NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • abise
  • cialis prescription in houston
  • Exhaubs
  • Quonoge
  • easerne

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • Leningaanbod gelden (Mr Arnoid Weman)
        op Fibromyalgie in het kort
  • cbd oil for pain dosage (Sonjaorgab)
        op Vluchten in het werk
  • best cbd hemp oil for pain (SonjaHom)
        op Vluchten in het werk
  • cbd oil for pain (Sonjaorgab)
        op Vluchten in het werk
  • cbd oil for pain (SonjaHom)
        op Vluchten in het werk
  • cbd oil for pain dosage (SonjaHom)
        op Vluchten in het werk
  • Leonard finals after Kevin Durant, two of them deep in conversation, specially arranged in the NBA (Bobbykic)
        op Even geduld...
  • Kevin Durant many rebounds in the playoffs to record 64th (Bobbybep)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • le farmacie vendono cialis senza ricetta Si (RalphNal)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Auckland is Kevin Durant new home renovation basketball court help young people (Bobbykic)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    klixke
    blog.seniorennet.be/klixke
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fotografica
    blog.seniorennet.be/fotogra
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    stopkeschieters
    blog.seniorennet.be/stopkes
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    weissensee_ost
    blog.seniorennet.be/weissen
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    vicky43
    blog.seniorennet.be/vicky43
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    22-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onzekerheid - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





















    Onzekerheid

    Deel I

    'Het zijn niet de dingen waarvoor we bang zijn,
    maar de manier waarop we er tegenaan kijken.
    '


    Onzekerheid

    Angst om iets fout te doen is een gewone emotie die alle kinderen en tieners (en volwassenen !) wel kennen.
    Zolang ze de baas over dit gevoel zijn, is er geen probleem.
    Het kan ze zelfs helpen goed te functioneren omdat het ze helder maakt en 'op scherp' kan zetten.
    Als angst om te falen of onzekerheid hťn de baas wordt, is het wel een probleem.
    Deze kinderen/tieners raken geblokkeerd en verliezen flexibiliteit in denken en handelen.
    Faalangst en ernstige onzekerheid belemmert 8 - 10% van de schoolgaande jeugd van 8-18 jaar, zo blijkt uit onderzoek.
    Psychosomatische klachten als hoofdpijn of buikpijn (zonder medische oorzaak), geen zin in school, onderpresteren, een laag zelfbeeld en een gebrekkige ontwikkeling van de identiteit en zelfs depressie kunnen het gevolg zijn.
    Uit onderzoek blijkt dat faalangst zelden vanzelf overgaat en ook onzekerheid blijft vaak tot in de volwassenheid bestaan.
    .../...

    Cfr. : http://www.skkinderenjeugdtherapie.nl/faalangst-onzekerheid.html


    "Het beste wat je kunt worden is jezelf."



    Inhoud :

    1. Onzekerheid (W. Stenvers)

    2. Onzekerheid (J. Hamerlinck)

    3. Angst en onzekerheid in de moderne samenleving

    4. Omgaan met onzekerheid

    5. Niet langer onzeker

    6. Ik ben de eeuweige twijlelaar




    I. - Onzekerheid

    Gezondheidsplein.nl - Goedgekeurd door : W. Stenvers, huisarts

    Onzekerheid is een bekend psychisch fenomeen.
    Iedereen heeft er wel eens last van.
    Onzekerheid kan worden veroorzaakt door lichamelijke, sociale, financiŽle en emotionele factoren en angst (cfr. : http://www.gezondheidsplein.nl/aandoeningen/260/angst.html -).
    In elk geval gaat iemand die zich onzeker voelt, twijfelen aan haar of zijn gehele zelfbeeld (competentie of eigenwaarde).

    Chronische onzekerheid kan zich uiten als depressiviteit (cfr. : http://www.gezondheidsplein.nl/aandoeningen/10/depressie.html -), verlegenheid, gebrek aan zelfvertrouwen of het onvermogen tot het opbouwen van stabiele relaties.
    Dit heeft niet zozeer te maken met externe gebeurtenissen, maar voornamelijk met onrealistische verwachtingen en een negatief zelfbeeld.
    Het kan resulteren in een minderwaardigheidscomplex.
    Je hebt dan het gevoel altijd tekort te schieten en minder te kunnen dan anderen.
    Je lijdt onder dit besef en onder schaamte- en schuldgevoelens over het eigen falen.
    De oorzaak van neurotische minderwaardigheidsgevoelens ligt niet zozeer in wat anderen van iemand verwachten, maar meer in de hoge verwachtingen die iemand aan zichzelf stelt.
    Deze hoge eisen kunnen een gevolg zijn van de hoge verwachtingen die door opvoeders tijdens de jeugd zijn gesteld of van onvoldoende verwerkte kinderlijke grootheidsfantasieŽn.

    Als het minderwaardigheidscomplex dusdanig problematisch en verstorend werkt op het dagelijkse leven, kan (psycho)therapie worden aangeraden.

    Symptomen :

    - droge mond
    - klamme handen
    - snelle hartslag en hartkloppingen
    - bij angstneurose : benauwdheid, kortademig, hoofdpijn, algehele zwakte en vermoeidheid, drukkend gevoel in de borstkas, hoge bloeddruk, buikpijn en diarree, slapeloosheid, verlies van eetlust.

    Cfr. : http://www.gezondheidsplein.nl:80/aandoeningen/13/Onzekerheid.html


    ďDe mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest"


    II. - Onzekerheid

    Judith Hamerlinck Ė Be yourself

    Onzekerheid, het woord zegt het eigenlijk al : je bent Ďniet zekerí van je zaak.
    Je bent in een situatie waarin je geen garanties hebt dat je deze tot een succes zult maken.
    En Ďgeen succesí is nu eenmaal niet leuk voor je persoonlijkheid.
    Onzekerheid is het gevoel dat het gevolg is van deze interpretatie.

    Onzekerheid begint doorgaans bij onervarenheid.
    Je hebt dan simpelweg nog geen inzicht in hoe je een situatie tot een voor je persoonlijkheid goed einde zou kunnen brengen, dus met een uitkomst Ďleukí .
    Niet alleen in je tienerjaren ben je doorgaans vaak onzeker, maar later ook in een nieuwe baan, bij een nieuwe partner, over je uiterlijk enz.

    Vanuit je persoonlijkheid bezien biedt ervaring hier nogal eens perspectief en dan is het dus een kwestie van volhouden.
    In de tussenliggende tijd zal je persoonlijkheid proberen om zo goed mogelijk je onzekerheid te verbergen (achter bepaald gedrag, uitingen, weglopen enz.), verminderen (hulp vragen, gaan proberen beheersen) of in slaap sussen (bevestiging vragen bij anderen, veel denken).

    Naarmate je wat meer (levens)ervaring hebt, kan je merken dat je onzeker blŪjft in meer of minder situaties.
    Dat komt dan doorgaans als je persoonlijkheid de resultaten van zijn aanpak niet succesvol vindt of zich flink bewust is van het feit dat hij geen garanties krijgt voor toekomstig succes (c.q. voorkomen van vervelende resultaten).
    Hij probeert het op allerlei manieren, maar het lijkt maar weinig keren voldoende leuk, goed of succesvol als resultaat op te leveren.
    Regelmatige kritiek van anderen wil je ook doorgaans helpen om onzeker te blijven.

    Je persoonlijkheid kan nooit garanties krijgen om een situatie Ďkloppendí te krijgen volgens zijn normen, simpelweg alleen al omdat hij niet kan wťten wat goed is voor alle betrokkenen.

    Onzekerheid gaat over de waardering van je persoonlijkheid voor de response en uitkomst in een situatie en diens grote waarde die hij hecht aan de uitkomst daarvan.

    Voor je innerlijke Zelf is een situatie in zichzelf neutraal en dat verlegt automatisch de focus van je aandacht naar de inspiratie door je innerlijke Zelf en weg van de response en uitkomst.
    Ben je dus in een situatie waarin je je onzeker voelt, vraag dan gewoon om inspiratie aan je innerlijke Zelf in plaats van aan je persoonlijkheid.
    Zoek niet langer naar bevestiging van je persoonlijkheidsinvalshoeken.
    Inspiratie vanuit je innerlijke Zelf is altijd een vorm van rustig en zeker weten en daar ben je immers uiteindelijk naar op zoek, dus dan zit je meteen goed !
    Misschien heeft niemand je ooit verteld dat je een innerlijk Zelf had en dat dat aspect veel leuker en prettiger is om je leven door te leven, maar dat wil niet zeggen dat het er dan ook niet Ūs en bijzonder vertrouwde en rustige ervaringen oplevert.

    Cfr. : http://www.thebecompany.nl/onzekerheid.htm

     

    III. - Angst en onzekerheid in de moderne samenleving
    - Discussietekst voor het seminarie van 11 mei 2001 aan de vooravond van de Multatuli-lezing -

    - cfr. : http://www.multatuli-lezing.be/page.php?LAN=N&CID=8&FILE=congres -

    Bart Pattyn & Luc Van Liedekerke ó Overlegcentrum Christelijke Ethiek

    In deze discussietekst worden verschillende gezichtspunten over angst en onzekerheid met elkaar in verband gebracht.
    In de humane wetenschappen wordt onderzoek verricht in verschillende disciplines zonder erg veel dwarsverbindingen.
    Iedereen redeneert en denkt er op basis van do-meinspecifieke concepten en gaat uit van onderscheidingen, methodes en argumenten die binnen het eigen vakgebied gangbaar zijn.
    De divergente conclusies vormen stukjes van een puzzel die zelden of nooit wordt gelegd.
    Er wordt betwijfeld - en met reden - of zo'n puzzel helemaal te leggen is.
    Het valt echter niet te ontkennen dat het inspirerend is kennis te nemen van visies en bevindingen van collega's die vanuit andere invalshoeken op dezelfde thema's werken.
    Nu twee gerenommeerde onderzoekers met elk een specifieke visie op dit probleem onze gast zijn, grijpen we de gelegenheid aan om een aantal sociologische, antropologische, economische, filosofische en theologische bevindingen over angst en onzekerheid gezamenlijk te bespreken.

    Als we een aantal toonaangevende auteurs mogen geloven dan zouden gebrek aan vertrouwen, onzekerheid en onveiligheid de meest welstellende en gemoderniseerde samenlevingen in hun greep houden.
    In het Frans heeft men het over prťcaritť (Bourdieu, 1998), in het Duits spreekt men over Unsicherheit en Risikogesellshaft (Beck, 1986), in het Angelsaksische taalgebied heeft men het over fear, risk en insecurity (o.a. Douglas, 1988, 1993; Furedi, 1997; Bauman, 1997 en 1999).
    Alle moderne westerse samenlevingen zouden te kampen hebben met dezelfde enerverende en deprimerende menselijke ervaring.

    Onze Belgische en Vlaamse samenleving vormt hierop geen uitzondering.
    De voorbije jaren werden we regelmatig opgeschrikt door emotionele reacties in het zog van ophefmakende gebeurtenissen in de partijpolitiek (Agusta), justitie (Dutroux) en volksgezondheid (dioxine, BSE en MKZ).
    Minder opvallend maar daarom niet minder reŽel zijn de resultaten van opinieonderzoek waaruit blijkt dat het vertrouwen in maatschappelijke instellingen in het algemeen en de politiek in het bijzonder gering is.
    In 1981 beweerden 54% van de ondervraagden in justitie te vertrouwen.
    In 1990 was dat 44%, in 1999 34%.
    Het vertrouwen in het parlement nam de laatste tien jaar af met 8%.
    Opvallend is het verlies van vertrouwen in de Europese instellingen : van 65% in 1990 naar 43% in 1999 (Dobbelaere et al., 2000).

    Uit een studie die de vertrouwensevolutie in maatschappelijke instellingen over een kortere tijdspanne in kaart brengt, blijkt dat het vertrouwen in 1996 was toegenomen.
    De affaire Dutroux deed het vertrouwen opnieuw dalen maar vanaf 1997 steeg het opnieuw en bereikte in 1999 een peil dat hoger lag dan in 1996.
    Ook al blijft het maat-schappelijk vertrouwen laag, dit onderzoek over kortere perioden toont aan dat het onjuist is de emotionele reacties op ophefmakende maat-schappelijke fouten als oorzaken van het maat-schappelijk wantrouwen te beschouwen (Elchardus & Smits, 2000).
    Er moet met andere woorden gezocht worden naar andere, diepgaander en trager evoluerende oorzaken.

    Er werd ook opinieonderzoek verricht naar andere componenten van onzekerheid en wantrouwen, componenten die sociologen in navolging van Srole (1959) met het verzamelconcept `anomie' aanduiden.
    Naast de reeds besproken component wantrouwen in politieke en maatschappelijke instellingen, onderscheiden ze wantrouwen in medemensen : een wantrouwen dat nauw samenhangt met de idee dat het in het maatschappelijke realiteit gaat om `ieder voor zich' (solidariteit zou onzin zijn, iedereen zou alleen denken aan zichzelf, elk individu zou uitsluitend streven naar macht en geld; succes nastreven zou belangrijker zijn dan voor elkaar zorgen).
    Het blijkt dat er in ons land beduidend meer wantrouwen in medemensen is dan in onze buurlanden.
    Een derde component betreft onzekerheid als het resultaat van de ervaring van complexiteit : de werkelijkheid zou te complex en de dingen te ingewikkeld zijn geworden waardoor men niet meer weet hoe zich precies te gedragen.
    Het opinieonderzoek naar aanleiding van opeenvolgende verkiezingsuitslagen leerde dat deze drie componenten nauw samenhangen met stemmen voor de extreem-rechtse partij (Billiet & Loosveldt, 1998; Billiet, 1998, 2001).
    Zoals men weet nam het electoraat van extreem-rechts in Vlaanderen de voorbije jaren toe : van 4,1% van het Vlaamse kiezerspubliek in 1989 (verkiezing voor het Europees Parlement) naar 7,8% in 1994 (Europees Parlement), 12,3% in 1995 (Vlaamse Raad) en 15,5% in 1999 (Vlaamse Raad).
    Deze evolutie geeft wellicht een aanduiding van hoe onzekerheid, wantrouwen en een gevoel van machteloosheid zich geleidelijk vertalen in specifieke politieke en levensbeschouwelijke opties.

    Dergelijke cijfers en statistieken zijn abstract.
    Als er geen verkiezingen zijn of wanneer er zich geen hypes vormen rond onveiligheidsvraagstukken is er van de toename van maatschappelijke angst en onzekerheid in de praktijk weinig te merken, want ook als de stemming minder hoopgevend wordt, blijven mensen zich van hun dagelijkse taken kwijten en blijven ze zich inzetten voor hun gezin, hun werk, hun vereniging of hun vrijetijds-besteding.
    Waarschijnlijk moet men zich de manier waarop angst en onzekerheid op een samenleving inwerken, voorstellen als de invloed van extreme omstandigheden op fysieke weerstand.
    Men merkt die invloed alleen daar waar ze de zwakkeren onderuit haalt.
    De toename van het gevoel van zinloosheid, wantrouwen en onzekerheid manifesteert zich wellicht eerst bij mensen bij wie de morele en psychische weerbaarheid om ondanks allerlei tegenslagen door te gaan, reeds zwaar op de proef gesteld is.

    Mensen gaan er in de welstellende samenle-vingen vaker psychisch onderdoor wanneer ze geconfronteerd worden met interpersoonlijke moeilijkheden, stress, gebrek aan respect en der-gelijke.
    In landen met een hoog inkomen maakt psychisch ziek-zijn 23% uit van het totale ziek-zijn.
    Zware depressie behoort voor het ogenblik tot ťťn van de tien voornaamste ziektebeelden en voorspeld wordt dat het in 2020 de tweede plaats zal innemen (Brundtland, 1999).
    Sinds het socio-logisch onderzoek van Durkheim wordt vaak aangenomen dat de hoopgevende en vitaliserende invloed die uitgaat van een gemeenschap omgekeerd evenredig is met haar zelfmoordcijfer (Durkheim, 1897).
    Voor onze samenleving is dat zelfmoordcijfer hoog, zeker als men het vergelijkt met Nederland of Engeland.
    Vooral de stijging van de zelfmoordpogingen bij jongeren is onrust-wekkend.
    Tussen 1988 en 1997 steeg het aantal zelfmoorden van mensen tussen 15 en 44 jaar met 43%.

    Voor het gebrek aan vertrouwen, onzekerheid en angst worden verschillende oorzaken genoemd.
    Sommige verklaringen zijn actueel, andere bestaan reeds geruime tijd, een aantal werden empirisch getoetst andere hebben een uitgesproken speculatief karakter, maar zonder uitzondering maken ze deel uit van bredere mens- en maatschappijvisies of `kosmologieŽn' die onderling erg kunnen verschillen.
    We overlopen ze en brengen ze met elkaar in verband.

    1. - Mensen voelen zich bedrogen

    Een eerste door het beleid en in de media vaak verdedigde verklaring berust op de veronderstelling dat wantrouwen het resultaat is van het zich bedrogen voelen.
    Wantrouwen zou teruggaan op het feit dat de kwaliteit van de geboden goederen en diensten niet beantwoordt aan de verwachtingen.
    In die zin wordt het bureaucratisch en on-doeltreffend functioneren van de overheidsdiensten beschouwd als de oorzaak van het feit dat ze worden gewantrouwd.
    De ophefmakende blunders tijdens gerechtelijke onderzoekingen werden door journalisten en politici dan ook gretig aangegrepen om precies op dat terrein een hervorming te forceren.

    Volgens dit paradigma kan vertrouwen alleen maar worden hersteld wanneer 'de gebruiker' opnieuw overtuigd raakt van de kwaliteit van de hem aangeboden goederen en diensten.
    Die overtuiging heeft een objectieve en een subjectieve zijde.
    Objectief is de kwaliteit van het aanbod.
    Wil men vertrouwen herstellen, dan moet men werk maken van kwaliteitsverbetering.
    Maar ook de subjectieve component is van belang.
    Wanneer er niets schort aan de intrinsieke kwaliteit, maar er wel problemen zijn met de subjectieve perceptie van die kwaliteit dan moet men, zo redeneert men, iets doen aan de communicatie met de gebruiker.
    Tal van beleidsmensen uit de private en de openbare sector stuurden aan op kwaliteitsmanagement en charterden communicatiespecialisten om onjuiste percepties uit de wereld te helpen en misverstanden in de toekomst te voorkomen.
    De 'vertrouwenspersonen' die de actuele beslissers inhuren, exploreren allerhande associatieve betekenissen en stellen voor om op een specifieke manier op die betekenissen via advertenties en persberichten in te spelen.

    Welke strategie men vanuit dit perspectief ook aanwendt, het uitgangspunt is hier het individu als de centrale actor die participeert in een netwerk van economische relaties.
    Het feit dat het wantrouwen in de maatschappelijke instellingen welvarende landen treft, maakt de hypothese dat vertrouwen kan worden hersteld door kwaliteitsverbetering en betere communicatie twijfelachtig.
    Hoe komt het immers dat in een land waar de armoede doelmatig wordt bestreden en er brede sociale opvangnetten bestaan (Cantillon, Marx, 1995a, 1995b) de maatschappelijke instellingen worden gewantrouwd ?
    Sociale voorzieningen en publieke diensten worden blijkbaar snel gepercipieerd als verworven rechten en mensen kijken vooral naar wat ze niet hebben.
    Het lijkt ook onrealistisch alle heil van betere communicatie te verwachten.
    Als de verwachtingen te hoog gespannen zijn kan men de subjectieve kwaliteitsperceptie niet remediŽren met betere communicatie.
    Verwachtingspatronen hangen immers samen met omvattender culturele waardepatronen die gedragen worden door bredere groepen en niet door individuen.
    Door het individu tot andere ideeŽn te verleiden via advertenties, folders of persberichten kan daar dan ook niet op ingegrepen worden.
    We komen op het verband tussen verlangen en vertrouwen terug op het einde van onze discussietekst.

    2. - Sociaal kapitaal

    Met het concept 'sociaal kapitaal' werd de voorbije tien jaar een alternatieve verklaring gelanceerd voor het toegenomen wantrouwen, een verklaring die thans bijzonder veel aandacht geniet.
    Het is vooral de verdienste van onze gastspreker Robert Putnam dat hij met dit concept opnieuw het belang van 'gemeenschap' bespreekbaar wist te maken in middens waar over de positieve effecten van `groepsvorming' weinig of niet wordt nagedacht omdat men er voornamelijk uitgaat van kwantificeerbare individuele ťťn-op-ťťnrelaties.
    Sociaal kapitaal verwijst in Putnams perspectief naar ďfeatures of social organization such as net-works, norms and social trust that facilitate coordination and cooperation for mutual benefitĒ. (Putnam, 1995a, 67)
    Het begrip is naar zijn mening nauw verwant met 'burgerzin' met dit verschil dat `sociaal kapitaal' het feit benadrukt dat burgerzin enkel dan effectief is wanneer het vorm krijgt in een hecht netwerk van sociale relaties (Putnam, 2000, 19).
    Putnam was niet de eerste die het begrip sociaal kapitaal introduceerde.
    Onder andere Loury (1977), Bourdieu (1992) en Coleman (1988) deden dat vůůr hem.
    Coleman beschouwt sociaal kapitaal als een set van hulpmiddelen (ingeburgerde verplichtingen en verwachtingen, normen en waarden, gezagsrelaties, informatiekanalen enz.) die een individu in een samenleving ter beschikking staan om bepaalde doelen te bereiken.

    Putnam beperkt de toepasbaarheid van het begrip zoals aangegeven niet tot ťťn-op-ťťnrelaties.
    Sociaal kapitaal kan in zijn visie ook opgevat worden als een eigenschap van een collectiviteit.

    De drie deelelementen van het sociaalkapi-taalconcept: vertrouwen, wederkerigheid en netwerken - zouden op zich geen voorkeur uitdrukken voor specifieke normen.
    Ze zouden slechts mogelijkheidsvoorwaarden vormen om tot samen-werking te komen en zouden in die zin niet bepa-lend zijn voor het doel van die samenwerking.
    In die zin past het sociaalkapitaalconcept in een liberaal of republikeins samenlevingsmodel waar een procedurele of smalle moraal de ruggengraat van de samenleving vormt.
    Vaak laat Putnam zijn smalle begrip echter verglijden in bredere opties en verdedigt hij specifieke vormen van sociale cohesie.
    Men vindt in zijn werk duidelijk nor-matieve standpunten, wat hem door collega's niet altijd in dank wordt afgenomen.

    In 'Making Democracy Work' illustreerde Putnam de relevantie van zijn sociaalkapitaalconcept voor zijn analyse van het verschil in de ontwikke-lingen tussen Noord- en Zuid-ItaliŽ (Putnam, 1993).

    Making Democracy Work - Civic Traditions in Modern Italy
    Robert D. Putnam, Robert Leonardi, Raffaella Y. Nanetti - Princeton University Press, May 27, 1994 Ė ISBN-10 : 0691037388 / ISBN-13 : 978-0691037387
    Why do some democratic governments succeed and others fail ?
    In a book that has received attention from policymakers and civic activists in America and around the world, Robert Putnam and his collaborators offer empirical evidence for the importance of "civic community" in developing successful institutions.
    Their focus is on a unique experiment begun in 1970 when Italy created new governments for each of its regions.
    After spending two decades analyzing the efficacy of these governments in such fields as agriculture, housing and health services, they reveal patterns of associationism, trust and cooperation that facilitate good governance and economic prosperity.
    Cfr. : http://www.amazon.com/Making-Democracy-Work-Traditions-Modern/dp/0691037388

    Vanaf 1970 krijgen de regio's in ItaliŽ een grotere autonomie.
    Sommige regionale overheden functioneerden veel beter dan andere.
    Putnam volgde hun ontwikkeling over een periode van twintig jaar en kwam tot de conclusie dat de verschillen in performantie voornamelijk toe te schrijven zijn aan verschillen in `sociaal kapitaal'.
    In tegenstelling met het Noorden bestaan er in het Zuiden te weinig sociale verbanden en netwerken die normen van wederkerigheid en een veralge-meend vertrouwen genereren.
    Om die reden verloopt de ontwikkeling in ItaliŽ ongelijk.

    Sinds 'Making Democracy Work' is er niet alleen interesse voor het belang van `sociaal kapitaal' voor het goed functioneren van de democratie maar ook voor de ontwikkeling van de economie (Fukuyama, 1995, 1999; Knack en Keefer, 1997).
    Dit onderzoek wijst uit dat er een sterk verband bestaat tussen de aanwezigheid van sociaal kapitaal ó meestal uitgedrukt in de mate van vertrouwen in medemensen ó en economische performantie.
    Landen met een hoog vertrouwen presteren systematisch beter.
    Empirisch onderzoek van bij ons door het team van Wim Moesen (Moesen et al. 1998, 1999, 2000 a en b, 2001) ondersteunt dit verband en wijst er verder op dat in vergelijking met andere OESO-landen BelgiŽ precies op het vlak van vertrouwen in de publieke sector zeer zwak scoort en dat zonder deze handicap BelgiŽ van economische middenmoter in de OESO zou uitgroeien tot beste in de klas.

    De belangstelling voor Putnams werk nam nog toe toen hij zijn bevindingen ging toepassen op zijn eigen samenleving : de VS. In zijn vorig jaar verschenen boek : 'Bowling Alone - The Collapse and Revival of American Community' (2000) illustreerde hij aan de hand van bijzonder veel cijfermateriaal dat het teruglopen van vertrouwen, politiek engagement en burgerzin in de VS samenhangt met de inkrimping van politieke ledenbewegingen, vakbonden, religieuze groeperingen, buurtwerking, service-clubs en socio-culturele verenigingen.

    Bowling Alone - The Collapse and Revival of American Community
    Robert D. Putnam - Simon & Schuster (1 ed.), August 7, 2001 Ė ISBN-10 : 0743203046 / ISBN-13 : 978-0743203043
    The author
    Robert D. Putnam is the Peter and Isabel Malkin Professor of Public Policy at Harvard.
    He is currently president of the American Political Science Association, fellow of the American Academy of Arts and Sciences and the author of nine previous books.
    He lives in Lexington, Massachusetts.
    The book
    Once we bowled in leagues, usually after work -- but no longer.
    This seemingly small phenomenon symbolizes a significant social change that Robert Putnam has identified in this brilliant volume 'Bowling Alone' which The Economist hailed as "a prodigious achievement".
    Drawing on vast new data that reveal Americans' changing behavior, Putnam shows how we have become increasingly disconnected from one another and how social structures -- whether they be PTA, church or political parties -- have disintegrated.
    Until the publication of this groundbreaking work, no one had so deftly diagnosed the harm that these broken bonds have wreaked on our physical and civic health, nor had anyone exalted their fundamental power in creating a society that is happy, healthy and safe.
    Like defining works from the past, such as 'The Lonely Crowd and The Affluent Society' and like the works of C. Wright Mills and Betty Friedan, Putnam's 'Bowling Alone' has identified a central crisis at the heart of our society and suggests what we can do.
    Cfr. : http://www.amazon.com/Bowling-Alone-Collapse-American-Community/dp/0743203046

    Die ontwikkeling ging ook gepaard met toegenomen onzekerheid, psychische moeilijkheden en welzijnsproblemen.
    In eerdere bijdragen schreef hij de terugval van het verenigingsleven toe aan het succes van de televisie.
    Mensen zouden zoveel uren spenderen voor de beeldbuis dat er eenvoudigweg geen tijd meer over is voor interpersoonlijke contacten (1995a).

    Het is inderdaad verwonderlijk hoeveel tijd mensen spenderen aan televisiekijken.
    Van de tijd dat de Belg niet slaapt, kijkt hij ongeveer 1/5 naar de televisie.
    Als we uitgaan van een gemiddelde levensduur van 75 jaar heeft de Belg op het einde van zijn leven 10 jaar en 1 maand voor zijn televisietoestel doorgebracht (Flausch, 1998).

    De feiten zijn voor de VS nog indrukwekkender (Putnam, 2000, p. 216vv.).
    Naast Putnams stelling dat televisie tijd voor interpersoonlijke contacten steelt, wat min of meer betwistbaar is, voegt hij daar in zijn boek nog twee andere stellingen aan toe :
    (1) televisiekijken zou de motivatie voor concrete sociale participatie ondermijnen en
    (2) wat er te zien is, zou alles behalve inspirerend zijn voor onze burgerzin.
    Voor wat het onderzoek in Vlaanderen betreft zijn er redenen om vooral de laatste veronderstelling te onderschrijven.
    Er kon worden aangetoond dat heel veel televisiekijken samengaat met het ontwikkelen van een wantrouwig mensbeeld.
    Mensen in die conditie zijn er vaker van overtuigd dat elk individu enkel uit is op eigen voordeel.
    Ze kiezen vaker voor autoritair leiderschap, zijn vaker onverdraagzaam ten opzichte van vreemdelingen.
    Hun houding tegenover de vertegenwoordigingsdemocratie is wantrouwiger en ze voelen zich vaker politiek machteloos en onzeker over hun toekomst.
    Ze hebben minder respect voor de democratische rechten en zijn geneigd om hun stemrecht niet op te nemen (zonder de wettelijke verplichting zouden ze minder geneigd zijn om te stemmen).
    Zowel de duur van het tv-kijken als het commerciŽle karakter van de zender waarop men afstemt, vertonen een samenhang met ondemocra-tisch burgerbewustzijn (Elchardus, Huyse, Hooghe, 2000).

    Putnam noemt in zijn boek echter ook nog andere redenen voor het verminderen van sociaal kapitaal :
    (1) de toegenomen tijdsdruk vooral in twee-verdienersgezinnen;
    (2) de anonimiteit van het wonen in steriele buitenwijken, maar vooral ook aan de generationele verschillen tussen het engagement van mensen die geboren werden voor of rond de Tweede Wereldoorlog en de generaties die nadien zijn gekomen.
    Vooral deze laatste factor krijgt in zijn boek een bijzonder gewicht.
    Het zou naar zijn oordeel 50% van de verklaring voor de vermindering van sociaal kapitaal voor zijn rekening nemen.
    Het feit dat de achteruitgang van het verenigingsleven in de VS slechts de laatste tien jaar zo'n dramatische vormen aanneemt zou verband houden met het feit dat vůůr de negentiger jaren de generatie die voor de Tweede Wereldoorlog is geboren zich bevond op cruciale plaatsen in de samenleving : ze stonden aan het roer in de politiek, in de industrie, in de culturele organisaties en dergelijke.
    Vanaf de negentiger jaren worden ze afgelost door een veel sceptischer en achterdochtiger generatie die haar jeugd in de woelige zestiger jaren doorbracht.

    Putnam brengt in zijn boek 'Bowling Alone' de generatieverschillen in verband met het collectieve engagement van de Amerikaanse samenleving gedurende de Tweede Wereldoorlog.
    Die ervaring zou de oudere generatie een specifieke ingesteld-heid gegeven hebben die de latere generaties missen.
    Het engagement tijdens de Tweede Wereld-oorlog lijkt me veeleer illustratief dan verklarend.
    Er dienden zich immers ook nadien oorlogen aan, maar die konden niet meer op dezelfde manier worden gestreden.
    Unanimiteit over de rechtvaar-digheid van die oorlogen werd nooit meer bereikt.
    Ook vandaag kunnen nog conflicten worden uitgevochten, maar niet meer man tegen man.
    Idealen, waaronder de mensenrechten worden niet meer gepercipieerd als iets waarvoor men bereid is te offeren, laat staan te sterven en spontaan wordt daar vandaag bij gedacht : en dat is maar goed ook.
    De intrigerende vraag is waarom dat vroeger anders was ?
    Wat is er veranderd binnen ons culturele betekenissysteem waardoor offerbereidheid thans als iets masochistisch wordt beschouwd ?

    Door het verdwijnen van 'sociaal kapitaal' toe te schrijven aan generatieverschillen wordt het vertrouwensvraagstuk niet opgelost maar verschoven.
    In plaats van ons af te vragen waarom sociaal kapitaal of burgerzin zijn afgenomen, stelt zich nu de vraag waarom de generatie die geboren is voor of rond de Tweede Wereldoorlog verschilt van de baby-boomers en de x-generatie die nadien zijn gekomen ?
    Dit is een bijzonder geschikt moment om over te gaan tot de bespreking van een derde soort hypothese waarin angst en onzekerheid in verband wordt gebracht met de culturele klimaatswijziging die zich manifest liet gelden vanaf de Tweede Wereldoorlog.

    3. - Individualisering en personalisering

    Angst en onzekerheid worden ook beschouwd als nevenproducten van een culturele mentaliteitswijziging die in het verlengde ligt van de overgang van de premoderne samenleving naar de moderne samenleving.
    De moderne samenleving zou zijn ontstaan toen de clan- en familiegebonden solidariteit haar vanzelfsprekend karakter verloor.
    Mensen gingen zich van de traditionele gesloten samenleving distantiŽren op het moment dat ze zich voorbereidden op specifieke functies en actief deel gingen uitmaken van een steeds complexer georganiseerde gemeenschap.
    De sociale cohesie zou sindsdien zijn gaan berusten op onderlinge afhankelijkheid.
    De nieuwe mentaliteit zou leiden tot het verdwijnen van repressieve rechtspraak en het verdwijnen van dwingende uniformiteit op het domein van religie moraal en cultuur.
    Daardoor nam de onzekerheid toe maar kwam er tegelijk ruimte vrij voor kritisch wetenschappelijk onderzoek en dissidente individuele standpunten, visies en verlangens (Durkheim, 1893).
    De vorig jaar in september overleden Engelse socioloog Basil Bernstein, die zich sterk liet inspireren door het werk van Mary Douglas, was ervan overtuigd dat het niet bij deze overgang is gebleven.
    Er heeft zich nadien nog een tweede culturele overgang voorgedaan (Van Poecke, 2000 waarin het werk van Bernstein als leidraad wordt genomen : Bern-stein, 1975, 1990, 1991, 1996).
    Na de overgang van de clangemeenschap naar de moderne samenleving tekende zich de overgang af van het individu als verantwoordelijk voor een specifieke maatschap-pelijke functie naar de op 'zichzelf' geconcentreerde persoon.

    Terwijl de persoonsidentiteit in de moderne samenleving beantwoordde aan een set van speciale rollen en specifieke functies, wordt iemands identiteit in de postmoderne samenleving vereenzelvigd met de persoon zelf, de mens die zich bevindt achter zijn rol of zijn functie.
    In de centraal gecoŲrdineerde moderne samenleving werden posities en taken van bovenaf opgelegd in functie van een op doelmatigheid en standaardidealen afgestemde ordening.
    Er bestond een sterke classificatie : de grenzen tussen allerlei rollen, gebruiken, concepten, dingen, boodschappen e.d. waren duidelijk en werden gerespecteerd en een sterke framing : de controle ging uit van diegene die socialiseert, niet vanuit diegene die gesocialiseerd wordt.

    In de postmoderne cultuur is dit klassieke model gekanteld.
    Wat van bovenaf komt wordt als paternalistisch gebrandmerkt.
    Het vertrekpunt is nu de persoon zelf.
    Socialisatie verloopt in deze omstandigheden veel minder zichtbaar : ze gebeurt niet langer op basis van een standaardclassificatie en de controle ligt niet langer bij diegene die socialiseert maar bij diegene die aan zijn of haar eigen leven vorm geeft.
    De bepaling van principes, visies, voorkeuren, gedragsregels en dergelijke worden voor een groot deel opengelaten.
    Het individu mag ze zelf invullen om aan zijn eigen persoonlijkheid een originele invulling te geven.
    Ook Beck heeft het over de `personalisering' van de identiteit waarbij de moderne sociale identiteit moet wijken voor de zelf-identificati e: `ik ben ik'.

    De postmoderne identiteit is bijzonder flexibel en niet meer gericht op verleden en toekomst of zoals in het moto onder jongeren wordt uitdrukt : `live fast, die young'.
    Personen zouden in een postmoderne cultuur hun identiteit ontlenen aan consumptiegemeenschappen zoals jeugdculturen en lifestylegroepen.
    Maffesoli noemde de jeugdculturen en lifestylegroepen de 'nieuwe stammen' (Maffesoli, 1988).

    In het spoor van Riesman wordt bij de analyse van de consumentencultuur vaak gebruik gemaakt van de tegenstelling inner- en other-directed subject (Slater, 1997, Riesman, 1953).
    Met 'inner-directed subject' doelt men op de persoon die van kindsbeen af de sociale waarden en normen heeft geÔnterioriseerd en die waarden en normen in alle mogelijke omstandigheden consequent respecteert.
    Het middel om zichzelf als een gerespecteerd individu te vestigen is arbeid.
    Het 'other-directed subject' is veel minder gericht op wat men is of wat men doet maar op hoe men overkomt.
    Wat belangrijk is, is welk beeld de anderen van me hebben en hoe ik dat beeld in de door mij gewenste richting kan sturen.
    Het subject beschouwt zichzelf als iets dat moet aan de man worden gebracht.
    Een dergelijk subject controleert constant bij zichzelf of alle aspecten van de zelfpresentatie in overeenstemming zijn met het beeld dat hij of zij wenst dat anderen van hem of haar zouden hebben.
    Bell heeft het over een verschuiving van `karakter' gebaseerd op morele plicht, zelfdiscipline en hard werken, naar `persoonlijkheid', gebaseerd op zelfverheerlijking en het zich van de andere onderscheiden op basis van lifestyle (1979).

    In Lacaniaans perspectief speelt intermenselijke communicatie waarbij de beeldtaal primeert zich af in een veld van onmiddellijkheid, rivaliteit en verleiding.
    Het betreft het domein waar niet wordt verwezen naar wat niet aanwezig is : er is geen taal, geen verleden en geen toekomst.
    Het is een veld waarin een spel wordt gespeeld met een intrigerende maar tegelijk niet benoembare inzet : een pantomime van bewegingen, gelaatsuitdrukkin-gen, poses en gebaren die allerlei verhoudingen kunnen instellen (dominantie, onderwerping, aanvaarding, agressie e.d.).
    Wellicht is door voortdurende confrontatie met allerlei foto's en televisiebeelden dit soort communicatie zo be-langrijk geworden in de actuele jongerencultuur.

    Probleem met dit soort identiteitsvorming is het precaire karakter ervan.
    Een other-directed subject laat zich niet langer intimideren door schaamte of schuld maar wordt voortdurend geplaagd door een vage sociale angst en onzekerheid : ďDoe ik het wel goed ? Heb ik wel een goede indruk gemaakt ? Draag ik wel de juiste kleren ? Heb ik wel het juiste kapsel ? Rij ik wel met de juiste auto ? Ruik ik wel aangenaam ? Zeg ik wel de juiste dingen ? Heb ik wel de juiste muziekvoorkeur ? Om zichzelf te zijn is dit subject dus wel heel erg schatplichtig aan de anderen.Ē (Van Poecke, 2001)
    Er dient zich ook onzekerheid aan wanneer personen gaan samenwerken.
    Er moet dan immers over elke beslissing worden onderhandeld.
    In vergelijking met con-ventioneel bepaalde normen zijn particuliere afspraken precair en onberekenbaar.
    Wat vandaag geldt, kan morgen anders zijn.
    De postmoderne socialisering gaat om die redenen gepaard met meer angst en onzekerheid (Bauman, 1992).
    Het individu kan zich immers minder verlaten op een vaste structuur of op onbediscussieerbare voorschriften en is daarom nooit meer zeker hoe hij of zij zich werkelijk dient te gedragen.

    Gegevens van de European Value Study voor wat BelgiŽ betreft, blijken deze analyse over de toegenomen onzekerheid door een wending naar de persoon gedeeltelijk te ondersteunen.
    Uit de gegevensanalyse blijkt dat er twee soorten morele oordelen bestaan.
    Aan de ene kant zijn er deze die geassocieerd worden met het beschikken over het eigen lichaam, aan de andere kant zijn er morele visies die betrekking hebben op interpersoonlijke relaties.
    De morele oordelen die betrekking hebben op de lijfelijke zelfbeschikking hebben de voorbij twintig jaar een ander karakter gekregen.
    Waar begin jaren tachtig een meerderheid van de bevolking abortus, homoseksualiteit en euthanasie onaanvaardbaar vond, is die groep nu beduidend kleiner.
    Dat heeft voor een deel te maken met het terugwijken van de groep praktiserende gelovigen van 43% in 1981 naar 26% in 1999, maar ook en zelfs nog meer, met de mentaliteitsverandering binnen die groep.
    Ook zij ó en in het bijzonder de hoger opgeleiden onder hen ó zijn overgestapt van een sterk zelfbeperkende houding naar een veel gematigder opstelling ten opzichte van lijfelijke zelfbeschikking.
    Breukpunt is hier de generatiewisseling rond de Tweede Wereldoorlog (Elchardus, et al. 2000:173).

    Wat de tweede sfeer betreft is de permissieve trend van tien jaar terug omgebogen.
    Liegen, corruptie en joyrijden bijvoorbeeld worden nu strenger beoordeeld en er duiken zelfs nieuwe vormen op van degelijkheid : vervuilen, dronken achter het stuur zitten, roken op plaatsen waar het verboden is, worden streng afgekeurd.
    De burgerzin wordt niet alleen opnieuw strakker, maar wordt ook verbreed.
    In deze sfeer heeft de aangekondigde terugkeer naar de ethiek zich inderdaad doorgezet (Elchardus, 1994; Raes, 1997).

    Interessant voor onze discussie is dat samen met de toenemende lijfelijke zelfbeschikking de morele onzekerheid toeneemt, maar niet voor elke burger in dezelfde mate.
    Wanneer men de ondervraagden opdeelt volgens het soort ethische redenering die zij voorstaan dan kan men vijf verschillende types onderscheiden :
    (1) diegenen die gezag aanvaarden en tegelijk overtuigd zijn dat er duidelijke criteria bestaan om goed en slecht te onderscheiden (traditionele ethiek);
    (2) diegenen die hun persoonlijke principes stellen boven gezagstrouw (overtuigingsethiek);
    (3) diegenen die aannemen wat wordt opgelegd zonder te geloven dat er duidelijke criteria zijn van wat goed is en wat kwaad (gezagsgetrouw);
    (4) diegenen die hun persoonlijke visie willen volgen maar die ervan overtuigd zijn dat er geen duidelijke criteria zijn om iets moreel te beoordelen (morele onzekerheid) en
    (5) diegenen wiens beslissing afhankelijk is van de situatie (situationele ethiek).
    De groep onzekeren neemt het snelst toe : van 20% in '81 naar 29% in '99.
    De groep mensen die hun oordeel laten afhangen van de situatie wordt kleiner : van 36% naar 29%.
    De andere groepen blijven relatief constant (Elchardus, et al. 2000:180).

    De mentaliteit van de groep van onzekeren komt overeen met de mentaliteit van de op de eigen persoonlijkheid geconcentreerde postmoderne burger.
    Het betreft voornamelijk hoger opgeleiden.
    Ze aanvaarden geen extern gezag en volgen hun eigen mening ook al beseffen ze dat er geen duidelijke richtsnoeren meer zijn of dat die richtsnoeren situatiegebonden zijn.
    Ze nemen aan dat ze er alleen voor staan.
    Er is voor hen geen grote waarheid, geen heilig principe, geen intern kompas.
    In tegenstelling met wat auteurs zoals Bauman suggereren is deze typisch postmoderne conditie slechts karakteristiek voor ťťn derde van de bevolking.
    Elchardus stelt dat voor wie langdurig werd opgeleid en via werk, gezin en vereniging goed is geÔntegreerd, deze conditie geen noemenswaardige problemen oplevert.
    Door langdurige socialisering ligt wat langdurig opgeleide mensen `persoonlijk' aanvoelen of vanuit 'zichzelf' intuÔtief beslissen in de lijn van wat binnen de gemeenschap door de elite als sociaal wenselijk wordt geacht.
    Mensen die om een of andere reden niet konden genieten van een langdurige opleiding hebben twee mogelijkheden ofwel klampen ze zich vast aan oude zekerheden ofwel haken ze af en nemen afscheid van de waarden die de maatschappelijke elite voorhoudt als wenselijk en democratisch (188).
    Elchardus verwijst hier naar de groep die zich op basis van wat hij de nieuwe breuklijn noemt onderscheidt van de rest van de samenleving.
    Ook die groep kampt met onzekerheden en ook al zijn die van een andere orde, ze lijken fundamenteler.
    We gaan daar in de nu volgende paragraaf op in.

    4. - De nieuwe breuklijn

    Een andere mogelijke verklaring voor de toene-mende angst en onzekerheid is het feit dat voor heel wat mensen het tempo en de eisen van de kennismaatschappij te hoog zijn geworden.
    Blijkt dat de klassieke ideologische projecten deze men-sen niet weten te boeien.
    Ze keren er zich ontgoocheld van af en vertalen hun ongenoegen in uitgesproken antidemocratische stellingnamen.
    Elchardus en zijn medewerkers spreken in dit verband van een nieuwe breuklijn en beschouwen deze splitsing als een ernstige bedreiging voor onze democratie (Elchardus, 2000; Elchardus en Pelleri-aux, 2001).
    We schetsen wat ze bedoelen.

    Blijkt dat 26,6% Vlamingen het eens zijn met de idee dat het parlement een machteloze praatbarak is die je beter kan afschaffen; dat 31,4% ervan overtuigd is dat je het land moet laten besturen door wijze mensen en dat men de politiek gewoon moet afschaffen; 35,6% is het eens met de idee dat het land moet worden bestuurd door experts en specialisten en niet door politici (Elchardus, 1999).
    Politieke machteloosheid, de optie voor autoritair leiderschap, het verwerpen van het democratisch vertegenwoordigingsprincipe, etnocentrisme en de overtuiging dat mensen onbetrouwbare en louter aan zichzelf denkende wezens zijn, blijken erg nauw samen te hangen.
    Wie getuigt van politieke machteloosheid is vaak ook iemand die zich ten aanzien van vreemdelingen onverdraagzaam opstelt, iemand die opteert voor een sterke leider en weinig vertrouwen stelt in zijn medemens.
    Naast de traditionele breuklijnen die onze samenleving verdelen op basis van de zuilen (socialisten, christen-democraten en liberalen), klassen (hogere of lagere inkomensklasse) en talen (Nederlandstaligen versus Franstaligen) bepaalt de positie die mensen ten aanzien van de boven genoemde thema's innemen waar ze zich bevinden ten opzichte van de nieuwe breuklijn.
    De nieuwe breuklijn vertaalt zich in een nieuwe politieke tegenstelling waar zich in het ene uiterste Agalev en aan het andere uiterste het Vlaams Blok bevindt.

    Deze nieuwe breuklijn zou zijn ontstaan omdat een belangrijk deel van de bevolking zich uitge-sloten voelt van de 'officiŽle' samenleving.
    Het gaat om mensen die door een gebrek aan kansen en door hun weinig gewaardeerde positie hun persoonlijk verhaal niet kunnen laten aansluiten bij het verhaal dat door de succesvolle dominante groep als wenselijk wordt voorgesteld.
    Het zijn in feite individuen 'zonder verhaal' (Derks, 2001) die zich noodge-dwongen vastklampen aan een tegenverhaal dat in alle opzichten overeenkomt met wat Mary Douglas omschrijft als de strategie waarbij een groep naar zekerheden streeft door zich af te sluiten van de buitenwereld, vreemdelingen uit te sluiten, hen als barbaren te bestempelen, hen in geen enkel bestuur te dulden, interculturele huwelijken te verbieden en de idee te koesteren te behoren tot een zuiver ras (Douglas, 2001).
    De redenen waarom deze bevolkingsgroep niet langer aansluiting vindt bij de brede samenleving zijn volgens Elchardus en Pelle-riaux ongeveer de volgende :

    In de kennismaatschappij wordt zwaar geÔnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe technieken die toepasbaar zijn in de industrie, de bouw, de verzorgings- en in de dienstensector e.d.
    Om die technieken goed te kunnen aanwenden, moeten werknemers steeds beter zijn opgeleid.
    Een hogere opleiding veronderstelt meer gespecialiseerd onderwijs en permanente vorming.
    Een neveneffect van meer gespecialiseerd onderwijs is meer weten-schappelijk onderzoek en door dit onderzoek ontstaan nieuwe technologische toepassingen...
    Deze opgaande spiraalbeweging creŽert voortdurend hogere eisen waaraan niet iedereen kan beantwoorden.

    Om te succesvol te zijn in de kennismaat-schappij is iemands opleidingsniveau een bijzonder cruciale factor geworden.
    Het selectieproces van wie in het leven zal slagen, begint in die zin reeds in het onderwijs.
    Deze ontwikkeling draagt ertoe bij dat 'succes in het leven' niet meer wordt beschouwd als een kwestie van geluk maar van persoonlijke inzet.
    Presteren in het onderwijssysteem wordt immers beschouwd als het resultaat van iemands eigen verdienste.
    Wie geen diploma heeft gehaald, wordt daar zelf voor verantwoordelijk geacht.
    De responsabilisering van succes wordt versterkt door het feit dat (zoals de nieuwe Human Resources Management stijl het voorschrijft) de prestaties van de werknemers steeds vaker individueel worden geŽvalueerd en zowel positief als negatief worden verrekend.
    Deze tendens maakt dat ook voor iemand die goed is opgeleid jobonzekerheid een risico blijft.
    Ook in tijden van economische hoog-conjunctuur blijven radicale bedrijfsherstructureringen (downsizing) een manageriŽle verworvenheid waardoor werkloosheid ondanks het lage werkloosheidscijfer een reŽle bedreiging blijft.
    Van de werknemers wordt ook geŽist dat ze zich steeds flexibeler opstellen bij het zoeken van een job en bij de keuze van een woonomgeving.

    Lopend onderzoek van Hans De Witte (De Witte, 1997, 1999, 2000) toont aan dat deze ontwikkeling een belangrijke psychologische impact heeft op individuen.
    De jobtevredenheid daalt, de kans op stressverschijnselen en eventuele bijhorende psychosomatische klachten neemt sterk toe.
    De druk van het management op de werknemers kan echter moeilijk worden teruggeschroefd omdat in onze samenleving met haar mild socialezekerheidssysteem de loonlasten bijzonder hoog zijn en er dus zo efficiŽnt mogelijk moet worden gepresteerd.
    De hoge kosten van het huidige socialezekerheidssysteem vergroten ook de druk om het huidige systeem te vervangen door een systeem waarin de persoonlijke verantwoordelijkheid zwaarder doorweegt, zeker nu de beter opgeleide actieve burgers zich steeds beter realiseren in welke richting de huidige transfers lopen (Rosanvallon, 1995).

    Deze hypothese zou alvast verklaren waarom uit bijna alle onderzoeken blijkt waarom het onderwijspeil zo bepalend is voor de positie die men ten aanzien van de nieuwe breuklijn inneemt.
    Een lage scholingsgraad werkt onbehagen en een rechtse positie op de nieuwe breuklijn in de hand en werkt langs deze weg wantrouwen in de hand.
    Wantrouwen wordt echter ook sterk benvloed door de factor levensbeschouwing.
    Mensen die levensbeschouwelijk geŽngageerd zijn (katholieken meer dan vrijzinnigen, vrijzinnigen meer dan onverschilligen en ongelovigen) hebben een grotere kans vertrouwen te stellen in maatschappelijke instellingen.
    Het effect van levensbeschouwing verloopt in belangrijke mate rechtstreeks maar ook via de overtuiging dat mensen pas tot ontplooiing komen als ze zich kunnen inzetten voor anderen (de tegenpool van de opvatting dat mensen alleen denken aan zichzelf) (Elchardus, Smits, 2001).

    Voor wat de rechtstreekse invloed van het onderwijs op wantrouwen betreft doet er zich iets eigenaardigs voor.
    Het is niet alleen een lage opleiding maar ook een hogere opleiding die recht-streeks aanleiding geeft tot een groter wantrouwen in maatschappelijke instellingen.
    Het is mogelijk dat wat in de voorgaande paragraaf werd beschreven als de toename van de personalisering bij de hoger opgeleiden de loyauteit ten aanzien van maatschappelijke instellingen ondermijnt.
    Merkwaardig is ook dat het inkomen en de beroepsstatus geen additioneel effect uitoefenen op wantrouwen en etnocentrisme.
    Dat laaggeschoolden weinig vertrouwen hebben in maatschappelijke instellingen of meer etnocentrisch georiŽnteerd zijn, berust duidelijk niet op hun verhoogde kans op een lager inkomen of armoede (Elchardus, Smits, 2001; Jacobs et al., 2001).
    Blijkbaar gaat het effect niet uit van een gebrekkig materieel weerstandsvermogen maar van een moreel weerstandsvermogen.

    In verband met de nieuwe breuklijn willen we erop wijzen dat de rol die de publieke omroep en de levensbeschouwelijk georiŽnteerde media hebben gespeeld in het kader van de ontvoogding van de Vlamingen en het creŽren van een gemeenschapsgevoel, uitgerekend op dit moment totaal is uitgespeeld.
    De op basis van doelgroepen gesegmenteerde massacommunicatie lijkt de scheiding die zich op basis van de nieuwe breuklijn voordoet alleen maar te verdiepen.
    De op basis van lifestyle gedefinieerde netten creŽren voor de verschillende segmenten van de samenleving een onderling sterk verschillende verstaanshorizon en brengen daardoor het einde dichterbij van de publieke ruimte waar iedereen die behoort tot de natiestaat elkaar ontmoet en met elkaar communiceert.

    Verwacht wordt dat de onzekerheid en het wantrouwen verder zullen toenemen omwille van het feit dat de levensbeschouwelijke impact met de toenemende secularisering wellicht verder zal afnemen.
    Het paradoxale karakter van deze ontwikkeling bestaat precies hierin dat diegene die het meest nood hebben aan een sterke democratische vertegenwoordiging om de sociale correcties op het economisch systeem te garanderen, de eersten zijn om die vertegenwoordiging te ondermijnen.

    Tot nu toe werd er impliciet van uitgegaan dat het al dan niet aannemen van een levensbeschouwelijke optie sociaal gedetermineerd is.
    Is dat zo of hebben levensbeschouwingen ook een interne dynamiek ?
    In elke geval werd daar vroeger van uitgegaan en werd er min of meer op vertrouwd dat de exegeten van de schrift of de ideologen van de levensbeschouwelijke traditie de weg konden wijzen.
    In welke richting wijzen de moderne filosofen ons vandaag ?

    5. - (Geen) `consolatio philosophiae'

    Ook filosofen hebben het over angst en onzekerheid.
    Ze doen dat vaak in het spoor van Heidegger.
    Maar Heidegger kan in dit verband worden beschouwd als een breukmoment in de geschiedenis van de filosofie omdat de keuze die hij maakt op het ogenblik dat hij het over angst heeft, verschilt met de keuze die filosofen voordien vaak hebben gemaakt.
    Er is nooit veel onenigheid geweest over het beangstigende feit dat het menselijk bestaan kort, broos en veranderlijk is en in het licht van de eeuwigheid weinig of niets te betekenen heeft.
    Dat soort angst werd in alle tijden beschreven maar het vormde doorgaans de prelude op een recept om aan die beangstigende vergankelijkheid, onzekerheid of verwarring een einde te maken door het poneren van een verhaal met een definitief karakter over wat men kan weten, wat men moet doen en wat men kan hopen.
    Sinds Plato werd die uitweg vaak vereenzelvigd met het zich richten op een werkelijkheid die deze wereldse werkelijkheid overstijgt.
    Elk individu zou in zichzelf toegang vinden tot een zuiverder en standvastiger realiteit en op die manier ontsnappen aan de beangstigende wervelende chaos van de zintuiglijke feitelijkheid.
    Dat soort filosofie wordt nog steeds op ruime schaal beleden, maar in een ander jargon, zonder veel verwijzing naar Plato en ook zonder academische erkenning.
    Het actuele culturele klimaat dat we daarnet beschreven, het klimaat waarin het 'zelf' zo'n centrale plaats heeft gekregen, is erg vatbaar voor de idee dat men via het eigen `ware' zelf toegang heeft tot een zuivere, natuurlijke en hogere werkelijkheid, die authentieker en belangrijker is dan de maatschappelijke werkelijkheid waardoor men wordt omgeven.

    Allerlei new-agebewegingen en ecologisch geÔnspireerde visies spelen daarop in en rekenen op die manier af met angst.

    Heidegger deed dat niet.
    Hij weigerde aan te nemen dat in het Dasein een ontologische band kan worden gemaakt met een transcendente werkelijkheid waardoor men voorbij kan aan de angst.
    Op het ogenblik dat het individu zich realiseert dat zijn bestaan onvermijdelijk uitloopt op de dood is er niets dat de existentiŽle angst kan doen verdwijnen zonder dat het individu zich aan oneigenlijk zijn overgeeft.

    Het standpunt van Heidegger vond en vindt in de filosofie veel aanhangers, niet omwille van de aantrekkelijkheid van dit soort denken, maar omdat men de indruk heeft dat er geen valabele alternatieven zijn.
    In de klassieke filosofie legde men zonder daar veel problemen over te maken, de band tussen hoe we de dingen denken en hoe de dingen zijn.
    Denken zou een soort vermogen zijn de dingen te vatten zoals ze zijn en meteen ook een vermogen om de transcendente werkelijkheid die de dingen draagt op het spoor te komen.
    Sinds de ontwikkeling van de sociologie en de antropologie waarin werd getoond hoe cultureel bepaald ons denken is en sinds de ontwikkeling van de lingustiek en de cognitieve psychologie is dit klassieke epistemologisch uitgangspunt in diskrediet geraakt.
    Dat heeft meteen twijfel doen rijzen over het vermogen om met het denken het wezen van de dingen zelf en sporen van de werkelijkheid die hen begrondt te vatten.
    Ons denken, onze categorieŽn, onze visies en oordelen kunnen niet bestaan zonder de levensvormen waarin ze zijn gevat (Witt-genstein), niet zonder het symbolisch systeem waardoor ze hun betekenis krijgen (structuralisme), niet zonder de sociaal gedetermineerde generalisaties die door een gemeenschappelijk taalgebruik worden gecordineerd (Vygotsky), niet zonder de sociale classificatiesystemen waardoor onze persoonlijke opvattingen worden getekend (Douglas, 1966, 1970).

    Naast het onbemiddeld schouwen van de werkelijkheid werd ook het denken in termen van het vatten van 'het wezen van de dingen' gedeconstrueerd.
    Onder invloed van de humane wetenschappen werd aangenomen dat wat mensen 'zijn' niet de vrucht kan zijn van wat ze op zichzelf zijn, onafhankelijk van het andere dan zichzelf en los van elke betekeniscontext, maar dat dat vrucht is van een socialiserings- of identificatieproces.
    Mensen zijn wie ze zijn bij gratie van de positie die zij innemen in tal van referentiesystemen.
    Ook dat heeft de traditionele opvatting gediscrediteerd.

    Het resultaat van deze filosofische ontwikkeling is dat het gros van de academische filosofen weigert een ontologische band te maken van het menszijn naar een realiteit die de absurditeit van de dood kan opheffen.
    Filosofen die deze weg zijn ingeslagen en die in het spoor van Heidegger, Wittgenstein, Foucault, Lacan, Derrida, maar bijvoorbeeld ook Mary Douglas de klassieke zijnsmetafysica hebben verlaten, hebben vaak een sterk uitgesproken interesse voor de bestaande levensvormen, voor tradities, symbolen en rituelen.
    Hun terugkeer naar de traditie impliceert echter geenszins dat ze opnieuw opteren voor de klassieke manier om angst en onzekerheid uit het gezichtsveld te schuiven.

    Sociologen, economen en politicologen geven nog vaak de indruk dat als men aan de maatschappelijke structuren zou kunnen sleutelen zoals men dat zou willen, men wellicht een gemeenschap zou kunnen creŽren waarin weinig wantrouwen en minder onzekerheid en angst zouden bestaan.
    Onder filosofen zijn er diegenen die, wanneer ze het auditorium met een nieuw contingent studenten binnentreden, denken zoals Freud op zijn reis naar Amerika : ďIk breng hun de pest
    Volgens dit soort filosofen doen we er goed aan met de realiteit te leven zoals die realiteit is, zonder compromissen.
    Er zijn er ook die zich verzetten tegen het feit dat sinds Nietzsche systematisch werd geweigerd het hoopgevende en transcendente karakter van de werkelijkheid ter sprake te brengen.
    Volgens hen zijn er wegen om dat, na Heidegger, te doen op een filosofisch verantwoorde manier (Verhack, 2000).
    De cultuur zou ziek zijn van een overheersend Nietzschiaans denken dat functioneert als een zichzelf vervullende profetie.
    Die ontwikkeling zou ertoe leiden dat het zout van de christelijke levensbeschouwing haar kracht verliest (Desmond, 2001).

    Lees verder : Deel II


    22-03-2009 om 18:09 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onzekerheid - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Onzekerheid

    Deel II

    De huidige filosofie is niet alleen kritisch ten aanzien van opvattingen waarin de overgang wordt gemaakt van het in-de-wereld-zijn naar een transcendente realiteit, ze is ook kritisch ten aanzien van elk wijsgerig systeem dat aan maatschappelijke, ethische en esthetische visies een definitief karakter toeschrijft.
    Dit alles heeft implicaties op politiek en maatschappelijk vlak.
    De actuele filosofie staat niet meer in voor de ondersteuning van de klassieke ideologieŽn.
    De studie om de denkbeelden die de socialistische, liberale en christen-democratische visie onderbouwden is afgenomen, ten dele omdat het dogmatische ka-rakter die dit soort studie in het verleden had, niet meer wordt aanvaard, maar ook omdat er binnen de filosofie in de lijn van de culturele mentaliteitswijziging onvoldoende interesse voor bestaat.
    Wat de studie van Marx voor de socialisten en de studie van de verlichte filosofen en economen voor de liberalen betekende was voor de christen-democratie de studie van het personalisme, een filo-sofie waarin expliciet de band werd gemaakt tussen menszijn en de transcendente werkelijkheid.
    Kan een filosofie waarin wordt uitgegaan van het feit dat morele visies niet definitief te funderen zijn een alternatieve basis bieden van waaruit de christelijke beweging energie put ?
    Bestaat er voldoende draagvlak voor de receptie van een academisch verantwoorde filosofie die die band van het menszijn en een transcendente werkelijkheid maakt ?
    Of behoort dit soort filosofische dienstverlening definitief tot het verleden, niet omdat er onwil zou bestaan, maar omdat op zuiver filosofisch vlak de argumenten om het zinperspectief te funderen ontoereikend worden geacht ?

    Naast de filosofie is er ook theologie, althans voor wie een gelovig perspectief respecteert.
    Het zou vreemd zijn indien het hoopgevend karakter van de christelijke levensbeschouwing zijn kracht volkomen zou verliezen zonder de traditionele consolatio philosophiae.
    Het hoopgevend karakter van de christelijke belofte berust tenslotte op geloof en niet op bewijzen.
    Dat geloof heeft geen subjectief manipuleerbare inhoud maar staat voor : de waardigheid van elke mens en vooral diegenen die fysiek of psychisch dreigen te worden vergeten of vertrappeld, het staat voor universele rechtvaardigheid en het besef dat God altijd groter is, niettegenstaande dat Hij zich als medemens om ons tot in de dood is blijven bekommeren.
    Christenen geloven dat Hij zich om ons is blijven bekommeren en dat er dus hoop is.
    Er zijn steeds minder filosofen die voor deze belijdenis een ontologisch fundament zoeken, maar dat zou er de theologen niet van mogen weerhouden de consequenties van deze niet grenzeloos manipuleerbare inhoud maatschappelijk te contextualiseren.
    Het is dit soort contextualisering dat immers humus moet vormen voor ethisch en maatschappelijk engagement.
    Zonder die humus verliezen de moderne democratieŽn het vermogen om de dualisering van de samenleving te verhinderen.

    6. - Verlangen, vertrouwen en hoop

    Zonder zich te laten verleiden maatschappelijke projecten te funderen, leggen tal van filosofen zich vandaag toe op het analyseren en beschrijven van menselijke ervaringen.
    In hun fenomenologische beschrijvingen van angst en onzekerheid en van hun tegenpolen ó hoop en vertrouwen ó komen ze tot het besluit dat de oplossing voor het onzekerheidsvraagstuk er niet kan in bestaan om die onzekerheid op te heffen.
    Integendeel, hoe meer mensen ernaar streven zich voor alles en nog wat te `verzekeren' en hoe meer ze er zich van willen vergewissen dat waar ze van uitgaan zeker is, hoe pijnlijker zich de onzekerheid opdringt (De Dijn, 1993).
    Het probleem van de onzekerheid kan alleen maar worden opgelost door zodanig te leven dat die onzekerheid niet meer als een probleem wordt ervaren.
    De levenshouding die daarvoor nodig is, is getekend door het besef dat niet aan alles wat we verlangen kan voldaan worden.
    Het klinkt wat ouderwets maar van de hoop wordt gezegd dat ze berust op het inzicht dat geen enkele concrete bevrediging van het eigen verlangen ons blijvende perspectieven kan bieden.
    ďDe zin van de hoopverwachting kan er niet in bestaan met wekdromen de illusies van het vooruitgangsgeloof overeind te houden, wel van een gunstig vooroordeel te blijven bewaren ten overstaan van de zin en de waarde van onze historische ondernemingen. Niet door wekdromen, maar door de `patientia' leggen wij ons in grootmoedigheid toe op het 'werk' dat wij te doen hebbenĒ (Verhack, 1995, 429).
    Onzekerheid wordt vooral dan als een probleem ervaren wanneer men aanneemt dat men alleen dan gelukkig zal zijn als men erin slaagt alles waarnaar men verlangt te kunnen bereiken.
    De oorspronkelijke notie `anomie' van Durkheim betekent niet dat er een tekort is aan wet en orde, maar wel dat wanneer de verwachtingspatronen te hoog gespannen zijn de frustratie een bijzonder cynisch wantrouwen gene-reert (Durkheim, 1893).
    Indien er in een samenleving geen door iedereen gewaardeerde projecten bestaan waarin elk individu zijn persoonlijke ambitie kan inschakelen, bestaan er geen prestaties meer op basis waarvan mensen zich geslaagd en gerespecteerd kunnen voelen (Douglas).
    Vandaag heeft men vaak de indruk dat wat men nodig heeft om te slagen datgene is wat men voorlopig nog niet heeft, maar aan die voorlopigheid komt geen einde.
    Op het ogenblik dat het individu door omstandigheden zijn perspectief op verbetering moet opgeven, is de confrontatie met de realiteit bijzonder pijnlijk.

    De vraag die na deze uiteenzetting blijft intrigeren, is hoe het komt dat de bereidheid om zich met overgave in te zetten voor de klassieke ideologische en maatschappelijke projecten na de Tweede Wereldoorlog is afgenomen.
    We hebben een idee gekregen wat die evolutie heeft teweeggebracht.
    Omdat ideologische vertogen veel van hun aantrekkingskracht hebben verloren, is de participatie aan het klassieke verenigingsleven teruggelopen en zal die wellicht nog verder teruglopen (vermindering van het sociaal kapitaal).
    Vooral hoger opgeleiden zijn zich meer op hun persoonlijke lifestyle gaan concentreren.
    De mensen die zich van de kennismaatschappij uitgesloten voelen, hebben bij gebrek aan een intrigerend en integrerend verhaal een anti-verhaal ontwikkeld met een bittere ondertoon.

    Deze consequenties droegen er op hun beurt toe bij dat de gemeenschap op basis van een nieuwe breuklijn verdeeld raakt en dat die verdeeldheid het democratisch project bedreigt.

    De reden waarom de jongere generatie de klassieke maatschappelijke projecten niet meer `cool' vindt, houdt wellicht verband met de manier waarop de jongere generaties omgaan met hun verlangen.
    De oudere generatie was gemakkelijker bereid om bij engagement andere keuzen definitief op te geven, wat impliceerde dat ze gemakkelijker groepsnormen, rollen en de daarbijhorende verbintenissen en labeling aanvaardde.
    De later gekomen generaties zijn er niet op gebrand het vrijblijvend karakter van hun positie op te geven.
    Ze willen zich wel inzetten voor mensen en publieke zaken, maar ze willen tegelijk de mogelijkheid openlaten om morgen eventueel totaal andere dingen te doen.
    Het lijkt vooral het definitieve karakter van de klassieke identificatiepatronen dat hen dwars zit.
    Men kan zich afvragen of deze nieuwe mentaliteit moet worden betreurd of toegejuicht.
    Sommigen juichen ze toe omdat het nettoresultaat van deze ontwikkeling meer vrijheid betekent.
    Anderen betreuren deze evolutie omdat het leidt tot een overdreven preoccupatie met de eigen preferenties en interesses en op die manier de onzekerheid als een probleem doet ervaren.
    De mythe dat aan al onze wensen kan worden tegemoetgekomen, is bijzonder dominant.
    Er is in elk geval geen enkele instantie meer die mensen nog bloed, zweet en tranen kan vragen.
    De consument moet zich, zo neemt men aan, altijd koning wanen.
    Alles is te koop voor om het even wie.
    Het betreft een droom waar mensen vandaag niet graag uit ontwaken.
    De kwestie is dat in een samenleving waarin het verwachtingspatroon zo hoog gespannen is, angst en onzekerheid bijna automatisch als een probleem worden ervaren.

    Vanuit dit perspectief lijkt men te moeten besluiten dat het goed zou zijn indien de klassieke maatschappelijke projecten opnieuw meer greep kregen op de samenleving of dat er zich nieuwe sociale en culturele projecten aandienen die de kwaliteit van het reŽle leven kunnen doen toenemen, projecten waarvan de uitstraling en de respectabiliteit de bereidheid creŽren om het oneindigheidsperspectief van de eigen mogelijkheden op te geven.
    Dergelijke projecten zullen moeten gebaseerd zijn op een breed draagvlak van allerlei maatschappelijke en socioculturele instellingen.
    Wat men van Putnam en Douglas leert, is in elk geval dat sociaal kapitaal, burgerzin, moed en vertrouwen niet door het individu zelf kunnen worden gegenereerd maar wel via groepen, ge-meenschappen en netwerken.

    Literatuur 

    1. BAUMAN, Zygmunt (1992), Intimations of Postmodernity. London, Routledge.

    2. BAUMAN, Zygmunt (1997), Postmodernity and its Discontent. Cambridge, Polity Press.

    3. BAUMAN, Zygmunt (1999), In Search of Politics. Cambridge, Polity Press.

    4. BECK, Ulrich (1986), Risikogesellschaft: auf dem Weg in eine andere Moderne. Frankfurt a. M., Suhrkamp.

    5. BELL, Daniel (1979), The Cultural Contradictions of Capitalism. 2e ed. London, Heineman.

    6. BERNSTEIN, Basil (1971), Class, Codes and Control. Vol. 1: Theoretical Studies towards a Sociology of Language. London, Routledge & Kegan Paul.

    7. BERNSTEIN, Basil (1975), Class, Codes and Control. Vol. 3: Towards a Theory of Educational Transmissions. London, Routledge & Kegan Paul.

    8. BERNSTEIN, Basil (1981), 'Codes, Modalities, and the Proces of Cultural Reproduction: A Model' in Language in Society, 10(1981)3, pp. 327-63.

    9. BERNSTEIN, Basil (1987), 'Social Class, Codes and Communication' in Ulrich AMMON, Norbert DITTMAR, Klaus J. MATTHEIER (eds.), Sociolinguistics/Soziolinguistik. Vol. I. Berlin & New York, Walter de Gruyter, pp. 563-579.

    10. BERNSTEIN, Basil (1990), Class, Codes and Control. Vol. 4: The Structurering of Pedagogic Discourse. London, Routledge.

    11. BERNSTEIN, Basil (1996), Pedagogy, Symbolic Control and Identity: Theory, Research, Critique. London. Taylor & Francis.

    12. BILLIET, Jaak (1998), Structurele determinanten van het stemgedrag en culturele kenmerken van de kiezerskorpsen in Vlaanderen: De verkiezingen van 1995. Leuven, IPSO-Bulletin 1998/2.

    13. BILLIET, Jaak (2001), Structurele determinanten van het stemgedrag en culturele kenmerken van de kiezerskorpsen in Vlaanderen: De verkiezingen van 1999. Leuven, IPSO-Bulletin 2002/.

    14. BILLIET, Jaak, Geert LOOSVELDT (1998), `De houding tegenover migranten en het stemgedrag in Vlaanderen: evolutie tussen 1989 en 1995 en een verklaringsmodel' Marc SWYNGEDOUW, Jaak BILLIET, et al., De (on)redelijke kiezer. Onderzoek naar de politieke opvattingen van Vlamingen op 21 mei 1995. Leuven - Amersfoort, Acco, pp. 81-104.

    15. BOURDIEU, Pierre, L. WACQUANT (1992), An introduction to reflexive sociology. Chicago, University of Chicago Press.

    16. BOURDIEU, Pierre (1998), `La prťcaritť est aujourd'hui partout' in Contre-feux. Paris, Liber-Raison d'agir, p. 95-101.

    17. BRUNDTLAND, Gro Harlem (1999), `Global Perspectives on Mental Health' Speech voor de ministerraad van de Europese Unie, Tampere, Finland, 13 oktober 1999. (http://www.who.int/director-general/speeches/1999/ english/19991013_mental_health.html)

    18. CANTILLON, Bea, IVE Marx (1995a), Naar een sociaal doelmatig tewerkstellingsbeleid. Brussel, Koning Boudewijn-stichting, Brussel.

    19. CANTILLON, Bea, IVE Marx (1995b), `Armoedebestrijding en sociale zekerheid: mogelijkheden en beperkingen' in Marc DESPONTIN, Marc JEGERS (ed.), De sociale zekerheid verzekerd? Vereniging voor economie: 22ste Vlaams wetenschappelijk economisch congres : Brussel 20 en 21 oktober 1995. Brussel, VUB press, pp. 509-549.

    20. COLEMAN, J.S. (1988), Social Capital and the creation of Human Capital, American Journal of Sociology, 94, 95-120.

    21. DE DIJN, Herman (1993), Hoe overleven we de vrijheid. Modernisme, postmodernisme en het mystieke lichaam. Kapellen, Pelckmans.

    22. DERKS, Anton (2000), Individualisme zonder verhaal. Brussel. VUBpress.

    23. DESMOND, William (2001), Ethics and the Between. Albany NY, State University of New York Press.

    24. DE WITTE, Hans (1997), `Is Jobonzekerheid Problematisch? Een pleidooi voor meer onderzoeks- en beleidsaandacht op basis van een bedrijfsenquÍte' in L. VAN HOOF, (red.), De Arbeidsmarktonderzoekersdag. Verslagboek. Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid, Vorming, Leuven, pp. 103-119.

    25. DE WITTE, Hans (1999), `Job Insecurity and Psychological Well-Being: Review of the Literature and Exploration of some Unresolved Issues' in European Journal of Work and Organizational Psychology, 8 (2), pp. 155-177.

    26. DE WITTE, Hans (2000), `Arbeidsethos en Jobonzekerheid: Metingen en Gevolgen voor Welzijn, Tevredenheid en Inzet op het Werk' in: R. BOUWEN, K. DE WITTE, H. DE WITTE, T EN TAILLIEU, (red.), Van Groep tot Gemeenschap, Liber Amicorum Prof.Dr. L. Lagrou, Leuven, Garant.

    27. DOBBELAERE, Karel, Mark ELCHARDUS, et al. (2000), Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen. Tielt, Lannoo, Koning Boudewijnstichting.

    28. DOUGLAS, Mary (1966), Purity and Danger. An Analysis of Concepts of Pollution and Taboo. London, Routledge and Kegan Paul.

    29. DOUGLAS, Mary (1970), Natural Symbols. Explorations in Cosmology. . London, Tavistock Publications.

    30. DOUGLAS, Mary (1985), Risk Acceptability According to the Social Sciences. New York, Russell Sage Foundation.

    31. DOUGLAS, Mary (1992), Risk and blame: essays in cultural history. London, Routledge.

    32. DOUGLAS, Mary (2001), Dealing with Uncertainty. Multatuli lecture, Leuven.

    33. DURKHEIM, …mile (1893), De la division du travail social. …tude sur l'organisation des sociťtťs supťrieures. Paris, Alcan; (Quadrige), Paris, Presses Universitaires de France, 1991.

    34. DURKHEIM, …mile (1897), Le suicide. …tude de sociologie. Paris, Alcan; (Quadrige), Paris, Presses Universitaires de France, 1986.

    35. ELCHARDUS, Mark (1994), Op de ruÔnes van de waarheid. Lezingen over tijd, politiek en cultuur. Leuven, Kritak.

    36. ELCHARDUS, Mark (1999), `Democratie zonder politiek' in Samenleving en politiek (6)2, 30-43.

    37. ELCHARDUS, Mark, Wendy SMITS (1999), `Een paar bouwstenen voor een democratie' in Samenleving en politiek (6)3, 36-46.

    38. ELCHARDUS, Mark, Luc HUYSE en Marc HOOGHE (red.) (2000), Tussen burger en overheid. Een sociologische, politiek-wetenschappelijke en juridisch-wetenschappelijke studie van het middenveld en de democratische politieke structuur. Brussel, Leuven, DWTC.

    39. ELCHARDUS, Mark, Wendy SMITS (2000), Een wantrouwig landje. Maatschappelijk vertrouwen in Vlaanderen. Onderzoeksrapport TOR 2001/3, Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

    40. ELCHARDUS, Mark, (2000), `L'extrŤme-droite dans la sociťtť de la connaissance' in H. DUMONT, P. MANDOUX, P. STROWEL, F. TULKENS (eds.), Pas de libertť pour les ennemies de la libertť? Groupements liberticides et droit. Brussel, Bruylant, 53-81.

    41. ELCHARDUS, Mark, Koen PELLERIAUX, De nieuwe sociale kwestie. Begripsverduidelijking en discussienota. Onder-zoeksrapport TOR 2001/1, Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

    42. EVS (1999), Resultaten van de European Values Study 1999 ons ter beschikking gesteld door Jan Kerkhofs.

    43. FISKE, John (1992b), 'Cultural Studies and the Culture of Everyday Life' in Lawrence GROSSBERG, Cary NELSON, Paula TREICHLER (eds.), Cultural Studies. New York & London, Routledge, pp. 154-173.

    44. FLAUSCH, Allain (ed.) (1998), IP Lifetime '98, Backstage speciale uitgave. Brussel IP.

    45. FUKUYAMA, Francis (1995), Trust. The Social Virtues and the Orientation of Prosperity. New York, The Free Press.

    46. FUKUYAMA, Francis (1999), The Great Disruption: Human Nature and the Reconstitution of Social Order. New York, The Free Press.

    47. FUREDI, Frank, Culture of Fear: Risk Taking and the Morality of Low Expectations, London, Cassell, 1997.

    48. HOOGHE, Marc (red.) (2000), Sociaal Kapitaal en Democratie. Leuven, Acco.

    49. JACOBS, Dirk, Koen ABTS, Karen PHALET, Marc SWYNGEDOUW (2001), Verklaringen voor etnocentrisme. De rol van sociaal kapitaal, sociaal economische zekerheid, sociale integratie en gevoelens van discriminatie. Een verkenning. Ipsom-bulletin, 2001/3

    50. KNACK, S., P. KEEFER (1997), `Does Social Capital have an Economic Payoff? A Cross-Country Investigation' in Quarterly Journal of Economics, 112, pp. 1251-1288.

    51. LOURY, G.C. (1977), `A Dynamic Theory of Racial Income Differences' in WALLACE, P. (ed), Women, Minorities and Employment Discrimination. Lexington, MA Heath.

    52. MAFFESOLI, Michel (1988), Le Temps des Tribus: Le Dťclin de l'Individualisme dans les Sociťtťs de Masse. Paris, Mťridiens Klincksieck.

    53. MOESEN, Wim (2000), `Maatschappelijk kapitaal en economische performantie' in Leuvense Economische Standpunten, 2000. 97, Katholieke Universiteit Leuven.

    54. MOESEN, Wim, Laurens CHERCHEY (1998), The Macro-Economic Performance of Nations: Measurement and Perception, Center for Economic Studies Discussion Paper 1998. 22, Katholieke Universiteit Leuven.

    55. MOESEN, Wim, Laurens CHERCHEY (1999), It Pays to be Decent: on the Relationship between microsocietal values and the macroeconomic peformance of nations, Center for Economic Studies Discussion Paper juni 1999, Katholieke Universiteit Leuven.

    56. MOESEN, Wim, Laurens CHERCHEY, Tom VAN PUYENBROECK (2000), Trust as Societal Capital: Economic Growth in European Regions, Center for Economic Studies Discussion Paper 2000.01, Katholieke Universiteit Leuven.

    57. MOESEN, Wim, Laurens CHERCHEY (2001), Trust in the Public sector and Economic Performance: Strengths and Weaknesses of Belgium Inc., Center for Economic Studies Discussion Paper march 2001, Katholieke Universiteit Leuven.

