ?

    Spondylodese betekent het vastzetten van een aantal wervels. Dit wordt gedaan met fixatiemateriaal; indien mogelijk wordt extra bot van de patiënt zelf gebruikt, anders wordt kunstbot gebruikt. Afhankelijk van de klachten en de diagnose, wordt de rug gecorrigeerd en worden twee (of soms meer) wervels vastgezet om verdere pijnklachten en problemen te voorkomen. Het is per patiënt verschillend wat voor operatie wordt gekozen. De orthopedisch chirurg zal u hierover informeren.
    Voordat een operatie plaatsvindt worden vaak andere mogelijkheden toegepast om de klachten te verminderen. Zo kunt u een proef-gipscorset krijgen gedurende een aantal weken. Zo kan worden bekeken of de klachten te beinvloeden zijn en of het nuttig is om te opereren. Uiteindelijk kan in overleg tussen u en de arts tot een operatie worden besloten.


    De voorbereiding

    Als u samen met de arts heeft besloten tot een operatie worden er een aantal voorbereidingen getroffen. U wordt van tevoren uitgebreid onderzocht. Dit gebeurt vaak poliklinisch. Er wordt bloed afgenomen, er wordt urine onderzocht en er worden eventueel nog foto's van de rug gemaakt. Ook wordt er soms een ECG (hartfilmpje) gemaakt en afhankelijk van de leeftijd een longfoto. De uitslagen van deze onderzoeken worden bekeken door de behandelend arts.


    De opname/de dag voor de operatie

    Indien alle onderzoeken poliklinisch zijn verricht en alles in orde is bevonden, wordt u een dag voor de operatie opgenomen. U wordt op de afdeling ontvangen door de verpleegkundige. Deze vertelt u over de gang van zaken op de afdeling en over de gang van zaken rond de operatie. Als u vragen heeft kunnen de behandelend arts of de verpleegkundige deze beantwoorden.
    Op deze dag wordt u ook lichamelijk voorbereid op de operatie. In het gebied waar u geopereerd gaat worden, wordt u geschoren. U krijgt een flesje met desinfecterende zeepoplossing (hibiscrub), waarmee u zich's avonds en de ochtend voor de operatie moet wassen/douchen (bedoeld voor het hele lichaam). Tevens krijgt u een klysma voor ontlasting. Dit zorgt ervoor dat de darmen voor de operatie zo schoon mogelijk zijn.
    U wordt onder narcose geopereerd. De anesthesist (degene die u de narcose toedient) komt in de loop van de dag langs. Als u nog vragen over de narcose heeft kunt u die stellen. Indien u 's morgens geopereerd wordt dient u nuchter (niets eten of drinken) te blijven vanaf 24.00 uur tot aan de operatie. Als u 's middags wordt geopereerd krijgt u 's morgens een licht ontbijt en blijft u daarna nuchter. Verder is het mogelijk dat u de avond voor de operatie een slaapmiddel wilt gebruiken; u kunt de verpleegkundige van de avonddienst daarom vragen.
    Voor de operatie komt ook de fysiotherapeut bij u langs om kennis met u te maken. Deze geeft u enkele instructies en draaioefeningen voor na de operatie, zodat u die kunt oefenen. Het is verstandig om die oefeningen voor de operatie te doen. Soms kunt u alvast het afneembaar corset passen dat u na de operatie zal dragen, zodat u kunt oefenen met het aan- en uitdoen van het corset.


    De operatiedag

    Ongeveer een half uur voor de operatie krijgt u een slaappil en een injectie die ervoor zorgt dat de speekselafscheiding wordt geremd tijdens de operatie. Na dat half uur wordt u in uw bed naar de operatiekamer gereden. Het is de bedoeling dat u dan geen make-up, (blanke) nagellak en sieraden meer draagt. Indien u in het bezit bent van een gebitsprothese dient u deze uit te laten. Wanneer u weer terug bent op de afdeling krijgt u deze weer in.
    U wordt met uw bed naar de operatiekamer gereden. Hier wordt u door de medewerkers van de operatie-afdeling opgevangen. Vervolgens krijgt u de narcose toegediend. De operatie duurt vrij lang (een aantal uren). Tijdens de operatie ligt u op uw buik op een speciale tafel. Via een snee op de rug gaat de arts dan opereren. U krijgt een infuus met antibiotica en mogelijk een of soms twee drains. Dit is/zijn slangetjes die bloed en wondvocht uit het operatiegebied wegzuigen. U verliest tijdens en soms de eerste uren na de operatie bloed.
    Het is vaak nodig dat dit weer wordt aangevuld. Dit gebeurt dan via het infuusslangetje in uw arm. Na de operatie heeft u mogelijk een catheter, dit is een slangetje dat via de urinebuis naar de blaas gaat. Dit krijgt u omdat u na de operatie platte bedrust heeft en het moeilijk is liggend te urineren.
    Na de operatie ligt u weer gewoon op uw rug en gaat u eerst naar de uitslaapkamer om wakker te worden. Eenmaal terug op de afdeling worden de bloeddruk en de wond regelmatig gecontroleerd. Het is vanzelfsprekend dat de rug en spieren daaromheen pijnlijk zijn. Dit is vooral de eerste vierentwintig uur het geval. Het is belangrijk dat u tijdig aangeeft dat u pijn heeft, want dan kan de verpleegkundige u afdoende pijnbestrijding geven. Op de operatiedag mag u af en toe een slokje water, meer nog niet. De darmen hebben tijdens de operatie een tijdje stilgelegen. Ook heeft u bedrust en beweegt u minder dan normaal. Daarom wordt uw dieet in de loop van de volgende dagen langzaam uitgebreid. Dit wordt goed gecontroleerd. Zo kunnen problemen met de darmen voorkomen worden. Indien u misselijk bent kunt u hier medicijnen voor krijgen.
    De eerste dag heeft u platte bedrust met een kussen onder uw hoofd; en u mag op uw zij draaien. De eerste dagen zal de verpleegkundige u daarbij helpen omdat het draaien dan nog pijnlijk is. Na de operatie wordt u nogmaals duidelijk uitgelegd hoe u het beste kunt bewegen.


    Na de operatie

    Over het algemeen bent u de eerste vierentwintig uur na de operatie flink verzwakt. Hierna knapt u langzaam weer op. De avond voor de operatie wordt gestart met injecties en de dag na de operatie met sintrommitistabletten. Dit zijn bloedverdunnende medicijnen tegen trombose. Een aantal keren per week wordt er bloed afgenomen om de juiste dosering van de medicijnen te bepalen. Meestal worden deze medicijnen gestopt als u weer naar huis gaat.
    Een aantal dagen na de operatie krijgt u op vaste tijden pijnstillende en spierontspannende medicijnen. De spierontspannende medicijnen worden afgebouwd zodra u weer gaat bewegen, anders zoudt u daar duizelig en slap van kunnen worden.
    De eerste dag na de operatie wordt de drain verwijderd. Het infuus blijft nog een aantal dagen in omdat u antibiotica via het infuus krijgt.
    De eerste dag na de operatie mag u alleen heldere vloeibare dingen drinken, zoals water, thee en limonade. De tweede dag na de operatie mag u ook vloeibaar eten zoals soep en pap. Als u ontlasting heeft gehad mag u weer gewoon eten.
    De tweede dag na de operatie wordt er een controlefoto gemaakt van uw rug. Dit kan wat vervelend en pijnlijk zijn omdat u op de afdeling radiologie wordt overgetild en dan met de rug op een harde plaat moet liggen. De catheter wordt verwijderd wanneer u wat mobieler bent en vaker uit bed kunt en dus weer zelf goed kunt plassen. Dat zal na een aantal dagen zijn.
    Na veertien dagen worden de hechtingen verwijderd uit het wondgebied.


    Het mobiliseren

    Tot aan het ontslag wordt de afstand die u kunt lopen vergroot, leert u hoe u kunt traplopen, naar het toilet te gaan en hoe u alleen in en uit bed komt. Het leren van al deze handelingen heet mobiliseren. Het mobiliseren geschiedt onder leiding van de fysiotherapeut. Deze zal met u het schema voor het mobiliseren doornemen.
    De eerste dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs om oefeningen te doen in bed. U heeft meestal een dag bedrust. Op deze dag is rug-. zij-, en buikligging toegestaan als u de rug maar recht houdt en er geen verkeerde bewegingen mee maakt. Daarna gaat u samen met de fysiotherapeut uw rug- en buikspieren oefenen, evenals uw bil- en beenspieren.
    Meestal gaat u de tweede dag na de operatie voor het eerst uit bed (dit kan soms ook wat eerder of wat later zijn, dat is afhankelijk van wat de arts afspreekt). Dit gebeurt onder begeleiding van de fysiotherapeut.
    Wanneer u uit bed gaat moet u altijd een corset om. Het fixatiemateriaal dat bij de operatie in uw rug is geplaatst zit goed vast, maar om uw rug wat ondersteuning te geven en u ervan te weerhouden een verkeerde beweging te maken, draagt u tijdens het uit bed gaan een corset.
    U gaat voor de eerste keer staan met behulp van een loopwagen; dit is een hulpmiddel waar u met beide armen op kunt steunen. De eerste keer is het mogelijk dat u nog wat duizelig bent en u zich slap voelt; dat komt omdat u een paar dagen niet uit bed bent geweest en omdat u een zware ingreep achter de rug heeft.
    Via zijligging komt u tot zit op de rand van het bed. U gaat geleidelijk aan vaker zitten, want meteen veel zitten is nog niet goed voor de rug.
    Vanaf de derde dag na de operatie mag u lopen. In eerste instantie met behulp van een loopwagen. Als dit goed gaat kunt u overstappen op elleboogkrukken en daarna loopt u zonder hulpmiddelen.


    Het ontslag

    Afhankelijk van uw algehele gezondheid en van de thuissituatie gaat u na ongeveer 10 tot 14 dagen weer naar huis. U moet erop bedacht zijn dat u na de operatie nog een lange tijd van revalideren te wachten staat en dat u voorlopig nog een hele tijd afhankelijk bent van andere mensen. Het is een hele ingreep die u hebt ondergaan en u mag en kan nog lang niet alles.U zult thuis nog regelmatig in bed moeten rusten. Het is daarom verstandig om alvast van tevoren te bedenken of u thuis voldoende hulp heeft of kunt krijgen.
    De verpleging in het Waterlandziekenhuis kan ook hulp voor u regelen, zoals de wijkverpleging. Zelf kunt u bijvoorbeeld gezinsverzorging regelen en alleenstaanden kunnen ook maaltijden bestellen via Tafeltje dekje of het diepvriesproject. De telefoonnummers hiervan kunt u vragen aan de verpleegkundige. Wat oudere alleenstaanden kunnen eventueel regelen dat ze tijdelijk in een bejaardenhuis kunnen logeren om daar te herstellen. Dit moet u dan vroegtijdig regelen. Maar meestal kunt u naar huis met aanpassingen (zie hierna) en hulp.
    Bij het ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle bij de specialist. Op die datum wordt er ook meteen nog een controlefoto van uw rug gemaakt op de afdeling radiologie. Uw huisarts krijgt een verslag van de opname toegestuurd.

    De fysiotherapeut die u tijdens de opname begeleid heeft bespreekt met u de fysiotherapeutische nabehandeling. Het is nodig dat u nog een aantal weken wordt behandeld. Het verschilt per patiënt hoe snel u volledig genezen bent en hoe lang u nog therapie moet blijven volgen.


    Handige tips

    Het is handig om thuis een bed te hebben dat op goede hoogte staat, zodat u er gemakkelijk in en uit kunt (dus niet te hoog of te laag). Veel mensen vinden het prettig om tijdelijk een bed in de woonkamer te hebben. Wanneer u geen bed heeft dat op de goede hoogte staat, dan is het eventueel mogelijk om tijdelijk een bed bij de Thuiszorg te lenen. Als u dit zou willen regelen, verzoeken wij u eerst even te overleggen met de verpleging.
    Een (losse)toiletverhoger is vaak ook erg handig, dan hoeft u niet zo erg laag te bukken en kunt u beter overeind komen. Deze kunt u zelf bij Thuiszorg lenen.
    Een goede (eventueel verstelbare) stoel waarin u prettig zit en die goede steun geeft, is ook erg belangrijk. De zitting van de stoel moet voldoende hoog zijn zodat u niet laag hoeft te bukken en goed overeind kunt komen. De fysiotherapeut zal u hier nader over inlichten.

         
    Ten slotte willen we nog vermelden dat de afdeling orthopedie alles in het werk zal stellen om uw verblijf in het ziekenhuis zo prettig mogelijk te laten verlopen.


    Cfr. : http://www.heelmeester.nl/folders/rug.htm  

    17-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    14-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mensen met de omstreden ziekte ME hebben werkelijk minder spierkracht
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Mensen met de omstreden ziekte ME hebben werkelijk minder spierkracht

    Volgens minister Hoogervorst van Volksgezondheid is er geen wetenschappelijk bewijs dat het Chronisch Vermoeidheidssyndroom een echte ziekte is met fysieke oorzaken. Hij houdt het erop dat het een psychisch probleem is.
    Eén van de belangrijkste gevolgen daarvan is dat CVS-patienten moeilijk een WAO-uitkering kunnen krijgen.
    Maar het wetenschappelijke bewijs is nu een stapje dichterbij gekomen : volgens promovenda Maartje Schillings gaat er bij het Chronische Vermoeidheidssyndroom iets mis in de communicatie tussen het centrale zenuwstelsel en de spieren.

    Fatigue in neuromuscular disorders and chronic fatigue syndrome - a neurophysiological approach
    Drs. M.L. Schillings

    Universitair Medisch Centrum St Radboud
    Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2, 23 november 2005
    Promotores : Prof. dr. M.J. Zwarts, prof. dr. B.G.M. van Engelen, prof. dr. G. Bleijenberg
    Contactpersoon : Staf Concerncommunicatie, UMC St Radboud Nijmegen – Tel. : 024-361 35 28 – E-mail :
    info@com.umcn.nl

    Maartje Schillings (Nijmegen, 1976) studeerde biologie aan de Radboud Universiteit. Ze verrichte haar promotieonderzoek bij de afdeling Klinische Neurofysiologie, onderdeel van het Institute for Clinical and Translational Research van de Radboud Universiteit Nijmegen - E-mail : maartjeschillings@wanadoo.nl

    Moe is iedereen wel eens. Maar sommige mensen zijn chronisch ernstig vermoeid. Tot die groep behoren mensen met het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS, ook bekend als ME) en veel mensen die een spierziekte hebben of daarvan herstellende zijn.
    Maartje Schillings heeft voor haar promotieonderzoek in een grote groep mensen met vier verschillende spieraandoeningen of CVS fysiologische aspecten van vermoeidheid gemeten. Tijdens een vermoeiende inspanning bepaalde ze hoe groot de bijdrage van het zenuwstelsel en hoe groot de bijdrage van de spieren aan de vermoeidheid is. Het blijkt dat ernstig vermoeide mensen minder goed in staat zijn met hun zenuwen hun spieren tot maximale inspanning aan te zetten of dat de 'kracht' van de zenuwen tijdens inspanning sneller afneemt.
    Vooral bij mensen met een spierziekte is dit nadelig, omdat hun spieren zelf al verzwakt zijn en verminderde aansturing de krachtproductie nog verder vermindert.
    Bij CVS heeft de promovenda gemeten dat dit waarschijnlijk komt door een verandering in het centrale zenuwstelsel.


    Cfr. : http://www.ru.nl/aspx/get.aspx?xdl=/views/run/xdl/page&SitIdt=3&VarIdt=1&ItmIdt=243548

    14-11-2005 om 18:05 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PIJN - Algemene informatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Algemene informatie
    over PIJN

    Van Lent Systems B.V.


    In de hierna volgende tekst wordt getracht een zo goed mogelijk algemeen beeld te schetsen over wat pijn nu eigenlijk precies is, hoe het onstaat en werkt in het lichaam. Daarnaast worden de verschillende technieken van pijnbestrijding bespoken.

    Het lijkt misschien overbodig en taai om een hele uitleg over het fenomeen 'pijn' door te moeten ploeteren, maar waarschijnlijk treft U hier toch veel nuttige informatie aan.
    Begrijpen hoe pijn werkt, draagt al voor een deel bij aan het verwerken en/ of verminderen van pijn.


    Inhoud

    1. - Wat is pijn ?
    2. - Pijn als zintuiglijke en emotionele ervaring.
    3. - Waarom bestaat er 'pijn' ?
    4. - Acute- en chronische pijn.
    5. - Hoe ontstaat chronische pijn ?
    - 1e Conclusie

    6. - Hoe werkt 'zintuiglijke' pijn ?
    7. - Is chronische pijn minder erg dan acute pijn ?
    8. - Kun je van chronische pijn 'hard' worden ?
    - 2e Conclusie

    9. - (On)bewuste beïnvloeding van pijn.
    - 3e Conclusie

    10. - Wat versterkt de pijn ?
    11. - Wat vermindert de pijn ?
    12. - Wat zelf te doen aan de pijn ?
    13. - De zin en onzin van (bij)geloof.
    14. - Zit pijn tussen de oren ?
    15. - Professionele hulp : pijnteams.
    16. - Methoden van pijnbestrijding.

    Samenvatting

    Links : meer informatie over pijn op andere web sites.


    1. - Wat is pijn ?

    Iedereen heeft het al meegemaakt; pijn hoort nu eenmaal bij het leven, echter wat is pijn eigenlijk ?
    Pijn is een ervaring (iets wat je ervaart). Pijn is duidelijk een onplezierige ervaring. Als wij praten over pijn bedoelen wij pijn als een totaal-ervaring, bestaande uit twee delen, namelijk een lichamelijke pijnervaring en een emotionele pijnervaring.
    De lichamelijke ervaring wordt meestal als zintuiglijk of sensorisch omschreven.
    Samengevat : pijn is de optelsom van zowel zintuiglijke als emotionele pijnervaring.


    2. - Pijn als zintuiglijke en emotionele ervaring.

    Even een paar voorbeelden :

    • een bokser krijgt een dreun op zijn lichaam : hoge zintuiglijke pijnervaring, verwaarloosbare emotionele pijnervaring (hij wil tenslotte winnen).

    • een kind krijgt een spuitje : lage zintuiglijke pijnervaring (klein prikje), zeer hoge emotionele pijnervaring (angst voor pijn).

    • u komt met uw hand zeer dicht bij een vlam : een verwaarloosbare zintuiglijke pijnervaring (huid wordt een beetje warm), hoge emotionele pijnervaring (angst voor verbranding).

    Deze voorbeelden laten tevens zien dat pijn niet alleen betrekking heeft op werkelijke weefselbeschadiging, maar ook op mogelijk dreigende weefselbeschadiging.


    3. - Waarom bestaat er 'pijn' ?

    Zoals hiervoor opgemerkt hoort pijn bij het leven; sterker nog, zonder pijn is er zelfs geen leven mogelijk ! Pijn heeft een belangrijke functie. Het is een waarschuwingssignaal binnen ons lichaam. Een waarschuwingssignaal zo sterk en indringend (pijnlijk dus), dat onze hersenen dit signaal niet kunnen negeren.
    Als wij geen pijn gewaar zouden worden, zouden wij ons lichaam kunnen beschadigen zonder ons dit te realiseren. Dankzij de pijngewaarwording zijn wij gedwongen voorzichtig met ons lichaam om te gaan.


    4. - Acute- en chronische pijn.

    Alle pijnervaringen kunnen globaal in twee groepen onderverdeeld worden : de acute- en chronische pijnen.

