NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • ayam kodok surabaya
  • admire you for this valuable information you offer in your content.
  • This is a terrific article,
  • John
  • I had bookmarked this.

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • sadas (asdASD)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • sadas (asdASD)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • sadas (asdASD)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • sadas (asdASD)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid... waarom eigenlijk ? - Gedachten over menselijke energie, levenskracht en hoe daarmee om te gaan
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel I
  • sadas (asdASD)
        op Vluchten in het werk
  • sadas (asdASD)
        op Fibromyalgia can no longer be called the 'invisible' syndrome
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    rony1951
    blog.seniorennet.be/rony195
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wetenswaardigheden
    blog.seniorennet.be/wetensw
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    quadriga
    blog.seniorennet.be/quadrig
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    ria50
    blog.seniorennet.be/ria50
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    bruintje
    blog.seniorennet.be/bruintj
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    18-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moe ? - Laat het ijzergehalte (ferritine) in je bloed meten !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Moe ? 
    Laat het ijzergehalte (ferritine) in je bloed meten !
     



    - Hemochromatose -
    Een erfelijke aandoening waarbij er te veel ijzer uit de normale voeding wordt opgenomen


    Chronische vermoeidheid
         
    De meeste mensen met hemochromatose hebben last van vermoeidheid of zwakte. Meestal hoe later geconstateerd, hoe erger de vermoeidheid. Desondanks zijn er ook mensen die geen vermoeidheidsklachten hebben.
    Het is niet geheel duidelijk waardoor de vermoeidheid bij mensen met hemochromatose wordt veroorzaakt. Wel duidelijk is dat het ijzer zich ophoopt in allerlei organen en weefsels, waardoor deze minder gaan functioneren. Dit is waarschijnlijk de oorzaak van de vermoeidheid. Aangezien de lever het meest betroffen is, functioneert deze minder goed. Veel patiŽnten met leverproblemen hebben last van vermoeidheid.
    De vermoeidheid verdwijnt in vele gevallen na behandeling. Het kan zo zijn dat de vermoeidheid in de beginperiode van aderlating eerst (iets) erger wordt, maar dit hoeft zeker niet zo te zijn.


    Gewrichtsklachten

    Gewrichtsklachten zijn, naast chronische vermoeidheid, voor de patiŽnt het meest belastend van alle klachten. Bij meer dan de helft van de mensen met hemochromatose is er sprake van gewrichtsklachten. De klachten ontstaan meestal in de handen (wijs en middel vinger) en polsen.
    Ook andere gewrichten kunnen worden aangetast zoals bijvoorbeeld de voeten (36), knieŽn, heupen, ellebogen of schouders. In tegenstelling tot wat men vaak denkt ontstaan deze klachten meestal niet doordat zich ijzer in de gewrichten stapelt. Er is vaak wel sprake van ijzer in de gewrichten, maar dit geeft geen volledige verklaring voor de klachten. In het algemeen kan men stellen dat de gewrichtsklachten, spijtig genoeg, niet verbeteren na ontijzering.

    Er kan sprake zijn van verschillende soorten gewrichtsklachten :

    1. chondrocalcinosis/pseudojicht - chondrocalcinosis/pseudojicht ontstaat door de neerslag in de gewrichten van calciumpyrofosfaat, een kalkachtige stof. Het mechanisme hiervan is (nog) niet bekend. Bij de patiŽnten met chondrocalcinosis kunnen aanvallen van pseudojicht ontstaan (acute episoden van gewrichtsontsteking).

    2. reumatoÔde artritis (hierop lijkend) komt vaak voor in de handen en voeten. Het verschil met "gewone" reumatoÔde artritis is dat het vaak delen van de hand/voet betreft. Vaak zijn 2 of 3 vingers betroffen, meestal de wijs- en middelvinger.

    3. artrose - ierbij is er sprake van achteruitgang van het kraakbeen.

    4. Osteoporose (botontkalking) - Bij aantasting van de heupen (en knieŽn) is er vaak sprake van een agressieve vorm van osteoartritis. Bij osteoporose kan een ook vitamine C gebrek een rol spelen Lage serum vrije testosteron concentraties spelen bij mannen ook een rol .

    De behandeling van de verschillende gewrichtsklachten kunnen bestaan uit o.a. oefentherapie en het geven van pijnstillende en ontstekingsremmende medicijnen (houdt bij deze medicijnen rekening met eventuele leverschade; zoals met alle geneesmiddelen !).

    Men kan ook (aanvullend) denken aan natuurlijke geneesmiddelen, zoals :

    • Atrosan (dr Vogel : werkt pijnstillend en ontstekingsremmend)

    • Symphosan (dr. Vogel : verzacht de pijn en heeft een positieve invloed op de stofwisseling ter plaatse)

    • Alchemilla complex (dr. Vogel);

    • Chien Pu Wan

    Deze middelen zijn verkrijgbaar bij de apotheek of drogisterij. Overleg hierover altijd met de behandelend (huis)arts/ reumatoloog.
    In ernstige gevallen kunnen de aangetaste gewrichten, zoals bijvoorbeeld de heupen, vervangen worden door kunstgewrichten.


    Spierkramp

    Kramp in de spieren, (vooral de kuiten) kan o.a. het gevolg zijn van een magnesium tekort (soms als gevolg van het aderlaten). Ook andere oorzaken kunnen een rol spelen. Vraag uw arts !


    Andere symptomen

    Aan de voorgaande lijst symptomen kan nog worden toegevoegd dat patiŽnten met hemochromatose last kunnen hebben van :

    • diarree,

    • verstopping,

    • depressiviteit,

    • prikkelbaarheid,

    • verwarring

    • verminderde eetlust,

    • duizeligheid,

    • verminderde concentratie,

    • slechthorendheid,

    • slaapstoornissen,

    • hoofdpijn,

    • oogproblemen,

    • verandering van lichaamstemperatuur,

    • haaruitval,

    • voedsel intolerantie en zwakte

    In principe zullen al deze symptomen verbeteren/verdwijnen na ontijzeren.

    Er moet natuurlijk altijd rekening mee worden gehouden dat bepaalde symptomen een andere oorzaak kunnen hebben dan hemochromatose !


    Cfr. :
    http://members.fortunecity.com/hemochromatosis/ph.html (gedeeltelijk)

    18-04-2005 om 02:49 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (95 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    17-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helpt acupunctuur ? - Raak prikken of naast prikken
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Helpt acupunctuur ?
    Raak prikken of naast prikken
     

    Dick de Scally
     
    (Uit : Hoofdzaken, het blad van de Nederlandse Vereniging van HoofdpijnpatiŽnten)
     
    Voor- en tegenstanders van de alternatieve en reguliere geneeswijzen beslechten hun richtingenstrijd meestal met de vrede van het compromis: wij vullen elkaar aan. Beide partijen akkoord. In het heetst van de strijd daarvůůr hebben de tegenstanders van alternatief geprobeerd de therapeuten knock-out te slaan met het argument van de onwetenschappelijkheid. Niets alternatiefs is ooit bewezen. Tegenstanders van de reguliere geneeskunde hebben dat andere dodelijke argument in stelling gebracht: regulier bestrijdt symptomen en niet de oorzaken. Valt acupunctuur hierbuiten ?

    Geen extremen
    Het alternatieve huis telt vele kamers waarin vreemde kostgangers verblijven. Neuroloog Couturier heeft in het artikel ĎAnders dan de reguliere geneeskundeí (Hoofdzaken 4/2001) een aantal alternatieve behandelingen opgesomd, die een weergave waren van wat zijn patiŽnten de afgelopen twee maanden zoal hadden gedaan op zoek naar een oplossing van hun hoofdpijn: iscador injecties van de maretak, neusreflexmassage, astronautmagneten, Japanse magnetenkraag, Cambodja zwam, iconen met heilige uitstraling enz. Laten we afspreken: over die extremen hebben we het niet.

    Geloof of kennis ?
    Moeilijker wordt het bij alternatieve therapieŽn als homeopathie en acupunctuur. Over homeopathie is een felle discussie gaande in verband met de registratieverplichting van homeopathische middelen. Vooral de aanhangers van acupunctuur zijn niet ongevoelig gebleken voor het argument van onwetenschappelijkheid. De aansporing Ďje moet erin gelovení verbleekt steeds meer. Ter ontkrachting ervan is een aantal onderzoeken afgerond of van start gegaan, want steeds maar in de verdediging moeten, trekt ook geen klanten. Maar hoe betrouwbaar zijn die onderzoeken ?

    Valstrik
    Op 26 november 2002 kopte de Telegraaf ĎAcupunctuur beste middel bij migraineí. Zijn daarvoor nou al die triptanen uitgevonden, denk je als leek. Ik citeer : ĎNa een vergelijkend onderzoek bleek dat testpersonen na een behandeling met naalden minder vaak last hadden van hoofdpijnaanvallen dan met gewone medicijnen. Onderzoekers van een medische kliniek van de Universiteit van Turijn, gespecialiseerd in hoofdpijnbehandeling bij vrouwen, onderzochten 160 migrainepatiŽnten. De ene helft van de vrouwen kreeg een aantal veelgebruikte medicijnen te slikken, de andere helft kreeg een behandeling met naalden. Na een aantal maanden bleken beide groepen minder aanvallen te hebben, maar de met naalden behandelde vrouwen nog minder dan de vrouwen die reguliere medicijnen kregen. Daarbij was hun pijn tijdens een aanval minder hevig.í Als verklaring voor het betere resultaat veronderstellen de onderzoekers een Ďplacebo-effectí: de geprikten kregen veel en veel meer aandacht dan degenen die alleen medicijnen kregen - Bron : Allais G, De Lorenzo C, Quirico PE, Airola G, Tolardo G, Mana O, Benedetto C. ďAcupuncture in the prophylactic treatment of migraine without aura : a comparison with flunarizineĒ - Headache 2002 Oct;42(9):855-61 - 
    cfr. :
    http://www.headachedrugs.com/archives/acupuncture_flunarizine.html 

    Hoeveel vraagtekens roept dit stukje op ? In de eerste plaats : gewone medicijnen. Welke ? Het blijkt te gaan om slechts ťťn medicijn ter voorkoming van migraine : Ďflunarazineí, een calciumkanaal-blokker die bekend is onder de merknaam Sibelium. Dat middel wordt in Nederland wegens zijn bijwerkingen nauwelijks meer gebruikt. Daarbij heeft het een zeer matig preventief effect. Als je acupunctuur vergelijkt met niks, wint acupunctuur, dat kun je voorspellen. De Telegraaf is er dus ingetrapt.

    Ooracupunctuur
    Bij auriculotherapie (letterlijk : oor-behandeling) worden bij patiŽnten naalden in bepaalde delen van de oorschelp geplaatst. De reflexen die dat oproept, kunnen ziektes, aandoeningen en pijn gunstig beÔnvloeden. Een lezeres van Hoofdzaken is van februari tot en met april 2000 in de Christian Doppler Kliniek te Salzburg, Oostenrijk, voor aangezichtspijn behandeld met zgn. ooracupunctuur. Ze schrijft: ĎDe behandeling is niet pijnvrij, maar ik had in april een hele week (bijna) helemaal geen pijn en drie maanden na de behandeling minder pijn dan normaal.í Geweldig voor die mevrouw, maar wat doet neuroloog Helmut Novak in Salzburg eigenlijk ?
    Tijdens het onderzoek bezoekt de patiŽnt de kliniek twee keer per week. Hij m/v krijgt bij ieder bezoek gedurende ongeveer 2 uur een naald op een bepaalde plaats in het oor. De naald wordt met tape vastgezet. De patiŽnt krijgt het advies iedere 20 minuten even zachtjes tegen de naald te tikken. Tegelijk houdt de patiŽnt een dagboek bij, waarin hij op een schaal van 0 (geen pijn) tot 10 (ondraaglijke pijn) de toestand van dat moment noteert. Bij iets minder dan de helft van de 33 behandelde patiŽnten (met typische en atypische aangezichtspijn door elkaar) was de behandeling effectief. d.w.z. tot bijna pijnvrij. Bij 18 procent van de patiŽnten (5 van de 33) had de behandeling geen enkel effect, terwijl bij 3 van de 33 de pijn zelfs verergerde. Wat de effecten op de lange termijn zijn, blijft onduidelijk, maar de onderzoekers doen luide kond van de gunstige resultaten.

    Bezwaren
    Zoín onderzoek voldoet in geen enkel opzicht aan de eisen van wetenschappelijkheid. Er is geen controlegroep die met placebo behandeld wordt. Placebo is zelfs bij acupunctuur mogelijk, namelijk als je gewoon Ďnaastí het acupunctuurpunt prikt. Het onderzoek is voor de patiŽnt ook niet blind uitgevoerd. Met andere woorden: de patiŽnt weet precies wat er gebeurt en stelt zijn verwachtingen daarop in. Een dergelijk matig onderzoek bewijst niet dat acupunctuur NIET helpt, maar dubieuze resultaten van slecht onderzoek luidkeels aanprijzen maakt een onbetrouwbare indruk.

    Greintje effect
    Uit alle onderzoeken naar de werking van acupunctuur is uiteindelijk maar een greintje effect gebleken. Een eerlijke conclusie zou kunnen zijn: het helpt bij te weinig mensen met migraine, dus laten we ermee ophouden. Die conclusie zal in het kamp der Ďgelovigení waarschijnlijk wel niet worden getrokken. Toch jammer van al die verwachtingen en al dat onderzoek. Acupunctuur heeft verder niet zo veel nadelen, als de naalden maar steriele weggooi-naalden zijn! Hergebruik van naalden is uit den boze! Ook hier zijn de kosten een probleem. Juist in deze tijd stijgen de premies om de beleggingsverliezen van de verzekeraars te dekken. Het is volgens de meeste behandelaars onjuist om aan de ene kant bezuinigingen op noodzakelijke zorg door te voeren en aan de andere kant onbewezen geneeswijzen te vergoeden.

    Pilotstudy
    Ook de Nederlandse Vereniging van Acupuncturisten (N.V.A.) heeft zich waarschijnlijk de kritiek van onbewijsbaarheid aangetrokken. De vereniging is daarom in februari 2000 van start gegaan met een pilotstudy (proefstudie) voor een onderzoek naar het effect van acupunctuur op chronische spanningshoofdpijn. Een proefstudie dus, want de N.V.A. wil niet voor ťťn gat te vangen zijn. Terecht, en daarom maakt deze pilotstudy een betrouwbare indruk. Het eigenlijke onderzoek, heel aardig Ďhoofdstudieí genoemd, kan nog wel een aantal jaren op zich laten wachten, maar de lezers van Hoofdzaken, zo stel ik me voor, staan te trappelen om informatie.

    Chronische patiŽnten
    Aan het onderzoek deden 43 patiŽnten mee, die door 15 bij de N.V.A. aangesloten acupuncturisten in hun praktijk zijn behandeld. De patiŽnten moesten minstens 15 dagen per maand hoofdpijn hebben gedurende langer dan 6 maanden. Van die 43 hebben 37 de pilot voltooid, een (gunstig) uitvalpercentage van 14 procent. De deelnemers, die in twee blokken van vier behandelingen acupunctuur ondergingen, vulden dagelijks formulieren in, waarop zij noteerden of zij hoofdpijn hadden en hoe ernstig die was. Bij bijna alle sessies waren observatoren aanwezig om vast te stellen hoe het protocol in de praktijk werkte.

    Aanwijzingen
    Voor alle duidelijkheid, de pilotstudy was niet bedoeld om uitspraken te doen over de effectiviteit van acupunctuur, maar om de praktische uitvoerbaarheid van het draaiboek en het opgestelde behandelingsprotocol te verifiŽren. De uitkomsten moeten dus resultaten opleveren die gebruikt kunnen worden in de opzet van de hoofdstudie. Het doel van de hoofdstudie zal worden: nagaan in hoeverre het essentieel is voor het resultaat van de acupunctuurbehandelingen dat de naalden in acupunctuurpunten geplaatst werden (raak prikken). Met andere woorden: helpt het prikken in acupunctuurpunten. Ondanks het feit dat de pilot die vraag niet ging beantwoorden, kwamen er al aanwijzingen over het effect van acupunctuur bij chronische spanningshoofdpijn, maar daarover verderop in dit artikel.

    Blindering
    Een van de wetenschappelijke onderzoeks-criteria schrijft voor dat een onderzoek dubbelblind moet worden uitgevoerd. De onderzoekers waren terecht van mening dat een op dergelijke wijze uitgevoerde studie geen recht zou doen aan het effect van een TCG-behandeling. Immers, een acupuncturist past de prikpuntenkeuze voortdurend aan. Van dubbelblind werd dus afgezien. Men verwachtte meer van een opzet waarbij een patiŽnt zowel de TCG- als de controlebehandeling ondergaat. De patiŽnt is dan zijn eigen controle. Verder werd de eis verlaten dat de therapeut onwetend zou moeten zijn van het type behandeling (TCG- of controlebehandeling). Deze zgn. blindering past ook niet bij een optimaal uitgevoerde TCG-behandeling. Alleen de patiŽnt was Ďgeblindeerdí en wist dus niet welke behandeling hij m/v onderging.
    Het zou in het kader van dit artikel te ver voeren het protocol, dat in overleg met de Katholieke Universiteit Nijmegen voortdurend werd bijgeschaafd, tot in detail uit te leggen. Voor hoofdpijnpatiŽnten is het belangrijk aanwijzingen te krijgen of acupunctuur nou helpt, gemeten naar de pilotstudy van een nog uit te voeren onderzoek. De trend die uit de resultaten van de pilotstudy naar voren komt is, dat uit de patiŽntenformulieren NIET blijkt dat TCG-acupunctuur tot andere behandelingsresultaten leidt dan de controle-acupunctuur. Populair gezegd: prikken in acupunctuurpunten of daarnaast maakt voor chronische spanningshoofdpijn niets uit.
    Met dank aan de heer A. Bos van de Nederlandse Vereniging van Acupunctuur.

    Zo zit het
    Acupunctuur gaat ervan uit dat het menselijk lichaam in evenwicht is, en dus gezond, als er voldoende energie doorheen kan stromen. Het menselijk lichaam blijft op gang door een interne energiebron: chi. Op het menselijk lichaam zitten specifieke punten die kunnen worden beschouwd als de poorten voor chi. In totaal lopen er twaalf hoofdmeridianen of kanalen, waarlangs chi kan stromen. Als ťťn of meer van deze meridianen afgesloten zijn, wordt de doorstroming belemmerd met ziekte als gevolg. Elk orgaan is verbonden met een eigen meridiaan, maar elke meridiaan heeft zijn eigen acupunctuurpunten.
    Een acupuncturist stelt de verstoringen vast aan de hand van een gesprek en een pols- en tongdiagnose. Daarna heeft hij m/v voldoende gegevens voor de behandeling. Vervolgens zoekt de acupuncturist naar de meridianen en acupunctuurpunten die in verbinding staan met het orgaan, dat vermoedelijk is aangetast of geÔrriteerd. Zodra die zijn vastgesteld begint de behandeling. Hij brengt de naalden in in de punten die voor de klacht van belang zijn. Het aantal punten kan verschillen evenals de manier waarop de naald wordt ingebracht. Soms rechtstandig, anders onder een bepaalde hoek. Soms blijft de naaldpunt stil in de punt, anders beweegt de acupuncturist de naald. Afhankelijk van de ernst van de klacht bepaalt de acupuncturist hoe lang de naalden blijven zitten, van enkele minuten tot soms wel een half uur. Daarnaast kunnen de naalden ook nog worden gestimuleerd met warmte of elektriciteit. Als tijdens de behandeling een vreemd, dof, warm, zwaar of tintelend gevoel optreedt, betekent dat, dat de energieoverdracht plaatsvindt.
    Er zijn verschillende beroepsverenigingen waarbij de verschillende soorten behandelaars zijn aangesloten. Het Nederlands Genootschap Voor Acupunctuur (NGVA), de Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur (NVA) en de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging (NAAV) zijn organisaties met een gedragscode, tuchtrecht en een beroepsprofiel, die de kwaliteit van de leden bewaakt.

    Chronische spanningshoofdpijn
    Spanningshoofdpijn is eigenlijk een negatieve diagnose. Het is een verzamelnaam voor hoofdpijnen die niet voldoen aan de criteria voor migraine, clusterhoofdpijn en aangezichtspijn. De oorzaak van spanningshoofdpijn is niet spanning. In Engeland spreekt men daarom over Ďtension-typeí headache, te vertalen als spannings-achtige hoofdpijn. Spanningshoofdpijn is eigenlijk een verzamelnaam voor een aantal vormen van onbegrepen hoofdpijn, zoals periodieke aanvalsgewijze spanningshoofdpijn, chronische spanningshoofdpijn, chronische dagelijkse hoofdpijn, medicijnafhankelijke hoofdpijn enz. Bron : Ferrari M.D., Haan J. ďAlles over hoofdpijn en aangezichtspijnĒ. Utrecht, 2000 -
    cfr. :
    http://groups.msn.com/Hoofdpijnendergelijke/boeken.msnw 

    Vier stukjes ter opleuking

    1. - Frieda : ĎIk ga ongeveer elke drie maanden naar een acupunctuurarts, waar ik mij laat prikken in mijn oorschelp. De arts voelt dan mijn pols Ďop Chinese manierí en weet dan zo ongeveer te vertellen hoe ik mij voel. En dat klopt! Het effect is bij mij: minder tot niet meer overgeven. Voor de buitenwereld lijkt dit niks, want ik heb nog net zo vaak migraine en ik lig nog net zo vaak op bed als voor de behandelingen. Ingewijden weten wel beter. Als je met een bonkende kop en een doodziek lijf ook nog elke minuut boven de toiletpot moet hangen...., tja, dat maakt het net allemaal een flinke graad erger.í

    2 - Tineke : ĎWekelijks had ik 2 dagen hoofdpijn en tijdens de menstruatie alle dagen. 20 Jaar lang kreeg ik na elke menstruatie ťťn acupunctuurbehandeling en die hielp goed. Zonder was ik niet maar ik kon ermee verder. Sloeg ik een paar maanden over, dan kwam de hoofdpijn steeds in de oude vorm terug. Na een verwijdering van de baarmoeder hielpen de acupunctuur en de aspirines niet meer. Daarna riep elke acupunctuurbehandeling zelfs een hoofdpijn op. Raar maar waar.í

    3 - Jeannette : ĎIemand schreef : Ook ik heb acupunctuur geprobeerd mŤt Chinese kruiden, maar ik kreeg geheid een aanval na de behandeling. Ik had bijna de neiging om me te gaan verontschuldigen dat het niet hielp, want het had, zei men, zulke goede resultaten bij anderen, dus het zou wel aan mij liggen. Idioot hŤ. Mijn reactie: Inderdaad is het zo dat wanneer wij niet beter worden, dat aan ons ligt. ĎU wilt helemaal niet beter worden.í Dat hangt weer samen met het gegeven dat alternatieve therapieŽn voor een deel berusten op gewone psychotherapeutische behandelingen. Wie durft eindelijk eens tegen de gewone arts, alternateut of hoe ze ook mogen heten te zeggen : ĎHet ligt aan u dat ik niet beter word. Uw behandelingen deugen niet.í Op het woord Ďalternateutí vraag ik patent aan.í

    4 - Wilma : ĎIk heb zo veel baat gehad bij acupunctuur dat ik mij niet langer wil concentreren op hoofdpijn en gewoon wil genieten zonder aan hoofdpijn te denken. Ik heb veel profijt gehad van mijn acupuncturist die ook elektronacupunctuur toepast. Ik maak geen reclame. Ik uit slechts mijn enthousiasme over de behandelingen. Ik schrijf erover om te helpen.Ē
     
    Cfr. :
    http://people.zeelandnet.nl/vdwindt/migraine.htm

    17-04-2005 om 20:50 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (20 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hart- en vaatziekten bij CIB
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Hart- en vaatziekten bij CIB

    Chronische Inflammatoire Bindweefselziekten Liga (CIB-Liga)

    Lezing gegeven door
    Prof. Duprez,
    cardioloog UZ Gent, op 13 juni 1998, afdeling Oost-Vlaanderen


    Dit artikel bestaat uit 2 delen
    :

    1. Hart- en vaatziekten bij CIB - cfr. : http://www.cibliga.com/a_m_hartvaat.html
    2. Hart- en vaatziekten bij CIB : Vragen - cfr. : http://www.cibliga.com/a_vr_hartvaat.html

    I. - Hart- en vaatziekten
     


    1. - Het systeem van hart- en bloedvaten
     
    Het systeem van hart- en bloedvaten kan vergeleken worden met een pomp en een buizensysteem dat werkelijk cruciaal is voor alle functies in ons organisme.
    Het hart is de pomp die, 70 ŗ 80 maal per minuut, de bloedcirculatie op gang houdt. Via de bloedvaten wordt het bloed naar de verschillende weefsels en organen gestuurd.
    Het buizensysteem omvat de slagaders van groot en klein kaliber, die de weerstand bepalen van het vaatsysteem, en de microcirculatie (haarvaten of capillairen), waar de uitwisseling geschiedt van zuurstof, kooldioxyde en energierijke substraten. De mens beschikt over verscheidene voetbalveldoppervlakten voor wat betreft de totale capaciteit van haarvaten.
    In de westerse wereld zijn 60 tot 70% van de overlijdens te wijten aan hart- en bloedvatproblemen en omvat het 70% van alle hospitalisaties.
    De problematiek van hart- en vaatziekten situeert zich niet alleen tot het hart; de laatste jaren is men zich ook gaan oriŽnteren naar het buizensysteem. Pas de laatste 20 jaar kunnen we de capillairen visualiseren via microscopisch onderzoek.
    Bij bindweefselziekten speelt deze microcirculatie een heel belangrijke rol omdat het vaak daar is dat het immunologisch proces het vaatstelsel aantast.