    58. PUTNAM, Robert (1993), Making Democracy Work, Princeton, Princeton University Press.

    59. PUTNAM, Robert (1995a), `Bowling Alone: America's Declining Social Capital' in Journal of Democracy, 6(1), pp. 65-78.

    60. PUTNAM, Robert (1995b), `Tuning In. Tuning Out. The Strange Dissapearance of Social Capital' in PS: Political Science and Politics 28(4), pp. 664-683.

    61. PUTNAM, Robert (2000), Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community. New York, Simon & Shuster.

    62. RAES, Koen (1997), Het moeilijke ontmoeten: Verhalen van alledaagse zedelijkheid. Brussel, VUBpress.

    63. RIESMAN, David, Nathan GLAZER, Reule DENNEY, (1953) The Lonely Crowd: a Study of the Changing American Character, Garden City (N.Y.), Doubleday.

    64. ROSANVALLON, P., La nouvelle question sociale. Repenser l'ťtat-providence. Paris, Seuil.

    65. SLATER, Don (1997), Consumer Culture and Modernity. Cambridge, Polity press.

    66. SROLE, L. (1959), `Social Integretion and certain Corrolaries: An Exploratory Study' in American Sociological Review, 21, p. 707-616.

    67. VAN POECKE, Luc (2000), `Media Culture and Identity Construction: The Shift from Modernity to Postmodernity' in Bart PATTYN, Media Ethics: Opening Social Dialogue. Leuven, Peeters.

    68. VAN POECKE, Luc (2001), Reclameteksten lezen. Leuven, Garant: in druk.

    69. VERHACK, Ignace (1995), `Leven van de hoop: Tussen wekdromen en verwachting' in B. PATTYN, et al., Wegen van hoop: Universitaire perspectieven. Bundel aangeboden aan Rector Roger Dillemans. Leuven, Universitaire Pers Leuven, pp. 415-430.

    70. VERHACK, Ignace (2000), De mens en zijn onrust: over het raadsel van de beweging. Leuven, Acco.

    71. VISKER, Rudi, Truth and Singularity. Taking Foucault into Phenomenology. Dordrecht, Kluwer, 1999.

    Cfr. : http://www.ethische-perspectieven.be/viewpic.php?LAN=N&TABLE=EP&ID=95




    IV - Omgaan met onzekerheid
    - Multatuli-lezing, Leuven, 12-05-2001 -
    - cfr. : http://www.multatuli-lezing.be/page.php?LAN=N&CID=8&FILE=congres -

    Mary Douglas, Emeritus Professor, University College London
    - Vertaling Ria Vandebeek -

    Op zaterdag 12 mei werd in de Universiteitshal onder grote publieke belangstelling de zesde Multatuli-lezing gehouden.
    Mary Douglas en Robert Putnam spraken over het thema `Angst en onzekerheid in de moderne samenleving'.

    Mary Douglas maakte naam in de zestiger jaren met studies die in het verlengde lagen van haar antropologisch onderzoek in het voormalig Belgisch Kongo.
    In `Purity and Danger' (1966) en `Natural Symbols' (1970) paste ze haar antropologische inzichten toe op de westerse samenleving en kwam tot de bevinding dat het geloof in de mogelijkheid van het individu de zorg en de inzet voor gemeenschappelijke gewoonten en rituelen ten onrechte in de schaduw stelde.
    Later publiceerde ze ondermeer over consumentengedrag ('World of Goods', 1979) de implicaties van de organisatiestructuur van instellingen ('How Institutions Think', 1986) en de collectieve perceptie van risico's en onzekerheid ('Risk and Blame', 1992).
    De laatste jaren legde ze zich voornamelijk toe op de interpretatie van oudtestamentische wetsbepalingen ('Leviticus as Literature', 1999).

    In de sciencefictionparabel van C.S. Lewis, heeft de planeet Perelandra geen vaste grond.
    Het golvende landschap is er voortdurend in beweging en waar je kort tevoren veilig kon lopen, duiken plots afgronden op.1
    De rationele wezens die er leven, hinkelen er, telkens wanneer het eilandje waarop ze staan onder hun voeten wegzinkt, naar een ander.
    Ze zijn dat zo gewoon en vinden het vanzelfsprekend dat er geen zekerheden bestaan.
    Voor de aardbewoner die de planeet bezocht, veronderstelde het een totaal andere ingesteldheid.
    Maar waarop baseerde de bezoeker zijn idee van de zekerheid dat alles wat hem omgeeft een vaste plaats heeft ?
    Is onzekerheid niet veeleer de norm terwijl zekerheid een illusie is ?
    Vandaag biedt ons een unieke gelegenheid om na te denken over hoe mensen omgaan met scepticisme, twijfel en onzekerheid.

    De vragen sluiten aan bij het actuele debat over risico in het Verenigd Koninkrijk.
    Opiniepeilingen wijzen steevast uit dat het publiek geen vertrouwen heeft in de regering.
    Mensen verdenken de overheid ervan dat ze de informatie om belangrijke risico's te kunnen inschatten, achterhoudt, waaruit risico-analisten concluderen dat de regering de toegang tot de informatie moet vergemakkelijken en onderzoek moet aanmoedigen.
    Ze nemen aan dat meer openheid zal leiden tot meer begrip terwijl het publiek vandaag niet weet wat het moet geloven.
    Meer informatie zou leiden tot meer zekerheid, het publiek zou meer vertrouwen krijgen in zijn woordvoerders en onredelijke angsten zouden bedwongen worden.
    Dit advies is te lezen in een gespecialiseerd onderzoek.2

    Mijn stelling is dat zekerheid geen stemming is, noch een gevoel, maar een institutie.
    Zekerheid is maar mogelijk als onzekerheid institutioneel wordt geblokkeerd.
    De meeste individuele beslissingen die te maken hebben met risico worden genomen onder druk van instellingen.3
    Als we nu meer onzekerheid merken, is dat omdat er iets gebeurd is met de instellingen die onze overtuigingen schragen.
    En precies dat moeten we bestuderen.

    In mijn studententijd gingen de sterkste controversen in de antropologie over de vraag waarom 'andere volkeren', dit wil zeggen, mensen die niet leefden in de ontwikkelde kapitalistische maatschappij, zo zeker konden zijn van hun absurde overtuigingen.

    Waarom negeerden ze, bij het zoeken van verklaringen voor hun tegenslagen, de natuurkundige en wetenschappelijke feiten om in plaats daarvan te putten uit hun geloof in geesten, magie en taboes ?
    Hoe konden ze zo hardnekkig blijven vasthouden aan hun dwalingen ?
    Antropologen wijdden hun energie aan het verdedigen van de zogenaamd irrationele overtuigingen van andere volkeren en ik zal deze traditie verderzetten.

    1. - Waarom hebben we zekerheid nodig ?

    In de moderne post-industriŽle kapitalistische samenleving oefenen sterke instellingen controle uit over kennis.
    Het landschap is letterlijk bezaaid met allerlei specifieke zekerheden.
    Professionele instellingen maken normen, zien erop toe dat deze worden toegepast en sanctioneren afwijkingen.
    In rechtszaken zijn feiten essentieel.
    Onze rechtbanken eisen nauwkeurigheid en kennis die up to date is en krijgen die ook.
    Hoe komt het dan dat er desondanks een groeiend gevoel van onzekerheid heerst ?
    Omdat de zekerheid die wetenschappers bereiken het product is van sterk gespecialiseerde denkwijzen, tests en wetenschappelijke bewijsvoering, en de resultaten ervan slechts toepasbaar zijn op een zeer specifiek domein.
    Dankzij de wetenschappelijke vooruitgang, weten we meer over fysieke doodsoorzaken, kunnen we ziekten beter bestrijden, kunnen we sneller reizen, langer leven enzovoort.
    De zekerheidsopvatting die in deze context opgeld maakt, berust op de idee dat zekerheid het resultaat is van de confrontatie van neutrale geesten met harde feiten.
    Als onzekerheid evenredig is met de hoeveelheid ongestaafde of niet algemeen aanvaarde feiten dan moet het gemeenschappelijk gevoel van onzekerheid, paradoxaal genoeg, de laatste 300 jaar enkel zijn toegenomen.
    Hoe verder we gaan in het toeschrijven van zekerheid aan wetenschap, met des te meer factoren we rekening moeten houden om wat dan ook te verklaren.
    De wetenschappelijke kolonisering van meer en meer theoretische domeinen gaat intussen steeds verder.
    Het wemelt van nieuwe en half geteste theorieŽn op zoek naar feiten die hen schragen, wat ertoe bijdraagt dat onzekerheid, op een algemeen niveau, aan de orde van de dag is.

    We hebben zekerheid nodig als basis om geschillen te beslechten.
    Niet omwille van intellectuele voldoening, nauwkeurigheid of voorspelbaarheid op zich, maar omwille van politieke en gerechtelijke redenen.
    Het ochtendnieuws op de Engelse radio maakt regelmatig gewag van drie actuele thema's : de vraag welk beleid men de laatste tien jaar in de strijd tegen de gekkekoeienziekte had moeten voeren; de onenigheid tussen regeringsad-viseurs en boeren over de aanpak van mond- en klauwzeer; de gevaren van genetisch gemanipuleerde organismen.
    Dit zijn in de grond technische zaken met politieke, economische en ecologische implicaties.
    Experts kunnen niet deskundig zijn in al deze deelgebieden.
    Is het dan ook niet verwonderlijk dat ze als best geschikte richtlijn voor risicobeleid voorstellen de informatie toegankelijker te maken ?
    In het ergste geval is dit advies ingegeven door wanhoop, in het beste geval berust het op een misvatting over kennis.

    Het echte probleem is niet kennis, maar overeenstemming.
    Experts, vertegenwoordigers van het publiek en overheidsinstellingen hebben allemaal hun eigen achterban.
    Een debat over een delicaat onderwerp is gedoemd lastiger te worden, naarmate er meer mensen zonder onderscheid een stem in het kapittel hebben.
    Hoe meer de technische aspecten toegankelijk gemaakt worden voor ondeskundigen, hoe kleiner de hoop ooit tot een besluit of beleid te komen.
    Waarom spreken intelligente mannen en vrouwen op zulke naÔeve wijze ?
    Ze moeten er zich toch bewust van zijn dat feiten op zichzelf niet voldoende zijn om een onbetwistbare beslissing te kunnen afdwingen.
    Ze moeten zich realiseren dat het openen van het debat voor jan en alleman de besluitvorming onmogelijk maakt.
    Waarom betreuren ze het verlies van zekerheid ?
    En waarom willen ze zekerheid ?
    De politiek van openheid zal onvermijdelijk het omgekeerde resultaat hebben.

    Als dit het beste is dat de experts kunnen verzinnen om de BSE- en MKZ-crises aan te pakken, doen ze dit dan omdat ze hun verstand kwijt zijn of omdat ze op een redelijke manier het grootst aanvaarde paradigma zoeken in de cultuur waarin ze leven ?
    Zelfs als de vertegenwoordigingsdemocratie niet op alles een antwoord heeft, dan nog is het een idee dat aanvaardbare remedies voortbrengt.
    De aanvaardbaarheid van hun aanbeveling verhult de barsten in de logische argumentering.
    Helaas beneemt het ook het uitzicht op de juiste antwoorden.

    We weten dat zekerheid niet kan worden geperst uit feiten.
    Dit betekent dat om een discussie te sluiten men een andere manier moet vinden dan enkel het beroep doen op feiten.
    Het is zelfs door op feiten een beroep te doen dat de verhitte discussie verzandt.
    Politiek dispuut gedijt immers op het in twijfel trekken van feiten.
    Daarom zal toegankelijkere informatie leiden tot meer onzekerheid.
    Wat je moet doen om zekerheid te scheppen, is de informatiestroom controleren.
    Dat is slecht nieuws voor risicoanalisten die aanbevelingen moeten doen voor een beleid en slecht nieuws voor journalisten op zoek naar een verhaal.
    Vergeet niet dat het zelfs in de beste tijden moeilijk genoeg is een gemeenschap samen te houden.
    Onenigheid over feiten leidt tot tweedracht en maakt vriendschap kapot.
    Zonder overeenstemming kunnen discussies eindeloos blijven doorgaan.
    Zonder enige zekerheid kan de samenleving geen verantwoordelijkheidszin verwachten en zonder verantwoordelijkheidszin is er geen samenleving.
    Het is een vicieuze cirkel.
    Frustratie voedt kwaadwilligheid.
    Zo gauw onbevooroordeelde partijen een definitieve oplossing willen, zal er druk zijn om zekerheid te scheppen.

    2. - Sinistere zekerheid

    In een liberale democratie heeft zekerheid sinistere aspecten.
    Ze heeft behoefte aan gezag om interpretaties te schragen en om afwijkende meningen te controleren.
    Er bestaan verscheidene afsluitingsstrategieŽn die bijdragen tot het creŽren van een onpersoonlijk en indirect gezag.
    Bijvoorbeeld : een groep die een bepaalde reeks overtuigingen tracht om te vormen tot zekerheden, kan zichzelf van de buitenwereld afsluiten, vreemde-lingen uitstoten, hen bestempelen als barbaren, hen niet toelaten tot bijeenkomsten, gemengde huwelij-ken verbieden en de idee van een zuiver ras ophemelen.
    Dit werkt zeer goed als verdediging tegen de ravages die onzekerheid kan aanrichten.
    Buitenstaanders kunnen dan niet vrijuit spreken.
    Doen ze dat toch, dan telt hun mening niet.
    Hoewel er gezag is, is het systeem niet autoritair in de gewone betekenis van het woord.
    De controles worden opgelegd door zelfbewaakte grenzen.

    In een liberale democratie worden deze strategieŽn niet geaccepteerd.
    Toewijding aan vrij onderzoek maakt deel uit van de grondwet.
    Dit is ťťn van de oorzaken waarom zekerheid op zichzelf een probleem is in deze omstandigheden.
    Als er een afweging moet worden gemaakt tussen zekerheid en openheid, is de democratie geneigd te kiezen tegen de voorwaarden die zekerheid bevorderen.
    Er bestaan ook positievere strategieŽn die we moeten bespreken.
    Maar ook deze hebben alle ó vanuit een liberaal standpunt gezien ó belangrijke nadelen.
    De culturen die zekerheid bereiken, hebben belemmeringen ingesteld voor alternatieve meningen, ze stoppen discussies die hun geordende wereldbeeld zouden kunnen ondermijnen en dat moeten ze ook doen als ze de bedoeling hebben te beletten dat hun gemeenschap uit elkaar valt.

    Wat ons betreft, wij zijn beslist een periode binnengegaan waar onzekerheid formeel erkend wordt.
    Precies dit esoterische aspect van onze cultuur zou een zeker theoretisch belang kunnen hebben voor de analyse van risico.
    Wat voor het huidige betoog belang heeft, is dat dit onvermijdelijk in ťťn of andere vorm zou zijn bereikt in een open democratie.
    De vorm die het bij ons aanneemt is mathematisch, analytisch, het resultaat van te ver doorgedreven gerechtelijke aspecten van zekerheid en de poging de zekerheidszoekende wetenschappelijke praxis uit te breiden.

    3. - Onbepaaldheid

    In de laatste 100 jaar zijn we getuige geweest van een reeks tendensen weg van het realisme en weg van een filosofie die uitgaat van vaste grondbegrippen.
    Die tendensen kunnen worden beschouwd als aspecten van het lange gevecht van de confirmatietheorie.
    Deductieve logica heeft regels om geldigheid te bepalen; het volgen van deze regels leidt tot zekerheid.
    Inductieve logica heeft geen geldigheidsregels; ze brengt gissingen voort die weerlegd kunnen worden door feiten.4

    Het principe van onbepaaldheid is een hedendaagse ontdekking.
    Het is zeer abstract, gebaseerd op een reeks zeer rigoureuze bewijzen en is dus niet van dezelfde orde als de onzekerheid van een regeringsdepartement of een gewone persoon met betrekking tot wat hij moet doen.
    Het is niet het soort onzekerheid waar de man in de straat van wakker ligt.
    Het is enkel bekend in een zeer klein deeltje van onze samenleving, dat wil zeggen in kleine gemeenschappen van filosofen en mathematici.
    Het is niets nieuws.
    In gelijkaardige elitaire intellectuele kringen hebben oosterse sagen sinds mensenheugenis inherente onzekerheid onderwezen.
    Alle religies hebben Gods ondoorgrondelijkheid gepredikt.
    En dan toonde GŲdel aan dat een onwrikbaar wiskundig bewijs onmogelijk is.
    Dit zou het filosofisch begronden hebben moeten ondermijnen.
    Het schokte wel degelijk het vertrouwen in het vooruitgangsgeloof dat onze kennis berust op heldere wiskundige ideeŽn.
    De mogelijkheid van zekerheid werd kritisch onder de loep genomen en brokkelde stukje bij beetje af.
    De verzamelingenleer is onbepaald; statistische gevolgtrekkingen bleken onzeker, de quantumfysica ontwikkelde haar onzekerheidsprincipe, de speltheorie kan geen vaste resultaten voorleggen; Quine ontdekte dat feiten niet voldoende zijn om een theorie te schragen.

    Dit zijn allemaal uiterst gespecialiseerde aanvallen op bewijzen en zekerheid.
    De meesten van ons kunnen gewoon ongestoord verder leven.
    Een aanval op vergelijkbaarheid zou vernietigender zijn.
    Misschien zijn we nooit zo onnozel geweest om aan te nemen dat gelijkvormigheid een eigenschap is van de dingen, maar de leer van ťťn bepaalde filosoof zou ons ten zeerste moeten verontrusten : Goodman insisteert dat gelijkvormigheid niet ligt in de natuur van de dingen die wij als gelijkvormig beschouwen.
    Herkenning van gelijkvormigheid hangt af van culturele training.5
    Dit zou een harde klap moeten zijn voor de mogelijkheid van zekerheid en een echte oppepper voor onbepaaldheid.

    Desondanks zijn de meesten van ons bereid te vertrouwen op analogie.
    Een zaak of een situatie lijkt zoveel op een andere dat we ze op een gelijkaardige manier behandelen.
    We trachten van het model meer gemeenschappelijke punten te deduceren dan de zichtbare gemene eigenschappen.
    Als we beseffen dat analogie niet betrouwbaar is omdat ze gebaseerd is op vergelijkbaarheid, die niet betrouwbaar is, wordt de vraag nog prangender.
    Vanwaar komt ons vertrouwen in bepaalde kennis ?
    Het antwoord is een cultureel leerproces.

    Het schitterende aan onbepaaldheid, voor de antropologie althans, is dat onze mysterieuze problemen met de gedachtewereld van andere volkeren opeens gelden voor alle menselijke wezens.
    We zijn allen schepsels die leven in onzekerheid en dit sinds het begin der tijden; terwijl we zo goed mogelijk het hoofd bieden aan deze onzekerheid, blijven we zoeken naar zekerheid.
    We roepen instellingen in het leven die onze waardevolle ideeŽn beschermen.
    We bedienen ons van analogieŽn om deze op te bouwen als kaartenhuisjes, het ene broze idee leunend tegen een ander dat even breekbaar is, met enkele centrale begrippen om ze op hun plaats te houden, als een dak.

    4. - De zekerheden van andere volkeren

    Andere volkeren slagen erin voldoende zekerheid te creŽren om samen te leven in stabiele gemeenschappen door zich te verschansen achter enkele grote analogieŽn.
    Hier volgen enkele voorbeelden van vreemde ideeŽn die mensen in het volste vertrouwen aanhangen omdat ze allesomvattende analogieŽn hebben gevormd die verklaren hoe de wereld is.

    Toen Evans-Pritchard veldwerk deed in Soedan, werd hij geconfronteerd met een vreemde opvatting van de Nuer, waarvan zij rotsvast overtuigd waren.
    Ze vertelden hem dat zij geloofden dat tweelingen vogels waren.6
    Deze bewering leek op een beroemd geval waar van de Bororo in Zuid-Amerika werd gemeld dat zij Bororo als papegaaien beschouwden.
    Dit was een gelegenheid om iets toe te voegen aan de reeds uitgebreide literatuur over volkeren die geloofden dat ze vogels waren, dus trachtte hij de Nuer zover te krijgen dat ze hem vertelden was ze hiermee precies bedoelden.
    Hij was niet bereid welke verklaring dan ook van hun bizarre opvatting te accepteren die een beroep deed op een primitieve mentaliteit of zelfs een mentaliteit die verschilde van de onze of een andere logica.
    Dus trachtte hij te achterhalen wat het werkwoord `zijn' voor hen betekende.

    Wat volgt, roept een vleugje van het aroma op van zijn conversatie met de Nuer.
    Zij vertellen hem dat menselijke tweelingen vogels zijn.
    Hij doet zijn uiterste best om hen te redden uit deze tegenspraak, maar ze willen niet gered worden.
    - ďWil je zeggen dat tweelingen lijken op vogels ?Ē
    - ďNeen
    Ze blijven vriendelijk volhouden dat ze de uitdrukking niet gebruiken als een vergelijking of metafoor.
    Evans-Pritchard tracht dit te verifiren door te vragen of het tegendeel opgaat :
    - ďZijn vogels tweelingen ?Ē
    - ďNeen, natuurlijk niet,Ē zeggen de Nuer.
    Dus draait hij het om :
    - ďWel, is deze tweeling dan een vogel ?Ē
    - ďNeen, natuurlijk niet,Ē zeggen de Nuer.
    En ze gaan door met hem een structuralistische verklaring van de wereld te geven.
    Tweelingen staan dicht bij God.
    God leeft in de hemel, mensen leven op aarde, ver van God verwijderd; vogels leven in de lucht en zijn dichter bij God dan andere schepsels.
    Dus als tweelingen dicht bij God staan en vogels dicht bij God zijn, zijn tweelingen vogels.
    En daarom, zo voegen ze eraan toe om hun zaak te besluiten, begraven ze tweelingen nooit in de grond.
    De Nuer vonden dat daarmee alles was gezegd dat nodig was.
    De vragen leken hen volkomen belachelijk.
    Zij hebben hun ethnograaf een structurele opvatting bijgebracht van hun kosmologie.
    Stukje bij beetje ontdekt hij het onuitgesproken deel van hun redenering.

    Hun wereld is geordend volgens bepaalde grote kosmische analogieŽn of classificaties waarbij iets wordt geplaatst tegenover zijn tegendeel.
    De tegenstelling boven-beneden is ťťn van de meest betekenisvolle voor hun begrip van de kosmos.
    Veel van hun religieuze overtuigingen worden bepaald door dit contrast.
    Andere analogieŽn behelzen de tegenstelling tussen tam en wild, hetgeen een kader biedt voor morele categorieŽn; rechts en links geeft vorm aan de tegenstelling tussen mannelijk en vrouwelijk en zo zijn er nog een heleboel analogieŽn die in elkaar passen.
    Deze analogieŽn werken op verschillende niveaus.
    Op een praktisch niveau : als we zeggen ďkippen zijn vogelsĒ dan delen we de kippen in bij dezelfde soort als de andere vogels en - al kunnen we ons niet voorstellen dat dit ooit betwist zou worden - het kan empirisch worden getoetst.
    ďTweelingen zijn vogelsĒ kan niet worden getoetst.
    Het geldt enkel op het diepste kosmische niveau : tweelingen zijn vogels in een analogie die geldt als we denken over God als schepper wiens plaats boven alles is.
    We moeten dit begrijpen vanuit de relatie 'boven-beneden'.

    Door hun talrijke rituelen voor tweelingen eren de Nuer de grote ordening van schepping.
    En ze hebben een volkomen zekerheid bereikt; Evans-Pritchard vond hen arrogant wat de juistheid van hun eigen theorieŽn betreft.
    Op de ťťn of andere wijze hebben ze de geloofwaardigheid ervan geÔnstitutionaliseerd.
    Maar hoe hebben ze dat gedaan ?
    Hoe hebben ze die absolute zekerheid verworven dat tweelingen hemelse wezens zijn ?
    Hoe speelden ze het klaar om het eens te worden met een kwart miljoen mensen ?
    Waar je ook gaat in het land van de Nuer en het lichaam van een dode tweeling in de kruin van een boom ziet, je zal dezelfde reeks overtuigingen terugvinden.
    Hoe speelden ze het klaar om het eens te worden over een specifieke reeks analogieŽn ?
    Analogie is op zichzelf te zwak om te verklaren hoe ze zekerheid bereikten.
    We moeten dus aantonen hoe analogie geÔnstitutionaliseerd kan worden tot een krachtig paradigma dat alle denken in zijn greep houdt.

    5. - GeÔnstitutionaliseerde kennis bij de Berbers

    Een microkosmos van het hele universum beheerst de kosmologie van de Kabyle die de taal van de Berbers spreken.
    Pierre Bourdieu heeft hen bestudeerd.
    Hij noemt het proces dat de microkosmos doet ontstaan `de logica van de praxis'.
    Deze Noord-Afrikaanse boeren projecteren de kosmos op de organisatie van hun leven.7
    Ze hebben de voornaamste categorieŽn van hun kennis vorm gegeven in hun dagelijkse routines.
    We hebben gezien dat de Nuer de kosmos opdelen in boven-beneden en andere analoge tegenstellingen creŽren, zoals die tussen tam en wild.
    De Berbers integreren alles door hun aandacht te richten op de jaarlijkse cyclus van de seizoenen.
    Zij stellen twee delen van het jaar tegenover elkaar : koud en nat versus heet en droog.
    Elk seizoen vraagt om verschillende soorten werk en vermits mannen en vrouwen werken in verschillende delen van het territorium in verschillende periodes, kunnen de verschillende manieren om het land te bewerken en de verdeling van het werk volgens geslacht zeer volledig en met grote nauwkeurigheid worden afgelezen uit de seizoenen.
    Kalender, werk en geslacht worden systematisch afgebakend in tijd en ruimte.

    Het landbouwjaar is de hoofdanalogie die alle andere absorbeert, het kernmodel voor al hun verhoudingen met elkaar en met de dingen.
    Het contrast tussen licht en donker komt overeen met het contrast tussen zomer en winter, nacht en dag, oost en west.
    Zomer en winter bepalen de tegen-stelling tussen nat en droog, warm en koud, oost en west, zonsopgang en zonsondergang, geboorte, groei en aftakeling.
    Leven en dood en elk begin en einde worden gesymboliseerd door rituelen en afzonderingsregels.
    In de ruimte van het huis worden de algemeen aanvaarde tegenstellingen tussen oost en west, mannelijk en vrouwelijk, leven en dood omgekeerd omdat de patronen van licht en donker, warm en koud, mannelijke en vrouwelijke werksferen een ingewikkelde omkering ondergaan.8

    De oorspronkelijke ordening van de wereld voegt alles samen en doet de voornaamste normatieve principes ontstaan.
    Hoe je je moet gedragen, ligt duidelijk vast voor elke plaats en tijd en degene die de onontkoombare feiten negeert, stelt zich bloot aan kritiek.
    De Berbers hebben een kennisstructuur ontwikkeld die de categorieŽn van het universum beschermt tegen vragen.
    Dit geeft zekerheid omdat het zeer moeilijk zou zijn persoonlijke twijfels te hebben als al de anderen in de gemeenschap zich aanpassen.
    En vermits het werk op de hoeves aangepast moet zijn aan de seizoenen, ligt de bevestiging in de twee handen, in het gereedschap en het leven van de dieren.
    De natuurlijke wereld is er getuige van evenals de gemeenschap van medewerkers van wie elke persoon afhankelijk is.
    Elke intellectuele categorie die het kind leert, is ingebed in de materiŽle ervaringen die het leert kennen.
    De taal wikkelt zich rond de classificaties.

    Elke categorie afzonderlijk ondersteunt de rest en samen vormen de analogieŽn een stevig kader voor het denken.
    Hier moeten we opmerken dat de prijs voor het bereiken van zekerheid door zo'n allesomvattend denksysteem het bemoeilijken van alternatieve zienswijzen is.

    Dit is niet het type van samenleving dat nieuwe kennis zal ontwikkelen; alle inspanningen dienen om de traditie te ondersteunen.
    Mensen die geloven dat de aarde plat is, creationisten ťn hedendaagse Galileo's kunnen hieruit een les trekken.
    De samenleving die kiest voor zekerheid is noch tolerant, noch behept met intellectuele nieuws-gierigheid.

    6. - Het zwakke punt van analogie

    De verdienste van analogie is dat het een aanzienlijke vrijheid van interpretatie toelaat.
    Mary Hesse schrijft over de kracht van analoog denken voor wetenschappers tijdens de zeer creatieve momenten van hun werk.9
    Een analogie vergelijkt twee dingen die gedeeltelijk aan elkaar gelijk zijn, maar niet helemaal, anders zouden ze hetzelfde zijn.
    Grijze zones en onzekerheid bestaan naast een kern van gemene eigenschappen.
    Precies deze ambiguÔteit opent de geest voor mogelijke alternatieven en voedt vernieuwing.
    Het gevoel dat het past, draagt de overtuiging.
    Het is een illusie.
    Als het waar is wat we hierboven hebben gezegd, namelijk dat twee dingen als gelijkaardig kunnen worden beschouwd omwille van eigenschappen die ze gemeen hebben, kan de waarheid van het analogisch argument niet gebaseerd zijn op gelijkheid.10
    Overeenkomst is een culturele verworvenheid.
    Waaruit komt de overtuigings-kracht van analogie voort ?
    Uit oefening.

    Voor hen die geoefend zijn in het herkennen van een beperkte reeks van abstracte gelijkenissen ligt de interpretatie van de analogie voor de hand.
    Tegen een Nuer zeggen : ďTweelingen zijn vogelsĒ behoeft geen verdere uitleg.
    Een goed gekozen analogie is de beste manier om een dispuut te sluiten.
    Het spreekt emotioneel veel meer aan dan een logisch syllogisme.
    Een analogie moet verder gaan dan een goedgekozen beeld, het weidt gewoonlijk uit over equivalenties en proporties.
    Het geeft onmiddellijk plezier als je het gevoel hebt dat de analogie gepast is.
    Thomas van Aquino zei : ďDe zinnen scheppen genoegen in dingen die goed geproportioneerd zijn, als in iets dat met hen verwant is. Want ook de zintuiglijke waarneming is een soort van rede zoals elk cognitief vermogenĒ.11

    Om de analogie overtuigend te maken, volstaat het echter niet dat ze gepast is.
    Bovenal moet de betekenis ervan welkom zijn.
    Ze zal makkelijk geaccepteerd worden als ze de toehoorders goed zit.
    En ze zal gemakkelijk zitten als ze hun zorgvuldig opgebouwde verdedigingen tegen vrijheid van interpretatie versterkt.
    Het is niet de onbepaaldheid op zichzelf die hen stoort.
    Ze zijn bezorgd over het soort van samenleving dat ze opbouwen.
    Ze willen ambiguÔteit verminderen en controle uitoefenen over interpretatie.
    Ze willen zekerheid over de dingen waarvan zij willen dat ze waar zijn.
    Analogie kan het geloof van een gelovige enkel op de proef stellen als dit al klaar is om op de proef gesteld te worden.

    Dit brengt ons tot een ander aspect van het 20e-eeuws scepticisme.
    De conventietheorie van Thomas Schelling was een harde klap voor de theorie van rationele keuze om sociaal gedrag te verklaren.
    Opdat een conventie nageleefd zou worden, volstaat het dat de gemeenschap belang heeft bij het bestaan van die conventie.
    Het maakt dus niet uit of je volgens de regels links of rechts van de weg moet rijden, het is enkel van belang dat er een regel bestaat.
    De beste conventies houden zichzelf in stand doordat degenen die ze moeten naleven er alle belang bij hebben dat ze in de regel worden nageleefd.
    De bereidheid om een analogie te accepteren, is vergelijkbaar met de bereidheid om een conventie te accepteren.
    Het dient het algemeen belang omdat men er de gemeenschap een dienst mee bewijst.

    Granet, Hocart, Durkheim, Mauss en Hertz waren de voorlopers die aantoonden hoe een gemeenschap de categorieŽn van haar wereldbeeld staaft door ze in te bedden in een hecht netwerk van analogieŽn.
    Hier is niets esoterisch aan; de uitverkoren categorieŽn worden versterkt door dagelijkse handelingen.

    Dit opent een dynamische en interactieve kijk op de wederzijds vruchtbare relatie tussen kennis en gedrag; de analogieŽn worden ontleend aan de praktijk, de praktijk staat borg voor de betrouwbaarheid van de kennis en zekerheid sluit de kring als de kennis gebruikt wordt om de handeling te rechtvaardigen.
    Nu is de analogie niet langer ambigu.
    De handeling waarin ze is ingebed maakt haar betekenis duidelijk voor allen.
    De publieke ordening van grote, in elkaar sluitende analogieŽn stabiliseert de categorieŽn van de cultuur.

    Op deze wijze wordt zekerheid geÔnstitutionaliseerd; op zijn minst maakt ze deel uit van het verhaal.
    Stel je de voordelen hiervan voor : met welk gemak kan een groep arbeiders bijeengeroepen worden, kan politieke steun worden ver-kregen en een einde worden gemaakt aan onenigheid nog voor ze goed en wel begonnen is als iedereen het bij voorbaat eens is over de oorzaken van de dingen.

    Maar, hoewel de overkoepelende classificaties berusten op de logica van de praktijk, toch zijn ze niet meer dan broze analogieŽn.
    Zelfs bij volkomen ingeburgerde ideeŽn is er nood aan sancties voor ieder die de analoge structuur in twijfel durft trekken.
    Taboe is een techniek om het kennissysteem in stand te houden en het is van het grootste belang dit niet te beschouwen als iets dat ons vreemd is, iets dat enkel nuttig is voor onwetende wilden.

    7. - Taboe als instelling

    In de synthese van zijn onderzoek naar taboe12 definieerde wijlen Valerio Valeri het als een stel regels die de kenniscategorieŽn fysiek en zichtbaar tegenwoordig stellen en vrijwaren voor aanvallen.
    Deze kunnen in het begin zeer informeel zijn, zoals de eerste spontane censuur die een gedeelde afkeuring uitdrukt.
    Een ouder lid van het Departement of Health and Safety vertelde vorige week op een conferentie over risico dat het woord `veilig' heden ten dage taboe is bij hem op kantoor.
    Waarom ?
    Omdat het een gÍnant woord is want niemand wil zich blootstellen aan kritiek omdat hij iets veilig heeft verklaard voordat een of andere rampzalige gebeurtenis heeft aangetoond dat dat niet het geval is.

    In dit stadium is het nog maar een embryonale instelling, verwant met `politieke correctheid' die we erkennen in ons eigen leven.
    Er heeft altijd een ongeordende reeks beledigende woorden bestaan (tijdens het interbellum vooral termen voor het lichaam, seks en het vrouwelijk geslacht) en een informele controle van het spreken en schrijven.
    Politieke correctheid gaat een stap verder in het ordeningsproces : lijsten met beledigende woorden worden systematisch bijgehouden om de gemeenschap te beschermen tegen de gevaren van racisme of seksisme.
    Vanaf het ogenblik dat de censuur deze regels begint te formuleren en inbreuken erop sanctioneert, worden ze geÔnstitutionaliseerde belemmeringen voor wat gezegd kan worden.
    Ze beÔnvloeden ook wat gedacht kan worden.
    Als we dit inzien, kunnen we ook begrijpen hoe het taboe werkt; het taboe gaat echter veel verder, legt zowel het handelen als het spreken aan banden en dreigt met hel en verdoemenis als de regels in de wind geslagen worden.
    De Huaulu van Seram in de Molukken houden hun kennissysteem in stand door middel van vastgelegde straffen voor het overschrijden van de grenzen van de categorieŽn.
    De kosmologie van dit volk dat leeft in het evenaarswoud wordt gedomineerd door de wreedheid van het woud en de strijd tussen al wat leeft.
    Dit basisprincipe houdt in dat onverzoenbare dingen uit elkaar gehouden moeten worden.
    Ze beschermen cruciale categorieŽn door fysieke scheiding (regels voor het niet overschrijden van plaats en tijd) en soms door verbale hindernissen (regels die sommige woorden verbieden).
    Hun gedachten over elk dier en elke plantensoort zijn gereglementeerd, interacties zorgvuldig gecontroleerd, elke soort krijgt zijn eigen ruimte toegewezen, zijn eigen tijd en rangorde.
    Het wereldbeeld van deze jagers steunt niet op de loop der seizoenen zoals bij de Berbers of op de as boven-beneden zoals bij de Nuer maar op het onderscheid tussen de levende soorten.

    Fundamenteel draait het om het onderscheid tussen mens en dier en bovenal de tegenstelling tussen jager en prooi.
    De taboes zijn noodzakelijke verbodsbepalingen, het zich onthouden van bepaalde daden, kloven die het respect voor de basiscategorieŽn verzekeren.
    Het eten van een bepaalde soort getuigt niet van respect dus mogen de soorten die respect verdienen niet gekookt of gegeten worden.
    Uit respect laten ze ook na beledigende dingen te zeggen over een levend wezen, dus is het taboe een hond te beledigen.13

    8. - De prijs van zekerheid

    Populaire kosmologie (ďstreet level cosmologyĒ14) als in deze voorbeelden, kan enkel coherent zijn indien de bevolking stabiel genoeg is om een gezamenlijke geschiedenis te hebben.
    Er is ook een hoge mate van wederzijdse afhankelijkheid in de levens van mensen nodig.
    Zij moeten genoeg op elkaar betrokken zijn om te trachten de gevoelens van hun lotgenoten niet te kwetsen, om niet te willen ergeren door schijnbare onverschilligheid voor verdriet of door lichtzinnige omgang met ernstige kwesties.
    Het belangrijkste is evenwel dat de leden van een dergelijke gemeenschap zich duidelijk bewust zijn van hun afhankelijkheid van elkaar.
    Hun klaarblijkelijke behoefte aan solidariteit maakt het hun mogelijk de zwakheden van de grote kosmische analogieŽn waarop zij hun zekerheden vestigen, over het hoofd te zien.
    Een gemeenschap die voldoende hecht en gesloten is, kan buitenstaanders als een bedreiging zien, met hen spotten en hen uitbuiten.
    Xenofobie is een van de kennisbeschermende mechanismen; zo stond de Engelse maatschappij tijdens het interbellum erg pijnlijke grappen toe over kleurlingen en joden, die na de nederlaag van het nazi-regime onaanvaardbaar werden.

    Dit was wellicht al voldoende om u ervan te overtuigen dat zekerheid haar prijs heeft.
    Zij is ook niet natuurlijk, maar in hoge mate artificieel.
    Zekerheid heb je of bereik je niet, maar zekerheid wordt ingesteld.
    Het blijkt dat de vaststelling van een feit veel meer is dan erkennen dat het overeenstemt met de theorie.
    Indien dit de instellingen zijn die de zekerheid institutionaliseren, hoeft het ons niet te verbazen dat we ze hebben verloren.
    Onderlinge afhankelijkheid is verdwenen, evenals stabiliteit en gelijkheid van ervaring.
    Onze arbeidsverdeling drijft ons uit elkaar, gezinnen worden kleiner, vreemdelingen leven tussen ons en worden gerespecteerd ó toch indien zij rijk zijn.
    Demografie, technologie en de arbeidsmarkt hebben ons wellicht in een periode gebracht waarin zekerheid niet kan worden geÔnstitutionaliseerd.
    Misschien heeft dat geen belang.
    Zekerheid is bedrog en een tiran.
    Wij moeten ons onkritisch verlangen om er meer van te hebben afremmen.
    Misschien zouden we ons erop moeten voorbereiden om zonder spijt te leven zonder zekerheid.

    De dubbele conclusie hiervan is dat er geen sterke maatschappij kan zijn zonder zekerheid en geen zekerheid zonder dat de discussie wordt gesloten.
    Indien we een maatschappijvorm zouden kunnen kiezen die geen zekerheid nodig heeft, zou die maatschappij niet rijk, machtig of samenhangend zijn.
    Wanneer sociale verplichtingen heel diffuus zijn, de verantwoordelijkheidszin heel zwak is, loyaliteit niet dwingend is, als we sociale druk gemakkelijk kunnen ontwijken als zwervers, daklozen of computerkluizenaars, waarvoor hebben we dan nog zekerheid nodig ?
    De hele maatschappij zou kunnen bestaan uit cultureel afgezonderde individuen.15

    Wittgenstein stelde dat ďverklaringen moeten ophoudenĒ.
    Maar waarom ?
    Ik dacht vroeger dat het was omdat eindeloze regressie intellectueel onbevredigend is, maar nu denk ik dat verklaringen niet hoeven op te houden.
    Nooit.
    Zij kunnen alsmaar voortgaan.
    Er kan een maatschappij zijn waarin de wereld rust op de rug van een olifant, die staat op de rug van een schildpad, die staat op een andere schildpad.

    Lees verder : Deel III


    22-03-2009 om 18:02 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onzekerheid - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Onzekerheid

    Deel III

    In de kleine parabel van Clifford Geertz vraagt de Engelsman die dit hoort, telkens ad infinitum herhaald, onbezonnen wat er daarna gebeurt en hij krijgt als antwoord : ďHa, Sahib, daarna weer schildpadden tot helemaal beneden.Ē16 (Geertz).
    Sommige culturen vermijden geslotenheid, de leden ervan proberen alle opties open te houden.
    Dit was het overheersende gevoelen in een boeddhistische sherpagemeenschap die door Michael Thompson werd bestudeerd.17
    Het beŽindigen van verklaring is een formele afsluiting, een beperkende maatregel om een geschil bij te leggen en sociale conflicten te beheersen.
    Kortom, zekerheid eisen komt voort uit sociale noodzaak en niet uit een intellectuele behoefte.

    9. - Omgekeerd sociaal determinisme

    De verklaring die hier wordt geboden is een vorm van sociaal determinisme.
    Er wordt van uitgegaan dat in onze huidige cultuur zekerheid op de terugweg is omdat economische en technologische factoren onze gemeenschappen omvormen.
    Indien dit klopt, is het zinloos om een mentaliteitsverandering aan te bevelen waardoor weer de nadruk zou worden gelegd op het gemeenschapsgevoel.
    De kosten van die verandering zouden zo hoog zijn dat een reŽle wijziging van de instellingen niet aan te raden zou zijn.
    Maar er is ťťn mentaliteitsverandering die nuttig en niet onmogelijk zou zijn.
    Een Multatulitransformatie zou ons denken over onszelf veranderen.
    We zouden kunnen beslissen het zonder zekerheid te doen, ons bewust te storten in wat noodzakelijk onbekend is, censuur af te wijzen, andere ideeŽn te laten binnensijpelen, in plaats van ze rigoureus uit te sluiten op grond van intellectuele discipline.18

    Als we deze weg bewandelen, zouden we ons op de een of andere manier trachten los te schudden van het grote overkoepelende paradigma dat ons in de sociale wetenschappen beheerst.
    Het algemene concept van cognitieve processen zou worden herzien.
    Descartes' model van de onstoffelijke geest zou hebben afgedaan.
    Het wordt tijd om in plaats daarvan de processen op te sporen waardoor het volledig geÔncarneerde menselijke begripsvermogen werkt via onze fysieke hersenen en lichamen en zo leidt tot interactie met andere mensen.
    Gedaan met het solipsistisch individu van de psychologie, met het geÔsoleerde, soeverein kiezende individu van de economie en met de rationele keuze.
    Er moet meer onderzoek worden verricht naar de soorten culturen die verschillende soorten instellingen dragen en naar de wijzen waarop zij veranderen.
    Het resultaat van deze benadering zal een performatieve kennistheorie zijn, die beleids- en rationele keuzen combineert bij de opbouw van een cultuur.
    Om dit ook maar te proberen, moeten we bereid zijn vaarwel te zeggen aan onze eigen loyaliteit aan de kennistheorie van de Verlichting.

    In de 19e en 20e eeuw was de discussie over geloof vooral toegespitst op sociaal determinisme.
    Emile Durkheim verwekte een schandaal door te beweren dat God een projectie van de maatschappij is en dat de sociale nood aan een morele autoriteit boven en buiten het individu de idee van goddelijke gerechtigheid en vergelding voortbrengt.
    Hoewel zijn argumenten subtieler dan dat waren, ervoeren gelovigen deze opvatting als een aanval op de gegrondheid van hun overtuiging.
    Zij hadden kunnen aanvoeren dat als God mensen wilde scheppen om hem eer te bewijzen, hij hen best sociale wezens had gemaakt die hun maatschappij niet konden laten functioneren zonder een beroep op hem te doen.
    Indien ze dat argument hadden ingeroepen, zou het concept van de maatschappij als ďle gros animalĒ, dat individueel denken onverbiddelijk absorbeert, zijn vervangen door het concept van de maatschappij als het kwetsbare, incoherente product van toeval en menselijke interactie, dat voortdurend uit elkaar breekt en nooit had kunnen ontstaan zonder individuen die God aanroepen.

    De algemene opvatting van Durkheim kan ook uitgaan van de nood aan zekerheid.
    Het eeuwige bezwaar tegen sociaal determinisme is dat het de individuele rationaliteit in het gedrang brengt, dat het leert dat de maatschappij haar overtuigingen oplegt aan individuen, dat dezen niet vrij zijn om te kiezen of te beslissen, dat hun cultuur hun geesten in een keurslijf dwingt.

    Zo beschrijft Ernst Cassirer het traditionalisme van de mytheproducerende cultuur en van religie zonder context.
    Hij zag het als een vruchteloze poging om een stukje kennis ďvast en onbetwijfelbaar [te maken]. Het in vraag te stellen zou heiligschennis zijn, Ö iedere breuk in de continuÔteit zou het wezen van het mythische en religieuze leven verstoren,Ö Primitieve religie kan geen ruimte laten voor enige vrijheid van individuele gedachteĒ.
    Hij besloot dat : ďMenselijke cultuur in zijn geheel kan worden beschreven als het proces van de geleidelijke zelfbevrijding van de mens.Ē19

    Durkheim en Mauss hadden vergelijkbare opvattingen over de emancipatie van de individuele gedachte in de moderne tijd.
    En deze opvattingen werden ondersteund door een achterban van gelijkgestemde geleerden.
    Ze veronderstelden dat een liberale cultuur en de ontwikkeling van een controlerende paradigma incompatibel zijn.
    Hun gezamenlijk streven zou er evenwel op hebben kunnen wijzen dat niet alleen primitieve culturen geen ruimte laten voor dissidente opvattingen.

    10. - Conclusie

    Nu kunnen we terugkomen op onze risicodeskundigen die tegen beter weten in lijken te denken dat het opentrekken van de discussie en het toegankelijk maken van gegevens de onzekerheid zullen doen afnemen.
    Zij denken ook dat zij zekerheid willen, zonder de streng repressieve voorwaarden hiervoor te beseffen.
    Hun standpunt lijkt nu volkomen redelijk, in die zin dat zij aan-sluiting zoeken bij het overkoepelende analoge systeem van de moderne postindustriŽle maatschappij.
    Hun oplossingen voor lastige raadsels komen uit de machtigste microkosmos die er is, gebaseerd op het concept van het soevereine rationele individu, homo economicus, de held van de liberale cultuur20.
    Ze zijn nog niet zo gek, want zij kunnen rekenen op sympathie van het publiek, wanneer zij er meer vrijheid voor opeisen.
    De antropologen van de jaren '50 hadden gelijk : mensen zijn gelijk over de hele wereld, we zijn allemaal rationeel op dezelfde manieren.

    Ik zou er trots over zijn deze stelling te zien als een uitbreiding van de opvatting van Bernard Williams over de fundamenten van de logica.21
    Hij toonde aan dat de eis van non-contradictie overeenstemt met iemands behoefte om door zijn metgezellen als eerzaam en eerlijk te worden aanvaard.
    Zonder non-contradictie zou er geen formele logica kunnen zijn.
    Logica is dus net zoals de God van Durkheim afhankelijk van de maatschappij.
    Zo denk ik ook dat de eis voor zekerheid gegrond is op de nood aan coŲrdinatie.
    Een leider heeft er behoefte aan volgelingen rond een vaandel te verzamelen en volgelingen hebben er behoefte aan te worden verzameld.
    Er moeten beloften zijn, waarborgen, rechtvaardigingen en aanspraken op zekere kennis, die goed werken wanneer volgelingen overtuigd willen worden.
    De meest fundamentele idee die de mogelijkheid van een maatschappij in stand houdt, fundamenteler zelfs dan het concept van God, is de idee dat er zekere kennis kan zijn.
    En deze idee blijkt uitzonderlijk hardnekkig te zijn en hartstochtelijk te worden verdedigd door wetten en taboes in antieke en moderne beschavingen.

    Literatuur

    1. The Philipps' Enquiry into BSE, 4 vols, 2000, besproken bij de start van het Research Programme on Understanding Risk, aan de University of East Anglia.

    2. M. DOUGLAS, How Institutions Think. Syracuse, Syracuse University Press, 1986.

    3. Karl Raimund POPPER, Conjectures and Refutations: The Growth of Scientific Knowledge. London, Routledge and Kegan Paul London, 1963.

    4. Nelson GOODMAN, Ways of World Making. Hassocks, Harvester press, 1978.

    5. Evans-Pritchard schreef in 1936 voor het eerst over de Nuertweelingen. Een volledigere versie volgde in 1956. E.E. EVANS-PRITCHARD, `Customs and beliefs relating to Twins among the Nilotic Nuer' in Uganda Journal, 1936.

    6. Dit is een eenvoudige toepassing van Durkheims theorie van totemistische classificatie en van de primitievere versie ervan, overgenomen door Radcliffe-Brown. Het is enigszins verschillend van de meer intellectualistische theorie van totemisme van Lťvy-Strauss in zoverre ze vertrekt vanuit de cyclus van het werk en de seizoenen, eerder dan vanuit de structuralistische werking van de geest.

    7. Pierre BOURDIEU, `The Berber House or the World Reversed' in Social Science Information 9(1970)2, pp. 151-170.

    8. Mary HESSE, The Structure of Scientific Inference. California, University of California press Berkeley, 1974.

    9. Goodman, Op. Cit.

    10. Geciteerd door Roman JAKOBSON, Verbal Art, Verbal Sign, Verbal Time. Oxford, Blackwell, 1985.

    11. Valerio VALERI, The Forest of Taboos : Morality, Hunting, and Identity Among the Huaulu of the Moluccas. Wisconsin, University of Wisconsin Press, 2000.

    12. We zouden de gevoeligheid voor deze vorm van taboe moeten begrijpen als we terugdenken aan de `politieke correctheid' die er de oorzaak van was dat Lťvy-Bruhl werd aangevallen.

    13. Naar de goed gekozen term van Russell Hardin : ďstreet level epistemologyĒ.

    14. Mary DOUGLAS en Steven NEY, Missing Persons. California, UPO, 1998.

    15. Clifford GEERTZ, The Interpretation of Cultures. New York, Basic Books, 1973, p. 29.

    16. Michael THOMPSON, `The Problem of the Centre - An Autonomous Cosmology' in Mary DOUGLAS (ed.), 'Essays in the Sociology of Perception'. London, Routledge, 1982, pp. 302-327.

    17. Zo hadden de rastergroepanalyse (grid-group analysis) en de hierop gegronde cultuurtheorie het heel moeilijk om op te tornen tegen dit sterke paradigma.

    18. Ernst CASSIRER, The Myth of the State, Yale UP, 1946, pp. 225-228.

    19. Douglas en Ney, Op. cit.

    20. Bernard WILLIAMS, Shame and Necessity. Berkeley, University of California Press, 1994.

    Cfr. : http://www.multatuli-lezing.be/viewpic.php?LAN=N&TABLE=DOCS&ID=viewpic.php?LAN=E&TABLE=DOCS&ID=131




    V. - Niet langer onzeker

    Renske Jurriens, psycholoog Ė Gezondheidsnet.nl

    Onzekerheid heeft te maken met angst.
    Angst dat je niet goed genoeg bent.
    Dat je niet mooi of leuk bent.
    Dat je verkeerde keuzes maakt.
    En angst dat anderen dat ook vinden.
    Door deze angst neemt het vertrouwen in jezelf af.
    Je gelooft niet dat je iets tot een goed einde kunt brengen.

    Zelfvertrouwen

    Hoeveel zelfvertrouwen je hebt, hangt af van ervaringen uit je verleden.
    Hoe vaker je hebt gemerkt dat je iets goed kan, hoe makkelijker het is om te geloven dat je het nog een keer kan.
    Ook complimenten en steun van anderen hebben invloed op je zelfvertrouwen.

    Hoe meer steun en complimenten je vroeger hebt gekregen, hoe meer zelfvertrouwen je hebt.
    Heb je veel zelfvertrouwen, dan is het makkelijker om aan je onzekerheid te werken.
    Je durft te werken aan zaken waar je onzeker over bent.
    Heb je weinig zelfvertrouwen, dan is dat veel moeilijker.
    Je ziet vooral wat je niet kan in plaats van wat je wel kan.

    Twijfel

    Als je vaak onzeker bent en weinig zelfvertrouwen hebt, dan kan je onzekerheid chronisch worden.
    Je twijfelt niet alleen over bepaalde keuzes of over wat je wel en niet kan.
    Je twijfelt over je hele zelfbeeld : over wie je bent, wie je wilt zijn en wat je graag wilt doen.
    Gedachten over jezelf zijn vaak negatief in plaats van positief.
    Je hebt het gevoel op ieder punt te falen.

    Als vriend(in) heb je het gevoel dat je tekortschiet.
    Of je hebt het idee dat je geen goede dochter/zoon of moeder/vader bent.
    Je raakt snel teleurgesteld in jezelf of schaamt je voor wat je doet of wie je bent.
    Schaam je je vaak voor jezelf of ben je vaak onzeker over wat anderen van je vinden, dan kan het zijn dat je onzekerheid een sociale fobie wordt.

    Bevestiging

    Om je zekerder te voelen vraag je bevestiging aan anderen.
    Alleen als een ander zegt dat het goed is, is het goed.
    Je vindt het immers moeilijk om zelf te zien wat je kwaliteiten zijn.
    Familie en vrienden moeten vertellen waar je goed in bent en waarom je leuk bent.
    Hierdoor kan je heel afhankelijk worden.

    Acceptatie van anderen wordt zo belangrijk, dat je vergeet wie je zelf bent en wat je zelf wilt.
    Praten anderen positief over je, dan geloof je hen niet.
    Je denkt al snel dat er niets positiefs over jou te zeggen is.
    Je weet niet goed hoe het voelt om trots op jezelf te zijn.
    Als je veel bevestiging van anderen nodig hebt, vergeet je waar je eigen grenzen liggen.

    Hoge eisen

    Als je niet goed weet waar je grenzen liggen, stel je al snel te hoge eisen aan jezelf.
    Je wilt anderen niet teleurstellen, maar ook jezelf niet.
    Je wilt alles 100 procent goed doen.
    Maak je een fout, dan heb je het gevoel dat je een mislukkeling bent.

    Gaat iets goed, dan wijdt je dat aan toeval of geluk.
    Wil je vaak alles goed doen, dan kun je perfectionistisch worden.
    Ook kan je het gevoel hebben dat anderen dingen beter doen dan jij.
    En jezelf vergelijken met anderen maakt je nog onzekerder.

    Onzekerheid neemt alleen af als je een gevoel van zelfvertrouwen uit jezelf haalt.
    Je wordt niet zekerder als je jezelf vergelijkt met anderen.
    Of als je bevestiging zoekt bij anderen.
    Je zelfvertrouwen zal groeien als je ontdekt wie je bent, wat je wilt en waar je grenzen liggen.
    Het is niet makkelijk om daar achter te komen.
    Het kan helpen om samen met een psycholoog te kijken hoe je minder onzeker kunt worden.

    Tips

    Ten slotte nog wat korte tips om om te gaan met je onzekerheid:

    • Zoek uit waarover je onzeker bent.
      Schrijf deze punten op.
      Ga samen met een vriend of vriendin na of het wel logisch is dat je over die punten onzeker bent.

    • Schrijf op waar je goed in bent en waar dit uit blijkt.
      Je zult zien dat je meer kan dan je denkt.
      Kijk regelmatig naar deze lijst.
      Vul de lijst aan met kleine en grote successen.

    • Probeer zo min mogelijk te bedenken wat een ander van je vindt.
      Je kunt geen gedachten lezen.

    • Waarom ben jij leuk ?
      Laat vrienden en vriendinnen opschrijven waarom zij jou leuk vinden.
      Wat is er mooi aan jou en wat zijn jouw kwaliteiten ?

    • Probeer geen waarde te hechten aan wat anderen, die niet belangrijk voor jou zijn, tegen je zeggen.
      Mensen die jou kwetsen of onzeker maken, zijn het vaak niet waard om energie in te steken.

    • Betrap jezelf erop als je negatieve gedachten hebt over wat iemand van je vindt.
      Vraag je af of het logisch is wat die persoon zegt of doet.
      Denk : 'Het is jouw probleem dat je zo doet en niet mijn probleem'.

    • Stel doelen die haalbaar zijn.
      Leg de lat niet te hoog.

    • Verwen jezelf.
      Ook al denk je dat je het niet waard bent om van fijne dingen te genieten.
      Je kunt jezelf aanleren om te genieten van de dingen die jij prettig vindt.

    • Denk aan je houding.
      Loop rechtop, draag kleding waarin jij je lekker voelt.
      Je houding is wat anderen het eerste zien.

    • Leef je eigen leven.
      Probeer zoveel mogelijk je eigen leven in te richten.
      Doe wat jij leuk en belangrijk vindt.

    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/voel-je-vrolijk/artikelen/344/niet-langer-onzeker


     

    VI. - Ik ben de eeuwige twijfelaar

    Ursela van Stekelenburg - http://www.cleverwise.com/ - Psychologiemagazine.nl, april 2008


    Hallo Ursela,
    Ik weet niet wat mijn doel is en wat ik wil in mijn leven.
    Iedereen rond mij maakt hun dromen waar en ze weten wat ze willen.
    Ik ben precies de eeuwige twijfelaar.
    Ik twijfel soms aan alles...
    Wat moet ik doen ?
    Groeten van Sara.

    Beste Sara,
    Laat ik positief beginnen.
    Twijfelen is gezond.
    Twijfelen hoort bij het leven met al zijn zekere onzekerheden.
    Geen mens die niet twijfelt.
    Echter, twijfelen wordt pas ongezond als je aan alles gaat twijfelen, als het demotiverend werkt, als de twijfel je dreigt te verlammen, als de twijfel destructief gaat werken, als je door twijfelen in een neerwaartse spiraal terecht komt.

    Waar het op neer komt, is je twijfels te leren hanteren en wel zodanig dat je weet te balanceren tussen tť veel en tť lang twijfelen en Łberhaupt niet twijfelen.
    Start daarom een intern en extern (gesprekspartner) dialoog en geef richting aan jouw eigen leven.

    Waarom twijfel je zo ?
    Ben je bijvoorbeeld onzeker of perfectionistisch ingesteld ?
    Of heb je last van faalangst ?
    Maak je je ergens zorgen over ?
    En waarover dan ?
    Je zou je eens kunnen verdiepen in de RET-filosofie (onder andere beschreven in het boek ĎCoach jezelf in drie stappení).

    Coach jezelf in drie stappen
    Ursela van Stekelenburg - Bohn Stafleu Van Loghum, oktober 2006 Ė ISBN10 : 903134866X / ISBN13 : 9789031348664
    Jezelf coachen is de nieuwste trend.
    Steeds meer mensen voelen de behoefte bewuster om te gaan met hun persoonlijkheid, werk, relaties en talenten.
    Velen laten zich hierbij op weg helpen door een 'professional'.
    Het aantal coaches is de afgelopen jaren dan ook enorm toegenomen.
    Dit boek is geschreven voor mensen die de zoektocht naar hun innerlijke willen en kunnen liever zonder coach afleggen.
    Het beschrijft een driestappenplan, gebaseerd op bekende en minder bekende theorieŽn en methoden, zoals hypnotherapie (cfr. : http://www.rustpunt.be/genis/Hypnotherapie.htm -), transactionele analyse (cfr. : http://users.skynet.be/sky52523/nl/persoonlijke_ontwikkeling/transactionele_analyse.htm -), Rationeel-emotieve therapie (RET), Veld van Talent (cfr. : http://www.somberg.nu/default.cfm?page=Werkboek%20%20Talent -), neurolinguÔstisch programmeren (NKP) (cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Neurolingu%C3%AFstisch_programmeren -), het enneagram (cfr. : http://www.enneagramproject.be/Het%20enneagram.htm -) en het kernkwadrant (cfr. : http://www.leren.nl/cursus/solliciteren/loopbaankeuzes/kernkwadrant.html -).
    'Coach jezelf in drie stappen' leert je met jezelf in dialoog te gaan, in actie te komen en deze acties te evalueren.
    Het leert je gebruik te maken van je eigen wijsheid om richting aan je leven te geven.
    Laat je niet langer afleiden door allerlei externe factoren en start nog vandaag je innerlijke reis.
    Als je eenmaal je eigen weg hebt gevonden en de dingen doet waar jŪj om geeft, zul je zien dat persoonlijk geluk binnen handbereik ligt.
    Cfr. : http://www.bol.com/nl/p/boeken/coach-jezelf-in-drie-stappen/1001004004501473/index.html

    Welke uitwerking hebben jouw twijfels op jezelf, jouw gevoelens, jouw activiteiten, jouw leven?

    Welke zekerheden kun/wil je niet missen ?

    • Richt je blik op de toekomst en vraag je het volgende af.

    • Wat is de passie van je leven ?
      Welke dromen geven jou een warm gevoel ?

    • Welk leven wil je leiden qua werk, studie, hobbyís, wonen en relaties ?

    • Wat wil je met je dromen bereiken ?

    • In hoeverre zal je leven veranderen als je je dromen gerealiseerd hebt ?

    • Welke gevolgen heeft dat voor anderen ?

    • Kun je de positieve aspecten van je huidige leven ook integreren in je gewenste leven ?
      Kun je je wensdromen ook in je huidige leven integreren ?
      Indien ja, hoe dan ?

    Aanschouw je opties :

    • Hoe kun en wil je je eigen mogelijkheden ontplooien.

    • Wie en wat kan je daarbij helpen ?
      Over welke middelen beschik je ?

    • Wie en wat belemmert jou om je eigen mogelijkheden te ontplooien ?

    • Wat zijn de voor- en nadelen van al deze opties ?

    • Welke opties spreken je het meeste aan ?

    • Aan welke criteria moet je keuze voldoen ?

    Werk je strategische keuze uit :

    • Voor welke optie ga je kiezen ?

    • Voldoet deze keuze aan de door jouw gehanteerde criteria ?

    • Wat zijn de te verwachten voor- en nadelen ?
      En hoe zijn deze nadelen te vermijden ?

    • Hoe kun je de positieve kanten van de niet-gekozen opties integreren in je huidige leven ?

    • Welke criteria hanteer je om succes te meten ?

    • Welke stappen wil je ondernemen ?

    Laat je bij jouw dialoog leiden door je wil, je innerlijke drive.
    Je droomleven zal dan al een heel stuk dichterbij komen.

    Sara, ik wens je zeer veel geluk toe op je verdere levenspad.
    En besef dat productief twijfelen de motor van creativiteit, van leren, van verbetering en van nieuwe mogelijkheden is !

    Hartelijke groet,
    Ursela van Stekelenburg.

    Cfr. : http://www.psychologiemagazine.nl/web/Artikelpagina/Ik-ben-de-eeuwige-twijfelaar.htm


    Cfr. ook : 

    • Angststoornissen
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Algemeen
      Er zijn veel definities en theorieŽn over angst ontwikkeld in verschillende tijden en vanuit verschillende psychologische stromingen.
      Hieronder volgen een aantal daarvan :
      - De meest algemene omschrijving van angst is een vage onprettige emotionele toestand, gekenmerkt door ongerustheid, ontzetting, ervaren van gevaar en onbehagelijkheid. Angst wordt vaak onderscheiden van vrees, waarbij er een specifiek object, persoon of gebeurtenis is die wordt gevreesd, terwijl angst veelal geen object kent.
      - In de leertheorie verwijst de term naar een secundaire of geconditioneerde drijfveer die vermijdingsreacties motiveert. Er wordt dus aangenomen dat een vermijdingsreactie het resultaat is van angst reduceren.
      - In de freudiaanse theorie wordt angst opgevat als in de algemene omschrijving in de eerste alinea weergegeven, met als toevoeging dat zij fungeert als signaal dat een vervulling van een onbewuste wens tot psychisch gevaar zou leiden.
      - In de existentiŽle theorie is angst het begeleidende emotionele verschijnsel van het onmiddellijke besef van de zinloosheid, onvolledigheid en de chaotische aard van de wereld waarin we leven.
      In deze verschillende betekenissen vinden we een interessante kwestie.
      In de eerste twee betekenissen wordt angst gezien als een emotie die een gevolg is van of een geleerde reactie die leidt tot een bepaalde toestand.
      In de derde betekenis wordt angst beschouwd als een anticiperende reactie waarvan de oorsprong in een onbewust conflict ligt.
      In betekenis vier vinden we geen van beide elementen terug, maar wordt angst beschouwd als een zuivere onmiddellijke consequentie van Ď
      in de wereld zijní.
      De Duitse betekenis van Angst (met een hoofdletter), verwijst naar een toestand van gekweldheid en psychische pijn.
      In de existentiŽle school wordt deze mentale toestand gezien als het teken van het menselijke besef dat de wereld en daarmee het leven, onbepaald is en dat het eigen leven bepaald wordt door persoonlijke keuzen, waarvoor men de volledige verantwoordelijkheid zelf dient te dragen.
      Er zijn nog een aantal verschillen gedefinieerd :
      - Basisangst - Horneyís term voor het gevoel van het kind dat het hulpeloos en geÔsoleerd is.
      Er wordt aangenomen dat het optreedt als gevolg van alles wat veiligheid in de weg staat of verstoort.
      Het is het kernconcept in haar theorie over persoonlijkheidsontwikkeling.
      De strategieŽn die de persoon ontwikkelt om met de basisangst om te gaan, gaan de fundamentele componenten in de persoonlijkheid vormen.
      - Morele angst (ook vergelijkbaar met de neurotische angst) - In de psychoanalyse is dat de angst die voortkomt uit de verboden van het ‹ber-ich (het geweten).
      Dit geweten is gevoed door de normen en waarden van de opvoedende omgeving van het kind en daarmee cultuurbepaald.
      - Angstfixatie - Een psychoanalytische term voor angst op latere leeftijd, die wordt verondersteld voort te komen uit vroegere ervaringen.
      - Angstobject - 'Angstobject' is een psychoanalytische term voor het object, waarna de angst die in oorsprong van elders afkomstig is, op symbolische wijze is verplaatst.
      - Diffuse angststoornis - Diffuse angststoornis heeft als kenmerk een irreŽle angst of bezorgdheid over verschillende aspecten van het bestaan, gecombineerd met verschijnselen als lichamelijke gespannenheid en rusteloosheid, hartkloppingen, kortademigheid, misselijkheid, waakzaamheid, schrikreacties en concentratieproblemen.
      - Overmatige angststoornis - Een van de angststoornissen uit de kinderleeftijd of adolescentie.
      Het is een voortdurende algemene angsttoestand die niet gerelateerd lijkt aan bepaalde situaties of objecten, met als mogelijke kenmerken bezorgdheid over de toekomst en over de eigen prestaties, extreme gespannenheid en verlegenheid en lichamelijke klachten, waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden kan worden.
      - Verlatingsangst e.d. - In de kinderleeftijd of adolescentie spelen met name ook ontwijkings-, bindings- en separatieangst, waaronder verlatingsangst.
      - Angsttolerantie - 'Angsttolerantie' is een begrip voor de mate waarin een persoon kan omgaan met angstoproepende situaties, zonder dat zijn functioneren hierdoor negatief wordt beÔnvloed.
      - Angstverlichtingsrespons Ė 'Angstverlichtingsrespons' is een begrip, gebruikt door gedragstherapeuten voor een aangeleerde operante respons, die gebruikt kan worden om angstgevoelens te verminderen of te verlichten.
      De techniek bestaat er uit een respons uit te spreken, bijvoorbeeld door de woorden ď
      rustig of ontspanĒ te koppelen aan het beŽindigen van een pijnlijke stimulus.
      In de behandeling via de Mentaal-Emotieve Training komen we al deze verschillende verschijningsvormen tegen.
      Het is goed ze te kennen.
      Daarmee kan bij de therapeut een herkenning van een proces plaatsvinden
      Toch is het belangrijk deze kennis tijdens de sessie los te laten om onbevooroordeeld naar de cliŽnt te kunnen luisteren.
      Lastig uit te leggen
      Angststoornissen zijn voor de omgeving van iemand die daaraan lijdt vaak heel moeilijk te begrijpen.
      Veel mensen gaan mee met het gegeven, maar uitleggen is heel lastig.
      Ze aanvaarden dat het wel zo zal zijn en dat het best moeilijk is, maar snappen doen ze het niet.
      Hoeveel goed bedoelde adviezen kreeg je in de loop van de tijd.
      De meeste daarvan had je zelf al in het begin van je klacht bedacht.
      Dat zijn gepasseerde stations.
      Het probleem van de angst is niet zo simpel op te lossen.
      Daarvoor moet je heel veel begrijpen.
      Het is niet een kwestie van aanstellen of zwakte.
      Het is werkelijk ernstig en moeilijk.
      Aangeboren kwaliteiten en wat daarmee kan gebeuren
      Ieder mens krijgt bij zijn of haar geboorte kwaliteiten mee.
      Een aantal daarvan zijn herkenbaar als familietrekken en een aantal lijken door het kind zelf meegebracht te zijn.
      Het totaal aan kwaliteiten past meestal redelijk in de omgeving van de persoon.
      Op die manier groeit het kind op in normen en waarden, met ideeŽn en belevingen en met mogelijkheden en beperkingen waar het goed mee kan leven.
      Soms worden ook kinderen geboren die naast de familiekenmerken een aantal krachtige eigen kwaliteiten meebrengen.
      Zolang deze kwaliteiten door de omgeving gestimuleerd worden om tot ontwikkeling te komen, zal het kind er vooral voordeel aan hebben.
      Als deze eigen kwaliteiten echter een niveau en een diversiteit krijgen die door de omgeving (samenleving) niet opgemerkt worden of niet tot ontwikkeling gebracht worden, ervaart het - meestal nog erg jonge en rijk begaafde - kind dit als een ontkenning van de eigenheid; een ontkenning van zijn of haar complete identiteit.
      Dit proces vindt vooral plaats op onbewust- en op overtuigingsniveau.
      Mensen hebben een drang in zich die ervoor zorgt dat de aangeboren vermogens in meer of mindere mate tot ontwikkeling kunnen komen.
      Bij sommige mensen is deze drang erg sterk aanwezig, bij anderen minder sterk.
      Als zoín kind, voorzien van een sterke drang om haar vermogens te ontwikkelen, opgroeit in een samenleving die al die extra's van dat kind niet waarneemt, zal dat kind de bevestigingen ontberen die zij nodig heeft.
      Haar ontwikkelingsdrang zal dan naar wegen zoeken om die aangeboren vermogens toch te kunnen ontwikkelen.
      Aangezien er in die situatie voor passende oorspronkelijke ontwikkelingen geen ruimte is, ontwikkelt het kind compensatiegedrag.
      Meestal gebeurt dat voor een aantal van de aangeboren vermogens, soms ook voor Šlle talenten.
      Het jonge kind - meestal in de leeftijd van de beginnende basisscholier - ontwikkelt geheime rituelen, ideeŽn en belevenissen die de kwaliteiten moeten gaan invullen die zich niet op een natuurlijke manier kunnen ontwikkelen.
      Zo kunnen obsessieve gedachten en gedragingen ontstaan, die weer door andere interne regelsystemen worden vastgezet tot onbeheersbare en vergroeide overtuigingen.
      Dit '
      kwaliteit ontwikkelende systeem' kan voor buitenstaanders onnavolgbare routes volgen.
      Deze routes kunnen op veel terreinen zulke afwijkende vormen in gedrag veroorzaken dat zij ongewild reacties uit de omgeving oproepen.
      Door deze reacties kan het kind nog meer in verwarring raken, zich nog minder begrepen voelen.
      Het raakt in een groter isolement en in een versterkte overtuiging dat het niet okť is.
      Dit is een sluipend proces dat ook wel '
      hang-over' genoemd wordt.
      We mogen dit proces vergelijken met een bovenmatig intelligent kind dat op een school zit voor kinderen met een doorsnee intelligentie.
      We weten dat als zo'n kind geen extra geestelijke voeding krijgt, het in de problemen kan komen en vaak afdaalt tot de laagste regionen van de prestaties.
      Hoofdoorzaken
      Het bovengenoemde proces ligt onder de versterkende processen.
      In principe zijn er vier hoofdoorzaken die tot angst kunnen leiden : ťťn of meer traumatische gebeurtenissen, een opeenstapeling van frustrerende gebeurtenissen, bijzondere gevoeligheden voor prikkels en bijgeloof of het magische denken.
      Vaak is het een combinatie van deze vier.
      Er bestaat geen onderwerp of er is wel een angst op te ontwikkelen : angst voor smet of angst voor voedsel, angst voor straling, geluiden of licht.
      Angst voor woorden, betekenissen of symbolen.
      Angst voor iets wat je in je kamer of huis ervaart.
      Nachtmerries of angst om te gaan slapen omdat je dan niets in de gaten kunt houden.
      Een plotseling opkomende angst om dood te gaan, te stikken in je slaap.
      We kennen de angst voor mensen, dieren, grote of juist kleine ruimten, reizen, examens.
      Angst voor de toekomst, voor overheersing, studie, falen, slikken, loslaten, verlaten worden en nog veel meer vormen.
      Angst vreet aan je, het verlamt en veroorzaakt stress.
      Het maakt je machteloos en ontneemt je je zelfvertrouwen.
      Het verandert de werkelijkheid tot belevingen van steeds grotere gevaren.
      Het lijkt een spiraal die je vasthoudt en steeds enger wordt, drukkender en kleiner maakt.
      Angsten zijn heel natuurlijk.
      Ze vormen een logische menselijke reactie op waarnemingen die bedreigend zijn.
      Alleen als we er op het noodzakelijke moment niets mee kunnen doen, gaan de angsten met ons op de loop en kunnen ze obsessief en onbeheersbaar worden.
      Ongewild ga je ze vergroten tot overweldigende proporties die soms dicht bij de rampzaligheid liggen.
      Twee visies in de behandeling
      We maken verschil in angsten die vanuit een trauma ontstaan zijn of angsten die sluipend ontwikkeld zijn.
      Voor beide geldt een andere behandeling.
      De psychotherapie kent veel richtingen.
      Twee daarvan onderscheiden zich van elkaar.
      Enerzijds de directieve therapieŽn, dat zijn de sturende methodieken, waarin de psychologische vakkennis van de therapeut van groot belang is.
      Anderzijds de indirecte of cliŽntgerichte therapieŽn, waarbij de therapeut zoveel mogelijk op de achtergrond blijft en het belevingssysteem van de cliŽnt stimuleert in het vinden van zowel de veroorzakers als de oplossingen.
      Bij IMET worden beide methoden integraal gebruikt.
      Trauma-angsten
      Traumaís zijn meestal terug te voeren tot herkenbare gebeurtenissen die ook vrij goed te omschrijven zijn: verlies, geweld, bedreigingen.
      Ze zijn meestal wel te benoemen.
      De angst heeft te maken met een reactie op die gebeurtenissen en die reactie is vaak goed onder controle te brengen door de emoties weer te rationaliseren.
      Door anders over de gebeurtenis te gaan nadenken en er een andere betekenis aan te geven leert de persoon beter of misschien goed met de gebeurtenis te leven.
      Bij traumaís kan je relatief snel aan de verandering van het angstproces beginnen.
      Dat is bij de andere angstvormen vaak wat ingewikkelder.
      Daar moet je eerst de veroorzakers helder krijgen en die kunnen vaak diep weggestopt zijn in het onbewuste en daar toch op een krachtige manier hun werk doen.
      De oorsprong van veel niet-traumatische angststoornissen
      Vanuit de waarnemingen in de praktijk bij IMET, blijken niet-traumatische angststoornissen onderling vaak dezelfde veroorzakers te hebben.
      Het lijkt erop dat persoonlijke en onbewuste voorkeuren, die bijvoorbeeld genetisch bepaald zijn of vanuit de opvoeding versterkt, de Ď
      keuzeí maken waarin de persoon zijn of haar compensaties vindt.
      Deze compensaties kunnen niet te definiŽren angsten zijn, al of niet gecombineerd met specifieke dwangmatigheden zoals rituelen, een eetstoornis, faalangst of angst voor de toekomst.
      De ervaringen bij IMET tonen aan dat veel van deze angststoornissen hun oorsprong vinden in een communicatiestoornis in het vroegste ontwikkelingsstadium van het kind.
      De miscommunicatie vindt haar oorsprong in de uiteenlopende systemen tussen het kind en de opvoeders.
      Het kind maakt bijvoorbeeld gebruik van een sterk afwijkend belevingssysteem ten opzichte van het belevingssysteem van de opvoeders.
      Dat betekent dat het systeem van het kind en de opvoeder elkaar in de communicatie niet begrijpen.
      Vaak beleeft het kind de dingen veel genuanceerder; ervaart het veel meer details in zijn waarnemingen dan de opvoeder.
      Het wil juist deze details communiceren, want daarin liggen meestal de accenten voor het kind.
      Het kind kan een bepaalde beleving met een specifieke kleur hebben, met een vorm of detail uit iets groters, die door de opvoeder niet of onvoldoende opgemerkt of gerespecteerd wordt.
      Het kind kan zich, door de herhaling van het uitblijven van een adequate reactie, onbegrepen gaan voelen.
      Een opeenstapeling van onbegrip kan leiden tot gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen en daardoor een gebrek aan gevoel van veiligheid.
      In een aantal gevallen kunnen de nuanceringen van zowel het kind als van de opvoeder wel een gelijke bandbreedte hebben, maar de oriŽntatie kan totaal verschillend zijn.
      De opvoeder kan bijvoorbeeld cognitief genuanceerd zijn, terwijl het kind een zeer genuanceerd gevoel heeft of de ťťn is visueel ingesteld en de ander auditief.
      Een zeer genuanceerd denkende jurist begreep zijn zeer genuanceerde kunstzinnige dochter niet.
      Ze spraken beiden op hetzelfde niveau, maar in een andere taal.
      Het kind kan ook heel optioneel zijn, zeer bewegelijk in zijn ideeŽn en in de dingen die het doet, terwijl de opvoeder procedureel is; nauwgezet in procedures leeft en deze strak en consciŽntieus hanteert.
      Beide systemen communiceren niet omdat ze anders georiŽnteerd zijn, andere waarden aan dingen toekennen.
      Een echtpaar dat doorlopend conflicten had, kon het nooit eens worden bij de aanschaf van iets groots.
      Beiden vonden elkaars keuzes maar niks.
      Hij bleek kinesthetisch te zijn en zij was visueel gericht.
      De fauteuil die zij mooi vond, vond hij niet lekker zitten en had hij eindelijk een lekker zittende fauteuil gevonden, dan vond zij hem niet mooi.
      De opvoeder kan zeer zorgzaam zijn en het kind zeer avontuurlijk.
      Het kind stresst de ouder door zijn Ď
      onverantwoordelijkí gedrag; de ouder werkt verstikkend op het kind vanuit zijn Ďangstigeí of Ďpaniekerigeí gedrag.
      Beide partijen beoordelen elkaar vanuit hun eigen subjectieve waarden.
      Is er een schuldige ?
      Nee !
      Er zijn verschillende systemen waardoor mensen verschillend reageren in hun communicatie.
      Vaak heeft het kind ook sensoren die op andere signalen gericht zijn dan die de omgeving ervaart.
      Soms gaan deze verschillen gepaard met overgevoeligheid voor prikkels zoals geluid, geur, smaak, licht, kledingstoffen, metalen, medicijnen of voedingsmiddelen.
      Ook kunnen deze mensen zeer gevoelig zijn voor sfeer; dan pakken zij latente conflicten al op voordat zij tot uiting komen.
      Vaak zie je dat het kind een vredestichter wordt of zelfs de functie van een ouder voor de eigen ouder inneemt.
      Bij IMET zijn verschillende mensen in behandeling die elke situatie vanuit veel perspectieven gelijktijdig overzien.
      Ze zien waar fouten in het bedrijf of in hun relatienetwerk gemaakt worden en tot welke consequenties die kunnen leiden.
      Ze zien vaak meer passende oplossingen.
      Hun hoofd staat op barsten van de indrukken en spanningen, maar omdat ze niet tot de leiding van de organisatie of het netwerk behoren, wordt er niet naar hen geluisterd.
      En zelfs wanneer er een keer naar hen geluisterd wordt, komen zij woorden en begrippen tekort om hun waarnemingen en oplossingen te communiceren.
      Zij hebben niet geleerd met deze veelzijdige visie om te gaan.
      Ze hebben zich vaak opgesloten in eenzaamheid van woordloze begrippen, die niet te communiceren zijn.
      Een andere aanleiding voor angst kan zijn dat mensen de grens tussen de eigen identiteit en de identiteit van anderen heel smal ervaren en ze het onheil dat een ander overkomt, als hun eigen onheil beleven.
      Deze sterke nuanceringen en overgevoeligheden bieden een welwillende voedingsbodem om onveiligheid te versterken.
      Er is niet zoveel voor nodig om deze mensen onzeker en angstig te maken en te kwetsen.
      Ze kunnen de dingen vaak zo moeilijk uitleggen en ervaren een toenemend isolement en eenzaamheid.
      Zo zien we dat iemands kwaliteiten tot diens valkuilen kunnen leiden.
      De ontkenning van de eigenheid of de ballast om ouder over je ouder te moeten zijn, kunnen teveel worden en op een onbewaakt moment omslaan in een angst- of paniekreactie.
      Werkelijk probleem
      Het kernprobleem voor deze mensen ligt niet in hun genuanceerdheid, gedifferentieerde belevingen of sterke gevoeligheden, maar in de gebrekkige ervaring om daar adequaat mee om te gaan.
      Ze zijn er onvoldoende in begeleid om met deze talenten om te gaan.
      In plaats van dat ze er voordeel aan ondervonden, werden het de valkuilen die leidden tot hun huidige positie.
      Het probleem om zonder begeleiding tot adequate oplossingen te komen, is dat de persoon onderdeel is van het proces dat voor het overgrote deel in het onbewuste werkt.
      Juist in dat onbewuste liggen de meeste onbekende drijfveren en argumenten die blijvende veranderingen in de weg staan.
      Al deze onbekende drijfveren kunnen een bewust gekozen en doorgevoerde verandering weer vaak ongemerkt terugtrekken naar de oorspronkelijke ongewenste positie.
      Je gedachten, gevoelens, ervaringen en herinneringen, die we samenvatten onder het begrip Ď
      systeemí, maken je tot een onverbrekelijk onderdeel van je eigen proces.
      Je bent niet vrij en objectief om iets anders te gaan doen dan wat je al deed.
      Als je wel die vrijheid had, was je allang van je probleem afgekomen.
      We hebben het hier over een ernstig en diepliggend probleem.
      Natuurlijk kennen we situaties waarin iemand zijn gedrag is gaan beheersen.
      Dat is dan ook een topprestatie, maar de energie die zo iemand daarin blijvend moet steken, is niet gering.
      Veranderen van de veroorzakers
      Het vinden van een veroorzaker van een klacht is de eerste stap.
      De volgende stap is er een positieve verandering in aan te brengen.
      Het handigste is dat te doen met de historische persoon in die situatie en in die leeftijd waarin de gebeurtenis plaatsvond.
      Dat kan.
      Er zijn verscheidene technieken om de persoon terug te brengen naar een herbeleving van dat moment en in de specifieke situatie van het verleden.
      De meest adequate oplossing is de persoon vanuit die herbeleving zelf oplossingen te laten vinden, die passen in de acceptatie van die persoon van dat moment uit het verleden.
      Daarmee is de lading van de gebeurtenis veranderd en heeft de persoon in die situatie rust.
      Door heel goed en aandachtig te luisteren naar de persoon, leert de therapeut de patronen van het belevingssysteem van de persoon kennen en vanuit die kennis de persoon te helpen bij het vinden van de meest passende oplossing.
      We noemen dat stil luisteren.
      Bij stil luisteren schakelt de therapeut zijn of haar eigen ideeŽn uit en luistert onbevangen naar wat de ander te vertellen heeft.
      Alleen dan komt de therapeut met een minimale filtering en ruis bij de processen die tot de klacht hebben geleid en daarmee ook bij de mogelijke oplossingen.
      Dat vraagt van de therapeut een grote terughoudendheid in het inschakelen van zijn of haar kennis en persoonlijke ervaringen en een grote mate van respect voor het specifieke systeem van de ander.
      Naar aanleiding van de verworven inzichten in de specifieke patronen van de persoon kan de therapeut selectief kiezen op welk moment hij of zij directief, dus sturend, gaat werken of passief, volgend en onderzoekend, te werk gaat.
      Angst wordt vaak opgebouwd vanuit een kwetsbaar belevingssysteem.
      Vaak ontstaat het uit veel, niet altijd waarneembare, kleine details die zich opstapelen.
      Angst is een waarschuwingssignaal voor gevaar en als je geen oplossing vindt om dat gevaar te keren, loopt de spanning op.
      Dan ontstaan stressreacties, die de persoon in een spiraal brengen van steeds heftigere emoties van spanning en onzekerheid of bedreiging.
      Instandhouders
      De belangrijkste instandhouder is een mechanisme in de persoon dat veranderingen als iets heel bedreigends ervaart.
      De persoon wil wel veranderen, maar kan dat niet en als hij of zij al een verandering toestaat, volgt vaak een drang om dat op een andere manier te compenseren.
      Andere instandhouders zijn de spontane trancetoestand waarin het proces onbestuurbaar is, de ankers, triggers of rituelen die het proces steeds weer in werking stelden.
      Gedrag
      De derde belemmerende factor in het veranderen van gedrag is de gewoonte of het veilige gevoel dat de gewoonte je geeft.
      Opmerkelijk is dat het veranderen van het gedrag nauwelijks inspanning vergt als de veroorzakers en instandhouders geneutraliseerd zijn.
      Dan ontstaat ook het veilige gevoel dat het gedrag niet meer hoeft terug te keren, omdat de veroorzakers en instandhouders er niet meer zijn.
      Miscommunicatie en mismatching tussen opvoeders en kinderen
      Bij stichting IMET ervaren we vaak een verkeerde benadering van kinderen en jong volwassenen en van mensen met een stoornis.
      Veel van deze jongeren beleven een niet adequate benadering van hun omgeving op wat zij willen, bedoelen, ervaren en beleven.
      Telkens worden we geconfronteerd met de resultaten dat kinderen :
      - niet gehoord worden in wat zij bedoelen; dat ze gehoord worden op basis van wat de ontvanger ervan maakt;
      - aandacht krijgen die ze niet verlangen en de aandacht missen die ze nodig hebben;
      - niet of onvoldoende serieus genomen worden in hun eigen belevingswereld;
      - lijden aan een onderwaardering en ondervoeding van hun vermogens en een gebrek aan respect ervaren voor diegene die ze in werkelijkheid zijn.
      Bij deze miscommunicatie is geen sprake van schuld, maar meer van algemene slechte omgang in de communicatie.
      Volwassenen zitten vast in hun eigen systemen en leggen vanuit die systemen claims op kinderen.
      De volwassen systemen worden over het algemeen rigider naarmate mensen vinden dat zij meer weten, meer ervaringen hebben, een sterke overtuiging hebben en vinden dat zij een autoriteit zijn.
      Bepaalde posities en beroepen nodigen uit tot autoritair gedrag dat belemmerend is voor een open communicatie met een kind of jongere.
      In gezinnen en op scholen ervaren we vaak een grote bezorgdheid over de symptomen die iemand uitstraalt in verband met een specifieke stoornis.
      Vooral als het om anorectische verschijnselen gaat, suÔcide-uitingen, zelfbeschadigingen en niet te plaatsen belevingen en verhalen.
      Het zijn symptomen die een natuurlijke en vaak terechte, reactie van bezorgdheid oproepen.
      Toch werken veel bezorgde reacties improductief.
      Het zijn niet de reacties die de persoon helpen.
      Ze vragen begrip voor hun specifieke eigenheid, geen bezorgdheid.
      Ze vragen een inlevende en meegaande reactie in hun belevingen; geen sturende, belerende, onderzoekende of verwijtende reactie.
      De omgang met iemand die slachtoffer is van een stoornis, vergt heel veel inlevingsvermogen in wat de persoon zowel vanuit haar oorspronkelijke vermogens wil en bedoelt, als hoe ze zich door haar vertekende zelf- en wereldbeeld uit.
      Directieve of cliŽntgerichte therapie
      Bij de behandeling van angst is niet altijd van tevoren vast te stellen in welke mate veroorzakers een rol spelen bij de angst.
      Soms moet je, om het risico van terugval zoveel mogelijk te voorkomen, veel aandacht geven aan de veroorzakers en instandhouders.
      Soms is de klacht ook adequaat te behandelen vanuit de beperktere directieve therapie.
      Grensgevallen zijn bijvoorbeeld angst voor autorijden, vliegangst, angst voor spreken in het openbaar, pleinangst, straatvrees, smetvrees.
      Bij IMET worden beide methoden toegepast.
      Meestal is het niet een kwestie van ůf de ene ůf de andere methode, maar in welke mate beide methoden op een specifieke klacht worden toegepast.
      Faalangst
      Mensen willen hun plek in de samenleving veroveren.
      Daarvoor moeten zij in competitie gaan met de factoren die hun die gewenste plek geven.
      Dat begint met de erkenning dat ze er mogen zijn, met het laten zien dat ze meekomen in het milieu waarin ze leven of willen leven.
      Ze richten zich op de oordelen die anderen over hen hebben en vormen daaruit een beeld van zichzelf.
      Wanneer mensen vaststellen dat ze niet bereiken wat ze willen bereiken en daarin ook nog eens bevestigd worden door de omgeving, daalt hun eigenwaarde, hun zelfwaardering en het vertrouwen in de eigen vermogens.
      Er ontstaat een toenemende angst om niet te voldoen aan de door henzelf en anderen gestelde eisen.
      Deze angst blokkeert weer in het bereiken van de volgende eisen.
      De faalangst die daaruit ontstaat, kan verlammend werken op het ondernemen van nieuwe uitdagingen en leidt tot sterk terughoudend gedrag.
      Faalangst is lastig uit te leggen door degene die daar onder lijdt.
      Je hebt je mening over jezelf gevormd, daar een overtuiging van gemaakt en zelf vastgesteld dat deze klopt.
      Je schaamt je voor je falen en kan er niet over praten.
      Dat wordt al helemaal moeilijk tegen mensen van wie jij vindt dat je aan hun eisen moet voldoen.
      Je ziet immers dat anderen wel bereiken wat ze willen en van hen verwacht wordt en uitgerekend jij bent diegene die dat niet kan.
      Jij doet door je falen anderen te kort.
      Jij stelt teleur, denk je.
      Hoe moet je dat uitleggen.
      Je voelt je klein en onhandig, mislukt.
      Je had het die anderen zo gegund dat ze trots op je zouden zijn.
      Mensen praten over hun successen en jij kent alleen maar mislukkingen.
      Het enige wat jij, die lijdt aan faalangst verkeerd doet, is dat je teveel naar je beperkingen kijkt en te weinig naar je mogelijkheden.
      Natuurlijk, je hebt zoveel ervaringen van mislukkingen.
      Je bent er zo vaak op gewezen.
      Maar het proces waar jij doorheen bent gegaan is het proces van de self-fulfilling prophecy.
      Door als klein kind je de kritiek van anderen en jezelf sterk aan te trekken, ben je gaan geloven dat je niet voldoet en dat geloof ben je onbewust in je gedrag gaan bevestigen.
      En door steeds naar je ervaringen te blijven kijken, naar die beperkingen die steeds benadrukt werden, ontstond een diepe overtuiging dat je alleen maar faalt.
      De ervaring bij IMET met faalangst is dat mensen die daar het slachtoffer van zijn geworden zich steeds hebben willen meten met andere mensen die andere kwaliteiten hadden dan zij.
      Dat is geen fout van de persoon zelf, maar is ingegeven vanuit de nadrukkelijke structuren vanuit de samenleving in de opvoeding.
      Als kind word je geleerd waaraan je allemaal moet voldoen en op welke wijze je dat moet bereiken.
      Maar veel mensen hebben andere vermogens dan de standaard vermogens.
      Veel mensen kunnen hetzelfde bereiken als anderen, maar op een andere, niet gestandaardiseerde, manier.
      Maar als je die mogelijkheid niet aangeboden krijgt of hij wordt je zelfs onthouden, dan wordt het moeilijk om je doorlopend te kunnen meten met de resultaten van anderen.