    • acute pijn : een acute pijn treedt op direct nadat het weefsel beschadigd is. Deze pijn heeft een waarschuwingsfunctie : ze geeft een signaal naar de hersenen dat er iets mis is gegaan (snee in de vinger, gebroken been enz.). Daarnaast heeft deze acute pijn een beschermende functie : zolang de genezing duurt zal de beschadigde plek 'pijnlijk' blijven, zodat de verwonding ontzien wordt, waardoor genezing sneller en beter tot stand komt. De acute pijn vermindert gedurende het genezingsproces en zal praktisch helemaal verdwijnen na volledige genezing.
      Acute pijn is niet leuk, maar wel zeer nuttig. Acute pijn heeft een duidelijke functie : waarschuwen en beschermen.

    • chronische pijn : het zal U niet ontgaan zijn: de mens is een complexe 'machine'. Hoe complexer de machine, des te groter wordt de kans dat er een keer iets mis gaat.
      Bij een snee in de vinger geeft een zenuwvezel een acuut pijnsignaal af. Het pijnsignaal komt via deze zenuwvezel bij een soort 'schakelkastje'. Op dit 'schakelkastje' zijn meerdere zenuwvezels aangesloten. Verschillende van deze aangesloten zenuwvezels geven op dat moment geen signaal af. Sommige zenuwvezels geven misschien een zwak pijnsignaal af. Alleen onze 'vingersnee' zenuwvezel geeft een sterk signaal. Het schakelkastje stuurt daarom dit sterke signaal door, zodat uiteindelijk, misschien na meerdere van dit soort schakelkastjes, dit pijnsignaal bij de hersenen beland.
      Soms gaat er in dit complexe systeem 'spontaan' iets mis : een zenuw kan zomaar, zonder duidelijke reden, een pijnsignaal afgeven. Of een 'schakelkastje' geeft bijvoorbeeld spontaan een pijnsignaal af, terwijl er bij geen enkele aangesloten zenuwvezel een pijnsignaal afgegeven wordt.
      Deze stoorsignalen kunnen veel pijn veroorzaken. Hoewel er geen weefselbeschadiging is, ontstaat er ergens in het systeem toch een 'spontane' pijnervaring. Pijn die helaas wel degelijk gevoeld wordt. Dit soort pijnen noemen wij chronische pijnen : een pijn zonder waarschuwingsfunctie.


    5. - Hoe ontstaat chronische pijn ?

    Zoals gezegd ontstaan chronische pijnen, doordat het normale systeem van pijnsignaal verwerking ergens niet goed functioneert. Niet het weefsel is beschadigd (zoals bij acute pijn) : de pijnprikkels ontstaan door een andere oorzaak.
    Een voorbeeld van chronische pijn is de zogenaamde fantoompijn. Hierbij ervaart men pijn aan een lichaamdeel, dat al lang geleden werd geamputeerd. De pijn voelt zo 'echt' aan, alsof het betreffende lichaamsdeel nog aanwezig zou zijn. In dit geval is het zonder twijfel duidelijk, dat er geen sprake is van acute pijn, eenvoudig omdat het lichaamdeel 'waar de pijn zit' niet meer aanwezig is. De pijn lijkt nu 'spontaan' te ontstaan in de zenuwvezels die vroeger met dit lichaamdeel verbonden waren en nu doorgesneden zijn na de amputatie.
    Een ander bekend voorbeeld van chronische pijn is de bekende hernia. Voor de volledigheid geven wij hierbij meteen maar even een stukje uitleg over het ontstaan van de hernia :

    Onze ruggengraat is opgebouwd uit diverse ruggenwervels. Tussen elke twee ruggenwervels bevindt zich steeds een bindweefselring. Deze bindweefselring fungeert als een soort schokdemper, zodat ruggenwervels niet te veel klappen krijgen tijdens lopen of springen.
    Als tijdens een te zware belasting (verkeerd tillen, zware gewichten, overbelasting enz.) de spanning op deze bindweefselring te groot wordt, dan kan deze een klein stukje inscheuren. Als tevens de buitenste vezels inscheuren van de zachte kern in de ring, dan zal deze zachte kern enigszins naar buiten geduwd worden.
    De uitstulpende massa van deze zachte kern gaat dan drukken op de omliggende weefsels en zenuwwortels.
    Er is dus een wondje ontstaan en dit veroorzaakt een acute pijn. Soms komt er een plaatselijke ontsteking bij, soms niet. Na verloop van tijd is er nieuw bindweefsel ontstaan en is de wond min of meer weer genezen; het acute pijnprobleem is grotendeels voorbij.
    Echter, de uitstulping is nog steeds aanwezig en zal misschien wel nooit helemaal verdwijnen. In sommige gevallen drukt deze uitstulping tegen in de buurt liggende zenuwwortels aan en ontstaat er een chronisch pijnprobleem dat heel lang kan duren. De zenuwen waar tegen aan gedrukt wordt zijn bijvoorbeeld verbonden met de benen. Deze zenuwen gaan door de uitstulping 'spontaan' een pijnsignaal afgeven en de hersenen ervaren pijn in de bovenbenen. De patiënt voelt dit als een pijn die 'uitstraalt' naar de benen er is echter - het zal duidelijk zijn - niets aan de hand met de benen.


    1e Conclusie :

    • pijn is het totaal van een emotionele- en zintuiglijke (lichamelijke) pijnervaring.

    • pijn kan acuut of chronisch zijn.

    • de oorzaak van chronische pijn is niet altijd duidelijk aan te geven.


    6. - Hoe werkt 'zintuiglijke' pijn ?

    Als weefsel beschadigd wordt (bijvoorbeeld de snee in de vinger), worden eerst de zogenaamde 'dunne' zenuwvezels (A-Delta) geprikkeld. Via deze zenuwvezels wordt een elektrisch signaal doorgegeven naar het ruggenmerg. Het pijnsignaal wordt 'doorgeschakeld' naar andere zenuwvezels en komt tenslotte bij de hersenen terecht. Deze eerste pijn voelt scherp aan, duurt niet lang en heeft een sterk waarschuwend effect..
    Na deze scherpe 'piek' komt er een langdurige doffe tweede pijngewaarwording. Deze wordt veroorzaakt door allerlei chemische reacties die op de plaats van het beschadigde weefsel automatisch optreden.
    In de wond worden diverse stoffen aangemaakt, zoals bradykinine en prostaglandine. Deze stoffen prikkelen vooral een ander type dunne zenuwvezels, de zogenaamde C-zenuwvezels. Het pijnsignaal dat via deze C-zenuwvezels bij de hersenen komt, wordt aangevoeld als een dof zeurende pijn.
    Bovengenoemde stoffen zorgen er bovendien voor dat de C-zenuwvezels veel gevoeliger worden voor elke vorm van prikkeling, zoals aanraking of belasting ter plaatse van het beschadigde weefsel.
    Deze C-zenuwvezels zorgen hierdoor voor een sterk beschermend effect; de hersenen worden er voortdurend aan de wond herinnerd, waardoor een rustproces in acht wordt genomen om genezing te bespoedigen.


    7. - Is chronische pijn minder erg dan acute pijn ?

    Nee, voor de pijngewaarwording maakt het niets uit of pijn veroorzaakt wordt een acute pijnervaring of een chronische pijnervaring. Pijn is pijn.
    Zoals eerder vermeld bestaat pijn uit een zintuiglijk (sensorische) pijnervaring en een emotionele pijnervaring. De kans is groot dat de emotionele pijnervaring bij een chronische pijn groter is dan bij een acuut pijnprobleem. Bij een acute pijnervaring is veelal de oorzaak van de pijn bekend (snee in de vinger). Hierdoor is het mogelijk een inschatting voor het verloop van het genezingsproces te maken.
    Bij chronische pijn is een oorzaak en genezingsproces veel moeilijker vast te stellen. Deze onzekerheden verhogen de emotionele pijn.


    8. - Kun je van chronische pijn 'hard' worden ?

    Ja en nee. Het klinkt misschien raar, maar of iemand 'hard' of 'zacht' wordt van pijn, ligt helemaal aan de persoon zelf. Hieronder zullen wij uitgebreid op dit fenomeen ingaan.
    Als het eerste pijnsignaal komt in de vorm van een pijnsteek of -scheut, dan worden de hersenen deze eerste keer verrast door deze pijnervaring. De hersenen worden hierna bedacht en alert op mogelijk nieuwe pijnverrassingen. Het tweede pijnsignaal is misschien minder sterk als het eerste pijnsignaal, maar wordt misschien toch pijnlijker ervaren omdat nu de hersenen op scherp staan. Als een pijn voortduurt, dan zullen de pijnsignalen de hersenen steeds makkelijker bereiken; het lijkt alsof er een pad gebaand wordt naar de hersenen toe.
    In het begin hebben wij gesproken over schakelkastjes, waarin een keuze gemaakt wordt welke signalen doorgegeven worden. Voor alle aangesloten zenuwen is er een drempel, die in het schakelkastje genomen moet worden. De schakelkastjes worden met behulp van hormonen door de hersenen bestuurd; de hersenen kunnen de werking van de schakelkastjes beïnvloeden en deze drempelhoogte veranderen.


    2e Conclusie :

    • pijnprikkels boven een bepaalde pijndrempel worden naar de hersenen doorgeschakeld.

    • naarmate een pijnervaring langer voortduurt, wordt de pijndrempel verlaagd.

    • bij een lagere pijndrempel zullen meer pijnprikkels de hersenen bereiken en wordt er dus meer pijn ervaren. Een hogere pijndrempel geeft uiteraard het omgekeerde effect. Bij een hogere pijndrempel zullen minder pijnprikkels de hersenen bereiken en wordt er dus minder pijn ervaren.


    9. - (On)bewuste beïnvloeding van pijn.

    Dat de pijndrempel verlaagd wordt door de toenemende alertheid van de hersenen is een lichamelijk (zintuiglijk) proces. Daarnaast vindt er een belangrijk emotioneel proces plaats. Om dit duidelijk te maken eerst maar opnieuw een paar voorbeelden :
    Stel een aantal personen krijgen op hetzelfde moment dezelfde 'pijnlijke' steek in de borstkas. Bij iedereen treedt hetzelfde zintuiglijke proces op dat naarmate de pijnscheuten blijven komen, ook de pijndrempel langzaam verlaagd wordt.
    Hoe verloopt echter bij iedereen het emotionele proces ?
    Bij persoon nr.1 komen hartinfarcten in de familie voor. Door de voorkennis van de familiesituatie ontstaan angst en onrust, waardoor de hersenen de schakelkastjes nog veel sterker negatief zullen gaan beïnvloeden; de pijngrens wordt nog verder verlaagd ('de sluizen staan helemaal open') en alle pijnprikkels zullen zonder belemmering in volle hevigheid bij de hersenen arriveren.
    Persoon nr.2 is onze bokser (zie hierboven). Bij hem vindt ook een emotionele beïnvloeding van de pijndrempel plaats. Hij weet dat hij gisteren gebokst heeft en nogal wat dreunen op zijn borstkas kreeg. Hij weet uit ervaring (voorkennis) dat de pijprikkels na een paar dagen verdwenen zijn. Ook nu zullen de hersenen de werking van de schakelkastjes hormonaal beïnvloeden; echter in dit geval wordt de pijndrempel verhoogd, zodat minder veel minder prikkels de hersenen kunnen bereiken en er dus ook minder pijn ervaren wordt.
    In de bovenstaande voorbeelden wordt de hoogte van de pijndrempel beïnvloed door allerlei emotionele processen. In feite zijn de personen hierboven zich nog niet eens bewust van het feit dat zij hun eigen pijndrempel en dus ook pijnervaring voortdurend aanpassen. We spreken hierbij van een onbewuste beïnvloeding van de pijndrempels.
    Daarnaast is het ook mogelijk om dit proces bewust te beïnvloeden. Het vergt natuurlijk inzicht en training, maar er zijn best wel resultaten te behalen. Bekend zijn de verhalen van mensen, die dankzij jarenlange training (bijvoorbeeld yoga), in staat zijn om grote pijnen schijnbaar moeiteloos te verdragen.


    3e Conclusie :

    • door bewuste of onbewuste emotionele processen kunnen pijndrempels beduidend beïnvloed worden; zowel positief als negatief.


    10. - Wat versterkt de pijn ?

    De pijndrempel wordt verlaagd en de pijnervaring versterkt door allerlei negatieve emotionele ervaringen. Een kleine greep :

    • allerlei gevoelens van angst, stress, gejaagdheid, depressiviteit, woede en onmacht.

    • onbekendheid met de oorzaak van de pijn, de gevolgen hiervan voor de toekomst en/ of onduidelijkheid met betrekking tot het verdere verloop.

    • gebrek aan vertrouwen in de behandelende artsen en/ of de gevolgde methode van pijnbehandeling.

    • ongelukkig voelen of ongelukkig zijn, in de privé situatie, de liefde, de baan of het gemis aan een baan.

    • Enzovoort... enzovoort...


    11. - Wat vermindert de pijn ?

    De pijndrempel wordt verhoogd en de pijnervaring verminderd door allerlei positieve emotionele ervaringen. Wederom een kleine greep :

    • in het algemeen allerlei gevoelens van vreugde, kunnen genieten van kleine en grote dingen in het leven, rust, opgewektheid, humor en lachen, voldoening en tevredenheid.

    • het hebben van één of meerdere doelen in het leven. Niet alleen met de pijn bezig zijn, maar ook met andere zaken.

    • afleiding hebben of zoeken in lichamelijke en/of geestelijke activiteiten.

    • Enzovoort... enzovoort...


    12. - Wat zelf te doen aan de pijn ?

    Gezien het bovenstaande ligt het antwoord voor de hand. Als onbewuste emotionele processen de pijndrempel zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden, is het dus zaak om ons zelf te trainen (aanleren) om zoveel mogelijk bewuste positieve emoties te verkrijgen.
    Echter zo simpel ligt dat niet. Iedereen die een serieus pijnprobleem heeft weet dat het niet zo eenvoudig is. Het klinkt leuk, maar niemand kan op commando vrolijk zijn.
    En toch, hoe moeilijk ook, is dit de beste weg om zelf iets te doen aan de eigen pijnvermindering. Zelf werken aan eigen positieve emoties; hoe klein dan ook, alles helpt. Als het maar positief is.


    13. - De zin en onzin van (bij)geloof.

    Als pijn een groot probleem wordt, gaan mensen soms pijn met de gekste 'hulpmiddelen' bestrijden; vaak ook aangezet enerzijds door de babbels van de moderne commercie en anderzijds door een gebrek aan vertrouwen in de reguliere wetenschap.
    Er zijn mensen die met roodkoperen buizen onder hun bed slapen; geheimzinnige armbanden dragen, gemaakt van een 'uniek' materiaal; 'speciale' blauwe stenen, die overdag in de zon 'opgeladen' worden en s'nachts op de pijnlijke plek gelegd dienen te worden, handopleggers enzovoort.
    Iedereen kent altijd wel iemand in zijn omgeving, die er een speciaal hulpmiddel of een afwijkende methode van pijnbestrijding op na houdt.
    Is dit zinnig of onzinnig ?
    De kans is groot dat er alleen maar een extra pijn in de portemonnee achterblijft, maar.... als het werkt dan werkt het ! In dat geval hoeven wij niet verder te discussiëren, alleen het resultaat telt. Het belangrijkste is dat de pijn verminderd wordt en het maakt eigenlijk niet uit hoe dit doel bereikt wordt.
    Het is echter goed om te beseffen waar de 'werking' vandaan komt. Als het werkt zit er geen geheimzinnige of mysterieuze oorzaak achter; via het geloof in zo'n hulpmiddel wordt eenvoudig de eigen emotionele beïnvloeding van de pijndrempels tot stand gebracht. Het hulpmiddel vermindert de pijn niet : het is de positieve werking van de eigen emoties die pijndemping geven. Het hulpmiddel in deze is alleen een soort trainingsmiddel, een soort katalysator, om onze eigen emoties te sturen.
    Het moge duidelijk zijn : pijndemping, dat doen wij zelf binnen ons eigen lichaam en niet dat blauwe steentje.


    14. - Zit pijn tussen de oren ?

    Schrik niet, het antwoord is : ja ! En wel om de volgende logische redenen :

    • pijn zit niet in het sneetje in de vinger of in de zenuwbanen (daar zijn alleen maar onschuldige elektrische stroompjes) : pijn wordt pas ervaren op het moment dat de pijnprikkel tot de hersenen doordringt. De hersenen zitten tussen de oren en hier bevindt zich dus de gewaarwording van zintuiglijke (lichamelijke) pijn.

    • emoties kunnen in hoge mate bewust of onbewust pijndrempels beïnvloeden; gemakshalve gaan we er maar van uit dat emoties in de hersenen ontstaan.

    "Het zit tussen de oren" is vaak een opmerking met een negatieve ondertoon, veelal laconiek geuit door mensen die zelf (gelukkig maar) nog geen serieus pijnprobleem hebben.
    Zonder te beseffen waar ze over praten, slaan zij per ongeluk wel 'de spijker op de kop' : de gewaarwording van pijn en de beinvloeding ervan gebeurt in de hersenen en deze bevinden zich nu eenmaal tussen de oren.


    15. - Professionele hulp: pijnteams.

    Voor een deel kan een ieder zelf wat doen aan het eigen pijnprobleem en het valt ook sterk aan te raden om dit ook daadwerkelijk te doen. Daarnaast zijn er goede mogelijkheden voor professionele ondersteuning.
    De meeste academische ziekenhuizen en de grotere ziekenhuizen beschikken over zogenaamde pijnteams. Deze pijnteams bevinden zich veelal op een pijnpolikliniek (polikliniek Anesthesiologie), vaak 'pijnpoli' genaamd.
    Binnen deze pijnteams zijn verschillende specialisten samen werkzaam, om ieder vanuit hun eigen expertise, een optimale ondersteuning en begeleiding te kunnen bieden. Binnen het pijnteam zijn specialisten vanuit verschillende disciplines aanwezig, zoals anesthesisten, neurologen, revalidatieartsen en fysiotherapeuten.
    De huisarts kan doorverwijzen naar deze gespecialiseerde vorm van pijnbestrijding.


    16. - Methoden van pijnbestrijding.

    De meest gebruikte vormen van behandeling zijn :

    • toediening van medicijnen (diverse soorten pijnstillers).

    • behandeling met transcutane zenuwstimulatie (TENS).

    • aanbrengen van zenuwblokkades (tijdelijk of continu).

    • toediening van continue infusie van medicamenten in de thuissituatie, door middel van een uitwendige- of geïmplanteerde pomp.

    • een combinatie van therapieën, variërend van psychotherapie tot bijvoorbeeld fysiotherapie.

    Dit overzicht is niet volledig, maar geeft een indicatie van de bestaande mogelijkheden.



    Samenvatting

    Hiermee eindigt de algemene informatie over pijn. Wij hopen U een goed beeld geschetst te hebben over de diverse aspecten van pijn, pijnverwerking en pijnbestrijding.
    De pijnbestrijdingmethoden die door de pijnteams gebruikt worden, zijn erg specialistisch. Ook wij hebben daar inhoudelijk onvoldoende kennis van om U goed te kunnen informeren.
    Een uitzondering hierop is pijnbestrijding door middel van zenuwstimulatie (TENS). Op dit gebied hebben wij een grondige expertise opgebouwd en zodoende kunnen wij U hierover veel nuttige en bruikbare informatie aanreiken. Indien u hierin geinteresseerd bent kunt u op onze website hierover nog meer informatie terugvinden.



    Links

    Op deze link kunt u nog meer algemene informatie vinden over alles wat met pijn te maken heeft : http://pijn.pagina.nl/



    Cfr. : http://www.vanlentsystems.nl/Nederlands/TENS/Pijn_algemeen.html

    14-11-2005 om 15:56 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Even geduld...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

       

    Beste vrienden,
          
    Ik ben een tijdje buiten strijd geweest...
    Mag ik allen die me een persoonlijke mailtje stuurden vragen even geduld te hebben ?
    Ik beantwoord alles zo vlug als ik kan !