     
    2. - Wat verstaan we onder de bloeddruk ?

    Het bloed staat in de bloedvaten, vnl in de slagaders, onder zekere spanning die de bloeddruk of tensie wordt genoemd.
    Deze is het grootst in de slagaders vlak bij de linker kamer, nl. 120-130 mm kwik. Hij daalt in de slagaders, naarmate deze verder van het hart afliggen. In de haarvaten daalt hij tot ongeveer 15 mm kwik en in de aders is de druk nog lager, hij daalt tot 8-12 mm Hg.
    De bloeddruk is niet constant, maar wisselt met de twee fasen van het hart: de systole en de diastole. Tijdens de systole fase wordt de aorta gevuld en stijgt de bloeddruk, terwijl tijdens de diastole fase de aorta leegloopt en de bloeddruk daalt; er is dus een systolisch maximum en een diastolisch minimum.
    In de armslagader is de druk ongeveer hetzelfde als in de aorta omdat deze op dezelfde hoogte ligt van het hart. Men kan met de hulp van een bloeddrukmeter de bloeddruk aan de bovenarm meten tijdens de systole en de diastole fase. De bloeddruk tijdens de systole wordt de systolische of maximale tensie genoemd; hij bedraagt 120-130 mm kwik. De bloeddruk tijdens de diastole wordt de diastolische of minimale tensie genoemd en bedraagt 70-80 mm kwik.
    Door vaatvernauwing, door sterke hartactie, door verlies van elasticiteit van de vaatwand kan de bloeddruk stijgen. Door vaatverwijding, door bloed- en of vocht-verlies kan de bloeddruk dalen. Een verhoogde bloeddruk noemt men hypertensie, een verlaagde bloeddruk hypotensie.
    Zowel de vaatwijdte als de druk in de bloedvaten wijzigt zich al naar gelang de omstandigheden dat verlangen. Een werkende spier ontvangt soms 30 maal zoveel bloed als een spier in rust; aan andere organen wordt dan bloed onttrokken. Door zenuwcentra in het verlengde merg van het centrale zenuwstelsel wordt deze distributie geregeld. De wijdte van de bloedvaten en de spanning van de wanden staan eveneens onder invloed van het zenuwstelsel.


    3. - Waarom noemt men een hoge bloeddruk de silent killer of stille moordenaar ? 

    Een systolische druk boven 140 mm kwik en een diastolische druk boven 90 mm kwik.
    De oorzaken :
    • Familiaal aspect (aanleg) is enorm belangrijk
      Zout
      Medicatie : cortisone en ontstekingsremmers geven zoutretentie
      Stress
      Overgewicht.
    Het is best de bloeddruk te kennen tijdens het dagelijkse leven, omdat deze nogal regelmatig gaat schommelen bij bepaalde activiteiten. Deze kan gemeten worden tijdens een ambulatoire bloeddrukregistratie, waarbij de bloeddruk wordt geregistreerd gedurende 24 uur. Men krijgt dus een 24 uurscurve waarbij men duidelijk een onderscheid kan maken tussen het dag- en nachtritme. De bloeddruk is 's nachts opmerkelijk lager. Deze lage bloeddruk kan soms problemen opleveren bij mensen die nachtwerk verrichten.
     
     
    4. - Men kan op verschillende manieren kijken of er orgaan- of vaatbeschadiging is

    * Fundusscopie
    Daarbij kijkt men met een lichtje in het oog naar de gele papil en de verschillende oogvaten. Wanneer deze fel verstoord zijn, heeft men een agressievere behandeling nodig dan wanneer de oogfundus normaal is.

    * Het EKG of Elektrocardiogram
    Bij hoge bloeddruk moeten wij de hartfunctie, de hersenen en de nierfunctie beschermen. Bij patiŽnten met bindweefselziekten geassocieerd met HLA B27 vindt men verscheidene gevallen van hartritmestoornissen, vnl geleidingsvertraging. Het hartritme kan men vaststellen via druk op de polsslagader, maar het kan beter vastgesteld worden via een EKG of elektrocardiogram. Het EKG geeft ook aan of er al dan niet stoornissen zijn in het ritme, de geleiding of zuurstoftekort ter hoogte van het hart.

    * Radiografie van de thorax
    Op een bepaald moment kan het ook zijn dat het myocard of de hartspier uitzet, bv. fysiologisch bij atleten. De hypertrofie in het kader van de hoge bloeddruk is iets totaal anders, alsook de hypertrofie tengevolge van klepproblematiek. Om dat vast te stellen, zal men een RX thorax nemen. Daarop ziet men de schaduw van de hartspier: deze moet kleiner zijn dan de helft van de borstkast. Men ziet ook of er stuwing is in de vaten van de longen.

    * Echocardiografie
    De komst van de echocardiografie is een middel om de structuur van het hart en de kleppen na te kijken. Bij lupus kan men soms vochtuitstortingen krijgen ter hoogte van het pericardzakje (is het zakje dat het hart omgeeft), waardoor het hart iets meer wordt samengedrukt.

    * De inspanningstest
    De inspanningstest geeft het zuur-stofverbruik en het EKG weer.

    *
    Thalliumscintigrafie
    Bij patiŽnten met bindweefselziekten ziet men meestal geleidingsstoornissen van het hart, zodanig dat men via een EKG geen perfecte weergave van de hartfunctie kan zien. Bij deze mensen gaat men over tot thalliumscintigrafie, waarbij men radioactief thallium zal inspuiten een minuut voor het einde van de inspanning. Thallium wordt opgenomen door de hartspiercellen. Hoe meer radioactiviteit men meet ter hoogte van de hartspier, hoe actiever de hartspier. Men meet ook het verschil tussen de activiteit onmiddellijk na de inspanning en na 4 uur rust.

     
    5. - Het cholesterolprobleem
     
    De normale waarde van het cholesterolgehalte ligt onder de 220 mg per dl. De goede cholesterol is het HDL, de slechte is het LDL.
    Hoe moeten wij ons dat voorstellen ? Het HDL blijft ter plaatse en is liefst zo hoog mogelijk. Het LDL zet zich neer ter hoogte van de vaatwand, de concentratie van LDL is liefst zo laag mogelijk.
     
     
    6. - Opmerkingen
     
    Ook wanneer men regelmatig een tromboflebitis krijgt, of een ontsteking van de venenwand, kan men een onderliggende bindweefselziekte verwachten. Als een trombo-flebitis niet tijdig wordt onderkend, volgt een beschadiging van de veneuze kleppen.
    Wat moeten we nu doen met veneuze insufficiŽntie ? Men krijgt een open been of veneus ulcus als men zijn drukverband achterwege laat. Wanneer we liggen, is de druk in de aders 10 mm kwik. Bij het rechtop staan of zitten verhoogt de zwaartekracht de druk in de aders tot 110-120 mm kwik. De aderwand is heel dun en de verhoogde druk in de aders heeft een weerslag op de microcirculatie. Zo kan men verklaren dat compressietherapie de juiste oplossing is. Het drukverband duwt de cellen terug tegen de capillairen waardoor deze opnieuw worden gevoed en genezen.
    We hebben allemaal ongeveer 5 liter bloed in het systeem van hart en bloedvaten, waarvan 60 tot 80 ml uitgepompt wordt met een snelheid van 1,5 meter per seconde, iedere hartslag. In onze haarvaten is de snelheid slechts 500 micrometer per seconde. Men ziet onmiddellijk bij patiŽnten met bindweefselpathologie wat de problemen kunnen zijn van immunoglobuline. De viscositeit van het bloed wordt voornamelijk bepaald enerzijds door de concentratie van de rode bloedcellen, de hematocriet; anderzijds het fibrinogeen en de immunoglobuline. Wanneer men weet dat de diameter van de rode bloedcellen 7 micrometer is en de diameter van de haarvaten ook maar 7 micrometer is, ziet men dat in deze microcirculatie het bloed er zich als het ware moet door wringen. Bij een lage bloeddoorstroming zal de viscositeit ook gaan stijgen.
    Dit brengt ons dan tot de problematiek van de veneuze trombose. Deze aandoening is niet hetzelfde als de arteriŽle trombose. Daar spelen voornamelijk de bloedplaatjes en de vaatwand een rol. Bij een veneuze trombose zien we meestal een falen van de kleppen die zich in de aders bevinden, waardoor deze niet meer afsluiten en het bloed naar beneden laten zakken. Een zwelling van de onderste ledematen is dan het gevolg.
     
     
    7. - Tips
     
    Tot slot nog een paar tips om ons hart en onze bloedvaten gezond te houden. Als we de aandoeningen en de risicofactoren goed aanpakken en wat aandacht aan een aantal gezondheidsaspecten besteden zoals :
    • de bloeddruk goed op peil houden
      regelmatig bewegen
      op het zoutverbruik letten
      regelmatig lichamelijk onderzoek laten doen
      langdurige immobilisatie vermijden, kunnen we zeggen: ik hou mijn hart en mijn bloedvaten gezond.
     
     
    II. - Hart- en vaatziekten : vragen
     
    Vragen gesteld aan Prof. Duprez, cardioloog UZ Gent, naar aanleiding van zijn voordracht van 13 juni 1998 voor de CIB-Liga, afdeling Oost-Vlaanderen
     
     
    1. - Wat is de betekenis van een hoog triglyceride in het bloed ?
     
    De triglyceriden zijn een onderdeel van de vetten in het bloed, maar geven minder risico's dan de echte cholesterol. Men kan verhoogde triglyceriden hebben door inname van bepaalde medicatie, door alcoholgebruik en het kan ook een familiale aangelegenheid zijn.
    Bij het bepalen van het triglyceride gehalte speelt het tijdstip waarop het bloedstaal genomen wordt een rol. Als men de avond voordien een kaas- en wijn-maaltijd genomen heeft, of een reep chocolade, heeft dit nog geen gevolgen voor het cholesterolgehalte, maar dit zal wel aanleiding geven tot een verhoging van het triglyceridegehalte. Bij een nefrotisch syndroom van de nieren, bij schildklierproblemen en bij een ontregeling van suikerziekte kan men ook een verhoogt triglyceride gehalte vaststellen.
    Normaal zou het triglyceridegehalte onder de 200 mg per dl moeten staan.
     
     
    2. - Wat betekent een troebel staal ?
     
    Bij een verhoogd triglyceridegehalte ziet het bloedplasma er uit als room, vandaar de naam troebel bloedstaal.
     
     
    3. - Kan het Raynaud-fenomeen voorkomen bij het chronisch vermoeidheidssyndroom ?
     
    Bij een chronisch vermoeidheidssyndroom moet per definitie de bloedbezinking of het CRP normaal zijn. Raynaud kan daarbij voorkomen, maar iemand met Raynaud die klaagt over chronische moeheid zou zich beter laten onderzoeken op bindweefselaandoeningen. Of in het kader van infectieuze pathologie laten nagaan of het gaat om primair of secundair Raynaud. Sommige jonge dames durven zichzelf al eens uithongeren, gebruiken waterafdrijvende middelen en durven geen zout meer eten om tegemoet te komen aan het perfecte schoonheidsideaal. Zij hebben als gevolg daarvan een lage bloeddruk, een hogere pols, zijn vermoeid, zijn ondervoed en hebben blauwe handen en tenen. Als men hen zegt dat hun gewicht met minstens 10 kg zou moeten toenemen, lopen ze kwaad weg en gaan op zoek naar een andere arts die hen van hun koude vingers kan afhelpen ondanks dat dit een normale fysiologische reactie van het lichaam is.
     
     
    4. - Kan SjŲgren met longproblemen aanleiding geven tot een onregelmatig hartritme ?
     
    Bij deze problematiek kan de druk in de longbloedvaten verhoogd zijn. In de slagaders is de druk 120 over 80 mm kwik, in de longen is de druk 16 over 8 mm kwik. De druk in de longen is dus zeer laag, vandaar dat de wand van de rechter hartkamer maar 4 ŗ 5 mm is. De linker kamerwand is 8 tot 10 mm.
    In het kader van SjŲgren met deze longproblematiek krijgt men een belasting van het rechter hartkamer. Bouwt men een hoge druk op in de longbloedvaten: bv. van 16 over 8 naar 30 over 10 mm kwik, dan is dit al belastend voor het rechter hart-kamer. De gangmaker van ons hart zit in de rechtervoorkamer; die gaat zich wat uitzetten en geeft aanleiding tot hartritmestoornissen, extra systole of voorkamerfibrilatie.
     
     
    5. - Hoe laat men een bloeddruk van 140-100 mm kwik dalen ?
     
    Wanneer die bloeddruk gedurende 6 maanden aanhoudt, moet men zich afvragen : "Ben ik niet te zwaarlijvig ? Rook ik niet ? Hoe zit het met de familiale belasting ? Neem ik geen medicatie die de bloeddruk doet verhogen bv. cortisone of ontstekingsremmers ? Ben ik niet verslaafd aan neusdruppels ?". Als men dit allemaal uitsluit, kan men overgaan op een zoutarm dieet of starten met een bloeddrukverlagend middel.
     
     
    6. - Is een verhoogde polsslag (130/min bij rust) te wijten aan lupus of aan cortisonegebruik ?
     
    Dit is niet direct een gevolg van lupus. Wat het cortisonegebruik betreft: cortisone gaat water en zout weerhouden, het cardiovasculaire systeem krijgt een extra volume aangeboden. Dit extra circulerend vocht moet verwerkt worden, vandaar dat men dus een snellere pols krijgt. Mensen met een chronische reumatische aandoening hebben neiging tot een lagere haematocriet, ook mensen met een nierinsufficiŽntie hebben een lagere concentratie rode bloedcellen en dit resulteert in een hoger hartritme om de bloeddruk op peil te houden.
     
     
    7. - Wat zijn de symptomen wanneer er zich vocht rond het hart heeft gevormd ?
     
    Bij pericarduitstortingen wordt het hart wat samengeduwd en krijgt men last van kortademigheid, een verzwakte pols en een lage bloeddruk. Typisch is de ademhalingsgebonden pijn.
     
     
    8. - Wat is de oorzaak van spontane blauwe vlekken ?
     
    Wat is de oorzaak van spontane blauwe vlekken? Ofwel heeft men een heel dunne huid waarbij de haarvaten juist onder de huid liggen. Ofwel kan het gebruik van corticoÔden ervoor zorgen dat de haarvatenwanden broos worden, waardoor deze vlugger gaan scheuren, met blauwe plekken tot gevolg.
     
     
    9. - Heeft een dunne huid verband met doorstroming ?
     
    Per definitie niet, het zou eerder te wijten zijn aan het verouderingsproces. In het kader van sclerodermie zou men het wel kunnen zeggen.
     
     
    10. - Is oedeemvorming 's morgens aan handen en voeten te wijten aan hartfalen ?
     
    Als men oedeem krijgt door hartfalen, moet dit 's morgens volledig verdwenen zijn omdat men 's nachts bij het horizontaal liggen een volledige vochtresorptie krijgt. Oedeemvorming ter hoogte van handen en voeten kan ontstaan tengevolge van een ontsteking van de kleine gewrichten.
     
     
    11. - Kan u een verklaring geven voor druk onder het borstbeen bij het opstaan ?
     
    Men kan last hebben van een kleine maagbreuk, waardoor er wat zuur in de slokdarm is gelopen.
     
     
    12. - Kan het Raynaud-fenomeen voorkomen bij gezonde mensen ?
     
    In de Scandinavische landen komt het primair Raynaud-fenomeen voor bij ťťn op drie vrouwen. Dit is waarschijnlijk ook hormonaal omdat in de vruchtbare periode van de vrouw de vingercirculatie met 50% schommelt tijdens de cyclus.
     
     
    13. - Staan krampen in tenen en kuiten in verband met bloeddrukstoornissen ?
     
    Als het gekoppeld wordt aan wandelen of slenteren heeft het wel te maken met de bloeddruk in de slagaders van de benen. Als het verslechtert bij het staan, heeft het te maken met de gewrichten.
    Het kan ook te maken hebben met het nemen van waterafdrijvende medicatie waardoor de zouthuishouding verstoord wordt. Het kalium wordt te laag en men krijgt krampen.
    Men kan dit verhelpen door het gebruiken van bananen, champignons en aardbeien. De krampen kunnen ook een gevolg zijn van rusteloze benen, maar dat gaat dan gepaard met een tekort aan magnesium.
     
     

    16-04-2005 om 03:13 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (24 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Going to the loo was like climbing Everest
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Going to the loo was like climbing Everest
     
    David Puttnam was struck hard by ME in 1988. He tells Sarah Boseley how it changed his life
     
    The Guardian, April 27, 2004
    © Guardian Newspapers Limited 2004
     
    David Puttnam's energy and drive as a film producer gave the world some brilliant films, peaking in a phenomenal run of eight hits made in less than eight years, from Bugsy Malone to The Mission, including Midnight Express, Chariots of Fire, The Killing Fields and Local Hero. The moral anger and passion of The Killing Fields still burns in him today, as he tours the benighted places of the globe for Unicef or stands up in the north of England for the dispossessed of Wearside. It is almost impossible to associate such a vital man with the lassitude and hopelessness inflicted by ME, otherwise known as chronic fatigue syndrome.

    But for the past 16 years, since he was the controversial head of Columbia Pictures in California, the disease has periodically laid him low. He has never spoken of it until now because he does not feel in the least bit sorry for himself and indeed, he says, something positive has come out of it. Lord Puttnam agreed to talk to the Guardian only at the request of the charity Action for ME, of which he is a patron, to help foster greater awareness and understanding of a much misunderstood condition.
    It began in 1988, but he knows now that the roots of it were in the years of huge creative energy and hard work that came before. "I was so exhausted when I finished The Killing Fields, to which I gave everything I had in me - everything I had learned, everything I knew, everything. There are moments in people's lives when you have accrued all the professionalism that you need to do the job, where you are a true professional, where you have genuine energy and focus. All those things came together for me over a period of about five years, culminating with The Killing Fields. Everything told me when I'd finished making it that I should retire. I couldn't have afforded to anyway - it was a daft idea - the kids were at school. But viscerally, it was absolutely right. I had nothing left to give, absolutely nothing." He was going to take an easier year as executive producer of The Mission, but personality clashes as filming began meant he had to "go in and do the job".

    The Killing Fields, which followed Chariots of Fire, was shot in 1983 and finished in 1984. The Mission took up 1984 and 1985. The following year Puttnam was head-hunted by the Coca-Cola Corporation to head Columbia Pictures. It was to have been a glorious revolution in Hollywood movie-making. Puttnam's ambition was to make low-budget artistic films embracing moral, social and political issues, using talented European directors yet aimed at a mass audience. But he spoke his mind, attacked the commercial film culture and fell out badly with the big-name stars and producers of violent and uncerebral blockbusters such as Rambo.

    In the middle of all this, in 1988, he was hit by ME. "I had a six-month period when I couldn't do anything," he says. Nothing, really nothing. Going to the loo was like climbing Everest. It is impossible to explain to people how utterly debilitating it is.

    "I was living in California and my wife and I went for a long holiday in Hawaii. It was a good thing to do, but everything was exhausting. Just driving a car was exhausting. It occurred at exactly the time that things were coming to a head at Columbia Pictures, which was another reason why it was very easy for me to say look - thanks, but no thanks. It was very much a contributing factor."
    Initially, doctors thought Puttnam, who had just returned from south-east Asia, had dengue fever. He had the highest temperature he had ever experienced, he says, and was sweating to the point where rivers of water were running down his chest. "Then I had a very, very good doctor who quite quickly decided it wasn't, and came down in favour of what Americans were then calling Epstein-Barr [a virus that causes glandular fever]. He was clever enough to say the after-effects might be a long, debilitating period. In a way, he was identifying what we now call ME."

    Puttnam, like many sufferers, believes that his ME was triggered by a viral infection hitting him when he was under the sort of strain and pressure that meant his immune system did not have sufficient strength to resist. He knows, he says, that "a lot of doctors would laugh", but the explanation fits his symptoms and those of others. "I think this mutated virus gets into the immune system and I'm not sure if you ever lose it. In my case, I certainly didn't."

    He was lucky in his doctor and in the support he has always enjoyed from his wife, Patsy, and his family. "I had a doctor who did not minimise it. This was in California and he had seen it before. He was very clear with me and my family that this was not malingering and the recovery period would be very long."

    Puttnam became involved with Action for ME very quickly, originally through Martin Lev who played Handy Dan in Bugsy Malone and was one of the founders of the charity. Tragically, Lev later killed himself. Puttnam became a patron alongside Claire Francis, the round-the-world yachtswoman who at that time was in a wheelchair because of the disease and Melvyn Bragg.

    In a good year, Puttnam says he will have maybe three or four attacks of ME. In a bad year, there will be as many as eight. His wife sees it coming. "She says I get what she calls marmoset eyes. She will look at me and say, 'You have an ME attack coming.' It's quite incredible."
    They last around three days and there are specific symptoms. The first is an urge to pee every hour. The second is that his temperature begins to rise "as if my internal thermostat has blown" and the sweating begins.

    The third symptom is lack of concentration, making it impossible to read a book. But the worst, he says, is the depression. "You become irrationally gloomy and everything becomes negative. Sometimes it's not such a terrible thing, but I suddenly see all the dangers of a situation or all the problems.

    "After all these years, I know it won't last more than a couple of days. I know that - I'm a perfectly intelligent person - and yet every time there is a lingering fear that this might be the big one. This maybe is the one that will never go away. That fear really grips you. People say snap out of it, fight it. But you don't. You pull yourself down into it. Security resides in the feeling of sadness. It is a very weird thing. It is a pit and you pull yourself into the pit. There is no sense that you want to fight this."
    He is lucky, he says frequently. He has his family and a wonderful house on the west coast of Ireland, in a village that reminds him of the one where he shot his favourite film, Local Hero; he has had extraordinary success as a film producer and now has an absorbing life as president of Unicef and a hard-working peer. The day we met he had just made speeches about the future of the BBC and higher education.

    But it hasn't come easy. Five years of cognitive therapy have given him self-knowledge. "It helped me understand the illness, but also the way in which I may have been partially responsible for creating it.
    "I have been extremely lucky and very successful in many respects, but I have always found everything difficult. Everything. I've never found anything easy. I find giving a speech difficult. I just have to apply myself. If you become successful, the demands on you are rightly significant, but if you have, as I think I had, an essential feeling that you are not as good as people think you are and you've got to work twice as hard to be as good as people think you are, you are creating a form of very real stress."