    Lees verder : Deel IV


    22-03-2009 om 17:58 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onzekerheid - Deel IV
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Onzekerheid

    Deel IV

    Angst voor signalen uit huis
    Je kunt angst hebben voor dingen die je in huis hoort of ziet, maar die niet verklaarbaar zijn, zoals een schimmige verschijning naast je bed of in de kamer of geluiden die suggereren dat er een inbreker is.
    Stemmen die je meent te herkennen maar die niet echt kunnen zijn.
    Angst voor woorden, betekenissen of symbolen
    Voor sommige mensen is het lezen of horen van bepaalde woorden al heel bedreigend.
    Woorden als : dood, ziek, ziekenhuis, sterfte, moord, ongeluk, geesten, stikken, brand, geweld.
    In een andere betekenis kunnen het woorden zijn die te maken hebben met de toekomst : werk, carriŤre, baas, chef, studie, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, afhankelijkheid, opstaan.
    Er zijn heel veel woorden die, wanneer de betekenis ervan uitvergroot wordt, heel bedreigend zijn en de emoties aardig op hol weten te brengen.
    Angst voor voedsel
    Naast de angst voor voedsel, omdat je er dik van kunt worden, kan de angst ook ontstaan uit onzekerheid of het voedsel wel goed is of het niet besmet is of bedorven.
    Mensen kunnen ook angstig zijn dat er door iemand gif in gespoten is of dat er tijdens de productie gif in terechtgekomen is.
    Angst voor smet
    Je kunt angst hebben voor smet, zoals je handen tientallen keren per dag wassen of uren onder de douche staan.
    De vuile was verscheidene wasbeurten achter elkaar in de wasmachine laten doorlopen.
    Angst voor gebruik van het toilet ergens anders of anderen op jouw toilet toestaan.
    Niemand thuis durven te ontvangen, omdat die persoon van alles in je huis brengt.
    Niets op de grond durven zetten of nat laten worden omdat daar smet van opgenomen wordt.
    Aanrakingen met anderen of het aanraken van deurgrepen waardoor je iets smerigs overgedragen krijgt.
    Conclusie
    Mensen met een angst-, dwang-, identiteit- of eetstoornis zitten fundamenteel anders in elkaar dan de doorsnee mens.
    Ze hebben vaak zoveel meer te bieden, wat nooit bij hen ontdekt is.
    Ze lijden aan een hang-over, aan een zich steeds verder opstapelende ontkenning van hun fijngevoeligheid in nuances en differentiaties.
    Zij passen moeilijk in een generaliserende samenleving die voor hen bepaalt hoe gedifferentieerde dingen samengevoegd worden tot ťťn ongenuanceerd geheel.
    Zij lijden onder een soort Calimero syndroom.
    Ouderen uit hun omgeving weten het allemaal zo goed en naar hen wordt niet geluisterd.
    Zij voelen zich te klein om de doorgeprikte zekerheden die zij in hun omgeving vaak tegenkomen, in de juiste context te mogen plaatsen.
    Ze weten niet om te gaan met incongruentie tussen verbale en non-verbale signalen.
    Ze zoeken oplossingen, die altijd gericht zijn op de korte termijn, zonder het overzicht te hebben van de consequenties.
    Bezorgdheid, angst en paniek daarover werken contraproductief.
    Daartegenover staat dat meegaand luisteren, aandacht voor hun manier van denken, voelen en beleven en een groot respect voor diegene die zij zijn, hen kan helpen.
    Zij verdienen de goede hulp, om veel redenen.
    Veel van deze mensen ervaren voortdurend vereenvoudigde zekerheden in hun omgeving, die hen als onaantastbare waarheden door autoriteiten worden opgelegd.
    Daarentegen zijn zij, juist vanuit hun eigen gedifferentieerde vermogens, zoekers naar mogelijkheden en geboren ontdekkers van nuances in de dingen om hen heen.
    Dit eigen systeem en de indoctrinatie van de vreemde systemen zorgt voor innerlijke conflicten en spanningen.
    Ze weten niet of ze hun eigen waarnemingen en conclusies wel mogen vertrouwen.
    De vereenvoudigde zekerheden hebben hen geleerd om zwart wit te gaan denken.
    Dit geldt ook voor de ongenuanceerde keuze wie er gelijk heeft : de autoriteit of zij.
    Dit hele proces, zo blijkt uit de behandelingen van Stichting IMET, begint al bij de eerste waarnemingen van het heel jonge kind.
    De werking ervan verloopt verder vooral op onbewust niveau.
    Naar de visie van Stichting IMET is een angst-, dwang-, identiteit- of eetstoornis in beginsel geen ziekte maar een verstoring op communicatief niveau.
    En zover wij hebben kunnen vaststellen, lijden met name mensen met een bovennormaal geestelijk, emotioneel vermogen, afgemeten aan hun milieu, aan zo'n stoornis.
    We benadrukken het begrip "
    beginsel", want de stoornis kan uiteindelijk wťl tot zeer ernstige en zelfs dodelijke ziektes lijden.
    .../...
    Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/77/5/
    • Dwangstoornissen
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Een dwangstoornis kenmerkt zich door een beperkte vrijheid in keuzes die een persoon in bepaalde gedachte- en gedragspatronen heeft.
      De persoon kan bepaalde gedachten niet voorkomen of afbreken en moet bepaalde gedragingen of rituelen uitvoeren.
      Wanneer hem/haar die mogelijkheden worden afgenomen neemt de spanning of een bepaalde angst bij de persoon toe.
      Een dwangstoornis is een gestructureerde uitlaatklep om angst en spanning tegen te gaan.
      Onder angst en spanning kan ook worden verstaan : leegte, zelfvervreemding en eenzaamheid.
      Vaak gaat een dwangstoornis ook samen met depressiviteit en onbewust handelen, zoals het zich verliezen in een trancetoestand.
      Dwang of compulsie betekent dat iemand gedrag vertoont tegen zijn of haar wil in.
      Dat kan ook de psychologische staat zijn waarin men zich gedwongen voelt tot dat gedrag (bijvoorbeeld in een functie).
      Een dwang of compulsie verschilt van een obsessie, waarbij de nadruk ligt op gedachten en gevoelens en niet zozeer op gedrag.
      Ook impulsief heeft een iets andere betekenis : deze dwang tot handelen treedt meer plotseling op en de afloop is vaak meer bevredigend (koopziekte).
      Compulsie daarentegen heeft gewoonlijk een connotatie van herhaling en irrationaliteit.
      Bij compulsie gaat men meestal uit van een innerlijke (endogene) oorzaak.
      Obsessieve compulsieve stoornis is een veel voorkomende combinatie.
      De obsessie dekt een angst af door er dwangmatig aan toe te geven.
      De meeste dwangstoornissen hebben ook een obsessieve veroorzaker.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/51/5/

    • Eetstoornissen
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Mensen eten.
      Dat hoort zo en dat is gezond.
      Sommige mensen eten wat meer anderen eten wat minder.
      Sommigen redden het met twee maaltijden per dag anderen hebben meer tussendoortjes nodig.
      Dit is een glijdende schaal van weinig naar veel, met een individuele voorkeur.
      Zo lang dit eetpatroon de persoon voldoende energie en lichaam blijft geven, is de eetgewoonte in beginsel in orde.
      Zodra er dwingende (obsessieve) gedachten aan te pas komen dat er wel of niet gegeten moet worden, ontstaat het begrip stoornis.
      Zoín stoornis kan zijn: doorlopend iets eten in kleine hoeveelheden, vooral veel snoepen of in ťťn keer een onstuitbare behoefte hebben om een grote hoeveelheid naar binnen te werken.
      De obsessie kan ook zijn dat het lichaam steeds als teveel aanvoelt en dat er dus niets in mag komen of dat wat er toch in komt, er uit moet komen via braken, laxeren of plassen.
      Ook het obsessief sporten of aftrainen hoort in die categorie thuis.
      Een eetstoornis wordt gekenmerkt door enerzijds controleverlies over voedselinname of juist een overmaat aan controle daarop, maar een controleverlies over een correct zelfbeeld.
      Bij magerzucht (Anorexia) ervaart de persoon meer lichaam dan zij in werkelijkheid heeft en streeft ernaar die overdaad kwijt te raken, waardoor ze steeds minder lichaam krijgt.
      Dat is in principe een eindeloos proces.
      Men heeft het dan ook vaak over de doelstelling : maatje nul.
      Overmatige eters kunnen voorbij gaan aan het uitbouwen van hun lichaamsvolume, alleen al omdat zij niet weerbaar zijn voor lekkere dingen ('
      Binge Eating Disorders' (B.E.D.)).
      Natuurlijk ondervinden zij daar last van, maar die bagatelliseren ze om aan hun Ď
      verslavingí toe te kunnen geven.
      Dan heb je de overeters met magerzucht (Boulimia).
      Zij hebben geen controle over hun voedselinname en hebben tevens de drang om minder lichaam te hebben.
      Dat laatste geldt in minder heftige mate als bij Anorexia, maar toch ervaren zij elke kilo lichaamsgewicht als teveel.
      Ten opzichte van BED is aan hun lichaamsvorm en volume meestal niets opvallends te zien.
      De meeste lijders aan Boulimia weten door spugen, laxeren of aftrainen toch een goede kledingmaat te kunnen dragen.
      Op de achtergrond spelen andere, wel overeenkomstige, oorzaken een rol.
      We noemen er hier een paar die verderop verder toegelicht worden : eenzaamheid, leegte, verwarring, prestatiegericht, perfectionistisch, op anderen gericht.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/78/5/

    • Faalangst
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Mensen willen hun plek in de samenleving veroveren.
      Daarvoor moeten zij in competitie gaan met de factoren die hun die gewenste plek geven.
      Dat begint met de erkenning dat ze er zijn mogen, met het laten zien dat ze meekomen in het milieu waarin ze leven of willen leven.
      Ze richten zich op de oordelen die anderen over hen hebben en vormen daaruit een beeld van zichzelf.
      Wanneer mensen vaststellen dat ze niet bereiken wat ze willen bereiken en daarin ook nog eens bevestigd worden door de omgeving daalt hun eigenwaarde, hun zelfwaardering en het vertrouwen in de eigen vermogens.
      Er ontstaat een toenemende angst om niet te voldoen aan de door henzelf en anderen gestelde eisen.
      Deze angst blokkeert weer in het bereiken van de volgende eisen.
      De faalangst die daaruit ontstaat, kan verlammend werken op het ondernemen van nieuwe uitdagingen en leidt tot sterk terughoudend gedrag.
      Lastig uit te leggen
      Faalangst is lastig uit te leggen door degene die daar onder lijdt.
      Je hebt je mening over jezelf gevormd, daar een overtuiging van gemaakt en zelf vastgesteld dat deze klopt.
      Je schaamt je voor je falen en kan er niet over praten.
      Dat wordt al helemaal moeilijk tegen mensen van wie jij vindt dat je aan hun eisen moet voldoen.
      Je ziet immers dat anderen wel bereiken wat ze willen en van hen verwacht wordt en uitgerekend jij bent diegene die dat niet kan.
      Jij doet door je falen anderen te kort.
      Jij stelt teleur, denk je.
      Hoe moet je dat uitleggen.
      Je voelt je klein en onhandig, mislukt.
      Je had het die anderen zo gegund dat ze trots op je zouden zijn.
      Mensen praten over hun successen en jij kent alleen maar mislukkingen.
      Het enige wat jij, die lijdt aan faalangst, verkeerd doet is dat je teveel naar je beperkingen kijkt en te weinig naar je mogelijkheden.
      Natuurlijk, je hebt zoveel ervaringen van mislukkingen.
      Je bent er zo vaak op gewezen.
      Maar het proces waar jij doorheen bent gegaan is het proces van de self-fulfilling prophecy.
      Door als klein kind je de kritiek van anderen en jezelf sterk aan te trekken ben je gaan geloven dat je niet voldoet en dat geloof ben je onbewust in je gedrag gaan bevestigen.
      En door steeds naar je ervaringen te blijven kijken, naar die beperkingen die steeds benadrukt werden, ontstond een diepe overtuiging dat je alleen maar faalt.
      De ervaring bij IMET met faalangst is dat mensen die daar het slachtoffer van zijn geworden zich steeds hebben willen meten met andere mensen die andere kwaliteiten hadden dan zij.
      Dat is geen fout van de persoon zelf, maar is ingegeven vanuit de nadrukkelijke structuren vanuit de samenleving in de opvoeding.
      Als kind word je geleerd waaraan je allemaal moet voldoen en op welke wijze je dat moet bereiken.
      Maar veel mensen hebben andere vermogens dan de standaard vermogens.
      Veel mensen kunnen hetzelfde bereiken als anderen, maar op een andere, niet gestandaardiseerde, manier.
      Maar als je die mogelijkheid niet aangeboden krijgt of hij wordt je zelfs onthouden, dan wordt het moeilijk om je doorlopend te kunnen meten met de resultaten van anderen.
      Aangeboren kwaliteiten en waartoe die kunnen leiden
      Ieder mens krijgt bij zijn of haar geboorte kwaliteiten mee.
      Een aantal daarvan zijn herkenbaar als familietrekken en een aantal lijken door het kind zelf meegebracht te zijn.
      Het totaal aan kwaliteiten past meestal redelijk in de omgeving van de persoon.
      Op die manier groeit het kind op in normen en waarden, met ideeŽn en belevingen en met mogelijkheden en beperkingen waar het goed mee kan leven.
      Soms worden ook kinderen geboren die naast de familiekenmerken een aantal krachtige eigen kwaliteiten meebrengen.
      Zolang deze kwaliteiten door de omgeving gestimuleerd worden om tot ontwikkeling te komen, zal het kind er vooral voordeel aan hebben.
      Als deze eigen kwaliteiten echter een niveau en een diversiteit krijgen die door de omgeving (samenleving) niet opgemerkt worden of niet tot ontwikkeling gebracht worden, ervaart het - meestal nog erg jonge en rijk begaafde - kind dit als een ontkenning van de eigenheid; een ontkenning van zijn of haar complete identiteit.
      Dit proces vindt vooral plaats op onbewust- en op overtuigingsniveau.
      Het kind blijft steken in de afweermechanismen van de zelfbeschuldigingen zoals : ď
      Ik kan het nietĒ, ďhet ligt aan mijĒof ďik ben schuldigĒ.
      Mensen hebben een drang in zich die ervoor zorgt dat de aangeboren vermogens in meer of mindere mate tot ontwikkeling kunnen komen.
      Bij sommige mensen is deze drang erg sterk aanwezig, bij anderen minder sterk.
      Maar als de persoon tot zelfbeschuldigingen komt, zal het alles doen om zijn Ď
      onhandige gedragí te verstoppen en elke activiteit waarin het zichzelf als onhandig of minderwaardig beschouwd, achterwege te laten.
      Het kind schaamt zich voor zichzelf en trekt zich steeds meer uit activiteiten terug en vermindert zijn sociale contacten.
      Het neemt afstand tot zijn omgeving en communiceert steeds moeilijker.
      Het krijgt de neiging zich steeds kleiner en onzichtbaarder te maken.
      Uit faalangst kunnen stemmingswisselingen en depressiviteit ontstaan.
      Twee visies in de behandeling
      De psychotherapie kent veel richtingen.
      Twee daarvan onderscheiden zich van elkaar.
      Enerzijds de directieve therapieŽn, dat zijn de sturende methodieken, waarin de psychologische vakkennis van de therapeut van groot belang is.
      Anderzijds de indirecte of cliŽntgerichte therapieŽn, waarbij de therapeut zoveel mogelijk op de achtergrond blijft en het belevingssysteem van de cliŽnt stimuleert in het vinden van zowel de veroorzakers als de oplossingen.
      Bij IMET worden beide methoden integraal gebruikt.
      Werkelijk probleem
      Het kernprobleem voor deze mensen ligt in hun zelfondermijnende gedachten.
      Ze ervaren in elke kritiek of lage waardering voor een prestatie een sterke afwijzing van hun persoonlijkheid.
      Hun zelfveroordelingen vormen een onderdeel van hun ontwikkelings- en veranderingsprocessen.
      Je gedachten, gevoelens, ervaringen en herinneringen, die we samenvatten onder het begrip Ď
      systeemí, maken je tot een onverbrekelijk onderdeel van je eigen proces.
      Je bent niet vrij en objectief om iets anders te gaan doen dan wat je al deed.
      Als je wel die vrijheid had, was je allang van je probleem afgekomen.
      We hebben het hier over een ernstig en diepliggend probleem.
      Natuurlijk kennen we situaties waarin iemand zijn gedrag is gaan beheersen.
      Dat is dan ook een topprestatie, maar de energie die zo iemand daarin blijvend moet steken, is niet gering.
      Om op een adequate manier uit dit probleem te stappen is hulp van buitenaf belangrijk.
      Daar zijn verschillende methoden voor.
      De meest toegepaste methode is een assertiviteitstraining te volgen.
      Het nadeel daarvan is dat het de veroorzakers niet verandert, alleen het gedrag.
      Gedragsverandering is goed, zelfs noodzakelijk.
      Het ontdekken dat je, los van wat er allemaal in het verleden gebeurde, in staat bent voor jezelf op te komen.
      In veel gevallen is dat niet mogelijk als je verleden zo zwaar op je drukt dat je jezelf ontkent.
      Als je vindt dat je er eigenlijk niet bent, hoe kan je dan voor jezelf opkomen ?
      Voor wie kom je dan op ?
      Assertiviteitstrainingen die aan het verleden van de persoon voorbijgaan, verergeren soms het probleem.
      Misschien kan de persoon leren op te komen voor zichzelf.
      Maar de kans is groot dat deze dit weer doet vanuit alleen aangeleerd gedrag, zonder dat er sprake is van een werkelijk persoonlijke mening en overtuiging.
      En op den duur ervaart de persoon deze uitholling opnieuw en verliest het weer zijn zelfvertrouwen omdat het zijn eigen identiteit nog steeds niet heeft leren erkennen en respecteren.
      Veranderen van de veroorzakers
      Het vinden van een veroorzaker van een klacht is de eerste stap.
      De volgende stap is er een positieve verandering in aan te brengen.
      Het handigste is dat te doen met de historische persoon in die situaties en in die leeftijden waarin de gebeurtenissen die tot de zelfontkenning leidden, plaatsvonden.
      Dat kan.
      Er zijn verscheidene technieken om de persoon terug te brengen naar herbelevingen van die momenten en in de specifieke situaties van het verleden.
      De meest adequate oplossing is de persoon vanuit die herbeleving zelf oplossingen te laten vinden, die passen in de acceptatie van die persoon van dat moment uit het verleden.
      Daarmee is de lading van de gebeurtenis veranderd en heeft de persoon in die situatie rust.
      Door heel goed en aandachtig te luisteren naar de persoon, leert de therapeut de patronen van het belevingssysteem van de persoon kennen en vanuit die kennis de persoon te helpen bij het vinden van de meest passende oplossing.
      We noemen dat Ď
      stil luisterení.
      Bij Ď
      stil luisterení schakelt de therapeut zijn of haar eigen ideeŽn uit en luistert onbevangen naar wat de ander te vertellen heeft.
      Alleen dan komt de therapeut met een minimale filtering en ruis bij de processen die tot de klacht hebben geleid en daarmee ook bij de mogelijke oplossingen.
      Dat vraagt van de therapeut een grote terughoudendheid in het inschakelen van zijn of haar kennis en persoonlijke ervaringen en een grote mate van respect voor het specifieke systeem van de ander.
      Naar aanleiding van de verworven inzichten in de specifieke patronen van de persoon kan de therapeut selectief kiezen op welk moment hij of zij directief, dus sturend, gaat werken of passief, volgend en onderzoekend, te werk gaat.
      Faalangst wordt vaak opgebouwd vanuit een kwetsbaar belevingssysteem.
      Vaak ontstaat het uit veel, niet altijd waarneembare, kleine details die zich opstapelen.
      Angst is een waarschuwingssignaal voor gevaar en als je geen oplossing vindt om dat gevaar te keren, loopt de spanning op.
      Dan ontstaan stressreacties, die de persoon in een spiraal brengen van steeds heftigere emoties van spanning en onzekerheid of bedreiging.
      Instandhouders
      De belangrijkste instandhouder is een mechanisme in de persoon dat veranderingen als iets heel bedreigends ervaart.
      De persoon wil wel veranderen, maar kan dat niet en als hij of zij al een verandering toestaat, volgt vaak een drang om dat op een andere manier te compenseren.
      Andere instandhouders zijn de ankers, triggers of rituelen die het proces steeds weer in werking stelden.
      Gedrag
      De derde belemmerende factor in het veranderen van gedrag is de gewoonte of het veilige gevoel dat de gewoonte je geeft.
      Opmerkelijk is dat het veranderen van het gedrag nauwelijks inspanning vergt als de veroorzakers en instandhouders geneutraliseerd zijn.
      Dan ontstaat ook het veilige gevoel dat het gedrag niet meer hoeft terug te keren, omdat de veroorzakers en instandhouders er niet meer zijn.
      Miscommunicatie en mismatching tussen opvoeders en kinderen
      Bij stichting IMET ervaren we vaak een verkeerde benadering van kinderen en jong volwassenen en van mensen met faalangst.
      Veel van deze jongeren beleven een niet adequate benadering van hun omgeving op wat zij willen, bedoelen, ervaren en beleven.
      Telkens worden we geconfronteerd met de resultaten dat kinderen :
      - niet gehoord worden in wat zij bedoelen; dat ze gehoord worden op basis van wat de ontvanger ervan maakt;
      - aandacht krijgen die ze niet verlangen en de aandacht missen die ze nodig hebben;
      - niet of onvoldoende serieus genomen worden in hun eigen belevingswereld en er daarom zelf niet meer over kunnen praten;
      - lijden aan een onderwaardering en ondervoeding van hun vermogens en een gebrek aan respect ervaren voor diegene die ze in werkelijkheid zijn.
      Bij deze miscommunicatie is geen sprake van schuldigheid, maar meer van algemene inadequate omgang in de communicatie.
      Volwassenen zitten vast in hun eigen systemen en leggen vanuit die systemen claims op kinderen.
      De volwassen systemen worden over het algemeen rigider naarmate mensen vinden dat zij meer weten, meer ervaringen hebben, een sterke overtuiging hebben en vinden dat zij een autoriteit zijn.
      Bepaalde posities en beroepen nodigen uit tot autoritair gedrag, dat belemmerend is voor een open communicatie met een kind of jongere.
      Ook kinderen en jongeren kunnen uit elkaar groeien, waarbij de een zelfverzekerder is, meer autoriteit verwerft en de ander zich steeds ondergeschikter ervaart en soms ook maakt ten aanzien van de nieuw zich ontwikkelende autoriteiten om hem heen.
      Uit dit verschil ontstaat bijvoorbeeld het fenomeen pesten.
      In gezinnen en op scholen ervaren we vaak een grote bezorgdheid over de negatieve symptomen die iemand uitstraalt in verband met zichzelf : vereenzaming, teruggetrokkenheid, depressiviteit, lusteloosheid en demotivatie.
      Soms zet dit gedrag zich door in zelfbestraffing en zelfbeschadiging.
      Het zijn symptomen die een natuurlijke en vaak terechte reactie van bezorgdheid oproepen.
      Toch werken veel bezorgde reacties improductief.
      Het zijn niet de reacties die de persoon helpen.
      Ze vragen begrip voor hun specifieke eigenheid; geen bezorgdheid.
      Ze vragen een inlevende en meegaande reactie in hun belevingen; geen sturende, belerende, onderzoekende of verwijtende reactie.
      Ze vragen om die oplossingen die bij hen passen maar door niemand uit hun omgeving aangeboden kunnen worden.
      De omgang met iemand die lijdt aan faalangst vergt heel veel inlevingsvermogen in wat de persoon zowel vanuit haar oorspronkelijke vermogens wil en bedoelt, als hoe ze zich door haar vertekende zelf- en wereldbeeld uit.
      Directieve of cliŽntgerichte therapie
      Bij de behandeling van faalangst is van tevoren niet vast te stellen in welke mate bepaalde veroorzakers een rol spelen bij die angst.
      Soms moet je, om het risico van terugval zoveel mogelijk te voorkomen, veel aandacht geven aan de veroorzakers en instandhouders.
      Soms is de klacht ook adequaat te behandelen vanuit de beperktere directieve therapie, zoals coaching en assertiviteitstraining.
      Bij IMET worden al deze methoden toegepast.
      Meestal is het niet een kwestie van ůf de ene ůf de andere methode, maar in welke mate de methoden met elkaar geÔntegreerd worden toegepast.
      Faalangst wordt vaak ondersteund door andere vormen van angst, zoals geluiden die suggereren dat er een inbreker is of woorden en symbolen die een negatieve betekenis hebben gekregen en het zelfvertrouwen aantasten.
      Vaak kunnen situaties met een negatieve ervaring steeds bedreigender worden, zoals naar school gaan, studeren, werken en sociale contacten onderhouden.
      In feite kan iedere ervaring met een negatieve lading over het zelfbeeld tot een fobie of angst leiden met daaraan gekoppeld gedrag dat de angst moet reduceren.
      Conclusie
      Mensen met faalangst hebben veel overeenkomsten in hun basis als mensen met een angst-, dwang-, identiteits- of eetstoornis.
      Ze zitten fundamenteel anders in elkaar dan de doorsnee mens.
      Ze hebben vaak zoveel meer te bieden, wat nooit bij hen ontdekt is.
      Ze lijden aan een hang-over, aan een zich steeds verder opstapelende ontkenning van hun fijngevoeligheid in nuances en differentiaties.
      Zij passen moeilijk in een generaliserende samenleving die voor hen bepaalt hoe gedifferentieerde dingen samengevoegd worden tot ťťn ongenuanceerd geheel.
      Zij lijden onder een soort '
      Calimero syndroom'.
      Ouderen uit hun omgeving weten het allemaal zo goed en naar hen wordt niet geluisterd.
      Zij voelen zich te klein om de doorgeprikte zekerheden die zij in hun omgeving vaak tegenkomen, in de juiste context te mogen plaatsen.
      Ze weten niet om te gaan met incongruentie tussen verbale en non-verbale signalen.
      Ze zoeken oplossingen, die altijd gericht zijn op de korte termijn, zonder het overzicht te hebben van de consequenties.
      Bezorgdheid, angst en paniek daarover werken contraproductief.
      Daartegenover staat dat meegaand luisteren, aandacht voor hun manier van denken, voelen en beleven, en een groot respect voor diegene die zij zijn, hen kan helpen.
      Zij verdienen de goede hulp, om veel redenen.
      Veel van deze mensen ervaren voortdurend vereenvoudigde zekerheden in hun omgeving, die hen als onaantastbare waarheden door autoriteiten worden opgelegd.
      Daarentegen zijn zij, juist vanuit hun eigen gedifferentieerde vermogens, zoekers naar mogelijkheden en geboren ontdekkers van nuances in de dingen om hen heen.
      Dit eigen systeem en de indoctrinatie van de vreemde systemen zorgt voor innerlijke conflicten en spanningen.
      Ze weten niet of ze hun eigen waarnemingen en conclusies wel mogen vertrouwen.
      De vereenvoudigde zekerheden hebben hen geleerd om zwart-wit te gaan denken.
      Dit geldt ook voor de ongenuanceerde keuze over wie er gelijk heeft : de autoriteit of zij.
      Dit hele proces, zo blijkt uit de behandelingen van Stichting IMET, begint al bij de eerste waarnemingen van het heel jonge kind.
      De werking ervan verloopt verder vooral op onbewust niveau.
      Naar de visie van Stichting IMET is faalangst geen ziekte maar een verstoring op communicatief niveau.
      En voor zover wij hebben kunnen vaststellen, lijden met name mensen met een bovennormaal geestelijk, emotioneel vermogen, afgemeten aan hun milieu, aan zoín verstoord zelfbeeld.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/79/5/

    • Identiteitsstoornissen
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      De term Ďidentiteití wordt in het algemene taalgebruik, de persoonlijkheidsleer en in de sociale psychologie in vele en verwarrende betekenissen gebruikt.
      We kennen de populaire betekenis waarin identiteit voor unieke herkenbaarheid staat.
      We plaatsen de identiteit aan de context van de persoon, zijn uiterlijk, leeftijd, milieu, functie, ideeŽn en gedrag en bouwen daar veronderstellingen op.
      Uit die factoren wordt ons door onze omgeving een identiteit toegekend.
      In de psychologie zijn vele gedetailleerde begrippen ontwikkeld op de term identiteit.
      Eťn daarvan zullen we hier nader uitleggen.
      Het betreft het essentiŽle continue zelf van de persoon.
      Die elementen die de persoon als psychische en lichamelijke vermogens in zijn wezenlijke structuur heeft.
      Voor een gezonde ontwikkeling dient de persoon zijn structuur te erkennen en te accepteren als basis van zichzelf.
      Deze persoonlijke wezenlijke structuur staat los van de cultuur die de persoon omgeeft en alles wat hij leert.
      Die structuur is de basis waarop de omgeving gedrag kan aanbrengen.
      Er is sprake van een identiteitsstoornis wanneer de persoon zijn eigen structuur niet meer kent en daar geen gebruik van kan maken.
      Meestal is er dan sprake van aangeleerd gedrag dat niet aansluit op de persoonlijke oorspronkelijke kenmerken van de persoon.
      Dat gedrag kan als afweermechanisme en overlevingsstrategie door de persoon zelf ontwikkeld zijn, het kan ook opgelegd zijn door een opvoedende omgeving.
      Meestal is het een combinatie van deze twee invloeden.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/80/5/

    • Kleptomanie en ontvreemdingen
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Er zijn verschillende vormen van kleptomanie.
      De verstoorde vorm en de economische vorm.
      Het verschil zit hem :
      - in de vermeende noodzaak om te stelen omdat men niet kan of wil betalen voor iets dat noodzakelijk is om een behoefte te bevredigen en
      - in de niet economisch noodzakelijke drang om iets van een ander mee te nemen.
      Beide zijn volgens de wet even strafbaar, maar hebben toch een andere betekenis.
      De eerst genoemde vorm wordt door de dader gezien als een onvrijwillige maar noodzakelijke oneerlijkheid, de tweede genoemde vorm heeft meer te maken met stuurloosheid op het moment van de daad.
      In deze uitleg houden we ons bezig met de tweede vorm.
      Kleptomanie
      Kleptomanie kan worden vergeleken met een overetende eetstoornis.
      De persoon wil het niet maar is niet bij machte om verzet te plegen.
      Een BoulimiapatiŽnte overat zich iedere avond in zoín sterke mate dat ze met een kussen voor haar mond op de grond van haar studentenkamer lag te gillen van de buikkrampen.
      Toch liet ze het iedere avond gebeuren.
      Een andere studente, overtuigd vegetarisch, scheurde bij gebrek aan ander eten in een nachtelijke vreetbui een diepgevroren biefstuk in stukken en vrat die helemaal op.
      Mensen die dit doen staan buiten zichzelf en hebben op dat moment geen enkele controle over hun gedrag.
      Bij kleptomanie van de tweede soort is dit in bijna alle gevallen niet anders.
      Het is een onbestuurbare drang die vaak vanuit een plotselinge obsessie voor een voorwerp ontstaat.
      Dit soort kleptomanen is vaak verzamelaar van nuttige en onnuttige dingen.
      Dat wat zij meenemen verhoogt maar zelden hun comfort of gemak.
      Vaak worden de voorwerpen ergens opgeborgen waar ze geen functie hebben.
      Meestal ontstaat de stoornis uit een aaneenrijging van (vermeende) afwijzingen en gebrek aan warmte en genegenheid op de momenten die de persoon als kind nodig had.
      Het begrip IK en JIJ vervaagt; het mijn en dijn doet dan niet mee.
      Vaak is het intermenselijke gevoel en de geestelijk morele eigenwaarde ingewisseld tegen berekenende en materiŽle waarden.
      Ontvreemdingen
      Het begrip '
      ontvreemding' omvat zowel het stelen als het ongevraagd lenen.
      Stelen en ongevraagd lenen komt in de beste families voor.
      En zo lang het om een incidentje gaat is het meestal wel intern op te lossen.
      Alleen als het in de structuur van iemands gedrag gaat zitten, wordt het probleem groter en kan het juridische gevolgen hebben die een lange nasleep kunnen krijgen.
      Er is helaas weinig specialistisch behandelaanbod vanuit de hulpverlening voor deze problemen.
      Er is ook weinig begrip voor.
      Dat maakt het vinden van oplossingen moeilijker, zowel voor de behandelaar als voor de persoon zelf die behandeld wil worden.
      Stelen en ongevraagd lenen komt veel voor bij mensen die ook een andere vorm van geheim leven hebben, omdat ze zich over zoveel dingen niet kunnen uiten.
      In veel gevallen is het gedrag een vervanging voor ander gedrag dat beter bij de persoon past, maar waar deze op dat moment niet mee opschiet.
      De ervaring bij IMET leert dat de persoon zich iets wil toe-eigenen, wat hij op een andere manier, als kind, niet gekregen heeft.
      En dan gaat het niet om spullen, maar om een intermenselijke erkenning en koestering.
      En omdat deze factoren niet te krijgen zijn, kan de persoon kiezen uit twee oplossingen : het gaan ontkennen van de behoefte aan erkenning en koestering of het verwerven van iets dat daarvoor in de plaats komt, meestal iets materieels.
      Mensen die zich spullen van anderen toe-eigenen, zijn niet respectloos maar missen op het moment van de handeling het vermogen om daar weerstand tegen te bieden.
      Soms lijkt het erop dat ze zich volledig bewust zijn van wat zij doen, maar dat is een gedragsbewustzijn, gespeend van het normbewustzijn.
      Zij weten dat zij iets doen wat niet mag, maar hun gevoel daarover wordt volledig overheerst door de concentratie om niet betrapt te worden.
      Het systeem van deze mensen is er voortdurend op gericht dingen te veroveren zonder daar iets tegenover te stellen.
      Iets waardevols te verwerven en het tijdens het pakken en meenemen als waardeloos te bestempelen en er uiteindelijk als een trofee van te kunnen genieten.
      Vaak bevestigen mensen zich onbewust op deze manier dat ze wel degelijk slim zijn; slimmer dan de rest die het had moeten bewaken.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/81/5/

    • Onbeheerste fantasieŽn en leugens
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Mensen hebben wensen en mensen hebben voorstellingen.
      Mensen stellen zich de dingen voor zoals het zou kunnen of moeten zijn.
      Aan de hand van die vermogens ontwikkelen mensen hun strategieŽn om dingen te realiseren.
      Maar voor dat laatste zijn veel ingewikkelde processen nodig die gelukkig bij de meeste mensen in meer of mindere mate goed functioneren.
      Al in de vroege kinderjaren leren kinderen verhalen die niet waar zijn.
      Sprookjes, sagen, legenden.
      In kinderboeken zijn de kinderen vaak de helden en worden onwaarschijnlijkheden waargemaakt.
      Kinderen leren als het goed is, werkelijkheid van fictie te onderscheiden, maar kunnen geÔnspireerd blijven door de verhalen van vroeger.
      Al die verhalen van vroeger vormen mee aan hun normbesef.
      Ze stimuleren het ontdekken van nieuwe mogelijkheden en werkelijkheden.
      Zo rond het achtste, negende jaar ontwikkelen kinderen steeds meer slimmigheidjes om hun doelen te bereiken.
      Ze tasten de grenzen af van waarheid en onwaarheid en experimenteren hoe ze daarin hun voordeel kunnen doen.
      Sommige kinderen blijven daarin hangen en ontwikkelen een compensatiestrategie voor niet gerealiseerde wensen, door zich te verliezen in fantasieŽn.
      De meeste mensen hebben verborgen fantasieŽn.
      Dat geeft niet zo lang zij daarmee maar niemand anders of zichzelf schaden.
      Veel mensen dikken verhalen aan of suggereren bewust iets wat eigenlijk anders is.
      Zo vertelde een vrouw aan een andere vrouw op een party dat haar man hoofd verkoop was van een internationaal bedrijf.
      In werkelijkheid was hij de enige verkoper van een Nederlands bedrijf vlakbij de Belgische grens met een dependance in BelgiŽ.
      Onbeheerste fantasieŽn behoren tot de overlevingsstrategieŽn van veel mensen.
      Ze moeten veel aandikken, zichzelf een andere identiteit of functie geven, een andere status of zelfs een titel.
      Veel mensen verlaten ís ochtends met een aktetas het huis, zwerven door een vreemde omgeving of verstoppen zich die dag en komen ís avonds thuis alsof ze een drukke baan hebben.
      Deze mensen leven een moeilijk leven, een doorlopend schijnleven.
      Het oordeel van een ander over hun bestaan weegt loodzwaar.
      En om het dragelijk te maken, spelen ze een spel van een gefantaseerde werkelijkheid.
      Kinderen leren elkaar vaak hoe ze hun doel kunnen bereiken door niet de werkelijkheid te vertellen.
      Denk maar eens aan al die feestjes of uitgaansavonden die kinderen volgen terwijl de ouders denken dat ze bij een vriendje of vriendinnetje logeren.
      Kinderen en daarna volwassenen schrijven allemaal hun eigen smoezenboeken; hun arsenaal aan excuses waarom ze niet voldaan hebben aan gestelde eisen.
      Heel veel opaís en omaís zijn in hun leven al meermalen gestorven aan de vreselijkste ziekten en daarna begraven.
      Onbeheerste fantasieŽn ontwikkelen zich van onschuldige handigheidjes om iets voor elkaar te krijgen tot in extreme vormen van oplichting.
      Het gevaar zit hem in de geleidelijkheid waarin de vormen en frequenties toenemen.
      Wanneer het ernstige vormen aanneemt, kan je rustig spreken van een fantasiestoornis.
      Sommige mensen gaan zelfs zover dat ze een dubbel leven gaan leiden : een goede zorgzame liefhebbende echtgenoot die zijn geld verdeelt tussen zijn gezin en meerdere maÓtresses in verschillende plaatsen en alles aan elkaar liegt om zijn steeds afwijkender gedrag te verklaren.
      Of een vrouw die meerdere jaren tijdens het uivoeren van een drukke baan, aan haar vrienden suggereerde dat ze in de terminale fase van kanker verkeerde en een volslagen dubbel leven leidde.
      Mensen krijgen een goede baan op basis van valse papieren en niet gecontroleerde verhalen of ze troggelen mensen geld, tijd en aandacht af.
      In de meeste gevallen vallen ze door de mand en veroorzaken veel schade bij anderen en bij zichzelf.
      Evenals bij andere stoornissen geldt ook bij de onbeheerste fantasieŽn dat de persoon die daaraan lijdt, zelf gemotiveerd is om er vanaf te komen.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/82/5/

    • Smetvrees
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Smetvrees is een veel voorkomende vrees.
      Kenmerk is de gedachte dat elke vorm van smet desastreuze gevolgen heeft.
      Het verdunnen van de smetveroorzakers door wassen, helpt maar voor een deel.
      In gedachten blijft elke verdunning nog gevaar opleveren.
      Veel lijders aan smetvrees ervaren smet als iets dat overdraagbaar is.
      Het lijkt op bacteriŽle groeiprocessen waarin de smet zich razendsnel over het lichaam of een voorwerp in een ruimte kan uitbreiden.
      Soms zelfs wordt het tempo van het proces zo snel ingeschat, dat als iemand zich gedoucht heeft, al tijdens het afdrogen de smet weer over het lichaam verspreid is.
      Dan blijft voor die persoon niets anders over dan zich opnieuw te douchen.
      Soms beperkt smetvrees zich alleen tot het idee Ď
      viesí en is er geen angst voor besmettingsgevaar.
      Maar voor de viezigheid geldt dan hetzelfde verspreidingsproces.
      Smet is in veel gevallen een daadwerkelijke beleving.
      De persoon kan het aan haar lichaam ervaren, zoals anderen vieze modderhanden of olie aan de handen als lastig ervaren.
      Het idee aan smet roept spanningen op die zo heftig kunnen zijn dat de reactie omgezet wordt in heftige paniekaanvallen.
      Smetvrees gaat verder dan zich alleen overmatig wassen of het huis schoonhouden.
      Het kan ook tot in details gaan zoals het dopje van de tube tandpasta schoonborstelen of de veters uit de schoenen wassen.
      Een veel voorkomende vorm van smetvrees is ook de angst om vuil van buiten in huis te krijgen.
      Schoenen moeten worden uitgetrokken, soms ook kleren die dan direct in de was moeten.
      Er kunnen geen bezoekers worden toegelaten en een bezoek van een servicemonteur kan tot ernstige paniek leiden en enkele heel moeilijke maatregelen vereisen.
      Denk maar aan zijn schoenen, kleding, zijn handen die alles aanraken en zijn gereedschapskoffer en gereedschap die overal zomaar worden neergezet.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/83/5/

    • Zelfbeschadiging
      Stichting IMET, Instituut voor Mentaal-Emotieve Training
      Zelfbeschadiging of automutilatie is een bijwerking in het gedrag van mensen die zichzelf aan het verliezen zijn of kwijt zijn.
      Alles om hen heen is dan weggevallen en ze zijn zelf als het ware uit hun lichaam gestapt.
      Er is nog bewustzijn van hun bestaan en ze trachten zichzelf terug te vinden door hun lichaam te voelen.
      Meestal ligt de pijngrens erg laag en helpt zichzelf knijpen niet.
      De gevoelszintuigen lijken verdoofd en moeten heviger geprikkeld worden.
      Dat kan op veel manieren : door krassen, snijden, slaan of met lichaamsdelen tegen een muur slaan of op de grond bonken.
      Dat kan door scherpe voorwerpen in te nemen of door producten te drinken die ziek maken en lichamelijke pijn veroorzaken.
      Een aanhangsel van zelfbeschadiging kan zijn : een slechte verzorging van het lichamelijk welzijn, kou, hitte, droogte of vocht trotseren, het lichaam uitputten door grote inspanningen zoals opdrukken, overmatig rennen en sporten.
      Bij sommige mensen is het opvallend hoeveel ongelukjes ze hebben, vaak vallen of zich op andere manieren naar de omgeving Ď
      verantwoordí verwonden.
      Ook teveel eten of het aangaan van relaties waarin mishandeling door de partner plaatsvindt, kan een vorm van zelfverwonding zijn.
      Zelfbeschadiging is een bijverschijnsel bij veel vormen van identiteitsstoornissen, waarbij de persoon zichzelf verliest.
      Veel voorkomende combinaties zijn : Anorexia, Boulimia, vele vormen van angsten of dwangstoornissen, faalangst, burn-out, borderlinegedrag, psychoses, bindings- of verlatingsangst.
      Uit recent onderzoek blijkt dat 5% van de middelbare scholieren en studenten zichzelf beschadigt.
      Dat is 1 op elke 20 scholieren en studenten.
      Zelfbeschadiging is een dringend zorg- en aandachtvragend symptoom.
      Niet alleen vanuit lichamelijke risicoís, maar vooral vanuit de geestelijke toestand van de persoon.
      Het is een signaal dat iemand zichzelf volledig kwijt kan raken.
      En dat is op zijn beurt weer een signaal dat iemand een situatie of het leven zelf niet aan kan.
      In de publiciteit wordt regelmatig het woord modeverschijnsel toegepast als het over de explosieve groei van zelfbeschadiging gaat.
      Dat is een wat denigrerende vertaling van een serieus probleem.
      Middelbare scholieren en studenten zijn een zeer kwetsbare groep waar veel verwarring heerst.
      Het afdoen van het symptoom als modeverschijnsel of het in competitie gaan met medescholieren of Ėstudenten over pijn kunnen verdragen, is een wat al te sterke versimpeling van het probleem.
      Soms wordt zelfverwonding, net als een zelfmoordpoging (of het dreigen daarmee), gezien als een manier om aandacht van de buitenwereld te krijgen.
      Toch ligt het waarschijnlijk anders.
      Het feit dat de verwondingen juist worden aangebracht op lichaamsdelen die door kleding worden bedekt en dat mensen die aan zelfverwonding doen er vaak goed in zijn om hun wonden en problemen te verbergen, wijst er op dat het niet om aandacht vragen gaat.
      Specialisten in de behandeling van zelfverwondingen zien het gedrag als een manier waarop mensen die in het nauw zitten, hun voor hen onoplosbare problemen, toch nog hanteerbaar maken.
      Op ťťn andere manier gezegd : de onverwerkte geestelijke pijn en druk waaronder slachtoffers van geestelijke en/of lichamelijke onderdrukking gebukt gaan, loopt vaak zo hoog op dat het veroorzaken van lichamelijke pijn bij jezelf ervoor lijkt te zorgen, dat je voor een bepaald moment even verlost bent van de pijn van zelfhaat en eenzaamheid.
      Het lijkt daarnaast, in een situatie waarin mensen grote machteloosheid voelen, een manier om toch nog ergens controle over te hebben, namelijk je eigen lichaam.
      Zelfverwonding komt onder andere voor in situaties waar de sociale druk zo groot is, dat er geen andere uitlaatklep is voor de problemen waar mensen onder lijden.
      Zelfverwonding openbaart zich meestal in de leeftijdscategorie van 17 tot 25 jaar, maar kan ook op jongere leeftijd al voorkomen.
      Vermoedelijk komt automutilatie vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, omdat zij ook vaker slachtoffer worden van seksueel misbruik, wat een medeveroorzaker kan zijn van automutilatie.
      Mannen zijn, onder dezelfde omstandigheden, eerder dan vrouwen geneigd hun agressie niet naar binnen te richten, maar naar buiten.
      .../...
      Cfr. : http://www.imet.nl/content/view/84/5/


    22-03-2009 om 17:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    18-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Managing fibrofog - The cognitive dysfunction of fibromyalgia
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Cfr. : http://www.mensafoundation.org/AM/TextTem
    plate.cfm?Section=Past_issue_index&Template=/cus
    tomsource/merf/MRJ_BackIssues_Detail_idxonly.cfm
    &iid=64




    Managing fibrofog
    - The cognitive dysfunction of fibromyalgia -

    Dr. Mark J Pellegrino, MD - March 16, 2009
    This article is excerpted with kind permission from Chapter 24 of Dr. Pellegrinoís highly regarded book 'Fibromyalgia - Up close & personal'


    Fibromyalgia - Up close & personal
    Mark J. Pellegrino - Anadem Publishing (2 edition), January 2005 Ė ISBN-10 : 1890018503 Ė ISBN-13 : 978-1890018504
    'Fibromyalgia - Up close & personal' is packed with 43 chapters of "inside" medical information and "hands-on" practical advice for everyday living.
    Dr. Mark J. Pellegrino brings readers up-to-date with the newest drug and physical treatments for fibromyalgia.
    He also presents the latest thinking on diet and exercise to help people with this condition lead a full life.
    Recognized by fibromyalgia sufferers for understanding what they are going through, Dr. Pellegrino is a welcoming and encouraging presence for everyone with this condition and this quality comes through very clearly in his writing.
    Itís as if each person reading his book is having a private consultation about their shared disease.
    In 'Fibromyalgia - Up close & personal' Dr. Pellegrino has enlisted two leading attorneys to bring readers much needed insight into disability and personal injury issues.
    Also, he asked a knowledgeable physician to contribute a chapter on common pain problems.
    Cfr. :
    http://www.amazon.com/Fibromyalgia-Personal-Mark-J-Pellegrino/dp/1890018503

    Dr. Pellegrino has seen more than 20,000 FM patients in his practice at the Ohio Rehab Center and has been a fibromyalgia patient himself since childhood.

    Perhaps the most frustrating complaint I hear from patients with Fibromyalgia is the fibrofog

    Unlike the pain and fatigue which are usually constant nuisances, this problem causes unpredictable difficulties with our thinking.
    The unpredictability is the very reason itís most frustrating.
    You never know when it will strike.

    FibrofogÖ is the cognitive dysfunction brought on by Fibromyalgia.
    Its symptoms include :

    • forgetfulness

    • absentmindedness

    • concentration problems

    • confusion

    • disorientation (get lost easily)

    • difficulty finding or saying words

    • short-term memory loss

    • difficulty understanding what youíve read

    • difficulty calculating simple math problems

    • mixing up words

    • right-left confusion

    • poor ability to give directions.

    Additional cognitive symptoms with more emotional components include :

    • depression

    • irritability

    • anxiety

    • panic attacks.

    Fibrofog is not a dementia or early Alzheimerís

    We demonstrate normal learning and memory although we process information more slowly because of our Fibromyalgia.


    1. - Causes

    Multiple factors are probably involved in causing symptoms of fibrofog.

    On a hormonal level, we have lower than normal concentrations of serotonin and norepinephrine in our brains.
    Serotonin is important for controlling pain in our central nervous system and relaxing our brain.
    Norepinephrine is responsible for focusing our thoughts and helping us concentrate.
    A low level of these 2 hormones will increase fibrofog symptoms.

    Our brainís attention centers are overwhelmed with signals which may contribute to neurological causes of fibrofog.
    At the attention centers, sensory signals arrive and are relayed to different areas including centers for emotion, motor reactions and memory.

    If the attention and relay centers are continuously bombarded by pain signals, the centers may be ďoverwhelmedĒ and signals get processed more slowly or blocked or even lost altogether.
    This can result in symptoms such as word-finding difficulties, inability to remember something or delayed recall.

    Pain and fatigue demand attention from our brain.
    Our brains continuously monitor these extra ďdosesĒ of symptoms in Fibromyalgia.
    This engages so much of our brainís attention that very little attention ďspaceĒ is available to allow us to process, retain and recall ďroutineĒ information.

    Analogy - The Cluttered Hallway

    In order to explain fibrofog to my patients, I have come up with the ďcluttered hallwayĒ analogy.
    Picture your brain as the upstairs of a house.
    In this house, the upstairs bedrooms are neat, organized and behind closed doors.
    The common hallway leading to each bedroom is cluttered with laundry baskets, piles of clothing, boxes, shoes, toys and furniture.
    One has to navigate the clutter in order to access a bedroom, causing some delay in reaching the door.

    The person trying to get into the bedroom is like the nerve signal trying to access a memory trace :

    • The person (nerve signal) climbs the steps (spinal cord) up to the second floor (brain) and is standing in the common hallway (attention center).

    • The egress to the bedroom door (memory) is slowed by all the clutter (neurochemical changes from Fibromyalgia).
      Sometimes it seems to take forever to get to a door and at other times the person canít remove all the clutter to open the door in a timely manner.
      This leads to either delayed processing or inability to read the intended thought or memory.

    • Once one gets to the bedroom door and opens it, the room (memory) is in good order and can be accessed freely.
      In Fibromyalgia, the bedrooms are neat.
      In dementia, the bedrooms would be in a disarray.

    The bottom line is: 'Keep your bedroom clean and letís work together on clearing the hallway'.

    Another Analogy - Cable Access vs. Dial-Up

    To those of you who are computer literate, a simple fibrofog analogy is like having dial-up Internet service on your computer instead of cable access.

    If you have Internet service through your phone line, you often experience nuisance delays or even get ďkicked offĒ before you can get online.
    Once online, the computerís memory and web pages are in order, but you may experience long delays to access them.
    Sometimes the delays are so long that you get ďtimed outĒ.
    Signals trying to get through the phone line to retrieve web pages are like signals trying to get through our attention center to retrieve memories.

    Why donít normal people without Fibromyalgia have these delays?
    Because they have cable connections for their computer and their signals travel quickly without delay.

    Doctors with Fibromyalgia who try to write about fibrofog analogies often make things more complicated and confuse themselves in the midst of their writingÖ
    Or whatever it was they were trying to do.


    2. - Handling fibrofog

    There are a number of strategies to try to treat fibrofog.
    We can try to take advantage of every strategy available to keep our minds less befuddled.

    Write Things Down

    Write notes frequently and organize the notes.
    When I write material for my books I go through a routine where I jot down ideas and notes on pieces of paper and collect these papers.
    Then I start to organize these notes in an outline format.
    I think of details and let my thought processes evolve over days and weeks, while continuing to write notes and organize these notes.
    From there on I can write my first version of the chapter, revising and categorizing along the way.

    If one writes down notes and plans his or her days, or writes down names of people met or key pieces of information for an upcoming meeting or visit, the writing preparation serves two purposes :

    • First, the writing actually reinforces what you are trying to remember.
      When you write something down you are delivering information via a different pathway to the brain and make it easier to remember by just ďthinking itĒ.

    • Second, when you write something down, you can allow your mind to relax and not worry about forgetting it, because you can simply refer to your written notes.

    Consistent Routine

    You need to consciously train yourself to follow a routine and strive for consistency.
    I always try to follow a specific routine.
    For example, my car keys can only be in three places : my pocket, on top of my desk or on the kitchen counter.
    When I come home from work, Iíve trained myself to put them in those places.
    If I throw the keys on the bed, for example, I must consciously tell myself to stop everything and take the keys to the proper location.

    I used to think : ďIíll remember where they areĒ but a few seconds later that memory was completely gone and later on I would spend many minutes searching for my keys.

    You can train yourself to follow a consistent routine with practically everything you do, from the time you go to bed to the time you get up :

    • the order in which you approach your morning routine;

    • the locations where youíve placed all your necessary items;

    • the day planner that you check off as you complete different tasks and so forth.

    Once you have trained yourself, it will become automatic for you.
    Plus, the routine will save you a lot of time and frustration.
    In this case the best desired strategy is ďsame-old, same-oldĒ.

    Relaxation

    Because we have difficulty with our attention spans and our ability to recall information, we are more prone to increased mental stress Ė which further contributes to mental fatigue.

    Achieving a relaxation response helps to counteract episodes of fibrofog.
    So practice your relaxation strategies that youíve learned.
    Make this routine part of your day.
    Many times we think our best thoughts and remember the most when we are relaxing, lying down and trying to get to sleep.

    Medicines

    A number of prescribed medicines can be considered to help counteract the symptoms of fibrofog :

    • Selective serotonin reuptake inhibitors (e.g., Prozac, Zoloft, Lexapro, Paxil) can work by helping to increase the serotonin level in the brain and facilitate neurobiological connections between the attention center and other brain centers.

    • Medicines that include norepinephrine (Wellbutrin, for example) can help as well.

    • Medicines in the central nervous system category (e.g., Cylert, Ritalin, Provigil) may also help by improving our brain alertness and attention.
      Any medicine strategy that helps reduce pain and improve energy level can help the fibrofog by reducing all the overwhelming signals that bombard the attention center and clutter the hallways.

    Prescribed medicines can also interfere with memory, so they need to be evaluated and adjusted if they are aggravating fibrofog.

    Examples of medicine categories that can affect memory include selective serotonin reuptake inhibitors, tricyclic antidepressants, muscle relaxants, beta blockers, anti-anxiety medicines, anti-seizure medicines and other medicines that have been used in the treatment of Fibromyalgia.

    Any medicine that causes sedation or fatigue has potential to aggravate Fibromyalgia as well.

    Supplements

    Some of the supplements that can be used to try to improve fibrofog include 5-HTP, colostrum, ginkgo biloba and vinpocetine :

    • The 5-HTP works by providing a substrate for the body to build more serotonin. [5-HTP (5-hydroxytryptophan) is a natural amino acid that represents the intermediate step between tryptophan and the important brain neurotransmitter serotonin
      It is often low in FM patients].

    • Colostrum works by increasing growth hormone level, which enhances brain activity.

    • Another supplement that can improve fatigue and fibrofog is ginkgo biloba.
      This supplement is thought to work by enhancing short and long-term memory by improving recall and retention, improving systemic blood flow and facilitating nerve signals.
      A pilot study published in 2002 found that 64% reported improvement when taking a combination of ginkgo biloba and Coenzyme Q10 (CoQ10) for Fibromyalgia. (1)

    • Vinpocetine (derived from periwinkle leaves) is a specific supplement that is felt to improve blood flow to the brain. Increased brain blood flow can boost glucose and oxygen use and improve fibrofog symptoms; dosing is 10 to 30 mg a day. (2)

    Donít Be Too Hard on Yourself

    We try to do the best we can with forgetfulness and fibrofog symptoms.
    Some people can do well with memory association tricks such as trying to associate a personís name with a familiar object.

    I think the most reliable way is to :

    • Write things down,

    • And know where to look for this written information.

    You reinforce the memory by writing it down and you can relax your mind better because you know where to look for this information when you need it.
    You give yourself ďpermissionĒ to forget.

    Even though we may strive for a routine and may be successful at it, we will still forget things.
    We should not get mad at ourselves when this happens and try to simply work around what weíre forgetting.
    Simply recognize that fibrofog is part of your Fibromyalgia and if you forget something itís really not your fault.


    3. - Resources

    1. An open, pilot study to evaluate the potential benefits of coenzyme Q10 combined with Ginkgo biloba extract in fibromyalgia syndrome
      Lister RE, Phylax Ltd, Beaconsfield, UK : bobphylax@cs.com - J Int Med Res. 2002 Mar-Apr;30(2):195-9 - PMID: 12025528
      An open, uncontrolled study was undertaken to measure the subjective effects of coenzyme Q10 combined with a Ginkgo biloba extract in volunteer subjects with clinically diagnosed fibromyalgia syndrome.
      Anecdotal reports from patients with fibromyalgia syndrome have claimed benefits from the use of these supplements.
      The aim of this study was to determine if these reports could be substantiated in a pilot clinical trial.
      Patient questioning had determined that poor quality of life was a major factor in the condition and a quality-of-life questionnaire was used to measure potential benefit.
      Subjects were given oral doses of 200 mg coenzyme Q10 and 200 mg Ginkgo biloba extract daily for 84 days.
      Quality of life was measured, using the well-validated Dartmouth Primary Care Cooperative Information Project/World Organization of Family Doctors (COOP/WONCA) questionnaire that measures seven different subjective responses, at 0-, 4-, 8- and 12-week intervals.
      The subjects were asked for an overall self-rating at the end of the study.
      A progressive improvement in the quality-of-life scores was observed over the study period and at the end, the scores showed a significant difference from those at the start.
      This was matched by an improvement in self-rating with 64% claiming to be better and only 9% claiming to feel worse.
      Adverse effects were minor.
      A controlled study is now planned.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12025528

    2. Effects of Vinpocetine on mitochondrial function and neuroprotection in primary cortical neurons
      TŠrnok K, Kiss E, Luiten PG, Nyakas C, Tihanyi K, Schlett K, Eisel UL, Department of Physiology and Neurobiology, EŲtvŲs LorŠnd University, Budapest, Hungary : tarnokk@freemail.hu - Neurochem Int. 2008 Dec;53(6-8):289-95. Epub 2008 Aug 28 - PMID: 18793690
      Vinpocetine (ethyl apovincaminate), a synthetic derivative of the Vinca minor alkaloid vincamine, is widely used for the treatment of cerebrovascular-related diseases.
      One of the proposed mechanisms underlying its action is to protect against the cytotoxic effects of glutamate overexposure.
      Glutamate excitotoxicity leads to the disregulation of mitochondrial function and neuronal metabolism.
      As Vinpocetine has a binding affinity to the peripheral-type benzodiazepine receptor (PBR) involved in the mitochondrial transition pore complex, we investigated whether neuroprotection can be at least partially due to Vinpocetine's effects on PBRs.
      Neuroprotective effects of PK11195 and Ro5-4864, two drugs with selective and high affinity to PBR, were compared to Vinpocetine in glutamate excitotoxicity assays on primary cortical neuronal cultures.
      Vinpocetine exerted a neuroprotective action in a 1-50microM concentration range while PK11195 and Ro5-4864 were only slightly neuroprotective, especially in high (>25microM) concentrations.
      Combined pretreatment of neuronal cultures with Vinpocetine and PK11195 or Ro5-4864 showed increased neuroprotection in a dose-dependent manner, indicating that the different drugs may have different targets.
      To test this hypothesis, mitochondrial membrane potential (MMP) of cultured neurons was measured by flow cytometry.
      25microM Vinpocetine reduced the decrease of mitochondrial inner membrane potential induced by glutamate exposure, but Ro5-4864 in itself was found to be more potent to block glutamate-evoked changes in MMP.
      Combination of Ro5-4864 and Vinpocetine treatment was found to be even more effective.
      In summary, the present results indicate that the neuroprotective action of vinpocetine in culture can not be explained by its effect on neuronal PBRs alone and that additional drug targets are involved.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18793690

    Cfr. : http://www.prohealth.com/fibromyalgia/library/showArticle.cfm?libid=14402&B1=EM031809F



    18-03-2009 om 23:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen









    Altijd pijn
     
    - Wat is hier aan te doen ? -

    Deel I


    Inhoud :

    1. Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Alles over de behandeling van zenuwpijn of pijn door weefselschade

    2. Opmerkelijke aandacht voor pijn - Pijnbestrijding steeds belangrijker in geneeskunde

    3. Pijn, pijnbehandeling, pijncentra

    4. Basisbegrippen "Pijn en pijnbestrijding"

    5. Dossier 'Pijn'

    6. Dossier 'Pijnbestrijding'

    7. Pijn - Weten en voelen

    8. Pijn en pijnbehandeling

    9. Pijn en pijnbestrijding
      - Chronische pijn - Ervaringen van pijnpatiŽnten, deskundige commentaren, adressen voor hulp en behandeling

      - Chronische pijn - Zelfzorgboek voor mensen met chronische pijn
      - De epidurale techniek
      --
      Epidurale corticosteroÔdeninfiltraties enkel na toestemming van de patiŽnt
      --
      Mogelijke complicaties van een ruggenprik
      -- Techniek van de epidurale anesthesie

    10. De pijn de baas
      - Het pijnboek voor de hulpverlener
      - Ik verga van de pijn
      - Inleiding in de toegepaste neurowetenschappen - Deel 3 Ė Pijn

      - Je moet er maar mee leren leven - Omgaan met een chronische ziekte
      - Leef zonder pijn ! - Oorzaken van chronische pijn - Nieuwe therapiŽn Ė Zelfgenezing - Ontspanningstechnieken Pijnbeheersing - Wat kan u zelf doen ?

      -
      Leven met uw pijn - Een zelfhulpboek om met pijn om te gaan
      - Pijn en pijnbehandeling - Een basaal onderwijscurriculum

      -
      Pijn en pijnzin als uitgangspunt voor denken over verpleegkundige zorg
      - Pijn en therapie
      -
      Pijn, het kruis der geneeskunde (proefschrift)
      - Pijn, kwaliteit van leven en chronische ziekten

      - Pijntherapie
      - Zelfzorgboek voor mensen met Chronische Pijn

    11. Pijnbehandeling

    12. Handboek pijnbestrijding

    13. Pijnbehandeling helpt niet voor een derde van de patiŽnten - Eťn op de drie patiŽnten lijdt nog steeds aan ernstige chronische pijn ondanks pijnbehandeling

    14. De pijn te lijf

    15. Kan kunst de pijn stillen ?

    16. Vrouwen hebben vaker last van pijn dan mannen

    17. Protocol - Behandeling van chronische pijn in de eerstelijn (samenvatting) - Inleiding protocol chronische pijnbehandeling -
      -
      Efficacy of multidisciplinary pain treatment centers - A meta-analytic review
      - Psychologie van onbegrepen chronische pijn
      - De psycholoog als pijnbehandelaar
      - Behavioural rehabilitation of chronic low back pain - Comparison of an operant treatment, an operant-cognitive treatment and an operant-respondent treatment
      - Chronische pijn en revalidatie

    18. Morfine - Fabels en feiten

    19. PatiŽnten met pijn ook psychologisch onderzoeken

    Cfr. ook :

    1. Algemene behandelingsmethoden van pijn

    2. Algemene pijnbestrijding en relaxatie bij CIB

    3. Als de dood voor pijn

    4. Alternatieven voor COX-2-remmers bij de behandeling van pijn

    5. Altijd pijn : wat is hier aan te doen ? - Alles over de behandeling van zenuwpijn of pijn door weefselschade

    6. Analgetica, antirheumatica en jichtmiddelen

    7. Anesthesiologie - Pijn, pijnmeting en pijnbestrijding

    8. Angst kan chronische pijn veroorzaken

    9. Behandeling chronische pijn op de afdeling revalidatie

    10. Behandeling chronische pijn schiet tekort

    11. Behandeling pijnzenuw (FRF)

    12. Behandeling van chronische pijn

    13. Behandeling van pijn

    14. Behandeling van pijn door blokkade van de lumbale sympatische grensstreng

    15. Behandeling van pijn door blokkade van het ganglion stellatum

    16. Behandeling van pijn vanuit kleine zenuwen (perifere zenuwen)

    17. Behandeling van pijnklachten in de knie

    18. Bestrijd zelf je pijn - Een eenvoudige, gezonde, goedkope en doeltreffende geneesmethode die iedereen kan leren

    19. CAM and the phenomenology of pain

    20. Centrum voor chronische pijn en/of functionele klachten

    21. Centrum voor multidsciplinaire evaluatie en behandeling van pijn

    22. Chronische pijn

    23. Chronische pijn en de rol van acupunctuur

    24. Complementaire zorg bij pijn en pijnbestrijding

    25. CVS-pijn

    26. De behandeling van neuropathische pijn door geneesmiddelen

    27. De verpleegkundige en pijnbestrijding

    28. De zenuwblokkade - Een behandeling van pijn

    29. Difficult cases in pain management - Use of methadone in a multifactorial approach

    30. Een geÔntegreerde aanpak van chronische (rug)pijn

    31. Een geneesmiddel met uiterst snelle werking voor de behandeling van pijn en ontsteking

    32. Eťn op de vijf Nederlanders lijdt aan chronische pijn

    33. Eenvoudige technieken voor pijnbestrijding

    34. EFNS guidelines on pharmacological treatment of neuropathic pain

    35. Emotional Freedom Techniques (EFT)

    36. Fantoompijn

    37. Fantoompijn is soms te bestrijden

    38. Fentanyl pleisters

    39. Fibromyalgie en de noodzaak tot psychosociale ondersteuning
      Scriptie geschreven voor de opleiding Psychosociaal werk, coaching en counseling aan Het Europees Instituut Amsterdam

    40. Gebruik van pijnpomp

    41. GedragsgeoriŽnteerde therapie bij chronische aspecifieke pijn
      Eindexamenopdracht

    42. Handboek triggerpoint therapie - Verminder zelf pijnklachten

    43. Het doelmatig gebruik van geneesmiddelen bij de behandeling van pijn

    44. Het doelmatig gebruik van geneesmiddelen bij de behandeling van pijn in de ambulante zorg

    45. Het pijnboek - Chronische pijn de baas

    46. Intraspinale toediening van pijnstillende medicatie

    47. Intrathecale pijntherapie Ė Pijnpomp

    48. Invasieve pijnbestrijding

    49. Is pijnbestrijding altijd een puzzel ? - Tips voor behandeling van pijn

    50. Kinesitherapeutische behandeling van pijn

    51. Life of pain, life of pleasure - Pain from the patients' perspective--the evolution of the PAIN exhibit

    52. Lumbale of cevicale epidurale inspuiting

    53. Medicamenteuze behandeling van neuropathische pijn

    54. Mens en pijn

    55. Minder pijn met eenvoudige middelen

    56. Myofasciale pijn en Triggerpoints

    57. Narcotische analgetica

    58. Neuraaltherapie

    59. Neuraaltherapie

    60. Neuraaltherapie - Behandeling van pijn en functiestoornissen

    61. NHG - Farmacotherapeutische richtlijn pijnbestrijding

    62. NHG-Standaard Aspecifieke lagerugpijn - Eerste herziening

    63. Niet meer op de tanden bijten

    64. Nieuwe hoop voor pijnpatiŽnten

    65. Nieuwigheden bij de medicamenteuze behandeling van chronische pijn

    66. Nieuwigheden in de pijnbestrijding bij volwassenen

    67. Oog voor speciale pijn : pijn bij fibromyalgie

    68. Oxycontin

    69. Pak pijnbestrijding ook psychologisch aan

    70. Patient-perceived satisfactory improvement (PPSI) - Interpreting meaningful change in pain from the patient's perspective

    71. PatiŽnt-voorlichtingsboekje over ruggenmergstimulatie

    72. Pijn - De terugkeer naar het paradijs en de wens er weer uit te ontsnappen

    73. Pijn - De wetenschap van het lijden

    74. Pijn - Geen leven mťt, geen leven zůnder

    75. Pijn - Weten en voelen

    76. Pijn & pijnbestrijding - Handboek voor de patient

    77. Pijn als positieve boodschap

    78. Pijn en balsem, troost en smart - Pijnbeleving en pijnbestrijding in de oudheid

    79. Pijn en de behandeling ervan in 12 kernpunten

    80. Pijn en kanker

    81. Pijn en ouderen

    82. Pijn en pijnbehandeling

    83. Pijn en pijnbestrijding

    84. Pijn en pijnbestrijding na beroerte (CVA, herseninfarct)

    85. Pijn en relaxatie

    86. Pijn hoort niet bij het ouder worden

    87. Pijn meten met mobiele telefoon

    88. Pijn te lijf - Praktische medische gids over pijnbestrijding

    89. Pijn, pijnbehandeling, pijncentra

    90. Pijnbehandeling

    91. Pijnbehandeling van de rug of de nek

    92. Pijnbestrijding

    93. Pijnbestrijding - Nieuwe "Acupunctuur zonder naalden"

    94. Pijnbestrijding bij kanker

    95. Pijnbestrijding bij kinderen in de praktijk

    96. Pijnbestrijding bij palliatieve zorg

    97. Pijnbestrijding en de morfinepomp !

    98. Pijnbestrijding in de verloskunde

    99. Pijnbestrijding met EFT, APS of klassieke hypnose

    100. Pijnbestrijding na uw operatie

    101. Pijnbestrijding onder spoedeisende omstandigheden

    102. Pijnbestrijding via neurostimulatie

    103. Pijnkenniscentrum Maastricht

    104. Remicade (Infliximab) voor de behandeling van pijn bij diepe endometriose

    105. ReumapatiŽnt - Behandeling moet pijn minstens halveren

    106. Spreekuur pijnbestrijding

    107. Stichting Pijn-Hoop

    108. Studie - Acupunctuur helpt tegen hoofdpijn

    109. TENS bij chronische pijn

    110. The pain divide between men and women

    111. The WHO analgesic ladder for cancer pain management. Stepping up the quality of its evaluation

    112. Tramadol

    113. Zenuwblokkades

    114. Zorgverleners onderschatten pijn


    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?
    Alles over de behandeling van zenuwpijn of pijn door weefselschade

    Prof. dr. W.W.A. Zuurmond Ė Inmerc, augustus 2005 - ISBN10 : 9066119527 / ISBN13 : 9789066119529

    Pijn is een natuurlijk beschermingsmechanisme.
    Maar als de pijn aanhoudt, chronische wordt, heeft ze geen signaalfunctie meer, maar belemmert ze ons in ons bestaan.
    Veel mensen boven de 18 jaar en ouder hebben last van chronische pijn : naar schatting 20%.
    Hier leest u over de verschillende vormen van chronische pijn, zoals hoofdpijn, rugpijn, buikpijn, nek- en schouderpijn, pijn bij osteoporose, pijn bij kanker enz.
    Uitgebreid wordt ingegaan op oorzaken, gevolgen en behandelingsmethoden.