    Dank voor het begrip !
         
    Jules.

    14-11-2005 om 15:01 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De temperamentenleer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Claudius Galenus



    De temperamentenleer

    Nieuwe Maan - Ontdek de Magie van het Leven : http://nieuwemaan.punt.nl/?home=1 
    Bron : Natuurgeneeskunde, 1 juni 2055


    De theorie van de temperamenten, is ontwikkeld door Hippocrates – Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Hippocrates
    Het begint in feite bij de vier elementen : aarde, water, lucht en vuur. Deze elementen, waar ook de mens uit is opgebouwd en in de vorm van voedsel tot zich neemt, dragen een combinatie van de vier tegenstellingen (koud, warm, vochtig en droog) in zich. Vuur is warm en droog, lucht is warm en vochtig, water is koud en vochtig en aarde is koud en droog.

    De vier elementen vinden we in de mens terug als de vier lichaamssappen of humores, die door een bepaalde mengverhouding het karakter (temperament) van de mens bepalen. Volgens de middeleeuwse medische opvatting was het zo, dat als een van de lichaamssappen overheerste, er ook een bepaald humeur of temperament overheerste. Het voedsel, de werking van de organen, de stand van sterren en planeten, het jaargetijde en de leeftijd hadden invloed op de samenstelling.

    • Het sanguinische temperament : warm en vochtig.
      Het overheersende lichaamssap is bloed (sanguis). Mensen met dit temperament noemen we warmbloedig en opgewekt.

    • Het cholerische temperament : warm en droog.
      Het overheersende lichaamssap is gele gal (cholos). Een cholericus is opvliegend en snel driftig. Dit temperament treffen we vaker bij mannen aan en openbaart zich het duidelijkst in zuidelijke streken en in de zomer.

    • Het flegmatische temperament : koud en vochtig.
      Het overheersende lichaamssap is slijm (flegma). Een flegmaticus is rustig, bijna ongevoelig kalm. We treffen dit temperament vaker bij vrouwen aan. Flegmatische types komen we het meest tegen in het noorden en in de winter.

    • Het melancholische temperament : koud en droog.
      Hier overheerst de zwarte gal (melas cholos). De melancholicus noemen we zwaarmoedig, zwartgallig. Dit temperament openbaart zich het duidelijkst in westelijke streken en in de herfst. 


    Galenus – cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Claudius_Galenus - breidde deze theorie uit
    Elke factor die van belang was in het genezingsproces (planeten, dierenriemtekens, windrichtingen, seizoenen, uiterlijk,...) werd aan een temperament toegekend. Het overwicht van één van de vochten bepaalde nu niet enkel het temperament, maar ook het uiterlijk en de karaktertrekken.

    Er worden aan de temperamentenleer bepaalde, wetenschappelijk gefundeerde, consequenties verbonden. Zo blijkt, dat alleen mensen met hetzelfde temperament op elkaar verliefd kunnen worden. Verder blijken de sanguinische types de meest hartstochtelijke minnaars te zijn. De leer biedt zelfs een verklaring voor het verschil in gedrag van man en vrouw in de liefde ! Zo neigen de veelal vurige, cholerische mannen bijvoorbeeld tot het maken van slippertjes, terwijl de vrouwen door hun kalme, flegmatische instelling minder impulsief en veel trouwer in de liefde zijn.

    De huidige medische wetenschap hecht geen waarde meer aan de opvatting dat het temperament berust op de verhouding van de vier lichaamssappen. Maar de terminologie en indeling wordt in de psychologie, nog steeds gebruikt om de overheersende gemoedstoestand van patiënten aan te geven.

    Niet één persoon bezit een zuiver temperament. Er zijn vele mengvarianten. De horoscoop kan er enig licht op werpen : de standen van de planeten in de tekens geven aan welke elementen overheersen en dus het type temperament.


    Cfr. : http://nieuwemaan.punt.nl/?a=2005-06#239501  

    14-11-2005 om 14:53 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ziekte van Scheuermann
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
        Ziekte van Scheuermann

           Kinderorthopedie.nl :
           
    http://www.kinderorthopedie.nl/


         Wat is de ziekte van Scheuermann ?
    Bij de ziekte van Scheuermann ontstaat er van met name de bovenrug de neiging om voorover te buigen. Deze bolling van de bovenrug wordt vaak gecompenseerd door een holling van de onderrug en gaat gepaard met vooroverhangende schouders.

         Wat is de oorzaak ?
    Onregelmatige groei aan de voorkant van de wervellichamen zorgt ervoor dat deze aan de voorzijde uiteindelijk platter (wigvormig) zijn, dan aan de achterzijde. Hierdoor kan “wigvorming”ontstaan die de versterkte bolling veroorzaakt.

    Wat zijn de klachten ?
    De klachten zijn meestal alleen van cosmetische aard. Soms wordt moeheid en rugpijn gemeld, die echter na het eind van de groei meestal verdwenen zijn.

    Welk onderzoek is zinvol ?
    Röntgen-onderzoek van de zijkant van de wervelkolom kan de diagnose bevestigen.

    Wat is de behandeling ?
    Oefentherapie doet de afwijking niet verminderen maar kan wel helpen de houding te verbeteren. Over korsetten bestaan verschillende studies die hier meer of minder effect van beschrijven : elke patiënt zal samen met de behandelend orthopedisch chirurg moeten bepalen of een korset in zijn/haar geval invloed op het natuurlijke beloop zal hebben. De behandeling met een korset is relatief intensief en is tegenwoordig minder geaccepteerd dan 10-20 jaar geleden. Bij de meeste kinderen met de ziekte van Scheuerman wordt dan ook geen therapie meer voorgeschreven. In zeer ernstige gevallen kan een operatieve correctie overwogen worden, dit komt echter vrijwel niet voor.

    Wat is de prognose ?
    Meestal neemt de aandoening in de loop van de groei wel toe. Echter, uit lange termijnstudies blijkt dat patiënten met de ziekte van Scheuermann later niet meer rugklachten of arbeidsverzuim door rugpijn hebben dan willekeurige andere mensen. De uiteindelijke rugbelastbaarheid is dus goed en het restprobleem meestal alleen cosmetisch.


    Cfr. : http://www.kinderorthopedie.nl/content/ko/scheuermann.asp

    14-11-2005 om 14:49 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Eed van Hippocrates
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

            






      De Eed van Hippocrates


    1. - Griekse tekst

    Ed. E. Littré, Oeuvres complètes d'Hippocrate, vol. 4 (Baillière, Paris 1844), p. 628-632

    Cfr. :
    http://www.ordomedic.be/eed%20hippo.pdf



    2. - De Eed van Hippocrates

    Vertaling uit Hermeneus 53 (1981)
    In enigszins gewijzigde vorm overgenomen uit : Drs. A.B. van Gool - “Hellas en Rome met hun voorgeschiedenis” - Nijmegen : Dekker & van de Vegt, 1976 - ISBN : 90 255 9747 5 (p. 158) – cfr. :
    http://www.boekwinkeltjes.nl/singleorder.php?ID=466530272 --- Cfr. ook “Hellas en Rome met hun voorgeschiedenis” : Utrecht : Uitgeverij Impress , 1984 - ISBN : 90 6402 015 9

    Ik zweer bij Apollo, de Genezer, bij Asclepius, Hygieia et Panaceia en bij alle goden en godinnen, die ik tot getuigen roep, dat ik deze eed en deze verklaring, naar beste weten en vermogen, zal nakomen.
    Ik zal hem, die deze kunst aan mij heeft onderwezen, beschouwen als een vader, hem laten delen in mijn levensonderhoud en, als hij in schulden of nood zou geraken, hem op zijn verzoek steun verlenen. Zijn zonen zal ik gelijk stellen met mijn eigen broers; ik zal hun, als zij de wens daartoe te kennen geven, deze kunst leren zonder vergoeding en zonder schuldbewijs; tot mijn voorschriften, voordrachten en heel mijn verdere onderricht zal ik toegang geven aan mijn zonen, aan die van mijn leermeester en aan die leerlingen die zich bij mij hebben ingeschreven en gehouden zijn aan de medische wet; maar aan niemand anders.
    Ik zal diëetregels naar beste weten en vermogen aanwenden tot heil der zieken, nooit tot hun verderf of schade.
    Ik zal niemand een dodelijk geneesmiddel toedienen, ook niet aan iemand die dit van mij vraagt; zelfs een aanwijzing in die richting zal ik niet verstrekken.
    Ik zal nooit aan een vrouw een middel toedienen ter vernietiging van ontkiemend leven.
    Ik zal mijn leven en mijn kunst steeds zuiver en rein bewaren.
    Ik zal geen operaties uitvoeren, zelfs niet bij lijders aan blaasstenen, maar ik zal dat werk aan deskundigen overlaten.
    In welk huis ik ook binnentreed, ik zal er alleen binnengaan om de zieken te helpen; nooit zal ik er willens en wetens enig onrecht doen, in het bijzonder mij nooit schuldig maken aan sexuele omgang met man of vrouw, vrije of slaaf.
    Ik zal, wat ik bij de uitoefening van mijn beroep ook zal horen of zien of ook daarbuiten over het leven van mensen te weten kom aan dingen, die nooit bekend mogen worden, in stilzwijgen bewaren en het beginsel hooghouden, dat dingen die mij zó bekend worden vallen onder de plicht van geheimhouding.
    Als ik deze eed trouw in acht neem en niet ontwijd, moge ik dan in mijn leven en in mijn kunst gezegend worden, en aanzien genieten bij alle mensen, te allen tijde, - maar als ik hem schend en meinedig word, dan wil ik het tegendeel ondergaan.

    Cfr. :
    http://www.ordomedic.be/eedhippocrates.htm



    3. - The Oath of Hippocrates

    Hippocrates (c. 460–c. 370 B.C.) - The Oath and Law of Hippocrates, The Harvard Classics, 1909–14 - Bartleby.com :
    http://www.bartleby.com/

    I SWEAR by Apollo the physician and Æsculapius and Health and All-heal and all the gods and goddesses, that, according to my ability and judgment, I will keep this Oath and this stipulation—to reckon him who taught me this Art equally dear to me as my parents, to share my substance with him and relieve his necessities if required; to look upon his offspring in the same footing as my own brothers and to teach them this Art, if they shall wish to learn it, without fee or stipulation; and that by precept, lecture and every other mode of instruction, I will impart a knowledge of the Art to my own sons and those of my teachers and to disciples bound by a stipulation and oath according to the law of medicine, but to none others. I will follow that system of regimen which, according to my ability and judgment, I consider for the benefit of my patients and abstain from whatever is deleterious and mischievous. I will give no deadly medicine to any one if asked, nor suggest any such counsel; and in like manner I will not give to a woman a pessary to produce abortion. With purity and with holiness I will pass my life and practice my Art. I will not cut persons labouring under the stone, but will leave this to be done by men who are practitioners of this work. Into whatever houses I enter, I will go into them for the benefit of the sick and will abstain from every voluntary act of mischief and corruption; and, further, from the seduction of females or males of freemen and slaves. Whatever, in connection with my professional practice or not in connection with it, I see or hear, in the life of men, which ought not to be spoken of abroad, I will not divulge, as reckoning that all such should be kept secret. While I continue to keep this Oath unviolated, may it be granted to me to enjoy life and the practice of the Art, respected by all men, in all times. But should I trespass and violate this Oath, may the reverse be my lot.

    Cfr. :
    http://www.bartleby.com/38/1/1.html

    14-11-2005 om 14:33 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goed humeur helpt tegen '˜vage' klachten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Goed humeur helpt tegen
    ‘vage’ klachten

    Leids Universitair Medisch Centrum

    Medisch onverklaarde klachten blijven psychologen en medici bezighouden. Zij komen veel voor, met name in de huisarts-praktijk, gaan vaak weer vanzelf over, maar kunnen ook voor langdurig leed zorgen. Volgens psychologe Véronique de Gucht - De Gucht promoveerde op 13 november bij prof. dr. C.M.J.G. Maes en prof. dr. W.J. Heiser (Faculteit Sociale Wetenschappen) - is het humeur (‘affect’) een belangrijke factor die bepaalt hoe de klachten zich ontwikkelen.

    De geneeskunde kan vaak prachtige dingen doen voor mensen met een goed gedefinieerde organische ziekte. Helaas zijn er ook zeer veel patiënten die zich ziek voelen zonder dat de arts een duidelijke oorzaak kan vinden. Er bestaan lange lijsten met ‘ziektebeelden’ die weinig meer zeggen dan dat de medische wetenschap niet goed raad weet met het klachtenpatroon, zoals bijvoorbeeld de spastische dikke darm of het chronisch vermoeidheidssyndroom. Vaak wordt beweerd dat deze klachten ‘psychisch’ bepaald zijn, zonder dat duidelijk is hoe de psyche ervoor zorgt dat het lichaam pijn en ellende ervaart.

    Véronique de Gucht verrichtte vanuit psychologisch perspectief onderzoek naar deze klachten in de huisartspraktijk. De resultaten staan beschreven in haar proefschrift, met de titel ‘Neuroticism, alexithymia, negative affect and positive affect as predictors of medically unexplained symptoms in primary care’.

    Neuroticism, alexithymia, negative affect and positive affect as predictors of medically unexplained symptoms in primary care 1.
    De Gucht, V. - Acta Neuropsychiatrica. 14(4):181-185, August 2002 – © 2002 Munksgaard International Publishers Ltd.
    Abstract

    Background : Somatization has been defined in a number of ways. Despite their differences, these definitions have one element in common, namely the presence of somatic symptoms that cannot be explained (adequately) by organic findings.
    Objective : The primary objectives of the dissertation were to gain a better insight into the concept of somatization and to study (prospectively) the relationship between neuroticism and alexithymia, two personality traits that have been shown to be related to somatization, the affective state dimensions positive and negative affect (or psychological distress) and medically unexplained symptoms.
    Method : A selective review was conducted regarding conceptual and methodological issues related to somatization. A total number of 318 patients, presenting to their primary care physician with medically unexplained symptoms, participated in the prospective study. Both at baseline and at 6-month follow-up a number of measures were filled out with respect to somatization, neuroticism, alexithymia, negative and positive affect, anxiety and depression. Results : The concept of somatization was clarified, thereby making use of the distinction between presenting and functional somatization. The personality traits neuroticism and alexithymia were found to have an indirect influence on symptom reports. Both the cross-sectional and follow-up data pointed to the importance of positive and negative affect as determinants of (changes in) number of symptoms (over time). Negative affect, together with the alexithymia dimension measuring difficulty identifying feelings, predicted symptom persistence.
    Conclusions : The theoretical as well as therapeutic implications of the present paper may give an impetus to new research in the domain of somatization.
    Cfr. :
    http://pt.wkhealth.com/pt/re/acnp/abstract.00012993-200208000-00004.htm;jsessionid=D4vG9EiTVgXLfWsLkHTGJJ0xvSq6755JLPmg6nOBKGakg7tsGAJ2!232945895!-949856144!9001!-1

    Uit een analyse van de vakliteratuur werd duidelijk dat de ‘vage’ lichamelijke klachten ook in het wetenschappelijk onderzoek zelden helder gedefinieerd worden. De Gucht kon wel aantonen dat in de meeste gevallen de lichamelijke klachten niet in de plaats komen van psychische klachten, zoals soms wel beweerd wordt. Hoe meer ‘vage’ lichamelijke klachten iemand presenteert, des te vaker rapporteert hij ook psychische problemen.

    Het eigen onderzoek van De Gucht was gericht op de invloed van enkele psychologische kenmerken van patiënten die mogelijk samenhangen met het optreden van medisch onverklaarde klachten: neuroticisme, alexithymie, een positief en een negatief affect. Populair vertaald (en dus slechts ten dele correct) : neiging tot piekeren en zeuren, moeite met het herkennen en benoemen van gevoelens, een goed en een slecht humeur. Zij bestudeerde deze kenmerken bij patiënten die met medisch onverklaarde klachten de huisarts bezochten. Een half jaar later onderzocht zij dezelfde groep patiënten nogmaals.

    Uit deze studie bleek dat neuroticisme en alexithymie geen rechtstreeks verband hebben met de ziekteverschijnselen, maar dat zij de patiënt kwetsbaarder maken voor de gevolgen van somberheid (negatief affect) of dat zij het gunstige effect van een goed humeur tenietdoen. Het niet kunnen herkennen van gevoelens, een aspect van alexithymie, hangt samen met een slechtere genezing van medisch onverklaarde klachten.

    Helaas kon ook dit onderzoek weinig zekerheid bieden over het ontstaan van de veel voorkomende ‘vage klachten’. Wel werd duidelijk dat een positief affect, dus een goed humeur, de beste voorspeller is van herstel. ‘Positief affect krijgt te weinig aandacht bij de behandeling van somatisatie’, luidt dan ook een van De Gucht’s stellingen. Onduidelijk blijft, hoe de arts het affect van de patiënt positiever kan maken - misschien moeten er Boerhaave cursussen in het cliniclownen worden opgezet.



    Cfr. : http://www.lumc.nl/1080/archief/2001/20011130.html

    14-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het ziektebeeld alexithymie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Het ziektebeeld alexithymie

    Carolien Karsten


    'Ik ben in behandeling voor burnout, maar psychisch is er eigenlijk niets te vinden. Mijn therapeut zegt dat het vooral een fysiek probleem is en stuurt me door naar een haptotherapeut. Ik ken je boek “Omgaan met burnout” - cfr. : http://www.managementboek.nl/zibb/boekeninfo.asp?CODE=bgnrqrimqr&ReferrerID=1 - en weet hoe de stresshormonen je lichaam beïnvloeden. Toch snap ik eigenlijk niet waarom het bij mij niet verbetert. Ik doe de goede dingen, ga op tijd naar bed, werk niet te lang door, eet goed, sport. Eigenlijk is er niets aan de hand. Maar toch ervaar ik vermoeidheid, transpireer ik overmatig en kan ik me niet ontspannen. Ik kom niet tot rust. Kan ik hiervoor behandeld worden ?'

    Ik ontmoet Wouter op een managementcongres. Een representatieve veertiger, geslaagd, goed in het pak, bekleder van een hoge functie in het bedrijfsleven.

    Wat me opvalt is de intense blik in zijn ogen, supergespitst op m'n antwoord natuurlijk, maar het bevestigt ook zijn klacht dat hij niet meer kan ontspannen. Het adrenalineniveau zit op een hogere uitgangswaarde dan voorheen, waardoor hij niet meer tot rust komt en ook 's nachts zijn hart te snel voelt kloppen. Hoe hij zich ook probeert te ontspannen, het lukt niet, hij blijft klaarwakker.

    Wouter doet me denken aan een andere manager die ik in behandeling heb, Fred, die zich ook heeft gemeld vanwege overmatige transpiratie, onvermogen om zich te ontspannen en vermoeidheid. Het opvallende verschil is dat Fred wel een duidelijk verband ziet tussen zijn gedachten, gevoel en lichamelijke reactie. Fred is erg goed in zijn werk, kan goed organiseren en functioneert, ondanks een MBO-opleiding, op HBO/academisch niveau. De meeste managers van zijn niveau hebben een academische achtergrond. Bij trainingen en overleggen zegt hij vaak tegen zichzelf dat hij er waarschijnlijk niets van zal bakken, een sukkel is vergeleken met de anderen en waarschijnlijk door de mand zal vallen. Zodra een dergelijke zelfondermijnende gedachte er is, gutst het zweet in straaltjes over zijn gezicht. De gedachte is duidelijk : ik deug niet en dat zal zodirect in deze workshop of vergadering blijken. En dat is vreselijk.