    He was upset by a jocular reference to a meeting with him in a diary which Giles Brandreth published. "He said, as usual I was desperately busy and earnest. That hurt me. I know what he means, but what people like him who are either genuinely or pretend to be kind of relaxed and jokey about life don't understand is that if you are not like that, you can't pretend to be. Yes, I am earnest and busy because I can only get through what I challenge myself with by being earnest and busy. I wish I wasn't. I find it offensive that someone who would appear to find life easy is prepared to mock someone who doesn't find life easy at all."

    In the education debate, he heard his own voice becoming angry as he championed the kids of Wearside, where he is vice-chancellor of Sunderland University. "I'm very proud to be vice-chancellor because in Wearside we are the only game in town," he says.

    About 85% of the kids there are the first in their family to go to university. "It does make me really angry when I have to confront Surrey and Cheshire attitudes that have no comprehension that Wearside is a different country with different pressures and problems, trying to crawl back not on to its feet but on to its knees."

    He takes life seriously because he cares. He is angry because the same passions burn that informed some of his films. Things matter, he agrees. "Yes, desperately." If his ME is partly related to the stress he puts himself under, it has not stopped him championing the causes he believes in - including, of course, opening a window on his own experience to help other sufferers. He can relax by going home to his house and garden in Ireland, where he is "blissfully happy", he says. He adds that ME has in a curious way done him a favour, by forcing him to reduce the pressure he puts himself under which may mean he will not die of a heart attack as his father did. He managed to spend more than 100 nights in Ireland last year, he says, and would like to get it up to 130 or 140. He grins in wry amusement that I find it strange that he counts so exactly. "It tells you everything about me," he says with a laugh that is more frequent than his confessed seriousness suggests. "I have to measure things." 

    Action for ME can be found at : http://www.afme.org.uk/default.asp 
     
    Cfr. :
    http://www.guardian.co.uk/g2/story/0,,1203985,00.html

    15-04-2005 om 01:58 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gezondheidswijzer chronische pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Gezondheidswijzer chronische pijn

    Professor Dr. J.W. van Ree
    Cambium, 2002 - ISBN-nr: 90.6655.066.X
     
    Jaarlijks wordt bijna de helft van onze inwoners voor pijnklachten behandeld. Pijn wordt tegenwoordig niet alleen beschouwd als een verschijnsel dat optreedt bij ziekte, maar ook als iets dat een ziekte op zichzelf kan zijn. Bij continu aanhoudende pijn - er wordt dan gesproken van chronische pijn - bieden medicijnen alleen meestal niet voldoende verlichting. Chronische pijn is vaak niet te genezen, maar met een combinatie van beweging, ontspanningsoefeningen en gedragsverandering, kan men leren met de pijn om te gaan zodat er meer plezier en voldoening uit het leven en de dagelijkse bezigheden kan worden gehaald.

    Dit boek geeft deskundige, betrouwbare, praktische en gemakkelijk te begrijpen informatie over onder andere :
    * Wat verstaan we onder chronische pijn ? 
    * Veelvoorkomende vormen van chronische pijn 
    * De gevolgen van chronische pijn 
    * Leren omgaan met chronische pijn 
    * Lichaamsbeweging 
    * Stress en ontspanningsoefeningen 
    * Medicijnen 
    * Aanvullende en alternatieve behandelingsmethoden 
    * Pijncentra en pijnklinieken 
    * Tips om vol te houden.


    Inhoud
    :

    * Woord vooraf 
    * Redactionele medewerkers -
    * Inleiding 
    * Wat verstaan we onder (chronische) pijn ? : Hoe u pijn voelt - Hoe reageert u op pijn ? - Het verschil tussen acute en chronische pijn - Waardoor ontstaat chronische pijn ? - Leren omgaan met chronische pijn.
    * Veelvoorkomende vormen van chronische pijn : Gewrichtsziekten Ė Rugpijn - Complex regionaal pijn syndroom Ė Endometriose Ė Fibromyalgie Ė Hoofdpijn - InterstitiŽle cystitis - Prikkelbare darmsyndroom - Pijn in mond, kaken en aangezicht - Pijn in de nek Ė Overbelasting - Pijn in de bekkenbodem - Perifere polyneuropathie - Postherpetische neuralgie - Onbekende oorzaken van chronische pijn. 
    * De cycli van chronische pijn : De cyclus van uw gedrag - Hoe u aan anderen laat merken dat u pijn hebt - De cyclus van uw gevoelens - Hoe reageert uw familie op uw pijnklachten ? - De cycli doorbreken.
    * De gevolgen van chronische pijn : Verslechtering van uw conditie Ė Slaapgebrek - Emotionele verwarring Ė Depressie - Problemen op uw werk - FinanciŽle gevolgen - Gevolgen voor uw relatie met anderen - Afhankelijkheid van medicijnen - Stap voor stap.
    * Leren omgaan met chronische pijn : Wat moet u doen ? - Op zoek naar de juiste arts - Een dagboek bijhouden - Uw doelstellingen
    * In beweging komen met oefeningen : Oefeningen waarmee u leniger zult worden - Oefeningen om uw conditie te verbeteren - Oefeningen om uw spierkracht te vergroten - Hoe is uw houding ? - Blijf volhouden.
    * Een kwestie van balans : Is uw dag evenwichtig ingedeeld ? - Hoe haalt u het meeste uit uw tijd ? - Stel orde op zaken - Doe alles met mate - Verkeerde gewoontes veranderen - Gebruik uw lichaam verstandig - Vermijd extreme temperaturen.
    * In het reine komen met uw gevoelens en gedrag : Leg u neer bij de feiten - Leren omgaan met uw boosheid - De kracht van positief denken - Stel uw verwachtingen bij - Leer voor uzelf opkomen - Werk aan uw zelfrespect.
    * Leren omgaan met stress :De lichamelijke reactie op stress - -Wanneer krijgt ķ last van stress ? - Wat kunt u doen om stress te verminderen ? - Ontspanningstechnieken.
    * Omgaan met familie en vrienden : De voordelen van sociale contacten - Hoe ontwikkelt u een sterk netwerk ? - Verbeter uw communicatieve vaardigheden - Hoe familie en vrienden u kunnen helpen.
    * Zorg goed voor uzelf en voor uw gezondheid : Goed slapen - Houd uw gewicht in de gaten - Gezond eten - De vier voedselgroepen - De dagelijkse voeding - Gebruik minder alcohol - Stop met roken - Het belang van een goede seksuele relatie - Tegemoetkomen aan uw spirituele behoeften.
    * Welke medicijnen zijn er - en hoe werken ze ? : Eenvoudige pijnstillers - Krachtige pijnstillers - Andere pijnstillers - Medicijnen voor aandoeningen waar chronische pijn vaak mee samengaat Ė Injecties - Medicijnen: de voor- en nadelen - Ga verstandig om met uw medicijnen.
    * Aanvullende en alternatieve behandelingsmethoden : Lichaam en geest zijn ťťn - Massage en manuele therapie - Het herstellen van de natuurlijke energiebronnen - Homeopathie en natuurgeneeskunde - Hoe kunt u zich een goed oordeel vormen over alternatieve geneeswijzen ?
    * Pijncentra en pijnklinieken : Het multidisciplinaire pijnbestrijdingsprogramma - Het 'pijnteam' - Wat kunt u verwachten ? - Waar moet u op letten ? - Uw eigen inzet is doorslaggevend.
    * Tips om vol te houden : Tien manieren om uw vorderingen vast te houden - Een moeilijke dag doorkomen - Lid worden van een patiŽntenvereniging - U moet het zelf doen.
    * Uw persoonlijke agenda.
    * Nuttige adressen.
    * Index.

    Cfr. :
    http://www.drjones.nl/default.asp?node_id=_15591&product_id=26121

    15-04-2005 om 01:38 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (9 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Evaluatie van pijnrevalidatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Evaluatie van pijnrevalidatie

    Peter HTG Heuts,
    revalidatiearts, P.H.T.G. Heuts, Stichting revalidatie Limburg, Hoensbroek
              (naar een voordracht tijdens het voorjaarssymposium 2004)
     

    1. - Wat is pijnrevalidatie ?

    De revalidatiegeneeskunde kan met diagnostiek en behandeling een positieve bijdrage leveren aan het functioneren van mensen met een chronisch pijnsyndroom. De revalidatiegeneeskunde heeft als doelstelling de patiŽnt met blijvende functiestoornissen zo optimaal mogelijk te laten functioneren in zijn persoonlijke levenssfeer en in de maatschappij. Revalidatie bij chronische pijn noemen we ďpijnrevalidatieĒ. Misschien is dat een enigszins ongelukkige term, aangezien niet de pijn maar de persoon revalideert, maar de uitdrukking wordt toch veel gebruikt en is kort en bondig. In Nederlandstalige literatuur wordt ook gebruik gemaakt van termen als "cognitief-gedragsmatige" aanpak of "gedragsgeoriŽnteerde revalidatie" bij pijn. Het woord ďcognitief-gedragsmatigeĒ is de letterlijke vertaling van het Engelstalige begrip ďcognitive-behavioralĒ. Deze term geeft soms verwarring, omdat het woord "cognitie" ook gebruikt wordt in de neuropsychologie. In dit hoofdstuk wordt daarom de term "gedragsgeoriŽnteerde revalidatie" gebezigd. Het woord ďgedragsgeoriŽnteerdĒ sluit ook enigszins aan bij de internationaal bekende term "behavioral medicine".

    1.1 - VRA
    Binnen de VRA is een werkgroep actief, speciaal gericht op chronische pijnproblematiek. Deze werkgroep (WPN: werkgroep pijnrevalidatie Nederland) streeft naar uitwisseling van kennis en ervaringen, zodat het aanbod aan revalidatiebehandelingen optimaal ter beschikking komt voor die mensen met chronische pijn, die daarmee gebaat zijn. In 2000 is een overzicht gepubliceerd (1) van niveaus in complexiteit van pijnproblemen (tevens na te lezen op de website :
    www.revalidatiegeneeskunde.nl : ďcommissiesĒ aanklikken en vervolgens WPN kiezen). Om diagnostiek en behandeling van patiŽnten met chronische pijnklachten in houding- en bewegingsapparaat inzichtelijker te maken en voor iedere revalidatiearts toegankelijk, is de WPN bezig met dergelijke ontwikkelingen. Het heeft betrekking op patiŽnten met een chronisch pijnsyndroom, waarbij klachten langer dan 6 weken bestaan en onderscheid wordt gemaakt in de mate van complexiteit. Daarbij wordt uitgegaan van 4 zogenaamde ďWPN-niveauísĒ en per niveau wordt een vaste indeling gehanteerd, te weten: doelgroep, middelen t.b.v. diagnostiek, behandeldoelen en middelen t.b.v. behandeling. Op termijn zullen hier nog effectmetingen en meetinstrumenten aan worden toegevoegd. Het onderscheid in de verschillende niveauís wordt voornamelijk bepaald door de mate waarin psychologische en maatschappelijke factoren een rol spelen bij het handhaven van het disfunctioneren bij pijn. Centraal bij zowel diagnostiek als behandeling staat het ICF-model van de wereldgezondheidsorganisatie zoals dat binnen de revalidatiegeneeskunde wordt gehanteerd (zie ook aanvullende informatie op : www.revalidatiegeneeskunde.nl -

    1.2 - Chronisch pijnsyndroom : een definitie
    Aangezien revalidatiegeneeskunde als doelstelling heeft om de patiŽnt met blijvende functiestoornissen zo optimaal mogelijk te laten functioneren, is het dus sterk gericht op het alledaagse functioneren van de persoon in kwestie en zijn of haar maatschappelijk positie. Bij een chronisch pijnsyndroom kan het functioneren ernstig aangetast zijn. Pinsky en Crue hebben een beschrijving opgesteld van dit zogenaamde chronisch pijnsyndroom (2). Voor veel patiŽnten en hulpverleners is deze beschrijving van Pinsky en Crue goed herkenbaar.
    Kenmerken van het chronisch pijnsyndroom (Pinsky & Crue, 1984) : 
    * Algemene kenmerken : į Geen aantoonbaar causaal verband actief pathofysiologisch of pathoanatomisch proces - į Een geschiedenis van opeenvolgende en niet succesvolle medische interventies - į Verstoring van het psychosociale functioneren.
    Bijkomende kenmerken : į Overmatig gebruik van medicijnen met mogelijk ongewenste neveneffecten - į Veelvuldige chirurgische en farmacologische behandelingen met ongewenste neveneffecten - į Toenemende lichamelijke beperkingen en vrees voor pijn en letsel - į Toenemende gevoelens van hopeloosheid, machteloosheid en depressiviteit - į Conflicten met behandelaars en ontevredenheid over behandelingen of de gezondheidszorg in het algemeen - į Interpersoonlijke conflicten met partner of familieleden - į Negatieve affectieve stoornissen - į Afnemende gevoelens van zelfwaarde en zelfvertrouwen - į Toenemend sociaal isolement en verminderde interesse in sociale contacten - į Afnemend vermogen om bekrachtigers te ontlenen aan dagelijkse activiteiten.
    Deze beschrijving van Pinsky en Crue is louter descriptief. Met andere woorden: het geeft wel een beeld, maar geen verklaring van onderliggende mechanismen. Bij deze definitie valt op, dat een complex van gevolgen de patiŽnt hindert in het dagelijks functioneren. Het gaat om een mengeling van lichamelijke, psychische en sociale factoren. In dergelijke situaties heeft pijn nauwelijks of geen biologische signaalfunctie meer. De termijnen voor herstel van weefselschade zijn al ruim overschreden. Anders gezegd: er is geen evenwichtige samenhang meer tussen de pijn en fysiologisch substraat. De pijn is in dergelijke gevallen een stoornis op zichzelf geworden, die heeft geleid tot ernstige beperkingen in de vaardigheden van de patiŽnt. Alledaagse activiteiten kunnen niet meer adequaat worden uitgevoerd en er zijn problemen ontstaan in de participatie. Werk, hobbyís, taken in huishoudelijke sfeer zijn weggevallen of ernstig verstoord.
     
    1.3 - Revalidatiebehandeling is ďbiopsychosociaalĒ
    Het is evident, dat in een dergelijk complex probleem een monocausale behandeling meestal tekort schiet. Het is de afgelopen decennia duidelijk geworden (3), dat een integratie van biologische, psychologische en omgevingsfactoren nodig is voor een adequate benadering van de complexiteit van chronische pijnproblematiek. Goede aanknopingspunten zijn te vinden met behulp van een dergelijke biopsychosociale benadering. Zowel in diagnostisch als in therapeutisch zin heeft een dergelijke integrale benadering meer te bieden dan een puur somatische (4-7). Er is in toenemende mate aandacht voor een dergelijke integratie van biologische, psychologische en omgevingsfactoren bij pijn. Hierbij wordt - in tegenstelling tot wat het geval is in het traditionele, mechanistische ziektemodel van chronische pijn vanuit een bio-psycho-sociaal perspectief een onderscheid gemaakt tussen de biomedische bevindingen, de pijnklachten en de beperkingen die de persoon ondervindt in het dagelijkse leven. Hoewel ze onderling samenhangen overlappen deze drie aspecten elkaar slechts gedeeltelijk. De biomedische factoren, die oorspronkelijk bij de patiŽnt de pijn bepaalden, spelen na verloop van tijd een ondergeschikte rol, terwijl de beperkingen voor de patiŽnt in het dagelijkse leven toch kunnen toenemen.
    Revalidatiebehandeling is dus sterk gericht op de integratie van somatische en psychologische strategieŽn, waarbij tevens de directe omgeving van de patiŽnt betrokken wordt (partner, werk, huishouding, hobbyís, et cetera). De volgende uitgangspunten, die ook al elders (8) beschreven zijn, kunnen met een patiŽnt worden besproken : į De persoon met pijn ervaart niet alleen somatische sensaties. De verwachtingen, angsten en gedachten over de pijn oefenen een belangrijke invloed uit op het functioneren. Evenzo zijn omgevingsinvloeden van groot belang - į De persoon met pijn moet actief participeren in een behandeling (en niet alleen lijdend voorwerp zijn), wil er kans van slagen zijn - į De behandeling dient te bestaan uit een pakket van maatregelen, waarmee zowel de lichamelijke, alsook de psychische en maatschappelijke aspecten veranderd worden - į Aandacht voor de directe omgeving is van cruciaal belang (Hoe denkt de partner over het probleem? Wat zijn gevolgen met betrekking tot werk en overige tijdsbesteding?) Zowel in de diagnostische fase, alsook in de behandelfase is het van groot belang de naaste omgeving bij het behandel- en veranderingsproces te betrekken.
    Voor deze revalidatiebehandelingen zijn teams van behandelaars uit diverse disciplines nodig, die gezamenlijk en in samenspraak met de patiŽnt een behandelprogramma opstellen en uitvoeren. Revalidatiebehandelingen zijn erop gericht om de patiŽnt met stoornissen en vaardigheidsbeperkingen in het functioneren op een optimaal niveau van functioneren te brengen, zodat participatie in de maatschappij zo goed als mogelijk ook daadwerkelijk bereikt wordt.
     
    1.4 - Componenten van pijnrevalidatie 
    Waaruit bestaat nu een revalidatiebehandeling in de praktijk? Er is een duidelijke behoefte aan beschrijvingen van dergelijke programmaís. Toch zijn die beschrijvingen nog schaars. Een voorbeeld is een beschrijving van een behandelprogramma, uitgegeven door het Pijn Kennis Centrum van het Academisch Ziekenhuis Maastricht (9) (ook te lezen op de website van dit Pijn Kennis Centrum :
    www.pijn.com -). Het is de moeite wellicht waard om deze website van het Pijn Kennis Centrum in Maastricht af en toe te raadplegen, aangezien er meer beschrijvingen van gedragsgeoriŽnteerde behandelprogrammaís zijn aangekondigd en in de naaste toekomst zullen verschijnen. In een aantal revalidatiecentra worden reeksen van groepsbijeenkomsten volgens de beschrijvingen van Winter (10) uitgevoerd. De opbouw en onderdelen van dit groepsprogramma, dat bestaat uit 10 ďlessenĒ staan beschreven in het boek ďde pijn de baasĒ. In Hoensbroeck Revalidatiecentrum worden momenteel de programmaís, die worden toegepast bij chronische pijnsyndromen, beschreven.
    De verschillende componenten van de behandeling zijn als volgt samen te vatten: (Een aantal behoren tot de ďkernĒ en zijn een soort standaardpakket. Daarnaast kunnen individuele aanvullingen op indicatie worden toegevoegd aan het programma.)
    Algemeen (ďstandaardpakketĒ) : * Informatie over aard en consequenties van chronische pijn - * Informatie over de behandelaanpak (biopsychosociale benadering) - * Bepalen van het basisniveau van functioneren (het ďuitgangsniveauĒ) - * Concrete doelen vaststellen (gezamenlijk: aandachtspunten zijn haalbaarheid, zinvolheid van de doelen, tijdsfasering) - * Stapsgewijze opbouw van activiteiten (volgens duidelijke tijdsafspraken naar de doelen toewerken) - * Coaching (zowel bij succes als bij tegenslag) - * Partner betrekken bij de behandeling (voorlichting, meekijken bij therapieŽn en instructie) - * Generalisatie (overdracht van de functionele verbetering naar het eigen, dagelijkse leven) - * Voorbereiding op tegenslag en terugval in de toekomst.
    Een aantal extra onderdelen kunnen op individuele indicatie worden toegevoegd, zoals : * Individuele ontspanningstherapie/biofeedback (bij geconditioneerde, verhoogde spierspanning) - * Medicatie en individuele psychotherapie (bij depressieve stoornis) - * Graded exposure in vivo (bij specifieke vrees voor beweging) - * Sociale vaardigheidstraining (bij subassertiviteit) - * Cognitieve coping vaardigheden (bij geringe controle over pijn) - * Probleem oplossingsvaardigheidstraining (bij geringe vaardigheden in het aanpakken van problemen van alledag).
    Samen met een groep collegaís hebben we deze componenten van een gedragsgeoriŽnteerde behandeling in meer detail uitgeschreven. (7, 11).
     

    2. - Wat is bekend over de effectiviteit van pijnrevalidatie ?

    De afgelopen jaren zijn enkele overzichtsstudies verschenen, waarin een beeld wordt gegeven van de effectiviteit van revalidatieprogrammaís bij pijn. De afbakening van de begrippen is daarbij niet eenvoudig. Het gaat om ďcognitief-gedragsmatige behandelingenĒ, psychologische interventies, multidisciplinaire behandelprogrammaís en deze begrippen overlappen elkaar uiteraard vaak.
     
    2.1 - Doelen van revalidatiebehandeling
    Om de vraag te kunnen beantwoorden of pijnrevalidatie effectief is moet eerst gedefinieerd worden waar dat effect aan afgemeten wordt. Of Ėanders gezegd-: welke doelen worden met pijnrevalidatie nagestreefd en worden die doelen ook daadwerkelijk bereikt? Pijnreductie is niet het primaire doel van revalidatie. Uiteraard is iedere vermindering in pijn welkom en ďmeegenomenĒ, maar omdat zowel de pijnervaring zelf alsook de consequenties van pijn (zie de beschrijving van Pinsky&Crue) uitermate complex zijn, is de doelstelling ďpijnreductieĒ te beperkt. Er zijn meer doelen nastrevenswaardig en bereikbaar met revalidatie (12).
    Kerns schreef (13) : ďArguments that disability and affective distress should be considered primary outcome measures related to pain management efforts may be grouped into several overlapping issues. These include (1) the inadequacy of reliance solely on pain reports, (2) the high frequency and enormous costs of pain-related disability and distress, (3) the demonstrated independence of pain, disability, and distress, and (4) the demonstrated ability of pain management efforts to reduce disability and affective distress, as well as painĒ.
    Een andere manier om meer helderheid te verkrijgen bij het bepalen van de doelen van een behandeling is het onderscheid tussen ziekte, lijden en beperkt zijn in vaardigheden. In de Engelse taal bestaan hier aparte termen voor, respectievelijk illness (het lijden van de patiŽnt), disease (ziekte) en disability (functionele beperking). In welk domein worden de doelen van een behandeling gekozen? Pijnbestrijding is duidelijk iets anders Ėook al is er overlap- dan het herwinnen van functionele mogelijkheden en het aanleren van copingsstrategieŽn. Voorafgaande aan een behandeling is het nodig om met een patiŽnt te bespreken in welk domein de doelstelling van de betreffende persoon ligt.
    Welke doelen kunnen bijvoorbeeld concreet gesteld worden ? : * het verminderen van medicatiemisbruik (bijvoorbeeld langdurig gebruik van opioiden of sedativa in hoger dan geadviseerde doseringen) - * verbeteren en daarna onderhouden van fysieke activiteiten - * productieve activiteiten hervatten: op het werk, in de vrije tijd en/of thuis - * de mogelijkheden van de patiŽnt vergroten om zelf de pijn en de aanverwante problemen te hanteren - * verminderen van de subjectieve pijnintensiteit - * verminderen of stoppen van het gebruik van gezondheidszorgvoorzieningen in verband met de pijn - * ondersteuning om medisch-juridische kwesties op te lossen en dergelijke zaken af te ronden - * kosten van behandeling verminderen zonder concessies te doen aan de kwaliteit van zorg.
     