    Cfr. : http://www.spreekuurthuis.nl/boeken/altijd_pijn%3A_wat_is_hier_aan_te_doen%3F


    Opmerkelijke aandacht voor pijn
    - Pijnbestrijding steeds belangrijker in geneeskunde -

    B. J. P. Crul, anesthesioloog en hoogleraar pijnbestrijding aan de Katholieke Universiteit Nijmegen - Refdag.nl, augustus 2006

    Pijnbestrijding neemt een steeds belangrijker plaats in binnen de geneeskunde.
    Op zich wekt het bevreemding dat een verschijnsel dat al zo oud is als de mensheid zelf, nu pas zo veel aandacht krijgt.
    Wat zijn de redenen dat een academisch ziekenhuis ďpijnĒ in zijn beleid als speerpunt opneemt, de overheid extra middelen ter beschikking stelt en er zelfs een studium generale aan dit onderwerp wordt gewijd ?
    Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig te geven : er speelt een groot aantal medische factoren mee, maar ook sociaal-maatschappelijke invloeden.
    Om met de medische factoren te beginnen
    De geneeskunde heeft de laatste jaren een grote technologische vlucht genomen.
    Het aantal zware en pijnlijke operaties is sterk toegenomen.
    Openhartchirurgie en grote reconstructieve orthopedische operaties zijn routinezaken geworden, maar dat betekent ook dat meer mensen dan vroeger pijn lijden.
    Hetzelfde geldt min of meer voor de behandeling van kanker.
    Nieuwe behandelingen hebben ertoe geleid dat mensen langer in leven blijven.
    De uiteindelijke genezingskansen van kanker zijn echter nog nauwelijks gestegen.
    Dit gegeven leidt in de praktijk voor betrokkenen vaak tot langere perioden van ziek zijn, die gepaard kunnen gaan met (ernstige) pijnklachten.
    Een essentiŽle vraag hierbij is of er ook kwaliteit aan de kwantiteit van leven wordt toegevoegd.
    Een toereikende pijnbestrijding is onmisbaar om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.

    1. - Veranderende opvattingen

    Minstens zo belangrijk voor de grotere belangstelling voor ďpijnĒ zijn de sociaal-culturele factoren.
    In de eerste plaats : de vergrijzing van de bevolking.
    Deze gaat gepaard met een toename van (pijnlijke) chronische aandoeningen zoals osteoporose.
    Daarnaast is de maatschappelijke tolerantie voor pijn en lichamelijk ongemak aan het verminderen.
    Veel mensen denken tegenwoordig anders over de zin van het leven dan vroeger.
    Ze hebben het zicht op een hiernamaals verloren en willen vanuit het standpunt : Ąje leeft maar ťťn keerĒ, zo veel mogelijk kwaliteit van leven hier en nu hebben.
    Pijn en pijntjes worden steeds minder verdragen, omdat ze verhinderen het volle pond uit het leven te halen.
    Momenteel, in de laatste decennia van de twintigste eeuw, maken wij een verschuiving mee van het religieus-culturele paradigma.
    De betekenis van kerk en godsdienst voor het leven van alledag neemt af en daarmee ook de religieuze zingeving van het verschijnsel pijn.
    Vastgenageld op een eilandje van het ďnuĒ jaagt de westerse mens naar geluk.
    ĄWij eisen gelukĒ staat er in graffiti op een Amsterdamse muur.
    Ook in de gezondheidszorg vinden we deze houding terug : ongenoegen en ongeluk worden gesomatiseerd.
    Dat dit tot enorme kosten leidt, blijkt bijvoorbeeld in het geval van lage rugpijn.
    Deze aandoening doet zich bij 80 procent van de mensen eens of meermalen in hun leven voor.
    De kosten voor de Nederlandse samenleving zijn gigantisch en bedragen ruim 9 miljard gulden op jaarbasis.
    Hiervan wordt 600 miljoen gulden aan medische zorg besteed.
    De rest zijn maatschappelijke en economische kosten, veroorzaakt door verloren arbeidsdagen.
    De overheid is geschrokken van deze hoge cijfers en heeft een stimuleringsprogramma voor betere pijnbehandeling opgesteld.
    Tevens zijn vier academische kenniscentra voor pijn opgericht.
    Deze centra zijn verbonden aan de academische ziekenhuizen in Groningen, Maastricht, Rotterdam en Nijmegen.

    2. - Ambivalente houding

    Een complicerende factor bij de verbetering van pijnbehandeling is Ėhoe vreemd dat misschien ook klinktĖ de geneeskunde zelf.
    De geneeskundige discipline staat sterk ambivalent tegenover het verschijnsel pijn en weet er eigenlijk niet goed raad mee.
    Enerzijds kan pijn een welkom diagnostisch signaal zijn, anderzijds een onbehandelbare klacht die leidt tot wanhoop bij de patiŽnt en machteloze frustratie bij de arts.
    Dit dilemma vindt zijn grondslag in de visie op de geneeskunde zoals die door Descartes is geformuleerd.
    Sedert ďDescartesĒ heeft de geneeskunde zich grotendeels beziggehouden met datgene wat waarneembaar en meetbaar is.
    Pijn is dat vaak niet en valt daardoor in feite buiten het aandachtsveld van de geneeskunde, tenzij opgevat als een symptoom dat een diagnose mogelijk maakt.
    Een voorbeeld hiervan is buikpijn bij een blindedarmontsteking.
    In zijn zienswijze probeerde Descartes het complexe fenomeen pijn in een mechanistisch model te passen.
    Bekend is de afbeelding van het jongetje dat, schijnbaar onaangedaan, zijn voet in een houtvuurtje steekt.
    Deze voorstelling staat in veel gevallen nog steeds model voor het begrip en de behandeling van pijn en luidt als volgt : neem oorzaak weg (haal voet uit het vuur), beÔnvloed de perceptie in de hersenen (geef pijnstillers) of onderbreek tijdelijk of permanent de pijngeleidende zenuwbaan.
    Het klassieke (cartesiaanse) model van Descartes gaat uit van een directe samenhang tussen weefselbeschadiging en pijn.
    Dit concept biedt echter geen verklaring voor het voortduren van pijn zonder dat daar nog een aanwijsbare oorzaak voor is.
    Zoals pijn die na een chirurgisch succesvolle operatie aan een hernia van een van de tussenwervelschijven nog jarenlang aanwezig blijft.
    De zienswijze van Descartes gaat nog op andere punten mank.
    Ze biedt geen plaats aan invloeden van psychologische, sociale en spirituele aard op pijnervaring en beleving.
    Bij veel patiŽnten met pijn is de cartesiaanse benadering een grove reductie van de realiteit van hun pijn lijden.
    Het louter en alleen toepassen van technische ingrepen bij patiŽnten met chronische pijn geeft dan ook teleurstellende en kortdurende resultaten.
    Als iemand langdurig pijn heeft, kan deze niet meer voldoen aan de verplichtingen die onontbeerlijk zijn voor het onderhouden van sociale relaties.
    De pijn komt dan tussen de persoon en zijn of haar omgeving te staan en vormt een belemmering voor de ontplooiing als mens, zodat er sprake is van pijn lijden.
    Het fenomeen 'lijden' is al helemaal niet in te passen binnen het cartesiaanse model.

    3. - Aanvullingen

    In de laatste decennia is het model van Descartes op belangrijke punten aangevuld.
    Aangetoond werd dat er langs het traject dat de zenuwprikkel aflegt, op diverse niveaus beÔnvloeding van het pijnsignaal kan optreden.
    Dit gebeurt binnen zogenaamde terugkoppelkringen.
    Hierbinnen kan het pijnsignaal worden gedempt of versterkt.
    Zo komen bij weefselbeschadiging pijnverwekkende stoffen vrij die vrije zenuwuiteinden prikkelen.
    Transport van de zenuwprikkel naar de hersenen leidt tot de ervaring van pijn.
    Bij pijngeleiding zijn twee typen zenuwvezels betrokken, snel- en langzaamgeleidende vezels.
    De snelgeleidende zenuwvezels zijn dikker en zorgen voor de eerste scherpe pijn, na bijvoorbeeld het trappen in een punaise.
    In de daaropvolgende minuten neemt de scherpe pijn af en komt er een zeurende, soms brandende pijn voor in de plaats, die uren tot dagen kan aanhouden.
    Deze pijnprikkels worden door het langzaamgeleidende systeem getransporteerd.
    Aanvankelijk is alleen het direct getroffen gebied pijnlijk.
    Later wordt de pijnlijke plek groter.
    De zenuwuiteinden in de directe omgeving van het letsel worden gevoeliger.
    Behalve lokale processen, waarbij pijnverwekkende stoffen in een grote areaal voorkomen, worden ook in de buurt liggende zenuwcellen in het ruggenmerg geactiveerd, waardoor de pijn in een veel groter gebied wordt gevoeld.
    Dit verschijnsel dwingt degene die pijn heeft het getroffen deel van het lichaam te ontzien.
    De aldus afgedwongen rust heeft weer een gunstig effect op het herstel van de aandoening.
    Belangrijk is de wetenschap dat er op allerlei niveaus binnen het zenuwstelsel via terugkoppeling tegengestelde reacties optreden.
    In het perifere weefsel worden morfineachtige stoffen gemaakt die de vrije zenuwuiteinden minder gevoelig voor pijn maken.
    Op de plaats waar de zenuwvezels het ruggenmerg intreden, vindt een soortgelijk proces plaats.
    Hier bevindt zich een poortsysteem, dat pijnlijke prikkels via een terugkoppelsysteem kan dempen.
    De in de hersenen gelegen hogere centra kunnen door activeren van afdalende baansystemen ook een pijndempende reactie teweegbrengen.

    4. - Vicieuze cirkel

    Chronische pijn zou verklaard kunnen worden door een tekortschieten van de terugkoppelingsmechanismen.
    Daarbij kunnen ook nieuwe prikkelcircuits geopend worden, die de pijn als in een vicieuze cirkel in gang houden.
    Experimenten bij dieren tonen aan dat de concentraties van bepaalde chemische stoffen (neurotransmitters) binnen het centraal zenuwstelsel veranderen ten gevolge van chronische pijn.
    Belangrijkste kenmerk van de nieuwe inzichten is dat pijn niet wordt geleid door een star transportsysteem, maar dat pijn voortdurend wordt gemoduleerd door een plastisch vervormbaar systeem.
    Het zenuwstelsel verandert als gevolg van voortbestaan van pijn dusdanig dat hierdoor de pijn wordt onderhouden en in stand blijft.
    Hedendaagse pijnbehandeling besteedt aandacht aan zowel pijnervaring als pijnbeleving.
    Iemand bij wie de pijn niet overgaat of zelfs verergert, gaat zich zorgen maken.
    Wat is de reden van de pijn ?
    Is er sprake van een ernstige aandoening ?
    Het louter overhandigen van een pijnstiller is in dat geval onvoldoende.
    Artsen die pijn behandelen, moeten de tijd nemen om zich te verdiepen in de psychische gesteldheid van de patiŽnt en zich afvragen in hoeverre problematiek op psychosociaal gebied een rol speelt bij het instandhouden van de pijn.
    Pijnbestrijding is ťťn van de primaire taken van iedere arts.
    Soms echter kan pijnbehandeling zeer ingewikkeld zijn en niet door een eenling worden opgelost.
    Een multidisciplinaire aanpak door artsen, psychologen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen kan dan een oplossing bieden.
    Dergelijke multidisciplinaire pijnteams leggen zich toe op de behandeling van patiŽnten met complexe pijnklachten.
    Daarnaast worden technisch ingewikkelde ingrepen uitgevoerd zoals zenuwblokkades en het plaatsen van zogenaamde 'pijnpompjes' en ruggenmergstimulators.

    5. - Psychische component

    Inmiddels is bekend dat depressie en chronische pijn veranderingen teweegbrengen in de concentraties van neurotransmitters binnen het centraal zenuwstelsel.
    Neerslachtige mensen denken niet alleen dat ze meer pijn hebben, maar voelen ook meer pijn.
    Positieve ervaringen blijken de eigen endorfineproductie te verhogen.
    Endorfines zijn stoffen die in het lichaam zelf worden aangemaakt, waarvan de werking met die van opiaten overeenkomt.
    Bij pijnbehandeling blijkt deze vorm van zelfgenezing een plaats te hebben.
    In Nijmegen werken wij met ontspanningstherapie, fitness en zwemmen : activiteiten die endorfinespiegels verhogen en een groter gevoel van veerkracht en welbehagen geven.
    Behandeling van acute pijn wordt het meest toegepast als postoperatieve pijnbestrijding.
    Verreweg het belangrijkst is de toediening van analgetica.
    Er wordt een vaste basismedicatie gegeven van paracetamol of een NSAID.
    Voorbeelden van NSAID's zijn acetosal (aspirine) en stoffen zoals diclofenac en naproxen.
    Eťn van de effecten is het tegengaan van de invloed van pijn veroorzakende stoffen op de vrije uiteinden van pijngeleidende zenuwen.
    Daarnaast worden morfinepreparaten ('opiaten') gebruikt.
    Bekend is dat bij pijn per individu de behoefte aan en tolerantie van opiaten sterk wisselt.
    De dosering van opiaten moet daarom zo veel mogelijk individueel worden vastgesteld.
    Steeds meer ziekenhuizen gebruiken daarom PCA-pompen (PCA staat voor 'Patient Controlled Analgesia').
    De patiŽnt heeft met een dergelijke pomp de mogelijkheid bij pijn zichzelf een hoeveelheid opiaat (meestal morfine) via het intraveneuze infuus toe te dienen.
    Opiaten werken op diverse niveaus van het pijngeleidingstraject, in de perifere weefsels, op ruggenmergniveau en op hersenniveau.
    Ze dempen de binnenkomende prikkel bij het ruggenmerg en interfereren zo met het transport van het pijnsignaal.
    Daarnaast wordt de gewaarwording van de pijn beÔnvloed.
    Opiaten maken de persoon onverschilliger voor de pijnlijke prikkel.
    Men lijdt er minder onder.
    Een meer directe onderbreking van het pijnsignaal kan plaatsvinden door zenuwblokkades met lokaalanesthetica.
    Een lokaalanestheticum is een stof die plaatselijke verdoving kan geven.
    Door een dunne catheter in de buurt van de zenuw of het ruggenmerg te plaatsen, kan hiermee langere tijd een verdoving worden gegeven.
    Blokkades kunnen worden toegepast op perifere zenuwen of op ruggenmergniveau.
    Technisch is het mogelijk vrijwel alle vormen van acute pijn afdoende te behandelen.
    In de praktijk wordt dit ideaal echter om allerlei organisatorische en logistieke problemen maar zelden gerealiseerd.
    Om verbetering in deze situatie te brengen worden sinds enige tijd in het Academisch Ziekenhuis Nijmegen (AZN) patiŽnten na een operatie behandeld volgens een vast protocol, (ďpostoperatieve pijnbehandelingĒ).
    Een speciaal opgeleide verpleegkundige aangesteld bij het Pijncentrum AZN is betrokken bij de praktische gang van zaken.

    6. - Chronische pijn

    Chronische goedaardige pijn Ėpijn waarbij er een discrepantie bestaat tussen de ernst van de pijn en de objectiveerbare lichamelijke afwijkingenĖ is nooit alleen lichamelijke pijn.
    De behandeling van mensen met chronische pijn begint daarom altijd met een inventarisatie van de lichamelijke, maar ook van de psychische en sociale aspecten.
    Op grond daarvan wordt een behandelplan gemaakt.
    Meestal vindt een combinatie van medische, psychologische en reactiverende behandelingen plaats.
    De medische behandeling bestaat uit zenuwblokkades, elektrostimulatie van zenuwen of medicijnen.
    Daarnaast worden ontspanningsoefeningen aangeleerd en wordt de patiŽnt aangemoedigd tot reactivering.
    Hydrotherapie (reactiveren in het water) blijkt daarbij zeer waardevol.
    Sinds enige jaren werkt het Pijncentrum AZN samen met de zwembaden van Nijmegen en omgeving.
    Na instructie door onze hydrotherapeute gaat de patiŽnt in zijn/haar eigen zwembad in de buurt onder deskundige begeleiding van een zweminstructeur door met de oefeningen.
    Onze psychologen hebben samen met andere medewerkers van het Pijncentrum een cursus opgezet (ďLeven met pijnĒ) voor patiŽnten met chronische pijn.

    Niet alle pijn valt te behandelen.
    Bij sommige mensen en in sommige relaties is pijn gewenst en wordt deze zelfs gekoesterd.
    Wat te denken van de man die al tien jaar leed aan aangezichtspijn en wiens vrouw me toevertrouwde : ĄJa dokter, het is een vreselijke man. Ik had 'm nooit moeten trouwen, maar je kan iemand zo toch niet in de steek latenĒ.
    Onnodig te zeggen dat een dergelijke pijn, die de patiŽnt bescherming biedt tegen het weglopen van zijn vrouw, beschouwd wordt als een geschenk en nooit zal worden afgestaan.
    Dit is een bekende categorie patiŽnten.
    Zij tonen vaak met enige trots een lange rij van behandelingen, opnames en operaties.
    Niets heeft geholpen, de pijn is er alleen maar erger door geworden.
    Vreemd is dat zij daar niet van geleerd blijken te hebben.
    Ze dringen aan op nog meer medische ingrepen en trachten de dokter ervan te overtuigen dat deze hen eindelijk van hun pijn zal kunnen verlossen.

    7. - Pijnbestrijding bij kanker

    Pijnklachten van kankerpatiŽnten in de terminale fase kunnen tegenwoordig veelal thuis doeltreffend worden behandeld.
    Als pijnstillers per tablet niet meer helpen, is sinds kort het alternatief van continue toediening van pijnstillers in de buurt van het ruggenmerg via draagbare infusiepompjes beschikbaar.
    De toepassing van deze geavanceerde methode in de thuissituatie vraagt echter een goed georganiseerde technische ondersteuning.
    Pompjes kunnen namelijk defect raken, toedieningsslangetjes (catheters) verstoppen en het medicatiereservoir van de pomp moet regelmatig worden vervangen.
    Niet op alle plaatsen in Nederland is dit al goed geregeld.
    In onze regio is echter in samenwerking met een aantal commerciŽle bedrijven en de kruisverenigingen een goede zorgverlening opgezet.
    Ondanks de grote vooruitgang die de laatste jaren is geboekt, lukt het nog steeds niet altijd om bij iedere kankerpatiŽnt de pijn adequaat te bestrijden.
    Verbetering kan worden bereikt door een integrale benaderingswijze.
    Gestructureerd onderwijs over pijn moet nog een vaste plaats krijgen in de medische (vervolg)opleidingen.
    Hoopgevend is dat er wereldwijd Ė ook in Nederland Ė uitgebreide onderzoekprogramma's zijn opgesteld.
    Met name binnen de neurofysiologie en neurofarmacologie zijn de laatste jaren grote vorderingen gemaakt.
    Een aantal raadsels is opgelost.
    Nu is het zaak om alle nieuwe wetenschappelijke inzichten die zijn verkregen, ook daadwerkelijk ten goede te laten komen aan de zorg voor de patiŽnt.

    Cfr. : http://www.refdag.nl/oud/gezo/980603gezo01.html


    Pijn, pijnbehandeling, pijncentra

    Bron : LSHTM, 28-04-2003 - © Medic Info

    Inleiding

    Pijn is een signaal dat er iets mis is met het lichaam : een beschadiging van lichaamscellen door bijvoorbeeld een verwonding of een ziekte.
    Beschadigde lichaamscellen veroorzaken chemische of elektrische signalen.
    Die signalen worden vanuit de zenuwen via het ruggenmerg overgebracht naar de hersenen, waarna iemand zich van pijn bewust wordt.
    De hoeveelheid pijn die iemand voelt bij een bepaalde verwonding of ziekte - de 'pijndrempel' of 'pijntolerantie' - verschilt van persoon tot persoon.

    Het nut van pijn
    Pijn is onderdeel van een verdedigingsmechanisme van het lichaam.
    Pijn heeft een alarmfunctie.
    Het pijngevoel maakt dat we de pijn gaan verhelpen, dat we gevaar uit de weg gaan, dat we de oorzaak van de pijn gaan vermijden en dat we gewonde lichaamsdelen rust gunnen om te herstellen.
    Het kunnen signaleren van pijn is een van de belangrijkste functies van het zenuwstelsel en kan van levensbelang zijn.
    Wie niet in staat is om pijn te voelen, kan niet snel reageren op schadelijke situaties en loopt daardoor risico.
    Bijvoorbeeld : mensen die door een zenuwbeschadiging geen pijn voelen aan bepaalde lichaamsdelen, merken vaak niet dat ze brandwonden of andere letsels oplopen.

    Pijnbehandeling
    Pijn is de belangrijkste aanleiding voor mensen om naar een arts te gaan.
    De arts zal proberen de oorzaak van de pijn te behandelen en meestal leidt dit tot verlichting van de pijn.
    Toch kan de pijn ook blijven voortduren, bijvoorbeeld omdat de ziekte ongeneeslijk is.
    Of omdat er onherstelbare veranderingen in het lichaam zijn.
    Het is dan feitelijk niet mogelijk om goed te reageren op de alarmfunctie van de pijn en daarom is het beter om vooral de pijn te bestrijden.
    De oorzaak van de pijn wegnemen kan immers niet meer.
    De huisarts schrijft geneesmiddelen voor, geeft advies over oefeningen, kan meedenken over alternatieve geneeswijzen en kan doorverwijzen naar een pijncentrum of pijnpoli.

    Pijnpoli
    Bij chronische pijn waarbij aan de oorzaak van de pijn weinig of niets te doen is, kan de huisarts doorverwijzen naar een pijncentrum.
    Dit is meestal een afdeling van een ziekenhuis, een pijnpoli.
    Niet elk ziekenhuis heeft echter een pijnpoli.
    In het pijncentrum werken verschillende deskundigen samen en gaat het uitsluitend om onderzoek en behandeling van patiŽnten met chronische pijn.
    Pijncentra passen verschillende soorten pijnbehandeling toe.

    Soorten pijnbehandeling
    Er zijn verschillende mogelijkheden om pijn te behandelen :

    • Pijnbestrijding met medicatie
      Medicijnen om pijn te bestrijden zijn er in verschillende soorten.
      De 'eenvoudige' pijnstillers zoals paracetamol; de NSAID's, die niet alleen pijnstillend maar ook koortswerend werken; de opiaten, die zijn afgeleid van morfine; en medicijnen voor de behandeling van zenuwpijn.
      Met name de medicijnen die afgeleid zijn van opiaten, kunnen ook worden toegediend via een epiduraalpunctie (ruggenmergprik), een epiduraalpomp (pomp met geleidelijke en continue toediening pijnstillers), met morfinepompen( idem morfine toediening), maar ook via een pleister.

    • Pijnbestrijding door zenuwblokkades
      Dit is het blokkeren van een zenuw die signalen naar de hersenen overbrengt.
      Hierbij wordt, na een proefblokkade, een naald ingebracht die de zenuw opwarmt.

    • TENS (Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie)
      Dit gaat met een apparaatje dat een elektrisch stroompje afgeeft.
      Hiermee prikkelt men dikke zenuwen, waardoor de pijnsignalen die de - dunnere - pijnzenuwen doorgeven, geblokkeerd worden.

    • Pijnprogramma's
      Deze zijn gericht op het leren omgaan met de pijn.
      Onderdelen zijn: het werken aan lichamelijke conditie, het ervaren van spierspanning, lessen over pijn, bewegen in warm water en oefeningen voor thuis.

    • Holistische (alternatieve) methoden
      Daarnaast zijn er holistische (alternatieve) methoden zoals acupunctuur, acupressuur, ayurveda, homeopatie, aromatherapie en natuurgeneeskunde, waar patiŽnten baat bij kunnen hebben.

    Referenties

    Cfr. : http://www.gezondvgz.nl/%7Bdb185df4-e7ef-416d-8b0f-5101083f06a3%7D


    Basisbegrippen "Pijn en pijnbestrijding"

    't Lichtpuntje, 29-06-08 Ė Bon : InfoNu

    Pijn, iedereen heeft het wel eens, de al ťťn wat vaker en meer dan de ander.
    Pijn is eigenlijk een natuurlijk beschermingsmechanisme van ons lichaam.
    Pijn is een waarschuwingssignaal dat ons er op wijst dat er iets in ons lichaam niet werkt zoals het zou moeten werken.
    Pijn heeft dus zeker een nuttige functie, hoewel we met meestal anders ervaren.
    Pijn beschermt ons lichaam dus eigenlijk, d.m.v. signalen door te geven wanneer er ergens in ons lichaam iets mis gaat.
    Hiermee beschermt pijn ons tegen het lopen van bepaalde risico's en eventueel het beschadigen van het lichaam.
    Pijn kunnen we dus eigenlijk een soort overlevingsmechanisme noemen, zonder pijn zouden wij al snel sterven.

    1. - Wat is pijn ?

    De IASP (International Association for the Study of Pain) definieŽrt pijn als "een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband gebracht wordt met bestaande of dreigende weefselbeschadiging of wordt beschreven in termen van weefselbeschadiging".
    Deze definitie impliceert dat men pijn kan ervaren zonder (direct) aanwijsbare reden.

    1.1 - Het model van Loeser

    Er zijn diverse schema's en modellen ontwikkeld om pijn te beschrijven.
    Eťn van de meest gebruikte modellen is het model van Loeser.
    Dit model bestaat uit vier cirkels :

    • De eerste cirkel staat voor de (dreigende) verwonding waarin de pijnprikkels omgezet worden in zenuwsignalen.
      Dit is een lichamelijk proces, men is zich op dit moment nog niet bewust van de pijn.
      Dit wordt de nocicepsis genoemd.

    • De tweede cirkel staat voor de gewaarwording van de pijn.
      Dit is het resultaat van de verwerking van de hersenen dat de pijnprikkel uit cirkel 1 aangekomen is.

    • De derde cirkel staat voor de pijnbeleving.
      Hoe sterk ervaart men de pijn en hoe lang ervaart men de pijn zijn vragen die hierbij bij beantwoord kunnen worden.
      De ervaring van pijn wordt beÔnvloed door eerdere ervaringen van pijn.
      De pijndrempel, de denkbeeldige drempel vanaf waar men pijn ervaart, kan hierdoor verlaagd zijn.
      Men heeft met andere woorden een hogere pijngevoeligheid.
      Het kan echter ook voorkomen dat men juist minder pijn ervaart door eerdere pijnbelevingen, doordat men als het ware 'resistent' wordt voor de pijn.
      Angst is een andere beÔnvloedende factor van pijnbeleving.
      In een ruimte die men niet kent en met vreemde personen is de pijndrempel vaak lager dan in een vertrouwde situatie.

    • De vierde cirkel staat voor het pijngedrag.
      Dit is het gedrag dat men vertoont om de pijn kenbaar te maken aan onze omgeving.
      Dit kunnen non-verbale gedragingen zijn maar ook verbale uitingen.

    1.2 - Acute pijn

    Acute pijn is pijn waarbij de relatie tussen een pijnprikkel en de pijnsensatie duidelijk is.
    Meestal volgen deze elkaar snel op.
    De reacties op de pijn zijn duidelijk en onderscheidbaar.
    Acute pijn kan over het algemeen goed behandeld worden.
    Acute pijn is een uitstekend voorbeeld van het alarmsysteem dat pijn heeft.

    1.3 - Chronische pijn

    Mensen bij wie er sprake is van chronische pijn hebben een falend pijnsysteem.
    Dit pijnsysteem geeft waarschuwende pijnsignalen af op momenten dat dit niet nodig en relevant is.
    De kwaliteit van het leven van iemand met chronische pijn gaat drastisch achteruit.
    Chronische pijn komt in verschillende soorten en maten voor.
    Bij chronische pijn is de relatie tussen de oorzaak en het gevolg van pijn lastig te herkennen.
    Chronische pijn betekent niet dat men persť de gehele dag pijn ervaart, maar wťl het grootste gedeelte van de dag.
    Pijn wordt chronisch genoemd wanneer deze langer dan drie maanden aanhoudt of herhaaldelijk terugkeert.

    1.4 - Stoornis geen pijn voelen

    Er zijn mensen bekend die een genetische afwijking hebben waardoor zijn geen pijn ervaren.
    Zij verbazen hun omgeving dikwijls door bvb. zonder blikken of blozen hun handen in een vuur te kunnen steken.
    Mensen met deze genetische afwijkingen worden vaak niet oud, omdat zij zich regelmatig begeven in riskante situaties.
    Dit is een duidelijk voorbeeld van de nuttige, levensbeschermende functie van pijn.


    2. - De biologie van pijn

    Zoals genoemd heeft het lichaam dus speciale pijnreceptoren.
    Deze ontvangen pijn uit de zenuwuiteinden welke gevoelig zijn voor druk, kou, warmte enz.
    Deze zenuwuiteinden geven een pijnsignaal door aan de pijnreceptoren met behulp van neurotransmitters, chemische boodschappers gemaakt van lichhaamseigen stoffen.

    2.1 - Twee soorten pijnprikkels

    Pijn wordt op twee manieren doorgegeven.
    Wanneer je bvb. met een speld in je vinger prikt, sturen de snelle A-deltavezels een snelle stekende pijn naar de pijnreceptoren.
    Vervolgens ervaar je een brandend gevoel door de activiteit van de C-vezels.
    De stekende pijn is meer een acute waarschuwer, de langer en aanhoudende brandende pijn probeert ons ervoor te behoeden om ons weer in een situatie te begeven waarin we weer pijn ervaren door de speldenprik.
    De acute pijn kan ervoor zorgen dat we uit reflex onze hand weg trekken van de speld, nog voordat wij ons bewust zijn van de pijn.

    2.2 - De rol van de hypothalamus

    Over ons gehele lichaam zijn zenuwuiteinden verspreid.
    Deze zijn echter niet helemaal eerlijk en gelijkmatig verdeeld.
    In ons tandvlees zitten meer zenuwuiteinden dan bijvoorbeeld in de buik.
    Het kan daarom erg lastig aan te geven zijn waar je precies pijn in je buik voelt.
    De pijnprikkels worden door een centraal pijnregelsysteem, de thalamus, uitgewisseld met de hersenschors.
    Wanneer deze pijnprikkel de hersenschors bereikt, worden wij ons bewust van deze pijn.
    Voordat de pijnprikkel de hersenschors bereikt, wordt deze zorgvuldig bekeken door de thalamus.
    De thalamus bepaalt of een pijnprikkel sterk genoeg is om toegang tot de hersenschors te verkrijgen.
    De thalamus kan de pijnprikkel ook versterken of verzwakken, afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare neurotransmitters.
    Deze neurotransmitters kunnen de pijnervaring namelijk remmen door de banen waardoor de pijn getransporteerd wordt te blokkeren of remmen.
    Endorfinen (opiaat-achtigen) zijn een bekend voorbeeld van pijnremmende neurotransmitters.

    3. - Psychologie van pijn

    Er is een relatie tussen de psychologie en de (neuro)biologie van pijn aan te wijzen.
    Pijn heeft invloed op de mentale gesteldheid en omgekeerd.
    Soms is het zelfs zo dat psychische klachten zich via pijnsensatie openbaren en uiten.
    "Het zit allemaal tussen je oren" is een veelgehoorde uitspraak die tot veel gevoelens van machteloosheid en verdriet kan zorgen bij iemand.

    3.1 - Het meten van pijn

    Het is erg lastig pijn te kwantificeren en te graderen omdat de sensatie van pijn heel erg subjectief en persoonsgebonden is.
    De visuele analoge schaal (VAS) probeert desondanks toch een meetmiddel te vormen voor pijn.
    Dit meetmiddel bestaat uit een horizontale lijn van 10 centimeter die oploopt van 'geen pijn' (0) tot 'ondraaglijke pijn' (10).
    Deze schaal wordt tegenwoordig het meest gebruikt om pijn te meten.
    Dit meetmiddel is relatief simpel en universeel.
    Een andere manier om pijn te meten is door na te gaan hoeveel medicatie iemand gebruikt, de frequentie van dit gebruik en het aantal uur/dagen dat men beperkt wordt door de pijn om de normale dagelijkse bezigheden uit te kunnen voeren.

    Kwaliteit van leven
    Het is ook mogelijk om een pijnmeting te doen aan de hand van de kwaliteit van het leven.
    Er zijn diverse testen ontwikkeld om hiermee aan de slag te kunnen gaan.
    De bekendste test is de schaal volgens McGill, welke aandacht besteed aan verschillende dimensies van het leven.
    Hierbij worden de naaste familieleden ook betrokken.

    3.2 Ė Pijnbestrijding

    Helaas zijn nog niet alle soorten pijn te bestrijden en/of te voorkomen.
    Neuropatische pijn, een pijn die het zenuwstelsel zelf ontstaat, is een voorbeeld van pijn die moeilijk dan wel dikwijls onmogelijk te behandelen is.
    Wat echter altijd belangrijk is, is een gedetailleerd inzicht in de geschiedenis en oorzaken van de pijn.
    Alleen op deze manier is een adequate pijnbehandeling te selecteren en toe te passen.

    3.2.1 - Pijnbestrijding door de oorzaak van de pijn aan te pakken
    In het gunstigste geval is de oorzaak van de pijn duidelijk en ook behandelbaar.
    In een dergelijk geval kan het volstaan met het wegnemen van de oorzaak van de pijn.
    Wanneer iemand enorme tandpijn heeft kan men bijvoorbeeld de desbetreffende tand verwijderen.
    In vrijwel de meeste gevallen neemt de pijn af wanneer de oorzaak aangepakt wordt, om in de loop van de tijd uit te doven.

    3.2.2 - Pijnbestrijding met medicijnen
    Het is helaas niet altijd mogelijk om de oorzaak van de pijn te behandelen en dan in het bijzonder wanneer de oorzaak van de pijn onbekend is.
    In het laatste geval is extra voorzichtigheid vanzelfsprekend geboden.
    Bij pijnbestrijding met medicatie volgt men een aantal vastgestelde stappen, welke opgesteld zijn door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO).
    - In de eerste stap maakt men gebruikt van perifere pijnstillende middelen.
    Deze medicatie grijpt aan op de plaats van de pijnreceptoren, waar zij een remmende werking uitoefenen op de neurotransmitters die de pijnsignalen doorgeven aan de thalamus.
    Tot deze groep van medicatie behoren oa. aspirine, ibuprofen, naproxen en paracetamol.
    Deze medicatie heeft naast een pijnstillend effect vaak ook een ontstekingsremmend effect.
    De belangrijkste bijwerkingen van deze groep van medicatie zijn maag- en darmstoornissen, maagbloedingen, stollingsstoornissen en allergische reacties.
    Soms worden co-analgetica ingezet om de pijn te bestrijden.
    Dit zijn geneesmiddelen die niet primair ontwikkeld zijn als pijnbestrijding, maar wel een pijnstillende werking kunnen hebben.
    - In stap 2 combineert men een geneesmiddel uit de eerste fase met een zwakwerkend opiaat.
    Velen vrezen nog voor een opiaat, omdat het een verslavend effect zou hebben.
    Dit blijkt in de praktijk echter niet het geval te zijn, wanneer men de medicatie langzaam op- en afbouwd, men niet meer middel gebruikt dan nodig is en men de pijnervaring streng onder controle houdt.

    - Stap 3 wordt toegepast wanneer stap 1 en 2 geen of niet voldoende resultaat geven.
    De medicijnen in stap zijn sterkwerkende opiaten.
    Veelgebruikte medicijnen zijn buprenorfine, morfine, fentanyl en methadon.
    Deze middelen zijn ook niet verslavend, er treedt geen gewenning op.
    De meest gehoorde bijwerking is obstipatie (verstopping).

    3.2.3 Ė Zenuwblokkade
    Wanneer medicatie niet afdoende werkt kan men besluiten de zenuwen te blokkeren.
    Hierbij wordt een bepaalde zenuw uitgeschakeld waardoor deze geen pijnsignalen meer door kan geven en bijgevolg men dus geen ofwel minder pijn ervaart.
    De zenuwblokkade kan zowel tijdelijk en definitief zijn.

    3.2.4 Ė Bewegingstherapie
    Fysiotherapie en ergotherapie lijken een sterk effect te hebben op de vermindering van pijn.
    Er is in het verleden weinig aandacht aan besteed aan deze methode, deze worden op dit moment meer benut een tevens geŽvalueerd.

    3.2.5 Ė Psychotherapie
    Psychotherapie kan bijdragen aan de pijnverlichting en bestrijding, ook al is de pijn primair lichamelijk.
    Pijn kan namelijk veranderingen veroorzaken in de psychische gesteldheid van iemand waardoor de pijnklachten kunnen verergeren.
    Door middel van onder meer ontspanningsoefeningen, hypnose en gedragstherapie, praatgroepen kan men de pijn ietwat verlichten.

    3.2.6 Ė Neuromodulatie
    Hierbij wordt het ruggenmerg gestimuleerd met behulp van ingebrachte elektroden : neuromodulatie.

    3.2.7 - Alternatieve methoden van pijnbestrijding
    Sommige mensen kiezen ervoor om het reguliere pad te verlaten en een voorkeur te geven voor de alternatieve geneesmethoden.
    Hieronder vallen onder meer acupunctuur, acupressuur, reiki, massage, aromatherapie, muziektherapie en diverse hypnosetherapieŽn.
    Bij een aantal mensen, waaronder mensen met chronische pijn, hebben deze vormen van behandeling een positief effect.

    Lees verder : Deel II

    18-03-2009 om 22:50 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     

    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?

    Deel II


    4. - Begrippen

    4.2 Ė McGill

    Waarin aandacht wordt besteed aan de verschillende dimensies van het leven : het puur lichamelijke, het sociale gebeuren en de psychologie.
    De mening van de familieleden en bekenden die in nauw contact staan met de patiŽnt en die van de behandelende artsen en paramedici moet eveneens betrokken worden bij de meting van kwaliteit van leven.

    4.3 - Visuele Analoge Schaal

    De Visuele Analoge Schaal bestaat uit een 10 cm lange horizontale lijn die loopt van 'Geen pijn' (0) tot 'Ondraaglijke pijn' (10).
    De patiŽnt wordt gevraagd hierop een markering aan te brengen.
    De score wordt dan gemeten en uitgedrukt in mm of cm.
    Deze schaal wordt waarschijnlijk het meest gebruikt bij de meting van pijn.
    Het is een eenvoudige methode om pijn in een getal te laten uitdrukken.
    Nadelen van het gebruik van de VAS-schaal kunnen zijn dat de bepaling van de ernst van de pijn op een te simpele, ťťndimensionale wijze plaatsvindt en dat er altijd patiŽnten zullen zijn die de test niet (kunnen) begrijpen.
    Op het ďpijnmeetlatjeĒ geeft de patiŽnt aan de voorzijde aan hoe ernstig de pijn is, variŽrend van geen pijn tot maximale (ondragelijke) pijn.
    Aan de achterzijde is dan het bijpassende getal af te lezen.

    4.4 Ė Neurotransmitters

    Neurotransmitters zijn dragers van informatie in zenuwbanen en geven informatie door van de ene zenuwcel naar de andere.
    Ze bevinden zich in de uiteinden en aan het begin van de zenuwbanen.
    Ze worden geactiveerd door elektrische signalen.

    4.5 Ė Neuromodulatie

    Neuromodulatie is een proces waarbij neurofysiologische signalen geÔnitieerd of beÔnvloed worden met als doel de functie en werking van het zenuwstelsel te beÔnvloeden.
    Neuromodulatie kan gebruikt worden om therapeutische effecten te bereiken, waarbij verloren gegane functie wordt hersteld.
    Deze techniek bestaat primair uit elektrische stimulatie van specifieke regioís in het zenuwstelsel of het lokaal toedienen van stoffen in de liquor ter hoogte van het ruggenmerg of de ventrikels waarbij gebruik gemaakt wordt van bepaalde receptoren in het zenuwweefsel.

    4.6 Ė Pijnreceptoren

    In ons hele lichaam zijn pijnreceptoren (nociceptoren) aanwezig ter hoogte van de vrije uiteinden van gevoelszenuwen.
    Wanneer ergens in ons lichaam weefselbeschadiging ontstaat (door een klap, verstuiking, ontsteking,...) komen er stoffen vrij die de pijnreceptoren rechtstreeks of onrechtstreeks prikkelen : bepaalde stoffen (zoals histamine, serotonine en bradykinine) stimuleren de receptoren, andere (prostaglandines) maken de pijnreceptoren gevoeliger voor deze stoffen.

    4.7 Ė Thalamus

    De thalamus is het verbindingsstation in de hersenen.
    Hier wordt de informatiestroom tussen het perifere zenuwstelsel en de hogere lagen van de hersenen gecoŲrdineerd.

    4.8 Ė Perifere

    De werking van perifere pijnstillers bestaat erin om het pijnsignaal te onderdrukken alvorens het naar de hersenen overgebracht wordt.
    Deze geneesmidden verhinderen de productie van pijnhormonen (prostaglandines) die ons lichaam automatisch aanmaakt op de plaats waar het aangevallen wordt.
    De meest courante perifere pijnstillers zijn acetylsalicylzuur, ibuprofen, naproxen en paracetamol.
    Dit soort pijnstillers wordt gewoonlijk vrij verkocht bij de apotheker.

    Cfr. :
    -
    http://www.chronischepijnforum.be/cpf/index.php?page=21
    - http://www.tlichtpuntje.be/info/basisbegrippen_pijn_en_pijnbestrijding.htm



    Dossier 'Pijn'

    Onafhankelijke Ziekenfondsen
    Partena-Partners.be

    Iedereen heeft ooit wel eens pijn of het nu gaat over hoofdpijn of chronische pijn.
    Pijn is en blijft lastig.
    Het is een ellendig gevoel, dat bovendien veel vragen oproept.
    De Onafhankelijke Ziekenfondsen geven u graag een woordje uitleg.

    Eerst wordt er een algemene duiding van pijn gegeven.
    Vervolgens zal er gekeken worden welke stappen u moet ondernemen en wat er allemaal gebeurt wanneer u uw pijn behandelt of laat behandelen.
    Tot slot komen de financiŽle aspecten ter sprake.

    Deel A - Algemeen

    1. Wat is pijn

    2. Welk doel heeft pijn ?

    3. Verschillende vormen - Acute, chronische, lichamelijke en emotionele pijn

    4. Ontstaan pijnprikkels - Waar komen ze vandaan en hoe wordt het lichaam ze gewaar ?

    5. Soorten pijn - Hoofdpijn, pijn bij reumatoÔde artritis, pijn bij fybromyalgie

    Deel B - Pijnbehandeling

    1. Wat schrijft uw arts u nu eigenlijk voor ?

    2. Toedoeningswijze

    Deel C Ė Pijn... wat nu ?

    1. Zelfmedicatie ?

    2. Extra aandacht voor chronische pijn

    3. Wat met terugbetalingen ?

    4. Nuttige adressen

    Afsluitertje

    Deel A Ė Algemeen

    A1. - Wat is pijn

    De meest aanvaarde definitie van pijn is afkomstig van ĎThe International Association for the Study of Painí - cfr. : http://www.iasp-pain.org/AM/Template.cfm?Section=Home -.
    Die organisatie definieert pijn als : ĎEen emotionele of sensoriele ervaring die gepaard gaat met aanwezige of mogelijke weefselbeschadigingí.
    Het is een lastig gevoel dat door een (levend) lichaamsdeel wordt gevoeld en door de hersenen wordt ervaren.

    A2. - Welk doel heeft pijn ?

    Pijn is in de eerste plaats een elementaire waarschuwing voor dreigend gevaar.
    Daarnaast is het tevens een reactie om ons lichaam te beschermen tegen het ontstaan of voorkomen van meer schade.
    De functie van pijn is (dreigende) beschadiging te signaleren en zoveel mogelijk te vermijden.

    A3. - Verschillende vormen - Acute, chronische, lichamelijke en emotionele pijn

    Pijn is niet hetzelfde als lijden: pijn wordt lijden wanneer de pijnprikkel niet langer een waarschuwingssignaal voor dreigend gevaar vertegenwoordigt.
    Daarom maken we ook een onderscheid tussen acute en chronische pijn :

    • Acute pijn
      Dit is pijn die optreedt als alarmfunctie van het lichaam tegen (mogelijk) schadelijke stimuli.
      Die vorm van pijn treedt voornamelijk op bij verwonding en is meestal kort van duur.
      De behandeling is redelijk eenvoudig aangezien de relatie met weefselbeschadiging vrij eenvoudig te leggen is.

    • Chronische pijn
      Chronische pijn, daarentegen, is complex van aard en minder eenvoudig te behandelen doordat de relatie met realtiebeschadiging minder duidelijk is.
      Chronische pijn is gedefinieerd als pijn die tussen de 3 ŗ 6 maanden voortduurt.
      Die soort pijn komt vaak voor bij ziekteprocessen zoals kanker, AIDS, reumatoÔde artritis en osteo-artritis, maar kan evengoed voorkomen bij symptomen die geen duidelijke diagnose hebben (bijvoorbeeld rugpijn).

    Tevens maakt men een onderscheid tussen mentale (emotionele) en fysieke (lichamelijke) pijn :

    • Lichamelijke pijn
      Bij deze soort pijn onderscheiden we twee soorten :
      - Epikritische pijn is een felle, gemakkelijk te lokaliseren pijn, die wordt veroorzaakt door een letsel van buitenaf. Bijvoorbeeld wanneer je in je vinger prikt. Het signaal dat wordt uitgezonden, heeft als functie ons te doen stoppen met datgene waarmee we bezig zijn.
      - Protopatische pijn, dit is een doffe, moeilijk te localiseren pijn (meestal inwendig) en wordt niet veroorzaakt door een letsel van buitenaf. Voorbeelden zijn : buikpijn, hoofdpijn, pijn bij galstenen. Deze pijn is als het ware een soort Ďmegafooní van het lichaam, een manier om de hersenen te laten weten dat er iets mis is met de binnenkant van ons lichaam.

    • Emotionele pijn
      Bij emotionele pijn is er meestal sprake van angst en verdriet.

    A4. - Ontstaan pijnprikkels - Waar komen ze vandaan en hoe wordt het lichaam ze gewaar ?

    Pijn is een natuurlijk beschermingsmechanisme.
    Zonder pijn zouden we niet kunnen overleven.
    Pijn is een noodzakelijk waarschuwingssignaal dat ons erop attent maakt dat er ergens iets niet goed gaat en dat ons ervoor behoedt om risicoís te lopen.

    Pijn wordt waargenomen op twee niveaus : het perifere niveau (de plek waar het pijn doet) en het centrale niveau (de plaats in de hersenen waar de pijnprikkel ontvangen wordt).
    Het verloop van een pijnprikkel is verschillend voor acute en chronische pijn.

    A4.1 - Hoe ontstaat acute pijn ?

    2 typen van zenuwuiteinden
    Op ons lichaam bevinden zich twee typen van zenuwuiteinden, de snelle A-deltavezels en de langzamere C-vezels.
    De zenuwuiteinden zijn gevoelig voor onder andere druk en temperatuur waardoor ze aan de basis liggen van het ontstaan van pijn.
    Op de zenuwuiteinden bevinden zich lichaamseigen stoffen die in kleine hoeveelheden vrijkomen op de plek waar pijnprikkels ontstaan; we noemen ze neurotransmitters ofwel de Ďboodschapperstoffení van het zenuwstelsel.

    Hoe werken die vezels?
    Stel dat iemand een prik krijgt. Bij dergelijke pijnprikkels treedt eerst een stekende pijn op door de actie van de snelle A-deltavezels en daarna een branderig gevoel door de activiteit van C-vezels.
    De stekende pijn waarschuwt ons dat er weefselbeschadiging is, terwijl de brandende pijn de bron van langer ongemak is.

    VerderÖ
    De snelle A-deltavezels en langzamere C-vezels transporteren de pijnprikkels naar de achterhoorn van het ruggenmerg.
    Vervolgens worden de prikkels via banen overgedragen naar de hersenen.

    In de hersenen
    Binnenin de hersenen ligt een centraal pijnregelsysteem, de thalamus.
    De thalamus wisselt informatie uit met het bewuste gedeelte van de hersenen, met name de hersenschors.
    Indien de pijnprikkel vanuit het ruggenmerg en de thalamus sterk genoeg is, bereikt deze onze hersenschors.
    Pas op dat moment worden we ons bewust van de pijn.
    De weg die een pijnprikkel uit de C-vezels aflegt, is dezelfde als die van de snelle
    A-deltavezels, alleen schakelen zij over op andere gedeelten van de hersenstam om daarna de thalamus te bereiken.

    A4.2 - Hoe ontstaat chronische pijn ?

    Men spreekt over chronische pijn wanneer die tussen 3 ŗ 6 maanden aanhoudt. Voor het ontstaan van chronische pijn zijn diverse oorzaken aan te geven, zoals:

    • het type neurotransmitterstof (de stof die vrijkomt bij een pijnprikkel) verandert;

    • het aantal en het type van receptoren (de snelle A-deltavezels en de trage C-vezels) verandert;

    • binnen het zenuwstelsel kunnen nieuwe Ďverbindingení tot stand komen tussen zenuwbundels of zenuwen. Bij onderzoek met ratten is aangetoond dat als een grote zenuwbaan wordt doorgesneden, niet alleen veranderingen op de plek van de verwonding zelf optreden, maar ook in het centrale zenuwstelsel zelf.
      Daardoor kunnen kortsluitingen ontstaan tussen zenuwen die pijn geleiden en zenuwen die de tastzin geleiden, waardoor het aanraken van de huid bijvoorbeeld pijnlijk kan worden.
      Die pijn noemt men ook wel 'zenuwpijn' of 'neuropathische pijn'.

    Zo ontstaat waarschijnlijk ook ons pijngeheugen: pijnlijke gebeurtenissen in het verleden kunnen littekens achterlaten binnen het systeem.
    Fantoompijn (pijn in een geamputeerd lichaamsdeel) is ťťn van de duidelijkste aanwijzingen voor het bestaan van een pijngeheugen.

    A4.3 - Welke factoren zijn ook nog bepalend voor pijn ?

    1. De factor pijngevoeligheid (pijndrempel) is erfelijk bepaald.

    2. De omgeving kan invloed uitoefenen en pijn is dan ook afhankelijk van de cultuur waarin men leeft.
      Uitingen van pijn verschillen van cultuur tot cultuur.

    3. Het moment waarop de pijnprikkel wordt ervaren en de toestand waarin wij verkeren hebben invloed op de pijnbeleving (soldaten hebben tijdens een oorlogsvoering een hogere pijngrens).

    A5. - Soorten pijn - Hoofdpijn, pijn bij reumatoÔde artritis, pijn bij fybromyalgie

    Pijn bestaat in vele vormen en soorten en verschilt in graad van ernst.
    We trachten u de meest voorkomende pijnen te schetsen aan de hand van de verschijningsvormen, de duur en de factoren die ertoe bijdragen dat pijn ontstaat.
    Indien u meer wilt weten over een specifieke pijn die hier niet vermeld staat, surf dan naar
    www.pijn.2link.be of www.pijn.eigenstart.nl -.

    A5.1 Ė Hoofdpijn

    Hoofdpijn is ťťn van de meest voorkomende pijnklachten.
    Het is in de meeste gevallen een onschuldige en kortdurende klacht die vanzelf weer verdwijnt.
    Toch is het soms mogelijk dat erge hoofdpijn ervoor kan zorgen dat normaal functioneren bijna onmogelijk wordt.
    Onder de noemer hoofdpijn vinden we onder de grote algemene groepen migraine, spanningshoofdpijn en clusterhoofdpijn terug.
    Hoofdpijn wordt zelden veroorzaakt door een te hoge bloeddruk of door een aandoening van de hersenen.

    A5.1.1 Ė Migraine
    Wat ?

    Een aanvalsgewijs optredende en matige of bonzende hoofdpijn die meestal gelocaliseerd is aan ťťn kant van het hoofd.
    Vaak gepaard gaande met misselijkheid en/of braken.
    Tijdens de aanval wordt licht en geluid slecht verdragen.
    Duur ?
    Varieert van 4 uur tot een aantal dagen.
    Hoe te herkennen ?
    Migraine kan zich van tevoren aankondigen.
    Sommige patiŽnten kampen voor de aanval met gezichtsstoornissen (vlekken, sterretjes, Ö).
    Bij andere manifesteren zich enkele uren of dagen voor de aanval stemmingsveranderingen, concentratieverlies, gapen, overactiviteit of inactiviteit en zin hebben in het eten van zoetigheid.
    Factoren
    - emoties (stress, verdriet, woede, zorgen);
    - vermoeidheid, inspanning, ontspanning, weersveranderingen;
    - bepaalde voedingsmiddelen (alcohol, chocolade, citrusvruchten, kaas, koffie en de onthouding van koffie);
    - bij vrouwen : de menstruatiecyclus (menstruele migraine) en de pil.

    A5.1.2 Ė Spanningshoofdpijn
    Wat ?
    Bij dit soort hoofdpijn is de pijn tweezijdig.
    De pijn wordt ervaren als een doffe, drukkende pijn die als een band rond het hoofd zit.
    Duur ?
    Spanningshoofdpijn kan zowel bij momenten als in chronische vorm voorkomen.
    Hoe te herkennen ?
    De meest herkenbare klacht is pijnuitstraling vanuit de nek.
    Factoren
    - stress, spanning, overbelasting van verschillende spieren door veelvuldige terugkerende bewegingen (bijvoorbeeld overmatig kauwen van kauwgom);
    - overmatige inspanning (bijvoorbeeld het lezen van tť kleine lettertjes);
    - grote temperatuursveranderingen en extreme koude of hitte.

    A5.1.3 - Clusterhoofdpijn
    Wat ?
    Een eenzijdige, heftige, borende pijn die rondom of achter het oog zit.
    Duur ?
    De periode kan variŽren van enige weken tot enkele maanden, waarna een aanvalsvrije periode optreedt.
    De aanvalsvrije periode kan enkele maanden tot zelfs enkele jaren duren.
    Het aantal aanvallen per dag kan variŽren van twee tot acht.
    De aanval zelf kan 15 minuten tot 3 uur duren.
    De aanvallen komen meestal ís nachts voor.
    Hoe te herkennen ?
    De pijn gaat gepaard met tranende rode ogen, een verstopte neus en bewegingsdrang.
    Factoren
    De aanvallen bij clusterhoofdpijn kunnen worden uitgelokt door vaatverwijdende stoffen zoals alcohol en door lage zuurstofspanning (in bergen of bij vliegtuigreizen).

    A5.1.4 Ė Weekendhoofdpijn
    Een bijzondere vorm van hoofdpijn is de Ďweekendhoofdpijní.
    Die ontstaat juist door een ander levensritme.
    Denk hierbij aan een veranderd slaappatroon en de hoeveelheid koffie die meestal afwijkt van het weekpatroon.
    Ook heeft de verandering van tijdstip van het ontbijt en het stressgehalte een invloed op het ontstaan van 'weekendhoofdpijn'.

    A5.2 - Pijn bij reumatoÔde artritis

    Wat ?
    ReumatoÔde artritis (chronisch gewrichtsreuma) is een vorm van reuma die relatief vaak voorkomt.
    Zo'n 1 op de 100 mensen heeft er last van.
    De ziekte komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en kan op iedere leeftijd beginnen, maar bij de meeste patiŽnten manifesteert de ziekte zich op latere leeftijd.
    Het is een ziekte die voornamelijk de gewrichten aantast.
    In eerste instantie raakt het gewrichtskapsel ontstoken, wat een zwelling veroorzaakt en de productie van ontstekingsvocht in de hand gaat werken (vooral in knieŽn, enkels en polsen).
    Geleidelijk kan ook het kraakbeen en/of het bot worden aangetast.
    Op rŲntgenfoto's kan worden vastgesteld dat het bot na verloop van tijd steeds dunner wordt en dat er zelfs stukjes uit het bot verdwijnen (het zogenaamde erosie-effect).
    Duur ?
    De ontstekingen bij patiŽnten met reumatoÔde artritis zijn meestal chronisch.
    De periode van ontsteking verschilt : ze kan lange tijd aanhouden en dan ineens verdwijnen of terug opkomen.
    Hoe te herkennen ?
    In eerste instantie merkt een patiŽnt pijn en zwellingen aan de handen en/of de voeten.
    Vaak breiden de klachten zich langzaam uit en zijn gewrichten voor een langere periode ontstoken.
    Niet alleen gewrichten kunnen ontstoken raken, maar bijvoorbeeld ook bloedvaten of het vlies van de longen en van het hart.
    Andere klachten die patiŽnten met reumatoÔde artritis kunnen hebben zijn : droge mond en/of ogen, vermoeidheid, lichte temperatuursverhoging.
    Factoren ?
    De oorzaak van reumatoÔde artritis is nog steeds niet gekend.
    Waarschijnlijk zijn er meerdere oorzaken die de ziekte in de hand werken.

    A5.3 - Pijn bij fibromyalgie

    Wat ?
    Fibromyalgie kenmerkt zich door pijn aan het Ďbewegingsapparaatí.
    Duur ?
    Meestal chronisch van aard.
    Hoe te herkennen ?
    De pijn voelt aan alsof men griep heeft; een vorm van spierpijn dus.
    Het grote verschil is dat de griep van voorbijgaande aard is, terwijl fybromyalgie-patiŽnten voortdurend pijn lijden.
    De pijn localiseert zich voornamelijk in de nek, de schouders, de handen, het bekken, de benen, de voeten en de rug.
    Helaas is de pijn niet het enige probleem : patiŽnten slapen slecht (al dan niet door de pijn), zijn vermoeid en depressief.
    Factoren ?
    Een definitieve oorzaak kon tot op heden nog niet gevonden worden.
    Een ontregeling van het immuunsysteem, veranderingen in de bindweefselstructuur, tekort aan zuurstof in de spieren, storing in het metabolisme van bepaalde stoffen die een werking hebben op de bloedvaten en het zenuwstelsel werden bestudeerd, maar het zijn stuk voor stuk mogelijke factoren.


    Deel B Ė Pijnbehandeling

    Wanneer u pijn heeft en u maakt zich zorgen over de mogelijke oorzaken of u geraakt er niet van af met een Ďhuismiddeltjeí (cfr. ook 'C1. - Zelfmedicatie ?'), kunt u best eens langs uw arts gaan.
    Die zal de ernst van de pijn en de eventuele oorzaak diagnosticeren en afhankelijk hiervan kan hij beslissen u ofwel pijnstillers te geven ofwel u door te sturen naar een specialist of zelfs een pijncentrum.

    Pijnbestrijding is erop gericht pijn te verminderen of te laten verdwijnen.
    Juiste pijnbestrijding houdt in dat het middel voldoende hoog en frequent en op vaste tijden wordt toegediend.
    Bij acute pijn moet het middel voldoende snel werken, bij chronische pijn moet het middel voldoende lang werken.

    B1. - Wat schrijft uw arts u nu eigenlijk voor ?

    Indien de oorzaak van de pijn kan verwijderd of verminderd worden met pijnstillers, wordt de behandeling gebaseerd op de pijnladder van de Wereldgezondheidsorganisatie.
    Die ladder voorziet, afhankelijk van de ernst van de pijn, drie stappen in de pijnbestrijding.

    B1.1 - Eerste stap - Wanneer u lichte pijn heeft

    Wanneer en wat
    Wanneer u lichte vorm van bijvoorbeeld hoofdpijn, rugpijn, tandpijn heeft, kunt u lichte pijnstillers nemen.
    De pijnbestrijding gebeurt hier met de perifere analgetica, dit zijn onder andere paracetamol, aspirine (beiden op basis van acetylsalicylzuur) en NSAID's ('Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs').
    Afhankelijk van de aard en de ernst van de pijn wordt eerst paracetamol toegediend, vervolgens een NSAID en tot slot een combinatie van de twee.

    Werking
    Deze pijnstillers hebben hun aangrijpingspunt ter hoogte van de pijnreceptoren (de plaatsen waar pijn ontstaat in het lichaam).
    Ze werken direct in op de pijn en sommige werken ook ontstekingsremmend (de NSAID's).
    De werking van perifere pijnstillers bestaat erin dat ze de pijnprikkel onderdrukken vooraleer die naar de hersenen wordt doorgestuurd.
    Ze werken dus rechtstreeks in op de plaats waar de beschadiging heeft plaatsgevonden.
    Deze geneesmiddelen blokkeren de productie van pijnhormonen (de Ďboodschapperstoffení).
    Nogal wat perifere pijnstillers worden meestal vrij verkocht bij de apotheker.
    Pijnstillers met onstekingsremmende werking (de NSAID's) kunnen over het algemeen enkel op voorschrift verkregen worden.

    B1.2 - Tweede stap - Wanneer u matige pijn heeft

    Wanneer en wat
    Bij matige pijn gaat het over dezelfde pijnen, beschreven in stap 1, maar zij zijn intenser of van postoperatieve aard.
    Wanneer in fase 1 een onvoldoend resultaat wordt behaald, wordt er een preparaat uit de eerste fase gecombineerd met een zwakwerkend opium.
    Dit geeft als resultaat dat ze bij een bepaalde dosis een plafondeffect bereiken voor wat de pijnstilling betreft.
    Voorbeeld hierbij is codeÔne.
    Het zijn pijnstillers met dubbele werking (een perifere ťn een centrale pijnstiller samen) en zijn enkel op doktersvoorschrift te verkrijgen.

    Werking
    In deze stap worden centrale pijnstillers met dubbele werking toegediend.
    Hun werking bestaat erin de hersenen af te sluiten voor binnenkomende pijnprikkels zodat er geen pijn wordt gevoeld.

    B1.3 - Derde stap - Wanneer u ernstige pijn heeft

    Wanneer
    Ernstige pijn komt voornamelijk voor bij zware ziektes, zoals bijvoorbeeld bij kanker.
    Onder de pijnbehandeling vallen bijvoorbeeld pijnstillers op basis van methadon en morfine.
    Het onderscheid met een zwakwerkend opium is dat deze geen plafondeffect bereiken.

    Werking
    In deze fase worden ook centrale pijnstillers toegediend.
    Zij zijn ook enkel te verkrijgen op doktersvoorschrift.

    B2. - Toedoeningswijze

    De Wereldgezondheidsorganisatie raad aan om pijnstillers steeds eerst oraal toe te dienen.
    Deze toedieningwijze is relatief goedkoop, gemakkelijk en leent zich makkelijk tot titratie, dat wil zeggen dat de behandeling wordt opgestart aan een lage dosis.
    Vervolgens wordt de dosis gradueel opgevoerd totdat de behandeling effectief is en de pijn verdwenen is.
    Recentelijk werd er rond de problematiek van toedieningwijzen van pijnstillers gewezen op het foutief gebruik van pijnpleisters.
    Uit een studie van de Food and Drug Administration U.S is gebleken dat 1 op 2 pijnpatiŽnten op die manier te hoog worden gedoseerd.

    Deel C Ė Pijn... wat nu ?

    C1. - Zelfmedicatie ?

    Hoofdpijn, een verkoudheid, voorbijgaande pijn, Ö
    Veel mensen trachten Ďzichzelfí te genezen zonder noodzakelijk langs hun arts te gaan.
    Zelfmedicatie is vandaag een trend.
    Het gaat om geneesmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn bij de apotheker, maar wat niet wil zeggen dat dit geen Ďechteí geneesmiddelen zijn.
    Deze geneesmiddelen worden vaak gebruikt in de eerste stap van pijnbehandeling.
    Maar zelfmedicatie stuit op veel problemen !
    Veel mensen gebruiken ze verkeerd en weten niet hoeveel en hoelang men ze mag nemen.
    Een goede raad : betrek steeds uw huisarts wanneer u op eigen houtje geneesmiddelen inneemt.
    En gebruik geen geneesmiddelen langdurig zonder medisch advies.

    Zelfmedicatie houdt risicoís in wanneer :

    • men niet aandachtig de bijsluiter leest; geneesmiddelen kunnen gevaarlijke bijwerkingen hebben;

    • het geneesmiddel niet bedoeld is om de symptomen te behandelen die de patiŽnt heeft;

    • de dosis niet gerespecteerd wordt;

    • het een interactie met een ander geneesmiddel veroorzaakt;

    • er geen rekening gehouden wordt met eventuele allergieŽn;

    • de patiŽnt onvoldoende kennis heeft van het geneesmiddel.

    Zelfmedicatie kan zelfs een juiste diagnose en behandeling vertragen.
    Pijn is geen lachertje : praat er dus steeds over met uw arts !

    C2. - Extra aandacht voor chronische pijn

    Vier op tien Belgen lijden aan chronische pijn.
    Spijtig genoeg vinden velen van hen niet snel genoeg de specifieke hulp.
    Toch is het door de vergevorderde medische technologie mogelijk om chronische pijn te behandelen en patiŽnten een aangenamer leven te waarborgen.
    De International Association for the Study of Pain die in oktober de Internationale week tegen pijn organiseerde, moedigt patiŽnten met chronische pijn aan om de eerste cruciale stap te zetten naar hun arts of therapeut om zo hun pijnproblemen aan te pakken.
    De doelstellingen liggen niet zo zeer om de pijn totaal te onderdrukken, maar om een deskundige pijnbestrijding te bevorderen.

    Chronische pijnpatiŽnten krijgen naast hun pijn ook vaak te maken met sociale, economische en familiale problemen.
    Ze hebben het moeilijk om een normaal leven te leiden, vandaar hun neiging om zich te isoleren.
    Pijnbehandeling is dan ook een echte noodzaak.
    Het cruciale van een doeltreffende pijnbehandeling is echter communicatie.
    De patiŽnt moet gestimuleerd worden om zijn gevoelens te uiten, terwijl de arts moet leren om de pijn te (h)erkennen en erover moet durven praten met de patiŽnt.

    Indien u zelf last hebt van pijn, aarzel dan niet om eens langs te gaan bij uw huisarts of specialist.
    Die zal je ook verdere informatie kunnen bezorgen over pijnbestrijding en patiŽntengroepen.

    C3. - Wat met terugbetalingen ?

    C3.1 - Wat moet u doen ?

    Wanneer u pijn blijft hebben of u maakt er zich zorgen over, dan zal u eerst langs een huisarts gaan.
    U betaalt bij een geconventioneerde arts een gewone consultatie, namelijk 20 euro (u trekt 14.78 euro terug, indien voorkeurregeling 18.65 euro).
    Deze zal u onderzoeken en de oorzaak achter uw pijnprobleem trachten te vinden.
    De huisarts kan u naargelang de ernst van uw pijn u ofwel :

    • pijnstillers voorschrijven ofwel

    • u naar een specialist doorsturen ofwel

    • indien nodig, u zelfs naar het ziekenhuis (of pijncentrum) doorverwijzen voor opname.

    C3.2 - Hoe wordt u doorverwezen ?

    De doorverwijzing naar een specialist gebeurt aan de hand van de onderliggende oorzaak van pijn.
    Algemeen onderscheiden we twee wegen die worden ingeslagen :

    • indien de pijn een specifieke oorzaak heeft, met andere woorden wanneer uw huisarts uw pijnprobleem specifiek kan vaststellen, dan kunt u doorgestuurd worden naar een reumatoloog, een orthopedist (bijvoorbeeld bij specifieke rugpijn), een anesthesist (indien u een chronische pijnpatiŽnt blijkt te zijn) of andere specialisten.
      De consultaties die u moet betalen bij deze specialisten worden door de verplichte verzekering grotendeels terugbetaald.
      Tevens kunt u ook doorverwezen worden naar een kinesist.

    • bij pijn die niet gespecificeerd kan worden (bijvoorbeeld lage rugpijn waarbij de oorzaak niet bekend is) en u wordt niet doorverwezen naar een specialist, kan uw huisarts u eventueel aanraden naar een osteopaat te gaan.
      Dit kan tevens het geval zijn wanneer u postoperatieve pijnen heeft.
      Let wel op : osteopathie valt niet onder de verplichte verzekering, maar wel onder de aanvullende verzekering : vraag daarom zeker raad aan uw lokale ziekenfondskantoor welke terugbetalingen voorzien worden.

    Indien de pijnen zeer ernstig zijn, kan uw huisarts beslissen om u door te sturen naar een pijncentrum.
    Een pijncentrum heeft een dubbele opdracht :

    • een doorgedreven, multidisciplinaire diagnostiek bij mensen met pijn die langer dan 6 maanden aansleept;

    • voor sommige onder deze patiŽnten : het geven van een specifieke, vaak ingewikkelde behandeling.

    Maar !
    Sommige pijnen (bijvoorbeeld ernstige migraine) zijn niet opgenomen in de lijst van erkende pijnbehandeling in het pijncentrum die terugbetaald worden.
    Vraag dus zeker raad aan uw huisarts.

    Op dit moment zijn er in BelgiŽ 7 erkende universitaire pijncentra.
    Let wel : dit is enkel voor volwassenen (een centrum voor kinderen bestaat nog niet, maar dat zit wel in de pipe line).

    C3.3 - Wat met de terugbetaling van geneesmiddelenÖ

    Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen geneesmiddelen die :

    • niet worden terugbetaald: dit zijn de zwakwerkende pijnstillers die vrij verkocht worden in de apotheker en die meestal gebruikt worden om lichte pijn te verlichten zoals een occasionele hoofdpijn;

    • wťl worden terugbetaald: deze pijnstillers behoren tot de zogenaamde categorie B en kunnen enkel op voorschrift verkregen worden.

    De terugbetaling hangt af van het type verzekerde :

    • gewoon verzekerden : die vallen onder de 75%-25% regel, d.w.z. dat patiŽnten die onder de normale terugbetalingmodaliteiten vallen, 75% terugbetaald krijgen en zelf 25% moeten betalen.

    • - preferentieel verzekerden : voor patiŽnten die preferentieel verzekerd zijn, geldt de 85%-15% regel.

    C3.4 - Plafondgrenzen voor geneesmiddelen

    Voor beide types patiŽnten heeft het remgeld dat zelf betaald moet worden plafondgrenzen :

    • voor pijnstillers in kleine verpakkingen (minder dan of gelijk aan 60 eenheden per doos) betaalt men vanaf 1 januari 2006 maximum 10.40 euro als gewoon verzekerde, als preferentieel verzekerde 7 euro.

    • voor grote verpakkingen geldt voor de gewone verzekerde 15.70 en preferentieel 10.40.

    Voor het geval er echter een generiek bestaat in een bepaalde klasse geneesmiddelen (het zogenaamde ATC-4-niveau), dan zijn de remgeldplafonds voor de totale klasse echter verhoogd.
    Opgelet de meeste pijnstillers komen zelfs niet tot aan die plafondgrens : u zult zelden de maxima moeten betalen.
    Er zijn wel een paar pijnstillers die hierop een uitzondering vormen (bijvoorbeeld bepaalde pleisters met fentanyl kunnen hogere prijzen hebben en dus betaalt u het plafondremgeld).
    Bespreek dit dus zeker met uw arts vooraleer u voor verrassingen staat.
    Bovendien is het altijd nuttig u te informeren over goedkopere (generieke) geneesmiddelen.

    C4. - Nuttige adressen

    C4.1 - 't Lichtpuntje
    Hier vinden patiŽnten met chronische pijn veel informatie en kunnen zij ook reacties plaatsen op het pijnforum Ė cfr. :
    www.tlichtpuntje.be/tlichtpuntje.htm -.

    C4.2 - Vlaamse Liga Fybromyalgie PatiŽnten
    Speciaal voor patiŽnten met fybromyalgie: hier vindt u de een antwoord op de meest gestelde vragen rond deze ziekte Ė cfr. :
    www.vlfp.be

    C4.3 - De Belgische site voor pijn
    Cfr. :
    http://www.painadvisoryboard.org/NL/

    C4.4 - International Association for the Study of Pain
    Cfr. :
    http://www.iasp-pain.org/

    C5 - Als afsluitertje... Pijnbestrijding voortaan patiŽntenrecht

    Pijnbestrijding is voortaan toegevoegd aan de wet op de patiŽntenrechten.
    Het nieuwe artikeltje dat toegevoegd werd aan de wet op patiŽntenrechten luidt als volgt : ĎElke patiŽnt van de zorgverstrekkers behoort de meest aangepaste zorg te krijgen om pijn te voorkomen, te behandelen en te verzachten.í

    Cfr. : http://www.partena-partners.be/jsp/index.jsp?language=Nl&tmplt_folderid=619



    Dossier 'Pijnbestrijding'

    Inhoud :

    1. Wat is pijn?

    2. Welke soorten pijn zijn er?

    3. Baringspijn

    4. Wanneer is er sprake van chronische pijn?

    5. Hoeveel mensen hebben chronische pijn?

    6. Hoe wordt pijn bestreden?

    7. Is pijn altijd te behandelen?

    8. (Recente) onderzoeken

    9. Pijnfonds en Pijnkenniscentra

    10. Lotgenoten

    11. Handige links

    12. Gebruikte bronnen

    1. - Wat is pijn ?

    Een op de vijf Nederlanders heeft last van langdurige pijn.
    Velen leven al jarenlang met pijn omdat behandelingen tekortschieten.
    De kwaliteit van leven gaat daardoor sterk achteruit.
    Pijnbestrijding biedt uitkomst, al zijn sommige soorten pijn niet te bestrijden.

    Pijn is een alarmsignaal van het lichaam om aan te geven dat er iets aan de hand is.
    Dit kan een verwonding zijn, een ontsteking of een andere ziekte.
    Pijn is een natuurlijk beschermingsmechanisme.

    Pijn en pijnbeleving zijn voor iedereen verschillend.
    Pijn is in elk geval een zinvol mechanisme, want als iemand geen pijn zou voelen, zou hij bijvoorbeeld ongemerkt zijn handen kunnen verbranden of eindeloos met een hamer op zijn duim kunnen slaan.

    Pijnprikkel
    Een lichaamsdeel waarop een (uitwendige) pijnprikkel inwerkt, trekt zich in een reflex terug, zodat het voorwerp dat de pijn opwekt wordt gemeden.
    Na een pijnprikkel wordt eerst een scherpe, kort durende reactie gevoeld, gevolgd door een veel minder scherp gelokaliseerde doffe pijn.

    2. - Welke soorten pijn zijn er ?

    Er zijn vele, zeer uiteenlopende soorten pijn.
    Hoofdpijn, migraine, zenuwpijn, spierpijn, koliekpijn (aanval van pijn door gal- of nierstenen), maagpijn, keelpijn en gewrichtspijn komen vaak voor.
    Maar ook pijn bij kanker, gordelroos, pijn bij diabetes of fantoompijn (pijnlijk gevoel in een lichaamsdeel dat geamputeerd is) zijn vormen van pijn en zijn niet altijd effectief te bestrijden.

    3. - Baringspijn

    Baringspijn wordt traditioneel gezien als pijn die erbij hoort.
    Nederland scoort dan ook laag als het gaat om pijnbestrijding bij bevalling : 10% van alle zwangere vrouwen in Nederland krijgt pijnstilling bij de bevalling, zoals een injectie met een rustgevend middel of een ruggenprik.
    In BelgiŽ ligt dit percentage op 64%, in de Verenigde Staten op 60%.

    De Nederlandse Vereniging voor Gynaecologie (NVOG) stelde vorig jaar in een artikel in Medisch Contact dat alle Nederlandse ziekenhuizen 24 uur per dag een ruggenprik moeten kunnen bieden aan vrouwen tijdens de baring.

    Vereniging Kind en Ziekenhuis

    De Vereniging Kind en Ziekenhuis heeft een vergelijkende website waarop zwangere vrouwen kunnen zoeken in welk ziekenhuis ze kunnen bevallen met een ruggenprik.
    Lang niet elk ziekenhuis biedt 24 uur per dag pijnbestrijding bij bevalling.

    Steeds meer zwangere vrouwen willen bevallen met een ruggenprik.
    Baringspijn wordt niet alleen door vrouwen maar ook door steeds meer artsen beschouwd als een van de ergste soorten pijn.

    Er zijn volgens de vereniging vrouwen bij wie de eerste bevalling zo traumatisch is verlopen dat ze niet aan een tweede bevalling willen beginnen zonder pijnbestrijding.

    4. - Wanneer is er sprake van chronische pijn ?

    Pijn kan acuut of chronisch zijn.
    Acute pijn heeft meestal een duidelijke oorzaak, een verwonding of infectie bijvoorbeeld.
    Chronische pijn kan het gevolg zijn van een ernstige ziekte, maar dat is lang niet altijd het geval.

    Sommige mensen hebben last van chronische pijn zonder dat daar een duidelijke oorzaak voor te vinden is.
    Dit heet een 'pijnstoornis'.
    De pijn heeft dan geen signaalfunctie meer, maar wordt een ziekte op zich.
    Pijn wordt 'chronisch' genoemd als ze langer dan zes maanden duurt.

    5. - Hoeveel mensen hebben chronische pijn ?

    TNS NIPO deed in 2000 in opdracht van de Pijnpolikliniek van het VU Medisch Centrum Amsterdam en de Stichting Pijn-Hoop onderzoek naar pijn en pijnbestrijding in Nederland.
    Daaruit kwam naar voren dat zeker 2,5 miljoen Nederlanders (ouder dan 18 jaar) last hebben van langdurige pijn, dat wil zeggen: pijn die regelmatig terugkeert en gedurende langere tijd optreedt.

    Naar schatting 800 duizend ouderen (waarvan 500 duizend vrouwen) worden geplaagd door langdurige pijn.
    Chronische pijn komt erg vaak voor: 400 duizend mensen van 60 jaar en ouder hebben dagelijks last van pijn.

    Belangrijkste oorzaken van chronische pijn bij ouderen zijn artrose en gewrichtsklachten.
    Aangenomen wordt dat er bijna 1 miljoen mensen met chronische lage rugpijn zijn.
    Volgens het Nationaal PijnFonds vormt alleen lage rugpijn een jaarlijkse kostenpost van Ä 4,5 miljard.

    6. - Hoe wordt pijn bestreden ?

    Om pijn te bestrijden of te verzachten worden meestal (ontstekingsremmende) pijnstillers gebruikt.
    Soms wordt ook een zalf of crŤme met lokaal verdovende middelen gebruikt bij een pijnlijke huid.

    Cannabis wordt soms gebruikt bij mensen met ernstige chronische pijn die vaak wordt veroorzaakt door een zenuwbeschadiging (bijvoorbeeld Multiple Sclerose).