    Zijn gevoel van angst, zijn fysieke reactie kun je zien en ruiken.

    Wat uit dit voorbeeld blijkt is dat lichaam en geest één zijn, een gevoel is even lichamelijk als een stomp in je maag. Bij stress kun je je altijd afvragen : waar voel ik dit in mijn lichaam ? Waar voel ik de angst, de boosheid of verdriet ?

    Wouter is zich vooral bewust van zijn lijf en kan zijn gevoelens niet benoemen. Hij lijdt aan het ziektebeeld Alexithymie, wat betekent : het moeilijk kunnen beschrijven of herkennen van eigen gevoelens. De tweede betekenis is dat je een arm fantasieleven hebt.

    Wat kan helpen ?
    Wellicht haptonomie – cfr. : http://haptonomie.pagina.nl/ - en andere lichaamsgerichte benaderingen, bijvoorbeeld Pessotherapie. Wat ook helpt, en met die richting hebben psychotherapeuten ervaring, is Eye Movement Desensitisation and Reprocessing. Als therapeut vraag je dan niet om het gevoel te benoemen, je hoeft je als cliënt je er alleen maar op te concentreren, terwijl je met je ogen de handbewegingen van de therapeut volgt. Het verhaal komt dan vanzelf.

    Cfr. : http://www.carienkarsten.nl/column/alexithimie.htm

    14-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat is haptonomie ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


        Wat is haptonomie ?

         Wetenschappelijk Instituut voor Haptonomie bv : http://www.haptonomie.com/nederlands/


    De haptonomie is een wetenschap die de wetmatigheden van het menselijke gevoelsleven bestudeert. Zij legt zich daarbij in het bijzonder toe op het beschrijven van al datgene wat een rol speelt in de tussen-menselijke affectieve verhoudingen, communicatie, interacties en relaties en het overdragen en beleefbaar maken hiervan in scholing en begeleiding.

    Het begrip haptonomie is een samenvoeging van twee Oudgriekse begrippen : “hapsis” en “nomos”.
    Hapsis betekent : gevoel, gevoelsbeleving, tact, tast en nomos betekent wet, regel, norm.
    Hapto, in het woord haptonomie, stamt van het werkwoord haptein wat betekent: aanraken, verenigen, een relatie vestigen, zich hechten aan.... en in overdrachtelijke zin : in (tactiel) contact treden om gezond te maken, te helen, te bevestigen.
    Dit specifieke contact karakteriseert de haptonomische benadering : het ontmoetend, helend (is heel makend, heel de mens omvattend) aanraken om de ander in zijn wezen te bevestigen.

    In haar praktische toepassing is de haptonomie geen geneeswijze of therapie maar een benaderingswijze die binnen elk beroep van de welzijns- of gezondheidszorg te integreren is. Op basis van deze integratie kan men vanuit haptonomische optiek zicht krijgen op de aangeboden problematiek, het mogelijk ontstaan ervan en wat de mens vanuit persoonlijke vermogens en mogelijkheden daaraan zelf kan doen.
    Deze begeleidingsvorm wil mensen onder meer laten ontdekken hoe zij zelf keuzes kunnen maken, richting kunnen geven aan en daar zelf verantwoordelijkheid voor kunnen nemen en dragen. Het appèl op de eigen vermogens en mogelijkheden en het actief participeren is daarom essentieel binnen een haptonomische begeleiding.

    De mens neemt deel aan de leefwereld via een veelheid aan contacten en interacties, waarbij hij voortdurend geconfronteerd wordt met de noodzaak tot het nemen van al dan niet bewuste persoonlijke keuzes of stellingnamen.
    In onze maatschappij - en ook onze opvoeding - zijn wij maar al te vaak geneigd keuzes te maken op grond van wat wij menen dat onze omgeving van ons verwacht of wenselijk acht.
    Het is daarbij niet vanzelfsprekend te luisteren naar wat wij diep in ons zelf voelen en beleven en dié keuze te maken die voor ons zélf van belang is en bij ons past.
    Het maken van keuzes gebaseerd op datgene wat men van ons verwacht kan zelfs zo eigen geworden zijn dat men de innerlijke overtuiging gekregen heeft dat het zo hoort.
    Als wij hebben geleerd op dié grond keuzes te maken blijkt het op latere leeftijd niet eenvoudig om te kunnen beluisteren hoe het voor ons zélf ligt.
    Hierin kan een belangrijke grond gelegen zijn voor stoornissen in het persoonlijk fungeren en het zich daarbij al dan niet welbevinden.


    Cfr. : http://www.haptonomie.com/nederlands/page12.html

    14-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TENS - Zenuwstimulatie als effectieve methode voor pijnbestrijding
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


    TENS (TNS)
    - Algemene informatie
    Zenuwstimulatie
    als effectieve methode
    voor pijnbestrijding

    Van Lent Systems B.V.

    De hierna volgende tekst tracht een zo goed mogelijk beeld van de voor- en nadelen van pijnbestrijding door middel van zenuwstimulatie te geven.



    Inhoud

    1. - Wat is zenuwstimulatie ?
    2. - Hoe werkt TENS ?
    3. - Hoe voelt TENS aan ?
    4. - Hoe wordt pijndemping precies gerealiseerd met TENS ?
    5. - De voordelen van TENS.
    6. - De nadelen van TENS.
    7. - Wordt TENS volledig vergoed ?
    8. - Hoe begint U met TENS ?
    9. - Zuinig zijn op de huid.
    10. - Voorbeelden van TENS gebruik bij chronische pijnen.
    11. - Ook bij sommige acute pijnen kan TENS ingezet worden.
    12. - Beunhazerij in TENS.
          
    Tot slot ...


    1. - Wat is zenuwstimulatie ?

    Het woord zegt het al : de zenuwen worden gestimuleerd. Er worden kleine elektroden op de huid geplaatst. Door deze elektroden loopt een geringe stroom, van de ene elektrode, via de huid door de zenuw en weer terug naar de andere elektrode.
    Omdat de elektroden zich aan de buitenkant van het lichaam bevinden, wordt deze vorm van stimulatie transcutaan (door de huid) genoemd.
    De volledige internationale benaming is daarom “Trancutaneous Electrical Nerve Stimulation” (T.E.N.S.). De Nederlandse vertaling luidt : “transcutane elektrische zenuwstimulatie”, gemakshalve wordt er meestal over 'TENS' gesproken.


    2. - Hoe werkt TENS ?

    Hieronder wordt in grote lijnen globaal beschreven hoe TENS werkt. In de volgende hoofdstukken wordt op sommige gebieden uitgebreider ingegaan.
    Laten we teruggaan naar een eerder aangehaald voorbeeld van fantoompijn. Stel een geamputeerde duim geeft een groot pijnprobleem, terwijl de duim zelf niet meer aanwezig is.

    Een arts uit het pijnteam besluit TENS uit te proberen als pijnbestrijding. Één of meerdere zenuwvezels zijn verantwoordelijk voor het ontstaan en doorgifte van deze pijnprikkels. De arts zal daarom allereerst de positie lokaliseren van deze verantwoordelijke zenuwen.
    Ter hoogte van de zenuwbaan worden op de huid twee elektroden geplaatst : één elektrode links en één rechts naast de zenuwbaan. Met een dun soepel kabeltje worden deze beide elektroden verbonden met een zenuwstimulator (vaak ook TENS-apparaat genoemd). Dit dunne kabeltje wordt samen met het apparaat onzichtbaar onder de kleding gedragen.

    De zenuwstimulator zelf is een klein draagbaar apparaat ter grootte van een pakje sigaretten en werkt met een oplaadbare batterij.
    De arts stelt het apparaat in op de gewenste elektrische parameters en draait langzaam de amplitude knop om, zodat er een stroompje gaat vloeien. Zoals hierboven al omschreven vloeit deze stroom van de ene elektrode, door de huid naar de andere elektrode. Een deel van deze stroom dringt ook de zenuwvezel binnen en vermengd zich daar met de aanwezige pijnprikkel.

    Een deel van de werking (hierover later meer) wordt veroorzaakt doordat deze zenuwstimulatie stroom op lichamelijk niveau de werking van de eerder genoemde 'schakelkastjes' gaan beïnvloeden. Deze beïnvloeding wordt in de medische literatuur beschreven als de 'poorttheorie' van de Amerikaanse onderzoekers Melzack en Wall. Het resultaat is dat er minder pijnprikkels doorgegeven worden naar de hersenen; in feite wordt hiermee dus de pijndrempel verhoogd.


    3. - Hoe voelt TENS aan ?

    De TENS stroompjes die gebruikt worden voor de pijndemping, worden door de gebruiker ook gevoeld. De hersenen herkennen deze kunstmatige stroompjes niet en 'vertalen' dit in een bepaald gevoel dat door alle gebruikers weer enigszins anders omschreven wordt. De ene gebruiker praat over een 'tintelend' gevoel; een ander gebruiker zou het misschien als 'kriebelend' of 'gonzend' omschrijven.
    TENS stroompjes zijn van een lage intensiteit en vrij onschuldig. Als iemand pas begint met TENS, dan is dit tintelend gevoel een interessante nieuwigheid waar men bewust op let. De ervaring leert dat de meeste mensen na een paar dagen wennen aan de aanwezigheid van dit tintelend gevoel; de nieuwigheid is er af en de tinteling valt steeds minder op.


    4. - Hoe wordt pijndemping precies gerealiseerd met TENS ?

    Hieronder wordt beschreven hoe TENS pijndempend werkt. Het eerste argument werd hiervoor al beschreven :

    • op lichamelijk (zintuiglijk) niveau beïnvloed TENS de werking van de schakelkastjes, volgens de poorttheorie van Melzack en Wall. De pijndrempels worden verhoogd, zodat minder pijnprikkels de hersenen bereiken.

    • een ander lichamelijk proces dat dankzij TENS optreedt, is de aanmaak van endorfine, een lichaamseigen hormonale pijnstiller. Als het lichaam te zwaar belast wordt (bijvoorbeeld bij extreem zware sport) of als het lichaam zwaar verwond wordt (verkeersongeluk) dan kan het lichaam zelf zijn eigen pijnstiller gaan aanmaken om deze overdosis aan pijn te bestrijden. TENS bevordert de aanmaak van deze pijnsteller endorfine, zodat een extra pijndempend effect verkregen wordt.

    • zoals eerder vermeld kunnen emoties een behoorlijke invloed hebben op de hoogte van de pijndrempels. Het derde argument van pijndemping door TENS komt tot stand door de duidelijk positieve invloed, die TENS over het algemeen op emoties heeft.
      Er gaat een 'geruststellend' gevoel van TENS naar de gebruiker uit; het apparaat wordt ingeschakeld en het tintelend gevoel geeft aan dat 'iets' bezig is om hun pijnprobleem aan te pakken. Daarnaast kan elke gebruiker de stroomsterkte van de TENS stroompjes zelf regelen; ook dit gevoel van eigen controle is geruststellend.
      Ook deze positieve nevenwerking van TENS kan een belangrijke rol spelen binnen de totale pijndemping.
      Bij medicijn gebruik is dit aspect veel minder aanwezig; het slikken van twee rode en drie gele pilletjes gaat vaak eerder gepaard met onrustgevoelens ('wat voor spul slik ik eigenlijk ?'). Bij operaties is er zelfs sprake van negatieve emotionele beïnvloeding door gevoelens van angst en stress.


    5. - De voordelen van TENS.

    • het belangrijkste : het is mogelijk om een aanzienlijke pijndemping te bereiken zonder bijwerkingen.

    • TENS werkt niet verdovend of versuffend (in tegenstelling tot veel sterke pijnstillers). TENS kan dus probleemloos gebruikt worden tijdens de normale bezigheden; dus ook bij autorijden.

    • TENS bevindt zich aan de buitenkant van het lichaam en werkt alleen plaatselijk waar de pijn aanwezig is. Dit in tegenstelling tot medicijnen, die in heel het lichaam aanwezig zijn en hierdoor allerlei ongewenste neveneffecten kunnen veroorzaken.

    • TENS heeft een zeer laag gezondheidsrisico in vergelijking tot bijvoorbeeld operaties waarbij een pijnblokkade aangelegd wordt. Bij dit soort operaties is er altijd een risico op beschadiging van andere zenuwen, waardoor bijvoorbeeld (tijdelijke) verlammingen kunnen optreden. TENS zit aan de buitenkant van het lichaam en heeft dit risico niet.


    6. - De nadelen van TENS.

    TENS heeft eigelijk niet veel nadelen. Het belangrijkste nadeel is de kans op huidirritatie die door het gebruik van elektroden kan ontstaan (hierover later meer).


    7. - Wordt TENS volledig vergoed ?

    Ja, TENS als therapie wordt volledig vergoed : het TENS apparaat zelf compleet met twee oplaadbare batterijen, de bijbehorende elektroden, alle verbruiksartikelen die voor de therapie nodig zijn, eventuele speciale elektroden om huidirritatie tegen te gaan, alle onderhoud- en reparatiekosten enzovoort. Dit alles wordt volledig vergoed.
    Er is echter één uitzondering : de batterijen die het TENS apparaat later nodig heeft (als de twee eerste oplaadbare batterijen verbruikt zijn), worden niet meer vergoed.
    Hierbij dient opgemerkt te worden dat TENS apparaten zuinig met energie omgaan : er gaat tenslotte ook maar een klein stroompje het lichaam in. Hierdoor kan ook lang met de batterijen gewerkt worden.


    8. - Hoe begint U met TENS ?
    De huisarts kan een doorverwijzing geven naar een polikliniek voor pijnbestrijding, waar een pijnteam aanwezig is. Daar wordt een onderzoek verricht naar het pijnprobleem. Een arts kan een keuze maken uit diverse vormen van pijnbestrijding.
    Indien voor TENS als pijnbestrijding gekozen wordt, dan wordt de gebruiker eerst bekend gemaakt met deze zenuwstimulatie techniek. De optimale plaats voor de elektroden wordt door de arts bepaald. De gebruiker krijgt uitleg en training in het aanbrengen van de elektroden en de bediening van het TENS apparaat.
    Hierna volgt een proefperiode, meestal van twee weken of langer. Tijdens deze proefperiode kan de gebruiker ervaring opdoen met de TENS therapie.
    Op deze manier kan de gebruiker wennen aan de therapie en bepalen in welke mate de pijn afneemt (pijndemping).
    Na deze proefperiode volgt een evaluatie om vast te stellen of er voldoende pijndemping opgetreden is. Belangrijk hierbij zijn de eigen ervaringen en gevoelens van de gebruiker zelf. Indien hierna besloten wordt om met TENS door te gaan, dan zal de arts een aanvraag indienen bij de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar gaat praktisch altijd akkoord met deze aanvraag. Hierna krijgen wij als TENS leverancier een opdracht van de zorgverzekeraar om een definitief TENS apparaat te leveren. Vanaf dat moment komt de gebruiker onder onze hoede en wij zorgen ervoor dat de praktische kant van de TENS therapie zo soepel mogelijk verloopt.
    In de praktijk betekent dit dat de gebruiker bij ons bedrijf terecht kan met allerlei mogelijke vragen over het gebruik van de apparatuur, naleveranties van verbruiksartikelen (elektroden, kabeltjes), reparaties, onderhoud enzovoort.


    9. - Zuinig zijn op de huid.

    Zoals eerder beschreven worden er bij TENS elektroden op de huid geplaatst. Er zijn nogal wat verschillende typen elektroden; echter alle elektroden hebben een duidelijke overeenkomst: elektroden worden vast geplakt op de huid. Het feit dat er 'iets' op de huid geplakt wordt, geeft nu eenmaal altijd een bepaalde huidbelasting.
    Iedereen heeft een ander type huid; de één heeft nergens last van en de ander heeft een bijzonder overgevoelige huid of is overgevoelig voor bepaalde stoffen.
    Om deze redenen zijn er zeer veel verschillende soorten TENS elektroden ontwikkeld : er zijn rubber elektroden die met diverse soorten pleisters op de huid vastgeplakt kunnen worden, er zijn ook vele verschillende typen zelfklevende elektroden, die voorzien zijn van een plaklaagje direct onder de elektrode zelf en dus geen extra pleister meer nodig hebben.
    Wij hebben veel expertise opgebouwd op dit gebied, zodat als de gebruiker definitief met de TENS therapie gaat beginnen, wij de meest geschikte elektrode kunnen leveren, die het beste resultaat geeft bij het type huid van de gebruiker.


    10. - Voorbeelden van TENS gebruik bij chronische pijnen.

    TENS kan in het algemeen goed ingezet worden bij symptomatische verlichting van diverse vormen van chronische pijnproblemen :

    • nek- schouder pijn.

    • allerlei pijnproblemen aan de ledematen, vingers, handen, armen, benen enzovoort.

    • lage rugpijn.

    • jicht, gewrichtsontsteking.

    • allerlei vormen van zenuwpijnen.

    • fantoompijn.

    • pijnproblemen samenhangend met het bloedvaatstelsel.

    • hoofdpijnen.

    • aangezichtspijn.

    • tand- en kiespijn.


    11. - Ook bij sommige acute pijnen kan TENS ingezet worden.

    Zoals hiervoor al vermeld wordt TENS praktisch altijd gebruikt bij chronische pijnen. Er zijn echter ook een aantal acute pijnsituaties denkbaar waarbij TENS nuttig kan zijn :

    • pijnbestrijding bij weeën tijdens de bevalling.

    • post-chirurgische en post-traumatische acute pijnproblemen.

    • Littekenweefselpijn.

    • sommige botbreuken, bijvoorbeeld gebroken ribben.


    12. - Beunhazerij in TENS.

    Misschien bent U verrast te vernemen dat dit bestaat; wij verbazen ons er ook altijd over. Een woord van waarschuwing is daarom dan ook zeker op zijn plaats.
    TENS is een serieuze medische techniek, die door artsen binnen pijnteams zeer vaak gebruikt wordt voor pijnbestrijding. Daarnaast vergoeden zorgverzekeraars volledig alle kosten van de TENS therapie. Dit is dus de plaats van TENS in de officiële medische aanpak; volledige professionele begeleiding zonder kosten.
    Daarnaast bestaat er nog een merkwaardig fenomeen, namelijk TENS in het 'grijze' gebied (semi-medisch/cosmetisch). In dit grijze gebied moet de gebruiker zelf voor de TENS therapie betalen en is er geen medische begeleiding bij betrokken.
    In het Verre Oosten (Taiwan, Hongkong, Korea enzovoort) worden TENS-apparaten geproduceerd, veelal van matige kwaliteit. Tijdens het transport naar Nederland ondergaan deze TENS-apparaten waarschijnlijk onder invloed van de frisse zeelucht en het zoute water een 'magische' gedaantewisseling.
    Eenmaal aangekomen in Nederland kunnen deze TENS apparaten ineens voor van alles en nog wat gebruikt worden; een aantal voorbeelden :

    • TENS uiteraard. Normaal bepaalt een arts de correcte plaats van de elektroden; nu mag U de plaatsbepaling op eigen risico met behulp van een schimmig tekeningentje zelf uitzoeken.

    • spierversteviging. Vrouwen zouden er fraaiere borsten van krijgen ('speciale' borstelektroden) en mannen brede schouders.

    • de huid zou jonger worden. Ja hoor; eeuwige jeugd met een TENS apparaat, het wordt echt beloofd.

    • rimpels zouden als sneeuw voor de zon verdwijnen.