    2.2 - Onderzoek naar effectiviteit
    Een reeks van recente publicaties over dit onderwerp is verschenen. Linton (14) vat het in het zeer informatieve en lezenwaardige boek van Nachemson en Jonsson (4) als volgt samen : * Multidimensionele programmaís, waarin gedragsgeoriŽnteerd wordt gewerkt, zijn statistisch en klinisch superieur boven controle groepen op centrale uitkomstvariabelen: ďlevel A evidenceĒ(1) - * GedragsgeoriŽnteerde programmaís leiden tot matige tot grote verbeteringen op de centrale uitkomstvariabelen, wanneer de vergelijking wordt gemaakt met wachtlijstcontrole-groepen: ďlevel A evidenceĒ - * Wanneer vergeleken wordt met andere actieve behandeling, dan heeft gedragsgeoriŽnteerde behandeling een klein tot matig effect op de centrale uitkomstvariabelen: ďlevel B evidenceĒ - * De gedragsgeoriŽnteerde behandelingen lijken de grootste effecten te sorteren op psychisch functioneren, pijn, fysiek functioneren en medicatie-gebruik. In weinig studies is nagegaan hoevaak het werk is hervat, aangezien dit voor veel van de patiŽnten niet (meer) relevant was: ďlevel C evidenceĒ.
    Een zeer bondige samenvatting over de effectiviteit van conservatieve behandeling bij acute en chronische rugpijn is de volgende : ďKort samengevat komt het erop neer dat in de acute fase, bij klachten korter dan ongeveer vier tot zes weken, het beloop gunstig is en de patiŽnt geadviseerd moet worden zoveel mogelijk actief te blijven, zonodig ondersteund met pijnmedicatie. Bij aanhoudende klachten, langer dan zes weken, wordt een activerende aanpak geadviseerd, bijvoorbeeld met behulp van oefentherapie. Preventie van chroniciteit en blijvend disfunctioneren is in deze fase het belangrijkste behandeldoel. Bij langdurige chronische klachten kunnen multidisciplinaire behandelprogrammaís zinvol zijn.Ē (15) Turk heeft in zijn overzicht 11 studies met controlegroepen samengevat (16), waarbij bleek, dat 67 % van de patiŽnten in een multimodaal pijnbehandelingscentrum het werk hervatte in tegenstelling tot 34 % van de controlegroepen. In dezelfde studie worden de belangrijkste uitkomsten als volgt weergegeven: - toegenomen activiteitenniveau en werkhervatting Ė pijnreductie - vermindering in gebruik van pijnmedicatie afname van gebruik van gezondheidszorgvoorzieningen - beŽindiging van schadeclaims en afkeuringsprocedures. Meer recent heeft Turk een overzicht gepubliceerd, waarin effecten van pijnrevalidatieprogrammaís ook worden vergeleken met diverse andere behandelingen (medicamenteus, operatief, etc.). (17) In dat artikel staan schattingen van de kosten van de afzonderlijke behandelingen van chronische pijn zoals medicatie, operaties, ruggenmergstimulatie (SCS : Spinal Cord Stimulation), implanteerbare medicatie-pompjes (Implantable Drug Delivery Systems : IDDS) en pijnrevalidatie-programmaís (PRP). Per behandelwijze kunnen daarmee kosteneffectiviteitschattingen berekend worden. De effecten van behandelingen worden beoordeeld aan de hand van pijnvermindering, verbetering in functioneren, gebruik van gezondheidszorg, werkhervatting en het afronden van claimprocedures. Ook wordt de verhouding tussen baten en bijwerkingen per behandeling in beschouwing genomen - * Opmerkelijke gegevens (17) : In een overzichtstabel in het artikel worden de percentages pijnvermindering weergegeven per behandelmethode: SCS en IDDS scoren het hoogst (tussen 55 en 60 % reductie van pijn). Met opioiden en anticonvulsiva en antidepressiva wordt tussen 30 en 35 % pijnvermindering bereikt. Zeer opmerkelijk is het gegeven, dat revalidatieprogrammaís, die niet primair op pijnreductie maar meer op verbetering van functioneren zijn gericht, toch 35 % pijnreductie teweeg brengen en daarmee beter scoren dan de oraal toegediende medicatie. Een tweede opmerkelijk gegeven betreft het grote verschil in kosten per patiŽnt, die erin slaagt het werk te hervatten. De kosten per chirurgisch behandelde patiŽnt of patiŽnt met SCS zijn veel hoger (respectievelijk factor 6,3 en 25) dan een patiŽnt, die een revalidatieprogramma volgde.
     
    2.3 - Conclusies en vragen over effectiviteit
    Linton concludeert in zijn overzicht van gedragsgeoriŽnteerde behandelingen (14), dat er positieve effecten zijn aangetoond van dergelijke behandelingen. Er resteren zeker nog vele onbeantwoorde vragen, maar deze liggen duidelijk al op het terrein van ďverfijningĒ en ďverklaringĒ. Methodologisch goed opgezette studies zijn nodig met voldoende lange follow-up om vergelijkingen te kunnen trekken tussen verschillende behandelstrategieŽn, ook ten aanzien van de kosteneffectiviteit. Verder zijn er studies nodig naar het veranderingsproces om na te gaan welke behandeltechnieken patiŽnten helpen om beter te functioneren en zich beter te voelen. Verder onderzoek is ook nodig om te kunnen komen tot beter ďmaatwerkĒ bij de behandelingen: welke therapieonderdelen zijn het meest effectief bij welke subgroep van mensen met een chronisch pijnsyndroom ? (17-19).


    3. - Welke bronnen van informatie zijn relevant op dit terrein ?

    Astonishing as it may be (at least to patients), it has not been possible for health care practitioners to reliably and quickly look up ďcurrent best evidenceĒ on the management of clinical problems. Recently, a number of tools and services have been developed by the advocates of evidence-based health care to provide practitioners (and patients) with access to current best evidence on an expanding range of clinical topics.(20).
     
    3.1 - Schriftelijke bronnen
    Het aantal boeken over chronische pijn is de afgelopen jaren fors toegenomen. Slechts een aantal daarvan wordt hier aangehaald. Tijdschriften zijn er ook veel en ook daarin doen we een willekeurige greep: Pain, The Clinical Journal of Pain, The European Journal of Pijn, het Nederlands Tijdschrift voor Pijn en Pijnbestrijding. Ook hier geldt: er verschijnen meer artikelen dan een mens kan lezen.
    Een andere bron van beschrijvingen is ook het Nederlands Paramedisch Instituut. De fysiotherapeuten bijvoorbeeld hebben recent een richtlijn over lage-rugpijn gepubliceerd, waarin ook gedragsgeoriŽnteerde componenten een rol spelen. Een richtlijn over behandeling bij artrose is recent verschenen.

    3.2 - Organisaties (als IASP en CC)
    De IASP (International Association for the Study of Pain) publiceert niet alleen het tijdschrift Pain, maar ook een reeks boeken en rapporten. De bekende Cochrane Collaboration is wereldwijd actief om onderzoeken naar effectiviteit van behandelingen te bundelen, systematisch te beoordelen en zo te publiceren, dat de resultaten beschikbaar zijn voor hulpverleners, patiŽnten en andere belanghebbenden.
    De beschikbare informatie heeft de omvang aangenomen van een lawine en het vergt een adequate strategie om deze hoeveelheid te kunnen weerstaan en goed geÔnformeerd te raken en te blijven. Het boek van Offringa et al (21, 22) wijst hierin een weg.
     
    3.3 - Websites
    Een boekenkast is niet meer genoeg, maar vraagt aanvulling met een internetaansluiting en een collectie van goed gekozen websites. Hier volgen een aantal voorbeelden die behulpzaam kunnen zijn op dit terrein : * PubMed (zoekmachine) :
    www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi - * De Cochrane Library is te traceren via : www.cochrane.nl - * Een cursus ďzoekenĒ is te vinden op de site : www.landauer.nl - * Veel informatie over paramedische vakgebieden, cursusaanbod etcetera is te vinden op de site van het Nederlands Paramedisch Instituut : www.paramedisch.org/ - * Het SamenWerkingsVerband Pijndisciplines heeft een website (in ďstatu nascendiĒ) - * Het Pijn Kennis Centrum van het academisch ziekenhuis te Maastricht : www.pijn.com - Vanuit de hier genoemde websites kunnen vele links gelegd worden met andere relevante locaties op het web. Aan de hand van gerichte vragen kan een eigen collectie van relevante sites ontstaan. Op de website van het CBO : www.cbo.nl - vindt u de richtlijn aspecifieke rugpijn.

    4. - Conclusion 
    De mogelijkheden met pijnrevalidatie groeien en voorzien in een duidelijke behoefte. Zoals op veel groeiende vakgebieden is ook hier het aanbod aan publicaties groot en bestaat behoefte aan een strategie om de lawine aan informatie te weerstaan. Evidence-based medicine geeft vele handvatten om praktijkvragen te transformeren in beantwoordbare vragen, de beschikbare kennis te traceren en vervolgens verantwoord toe te passen. Daarom zijn in dit hoofdstuk niet alleen feiten en inzichten over pijnrevalidatie beschreven, maar tevens enkele verwijzingen naar publicaties en inzichten uit de evidence-based medicine.
     
    Cfr. :
    http://www.revalidatiegeneeskunde.nl/Onderzoek/R119/evaluatie_pijn.htm

    14-04-2005 om 21:31 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pijn die vrouwen nekt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Pijn die vrouwen nekt

    Hoe komt het dat vrouwen vaker last hebben van klachten in nek, schouders, handen en polsen dan mannen ? Als je de vraag voorlegt aan Nederlandse onderzoekers als hoogleraar sociale psychologie Bram Buunk, is het antwoord simpel : vrouwen stellen zich meer aan. Het gaat hier immers om net zulke vage en onbegrepen klachten als whiplash, fibromyalgie en ME en dat staat, in de ogen van Buunk, altijd voor aandachttrekkerij.

    Een groep Zweedse onderzoekers keek anders tegen de vraag aan. Uit een vergelijkend onderzoek tussen een groep mannen en vrouwen die precies hetzelfde werk deden, vonden zij dat vrouwen meer last hadden van eerder genoemde klachten dan mannen. Met behulp van video-opnames, interviews en vragenlijsten gingen zij na wat de mogelijke oorzaken van het verschil waren. Als verklaring gaven zij dat het werk niet aangepast is aan de lengte van vrouwen, waardoor vrouwen in hetzelfde werk vaker boven hun macht tillen en pakken. De handelingen boven schouderniveau zorgen voor een grotere belasting van de spieren en daardoor voor meer pijnklachten.

    Van een neuroloog die een van mijn cliŽntes behandelt voor pijn in de nek, hoorde ik de volgende verklaring voor de nekpijn. Het lichaam kent twee soorten spierweefsels: wit en rood. Het rode spierweefsel raakt snel doorbloed en is bedoeld voor snelle actie. Je kunt deze spierstrengen en vezels voor 100% aanspannen. Het witte weefsel is minder doorbloed, komt minder snel in actie, gebruikt minder energie en stelt ons in staat het lichaam langdurig te belasten. Deze spiervezels worden bijvoorbeeld gebruikt bij het lopen van een marathon. Je kunt ze voor 70% aanspannen. Bij een te hoge spierspanning door overbelasting wordt het witte spierweefsel langzaam omgevormd tot rood spierweefsel: het staat dan wel steeds klaar voor actie, maar raakt snel uitgeput. De kans op pijnklachten neemt toe. De weg terug is niet eenvoudig. Een paar ontspanningsoefeningen helpen niet om rood spierweefsel weer wit te laten worden.

    De neuroloog van mijn cliŽnte bestrijdt de te grote spierspanning door een injectie met botuline toxine, hetzelfde middel als waarmee rimpels worden weggewerkt. Dit is natuurlijk een paardenmiddel. Er worden goede resultaten mee bereikt, mijn cliŽnte kan erdoor weer aan de slag, maar het werkt niet altijd. Beter is het om overbelasting te voorkomen. Eťn manier om dat te doen, is om vaker en langer pauze te houden. Dat is iets dat mannen meer doen dan vrouwen, zo blijkt uit het eerder aangehaalde Zweedse onderzoek.


    R. Dahlberg, L. Karlqvist, C. Bildt & K. Nykvist, "Do work technique and musculoskeletal symptoms differ between men and women performing the same type of work tasks ?" Applied Ergonomics, 2004, Vol. 35,p. 521-529.


    Cfr. : http://www.carienkarsten.nl/column/nekpijn.htm 

    14-04-2005 om 14:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geneesmiddelen en voeding
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Geneesmiddelen en voeding

    Simone Keppenne, diŽtiste
    Chronische inflammatoire bindweefselziekten (CIB-) Liga
     
    Bron : Tijdschrift voor Voeding en DiŽtiek. Jaargang 25, nr 6 nov. dec. '99
     
    "Een uur of twee uur na de maaltijd innemen", "Niet gebruiken in combinatie met pompelmoessap", "Door deze geneesmiddelen kan de eetlust toenemen".
    Voorbeelden van voorschriften die in de bijsluiter van veelgebruikte medicijnen staan. Geneesmiddelen kunnen van invloed zijn op voedselinname en spijsvertering. En andersom kan voeding effect hebben op de werking van medicijnen. In de dagelijkse praktijk wordt met deze interacties nog weinig rekening gehouden

    - tabel -

    Therapeutische breedte
    Tabletten, poeders, drankjes : de meeste medicijnen worden oraal ingenomen (via de mond). Zij komen via het maagdarmkanaal in het bloed. Interactie met voeding ligt dus bij orale medicatie het meest voor de hand. Een medicijn valt in de maag uiteen onder invloed van het maagsap. De werkzame bestanddelen worden vervolgens door de dunne darm opgenomen. Na passage van de darmwand komen de stoffen in het bloed. De lever breekt een deel van de werkzame bestanddelen van het geneesmiddel af en ook de dunne-darmwandcellen kunnen geneesmiddelen gedeeltelijk afbreken.
    De werking van een geneesmiddel hangt ook af van de concentratie die uiteindelijk in het bloed aanwezig is. Dit heet de therapeutische concentratie. Als deze concentratie te laag is, werkt het middel niet of nauwelijks. Is de concentratie in het bloed te hoog, dan kunnen vergiftigingsverschijnselen optreden.
    De marge tussen beide uitersten (therapeutische breedte) is bij de meeste medicijnen groot. Sommige middelen hebben echter een smalle therapeutische breedte. Vooral dan is het van belang dat de medicijnen op de juiste manier ingenomen worden.
    Voor de optimale werking van bepaalde medicijnen, zoals pijn-stillers en slaapmiddelen, kan snel een hoge concentratie in het bloed nodig zijn. Zo'n middel dient dan ook op de nuchtere maag te worden ingenomen of met een injectie te worden toegediend.

    Veranderd voedingspatroon
    Veel geneesmiddelen zijn van invloed op de voedselinname. Maar liefst een kwart van alle medicijnen heeft bijwerkingen als misselijkheid, braken, diarree en obstipatie (constipatie of verstopping). Hierdoor kan het voedingspatroon van de patiŽnt aan veranderingen onderhevig zijn. Hij gaat minder eten of bepaalde voedingsmiddelen mijden, met als gevolg dat de voedingstoestand verslechtert.
    Er zijn medicijnen die de smaak nadelig beÔnvloeden. Soms proeven de patiŽnten niet meer het verschil tussen zuur, zout, zoet, bitter.
    Andere geneesmiddelen geven een metaalsmaak.
    Smaakverandering kan voor de patiŽnt een reden zijn om minder te gaan eten.
    Soms worden medicijnen juist voorgeschreven vanwege het remmende effect op de eetlust aan patiŽnten met extreem overgewicht. Mensen krijgen eerder een verzadigd gevoel, waardoor ze minder zullen eten en dus afvallen.
    Geneesmiddelen die de eetlust ongewenst kunnen bevorderen, zijn antihistaminica, corticosteroÔden en orale anticonceptiva. PatiŽnten gaan meer eten dan zij gewend waren en komen in gewicht aan. Zij moeten van dit effect op de hoogte gebracht worden, zodat zij op hun voedselinname kunnen letten. Voor sommige patiŽnten is de toename in lichaamsgewicht een reden om met de medicatie te stoppen.

    Op de nuchtere maag
    Voeding heeft effect op de snelheid waarmee een medicijn wordt geresorbeerd, op de concentratie ervan in het bloed en op de uitscheiding in de urine. Een medicijn dat met een glas water op de nuchtere maag wordt ingenomen, blijft maar kort in de maag. Een half uur later kan de concentratie in het bloed al hoog zijn.
    Geneesmiddelen waarvan snel effect wordt verwacht, zijn bijvoorbeeld pijnstillers, slaapmiddelen en antibiotica. Deze middelen worden bij voorkeur op de nuchtere maag ingenomen. Het nadeel echter is dat dit tot maagklachten kan leiden. Om dat risico te verkleinen, is het aangeraden om deze middelen met een groot glas water in te nemen. Innemen met koffie, melk, frisdrank wordt ontraden, omdat deze dranken de resorptie negatief beÔnvloeden.
    Voedsel in de maag vertraagt de werking van een medicijn. Vooral vet voedsel vertraagt de maaglediging. Geneesmiddelen die een half uur voor de maaltijd worden ingenomen, blijven langer in de maag. De opname door de darm is trager en het effect van het geneesmiddel zal pas na twee of drie uur optreden.
    Voeding kan de werking van medicijnen versterken. Zo kan pompelmoessap (grapefruitsap) in combinatie met onder andere Terfenadine of Cyclosporine tot ernstige hartritmestoornissen leiden. Het effect van ťťn glas grapefruitsap kan 24 uur aanhouden. Sinaasappelsap kan overigens geen kwaad.

    Risicogroepen
    Er zijn risicogroepen voor wie interactie tussen geneesmiddelen en voeding een gevaar voor de gezondheid kan zijn. Dit zijn ouderen, zwangeren, aids-patiŽnten, alcoholisten en chronisch zieken. Zij zijn doorgaans 'groot-gebruikers' van medicijnen.
    Door een hoog medicijngebruik kunnen ook tekorten aan vitamines en mineralen ontstaan. Diuretica (vochtafdrijvers) en laxantia verhogen de uitscheiding van bijvoorbeeld kalium, calcium en vitamine B6. Bij een chronisch gebruik van deze middelen kan suppletie (aanvulling) van vitamines en mineralen nodig zijn. Om dit te controleren is het bepalen van bloedwaarden belangrijk.
    Bij diabeten is het nodig alert te zijn op de invloed van medicijnen op het bloedglucosegehalte. CorticosteroÔden, Thiaziden en orale anticonceptiva verhogen bijvoorbeeld het bloedglucose gehalte, terwijl Propanol en alcohol bloedglucose verlagend werken. Verder kan in de preparaten voor diabeten suiker vervangen worden door sorbitol. Behalve dat sorbitol net zoveel energie levert als suiker, werkt het ook laxerend. Twintig gram sorbitol per dag kan diarreeklachten geven.
    Cytostatica (of andere chemo-therapeutica) die bij de therapie van kankerpatiŽnten worden toegepast, kunnen misselijkheid, braken en diarree geven. Dit kan de voedingstoestand nadelig beÔnvloeden. Bij zwangeren kunnen geneesmiddelen via de placenta bij het kind terecht komen en bijvoorbeeld als vitamine-antagonisten (met tegenstrijdige werking) gaan werken. Hierdoor kunnen aangeboren afwijkingen bij het kind ontstaan. Alcoholmisbruik kan een verstoring geven in de opname en het metabolisme van geneesmiddelen, vitamines en mineralen. Bovendien heeft alcohol een versterkend effect op sommige geneesmiddelen.

    Cfr. : 
    http://www.cibliga.com/a_voe_geneesmiddelen.html

    14-04-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mogelijke klachten bij Fibromyalgie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mogelijke klachten bij Fibromyalgie

    - Algemene spierpijn
    - 's Ochtends gevoel van neerslachtigheid
    - Gevoel niet goed geslapen te hebben
    - Ochtendstijfheid
    - Hoofdpijn
    - Migraine
    - Gewrichtspijnen
    - Depressiviteit
    - Allergische reacties
    - Vermoeidheid
    - Veelvuldige diarree
    - Gezwollen blaas
    - Pijnlijke menstruatie
    - Verlengde menstruatie
    - Zichtbaar gezwollen handen/voeten/gezicht
    - Gevoel van gezwollen handen
    - Misselijk gevoel
    - Zwakke aandrang
    - Onregelmatige hartfrequentie (hartkloppingen)
    - Gevoel van kriebelen, prikkelen of doofheid in de handen
    - Verhoogde temperatuur
    - Rugpijn
    - Kleine, vlekvormige bloedingen, blauwe plekken onder de huid d = 3 mm
    - Verhoogd koudegevoel (gedeeltelijk paars verkleuren van handen en voeten)
    - Verminderd libido
    - Hoorproblemen/ruisen/fluitjes in de oren
    - Droge slijmvliezen in de ogen/mond
    - Droge slijmvliezen in de schede
    - Krampachtige pijn in het onderlijf
    - Angst- en paniekgevoelens
    - Vergeetachtigheid
    - Vluchtig uitvallen van het gezichtsvermogen
    - Ontsteking van het keelslijmvlies
    - Problemen met de luchtwegen, hoestprikkels
    - Haaruitval
    - Verstopping, moeilijke ontlasting
    - Pijngevoel, al bij aanraking van de huid
    - Meer gevoeligheid voor geruis, luider horen van geruis
    - Voortdurende pijnlijke drang tot stoelgang of urineren
    - Weergevoeligheid
    - Moeilijker urineren met meer weerstand
    - Meer afscheiding van zweet, in combinatie met een penetrante geur
    - Branderig gevoel van de huid, bijv. bij de wangen (richting oren)
    - Druk en benauwdheid op het hart
    - Trombose
    - Eczeem/huiduitslag
    - Heesheid
    - Algemene allergieŽn
    - Duidelijker aftekening van de aderen
    - Tremor (trillen van de handen)
    - Waterophopingen, met name 's ochtends in gezicht en handen
    - Hevig kriebelen in de benen
    - Toename van gewicht overdag tot 2 kg (verdwijnt 's nachts)


    Bron : www.fibromyalgie.nl 

    13-04-2005 om 22:12 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (20 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het chronisch vermoeidheidssyndroom : Mind versus/and body ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Congres
    Discussie 4

    Het chronisch vermoeidheidssyndroom :
    Mind versus/and body ?

    Donderdag 23 september 2004, voormiddag


    Voorzitter

    Elke Van Hoof, doktor in de Psychologie, senior researcher, VUB, Dienst sportgeneeskunde, Brussel

    Discutant
    Boudewijn Van Houdenhove, buitengewoon hoogleraar faculteit geneeskunde, kliniekhoofd liaisonpsychiatrie, UZ Gasthuisberg, Leuven.


    Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) is een complexe, controversiŽle aandoening, gekenmerkt door persisterende, medisch en psychiatrisch onverklaarde fysieke en mentale vermoeidheid en een aantal bijkomende klachten waaronder veralgemeende spierpijnen en concentratiestoornissen.
    Zowel onder clinici als onderzoekers blijft het debat Ė vooral over de oorza(a)k(en) van CVS Ė in alle hevigheid voortduren.
    Sommigen veronderstellen dat acute en chronische psychosociale stressoren een belangrijke ontstaansfactor zijn of beklemtonen de rol van somatische attributie en passieve coping in het verloop van de ziekte.
    Anderen wijzen op vastgestelde fysiologische abnormaliteiten bij CVS, zoals afwijkingen op de SPECT-scan, ontregelingen van het autonoom zenuwstelsel en neuro-endocrino-immunologische dysfuncties.
    In BelgiŽ is er vaak sprake van twee Ė op het eerste gezicht antagonistische Ė visies op CVS: een Ďsomatischeí visie, vooral geassocieerd met de ĎChronic Fatigue Clinicí van de VUB in Jette en een Ďpsychosocialeí visie, vooral geassocieerd met de Universitaire Ziekenhuizen te Leuven. Deze dichotome opsplitsing houdt het risico in van verwarring bij patiŽnten en hulpverleners en bemoeilijkt een adequate therapeutische aanpak.
    Via het expliciteren van beide visies Ė met respect voor wetenschappelijke en klinische accentverschillen Ė en het bespreekbaar maken van een aantal conceptuele en praktische misverstanden, willen we de weg openen voor een breed aanvaardbare, realistische en pragmatische consensus-benadering van CVS.