    Morfineachtige pijnstillers hebben een krachtige werking die ervoor zorgen dat het Ďpijnsignaalí niet of minder sterk in de hersenen aankomt.

    Pijn kan met medicijnen worden bestreden of via zenuwblokkades.
    Een zenuw kan worden geblokkeerd door er (verdovende) stoffen in te spuiten en/of te behandelen met warmte.
    Alleen de dunne vezels van de zenuw, die pijn doorgeven, worden bij deze behandeling beschadigd.
    De dikke vezels geven het gevoel door; zij blijven intact.

    7. - Is pijn altijd te behandelen ?

    In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstonden de eerste pijnpoliklinieken.
    De gedachte was toen dat men pijn de wereld uit zou kunnen helpen.

    Inmiddels beseffen arts en patiŽnt dat niet alle pijn adequaat te behandelen is en dat sommige soorten pijn zelfs niet te bestrijden zijn.
    Twee miljoen mensen lopen al minstens zeven jaar met pijnklachten rond.
    Bijna 40% van hen heeft nooit adequate pijnbestrijding gehad.
    Vooral de pijn die in het zenuwstelsel zelf ontstaat ('neuropathische pijn') is lastig te behandelen.

    Volgens richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is pijn in 95% van de gevallen goed te behandelen.
    In de praktijk wordt dat percentage vaak lang niet gehaald, om allerlei medische, inhoudelijke en financiŽle redenen.
    Daarom zijn er in Nederland Pijnbehandelcentra opgericht die gespecialiseerd zijn in pijnbestrijding.

    8. - (Recente) onderzoeken

    Eiwit
    In april 2006 bleek uit promotieonderzoek van het Erasmus MC dat een al bekend eiwit in de wereld van de pijn een tot nog toe onbekend effect heeft in het ontstaan van chronische pijn.
    Dit inzicht kan een belangrijke basis vormen voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen chronische pijn.

    Behandeling
    Uit diverse enquÍtes kwam naar voren dat veel patiŽnten vinden dat hun pijn moet worden behandeld.
    Meer dan de helft (58%) beschouwt de behandeling ervan even belangrijk als het aanpakken van de onderliggende ziekte.
    Bijna 70% van de 800 duizend patiŽnten met osteoporose (botontkalking) is hierover zeer uitgesproken.
    Niettemin denkt ruim de helft (55%) van de patiŽnten dat zij moet leren leven met de pijn.

    Depressief
    Onderzoek wijst ook op het belang van pijnbestrijding : de helft van de patiŽnten geeft aan somber en depressief te worden van pijn.
    En ruim ťťn op de tien mensen (15%) zegt hierdoor zelfs niet meer verder te willen leven.

    Pijnstillers
    De gemiddelde volwassen Nederlander slikt zo'n 27 pijnstillers per jaar oftewel ongeveer ťťn pijnstiller per twee weken.
    Uitgaande van 12,5 miljoen Nederlanders van achttien jaar en ouder worden er jaarlijks zo'n 337,5 miljoen vrij verkrijgbare pijnstillers geslikt.
    Dit betekent dat er dagelijks bijna 1 miljoen pijnstillers worden geslikt.

    9. - Pijnfonds en Pijnkenniscentra

    Het Nationaal Pijnfonds is in 2005 opgericht.
    Het fonds komt op voor alle pijnlijders, geeft informatie over pijn en pijnbestrijding en werft fondsen voor onderzoek, bestrijding en preventie van pijnbestrijding.
    Het is een initiatief van het Platform Pijn en Pijnbestrijding, de Nederlandse Vereniging ter Bestrijding van Pijn (NVBP) en de PijnKennisCentra (PKC's)

    PijnKennisCentra
    Deze centra hebben als taak de kwaliteit van de bestrijding van pijn in de gezondheidszorg te bevorderen door het ontwikkelen van onderwijs en onderzoek op het gebied van pijn.
    Dat kan gaan om pijn bij kinderen, pijn bij ouderen, zenuwpijn, pijn na een operatie tot en met palliatieve pijnbestrijding.
    Er zijn acht centra in Nederland :
    - Erasmus MC Rotterdam
    - UMC Groningen
    - UMC St. Radboud Nijmegen
    - Academisch Ziekenhuis Maastricht
    - UMC Utrecht
    - Leids Universitair Medisch Centrum
    - AMC Amsterdam
    - VUMC Amsterdam.

    10. - Lotgenoten

    Stichting Pijn-Hoop is een organisatie voor en door mensen met chronische pijn die werkt aan verbetering van de kwaliteit van leven met chronische pijn.
    De stichting heeft veel informatie over chronische pijn en organiseert regelmatig lotgenotenbijeenkomsten in heel Nederland.

    11. - Handige links

    - Nationaal Pijnfonds : http://www.pijnfonds.nl/
    - Stichting Pijn-Hoop :
    http://www.pijn-hoop.nl/
    - Vereniging Kind en Ziekenhuis :
    http://www.kindenziekenhuis.nl/
    - Pijn.startpagina :
    http://pijn.startpagina.nl/
    - Platform Pijn en Pijnbestrijding :
    http://www.pijnplatform.nl/

    12. - Gebruikte bronnen

    - Nederlands Huisartsen Genootschap
    - Samenwerkende Pijnkenniscentra
    - Nationaal Pijn Fonds
    - Platform Pijn en Pijnbestrijding
    - Nederlandse Vereniging ter Bestrijding van Pijn
    - TNS NIPO
    - Vereniging Kind en Ziekenhuis
    - Prof. Dr. W.W.A. Zuurmond, hoogleraar anesthesiologie en pijnbestrijding VUmc Amsterdam.

    Cfr. : http://www.kiesbeter.nl/medischeinformatie/Dossiers/Pijnbestrijding/


    Lees verder : Deel III

    18-03-2009 om 22:49 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     

    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?

    Deel III


    Pijn - Weten en voelen

    Patrick Wall
    (vertaald door O. Brenninkmeijer)
    SWP, september 2007
    ISBN : 9066653736 / 9789066653733

    Pijn is een ervaring die alle mensen delen.
    Iedereen heeft wel eens pijn en iedereen is er bang voor.
    Iedereen heeft mensen in zijn omgeving die pijn hebben en kent de frustratie wanneer je hen niet echt kan helpen.
    In dit boek van Patrick Wall worden de meest recente biologische vindingen met betrekking tot zowel de mentale als de fysieke oorzaken en consequenties van pijn besproken.
    De auteur toetst verschillende methoden van pijnbestrijding.
    Het boek is doorspekt met fascinerende en soms schokkende verhalen van hoe verschillende mensen pijn ervaren - mensen die genieten van pijn, onze onverwachte reacties op een verwonding en de kracht van het placebo-effect.

    Recensies
    - Prof dr W.W.A. Zuurmond (in : Ned. Tijdschr. Geneeskunde) : 'Het boek is knap en onderhoudend geschreven zoals men van een man van wereldreputatie mag verwachten. Het geeft een uitstekend overzicht van de vele, soms raadselachtige dimensies van pijn. (Ö) Het zou best zo kunnen zijn dat het boek in de toekomst tot ťťn van de klassiekers gerekend gaat worden.'

    - Prof. Dr. B.J.P. Crul Medisch CoŲrdinator Kenniscentrum Pijnbestrijding AZN : 'Het is een plezier om dit boek te lezen. Op duidelijke en beknopte wijze wordt de hedendaagse pijnbestrijding belicht, aangevuld met uiterst leesbare voorbeelden. Goede schrijvers zijn voor iedereen toegankelijk en niet alleen voor vakgenoten. Het boek is geschikt voor artsen, studenten en verpleegkundigen met belangstelling voor pijn. Ook voor niet-medici, onder wie patiŽnten is dit boek uiterst lezenswaardig.'

    Cfr. : http://www.geneeskundeboek.nl/leesverder.pl?isbn=9789066653733



    Pijn en pijnbehandeling

    M van Kleef, FW Vreeling, WA Dingemans en NH Groenman Ė Universitaire Pers Maastricht, 2007 - ISBN : 9052782504 / 9789052782508

    ĎPijn en pijnbehandeling - Een basaal onderwijscurriculumí heeft tot doel de studenten,cursisten en betrokkenen kennis en inzicht te verschaffen om een optimale diagnostiek, behandeling en preventie van pijnproblemen mogelijk te maken.
    Het boek behandelt acute pijn, chronische pijn en pijn bij kanker en de multidisciplinaire behandeling daarvan.

    Het curriculum is ontwikkeld door leden van de Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn (NVBP) in samenwerking met de kenniscentra voor Pijn.
    Een begeleidingscommissie bestaande uit vertegenwoordigers van de diverse medische disciplines betrokken bij pijnbehandeling, -begeleiding en Ėpreventie heeft er voor gezorgd dat dit curriculum bruikbaar is bij multidisciplinair onderwijs op dit gebied.

    De uitgave is primair bedoeld voor het onderwijs, maar is ook een bron van informatie voor de in praktijk werkzame artsen, (klinisch) psychologen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten.

    Cfr. :
    -
    http://www.mosaelibris.nl/product.php?productid=16134&cat=0&bestseller
    http://www.geneeskundeboek.nl/leesverder.pl?isbn=9789052782508

    Cfr. ook 'Pijn en pijnbehandeling Ė Uittreksel', het uittreksel behorend bij het boek 'Pijn en pijnbehandeling' (3e druk; isbn 9052782504) van M. van Kleef, F.W. Vreeling, W.A. Dingemans, N.H. Groenman.
    Uittreksels van StudentsOnly bieden je een goede manier om de stof uit het boek nog sneller en makkelijker onder de knie te krijgen.
    Ze geven beknopt - in ca. 10% van het aantal pagina's van het boek - een compleet overzicht van alles wat belangrijk is.
    In het uittreksel wordt regelmatig naar pagina's, paragrafen, tabellen of figuren in het boek verwezen; het is dan ook moeilijk te gebruiken zonder het boek, maar des te beter samen met het boek.

    Cfr. :
    http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn-en-pijnbehandeling-uittreksel/1001004002526746/index.html;jsessionid=AEF0D6905EA304ADE47B1CC3CC403D
    8E.ps109
    -&- http://www.studentsonly.nl/uittreksels/sv2.asp?boekid=360


    Pijn en pijnbestrijding

    Tietze.nl

    Inhoud

    1. Beschrijving van pijn

    2. Pijn is een signaal

    3. Hoe ontstaat pijn ?

    4. Wat is chronische pijn precies ?

    5. Overleven met pijn

    6. Hoe kan ik chronische pijn bestrijden ?

    7. Emoties en gevoelens als reactie op pijn

    8. Aanbevolen boeken, literatuur en brochures

    9. Belangrijke adressen


    1. - Beschrijving van pijn

    Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring, die verbonden is met werkelijke of potentiŽle weefselbeschadiging of in termen van zulk een beschadiging wordt beschreven.
    Bovenstaande omschrijving wordt internationaal gehanteerd door medici die onderzoek doen naar pijn.
    Ze dekt echter niet volledig de lading, want ook zonder weefselbeschadiging is pijn mogelijk.
    Pijn is een individueel gevoel en kan op allerlei verschillende manieren worden ingedeeld.
    Van het begrip pijn zijn in de literatuur verschillende definities te vinden.
    Al deze definities hebben gemeen dat de patiŽnt zich slechter voelt dan wat hij of zij zou wensen.
    Pijnpoli gebruiken bij het beschrijven van pijn een internationaal erkende lijst met ongeveer 60 woorden om de aard van de pijn duidelijk te maken, zoals brandend, bijtend, zeurend, treiterend, jankend, dof, fel, gierend etc.
    Ondanks al die woorden is uw pijn niet- of moeilijk aan anderen uit te leggen.
    Bij de pijnbeleving spelen twee belangrijke factoren een rol, namelijk de bewuste gewaarwording van de pijnprikkel en de emotionele gevoelens, die hun invloed uitoefenen op het uiteindelijk pijngedrag.
    W
    ie wel eens pijn heeft geleden, weet ook dat er dan maar ťťn ding is waaraan je voortdurend moet denken : PIJN.

    Wat pijn precies is en waarom mensen pijn lijden, daarover tasten onderzoekers nog hoofdzakelijk in het duister.
    Maar er komt wereldwijd steeds meer belangstelling voor pijn.

    2. - Pijn is een signaal

    Pijn is, net als koorts, een teken dat er iets mis is in het lichaam.
    Het heeft in de meeste gevallen een signaalfunctie.
    Vaak is deze pijn van korte duur en gaat het door rust over of kan door behandeling van de oorzaak verdwijnen.
    Bij ernstige ziekten, operaties en ongevallen treedt ook vaak pijn op.
    Pijn is niet zichtbaar en het is ook niet objectief te meten.
    Dezelfde pijnprikkel kan bij de ťťn hevige pijn veroorzaken en is voor de ander nauwelijks voelbaar.
    Pijn is een persoonlijk gevoel.
    Vast staat dat alleen de patiŽnt kan aangeven waar de pijn zich bevindt en in welke mate de pijn aanwezig is.
    Pijn is dus wat de patiŽnt zegt dat het is en de pijn is zo erg als de patiŽnt zegt dat het is.

    Als u de oorzaak weet, weet u vaak wel wat u moet doen.
    Als de oorzaak onbekend is, dan gaat u naar de dokter.
    Die probeert de oorzaak op te sporen en te behandelen.

    3. - Hoe ontstaat pijn eigenlijk ?

    In het hele lichaam zitten zenuwen met pijngevoelige uiteinden, die als ze geprikkeld worden signalen via het ruggenmerg naar de hersenen zenden, wat dan aangeeft dat er wat mis is.
    De pijn geeft aan waar de aandoening zich bevindt en hoe ernstig deze is.
    Dat gebeurt bijvoorbeeld als u zich snijdt, zich brandt of als u uw vinger tussen de deur houdt.
    De hersenen vertalen deze signalen, waardoor u scherpe of doffe pijn ervaart.
    Er bestaan verschillende zenuwweefsel.
    Sommige vezels hebben een isolerende laag, die zorgen voor een snelle geleiding van de pijnprikkel.
    De pijn die u voelt is scherp en vaak van korte duur.
    Bij zenuwvezels die die laag missen gaat de geleiding traag en het gevolg is dat u een doffe stekende pijn ervaart die lang kan aanhouden.

    4. - Wat is chronische pijn precies ?

    Wanneer pijn langdurig aanhoudt, zonder dat er een aanwijsbare of te behandelen oorzaak te vinden is, heeft ze geen signaalfunctie meer, maar is ze een ziekte geworden.
    Er is dan sprake van '
    chronische pijn'.

    Tietze is een voorbeeld van chronische pijn.
    In Nederland leiden zo'n 600.000 mensen aan chronisch pijn leiden en elk jaar komen daar ongeveer 15.000 mensen bij.

    5. - Overleven met pijn

    Een aantal regeltjes om over na te denken :

    • accepteer dat pijn voortaan bij je hoort.
      Pas wanneer je dat geaccepteerd hebt kun je ermee aan het werk.
      Dit wil niet zeggen dat je er gelukkig mee moet zijn

    • richt je op datgene wat je nog wel kunt en sta niet langer stil bij werk, hobby of sport dat je niet meer kunt
    • zoek iemand waarmee je problemen, je angsten en onzekerheden kunt bespreken
    • leg aan belangstellenden uit dat je pijn niet altijd even erg is, maar hou er rekening mee dat je dat steeds weer moet uitleggen

    • maak duidelijk wat je wel en niet meer kunt
    • leer omgaan met onbegrip van je omgeving.
      Niemand begrijpt dat iemand die pijn heeft best plezier kan hebben en kan lachen.
      Men kan je pijn immers niet zien
    • je bent voorgoed ongeloofwaardig als je je pijn gebruikt als excuus wanneer je bijvoorbeeld eens geen zin hebt om ergens naar toe te gaan of om te gaan werken en je daarbij betrapt wordt

    • geniet zonder schuldgevoelens van de momenten dat je geen of minder pijn hebt
    • vergeet niet dat ook je omgeving met jouw pijnproblemen en je daardoor wisselende stemmingen te maken heeft
    • probeer je behandelend arts duidelijk te maken dat je pijn zo erg is als jij dat beleeft en zoek samen met hem naar een oplossing

    • bedenk dat de hele dag steunen en kreunen de pijn niets vermindert en je omgeving er niets mee kan
    • probeer ondanks de pijn aan lichaamsbeweging te blijven doen.
      Probeer aangepaste gymnastiek of ga eens zwemmen in extra verwarmd water

    • spanning verergert de pijnklachten.
      Geestelijke en lichamelijke ontspanning is dus belangrijk.
      Probeer ontspanningsoefeningen te doen
    • neem zelf de verantwoordelijkheid voor je leven.
      Je bent meer dan je pijn alleen en je hebt maar ťťn leven.
      Het is hard werken, maar het is de moeite waard

    • praten met lotgenoten helpt en lotgenotenbijeenkomsten zijn geen "zeur"- of treurbijeenkomsten.

    6. - Hoe kan ik chronische pijn bestrijden ?

    (cfr. ook de pagina 'Therapie en medicatie')

    Chronische pijn kan worden behandeld met medicijnen.
    Dit is mogelijk in de vorm van pijnstillers of van middelen die de geestelijke gesteldheid beÔnvloeden (ontspannend of stimulerend).
    Een plaatselijke verdoving of een zenuwblokkade kunnen eveneens uitgevoerd worden.
    Psychologische technieken zoals psychotherapie of hypnotherapie kunnen voor pijnverlichting zorgen.
    Daarnaast zijn er verschillende alternatieve geneeswijzen zoals acupunctuur en neuraaltherapie die bij pijnbestrijding gebruikt worden.
    Voor de behandeling van chronische pijn kan men terecht in de pijnpolikliniek van de Academisch Ziekenhuizen.
    Hierin werkt een pijnteam dat meestal onder leiding staat van een anesthesist of neuroloog.
    Daarnaast bestaat het team vaak uit een maatschappelijk werker, een fysiotherapeut, een chirurg, een psycholoog, een internist en een psychiater.
    Ook de meeste niet-academische ziekenhuizen hebben een pijnpoli.
    Behandeling gebeurt hier vaak door de anesthesist.

    Daarnaast zijn er verschillende revalidatiecentra waar men een pijncursus kan volgen.
    In deze cursussen leert men hoe zelf chronische pijn te behandelen.
    In vier academische ziekenhuizen zijn zogeheten kenniscentra opgezet. die wetenschappelijk onderzoek doen naar ervaringen van mensen met chronische pijn.
    Ook wil men de effecten van behandelingsmethoden als fysiotherapie, psychotherapie en elektrostimulatie onderzoeken.
    De Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn houdt zich bezig met de ontwikkeling en het verbeteren van de pijnbestrijding in Nederland.

    De middelen waarmee pijnbestrijders de pijn te lijf kunnen gaan zijn tegenwoordig heel verfijnd.
    Onder plaatselijke verdoving blokkeren ze bijvoorbeeld de zenuwen met warme naalden of implanteren ze katheters met morfine of andere verdovende middelen in het ruggenmerg.

    7. - Emoties en gevoelens als reactie op pijn

    Laatst werd een chronische pijnpatiŽnte gevraagd : "Hoe komt het toch dat u ondanks die pijn zo'n vrolijke indruk maakt ?"
    De vrouw gaf als antwoord : "
    Ik heb gemerkt dat door chagrijnig te zijn de pijn niet weggaat. Ik heb maar ťťn leven en heb de keuze gemaakt ondanks alles het leven van de vrolijke kant te blijven zien en heb nu een beter leven
    ".
    Er spreekt veel wijsheid uit die woorden, maar zoveel wilskracht is niet iedereen gegeven.
    Wat duidelijk is, is dat je het leven leidt dat je zelf wilt leiden.

    Veel mensen denken dat bij chronische pijnklachten alleen de (geijkte) emoties "verdriet" en "woede" aan de orde komen en dat alles is opgelost wanneer de patiŽnt de pijn maar accepteert.
    Degene die met pijn te maken heeft heeft echter met meerdere emoties zoals onzekerheid en angst etc. te maken.
    Bij mensen met chronische pijnklachten zijn de ervaringen zowel van negatieve als positieve aard.
    Je kunt van pijn namelijk ook veel leren.

    De kreten "Je moet er mee leren leven", of "je moet de pijn accepteren", worden door medici erg vaak en ook erg gemakkelijk gezegd.
    Ze laten de patiŽnt onbegrepen en machteloos in zijn hemd staan.
    De ervaring leert dat niemand zijn of haar pijn volledig kan accepteren.
    De ene dag accepteer je de pijn misschien, maar de andere dag heb je goed de pest in.
    Zelfs op de dag beleef je momenten van wel en niet accepteren van de pijn.
    Veel mensen verzetten zich vruchteloos tegen de pijn en maken het zichzelf daardoor nog moeilijker, want ťťn ding is zeker, daarmee gaat de pijn niet weg.
    Vaak volgt er na enige tijd berusting dat de pijn niet meer weg gaat en je wellicht een aangepast leven tegemoet moet zien.
    Daarmee is niet gezegd dat je alle leuke dingen kunt vergeten !

    8. - Aanbevolen boeken, literatuur en brochures

    • Chronische pijn - Ervaringen van pijnpatiŽnten, deskundige commentaren, adressen voor hulp en behandeling
      Hans Sleeuwenhoek Ė Uitgeverij J.H. Kok - Hilversum : NCRV, 1989 - ISBN : 9789024248681
      Het boek beschrijft de ervaringen van enkele pijnpatiŽnten.
      Daarnaast bevat het informatie over behandelmethoden en doelstellingen en adressen van organisaties m.b.t. Pijnbestrijding.
      Cfr. :
      http://www.ovinob.be/pcc/index.cfm?file=2&record=69756&code=925799253708

    • Chronische pijn - Zelfzorgboek voor mensen met chronische pijn
      E.H. Coene Ė Uitgever : Stichting Augustus, Amsterdam, 1995 (Boomgaardreeks 3) Ė ISBN : 90 722248 27 9 - Het boek is verkrijgbaar bij apotheken, drogisten en bij medewerkers van de Stichting Pijn-Hoop
      Een makkelijk leesbaar boek, wat alles bevat wat u over chronische pijn wilt weten en hoe u met pijn om kan gaan.
      Bijdragen worden verzorgd door artsen, psychologen, fysiotherapeuten en ervaringsdeskundigen.

    • De epidurale techniek
      Jan Willem Bakker & Fritz van Hulssen - Uitgeverij de Epidurale Techniek, Postbus 269, 3640 AG Mijdrecht
      In deze brochure vindt u een overzicht van de epidurale techniek en al zijn toepassingsmogelijkheden.
      Zo wordt de epidurale verdoving ('
      ruggemergprik') gebruikt als voorbereiding op operaties of als pijnbestrijding.
      Cfr. ook :
      -
      Epidurale corticosteroÔdeninfiltraties enkel na toestemming van de patiŽnt

      Cfr. : http://www.zol.be/printversie.asp?id=263
      -
      Mogelijke complicaties van een ruggenprik
      Cfr. : http://wewi.fmns.rug.nl/documenten/Ruggenprik.html
      -
      Techniek van de epidurale anesthesie
      Cfr. : http://starfleet.xs4all.nl/ok/Epidurale%20Anesthesie/Techniek%20van%20epiduraal%20.htm

    • De pijn de baas
      Frits Winter (illustraties : A. Morgan), ISBN10 : 9055134112 Ė ISBN13 : 9789055134113 - Verkrijgbaar in de boekhandel en bij Het Roessingh, Centrum voor Revalidatie, Roessinghsbleekweg 33, 7522 AH Enschede, tel. : 053-4875875
      Brochure over pijncursussen, die zich richten op chronische pijnklachten die uitgaan van het houdings- en bewegingsapparaat.
      Het beschrijft de invloed van bewegen en ontspanning op pijn en hoe vermoeidheid verdreven kan worden, hoe met anderen om te gaan en de eigen levensstijl te veranderen etc.
      Heeft de medische wetenschap geen antwoord op uw pijn ?
      Heeft u in het alternatieve circuit ook geen soelaas gevonden ?
      Voelt u zich verslagen door de pijn ?
      Voelt u zich veroordeeld tot een leven van lijden, van inactiviteit, van doelloosheid, van woede en machteloosheid ?
      Vele honderden mensen met pijn hebben bewezen dat er een uitweg is uit de pijnproblematiek.
      Zij zijn op een andere, nieuwe manier met de pijn aan de slag gegaan.
      De pijn had hen vaak volledig in de greep, maar zij zijn teruggekomen en hebben uiteindelijk de pijn op de knieen gekregen.
      Zij zijn hun eigen therapeut geworden !
      Het boek '
      De Pijn de Baas' helpt u uw eigen therapeut te worden.
      U kunt de invloed van de pijn terugdringen.
      U heeft dan kennis nodig over pijn en over de manier waarmee pijn beinvloedbaar is.
      Het is belangrijk te weten wat u daarvoor moet doen, maar vooral wat u daarvoor moet laten.
      Het zal u duidelijk worden waarom anderen u wel kunnen steunen, maar u niet kunnen helpen.
      Er is maar een persoon die voelt wat u voelt, die de ervaring heeft die u heeft en die uw omstandigheden kent.
      Om een goed therapieplan te maken heeft u kennis en inzicht nodig in '
      pijn
      'principes.
      Deze staan in dit boek beschreven.
      In de meeste revalidatiecentra en pijnpoli's wordt met deze handleiding gewerkt.
      Ook buiten de revalidatie kan deze behandelingsmethode nuttig zijn voor eenieder die beroepshalve met de chronische pijnproblematiek te maken krijgt.
      Te denken valt aan : huisarts, verzekerings-geneeskundige, bedrijfsarts, arbeidsdeskundige, (bedrijfs-)maatschappelijk werker, fysiotherapeut, psycholoog en specialist (reumatoloog, anesthesioloog, orthopeed, gynaecoloog, oncoloog e.a.).
      Het onder deskundige begeleiding doornemen van deze behandelingsmethode blijkt een uitstekend therapeuticum te zijn, zeker als dit met meerdere patiŽnten tegelijkertijd kan gebeuren.
      Via methodes van de gedragsgeneeskunde blijkt het mogelijk de pijn onder controle te krijgen.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/de-pijn-de-baas-druk-4/666867803/index.html

    • Het pijnboek voor de hulpverlener
      Dr. W.A. Dingeman - Nijkerk, Intro, 1990 Ė ISBN : 90-266-1939-1
      Cfr. : http://www.pijn-hoop.nl/html/boekenlijst.html

    • Ik verga van de pijn
      Kees Tromp Ė Uitgeverij : Boom Ė ISBN10 : 90-6009-808-0 Ė ISBN13 : 90-6010-726-8
      Het boek geeft inzicht in de psychische kant van pijn lijden en doet suggesties over hoe om te gaan met pijn.
      Het onderscheid tussen acute en chronische pijn wordt omschreven, evenals het analyseren van pijnproblemen en hoe deze op te lossen.
      Cfr. :
      http://www.boeken.nl/com/bestelframe.asp?selectie=3999143

    • Inleiding in de toegepaste neurowetenschappen - Deel 3 Ė Pijn
      Drs. Ben van Cranenburgh Ė Tijdstroom/Bunge Ė ISBN10 : 9035219112 Ė ISBN13 : 9789035219113
      Een boek bedoeld voor hulpverleners in de pijnzorg.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/inleiding-in-toegepaste-neurowetenschappen-deel-3-pijn-druk-4/666761801/index.html

    • Je moet er maar mee leren leven - Omgaan met een chronische ziekte
      Odiel Reef - Baarn, Ambo, 1993 - ISBN 90-263-1241-5

      Cfr. :
      -
      http://www.antiqbook.nl/boox/stp/6190.shtml
      - www.jules.be Ė dd. 27-03-2006 Ė In : '
      Weke-delenreuma (fibromyalgie) - Deel II'

    • Leef zonder pijn ! - Oorzaken van chronische pijn - Nieuwe therapiŽn Ė Zelfgenezing - Ontspanningstechnieken Pijnbeheersing - Wat kan u zelf doen ?
      Jane Whitbread - Veen, Utrecht, 1983
      Cfr. : http://www.antiqbook.nl/boox/duv/0804-345.shtml

    • Leven met uw pijn - Een zelfhulpboek om met pijn om te gaan
      Annabel Broome & Helen Jellicoe - Uitgeverij Intro, 1990 Ė ISBN : 90-266-1960x
      De mensen die in dit boek beschreven worden hebben, ondanks hun pijn, leren genieten van het leven.
      Om welke pijn het ook gaat, de methode die hier wordt beschreven helpt de pijn te begrijpen en ermee om te gaan.
      De auteurs bieden een praktische gids die week in week uit gevolgd kan worden.
      Het boek is gericht op mensen die ondanks grondig medisch onderzoek en behandelingen nog steeds pijn hebben.
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/voor%20u%20gelezen.htm#6

    • Pijn en pijnbehandeling - Een basaal onderwijscurriculum
      W.A. Dingemans, Nikel Hendrik Groenman & Maarten van Kleef - UPM, Universitaire Pers Maastricht, Maastricht Ė ISBN : 9789052782508
      Een boek bedoeld voor hulpverleners in de pijnzorg.
      Cfr. :
      http://www.boekbesprekingen.nl/cgi-bin/boek.cgi?boek=1301554

    • Pijn en pijnzin als uitgangspunt voor denken over verpleegkundige zorg
      Lucie van Cranenburgh - Reed business information, juni 1993 Ė ISBN10 : 9051892527 Ė ISBN13 : 9789051892529
      Een boek bedoeld voor hulpverleners in de pijnzorg
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn-pijnzin-als-uitgangspunt-voor-denken-over-verpleegkundige-zorg-druk-1/666761806/index.html

    • Pijn en therapie
      Jacques Devulder - ISBN 90-5350-036-7
      Jacques Devulder : '
      Het succesvol behandelen van chronische pijn bestaat uit een interdisciplinaire aanpak. Die aanpak is gericht op het gezamenlijk bestrijden van zowel fysieke als psychosociale elementen, door alle betrokken partijen. De negatieve spiraal wordt hierdoor omgebogen en de patiŽnt wordt zo goed mogelijk geholpen - waaronder wordt verstaan: het zo goed mogelijk verlichten van de pijn en herstellen van de fysieke capaciteiten, het aanpassen van de levenswijze van de patiŽnt, de patiŽnt die zijn grenzen leert kennen en aanvaarden'.
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2436
      Pijn is een vaak voorkomend symptoom.
      Na de luchtwegeninfecties is het de frequentst gehoorde klacht in de huisartsenpraktijk.
      Dikwijls echter wordt pijn onvoldoende behandeld.
      Soms is dit te wijten aan het syndroom zelf, dat eenmaal in een bepaald stadium gekomen nog erg moeilijk te behandelen valt.
      Meestal is het een gevolg van een tekort aan kennis over de adequate pijnbehandelingsmogelijkheden.
      De bedoeling van dit boek is dan ook grondig het ontstaan, de diagnose en de behandeling van pijn te bespreken.
      Het geeft vooral een volledig, gedetailleerd overzicht van de diverse therapeutische mogelijkheden die de hedendaagse geneeskunde kan bieden.
      Voor artsen en paramedici die hulp verlenen aan pijnpatiŽnten is dit boek onmisbaar.
      Een betere aanpak in de pijntherapie kan immers heel wat onnodig lijden voorkomen.
      Cfr. :
      http://www.kindenouder.nl/pijn-en-therapie.html

    • Pijn, het kruis der geneeskunde (proefschrift)
      Dr. A.M.E. Vrancken - Uitgave The Helen Dowlings Institute - Rotterdam, tel. : 010-4363977

    • Pijn, kwaliteit van leven en chronische ziekten
      J. Dekker - Amsterdam : Swets & Zietlinger / Harcourt Assessment, Juni 1992 Ė ISBN10 : 9026512287 Ė ISBN13 : 9789026512285
      Cfr. : http://www.occidentbooks.com/detail.php?id=70516625&ean=9789026512285&catfilter=Prod1&ref=BeslistBoeken

    • Pijntherapie
      Cora Besser-Siegmund Ė ISBN10 : 9060107268 Ė ISBN13 : 9789060107263
      Cfr. : http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijntherapie/1001004001543680/index.html

    • Zelfzorgboek voor mensen met Chronische Pijn
      Redactie : E.H. Coene - Stichting Pijn-Hoop - ISBN : 90-77248-56-2 / ISBN 90 722248 27 9
      Het zelfzorgboek Chronische Pijn is een ideaal boek voor mensen die hun pijn de baas willen blijven.
      Ook hun naasten en hulpverleners kunnen er veel aan hebben.
      Verkrijgbaar of te bestellen bij Apothekers in Nederland
      Cfr. :
      http://www.nieuwsbank.nl/_payment/order/1464471528/inp/1999/04/0413F079.htm

    9. - Belangrijke adressen

    • Pijnpolikliniek - Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU)
      De Utrechtse pijnpoli zijn een onderdeel van het instituut voor anesthesiologie.
      Hier worden jaarlijks zo'n duizend pijnpatiŽnten behandeld door een team van anesthesiologen, een psycholoog, een psychiater en een maatschappelijk werkster.
      Ze werken nauw samen met revalidatie-artsen, neurologen, orthopeden, plastisch chirurgen, neurochirurgen en anderen om de pijn van kankerpatiŽnten en patiŽnten met chronische, niet kwaadaardige pijn te verlichten.
      Cfr. :
      -
      http://www.umcutrecht.nl/zorg/patienten/poliklinieken/P/pijnbehandeling/opdepolikliniek.htm
      -
      http://www.umcutrecht.nl/subsite/Pijnbehandeling

    • Stichting Pijn-Hoop
      Honthorstlaan 39, 1816 TA Alkmaar
      Tel. : 072 - 511 96 85 / 0299 - 67 49 46 / 020 - 645 54 86 --- Fax : 072 - 511 68 20 Ė E-mail :
      familie.veen@wolmail.com
      De stichting is een patiŽntenorganisatie voor mensen met chronische pijn.
      Ze organiseert lotgenotencontact over pijn en pijnbestrijding en de maatschappelijke en sociale problemen die daardoor kunnen ontstaan.
      Zij behartigt de belangen van pijnpatiŽnten en verstrekt informatie over dit onderwerp.
      Cfr. :
      http://www.pijn-hoop.nl/

    • De Pijnstichting Nederland
      Zeeloodsenlaan 102, 1785 BS Den Helder
      De Pijnstichting Nederland
      verzamelt kennis over pijn en pijnpatiŽnten en geeft voorlichting over pijn aan publiek en hulpverleners.
      De aangesloten vrijwilligers zijn allemaal zelf patiŽnt en weten dus waarover ze spreken.
      Cfr. :
      http://www.cbf.nl/Goededoelen/2152/Pijnstichting_Nederland_PSN.html

    • Revalidatiecentrum Breda
      Brabantlaan 1, 4817 JW Breda
      Tel. : 067-5224571
      Poliklinische revalidatie is mogelijk voor volwassenen en kinderen.
      Het centrum heeft een pijnprogramma en organiseert pijncursussen.
      Cfr. :
      http://www.fbg.nl/71946

    • Sophia Revalidatie
      Reinier de Graafweg 1, 2625 AD Delft
      Tel. : 015-2780278 Ė Fax : 015-2780299
      Poliklinische revalidatie is mogelijk voor volwassenen en kinderen.
      Het centrum heeft een pijnprogramma en organiseert pijncursussen.
      Cfr. :
      http://www.sophiarevalidatie.nl/

    • Revalidatiecentrum Blixembosch
      Toledolaan 2, 5629 CC Eindhoven
      Tel. : 040-2642742 Ė Fax : 040-2642744
      Poliklinische revalidatie is mogelijk voor volwassenen en kinderen.
      Het centrum heeft een pijnprogramma en organiseert pijncursussen.
      Cfr. :
      http://www.blixembosch.nl/cms/publish/content/showpage.asp?themeid=1

    • Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn (NVBP)
      Bezoekadres : Wassenaarseweg 56 - Postbus 278, 2300 AG Leiden - Tel. : 071-5263448 / 071 - 518 18 96 Ė Fax : 071-5248156 - E-mail : info@nvbp.nl
      De Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn is een vereniging van specialisten, artsen, psychologen, fysiotherapeuten en andere pijnbestrijders, die zich bezighouden met de bestudering van pijn.

    • Pijnbehandelingscentrum (Leiden)
      Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) - Bezoekadres : Rijnsburgerweg 10, 2333 AA Leiden - Postbus 9600, 2300 RC Leiden Ė Tel. : 071-5263448 of 5269111 Ė Fax : 071-5248156
      In de pijnpolikliniek is een pijnteam werkzaam, dat gespecialiseerd is in de behandeling van mensen met chronische pijnklachten.
      Cfr. :
      http://www.lumc.nl/home/0001/12556/80110013931221/71127012417221/711260116052
      21

    • Pijnbehandelcentrum (Rotterdam)
      Erasmus MC van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, Havenziekenhuis, Haringvliet 2, 3011 TD Rotterdam Ė Tel. : 010 4043794 Ė Fax : 010 4043807
      In deze pijnpolikliniek is een pijnteam werkzaam, een team dat gespecialiseerd is in de behandeling van mensen met chronische pijnklachten.
      Tevens is een kenniscentrum aan de kliniek verbonden, waarin het pijnteam wetenschappelijk onderzoek verricht naar de ervaringen van patiŽnten met chronische pijn en naar de effecten van behandelmethoden als fysiotherapie, psychotherapie en elektrostimulatie.
      Cfr. :
      http://www.erasmusmc.nl/pijn/?lang=nl

    Cfr. : http://www.tietze.nl/pijn.html



    Pijnbehandeling

    © Onafhankelijk ziekenfonds 2002-2003

    Wanneer je pijn hebt en je maakt je zorgen over de mogelijke oorzaken of je geraakt er niet van af met een 'huismiddeltje' (cfr. ook 'Zelfmedicatie' op : http://www.onafhankelijkziekenfonds.be/jsp/displaydoc.jsp?id=1723&origin=oz501&language=Nl - ), kan je best eens langs je arts gaan.
    Die zal de ernst van de pijn en de eventuele oorzaak diagnosticeren en afhankelijk hiervan kan hij beslissen je ofwel pijnstillers te geven ofwel je door te sturen naar een specialist of zelfs een pijncentrum.

    Pijnbestrijding

    Pijnbestrijding is erop gericht pijn te verminderen of te laten verdwijnen.
    Juiste pijnbestrijding houdt in dat het middel voldoende hoog en frequent en op vaste tijden wordt toegediend.
    Bij acute pijn moet het middel voldoende snel werken, bij chronische pijn moet het middel voldoende lang werken.

    Wat schrijft je arts je nu eigenlijk voor ?

    Indien de oorzaak van de pijn kan verwijderd of verminderd worden met pijnstillers, wordt de behandeling gebaseerd op de pijnladder van de Wereldgezondheidsorganisatie.
    Die ladder voorziet, afhankelijk van de ernst van de pijn, drie stappen in de pijnbestrijding.

    Cfr. figuur : http://www.painstop.com.au/gallery/images/understanding-pain.jpg

    Eerste stap : wanneer je lichte pijn hebt

    - Wanneer en wat
    Wanneer je lichte vorm van bijvoorbeeld hoofdpijn, rugpijn, tandpijn heeft, kan je lichte pijnstillers nemen.
    De pijnbestrijding gebeurt hier met de perifere analgetica, dit zijn onder andere paracetamol, aspirine (beiden op basis van acetylsalicylzuur) en NSAID's (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs).
    Afhankelijk van de aard en de ernst van de pijn wordt eerst paracetamol toegediend, vervolgens een NSAID en tot slot een combinatie van de twee.
    - Werking
    Deze pijnstillers hebben hun aangrijpingspunt ter hoogte van de pijnreceptoren (de plaatsen waar pijn ontstaat in het lichaam).
    Ze werken direct in op de pijn en sommige werken ook ontstekingsremmend (de NSAID's).
    De werking van perifere pijnstillers bestaat erin dat ze de pijnprikkel onderdrukken vooraleer die naar de hersenen wordt doorgestuurd.
    Ze werken dus rechtstreeks in op de plaats waar de beschadiging heeft plaatsgevonden.
    Deze geneesmiddelen blokkeren de productie van pijnhormonen (de Ďboodschapperstoffení).
    Nogal wat perifere pijnstillers worden meestal vrij verkocht bij de apotheker.
    Pijnstillers met onstekingsremmende werking (de NSAID's) kunnen over het algemeen enkel op voorschrift verkregen worden.

    Tweede stap : wanneer je matige pijn heeft

    - Wanneer en wat
    Bij matige pijn gaat het over dezelfde pijnen, beschreven in stap 1, maar zij zijn intenser of van postoperatieve aard.
    Wanneer in fase 1 een onvoldoend resultaat wordt behaald, wordt er een preparaat uit de eerste fase gecombineerd met een zwakwerkend opium.
    Dit geeft als resultaat dat ze bij een bepaalde dosis een plafondeffect bereiken voor wat de pijnstilling betreft (voorbeeld hierbij is codeÔne).
    Het zijn pijnstillers met dubbele werking (een perifere ťn een centrale pijnstiller samen) en zijn enkel op doktersvoorschrift te verkrijgen.
    - Werking
    In deze stap worden centrale pijnstillers met dubbele werking toegediend.
    Hun werking bestaat erin de hersenen af te sluiten voor binnenkomende pijnprikkels zodat er geen pijn wordt gevoeld.

    Derde stap : wanneer je ernstige pijn hebt

    - Wanneer
    Ernstige pijn komt voornamelijk voor bij zware ziektes, zoals bijvoorbeeld bij kanker.
    Onder de pijnbehandeling vallen bijvoorbeeld pijnstillers op basis van methadon en morfine.
    Het onderscheid met een zwakwerkend opium is dat deze geen plafondeffect bereiken.
    - Werking
    In deze fase worden ook centrale pijnstillers toegediend.
    Zij zijn ook enkel te verkrijgen op doktersvoorschrift.

    Cfr. : http://www.onafhankelijkziekenfonds.be/jsp/displaydoc.jsp?id=1719



    Handboek pijnbestrijding

    W.W.A. Zuurmond
    De Tijdstroom, november 2000 - ISBN : 9058980073 / 9789058980076

    Pijn wordt over het algemeen als subjectief beschouwd.
    Maar pijn kan hevig menselijk lijden betekenen.
    Tot op de dag van vandaag is over het mechanisme van pijn geen volledige consensus.
    Wel is er een pijngeneeskunde aan het ontstaan.
    Er komen steeds meer pijnspecialisten, niet alleen voor alledaagse pijnklachten maar juist ook voor moeilijke en complexe pijnproblematiek.

    Dit boek geeft een goede stand van zaken op het gebied van neurofysiologie, psychologie, diagnostiek en behandeling van pijn.

    Alle bekende klinische pijnsyndromen zijn erin beschreven.
    Het is bestemd voor medische studenten, voor artsen die opgeleid worden tot specialist neurologie, anesthesiologie, gynaecologie, kindergeneeskunde en revalidatiegeneeskunde, maar ook voor de gevestigde specialisten zelf.

    Cfr. : http://www.geneeskundeboek.nl/leesverder.pl?isbn=9789058980076



    Pijnbehandeling helpt niet voor een derde van de patiŽnten
    Eťn op de drie patiŽnten lijdt nog steeds aan ernstige chronische pijn ondanks pijnbehandeling

    Knack, 01/12/2008

    Chronisch pijnmanagement is niet voldoende voor een op de drie patiŽnten die aan ernstige chronische pijn lijden.
    Bovendien voelt drie op de vijf patiŽnten zich matig of zeer angstig of depressief als gevolg van zijn/haar pijn.

    Hoewel acht op de tien patiŽnten met chronische pijn medicatie voorgeschreven krijgt, kampt een op de twee met de bijkomende last van bijwerkingen.
    Dit zijn de bevindingen van een studie van PainSTORY (Pain Study Tracking Ongoing Responses for Year Ė cfr. :
    http://www.painstory.org/ -), het eerste onderzoek van zijn soort, die een diepgaand beeld biedt van de gevolgen van chronische pijn voor patiŽnten in de loop van een jaar in 13 Europese landen.

    De eerste resultaten van de studie toonden aan dat chronische pijn een aanzienlijke invloed heeft op het dagelijks leven van patiŽnten.
    Zes op de tien heeft moeite bij het lopen en meer dan de helft kan moeilijk slapen.
    De pijn heeft ook invloed op het werkleven en bijna de helft van de patiŽnten is op een andere manier gaan werken.
    "Ik kon niet communiceren. Ik zat opgesloten in de pijn en ik kon niet met anderen omgaan. Ik voelde me als gevangen in de pijn en er helemaal van afhankelijk", aldus een Britse patiŽnt.

    Cfr. : http://www.knack.be/kanaal/gezondheid/pijnbehandeling-helpt-niet-voor-een-derde-van-de-patienten/site72-section35-article26146.html#



    De pijn te lijf

    Marleen Finoulst Ė Knack, 01-08-2008

    Volgens een Europese pijnstudie (2003) kampt ťťn persoon op vijf met chronische pijn.
    Dat betekent dat niet alle pijn reageert op pijnstillers.
    En dat pijnstillers niet altijd worden gebruikt, wegens de mogelijke neveneffecten.
    Wat doet een beroepsactieve man of vrouw die kampt met chronische rug- of hoofdpijn maar bij de pinken moet zijn voor de job en veel op de baan is ?
    Als aspirientjes niet meer baten en ontstekingsremmers te veel maaglast veroorzaken, kan je theoretisch overschakelen naar morfineachtige pijnstillers.
    Die zijn krachtig, maar werken tegelijkertijd versuffend, wat in de meeste gevallen niet combineerbaar is met een carriŤre.
    Wat dan ?
    Mensen zijn niet langer bereid om zich dan maar bij de pijn neer te leggen.

    Jean-Pierre Van Buyten, anesthesist en gereputeerd pijnspecialist, runt in het Algemeen Ziekenhuis Nikolaas (fusie AZ Waasland en AZ Middelares) in Sint-Niklaas een multidisciplinair pijncentrum : "We zien zo'n 12.000 patiŽnten per jaar. Veelal beroepsactieve mensen die een oplossing zoeken voor hun aanslepend pijnprobleem. Soms ook mensen die wel willen, maar niet meer kunnen werken wegens chronische pijn. Wij stellen een diagnose en starten een multidisciplinaire behandeling met als objectieven de levenskwaliteit verbeteren ťn in de mate van het mogelijke de sociaaleconomische reÔntegratie bewerkstellingen."

    Navigatiesysteem

    Hardnekkige chronische pijn die niet van kwaadaardige oorsprong is, is dikwijls het gevolg van een aantasting van de zenuwen zelf : zenuwontstekingen, uitstralingspijn door geknelde zenuwwortels in de rug, hardnekkige hoofdpijn, aangezichtspijn, pijn na een operatie die blijft knagen enzovoort.
    Pijnstillers in tabletvorm of via injecties komen niet alleen bij de pijnhaard, maar verspreiden zich over het hele lichaam.
    Om nog voldoende pijnstilling te krijgen, moet je hoog genoeg doseren, met alle nevenwerkingen van dien.

    In de voorbije jaren hebben onderzoekers pijnbestrijdingstechnieken (medicatie, stroomstootjes enzovoort) ontwikkeld die veel preciezer bij de pijnhaard komen, waardoor de medicatie sterk beperkt kan worden.
    Zo maken moderne pijncentra vandaag gebruik van computergestuurde navigatiesystemen die de naald onder voortdurende visuele controle (via fluoro-CT) perfect op de plaats van het onheil loodsen.
    Een aangetaste zenuwknoop of zenuwwortel - of die nu onder de schedel zit of in de rug - kan veel nauwkeuriger worden benaderd.
    Jean-Pierre Van Buyten : "Vergelijk het gerust met gps-technologie. Je lokaliseert de zieke zenuw en berekent een veilige route voor je naald."
    Zodra de naald of elektrode ter plaatse is, zijn diverse behandelingen mogelijk : je stuurt stroomstootjes die de zenuw verdoven of je infiltreert het gebied met pijnstillers en ontstekingsremmers.
    Meer nog, je kan een onderhuids apparaatje inplanten dat met regelmatige tussenpozen elektrische pulsen afvuurt (neuromodulatie) of een pompje dat regelmatig kleine hoeveelheden medicijn loslaat.

    Cfr. : http://www.knack.be/kanaal/bodytalk/de-pijn-te-lijf/site72-section35-article20762.html



    Kan kunst de pijn stillen ?

    Knack, 19-09-2008

    Het zien van schone kunsten verzacht de zeden, zegt men.
    Maar volgens recent onderzoek zou kunst ook fysieke pijn kunnen verlichten.
    Dat staat te lezen in New Scientist.

    Een onderzoek dat werd geleid door de Universiteit van Bari in ItaliŽ stelt dat kunst en een mooi decor in een ziekenhuis een aangename sfeer creŽren om pijnen en ongemakken bij patiŽnten te verlichten.
    De onderzoekers vroegen een groep mannen en vrouwen om de volgens hun 20 mooiste en lelijkste schilderijen te kiezen uit een selectie van 300 werken van Leonardo da Vinci tot Sandro Botticelli.
    Vervolgens werd hen gevraagd om naar die mooie en lelijke schilderijen, alsook naar een volledig wit paneel, te kijken terwijl met een laser een pijnprik door hun hand werd gestuurd.

    Volgens de testpersonen was de pijn een derde minder intens wanneer ze naar een mooi schilderij keken dan wanneer hen een lelijk of wit paneel werd getoond.
    Elektroden die de elektrische activiteit van de hersenen meten, bevestigden bovendien de verminderde respons op de pijn bij het zien van een mooi kunstwerk.

    Eerder werd al aangetoond dat muziek een manier is om de pijn te verminderen bij ziekenhuispatiŽnten, maar volgens professor Tommaso die het onderzoek leidde, is dit het eerste onderzoek dat bewijst dat schoonheid eveneens een rol speelt in de pijnervaring.

    Ook een mooie omgeving help volgens het onderzoek het genezingsproces te versnellen.

    "Ziekenhuizen zijn functioneel ingericht, maar wij vinden dat er ook rekening moet worden gehouden met het esthetische aspect", zegt de professor : "Schoonheid biedt duidelijk een bepaalde afleiding, waarmee we niet willen zeggen dat een lelijke omgeving de pijn erger maakt."

    Cfr. : http://www.knack.be/kanaal/bodytalk/kan-kunst-de-pijn-stillen-/site72-section35-article22850.html



    Vrouwen hebben vaker last van pijn dan mannen

    Knack, 25-08-2008 Ė Bron : Belga

    Vrouwen kampen vaker en langer met ernstige pijnverschijnselen dan mannen en krijgen daarvoor minder vaak een passende behandeling, zo onthult The Independent on Sunday op basis van onderzoek door de International Association for the Study of Pain.

    Of mannen kleinzeriger zijn dan vrouwen, zoals vaak wordt beweerd, is niet bekend.
    Als dat inderdaad zo is, kan het sterke geslacht van geluk spreken, want het zijn de vrouwen die de meeste pijntjes en pijnen hebben.
    En dat terwijl de meeste artsen onvoldoende op de hoogte blijken van de genetische, biologische en hormonale verschillen tussen de geslachten om het probleem goed aan te pakken.

    Hoewel het juist die verschillen zijn die ervoor zorgen dat vrouwen vaker af te rekenen krijgen met een reeks pijnlijke en langdurige aandoeningen, zoals migraine, darmproblemen of artrose.

    Een beter begrip van de manier waarop de verschillen tussen de geslachten ook leiden tot een andere medische aanpak zou, aldus de pijnexperten op een internationaal congres in Glasgow, duizenden dagen ziekteverlof en miljoenen euro's kunnen uitsparen en zelfs levens kunnen redden.

    Psychiater

    Enkele voorbeelden : pijnstillers als paracetamol werken bij vrouwen minder goed dan bij mannen en hebben vaker ongewenste neveneffecten, maar worden toch vaak voorgeschreven.
    Ook, zo bleek uit een groot Zweeds onderzoek, hebben vrouwen bij een hartaanval vaak last van algemene pijn in rug en schouders, terwijl artsen vooral getraind zijn in het opsporen van pijn in de arm, die bij mannen dikwijls aangeeft dat er sprake is van een hartaanval.
    Dat leidt ertoe dat in geval van een vrouwelijke patiŽnt niet altijd de juiste diagnose wordt gesteld, met alle mogelijk fatale gevolgen vandien.
    Ook worden vrouwen, als ze bij hun huisarts klagen over pijn, vaak niet geloofd en doorgestuurd naar een psychiater in de veronderstelling dat ze kampen met een depressie.
    Daarmee wordt de realiteit op haar kop gezet, want hoewel zware pijnen tot een depressie kunnen leiden, zijn ze zelden de oorzaak.

    De deelnemers aan de conferentie in Glasgow pleiten er dan ook voor pijn te erkennen als een aandoening op zichzelf en vragen grotere aandacht voor de specifieke en tot nu toe onvoldoende onderkende problemen die vrouwen op dat vlak hebben.

    Cfr. : http://www.knack.be/kanaal/bodytalk/vrouwen-hebben-vaker-last-van-pijn-dan-mannen/site72-section35-article21726.html


    Lees verder : Deel IV


    18-03-2009 om 22:48 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel IV
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     

    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?

    Deel IV


    Protocol
    Behandeling van chronische pijn in de eerstelijn
    (samenvatting)
    - Inleiding protocol chronische pijnbehandeling -

    Dit protocol is het resultaat van een samenwerking tussen de Psychologenpraktijk Mondriaanlaan, het Paramedisch Centrum, de huisartsen van het Gezondheidscentrum Mondriaanlaan en de huisartsenpraktijk Jutphaas
    © 2006 Psychologenpraktijk Mondriaanlaan/ Paramedisch Centrum 2

    Beoogde gebruikers van het protocol
    Het protocol dient gebruikt te worden bij het uitvoeren van de intake en behandelingen.
    Het is noodzakelijk dat de behandelaar kennis heeft van het gehele protocol en dient deze volledig te bestuderen.
    Als behandelaar moet je weten wat de taken zijn van de onderlinge specialismen, wat voor afspraken er onderling gemaakt worden en kennis hebben van pijn en chronische pijn.

    Doelgroep
    Een cliŽnt met pijn die langer duurt dan 6 maanden.
    De pijn moet benigne van karakter zijn, er mag dus geen ziekte aan ten grondslag liggen die de pijn veroorzaakt.
    De cliŽnt is gescreend door huisarts of specialist en verwezen naar de psycholoog.
    De psycholoog voert eigen onderzoek uit en bepaalt of de cliŽnt voldoet aan de inclusie criteria voor deelname aan de pijnbehandeling.
    De cliŽnt komt daarna bij de fysiotherapeut en die voert ook zijn eigen onderzoek uit.
    Middels een sportmedisch vragenlijst, anamnese en lichamelijk onderzoek bepaald de fysiotherapeut of de cliŽnt geÔndiceerd is voor de pijnbehandeling.

    Hoofddoelstellingen van de behandeling
    - Het minimaliseren van de invloed van de pijn op het dagelijks functioneren.
    - Het maximaal verbeteren van psychologisch, sociaal en maatschappelijk functioneren.

    Subdoelstellingen van de behandeling
    -
    Aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor het omgaan met de pijnklacht.
    - Inzicht in de wijze waarop gedachten, gevoelens en gedrag samenhangen met de pijnklachten en hoe verandering van denken en gedrag, de klachten en de gevolgen van de klachten kunnen beÔnvloeden.
    - Afleren van negatief pijngedrag.
    - Aanleren van positief pijngedrag.
    - Optimaliseren van activiteiten niveau, optimaliseren van sociale interactie niveau, verminderen medisch consumptie en verbeteren van psychisch functioneren.

    Domein van de behandeling
    - Het inhoudelijke domein beperkt zich tot het denken, voelen en handelen van de cliŽnt met pijnklachten, voorzover het in verband staat met de pijnklacht.
    - Het tijdsdomein beperkt zich tot het heden en de nabije toekomst.

    Inclusiecriteria
    - CliŽnten met chronische pijnklachten van benigne oorsprong (maligniteit is door middel van medisch onderzoek uitgesloten).
    - Medische behandeling gericht op het wegnemen van de oorzaak van de pijn is niet meer mogelijk.
    - Minimale klachtenduur is 6 maanden .
    - CliŽnt ervaart matige tot ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren als gevolg van de pijn.

    Exclusiecriteria
    - Ernstige psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek welke interfereert met behandeling.
    - Lopende (invasieve) medische behandeling.
    - Betrokkenheid bij juridische procedures waarbij het verwerven van een financiŽle vergoeding wegens geleden schade of het verwerven dan wel behouden van een WIA-uitkering de doelstelling van de cliŽnt is.
    - Ernstige mobiliteitsbeperking waardoor trainen niet mogelijk is.

    Belanghebbenden
    Het protocol voor de pijnbehandeling project wordt ontwikkeld in samenwerking met verschillende disciplines.
    De werkgroep bestaat uit huisartsen van de Mondriaanlaan en de Diepenbrocklaan, de psychologen en fysiotherapeuten van het samenwerkingsverband.
    De werkgroep wordt ondersteund door bureau Raedelijn (ROS), een organisatie die ondersteuning biedt bij samenwerken de eerstelijns gezondheidszorg.

    Indicatiestelling
    - De eerste selectie van cliŽnten wordt door de huisarts gedaan. Indien cliŽnten beantwoorden aan de bovengenoemde inclusie criteria en gemotiveerd zijn voor de behandeling geeft de huisarts de Pijn Vragenlijst Midden Nederland en een folder over de pijnbehandeling aan de cliŽnt mee naar huis. In deze folder staat vermeldt dat de cliŽnt voor de start van de behandeling vragenlijsten thuisgestuurd krijgt en deze voor de eerste afspraak met de psycholoog weer in moet leveren.
    - Vervolgens verwijst de huisarts de cliŽnt naar de psycholoog waarbij de Pijn Vragenlijst Midden Nederland (met toestemming van de cliŽnt) de benodigde voorinformatie verschaft.

    Verloop van de behandeling
    De behandeling is gebaseerd op het behandelprotocol dat ontwikkeld is door het Kenniscentrum Pijnbestrijding van het UMC St. Radboud.
    Hierbij is gebruik gemaakt van het boek 'De psycholoog als Pijnbehandelaar' (Samwel, van Meer en Crul, 2002 Ė cfr. :
    http://www.bol.com/nl/p/boeken/de-psycholoog-als-pijnbehandelaar-druk-1/1001004001656007/index.html -).

    De behandeling is opgedeeld in fases :
    - De eerste fase is gericht op de diagnostiek
    - De tweede fase, de werkfase, bestaat uit verschillende modules
    - De derde fase 3 is de afrondingsfase.

    De eerste fase
    De eerste fase is gericht op de diagnostiek.
    In deze fase wordt de cliŽnt uitsluitend gezien door de psycholoog.
    Na verwijzing door de huisarts krijgt de cliŽnt de vragenlijsten thuisgestuurd.
    De cliŽnt stuurt de lijsten voor het eerste gesprek terug naar de psycholoog.
    De diagnostische fase neemt maximaal 4 sessies in beslag.
    Doel van deze fase is voor de cliŽnt inzichtelijk te maken hoe zijn pijnklachten samenhangen met zijn gedrag, gedachten en gevoelens.
    Deze fase wordt afgesloten met een verklarende analyse van het pijnprobleem.
    Aan de hand van deze analyse wordt de cliŽnt een behandelvoorstel gedaan.

    De tweede fase
    De tweede fase, de werkfase, bestaat uit verschillende modules.
    Vanuit de verklarende analyse en het behandelplan wordt een gestructureerde aanpak voorgesteld voor het leren omgaan met de pijn.
    De cliŽnt volgt niet altijd alle modules en de volgorde kan ook aangepast worden.
    Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende modules en wat respectievelijk de psycholoog en de fysiotherapeut tot doel hebben.
    - Module I - In feite is module I een uitzondering.
    In deze module heeft de cliŽnt uitsluitend contact met de psycholoog.
    Het doel van deze module is het bewerken van persoonsgerelateerde factoren (en eventueel verwijzen naar andere hulpverleners).
    In deze module komen de factoren aan de orde die van invloed zijn op de pijnbeleving (zoals relatieproblemen, levensfaseproblemen en persoonlijkheidsproblematiek).
    Deze factoren zijn al aanwezig voor het ontstaan van de pijn.
    Omdat het gaat om co-morbiditeit (een exclusiecriterium) zal een deel van deze cliŽnten al bij indicatie voor het pijnprogramma afvallen.
    - Module II - Doel van module II is het vergroten van zelfregulatie mogelijkheden om het spanningsniveau te verminderen.
    De psycholoog gaat in deze module na wat de cliŽnt zelf kan doen om het spanningsniveau te verminderen.
    Vaak heeft de cliŽnt zelf al van alles geprobeerd maar heeft hij dit niet systematisch gedaan of hij is gestopt wanneer het niet meteen het gewenste effect had.
    Hierdoor ontwikkelt de cliŽnt de opvatting dat hij geen enkele invloed uit kan oefenen op de pijn.
    Deze cognitie gaat gepaard met gevoelens van boosheid en machteloosheid en veroorzaken op hun beurt weer spanning.
    De fysiotherapeut gaat in deze module actief aan de gang met ademhaling en ontspanningsoefeningen.
    De cliŽnt leert in deze module hoe hij of zij in de thuis situatie om kan gaan met spanningen.
    Deze oefeningen worden in rust en tijdens dagelijkse activiteiten toegepast.
    - Module III - In deze module staat het veranderen van pijncognities centraal.
    Vaak heeft de cliŽnt allerlei opvattingen ontwikkeld over zijn pijn.
    De psycholoog brengt deze opvattingen in kaart brengen waarna duidelijk wordt wat voor betekenis de pijn voor de cliŽnt heeft.
    Zo kan een cliŽnt bijvoorbeeld ervan overtuigd zijn dat de pijn een teken is dat er lichamelijk iets mis is.
    Vanuit deze gedachte is de cliŽnt dan geneigd om activiteiten te gaan vermijden en zo toenemend inactief te worden.
    In deze module worden niet-helpende pijncognities geherformuleerd op zodanige wijze dat zij het pijngedrag verbeteren.
    De fysiotherapeut zal in deze fase werken aan het omgaan met pijn tijdens het uitvoeren van activiteiten.
    De cliŽnt zal leren dat de pijn die ervaren wordt niet in lijn staat met de activiteiten die uitgevoerd worden.
    De doelstelling is dat de cliŽnt de pijn los gaat zien van de activiteiten en hierdoor de activiteiten beter zal kunnen uitvoeren.
    Ook wordt er gestart met het vergroten van de belastbaarheid volgens graded activity (cfr. hiervoor de tekst onder 'module IV' bij de omschrijving van fysiotherapie.
    - Module IV - In deze module gaat het om het bewerken van pijngerelateerd gedrag.
    Vanuit de functieanalyse wordt helder hoe de cliŽnt omgaat met activiteiten als werk en hobbyís die samenhangen met de pijn.
    Er wordt onderscheid gemaakt tussen vermijdingsgedrag en overbelasting.
    De psycholoog richt zich op het algemene activiteitenniveau (aansluitend bij de fysieke mogelijkheden en in balans voor wat betreft inspanning en rust), op het zo mogelijk(eventueel aangepast) weer hervatten van werkactiviteiten en het vergroten van sociale activiteiten.
    De fysiotherapeut start in deze fase met behandelingen volgens graded activity.
    De therapie bestaat uit actieve oefeningen en training gericht op verhogen van de lokale en algehele belastbaarheid, met als doelstelling het activiteitenniveau van het dagelijks functioneren te verbeteren.
    Activiteiten die een cliŽnt uitvoert in het dagelijks leven worden in kaart gebracht.
    Hiermee kan een goede keus gemaakt worden welke activiteiten getraind kunnen worden en welke spiergroepen in belastbaarheid vergroot moeten worden (graded activity).
    - Bovenstaande modules zijn voor vrijwel alle cliŽnten geschikt.
    Voor cliŽnten met bewegingsangst heeft bovenstaande aanpak echter weinig effect.
    Dit omdat de angst voor schadelijke gevolgen van activiteiten zo groot is dat de cliŽnt niet te motiveren is voor een graded activity behandeling.
    Of omdat de cliŽnt, als gevolg van zijn angst, vermijdingsgedrag blijft vertonen tijdens de behandeling.
    - Voor cliŽnten die in hoge mate angstig zijn voor bewegen is daarom een aangepast protocol ontwikkeld die ingaat op pijn en bewegingsvrees en de catastrofale gedachten over bewegen.
    Als bij aanmelding of in het eerste gesprek aanwijzingen zijn dat de klachten in hoge mate in stand gehouden worden door angst voor bewegen dan wordt het exposure in vivo protocol gevolgd.
    Dit protocol vervangt dan de bovengenoemde werkfase (fase 2).
    Het protocol start met uitgebreide diagnostiek fase waarin een hiŽrarchie van activiteiten opgesteld wordt die de cliŽnt vermijdt uit angst dat er onherstelbare schade aan het lichaam optreedt.
    Vervolgens krijgt de cliŽnt uitgebreide uitleg over de rationale van de behandeling door de psycholoog.
    Kern hiervan is het feit dat de pijnklachten niet bepaald worden door een ernstige aandoening die vraagt om zorg en voorzichtigheid.
    Maar dat de cliŽnt een veelvoorkomende aandoening heeft die hij zelf kan leren hanteren.
    In de behandelfase werken de psycholoog en de fysiotherapeut nauw samen.
    In deze fase wordt de cliŽnt blootgesteld aan activiteiten die angst opwekken (omdat de cliŽnt deze associeert met letsel of schade).
    Deze blootstelling vindt gradueel plaats door onderaan de angsthiŽrarchie te beginnen en geleidelijk steeds moeilijkere situaties aan te pakken.
    De psycholoog brengt in de gesprekken de angstgedachten in kaart en stelt met de cliŽnt samen een gedragsexperiment op waarin de cliŽnt gaat toetsen of zijn angstgedachte ook daadwerkelijk klopt.
    Bij de fysiotherapeut voert de cliŽnt de experimenten uit waarbij de fysiotherapeut ook bepaald of de activiteit passend is bij de fysieke belastbaarheid van de cliŽnt en of de activiteit ook juist uitgevoerd wordt.
    Door het expliciet formuleren van de catastrofale en alternatieve gedachten en deze te toetsen door het uitvoeren van een experiment leert de cliŽnt zijn onjuiste overtuiging over de relatie tussen beweging en letsel te herzien.
    De cliŽnt ervaart immers dat zijn angst onterecht is en dat hij meer activiteiten kan uitvoeren dan hij denkt zonder dat dit schadelijke gevolgen heeft voor zijn lichaam.
    Hierdoor wordt de vermijding van activiteiten doorbroken, zal de bewegingsvrees afnemen en zullen de beperkingen verminderen.

    De derde fase
    Fase 3 is de afrondingsfase.
    De psycholoog vat met de cliŽnt samen wat er in de behandeling bereikt is en er wordt gekeken naar hoe deze gedragsverandering kan worden vastgehouden.
    Er wordt een stappenplan gemaakt waarin wordt verwoord wat de cliŽnt bij een eventuele terugval kan doen.

    Effectiviteit

    Het belang van een effectieve behandeling van chronische pijnklachten wordt door Vlaeyen e.a. (1996) goed weergegeven.
    Bij de meeste mensen met acute pijnklachten verdwijnen de klachten binnen enkele weken.
    Bij een klein deel echter worden de klachten chronisch.
    Zo blijkt dat 5 tot 10% van de totale populatie, die na 3 maanden nog steeds rugklachten heeft, 75 tot 90% van de totale maatschappelijke kosten voor zijn rekening neemt.
    Onderzoeksliteratuur laat zien dat gedragstherapie, als vorm van psychologische behandeling, het meest effectief is bij het verminderen van de last van de pijn (Vlaeyen e.a. 1995; Passchier e.a. 1998).
    De effecten van de behandeling betreffen toename van het activiteitenniveau, vermindering van medicatiegebruik en verbetering van de stemming.
    In een meta analyse waarbij 65 studies naar de effectiviteit van multidisciplinaire pijnbehandelingen bij rugpijn werden betrokken komen Flor e.a. (1992) tot de conclusie dat deze behandelingen effectiever zijn dan geen behandeling, een wachtlijst en monodisciplinaire behandeling (medische behandeling of fysiotherapie).
    De effecten blijken stabiel over langere tijd.
    Wat betreft effectiviteit op de lange termijn benoemt Vlaeyen e.a. (1996) 30 tot 70% van de behaalde resultaten van een gedragsgeoriŽnteerde behandeling na een jaar nog aanwezig zijn.
    Om de effectiviteit van de behandeling te bepalen worden de vragenlijsten, die door de psycholoog bij de start van de behandeling worden afgenomen, na afloop van de behandeling nogmaals afgenomen.
    Voor effecten op langere termijn worden de lijsten ook na 6 maanden nog een keer afgenomen.

    Literatuurlijst

    1. Efficacy of multidisciplinary pain treatment centers - A meta-analytic review
      Flor H, Fydrich T, Turk DC, Department of Clinical and Physiological Psychology, University of TŁbingen, Germany - Pain. 1992 May;49(2):221-30 Ė PMID : 1535122
      Sixty-five studies that evaluated the efficacy of multidisciplinary treatments for chronic back pain were included in a meta-analysis.
      Within- and between-group effect sizes revealed that multidisciplinary treatments for chronic pain are superior to no treatment, waiting list, as well as single-discipline treatments such as medical treatment or physical therapy.
      Moreover, the effects appeared to be stable over time.
      The beneficial effects of multidisciplinary treatment were not limited to improvements in pain, mood and interference but also extended to behavioral variables such as return to work or use of the health care system.
      These results tend to support the efficacy of multidisciplinary pain treatment; however, these results must be interpreted cautiously as the quality of the study designs and study descriptions is marginal.
      Suggestions for improvement in research designs as well as appropriate reports of research completed are provided.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1535122

    2. Psychologie van onbegrepen chronische pijn
      Prof. Dr J. Passchier (psycholoog, is als hoogleraar Medische Psychologie verbonden aan het instituut Medische Psychologie en Psychotherapie van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam), Mevrouw Dr M.J. Sorbi (klinisch psycholoog/psychotherapeut, is als senior onderzoeker en universitair docent verbonden aan de groep Gezondheidspsychologie van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht) & Dr W.J. Meijler (neuroloog/klinisch farmacoloog, Hoofd van Kenniscentrum voor Pijn van het Academisch Ziekenhuis Groningen) - Uitgeverij Van Gorcum, Assen, 1998 Ė ISBN : 9023232356
      Cfr. Ī :
      http://people.zeelandnet.nl/vdwindt/migraine/psychob.htm

    3. De psycholoog als pijnbehandelaar
      H. Samwel, T. van Meer & B.J.P. Crul Ė Coutinho, mei 2002 Ė ISBN10 : 906283311X / ISBN13 : 9789062833115
      Pijn is meestal gekoppeld aan een aandoening.
      Is de aandoening behandeld, dan gaat de pijn weer weg.
      Maar soms blijft de pijn na de behandeling bestaan.
      Om deze pijn te diagnosticeren en behandelen, zijn in de afgelopen decennia in veel ziekenhuizen 'pijnteams' gevormd.
      Ook zijn er vier 'Centra voor Pijnbestrijding' opgericht om de kennis over pijn en de behandelmogelijkheden te vergroten en te verspreiden.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/de-psycholoog-als-pijnbehandelaar-druk-1/1001004001656007/index.html

    4. Behavioural rehabilitation of chronic low back pain - Comparison of an operant treatment, an operant-cognitive treatment and an operant-respondent treatment
      Vlaeyen JW, Haazen IW, Schuerman JA, Kole-Snijders AM, van Eek H, Institute for Rehabilitation Research, Hoensbroek, The Netherlands - Br J Clin Psychol. 1995 Feb;34 ( Pt 1):95-118 - PMID: 7757046
      Seventy-one chronic low back pain patients were assigned to one of three behavioural rehabilitation treatments or a waiting-list condition.
      The first intervention consisted of an operant treatment, aimed at increasing health behaviours and activity levels and at reducing pain and illness behaviours.
      In the second intervention, a cognitive treatment, aimed at the reinterpretation of catastrophizing pain cognitions and at enhancing self-control, was combined with an operant treatment.
      The third intervention consisted of the combination of the operant approach and a respondent treatment.
      During the respondent treatment, patients were taught to decrease muscle tension levels, using the 'applied relaxation' technique supported by EMG-biofeedback and graded exposure to tension-eliciting situations.
      A repeated measurements design included observer rating of pain behaviours, observer ratings of mood, self-reported depression, residual health behaviours, pain cognitions and experienced pain intensity.
      Follow-up assessment occurred at six months and one year after termination of treatment.
      Results suggest that, for the sample as a whole, improvements are found on measures of pain behaviours, health behaviours, pain cognitions and affective distress and that these improvements are maintained at six months and one year follow-up.
      During the treatment the three treatment groups improved significantly more than the waiting-list control group on most of the measures.
      Further, the results of this study provide evidence that the operant-cognitive and operant-respondent conditions are more efficacious in decreasing pain behaviours and in increasing health behaviours and efficacy expectations than operant treatment alone.
      This differential effect among the conditions is maintained at follow-up.
      Patients who received the OC and OR treatments catastrophize less than OP patients and OC patients showed better scores on outcome-efficacy than OR patients.
      In general, the results suggest that behavioural rehabilitation programmes for chronic low back pain are effective and that the effects of an operant treatment are magnified when self-control techniques are added.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7757046

    5. Chronische pijn en revalidatie
      J.W.S. Vlaeyen - Bohn Stafleu van Loghum, januari 1996 - ISBN10 : 9031320722 / ISBN13 : 9789031320721
      De 'Praktijkreeks Gedragstherapie' Ė cfr. :
      http://www.bol.com/nl/catalog/search-result.html?Ntt=Praktijkreeks+Gedragstherapie&Ntk=nl_books_all&Ntx=mode+matchallpartial&Nty=
      1&N=1430&Ne=1430&search=true&searchType=qckßion=books&_requestid=128149
      - is een reeks afzonderlijke boekjes waarin telkens een thema aan de orde komt.
      Dat kan zijn de gedragstherapeutische aanpak van specifieke problemen, maar ook de beschrijving van een gedragstherapeutische techniek of procedure en hoe die kan worden toegepast.
      De 'Praktijkreeks Gedragstherapie' demonstreert de praktijk van gedragstherapie.
      Elk boekje laat zien hoe de gedragstherapeut te werk kan gaan.
      Het therapeutisch proces wordt met concrete voorbeelden, richtlijnen en suggesties gedemonstreerd.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/chronische-pijn-en-revalidatie-druk-1/666826561/index.html

    Cfr. : http://www.raedelijn.nl/editor/resolveUid/bca8784314532c66583351bf975dacd9

    Morfine - Fabels en feiten

    Mw. H. Kodde, verpleegkundig consulent palliatieve zorg Ondersteuningspunt Palliatieve Zorg (OPZ), Drs. J. Fokke, verpleeghuisarts en medisch consulent palliatieve zorg OPZ, Mw. C. Siebenheller, medewerker Informatiecentrum IKO, Mw. drs. M. Becker, sectorhoofd Communicatie, Pr en Voorlichting IKO - Bron : 'Pijn bij kanker - Oncologische richtlijnen', uitgave van de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC), Uitgave november 2008

    1. - Goed om te weten...

    Chronische pijn en doorbraakpijn
    Ondanks de behandeling van pijn met morfine, kan er sprake zijn van zogenaamde doorbraakpijn.
    Doorbraakpijn is pijn die plotseling optreedt ondanks het dagelijkse (standaard) gebruik van pijnstillers.
    Voor doorbraakpijn worden (morfine-achtige) pijnstillers voorgeschreven die u dan extra kunt nemen.
    De werking hiervan is kortdurend : van 2 tot 4 uur.
    Voor chronische pijnen worden meestal langwerkende middelen gegeven.

    Verschillende toedieningsvormen
    Morfine-achtige pijnstillers kunnen op verschillende manieren worden gegeven :

    • via de mond (tabletten, capsules, drank of zuigtablet)

    • via de huid (pleister)

    • via de anus (zetpil)

    • via een injectie (onder de huid)

    • in een spier (of in een bloedvat)

    • via een infuus (in een bloedvat)

    • via een ruggenprik.

    Belangrijke aanwijzingen

    • Houd goed overleg met uw arts en volg de voorschriften op

    • Bij het instellen van de behandeling met morfine moet uw arts de juiste dosering bepalen.
      Het is daarom belangrijk dat u eerlijk en open bent tegen de arts en vertelt of en hoeveel pijn u nog heeft, maar ook wat de belangrijkste bijwerkingen zijn.
      Pijn kan grotendeels beheersbaar worden gemaakt, maar dat kan uw arts alleen samen met u.

    • Verhoog of verlaag nooit zonder overleg met uw arts de voorgeschreven dosis.
      Hierdoor kunnen respectievelijk bijwerkingen of ontwenningsverschijnselen optreden.

    • Het gebruik van morfine kan leiden tot een verminderd reactie- en concentratievermogen.
      Bij dagelijkse bezigheden kunt u daar last van hebben.
      De Nederlandse wetgeving schrijft een rijverbod voor bij het gebruik van morfine.

    • Alcohol kan de bijwerking sufheid versterken.
      Wanneer alcohol met mate genuttigd wordt, dan zijn er geen negatieve effecten op morfine als pijnstilling.
      Gematigd alcoholgebruik is daarom toegestaan bij het gebruik van morfine.

    Meer informatie
    Informatiecentrum IKO, tel. 024-354 23 09 Ė E-mail :
    informatiecentrum@iko.nl Ė Website : www.ikcnet.nl/iko

    Hebt u nog vragen ?
    Raadpleeg dan uw arts !

    2. - Inleiding

    In overleg met uw arts gaat u morfine gebruiken.
    Morfine wordt voorgeschreven om pijn te verlichten.
    Soms wordt morfine gebruikt bij benauwdheid.
    Morfine behoort tot een groep geneesmiddelen, die morfineachtige pijnstillers of opioÔden worden genoemd.
    Waar in deze folder over morfine wordt gesproken, kan ook een ander opioÔd bedoeld worden.
    Het gebruik van morfine kan bij u vragen oproepen.
    Deze folder is bedoeld om die vragen te beantwoorden en u op de hoogte te brengen van fabels en feiten over morfine.
    De informatie in deze folder heeft vooral betrekking op het gebruik van morfine bij pijn.
    Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, bespreek deze dan met uw arts.

    3. - De functie van pijn

    In het algemeen is pijn een belangrijk waarschuwend signaal.
    Pijn ontstaat wanneer een beschadigd deel van het lichaam via gevoelszenuwen een ďberichtĒ stuurt aan de hersenen.
    Meestal verdwijnt de pijn als de oorzaak ervan is weggenomen.
    Maar soms kan de oorzaak niet worden weggenomen, zoals bij bepaalde soorten kanker, maar ook bij bepaalde nietkwaadaardige ziekten zoals reuma.
    Dan heeft de waarschuwende functie van pijn geen zin meer en is goede pijnbestrijding nodig.

    4. - De behandeling van pijn
    Kortdurende, maar ook langdurige, ernstige pijn is vaak goed te verlichten met medicijnen.
    Pijnbehandeling gaat meestal via een stappenplan.
    De pijnbehandeling wordt gestart met paracetamol en een middel als ibuprofen.
    Morfine wordt hieraan toegevoegd als belangrijke volgende stap.
    Morfine zorgt ervoor dat het ďberichtĒ in de hersenen niet of minder sterk aankomt.
    Hierdoor voelt u de pijn minder.

    5. - De behandeling van benauwdheid

    Benauwdheid kan zich voordoen bij een slecht pompend hart en slecht werkende longen.
    Morfine is het meest effectieve middel om benauwdheid te verlichten.

    6. - Morfine - Fabels en feiten

    Morfine is een krachtig middel waarmee veel ervaring is opgedaan.
    Er zijn al veel patiŽnten mee behandeld.
    Toch bestaan er nog de nodige onduidelijkheden over morfine.
    Over morfine bestaan tal van fabels die we voor u proberen te ontzenuwen.

    Fabel 1 - Morfine werkt verslavend

    Feit - Verslaving is onder te verdelen in geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid.
    Als u morfine als pijnstiller gebruikt, is de kans op geestelijke afhankelijkheid zeer gering.
    Een verslaving treedt op wanneer iemand zonder pijn morfine gebruikt, dan treedt er een bepaalde ĎkickĎ op.
    Deze Ďkickí treedt niet op wanneer morfine de functie heeft om pijn te verlichten.
    Zoals bij bijna ieder geneesmiddel dat langdurig wordt gebruikt, is er wel sprake van lichamelijke gewenning aan morfine.
    Dit is op zich niet schadelijk.
    Alleen als het gebruik van morfi ne plotseling wordt gestaakt, kan dat zogenaamde ontwenningsverschijnselen veroorzaken.
    Voorbeelden zijn : hartkloppingen, zweten, misselijkheid, braken en diarree.
    Deze verschijnselen kunnen worden voorkomen door de dosis geleidelijk te verlagen.
    Doe dit in overleg met uw arts.