    Een kleine greep uit het assortiment van de moderne kwakzalver. Voor al dit soort uitspraken bestaat er uiteraard geen enkele wetenschappelijke onderbouwing. Omwille van commerciële drijfveren wordt er handig gebruik gemaakt van wensen en verlangens, angsten en onrustgevoelens die nu eenmaal bij mensen leven.
    Een TENS-apparaat is een TENS-apparaat, niets meer en niets minder en mits goed gebruikt kan het een zinvolle bijdrage leveren om de pijn te verminderen. Alle overige toezeggingen zijn alleen maar holle verkooppraatjes, waarbij het risico aanwezig is dat er meer kwaad dan goed aangericht wordt.


    Tot slot ...

    Hiermee komt een einde aan onze voorlichting. We hopen U een goede indruk gegeven te hebben in de achtergronden van pijn en een mogelijke pijnbestrijding met de TENS zenuwstimulatie therapie.
    Indien U naar aanleiding van deze informatie nog vragen heeft kunt U altijd contact met ons bedrijf opnemen. Wij helpen U graag verder.



    Cfr. : http://www.vanlentsystems.nl/Nederlands/TENS/Zenuwstimulatie_algemeen.html

    14-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bier kan hartkwalen en kanker helpen voorkomen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Bier kan hartkwalen en kanker helpen voorkomen

    Bier-en-gezondheid.com
    10/12/2002


    ReutersHealth, de provider van gezondheidsnieuws, heeft de resultaten van twee recente studies omtrent bier samengevat: een van Nederlandse onderzoekers van het TNO Nutrition and Food Research in Zeist in verband met hartziekten en een ander van Duitse kankeronderzoekers in Heidelberg omtrent aan antioxidant bestanddeel van bier, xanthohumol genaamd.

    In Zeist heeft Dr. HFJ Hendriks en zijn medewerkers een kleine gerandomiseerde, kruiselings afwisselende en dieet-gecontroleerde studie ondernomen met 19 volwassenen die gedurende drie weken dagelijks bier dronken bij hun avondmaal. De vrouwen dronken dagelijks 3 glazen en de mannen vier glazen bier. Het peil van C-reactief proteïne – cfr. : http://www.dk.cvz.nl/testbeschrijvingen/C/c-reactief%20proteine,%20ultra-sensitief.asp - en van fibrinogen in het plasma werd gemeten en de resultaten toonden aan dat matige alcoholconsumptie het peil van beide stoffen significant deden dalen. C-reactief proteïne is een stof geassocieerd met ontsteking en fibrinogen is een essentiëel bestanddeel van het proces dat bloedstolling regelt.

    In het Duitse Instituut voor Kankeronderzoek in Heidelberg denken wetenschappers een bier te hebben ontwikkeld dat rijk is aan xanthohumol, een polyfenol afkomstig van hop. Dit is een sterk antioxidant die zoals bekend, de groei van tumor cellen kan beperken. Deze stof wordt in normaal bier aangetroffen in lage concentraties (0.01 – 0.20 mg/liter). Het bier echter dat door de groep voor kankeronderzoek gebrouwd werd, daarin, bijgestaan door collega’s van de van de Technische Universiteit van Munchen, bevat 1.0 – 2.5 mg/l xanthohumol.

    Deze realisatie houdt interessante beloften in, al geeft het onderzoeksteam toe dat het nog enkele jaren van gecontroleerde proeven met mensen kan vergen om te weten of zulk bier effectief kankergezwellen kan helpen bestrijden.
    Een groep geleid door Donald Buhler van het Linus Pauling Institute bij de Oregon State University in de US heeft een aantal bijdragen gepubliceerd omtrent xanthohumol, terwijl achtergrond informatie over hop en zijn fysiologisch actieve ingrediënten gegeven worden door de New Zeemand Hop Marketeers.


    Cfr. : http://www.bierengezondheid.be/index_nl.jsp?Page=Doc666&Doc=alc_en_lichaam

    Lees ook :

    14-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronisch benigne pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Chronisch benigne pijn

    Met onze dank aan Het MPC in het A.Z. Maria-Middelares, St.-Niklaas : http://www.pijncentrum.be/index1.html 
    © 't Lichtmuntje :
    http://www.tlichtpuntje.be 


    Inleiding

    Behandelingsmogelijkheden in het MPC

    • Conservatieve therapie : medicatie, fysio- en kinesitherapie, die meestal in de 1e en 2e lijnsgezond- heidszorg toegepast worden. Ook TENS (Transcutane Elektrische Zenuwstimulatie) behoort tot de conservatieve behandelingen.

    • Interventionele pijnbestrijding : o.a. Gerichte epidurale infiltraties met depocorticosteroïden; Radiofrequentiebehandelingen en neuromodulatietechnieken (Perifere, subcutane en epidurale neurostimulatie - pompen voor intrathecale medicatietoediening). Deze technieken worden in het MPC toegepast door een anesthesist.

    • Heelkundige technieken : o.a. Complexe Neuromodulatietechnieken via een Hersenoperatie (Corticale Stimulatie - Deep Brain Stimulatie) of via een Rugoperatie (Epidurale neurostimulatie). Deze operaties worden in het ziekenhuis uitgevoerd door een neurochirurg, in samenwerking met het MPC.

    • Cognitieve en gedragsmatige aanpak, dewelke specifiek in het MPC worden aangeboden.
      Invalshoek van diagnose en behandeling in het MPC : Voor een goede pijnbehandeling is een juiste diagnostiek van het type en de oorzaak van de pijn essentieel. Een "Multidisciplinaire invalshoek", een nauwe samenwerking, overleg en/of een consensus met de doorverwijzer (huisarts - andere diverse specialismen) en een "Evidence based medicine therapeutisch- / zorgenplan" is voor het MPC een primaire doelstelling. In het MPC wordt bijvoorbeeld in de farmacologische en/of de interventionele behandelingsopties voor chronische benigne pijn rekening gehouden met de therapeutische richtlijnen van de wereldgezondheidsorganisatie (ladder).


    Behandelingsopties

    • Medicamenteuze behandeling : Vanuit farmacologische optiek wordt bij pijn onderscheid gemaakt tussen nociceptie en sensitisatie. Nociceptie wordt behandeld met non-opioïden en opioïden. De non-opioïden bestaan hoofdzakelijk uit de NSAID’s; er zijn argumenten om daar ook paracetamol onder te scharen. De NSAID-gastropathie is een groot probleem, maar profylaxie blijkt zinvol. Daarom wordt er in de algoritmische ladder meer en meer gebruik gemaakt van cox-2 remmers.
      De opioïden als slow-release preparaat, tablet of pleister worden steeds meer voorgeschreven bij ernstige nociceptieve pijn.
      Sensitisatie wordt niet alleen behandeld met analgetica maar met antidepressiva, anti-epileptica, gabaminerge en adrenerge farmaca. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat op de NMDA-receptor werkende medicatie ook een belangrijke rol spelen in de behandeling van chronisch benigne pijn.

    • Kinesitherapie – fysiotherapie : Chronisch benigne patiënten kunnen via het MPC doorverwezen worden naar het revalidatiecentrum van het A.Z. Maria Middelares. Er bestaat vanuit het MPC een nauwe samenwerking met deze eenheid, welke onder de medische coördinatie staat van Dr. A. Debuysscher. Er wordt beoogd het functioneel niveau van de patiënt te verhogen of te normaliseren. In de fysische revalidatie technieken wordt er gebruik gemaakt van massage, oefentherapie en rugschool (David Back Concept - cfr. : http://www.tlichtpuntje.be/info/davidbackconcept.htm -).
      Bij de aanwezigheid van significante bijkomende psychologische factoren, wordt gedragsrevalidatie overwogen al of niet in combinatie met de fysische revalidatie technieken.

    • TENS : Transcutane elektrische neurostimulatie, is een vorm van elektrotherapie bij chronische pijnpatiënten, welke door het MPC kan aangewend worden. Het is een non-invasieve vorm van symptomatische pijnbestrijding, waarbij stimulatie van zenuwen plaatsvindt via op de huid aangebrachte elektroden. Het pijnverminderend effect kan worden verklaard vanuit een tweetal theorieën : de poorttheorie en de stimulusgeproduceerde analgesie.
      TENS wordt toegepast met behulp van een apparaatje – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/tens.jpg (foto) - en is eenvoudig door de patiënt zelf uit te voeren na instructie en proefbehandeling door een (para)medicus. In het algemeen kan TENS therapeutisch worden toegepast bij de volgende aandoeningen of klachten :
      * neurogene pijn, zoals neuralgieën, neuropatische pijn, stomppijn, fantoompijn
      * spier- en gewrichtspijnen, zoals reuma, lage rugpijn, nek- en schouderpijn
      * doorbloedingsstoornissen
      * complex regionaal pijnsyndroom = CRPS type I en II. (voormalige algoneurodystrofie en causalgie) - TENS kan ook een diagnostische doeleinde beogen, dit onder de vorm van een bijkomend selectiecriterium voorafgaandelijk aan bepaalde minimale invasieve pijntherapieën (neurostimulatie)
      Op zichzelf zijn er weinig contra-indicaties voor TENS. Contra-indicaties zijn het gebruik van een on demand pacemaker, huidaandoeningen, sensibiliteitsstoornissen en stimulatie in het gebied van een minimaal invasief geplaatst neurostimulatie-systeem.

    • Epidurale infiltratie : Toediening van corticosteroïden in de epidurale ruimte is een minimaal invasieve techniek die vaak toegepast wordt in het MPC. Het doel is de inflammatie maximaal te onderdrukken door middel van een gerichte infiltratie in de epidurale ruimte. De ontsteking rondom de zenuwwortels in de epidurale ruimte kan ontstaan door lokale irritatie of ten gevolge van een compressie door een discus hernia. De beste kandidaten voor deze behandeling zijn patiënten met ernstige acute of subacute lumbo-ischialgie of cervicobrachialgie, die niet voldoende reageren op conservatieve behandelingen. Ook een patiënt met een discushernia zonder duidelijke neurologische uitval voor wie een heelkundige ingreep overwogen wordt, is een mogelijke kandidaat voor epidurale corticosteroïdeninjecties. Met gebruikmaking van röntgencontrole en contrastmiddelen kunnen epidurale infiltraties op een gerichte en veilige manier uitgevoerd worden.
      Absolute contra-indicaties voor epidurale injecties zijn : infectie ter hoogte van de injectieplaats, sepsis, coagulatiestoornissen en allergie voor corticosteroïden of locale anaesthetica.
      Bij patiënten met hartdecompensatie, maagulcus, diabetes mellitus en chronische nierinsufficiëntie worden de mogelijke voordelen afgewogen tegen de potentiële bijwerkingen.
      In het MPC worden een drietal technieken gebruikt voor het toedienen van epidurale corticosteroïden :
      * de klassieke midline of paramediane approach met loss of resistance en epidurogram onder fluoroscopie. Deze behandeling kan uitgevoerd worden op lumbaal, thoracaal en cervicaal niveau – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/lumbale.jpg (lumbale epidurale met contrastof) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/cervicale.jpg (cervicale epidurale) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf1.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf2.jpg - (anatomisch beeld epirudale ruimte).
      * de transforaminale epidurale injectie van een segmentale zenuwwortel : sleeve-injectie met fluoroscopie. Deze behandeling kan uitgevoerd worden op lumbaal, thoracaal en cervicaal niveau – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf4.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf5.jpg (transforaminale epidurale lumbaal).
      * de Hiatus sacralis approach met een opschuifbare / flexibele katheter (Racz) en epidurogram onder fluoroscopie. Deze behandeling kan uitgevoerd worden bij een moeilijke lumbale approach (vb. Arthrodese L5-S1) of bij een sacrale causaliteit – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf6.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf7.jpg (hiatus sacrolis met Racz katheter).
      Mogelijke complicaties en bijwerkingen zijn :
      * hypotensie en Bradycardie tot 2-3h na de behandeling
      * Dural tap met postdurale hoofdpijn
      * epidurale bloeding dwarslaesie ( ==>Pré-therapie : Belang van tijdig stoppen anticoagulantia / evt. controle PTT / APTT)
      * anafylactische reactie op medicatie

    • Radiofrequentie :
      * Inleiding
      - Percutane radiofrequente laesies (RF-laesis) worden in het MPC, reeds lang toegepast in de behandeling van chronische pijn.
      Globaal wordt deze behandeling voorafgegaan door een proefblokkade (uitz. Ganglion van Gasser, Ganglion Sphenopalatinum en percutane chordotomie) met een L.A. en/of een corticosteroid. De bedoeling van de proefblokkade is de pijnfocus op te sporen, te lokaliseren en tijdelijk uit te schakelen. De verdere strategie in de behandeling van de patiënt is mede gebaseerd op de uitkomst van deze blokkades.
      De gegevens verkregen bij anamnese, lichamelijk onderzoek en diagnostiek leiden tot het opstellen van een verder behandelingsplan, dit in overleg met de patiënt.
      * Methode - Momenteel bestaan er twee methoden van RF-laesis nl., de klassieke RF-Laesis en de gepulseerde RF-Laesis. Bij de klassieke RF-Laesis wordt warmte opgewekt (>60°C) in de weefsels die een elektrode omgeven. Een radiofrequente stroom loopt vanuit een elektrode naar een aardingsplaat die is geplaatst op de arm of het been van de patiënt. Het spanningsverschil dat gecreëerd wordt tussen de actieve elektrode en de aardingsplaat veroorzaakt RF-stroom door de weefsels, hetgeen resulteert in een wisselend elektrisch veld dat de ionen in de weefsels in beweging brengt. Deze frictie veroorzaakt warmte in de weefsels. Bij de gepulseerde RF-Laesis is de warmte van minder belang (42°C), maar hierbij wordt een hoogfrequente RF-stroom gepulseerd aan een zenuw toegevoegd. Deze gepulseerde laesis zijn op dit moment onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.
      Een neurostimulator is van groot belang in de RF-procedure. Wanneer de naald röntgenologisch en evt. met contraststof op de juist plaats gepositioneerd is, wordt er altijd gecontroleerd met elektrostimulatie. Er wordt eerst een stimulatie uitgevoerd van 50 Hz, waarbij men ervan uitgaat dat de gevonden drempel een indicatie biedt voor de afstand van de elektrodepunt tot de sensorische vezels. Vervolgens worden met een 2 Hz-stimulatie spiercontracties opgewekt die een aanwijzing kunnen geven voor de afstand van de naaldpunt tot de motorische vezels.
      * Toepassingen :
      • Lumbale regio
      • Lumbale mechanische pijn : (Axiale pijn) uitgaande van facetgewrichten (ramus dorsalis) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf9.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf10.jpg (behandeling axiale pijn lumbaal regio)
      • Lumbale neurogene pijn : (radiculaire pijn) uitgaande van segmenten met uitstraling in deze segmenten (dorsale ganglion) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf12.jpg (behandeling radiculair lumbaal regio)
      • Sympatisch gemedieerde pijn met symptomen van autonome disregulatie – cfr. :
      http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf22.jpg (behandeling sympatische gemedieerde pijn lumbaal regio)
      • Sacro-ilialgie – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/sacro.jpg (behandeling Sacro-ilialgie)
      • Trigger points
      Thoracale regio :
      ° thoracale mechanische pijn : (Axiale pijn) uitgaande van de facetgewrichten (ramus dorsalis)
      ° thoracale segmentale pijn : (Radiculaire pijn) met uitstraling in een bepaald segment, meestal door betrokkenheid van een intercostaalzenuw (dorsale ganglion)
      Cervicale regio :
      ° cervicale pijn : (Axiale pijn) gelokaliseerde cervicale mechanische pijn, mogelijk uitgaande van de facetgewrichten (ramus dorsalis)
      ° cervicobrachialgie : (Radiculaire pijn) cervicale pijn afkomstig van één of meer segmenten met uitstraling in deze segmenten (dorsale ganglion) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf13.jpg (behandeling radiculaire pijn cervicale regio)
      ° cervicogene hoofdpijn, voornamelijk eenzijdig
      ° maligne unilaterale pijnen (vb. pancoastsyndroom) met een beperkte levensverwachting (percutane chordotomie)
      Aangezicht en hoofd :
      ° medicatieresistente clusterhoofdpijn : Aanvallen, de pijn is strikt éénzijdig gelokaliseerd rondom, achter of in een oog, ofwel ter hoogte van de slaap. Tevens treden nevensverschijnselen op zoals een rood oog, tranend oog, verstopte neus, een anauwe pupil,… (Ganglion Sphenopalatinum) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf19.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf20.jpg (medicatieresistente clusterhoofdpijn)
      ° medicatieresistente paroxysmale aanvallen van unilaterale pijn, gelokaliseerd in één of meerdere takken van de nervus trigeminus. (Ganglion van Gasser) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf15.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf16a.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf16b.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/infdeel1/big/inf17.jpg (medicatieresistente paroxysmale aanvallen)
      * Nevenwerkingen
      - De meest beschreven nevenwerking bij de klassieke RF-laesis techniek voor chronisch benigne pijn is transiènte neuritis (brandige nabehandelingspijn gedurende 1-2 weken). Eventueel kan het infiltreren met een lokaal anestheticum + een corticosteroid op het einde van de procedure en/of het tijdelijk voorschrijven van cox-2 remmers dit probleem tot een minimum herleiden.
      Men moet zich ervan bewust zijn dat corticosteroïden wel andere aandoeningen kunnen beïnvloeden. Bij pt. met hartdecompensatie, maagulcus, diabetes mellitus en chronische nierinsufficiëntie zal men de mogelijke voordelen afwegen tegen potentiële bijwerkingen
      Het inefficiënt aanwenden van deze beschreven technieken kan aanleiding geven tot irreversibele complicaties (brandwonden, iatrogene pijnen, deafferentiatiepijn).
      * Contra-indicaties :
      • Neurologische afwijkingen
      • Huidinfectie
      • Sepsis
      • Stollingsproblematiek (==>Pré-therapie: Belang van tijdig stoppen anticoagulantia / evt. controle PTT / APTT)
      • Motorische uitval t.g.v. discuspathologie