    Referenties
    :

    1. Engelebienne P., de Meirleir K. - "Chronic Fatigue Syndrome : a biological approach" - CRC Press, 2002 - cfr. : http://www.steungroep.nl/archief/populair/medium200312.txt
    2. Van Houdenhove B. - "Moe in tijden van stress. Luisteren naar het chronische vermoeidheidssyndroom" - Lannoo, Tielt, 2001 - cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=489

    13-04-2005 om 22:09 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronische vermoeidheid is geen spookziekte - Psychiaters moeten inbinden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Chronische vermoeidheid is geen spookziekte
    Psychiaters moeten inbinden

    Gilbert Roox
    De Standaard, Nieuws/Binnenland, 15/5/2004
    ©Copyright De Standaard
     


    Jarenlang beheersten psychiaters het debat rond het chronische vermoeidheidssyndroom. Tot woede van de patiŽnten die zich tot psychiatrische gevallen gedegradeerd voelden. Intussen blijkt het tij aan het keren. Een bestek, ter gelegenheid van de internationale CVS-dag, op 12 mei.

    Is het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS/ME) een welvaartskwaal en voer voor psychologen ? Of gaat het om een echte ziekte ?
    Believers en disbelievers ruziŽn al meer dan een decennium.
     
    In Groot-BrittanniŽ haalde de controverse dit jaar zelfs het parlement. ,,Zoals Nero op de harp speelde terwijl Rome brandde, zo spelen onze psychiaters met de feiten, terwijl mensen lijden en sterven'', riep de gravin van Mar, de beschermvrouwe van een Britse CVS-groep, in het Hogerhuis uit. ,,Ze manipuleren, verzinnen, verminken de waarheid in hun campagne om de geloofwaardigheid van patiŽnten te ondermijnen. Hun lijden zit alleen tussen de oren, betogen ze.''

    De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkent CVS/ME al sinds 1991 als een neurologische ziekte. Maar in de Britse handboeken voor huisartsen werd chronische vermoeidheid ook vermeld als psychosomatische ziekte, een soort van neurasthenie. Dat was het werk van de invloedrijke Oxford-groep van de psychiater Simon Wessely, die met zijn cognitieve gedragstherapie voor levensmoeen de toon zet in Engeland.
    Cfr. "The Views of Dr. Simon Wessely on M.E." at :
    http://www.btinternet.com/~severeme.group/denigration_extra3.htm -

    Britse patiŽntengroepen klaagden die dubbele standaard al jaren aan: ze maakt van de CVS-lijder een psychiatrische geval. Op 12 februari kregen ze uiteindelijk gelijk van de minister van Volksgezondheid. In de nieuwe guidelines voor huisartsen wordt CVS voortaan uitsluitend als neurologische ziekte vermeld.

    ,,Een veelbetekenende ommezwaai'', zegt Marc van Impe, de voorzitter van het CVS-platform in Belgie. ,,Simon Wessely is de peetvader van de orenmaffia. Tien jaar geleden monopoliseerden ze het hele debat, intussen zijn ze overal op de terugtocht. Zo komen eindelijk fondsen vrij voor biologisch onderzoek.
    We hebben nog altijd geen zicht op de oorzaken van CVS, er zijn ook nog geen erkende medicijnen. Maar intussen is toch 1 ding duidelijk: CVS is geen psychiatrisch probleem. Tot in de jaren vijftig werd dat ook beweerd van multiple sclerose. Psychiaters beweerden toen in alle ernst dat dat een vorm van catatonie was: de hysterische weigering om te bewegen. Gelukkig weten we intussen beter.''
    BelgiŽ telt volgens een schatting van het ministerie van Sociale Zaken 30.000 CVS-patienten. De verschillen binnen de ziekte zijn groot. Sommigen studeren aan de universiteit, waar ze dan wel zes jaar over een opleiding van vier jaar doen, anderen voelen zich 'te moe om te sterven', zoals de titel van de autobiografie van de Bekende Vlaming Luc Saffloer luidde - cfr. : http://home.tiscali.be/be077857/medische/cfs/verhalen/Luk.html - Naast chronische vermoeidheid worden ook steeds terugkerende infecties, spierpijn en storingen van concentratie en geheugen gemeld.

    Psychiaters en huisartsen verkeken zich begin jaren negentig compleet op het fenomeen. ,,We behandelden CVS als een depressie, als we het al geen ingebeelde ziekte vonden'', zegt Annemie Uyttersprot, de vrouw van Marc van Impe, de zelf neuropsychiater is. ,,Pas toen ik zelf in 1997 CVS kreeg, gingen mijn ogen open. Ik heb twee jaar niet gewerkt, ik was volledig op.  Vrienden konden het niet geloven. Je ziet er toch goed uit, zeiden ze almaar. Dat is allicht nog het meest frustrerende : als CVS-patient word je niet ernstig genomen. Is het niet willen of niet kunnen ? Niet alleen voel je je doodziek, je moet jezelf ook nog de hele tijd rechtvaardigen. Tegenover artsen, het ziekenfonds, de verzekeringsmaatschappij. Geen wonder dat mensen daar depressief van worden.'' - cfr. :
    http://www.steungroep.nl/archief/populair/nieu20020528.txt -

    De eerste Vlaamse zelfhulpgroepen staken al op het einde van de jaren tachtig de kop op. Intussen zijn er meer dan een dozijn. In het begin waren ze heel klassiek: patiŽnten zochten steun bij elkaar en wisselden informatie uit, later ook via praatgroepen op het Internet. Maar al snel ontwikkelden ze zich, naar Amerikaans en Brits voorbeeld, tot heuse belangengroepen. Tekenend voor die ontwikkeling was de oprichting, in 2001, van het CVS-platform, dat bij universiteiten, verzekeraars, het Riziv, de ziekenfondsen en de overheid lobbyt voor de erkenning van CVS.

    Van een 'CVS-oorlog' naar Angelsaksisch model was in Vlaanderen nooit sprake. Ook al lopen de emoties in het debat op het Internet soms hoog op, want de scheiding der geesten is groot. De boeman van de CVS-lobby is de psychiater Boudewijn Van Houdenhove (54), een hoogleraar aan de KU Leuven, een briljant causeur en voor een wetenschapper ook een begenadigd schrijver.

    In zijn boeken "Ziek zonder ziekte en Moe in tijden van stress" beschrijft hij CVS als een stress-ziekte. ,,CVS-lijders zijn doordrijvers, mensen van het slag : waar een wil is, is een weg. jaren hebben ze roofbouw op zichzelf gepleegd en dan breekt plots de veer. Hun hele afweersysteem crasht, zoals een computer die vastloopt. De aanleiding is vaak een traumatische ervaring : een echtscheiding, de dood van een ouder, een ongeluk. Maar daaraan is een jarenlange overbelasting van de stressafweer voorafgegaan.'' (interview De Standaard, 2001)

    De patiŽntenlobby noemt dat blaming the victim. ,,Het is nog niet genoeg dat je CVS hebt, je krijgt ook nog de schuld ervoor toegeschoven'', zegt Marc van Impe. ,,Vergeet het verhaal van de patient, dat is niet wetenschappelijk. Van Houdenhove begeleidt mensen tijdens hun ziekte en hij doet dat goed, maar hij geneest niet. Cognitieve gedragstherapie zet de dingen op hun kop. Het is net alsof je na een hartinfarct meteen zou gaan revalideren, zonder aandacht voor de biologische oorzaak.''

    Van Impe plaatst levensgrote vraagtekens bij het succes van gedragstherapie, bij ons nog altijd een heilige koe. ,,Volgens een onderzoek van de universiteit van Nijmegen zou een op de drie CVS-patienten beter worden. Maar hoe betrouwbaar zijn die cijfers ? PatiŽnten met zware problemen werden vooraf uitgesloten, het enige criterium was vermoeidheid. Het is dus maar de vraag of dat onderzoek echt over CVS ging. Bovendien tonen andere onderzoeken dat patiŽnten slechts tijdelijk opveren. Blijvend herstel is zeldzaam.''

    Als Boudewijn Van Houdenhove de boeman is, dan is Kenny De Meirleir de Messias van de Vlaamse CVS-beweging. Hij geeft hun wetenschappelijke erkenning, het bewijs van hun ziekte: een defect enzym, een gestoorde immunologische test. Plus de hoop op een wondermedicijn, dat ooit een einde aan hun lijdensweg maakt.

    De Meirleir (52) is een buitenbeentje. Hij werkt als fysioloog-sportarts op de afdeling Motorische Revalidatie van de VUB en kwam door de studie van overtraining bij topsporters terecht bij CVS. De Meirleir heeft geen hoge pet op van psychiaters : ,,In het tijdperk van de biotechnologie kun je toch geen ziekte meer aanpakken met freudiaanse psychiatrie ? Dat is totaal achterhaald.'' Hij ziet CVS als een complexe neurologisch-endocriene-immunologische aandoening, te vergelijken met MS, aids en andere immuunziekten.

    De voorbije jaren timmerde De Meirleir aan de weg als medeoprichter van RED Laboratories, een internationaal bedrijfje in Zellik dat diagnostische tests voor CVS aflevert - cfr. :
    http://www.redlabs.com/ - De merker is RNase L, een eiwit dat het erfelijk materiaal van virussen afbreekt en beschadigde cellen opruimt -- in origine een Amerikaanse ontdekking. Wordt in het bloed een defecte versie van het eiwit aangetroffen, dan wijst dat op een grondige ontregeling van het immuunsysteem.

    De Meirleir zette ook enkele nieuwe behandelingen op het spoor. Zo gaat hij met langdurige antibioticakuren de besmetting van mycoplasmabacterien in het bloed te lijf. Een idee van de Amerikaanse biochemicus Garth Nicolson, bekend van zijn werk met Golfoorlog-veteranen, die aan CVS verwante symptomen vertonen. De Meirleir schreef ook een tijdlang Ampligen voor, een experimentele Amerikaanse immuniteitsversterker. Een kuur van negen maanden kost zomaar even 5.000 euro. En de resultaten schommelen sterk. Zo diende een patiŽnte in juni 2002 een klacht in omdat ze na gebruik in shock ging. Dat kan altijd gebeuren en patiŽnten die in hoge nood naar experimentele medicijnen grijpen, doen dat op eigen risico. Toch leidde de klacht tot nieuwe controverse rond De Meirleir. Ook zijn banden met Hemispherx, de Amerikaanse producent van Ampligen, werden in anonieme e-mails op de korrel genomen.

    Hemispherx is in de VS omstreden. In 1998 kelderde de beurskoers van het farmabedrijf na berichten dat zijn immuunmodulerend middel 'niet werkte en zelfs gevaarlijk' was. Achteraf bleef dat achter de geruchtenstroom een uitgekookte shortseller zat die op miljardenwinsten speculeerde. Er volgden processen over en weer die tot vandaag voortduren. Met wetenschap heeft dat alles bar weinig te maken, maar met een medicijn dat helpt bij CVS, aids en MS zijn nu eenmaal fortuinen te verdienen. Hemispherx doet zelf overigens geen onderzoek, het is alleen een patentbedrijf.

    De jongste tijd lijkt het een beetje stil geworden rond de lonesome cowboy van de VUB. De Vlaamse CVS-centra negeren de RNase L-test volledig. Een bewijs dat de scheiding der geesten in de academische wereld voortduurt, zegt Marc van Impe: ,,CVS-patiŽnten blijven de speelbal van de oorlog tussen de wetenschappers. De psychiaters vechten om te overleven. Microbiologen en endocrinologen nemen hun steeds meer terrein af: na de schizofrenie volgt allicht ook de depressie. Straks houden ze niets over.''

    De officiŽle erkenning van CVS door het Riziv, in 2002, leek een ommekeer.  PatiŽnten kregen plots recht op terugbetalingen en vergoedingen van het ziekenfonds. En er kwamen vijf Vlaamse behandelingscentra. ,,Op papier zouden die multidisciplinair werken, maar we hebben overal een snelle machtsgreep van de psychiatrische school gezien. Van onderzoek naar biologische oorzaken is geen sprake. Het gaat uitsluitend om cognitieve therapie en revalidatie : leer patiŽnten met hun klachten en beperkingen omgaan.''

    En dus blijft het psychiatrische stigma op de ziekte wegen, zegt Van Impe. ,,Privť-verzekeraars duwen CVS maar al te graag in de psychische hoek. Zo worden patiŽnten niet meer gedekt door polissen voor vervangingsinkomens of hun hospitalisatieverzekering. En ook bij het Riziv blijven sommige controleartsen moeilijk doen. Ze zeuren over 'renteneurose' en 'ziektewinst'. Terwijl ze heel goed weten dat CVS een echte ziekte is. Waarom zouden patiŽnten anders sinds 2002 geweerd worden als bloedgever ?''

    ,,Er moet dringend geld komen voor fundamenteel onderzoek'', zegt Annemie Uyttersprot, die voor zover haar ziekte het toelaat, CVS-patienten in een kliniek in Vilvoorde begeleidt. ,,Nu is het algemene chaos, niemand weet hoe of wat. De ene CVS-patient gebruikt intraveneus B-12, de ander zweert bij acclydine of carnitine, middelen die de stofwisseling verbeteren. Nog een ander slikt melatonine om beter te slapen of heeft zich bekeerd tot de natuurgeneeskunde. Het werkt allemaal blijkbaar, maar alleen voor een beperkt aantal mensen. En alle kuren hebben 1 ding gemeen: ze zijn duur. En omdat ze niet erkend zijn, wordt er ook niets terugbetaald.''

    Uit het verre Philadelphia kwam begin mei goed nieuws. Het farmabedrijf Hemispherx meldde dat zijn experimentele medicijn Ampligen ook in de derde en laatste fase van zijn dubbelblindtest goed had gescoord.

    Een doorbraak ? Prof. dr. Kenny De Meirleir waarschuwt op de internationale CVS-dag (12 mei) voor overspannen verwachtingen. ,,Ampligen is geen wondermiddel. Bij sommige patiŽnten krijg je spectaculair herstel, anderen reageren er helemaal niet op. Ampligen lijkt vooral te werken bij zieken met een voorgeschiedenis van virale infecties, die scoren op de RNase L-diagnosetest. Hetzelfde geldt ook voor andere behandelingswijzen zoals antibiotica of acclydine: ze hebben alleen resultaat bij een specifieke subgroep van patiŽnten, hebben we geleerd.''

    CVS is geen ziekte, maar een syndroom, betoogt De Meirleir. Een uitsluitingsdiagnose is moeilijk omdat de symptomen zo talrijk en zo weinig specifiek zijn. ,,We weten alleen dat het om een ontregeling van het immuniteitssysteem gaat, die wordt veroorzaakt door zeer verschillende factoren van virale, bacteriŽle en toxische aard. Eigenlijk zou je dus moeten spreken van CVS 1, CVS 2, CVS 3, CV 4 enzovoort. Het mechanisme kan sterk verschillen van patiŽnt tot patiŽnt.''

    De oorzaak van de verstoring van de immuniteit kan een fysieke shock zijn die het immuunsysteem voor korte tijd doet instorten: een oorlogstrauma, een verkeersongeval, een zware allergische aanval. Maar ook zware psychologische stress. Het kan gaan om blootstelling aan uiterst toxische stoffen: zware metalen, pesticiden.''

    Een andere oorzaak van zware immuniteitsstoornissen zijn hormonale veranderingen. ,,CVS komt vaak voor bij vrouwen die een zwangerschap achter de rug hebben. We zien het ook na bloedtransfusies of een zwaar vaccinatieprogramma. Cellulaire stress zou een verklaring kunnen zijn voor het beruchte Golfsyndroom en het Balkansyndroom: te veel vaccinaties in korte tijd die het organisme overhoop gooien. En daarbovenop blootstelling aan verarmd uranium en toxische stoffen allerhande, zoals je die onvermijdelijk hebt in oorlogsgebied.''

    Door de ontregeling van de virusafweer kunnen oude virussen weer opflakkeren en krijg je een rist opportunistische infecties. Het verzwakte immuunsysteem kan die niet de baas en draait permanent overuren, met een gevoel van chronische vermoeidheid als gevolg. Het lijkt op een griepaanval die eindeloos blijft duren.

    ,,Als de oorzaken van CVS zo sterk kunnen afwijken van patiŽnt tot patiŽnt, zal ook de behandeling moeten verschillen'', zegt Kenny De Meirleir. ,,De farmaceutische industrie droomt van ťťn alomvattend immuunversterkend medicijn, dat zou kassa voor hen zijn, maar dat zit er niet in. In de toekomst gaan we naar tailor-made medicine : geneeskunde op maat van de patiŽnt, zoals de aidsonderzoeker Luc Montagnier zegt. Door de diagnose almaar te verfijnen, krijgen we ook steeds meer doeltreffende therapieŽn. Niet alleen voor CVS, maar ook voor de andere immuunziekten.''

    Zonder grote investeringen zal dat niet lukken. Tot dusver trok het Amerikaanse National Institute of Health tientallen miljoenen dollars uit voor het onderzoek naar het chronische-vermoeidheidssyndroom, maar al die uitgaven zijn intussen door president Bush geschrapt, zegt De Meirleir. Ook Amerikaanse onderzoekers moeten het nu met privť-fondsen zien te redden.  Tijd voor de Europese Unie om in het gat te springen ?


    Cfr. : http://members.chello.nl/~cbergman/Chronische_vermoeidheid_is_geen_spookziekte.html

    13-04-2005 om 22:07 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie (GezondheidsNet.nl)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Fibromyalgie

    GezondheidsNet.nl

    Fibromyalgie-syndroom is de officiŽle naam voor een complex en moeilijk te verklaren ziektebeeld. Letterlijk betekent fibromyalgie : ďpijn in bindweefsel en spierenĒ. Het komt voor bij twee op de honderd volwassenen, vooral bij vrouwen. De aandoening openbaart zich meestal bij mensen tussen de 25 en 40 jaar.

    Fibromyalgie is vaak een zeurende pijn die gepaard gaat met stijfheid en gevoeligheid rond spieren, gewrichten, peesaanhechtingen, banden en gewrichtskapsels : dus in de zogenaamde `weke delen`. Daarom spreekt men ook wel van `chronische weke delen reuma`.

    Een tweede kenmerk is chronische vermoeidheid. Deze vermoeidheid komt doordat fibromyalgie patiŽnten slecht slapen door pijn. Tevens zijn er bij fibromyalgie patiŽnten zogenaamde `tender-points` te vinden. Dit zijn punten in het lichaam die zeer gevoelig zijn als erop gedrukt wordt.

    In Nederland zijn er naar schatting zo`n 400.000 fibromyalgie patiŽnten, waarvan 90 % vrouw is. Geen twee patiŽnten zijn hetzelfde, omdat de klachten zo sterk verschillen.


    Hoe komt het ?
     
    Hoewel de precieze oorzaak van fibromyalgie nog niet duidelijk is, zijn onderzoekers er de afgelopen jaren wel achter gekomen dat de ziekte iets te maken heeft met chronische stress en met aanhoudende spanning in de spieren. PatiŽnten geven aan dat de klachten begonnen in een periode waarin ze erg onder druk stonden en dat nieuwe spanningen de klachten verergerden.

    Onderzoeken wijzen uit dat de oorzaak van het ontstaan van de ziekte ergens in de hersenen ligt. Hier bevindt zich een tweetal hormoonklieren (hypothalamus en hypofyse) dat in combinatie met de bijnierschors een regulerend effect heeft bij acute stress.
    Bij mensen met fibromyalgie is de balans ontregeld en kan het lichaam de aanhoudende stress niet meer onderdrukken.

    Uit onderzoeken is ook gebleken dat sommige mensen al bij de geboorte een mogelijk minder stabiele balans hebben. Deze mensen hebben een verhoogde kans om de aandoening te ontwikkelen. Bij anderen ontstaat deze gevoeligheid door invloeden van buitenaf, variŽrend van opvoeding tot leefgewoonten. Bij mensen met een verhoogde gevoeligheid kan een relatief geringe prikkel de balans verstoren, waardoor chronische stress onstaat die pijn en vermoeidheid in gang zet. Bij anderen ontstaat de ziekte in of na een periode van enorme stress. Hierdoor ontstaat een ziekteproces dat zichzelf jarenlang in stand houdt.


    Wat kun je er zelf aan doen ?
     
    Wanneer de balans eenmaal verstoord is en de patiŽnt last krijgt van pijn, wordt deze pijn op zich weer een bron van stress. Mensen slapen slecht, bewegen minder door de pijn enz.
    De vicieuze cirkel die zo ontstaat is moeilijk te doorbreken. Binnen de reguliere geneeskunde overheerst de opvatting dat er niet veel aan de ziekte te doen is. Soms krijgen mensen een advies voor fysio-, mensendieck- of andere vormen van oefentherapie of voor haptonomie. Men krijgt ook soms een recept voor pijnstillers, antidepressiva of slaapmiddelen. Tevens wordt wel eens psychotherapie aanbevolen.
     
    Cfr. :
    http://www.gezondheidsnet.nl/index.php?cms[categoryID]=722

    13-04-2005 om 22:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welkom op mijn fibromyalgie-pagina !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In 1995 heeft men me - na lange omzwervingen bij alle mogelijke dokters en ziekenhuizen - verteld dat de pijn die ik sinds 1992/93 had dan toch een naam had : fibromyalgie.

    Ondertussen is het duidelijk geworden dat ik lijd aan een "postvirale fibromyalgie" : mijn ziekte is blijkbaar een gevolg van een zware griep die ik niet verzorgde (niet zeuren, doorgaan, weetjewel...).

    Dat de medische wereld er jaren over doet om de daignose "fibromyalgie" te stellen heeft te maken met het feit dat fibromyalgie-patiŽnten zoveel diverse symptomen vertonen dat men maar blijft zoeken, testen en onderzoeken vooraleer men - bij eliminatie dus - de defintieve diagnose durft stellen.

    Eťn en ander leidt ertoe dat nogal wat dokters - vooral die van de verzekeraars - fibromyalgie niet ernstig nemen : fibromyalgie zou niet "objectief" te bewijzen zijn, fibromyalgie zit "tussen de oren"...

    Dat de Minster van Volksgezondheid deze ziekte erkent lijkt deze medische adviseurs niet te deren.

    Als het over fibromyalgie gaat kan men grof genomen zeggen dat de medische wereld verdeeld is in twee grote strekkingen :

    - fibromyalgie is een psychosomatische aandoening
    - fibromyalgie is een immuniteits- en stofwiselingsprobleem.

    Dit vertaalt zich in BelgiŽ in : 

    - de aanpak van vnl. Prof. Dr. Boudewijn Van Houdenhove (Leuven)
    - de aanpak van vnl. Prof. Dr. Kenny De Meirleir (Bussel).

    De eerste is psychiater en houdt het (dus) bij een multidisciplinaire benadering van fibromyalgie als een psychosomatische ziekte.

    De tweede is internist en ziet alle heil in medikatie die de stofwisseling moet bijsturen.

    Wat er ook van zij : de pijn die we voelen is reŽel !

    Hoe dokters deze "vreemde" ziekte zien doet eigenlijk niet terzake.  Het probleem is alleen dat mensen fibromyalgie-patiŽnten argwanend bekijken en dat verzekeraars (de mutualteit, het RIZIV, verzekeringsmaatschappijen...) van de hele controverse gebruik maken om mist te spuien waarin ze zich kunnen verschuilen !


    Ik heb drie maanden doorgebracht in de Psychosomatische Revalidatie Afdeling van de KU-Leuven in Pellenberg, geleid door Prof. Van Houdenhove. 

    Daar heb ik gezien wat een ravage onze ziekte teweegbrengt in zo vele mensenlevens : voortdurend pijn lijden op zich is al erg genoeg, niet als "ziek" erkend worden is al even erg, niet alleen sociaal maar ook economisch.

    Daarom zeg ik altijd : "Alleen fibromyalgie-patiŽnten begrijpen fibromyalgie-patiŽnten "


    Wat ik gezien heb in Pellenberg en wat ik zťlf mocht ervaren heeft me geÔnspireerd om me in te zetten voor de talloze weerloze mensen die met deze verwoestende ziekte opgezadeld zitten.
    Het informeren van mijn vrienden mede-patŽnten is daar een essentiŽel onderdeel van, want kennis neemt de angst weg en - zo zegt men toch - "kennis is macht".


    Dat is dan ook de bedoeling van deze site.

    Tot uw dienst !
    Jules.


     





    13-04-2005 om 20:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (27 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie - Omgaan met weke-delenreuma
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Fibromyalgie
    Omgaan met weke-delenreuma

    Huub Fest
    Ankh-Hermes, 2002 - ISBN: 9020201018


    Omgaan met weke- delenreuma
    .