    Fabel 2 - Van morfine heb je steeds meer nodig

    Feit - De kans op verslaving aan morfine is zeer gering.
    De reden waarom de dosering van morfine wordt verhoogd, is omdat de pijn toe kan nemen.
    De pijn bepaalt hoeveel morfine u nodig heeft.
    Daarbij is het goed om te weten dat de dosis van morfine in principe geen bovengrens heeft.
    Er zijn mensen die het honderdvoudige van de dosering waarmee ze gestart zijn, krijgen toegediend.

    Fabel 3 - Morfine werkt levensbekortend

    Feit - Het is een misverstand dat morfine alleen wordt gegeven in het eindstadium van kanker.
    De veronderstelling dat morfine levensbekortend werkt, is niet juist.
    Morfine wordt niet voorgeschreven om de dood te bespoedigen.
    Ongeveer 25% van de morfine wordt gebruikt door patiŽnten met langdurige, chronische ziekten zoals reuma.
    Morfine kan dus jaren achtereen als pijnstiller worden voorgeschreven.
    Ook kan morfine tijdelijk worden gegeven en daarna worden afgebouwd, zoals na een operatie.

    Fabel 4 - Morfine veroorzaakt ademhalingsmoeilijkheden

    Feit - Bij de behandeling van pijn met morfine spelen ademhalingsmoeilijkheden geen rol.
    Alleen zeer hoog gedoseerde morfine-injecties in een ader kunnen problemen met de ademhaling veroorzaken.
    Benauwdheid kan juist reden zijn om morfine voor te schrijven, zoals in de inleiding is beschreven.

    Fabel 5 - Van morfine word je suf

    Feit - Sufheid is een bijwerking die kan optreden tijdens de eerste dagen van de behandeling met morfi ne of na verhoging van de dosis morfine.
    Vaak wordt de innerlijke rust, die optreedt als men geen last meer heeft van pijn, verward met sufheid en slaperigheid.
    Omdat pijn geen spelbreker meer is, kunt u beter slapen en na enkele dagen weer op krachten zijn om zo mogelijk deel te nemen aan het sociale leven.
    Indien u suf blijft, neemt u dan contact op met uw behandelend arts.

    Fabel 6 - Morfine heeft veel bijwerkingen

    Feit - De belangrijkste bijwerkingen zijn : sufheid, verstopping (obstipatie), misselijkheid, duizeligheid en verwardheid.
    De meeste bijwerkingen gaan na enkele dagen tot weken vanzelf over als u gewend bent geraakt aan morfine.
    Over sufheid is reeds geschreven in deze folder.
    Verstopping komt vaak langdurig voor.
    Daarom zal uw arts altijd een laxeermiddel voorschrijven.
    Het is belangrijk dat u dit middel inneemt zolang u morfine gebruikt.
    Ook is het van belang om voldoende vocht en vezelrijke voeding te gebruiken als dat mogelijk is.
    Misselijkheid komt regelmatig voor.
    Soms schrijft uw arts een middel voor om misselijkheid ten gevolge van morfine te voorkomen.
    Duizeligheid kan vooral optreden bij het opstaan uit bed of uit een stoel.
    Door rustig van houding te veranderen kunt u hiermee rekening houden.
    Verwardheid komt soms voor.
    Verandering van omgeving en gebruik van andere medicijnen kunnen oorzaak zijn van verwardheid.
    Morfine kan daarbij een rol spelen.
    Een voorstadium van verwardheid kan zich uiten in levendige dromen en moeite hebben om droom en werkelijkheid uit elkaar te houden.
    Als deze signalen zich voordoen is het goed om ze te melden aan uw behandelend arts.

    Cfr. : http://www.netwerkpalliatievezorg.nl/LinkClick.aspx?fileticket=Ll608JM2p6U%3D&tabid=1046&mid=2829



    PatiŽnten met pijn ook psychologisch onderzoeken

    Radbout Universiteit Nijmegen / Novum, 19-09-2008

    Mensen die drie maanden of langer met chronische pijn kampen, moeten naast lichamelijk ook psychologisch worden onderzocht om te bepalen hoe zij het beste met pijn kunnen omgaan.
    Dat stelt promovendus Han Samwel van de Radboud Universiteit Nijmegen.
    PatiŽnten die fatalistische gedachten hebben over hun pijn, hebben na behandeling vaak meer pijnklachten dan zieken met een meer positieve instelling.
    Psychologisch onderzoek helpt de doemdenkende patiŽnten bij de acceptatie van hun pijn, stelt Samwel.
    Pijnbestrijding helpt beter als de patiŽnt de pijn erkent en bovendien inziet dat de symptomen niet snel zullen verdwijnen.
    Ook patiŽnten die vasthouden aan het idee dat hun pijn puur lichamelijk is, zijn gebaat bij een psychologisch onderzoek, stelt de medicus, die sinds 1989 werkzaam is op het Pijncentrum van het UMC St Radboud in Nijmegen.

    Cfr. : http://www.nu.nl/gezondheid/1750678/patienten-met-pijn-ook-psychologisch-onderzoeken.html


    Cfr. ook :

    1. Algemene behandelingsmethoden van pijn
      Cfr. :
      http://pijn1.hyves.nl/forum/2174707/bdRx/Algemene_behandelingsmethoden_van_pijn/

    2. Algemene pijnbestrijding en relaxatie bij CIB
      Prof. Dr. J. Devulder en Lic. C. Poppe, Pijnkliniek UZ Gent Ė CIB-Liga (deze tekst werd bezorgd aan de CIB-Oost-Vlaanderen (via Claudine) door Mevr. Poppe, psycholoog in de Pijnkliniek van het UZ Gent, naar aanleiding van de voordracht gegeven door prof. Devulder, hoofd van de Pijnkliniek ťn Mevr. Poppe, op 22 september 2001 in het UZ Gent)
      Cfr. :
      http://www.cibliga.be/a_m_pijnbestrijding.html

    3. Als de dood voor pijn
      Gie van den Berghe - De Tijd, 13-10-2005
      Cfr. :
      http://www.serendib.be/gievandenberghe/artikels/alsdedoodvoorpijn.htm

    4. Alternatieven voor COX-2-remmers bij de behandeling van pijn
      Cfr. :
      http://www.nieuwsbank.nl/inp/2005/03/07/V078.htm

    5. Altijd pijn : wat is hier aan te doen ? - Alles over de behandeling van zenuwpijn of pijn door weefselschade
      Prof. dr. W.W.A. Zuurmond
      Cfr. :
      http://www.inmerc.nl/documenten/File/persberichten/Altijd_pijn.pdf

    6. Analgetica, antirheumatica en jichtmiddelen
      Farmacotherapeurisch Kompas
      De International Association for the Study of Pain (IASP) definieert pijn als volgt : "pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring, die in verband wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging of wordt beschreven in termen van weefselbeschadiging".
      Pijn is zowel een gewaarwording (bewust worden van een prikkel die pijn veroorzaakt) als een emotionele ervaring.
      Bij acute pijn is de relatie met weefselbeschadiging vaak gemakkelijk te leggen; bij chronische pijn is het verband minder duidelijk of nauwelijks aan te geven en spelen psychische en sociale aspecten een grotere rol dan bij acute pijn.
      Pijn wordt chronisch genoemd als deze langer dan 6 maanden bestaat.
      Gewoonlijk wordt van subacute pijn gesproken als de pijn 2 tot 6 maanden duurt en van acute pijn bij een duur korter dan 2 maanden.
      Pijnbeleving is subjectief en wordt door talrijke psychische, sociale en culturele factoren beÔnvloed.
      De invloed van cognitieve processen op pijn is aanzienlijk.
      Emoties kunnen bijvoorbeeld pijn oproepen (hoofdpijn, buikpijn) of de pijnbeleving doen toenemen (angst, onrust, onzekerheid, eenzaamheid, verveling), maar zij kunnen ook beletten dat pijnprikkels als zodanig worden gevoeld.
      De vraag hoe de gewaarwording van pijn tot stand komt is nog onbeantwoord.
      De pijntolerantiedrempel of de hoeveelheid pijn hangt samen met de eerder genoemde factoren.
      Cfr. :
      http://www.fk.cvz.nl/default.asp?soort=inleidendetekst&naam=inl%20analgetica%20antirheumatica%20en%20jichtmiddelen

    7. Anesthesiologie - Pijn, pijnmeting en pijnbestrijding
      Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam, (laatste wijziging) 29-12-2008
      Deze tekst informeert u over pijn.
      Wat is pijn, waarom heeft u pijn en hoe is deze pijn te meten en te bestrijden ?

      Cfr. :
      http://www.amc.nl/?pid=726&itemid=92&contentitemid=544&osadcampaign=Patientenfolders

    8. Angst kan chronische pijn veroorzaken
      Nursing, 07-11-2007 Ė Bron : Universiteit Maastricht
      Een verhoogde angst voor ziekte, verwonding of pijn kan gepaard gaan met een inadequate reactie op pijn, zo blijkt uit een promotieonderzoek van de Universiteit Maastricht.
      Onderzoeker Linda Vancleef bekeek welke negatieve emotionele persoonlijkheidskenmerken, zoals angst voor pijn, chronische pijn kunnen veroorzaken.
      Angsten gaan vaak samen met denk- en interpretatiefouten.
      Deze kunnen een negatieve invloed uitoefenen op de manier waarop iermand pijn ervaart.
      Zo zijn zeer angstige personen bijvoorbeeld sneller geneigd om onschuldige situaties gerelateerd aan pijn als overdreven gezondheidsbedreigend te interpreteren.
      Vroege identificatie
      Vancleef beveelt aan om vervolgonderzoek te doen, om vroege identificatie van mensen die kwetsbaar zijn voor chronische pijn te vergemakkelijken.
      Cfr. :
      http://www.nursing.nl/home/nieuw/1343/angst-kan-chronische-pijn-veroorzaken/6

    9. Behandeling chronische pijn op de afdeling revalidatie
      Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG)
      Cfr. :
      http://www.olvg.nl/medische_afdelingen/revalidatiegeneeskunde/folders/behandeling_chroni
      sche_pijn_op_de_afdeling_revalidatie

    10. Behandeling chronische pijn schiet tekort
      Cfr. :
      http://www.zorgplanet.nl/nieuws/200810/behandeling_chronische_pijn_schiet_tekort_/

    11. Behandeling pijnzenuw (FRF)
      Cfr. :
      http://www.vlietland-ziekenhuis.nl/files/Behandeling_pijnzenuw_1806.pdf

    12. Behandeling van chronische pijn
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/neuromodulatie%20bij%20pijn.htm

    13. Behandeling van pijn
      Cfr. :
      -
      http://www.acusan.nl/acupunctuur_arnhem/behandeling/pijn
      - http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2489
      - http://www.kwfkankerbestrijding.nl/index.jsp?objectid=15732 

    14. Behandeling van pijn door blokkade van de lumbale sympatische grensstreng
      Cfr. :
      http://sz.oppc.nl/folders/folder-563.html

    15. Behandeling van pijn door blokkade van het ganglion stellatum
      Cfr. :
      http://sz.oppc.nl/folders/folder-564.html

    16. Behandeling van pijn vanuit kleine zenuwen (perifere zenuwen)
      Cfr. :
      http://pijnbehandeling.mmc.nl/content/download/25928/163425/file/21.Behandeling%20van%20pijn%20van%20kleine%20zenuwen.pdf

    17. Behandeling van pijnklachten in de knie
      Cfr. :
      http://www.diaconessenhuismeppel.nl/dsc?c=getobject&s=obj&!sessionid=1eGxJl@OuGE@@hW9pz8XH1!f8xG1jmf1WBRze8Ge59bs5Wz8ZWno7p!8nhb9oWM9&parentid=&objectid=2768&!dsname=default

    18. Bestrijd zelf je pijn - Een eenvoudige, gezonde, goedkope en doeltreffende geneesmethode die iedereen kan leren
      W. Halim & Peter de Lange Ė Scriptum, februari 2008
      Bestrijd zelf je pijn met de massagetherapie van dokter Willy Halim, anesthesioloog.
      Het is een eenvoudige, gezonde, goedkope en doeltreffende geneesmethode die iedereen kan leren.
      Met een stijve nek, een pijnlijke pols, een tennisarm of een golfelleboog hoef je niet per se naar een dokter.
      Tal van alledaagse pijnen kun je heel goed zťlf of samen met je partner verhelpen.
      Daarvoor bestaan massagetechnieken, zoals anesthesioloog Willy Halim ze in de pijnpoli van het St. Anna Ziekenhuis in Geldrop beoefent.
      In dit boek zet de arts zijn werkwijze op een voor iedereen begrijpelijke wijze uiteen.
      - Lo Kok Bing, Orthopedisch chirurg : ďEindelijk een handzaam boek over massage als middel tegen pijn. Goed dat collega Willy Halim zijn jarenlange expertise op dit gebied met ons wil delen. Dankzij de heldere taal en de duidelijke illustraties is deze handleiding bruikbaar voor zowel de leek als de professionalĒ.
      - Ruurd Jan Roorda, Kinderarts n.p., voorzitter Raad van Bestuur St. Anna Zorggroep : ďIk heb Willy Halim leren kennen als een zeer gedreven arts met een grote kennis op het gebied van de pijnbehandeling. Bijzonder is dat hij verbindingen zoekt tussen westerse en oosterse geneeskunst. Zo gebruikt hij naast allerlei andere vormen van pijnbestrijding, ook massagetechnieken. Vaak is het effect heel goedĒ.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/bestrijd-zelf-je-pijn/1001004005487679/index.html

    19. CAM and the phenomenology of pain
      Hankey A : Alexhank@dircon.co.uk - Evid Based Complement Alternat Med. 2006 Mar;3(1):139-41. Epub 2006 Jan 17 - PMID: 16550235
      Many CAM modalities afford relief from pain, each in its own way or according to its own terminology.
      Comparison of different CAM modalities results in a simple phenomenology of pain centered around the idea that pain may be associated with blockages of the flow of energy in the system of nadis/acupuncture meridians.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16550235

    20. Centrum voor chronische pijn en/of functionele klachten
      Medisch Centrum Leewarden (MCL)
      Cfr. :
      http://www.mcl.nl/Ik-ben-pati-nt/Centra/Pijn-Centrum-voor-chronische-pijn/

    21. Centrum voor multidsciplinaire evaluatie en behandeling van pijn
      Cfr. :
      http://users.telenet.be/pijncentrum/

    22. Chronische pijn
      Cfr. :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Chronische_pijn
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Pijnbestrijding
      -
      http://www.devriesboeken.nl/index.php?od=ab&boek=9789066111271
      - http://www.devriesboeken.nl/index.php?od=ab&boek=9789066550667
      - http://www.spreekuurthuis.nl/themas/chronische%20pijn/introductie

    23. Chronische pijn en de rol van acupunctuur
      Cfr. :
      http://www.ores.nl/wetenschap/wetenschap_pagina/ziekten/Chronische_pijn/website_pijn.htm

    24. Complementaire zorg bij pijn en pijnbestrijding
      Cfr. :
      http://www.beyondmedicine.nl/Artikelen/tabid/2137/EntryID/264/language/nl-NL/Default.aspx

    25. CVS-pijn
      Cfr. :
      http://www.cfsinfo.be/pijn.htm

    26. De behandeling van neuropathische pijn door geneesmiddelen
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/neuropatischepijn.htm

    27. De verpleegkundige en pijnbestrijding
      Rianne de Wit - Bohn Stafleu van Loghum, februari 2001 Ė ISBN10 : 9031336300 / ISBN13 : 9789031336302
      Een recent overzicht van de verpleegkundige kennis over pijn en pijnbestrijding voor het Nederlandse taalgebied ontbrak tot nu toe.
      En dat is jammer, omdat juist de verpleegkundige bij uitstek degene is tot wie de patiŽnt zich kan richten.
      Het vakblad Verpleegkunde Nieuws signaleerde dit tekort en publiceerde een tiendelige serie over pijn en pijnbestrijding.
      De verpleegkundige en pijnbestrijding is een bewerking van deze pijnserie.
      In dit boekje vindt u hoofdstukken over onder meer pijn registratie en pijnanamese, het vaststellen van een verpleegkundige pijndiagnose, farmacologische pijnbestrijding, niet-farmacologische interventies bij pijnbestrijding, scholingsprogramma's voor patiŽnten met pijn, pijnmeting en pijnbestrijding bij kinderen en chronische pijn.
      Daarnaast wordt ingegaan op de vele misverstanden die omtrent pijn bestaan zoals : 'een pijnpatiŽnt kan het beste zo min mogelijk pijnstillers slikken', 'aan pijnstillers raak je verslaafd' en 'morfine leidt tot snelle gewenning'.
      Dit boek helpt de verpleegkundige bij een betere pijnbestrijding.
      Cfr. :
      -
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/de-verpleegkundige-en-pijnbestrijding-druk-1/1001004000016467/index.html
      - http://www.fontysmediatheek.nl/wiki/home/De_verpleegkundige_en_pijnbestrijding

    28. De zenuwblokkade - Een behandeling van pijn
      Cfr. :
      http://www.poly-artrose.nl/weblinc/site/mainLos.php?id=150

    29. Difficult cases in pain management - Use of methadone in a multifactorial approach
      Griffie J, Coyne P, Coyle N, Froedtert Hospital, Milwaukee, WI, USA : jgriffie@fmlh.edu - Clin J Oncol Nurs. 2006 Feb;10(1):45-9 - PMID: 16482727
      Cancer pain management is a crucial aspect of patients' quality of life.
      During the course of the disease, patients with cancer may develop difficult pain management problems that do not respond to interventions that use the basic principles of pain management.
      Ongoing assessment, multiple approaches and excellent communication among all care management team members are critical.
      Pain management goals must be continually evaluated, reestablished if necessary and negotiated by patients and the team.
      Difficult pain management cases demand the involvement of all team members, especially patients, to assist in determining acceptable approaches.
      Nurses must recognize the challenge, advocate for better management and provide ongoing assessment.
      Ultimately, pain management outcomes are determined by nursing advocacy.
      Through nurse leadership, suffering is minimized and quality of life is improved for this patient population.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16482727

    30. Een geÔntegreerde aanpak van chronische (rug)pijn
      Cfr. :
      http://oud.frankvandenbroucke.be/html/soc/T-010324.htm

    31. Een geneesmiddel met uiterst snelle werking voor de behandeling van pijn en ontsteking
      Cfr. :
      http://www.prnewswire.co.uk/cgi/news/release?id=179157 

    32. Eťn op de vijf Nederlanders lijdt aan chronische pijn
      Cfr. :
      http://www.nieuwsbank.nl/inp/2003/10/13/R263.htm

    33. Eenvoudige technieken voor pijnbestrijding
      Chris MacLaughlin (vertaling : Marjo Frings-Latour) - Uitgeverij het Spectrum, mei 2000 - ISBN10 : 9027469113 / ISBN13 : 9789027469113
      Eenvoudige technieken voor pijnbestrijding besteedt aandacht aan verschillende vormen van pijnbestrijding, zoals acupressuur, massage, beweging en hypnose.
      'Eenvoudige technieken voor pijnbestrijding'
      - brengt verschillende kwalen in kaart met daarbij mogelijke behandelingen en remedies.
      - waarschuwingskaders maken duidelijk in welke situaties u een dokter moet raadplegen.
      - kijkt naar verschillende methoden van pijnbestrijding, legt uit wat ze zijn en hoe u zelf kunt toepassen.
      - bevat een hoofdstuk over ongebruikelijke behandelmethoden.
      - laat zien hoe u het meest aan de hulpverleners heeft.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/eenvoudige-technieken-voor-pijnbestrijding/666861191/index.html

    34. EFNS guidelines on pharmacological treatment of neuropathic pain
      Attal N, Cruccu G, Haanpšš M, Hansson P, Jensen TS, Nurmikko T, Sampaio C, Sindrup S, Wiffen P; EFNS Task Force, Centre d'Evaluation at de Traitement de la Douleur, HŰspital Ambroise Parť, Boulogne-Billancourt, France : nadine.attal@apr.ap-hop-paris.fr - Eur J Neurol. 2006 Nov;13(11):1153-69 - PMID: 17038030
      Neuropathic pain treatment remains unsatisfactory despite a substantial increase in the number of trials.
      This EFNS Task Force aimed at evaluating the existing evidence about the pharmacological treatment of neuropathic pain.
      Studies were identified using first the Cochrane Database then Medline.
      Trials were classified according to the aetiological condition.
      All class I and II controlled trials (according to EFNS classification of evidence) were assessed, but lower-class studies were considered in conditions that had no top level studies.
      Only treatments feasible in an outpatient setting were evaluated.
      Effects on pain symptoms/signs, quality of life and comorbidities were particularly searched for.
      Most of the randomized controlled trials included patients with postherpetic neuralgia (PHN) and painful polyneuropathies (PPN) mainly caused by diabetes.
      These trials provide level A evidence for the efficacy of tricyclic antidepressants, gabapentin, pregabalin and opioids, with a large number of class I trials, followed by topical lidocaine (in PHN) and the newer antidepressants venlafaxine and duloxetine (in PPN).
      A small number of controlled trials were performed in central pain, trigeminal neuralgia, other peripheral neuropathic pain states and multiple-aetiology neuropathic pains.
      The main peripheral pain conditions respond similarly well to tricyclic antidepressants, gabapentin and pregabalin, but some conditions, such as HIV-associated polyneuropathy, are more refractory.
      There are too few studies on central pain, combination therapy, and head-to-head comparison.
      For future trials, we recommend to assess quality of life and pain symptoms or signs with standardized tools.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17038030

    35. Emotional Freedom Techniques (EFT)
      Cfr. :
      http://www.emofree.com/downloadeftmanual.asp?ref=prw-pain

    36. Fantoompijn
      E-gezondheid.be, 01-04-2003 Ė Bron : Medica Press
      Gewaarwording van pijn, die personen bij wie een lidmaat geamputeerd is, menen te ondervinden in het verwijderde lichaamsdeel.
      De pijn of het gevoel van de beweging ontstaat waarschijnlijk door prikkeling van de doorgesneden zenuwen die het geamputeerde deel verzorgden.
      Zo kan iemand die vroeger rechtshandig was en zijn rechterarm of -hand moet missen de zeer werkelijke belevenis hebben iets, bijvoorbeeld een kopje koffie, op te pakken terwijl er natuurlijk niets gebeurt.
      Dergelijke ervaringen kunnen in het begin na een amputatie zeer verwarrend zijn.
      In enkele gevallen blijft fantoompijn jarenlang bestaan.
      In ernstige gevallen kan een operatie aan de zenuwen van de stomp uitkomst bieden.
      Cfr. :
      http://www.e-gezondheid.be/fantoompijn/stoornissen-0-402-7306.htm


    Lees verder : Deel V

    18-03-2009 om 22:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel V
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








     

    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?

    Deel V

    1. Fantoompijn is soms te bestrijden
      Medischeblunder.be
      Na een amputatie...wie kent het niet ?
      Het gevoel dat je been er nog is of een tintelend gevoel in tenen die er niet meer zijn.
      Daar valt misschien mee te leven.
      Maar het kan erger : krampen, steken, vlammende pijnen die niet meer overgaan, die mensen de hele nacht wakker houden en zo gek maken dat ze de lakens op zouden eten als de scheuten daarmee zouden verdwijnen.
      Fantoompijn, een aandoening waar geen eenvoudige remedie voor is.
      Toch moeten mensen die aan fantoompijn lijden zeker niet wanhopen.
      Er zijn veel methoden om de pijn terug te dringen.
      De truc is Ďalleení om te vinden wat werkt.
      Wie dat pad opslaat kan een lange weg te gaan hebben, maar voor hetzelfde geld ook mazzel hebben natuurlijk, als je direct de juiste richting opslaat.
      Wat precies de oorsprong is van fantoompijn is nog steeds niet duidelijk.
      Er zijn (verouderde) theorieŽn dat fantoompijn te maken heeft met Ďwishful thinkingí, omdat de geamputeerde zo graag zijn of haar been terug wil, voelt hij of zij het opnieuw.
      Een andere, meer logische theorie is dat de afgesneden zenuwen soms (of vaak) geÔrriteerd zijn en daardoor de hersenen voor de gek houden.
      De hersenen Ďdenkení dan dat het ledemaat er nog is.
      Of deze theorie klopt is ook maar de vraag.
      Wat vreemd is, is dat mensen die voor de amputatie bepaalde pijnen hadden, deze na de amputatie soms ook nog voelen.
      Ikzelf had bijvoorbeeld voor de eerste amputatie af en toe pijn in mijn enkel.
      Daar zat een gezwel dat de botjes uit elkaar drukte.
      Na de amputatie kwam die pijn regelmatig terug, terwijl het hele been, dus ook het gezwel, verdwenen was.
      Vreemd genoeg verdween deze fantoompijn na mijn tweede (hemipelvectomie) amputatie.
      Opvallend is ook dat in bepaalde perioden van het jaar, met name bij klimaatwisselingen, mensen meer klagen over fantoompijn.
      Het is duidelijk dat zolang artsen nog niet zeker weten waar de pijn vandaan komt, het moeilijk te bestrijden is.
      Bestrijden van fantoompijn begint soms al met de operatie.
      De Amerikaanse orthopedische chirurg Jan Ertl heeft een amputatietechniek voor onderbeenamputaties bedacht waarbij hij een brug maakt tussen de resterende delen van tibia (scheenbeen) en fibula (spaakbeen).
      Deze techniek beperkt fantoompijn omdat :
      1) scheen- en spaakbeen niet meer bewegen,
      2) de holte binnenin de botten gesloten is waardoor de bloedstroom beter is en er geen ontstekingen ontstaan,
      3) er is geen ruw bot-eind en
      4) de zenuwen zijn mooi ingepakt in een littekenvrije omgeving.
      Na de operatie is het ook belangrijk aandacht te besteden aan pijnbestrijding.
      Uit onderzoek is gebleken dat mensen die in stress-situaties verkeren meer pijn voelen, dan mensen die een situatie zoveel mogelijk onder controle hebben.
      Daarom is het belangrijk dat patiŽnten voor een operatie goed voorgelicht worden, zodat ze de amputatie en de toekomst vol vertrouwen tegemoet gaan.
      Het is ook belangrijk dat de pijnbestrijding na de operatie voldoende is en dat de net geamputeerde een goede nachtrust heeft.
      Dit helpt ook depressies na de operatie te voorkomen.
      Kort na de amputatie zijn er soms ook fantoomgevoelens die later verdwijnen.
      Alsof het ontbrekende ledemaat ergens opgerold in een stomp zit.
      Doorbloeding verslechtert bij ouder worden
      De Amerikaanse onderzoeker op pijngebied Richard Sherman stelt dat er twee soorten fantoompijn zijn : ďEen brandend en tintelend gevoel is meestal het gevolg van een slechte doorbloeding in de stomp. Als mensen ouder worden kunnen deze gevoelens toenemen, omdat ze minder actief zijn, medicijnen gebruiken, aderverkalking krijgen of door andere oorzaken. Dit is te behandelen met bepaalde medicijnen.Ē
      Het andere type fantoompijn bestaat volgens hem uit krampen en spasmen.
      Ook hier zijn medicijnen tegen.
      Amerikaans revalidatiearts Todd Kuiken probeert van alles om fantoompijn tegen te gaan : ďIk begin met een behandeling om de hersens te laten wennen aan de nieuwe situatie en bewust te maken van de stomp. Dat doe je door op de stomp te kloppen, wrijven, knijpen en hem te masseren. Werkt het niet voldoende, dan pas ik een andere techniek toe om het bloed goed te laten doorstromen, namelijk wisselbaden. De stomp in afwisselend warm en koud water te dompelen. Mijn voorkeur gaat er naar uit om eerst dit soort alternatieven te proberen, voor ik naar het medicijnenkastje loop. Antidepressiva werken wel, maar mensen worden er suf van, worden dikker en krijgen er een droge mond van.Ē
      In Amerika wordt ook geŽxperimenteerd met cryotherapie waarbij ijspakkingen op de stomp gelegd worden.
      Volgens de Amerikaanse fysiotherapeute Cathie Szemere moet een geamputeerde leren de fantoomgevoelens Ė we hebben het nu niet over pijn Ė te gebruiken : ďIemand die met een prothese loopt moet als het ware zijn ex-knie in zijn knie voelen. Door de toepassing van deze fantoomgevoelens wordt de fantoompijn ook minder, is mijn ervaring.Ē
      Volgens Szemere wordt fantoompijn ook verergerd door een opzwellende stomp.
      Het gebruiken van een prothese gaat het opzwellen van de stomp tegen.
      Ook zij past massages en wrijven van de stomp en soms littekenmassage toe tegen pijn.
      Daarnaast gebruikt zij het apparaat TENS.
      Dit systeem stimuleert de zenuwen : ďHet werkt met elektroden die over de huid bewogen worden. Het systeem blokkeert de pijndoorgave van de zenuw naar de hersenen.Ē
      Een soortgelijk systeem dat mensen ook zelf kunnen toepassen is PainGone.
      Dit is een pen waarmee mensen zelf die pulsjes kunnen toedienen.
      De fysiotherapeute heeft nog een truc achter de hand : ďIk gebruik ultrasound om kleine ontstekinkjes aan de uiteinde van de zenuwen te behandelen.Ē
      Eerder in de Nieuwsbrief stond een artikel over Ramachandron.
      Deze Indisch-Amerikaanse onderzoeker past onder andere spiegeltechnieken toe op fantoompijn.
      Met de spiegel wordt gesuggereerd dat het Ďoudeí been er weer aan zit.
      Hij masseert dan op het spiegelbeeldbeen (wat in feite het echte been is) de fantoompijnen weg.
      Iets anders dat gebruikt wordt tegen fantoompijnen en waarbij uit een onderzoek gebleken is dat het bij redelijk veel mensen werkt, is Farabloc.
      Dit is een sok bestaande uit gewoven nylon met metaalonderdelen.
      Het kan ook worden ingebouwd in de prothese.
      Farabloc is een schild tegen elektromagnetische velden.
      Daardoor zouden er minder spierspasmes optreden en minder fantoompijn.
      Er bestaat ook magneettherapie.
      Volgens sommige therapeuten helpen magneten de doorbloeding bevorderen en komt er meer zuurstof en voedingsstoffen in het bloed, andere magneettherapeuten wijten positieve resultaten van deze therapie aan het stimuleren van mensenlijke endorfine, dat is een stofje dat iedereen van nature kan aanmaken en pijn terugdringt (cfr. ook 'Amputation and Phantom Limb Pain (PLP)' op :
      http://www.farabloc.com/amputee.html -).
      Gewoon twee tabletjes paracetamol
      Een nieuw geneesmiddel dat nog getest moet worden is Botox.
      De hersenen zenden elektrische boodschappen naar de spieren zodat deze gaan buigen en strekken.
      Deze elektrische boodschap wordt door acetylcholine aan de spieren doorgegeven.
      Botox blokkeert het vrijkomen van acetylcholine waardoor de spier de boodschap om te buigen niet meer krijgt.
      Daardoor stopt het spasme (of wordt het erg tegengegaan) en is er minder fantoompijn.
      In Amerika mag het middel al wel toegepast worden, maar voor het hier op de markt is zal er wellicht nog meer onderzoek naar verricht moeten worden.
      Qua Ďgewoneí medicijnen zoals pillen, poeders en spuiten zijn er ook veel mensen die baat hebben bij Ďgewoon twee tabletjes paracetamolí of een spuitje morfine.
      Uit een internet e-group bleek dat sommige Amerikanen baat hebben bij het drinken van veel grapefruitsap en/of het eten van grape fruits.
      Andere technieken waar veel mensen baat bij hebben is acupunctuur en acupressuur.
      Bij acupunctuur worden er naalden gebruikt, bij acupunctuur worden er bepaalde drukpunten gestimuleerd.
      Die punten bevinden zich niet per se in de stomp.
      Het kan voorkomen dat een bepaalde hoofdmassage, waarbij sommige van die drukpunten gestimuleerd worden, verlichting geeft bij de fantoompijnen.
      Als laatste wil ik nog een techniek noemen, dat is de methode van aurahealing (cfr. :
      http://www.nephthys.be/aura_healing.html -).
      Vele SLWB-ers hebben Maria Vervoort misschien ooit aan het werk gezien op een landelijke dag.
      Volgens deze theorie kan, door middel van het herstellen van het aura, dat iedereen om zich heen heeft, pijn weggenomen worden.
      Het zal de lezer duidelijk zijn, er zijn enorm veel manieren om fantoompijn bij de horens te nemen.
      Misschien zoveel om moedeloos van te worden, maar een ieder kan al voor zichzelf uitmaken waar hij of zij het meeste van verwacht.
      Dat scheelt een stuk.
      En het geeft vast beter resultaat dan de lakens opeten.
      Voor dit artikel is rijkelijk geput uit het blad 'inMotion' (cfr. :
      http://www.amputee-coalition.org/inmotion_about.html -) uitgegeven door de Amputee Coalition of America (ACA) Ė cfr. : http://www.amputee-coalition.org/index.html -), nummer vijf, jaargang tien.
      Daarnaast ook van internet en contacten via de website :
      http://go.to/hemipelvectomie -.
      Cfr. :
      http://www.medischeblunder.be/fantoompijn.htm#Scene_1

    1. Fentanyl pleisters
      De pleister op basis van fentanyl kan nuttig zijn, in het bijzonder bij patiŽnten met kankerpijn en met slikproblemen.
      De pleister stelt 25 ŗ 100 μg fentanyl per uur vrij (in functie van zijn oppervlakte) en moet om de 72 uur worden vervangen.
      De ongewenste effecten zijn vergelijkbaar met deze van morfine, met een geringer risico op obstipatie.
      Het gebruik van deze pleister op basis van fentanyl bij niet-maligne chronische pijn is controversieel.
      Preliminaire gegevens afkomstig uit een kleinschalig onderzoek, suggereren dat bij een aantal patiŽnten met lumbalgie de fentanylpleister doeltreffend kan zijn.
      Cfr. :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Fentanyl 
      -
      http://www.consumed.nl/medicijnen/5676/Fentanyl_ratiopharm_pleisters 
      -
      http://www.efarma.nl/pages/winap.asp?ID=873&Method=infotekst 
      -
      http://www.gezondheidsnet.nl/medicijnen/7032/fentanyl-pleisters-
      -
      http://zorgactief.interpolis.nl/templates/034/med.php?id=7032

    2. Fibromyalgie en de noodzaak tot psychosociale ondersteuning
      Scriptie geschreven voor de opleiding Psychosociaal werk, coaching en counseling aan Het Europees Instituut Amsterdam
      Ineke Stoop, 2002
      De aanleiding tot het schrijven van deze scriptie is, om te onderzoeken wat de toegevoegde waarde van een psychosociaal werkende (ook wel counselor genoemd) voor een huisartsenpraktijk kan zijn.
      Kan counseling en/of coaching een bijdrage leveren aan het vergroten van het lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden van de patiŽnt ?

      Cfr. :
      http://www.maatschappelijkwerk.com/scriptie/fibromyalgie/fibromyalgie.html

    3. Gebruik van pijnpomp
      Cfr. :
      http://users.telenet.be/pijncentrum/algemeen.htm

    4. GedragsgeoriŽnteerde therapie bij chronische aspecifieke pijn
      Eindexamenopdracht

      Japie Bakers, Hogeschool Utrecht afdeling Fysiotherapie, januari 2007
      Vraagstelling - Welke rol speelt de behandeling en preventie van chronische aspecifieke pijn door middel van Graded Activity en Graded Exposure in de hedendaagse fysiotherapie ?
      Doel - In dit artikel wordt in gegaan op de huidige wetenschappelijke kennis over de behandeling van chronische aspecifieke pijn en de toepassing daarvan door fysiotherapeuten.
      Methode - Dit artikel is geschreven in de vorm van een wetenschappelijk essay, waarin naast de wetenschappelijke informatie over de effectiviteit van gedragsgeoriŽnteerde therapie en de toepassing daarvan, ook wordt ingegaan op de persoonlijke benadering van de auteurs.
      Conclusie - Verschillende onderzoeken (Vlaeyen, de Jong en Linton 2005) hebben aangetoond dat gedragsgeoriŽnteerde therapie de meest effectieve therapie voor chronische aspecifieke pijn is.
      Uit onderzoek (Van Tulder 1996 in de Jong 2004) is gebleken dat behandeling van chronische aspecifieke pijn via het biomedische model ineffectief is.
      GedragsgeoriŽnteerde therapie is ontwikkeld en wordt toegepast door multidisciplinaire pijnteams in de derde lijn.
      De toepassing van gedragsgeoriŽnteerde therapie in de eerste lijn wordt bemoeilijkt door complicaties die plaats vinden bij de toepassing hiervan.
      Inleiding
      Van alle patiŽnten die zich aanmelden bij de fysiotherapeut heeft 95% pijnklachten (NIVEL 2005).
      Deze pijnklachten zijn meestal van voorbijgaande aard.
      In een aantal gevallen blijft de pijn langer aanhouden (3-6 maanden) en wordt dan chronisch genoemd.
      In Nederland lijkt het percentage patiŽnten met chronische pijn toe te nemen.
      In 2001 leed 18 % van de bevolking aan chronische pijn, in 2005 was dit 20% (Picavet 2006).
      Naast pijn is er sprake van een groot scala aan psychosociale problematiek.
      Het merendeel van deze patiŽnten zoekt behandeling voor de pijn.
      De fysiotherapeut is na de huisarts de meest geconsulteerde behandelaar voor pijn. (Lammerts 2000, in KŲke 2002).
      Behalve bij de patiŽnt zelf en zijn naaste omgeving, kan chronische pijn ook leiden tot frustratie bij de hulpverleners, bijvoorbeeld doordat het vaak niet lukt om adequate zorg te bieden.
      De afgelopen decennia zijn er behandelprogrammaís ontwikkeld waarvan is bewezen dat ze een verbetering kunnen bereiken bij mensen met ernstig disfunctioneren bij chronische aspecifieke pijn, door gebruik te maken van gedragsgeoriŽnteerde therapie.
      Deze benadering wordt vooral toegepast in multidisciplinaire pijncentra, maar zou ook kunnen worden gebruikt in de eerste lijn, ter preventie van chroniciteit in de acute fase.
      De gedragsgeoriŽnteerde behandeling richt zich op het verbeteren van het activiteitenniveau en het verbeteren van sociale en mentale vaardigheden om met de gevolgen van pijn om te kunnen gaan.
      Binnen deze visie neemt de fysiotherapeut een centrale plaats in.
      De rol van de fysiotherapeut op het gebied van chronische pijnproblematiek is dan ook sterk toegenomen.
      Opvattingen van hulpverleners zijn in sterke mate bepalend voor het denken en doen van patiŽnten met chronische aspecifieke pijn.
      ĎHet is beter om niets te doení zijn adviezen die vermijdingsgedrag stimuleren.
      Onderzoek van Linton in 2005 laat zien dat hulpverleners in hun beleid nog vaak de mate van pijn als uitgangspunt nemen.
      Hieruit kan geconcludeerd worden dat veel chronische aspecifieke pijnpatiŽnten nog steeds worden behandeld via het biomedische model.
      Het doel van dit artikel is om inzicht te geven in de huidige wetenschappelijke kennis over de behandeling van chronische aspecifieke pijn en de toepassing daarvan door fysiotherapeuten.
      De vraagstelling die aansluit op het doel van dit artikel is : 'Welke rol speelt de behandeling en preventie van chronische aspecifieke pijn door middel van Graded Activity en Graded Exposure in de hedendaagse fysiotherapie ?'
      .../...
      Cfr. :
      http://hbo-kennisbank.uvt.nl/cgi/hu/show.cgi?fid=11982

    5. Handboek triggerpoint therapie - Verminder zelf pijnklachten
      Clair Davies (vertaald door Rob Beenker) Ė Altamira-Becht, oktober 2003 Ė ISBN10 : 9069635968 / ISBN13 : 9789069635965
      Met 'Handboek trigger-point-therapie' leert men de eigen pijn of die van een ander verlichten.
      Hoofdpijn, nek-, schouder- of rugpijn zijn voor veel mensen terugkerende ongemakken.
      Om die tegen te gaan, gaan ze vroeg naar bed, nemen ze een sauna of slikken ze een pijnstiller.
      Weinigen weten echter dat deze pijnen kunnen worden veroorzaakt door trigger-points, hypergevoelige plekjes in het spierweefsel.
      Trigger-points kunnen ontstaan door stress, overbelasting, verwondingen, littekens, drugs, alcohol of chemische stoffen.
      Door trigger-point-therapie, het uitoefenen van druk op die plekjes in de spieren, kan pijn worden verlicht en kunnen functies van verzwakte lichaamsdelen weer verbeteren.
      In zijn Handboek beschrijft Clair Davies :
      - de achtergronden, oorzaken en symptomen van trigger-points;
      - mogelijke therapieŽn;
      - richtlijnen voor trigger-point-massage;
      - welke trigger-points bij welke klachten kunnen worden bewerkt.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/handboek-triggerpoint-therapie/1001004001986076/index.html

    6. Het doelmatig gebruik van geneesmiddelen bij de behandeling van pijn
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=5772

    7. Het doelmatig gebruik van geneesmiddelen bij de behandeling van pijn in de ambulante zorg
      Cfr. :
      http://www.riziv.fgov.be/drug/nl/statistics-scientific-information/consensus/2007-11-22/pdf/cv.pdf

    8. Het pijnboek - Chronische pijn de baas
      James N. Dillard (vertaling : D. Plancken-Kroon) Ė Archipel Uitgeverij, december 2003 Ė ISBN10 : 9063050798 / ISBN13 : 9789063050795
      Het pijnboek is het eerste boek ter wereld dat de realiteit van alle mensen met pijn serieuws neemt ťn... een alternatief biedt.
      Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de oplossing voor een pijnprobleem vrijwel nooit ťťn wondermiddel is.
      De beste resultaten worden bereikt met een combinatie van behandelmethoden en remedies uit zowel reguliere als alternatieve geneeskunde, toegesneden op de persoonlijke behoefte van de patiŽnt.
      Het pijnboek is een onschatbare hulp bij het vinden van die persoonlijke oplossing.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/het-pijnboek/1001004001955831/index.html

    9. Intraspinale toediening van pijnstillende medicatie
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/Patient-voorlichtingsboekje%20over%20intrathecale%20pijntherapie.pdf

    10. Intrathecale pijntherapie - Pijnpomp
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/pijnpomp.htm

    11. Invasieve pijnbestrijding
      tLichtpuntje.be Ė Bron : Kennisring, oktober 2004
      Zenuwblokkades vinden in het algemeen plaats door de te blokkeren zenuwstructuur te lokaliseren met een naald die daarna wordt verhit met radiofrequente stroom.
      In principe is dit een definitieve behandeling.
      Enkele uitzonderingen daargelaten vindt vůůr deze behandeling een proefbehandeling met een lokaal-anaestheticum plaats om er zeker van te zijn dat blokkeren van deze zenuw ook daadwerkelijk tot klachtenreductie leidt.
      Nagenoeg alle behandelingen vinden plaats in dagverpleging.
      Contra-indicaties voor het ondergaan van zenuwblokkades zijn :
      - zwangerschap (lokalisatie van de doelwitstructuur vindt plaats onder rŲntgen-doorlichting)
      - gebruik van anticoagulantia
      - aanwezigheid van cardiale pacemakers.
      Ook pijnsyndromen die zich over een groot gebied uitstrekken (bijv. fibromyalgie) zijn niet adequaat te behandelen met zenuwblokkades.
      Technieken voor anesthesiologisch invasieve pijnbestrijding kunnen worden onderverdeeld in technieken waarbij pijnvermindering wordt nagestreefd door :
      - farmacologische technieken waarbij door middel van injecties weefselstructuren zoals segmentale wortels worden geÔnfiltreerd met farmaca;
      - radiofrequente laesies (thermische laesies) waarbij aan de tip van de naald een hoge temperatuur wordt opgewekt.
      Bij de radiofrequente thermolaesie (RF-lesie) wordt de temperatuur aan de tip van de naald verhoogd tot meer dan 60o Celsius.
      Alvorens over te gaan tot een RF-lesie behandeling(en) worden meestal eerst prognostische blokkaden verricht met een lokaal anestheticum.
      Het doel van een prognostische blokkade is om te beoordelen of de betrokken zenuwstructuur bijdraagt aan de pijngeleiding en het vaststellen van een mogelijk therapeutische effect.
      Voor sommige behandelingen worden geen prognostische blokkades verricht :
      - ganglion sphenopalatinum blokkade;
      - ganglion Gasseri blokkade (volgens Sweet);
      - cervicale facet blokkade.
      Hier volgt een korte beschrijving van de beschikbare technieken in de invasieve pijnbestrijding :
      - Ganglion Gasseri blokkade ('Sweet')
      - Ganglion Sphenopalatinum blokkade
      - Facetdenervaties
      - Dorsal Root Ganglion laesies
      - Sympathicus blokkades
      - Epidurale injecties
      - Plexus coeliakus blokkade
      - Cervicale Chordotomie
      - Intrathecale morfine toediening
      - Epidurale Spinale Elektrische Stimulatie (ESES)
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/Invasieve%20pijnbestrijding.htm
      Cfr. ook :
      http://www.pijn.com/medici/index3.htm

    12. Is pijnbestrijding altijd een puzzel ? - Tips voor behandeling van pijn
      Dr. A.P.E. Vielvoye-Kerkmeer, Dr. P.J. Theuvenet en J.S.M.P. Froeling Ė Uitgeverij : Van Zuiden Communications B.V. - ISBN : 90-8523-054-3
      Pijn is een veel voorkomende klacht die tijdens een spreekuur van de huisarts en van de meeste specialisten, vaak wordt geuit.
      De vraag is of pijn in het algemeen zonder al te veel moeite is te behandelen.
      Of blijken er soorten pijn of oorzaken van pijn die bij het bestrijden ervan, problemen opleveren ?
      Bij pijn als symptoom kan vaak de oorzaak worden weggenomen of verdwijnt deze vanzelf.
      Als dat niet mogelijk is,wordt het verschijnsel pijn als 'klacht' behandeld.
      Veelal is dit eenvoudig en goed mogelijk.
      Soms blijkt pijn een puzzel !
      In deze uitgave proberen wij enkele aanwijzingen tot een oplossing daarvan te bieden.
      Er wordt echter voorbijgegaan aan andere invloeden op deze puzzel, zoals de lasticiteit van het zenuwstelsel bij langerdurende pijn, maar ook aan angst, ervaring, verwachting, culturele invloeden et cetera.
      De samenstellers pretenderen geenszins in deze bijdrage alle oorzaken of verschijningsvormen van pijn te hebben weergegeven en daarmee 'puzzel van pijn' op te lossen.
      Zoals er puzzelwoordenboeken bestaan voor het oplossen van de puzzel, is er voor de behandeling van pijn een ruime hoeveelheid literatuur beschikbaar en een aantal geÔteresseerden in vele vakgebieden op wie een beroep gedaan kan worden bij het oplossen ervan.
      Zoals een puzzel uitdaagt tot oplossen blijft pijn een uitdaging om weg te nemen of in ieder geval te verminderen.
      Cfr. :
      http://www.zuidencomm.nl/overzicht/details.php?c=21&p=69&PHPSESSID=cc17b695737579f013fc77d5cd411024

    13. Kinesitherapeutische behandeling van pijn
      Cfr. :
      http://www.kuleuven.be/onderwijs/aanbod/syllabi/L07A4BN.htm

    14. Life of pain, life of pleasure - Pain from the patients' perspective--the evolution of the PAIN exhibit
      Collen M, Sacramento, CA, 95826, USA : mark@painexhibit.com - J Pain Palliat Care Pharmacother. 2005;19(4):45-52 - PMID: 16431832
      This commentary describes a person's experience with chronic pain, how his beliefs and understanding of pain resolved and how he developed coping mechanisms and a focus for his life after developing chronic pain.
      His realization of how art was the most effective way to describe his pain experience to others and the resulting development of the pain visual arts exhibit PAIN Exhibit.com are described.
      Guidance for clinicians form the patient perspective is provided.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16431832
      Cfr. : https://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?sid=0RKE1R89EASR2GTC0G0R5A8P4FMK7CS3&ID=63667

    15. Lumbale of cevicale epidurale inspuiting
      Cfr. :
      http://users.telenet.be/pijncentrum/algemeen.htm

    16. Medicamenteuze behandeling van neuropathische pijn
      Cfr. :
      http://www.bcfi.be/Folia/2006/F33N04B.cfm 

    17. Mens en pijn
      B.J.P. Crul - Valkhof Pers, 26-09-2007 Ė EAN : 9789056252236
      Bespreking vanuit verschillende invalshoeken van pijn en pijnbestrijding.
      Cfr. :
      http://www.devriesboeken.nl/index.php?od=ab&boek=9789056252236

    18. Minder pijn met eenvoudige middelen
      Ingrid Bacci (vertaling : Marianne Hoogenboom) Ė Forum, juni 2005 Ė ISBN10 : 9022541290 / ISBN13 : 9789022541296
      Wilt u meer weten over :
      - vermindering van chronische pijn;
      - geestelijke en lichamelijke technieken om helemaal gezond te worden;
      - meer gedaan krijgen door minder te doen;
      - het vinden van een innerlijke balans in een chaotische wereld;
      - genezing van emotionele pijn ?
      Laat Ingrid Bacci dan uw gids zijn.
      Zij heeft een lange periode van immense pijn gekend waarin ze soms wekenlang aan haar bed gekluisterd was.
      Terwijl zij daar hulpeloos lag, ging ze aan het werk met hetgeen dat wťl functioneerde : haar denken en haar ademhaling.
      Toen het na verloop van tijd een beetje beter met haar ging heeft ze alle helingscentra in New York bezocht om te onderzoeken wat ze te bieden hebben.
      Inmiddels is ze helemaal vrij van pijn en is ze een zeer gewaardeerde therapeut bij mensen die met intense pijn en energieklachten worstelen.
      In haar boek vertelt Ingrid Bacci over al haar ervaringen en technieken, in de hoop dat steeds meer mensen hun pijn zullen kunnen verminderen.
      Uit voorzichtige schattingen van het CBS kan opgemaakt worden dat minimaal 70% van de bevolking pijn lijdt, chronisch of met regelmaat.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/minder-pijn/1001004002383629/index.html

    19. Myofasciale pijn en Triggerpoints
      Cfr. :
      http://www.reflex-fysiotherapie.nl/index.php?section=14&page=28

    20. Narcotische analgetica
      RIZIV
      Cfr. :
      http://www.riziv.fgov.be/drug/nl/statistics-scientific-information/pharmanet/info-spot/2005-10-25/index.htm 

    21. Neuraaltherapie
      J. Hoogers, arts natuurgeneeskunde
      Neuraaltherapie is een krachtige behandelmethode voor vele ziektes en voor chronische pijnklachten.
      In Nederland is de therapie nog relatief onbekend, maar in Duitsland kunnen patiŽnten bij ťťn op de vier huisartsen terecht voor een neuraaltherapeutische behandeling.
      Een neuraaltherapeut gaat ervan uit dat het lichaam als ťťn geheel functioneert.
      Ziektes, ontstekingen of littekens beÔnvloeden dit functioneren en veroorzaken blokkades in het zenuwstelsel.
      Door deze blokkades te injecteren met een lokaal verdovingsmiddel zoals tandartsen gebruiken voor het verdoven van een kies, probeert een neuraaltherapeut het lichaam weer in balans te brengen.
      Neuraaltherapie wordt dan ook wel 'therapeutische lokaalanesthesie' Ė cfr. :
      http://www.hoogers.com/foldNEURAAL.htm - genoemd.
      Via een dun injectienaaldje worden kleine hoeveelheden lokale verdovingsvloeistof ingespoten op aangedane plaatsen of op plaatsen waar blokkeringen van het autonome zenuwstelsel bestaan.
      Neuraaltherapie zou onderwezen moeten worden in de artsenopleiding !
      Wat is neuraaltherapie ?
      Via een dun injectienaaldje worden kleine hoeveelheden lokale verdovingsvloeistof ingespoten op aangedane plaatsen of op plaatsen waar blokkeringen van het autonome zenuwstelsel bestaan.
      Een neuraaltherapeutische behandeling richt zich op het autonome zenuwstelsel.
      Dit is het deel van ons zenuwstelsel dat buiten ons bewustzijn om werkt, zoals het regelen van de lichaamstemperatuur, hartslag en spijsvertering.
      Bij ontregeling van dit stelsel kunnen langdurig aanhoudende klachten en ziekten ontstaan.
      Soms begint een neuraaltherapeut met het injecteren van de pijnlijke plek zelf of op de plaats waar de pijn of de functiestoornis zich bevindt.
      Deze vorm van neuraaltherapie noemt men 'segmenttherapie' (cfr. :
      http://ruggespraak.web-log.nl/ruggespraak/2005/11/segmenttherapie_1.html -).
      Het lichaam is dan opgedeeld in segmenten die corresponderen met de zenuwbanen in het lichaam.
      Bij oorpijn bijvoorbeeld kijkt de therapeut naar het hele segment rondom het oor om de oorzaak
      van de klacht te vinden.
      Het kan ook voorkomen dat er een geheel andere plek in het lichaam verantwoordelijk is voor de pijn.
      Een neuraaltherapeut spreekt dan van een 'stoorveld'.
      Een stoorveld wordt veroorzaakt door
      beschadigd weefsel dat abnormale elektrische stroompjes afgeeft en op andere plaats in het lichaam klachten doet ontstaan.
      Hierbij moet gedacht worden aan littekenweefsel van een operatie of verwonding, resten van een keelontsteking, botbreuk of irriterende glassplinter onder de huid.
      Bij het injecteren van een anesthesie kan het stoorveld op slag verdwijnen, beter bekend als het 'secondenfenomeen'. Met ťťn enkele injectie is de pijn direct verdwenen.
      Secondenfenomeen
      Van een secondenfenomeen kan gesproken worden, wanneer aan de volgende voorwaarden worden voldaan :
      - alle door het stoorveld veroorzaakte klachten 100% verdwijnen
      - het secondefenomeen moet minstens 20 uur aanhouden bij een lichaamsstoorveld
      - bij volgende behandelingen moet de periode van klachtenvrijheid toenemen totdat de ziektesymptomen uiteindelijk verdwijnen.
      Cfr. :
      http://www.nmsmits.nl/scriptie/Neuraal-Dietvorst.pdf
      De verdovende stof waarmee een neuraaltherapeut injecties toedient is meestal het licht werkende locaalanaesticum procaÔne.
      Soms worden sterker werkende middelen gebruikt zoals bijvoorbeeld lidocaÔne, citanest of marcaÔne.
      Dergelijke injecties mogen alleen door deskundigen (artsen en tandartsen) worden toegediend.
      Hierdoor is de kans dat er verkeerd of te veel van de stof wordt geÔnjecteerd is miniem.
      Het verschil in het toebrengen van een lokale verdoving door een arts of door een neuraaltherapeut zit voornamelijk in het effect.
      Bij een Ďnormaleí verdoving is de patiŽnt slechts een half uur tot anderhalf uur verlost van de pijn.
      Maar bij het injecteren van een blokkering van het zenuwstelsel blijft de pijn minstens 24 uur weg.
      In het laatste geval hebben de injecties dus als therapie gewerkt.
      Geen enkele vorm van pijnbestrijding werkt op deze manier.
      Na de eerste behandeling blijven de klachten meestal een tot enkele dagen weg.
      De periode van verbetering wordt na ieder behandelsessie langer.
      Vaak zijn er vijf tot zes vervolgbehandelingen nodig voor het compleet verdwijnen van de klachten.
      Ook kan het mogelijk zijn dat oude pijnklachten of emoties tijdelijk opnieuw beleefd worden.
      In de meeste gevallen treedt er echter een algeheel gevoel van ontspanning op.
      Waarbij helpt neuraaltherapie ?
      Neuraaltherapie is werkzaam bij hoofdpijn, duizeligheid, migraine, spierpijn, fibromyalgie, artrose, reuma, psoriasis, eczeem, colitis, posttraumatische dystrofie, hoge bloeddruk, depressies, angsten, vermoeidheid, ME, uitputting, burnout, koude handen en voeten enzovoort.
      Helaas is kanker niet te genezen met neuraaltherapie.
      De verbetering van gezondheid bij zovele ziektes is verklaarbaar doordat neuraaltherapie verbetering brengt van het functioneren van het volledige lichaam.
      Door de behandeling kan de lichaamsenergie weer gaan stromen en kan de energie en vitaliteit weer in het lichaam terugkeren.
      Geschiedenis van de neuraaltherapie
      Neuraaltherapie komt oorspronkelijk uit Duitsland (cfr. :
      http://de.wikipedia.org/wiki/Neuraltherapie -), waar de gebroeders Ferdinand en Walter Huneke in 1925 per toeval de genezende werking van lokaalanesthesie ontdekten (cfr. ook : http://w-cair2.com/BBRS&Neuraal.pdf -).
      .../...
      Werkingsmechanisme van neuraaltherapie
      In en rond ons lichaam circuleren boodschappen en signalen vanuit alle locaties naar alle locaties binnen maar ook buiten ons lichaam.
      Het zijn grotere en kleinere pakketjes energie die hun weg moeten vinden door de diverse structuren van het lichaam heen.
      Als het (bind)weefsel en de organen minder doorgankelijk zijn voor deze energiepakketjes dan hebben we te doen met energie blokkeringen.
      Om de precieze werking van neuraaltherapie te begrijpen moet gekeken worden naar het bindweefsel oftewel het 'Basis Bio Regulatie Systeem' (BBRS).
      Basis bio regulatie systeem (BBRS)
      Hoe werkt de regulatie van ons lichaam ?
      De regulatie vindt plaats via het zachte bindweefsel en de vloeistof waarin deze ligt.
      Dit is in ons hele lichaam aanwezig en staat rechtstreeks in verbinding met grondweefsel elders.
      Dit zachte bindweefsel ligt tussen de cellen en bevalt ongeveer 60% tot 70% van het menselijk weefsel en is in volume ongeveer 3 x het volume van bloed dwz 18 liter !
      Dit grondweefsel is in feite voorgeschakeld en gaat als het ware vooraf aan de orgaancellen in ons lichaam.
      Het is dus in feite verreweg ons grootste orgaan !
      Niet alleen is dit ons grootste orgaan, maar het bevindt zich overal in het lichaam, het is overal aanwezig.
      Dit grond (regulatie) weefsel is de plaats waar de belangrijkste levensprocessen worden gereguleerd.
      En toch krijgt het nauwelijks de aandacht.
      Dit is het ' vergeten' orgaan.
      De elementaire processen als stofwisselling, doorbloeding, temperatuur, celademhaling, energiehuishouding en zuur-base-evenwicht vinden hier plaats.
      Verspreiding van informatie via het grondweefsel vind plaats door het hele lichaam, dit gebeurd door middel van neurotansmitters, metabole stoffen en immuuncellenen endocriene substanties.
      Bij een storing ergens in het mechanisme, worden in het (BBRS) grondsysteem de eerste maatregelen getroffen, zowel ter plekke als wel op afstand kan dit reageren doormiddel van prikkeling in dit systeem.
      Het basis bio regulatie systeem ofwel grondsysteem van Prof. Pischinger (histoloog / embyoloog instituut te Wenen) en Prof Heine (universiteit Written Duitsland) is een theoretisch model voor verschillende alternatieve geneeswijzen, met name de bio-elektrische therapiŽn/diagnostieken, mede uitgewerkt door de celbioloog dr.R.van WIJK (universiteit Utrecht) en medewerkers.
      Een goed funktionerend basis bio regulatie systeem is derhalve essentieel voor het handhaven van een de lichaamsgezondheid.
      Cfr. :
      http://www.bigro-health.nl/bbrs/hoofd.htm
      Dit basis bio regulatie systeem bevindt zich tussen alle cellen en zorgt dat alle afzonderlijke cellen met elkaar in contact staan.
      Zo reguleert het BBRS alle prikkeloverdracht en belangrijke lichaamsfuncties als temperatuurcontrole en stofwisseling.
      Ontstaat er ergens in het lichaam een probleem, dan zal het BBRS als eerste reageren.
      Omdat via het bindweefsel alle cellen met elkaar in contact staan, heeft een blokkade een negatieve uitwerking op de hele schakel.
      Bij het injecteren van een verdovende stof wordt als het ware de vicieuze cirkel van klachten doorbroken en krijgen de aangetaste cellen de kans zich te herstellen.
      De oorzaak van beschadigd bindweefsel ligt meestal in het medische verleden van een patiŽnt.
      Zo kan een litteken van een blindedarmoperatie jaren later verantwoordelijk zijn voor een geprikkelde darm of een ontstoken kies zorgen voor chronische hoofdpijn.
      Om mogelijke stoorvelden op te sporen kijkt een neuraaltherapeut uitgebreid naar de complicaties uit het medisch verleden van een patiŽnt, zoals : operaties (ŗlle, ook kleintjes), ongelukken, de toestand van het gebit, amandelen, oren, bijholten, darmstelsel en geslachtsorganen.
      Waarom littekenweefsel van een wond van jaren geleden ineens de oorzaak kan zijn voor klachten weet een neuraaltherapeut niet.
      Men veronderstelt dat het een gevolg is van een combinatie aan factoren.
      Zo zou een verzwakking van de weerstand het gevolg kunnen zijn van het ontstaan van een stoorveld uit een nooit goed genezen litteken.
      Ook zou het vaak verkeren in een omgeving met veel elektronische apparatuur, een ontstoken tand of kies, psychische factoren als verdriet, depressie, stress en burnout, steeds terugkerende virusinfecties, metalen vullingen en later ontstane littekens een reden kunnen zijn voor het opspelen van oude ontstekingen of verwondingen.
      .../...
      Cfr. :
      http://www.neuraaltherapie.nl/index.htm

    22. Neuraaltherapie
      Wat is neuraaltherapie ?
      Neuraaltherapie is het therapeutisch gebruik van een lokaal verdovingsmiddel, meestal procaine (cfr. :
      http://www.tigweb.nl/TIG20_3_04_Hahn_Godeffroy.pdf -).
      Procaine bezit de structuur van bijna alle geneesmiddelen-groepen.
      Het wordt ingespoten op welbepaalde plaatsen in het lichaam.
      Er zijn twee grote manieren waarop neuraaltherapie wordt toegepast : de plaatselijke neuraaltherapie en de stoorveldtherapie (de stoorveldtherapie vormt de basis van de neuraaltherapie).
      In 1925 publiceerden twee Duitse broers, Ferdinand en Walter Huneke, voor het eerst dat een injectie met een lokaal anestheticum een effect kon hebben op andere delen van het lichaam.
      Jaren later ondervond Ferdinand dat, wanneer hij een vrouw een injectie in haar been gaf wegens pÓjn aldaar, haar schouderpijn eveneens verdween.
      Het begrip 'stoorveld' was geboren.
      Het autonoom of zelfstandig zenuwstelsel is het onbewuste deel van ons zenuwstelsel, welke de functies van al onze organen regelt.
      Elke verstoring binnen dit zenuwstelsel veroorzaakt een stoorveld en kan leiden tot verschillende aandoeningen
      Elk litteken en elke chronische ontsteking kan een stoorveld zijn.
      Een aktief stoorveld veroorzaakt geen plaatselijke pijn, maar lokt pijn en dysfunctie elders in het lichaam uit.
      Een haard is een litteken of chronische ontsteking waarvan de stoorveldfunctie slechts door een ingreep kan verwijderd worden.
      Haarden komen vooral voor in het mond-kaak-gebied.
      Samenwerking van een neuraaltherapeut met een neuraaltherapeutisch tandarts is daarom essentieel (cfr. ook :
      http://www.natuurarts.nl/downloads/nvnrfolder.pdf -).
      Plaatselijke neuraaltherapie doet een beroep op de farmacodynamische eigenschappen van procaine, stoorveld-therapie beÔnvloedt het basis-bioregulatie-systeem.
      Omdat stoorveld-therapie een beroep doet op het regulatievermogen van het lichaam, behoort neuraaltherapie tot de natuurgeneeswijzen.
      Neuraaltherapie aan autonome zenuwstrengen kan zowel plaatselijke effecten hebben als stoorvelden elimineren.
      Het basis-bioregulatie-systeem bestaat uit de extra-cellulaire ruimte met haar matrix en de vrije zenuw-uiteinden van het autonome zenuwstelsel.
      In het beste geval ontstaat na het aanspuiten van een stoorveld een secondenfenomeen : het onmiddellijk en definitief verdwijnen van pijn en dysfunctie.
      In het slechtste geval is er regulatiestarheid.
      Regulatiestarheid wordt behandeld met biomodulatie (biomodulatie kan latente stoorvelden provoceren).
      De voornaamste biomodulator is ozontherapie.
      Ozontherapie
      Ozontherapie is een medische behandeling, waarbij we ozongas direct of indirect op het lichaam laten inwerken.
      Ozongas is een in de dampkring aanwezig gas wat in hogere luchtlagen ontstaat doordat de ultraviolette straling van de zon inwerkt op de in de dampkring aanwezige zuurstof.
      Ook tijdens de bliksemontladingen bij onweer wordt ozongas gevormd uit in de lucht aanwezige zuurstof.
      Het ozongas wat we bij de therapie gebruiken wordt gemaakt in een toestel waarin zuurstof in contact wordt gebracht met elektrische hoogspanning.
      Ozongas kunnen we beschouwen als zuurstof waar extra energie aan toegevoegd is.
      Mogelijk is het effect van de therapie voor een deel verklaarbaar doordat deze extra energie aan het lichaam wordt afgegeven.
      De meest toegepaste ozonbehandelmethode is de zogenaamde 'grote-eigenbloed-behandeling'.
      Hierbij wordt via een prik in een ader 100 of 200 ml bloed opgevangen in een steriele, luchtledige fles, waarin zich een ontstollingsmiddel bevindt.
      Vervolgens wordt ozongas aan het bloed toegevoegd.
      Daarna wordt het bloed door middel van een infuus weer teruggegeven aan de patiŽnt.
      Via het bloed circuleert de ozon vervolgens door het hele lichaam.
      De behandeling duurt ongeveer 20 tot 30 minuten en kan 1 of 2 x per week worden gedaan.
      Tussen de 2 en 6 behandelingen zijn nodig om effecten te krijgen.
      Soms wordt de behandeling gecombineerd met het intraveneus toedienen van vitamines en magnesium sulfaat.
      Hierdoor worden de effecten van de behandeling versterkt.
      Bij andere ozonbehandelingen gebruiken we andere toedieningwegen, bijvoorbeeld via de darm, via de huid, via onderhuidse injecties,via het mondslijmvlies enz..
      Cfr. :
      http://www.ozontherapie.nl/
      Een neuraaltherapeutische behandeling wordt meestal uitgevoerd in een bepaalde volgorde :
      - plaatselijke neuraaltherapie
      - stoorveld-therapie
      - biomodulatie
      - gecombineerde plaatselijke en stoorveld-therapie.
      Wat is het doel van neuraaltherapie ?
      Het doel van neuraaltherapie is om deze stoorvelden te deblokkeren, om alzo energie naar alle cellen te laten vloeien en zo de biologische energie te helpen regelen.
      Eens de cellen hun normale electrische activiteit herwonnen hebben, kunnen deze toxische stoffen, die door deze verstoring opgeslagen zijn, terug afgeven en terug normaal beginnen functioneren.
      Wat zijn de indicaties voor Neuraaltherapie ?
      Pijn en dysfunctie zijn indicatie voor neuraaltherapie.
      Alle pijnen en dysfuncties zonder lokaal anatoompathologisch substraat zijn indicatie voor stoorveld-therapie.
      Oorzakelijk - Verstoringen of ziektes, die door Neuraaltherapie alleen of in kombinatie met bijkomende therapiŽn (fysio-, psychotherapie, chirurgische en dieet- maatregelen) definitief kunnen genezen worden.
      Het gaat hier voornamelijk over functionele stoornissen zonder relevante orgaanveranderingen.
      Symptomatisch - Neuraaltherapie als aanvullende of stabiliserende therapie bij bestaande morfologische orgaanveranderingen om zo de levenkwaliteit te verbeteren, de werking te verbeteren of medicamenten af te bouwen.
      .../...
      Wat zijn de contra-indicaties voor neuraaltherapie ?
      Echte contra-indicaties voor neuraaltherapie zijn stoornissen in de bloedstolling, myasthenia gravis en allergie aan het lokaal anestheticum.
      Neuraaltherapie wordt niet toegepast bij iemand met panische angst voor injecties.
      Zij is meestal niet effectief bij psychiatrische stoornissen met uitzondering van depressie, bij erfelijke aandoeningen en maligniteiten.
      Tegen-aanwijzing voor inspuiting aan een cervicaal ganglion is bradycardie.
      Bezoek ook de homepage van 'Internationale medizinische Gesellschaft fŁr Neuraltherapie nach Huneke Ė Regulationstherapie' (IGNH) op :
      http://www.ignh.de/ -.
      Besluit
      Neuraaltherapie is een regulatietherapie : zij normaliseert, door inspuiting van een lokaal anestheticum aan stoorvelden, aan zenuwbanen en aan ganglia, in het lichaamssegment van de klacht en in lichaamsvochten en/of door verwijderen van haarden met aangepaste voor- en nabehandeling, de functie van het vegetatieve systeem in de mate van het functioneel en anatomisch mogelijke.
      Hierdoor kan neuraaltherapie zowel preventief als curatief worden ingezet bij de holistische behandeling van de patiŽnt.
      Cfr. :
      http://www.drjds.be/neuraaltherapie.htm

    23. Neuraaltherapie - Behandeling van pijn en functiestoornissen
      Frederik Hendrik Wullink - Synthese Uitgeverij b.v., november 2002 Ė ISBN10 : 9060306414 / ISBN13 : 9789060306413
      Neuraaltherapie is in Nederland nog weinig bekend maar bijvoorbeeld in Duitsland kan men hiervoor bij 1 op de 4 huisartsen terecht.
      Neuraaltherapie werkt met stoorvelden in het lichaam die een meetbaar verhoogde elektrische spanning vertonen als gevolg van beschadigd lichaamsweefsel.
      Deze stoorvelden kunnen het neurovegetatieve stelsel ontregelen en zo op heel andere plaatsen in het lichaam tot klachten leiden.
      Zo kan bijvoorbeeld een litteken op de buik te maken hebben met ernstige heupklachten en als dan de neuraaltherapie het litteken op de buik behandelt, kan dat de heupklachten neutraliseren.
      Bij beschadigd lichaamsweefsel moet men niet alleen aan littekens denken maar ook aan bijvoorbeeld ontstekingen van amandelen, tandwortel, galblaas, oude botbreukvlakken, restjes van een ijzerinjectie, glas-of metaalsplintertjes onder de huid.
      Dr.F.H.Wullink werkt in zijn huisartsenpraktijk al jaren met de neuraaltherapie.
      Zijn boek 'Neuraaltherapie - Behandeling van pijn en functiestoornissen' is een informatieve presentatie van uitgangspunten en mogelijkheden van deze therapie en doet tevens verslag van behandelingen in zijn praktijk van o.a. hoofdpijn, artrose, oogziekten, erfelijke ziekten, psychische klachten, schrompelnier en Sudeck-dystrofie.
      Dr.Wullink is werkzaam in de Polikliniek voor Flebologie en Proctologie te Voorst/Zutphen.
      Hij schreef eerder o.a. een leerboek voor artsen en enkele patientenboekjes.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/neuraaltherapie/1001004001806497/index.html

    24. NHG - Farmacotherapeutische richtlijn pijnbestrijding
      M.M. Verduijn & H. Folmer - Utrecht, 2007
      Deze richtlijn beperkt zich tot de farmacotherapeutische aspecten van pijnbestrijding in de eerste lijn.
      Eerst worden enkele algemene principes besproken, gevolgd door het beleid.
      Een apart gedeelte is gereserveerd voor de behandeling van neuropathische pijn.
      Voor de behandeling van koliekpijn wordt verwezen naar de NHG-Standaard Urinesteenlijden en naar de Farmacotherapeutische richtlijn Geneesmiddelen in spoedeisende situaties (cfr. :
      www.nhg.org -).
      Pijn is te onderscheiden in nociceptieve pijn en neuropathische pijn.
      Nociceptieve pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging.
      Neuropathische pijn is het gevolg van een beschadiging of disfunctie van het perifere of het centrale zenuwstelsel en kan zich uiten als een abnormale pijnervaring of een overgevoeligheid voor prikkels die normaal geen pijn veroorzaken.
      Pijn heeft de functie (dreigende) weefselbeschadiging te signaleren en zoveel mogelijk te vermijden.
      Bij acute pijn is de relatie met weefselbeschadiging vaak gemakkelijk te leggen.
      Bij chronische pijn is het verband met de oorzaak minder duidelijk aan te geven en spelen psychische en sociale aspecten een grotere rol.
      Pijnbeleving is subjectief.
      Talrijke psychische, sociale en culturele factoren bepalen hoe mensen de pijnprikkel ervaren (pijndrempel), welke betekenis zij aan de pijn toekennen (interpretatie) en hoe zij de klacht presenteren (hulpvraag).
      Angst, onrust, onzekerheid, eenzaamheid en verveling kunnen de pijnbeleving verergeren, aandacht, geruststelling en afleiding kunnen haar verminderen.
      In deze richtlijn wordt op de pijnbeleving verder niet ingegaan.
      Cfr. :
      http://nhg.artsennet.nl/upload/104/standaarden/FTR/Pijnbestrijding_text.html


    Lees verder : Deel VI

    18-03-2009 om 22:45 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel VI
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     


    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?