    • Neurostimulatie :
      *
      Inleiding
      - Neurostimulatie wordt als invasieve therapie voor chronisch benigne pijn al meer dan 10 jaar toegepast in het MPC. Deze neuromodulatie techniek wordt overwogen als alle gangbare algoritmische behandelingen hebben gefaald.
      Alvorens tot neurostimulatie wordt overgegaan, vindt er een zorgvuldige indicatiestelling door een multidisciplinair team plaats. Behandeling is geïndiceerd als volgende volwaarden zijn voldaan :
      • er is een objectieve basis voor de pijnklacht vastgesteld
      • alle alternatieve therapieën zijn geprobeerd of zijn in dit stadium niet meer acceptabel
      • een psychologische beoordeling is verricht om uit te sluiten dat bij patiënten medicatieverslavings- problemen spelen, belangrijke psychiatrische problematiek of persoonlijkheidsstoornissen zijn vast- gesteld en er sprake kan zijn van secundaire winst
      • de werkzaamheid van de procedure is technisch aangetoond tijdens een transmurale proefperiode
      De pijnvermindering is beperkt tot het gebiedsverloop waarin de stimulatie de paresthesieën opwekt.
      * Indicaties -
      • Complex regionaal pijnsyndroom type II (Sudeck)
      • Failed Back Surgery Syndroom met neuropatische en/of radiculaire component
      • Fantoompijn
      • Perifeer zenuwletsel
      • Monoradiculopathieën :
      ° deafferentiatie
      ° intercostale neuralgie
      ° postherpetisch neuralgie
      • Perineal pijn
      ° vulvodynia
      ° coccigodynia
      ° presacrale plexusproblematiek
      • Nervus Occipitalis neuralgie
      • Perifeer vasculair vaatlijden (Ziekte van Burgher)
      • Angina Pectoris
      • Plexusletsel
      * Werkingsmechanisme -
      Waarschijnlijk is het effect van neurostimulatie te danken aan een spectrum van verschillende werkingsmechanismen :
      • GABA-activiteit
      • Geleidingsblok tractus spinothalamicus
      • Perifere zenuwen (antidrome stimulatie)
      • Centrale mechanismen (activatie centrale sympathicusremmende mechanismen en remming van pijnregulerende systemen op supraspinaal niveau)
      * Contra-indicaties -
      • Huidinfectie t.h.v. Aanprikplaats
      • Sepsis
      Stollingsproblematiek (==>Pré-therapie : Belang van tijdig stoppen anticoagulantia / evt. controle PTT / APTT)
      Videofragmennt : werkingsmechanisme Epidurale neurostimulatie – cfr. : http://www.tlichtpuntje.be/info/rtsp://www.affix.be/ftp2056/wm_ep.rm (U heeft real media player nodig om dit bestand te kunnen bekijken. U kunt RealOne op : http://europe.real.com/playerplus/?try=2 downloaden).
      * Methode - Implantatie van een neurostimulatiesysteem dient altijd te zijn voorafgegaan door een succesvolle proefperiode met behulp van een uitwendige stimulator. De proef dient zoveel mogelijk in de thuissituatie plaats te vinden, omdat het effect het best valt te beoordelen wanneer de patiënt zijn normale activiteiten ontplooit.
      De volgende proeftechnieken worden in het MPC toegepast
      ==>Epidurale percutane approach :
      • Mogelijkheden :  Sacraal, lumbaal, thoracaal, cervicaal
      • Techniek : één of twee 4 polige elektroden
      • Met de patiënt in buiklig of zittend wordt onder lokale anesthesie de epidurale ruimte gelokaliseerd met een Tuohynaald. Doorheen de naald wordt een definitieve 4 polige elektrode opgeschoven. De elektrode kan een top-down (retrograad) – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/elektrode_td.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/elektrode_td1.jpg (zaalopstelling elektrode top-down) & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/RX_TD.jpg (RX elektrode top-down) - of bottom-up verloop hebben afhankelijk van het oorzakelijk dermatoom. - cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/elektrode_bu.jpg - (zaalopstelling elektrode bottom-up) & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/RX2_BU.jpg (RX elektrode bottom-up). Deze technieken gebeuren altijd onder directe röntgendoorlichting. De elektrode wordt gekoppeld aan een externe stimulator en de positie van de elektrode wordt aangepast totdat de patiënt paresthesieën ervaart in het gebied van de pijn. Pas wanneer de opgewekte paresthesieën exact het pijnlijk gebied bekleden, kan de naald worden teruggetrokken en een incisie worden gemaakt. De elektrode wordt verankerd en verbonden met een tijdelijke extensie, welke gedeeltelijk onderhuids wordt doorgevoerd. Deze extensie wordt verbonden met de externe stimulator.
      ==>Perifere percutane approach :
      • Mogelijkheden : subcutane stimulatie voor Nervus occipitalis neuralgie
      • Met de patiënt in buiklig of zijlig wordt onder algemene anesthesie de subcutane weefselstructuur C1-C2 gelokaliseerd met een tuohynaald. Doorheen de naald wordt een speciale definitieve 4 polige elektrode (met grote afstand tussen de polen) opgeschoven. De elektrode verloopt horizontaal doorheen de subcutane weefselstructuur van C1-C2. Deze techniek gebeurt altijd onder directe röntgendoorlichting. Na de plaatsing van de elektrode, wordt de naald teruggetrokken en een incisie gemaakt. De elektrode wordt verankerd en verbonden met een tijdelijke extensie, welke gedeeltelijk onderhuids wordt doorgevoerd. Deze extensie wordt verbonden met een externe stimulator – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/elektrode_sc.jpg (zijlig) & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/elektrode_sc1.jpg (buiklig) & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/RX_SC.jpg & http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/RX_SC1.jpg (elektrode subcutaan)
      ==>Epidurale chirurgische approach :
      • Mogelijkheden : lumbaal, thoracaal, cervicaal na onbereikbaarheid epidurale ruimte d.m.v. percutane approach.
      • Techniek : Plaatjeselektrode met 4 of 8 polen
      • Met de patiënt in buiklig of zijlig wordt door de neurochirurg onder lokale anesthesie + sedatie een laminotomie gemaakt. De plaatjeselektrode – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/plaatjeselektroden.jpg - wordt bevestigd op de dura-mater t.h.v. dermatoom dat verantwoordelijk is voor de pijn. Deze techniek gebeurt onder directe röntgendoorlichting. Na een perfecte coverage van de paresthesieën wordt de elektrode verankerd en verbonden met een tijdelijke extensie, welke gedeeltelijk onderhuids wordt doorgevoerd. Deze extensie wordt verbonden met een externe stimulator.
      ==>Centrale (hersenen) chirurgische approach :
      • Mogelijkheden : Corticale stimulatie en deep brain (thalamus) stimulatie
      • Met de patiënt in ruglig en met behulp van schedelsteun, voorafgaande stereotaxie en NMR wordt door de neurochirurg onder lokale anesthesie en sedatie een schedelluik gemaakt. De elektrode wordt afh. van de indicatie geplaatst in de thalamus of op de motorcortex. Directe röntgendoorlichting kan een bijkomend hulpmiddel vormen tijdens deze techniek. Na een juiste plaatsing wordt de elektrode verankerd en verbonden met een tijdelijke extensie, welke gedeeltelijk onderhuids (subclaviculair) wordt doorgevoerd. Deze extensie wordt verbonden met een externe stimulator – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/permanent_systeem.jpg .
      Algemeen wordt geadviseerd om uit te gaan van minimaal 50% pijnklachtenreductie, voordat men overschakelt op een permanent systeem. Deze procedure gebeurt onder algemene anesthesie. De elektrode wordt ongewijzigd gelaten. De tijdelijke extensie wordt steriel verwijderd. Vervolgens wordt een subcutane pocket in de buikwand, claviculaire ruimte of boven de stuit gemaakt, waarin een pulsgenerator wordt geplaatst die met de elektrode wordt verbonden via een onderhuids doorgevoerde verlengkabel. Na het sluiten van de huid wordt de pulsgenerator geactiveerd en ingesteld met behulp van een uitwendige programmer – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/programmer.jpg -. Patiënten kunnen de sterkte van de stroomafgifte door de pulsgenerator zelf bijstellen met een gelimiteerde afstandsbediening. De implanteerbare pulsgenerator heeft wel een begrensde energiecapaciteit, hierdoor is deze na verloop van tijd aan vervanging toe.
      * Complicaties en bijwerkingen :
      • dislocatie elektrode
      • elektrode breuk
      • infectie Meningitis
      • allergie aan het systeem
      • irritatie connectiestuk elektrode-extensie
      • intrathecale / intraventiculaire toediening van opiaten al of niet in combinatie met andere medicatie :

    Intrathecale / intraventiculaire toediening van opiaten al of niet in combinatie met andere medicatie

    Inleiding
    In het MPC wordt deze techniek toegepast wanneer alle gangbare behandelingen hebben gefaald (inbegrip van neurostimulatie) en oraal of transdermaal toegediende opioïden onvoldoende effect of te veel bijwerkingen genereren.
    Alvorens tot deze techniek wordt overgegaan, vindt er zoals bij neurostimulatie, ook een zorgvuldige indicatiestelling door een multidisciplinair team plaats. Behandeling is geïndiceerd als volgende volwaarden zijn voldaan :
    • er is een objectieve basis voor de pijnklacht vastgesteld;
    • alle alternatieve therapieën zijn geprobeerd of zijn in dit stadium niet meer acceptabel;
    • een psychologische beoordeling is verricht om uit te sluiten dat bij patiënten medicatieverslavings- problemen spelen, belangrijke psychiatrische problematiek of persoonlijkheidsstoornissen zijn vastgesteld en er sprake kan zijn van secundaire winst;
    • de werkzaamheid van de procedure is technisch aangetoond tijdens een transmurale proefperiode
    Wanneer men besluit een patiënt te behandelen met intrathecale / intraventiculaire morfine is het essentieel de juiste indicaties voor het gebruik van intrathecale opioïden te kennen. Nociceptieve pijn is in tegenstelling met neuropatische pijn, veelal opiaatgevoelig en daarom goed te behandelen met intrathecale opioïden. De noodzaak van deze therapie wordt in het MPC echter nauwkeurig afgewogen, omdat bij langdurige toediening van opioïden bijwerkingen en complicaties kunnen optreden.
    Indicaties
    • Viscerale pijn (vb. chronische pancreatitis)
    • Failed back met rugklachten
    • Axiale somatische pijn
    Werkingsmechanisme
    Het werkingsmechanisme berust op een directe binding aan de opiaatreceptoren op ruggenmergniveau (intrathecaal) of centraal niveau (intraventiculair)
    Videofragment - Werkingsmechanisme intrathecale opioïden – cfr. : http://www.tlichtpuntje.be/info/rtsp://www.affix.be/ftp2056/wm_int.rm
    Contra-indicaties
    • Huidinfectie t.h.v. aanprikplaats
    • Sepsis
    • Morfine allergie
    • Stollingsproblematiek (==>Pré-therapie: Belang van tijdig stoppen anticoagulantia / evt. controle PTT / APTT)
    Methode
    • Technieken :
    ==>percutaan intrathecaal door anesthesist
    ==>chirurgisch intrathecaal via laminotomie door neurochirurg
    ==>chirurgisch intraventiculair via schedelluik door neurochirurg
    • Implantatie van een pomp voor intrathecale of intraventucaire toediening van farmaca dient altijd vooraf te zijn gegaan door een succesvolle proefperiode met behulp van een uitwendige pomp. Hierbij gelden dezelfde richtlijnen als bij neurostimulatie : de proef dient zoveel mogelijk thuis plaats te vinden en tot implantatie van een definitief pompsysteem dient alleen besloten te worden bij een aanzienlijke pijnklachtenreductie in een voldoende langdurige proefperiode.
    Voor de duur van de proef wordt bij de patiënt onder lokale anesthesie en/of algemene anesthesie een katheter ingebracht die vervolgens onderhuids wordt doorgevoerd en aangesloten op een subcutaan chemo-port systeem. Doormiddel van een speciale naald (gripppernaald) wordt het chemo-port systeem aangeprikt en in verbinding gestelt met een externe pomp. De kathetertip wordt gecontroleerd met behulp van Röntgendoorlichting.
    Bij implantatie van het definitieve pompsysteem – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/trial.jpg (permanent systeem met afstandsbediening) - wordt de katheter ongewijzigd gelaten – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/pomp.jpg (permanent systeem en catheter) - . Het chemo-port systeem wordt verwijderd en wordt na het vergroten van de pocket in de buikwand vervangen door een elektronisch gestuurde pomp. Na het sluiten van de huid wordt de elektronisch gestuurde pomp geprogrammeerd met behulp van een uitwendige computer – cfr. : http://www.pijncentrum.be/html/images/pijnbehandeling/app/big/pakket.jpg (aktivator-computer-pomp-catheter). Bij sommige indicaties kunnen patiënten d.m.v. een patiënt gecontroleerde activator, vooraf geprogrammeerde/gelimiteerde bolussen bij zichzelf toedienen. Na de def. implantatie dient de pt. zich te houden aan afgesproken ambulante vulafspraken (follow-up) voor het reservoir van de electronisch gestuurde pomp. De implanteerbare elektronisch gestuurde pomp heeft wel een begrensde energiecapaciteit, hierdoor is deze na verloop van tijd (5-7 jaar) aan vervanging toe.
    Videofragment - Permanent systeem en Refill – cfr. : http://www.tlichtpuntje.be/info/rtsp://www.affix.be/ftp2056/synchr.rm
    Over het gebruik van intrathecale lypofiele / hydrofiele opioïden in monotherapie is het MPC het eens dat de beste resultaten worden behaald bij patiënten met puur nociceptieve pijn. Een combinatietherapie met Lokale anaesthetica, Adrenergica en GABA-agonisten wordt uit het indicatieoogpunt van een opiaatsparend effect, een aanvankelijke aanpak van neuropatische pijn en spasticiteit aangewend.
    Aandachtspunt : In het MPC worden ook patiënten, uitsluitend behandeld voor spasticiteit met intrathecale baclofen (GABA-agonist / monotherapie). De methode is grotendeels identiek aan de Intrathecale / toediening van opiaten, toch is de indicatie en het werkingsprincipe verschillend. De proefperiode is ook korter.
    De presentatie over intrathecale baclofen kunt u via http://www.tlichtpuntje.be/info/rtsp://www.affix.be/ftp2056/synchr.rm downloaden.
    Complicaties en bijwerkingen
    Complicaties bij intrathecale toediening van farmaca zijn gerelateerd aan de ingreep zelf / het postoperatief verloop en aan de toegediende medicatie.
    • Tot de eerste groep (ingreep en postoperatief verloop) behoort de post-spinalepunctiehoofdpijn, hygromen, infectie en hematomen.
    • Kortdurende bijwerkingen veroorzaakt door het toegediende farmacon (Morfine) kunnen zijn : jeuk – urineretentie - misselijkheid en braken
    • Bijwerkingen bij langdurig intrathecaal morfinegebruik kunnen zijn : myoclonieën - impotentie / amenorroe - hypogonadotroop hypogonadisme – oedeem – gewichtstoename - granulomen t.h.v. Cathetertip.

    • Cognitieve en gedragsmatige behandelingen :
      De Hoofddoelstelling van deze aanpak binnen het MPC is het verbeteren van de kwaliteit van leven. Dit globaal begrip bestaat uit meerdere dimensies. Algemene gezondheidsbeleving, functionele status (zowel fysiek als psychologisch) vormen onderdelen van de kwaliteit van leven.
      Concreet richt de behandeling zich enerzijds op een reconceptualisatie van pijncognities. De patiënt moet inzicht krijgen in alle factoren die bij pijn een rol spelen. Anderzijds krijgt de patiënt mentale, fysieke en sociale vaardigheden aangeleerd waardoor hij/zij beter om kan gaan met de pijnklachten. De zelfredzaamheid van de patiënt verbeteren staat voorop. De patiënt moet uiteindelijk meer (actieve) controle krijgen over eigen klachten en daarmee samenhangend over zijn eigen leven en functioneren.

     

    Cfr. : http://www.tlichtpuntje.be/info/Chronische%20benige%20pijn.htm 

    14-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hippocrates - De grondlegger van de natuurlijke geneeskunst
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Hippocrates
    De grondlegger
    van de natuurlijke geneeskunst

    Gerard Maas
    De Natuur/Uw arts - Stichting Natturlijk Welzijn :
    http://www.natuurlijk-welzijn.org/index.htm
    Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur/Uw Arts, 22e jaargang nr. 128, 1997


    Het is een wonderlijke ervaring te weten, dat Hippocrates, priester, arts en filosoof (460-370 jr.v.Chr.) een unieke kijk op gezondheid had. Hippocrates : 'De geneeskunst is lang, het leven is kort, de ontmoeting met de arts is vluchtig en zijn proefneming hachelijk, zijn oordeel over gezondheid is moeilijk. Een geneesheer behoort een open oog en oor te hebben voor de leefomstandigheden van de patiënt, de invloed van de jaargetijden, de leeftijd en andere omstandigheden die inwerken op de patient'.

    Hippocrates is voor de medische wetenschap een begrip. Zijn levenswerk heeft door de eeuwen heen tot de verbeelding gesproken. In 1996 is op het eiland Kos in Griekenland het 32e medische congres gehouden, waarbij artsen op de resten van het Asklepion-een gezondheidscentrum uit de tijd van Hippocrates- hun belofte van geheimhouding plechtig hernieuwden. Een zinsnede uit de eed van Hippocrates, bij werkers in de natuurlijke geneeswijze wel bekend : 'Ik beloof geheim te zullen houden alles wat mij als geheim is toevertrouwd of waarvan ik het vertrouwelijk karakter behoor te begrijpen.'

    Hippocrates werd geboren op Kos. Zijn vader wijdde hem in in de geneeskunde, de filosofie en het priesterschap. Hippocrates studeerde verder in Athene en Egypte.


    1. - Temperamenten-leer

    Op zijn verre reizen per boot leerde hij de invloeden van het klimaat, het jaargetijde, het samenzijn met allerlei mensen van verschillende leeftijden en culturele achtergronden kennen. Zo kwam hij tot het beschrijven van het menselijk gedrag, de zgn. temperamenten-leer. Het is aardig te weten dat de stormachtige overtocht over de Middellandsche Zee een prikkel is geweest op onderzoek te gaan naar de invloeden van de seizoenen op de menselijke gezondheid, het menselijk gedrag, het karakter en het temperament. Hij onderscheidde :

    • het sanguinische type : warmbloedig en wispelturig

    • het flegmatische type : kalm en onbewogen

    • het cholerische type : opvliegend en heftig

    • het melancholische type : somber en pessimistisch.

    Freud en Jung baseerden hun visie op de mens op deze basisprincipes van Hippocrates.


    2. - Reinigende activiteiten

    De sleutelbegrippen in onze gezondheidszorg nu, zoals hygiëne, anamnese, observatie, prognose, diagnose en therapie, zijn rechtstreeks van Hippocrates afkomstig. De verwevenheid met de natuur was bij Hippocrates essentiëel. Hij sprak vaak over het belang van schoon water, schone lucht en hygiëne bij de lichaamsverzorging als basis van gezondheid.

    De reinigende aktiviteiten stonden bij de behandelingen van Hippocrates in een hoog vaandel, zoals de waterbehandelingen, de massages, het gesprek, de lucht- en lichttherapieën.

    Hippocrates : 'Wie de geneeskunst op de juiste wijze wil beoefenen moet nadenken over de jaargetijden, de werking die ervan kan uitgaan en over de plaats waar iemand woont. Ook maakt het verschil uit of een huis naar de zonsopgang of de zonsondergang gericht is. Zodra de geneesheer meer afweet van de leefomstandigheden, zullen ziekteverschijnselen geen geheimen meer bevatten.'

    Hippocrates ging uit van 3 observaties :

    • ziekte wordt veroorzaakt door allerlei omgevingsinvloeden

    • ziekte wordt opgeroepen door hetgeen men eet en door verstoringen in de vertering van het voedsel. Hippocrates schreef rust, dieet en purgeerkuren (purgeren=braken) voor

    • ziekte kan men leren begrijpen door na te gaan hoe verschillende krachten in verhouding tot elkaar functioneren.

    'Het menselijk lichaam maakt zelf bloed, flegma (slijm), gele en zwarte gal aan. Deze elementen maken de natuur van het menselijk lichaam uit en via deze voelt de mens zich goed of niet goed in zijn gezondheidsbeleving'.

    Hippocrates zegt over observaties het volgende : 'Mij lijkt dat de belangrijkste taak van de geneesheer de observatie is. Zodra de geneesheer erin slaagt de symptomen van de ziekte te herkennen en de zieke kan vertellen wat er met hem gebeurd is en daarop doorvraagt, zal de zieke vertrouwen in hem krijgen. De geneesheer moet dan kijken, luisteren, aanvoelen, weten en zonodig zwijgen.'
    Hippocrates had in die tijd al een holistische kijk : 'Alles staat met elkaar in verband. De natuur en het menselijk lichaam. Ziet de geneesheer dat over het hoofd dan kan er geen sprake zijn van een natuurlijke geneeskunst. Niet de geneesheer maar de natuur geneest. De geneesheer is de dienaar van de natuur. Hij mag alleen maar het natuurlijke proces ondersteunen.'