    Enkele honderdduizenden Nederlanders hebben fibromyalgie (weke- delenreuma), een ziekte die zich met name uit in chronische spierpijn en vermoeidheid. Nog steeds is er veel onbegrip over deze ziekte. Dat komt onder andere doordat er nauwelijks informatie over bestaat. De meeste mensen weten niet wat een fibromyalgiepatiŽnt doormaakt of nog moet doormaken. Ook voor de patiŽnt is het vaak nog onduidelijk wat hij mankeert.

    De auteur gaat in op de vele aspecten van deze ziekte. Uitgelegd wordt hoe je de ziekte kunt herkennen en wat je eraan kunt doen. Verhelderend zijn de diverse verhalen van medepatiŽnten, die de auteur heeft opgetekend tijdens zijn revalidatieperiode. Verder geeft hij diverse tips en ontspanningsoefeningen, waarmee de klachten kunnen worden verlicht.

    Dit boekje is niet alleen bedoeld voor de fibromyalgiepatiŽnt zelf, maar ook voor specialisten, artsen, advocaten, rechters, verzekerings- en arbeidsdeskundigen, psychologen, partners, werkgevers, familie en verplegend personeel, kortom iedereen die in zijn of haar omgeving met de ziekte wordt geconfronteerd.

     
    Cfr. :
    http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=dlPJnQ3GVRLJnkwUvLT3qu0RmlR5Lq8ceqc=?BOL_OWNER_ID=666770495&Section=home&lgl=1&plid=&lgl_BOL_OWNER_ID=1

    13-04-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronisch vermoeiden zijn doodnormaal
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Chronisch vermoeiden zijn doodnormaal
     
    Rigo van Meer,
    Psychiater bij de GGZ Delfland
    Algemeen Dagblad, 9 februari 2005 - Medisch Katern - Diagnose


    Dat sommige Afrikaanse regeringen ontkennen dat aids in hun land voorkomt, is verbijsterend. Maar dat een Nederlandse minister van Volksgezondheid beslist dat ME (chronisch vermoeidheidssymdroom) niet bestaat, liegt er ook niet om. Het is op zich al bizar dat een minister bepaalt of iemand ziek is of niet, in plaats van dat aan artsen over te laten.

    Het kan natuurlijk maar om een ding gaan : geld. Minister Hoogervorst denkt met het niet erkennen van de ziekte ME geld uit te sparen. Wat dat betreft lijkt hij op die Afrikaanse regeringen die aids ontkennen. Ik weet niet wat het is met Hoogervorst. Op zich een goede man, maar ik verdenk hem ervan dat hij een vriend heeft die arts is, een ouderwetse arts met achterhaalde ideeen. Die fluistert hem in dat mensen die aan ME lijden in feite niks mankeren, maar zich aanstellen.

    Waarom ? - Ziektewinst !

    ME-patienten krijgen aandacht, medelijden, zorg, een onuitputtelijk onderwerp om over te praten en te klagen en een uitkering voor een levenslange vakantie. Wat wil je nog meer ? Hoogervorst luistert liever naar die vriend dan naar de Gezondheidsraad, die ME erkent.

    Het is een feit dat ME in medische kringen een omstreden zaak is. Dat is ook het geval met ADHD en met whiplash. Het zijn ziekten waarbij de patienten een typisch klachtenpatroon hebben, maar bij wie lichamelijk niets kan worden gevonden. Dat kan natuurlijk gebeuren, want de medische wetenschap heeft nog lang niet lle raadselen van het menselijke lichaam opgelost. Maar in plaats van te erkennen dat de wetenschap in deze gevallen nog in gebreke blijft, grijpen veel artsen bij onbegrepen klachten gemakkelijk naar de uitvlucht dat het dan wel psychisch zal zijn. En psychisch komt erg dicht bij aanstellerij.

    Ik heb in mijn werk als psychiater echter een ding geleerd : mensen liegen niet over hun klachten en ze stellen zich ook niet aan. Als je als arts niet gelooft wat je patienten je over hun klachten vertellen, hoe vreemd en onwaarschijnlijk die soms ook mogen klinken, zal je nooit iets nieuws horen. Zal je nooit iets leren buiten wat ze je op de universiteit hebben verteld. Mensen met ME zijn doodnormale burgers, met een normaal leven. Ze worden door hun vermoeidheid overvallen en lijden er onder. Ze hebben er geen enkel voordeel aan, alleen maar ellende.

    Het feit dat de enige werkzame behandeling voor ME op dit moment gedragstherapie is, houdt helemaal niet in dat de ziekte het gevolg is van een psychische kronkel. Gedragstherapie geneest niets maar neemt de klachten serieus, leert mensen beter om te gaan met hun beperkingen. Help ze om weer moed te vatten, er tegen aan te gaan en de zaken realistisch onder ogen te zien. Door uitspraken dat ze niks mankeren of dat het psychisch is, voelen ME-patienten zich gefrustreerd, niet serieus genomen en te kakken gezet.

    Hoogervorst kan een mooie eerste stap doen in een succesvolle gedragstherapie door de Nederlandse ME-patienten : ze serieus nemen.

     
    Cfr. : http://www.boeronline.nl/cvs/modules.php?op=modload&name=News&file=article&sid=371&mode=thread&order=0&thold=0
            
    http://www.ggz-delfland.nl/Page/sp7895/ml1/Index.html

    13-04-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slaapapneu - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


      
    Slaapapneu

      
       Nederlandse Vereniging voor SlaapApneu PatiŽnten (N.V.S.A.P.) : info@nvsap.nl


    Deel II


    6.3 Ė Coben
    Waar mijn verhaal precies begint zou ik niet exact kunnen vertellen, maar de voorgeschiedenis is, dat ik nu bijna 5 jaar geleden rond twee uur ís nachts een hartinfarct kreeg waarna ik met spoed naar het ziekenhuis vervoerd ben.
    Gelukkig was het niet heel ernstig, maar toch heb ik enkele dagen op de intensive care afdeling gelegen.
    Daarna kwam ik op de hartafdeling terecht.
    Achteraf bezien was het wel opmerkelijk dat mijn kamergenoot halverwege de eerste nacht naar een andere ruimte werd overgebracht omdat hij verschrikkelijk last had van mijn gesnurk.
    Uiteindelijk ben ik gedeeltelijk in de WAO terechtgekomen.
    Na ongeveer 4 maanden ging ik weer werken.
    ... - jaren later... - Tot het ongeveer oktober 2002 merkbaar slechter met mij ging.
    Ik dacht dat het door mijn hoge gewicht (ruim 125 kg) kwam, maar achteraf gezien was het toen echt begonnen met steeds minder goed voelen, overdag ongewild plotseling in slaap vallen, hartkloppingen krijgen, moeilijkheden met ademhalen gedurende de nachten en nog wat andere verschijnselen.
    Tijdens een bezoek aan de huisarts, waarbij ook mijn vrouw aanwezig was, kwam mijn zonderlinge ademhalingsgedrag tijdens mijn slaap ter sprake.
    De huisarts verwees mij naar de longarts en na enkele tests moest ik een nacht komen proefslapen op de longafdeling van het ziekenhuis.
    De uitslag van dat proefslapen is mij wel verteld, maar die weet ik niet meer.
    Wel werd gezegd dat er verdere maatregelen nodig waren om een en ander voor mij te verbeteren, welke in gang zouden worden gezet.
    Ondertussen werd mijn gewicht steeds hoger.
    ís Morgens duurde het heel lang voordat ik mijzelf aangekleed had.
    Het ongecontroleerd overdag in slaap vallen, was heel erg vaak geworden, ik begon mij onzeker te voelen en ging met een wandelstok lopen.
    Op 31 december kwam ik mijn bed niet meer uit en ik begrijp nu dat ik half bewusteloos was.
    De dokter werd erbij geroepen en die man constateerde een levensbedreigende toestand.
    Het gevolg was, dat ik opnieuw in het ziekenhuis terechtkwam.
    Daar heb ik vijf dagen en nachten geworsteld om te blijven leven.
    Op de intensive care afdeling hebben de doktoren en verplegenden hun best gedaan om mijn bloed weer van voldoende zuurstof te voorzien en hoorde ik voor het eerst de term cpap.
    Ook wisten ze een enorme hoeveelheid vocht die ik bij me had te verdrijven.
    Na negen dagen lag ik nog steeds op die intensive care afdeling en ik kreeg mijn eigen cpap apparaat.
    Dit had mijn longarts geregeld.
    Die nacht heb ik met dat apparaat geslapen en daar het uitstekend werkte kon ik overgeplaatst worden naar de longafdeling.
    Op 21 januari 2003 kon ik het ziekenhuis verlaten.
    Sindsdien gebruik ik ís nachts mijn cpap apparaat en ik voel er mij heel goed bij.
    Ik ben nu ongeveer 30 kiloís gewicht kwijt en mijn energie is beter dan voordat in het ziekenhuis terechtkwam.
    Natuurlijk kan dat ook door de gewichtsvermindering komen, maar alle ongemakken en alarmerende toestanden (zoals hoge bloeddruk, kortademigheid, hartkloppingen en vooral slapen overdag) zijn verleden tijd.
    Ik wandel uren aan een stuk en ik maak ook weer graag muziek op mijn tuba.
    Dit gaat allemaal veel beter sinds ik kan genieten van een goede nachtrust.
    Wat mij het meeste verbaast, is dat je jezelf bijna niet bewust bent van de ernst van de situatie en wat veel erger is, dat ook een huisarts dit niet gezien heeft. Je zou jezelf letterlijk bijna dood snurken.


    6.4 Ė Elly
    Ik heb 3 volwassen zoons en een dochter van veertien.
    Sinds 3 jaar weet ik dat ik Osas heb.
    In eerste instantie dacht ik wat overwerkt te zijn, ik werk in de ambulante hulpverlening met gedeeltelijk nachtdienst.
    Dit betekende soms 15 dagen achter elkaar werken en ook nog onregelmatig.
    Als ze me toen gezegd zouden hebben dat ik een slaapprobleem had, zou ik ze voor gek hebben verklaard.
    Ik kon altijd slapen.
    Wel werd ik steeds vroeger wakker en dan wilde ik uit bed, stond dan regelmatig om 4 uur op.
    Deed dan vast het huishouden wat met 4 kinderen thuis wel goed uitkwam.
    Steeds vaker kwamen er van de kinderen signalen over snurken.
    Ook had ik 's morgens hoofdpijn en droomde vaak dat ik aan de galg hing.
    Toen de ochtenden steeds vroeger begonnen en ik om 9 uur tijdens bijv. een vergadering misselijk van de slaap werd, heb ik de video camera op mij gericht en ben gaan slapen.
    Ik wilde wel eens weten of ik zo snurkte.
    's Morgens de opname bekeken.
    Ik schrok me rot, ik lag binnen no time letterlijk naar adem te snakken als een vis op het droge.
    Dan een of twee flinke snurken en weer stoppen met ademen.
    Op de video keek ik het eerste kwartier al een paar keer naar de wekker (of het al ochtend was).
    Mijn dochter van toen 11 jaar zei later dat ze dat gezien had maar me dit niet had durven vertellen omdat ze bang was dat het iets ernstigs was.
    Ik ben naar de huisarts gegaan en kreeg een verwijs kaart.
    Toch duurde het allemaal nogal lang, voor de eerste afspraak en het slaaponderzoek, maar het resultaat was aan de cpap.
    Mijn ervaringen met het apparaat zijn wel positief.
    Ik noem het mijn onmisbare mispunt.
    Er zijn nog wel dagen dat ik overdag erg slaperig ben, maar over het algemeen gaat het goed.
    Ik werk nog fulltime en ben nooit ziek thuis gebleven.
    Ik merk wel aan mezelf dat ik juist actief (moet) zijn als ik niet goed geslapen heb.


    6.5 Ė Willemein
    Ik ben een moeder van twee kinderen waarvan ťťn kind meerdere slaapstoornissen heeft.
    Dit is mijn verhaal.
    Al vanaf z'n geboorte hadden mijn man en ik het gevoel dat er iets niet klopte, nu na 3 jaar weten we wat er is.
    Ons zoontje heeft 3 slaapproblemen : hij heeft apneu, blijft in z'n remslaap hangen en gaat niet over in z'n waakslaap en slaapt met z'n hersenschors in plaats van met z'n hersenstam.
    Apneus heeft hij er 7 per uur, dat is niet echt schokkend, maar hij heeft er 1 per uur van twee minuten, z'n lippen zijn blauw en hij heeft schokken in z'n lichaam waar hij dan weer wakker van wordt.
    Medicijnen, ja die heeft hij ook.
    Hij heeft Ritalin voor overdag i.v.m. z'n gedrag.
    Dipiperon 3 druppels om 18;00 uur.
    Melatonine om 18;30 uur voor het inslapen.
    Ik vind dit heel erg veel voor een kindje van 3 jaar oud.
    Hij moet nu ook aan zo'n apneu apparaat, maar we weten niet echt goed hoe we hem dat uit moeten leggen ?
    Misschien hebben jullie ideeŽn ?
    Wat ons wel opvalt is dat er erg weinig info is over kinderen en apneus, waarom is dat ?


    6.6 Ė At
    Vorig jaar heb ik mijn 1e cpap-masker uitgeprobeerd.
    Ik heb dit masker ruim 4 weken uitgeprobeerd maar kan er niet aan wennen.
    Ik werd ieder uur wakker met het gevoel of ik onder water gehouden werd.
    Dit was dus heel paniekerig.


    6.7 Ė Rob
    Wat betreft het overmatig snurken... dat is iets wat ik waarschijnlijk mijn hele leven al heb, maar dat gebeurde toch meestal na een feestje en dan was je toch geneigd om de drank de schuld te geven.
    Al de andere problemen die door osas worden veroorzaakt, zijn wat mij betreft iets van de laatste 5/6 jaar.
    Maar goed de laatste jaren werden de vermoeidheidsverschijnselen steeds erger en de problemen met bv autorijden steeds groter.
    Als ik op een maandagmorgen naar mijn werk ging was ik al kapot en dan moest de dag nog beginnen.
    En als ik met die klachten bij mijn huisarts kwam dan kreeg ik steevast als antwoord : ďtja meneer u heeft suiker en bent al bijna 60 en op een gegeven moment is de koek opĒ.
    Maar op een gegeven moment ging het echt niet meer en eind februari 2003 heb ik mij ziek gemeld.
    Dan kom je na enige tijd bij een Arbo-arts terecht en die constateerde dat ik leed aan een aanval van depressiviteit en kreeg antidepressiva voorgeschreven.
    Uiteraard hielp dat geen meter.
    In juni 2003 las ik in het AD in de medische bijlage een artikel over Osas en dacht onmiddellijk dat moet het zijn !
    Bij de huisarts een verwijsbrief gehaald voor de longarts.
    Toen ik daar kwam na ca 1 maand bleek dat ik niet daar maar bij de poli van de neurologie moest zijn.
    Wachttijd 3 maanden !
    Bij neurologie doet men een soort van algemeen onderzoek (ik ben er wel eens voor mijn rug geweest en dat was hetzelfde onderzoek).
    Als men dan veronderstelt dat je Osas zou kunnen hebben, kun je na enige tijd een koffertje met instrumenten ophalen om thuis een slaapregistratie-onderzoek uit te voeren.
    Hierna moest ik ook nog bij de KNO-arts langs en daarna kreeg ik weer een oproep van
    Neurologie voor de uitslag.
    Alles bij elkaar heeft het vanaf de ziekmelding tot het vaststellen van de Osas zo'n 9 maanden geduurd en als ik het AD niet had gelezen hadden we het nu waarschijnlijk nog niet geweten.
    Maar goed de diagnose was dat ik ca 50 apneus/h had.
    Het ziekenhuis geeft dan opdracht aan een leverancier om een proefopstelling te plaatsen om de juiste therapiedruk te bepalen.
    Omdat mijn verzekeraar in eerste instantie geen contract had met de leverancier van het ziekenhuis, zou ik een apparaat van een andere leverancier krijgen.
    Maar omdat de verzekeraar de Autopap niet vergoedt, werd deze op een gegeven moment omgeruild voor een cpap.
    Achteraf bleek dat ik de Autospirit wel had kunnen behouden tegen bijbetaling van ca Ä 700.
    Probleem met de cpap, behalve dat hij veel minder comfort gaf en je de resultaten niet kon uitlezen, was dat ik hem absoluut niet verdroeg.
    Dus de leverancier gebeld en daar hebben ze mijn gegevens nog eens goed doorgenomen en men was tot de conclusie gekomen dat ik in aanmerking kwam voor een Vpap,omdat mijn hypoapneus te hoog bleven.
    Dus toen werd er een Vpap gebracht en daar kan ik een heel lang verhaal over schrijven, maar dat zal ik niet doen.
    Er blijkt nl dat er bij de productie van een serie van die apparaten iets mis is gegaan : ze produceren een ongelofelijke hoeveelheid lawaai.
    Om een voorbeeld te geven : als ik het apparaat in de slaapkamer aanzet en mijn vrouw is bezig in de keuken, komt ze kijken wat er aan de hand is.
    Hier zijn geen oordopjes tegen bestand !
    Inmiddels is de 4e Vpap gebracht.
    Inmiddels heb ik zwart op wit een brief waarin staat dat ik niet de enige ben met die klachten (zou me ook erg verbazen) en dat men contact heeft opgenomen met de fabrikant om de problemen op te lossen.
    Auto's worden door de fabrikant onmiddellijk teruggeroepen naar de garage, maar in de gezondheidszorg werkt dat kennelijk niet zo.
    Ik zie wel eens verhalen dat de behandelend geneesheer het te gebruiken apparaat voorschrijft en dat de verzekeraar daar dan altijd mee akkoord gaat.
    Alleen in (mijn) praktijk klopt dit niet.
    De arts constateert alleen dat je lijdt aan osas en de behandeling (apparaat/druk etc) wordt geheel overgelaten aan de leverancier en daarin speelt het contract tussen de leverancier en de verzekeraar een belangrijke rol.

    Lees verder op het ApneuForum Ė cfr. : http://www.nvsap.nl/forum/viewtopic.php?t=99 -



    7. - Slaapapneu en burn-out

    Burn-out staat in deze jachtige tijd steeds meer in de belangstelling.
    Spanningen in het werk zijn ook vaak aanwezig bij patiŽnten met slaapapneu.
    Door verminderde concentratie en verhoogde prikkelbaarheid wordt het dagelijks beroepsmatig functioneren verstoord.
    Door onvoldoende kennis bij veel huisartsen en ook doordat de patiŽnt (of zijn partner) niet zelf over snurken en ademstilstanden begint, zijn de laatste jaren nogal wat mensen ten onrechte voor burn-out behandeld.
    Dat is jammer, niet alleen omdat de therapie niet slaagt, maar ook omdat de reÔntegratie na vele maanden uit het arbeidsproces te zijn geweest, meestal mislukt.
    Daar komt bij dat slaap- en kalmeringsmiddelen, die voor burn-out vaak worden voorgeschreven, de mate waarin men apneus heeft alleen maar verergeren.
    Bij een juiste en tijdige diagnose zou veel te voorkomen zijn, omdat apneu zeer goed te behandelen is.
    Hierna worden de symptomen van de twee aandoeningen naast elkaar gezet.


    7.1 - De symptomen van slaapapneu
    De belangrijkste symptomen van slaapapneu zijn ernstig snurken, (hoog)frequente apneus en slaperigheid overdag.
    De apneus kunnen variŽren van enkele seconden tot ongeveer twee minuten en kunnen wel twee- tot driehonderd keer per nacht optreden.
    Het beloop van de stoornis is over het algemeen als volgt : de patiŽnt klaagt over een onderbroken of niet-verfrissende slaap; na verloop van tijd komt de verhoogde slaperigheid overdag steeds meer op de voorgrond te staan, die het normaal functioneren steeds meer beperkt.
    Onbehandeld is de prognose slecht : er treedt geen herstel op en de kans op levensbedreigende complicaties, als verhoogde bloeddruk en hartklachten is aanzienlijk.
    Naast deze klachten kunnen ook andere symptomen ontstaan, waaronder futloosheid, afname van weerstand, verhoogde emotionaliteit en prikkelbaarheid, interesseverlies, aanhoudende vermoeidheid, cognitieve functiestoornissen (concentratieproblemen en geheugenproblemen) en lichamelijke spanningsklachten (als hoofdpijn, maag-/darmstoornissen, lage rugpijn, gewrichtspijn, spierspanningspijn).


    7.2 - De symptomen van burn-out
    In de literatuur worden de volgende criteria voor burn-out beschreven :

    • blijvende lichamelijke en/of geestelijke vermoeidheid, blijkend uit snellere vermoeidheid na mentale inspanning dan voorheen of uitputting na een relatief geringe inspanning.

    • tenminste twee van de volgende klachten: spierpijn (rug, nek, gewrichten), duizeligheid, spanningshoofdpijn, slaapstoornissen, moeite om te ontspannen, maag- of darmklachten, toegenomen prikkelbaarheid.

    • twee van de volgende verschijnselen : cynisme, het idee geestelijk afgestompt te zijn, het idee dat de prestaties afgenomen zijn.

    • er is geen sprake van een angst- of depressievestoornis.

    • de klachten zijn gerelateerd aan de werkomstandigheden.

    Burn-out is geen ziekte, maar een klachtenbeeld bij in principe gezonde mensen, die voorheen altijd goed gefunctioneerd hebben, maar vastgelopen zijn door aanhoudende te hoge spanning in de werksituatie.
    Daardoor zijn zij minder goed gaan functioneren en hebben zij een kenmerkende cynische, negatieve en afstandelijke houding ten aanzien van het werk ontwikkeld.
    De klachten zijn vaak geleidelijk aan ontstaan in de loop van enkele jaren.
    Lichamelijk onderzoek heeft niets opgeleverd en de klachten worden als stressreactie geclassificeerd.
    Voorgeschreven rust heeft vaak juist tot klachttoename (met name vermoeidheid) geleid.
    Als gevolg van de klachten zijn de patiŽnten zich steeds meer uit hobbyís en sociale contacten gaan terugtrekken, met (op langere termijn) negatieve gevolgen in de vorm van minder voldoening, schuldgevoelens en kritiek vanuit de omgeving.


    7.3 - Verschillen slaapapneu en burnout

    • Snurken is geen kenmerk van burnout, doorgaans wel van slaapapneu.

    • Het voorkomen van apneus wijst op slaapapneu; een heteroanamnese is hiervoor van groot belang (en in mindere mate ook voor het snurken).

    • ApneupatiŽnten klagen over slaperigheid overdag, terwijl burnout patiŽnten in de regel meer over vermoeidheid spreken.

    • Mentale vermoeidheid is het kernsymptoom van burn-out; bij slaapapneu staat dit minder op de voorgrond en de klachten treden pas later in het beloop op.

    • Slaapapneu is een erfelijke ziekte; voorkomen van slaapapneu in de familie moet de onderzoeker alerter maken op deze diagnose.

    • Nekomvang, roken en overgewicht hangen samen met slaapapneu, maar niet met burn-out.

    • Een relatie met werkstress (hoewel dit een subjectief gegeven is) moet bij burn-out aanwezig zijn; bij slaapapneu is dit geen factor van belang.

    Het onderscheid zou zo eenvoudig kunnen zijn.
    Als iedere Nederlander van apneu wist, zou hij bij zijn huisarts kunnen melden dat hij denkt dat zijn klachten daarmee samenhangen.
    Voor huis- en arboartsen, psychologen en psychiaters zou het tot de standaardvragen moeten horen bij de gedachte aan burn-out :

    • snurkt u ?

    • heeft uw partner met u wel eens gesproken over ademstilstanden tijdens uw slaap ?



    8. - Slaapapneu en autorijden

    In Nederland bestaat geen wetgeving over apneu en rijvaardigheid.
    Maar onderzoeksstatistieken tonen aan dat veel auto-ongelukken samenhangen met het in slaap vallen achter het stuur.
    Daarom is het voor apneupatiŽnten extra opletten.
    Als voorbeeld geldt de Duitse wetgeving.
    Deze is niet alleen van belang voor wie regelmatig naar Duitsland reist,
    Het zet ook tot nadenken over de Nederlandse situatie.