    Deel VI

    1. NHG-Standaard Aspecifieke lagerugpijn - Eerste herziening
      Chavannes AW, Mens JMA, Koes BW, Lubbers WJ, Ostelo R, Spinnewijn WEM, Kolnaar BGM - Huisarts Wet 2005;48(3):113-23
      Deze standaard vervangt de vorige versie (in : 'NHG-Standaarden voor de huisarts deel II' - Thomas S, Geijer RMM, Van der Laan JR, Wiersma Tj, redactie Ė Utrecht : Bunge, 1996).
      De belangrijkste wijziging is dat deze versie meer het belang benadrukt van vroegtijdig signaleren van psychosociale risicofactoren voor een chronisch beloop van aspecifieke lagerugpijn.
      Kernboodschappen
      - In de meeste gevallen van lagerugpijn is er geen specifieke lichamelijke oorzaak.
      - De huisarts dient rekening te houden met een specifieke oorzaak bij klachten die niet passen bij het normale patroon van aspecifieke lagerugpijn en bij een onverklaarbaar langdurig of progressief beloop.
      - Bij acute aspecifieke lagerugpijn is het beleid gericht op het bevorderen van bewegen en van het weer oppakken van activiteiten; de nadruk ligt hierbij op voorlichting en het geven van adviezen.
      - Als de klachten binnen 2 tot 3 weken niet of onvoldoende verbeteren of steeds recidiveren, blijft het beleid gericht op het weer oppakken en uitbreiden van activiteiten, maar nu volgens een tijdcontingente aanpak.
      - Wees bij een dergelijk beloop alert op dreigende chroniciteit; het vroegtijdig signaleren van psychosociale risicofactoren voor een chronisch beloop is hierbij van belang, waaronder inadequaat ziektegedrag alsmede werkgerelateerde problemen die het herstel kunnen belemmeren.
      Cfr. :
      http://nhg.artsennet.nl/upload/104/standaarden/M54/std.htm

    2. Niet meer op de tanden bijten
      Helma Erkelens / Huup Dassen - Triakel, nr. 1 dd. 25-06-2008
      Aandacht voor pijn neemt toe
      Pijn was lange tijd het stiefkindje van de geneeskunde.
      En nog steeds hoor je mensen zeggen dat 'een beetje pijn erbij hoort'.
      Maar die houding is rap aan het veranderen.
      De maatschappelijke waarde 'kwaliteit van leven' is een van de recentere ijkpunten van de gezondheidszorg en die verhoudt zich slecht met pijn lijden.
      PatiŽnten nemen steeds minder genoegen met pijn en bij medici en verpleegkundigen staan pijn en pijnbestrijding veel hoger op de agenda dan vroeger.
      Voor de Inspectie van de Volksgezondheid is het een prestatie-indicator voor de kwaliteit van de zorg.
      Maar ook in de politiek en op ministeries is het een issue.
      Dat blijkt onder andere uit het feit dat het UMCG onlangs door het ministerie van VWS is aangewezen tot vierde Ontwikkelingscentrum Pijn Revalidatie, een zaak waar Groningen zich jarenlang sterk voor heeft gemaakt.
      Dat betekent niet dat er nu een heel nieuw centrum uit de grond wordt gestampt.
      De extra middelen die het UMCG krijgt voor dit Ontwikkelingscentrum gaan naar de afdeling Pijnrevalidatie, waar men al decennia patiŽnten leert functioneren met pijn.
      "Met dit geld kunnen we in een hogere versnelling doorgaan op de ingezette lijn: zorginnovatie, wetenschappelijk onderzoek, verspreiding en implementatie van de nieuwe kennis", aldus hoogleraar Revalidatiegeneeskunde Jan Geertzen : "We zijn heel blij met deze erkenning."
      Verder heeft de Alzheimerstichting bepaald dat Groningen het vierde Alzheimercentrum van Nederland krijgt.
      Dit centrum, waarin Interne Geneeskunde-Ouderengeneeskunde, Neurologie en Bewegingswetenschappen nauw samenwerken, start in september en wordt ondergebracht in het Universitair Centrum Ouderengeneeskunde, dat op 29 mei jl. werd geopend.
      Eťn van de speerpunten van dit Alzheimercentrum wordt Ďpijn en bewegingí (cfr. het artikel ĎPijntaalí elders in dit nummer).
      Toch is pijnbestrijding bij demente ouderen wereldwijd nog nauwelijks een thema.
      Het centrum richt zich zowel op diagnostiek en behandeling als op wetenschappelijk onderzoek.
      Geschenk
      "Op zich is pijn niet negatief", aldus anesthesioloog dr. Marten van Wijhe : "Acute pijn als gevolg van (dreigende) weefselschade heeft een biologisch nut. Het is een signaal van ons lichaam aan de hersenen dat we actie moeten ondernemen. Pijn is de tik op de vingers als we onszelf verwonden. Een kind hoeft maar ťťn keer een hete kachel aan te raken of een vinger tussen de deur te krijgen. De timmerman hoeft maar ťťn keer in aanraking te komen met de cirkelzaag. Via pijn laat het lichaam weten dat we onszelf in acht moeten nemen of iets moeten doen. Hoofdpijn is het signaal om rust te nemen, wondpijn het teken dat je moet ontsmetten, een pleister plakken en rustig aan doen."
      Vloek
      Geen pijn kunnen voelen, bestaat ook.
      Dat lijkt aantrekkelijk maar is het niet.
      Ruim een jaar geleden beschreven Engelse onderzoekers in het blad Nature enkele kinderen uit het noorden van Pakistan die geen pijn konden voelen.
      De kinderen waren normaal gezond maar merkten helemaal niets als ze gewond raakten.
      Eťn van hen deed zelfs aan straattheater, waarbij hij zich met scherpe voorwerpen stak of over gloeiende kolen liep.
      Het bleek dat deze kinderen een erfelijke aandoening hadden waarbij een bepaald eiwit niet werkt : de natriumpomp in de zenuwbanen die pijnprikkels geleiden, weigert dienst, zodat pijnprikkels nooit hun hersenen bereiken.
      Van Wijhe : "Als je pijn niet kunt voelen, zul je verwondingen verwaarlozen. Dat kan leiden tot zeer ernstige gezondheidsproblemen, waarbij de patiŽnt uiteindelijk een lichaamsdeel moet missen of zelfs kan overlijden. Pijn is dus een belangrijk overlevingsmechanisme."
      Anders is het met neuropathische pijn oftewel pijn door zenuwschade.
      Deze vorm van pijn heeft geen biologisch nut.
      PatiŽnten beschrijven het nogal eens als een schietende pijn en bij verder doorvragen blijkt ook dat de huid bij het pijngebied extra gevoelig is voor prikkels die normaal gesproken niet pijnlijk zijn.
      "De oorzaak is moeilijk vast te stellen en al snel worden de pijnklachten chronisch", stelt Van Wijhe vast.
      Medisch gesproken is dit pijn die langer dan drie maanden duurt.
      Bij veel alledaagse bezigheden is de pijn er, het ontneemt mensen het plezier in het leven en het heeft een grote impact op het privťleven en op het werk.
      "Er ontstaat een vicieuze cirkel. Steeds meer factoren gaan bijdragen aan de pijn, naast lichamelijke ook psychische en sociale."
      Chronische pijn is geen zeldzaamheid.
      Hoeveel mensen eraan lijden is niet helemaal duidelijk, maar voorzichtige schattingen gaan uit van tien procent van de bevolking.
      Onderbehandeling
      PatiŽnten met neuropathische pijnklachten leggen vaak een lange weg af in het medische circuit.
      Niets helpt en de adviezen die ze krijgen zijn tegenstrijdig.
      Van Wijhe : "Er is nog vaak sprake van onderdiagnose en onderbehandeling. Veel patiŽnten hebben het gevoel steeds met een kluitje het riet in gestuurd te worden en niet serieus genomen te worden."
      Kun je zeggen dat dankzij de toenemende mondigheid van patiŽnten medici en verpleegkundigen steeds meer aandacht krijgen voor pijn ?
      "Ja", zegt Van Wijhe : "In algemene zin is dat zo. Maar los daarvan nemen in het UMCG vakgebieden zoals de Anesthesiologie, Neurologie en Revalidatiegeneeskunde, waar men van oudsher veel chronische pijnpatiŽnten ziet, al heel lang het voortouw om de pijndiagnostiek en -behandeling te verbeteren. In Groningen hebben we heel veel expertise opgebouwd als het gaat om diagnose, pijnbestrijding en pijnrevalidatie, voor sommige vormen van pijn zijn wij hťt kenniscentrum voor heel Nederland."
      Jan Geertzen vult aan : "De crux is dat je multi- en interdisciplinair moet samenwerken om deze patiŽnten te kunnen helpen. Ook moet je veel breder kijken dan naar de pijnklacht. Een holistische benadering van de hele patiŽnt blijkt effectiever. Dat gebeurt binnen het UMCG onder andere in het Pijncentrum, op de afdeling Revalidatie en in het Wervelkolomcentrum."
      Ook in het nieuwe Alzheimercentrum zullen disciplines de combinatie pijn en dementie gezamenlijk oppakken.
      De sleutel voor het oplossen van chronische pijn en het kunnen functioneren met pijn ligt in nauwe samenwerking en multidisciplinaire zorgpaden.
      Geertzen : ďMede dankzij het feit dat we nu het Ontwikkelingscentrum Pijn Revalidatie hebben, kunnen we hier in het UMCG verder vorm aan geven."
      Cfr. :
      http://www.umcg.nl/cms/store/pdf/Triakel2008_aandachtPijn.pdf

    3. Nieuwe hoop voor pijnpatiŽnten
      Frank van Wijck - Medisch Nieuws - Elsevier Gezondheidszorg, 23-02-2004
      APS-therapie (actie potentiaal simulatie) kan hulp bieden voor pijnpatiŽnten bij wie medicijnen, Tens of zenuwblokkades geen uitkomst bieden.
      Wetenschappelijk bewijs voor het effect van de therapie is er nog niet, maar pijnbestrijders zijn wel gestart met onderzoek.
      Cfr. :
      http://www.aps-pijnbestrijding.nl/images/Medisch%20nieuws.pdf

    4. Nieuwigheden bij de medicamenteuze behandeling van chronische pijn
      Cfr. :
      http://www.bcfi.be/Folia/1999/F26N09C.cfm

    5. Nieuwigheden in de pijnbestrijding bij volwassenen
      Dr. Sylvie Coulomb (aanpassing : Dr. Philippe Burton) - Gezondheid.be, 10-11-2001 Ė Bron : 'Le mťdecin, le malade et la douleur' - P. Queneau & G. Ostermann - Masson, 2000
      Het aanschijn van pijn verandert, de mentaliteit ook.
      We hebben nu een veel beter inzicht gekregen in de pijnmechanismen en ook werden belangrijke therapeutische aanwinsten geboekt.
      We beschikken nu over relatief betrouwbare methoden om pijn te evalueren.
      En het onderzoek zal wellicht uitlopen op verdere therapeutische verbeteringen.
      Cfr. :
      http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_ziekten/Nieuwigheden_in_pijnbe
      strijding_bij_volwassenen-2937-404-art.htm

    6. Oog voor speciale pijn : pijn bij fibromyalgie
      Partena ziekenfonds & partners
      Wat ? - Fibromyalgie kenmerkt zich door pijn aan het Ďbewegingsapparaatí.
      Duur ? - Meestal chronisch van aard.
      Hoe te herkennen ? - De pijn voelt aan alsof men griep heeft; een vorm van spierpijn dus.
      Het grote verschil is dat de griep van voorbijgaande aard is, terwijl fybromyalgie-patiŽnten voortdurend pijn lijden.
      De pijn localiseert zich voornamelijk in de nek, de schouders, de handen, het bekken, de benen, de voeten en de rug.
      Helaas is de pijn niet het enige probleem : patiŽnten slapen slecht (al dan niet door de pijn), zijn vermoeid en depressief.
      Factoren ? - Een definitieve oorzaak kon tot op heden nog niet gevonden worden.
      Een ontregeling van het immuunsysteem, veranderingen in de bindweefselstructuur, tekort aan zuurstof in de spieren, storing in het metabolisme van bepaalde stoffen die een werking hebben op de bloedvaten en het zenuwstelsel werden bestudeerd, maar het zijn stuk voor stuk mogelijke factoren.
      Cfr. :
      http://www.partena-partners.be/jsp/index.jsp?tmplt_folderid=619&id=5574&language=Nl&origin=Common

    7. Oxycontin
      Cfr. :
      -
      http://www.apotheek.nl/Medische_informatie/Medicijnen/Producten/Oxycontin.aspx?mId=10704&rId=1789
      -
      http://www.consumed.nl/medicijnen/4233/OxyContin%C2%AE
      -
      http://www.efarma.nl/PAGES/winap.asp?ID=1707&Method=infotekst

    8. Pak pijnbestrijding ook psychologisch aan
      Nursing Ė Bron : Radbout Universiteit Nijmegen / Novum, 19-09-2008
      PatiŽnten met chronische pijn moeten voor pijnbestrijding niet alleen lichamelijk, maar ook psychologisch worden onderzocht.
      Het liefst zo vroeg mogelijk.
      Dat adviseert promovendus Han Samwel van de Radboud Universiteit Nijmegen. Samwell werkt sinds 1989 bij de afdeling Medische Psychologie en het Pijncentrum van het UMC St Radboud, dat patiŽnten behandelt met niet-maligne chronische pijn (dus niet veroorzaakt door kanker).
      In totaal bestudeerde hij gegevens van een kleine driehonderd patiŽnten, die gemiddeld al zoín vijf jaar pijn hadden.
      Catastroferen
      Samwel : ĎEen pijnpatiŽnt met gedachten van het type : Ďhet komt nooit meer goedí, Ďmijn leven is verwoestí, die bij iedere behandeling denkt : Ďdit zal wel weer niet helpení, een patiŽnt kortom die catastrofeert heeft minder baat bij behandeling van zijn pijn. Na een medische behandeling bleken deze patiŽnten zich minder goed te voelen en rapporteerden ze meer pijn dan andere patiŽnten die niet steeds zulke gedachten hadden.í
      Symptomen
      '
      Psychologisch onderzoek helpt de doemdenkende patiŽnten bij de acceptatie van hun pijn', stelt Samwel : 'Pijnbestrijding helpt beter als de patiŽnt de pijn erkent en bovendien inziet dat de symptomen niet snel zullen verdwijnen. Ook patiŽnten die vasthouden aan het idee dat hun pijn puur lichamelijk is, zijn gebaat bij een psychologisch onderzoek. Dat levert aanknopingspunten op om beter om te (leren) gaan met chronische pijn'.
      Cfr. :
      http://www.nursing.nl/home/nieuw/1937/pak-pijnbestrijding-ook-psychologisch-aan/6 

    9. Patient-perceived satisfactory improvement (PPSI) - Interpreting meaningful change in pain from the patient's perspective
      ten Klooster PM, Drossaers-Bakker KW, Taal E, van de Laar MA, Institute for Behavioural Research, Faculty of Behavioural Sciences, University of Twente, P.O. Box 217, 7500 AE Enschede, The Netherlands : P.M.tenKlooster@utwente.nl - Pain. 2006 Mar;121(1-2):151-7. Epub 2006 Feb 10 - PMID: 16472915
      The assessment of clinically meaningful changes in patient-reported pain has become increasingly important when interpreting results of clinical studies.
      However, proposed response criteria, such as the minimal clinically important difference, do not correspond with the growing need for information on truly meaningful, individual improvements.
      The aim of the present study was to investigate satisfactory improvements in pain from the patient's perspective.
      Data were collected in a 2-week prospective study of 181 arthritis patients treated with a local corticosteroid injection.
      Baseline and follow-up pain were assessed on 100mm visual analogue scales for pain intensity (VAS-PI).
      At baseline, patients also marked a hypothetical level on a VAS-PI representing a satisfactory improvement in pain.
      Patient-perceived satisfactory improvement (PPSI) was constructed using a 5-point categorical rating of change scale at follow-up as the anchor.
      PPSI was associated with a minimal reduction of 30mm or 55% on the VAS-PI.
      Since absolute change in pain associated with satisfactory improvement proved highly dependent on baseline pain, percent change scores performed better in classifying improved patients.
      The 55% threshold for satisfactory improvement was consistent over the course of treatment and reasonably consistent across groups of patients.
      Our data suggest that PPSI is a clinically relevant and stable concept for interpreting truly meaningful improvements in pain from the individual perspective.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16472915
    10. PatiŽnt-voorlichtingsboekje over ruggenmergstimulatie
      Cfr. :
      http://users.telenet.be/pijncentrum/algemeen.htm

    11. Pijn - De terugkeer naar het paradijs en de wens er weer uit te ontsnappen
      Amanda Kluveld - Arbeiderspers, november 2007 Ė ISBN10 : 902956508X / ISBN13 : 9789029565080
      Een culturele geschiedenis van pijn.
      Lichamelijk lijden is een van de meest ingrijpende menselijke ervaringen.
      Het roept op tot reflectie en vragen naar de zin van het bestaan.
      Pijn is net als de liefde een bron van angst en leed, wanhoop en eenzaamheid, verlangen en fascinatie, kunst en literatuur.
      Iedereen weet wat pijn is, maar dat maakt het fenomeen niet minder raadselachtig.
      Vandaag ervaren mensen pijn als een belemmering van hun persoonlijke ontwikkeling en zoektocht naar geluk.
      Tegelijkertijd is juist de gedeelde angst voor en afschuw van pijn voor sommige mensen reden haar te omarmen.
      Terwijl de meesten van ons bij het geringste pijntje naar pillen grijpen, reiken performancekunstenaars naar de uiterste grenzen van pijnbeleving.
      In 'Pijn - De terugkeer naar het paradijs en de wens er weer uit te ontsnappen' gaat Amanda Kluveld in op de geschiedenis van de aantrekkingskracht, angst voor en afschuw van lichamelijk lijden.
      Een uniek boek over een belangrijk onderwerp.
      Cfr. :
      -
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn/1001004004798465/index.html
      -
      http://www.felix-en-sofie.nl/cgi-bin/dbp.cgi?ID=541&db=bp

    12. Pijn - De wetenschap van het lijden
      Frans Vertosick (vertaling : Vivian Franken) - Uitgeverij Contact, september 2000 - ISBN10 : 9025496954 / ISBN13 : 9789025496951
      Lichamelijke pijn is altijd alarmerend, maar wat is het eigenlijk precies ?
      Natuurlijk dient pijn een doel : de bescherming van ons al te zwakke lichaam.
      Maar waarom bestaat migraine ?
      Waarom is een simpele verkoudheid zo naar ?
      Wat is de biologische noodzaak van pijn bij volmaakt natuurlijke processen zoals menstruatie en bevalling ?
      Wat is de zin van chronische pijn, reuma of fantoompijn ?
      En hoewel alle hogere diersoorten pijn ervaren, heeft alleen de mens de eigenschap om ook de angst voor toekomstige pijn te kunnen voelen, vaak erger dan de pijn zelf.
      Waarom ?
      Welk verband is er tussen bewustzijn, intelligentie en pijnbeleving ?
      In sommige godsdiensten is pijn een leraar en wordt lijden gelijkgesteld aan leven.
      Frank Vertosick, arts en migrainepatiŽnt, ziet pijn daarentegen als een biologisch fenomeen, met aanwijsbare oorzaken en oplossingen.
      De aandoeningen die hij beschrijft lijken soms regelrecht uit de hel te komen maar toch is genezing vaak bereikbaar.
      In elk geval is pijn altijd behandelbaar, al is het soms op onorthodoxe wijze.
      In zijn prachtig geschreven verhalen verbindt Vertosick praktijk en theorie van de pijnbestrijding en hij geeft met behulp van vele citaten van schrijvers en filosofen pijn een plaats in het menselijke bestaan.
      'Pijn' is een ontroerend en onthullend boek.
      Recensie van Geerdt Magiels Ė De Standaard, 11-01-2001 - Vroeg of laat krijgt iedereen er mee te maken : pijn.
      Pijn is een intrigerend fenomeen.
      Als je een wonde aan je hand hebt, doet je hand pijn, terwijl het eigenlijke proces zich in je hersenen of je ruggenmerg afspeelt.
      Daarom hebben mensen met een geamputeerd lidmaat fantoompijn.
      De centrale anatomische plaats die pijn inneemt in ons bewustzijn verklaart ook een deel van haar sociale en psychologische aspecten.
      De hoeveelheid pijn is niet evenredig met de grootte van het letsel.
      En niet iedereen ervaart evenveel pijn bij dezelfde prikkel.
      Wat voor de ťťn een speldenprikje is, is voor de ander een bajonetsteek.
      De context, de betekenis, de cultuur bepalen hoeveel pijn iemand voelt.
      En hoe je het ook draait of keert, pijn is niet objectief te meten.
      Je moet altijd afgaan op het subjectieve, kwalitatieve verslag van de pijnlijder.
      Daarover en over nog veel meer gaat 'Pijn - De wetenschap van het lijden' van Frank Vertosick.
      Vertosick is een neurochirurg in wiens handen ik graag zou vallen als er iets met mijn zenuwen of hersenen fout gaat.
      Hij denkt helder, schrijft puntig, met gevoel voor humor en veel empathie voor zijn patiŽnten.
      Vertosick blijft daarbij eerlijk.
      Hij beschrijft zijn eigen falen en dat van collega's, hij beschrijft hoe hij het soms ook niet meer kan aanzien, hij beschrijft de onoplosbare dilemma's waarvoor hij soms staat.
      Ondertussen leer je heel wat over hoe het lichaam werkt en soms niet meer werkt zoals het zou moeten, over het immuunsysteem, over pijnstillers en anesthesie, over gewrichten, spieren en zenuwen, over de hersenen en het bewustzijn.
      En over pijn natuurlijk : fantoompijn, aangezichtspijn, ischias, bevallingspijn, de pijn van reuma, het carpaaltunnelsyndroom en over repetitive strain injury, angina pectoris en kankerpijn.
      Maar ook over het drama van mensen die lijden aan pijnloosheid, over het dilemma van de schaduwpijn (al dan niet ingebeeld, maar niet minder reŽel) of de existentiŽle pijn van psychiatrische patiŽnten.
      Het is moeilijk niet enthousiast te zijn over dit toegankelijke, spannende, ontroerende en leerrijke boek.
      Het kan bovendien ook een onschatbare houvast betekenen in tijden van pijn.
      En zoals bij alle aandoeningen is ook bij de behandeling van pijn kennis de belangrijkste vorm van therapie.
      Cfr. :
      -
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn/666854980/index.html
      -
      http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=dsl11012001_008#

    13. Pijn - Geen leven mťt, geen leven zůnder
      Bron : íPijn - De terugkeer naar het paradijs en de wens er weer uit te ontsnappen' - Amanda Kluveld - Uitgeverij De Arbeiderspers Ė ISBN : 978929565080
      Als je gťťn pijn voelt, ben je ziek, heel erg ziek.
      Toch willen we van pijn af, zegt ervaringsdeskundige Amanda Kluveld.
      Gesprek over de herintrede in het pijnloze paradijs en over de onmogelijkheid ervan.
      Gabby Gingras voelt geen pijn.
      Het Amerikaanse meisje lijdt aan een zeldzame genetische afwijking die maakt dat pijnsignalen haar hersenen niet bereiken.
      Vaccinaties ondergaat de kleuter zonder morren, als ze valt geeft ze geen kik.
      Het lijkt ideaal, maar is het allesbehalve, zo blijkt uit de documentaire íA life without painí uit 2004 (cfr. :
      http://www.alifewithoutpain.com/filmmakers.php -).
      Sterker nog : Gabby is ernstig ziek.
      De kans dat ze onbeschadigd volwassen wordt is klein.
      Nu al is ze gehavend : ze bijt tot bloedens toe op haar vingers, heeft haar linkeroogje verloren, omdat ze er voortdurend met haar vingers in wreef.
      Haar onvermogen pijn te lijden heeft tot gevolg dat ze voortdurend in de gaten moet worden gehouden, steeds tegen zichzelf in bescherming genomen.
      Het meisje is er ťťn in een reeks intrigerende personen die Amanda Kluveld opvoert in haar boek íPijn - De terugkeer naar het paradijs en de wens er weer uit te ontsnappení.
      Daarin onderzoekt de historica de veranderingen die zich in de westerse cultuur sinds het begin van de negentiende eeuw hebben voorgedaan in de betekenis en ervaring van (lichamelijke) pijn.
      ďSinds de Verlichting en met de ontwikkeling van de wetenschapĒ, zegt Kluveld (39) : ďwordt lichamelijke pijn steeds meer gezien en gedefinieerd als een zinloze last, als iets dat nergens goed voor isĒ.
      Werd daarom pijn gezien als een beproeving, waarvoor in de hemel de beloning volgde ?
      De laatste twee eeuwen is pijn meer en meer beschouwd gaan worden als een ervaring die het' carpe diem', het pluk de dag, in de weg staat.
      De veranderende betekenis die pijn krijgt toebedeeld gaat gepaard met de ontwikkeling van middelen die ook daadwerkelijk iets tegen pijn kunnen doen.
      De uitvinding van de anesthesie in 1846 (waarvoor overigens drie Amerikanen de eer op eisen) is een mijlpaal.
      Een pijnloze wereld leek bereikbaar, de herintrede in het paradijs lag in het verschiet.
      Kluveld voert ondermeer de Italiaanse fysioloog Paolo Mantegazza (1831-1910) op, die allerlei experimenten deed Ė op dieren, maar ook op zichzelf Ė om de raadselen van pijn te doorgronden, er vanuit gaande dat als die geheimen zich eenmaal hadden openbaard, pijn ook effectief kon worden tegengegaan.
      Dat is in veel gevallen ook gelukt.
      Pijn en pijnbestrijding zijn aparte takken van onderzoek geworden.
      Er zijn steeds meer middelen beschikbaar gekomen om pijn te bestrijden en die middelen worden steeds preciezer toegepast.
      Er zijn en worden allerlei methodes ontwikkeld om de ervaring van pijn bij de individuele patiŽnt te meten, zodat de behandeling daarop kan worden afgestemd.
      Pijn wordt tegenwoordig gezien als ťťn van de ernstigste bedreigingen van de kwaliteit van menselijk leven.
      En tochÖ
      Het voorbeeld van Gabby Gingras laat in de meeste rauwe vorm de keerzijde van een pijnloos leven zien.
      ďPijnĒ, schrijft Kluveld : ďwordt wel het grootste cadeau van Moeder Natuur genoemd, omdat zij een essentieel waarschuwingssignaal is, dat helpt het lichaam heel te houden. Pijn waarschuwt wanneer het lichaam in gevaar isĒ.
      Ze haalt in dit verband ook Jane aan, hoofdpersoon uit een verhaal van sciencefictionschrijfster Kelly Eskridge, die net als Gabby geen pijn kent : ĄPijn beschermt je. Het houdt je in leven, houdt je heel. Het is zoín menselijk iets en ik heb het niet.Ē
      ďPijn isĒ, zegt Jane : ďdaarmee, meer dan een biologisch/medisch fenomeenĒ.
      Ook uit de vele reacties die de film over Gabby Gingras opriep, blijkt dat de betekenis die pijn krijgt toegedacht verder gaat.
      Kijkers waren geshockeerd, gefascineerd, medelevend, maar misschien wel vooral vervuld van een zekere afkeer.
      Kluveld, als universitair docent cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam : ĄZe dachten haar een toekomst toe als soldaat of bokser. Omdat ze zelf geen pijn voelt, zou ze er ook geen moeite mee hebben om een ander pijn toe te dienen. Maar kun je haar dat eigenlijk wel kwalijk nemen ? Kun je haar wel aanspreken op het : wat gij niet wilt dat u geschiedt ?Ē
      Zonder pijn, geen mens, geen moraal.
      En daarmee verandert Gabby Gringras voor onze ogen van een onschuldige kleuter in een Ąfreak of natureĒ, een eng wezen, dat niet alleen een gevaar is voor zichzelf, maar ook voor anderen.
      Kluveld : ĄPijn is de basis voor inleving en vereenzelviging en daarmee voor moraal, ethiek, medeleven en mededogen
      Pijn is, met andere woorden, een ervaring die mensen met elkaar verbindt.
      Wat onverlet laat dat de mens die ermee te maken heeft zich intens eenzaam en geÔsoleerd kan voelen.
      Kluveld, die eerder onderzoek deed naar de anti-vivisectiebeweging in Nederland, heeft zelf sinds enkele jaren reuma.
      Ze beschrijft haar eigen ervaringen in kleine korte stukjes tussen haar wetenschappelijke vertoog door : ĄWaarom verafschuw ik pijn ? Waarom wil ik van haar af ? Ze tekent mijn gezicht, maakt me lusteloos, ontneemt me de moed, de kracht, de tijd. Ze vermorst mijn energie, breekt mijn geestkracht, schaadt mijn zelfvertrouwen, maakt dat ik niet goed kan presteren. Ik vrees haar en wil van haar af en uiteraard ben ik niet de eerste die dit zo beleeft.Ē
      Toch slaagt zij erin zonder cynisme te schrijven over ook die mensen die pijn niet uit de weg gaan, maar haar juist bewust opzoeken.
      De Amerikaan Ronald Loomis bijvoorbeeld, alias Fakir Musafar, en de Servische Marina Abramovic, die met vleeshaken, messen en andere attributen bewust hun lichaam schaden ten overstaan van anderen en op die manier, aldus Kluveld, een spel spelen met onze angst voor pijn.
      Misschien nog wel meer dan Gabby Gingras roepen deze zogeheten bodyperformance-kunstenaars reacties op, van afkeer en verontwaardiging, in een wereld die pijn op zijn best als een noodzakelijk kwaad ziet.
      Sterker nog : ook degene die er alleen maar over schrijft, valt kritiek ten deel, zo heeft Kluveld gemerkt in de reacties op haar boek.
      ĄSommige lezers vinden het een schande dat ik er aandacht aan besteedĒ, zegt ze, om daar iets verwonderd aan toe te voegen dat sporters die hun lichaam afbeulen en pijnlijden voor een betere prestatie zelden zoín afgrijzen oproepen : ďDie vallen toch vooral bewondering ten deelĒ.
      ďEen culturele geschiedenis van pijn kan echter niet zonder aandacht voor de uitersten en onze reacties daaropĒ, aldus Kluveld.
      Want we kunnen niet leven met, maar ook niet leven zonder, lijkt de onontkoombare conclusie : ĄZonder pijn zijn er geen vragen naar zin en betekenis, geen hopen tegen beter weten in.Ē
      Cfr. :
      http://www.vooruit.be/nl/page/825

    14. Pijn - Weten en voelen
      P. Wall (vertaald door Olaf Brenninkmeijer) Ė SWP, mei 2001 - ISBN10 : 9066653736 / ISBN13 : 9789066653733
      Pijn is een ervaring die alle mensen delen.
      Iedereen heeft wel eens pijn en iedereen is er bang voor.
      Iedereen heeft mensen in zijn omgeving die pijn hebben en kent de frustratie wanneer je hen niet echt kan helpen.
      In dit boek van Patrick Wall worden de meest recente biologische vindingen met betrekking tot zowel de mentale als de fysieke oorzaken en consequenties van pijn besproken.
      De auteur toetst verschillende methoden van pijnbestrijding.
      Het boek is doorspekt met fascinerende en soms schokkende verhalen van hoe verschillende mensen pijn ervaren - mensen die genieten van pijn, onze onverwachte reacties op een verwonding en de kracht van het placebo-effect.
      Cfr. :
      -
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn/1001004000015903/index.html
      - https://www.devriesboeken.nl/index.php?od=ab&boek=9789066653733

    15. Pijn & pijnbestrijding - Handboek voor de patient
      S. Couvee Ė Uitgeverij Elmar, april 2004 - ISBN10 : 9038914164 / ISBN13 : 9789038914169
      Pijn is er in vele gradaties, stelt de behandelend arts vaak voor een raadsel en kan de levensvreugde van een mens behoorlijk vergallen.
      Gezondheidsdeskundige Simon Couvťe behandelt in dit handboek voor de patiŽnt allerlei vormen van pijn en pijnbestrijding en geeft op een kritische wijze aan wat je er wel en wat je er niet aan kunt doen.
      In het eerste deel van het boek wordt besproken hoe men moet handelen zodra pijn optreedt.
      Daarbij komen o.a. onderwerpen aan bod als : pijn bij kinderen, wat je moet weten als je naar de huisarts gaat, wat te doen als er niets te vinden is, de second opinion en de keuze voor een reguliere of alternatieve behandeling.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn-pijnbestrijding/1001004001994007/index.html
      Cfr. ook 'Pijn en pijnbestrijding'' op :
      http://www.medicijnen-op-maat.nl/Pijn%20en%20Pijnbestrijding/inhoud.htm

    16. Pijn als positieve boodschap
      Renny de Bruyn (illustrator : Charlotte van den Brekel) Ė Uitgeverij Ankh-Hermes, 02-05-2007 - EAN : 9789020244144
      Iedere spontaan ontstane pijn of klacht vindt zijn oorsprong in het emotionele brein.
      Daar worden onze gevoelens geregistreerd en, vermengd met reeds aanwezige informatie, doorgegeven aan het lichaam.
      Pijnlijke gevoelens zullen zich op den duur ergens in het lichaam manifesteren.
      De manier waarop iemand innerlijk zijn gevoelens verwerkt en zijn emoties uit naar de buitenwereld bepalen de ernst van de klachten en de schade die hij ondervindt.
      Het boek bespreekt de (vaak onderbewuste) invloed en de oorzaken van pijn en spoort de patiŽnt aan bewust contact te maken met zijn onderbewustzijn.
      Er worden strategieŽn aangereikt om dat te realiseren en gedragstherapeutische adviezen gegeven om veranderingen te bewerkstelligen.
      Daarbij worden een aantal ziektebeelden nader belicht, gericht op de vraag hoe we daar genezing kunnen bewerkstelligen.
      Cfr. :
      http://www.devriesboeken.nl/index.php?od=ab&boek=9789020244144

    17. Pijn en balsem, troost en smart - Pijnbeleving en pijnbestrijding in de oudheid
      H.F.J. Horstmanshoff & M.J. van Lieburg - Erasmus Publishing, maart 2000 - ISBN10 : 9052350426 / ISBN13 : 9789052350424
      Erg interessant boek !
      Het bevat verschillende artikelen van diverse historici over ziek zijn en genezing in de Grieks/Romeinse oudheid.
      Zo kon je ziekte 'stoicijns' ondergaan, maar ook in het voetspoor van Hippocrates wetenschappelijk bewerkstelligen.
      Een echte aanrader voor iedereen die geinteresseerd is in geneeskunde en geschiedenis !
      Cfr. :
      -
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn-en-balsem-troost-en-smart/666867936/index.html
      -
      http://www.erasmuspublishing.nl/ep/Book.jsp?id_book=042

    18. Pijn en de behandeling ervan in 12 kernpunten
      Cfr. :
      http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_ziekten/Pijn_behandeling_ervan_
      in_12_kernpunten-12454-404-art.htm
       

    19. Pijn en kanker
      Nederlandse Federatie van KankerpatiŽntenorganisaties (NFK)
      Veel kankerpatiŽnten hebben te maken met pijn.
      Maar pijn bij kanker is tegenwoordig goed te bestrijden.
      Cfr. :
      http://www.kankerpatient.nl/

    20. Pijn en ouderen
      Cfr. :
      http://www.uzleuven.be/nl/leuvens-algologisch-centrum/pijn-en-ouderen

    21. Pijn en pijnbehandeling
      M van Kleef, FW Vreeling, WA Dingemans en NH Groenman Ė Universitaire Pers Maastricht - ISBN : 9052782504
      ĎPijn en pijnbehandeling' een basaal onderwijscurriculumí heeft tot doel de studenten,cursisten en betrokkenen kennis en inzicht te verschaffen om een optimale diagnostiek, behandeling en preventie van pijnproblemen mogelijk te maken.
      Het boek behandelt acute pijn, chronische pijn en pijn bij kanker en de multidisciplinaire behandeling daarvan.
      Het curriculum is ontwikkeld door leden van de Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn (NVBP) in samenwerking met de kenniscentra voor Pijn.
      Een begeleidingscommissie bestaande uit vertegenwoordigers van de diverse medische disciplines betrokken bij pijnbehandeling, -begeleiding en Ėpreventie heeft er voor gezorgd dat dit curriculum bruikbaar is bij multidisciplinair onderwijs op dit gebied.
      De uitgave is primair bedoeld voor het onderwijs, maar is ook een bron van informatie voor de in praktijk werkzame artsen, (klinisch) psychologen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten.
      Cfr. :
      http://www.mosaelibris.nl/product.php?productid=16134&cat=0&bestseller
      Cfr. ook 'Pijn en pijnbehandeling Ė Uittreksel', het uittreksel behorend bij het boek 'Pijn en pijnbehandeling' (3e druk; ISBN 9052782504) van M. van Kleef, F.W. Vreeling, W.A. Dingemans, N.H. Groenman.
      Uittreksels van StudentsOnly bieden je een goede manier om de stof uit het boek nog sneller en makkelijker onder de knie te krijgen.
      Ze geven beknopt - in ca. 10% van het aantal pagina's van het boek - een compleet overzicht van alles wat belangrijk is.
      In het uittreksel wordt regelmatig naar pagina's, paragrafen, tabellen of figuren in het boek verwezen; het is dan ook moeilijk te gebruiken zonder het boek, maar des te beter samen met het boek.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn-en-pijnbehandeling-uittreksel/1001004002526746/index.html;jsessionid=AEF0D6905EA304ADE47B1CC3CC
      403D8E.ps109

    22. Pijn en pijnbestrijding
      Cfr. :
      -
      http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/21047-pijn-en-pijnbestrijding.html
      -
      http://www.apotheekadvies.be/advies/pijn/pijn_en_pijnbestrijding.htm
      -
      http://www.umcn.nl/userfiles/other/KNW7_Orientatie_op_het_blok.pdf
      -
      https://studiegids.science.ru.nl/2008/theologie/prospectus/Geneeskunde/courses/course/14752/

    23. Pijn en pijnbestrijding na beroerte (CVA, herseninfarct)
      Platform Pijn en Pijnbestrijding, zomer/najaar 2006
      Mijn moeder heeft al heel wat pijn gehad, sinds haar CVA.
      Veel hoofdpijn, rupgijn, pijn in been, nek, schouder en arm (aan linker, verlamde kant).
      Ik heb vele keren meegemaakt dat de verzorging, en anderen, mijn moeders linkerarm niet goed beet pakten.
      Men pakt haar onder haar linkerschouder, trekt aan haar linkerarm bij het wassen, legt schouder niet goed neer in bed en/of op (werk)blad.
      Toch weet ik niet of dit de oorzaak van de verergerde pijn is.
      De verpleeghuisarts is tegen extra pijnstillers, vanwege de bijwerkingen.
      De ergotherapeute weet niet meer hoe ze mijn moeders rolstoel nog beter in kan stellen.
      En ook de fysiotherapeute weet niet meer wat ze doen kan.
      Dus ga ik maar weer op zoek, naar mogelijke oorzaken en mogelijke pijnbestrijding.
      Vreemd toch dat ik het gevoel heb dat ik overal achteraan moet
      .../...
      Cfr. : Cfr. :
      http://www.webpag.nl/archief/pijn.htm

    24. Pijn en relaxatie
      Cfr. :
      http://www.azsintblasius.be/patienten/zwanger/arbeidbevall/pijnbevalling/

    25. Pijn hoort niet bij het ouder worden
      Cfr. :
      http://www.frederike.nl/cgi-bin/scripts/db.cgi?ID=142&view_records=1&ww=on

    26. Pijn meten met mobiele telefoon
      Veerle (Volpez) Ė Fiknieuws.nl, 04-08-2008 - Bron: Brabants Dagblad
      In Ziekenhuis Bernhoven in Oss en Veghel wordt de pijn van patiŽnten binnenkort op een bijzondere manier gemeten.
      Bij honderd patiŽnten met chronische pijn zal deze gemeten worden met de mobiele telefoon.
      Volgens het ziekenhuis is deze manier van pijnmeting uniek in Nederland.
      Aan de proef zullen ongeveer honderd patiŽnten met chronische pijn aan bijvoorbeeld hun nek of rug deelnemen.
      Door patiŽnten wekelijks op vaste tijdstippen een voice- of sms-bericht te sturen, wil het ziekenhuis een beeld krijgen van de pijnontwikkeling.
      Op deze manier wordt de pijn frequent gemeten, waardoor een beter pijnbeeld ontstaat.
      De computer vraagt de patiŽnten aan te geven hoeveel pijn ze hebben op een schaal van 0 tot en met 9.
      Door deze registratie ontstaat een beter pijnbeeld dan de methode die nu toegepast wordt.
      "Als de patiŽnt na drie maanden weer een afspraak heeft, vragen we hoe het gegaan is. Op die manier zijn ontwikkelingen moeilijk te volgen," aldus anesthesioloog en coŲrdinator van het pijncentrum, Marcel Schenkels.
      Cfr. :
      http://frontpage.fok.nl/nieuws/96519

    27. Pijn te lijf - Praktische medische gids over pijnbestrijding
      Jet Matla (vertaald door Vivian Franken) - The Reader's Digest, januari 2000 - ISBN10 : 9064075573 / ISBN13 : 9789064075575
      Recensie - Dr. H.S. Verbrugh (NBD|Biblion recensie) : Dit is een uitvoerige, gedegen, verantwoord populair-wetenschappelijke, op het bevattelijkheidsniveau van Readers Digest geschreven tekst over alle facetten van het verschijnsel pijn.
      Het werk is oorspronkelijk Franstalig, geschreven door ruim vijftig verschillende auteurs; voor de Nederlandse editie tekende nog eens een half dozijn medewerkers.
      Waar dr. B.J.P. Crul, hoogleraar pijnbestrijding in Nijmegen, als adviseur wordt aangemerkt en het boek vaan harte aanbeveelt, is het aannemelijk dat het van hoog gehalte is; deze verwachting wordt bewaarheid.
      Na een algemeen inleidend hoofdstuk ('Pijn begrijpen') en een overzicht van wat men er zoal tegen kan doen, volgen speciŽle hoofdstukken waarin pijn in verschillende locaties letterlijk van top tot teen beschreven wordt.
      Tenslotte volgt nog een praktische gids met register, pijnstillende middelen en nuttige adressen.
      De lay-out is aantrekkelijk; honderden tekeningen en foto's in kleur lichten de tekst functioneel toe.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijn-te-lijf/666864746/index.html

    28. Pijn, pijnbehandeling, pijncentra
      Cfr. :
      http://www.medicinfo.nl/%7Bdb185df4-e7ef-416d-8b0f-5101083f06a3%7D

    29. Pijnbehandeling
      Cfr. :
      -
      http://www.onafhankelijkziekenfonds.be/jsp/displaydoc.jsp?id=1719
      -
      http://www.werkendlichaam.nl/10156/1/pijnbehandeling.html

    30. Pijnbehandeling van de rug of de nek
      Cfr. :
      http://www.slotervaartziekenhuis.nl/LinkedFiles/SLZ9287%20Pijnbehandeling%20van%20rug%20of%20nek%20PFD.pdf

    31. Pijnbestrijding
      Cfr. :
      http://www.vlietland-ziekenhuis.nl/patienten_en_bezoekers/gespecialiseerde_zorg/pijnbestrijding

    32. Pijnbestrijding - Nieuwe "Acupunctuur zonder naalden"
      Cfr. :
      http://www.levenskracht.info/content/view/138/47/

    33. Pijnbestrijding bij kanker
      Cfr. :
      http://www.kwfkankerbestrijding.nl/index.jsp?objectid=15729

    34. Pijnbestrijding bij kinderen in de praktijk
      Cfr. :
      http://onderzoek.khk.be/domein_MoederKindzorg/documents/pub-pijnperiodiek-01_000.pdf
      Cfr. ook :
      - 'Pijnbestrijding bij kinderen' op :
      http://frolke.blogspot.com/2008/03/pijnbestrijding.html
      - 'Stichting kind & pijn' op : http://www.kind-pijn.org/informatiefolders.htm

    35. Pijnbestrijding bij palliatieve zorg
      Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (B.C.F.I. Vzw)
      In het kader van de palliatieve zorg wordt veel aandacht besteed aan de noodzaak van adequate pijnstilling.
      Cfr. :
      -
      http://www.bcfi.be/GGR/MPG/MPG_EF.cfm
      -
      http://www.tlichtpuntje.be/info/pijnbestrijdingpalliatievezorg.htm
      Cfr. ook 'Pijn en andere symptomen' op :
      http://www.palliatievezorggelderland.nl/index.php?recID=47

    36. Pijnbestrijding en de morfinepomp !
      Gezondheid.infoblog.be Ė Bron : www.tlichtpuntje.be
      .../...
      Als alleen morfine als medicatie overblijft, kan men gebruik maken van de morfinepomp.
      Het grote voordeel van dit systeem bestaat erin dat er een minder hoge dosis dient ingenomen en daarom de nevenwerkingen minder groot zijn.
      Vooraleer een dergelijk systeem definitief bij een patiŽnt wordt ingeplant, dienen er voorafgaandelijk een volledige reeks tests uitgevoerd te worden om te zien of het systeem wel het bedoeld effect teweegbrengt, het verdragen wordt door de patiŽnt enz...
      Het apparaatje is een technisch hoogstandje, waarvan de diverse op de markt bestaande typen nog verder worden ontwikkeld en geperfectioneerd.
      Het bestaat vooral uit een reservoirtje en een pompje met een computergestuurd doseringssysteem.
      Na implanting worden de dosissen gestuurd met behulp van een zendertje (zoals de afstandsbediening van een TV) waarvan de basisinstelling(min/max) wordt ingesteld door de behandelende geneesheer en de dosis kan in overleg met de dokter eventueel aangepast worden.
      Uiteraard dient men periodiek te gaan Ďbijtanken' als het reservoirtje leeg is.
      Dit gebeurt via een eenvoudige behandeling in het hospitaal.
      .../...
      Cfr. :
      http://gezondheid.infoblog.be/496/pijnbestrijding_en_de_morfinepomp_1

    37. Pijnbestrijding in de verloskunde
      Baby.be
      De moderne technieken van pijnbeheersing laten nu toe dat de vrouw haar pijn tijdens de weeŽn en tijdens de bevalling volledig in de hand heeft.
      Cfr. :
      http://www.babybelgie.com/-Pijnbestrijding-in-de-verloskunde-
      Cfr. ook :
      - 'Pijnbestrijding' op :
      http://www.uvcutrecht.nl/pijnbestrijding-pijnbestrijden-weeen-epiduraal-ruggenprik-ruggeprik
      - 'Pijnbestrijding tijdens de bevalling' op :
      http://www.gezondvgz.nl/d_sv6098

    38. Pijnbestrijding met EFT, APS of klassieke hypnose
      Pijn kan ontstaan door verwondingen en ontstekingen.
      Spieren en zenuwcellen in de huid en in het lichaam geven seintjes (actiepotentialen) af naar de hersenen die stoffen aanmaken (neurotransmitters) om de pijn te verminderen en ontstekingen tegen te gaan.
      Op deze manier wordt het zelfhelend vermogen (het immuunsysteem) van het lichaam in gang gezet om het evenwicht weer te herstellen.
      Wanneer er echter sprake is van langdurige of chronische pijn of ontstekingen zal het evenwicht tussen de neurotransmitters verstoord raken.
      Door de hersenen wordt dan teveel of te weinig van een bepaalde stof aangemaakt waardoor er ook nog andere klachten kunnen ontstaan, zoals vermoeidheid, onvoldoende doorbloeding naar bepaalde organen en depressiviteit.
      Men raakt in een pijn/stress cirkel die moeilijk is te doorbreken.
      Dit heeft tot gevolg dat men zich nog onprettiger gaat voelen.
      Soms is er een verstoring van het immuunsysteem waardoor het lichaam antistoffen vormt tegen eigen lichaamsweefsel.
      Men noemt dit een auto-immuunziekte.
      Men kan hierbij denken aan o.a. reumatoŪde artritis, M.E (myalgische encefalomyelitis ofwel het chronische vermoeidheids syndroom), M.S. (Multiple Sclerose) en fibromyalgie.
      Het aantal opties om pijn te bestrijden waaruit een patiŽnt kan kiezen blijft meestal beperkt tot :
      - het aanvaarden van de bijwerking(en) van het slikken van medicijnen
      - het ondergaan van vaak risicovolle operaties, hoge kosten en soms langdurige herstelperiodes en littekenvorming
      - leren leven met de klachten.
      Maar er zijn alternatieven :
      - APS ('Action Potential Simulation')
      - EFT ('Emotional Freedom Techniques')
      - klassieke hypnose.
      Cfr. :
      http://www.veermethode.nl/pijnbestrijding.htm

    39. Pijnbestrijding na uw operatie
      't Lange Land Ziekenuis, november 2005
      Cfr. :
      http://www.langeland.nl/NR/rdonlyres/616062C4-4D4C-42FD-8AF5-C72E8204BCC6/0/Pijnbestrijdingnauwoperatie.pdf
      Cfr. ook :
      - 'Postoperatieve pijnbestrijding' op :
      http://www.gelreziekenhuizen.nl/intranet/bestanden/afdelingen/Ane-A/openbaar/Postoperatieve%20pijnbestr.pdf
      - 'Pijnbestrijding rondom een operatie' op :
      http://www.bovenij.nl/folders/Brochures_patvoorlicht/Pijnbestrijding_rondom%20een%20operatie_maart%2007.pdf
      - 'Van pijnbeleving naar pijnbestrijding' op :
      http://www.transmuralezorg.nl/content/view/128/168/

    40. Pijnbestrijding onder spoedeisende omstandigheden
      J.J.L.M. Bierens & J.J. de Lange (redactie : W.W.A. Zuurmond) - Reed business, oktober 2003 - ISBN10 : 9035226518 / ISBN13 : 9789035226517
      Helaas is er nog altijd weinig bekend over het pijnmechanisme.
      Bekend is dat het pijnsignaal via de zenuwweefsels en het centrale zenuwstelsel naar de hersenen wordt geleid en dat veel therapieŽn gericht zijn op het onderbreken van pijngeleiding.
      Met de pijnoorzaak wordt in veel gevallen niets gedaan, simpelweg omdat die vaak niet te achterhalen valt.
      Twaalf innovatieve methoden
      In Pijnbestrijding onder spoedeisende omstandigheden worden twaalf innovatieve behandel-methoden aan de hand van praktijkvoorbeelden uitgediept.
      Elke methode wordt uitvoerig besproken en ondersteund door duidelijke infographics.
      Achtergronden, karakteristieke pathofysiologische mechanismen en anatomische banen van acute pijn worden uitgelicht.
      Ook wordt ingegaan op de psychologische aspecten van acute pijnbeleving.
      Vormen van pijnbestrijding
      Aan de hand van een praktijkcase wordt het thema 'Pijnbestrijding op straat' toegelicht.
      De relatie tussen heftige acute pijn en het posttraumatisch stress syndroom wordt gedetailleerd besproken, net als de pijn en angst bij langdurig ingeklemde slachtoffers.
      Andere thema's van het boek zijn : pathofysiologie van acute pijn, effecten van hypovolemische shock op de farmacokiniek van pijnmedicatie, pijnlijke onderzoeken en behandelingen, het gebruik van lachgas en praktische mogelijkheden van medicamenteuze pijnbestrijding in de urgentiegeneeskunde, lokale anesthesietechnieken en perifere zenuwblokkades.
      Pijnbestrijding onder spoedeisende omstandigheden biedt tal van actuele behandelings-methoden voor behandelend artsen, anesthesisten en verpleegkundigen.
      Het boek wordt voorgeschreven als lesstof voor de meerjarige PAOG-cyclus (Post Academische Opleiding Geneeskunde) Urgentiegeneeskunde welke wordt georganiseerd door de afdeling anesthesiologie van het VU medisch centrum in Amsterdam.
      Cfr. :
      http://www.bol.com/nl/p/boeken/pijnbestrijding-onder-spoedeisende-omstandigheden-druk-1/1001004002034228/index.html

    41. Pijnbestrijding via neurostimulatie
      Langziek.nl, (laatst bijgewerkt) 16-07-2005
      Pijn is een subjectief gegeven.
      Ieder ervaart pijn verschillend, en dus zal ook iedereen verschillende manieren van pijnstilling gaan zoeken.
      Er worden twee vormen van Neurostimulatie die het meeste gebruikt worden met mekaar vergeleken.
      Ze werken beiden verschillend.
      Cfr. :
      http://www.langziek.nl/zorg-index.php?p=neurostimulatie

    42. Pijnkenniscentrum Maastricht
      Cfr. :
      -
      http://www.pijn.com/
      - http://www.pijn.com/medici/index.htm
      -
      http://www.pijn.com/patienten/

    43. Remicade (Infliximab) voor de behandeling van pijn bij diepe endometriose
      Cfr. :
      http://www.gynsurgery.org/ols/uploads/endo_trial_Remicade.pdf

    44. ReumapatiŽnt - Behandeling moet pijn minstens halveren
      Cfr. :
      -
      http://www.reumacentrumtwente.nl/?q=node/180
      - http://www.zorgkrant.nl/read.html?id=6337

    45. Spreekuur pijnbestrijding
      Cfr. :
      http://www.rijnland.nl/nl/p466d0347833b4

    46. Stichting Pijn-Hoop
      Stichting Pijn-Hoop is een organisatie voor mensen met chronische pijn, door mensen met chronische pijn en verder voor iedereen die al dan niet beroepshalve geÔnteresseerd is in het onderwerp pijn.
      Sinds de oprichting in 1988 is Stichting Pijn-Hoop er in geslaagd een belangrijk steun- en informatiepunt te zijn voor mensen met chronische pijn, maar ook voor vele medewerkers in de gezondheidszorg.
      Cfr. :
      http://www.pijn-hoop.nl/


    Lees verder : Deel VII

    18-03-2009 om 22:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ? - Deel VII
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






     


    Altijd pijn - Wat is hier aan te doen ?

    Deel VII


    1. Studie - Acupunctuur helpt tegen hoofdpijn
      Broer Scholtens - de Volkskrant, 21-01-2009
      Acupunctuur helpt tegen hoofdpijnen bij onder andere migraineaanvallen, maar het maakt niet uit waar naalden worden gezet.
      Dat concludeert een groep Duitse onderzoekers van de Technische Universiteit in MŁnchen, in opdracht van de prestigieuze Britse Cochrane Library, een instituut dat kritisch kijkt naar medische studies.
      De Duitse artsen hielden meer dan 33 studie tegen het licht waarbij meer dan 6300 hoofdpijnpatiŽnten waren betrokken.
      Hun conclusie is opmerkelijk omdat een acupuncturist er juist vanuit gaat dat de huid voor hoofdpijn op specifieke plaatsen met naalden moet worden aangeprikt en dat priklocaties dus erg belangrijk zijn.
      De Duitse onderzoekers, die zich hebben gespecialiseerd in onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve geneeskunde, hebben studies geanalyseerd waarbij acupunctuur minstens acht weken achtereen is gebruikt om hoofdpijn te reduceren.
      De onderzoekers onder supervisie van Klaus Linde, bekeken of acupunctuur een extra bijdrage kon leveren aan pijnstilling naast pijnstillers.
      Zoīn extra effect is er, stellen de onderzoekers, maar precies geplaatste naalden leverden evenveel extra pijnstilling op als nepgeplaatste naalden.
      ďBeide studies tonen aan dat acupunctuur het beste is te gebruiken door hoofdpijnpatiŽnten die geen of weinig medicijnen willen slikkenĒ, adviseert Linde.
      Cfr. :
      http://www.volkskrant.nl/wetenschap/article1135310.ece/Studie_acupunctuur_helpt_tegen_
      hoofdpijn

    2. TENS bij chronische pijn
      Cfr. :
      http://www.fysiotherapie-hoogstraat.nl/folders/TENS%20bij%20chronische%20pijn.pdf

    3. The pain divide between men and women
      Wilson JF : jenwilson@acponline.org - Ann Intern Med. 2006 Mar 21;144(6):461-4 - PMID: 16549870
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16549870

    4. The WHO analgesic ladder for cancer pain management. Stepping up the quality of its evaluation
      Jadad AR, Browman GP, Department of Clinical Epidemiology and Biostatistics, McMaster University, Hamilton, Ontario, Canada - PMID: 7500538 - JAMA. 1995 Dec 20;274(23):1870-3
      Objective - To perform a systematic review of studies evaluating the effectiveness of the World Health Organization (WHO) analgesic ladder as an intervention for cancer pain management.
      Data sources - Systematic search of MEDLINE from 1982 to 1995, hand search of textbooks and meeting proceedings, reference lists and direct contact with authors.
      Study selection - Studies of any methodological design were included if they evaluated patients with cancer pain treated according to the WHO analgesic ladder and if the studies provided enough information to estimate the proportion of patients who achieved adequate analgesia with the use of the ladder.
      The strength of the evidence provided by each study was assessed separately by both authors using current concepts.
      Data extraction - From the hard copy of each study report, the first author's name, publication year, study design, number of dropouts per study and proportion of patients with adequate analgesia in each study were extracted.
      Data synthesis - Eight studies purporting to evaluate the effectiveness of the WHO ladder were included in the review.
      Meta-analysis was not performed because the studies were case series with no control groups.
      The studies had other limitation: none provided information on the conditions in which pain was assessed; two were retrospective; one had short follow-up periods; three had high withdrawal rates; and one had variable follow-up periods.
      Analgesia was adequate in 69% to 100% of patients analyzed in the studies.
      Conclusions - The studies available provide valuable information on the course of cancer pain and its treatment.
      However, the evidence they provide is insufficient to estimate confidently the effectiveness of the WHO analgesic ladder for the management of cancer pain.
      Until results from carefully designed controlled trials are available, it would be inappropriate to judge the performance of clinicians, programs and institutions or to design policies based on such evidence.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=PubMed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=7500538&ordinalpos=6&itool=
      EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

      Also read the comments on this article :
      - When will adequate pain treatment be the norm ?
      Hill CS Jr. - JAMA. 1995 Dec 20;274(23):1881-2 - PMID: 7500540
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7500540?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_Dis
      coveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

      - Pain control and the World Health Organization analgesic ladder
      Ventafridda V, Stjernsward J - JAMA. 1996 Mar 20;275(11):835-6 - PMID: 8596213
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8596213?ordinalpos=2&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_Dis
      coveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

      - Pain control and the World Health Organization analgesic ladder
      Reidenberg MM - JAMA. 1996 Mar 20;275(11):835; author reply 836 - PMID: 8596211
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8596211?ordinalpos=3&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_Dis
      coveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

      - Pain control and the World Health Organization analgesic ladder
      Twycross R, Lickiss N - JAMA. 1996 Mar 20;275(11):835; author reply 836 - PMID: 8596212
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8596212?ordinalpos=4&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_Dis
      coveryPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    5. Tramadol
      Tramadol is een analgeticum met centrale werking waarvan de morfine-achtige effecten vergelijkbaar zijn met deze van codeÔne.
      Uit gecontroleerde studies blijkt dat de doeltreffendheid bij musculo-skeletale pijn vergelijkbaar of groter is dan deze van dextropropoxyfeen.
      Tramadol heeft geen ongewenste effecten ter hoogte van de maagmucosa en interageert niet met de orale anticoagulantia.
      Het kan daarentegen nausea, sedatie en duizeligheid veroorzaken (monddroogte, zweten, beven, convulsies en anafylactische reacties zijn eveneens beschreven).
      Cfr. :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Tramadol 
      -
      http://www.dokteronline.com/tramadol/index.html 
      -
      http://www.artsenapotheker.nl/q/tramacet
      - http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_geneesmiddelen/TRAMADOL-10302-537-art.htm 
      -
      http://www.minerva-ebm.be/articles/nl/2007/6-2007/6-2007_tramadol89_90.pdf 

    6. Zenuwblokkades
      Pijn Kennis Centrum Maastricht
      Pijn is een ingewikkeld verschijnsel.
      In het algemeen ontstaat pijn doordat zenuwen in een gebied van weefselbeschadiging signalen naar de hersenen (kleine elektrische stroompjes) vervoeren, alwaar men zich van pijn bewust kan worden.
      Een manier om dit soort pijn te bestrijden is dus om de zenuw die deze prikkels vervoert te onderbreken.
      Dit wordt 'zenuwblokkade' genoemd.
      Hoewel dit op het eerste gezicht logisch lijkt, kan helaas niet alle pijn door zenuwblokkades behandeld worden.
      Zo kan men niet zomaar elke zenuw in het lichaam blokkeren, zonder ernstige bijwerkingen.
      Anderzijds zijn er soorten pijn die worden veroorzaakt door afwijkingen in hersenen en ruggenmerg.
      Hierbij spelen de verder naar buiten gelegen zenuwen geen rol; het heeft dan dus ook geen zin om deze te onderbreken.
      Voordat tot een zenuwblokkade wordt overgegaan wordt dan ook zo zorgvuldig mogelijk nagegaan waar de pijn vandaan komt.
      Meestal worden eerst proef-blokkades met een tijdelijk verdovende vloeistof (zoals ook de tandarts gebruikt) uitgevoerd.
      Heeft zo'n blokkade een goed effect, dan kan tot een meer definitieve verdoving overgegaan worden.
      Dit gebeurt meestal door de betreffende zenuw te verwarmen ('radiofrequentie').
      Cfr. :
      http://www.pijn.com/medici/index3.htm

    7. Zorgverleners onderschatten pijn
      Christie Klaucke Ė Nursing, 18-01-2008
      Artsen en verpleegkundigen onderschatten pijn bij kankerpatiŽnten.
      Dat zegt prof. dr. Kris Vissers, hoogleraar palliatieve zorg en pijnbestrijding aan het UMC St Radboud te Nijmegen, in een interview met Nursing.
      Kris Vissers is voorzitter van de werkgroep die de richtlijn ĎDiagnostiek en behandeling van pijn bij patiŽnten met kankerí heeft opgesteld (cfr. :
      http://www.nursing.nl/verpleegkunde/specialismen/article/4102/prof-kris-vissers-over-pijn-bij-kanker/6 -).
      Volgens Vissers wordt pijn door zorgverleners onderschat en ontbreekt het aan hulpmiddelen om pijn te meten : 'Als je geen goede hulpmiddelen hebt, is het moeilijk om pijn te bestrijden. Daarom stellen wij ook in de richtlijn : mťťt regelmatig de pijn, bij iedere patiŽnt met kanker. Er zijn acht verschillende pijnkaartjes, maar pijnmeetinstrumenten worden niet veel gebruikt. Daar moet mee gestart worden.í
      Syndroom
      Volgens Vissers is het vakgebied pijn pas de laatste jaren in opkomst : 'Pijn werd lang gezien als een symptoom van een grotere ziekte. Maar als je onvoldoende aandacht hebt voor pijn, wordt het een syndroom. Dit moet je voorkomen.'
      Webtv
      Donderdag avond 24 januari aanstaande discussieert prof. Kris Vissers met andere deskundigen over het onderwerp tijdens een live webtv-uitzending over pijn bij kanker, georganiseerd door Medisch Contact en Nursing.
      Cfr. :
      http://www.nursing.nl/home/nieuw/1458/zorgverleners-onderschatten-pijn/6 

    18-03-2009 om 22:42 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dr. Teitelbaum interviewed
    Klik op de afbeelding om de link te volgen













    Go to :
    http://www.endfatigue.com/health_articles_c/Cfs_fm-teitelbaum_on_good_morning_america.html 


    18-03-2009 om 18:53 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Namibische woestijnplant vermijdt osteoporose bij reumato√Įde artritis
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



     















    Namibische woestijnplant
    vermijdt osteoporose bij reumatoÔde artritis

    Valerie Gossye - Valerie.Gossye@UGent.be
    Vakgroep Fysiologie, Universiteit Gent, 12-03-2009

    Een eenvoudige plantenmolecule, afkomstig uit een Namibische woestijnplant, doorstaat niet alleen met gemak de vergelijkende test met cortisone als krachtige ontstekingsremmer, maar blijkt nu ook in staat om een veelvoorkomend neveneffect, namelijk osteoporose, te kunnen omzeilen.
    Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van dr. Valerie Gossye (Vakgroep Fysiologie).

    De onderzoekster vergeleek het geneeskrachtige effect van cortisone met die van het plantaardige derivaat, Compound A (CpdA).
    Hiervoor had zij toegang tot ontstoken gewrichtsweefsels van patiŽnten, die lijden aan een chronische reumatoÔde artritis.
    Dr. Gossye stelde vast dat CpdA zelfs na langdurige behandelingsschemaís zijn ontstekingsremmende werking bleef behouden, dit in tegenstelling tot cortisone.


    Nieuwe baanbrekende bevindingen

    Vandaag worden hoofdzakelijk de nieuwere ziekte-modulerende anti-reumatische geneesmiddelen, maar ook cortisone gebruikt om reumapatiŽnten te behandelen.
    Ongeveer de helft van de reumapatiŽnten wordt behandeld met cortisone.
    Cortisone werd lang beschouwd als een zuivere symptomatische behandeling, maar recentelijk is gebleken dat lage hoeveelheden cortisone bij het ontstaan van het ziektebeeld een merkelijke vertraging van de gewrichtsschade kunnen bewerkstelligen.

    Helaas gaat herhaalde of langdurige behandeling met cortisone gepaard met neveneffecten zoals diabetes en osteoporose.
    Bovendien kan bij sommige patiŽnten op termijn ook een resistentie voor de ontstekingswerende effecten van cortisone vastgesteld worden.
    Alhoewel het verlies van een geneeskrachtige respons op langere termijn een belangrijk therapeutisch probleem vormt, wordt dit aspect vaak vergeten in de zoektocht naar nieuwe en verbeterde therapieŽn.

    Eerder UGent-onderzoek toonde reeds aan dat CpdA, als sleutel, hetzelfde slot kan gebruiken als cortisone, maar dat CpdA ontstekingen evenwel kan afremmen zonder het diabetes-neveneffect op te wekken.
    Dr. Gossye voegde hier nog een belangrijk wapenfeit aan toe.
    Zij toonde via studies in menselijke beendercellijnen aan dat met CpdA de kans op het ontstaan van osteoporose opmerkelijk kleiner zou zijn.
    Verrassend genoeg bleek op termijn het ontstekingsremmend effect van cortisone in de ontstoken gewrichtsweefsels van patiŽnten enorm achteruit te gaan (maar de neveneffecten bleven behouden), terwijl het effect van CpdA gestaag bleef aanhouden.


    ReumatoÔde artritis

    ReumatoÔde artritis is een chronische ontstekingsziekte waarvan de oorzaak en aanleiding grotendeels ongekend zijn.
    Bijna 1% van de Westerse bevolking wordt getroffen door deze ziekte, die allesbehalve onschuldig is.
    De ziekte treft meer vrouwen dan mannen en vermindert zelfs de levenskansen met 3 tot 7 jaar.
    De aggressieve woekering van het bindweefsel binnenin het gewricht, de vernietiging van kraakbeen en erosie van bot vormen de hoofdkarakteristieken van deze ziekte.
    Gewoonlijk zijn meerdere gewrichten tegelijkertijd aangetast.
    Handen, voeten en knieŽn vormen typische doelwitten.


    Belang voor medische wereld

    Het belang voor de medische wereld is duidelijk.
    Het feit dat de CpdA-sleutel voor een gedeelte hetzelfde slot gebruikt als cortisone, maar terzelfdertijd de therapie-resistentie en de neveneffecten kan omzeilen, bewijst dat de gunstige effecten van cortisone daadwerkelijk losgekoppeld zouden kunnen worden van de neveneffecten.
    Dr. Gossye stelt dat de uitdaging hier niet eindigt, maar dat verder onderzoek nodig is om deze bevindingen daadwerkelijk verder te kunnen vertalen naar nieuwe therapieŽn in de kliniek, toepasbaar voor allerhande chronische ontstekingen.


    Het doctoraatsonderzoek werd begeleid door dr. Karolien De Bosscher, in samenwerking met Prof. Dirk Elewaut (Vakgroep Inwendige Ziekten, Dienst reumatologie).
    De bevindingen van het onderzoek werden gepubliceerd in twee toonaangevende vaktijdschriften : ĎThe Journal of Immunologyí (cfr. hieronder) en ĎAnnals of the Rheumatic Diseasesí (cfr. hieronder) .

    Info

    Dr. Valerie Gossye
    Vakgroep Fysiologie
    Tel. : 09 264 50 47 of 09 264 51 47
    E-mail :
    Valerie.Gossye@UGent.be

    Cfr. : http://www.ugent.be/nl/nieuwsagenda/nieuws/persberichten/gossye.htm



    A plant-derived ligand favoring monomeric glucocorticoid receptor conformation with impaired transactivation potential attenuates collagen-induced arthritis

    Dewint P, Gossye V, De Bosscher K, Vanden Berghe W, Van Beneden K, Deforce D, Van Calenbergh S, MŁller-Ladner U, Vander Cruyssen B, Verbruggen G, Haegeman G, Elewaut D, Department of Rheumatology, Ghent University Hospital, De Pintelaan 185, Ghent, Belgium - J Immunol. 2008 Feb 15;180(4):2608-15 - PMID: 18250472

    The glucocorticoid receptor (GR) is a transcription factor regulating its target genes either positively, through direct binding to the promoter of target genes or negatively by the interference with the activity of transcription factors involved in proinflammatory gene expression.
    The well-known adverse effects of glucocorticoids are believed to be mainly caused by their GR-mediated gene-activating properties.
    Although dimerization of GR is thought to be essential for gene-activating properties, no compound has yet been described which selectively imposes GR monomer formation and interference with other transcription factors.
    In the present study, we report on a GR-binding, plant-derived compound with marked dissociative properties in rheumatoid arthritis fibroblast-like synoviocytes, which are important effector cells in inflammation and matrix degradation in rheumatoid arthritis.
    In addition, these findings could be extended in vivo in murine collagen-induced arthritis, in which joint inflammation was markedly inhibited without inducing hyperinsulinemia.
    Therefore, we conclude that GR monomers are sufficient for inhibition of inflammation in vivo.

    Cfr. :
    -
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18250472?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_Discovery
    Panel.Pubmed_Discovery_RA&linkpos=3&log$=relatedarticles&logdbfrom=pubmed

    - http://www.jimmunol.org/cgi/content/abstract/180/4/2608



    A plant-derived glucocorticoid receptor modulator attenuates inflammation without provoking ligand-induced resistance

    Valerie Gossye 1, Dirk Elewaut 2, Katrien Van Beneden 2, Pieter Dewint 2, Guy Haegeman 1* and Karolien De Bosscher 1 -- 1 Ghent University, Belgium -- 2 Ghent University Hospital, Belgium -- * To whom correspondence should be addressed : guy.haegeman@ugent.be - Ann Rheum Dis. Published Online First: 9 February 2009 - © 2009 BMJ Publishing Group Ltd & European League Against Rheumatism

    Background
    Acquired resistance to glucocorticoids (GCs) constitutes a major clinical challenge, often overlooked in the search for improved alternatives to classical steroids.
    We sought to unravel how two glucocorticoid receptor (GR) activating compounds, Dexamethasone (DEX) and CompoundA (CpdA), influence GR levels and how this can be correlated to their gene regulatory potential.

    Methods
    CpdA and DEX were applied in a short-term and in a long-term treatment protocol.
    Via Q-PCR analysis in fibroblast-like synoviocytes (FLS) the gene regulatory potential of both compounds in the two experimental conditions was analysed.
    A parallel Western blot assay revealed the GR protein levels in both conditions (ex vivo).
    Additionally, we examined the effect of systemic administration of DEX and CpdA, in concentrations effective to inhibit collagen-induced arthritis (CIA), in DBA/1 mice on GR levels (in vivo).

    Results
    CpdA does not induce a homologous down-regulation of GR in vivo and ex vivo, thereby retaining its anti-inflammatory effects after prolonged treatment in FLS.
    This is in sharp contrast to DEX, showing a direct link between prolonged DEX treatment, decreasing GR levels and the abolishment of inflammatory gene repression in FLS.
    We additionally observed that the acquired low receptor levels after prolonged DEX treatment are still sufficient to sustain the transactivation of endogenous GRE-driven genes in FLS, a mechanism partially held accountable for the metabolic side effects.

    Conclusion
    CpdA is less likely to evoke therapy resistance, as it does not lead to homologous GR down-regulation, which is in contrast to classical Gcs.

    Cfr. :
    -
    http://ard.bmj.com/cgi/content/abstract/ard.2008.102871v1
    -
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19204014



    Latest Perspectives on Antiinflammatory Actions of Glucocorticoids
    - Minireview -

    Karolien De Bosscher and Guy Haegeman
    Laboratory of Eukaryotic Gene Expression and Signal Transduction, Department of Physiology, Ghent University, 9000 Gent, Belgium - Address all correspondence and requests for reprints to : Karolien De Bosscher, Laboratory of Eukaryotic Gene Expression and Signal Transduction (LEGEST), Department of Physiology, Ghent University, KL Ledeganckstraat 35, 9000 Gent, Belgium :
    Karolien.Debosscher@Ugent.be - Molecular Endocrinology 23 (3): 281-291 - © 2009 by The Endocrine Society

    Taking into consideration that glucocorticoid (GC) hormones have been used clinically for over half a century and that more than 20 yr have passed since the cloning of the GC receptor (GR), it is hard to imagine that novel aspects in the molecular mechanism by which GCs mediate their antiinflammatory actions are still being unveiled today.
    Partly, this is because almost on a daily basis, novel insights arise from parallel fields, e.g. nuclear receptor cofactor and chromatin regulation and their concomitant impact on gene transcription events, eventually leading to a revisitation or refinement of old hypotheses.
    On the other hand, it does remain striking and puzzling why GCs use different mechanisms in so many different cell types and on many different target genes to elicit an antiinflammatory effect.
    Meanwhile, the obvious question for the clinic remains: is the separation of GR functionalities through differential ligand design the strategy of choice to avoid most GC-mediated side effects ?
    This minireview aims to highlight some of the latest findings on aspects of the antiinflammatory working mechanisms of GCs.

    Cfr. : http://mend.endojournals.org/cgi/content/abstract/23/3/281

     

    17-03-2009 om 14:56 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    12-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Adrenal gland problems in CFS - why they occur - Dr. Buttar's Blog
    Klik op de afbeelding om de link te volgen













     

















        Adrenal gland problems in CFS

                        - why they occur -
                        Dr. Buttar's Blog

    Dr. Buttar's Blogmaster, September 22nd, 2008

    I see chronic fatigue syndrome as a stress induced disorder, by which I mean infectious stress, physical stress, mental stress, emotional stress and so on.
    The body deals with stress in ways which are either specific to that particular stressor (such as immune activation with a virus) or a general response to stress.
    As a part of that general response to stress, the adrenal glands are centrally important.
    This was well illustrated in some work done after the Second World war by the German physiologist Hans Selye.

    Selye stressed rats in nasty ways (which you and I do not want to think about).
    If he sacrificed these stressed rats he found that the adrenal gland had got larger.
    This was in order to allow it to produce more of the stress hormones cortisol, DHEA and probably others as well.

    If Selye took some rats and stressed them and then gave them a rest, he found that the adrenal glands had returned back to their normal size.

    In a third experiment Selye took rats and stressed them unremittingly with no break or rest.
    Initially the rats appeared to function fairly normally.
    However they suddenly became ill and died and when he examined them, he found that the adrenal gland had wasted away.

    I suspect this is what is happening in many of my chronic fatigue syndrome patients.
    I liken the adrenal gland to the gearbox in a car.
    When the stress goes on one can move up into third or fourth gear or even into overdrive to cope with that stress.
    However, one then needs a time of rest and recuperation for the body to recover.
    This system is necessary because if we all went round in overdrive all the time, we simply would not be able to fuel all of that activity and we would die from starvation.
    The body has to able to adjust its level of arousal to cope with the stresses of life.

    In evolutionary terms we are evolving faster now than at any previous stage and this involves us having to make changes to our lifestyle.
    Changes, whether that be change in relationships, moving house, changing jobs or whatever are inevitably stressful events.
    That combined with the fact that the population of the world is increasing and therefore we have more viruses which spread rapidly round the world causing infection, combined with the fact that the quality of our food is declining and we are further contaminating ourselves with toxic chemicals, means that our stress levels have never been greater.

    Different people can tolerate different amounts of stress.
    However, we all have our limits and anyone who is sufficiently stressed will eventually develop a ďburnout syndromeĒ.
    This is what happens when the adrenal gland fails. Coming back to the analogy of the car, this means that when the stress goes on we can no longer move into fourth or fifth gear to cope with the stress, we can only struggle on in first.
    This manifests in the body clinically with severe fatigue, both physical and mental, sleep disturbance and many other physical symptoms, which of course are all the symptoms of a chronic fatigue syndrome.

    In order to allow the adrenal glands to recover, one needs a long time of reducing mental and emotional stress, excellent diet, good nutrition and reduction of toxic stress in order to allow the adrenal gland to recover.
    It does, but it takes time.

    Cfr. : http://www.drbuttar.com/blog/2008/09/adrenal-gland-problems-in-cfs-why-they-occur/



     Underactive Adrenal Gland
    - Stresses and Problems with the Body's 'Gear Box' -

    Dr. Sarah Myhill, MD
    March 10, 2009

    Dr. Sarah Myhill is an internationally recognized UK-based fatigue specialist focused on nutrition and preventive medicine, who sees ME/CFS as a stressor-induced disorder.
    Comparing the body to a car, she describes the cells' energy-producing mitochondria as the engine, thyroid as the accelerator pedal, and the adrenal system as the gear box.

    Dr. Sarah Myhill, MD, is a UK-based fatigue specialist focused on nutrition and preventive medicine.
    This information is reproduced with kind permission (article 443, January 2009) from her educational website Ė cfr. :
    http://www.drmyhill.co.uk/ -.
    For ME/CFS patients, a special feature of Dr. Myhill's site is her free 179-page online book - "Diagnosing and Treating Chronic Fatigue Syndrome" (cfr. :
    http://www.drmyhill.co.uk/cfs_book.pdf -).

    Cfr. also Dr. Myhillís recent article with Drs. John McLaren-Howard and Norman Booth - ďChronic Fatigue Syndrome and Mitochrondrial DysfunctionĒ (cfr. : http://www.prohealth.com//library/showArticle.cfm?libid=14274 -) introducing ďa biochemical test which measures energy supply to body cells and therefore fatigue levels in people with Chronic Fatigues Syndrome/Myalgic Encephalomyelitis (CFS/ME)Ē.


    The adrenal gland is responsible for the body's hormonal response to stress

    The adrenal gland Ė cfr. : http://en.wikipedia.org/wiki/Adrenal_gland - produces adrenaline, which stimulates the instant stress hormone response (fight or flight reaction).
    It also produces cortisol and DHEA, which create the short- and long-term stress hormone responses :

    • Cortisol suppresses the immune system, breaks down tissues and has a generally catabolic effect [breakdown of large molecules into smaller ones to release energy].

    • However, these effects are balanced out by DHEA, which has the opposite effect - activating the immune system and building up tissues.

    All these hormones are made from cholesterol - just one reason why running a low cholesterol is not necessarily a good thing !
    Both cortisol and DHEA are essential for life - too little cortisol causes the life threatening Addison's disease (cfr. :
    http://www.endocrine.niddk.nih.gov/pubs/addison/addison.htm -); too much causes the debilitating condition Cushing's syndrome (cfr. : http://www.endocrine.niddk.nih.gov/pubs/cushings/cushings.htm -).


    The name of the game is to get the right balance

    To achieve this, both hormones must be measured.
    This can be done with the Adrenal Stress Index (ASI) test.
    By measuring and supplementing within the physiological [up to and not exceeding normal] range, with biologically identical hormones, one is not going to get any unpleasant side effects; i.e., we are trying to copy Nature and restore normality.

    The ASI test looks at cortisol and DHEA levels over 24 hours.
    This test entails taking salivary samples through the day (yippee, no needles !).
    Indeed, salivary sampling is felt to be the most accurate way of assessing steroid hormone levels.

    An abnormal result may be a symptom of other problems or it may cause problems in its own right.
    The response of the body to stress (any stress - infectious, nutritional, emotional, physical etc) is to increase the output of stress hormones.
    This gears the body up for action by :

    • raising blood pressure,

    • increasing heart rate,

    • improving mental alertness (which can cause anxiety),

    • increasing energy supply and so on.

    It is actually metabolically very inefficient because it uses up lots of energy, but totally desirable if one has to fight for one's life !
    This reaction is essential for short term stress, but unsustainable long term.
    So time for rest and recovery is equally essential.


    Problems arise when the stress is unremitting, because eventually the output of the adrenal gland will reduce, making one far less able to tolerate stress

    Indeed this is often a complaint of my CFS patients - they simply do not tolerate stress at all well.
    The pattern of the result from the adrenal stress test gives some idea where one is along the stress response time line.

    A typical CFS adrenal stress profile test result showing low levels of cortisol and DHEA is depicted on page 83 of Dr. Myhill's free online book 'Diagnosing and treating chronic fatigue syndrome' (cfr. : http://www.drmyhill.co.uk/cfs_book.pdf -).


    Interpretation of The Adrenal Stress Index Test for DHEA and Cortisol Levels

    Levels of DHEA and cortisol vary according to the level of stress and for how long that stress has been applied. Increasing cortisol production is the normal response to stress and is highly desirable, so long as the stress is removed and the adrenal glands can recover.

    On-going, unremitting stress means the adrenal gland and the whole body is in a constant state of alert, does not get time to recover and eventually packs up.
    So, there are several stages of adrenal function gradually leading to failure :

    1. Normal levels of cortisol and normal DHEA.
      Normal result.
      Normal adrenal gland.

    2. Raised cortisol, normal DHEA.
      This indicates a normal short term response to stress.

    3. Raised cortisol and raised DHEA.
      The adrenal gland is functioning normally but the patient is chronically stressed.
      So long as the stress is removed, the adrenal gland will recover completely.

    4. High levels of cortisol, low levels of DHEA.
      The body cannot make enough DHEA to balance cortisol.
      This is the first sign of adrenal exhaustion.
      This is the first abnormal response to chronic stress.
      The patient needs a long break from whatever that chronic stress may be.
      The commonest chronic stress is hypoglycemia, but also consider insomnia, mental, physical or emotional overload or whatever.
      DHEA can be supplemented to make the patient feel better, but it must be part of a package of recovery without which worsening can be expected.

    5. Cortisol levels low, DHEA levels low.
      The gland is so exhausted it can't make cortisol or DHEA.
      By this time patients are usually severely fatigued.

    6. Cortisol levels low, DHEA borderline or normal.
      This probably represents the gland beginning to recover after a long rest.
      DHEA may be used to help patients feel better whilst they continue their program of rest and rehabilitation.


    In Addison's disease there is complete failure of the adrenal gland not because of chronic stress but because of autoimmunity

    This is a life threatening disorder and the patient is severely ill.
    The main clinical symptom is severe postural hypotension [aka POTS or dizziness when rising to an upright position, diagnosed via a Tilt Table Test] and chronic hypoglycemia.

    Addison's disease is tested for by a short synacthen test in which cortisol levels are measured before and after an adrenal gland stimulant ACTH [also known as the short or rapid ACTH test].
    Many patients with CFS are given this test, which is found to be normal resulting in the patient being told their adrenal gland is fine and no action is required.

    The problem with this test is it only shows where the adrenal gland is completely non-functioning - it does not diagnose partial adrenal failure or adrenal stress and no measurements of DHEA are made.
    This makes it potentially misleading.


    Treatment

    The idea with treatment with cortisol and with DHEA [supplementation] is to stay within physiological ranges - up to, but not more than, normal amounts.
    By doing this there are no side effects in the short or long term.
    Many doctors and patients recoil at the prospect of taking steroid hormones.
    Remember, all the side effects of steroid hormones are created by the dose.
    Using physiological as opposed to pharmacological doses avoids all these problems.

    A normal adrenal gland produces about 10-50mgs of DHEA daily and 20-25mgs of hydrocortisone daily.
    Steroid side effects would appear after a few weeks of 100mgs a day or a few months at 50mgs a day
    .

    DHEA is available over the counter in the U.S., where the FDA has classified it as a food supplement up to a daily dose of 25mgs....

    I start my patients on 12.5mgs (for small people) and 25mgs (for larger people) of DHEA a day, taken in the morning.
    I like to recheck a single DHEA after 3 months to make sure I am staying within physiological ranges and because a few patients need 50mg.

    Cortisol again needs to be used in sub-physiological doses Ė i.e., up to, but not more than 10mgs a day (please note that the usual steroid most often used is prednisolone; 5mgs of prednisolone is equivalent to 20mgs of hydrocortisone).
    Both these are prescription only drugs.

    After 3 to 6 months, if the patient wishes to continue taking DHEA, then levels need to be re-checked by doing a single sample salivary DHEA (you can order this test from my website - DHEA (saliva) single (cfr. 'DHEA (saliva) single - Lab 21' at : http://www.drmyhill.co.uk/test.cfm?id=23 -) - and elsewhere online for those outside the UK.

    Cortisol levels replete reliably well and it is not necessary to recheck cortisol levels.

    As the patient improves, usually hydrocortisone can be stopped - typically after 1 to 2 years.
    I suspect DHEA is an acquired metabolic dyslexia - that is to say, as we age we get less good at making it :

    • Young people can often stop DHEA as they improve and maintain levels,

    • But older people often benefit from taking DHEA long term.


    Low-Dose Hydrocortisone CFS Trial

    In a randomized, controlled, crossover trial of low-dose hydrocortisone treatment for CFS ('Low-dose hydrocortisone in chronic fatigue syndrome - A randomised crossover trial' - Dr. Anthony J Cleare, et al. Lancet; Vol 353, issue 9151 Ė cfr. : http://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(98)04074-4/fulltext -), 32 participants, fulfilling both the Oxford and CDC 1994 criteria, completed this short-term trial.
    Participants received 5mg or 10mg of hydrocortisone for 28 days and placebo for 28 days.

    The results revealed modest, statistically significant improvements in fatigue with this low-dose hydrocortisone treatment compared with placebo.
    The degree of disability was also reduced with hydrocortisone treatment but not with placebo.
    There was no significant difference in changes in fatigue score when 5mg and 10mg doses were compared.

    The authors suggest that, in view of the lack of dose response in this study, 5mg is a sufficient low dose of hydrocortisone.

    Participants who responded to this hydrocortisone treatment did not differ from "non-responders" in terms of their pre-treatment cortisol levels.
    Although none of the participants in this study had a current psychiatric illness, those who responded to hydrocortisone treatment had fewer psychiatric symptoms prior to treatment.

    Based on the results of the insulin stress test, this short-term, low dose hydrocortisone treatment was not found to cause significant suppression of adrenal gland function.
    None of the participants dropped out of the study and only minor side effects were reported.

    The authors conclude that this low-dose hydrocortisone treatment resulted in "significant reduction in self-rated fatigue and disability in patients with chronic fatigue syndrome".


    Comment

    This study sheds interesting light on the possible role of low cortisol levels in the disease processes involved in CFS.
    Caution is required, however, in interpreting the results.
    Participants' baseline cortisol levels could not predict their response to hydrocortisone treatment and participants appeared to have baseline cortisol levels within the normal reference range.

    In another randomized controlled trial of low-dose hydrocortisone therapy in CFS Ė cfr. 'Low-Dose Hydrocortisone for Treatment of Chronic Fatigue Syndrome' at : http://jama.ama-assn.org/cgi/content/full/280/12/1061 -, McKenzie et al. used a higher "low-dose" hydrocortisone treatment of 25 to 35mg daily.
    They found that this dose was associated with some improvements in symptoms but caused significant adrenal suppression.