    Op grond van de opvattingen van Hippocrates zijn in de natuurgeneeskundige scholen de volgende principes heel belangrijk geworden :

    • elk lichaam bezit een grote kracht om te genezen en te herstellen

    • de oorzaak van ziekten is terug te voeren tot een ophoping van afvalstoffen

    • geest en lichaam bezitten een grote kracht tot genezing en herstel.

    De ware natuurgeneeskundige hulpverlener zal het bovenstaande onderschrijven en de ander begeleiden in dit proces.


    3. - Hippocrates als psychotherapeut

    Hippocrates was ook wat men noemt een psychotherapeut. 'Het uitbreken van gevoelens bij een patiënt is minder te vrezen dan dat deze dof voor zich uit zit te broeden.'

    Hippocrates werd eens geroepen bij koning Perdikkes, omdat deze depressief was. De hofartsen en droomuitleggers wisten er geen raad mee. De koning kon niet meer regeren en het volk maakte zich ernstig ongerust want de koning was zeer geliefd. Hippocrates kwam bij de koning en vroeg hem zijn totale levensverhaal, van zover als diens herinnering ging. Koning Perdikkes vertelde enige jeugdervaringen. Zo kwam hij bij een gebeurtenis op zijn 16e jaar. 'Op mijn 16e werd ik verliefd op een mooi meisje, Phila. We waren samen heel gelukkig, maakten allerlei toekomstplannen en genoten van elkaars nabijheid. Mijn vader was jaloers op mij en nam na enige tijd Phila tot maîtresse. Onmachtig en diep bedroefd moest ik dit aanzien. Ik wilde iets doen, maar kon het niet. Mijn vader is allang dood, toch heb ik hem niet kunnen vergeven. Ik kan niet meer leven, want deze gedachten zijn gevangen in melancholie.'
    Hippocrates zei tegen de koning : 'Uw geest stond niet toe uw vader te vergeven, als u wilt kan ik u bijstaan dit verdriet te verwerken.' De koning koos voor de hulp die Hippocrates bood.


    4. - Oude en moderne wijsheid

    De opvattingen van Hippocrates over ziekte en gezondheid en de holistische kijk op de mens en over de juiste plek van de arts en andere hulpverleners, zijn nog volop actueel. Zijn zienswijze is helemaal van deze en komende jaren.

    Het laatste woord is aan Hippocrates : 'Een wijs mens vat gezondheid (geestelijk, lichamelijk en emotioneel) op als de grootste zegening van de mensheid. Dergelijke wijsheid groeit alleen bij mensen die wensen te leren van alle door henzelf doorgemaakte ziekten, stoornissen en verliesprocessen.'


    5. - Energiebronnen

    In 1997 begeleid ik voor het 12e jaar een groep mensen die Kos willen beleven en ervaren. Zij zullen energieplekken ervaren, waaraan de doorsnee toerist voorbij gaat. Ik wil u iets uitleggen over deze bijzondere plekken : ik neem u mee naar Kos.


    6. - Het Asklepion

    Het Asklepion is 1000 jaar lang een gezondheidscentrum geweest met een opleiding voor priester/artsen en filosofen. Het was een soort bedevaartsoord waar men offerde voor eigen gezondheid. Het meest stond het Asklepion bekend om de 'ziekenhuis'-functie. In 1899 deed de Duitse archeoloog onderzoek op die plek en ontdekte de resten van dat ziekenhuis. Op 4 km buiten de stad Kos ligt dit Asklepion op een heuvel. Door twee dichte rijen cypressen gaande gaan de gedachten naar het Asklepion, het hogere. Aangekomen bij de heuvel zien we dat het zeer grote Asklepion uit 3 niveau's bestaat, verbonden door brede trappen.

    Het eerste niveau bereikt men via 24 treden. Hier was een galerij voor het verblijf van patiënten. Er zijn nog vele nissen waar beelden stonden van de goden. Op dit niveau werd de patiënt, die vaak al een lange zeereis achter de rug had, om tot rust en bezinning te komen, slaap, ontspanning en onthouding aanbevolen.

    Op het tweede niveau, na 30 treden, zijn resten van tempels van Apollo en Asklepios te zien. Op dit niveau bracht men de offers voor het onderhoud van de priesters. Hier nam men deel aan waterkuren, massages, dieetkuren en het uitspreken van gedachtes en gevoelens.

    Op het 3e niveau, na 60 treden, stond de grote tempel van Apollo en kwamen patiënten voor de hypnotische slaap, de droomuitleg en het antwoord op de vraag : 'Wat is de zin van mijn ziekzijn'.

    Zonder inzicht in de oorzaken van ziekzijn mocht de patiënt het Asklepion niet verlaten. Achter het Asklepion is nu ook nog steeds het zgn. heilige bos. Wanneer de artsen toen geen inzicht kregen in de zieke of ziekten, werden de mensen het bos ingestuurd. Het inzicht kwam daar dan als men zich daarvoor openstelde. Dat is nu nog zo. Nog is het verblijf in het Asklepion indrukwekkend : een plaats voor bezinning en meditatie, een plaats om zo maar te zitten en de energie te voelen stromen.


    Cfr. : http://www.natuurlijk-welzijn.org/artikel/HIPPOCRA.129.html

    11-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meting van pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Meting van pijn

    Prof. dr. Wouter W.A. Zuurmond
    SpreekuurThuis
    © Inmerc bv, Wormer, 22 augustus 2005



    Om pijn goed te kunnen behandelen moet eerst duidelijk zijn hoe ernstig de pijn is. Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren. Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten. Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig. De drie-eenheid van somatische, psychologische en sociale factoren bepalen pijn en pijngedrag.


    De Visuele Analoge Schaal (VAS)

    De Visuele Analoge Schaal bestaat uit een 10 cm lange horizontale lijn die loopt van 'Geen pijn' (0) tot 'Ondraaglijke pijn' (10). De patiënt wordt gevraagd hierop een markering aan te brengen. De score wordt dan gemeten en uitgedrukt in mm of cm. Deze schaal wordt waarschijnlijk het meest gebruikt bij de meting van pijn. Het is een eenvoudige methode om pijn in een getal te laten uitdrukken. Nadelen van het gebruik van de VAS-schaal kunnen zijn dat de bepaling van de ernst van de pijn op een te simpele, ééndimensionale wijze plaatsvindt en dat er altijd patiënten zullen zijn die de test niet (kunnen) begrijpen.

    Op het “pijnmeetlatje” geeft de patiënt aan de voorzijde aan hoe ernstig de pijn is, variërend van geen pijn tot maximale (ondragelijke) pijn. Aan de achterzijde is dan het bijpassende getal af te lezen.

    Bij kinderen wordt gebruik gemaakt van een plaatje met 'gezichtjes' met verschillende gelaatsuitdrukkingen, waaruit het kind dan het meest toepasselijke kiest.

    Om de gelaatsuitdrukking van de patiënt weer te geven maakt men wel gebruik "gezichtjes". Voor meting van pijn bij kinderen worden de zogenaamde "smiley-zonnetjes" gebruikt.


    Meetvariabelen

    Pijngedragingen kunnen op verschillende manieren worden gemeten. Een aantal meetparameters zijn :

    • aantal uren dat de patiënt per etmaal op bed doorbrengt

    • geneesmiddelengebruik, welke en hoeveel

    • A(ctiviteiten) D(agelijks) L(even)-niveau (ADL).

    Bij chronische pijnpatiën-ten kan het bijhouden van een pijndagboek veel informatie over pijnbeleving en pijngedrag opleveren. Op voorgedrukte bladen kan de patiënt per dag opschrijven wat hij of zij deed (slapen, liggen, zitten, lopen), evenals de pijnscore en het geneesmiddelengebruik.

    De voordelen zijn dat bij bezoek aan de behandelende medicus het verslag van de pijn niet beïnvloed wordt door de pijn die de patiënt onlangs leed en dat het een beeld geeft van het activiteitenpatroon van de patiënt en de invloed van pijn hierop.

    Het bijhouden van het dagboek is eenvoudig en geeft een indruk van het gedrag van de patiënt thuis.

    Een nadeel kan zijn dat door het bijhouden van het dagboek de patiënt te veel geconfronteerd wordt met zijn pijn en pijnbeleving. Bovendien vult de ene patiënt het dagboek waarschijnlijk trouwer en preciezer in dan een andere.


    Meting van de kwaliteit van het leven

    Pijnmeting geeft op zich onvoldoende informatie over de toestand van degene die aan pijn lijdt. De vraag is wat voor gevolgen de pijn heeft op het leven van de patiënt. Hoe gaat het op het werk, met het gezinsleven, hoe zijn de sociale contacten ?

    Om 'de kwaliteit van leven' te meten zijn veel testen ontwikkeld.

    De bekendste is de schaal volgens McGill, waarin aandacht wordt besteed aan de verschillende dimensies van het leven : het puur lichamelijke, het sociale gebeuren en de psychologie.

    De mening van de familieleden en bekenden die in nauw contact staan met de patiënt en die van de behandelende artsen en paramedici moet eveneens betrokken worden bij de meting van kwaliteit van leven.

    Een vermindering van pijn volgens de VAS heeft slechts geringe betekenis als dit weinig of geen invloed heeft op de algemene kwaliteit van leven. Zowel arts als patiënt kunnen dan niet tevreden zijn. Andere mogelijkheden tot verbetering van de levenskwaliteit moeten dan nagegaan worden.


    Cfr. :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=2

    09-11-2005 om 01:15 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Genezen is iets anders dan ziekten wegdrukken - Een gesprek met Hans Moolenburgh, arts
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Genezen is iets anders dan ziekten wegdrukken
    Een gesprek met Hans Moolenburgh, arts

    Tijn Touber


    Zijn missie : mensen helpen zichzelf beter te maken. Hans Moolenburgh, arts sinds 1952. Regulier én alternatief onderzoekt hij op hun verdiensten, maar altijd vaart hij zijn eigen koers. Praktisch en helder verwoord. Bij zijn vijftigjarig jubileum als arts sprak Tijn Touber met hem. ‘Ik streef ernaar de omstandigheden zo te maken, dat de eigen genezing van mijn patiënten op gang komt. Dat vind ik schitterend !’

    Hans Moolenburgh woont al sinds 1952 in hetzelfde huis. Onlangs kreeg het huis een prijs : voor de mooiste gevel van de stad Haarlem. Een andere prijs voor dezelfde locatie, die ook onderdak biedt aan de praktijk van Moolenburgh was niet minder verdiend geweest : voor de toewijding en het succes waarmee op die plaats al vijftig jaar mensen worden geholpen om ziekten te overwinnen en gezond te blijven.

    De reden voor het succes van Moolenburgh ligt ongetwijfeld in zijn vermogen om alle gebieden van het leven – het fysieke, geestelijke en emotionele – met elkaar te verbinden. Zijn eigen leven is daarvan een voorbeeld. Hij is bloedserieus en bevlogen, maar barst net zo makkelijk uit in aanstekelijke lachsalvo’s. Hij is vriendelijk en invoelend, maar ook bereid om vertegenwoordigers van onzinnige vitaminepreparaten op de pijnbank te leggen. Het is duidelijk, dat hij is gewend om in het openbaar te spreken. Hij formuleert helder en weet complexe onderwerpen van ziekte en gezondheid begrijpelijk te maken.

    Om te begrijpen vanuit welk perspectief Hans Moolenburgh denkt en werkt, gaan we eerst terug in de tijd.  Moolenburgh : ‘De grondlegger van de hedendaagse geneeskunde is Louis Pasteur. Zijn redenering was als volgt : je hebt een bacterie; die veroorzaakt een ziekte; we moeten iets tegen die bacterie doen.  Dat is – in een notendop – de visie van de moderne geneeskunde. Daarom hebben wij zo gigantisch veel ziekten en komen er steeds meer bij. Het is nauwelijks bij te houden.
    Drie van mijn zonen zijn arts. Soms noemen ze ziekten waarvan ik denk : waar heb je het over ? Voor elke ziekte hebben wij een naam bedacht – meestal die van de ontdekker – en we proberen voor elke ziekte een afzonderlijk geneesmiddel te vinden. Hierdoor ontstaat een soort tunnelvisie. Je ziet alleen de ziekte en het specifieke geneesmiddel. Alles wat daarbuiten valt, is niet relevant.

    Pasteur had een tijdgenoot met een heel andere visie, Claude Bernard. Bernard is de grondlegger van wat je de "terreingeneeskunde" zou kunnen noemen. Hij geloofde wel dat bacteriën ziekten veroorzaken, maar alleen als het "terrein" daarvoor gunstig is. Net als in een tuin : als er veel kalk in de bodem zit, groeien er madeliefjes. In vochtige hoeken groeit een vlier of een wilg. De omstandigheden bepalen de aanwezigheid van organismen, die in die omstandigheden nuttig werk kunnen doen. Zo kun je bacteriën zien als een soort vuilnismannen, die een vervuild terrein opruimen.
    Neem een longontsteking. Volgens de moderne geneeskunde komt dat door een pneumokok. De terreingeneeskunde zegt daarentegen : er was sprake van een verstoring van de werking van de longen en pneumokok is alleen maar een vuilnisman die dat probleem komt bestrijden. Een mesthoop brengt nu eenmaal ratten met zich mee.
    De terreingeneeskunde legt de nadruk op het schoonmaken van de persoon in kwestie. Wanneer je – zoals de moderne geneeskunde – slechts de bacterie doodt, zie je de longontsteking – of een andere aandoening – vaak binnen de kortste keren terugkeren. Met één belangrijk verschil : de pneumokok is nu bestand tegen het gebruikte antibioticum. Wat we in feite doen, is een ziekte wegdrukken, waardoor er weer een nieuwe tevoorschijn komt, die we vervolgens ook weer wegdrukken. Artsen worden dus opgeleid in wat ik de medische verschuifkunde noem.

    Je kunt dat op het ogenblik mooi zien aan het inentingenbeleid. Er is altijd een bepaalde hoeveelheid mensen per jaar die hersenvliesontsteking (meningitis) krijgt. Die ernstige ziekte wordt onder meer veroorzaakt door de bacteriën hemofilus influenca en door meningokokken A, B en C. Meningokok C was altijd de kleinste groep, totdat alle kinderen een aantal jaar geleden werden ingeënt tegen de hemofilus influenza. Toen die bacterie werd weggedrukt, zagen we plotseling een toename van hersenvliesontsteking veroorzaakt door de meningokok C. Nu moeten alle kinderen tegen meningokok C worden ingeënt. Ik durf te voorspellen, dat we over een jaar of drie een toename zien van de meningitis B. Dat is medische verschuifkunde !’

    Moolenburgh heeft een grote kinderpraktijk en ziet dagelijks de gevolgen van het huidige inentingenbeleid : ‘Veel kinderen hebben vanaf de tweede of derde enting chronische klachten, zoals huidirritaties, hyperactiviteit of hoofdpijn. Kinderen worden bij twee maanden al ingeënt. Als het kind veertien maanden is, heeft het drie maal DKTP gehad, drie maal HIB en een maal BMR. Als je bedenkt dat een kind pas met anderhalf een goed werkend immuunsysteem heeft, enten wij veel te vroeg – en veel te veel. Bovendien zitten er alle mogelijke andere stoffen in de ampullen die niet zo lekker zijn, bijvoorbeeld iets wat op antivries lijkt. Ik heb een hele lijst van alles wat er in zit.’

    Moolenburgh werkt met middelen – ontdekt door de homeopathische arts Tinus Smits – die het schadelijke effect van de entingen neutraliseren. ‘Na zo’n ontgiftingskuur – die vooral voor DKTP van belang is – zeggen ouders vaak : "Dokter, ik heb een heel ander kind gekregen". We moeten goed kijken wat nodig is. Waarom moet je een jongetje inenten tegen rode hond ?’
    Moolenburgh valt haast van zijn stoel van het lachen.
    ‘Zijn we bang dat hij binnenkort zwanger wordt – want dan kun je er last van krijgen ?’
    Dan weer serieus : ‘Ik ben vóór polio-enting, dat is een rotziekte. Ik ben vóór tetanus, als je dat krijgt, ga je dood. Difterie is er niet meer. De kinkhoestenting vind ik erger dan de kinkhoest. Je moet zorgen, dat je baby geen kinkhoest krijgt, maar een kind dat borstvoeding krijgt, zal die ziekte niet snel krijgen. Bof is alleen gevaarlijk voor jongens in de puberteit, dus moet je dat pas enten als een jongen dertien jaar is en nog geen bof heeft gehad. De mazelen is gemener geworden. Als mensen die inenting willen geven, moet dat maar. Maar als mensen dan alleen een mazelenenting willen, krijgen ze te horen dat dat niet kan. Het is "economisch onverantwoord". Dat noem ik veeartsenijkunde. Wij behandelen mensen alsof het een veestapel betreft.’

    Het is opvallend hoe gemakkelijk Moolenburgh zich heen en weer beweegt tussen verschillende – voor menig arts tegenstrijdige – werelden. Alternatief, orthodox, homeopathisch, spiritueel, chemisch, psychologisch, hypermodern en oeroud : hij heeft overal kennis van genomen en test het simpelweg op zijn verdiensten. Als het werkt, werkt het en wordt het toegevoegd aan het arsenaal. Om de terreingeneeskunde te beoefenen, maakt hij gebruik van een oeroud schema, dat van de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. ‘Dat klinkt misschien wat mystiek, maar dat is het niet. Aarde staat voor het vaste, water voor het vloeibare, lucht voor het vluchtige en vuur voor het stralende. Ik kijk bij een patiënt allereerst naar het vaste, de voeding dus. Over het algemeen is die bar en boos. Om te begrijpen wat gezond voedsel is, moeten we kijken hoe voedsel ontstaat. Het eerste voedsel ontstaat uit koolzuurgas, water en zonlicht. Die drie worden in het groene blad omgezet in suikers. Die suikers worden door het plantenlichaam vervoerd en vervolgens omgezet in eiwitten, vetten en vitaminen. Vitaal voedsel is voedsel dat zo dicht mogelijk bij de originele bron zit. Daarom is het van belang, dat we rauwe delen van de verse plant binnenkrijgen. Je zou kunnen zeggen, dat daar het meeste zonlicht in zit.

    Tegenwoordig kunnen we dat meten met Kirlian-fotografie. Als je een vers blad onder de lens legt, dan zie je dat het een enorme hoeveelheid licht uitstraalt. Na drie dagen doet het dat niet meer. Bij rauwe melk zie je dat ook. Gepasteuriseerde melk straalt veel minder. Hoe verder je van de bron af komt, hoe zwakker het voedsel wordt. Een dier eten, is tweedehandsvoeding eten. Als het dier geen planteneter, maar een vleeseter is, is het voedsel al derdehands. Een varken is bijvoorbeeld een roofdier. Mensen die veel varkensvlees eten, zitten aan het eind van de voedselketen. In die voeding zit niet alleen geen kracht, maar bovendien een hele hoop gifstoffen die wij in ons lichaam opslaan. Dat bleek tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen in Europa de hongersnood uitbrak. De Denen besloten massaal hun varkens te slachten en graan te verbouwen. Ze bleven relatief gezond. Zelfs de Spaanse griep had weinig greep op hen. De Duitsers daarentegen gingen meer varkens fokken om de troepen te bevoorraden. De Spaanse griep heeft vreselijk huis gehouden en er ontstond bovendien op grote schaal kanker.’

    Moolenburgh verbaast zich erover hoe weinig belang de gevestigde geneeskunde nog steeds aan goede voeding hecht : ‘Het allerergste is junkfood met kunstmatige kleur- en smaakstoffen – waarvan zoveel kinderen ziek worden – en witte suiker. De Amerikaanse artsen Cleve en Campbell hebben een groot onderzoek gedaan naar witte suiker. Zij noemen het ‘pure white and deadly’. Wij kunnen witte suiker niet goed verwerken, het geeft een schok aan de pancreas en er ontstaan allerlei ziekten. Wij zijn een gekonfijte maatschappij : de hoeveelheid suiker die hier wordt gegeten, is verschrikkelijk.