    8.1 - In Duitsland geldt een verbod
    In Duitsland bestaat sinds 1998 een wet die regelt wanneer slaapapneu-patiŽnten mogen deelnemen aan het verkeer.
    PatiŽnten die niet zijn behandeld mogen niet aan het verkeer deelnemen.
    PatiŽnten met een succesvolle behandeling mogen aan het verkeer deelnemen, op voorwaarde dat zij zich regelmatig laten controleren en geen slaapaanvallen meer gehad hebben overdag.


    8.2 - Hoe wordt deze wet uitgevoerd ?
    Juridisch is er pas sprake van een slaapapneusyndroom als deze formeel door een slaapregistratie wordt gediagnosticeerd.
    Alleen de ďverdenkingĒ van slaapapneu is onvoldoende om een (tijdelijk) rijverbod op te kunnen leggen.
    De instelling die de slaapapneu heeft gediagnosticeerd is verplicht de patiŽnt voldoende en volledig over de gevolgen ervan voor de rijvaardigheid te informeren.
    Gelet op de lange wachttijden voor het slaaponderzoek, zijn er dus een aantal menselijke ďtijdbommenĒ op de weg, die een gevaar zijn voor zichzelf en voor anderen.
    Want lang niet altijd wordt bij het uitspreken van een ďverdenkingĒ van slaapapneu ook gewaarschuwd voor de beperking van de rijvaardigheid welke mogelijkerwijs aan de orde is.
    Het is daarbij lang niet zeker of de verzekeringsmaatschappij ook niet in eerste instantie de verantwoordelijkheid voor een ongeluk legt bij de ďverdachteĒ en aansprakelijkheid afwijst.
    Mensen die in hun werk van de auto afhankelijk zijn, zoals chauffeurs, vertegenwoordigers, onderhoudsmonteurs e.a. moeten in feite thuis zitten tot de diagnose is gesteld.
    Wanneer de behandeling niet direct succesvol is, zit men al gauw in de sfeer van de WAO, mede veroorzaakt door de lange wachttijden.


    8.3 - Wat kunnen we hier van leren ?
    De Duitse wetgever vindt het probleem van slaapapneu serieus genoeg om hier aparte wetgeving voor te maken.
    U zult daar rekening mee moeten houden als u door Duitsland reist.
    In Nederland kennen we dergelijke wetgeving met de bijbehorende restricties en onduidelijkheden in de uitvoering niet.
    Iedereen zal hier zelf zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen.
    Onderschat het gevaar van in slaap vallen achter het stuur niet.



    9 - Slaapapneu en overgewicht


    9.1 - Er is een verband

    Er is een verband tussen overgewicht en slaapapneu.
    Mensen met slaapapneu hebben vaker overgewicht... en mensen met overgewicht blijken vaker apneu te hebben.
    Dat staat.
    En dat ligt ook voor de hand : als de obstructie bij osas ontstaat doordat weke delen de keelholte blokkeren, zal dat vaker voorkomen bij mensen met een korte dikke nek, dan bij magere gespierde types.


    9.2 - Maar niet iedereen met overgewicht heeft slaapapneu
    In het verleden werd daarom wel gedacht dat overgewicht de oorzaak van slaapapneu is.
    Maar dat kun je niet zeggen.
    Er zijn ook magere mensen die slaapapneu hebben.
    Ten eerste natuurlijk als het om csas gaat.
    Ten tweede : ook bij magere mensen kan de keel zodanig gebouwd zijn, dat er makkelijk blokkades optreden.
    Omgekeerd is er een enorme groep mensen met overgewicht (het merendeel) die geen slaapapneu hebben.
    Laten we het er dus op houden dat overgewicht mee kan spelen in het ontstaan van slaapapneu.


    9.3 - Afvallen kan soms helpen maar is niet eenvoudig
    Nog niet zo lang geleden was het officiŽle advies eerst te proberen af te vallen en dan pas te bekijken of een behandeling moest worden ingezet.
    Dat bleek niet of nauwelijks te werken.
    En ook dat is te verklaren.
    Er zijn stevige indicaties dat slaapapneu zelf aanleiding kan zijn voor overgewicht.
    Ten eerste : als het lichaam vermoeid is en over minder energie beschikt (hťt kenmerk van slaapapneu) reageert het lichaam daarop in een natuurlijke reflex met eetlust. Bij patiŽnten met slaapapneu werden opvallend veel meer stoffen in het bloed aangetroffen die de eetlust bevorderen en minder stoffen die de eetlust remmen. Dat maakt afvallen niet eenvoudiger.
    Ten tweede : het lijkt er sterk op dat allerlei reacties in het lichaam die moeten zorgen voor een optimale verbranding op een laag pitje gezet worden, dan wel dat de organen die daarvoor moeten zorgen door apneu worden aangetast (o.a hypofyse). Dat wil zeggen dat ook de mensen die nŪet meer gaan eten, makkelijker aankomen. Er zijn nogal wat cases waaruit blijkt dat mensen ook met uitgebalanceerde diŽten, met zeer beperkte aantallen calorieŽn, toch zeer sterk aankomen.
    Ten derde : mensen met slaapapneu beschikken simpelweg niet over voldoende energie om bewegingsprogramma's te volgen die hen moeten laten afvallen.


    9.4 - Behandeling en op gewicht letten gaan hand in hand
    Niet iedere huisarts en diŽtiste is hiermee bekend.
    Maar er ontstaat bij experts in slaapapneu steeds meer consensus dat overgewicht geen aanleiding mag zijn een mogelijke behandeling op te schorten.
    Als bij een bepaalde patiŽnt het overgewicht de aandacht vraagt, zal meestal toch met de behandeling begonnen worden, omdat zonder behandeling het afvallen gedoemd is te mislukken.
    Je kunt dit ook omkeren : overgewicht is om tal van redenen niet wenselijk.
    Als je start met de behandeling met de cpap, is dat een goede aanleiding om ook op je gewicht te gaan letten.
    Een programma om af te vallen heeft dan een betere kans van slagen.


    Cfr. :
    http://www.nvsap.nl/apneu_index.html


    Lees ook :

    • Apneu - Universitair Ziekenhuis Antwerpen : http://www.nko.uza.be/patient/zelfhulpgroepen/vapa.html

    • Behandeling van snurken en slaapapneu met beugels - H.J. Remmelink : www.orthodontist.nl - : http://www.orthodontist.nl/behandel/Behandelingsnurkslaapneu.htm

    • Diagnostiek en behandeling van het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) bij volwassenen Ė Nederlandse Vereniging voor Slaap-Waak Onderzoek (NSWO) : http://www.cbo.nl/product/richtlijnen/pdf/slaapapneu

    • Didgeridoo helpt tegen slaapapneu Ė Gezonderworden.nl, 28-12-05 - Spelen op een Didgeridoo (*) helpt tegen slaapapneu. Dit blijkt uit een gerandomiseerde trial van de Universiteit van ZŁrich, gepubliceerd in het kerstnummer van British Medical Journal.
      De idee achter het experiment is dat spelen op een didgeridoo de spieren van de bovenste luchtwegen traint. Dit zou voor patiŽnten met niet al te ernstige klachten een acceptabeler behandeling zijn dan continue positieve luchtdruk.
      Aan het experiment deden 25 patiŽnten met gemiddeld ernstige slaapapneu (apneu-hypopneu-index tussen 15 en 30) mee. Van hen kregen 14 didgeridooles; zij oefenden gedurende vier maanden dagelijks op dit aboriginal-instrument. De 11 anderen werden op een wachtlijst geplaatst.
      Uit vergelijking van beide groepen blijkt dat didgeridoospelen leidt tot minder snurken en dat de vermoeidheid overdag vermindert. De apneu-hypopneu-index verbeterde 11 punten in de interventiegroep en gemiddeld 5 punten bij de wachtlijstgroep. Er was geen effect op de kwaliteit van de slaap. De onderzoekers concluderen dat digeridoospelen een effectieve behandeling is :
      http://www.gezonderworden.nl/2005/12/didgeridoo-helpt-tegen-slaapapneu.html & http://voeding.web-log.nl/log/4487377 Ė (*) De didgeridoo of didjeridu - uitgesproken als didzjeriedoe - is een blaasinstrument, vooral bekend uit AustraliŽ waar de aboriginals in Noord-AustraliŽ het instrument reeds duizenden jaren bespelen Ė cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Didgeridoo -

    • Goed slapen vermindert kans op hartaandoeningen Ė HNL.be : http://nieuws.hln.be - Goed slapen is niet alleen goed voor het humeur, het is ook beter voor de gezondheid. Uit onderzoek is gebleken dat er een verband bestaat tussen ademhalingsstoornissen tijdens de slaap en het voorkomen van cardiovasculaire problemen. De Internationale Dag van de Slaap staat op 21 maart dan ook in het teken van de relatie tussen beide.
      De Internationale Dag van de Slaap is dit jaar aan zijn zesde editie toe. Doel is mensen bewust maken van de waarde van een goede nachtrust. Naar schatting lijdt 40 procent van de westerse bevolking aan een slaapstoornis. Stress, depressies en een gebrek aan beweging worden als belangrijkste oorzaken genoemd.
      Zweedse studie - Wie goed en voldoende slaapt, maakt minder kans op verhoogde bloeddruk en hartproblemen. Dat werd onlangs nog aangetoond in een Zweedse studie, waarin bevestigd werd dat slaapapneu een verhoogd risico op hypertensie inhoudt, ook wanneer gecontroleerd wordt op leeftijd, BMI (Body Mass Index) en rookgedrag. Vooral bij mannen lijkt slaapapneu gepaard te gaan met risico's voor hart en bloedvaten.
      In BelgiŽ stellen 10 slaaplaboratoria op 21 maart hun deuren open voor het publiek. Bezoekers kunnen er terecht voor een blik achter de schermen, demonstraties, lezingen en nuttige tips rond goed slapen. De Gentse Universitaire Slaapkliniek organiseert eveneens op 21 maart een interactieve infoavond over slaapproblemen. Specialisten zullen er voordrachten geven over de toenemende slaapproblemen bij de algemene bevolking :
      http://www.hln.be/hln/alg/pag/hln_index.jsp?p_page=gezond&p_cat=hartaandoeningen&p_scherm=1&p_artid=183595&p_lijst=1&wt.bron=hlnBottomArtikels

    • Het slaap-apneu syndroom Ė GezondheidInfoblog.be - Uittreksel uit ďDe huisartsĒ - Dr. S. MariŽn : http://gezondheid.infoblog.be/snurken_en_slaapapneu/het_slaapapneu_syndroom

    • Nederlandse Vereniging voor SlaapApneu Patienten (NVSAP) : http://www.nvsap.nl/

    • Nieuwe inzichten in de behandeling van slaap-apneu - GezondheidInfoblog.be : http://gezondheid.infoblog.be/snurken_en_slaapapneu/nieuwe_inzichten_in_de_behandeling_van_slaapapneu

    • Obstructief slaap-apneusyndroom Ė GezondheidInfoblog.be : http://gezondheid.infoblog.be/snurken_en_slaapapneu/obstructief_slaapapneusyndroom

    • Slaapaneu
      - Apotheek.nl :
      http://www.apotheek.nl/Templates/geneesmiddelen/ContentMedicijnList.asp?SubAandoeningID=221
      - eFarmaģ :
      http://www.efarma.nl/pages/winap.asp?ID=1451&Method=indicatietekst
      - Farmadomo B.V. :
      http://www.farmadomo.com/international/web/lg/nl/likelgfarmadomonl30.nsf/docbyalias/nav_slaapapneu
      - Gezonderworden.nl - Slaapapneu is een slaapstoornis waarbij tijdens de slaap perioden voorkomen van ademstilstand. Er wordt van slaapapneu gesproken als de ademstilstand langer dan 10 seconden duurt. Als deze periodes langer duren kan dit ernstige gevolgen hebben, omdat het van invloed kan zijn op het zuurstofgehalte in de lichaamsweefsels. In sommige gevallen kan de ademhalingsstilstand zelfs oplopen tot 1 ŗ 2 minuten en dat 100 tot 300 keer per nacht.
      Iemand met slaapapneu kijkt nauwelijks op van zestig, tachtig keer bijna stikken per nacht. Keer op keer stokt zijn adem gedurende tien seconden of langer. Zelf heeft hij dat op zulke momenten niet in de gaten. Sterker nog, hij wordt er zelden wakker van. De negatieve effecten ervaart hij meestal overdag. Zonder goede nachtrust gaan mensen op termijn intellectueel minder functioneren. Ze worden slaperig, kunnen zich slecht concentreren en zijn sneller geÔrriteerd.
      In Nederland zijn mťťr dan 1 miljoen ernstige snurkers. Slechts een klein deel van de 1 miljoen ernstige snurkers heeft slaapapneu, de schattingen zitten rond de 5%. In Nederland zijn dus zo'n 50.000 mensen met slaapapneu. Slecht de helft hiervan is op de hoogte van de aandoening.
      Er zijn een aantal factoren die een verband hebben met slaapapneu : * mensen met overgewicht worden vaker in verband gebracht met slaapapneu - * factoren zoals een korte en dikke nek, grote amandelen, grote tong enz. kunnen de slaapapneu verder bevorderen - * slaap- en kalmeringsmiddelen, roken, alcohol kunnen slaapapneu verder bevorderen en het wordt dan ook afgeraden dit te gebruiken :
      http://www.gezonderworden.nl/2006/01/slaapapneu.html
      - Gezondheid.be :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1759
      - GezondheidsNet :
      http://www.gezondheidsnet.nl/index.php?cms%5BcategoryID%5D=888&cms%5Bcm1438%5D%5BcontentID%5D=1147
      - Innovatiepartner in Zorg en Welzijn (NIZW) :
      http://www.nizw.nl/Thesaurus/slaapapneu.htm
      - LongziekteEnz. :
      http://longziekte.web-log.nl/log/889049
      - OptimisedPages :
      http://www.optimisedpages.nl/slaapapneu
      - Popol's Web Log :
      http://popol.punt.nl/index.php?r=1&id=263685&tbl_archief=0
      - Slaapplein.nl :
      http://slaapplein.nl.server4.firstfind.nl/index.php?id=81
      - Voedingscentrum Ė Eerlijk over eten - Bij meer dan tien procent van de mensen met een Body Mass Index (BMI) Ė cfr. :
      http://www.voedingscentrum.nl/voedingscentrum/Public/Dynamisch/gewicht+en+dieet/gezond+gewicht/body+mass+index.htm - hoger dan dertig komt slaapapneu voor. Bij slaapapneu komt de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk ten minste tien seconden tot stilstand. Overgewicht kan slaapapneu veroorzaken als het ademhalen wordt bemoeilijkt door vetweefsel rond de borstkas. Slaapapneu leidt tot slecht slapen met als gevolg slaperigheid overdag : http://www.voedingscentrum.nl/voedingscentrum/Public/Dynamisch/gewicht+en+dieet/overgewicht/gezondheidsrisico__s/slaapapneu.htm
      - WikipediA :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Apneu

    • Slaapapneu - Snurken en dan niets meer Ė HulpOrganisaties.be : http://www.hulporganisaties.be/pages/details.asp?lng=NL&Id=995

    • Slaapapneu - Vaak miskend, maar toch snel te behandelen ! - Dr. Sylvie Coulomb - e-gezondheid.be, 05/08/2003 - Slaapapneu is een aandoening waarbij de patiŽnt tijdens zijn slaap af en toe gedurende korte tijd (enkele seconden) stopt met ademen, waardoor zijn slaap verstoord wordt. Slaapapneu moet tijdig opgespoord en behandeld worden, gezien de mogelijke complicaties op lange termijn, zowel voor hart en bloedvaten als voor de longen.
      Er bestaat een zeer nauwkeurige definitie van slaapapneu: het optreden van ademhalingsstilstanden tijdens de slaap van minstens 10 seconden en met een frequentie van minstens 5 keer per uur. Tijdens een obstructieve slaapapneu drukken de wanden van de keelholte tegen elkaar, waardoor de luchttoevoer volledig afgesneden wordt. Daardoor kan de zuurstof in de ingeademde lucht de longen niet bereiken en niet via de longblaasjes in het bloed terechtkomen. Op die manier krijgt het bloed minder zuurstof. In dat geval leidt het gecombineerde effect van deze opeenvolgende ademhalingsstilstanden tot een slechte doorbloeding van de hersenen. Dat verplicht de snurker om in een lichte slaap te blijven, om zo een voldoende luchttoevoer te behouden. Hij kan op die manier niet ďrecupererenĒ tijdens zijn slaap, waardoor hij overdag slaperig is.
      * Wat zijn de oorzaken ? - į Een afgesneden luchttoevoer in de longen. Dat kan verschillende oorzaken hebben: scheefgroeiing van het neusschot, misvorming van de luchtwegen, sinusitis, rinitis, Ö Het snurken is vaak het gevolg van een obstakel dat de luchtcirculatie tussen de neus en de farynx verhindert. Het wordt soms onderbroken door korte, herhaalde adempauzes 's nachts - į Hypertrofie van de amandelen bij kinderen. Daardoor kan de luchttoevoer afgesneden worden. Gevolg: snurken, onderbroken door adempauzes.
      * Praktische tips : į slaap op uw zij (in plaats van op uw rug) - į volg een dieet als u overgewicht hebt of zwaarlijvig bent - į vermijd tabak en alcohol, vooral na het avondmaal - į neem geen slaapmiddelen.
      * Wanneer moet u een arts raadplegen ? - į snurken, waarmee het slaapapneusyndroom altijd gepaard gaat (het is vaak de partner die de ademhalingsstilstanden opmerkt, die gepaard gaan met luide inademingen) - į slaperigheid overdag met gevoel van vermoeidheid, aandachtsstoornissen en concentratieproblemen - į ochtendlijke hoofdpijn - į angst en/of depressie - į hoge bloeddruk, hartritmestoornissen en chronische ademhalingsinsufficiŽntie (waarbij de patiŽnt het geleidelijk moeilijk krijgt om normaal te ademen) zijn mogelijke langetermijncomplicaties van slaapapneu - į bij kinderen: nachtelijk zweten, enuresie (urine-incontinentie), problemen op school, gedragsstoornissen, soms ook groeiachterstand.
      * Hoe verlopen de onderzoeken ? - De arts gaat na of de patiŽnt een hoge bloeddruk heeft en kampt met overgewicht of zwaarlijvigheid.
      Het is noodzakelijk om de slaap te registreren (ďpolysomnografieĒ), thuis of in een gespecialiseerd centrum. Er worden sensoren op de huid geplaatst, om het hartritme, de ademhalingsbewegingen en de hersenactiviteit te registreren tijdens de slaap. Er wordt ook een 24-uurscardiogram genomen, om eventuele hartritmestoornissen op te sporen. Verder moet er een systematisch KNO-onderzoek uitgevoerd worden, om te speuren naar anatomische veranderingen die de bovenste luchtwegen kunnen afsluiten (scheefgroeiing van het neusschot, hypertrofie van de amandelen, Ö).
      * Wat houdt de behandeling in ? - De behandeling hangt af van de ernst van de slaapapneu. LevenshygiŽne- en voedingsmaatregelen zijn altijd aan te bevelen; zo kan alleen al gewichtsverlies tot een vermindering leiden van het aantal slaapapneu-episodes.
      Is er een duidelijke anatomische afwijking, dan kan chirurgische behandeling overwogen worden: verwijdering van de amandelen, operatie van het zachte verhemelte of correctie van een scheefgegroeid neusschot.
      Bij matige apneu kan er tijdens de slaap een kaakprothese geplaatst worden die aangepast is aan de vorm van het gebit. De prothese drukt op het kaakbeen en maakt de tongbasis vrij wanneer die de normale luchttoevoer belemmert.
      Ernstige apneu wordt vandaag behandeld met continue positieve drukbeademing (CPAP). Daarbij moet de patiŽnt Ďs nachts een masker dragen waarin perslucht geblazen wordt, om de luchtwegen vrij te maken, met name het strottenhoofd. CPAP onderdrukt de apneu-aanvallen en verbetert de slaapkwaliteit. Het is de enige behandeling die terugbetaald wordt door het ziekenfonds. Ze moet elke nacht permanent toegepast worden om perfect doeltreffend te zijn. Meestal wordt ze relatief goed verdragen.
      Cfr. ook - * 'Le sommeil normal et pathologique - Troubles du sommeil et de l'ťveil' - Michel Billiard, Collectif Ė Masson, 01/04/1994 - ISBN : 2-225-84412-7 :
      http://www.amazon.fr/exec/obidos/ASIN/2225835586/402-8342902-6583368 -- * 'Ronflements et apnees du sommeil' - Bacque - Odile Jacob, 17 avril 1998 - ISBN : 2738105734 : http://www.amazon.fr/exec/obidos/ASIN/2738105734/qid=1147012037/sr=1-4/ref=sr_1_0_4/402-8342902-6583368<FONT face="Times New Roman, seri

    30-11-1999 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-1970
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ADHD - De detectie, begeleiding en behandeling van personen met ADHD - Voorstel van Resolutie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  







    De detectie, begeleiding en  behandeling 
    van personen met ADHD


    Voorstel van Resolutie

    Ria Van Den Heuvel & Ann De Martelaer



    ADHD
    staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder
    oftewel Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit



    1. - Toelichting

    Dames en Heren,


    1.1. - Inleiding

    De laatste jaren wordt er steeds meer gesproken over ADHD, Attention Deficit/Hyperactivity Disorder; een aandachtsstoornis met hyperactiviteit.
    Vroeger sprak met van hyperkinetische kinderen of kinderen met minimal brain damage.
    Door hun rusteloze, impulsieve gedrag en gebrek aan concentratie vergen deze kinderen heel veel energie en aandacht van hun omgeving, zoals de ouders en leerkrachten en lijken ze bovendien maar al te vaak zichzelf in de weg te lopen.
    Naar schatting lijdt circa 4% van alle kinderen aan ADHD.
    Dat betekent dat er in bijna elke schoolklas wel een kind met ADHD zit.
    De symptomen van ADHD kunnen effectief bestreden worden, zowel met gedragstherapie als met medicijnen.
    In dat laatste geval krijgt het kind meestal Rilatine voorgeschreven, een amfetamineachtige stof die onder de Opiumwet valt.
    Vanwege het mogelijk verslavend effect heeft dit middel geen onbesproken reputatie.
    Het gebruik van Rilatine is in BelgiŽ de afgelopen tien jaar bovendien exponentieel toegenomen.
    Bovendien houden de symptomen niet op met ouder worden.
    Ook volwassenen personen met ADHD hebben vormen van begeleiding nodig.


    1.2. - Wat is ADHD ?