    Neither of these research teams currently recommended the use of hydrocortisone as a treatment for CFS.
    The Cleare study assessed the effects of hydrocortisone treatment in the short-term only.
    As the authors point out, further studies involving longer durations of treatment and follow-up [would be] required to assess the long-term effectiveness and safety of this treatment.

    Ed Note : Also on the high-profile subject of cortisol in ME/CFS, see "Recalibrating 'fight or flight' Ė counter-intuitive new treatment for chronic fatigue syndrome & other chronic stress disorders" Ė cfr. : http://www.prohealth.com//library/showArticle.cfm?libid=14271 - , summarizing a recent report by Drs. Ben-Zvi, Vernon and Broderick, suggesting a therapy that ďchallenges the conventional strategy of supplementing cortisol levelsĒ for some patients.


    Cfr. : http://www.prohealth.com/ME-CFS/library/showArticle.cfm?libid=14383&B1=EM031109C


    12-03-2009 om 17:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tips for winning a fibromyalgia or chronic fatigue syndrome disability case... and... what actually happens at a social security disability hearing ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


























     




































    Tips for winning
    a fibromyalgia or chronic fatigue syndrome
    disability case
    ...
    and...
    what actually happens
    at a social security disability hearing
    ?

    Jonathan Ginsberg, Attorney, Atlanta, Georgia - ProHealth, Inc., February 21, 2009

    Jonathan Ginsberg is a practicing Social Security attorney in Atlanta.
    This material is reproduced with kind permission of the author from his "Social Security Disability" resource website Ė cfr. :
    http://www.4socialsecuritydisability.net -.
    In addition to his website, Mr. Ginsberg maintains a blog Ė cfr. :
    http://www.ssdanswers.com -) where patients may submit questions and receive professional responses and an Internet Social Security Disability radio program featuring Q&A and interviews "about winning case strategies and forthcoming changes to the disability adjudication process."

    Jonathan Ginsberg is a Social Security Disability case lawyer specialized in representing patients with chronic illnesses such as Chronic Fatigue Syndrome and Fibromyalgia.
    He maintains a "Social Security Disability" website offering resources from disability lawyers all over the U.S., plus a blog and radio program where patients may submit questions and receive professional responses.
    Though he uses examples from FM cases here, the concepts apply equally to CFS and other "invisible" disabilities.


    1. - Tips for winning
    a fibromyalgia or chronic fatigue syndrome
    disability case

    In a disability case, you need to prove one thing - that you are not able to work.
    If you remember nothing else about Social Security disability, remember that your capacity for performing work is the only thing that matters to a Social Security judge.

    1.1 - Your ability to perform an easy job - the main issue

    Your underlying medical condition Ė FM, CFS or any other medical problem - is only important to the Social Security Judge if your symptoms limit you from performing a job 8 hours a day, 5 days a week.

    Thus, for example :

    • I have won cases in the Atlanta hearing offices in which my clientís medical problem was a moderate, functional heart defect, but in this clientís case, her anxiety about her condition was so severe that she could not concentrate at work.

    • Similarly, I have seen judges deny cases in which a claimant had three herniated discs, but was able to function in a minimally demanding job because of an unusually high pain threshold.

    In most cases, the judgeís decision really boils down to his/her decision about whether you could hold down a simple, sit-down type of job that requires no training; that allows you to sit, stand and adjust your position; and that is not production oriented.

    In fact, in most hearings, the Judge will call a Ďvocational expertí to testify about work you have done in the past and about simple, minimally demanding jobs that exist in the national economy (cfr. the detailed description of "What Actually Happens at Your Social Security Disability Hearing" in the accompanying article, below].

    1.2 - Comprehensive medical records - A key to winning

    As a claimantís lawyer, my job is to identify medical records that suggest work limitations.
    In many cases this means I need to review all of the medical records, then create a functional capacity checklist that includes both the limitations associated with your particular case and the impairment categories used in Social Security cases.

    We then ask your doctor to complete the checklist for submission to the Judge.

    Note that :

    • We do not ask the doctor to decide if you are Ďdisabledí - that is a legal decision for the Judge.

    • Instead, we ask your doctor to help Ďtranslateí his medical conclusions into specific work limitations.

    1.3 - What is the Judge thinking ?

    There is a perception that Social Security disability cases based on Fibromyalgia [or Chronic Fatigue Syndrome] are difficult to win.
    It is true that some judges have a problem acknowledging a medical syndrome (not a "disease") that cannot be detected by a blood test and that can have a wide range of symptoms (cfr. the clinical definition of Fibromyalgia as set forth by the American College of Rheumatology at :
    http://www.nfra.net/Diagnost.htm Ė and the diagnostic driteria for Chronic Fatigue Syndrome at : http://www.immunesupport.com/chronic-fatigue-syndrome-diagnostic.htm -).

    Nevertheless, my experience has been that you can get creative in offering a Judge a theory of disability.

    Not too long ago, for example :

    • I represented a Fibromyalgia client before a Judge who called a psychiatrist as an expert witness.
      The Judge granted benefits on the ground that my clientís "fibro fog" was equivalent to a chronic state of anxiety - a psychiatric condition.

    • Two weeks later, I tried a different Fibromyalgia case before another Judge in the same hearing office.
      This Judge awarded benefits (correctly in my opinion) on the basis of a combined impairment - recognizing the combined effect of Fibromyalgiaís impact on my clientís physical and mental condition.

    • Yet a third Judge in this same hearing office granted another case on the basis that my clientís condition was equivalent to an orthopedic condition - severe arthritis.

    Obviously, I am most interested in winning cases for my clients, although I do find it interesting that some judges must really struggle to find a legal basis to award benefits.
    Further, I think it is fair to say that judges in big cities like Atlanta are probably more likely to see Fibromyalgia [and Chronic Fatigue Syndrome] patients supported by knowledgeable physicians and long treatment histories.

    Fortunately, even if judges donít understand the condition, many will honor the opinion of your treating physician, especially if you have a long and continuous treatment record (the legal term for a thorough medical history is a "longitudinal treatment record").

    1.4 - Focus on specific symptoms

    I find that it is important to focus on Fibromyalgia symptoms other than just generalized body pain.
    Remember, judges see claimants every day complaining of "pain all over".
    These cases are not Fibromyalgia, but pains caused by arthritis, obesity, poor nutrition, mild diabetes etc.

    Judges are people and they tend to discount complaints they hear again and again.
    As you may know, Fibromyalgia or CFS often produce a number of other identifiable symptoms, including loss of balance, digestive problems, irritable bowel syndrome, slurred speech, vision problems, depression, swelling, memory loss, cognitive loss, fatigue, sleeplessness etc.

    Many patients get used to living with these symptoms and fail to mention all of them to their doctors or to the judge.

    One technique I recommend to my clients is to obtain a calendar and keep diary notes about how you feel and what symptoms you experience each day.
    Make lists.
    Ask for your spouseís or childrenís observations.
    It has been my experience that judges may not want to grant your case based on overall body pain, but may feel more comfortable focusing on your digestive or balance problems.
    Make the judgeís (and your lawyerís) job easy !

    You might find it helpful to read a Judgeís decision in a Fibromyalgia case (the file at : http://www.4socialsecuritydisability.com/Fibro%20decision.pdf - offers two of my recent favorable Fibromyalgia decisions from the Atlanta Office of Hearings & Appeals).
    The first case involved a 38-year-old woman with an extensive job background who suffers from Fibromyalgia as well as numerous gastrointestinal and other complications.
    Note that the Judge focuses on my clientís work history and that she is very credible because she has been seeking a medical solution to her problem.

    1.5 - Deciding on a start-date for your disability

    I also have found that many of my Fibromyalgia clients were ambitious and hardworking in their careers and jobs.
    Subconsciously or otherwise, many Judges realize that few claimants would trade the money and job satisfaction of a challenging career for the fixed income offered by Social Security disability.

    I therefore usually encourage my clients to testify about :

    • what they did before they stopped work,

    • how they tried to hang on, even while fighting increasing levels of pain and fatigue and

    • how they would greatly prefer their former way of life.

    You may also be able to "push back" the starting date for your benefit payments if your last few weeks or months of work were not in the nature of "competitive employment".
    For example, if your boss allowed extra absences or changed your job description, the judge may find that you did not engage in competitive work activity.

    Similarly, if you previously applied for benefits, received a denial, then tried unsuccessfully to return to work, you may be eligible for months or years of past due benefits.
    Issues related to amending your onset date are beyond the scope of this article, but should be evaluated.

    Note : The comments and opinions expressed here should not be considered legal advice, as every Social Security Disability case is different and depends on your individual case information.
    Further, the author makes no warranty, express or implied, about the accuracy or reliability of this information.
    You should not act or rely on any information without seeking the advice of an attorney or qualified non-attorney representative.



    2. - 
    What Actually Happens
    at a Social Security Disability Hearing
     ?

    You have waited a year or longer.
    The big day is finally here.
    Your Social Security hearing is tomorrow.
    What is going to happen ?
    Who will be there ?
    What does the Courtroom look like ?
    Will you be asked a lot of questions ?

    Your hearing is your best chance for winning disability benefits.
    Prior to the hearing, your case was evaluated by a State Agency Adjudicator - a government employee whom you did not meet face to face and whose evaluation of your case was based on your medical records only.
    And, since your doctorís reports did not contain certain medical terms, nor did they discuss specific vocational restrictions, your case was denied.
    For more information about the initial application and the reconsideration stage of your case, read this :

    How to Appeal your Denied Social Security Disability Case
    When you apply for disability benefits, there is a good chance that your application will be denied.
    Frequently deserving cases will be denied because the Social Security claims agent does not have medical records or other documentation to fully evaluate your claim.
    If you are denied, do not give up.
    You can and should appeal your denial by filing a "request for reconsideration" within 60 days after receiving your denial.
    If your reconsideration appeal is also denied, you can and should request a hearing before a Social Security judge.
    Here, too, you have 60 days to file an appeal.
    You may wish to consult useful publications for assistance in completing Social Security's forms.
    Attorney Jonathan Ginsberg's Disability Answer Guide ('Social Security disability forms' Ė cfr. :
    http://www.disabilityforms.com/ -) as well as the Nolo Guides are examples of written and recorded products that can help you make sense of the confusing appeals process and can significantly improve your chances at winning early.
    When you request a Social Security hearing, your case will be assigned to an administrative law judge in your community.
    Unlike the Social Security claims agents, Social Security judges have much more decision making power to approve your case.
    In most cases, you are better off retaining a lawyer to represent you in a hearing before a judge.
    Social Security lawyers will typically handle your case under a contingency fee contract, meaning that there is no fee unless you win.
    Often you can expect to pay your lawyer 25% of past due benefits collected.
    When you choose a lawyer, you will enter into an attorney-client fee agreement that spells out the terms any fees that are charged.
    If you lose at your hearing, there are two more levels of appeal - the Appeals Council and Federal District Court.
    Both of these appeals should be undertaken with the assistance of an experienced lawyer.
    Cfr. :
    http://www.4socialsecuritydisability.com/Appeal_process.htm -.

    At a hearing, you will have the opportunity to tell your story to an experienced Administrative Law Judge.
    Your Judge is not bound by any of the findings made by the State Agency Adjudicator.
    In other words, the Judge will look at your case with a fresh pair of eyes and he or she will have the chance to meet you and look you over.

    While it is normal for you to be nervous, you should realize that most Judges want to make a fair decision and that you will be treated with dignity and respect.
    It is important, however, to know what to expect.

    2.1 - What does the Hearing Room look like ?

    The hearing room in a Social Security case is much different than traditional courtrooms you may have seen live or on TV :

    • your hearing room will be small and informal

    • the hearing will be held around a conference table

    • you will also notice an audio tape recorder and microphones used to tape the hearing

    • unlike regular court cases, Social Security hearings are not open to the public - therefore, there are no seats for spectators

    • most people like the small, informal setting; this type of set-up should help you relax and establish a dialog with the judge.

    2.2 - Who will be there ?

    The participants at a hearing will be the Judge, a hearing assistant (who operates the tape machine), you, your lawyer and possible one or more expert witnesses.

    2.2.1 - Why will expert witnesses be present at my hearing ?

    • Social Security Judges use expert witnesses to help them better understand the issues in your case

    • Expert witnesses are not there to hurt you or to help you

    • Expert witnesses come from a panel of experts selected by Social Security

    • When the Judge decides to call an expert witness, he cannot ask for a particular witness - instead, a member of the panel is assigned randomly.

    2.2.2 - The Vocational Expert
    In most cases, the Judge will call a "Vocational Expert" (also called a 'VE').

    • The VE may be a job placement professional, a professor or a vocational rehab counselor.

    • The VEís job is to classify your past work and describe for the judge the skill level of your past work (unskilled, semi-skilled or skilled) along with the exertional level called for in this job (sedentary/sit-down, light, medium or heavy).

    • The judge needs this information to determine whether your claimed impairment would prevent you from returning to your past work and whether you have acquired any skills that would transfer to less demanding work.

    • Vocational experts will be familiar with a publication called the Directory of Occupational Titles - which is a book published by the U.S. Department of Labor that describes the physical and mental requirements of all jobs that exist in the United States.

    2.2.3 - Examples of Vocational Expert testimony
    The Judge will use the VE to "translate" your medical problems into work limitations.
    After listening to your testimony, the Judge will turn to the Vocational Expert and pose one or more questions about your job capacity.
    For example, in a recent hearing the Judge posed the following questions to the VE :

    • "Mr. VE, assume I find that the claimant is 48 years old, with a high school education and has past work as a machine operator, as a shift supervisor at a convenience store and as a shift supervisor at a retail store.
      Further assume that I find that the claimant has been diagnosed with fibromyalgia and has a moderate level of pain all the time.
      Further assume that the claimant can stand for no more than 20 minutes at a time and that standing can constitute no more than 2 hours total during a work day.
      Sitting is unlimited, although the claimant needs a "sit/stand" option.
      Could this claimant return to her past work ?
      Could she do any other work ?

    • "Mr. VE, assume the same limitations set out in question 1, but add the following limitations.
      Assume that I find that the claimantís testimony is credible in her statement that her pain level rises to a "severe" level at least one hour per day at unpredictable times.
      This severe level of pain would cause a significant interference with attention and concentration.
      Assume further that as a result of pain, the claimant would likely leave work early or miss work entirely 1 to 2 days per week.

    What does all this mean ?
    In response to question Number 1, the VE testified that the claimant could not return to past work, but could perform a variety of unskilled, sedentary jobs.

    In response to question Number 2, the VE testified that the claimant could not return to either past work or to any other job.
    The point of this is to show you how the wording of the question to the VE can result in a win or a loss.
    That is why it is so important to get your doctorís cooperation in identifying specific work activity limitations arising from your medical condition.
    Further, your testimony should be both truthful and consistent with the limitations set out by your doctor.
    As your attorney, our job is to explain to you what is in your file and practice your testimony.

    2.2.4 -The Medical Expert
    In some cases, your Judge will call a Medical Expert as well as a Vocational Expert.
    In our experience, a Judge will call a Medical Expert :

    • If your medical record is long and complicated;

    • If you have been diagnosed with multiple conditions;

    • If there is contradictory information in your medical record.

    Some Judges call Medical Experts (also called MEís) frequently.
    Other judges call them rarely.
    Currently, the ME panel includes psychiatrists, psychologists, orthopedists, internists, cardiologists and other specialists.
    It has been our experience that the quality of testimony from various medical experts varies widely.
    Some Medical Experts testify frequently and understand the underlying vocational nature of a Social Security case.
    Other MEís provide very little help.
    Your attorney is permitted to cross examine the ME, either to clarify a point or to discredit the testimony if it is out of line.
    Vocational Expert testimony, by contrast, is usually much more consistent and predictable than Medical Expert testimony.

    2.2.5 - Where do you sit and who says what ?
    When you enter the hearing room, you will be directed to sit in a specific chair, usually one that is facing the Judge.
    The Judge will introduce himself/herself along with the Hearing Assistant and the Vocational and/or Medical Expert witnesses.
    He will then ask your attorney to state his/her name.
    The Judge will then read a very brief statement setting out the issues to be heard.
    In most cases, he will ask your lawyer to waive a formal reading of the issue.
    The Judge will then ask your lawyer if he/she has any objections to exhibits in the record and if there are any outstanding records not in your file.
    One of the things you should expect from your lawyer is a diligent effort to obtain up-to-date copies of your medical records.
    Remember, the Hearing Office will not update your records - this is your responsibility.
    It has been our experience that your Judge will be upset (and may even postpone the hearing) if important medical reports are missing.
    For this reason, you should contact your lawyerís office regularly to advise them of new treatment, new doctors etc.
    Assuming no objections, the Judge will swear you in to tell the truth.
    If your religious beliefs do not permit you to take a sworn oath, you may affirm that your statements will be true.
    The Judge may then ask your lawyer for an Opening Statement.
    Again, some Judges do and others do not.

    2.2.6 - Your testimony
    Every Judge has a different technique with regard to questions and testimony.
    Most Judges will ask all the questions, offering your lawyer a chance to follow up.
    Other Judges leave all questioning to your lawyer.
    The subjects covered in your direct examination include :

    • background information - your age, education, marital status, living arrangements (home, apartment etc.)

    • discussion of past work as performed - lifting, carrying, supervisory roles etc.

    • specific discussion of medical problems and activity limitations.

    What you must remember when testifying
    The most important things for you to remember when testifying are as follows :

    • Tell the truth

    • Be specific - instead of saying : "I canít walk very far and I canít lift very much," say : "Itís about 25 yards to my mailbox. When I get to the mailbox, I have to stop because my knees hurt so bad and my chest hurts. When I come back, I have to support myself on a fence so I wonít lose my balance"
      "As far as lifting, I tried to lift a gallon of milk about a month ago, but I could not hold it, even with both hands and it fell and spilled all over the floor."

    • It is very important that you remember and practice being specific.
      It has been our experience that you will be nervous and that at a hearing, it will be hard to think about how much you can lift, how far you can walk etc.
      Practice ahead of time !

    • Be very descriptive when describing pain.
      Donít say : "It hurts a lot";
      Instead, say : "when I get a migraine, I canít do anything. I feel nauseated and sick. I turn off the lights, lie in bed with a cold compress on my forehead and try not to think at all. It usually takes my medicine about an hour to kick in - even that does not help - it just puts me to sleep."

    • If you need to stand up and walk around, do so.
      Judges donít mind if you have to stretch out.
      This is especially important if you testify that you can sit without interruption for no more than 15 minutes, then sit still at your hearing for an hour.

    • Say : "yes" or "no"m not "uh-huh" or "huh ?" or just nod or shake your head.
      Remember that your hearing is being tape recorded.

    • Donít curse.

    • Dress neatly - you donít need your Sunday best, but you should avoid blue jeans and T-shirts.

    • Bring your bottles of medicine - the Judge may want to see them.

    • Your attitude during your testimony is important.
      Remember that your Judge sees claimants every day who want benefits.
      Your attitude ought to be : "if I could work I would work".
      Describe for the Judge what you did and how you enjoyed being productive and useful.

    • Donít tell the Judge that you are "disabled" - that is his job to decide.
      After listening to your testimony, the Judge will then take the Expert Witness testimony and ask questions of the Expert Witnesses.
      Your attorney will also be given an opportunity to ask questions of the Expert Witnesses.

    Finally, the Judge may ask you if you have any final comments.
    If everything was covered in your testimony, its OK to say "no."
    Respect the fact that the Judge has other hearings and time constraints.
    In most cases, the Judge will not issue a decision at the end of the hearing.
    You can expect to receive a written decision in four to six weeks, sometimes longer.

    Note : The comments and opinions expressed here should not be considered legal advice, as every Social Security Disability case is different and depends on your individual case information.
    Further, the author makes no warranty, express or implied, about the accuracy or reliability of this information.
    You should not act or rely on any information without seeking the advice of an attorney or qualified non-attorney representative.

    Cfr. : http://www.prohealth.com/ME-CFS/library/showArticle.cfm?libid=12585&B1=EM031109C


    11-03-2009 om 22:59 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CFS Myths - Part I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    CFS Myths
    Part I

    International Association for CFS/ME (IACFS/ME)

    The question with CFS or any illness is : counting all of the published reports and the numbers of patients in all of these reports, do the great majority of reports involving the great majority of patients find objective biological abnormalities ?
    The answer for CFS, with regard to studies of the nervous system and immune system, is yes.

    Myth 1 - CFS is a disease defined just by a group of symptoms. There are no objective abnormalities

    Many published studies report abnormalities of the central nervous system, autonomic nervous system and immune system in patients with CFS-abnormalities not present in comparison groups who are healthy or have other fatiguing illnesses.

    • The importance of orthostatic intolerance in the chronic fatigue syndrome
      Schondorf R, Freeman R, Dept. of Neurology, McGill University, Sir Mortimer B. Davis Jewish General Hospital, Montreal, Quebec, Canada : cxrs@musica.mcgill.ca - Am J Med Sci. 1999 Feb;317(2):117-23 - PMID: 10037115
      Chronic fatigue syndrome (CFS) or myalgic encephalomyelitis is a clinically defined syndrome characterized by persistent or relapsing debilitating fatigue for longer than 6 months in the absence of any definable medical diagnosis.
      The cause of this syndrome is unknown.
      Symptoms of orthostatic intolerance, such as disabling fatigue, dizziness, diminished concentration, tremulousness and nausea, are often found in patients with CFS.
      In this review, we critically evaluate the relationship between orthostatic intolerance and CFS.
      Particular emphasis is placed on clinical diagnosis, laboratory testing, pathophysiology and therapeutic management.
      It is hoped that this review will provide a stimulus for further study of this complex and disabling condition.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10037115

    • Blunted adrenocorticotropin and cortisol responses to corticotropin-releasing hormone stimulation in chronic fatigue syndrome
      Scott LV, Medbak S, Dinan TG, Department of Psychological Medicine, St Bartholomew's and the Royal London School of Medicine, West Smithfield, UK - Acta Psychiatr Scand. 1998 Jun;97(6):450-7 - PMID: 9669518
      Hypofunctioning of the pituitary-adrenal axis has been suggested as the pathophysiological basis for chronic fatigue syndrome (CFS).
      Blunted adrenocorticotropin (ACTH) responses but normal cortisol responses to exogenous corticotropin-releasing hormone (CRH), the main regulator of this axis, have been previously demonstrated in CFS patients, some of whom had a comorbid psychiatric disorder.
      We wished to re-examine CRH activation of this axis in CFS patients free from concurrent psychiatric illness.
      A sample of 14 patients with CDC-diagnosed CFS were compared with 14 healthy volunteers.
      ACTH and cortisol responses were measured following the administration of 100 microg ovine CRH.
      Basal ACTH and cortisol values did not differ between the two groups.
      The release of ACTH was significantly attenuated in the CFS group (P < 0.005), as was the release of cortisol (P < 0.05).
      The blunted response of ACTH to exogenous CRH stimulation may be due to an abnormality in CRH levels with a resultant alteration in pituitary CRH receptor sensitivity or it may reflect a dysregulation of vasopressin or other factors involved in HPA regulation.
      A diminished output of neurotrophic ACTH, causing a reduced adrenocortical secretory reserve, inadequately compensated for by adrenoceptor upregulation, may explain the reduced cortisol production demonstrated in this study.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/9669518?ordinalpos=2&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDoc
      Sum

    • Interindividual Immune Status Variation Patterns in Patients with Chronic Fatigue Syndrome - Association with Gender and the Tumor Necrosis Factor System
      Roberto Patarca MD, PhD, Department of Medicine, University of Miami School of Medicine, Miami, FL, 33101 - Nancy Klimas MD, Veterans Administration Medical Center, Miami, FL - Dmitry Sandler, Department of Medicine, University of Miami School of Medicine, Miami, FL, 33101 - Maria N. Garcia PhD, Department of Medicine, University of Miami School of Medicine, Miami, FL, 33101 - Mary Ann Fletcher MD, Department of Medicine, University of Miami School of Medicine, Miami, FL, 33101 - Journal of Chronic Fatigue Syndrome - Multidisciplinary Innovations in Research, Theory and Clinical Practice, Volume : 2 Issue : 1 : Pub Date : 04/15/1996 Ė ISSN : 1057-3321 - © Haworth Press, Inc. 2006
      Changes in soluble immune mediator levels in association with the chronic fatigue syndrome (CFS) usually occur within normal ranges and are apparent mainly as changes in the skewness of population distributions.
      The latter finding undermines the usefulness of cytokine levels as clinical tools at the individual level as has been seen in sepsis syndrome where a similar overlap occurs.
      Nonetheless, changes in cytokine levels at the population level can contribute to an understanding of the disease process.
      For example, we reported previously that significant proportions of CFS patients showed elevated serum levels of either soluble tumor necrosis factor-receptor I (sTNF-RI, sCD120a) or TNF-a as compared to controls.
      The latter results could reflect different disease processes or extremes of a common disease process.
      Using sera collected over a five-year period, we have now studied an extended cohort of 108 CFS patients and our results are consistent with a common graded disease process.
      When we assessed the effect of gender on the distributions of serum levels of immune mediators, levels of sTNF-RI, sTNF-RII (sCD 12Ob), sIL-6R (sCDl26, and sICAM-1 were found to be consistently higher among males than females and among CFS patients as compared to controls regardless of gender.
      Moreover, differences in soluble immune mediator levels between CFS and control individuals were more clearly defined when restricting the analysis to the female gender.
      These observations are consistent with endocrine influences on immunological changes.
      Cfr. :
      http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?ID=78387

    • Interleukin-1 beta, interleukin-1 receptor antagonist and soluble interleukin-1 receptor type II secretion in chronic fatigue syndrome
      Cannon JG, Angel JB, Abad LW, Vannier E, Mileno MD, Fagioli L, Wolff SM, Komaroff AL, Department of Medicine, Tufts University-New England Medical Center, Boston, Massachusetts 02111, USA - J Clin Immunol. 1997 May;17(3):253-61 - PMID: 9168406
      Chronic fatigue syndrome is a condition that affects women in disproportionate numbers and that is often exacerbated in the premenstrual period and following physical exertion.
      The signs and symptoms, which include fatigue, myalgia and low-grade fever, are similar to those experienced by patients infused with cytokines such as interleukin-1.
      The present study was carried out to test the hypotheses that (1) cellular secretion of interleukin-1 beta (IL-1 beta), interleukin-1 receptor antagonist (IL-1Ra) and soluble interleukin-1 receptor type II (IL-1sRII) is abnormal in female CFS patients compared to age- and activity-matched controls; (2) that these abnormalities may be evident only at certain times in the menstrual cycle; and (3) that physical exertion (stepping up and down on a platform for 15 min) may accentuate differences between these groups.
      Isolated peripheral blood mononuclear cells from healthy women, but not CFS patients, exhibited significant menstrual cycle-related differences in IL-1 beta secretion that were related to estradiol and progesterone levels (R2 = 0.65, P < 0.01).
      IL-1Ra secretion for CFS patients was twofold higher than controls during the follicular phase (P = 0.023), but luteal-phase levels were similar between groups.
      In both phases of the menstrual cycle, IL-1sRII release was significantly higher for CFS patients compared to controls (P = 0.002).
      The only changes that might be attributable to exertion occurred in the control subjects during the follicular phase, who exhibited an increase in IL-1 beta secretion 48 hr after the stress (P = 0.020).
      These results suggest that an abnormality exists in IL-1 beta secretion in CFS patients that may be related to altered sensitivity to estradiol and progesterone.
      Furthermore, the increased release of IL-1Ra and sIL-1RII by cells from CFS patients is consistent with the hypothesis that CFS is associated with chronic, low-level activation of the immune system.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    • A 37 kDa 2-5A binding protein as a potential biochemical marker for chronic fatigue syndrome
      K De Meirleir, C Bisbal, I Campine, P De Becker, T Salehzada, E Demettre, B Lebleu - Am J Med. 2000 Feb ;108 (2):99-105 11126321
      Purpose
      - Recent studies have revealed abnormalities in the ribonuclease L pathway in peripheral blood mononuclear cells of patients with the chronic fatigue syndrome.
      We conducted a blinded study to detect possible differences in the distribution of 2-5A binding proteins in the cells of patients with chronic fatigue syndrome and controls.
      Patients and methods - We studied 57 patients with chronic fatigue syndrome and 53 control subjects (28 healthy subjects and 25 patients with depression or fibromyalgia).
      A radioactive probe was used to label 2-5A binding proteins in unfractionated peripheral blood mononuclear cell extracts and to compare their distribution in the three groups.
      Results - A 37 kDa 2-5A binding polypeptide was found in 50 (88%) of the 57 patients with chronic fatigue syndrome compared with 15 (28%) of the 53 controls (P < 0.01).
      When present, the amount of 37 kDa protein was very low in the control groups.
      When expressed as the ratio of the 37 kDa protein to the 80 kDa protein, 41 (72%) of the 57 patients with chronic fatigue syndrome had a ratio > 0.05, compared with 3 (11%) of the 28 healthy subjects and none of the patients with fibromyalgia or depression.
      Conclusion - The presence of a 37 kDa 2-5A binding protein in extracts of peripheral blood mononuclear cells may distinguish patients with chronic fatigue syndrome from healthy subjects and those suffering from other diseases.
      Cfr. :
      http://lib.bioinfo.pl/pmid:11126321

    • Spinal fluid abnormalities in patients with chronic fatigue syndrome
      Natelson BH, Weaver SA, Tseng CL, Ottenweller JE, CFS Cooperative Research Center and Department of Neurosciences, University of Medicine and Dentistry of New Jersey-New Jersey Medical School, Newark, New Jersey, USA : bhn@njneuromed.org - Clin Diagn Lab Immunol. 2005 Jan;12(1):52-5 - PMID: 15642984
      Arguments exist as to the cause of chronic fatigue syndrome (CFS).
      Some think that it is an example of symptom amplification indicative of functional or psychogenic illness, while our group thinks that some CFS patients may have brain dysfunction.
      To further pursue our encephalopathy hypothesis, we did spinal taps on 31 women and 13 men fulfilling the 1994 case definition for CFS and on 8 women and 5 men serving as healthy controls.
      Our outcome measures were white blood cell count, protein concentration in spinal fluid and cytokines detectable in spinal fluid.
      We found that significantly more CFS patients had elevations in either protein levels or number of cells than healthy controls (30 versus 0%) and 13 CFS patients had protein levels and cell numbers that were higher than laboratory norms; patients with abnormal fluid had a lower rate of having comorbid depression than those with normal fluid.
      In addition, of the 11 cytokines detectable in spinal fluid, (i) levels of granulocyte-macrophage colony-stimulating factor were lower in patients than controls, (ii) levels of interleukin-8 (IL-8) were higher in patients with sudden, influenza-like onset than in patients with gradual onset or in controls and (iii) IL-10 levels were higher in the patients with abnormal spinal fluids than in those with normal fluid or controls.
      The results support two hypotheses : that some CFS patients have a neurological abnormality that may contribute to the clinical picture of the illness and that immune dysregulation within the central nervous system may be involved in this process.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15642984?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDoc
      Sum

    • Objective evidence of cognitive complaints in Chronic Fatigue Syndrome - A BOLD fMRI study of verbal working memory
      Lange G, Steffener J, Cook DB, Bly BM, Christodoulou C, Liu WC, Deluca J, Natelson BH, Department of Radiology, University of Medicine and Dentistry of New Jersey-New Jersey Medical School, Newark, 07103, USA : lange@njneuromed.org - Neuroimage. 2005 Jun;26(2):513-24. Epub 2005 Apr 7 - PMID: 15907308
      Individuals with Chronic Fatigue Syndrome (CFS) often have difficulties with complex auditory information processing.
      In a series of two Blood Oxygen Level Dependent (BOLD) functional Magnetic Resonance Imaging (fMRI) studies, we compared BOLD signal changes between Controls and individuals with CFS who had documented difficulties in complex auditory information processing (Study 1) and those who did not (Study 2) in response to performance on a simple auditory monitoring and a complex auditory information processing task (mPASAT).
      We hypothesized that under conditions of cognitive challenge : (1) individuals with CFS who have auditory information processing difficulties will utilize frontal and parietal brain regions to a greater extent than Controls and (2) these differences will be maintained even when objective difficulties in this domain are controlled for.
      Using blocked design fMRI paradigms in both studies, we first presented the auditory monitoring task followed by the mPASAT.
      Within and between regions of interest (ROI), group analyses were performed for both studies with statistical parametric mapping (SPM99).
      Findings showed that individuals with CFS are able to process challenging auditory information as accurately as Controls but utilize more extensive regions of the network associated with the verbal WM system.
      Individuals with CFS appear to have to exert greater effort to process auditory information as effectively as demographically similar healthy adults.
      Our findings provide objective evidence for the subjective experience of cognitive difficulties in individuals with CFS.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    • Detection of immunologically significant factors for chronic fatigue syndrome using neural-network classifiers
      Hanson SJ, Gause W, Natelson B, Department of Psychology, Rutgers University, Newark, New Jersey 07102, USA : jose@kreizler.rutgers.edu - Clin Diagn Lab Immunol. 2001 May;8(3):658-62 - PMID: 11329477
      Neural-network classifiers were used to detect immunological differences in groups of chronic fatigue syndrome (CFS) patients that heretofore had not shown significant differences from controls.
      In the past linear methods were unable to detect differences between CFS groups and non-CFS control groups in the nonveteran population.
      An examination of the cluster structure for 29 immunological factors revealed a complex, nonlinear decision surface.
      Multilayer neural networks showed an over 16% improvement in an n-fold resampling generalization test on unseen data.
      A sensitivity analysis of the network found differences between groups that are consistent with the hypothesis that CFS symptoms are a consequence of immune system dysregulation.
      Corresponding decreases in the CD19(+) B-cell compartment and the CD34(+) hematopoietic progenitor subpopulation were also detected by the neural network, consistent with the T-cell expansion.
      Of significant interest was the fact that, of all the cytokines evaluated, the only one to be in the final model was interleukin-4 (IL-4).
      Seeing an increase in IL-4 suggests a shift to a type 2 cytokine pattern.
      Such a shift has been hypothesized, but until now convincing evidence to support that hypothesis has been lacking.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    • Abnormal impedance cardiography predicts symptom severity in chronic fatigue syndrome
      Peckerman A, LaManca JJ, Dahl KA, Chemitiganti R, Qureishi B, Natelson BH, Department of Neurosciences, CFS Cooperative Research Center, University of Medicine and Dentistry of New Jersey, Newark, NJ, USA : apeckerm@njneuromed.org - Am J Med Sci. 2003 Aug;326(2):55-60 - PMID: 12920435
      Background
      - Findings indicative of a problem with circulation have been reported in patients with chronic fatigue syndrome (CFS).
      We examined this possibility by measuring the patient's cardiac output and assessing its relation to presenting symptoms.
      Methods - Impedance cardiography and symptom data were collected from 38 patients with CFS grouped into cases with severe (n = 18) and less severe (n = 20) illness and compared with those from 27 matched, sedentary control subjects.
      Results - The patients with severe CFS had significantly lower stroke volume and cardiac output than the controls and less ill patients.
      Postexertional fatigue and flu-like symptoms of infection differentiated the patients with severe CFS from those with less severe CFS (88.5% concordance) and were predictive (R2 = 0.46, P < 0.0002) of lower cardiac output.
      In contrast, neuropsychiatric symptoms showed no specific association with cardiac output.
      Conclusions - These results provide a preliminary indication of reduced circulation in patients with severe CFS.
      Further research is needed to confirm this finding and to define its clinical implications and pathogenetic mechanisms.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    • Chronic fatigue syndrome - The need for subtypes
      Jason LA, Corradi K, Torres-Harding S, Taylor RR, King C, DePaul University, Chicago, Illinois 60614, USA : ljason@depaul.edu - Neuropsychol Rev. 2005 Mar;15(1):29-58 - PMID: 15929497
      Chronic fatigue syndrome (CFS) is an important condition confronting patients, clinicians and researchers.
      This article provides information concerning the need for appropriate diagnosis of CFS subtypes.
      We first review findings suggesting that CFS is best conceptualized as a separate diagnostic entity rather than as part of a unitary model of functional somatic distress.
      Next, research involving the case definitions of CFS is reviewed.
      Findings suggest that whether a broad or more conservative case definition is employed and whether clinic or community samples are recruited, these decisions will have a major influence in the types of patients selected.
      Review of further findings suggests that subtyping individuals with CFS on sociodemographic, functional disability, viral, immune, neuroendocrine, neurology, autonomic and genetic biomarkers can provide clarification for researchers and clinicians who encounter CFS' characteristically confusing heterogeneous symptom profiles.
      Treatment studies that incorporate subtypes might be particularly helpful in better understanding the pathophysiology of CFS.
      This review suggests that there is a need for greater diagnostic clarity and this might be accomplished by subgroups that integrate multiple variables including those in cognitive, emotional and biological domains.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15929497?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVD
      ocSum



    Myth 2. - People with CFS who think they are suffering from a physical illness have a worse prognosis, which just goes to show that it is their perception of a physical cause for their illness that is keeping them from functioning normally

    It is more likely that people who think they are suffering from a physical illness have a worse prognosis because they are correct in recognizing that they have a physical illness, one that doctors do not yet have effective treatments for.

    Handbook of Chronic Fatigue Syndrome
    Leonard A. Jason, Patricia A. Fennell & Renee R - Wiley (June 26, 2003) Ė ISBN-10 : 047141512X / ISBN-13 : 978-0471415121
    'The Handbook of Chronic Fatigue Syndrome' provides authoritative coverage of Chronic Fatigue Syndrome (CFS).
    A leading group of international contributors present up-to-date information and guidance to improve the understanding, proper identification and treatment of this debilitating disease.
    The Handbookís comprehensive, multidisciplinary format draws on the medical, as well as mental health ó related, aspects of CFS, including :
    - History, diagnosis and classification
    - Phenomenology
    - Symptomatology
    - Assessment
    - Treatment and intervention
    - Pediatric and community issues.
    Topics covered include complexity of diagnosis, social effects of chronic disorders and a variety of treatment techniques, including phase-based therapy, cognitive-behavioral therapies, exercise therapy and nutritional approaches.
    An insightful and unique resource, the 'The Handbook of Chronic Fatigue Syndrome' is an enlightening book for all mental health professionals, including psychologists, social workers and counselors, as well as medical personnel, such as nurses, physicians and physical-occupational therapists.
    Cfr. :
    -
    http://www.amazon.com/Handbook-Chronic-Fatigue-Syndrome-Leonard/dp/047141512X
    -
    http://albanyhealthmanagement.com/books/handbook.html



    Myth 3. - Whenever one research group finds a biological abnormality in patients with CFS, another research group can't find it

    With research on virtually all illnesses, there are always some reports in the research literature that conflict.
    The question with CFS or any illness is : counting all of the published reports and the numbers of patients in all of these reports, do the great majority of reports involving the great majority of patients find objective biological abnormalities ?
    The answer for CFS, with regard to studies of the nervous system and immune system, is yes.

    • The Biology of Chronic Fatigue Syndrome
      Anthony L. Komaroff, M.D. - Harvard Health Publications, 10 Shattuck St. Suite 602, Boston, Mass 02115 USA : komaroff@hms.harvard.edu Ė Fax : 617 432-4719
      The Epidemiologic Context
      The presenting complaint of chronic fatigue is a very common cause of visits to a doctor.
      Very often, an underlying depression (often with accompanying anxiety) is the cause of chronic fatigue.
      In our experience, overwork is another very common cause.
      Well-defined organic conditions such as anemia, hypothyroidism and occult malignancy are the underlying cause chronic fatigue in a small fraction (2-5%) of cases.
      Chronic fatigue syndrome (CFS) is found in another small fraction of cases (2%).
      Symptoms
      CFS is an illness with a formal case definition that has been developed with the leadership of the Centers for Disease Control and Prevention.
      The illness is characterized by at least six months of exceptional fatigue, with several associated chronic symptoms : impaired memory or concentration, sore throat, tender cervical or axillary lymph nodes, muscle pain, multi-joint pain, new headaches, unrefreshing sleep, post-exertional malaise.
      Patients may be of any age, either sex and from all walks of life: the typical patient is a 35-year old white woman.
      Often, the onset is sudden, often following an acute "viral" syndrome.
      Some patients appear to be completely disabled by the symptoms.
      The impairment in functional status of patients with CFS, as measured by the SF-36 instrument, is comparable to that of patients with congestive heart failure.
      Past medical history is notable primarily for a high frequency of atopic or allergic illness (in approximately 50%-80%).
      Physical examination is notable for posterior cervical adenopathy in about 35%; and abnormal tests of balance (Romberg and tandem gait) in about 25%.
      Laboratory Tests
      No single laboratory test has been identified that has both high sensitivity and specificity for CFS; hence, there is no diagnostic test for CFS.
      However, a growing literature reports a number of objective laboratory findings that clearly distinguish patients with CFS from healthy control subjects (and, in some cases, from comparison group patients with various fatiguing psychiatric and organic diseases).
      In our experience, several findings are seen more often in patients with CFS : circulating immune complexes (low levels), elevated total complement (CH50), elevated IgG, atypical lymphocytosis and ANA (low levels).
      Neuroendocrine Findings
      Many studies have found that patients with CFS, in comparison with healthy control subjects, have a variety of abnormalities of the hypothalamic-pituitary axes.
      For example, there is reduced hypothalamic production of corticotropin releasing hormone, leading to diminished pituitary release of ACTH, leading to basal hypocortisolism.
      This axis abnormality is the opposite of what is seen in patients hospitalized for major, melancholic depression.
      A recent study, using CT, found that the adrenal glands of patients with CFS were half the size of adrenals from healthy control subjects.
      Neuroimaging
      Several different groups have reported that magnetic resonance imaging (MRI) reveals punctate areas of high signal in the white matter, particularly in the subcortical areas, more frequently than in age and gender-matched healthy control subjects.
      Nevertheless, these findings are neither very sensitive nor specific.
      MRI is not recommended for the diagnosis of CFS, although it can be useful in pursuing the diagnosis of multiple sclerosis.
      MS is sometimes in the differential diagnosis, since patients with MS often present with prominent fatigue, paresthesias, visual blurring and other symptoms suggestive of CFS and since some patients (about 10%, in our experience) with CFS have had a transient focal neurologic deficit.
      Single-photon emission tomography (SPECT) also reveals defects of perfusion and/or metabolism much more often in patients with CFS than in healthy control subjects.
      Depression also produces SPECT scan abnormalities; however, most studies indicate that SPECT abnormalities occur more often in CFS than in depression.
      SPECT is not recommended for the diagnosis of CFS.
      Autonomic Nervous System Testing. Studies from Johns Hopkins, Harvard and other institutions find evidence of both sympathetic and parasympathetic neuropathy in patients with CFS.
      Clinically, many patients meet criteria for neurally-mediated hypotension and postural tachycardia syndromes.
      Studies of Infectious Agents
      No infectious agent has been convincingly shown to be a cause of CFS, and most investigators think it is unlikely that a single novel agent is the cause.
      Nevertheless, there is evidence from several controlled studies of the reactivation of several chronic viral infections in CFS.
      In our opinion, the evidence is strongest for human herpesvirus-6, a neurotropic and immunotropic virus.
      CFS has been documented following a variety of acute infections with viruses (such as following acute infectious mononucleosis), bacteria (such as following properly-treated Lyme disease) and other microbial infections (such as following Q fever).
      Immunological Studies
      A variety of other immunologic abnormalities have been reported, especially impaired function of natural killer cells and increased numbers of activated CD8+ T cells.
      Neither of these two abnormalities, however, is adequately sensitive or specific to constitute a diagnostic test.
      They are consistent with the hypothesis that the immune system is chronically activated in patients with CFS.
      Recently, two groups have reported what appears to be a more specific immune system abnormality in CFS : increased activity of the 2-5A pathway enzymatic pathway in lymphocytes.
      Patients with CFS were very different from patients with major depression, fibromyalgia or healthy control subjects.
      Further studies are needed to determine if this test is adequately sensitive and specific to constitute a diagnostic test.
      At this time, it is still experimental.
      Psychiatric Issues
      Probably only a small fraction of patients who seek medical care for fatigue have CFS; most fatigued patients probably suffer from depression or overwork.
      Of the few patients with chronic fatigue who meet criteria for CFS, most become depressed and anxious after the onset of the illness and this depression and anxiety need to be recognized and treated, when present.
      Most patients with CFS have no prior history of significant psychiatric disease prior to the onset of CFS, according to several careful studies.
      However, at least 50% of patients develop depression, anxiety or other psychoneurotic disorders in the years after the onset of CFS.
      One randomized, placebo-controlled, double-blind trial of fluoxetine therapy in patients with CFS found no evidence of benefit : neither the fatigue nor the coexisting depression in some patients got better with fluoxetine.
      Treatment
      Treatment with low-dose tricyclics (e.g. amitriptyline, 10-20mg q.h.s.) has been proven efficacious in a randomized trial of a clinically similar condition (fibromyalgia) and is widely used in CFS.
      This treatment improves an objectively documented sleep disorder (alpha intrusion into delta wave sleep) seen in these conditions; results are apparent within days (not weeks) of initiating therapy.
      Such low doses of tricyclics do not appear to improve any coexisting depression.
      Recently, some improvement has been reported with the use of cognitive behavioral therapy, in skilled hands and with slowly graded aerobic exercise programs.
      What is CFS ?
      In our view, the evidence above indicates that CFS has an organic basis : in many (but not all) patients, there are abnormalities of the limbic system of the brain and abnormal regulation of the immune system (possibly as a result of limbic system abnormalities).
      A single cause seems unlikely; multiple different triggering agents (infectious agents, toxins, stress) could be involved in different cases.
      Cfr. :
      http://www.ahmf.org/01komaroff.html

    • Chronic fatigue syndrome - New insights and old ignorance
      EvengŚrd B, Schacterle RS, Komaroff AL, Division of Infectious Diseases, Department of Immunology, Karolinska Institute at Huddinge University Hospital, Huddinge, Sweden : birgitta.evengardinfect.hs.sll@se - J Intern Med. 1999 Nov;246(5):455-69 - PMID: 10583715
      Chronic fatigue syndrome (CFS) is a condition characterized by impairment of neurocognitive functions and quality of sleep and of somatic symptoms such as recurrent sore throat, muscle aches, arthralgias, headache and postexertional malaise.
      A majority of patients describe an infectious onset but the link between infections and CFS remains uncertain.
      Findings show an activation of the immune system, abberations in several hypothalamic-pituitary axes and involvement of other parts of the central nervous system.
      The origin is bound to be complex and it may well be that the solution will come together with a more generally altered view about mind-body dualism and the concept of illness and disease.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10583715



    Myth 4. - CFS only affects white and higher income individuals, and is a relatively rare disorder

    Recent evidence from community prevalence studies indicates that CFS is not a YUPPIE disease and in fact, it occurs more often among Latino and African-American minority groups and those with lower incomes.
    CFS affects from 800,000 to one million individuals in the US and thus represents one of the more common chronic health conditions.

    • Prevalence and incidence of chronic fatigue syndrome in Wichita, Kansas
      Reyes M, Nisenbaum R, Hoaglin DC, Unger ER, Emmons C, Randall B, Stewart JA, Abbey S, Jones JF, Gantz N, Minden S, Reeves WC, Division of Viral and Rickettsial Diseases, National Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Public Health Service, US Department of Health and Human Services, Atlanta, GA 30333, USA - Arch Intern Med. 2003 Jul 14;163(13):1530-6 - PMID: 12860574
      Background - Chronic fatigue syndrome (CFS) is a debilitating illness with no known cause or effective therapy.
      Population-based epidemiologic data on CFS prevalence and incidence are critical to put CFS in a realistic context for public health officials and others responsible for allocating resources and for practicing physicians when examining and caring for patients.
      Methods - We conducted a random digit-dialing survey and clinical examination to estimate the prevalence of CFS in the general population of Wichita, Kan and a 1-year follow-up telephone interview and clinical examination to estimate the incidence of CFS.
      The survey included 33 997 households representing 90 316 residents.
      This report focuses on 7162 respondents aged 18 to 69 years.
      Fatigued (n = 3528) and randomly selected nonfatigued (n = 3634) respondents completed telephone questionnaires concerning fatigue, other symptoms and medical history.
      The clinical examination included the Diagnostic Interview Schedule for Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fourth Edition, laboratory testing and a physical examination.
      Resulsts - The overall weighted point prevalence of CFS, adjusted for nonresponse, was 235 per 100,000 persons (95% confidence interval, 142-327 per 100,000 persons).
      The prevalence of CFS was higher among women, 373 per 100,000 persons (95% confidence interval, 210-536 per 100,000 persons), than among men, 83 per 100,000 persons (95% confidence interval, 15-150 per 100,000 persons).
      Among subjects nonfatigued and fatigued for less than 6 months, the 1-year incidence of CFS was 180 per 100,000 persons (95% confidence interval, 0-466 per 100,000 persons).
      Conclusions - Chronic fatigue syndrome constitutes a major public health problem.
      Longitudinal follow-up of this cohort will be used to further evaluate the natural history of this illness.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12860574

    • A community-based study of chronic fatigue syndrome
      Jason LA, Richman JA, Rademaker AW, Jordan KM, Plioplys AV, Taylor RR, McCready W, Huang CF, Plioplys S, Department of Psychology, DePaul University, Chicago, IL 60614, USA : ljason@wppost.depaul.edu - Arch Intern Med. 1999 Oct 11;159(18):2129-37 - PMID: 10527290
      Background - Most previous estimates of the prevalence of chronic fatigue syndrome (CFS) have derived largely from treated populations and have been biased by differential access to health care treatment linked with sex, ethnic identification and socioeconomic status.
      Objective - To assess the point prevalence of CFS in an ethnically diverse random community sample.
      Design and participants - A sample of 28,673 adults in Chicago, Ill, was screened by telephone and those with CFS-like symptoms were medically evaluated.
      Main outcome measures and analyses - Self-report questionnaires, psychiatric evaluations and complete medical examinations with laboratory testing were used to diagnose patients with CFS.
      Univariate and multivariate statistical techniques were used to delineate the overall rate of CFS in this population and its relative prevalence was subcategorized by sex, ethnic identification, age and socioeconomic status.
      Results - There was a 65.1% completion rate for the telephone interviews during the first phase of the study.
      Findings indicated that CFS occurs in about 0.42% (95% confidence interval, 0.29%-0.56%) of this random community-based sample.
      The highest levels of CFS were consistently found among women, minority groups and persons with lower levels of education and occupational status.
      Conclusions - Chronic fatigue syndrome is a common chronic health condition, especially for women, occurring across ethnic groups.
      Earlier findings suggesting that CFS is a syndrome primarily affecting white, middle-class patients were not supported by our findings.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10527290



    Myth 5. - Cognitive behavior therapy interventions can cure CFS

    Cognitive behavior therapy is widely used to help people cope with chronic illnesses, both ďphysicalĒ illnesses and psychological illnesses.
    While these types of psychological interventions can help patients with CFS cope better with their symptoms and deal with the consequences of having a chronic health problem, these types of intervention do not cure the illness.

    • Cognitive behavioral therapy as cure-all for CFS
      Elke Van Hoof, (2004) - Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 11, 43-47
      Cfr. :
      http://www.voetbalacademie.be/VAN%20HOOF%20ELKE%20curriculum_vitae.htm
      Critical discussion paper noting some of the flaws of the Prins et al study and the fact that improvements reported by those having CBT often did not last.
      Cognitieve gedragstherapie bij het chronische vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) vanuit het perspectief van de patiŽnt
      Drs. M.P. Koolhaas, H. de Boorder, Prof. Dr. E. van Hoof - februari 2008 Ė ISBN : 978-90-812658-1-2 - Digitale exemplaren van dit rapport kunnen besteld worden via : onderzoekcgt@live.nl
      Background
      - In recent years, Chronic Fatigue Syndrome, also known as Myalgic Encephalomyelitis (ME/CFS), has been getting a lot of attention in scientific literature.
      However its aetiology remains unclear and it has yet to be clarified why some people are more prone to this condition than others.
      Furthermore, there is as yet no consensus about the treatment of ME/CFS.
      The different treatments can be subdivided into two groups, the pharmacological and the psychosocial therapies.
      Most of the scientific articles on treatment emphasize the psychosocial approach.
      The most intensively studied psychological therapeutic intervention for ME/CFS is cognitive behaviour therapy (CBT).
      In recent years several publications on this subject have been published.
      These studies report that this intervention can lead to significant improvements in 30% to 70% of patients, though rarely include details of adverse effects.
      This pilot study was undertaken to find out whether patientsí experiences with this therapy confirm the stated percentages.
      Furthermore, we examined whether this therapy does influence the employment rates and could possibly increase the number of patients receiving educational training, engaged in sports, maintaining social contacts and doing household tasks.
      Method - By means of a questionnaire posted at various newsgroups on the internet, the reported subjective experiences of 100 respondents who underwent this therapy were collected.
      These experiences were subsequently analysed.
      Results - Only 2% of respondents reported that they considered themselves to be completely cured upon finishing the therapy.
      Thirty per cent reported Ďan improvementí as a result of the therapy and the same percentage reported no change.
      Thirty-eight percent said the therapy had affected them adversely, the majority of them even reporting substantial deterioration.
      Participating in CBT proved to have little impact on the number of hours people were capable of maintaining social contacts or doing household tasks.
      A striking outcome is that the number of those respondents who were in paid employment or who were studying while taking part in CBT was adversely affected.
      The negative outcome in paid employment was statistically significant. CBT did, however, lead to an increase in the number of patients taking up sports.
      A subgroup analysis showed that those patients who were involved in legal proceedings in order to obtain disability benefit while participating in CBT did not score worse than those who were not.
      Cases where a stated objective of the therapy was a complete cure, did not have a better outcome. Moreover, the length of the therapy did not affect the results.
      Conclusions - This pilot study, based on subjective experiences of ME/CFS sufferers, does not confirm the high success rates regularly claimed by research into the effectiveness of CBT for ME/CFS.
      Over all, CBT for ME/CFS does not improve patientsí well-being: more patients report deterioration of their condition rather than improvement.
      Our conclusion is that the claims in scientific publications about the effectiveness of this therapy based on trials in strictly controlled settings within universities, has been overstated and are therefore misleading.
      The findings of a subgroup analysis also contradict reported findings from research in strictly regulated settings.
      Cfr. :
      http://www.medivera.nl/cgtbijmecvsvanuitperspectiefpatient2008.pdf



    Myth 6. - Patients with CFS are either lazy or malingering

    There is no truth to this statement and many patients with this condition would like nothing better than to have their old lifestyle back.
    They are very motivated and often go to many physicians to find a way of getting better.

    • Understanding Chronic Fatigue Syndrome - An Empirical Guide to Assessment and Treatment
      Fred Friedberg & Leonard Jason - American Psychological Association (APA) - 1 edition, August 1998 Ė ISBN-10 : 1557985111 / ISBN-13 : 978-1557985118
      Covers the physical and psychological aspects of chronic fatigue syndrome.
      Presents many cognitivebehavioral methods of treatment and gives an overview of the history, definition, prevalence and models of the illness.
      For clinicians, psychologists and psychoneuroimmunologists.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Understanding-Chronic-Fatigue-Syndrome-Assessment/dp/1557985111



    Myth 7. - All cases of CFS are caused by the Epstein-Barr Virus (EBV)

    These are common misconceptions among primary care providers.
    The onset of CFS is sometimes but not always linked with the recent presence of an infection.
    CFS has been reported as following acute mononucleosis (a viral infection like EBV), Lyme disease (a bacterial infection) and Q fever (an infection with a different type of infectious agent).

    • The Physical Basis of CFS
      Anthony L. Komaroff, M.D., Professor of Medicine, Harvard Medical School and Editor-in-Chief Harvard Health Publications, Boston, Mass - Harvard Medical School - M E International Ė Source : this article appeared in the CFS Research Review, Spring 2000, Vol. 1 Issue 2, a quarterly newletter of the CFIDS Association of America, PO Box 220398, Charlotte, NC 28210. (704) 365-2343 and is © 2000 by the CFIDS Association of America
      Often, when people hear that there is no known test or cause for chronic fatigue syndrome (CFS), they mistakenly understand that to mean that the illness is not real.
      This is incorrect.
      Over the past 15 years, scientists have identified numerous biological abnormalities that provide evidence for the reality and seriousness of CFS, even though the cause of CFS and diagnostic tests for it are still unknown. (1)
      These biological abnormalities have given researchers clues to the cause of the illness.
      In particular, they have provided evidence that the illness involves both the brain and the immune system.
      There are no diagnostic tests yet for CFS because none of the biological abnormalities clearly distinguishes patients with CFS from other individuals.
      In reality, there are no perfect biological tests (see sidebar at end) for any illness.
      When a test gets close enough to perfect, clinicians use it to help confirm or refute their clinical judgment.
      Testing in CFS has primarily been used to rule out other illnesses that also can cause chronic fatigue.
      What is the cause of CFS ?
      The leading model of CFS pathogenesis is rooted in scientifically identified abnormalities in the brain (central nervous system) and the immune system, which influence and alter the function of the other in a reciprocal cycle (see Fig. 1).
      Low levels of circulating cortisol, identified in several CFS research studies (2,3) can increase immune activation, which is also a key feature of CFS.
      This immune system activation could theoretically result in brain dysfunction : when the immune system is activated, it makes chemical messages.
      Brain cells as well as other immune system cells can receive these messages.
      This could lead to fatigue, cognitive dysfunction, enhanced sense of pain, hormonal dysregulation and other features of CFS. (4)
      Post-viral onset
      Many cases of CFS cases begin with symptoms suggesting an infection, like a common viral illness.
      Doctors do not usually perform tests to confirm common viral infections, since they typically quickly resolve.
      For that reason, there is no documentation of the infection that seems to start CFS in many patients.
      However, some of the most interesting research in recent years involves studies that did document an infection at the start of the illness.
      For example, CFS has been reported following acute mononucleosis (5,6) (a viral infection), Lyme disease (7-9) (a bacterial infection) and Q fever (10) (an infection with a different kind of infectious agent).
      These studies prove that CFS can indeed follow in the wake of a well-documented infection.
      This research indicates that no single infectious agent is likely to be the cause of CFS.
      Instead, CFS is likely to be caused by some abnormality in the bodyís response to any of several different infectious agents.
      The studies of infectious agents in CFS are complicated.
      One reason is that the symptoms of CFS almost surely arise from the brain, yet it is very hard for scientists to study infectious agents in the human brain : that requires taking brain tissue (biopsies), a potentially dangerous test.
      Another reason is that some infectious agents permanently live in a dormant state inside our bodies.
      There is evidence that some of these infections, like infection with the virus HHV-6, (11-14) get reawakened in patients with CFS.
      The unanswered question is whether the reawakened virus is the cause of the bodily damage and resulting symptoms, or whether it is result of the illness.
      Immune system abnormalities
      Several immune system patterns are seen more often in patients with CFS.
      The identified abnormalities mimic the immune pattern of a body fighting a virus, even though no virus has been identified as the cause of CFS.
      Specific findings include :
      - increased numbers of CD8+ activated ďcytotoxicĒ T cells (cells commonly increased when the body is fighting viral infections) (11,15-17)
      - low natural killer cell function (18-21)
      - eevated immune complexes. (22)
      The most intriguing recent immunological finding in CFS is the discovery of a novel, low molecular weight protein in an antiviral pathway called the RNase-L pathway. (24-27)
      This novel protein is found much more often in CFS patients than in healthy people, or people with two other conditions that can cause fatigue : depression or fibromyalgia. (27)
      Neurological findings
      There is considerable evidence that the brain and central nervous system are involved in CFS.
      ďSoftĒ evidence includes patient-reported symptoms such as: cognitive dysfunction; sensitivities to stimuli such as bright lights, noise and odors; numbness and tingling in the extremities; and disordered and fragmented sleep.
      ďHardĒ evidence includes :
      - hyperintense signals on MRI scans (11,28,29)
      - reduction in cerebral blood flow on SPECT scansóan abnormality that changes over time and is not an indication of any permanent brain damage (30,31)
      - autonomic dysfunction, primarily orthostatic intolerance and neurally mediated hypotension seen on tilt table tests; (32-37) the control centers for maintenance of blood pressure lie in the brainís limbic system.
      - epidemiology - recent epidemiological data has helped to establish the relevance and importance of CFS as a serious public health issue; data from private investigators and from the Centers for Disease Control and Prevention (CDC) indicate that more than 200 of every 100,000 Americans have CFS (38-40)
      - depending on demographic factors - such as age, sex and ethnicity - the prevalence can range from 200 to 800 cases per l00,000; (38) this makes CFS more common than well-known illnesses such as multiple sclerosis (41) and systemic lupus erythematosus (42), which, like CFS, predominantly affect females.
      CFS is real
      Taken together, these and other findings provide important evidence that CFS is not ďall in the headĒ or an imagined illness.
      While there is not yet a test, scientists are moving closer to developing tools to assist clinicians in the diagnosis of CFS.
      In the interim, scientists have provided clues to the biology of CFS and have given clinicians, scientists and patients critical data that shows that CFS is a real and serious illness.
      References
      1 - The biology of chronic fatigue syndrome
      Komaroff AL - Am J Med. 2000;108:169-71
      2 - Evidence for impaired activation of the hypothalamic-pituitary-adrenal axis in patients with chronic fatigue syndrome
      Demitrack MA et al. - J din Endo Metab. 199173(6): 1224-1234
      3 - Urinary free cortisol excretion in depression, in chronic fatigue syndrome and in health
      Scott LV, Dinan T - JAffect Disord. 1998; 47:49-54
      4 - Stroke therapy
      Zivin JA, Choi DW. S - Scient,jic American. July 1991 ;265:56-63
      5 - Evidence for active Epstein-Barr virus infection in patients with persistent, unexplained illnesses - Elevated anti-early antigen antibodies
      Jones JF et al. - Ann Intern Med. 1985; l02( 1): 1-7
      6 - Persisting illness and fatigue in adults with evidence of Epstein-Barr virus infection
      Straus SE et al. - Ann Intern Med. 1985;2(l):7-l6
      7 - Summary of the first 100 patients seen at a Lyme disease referral center
      Sigal LH - Am J Med. 1990;88:577-81
      8 - The overdiagnosis of Lyme disease
      Steere AC et al - JAMA. 1993; 269:1812-16
      9 - Borrelia burgdorferi reactivity in patients with severe persistent fatigue who are from a region where Lyme disease is endemic
      Coyle PK et al. - Cl/n Infect Din. l994;18:S24-7
      10 - Protracted debility and fatigue after acute Q fever
      Marmion BP et al. - Lancet. T996;347:977-8
      11 - A chronic illness characterized by fatigue, neurologic and immunologic disorders and active human herpesvims type.6 infection
      Buchwald D et al. - Ann Intern Med. 1992;ll6:106-13
      12 - Prevalence of human herpesvirus 6 variants A and B in patients with chronic fatigue syndrome
      Yalcin S et al. - Microbiol Insmunol. 1 994;38:587-90
      13 - Active HHV-6 infection in chronic fatigue syndrome patients from Italy - New data
      Zorzenon Metal - J CFS. 1996;2(l):3-l2
      14 - Prevalence of 1gM antibodies to human herpesvirus 6 early antigen (p41/38) in patients with chronic fatigue syndrome
      Patnaik M et al. - J of Infect Dis. 1995;l72:1364-1367
      15 - Immunological abnormalities in the chronic fatigue syndrome
      Lloyd et al. - Med J Austral. 1989; 15 1: 122-4
      16 - Chronic fatigue syndrome: clinical condition associated with immune activation
      Landay AL et al. - Lancet.199l;338: 707-12
      17 - Immunologic abnormalities in chronic fatigue syndrome
      Klimas NG et al. - J C/in Microbiol. 1990;28:1403-l0
      18 - Phenotypic and functional deficiency of natural killer cells in patients with chronic fatigue syndrome
      Caligiuri M et al. - J Immunol. 1987;139:3306-l3
      19 - A comprehensive immunological analysis in chronic fatigue syndrome
      Gupta S, Vayuvegula B - Scand J Immunol. 1991; 33:319-27
      20 - Natural killer cells and natural killer cell activity in chronic fatigue syndrome
      Whiteside TL, Friberg D - AmJMed. 1998;105(3A) :27S-34S
      21 - Natural killer cell activity in the chronic fatigue immune dysfunction syndrome
      Eby Net al. - In : 'Natural Killer Cells and Host Defense' - Ades EW, Lopes C, eds. 1988; 14 1-45
      22 - Clinical laboratory test findings in patients with chronic fatigue syndrome
      Bates DW et al. - Arch Intern Med. 1995;155;97-103
      23 - Biochemical evidence for a novel low molecular weight 2-5A-dependent RNase L in chronic fatigue syndrome
      Suhadolnik RJ et al. - J Interfernn Cytokine Res. 1997;17(7): 377-85
      24 - Changes in the 2-5A synthetase/RNase L antiviral pathway in a controlled clinical trial with poly(I)poly(CI2U) in chronic fatigue syndrome
      Suhadolnik RJ et al. - In Vivo. 1994; 8(4): 599-604
      25 - Upregulation of the 2-5A synthetase/RNase L antiviral pathway associated with chronic fatigue syndrome
      Suhadolnik RJ et al. - Clin Infect Di,s. t994;l8(l):S96-I04
      26 - A 37 kDa 2-5A binding protein as potential biomarker for chronic fatigue syndrome
      De Meirleir K et al. - AmJMed. 2000;108: 99-105
      27 - A controlled study of brain magnetic resonance imaging in patients with the chronic fatigue syndrome
      Natelson BH Ct al. - J Neurol Sci. L993;120(2):21 3-7
      28 - Brain MRI abnormalities exist in a subset of patients with chronic fatigue syndrome
      Lange G et al. - JNeurol Sci. 1999;I71(l):37
      29 - SPECT imaging of the brain - Comparison of findings in patients with chronic fatigue syndrome, AIDS dementia complex and major unipolar depression
      Schwartz RB et al. - Am J Roentgenol.l994; l62(4):943-51
      30 - Assessment of regional cerebral perfusion by 99Tcm-HMPAO SPECT in chronic fatigue syndrome
      Ichise Metal - NucI Med Commun. 1992;13(l0): 767-72
      31 - Is neurally mediated hypotension an unrecognized cause of chronic fatigue ?
      Rowe PC et al. - Lancet. 1995;345:623-4
      32 - The relationship between neurally mediated hypotension and the chronic fatigue syndrome
      Bou-Houlaigah I et al. - JAMA. 1995;274:96l-67
      33 - Orthostatic intolerance in the chronic fatigue syndrome
      Schondorf R et al. - J Auton Ner Syst. 1999; 75: 192-201
      24 - Does the chronic fatigue syndrome involve the autonomic nervous system ?
      Freeman R, Komaroff AL - Am J Med. 1997;104:957-64
      35 - Pathogenesis and management of delayed orthostatic hypotension in patients with chronic fatigue syndrome
      Dc Lorenzo F et al. - Clin Auton Res. 1997;7:185-90
      36 - The role of delayed orthostatic hypotension in the pathogenesis of chronic fatigue
      Streeten DHP, Anderson OH Jr. - Clin Autonom Res. L998;8: 11924
      37 - Wichita population-based study of a fatiguing illness
      Reyes M et al. - Presented at the American Association for Chronic Fatigue Syndrome Fourth International Research Conference. Cambridge, Mass., October 12, 1998. New Englandf Med in press
      38 - A community-based study of chronic fatigue syndrome
      Jason LA et al. - Arch Int Med. l999;159:2l29-37
      39 - Chronic Fatigue Syndrome Program Review - Objective I. - Surveillance
      Centers for Disease Control and Prevention, November 1999
      40 - Multiple Sclerosis - Hope Through Research
      National Institute of Neurological Diseases and Stroke (NINDS) - National Institutes of Health, I 999
      Cfr. :
      http://www.ninds.nih.gov/health_and_medical/pubs/multiple_sclerosis.htm
      41 - Lupus Erythemafosus
      National Institute of Allergy and Infectious Diseases (NIAID) - National Institutes of Health, 1999
      Cfr. :
      http://www.nih.gov/niams/healthinfo/Iupusguide/chp1.htm -.
      Cfr. :
      http://uk.geocities.com/me_not_cfs/The-Physical-Basis-of-CFS.html



    Read also : Part II


    10-03-2009 om 23:54 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CFS Myths - Part II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    CFS Myths

    Part II


    Myth 8. - Patients with CFS can be cured by exercise

    It is a myth that patients with CFS can be cured by exercise, but it is also a myth that no one with CFS can ever benefit from some physical activity.
    For some patients, a carefully monitored program incorporating paced and non-fatiguing activity can be used to strengthen and condition muscles.
    But it is worth noting that Black, OíConnor and McCully (2005) recently found that with an average 28% increase over baseline levels of daily physical activity over for a four week period, patients with CFS indicated they had worsening overall mood, muscle pain intensity and time spent each day with fatigue.

    • Increased daily physical activity and fatigue symptoms in chronic fatigue syndrome
      Black CD, O'connor PJ, McCully KK, Department of Exercise Science, The University of Georgia, Athens, GA, USA : kmccully@coe.uga.edu - Dyn Med. 2005 Mar 3;4(1):3 - PMID: 15745455
      Individuals with chronic fatigue syndrome (CFS) have been shown to have reduced activity levels associated with heightened feelings of fatigue.
      Previous research has demonstrated that exercise training has beneficial effects on fatigue-related symptoms in individuals with CFS.
      Purpose - The aim of this study was to sustain an increase in daily physical activity in CFS patients for 4 weeks and assess the effects on fatigue, muscle pain and overall mood.
      Methods - Six CFS and seven sedentary controls were studied.
      Daily activity was assessed by a CSA accelerometer.
      Following a two week baseline period, CFS subjects were asked to increase their daily physical activity by 30% over baseline by walking a prescribed amount each day for a period of four weeks.
      Fatigue, muscle pain and overall mood were reported daily using a 0 to 100 visual analog scale and weekly using the Profile of Mood States (Bipolar) questionnaire.
      Results - CFS patients had significantly lower daily activity counts than controls (162.5 +/- 51.7 x 103 counts/day vs. 267.2 +/- 79.5 x 103 counts/day) during a 2-week baseline period.
      At baseline, the CFS patients reported significantly (P < 0.01) higher fatigue and muscle pain intensity compared to controls but the groups did not differ in overall mood.
      CFS subjects increased their daily activity by 28 +/- 19.7% over a 4 week period.
      Overall mood and muscle pain worsened in the CFS patients with increased activity.
      Conclusion - CFS patients were able to increase their daily physical activity for a period of four weeks.
      In contrast to previous studies fatigue, muscle pain and overall mood did not improve with increased activity.
      Increased activity was not presented as a treatment which may account for the differential findings between this and previous studies.
      The results suggest that a daily "activity limit" may exist in this population.
      Future studies on the impact of physical activity on the symptoms of CFS patients are needed.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15745455

    • Exercise therapy for chronic fatigue syndrome
      Edmonds M, McGuire H, Price J - Cochrane Database Syst Rev. 2004;(3):CD003200 - PMID: 15266475
      Background
      - Chronic fatigue syndrome (CFS) is an illness characterised by persistent medically unexplained fatigue.
      CFS is a serious health-care problem with a prevalence of up to 3%.
      Treatment strategies for CFS include psychological, physical and pharmacological interventions.
      Objectives - To investigate the relative effectiveness of exercise therapy and control treatments for CFS.
      Search strategy - CCDANCTR-Studies and CENTRAL were searched using "Chronic Fatigue" and Exercise.
      The Journal of Chronic Fatigue Syndrome and CFS conferences were handsearched.
      Experts in the field were contacted.
      Clinicaltrials.gov and controlled-trials.com were searched.
      Selection criteria - Only Randomised Controlled Trials (RCT) including participants with a clinical diagnosis of CFS and of any age were included.
      Data collection and analysis - The full articles of studies identified were inspected by two reviewers (ME and HMG).
      Continuous measures of outcome were combined using standardised mean differences.
      An overall effect size was calculated for each outcome with 95% confidence intervals.
      One sensitivity analysis was undertaken to test the robustness of the results.
      Main results - Nine studies were identified for possible inclusion in this review and five of those studies were included.
      At 12 weeks, those receiving exercise therapy were less fatigued than the control participants (SMD -0.77, 95% CIs -1.26 to -0.28).
      Physical functioning was significantly improved with exercise therapy group (SMD -0.64, CIs -0.96 to -0.33) but there were more dropouts with exercise therapy (RR 1.73, CIs 0.92 to 3.24).
      Depression was non-significantly improved in the exercise therapy group compared to the control group at 12 weeks (WMD -0.58, 95% CIs -2.08 to 0.92).
      Participants receiving exercise therapy were less fatigued than those receiving the antidepressant fluoxetine at 12 weeks (WMD -1.24, 95% CIs -5.31 to 2.83).
      Participants receiving the combination of the two interventions, exercise + fluoxetine, were less fatigued than those receiving exercise therapy alone at 12 weeks, although again the difference did not reach significance (WMD 3.74, 95% CIs -2.16 to 9.64).
      When exercise therapy was combined with patient education, those receiving the combination were less fatigued than those receiving exercise therapy alone at 12 weeks (WMD 0.70, 95% CIs -1.48 to 2.88).
      Reviewer's conclusions - There is encouraging evidence that some patients may benefit from exercise therapy and no evidence that exercise therapy may worsen outcomes on average.
      However the treatment may be less acceptable to patients than other management approaches, such as rest or pacing.
      Patients with CFS who are similar to those in these trials should be offered exercise therapy and their progress monitored Further high quality randomised studies are needed.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15266475



    Myth 9. - CFS is difficult to diagnose

    Actually it is pretty straightforward to diagnose when familiar with the case definition.
    It is, however, important to determine whether the Fukuda et al. (1994) or the Canadian case definition of ME/CFS is being used (Caruthers et al., 2003).

    • The chronic fatigue syndrome - A comprehensive approach to its definition and study
      International Chronic Fatigue Syndrome Study Group - Fukuda K, Straus SE, Hickie I, Sharpe MC, Dobbins JG, Komaroff A, Division of Viral and Rickettsial Diseases, National Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, GA 30333 - Ann Intern Med. 1994 Dec 15;121(12):953-9 - PMID: 7978722
      The complexities of the chronic fatigue syndrome and the methodologic problems associated with its study indicate the need for a comprehensive, systematic and integrated approach to the evaluation, classification and study of persons with this condition and other fatiguing illnesses.
      We propose a conceptual framework and a set of guidelines that provide such an approach.
      Our guidelines include recommendations for the clinical evaluation of fatigued persons, a revised case definition of the chronic fatigue syndrome and a strategy for subgrouping fatigued persons in formal investigations.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7978722

    • Myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome - Clinical working case definition, diagnostic and treatments protocols
      Carruthers, B.M., Jain, A.K., DeMeirleir, K.L., Peterson, D.L., Klimas, N.G., Lerner, A.M., Bested, A.C., Flor-Henry, P., Joshi, P., Powles, A.C.P., Sherkey, J.A., & van de Sande, M.I. (2003).. Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 11, 7-115
      Cfr. :
      http://www.cfids-cab.org/MESA/ccpccd.pdf


    Cfr. : http://www.iacfsme.org/Portals/0/pdf/myths.pdf


    10-03-2009 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prevalence of Fibromyalgia - A Survey in Five European Countries
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Prevalence of Fibromyalgia
    - A Survey in Five European Countries -

    Branco JC, Bannwarth B, Failde I, Abello Carbonell J, Blotman F, Spaeth M, Saraiva F, Nacci F, Thomas E, CaubŤre JP, Le Lay K, Taieb C, Matucci-Cerinic M, Department of Rheumatology, Hospital Egas Moniz, Lisboa, Portugal - Semin Arthritis Rheum. 2009 Feb 26. (Epub ahead of print) - PMID: 19250656


    Objective
    - A survey was performed in 5 European countries (France, Germany, Italy, Portugal and Spain) to estimate the prevalence of fibromyalgia (FM) in the general population.

    Methods - In each country, the London Fibromyalgia Epidemiological Study Screening Questionnaire (LFESSQ) was administered by telephone to a representative sample of the community over 15 years of age.
    A positive screen was defined as the following :
    (1) meeting the 4-pain criteria alone (LFESSQ-4) or
    (2) meeting both the 4-pain and the 2-fatigue criteria (LFESSQ-6).
    The questionnaire was also submitted to all outpatients referred to the 8 participating rheumatology clinics for 1 month.
    These patients were examined by a rheumatologist to confirm or exclude the FM diagnosis according to the 1990 American College of Rheumatology classification criteria.
    The prevalence of FM in the general population was estimated by applying the positive-predictive values to eligible community subjects (ie, positive screens).

    Results - Among rheumatology outpatients, 46% screened positive for chronic widespread pain (LFESSQ-4), 32% for pain and fatigue (LFESSQ-6) and 14% were confirmed FM cases.
    In the whole general population, 13 and 6.7% screened positive for LFESSQ-4 and LFESSQ-6, respectively. 3
    The estimated overall prevalence of FM was 4.7% (95% CI: 4.0 to 5.3) and 2.9% (95% CI : 2.4 to 3.4), respectively, in the general population.
    The prevalence of FM was age- and sex-related and varied among countries.

    Conclusion - FM appears to be a common condition in these 5 European countries, even if data derived from the most specific criteria set (LFESSQ-6) are considered.

    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19250656


    09-03-2009 om 11:24 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.How far would you go to find a cure
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










     













     

    How far would you go to find a cure

    Lourdes Salvador - The American Chronicle, March 01, 2009
    Source : The MCS America News, March 2009 Issue
    cfr. :
    http://mcs-america.org/March2009.pdf 
    © 2009 Lourdes Salvador & MCS America

    How far would you go to find a cure for your childīs chronic fatigue syndrome (CFS) ?
    Annette Whittemore went $5,000,000 far.

    Expert medical care for chronic fatigue syndrome has been virtually nonexistent.
    Often, patients are left desperate for relief and frustrated at the lack of answers.

    Whittemore, a special education teacher the wife of a Nevada developer and lawyer, Harvey Whittemore, decided to take matters into her own hands when it came to her 31-year-old daughter, Andrea, who has had CFS for 19 years.

    Chronic Fatigue Syndrome (CFS) is an illness primarily characterized by profound, debilitating fatigue which has been ongoing for at least 6 months and is not relieved by rest.
    Other symptoms include :

    • Cognitive difficulties, impaired memory and poor concentration

    • Postexertional malaise (exhaustion and increased symptoms) lasting more than 24 hours following physical or mental exercise

    • Unrefreshing sleep

    • Joint pain (without redness or swelling)

    • Persistent muscle pain

    • Headaches of a new type or severity

    • Tender cervical or axillary lymph nodes

    • Sore throat.

    The dramatic decline in activity level and stamina is often severe enough to result in substantial occupational, educational and social limitations that lead to defining CFS as a major functional impairment.
    At least one quarter of those afflicted are either unemployed or on disability.

    Whittemore hopes to provide care to CFS patients at the Center for Molecular Medicine at the Whittemore Peterson Institute, which she partially funded with $5 million.

    The $86 million Center will be located at the University of Nevada, Reno and is scheduled to open next year.
    Not only will it serve CFS patients, but it will also serve other patients with various neuroimmune and inflammatory diseases, such as myalgic encephalomyelitis, fibromyalgia, atypical multiple sclerosis, autism and other related illnesses.

    The past challenge with obtaining care for CFS was that doctors had no test to confirm whether someone has CFS.

    Now, Judy Mikovits and her colleagues at the Center have developed a diagnostic blood test which measures five cytokines and chemokines that can be used to confirm a diagnose CFS.

    Research projects also uncovered the fact that treating CFS patients with anti-viral drugs has greatly reduced symptoms.

    Patients are calling the center from around the world to inquire.
    Despite their suffering, the prior lack of a clinical test meant that many have been mistreated by the medical community and in some cases disbelieved that anything was wrong at all.

    It is extremely frustrating to be living with a chronic disease and have a doctor dismiss symptoms as "normal" or "all in your head" simply because the medical community has not yet figured out what causes the illness or found a way to confirm it.

    Itīs humiliated and degrading for patients.
    Even worse, lack of early treatment frequently leads to disability financial ruin.
    But the Center hopes to change all that.

    In addition to diagnosis, the Center will offer counseling, nutritional advice, supplements and physical therapy.

    For more articles on this topic cfr. : MCS America (MCSA) at : http://mcs-america.org/index.htm -.

    Cfr. : http://www.americanchronicle.com/articles/view/92840


    08-03-2009 om 13:54 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    rayke
    blog.seniorennet.be/rayke
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!