    Ik maak me ook grote zorgen over de genetische manipulatie van voedsel. We hebben daarmee iets losgelaten waarvan het eind nog niet in zicht is. Ik heb de eerste allergieën al gezien bij een kind dat regelmatig soja van de supermarkt at. Toen ze overschakelde op soja van het reformhuis verdwenen de klachten. Maar ze doen ook iets geks. Soja wordt genetisch gemanipuleerd om het bestand te maken tegen de steeds grotere hoeveelheden bestrijdingsmiddelen. Wat ze erin hebben gebouwd, is een gen van het agrobacterium tumofaciens – een parasiet die bij planten kanker veroorzaakt – en een gen uit het bloemkoolmozaiekvirus, dat lijkt op het menselijk hepatitis B-virus. Dan denk ik bij mezelf : ben je dan nooit eens bang voor wat je doet ? Maar ja, het gaat om groot geld. Een plant kun je niet patenteren. Als je hem genetisch manipuleert, kan dat wel.’

    Na de voedingspatronen van zijn patiënten te hebben onderzocht, kijkt Moolenburgh naar de vochthuishouding. Volgens hem is de kwaliteit van het Nederlandse drinkwater niet best. ‘Daar kwam ik voor het eerst achter, toen ik bij een patiënt op bezoek ging die bij de waterleiding werkt. Ik zag een aantal flessen Spa blauw staan. Hij dronk geen kraanwater omdat hij – zoals hij het zelf zei – "het zelf maakt en weet wat er in zit". Ik ben het water gaan meten en geef hem gelijk. Niets ten nadele van de waterleiding. Ze doen hun uiterste best, maar het is ondoenlijk om alle rotzooi die wij in het water lozen eruit te halen. Af en toe zit de Rijn vol radioactiviteit of andere gifstoffen. Ik raad mensen dus aan schoon water te drinken. Spa blauw is uitstekend. Voldoende water is essentieel. Ten eerste omdat het ons lichaam schoonspoelt. Vandaar dat er zo min mogelijk mineralen en dergelijke in dat water moet zitten. Ten tweede geeft water direct energie. Ons lichaam is een soort hydro-elektrische centrale. Wanneer water goed stroomt, krijg je energie. Sommige mensen denken dat ze veel drinken als ze liters thee of koffie drinken. Maar dat is niet hetzelfde als water. Om nog maar te zwijgen over cola. Mensen die veel van dat soort producten drinken, zijn innerlijk verdroogd. Die kun je alleen beter maken door ze zes tot acht glazen Spa blauw per dag te laten drinken. Ik heb een heleboel patiënten hierdoor zien opknappen.

    Dan de lucht. Er is nu eenmaal veel luchtverontreiniging. Daaraan kan je niet zoveel doen. Maar het probleem wordt onnodig groter doordat mensen slecht ademen. Ik stuur patiënten vaak naar een fysiotherapeut of yogaleraar om goed te leren ademen. Dan krijgen ze meer energie. Op die manier heb ik ook veel mensen kunnen genezen.

    En ten slotte het vuur, de straling. Elektromagnetische vervuiling is een zwaar onderschat onderwerp. Ik krijg hier mensen die een gigantische elektrische overlast hebben. Dat is erg gevaarlijk. Onze celmembranen hebben namelijk een bepaalde lading, die tegenovergesteld is aan de lading van het protoplasma van de cel. Als dat evenwicht wordt verstoord, worden de cellen als het ware ontladen. Ze worden poreuzer, waardoor allerlei schadelijke stoffen kunnen binnenkomen. Op die manier kan elektromagnetische vervuiling mensen ziek maken.’

    Moolenburgh kreeg twee jaar geleden een meisje van acht op zijn spreekuur. Ze was al een half jaar vreselijk moe. Hij deed alle mogelijke allergietesten, maar het kind reageerde niet. Na een half jaar zei hij tegen de moeder : ‘Meestal lukt het me wel, 85 procent van de kinderen die ik zie, wordt beter. Is er in het afgelopen jaar misschien iets gebeurd dat ik nog niet weet ?’ De moeder kon zich niets herinneren, het meisje echter wél. Er bleek een GSM-zender op het dak van de school te zijn gebouwd. ‘Die stoorde onze walkmans,’ vertelde het meisje. De ouders stuurden het kind naar een andere school. Binnen veertien dagen was ze beter.

    Het effect van elektromagnetische straling blijkt nog een onderschat onderwerp. ‘Er is een flink aantal boeken over elektromagnetische vervuiling geschreven, maar het is nog niet tot de universiteit doorgedrongen,’ zegt Moolenburgh en hij wijst in het bijzonder op het gevaar van de magnetron die in vele huishoudens dagelijks wordt gebruikt : ‘De magnetron doodt alle enzymen en verandert de goede vetten in slechte vetten. Ik heb zelf vastgesteld dat de magnetron enorm veel energie aan mensen ontneemt. Bovendien produceert het ding veel deeltjes, die je ook bij radioactieve vervuiling ziet. Zoals een goede vriend en collega in de Verenigde Staten zegt : "Er is maar een plaats voor de magnetron : de schroothoop !"’

    Nadat Moolenburgh met zijn patiënten langs de gebieden van aarde, water, lucht en vuur is geweest en zoveel mogelijk heeft schoongemaakt, kijkt hij naar de rest en werkt dan zo nodig via orthodoxe methoden. Keer op keer ziet hij echter, dat mensen hun leefpatronen maar heel moeilijk veranderen. ‘Ik denk dat het een vorm van luiheid is. Als je naar de dokter gaat, verwacht je een pil. Klaar. Als ik tegen iemand zeg : "U hebt al drie jaar hoofdpijn, u eet te veel drop en u drinkt niet. U moet elke dag acht glazen water drinken en geen dropjes meer eten", dan vraag ik inzet van die patiënt. De meeste mensen zijn daartoe niet bereid. Net als instant voedsel, willen ze instant genezing. Als er dan een andere klacht bovenop de hoofdpijn komt, wordt het verband ook niet meer gezien. Het ligt dus niet alleen aan de artsen. Artsen reageren ook op hun patiënten. Als iemand instant genezing wil, denkt de arts ook : "OK, dan krijg je dat". Artsen hebben het bovendien erg druk. Nog iets : door onze opleiding worden wij opgevoed om buitengewoon gehoorzaam te zijn. Op het moment dat je uit de pas loopt, krijg je een hoop gelazer.’

    En daar kan Moolenburgh over meepraten. Hij liep regelmatig uit de pas en had regelmatig gelazer. De strijdbare arts heeft zich zijn leven lang verzet tegen wat hij ‘intellectuele onderdrukking’ noemt. Niet voor niets werd zijn motto : ‘Geloof nooit iets totdat het officieel wordt ontkend’. Zijn bekendste strijd begon in 1968 toen de regering besloot fluor aan het drinkwater toe te voegen. Moolenburgh klom in de pen en schreef een stukje in de krant, waarin hij zich verzette tegen het verspreiden van een geneesmiddel via het drinkwater. Hij waarschuwde bovendien voor de toename van kanker. Die woorden bleken profetisch. Naderhand hebben de Amerikaanse chemici Dean Burk en John Yiamouyiannis in de Verenigde Staten onderzoek gedaan onder twee maal tien miljoen mensen van verschillende steden. Het bleek dat gefluorideerd water de kankersterfte binnen vijf jaar met tien procent doet toenemen. Moolenburgh werd na zijn stukje in de krant op het matje geroepen en moest zich melden bij de inspecteur van de volksgezondheid. Daar speelde zich de volgende dialoog af :
    De inspecteur : ‘U maakt de bevolking onrustig’.
    Moolenburgh : ‘Maar dat is mijn bedoeling !’
    ‘Ja maar dat mag u niet.’
    ‘Waarom niet ?’
    ‘Ik moet u dat verbieden.’
    ‘Van wie moet u dat ?’
    Het bleek dat de inspecteur een telefoontje van het ministerie had gekregen. Moolenburgh moest worden berispt, omdat hij het vertrouwen in de medische stand zou ondermijnen. Moolenburgh was de man echter te slim af : ‘Ik heb niet als arts geschreven, maar als burger.’ Overigens hebben we het voor een groot deel aan Moolenburgh en zijn boek over het gevaar van fluor te danken, dat het toevoegen van fluor aan drinkwater in 1976 officieel werd verboden.

    Moolenburgh schreef een boek over ‘uit de pas lopende artsen’ : “De wetenschap kent geen tranen” - cfr. : http://www.bibliotheekmiddenbrabant.nl/scripts/mgwms32.dll?P0=1&P1=84&P2=28&P3=R_BBH&P5=999&P9=0&P10=0&P12=5981535101&
    P16=N&P17=1&P6=87_218041
    -. ‘Ik heb een groot aantal processen gezien tegen collegae die werden aangevallen door de officiële geneeskunde, omdat zij kanker niet volgens de richtlijnen hadden behandeld. Het meest absurde voorbeeld was een arts die een kind had genezen, maar werd vervolgd omdat hij het niet met chemotherapie had gedaan. Het probleem ligt echter niet alleen bij de overheid. Er is sprake van een onheilige drie-eenheid: staat, wetenschap, commercie. Het werkt zo : de commercie heeft een nieuw middel gemaakt en laat dat – tegen betaling van een behoorlijk bedrag – onderzoeken door een wetenschapper die liefst verbonden is aan een universiteit.

    Tegelijkertijd wordt een verzoek ingediend bij de staatscommissie voor de verpakte geneesmiddelen. Als de universiteit het groene licht geeft, dan laten de leden van de staatscommissie het toe op de markt. Deze procedures kosten veel geld en zijn meestal alleen haalbaar voor de farmaceutische multinationals. Een recentelijk gevormd kartel van de zeven grootste farmaceutische giganten onderstreept de werking van deze drie-eenheid. Tezamen zagen deze farmaceuten kans de Europese wetgeving zodanig aangepast te krijgen, dat een groot deel van de orthomoleculaire middelen en vitaminepreparaten wordt verboden. Dat is een ramp ! Ik heb vandaag nog een kwade brief aan de minister geschreven. Er zijn zoveel middelen die het erg goed deden. Het argument is steeds : "Je kunt niet bewijzen dat het helpt". Dat is logisch, want om dat te bewijzen, moet je voor elk middel minimaal een paar duizend euro betalen om het onderzoek te financieren. Kleine bedrijven hebben het geld niet daarvoor. De grote farmaceutische ondernemingen kregen wel steeds meer last van die kleine bedrijven.

    Steeds meer mensen kopen namelijk liever natuurlijke vitaminen-, enzym- en mineraalpreparaten, dan al die chemische middelen. Het lijkt waarschijnlijk, dat de giganten de concurrentie van de vele natuurlijke en veilige middelen die het publiek niet in de apotheek van hen koopt, weg willen hebben. Vroeger werden de individuele, uit de pas lopende artsen aangepakt. Nu gebeurt het slimmer : ze pakken ons de middelen af !’

    De gevolgen van de ‘onheilige’ drie-eenheid van staat, wetenschap en commercie, ziet Moolenburgh ook in de bestrijding van aids : ‘Het is bekend dat het hiv-verhaal bepaald niet sluitend is. In Afrika werden een aantal ziekten vroeger gewoon bij de naam genoemd : tuberculose, malaria etcetera. Tegenwoordig noemen ze dat "indicatorziekten voor aids". Met andere woorden : als iemand zo’n ziekte heeft, dan wordt hij op het aidslijstje bijgeschreven. Logisch dat de aids in Afrika zo’n explosieve groei doormaakt. En die ongelukkige president van Zuid-Afrika maar zeggen : "Waar zijn dan al die miljoenen doden ? Ik zie ze niet !" Hij heeft nog gelijk ook. Als je je indicatie verandert wanneer het je zo uitkomt, is het hek van de dam. Maar dat gebeurt veel meer dan we weten en dat is heel erg naar, want het is corruptie van de wetenschap.’

    De gangbare aidsbestrijding verloopt ook volgens de Pasteuriaanse traditie : liever een vijand buiten jezelf bestrijden dan verantwoordelijkheid nemen voor je eigen immuunsysteem. En dat is een systeem dat met de dag onder grotere druk komt te staan. Het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME) – volgens Moolenburgh een iets minder kwaadaardig nichtje van aids – is daar een duidelijk voorbeeld van. ‘Het is een verschrikkelijke immuniteitsziekte. Ik zie kinderen vanaf twaalf jaar, die in hun stoel hangen en niets meer kunnen. Het immuunsysteem doet het gewoon niet meer. Ze hebben bijna allemaal de ziekte van Pfeiffer doorgemaakt, bijna allemaal ook andere virusziekten – herpes en dergelijke – en hebben gewrichtsklachten. Vrijwel alles wat je bij die kinderen bekijkt, is negatief. Ik stuur hun bloed op naar een laboratorium in Nieuw-Zeeland. Wat je steeds ziet, is dat de rode bloedlichaampjes star zijn en niet meer door de capillairen kunnen. De patiënten gedragen zich alsof ze een enorm zware bloedarmoede hebben. Het heeft ook alles met het milieu te maken. We hebben zeventigduizend nieuwe chemische stoffen in ons milieu losgelaten waarvan we nog lang niet allemaal weten welke invloed ze op ons hebben.’

    Wat we wél weten, is dat een groot aantal ziekten de laatste tachtig jaar enorm zijn toegenomen. Moolenburgh beent energiek naar zijn uitgebreide boekenkast en vindt een aantekenblok met de laatste cijfers : ‘De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft berekend, dat hart- en vaatziekten thans veertienmaal meer voorkomen dan in 1920, reumatische ziekten zeventienmaal, kanker twintigmaal, vetzucht vijfendertigmaal en allergieën zeventigmaal. Dan roepen mensen : "Ja maar we worden ouder. Vroeger werd de mens gemiddeld niet ouder dan vijfenveertig, nu gemiddeld tachtig. Logisch dat we meer kanker krijgen". Maar dat is een verkeerde statistiek. Waardoor is de bevolking ouder geworden ? Doordat de kindersterfte is verdwenen. Vroeger gingen al die kinderen dood aan longontsteking, dus dat drukte de statistiek enorm. Als je tegenwoordig twintig bent, heb je dezelfde kans om tachtig te worden als de mens van honderd jaar geleden. Alleen vroeger werden veel minder mensen twintig.’

    Toen Moolenburgh in 1952 met zijn huisartsenpraktijk begon, was een vrouw met borstkanker eigenlijk altijd ouder dan vijftig. Bovendien waren het er niet zoveel. Thans krijgt een op de acht vrouwen in Nederland borstkanker. ‘Ik zie ze vanaf achter in de twintig jaar. En daarom geloof ik, dat wij onze medische instelling een beetje moeten veranderen. Kanker bestrijden, doe je het best preventief. In schone lichamen krijgen tumoren niet zoveel kans. Die tumoren groeien niet voor niets.’

    Ik zou nog uren naar hem willen luisteren. Het is duidelijk dat deze man niet alleen kan putten uit een rijk leven, maar zich bovendien bezighoudt met zaken die ons allemaal aangaan. Zaken van leven en dood. Hij kan ook goed vertellen, gebruikt daarvoor zijn handen, wenkbrauwen en hele lijf. Hans Moolenburgh is een man met een missie : ‘Op mijn zesde wist ik dat ik arts wilde worden. De zin van mijn leven is dat ik mensen mag helpen genezen. Ik doe dat door de omstandigheden zo te maken, dat hun eigen genezing op gang komt. En dat vind ik schitterend !’

    Op zijn zevenenzeventigste is dat vuur nog lang niet gedoofd. En in al die jaren leerde Hans Moolenburgh ook over de soms ongrijpbare, maar altijd aanwezige verbanden tussen geestelijke beleving en fysieke gesteldheid. Het is kenmerkend voor de brede visie van deze arts, dat hij dat kwetsbare thema niet uit de weg gaat.
    Moolenburgh : ‘Jaren geleden kwam er een vrouw bij me met borstkanker, uitgezaaid in de longen. Ik behandelde haar. Ze bleef negen jaar goed. Toen kreeg ze een opvlammer, omdat ze door omstandigheden erg moe was geworden. Ik heb haar toen weer wat strenger behandeld en vervolgens ging het weer zes jaar goed. Toen kreeg ze een gigantisch ongeluk. Haar hele been lag in stukken. Ik dacht : "Nu gaat het mis, dit is een te grote aanslag op het immuunsysteem." Ze werd vijf keer geopereerd, maar er gebeurde niks, de kanker kwam niet terug. Anderhalf jaar later brak de kanker plotseling weer uit. Ik zei : "Mevrouw ik snap niets van u, wat is er gebeurd ?" Ze zei : "Het is niet aardig om te zeggen, maar mijn man is met pensioen". Die vrouw werd stapelgek, ze had geen ruimte meer. Op dat moment werd de kanker, die latent was, weer actief. Ik heb haar aanbevolen een kamer voor zichzelf vrij te maken en iedere dag twee uur alleen op die kamer te zijn. Ze heeft nog jaren geleefd. Als je mensen emotioneel niet goed begeleidt en je er niet achter komt wat er aan de hand is, dan helpen je leuke alternatieve kankermiddelen ook niet.’

    Moolenburgh hamert er overigens op dat zulke emotionele factoren niet bij alle kankerpatiënten rol spelen. Hij bespeurt in het algemeen wel een toenemend gebrek aan zingeving dat een negatief effect op de gezondheid van steeds meer mensen heeft. Een doel om voor te leven, stimuleert genezing van een patiënt op frappante wijze, ontdekte Moolenburg herhaaldelijk. Zo kwam er eens een vrouw hinkend zijn praktijk binnen. De foto liet een vuistgroot kankergezwel in het bot van haar bekken zien, uitzaaiing van een borstkanker die ze enige jaren tevoren had doorstaan. De toen nog jonge arts raadde haar ogenblikkelijke bestraling aan. Ze weigerde. Ze was lerares Frans, het was april en ze moest haar klas klaar maken voor het eindexamen. Ze had, kortom, geen tijd en zou wel een aspirientje nemen als de pijn te erg werd. Moolenburgh wist zich geen raad. Moest hij haar bellen en dwingen zich te laten behandelen ?

    Een half jaar later belde ze zelf. Ze had een zware verkoudheid, die maar niet overging. Ze repte echter met geen woord over de heup. Moolenburgh : ‘Maar hoe is het met uw heup ?’ De vrouw : ‘Oh, dat is over’. Moolenburgh stond erop een foto te laten maken. En inderdaad : er was niets meer te zien. De reactie van de vrouw : ‘Ik zei toch dat ik er geen tijd voor had !’

    Moolenburgh : ‘Het is een van de grote narigheden van deze tijd, dat een heleboel mensen er maar een beetje op los leven en niet meer het gevoel hebben dat het leven zin heeft of dat er een bedoeling achter zit. Ik heb het er nog niet eens over of er een God is of niet, maar gewoon een gevoel van : het is fijn dat ik er ben, ik ben goed bezig, ik begrijp dat ik er ben, ik heb een taak in het leven. Ik zie veel jongelui die wanhopig zijn en zeggen : "Is dit nu alles ?" Als je geen zinvol leven hebt, dan staat je wil om te leven op een laag niveau en die is uitermate belangrijk voor het afweren van ziekten. Het zinverlies in deze tijd is een volkskwaal.’


    Cfr. : http://www.kruidenvrouwtje.nl/gelezen/ziekten-wegdrukken.htm

    09-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eén op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La bête noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    susutje
    blog.seniorennet.be/susutje
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!