    ADHD is een ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door een concentratietekort, impulsiviteit en/of hyperactiviteit.
    Nu zijn alle kinderen zijn wel eens onrustig, onoplettend en impulsief, zeker als ze moe zijn of als er iets spannends gebeurt, zoals een verjaardag of een eerste schooldag.
    Daarom hebben ze nog geen ADHD.
    Van ADHD is slechts sprake wanneer deze gedragingen zich reeds vanaf jonge leeftijd in ernstige mate voordoen, op een manier die afwijkt van de normen die gelden voor de leeftijd van het kind.
    Ze vormen bovendien een herkenbaar en hardnekkig patroon, dat in meerdere situaties, zowel thuis als op school, aanwezig is.
    Het kind wordt daardoor in zijn functioneren en ontwikkeling belemmerd.
    Kinderen met ADHD kunnen moeilijk hun aandacht bij een taak houden; ze laten zich zeer gemakkelijk afleiden.
    Ze zijn vergeetachtig en hebben moeite met details : ze raken systematisch hun spullen kwijt en komen altijd en overal te laat.
    Luisteren is moeilijk voor een ADHD kind : informatie gaat het ene oor in, het ander oor uit.
    Ze rennen letterlijk van het ťťn naar het ander.
    Het verwarrende is dat de kinderen niet constant druk of afgeleid zijn.
    Sommigen kunnen zich bijvoorbeeld wel goed concentreren op een spannende film of een computerspelletje dat hen interesseert.
    Dat geeft de indruk dat ze zich wel kunnen, maar niet willen concentreren.
    Voor het kind is dit frustrerend : ze kunnen zich inderdaad wel concentreren, maar ze hebben daar een veel sterkere prikkel voor nodig.
    Ze zijn niet moedwillig Ďweigerachtigí.
    In tegenstelling tot wat vroeger gedacht werd, gaat ADHD niet over met het volwassen worden : het hyperkinetische aspect mindert in veel gevallen wat na de puberteit, maar de innerlijke onrust, de aandachtsproblemen, de impulsiviteit blijven met alle gevolgen op vlak van relatievorming, werk zoeken enz.
    In een groot aantal gevallen is begeleiding op de werkvloer,zeker bij in- en uitstapmomenten noodzakelijk.
    Bij stress vervalt men immers gemakkelijk in oude, onaangepaste gedragspatronen.
    ADHD gaat vaak samen met andere (psychische) stoornissen, zoals dyslexie of autisme.
    Mensen met ADHD hebben vaak te kampen met leermoeilijkheden, faalangst, slordigheid, onhandigheid en sociale problemen.
    Ongeveer de helft van de kinderen met ADHD vertoont ook overmatig opstandig en agressief gedrag, ruim een kwart heeft ook depressieve klachten, een angststoornis of een leerstoornis.
    Er is bovendien een verhoogde kans aangetoond op middelenmisbruik, ongelukken, delicten en criminaliteit.
    Wanneer ADHD bij een kind wordt vastgesteld, is behandeling dus zeker aangewezen om ze te leren omgaan met hun problematiek en zo nog grotere problemen te voorkomen.
    De afbakening van het begrip ADHD is tot op zeker hoogte arbitrair.
    De instrumenten waarmee de symptomen worden vastgesteld zijn afhankelijk van maatschappelijke normen, terwijl voor de last en de belemmering voor het kind en zijn omgeving geen betrouwbare instrumenten beschikbaar zijn.
    De meest gebruikte instrumenten voor het vaststellen van ADHD zijn de DSM-IV classificatie (de 4e herziene uitgave van de ĎDiagnostic Statistical Manual of mental disorders', ontwikkeld door de Amerikaanse Vereniging van Psychiaters Ė cfr. :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Diagnostic_and_Statistical_Manual_of_Mental_Disorders -) en de door de Wereldgezondheidsorganisatie ontwikkelde ICD-10 classificatie.
    De DSM-IV classificatie kent drie subtypes van ADHD : het hyperactieve-impulsieve, het aandachtszwakke en het gecombineerde subtype.
    Verreweg de meeste kennis is vergaard over het gecombineerde subtype.
    Voor dit beeld gelden de strengste eisen aangaande ernst, diversiteit en hardnekkigheid van de symptomen.
    Bij kinderen die niet aan de classificatie-criteria voldoen, is sprake van een zogenaamde Ďsub-treshold problematiekí.
    Er is tot dusverre geen eensluidende oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van ADHD.
    Waar vroeger werd uitgegaan van minimal brain damage (MBD) als oorzaak, kon onderzoek van de laatste jaren geen hersenbeschadiging bij kinderen met ADHD vaststellen.
    Wel is er sprake van een onevenwichtige aanmaak van neurotransmitters.
    In circa 80% van de gevallen spelen erfelijke factoren een dominante rol.
    ADHD is absoluut geen gevolg van een falende opvoeding, al kan een jachtig bestaan de symptomen wel versterken.
    Ook het verband met suikers, kleurstoffen en andere voedingselementen is niet wetenschappelijk aangetoond.
    Naar schatting heeft circa twee procent van de kinderen van 5 tot 14 jaar zodanig ernstige symptomen van ADHD en verwante stoornissen dat zij in aanmerking komen voor specifieke behandeling.
    Het gaat dan om ongeveer vier maal meer jongens dan meisjes.
    Bij circa ťťnderde van hen duren symptomen voort tot in de volwassenheid.
    Ongeveer vier procent van alle kinderen in die leeftijd heeft minder ernstige of minder symptomen van ADHD.
    In bijna iedere schoolklas is dus wel een kind te vinden dat symptomen van ADHD vertoont.
    Niet bij al deze kinderen zal officieel de diagnose ADHD gesteld worden : of het probleem onderkend wordt, is afhankelijk van de omgeving en opvoedingssituatie van het kind.
    Vooral bij kansarme en allochtone kinderen lijkt de onderkenning van het probleem tekort te schieten.
    Het verschil tussen jongens en meisjes is mogelijk terug te voeren tot verschillende socialisatie.


    1.3. - Hoe wordt ADHD bij een kind vastgesteld ?

    Om de diagnose ADHD te kunnen stellen is het noodzakelijk om zowel de gezins- als de schoolsituatie in het proces te betrekken.
    Er is informatie nodig uit meer dan ťťn bron.
    De diagnostiek is bij voorkeur multi-modaal en multi-discipleniar d.w.z. verschillende deskundigen analyseren het gedrag in verschillende situaties en op andere momenten of levensfasen.
    In de praktijk betekent dit dus dat zowel de ouders, de school, het CLB als de gespecialiseerde jeugdhulpverlening en/of een kinderpsychiater bij het proces betrokken moeten zijn.
    Het stellen van de diagnose neemt meerdere weken in beslag.


    1.4. - Hoe wordt ADHD behandeld ?

    Er is tot dusverre geen middel of methode voorhanden die ADHD geneest.
    Wel kunnen de symptomen van ADHD onderdrukt of bestreden worden, waardoor secundaire problemen kunnen vermeden worden.
    Daarbij zijn er twee behandelmethoden, die in combinatie met elkaar gebruikt kunnen worden : gedragstherapie en medicatie.
    In beide gevallen is het doorbreken van een negatieve spiraal in de ontwikkeling van het kind doelstelling van de behandeling.
    Met de Ďmoeilijke aanlegí van het kind als uitgangspunt, moeten aanknopingspunten gevonden worden om het kind te helpen omgaan met zijn omgeving en de omgeving te leren omgaan met het kind.
    Voor een gedragstherapeutische behandeling wordt in Vlaanderen voornamelijk gewerkt aan probleeminzicht, zelfcontrole en probleemoplossende vaardigheden (de zogenaamde Ďvier beertjesmethodeí leert het kind om taken systematisch aan te pakken.) en het ontwikkelen van sociale vaardigheden bij de kinderen.
    Bij de zogeheten Ďparent management trainingí (PMT Ė cfr. :
    http://www.tno.nl/kwaliteit_van_leven/projecten/parent_management_trainin_1/ -) leren ouders en leraren om direct, intensief en consistent en langdurig bepaalde leerprincipes toe te passen in de omgang met het kind.
    Medicatie betekent vooral toediening van methylfenidaat, met als merknaam Rilatine (andere medicatie is in ontwikkeling).
    Dit is een amfetamine-achtige stof die onder de Opiumwet valt vanwege de potentieel verslavende werking.
    Bij normale dosering en gebruik is een dergelijke werking evenwel niet gebleken.
    Het middel werkt bij 70 tot 80 procent van de kinderen met ADHD direct merkbaar in op de gedragskenmerken van het kind.
    Bij 20 tot 30 procent van de kinderen treden bijwerkingen op, die soms reden zijn om de behandeling te staken.
    De veiligheid en effectiviteit van het middel op korte termijn en voor kinderen van 5 tot 14 jaar is goed onderbouwd, de effecten op lange termijn zijn minder bekend.
    In de meeste gevallen levert een combinatie van therapie en medicatie de meest bevredigende resultaten op voor het kind en de omgeving.
    Een groot probleem is evenwel dat er in Vlaanderen ruim onvoldoende kinderpsychiaters en andere jeugdhulpverleners zijn om ADHD kinderen te begeleiden.
    Daardoor ontstaan wachtlijsten en zijn de kinderen uitsluitend aangewezen op Rilatine.
    Het gebruik van Rilatine is in BelgiŽ steeg tussen 1996 en 1999 met ca. 40%.
    Tussen 1999 en 2000 bedroeg de stijging nog 18%.
    Zowel het benoemen van ADHD als psychiatrische stoornis als de behandeling ervan met medicatie roept veel maatschappelijke discussie op.
    ADHD wordt soms gemakshalve gezien als een synoniem voor Ďmoeilijke kinderení.
    Onwetendheid over de oorzaken van ADHD leidt ertoe dat de opvoeders van het kind als schuldige worden aangewezen, uiteraard onterecht.
    Deze onwetendheid kan een hindernis vormen voor een juiste diagnosestelling en behandeling van de stoornis.
    Bovendien is het gebruik van Rilatine de laatste jaren meermaals in opspraak gekomen.
    Bevolkingsonderzoek in de Verenigde Staten heeft aangetoond dat het aantal kinderen dat Rilatine krijgt zonder dat de diagnose ADHD eenduidig werd vastgesteld, even groot of groter is dan het aantal gebruikers dat wel aan de criteria voldoet.
    Misbruik is daarbij niet uitgesloten : Rilatine verbetert potentieel immers de concentratie en leerprestaties van ŗlle Ďonrustigeí kinderen.
    Ook in Vlaanderen is het oneigenlijk gebruik van Rilatine niet uitgesloten.
    Iedere huisarts kan een kind Rilatine voorschrijven, zonder dat de diagnose ADHD vastgesteld werd door een multidisciplinair team.
    Ouders hebben daarmee in principe de mogelijkheid om Rilatine als Ďzoethoudertjeí te gebruiken.
    Berichten over het illegaal verhandelen van Rilatine als stimulerend middel doet de reputatie van het medicijn ook geen goed.
    Het informeren van ouders, leerkrachten en artsen en apothekers rond ADHD en Rilatinegebruik is delicaat maar noodzakelijk.
    Goede voorlichting is van groot belang, zowel gericht op het grote publiek als op de diverse beroepsgroepen die in hun werk met deze kinderen te maken krijgen.
    In het onderwijs en grote delen van de gezondheidszorg is nog een grote inhaalslag nodig.
    Uiteraard veronderstelt een dergelijke voorlichting dat er gelijktijdig gewerkt wordt aan het uitbouwen van het zorgverleningsnetwerk dat de kinderen moet begeleiden.
    Een belangrijke stap in de goede richting is het besluit van de federale regering (KB van 7 januari 2002 en MB van 3 januari 2002) om de kinder- en jeugdpsychiatrie als specialisme te erkennen.
    Het tekort aan kinderpsychiaters moet weggewerkt worden.
    De kwaliteitsbewaking van het voorschrijven van Rilatine dient geÔntensiveerd te worden.
    Artsen moeten zich nog beter bewust worden van de procedure van diagnosestelling inzake ADHD en het voorschrijfgedrag inzake Rilatine.
    Binnen het RIZIV Uiteraard moeten ook de effecten van het gebruik van Rilatine op de langere termijn verder onderzocht worden.
    Ook het door de sector vastgestelde tekort aan jeugdhulpverleners vraagt een dringende oplossing.
    Wachtlijsten van 6 tot 8 maanden voor men met een hulpvraag terecht kan bij een gespecialiseerd kinder- en jongerenteam dat ook ervaringheeft met multidisciplinaire diagnostiek, zijn onaanvaardbaar.
    Scholen spelen een cruciale rol in de (h)erkenning van gedragsproblemen. Leerkrachten en medewerkers van CLBís moeten in staat gesteld worden om problematische gedragsproblemen te (onder)kennen en zo toe te leiden naar een juiste begeleiding van kinderen met ADHD of andere gedrags- of leerstoornissen.
    Door een goede samenwerking tussen goed geÔnformeerde ouders, scholen en hulpverleners kan er een betere opsporing ontstaan van deze kinderen, zodat zij die daar nood aan hebben ook effectief kunnen worden begeleid en behandeling.


    1.5. - Probleemstellingen

    1.5.1 - Kloof tussen prevalentie en caseload
    3 tot 5 % van de kinderen en 1% van de volwassenen kampt volgens de bestaande gegevens met een ADHD-problematiek.
    GeŽxtrapoleerd (cijfers NIS, 2OO1) en mits incalculatie van mogelijke foutenmarges betekent dit ruim 120 000 individuen in Vlaanderen.
    De praktijk van het centrum ZIT STIL lijkt dit ook te bevestigen : jaarlijks stijgt het aantal vragen naar deskundige hulp inzake diagnostiek, assessment en behandeling met 20 %. (ICD-10 normen)

    1.5.2 - Een versnipperde expertise
    Het centrum ZIT STIL is al langer dan 20 jaar gespecialiseerd in de ADHD-problematiek en profileert zich als een uniek project in de deskundigheidsbevordering op dit terrein.
    Het beschikt over een ruime expertise op vlak van advisering, psycho-educatie,begeleiding, coaching en opvoedingsondersteuning.
    Er wordt in het centrum echter een tekort vastgesteld aan een diagnostisch en curatief aanbod en er zou veel meer expliciete en effectieve preventie van grotere schade kunnen georganiseerd worden wanneer zij hun kennis en expertise op systematische wijze konden doorgeven aan ouders,begeleiders, scholen,Ö.
    En vanuit de geestelijke gezondheidszorg komt een toenemende hulpvraag inzake educatie en primaire preventie en netwerkvorming
    Er is nood aan wetenschappelijke research naar prevalentie, epidemiologie en aetologie van ADHD en andere stoornissen.
    Het is wenselijk dat dit wordt opgenomen.
    De vraag kan gesteld worden of het niet wenselijk is dat dit wordt opgenomen door de Centra voor Ontwikkelingsstoornissen en de universiteiten.

    1.5.3 - Informatieverstrekking, sensibilisering en preventie en training
    Een zorgtraject rond ADHD start ongetwijfeld bij een degelijke multi-disciplinaire diagnostiek met aansluitend een inventaris van de zorgbehoeften.
    Maar ook advisering,begeleiding en sociale integratie van kinderen en jong-volwassenen is uitermate belangrijk; individuele therapie en oudertraining kunnen hierbij beschouwd worden als essentiŽle zorgmodules.
    ADHD vraagt echter niet enkel begeleidingen het kind en de ouders,maar ook ondersteuning van verschillende actoren in de omgeving van het kind, zoals de school, het CLB, de huisarts, de jeugdbeweging,Ö.
    Ook in de gehandicaptensector en de ruimere welzijnssector stijgt de vraag naar degel

    01-01-1970 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Negatieve affectiviteit en bewegingsvrees bij werknemers met lage rugklachten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Negatieve affectiviteit en bewegingsvrees

    bij werknemers met lage rugklachten

    Naar een voordracht voor het VRA-Najaarssymposium 2001 te Breda
    W.P.M. van den Heuvel 1 , J. Verbunt 2 , E. Gheldof 3 , J. Vlaeyen4 - maart 2002

    Fear-avoidance and its consequences in chronic musculoskeletal pain : a state of the art - Vlaeyen JW, Linton SJ, Department of Medical, Clinical and Experimental Psychology, Maastricht University, P.O. Box 616, 6200 MD, Maastricht, The Netherlands - j.vlaeyen@dep.unimaas.nl - Pain. 2000 Apr;85(3):317-32 - PMID: 10781906 - In an attempt to explain how and why some individuals with musculoskeletal pain develop a chronic pain syndrome, Lethem et al. (Lethem J, Slade PD, Troup JDG, Bentley G. Outline of fear-avoidance model of exaggerated pain perceptions. Behav Res Ther 1983; 21: 401-408).ntroduced a so-called 'fear-avoidance' model. The central concept of their model is fear of pain. 'Confrontation' and 'avoidance' are postulated as the two extreme responses to this fear, of which the former leads to the reduction of fear over time. The latter, however, leads to the maintenance or exacerbation of fear, possibly generating a phobic state. In the last decade, an increasing number of investigations have corroborated and refined the fear-avoidance model. The aim of this paper is to review the existing evidence for the mediating role of pain-related fear and its immediate and long-term consequences in the initiation and maintenance of chronic pain disability. We first highlight possible precursors of pain-related fear including the role negative appraisal of internal and external stimuli, negative affectivity and anxiety sensitivity may play. Subsequently, a number of fear-related processes will be discussed including escape and avoidance behaviors resulting in poor behavioral performance, hypervigilance to internal and external illness information, muscular reactivity, and physical disuse in terms of deconditioning and guarded movement. We also review the available assessment methods for the quantification of pain-related fear and avoidance. Finally, we discuss the implications of the recent findings for the prevention and treatment of chronic musculoskeletal pain. Although there are still a number of unresolved issues which merit future research attention, pain-related fear and avoidance appear to be an essential feature of the development of a chronic problem for a substantial number of patients with musculoskeletal pain : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10781906&dopt=Abstract

    Inleiding
    Negatieve affectiviteit (NA) is een persoonlijkheidskenmerk wat samengaat met negatieve reacties op de omgeving en een negatief zelfbeeld.
    Er zijn aanwijzingen dat, in de context van het fear-avoidance model, NA de kans op een overdreven reactie op pijn (catastroferen) vergroot.
    Dit effect van NA is van belang omdat catastroferen weer de kans op het ontstaan van bewegingsvrees vergroot en daarmee ook de kans dat lage rugpijn chronisch wordt.

    Doel
    Aantonen van het verband tussen negatieve affectiviteit en bewegingsvrees in een werkende populatie.
    Aantonen dat een hoge score op bewegingsvrees niet het gevolg is van NA, maar dat rugklachten een noodzakelijke voorwaarde zijn om bewegingsvrees te veroorzaken.

    Data
    De data zijn afkomstig uit schriftelijke vragenlijsten die onder werknemers in de industrie zijn uitgezet voor de 'Euro Back Unit prospectieve studie naar de preventie van rugklachtení.
    Bij werknemers die in de afgelopen 12 maanden last (pijn, ongemak) hadden van hun lage rug is bewegingsvrees gemeten met de Tampa Scale voor Kinesiofobie (TSK).
    Bij werknemers zonder lage rugpijn werd de aangepaste TSK ofwel MTSK gebruikt.
    Bij beide groepen werd negatieve affectiviteit gemeten met de Positive and Negative Affect Schedule (PANAS).
    Klachten aan het bewegingsapparaat zijn gemeten met een vraag uit de Nordic Questionnaire. Ook zijn leeftijd, geslacht en opleidingsniveau gemeten. De data van oktober 2000 zijn, voor beide groepen apart, cross-sectioneel geanalyseerd met behulp van lineaire regressie.

    Resultaten
    De resultaten voor vrouwen (N=115, gemiddelde leeftijd 34 jaar) bleken complexer dan voor mannen. Door interactie effecten tussen NA en opleiding en tussen verschillende bewegingsapparaatklachten bleken de resultaten voor vrouwen geen uitsluitsel te geven.
    De groep mannen met lage rugklachten bestond uit 650 personen met een gemiddelde leeftijd van 40 jaar.
    Bij 24% hadden de klachten 1 tot 7 dagen geduurd, bij 26% 8 tot 30 dagen, bij 34% meer dan 30 dagen, maar niet dagelijks en bij 14% waren er dagelijks klachten in de afgelopen 12 maanden.
    Bij mannen met lage rugklachten was NA geassocieerd met bewegingsvrees (p<.000). Bijkomend bleek ook het hebben van beenklachten (p=.002) en een laag opleidingsniveau (voor het 18e jaar gestopt met dagonderwijs, p=.038) bij te dragen aan de mate van bewegingsvrees.
    De groep mannen zonder lage rugklachten bestond uit 232 personen met een gemiddelde leeftijd van 40 jaar. In deze groep was er geen significant verband tussen NA en bewegingsvrees (p=.087). Ook het hebben van andere bewegingsapparaat klachten hing niet samen met NA of bewegingsvrees.

    Conclusie
    De relatie tussen negatieve affectiviteit en bewegingsvrees kan worden aangetoond in een werkende populatie waarin rugklachten zowel in acute als chronische vorm voorkomen. Hoog scoren op negatieve affectiviteit alleen heeft geen effect op bewegingsvrees.
    Hiermee is verder onderbouwd dat negatieve affectiviteit een risicofactor is voor chroniciteit van rugklachten, waarbij echter een deel van het effect door catastroferen zou kunnen worden veroorzaakt.

    Referenties

    Cfr. : <A href="http://www.revalidatiegeneeskunde.nl/Onderzoek/o1negat.htm

    01-01-1970 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Antilichamen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







     

    Antilichamen

    Dr. J. Kamsteeg
    Klinisch Ecologisch Allergie Centrum b.v.,
    Zoomweg 44, 6006 TW Weert (Altweerterheide) - tel. 0495-451428 fax 0495-451473 - © Dr. J. Kamsteeg :
    http://www.keac.nl/werk.htm

    Januari 1995

    Dr. J. Kamsteeg

    In deze artseninformatie vindt u informatie over (de functies van) verschillende soorten antilichamen.


    1. - Verschillende antilichamen

    Het specifieke afweersysteem (immuunsysteem) wordt gevormd door meerdere soorten antilichamen, eiwitten die in het bloed circuleren. Deze antilichamen worden ook wel immunoglobulinen (Ig) genoemd. Zo onderscheidt men IgA, IgE, IgG en IgM. Hieronder worden de belangrijkste kenmerken van enkele antilichamen vermeld :

    1.2 - Immunoglobuline A
    IgA wordt ook wel secretoir antilichaam genoemd omdat het wordt uitgescheiden door klierachtige cellen zoals die voorkomen in de luchtwegen, maag-darmkanaal en vagina. Het voorkomt door binding, dat allergenen, bacteriŽn en virussen aan het slijmvlies kunnen hechten en zo infectie of ontsteking veroorzaken. Zo zorgt secretoir-IgA ervoor dat via de moedermelk geen allergenen op het kind kunnen worden overgedragen, tenzij er een tekort is aan secretoir-IgA.

    1.3 - Immunoglobuline E
    IgE is het antilichaam dat betrokken is bij bepaalde (type I) allergische reakties. Vrijwel alle IgE is gebonden aan cellen die een rol spelen bij de allergische reaktie, namelijk mestcellen en basofiele leucocyten. Slechts zeer weinig circuleert in het bloed. Wanneer een allergeen (bijvoorbeeld een koemelkeiwitmolecuul) zich hecht aan het mestcel-gebonden-IgE veroorzaakt dit een uitscheiden van histamine en andere mediatoren met als gevolg een allergische reaktie. Histamine circuleert met het bloed door het lichaam en bindt aan receptoren ergens in het lichaam. Afhankelijk van de plaats waar dat gebeurt ontstaan allergisch astma, overtollig maagzuur of andere klachten.
    Verder speelt IgE een rol bij de afweer tegen darmparasieten zoals aarsmaden.

    1.4 - Immunoglobuline G
    IgG is de grootste klasse: tachtig procent van het antilichaamgehalte van het bloed bestaat uit IgG. Bij de secundaire immuunrespons (herhaald kontakt) wordt overgeschakeld op de aanmaak van IgG. Het speelt een rol bij de bescherming van de foetus omdat het de placenta kan passeren. IgG is een belangrijk antilichaam bij de afweer tegen bacteriŽn en virussen (Roitt, 1988). Van IgG bestaan vier subklassen: IgG1, IgG2, IgG3 en IgG4, die verschillende funkties hebben.

    1.5 - Immunoglobuline M
    IgM is opgebouwd uit vijf monomeren en beschikt over tien bindingsplaatsen. Het wordt als eerste antilichaam in de immuniteitsreaktie gevormd en is vooral betrokken bij reakties tegen bacteriŽn en virussen. Na enkele dagen wordt vervolgens IgG geproduceerd.

    2. - Type I-allergie

    Tot de type I-allergie behoren de anafylactische en de atopische reakties. Deze berusten beide op kontakt tussen specifiek-IgE gebonden aan mestcellen en het bijbehorende allergeen. Als gevolg hiervan vindt mestceldegranulatie plaats, waardoor allerlei vasoactieve en chemotactische stoffen vrijkomen: histamine, heparine, leucotriŽnen, prostaglandinen en thromboxanen.
    De atopische reactie vindt plaats daar waar het antigeen op de slijmvliezen terecht komt, waardoor alleen locale verschijnselen optreden, zoals een loopneus bij hooikoorts.

    3. - Waarom IgG4-onderzoek ?

    Wanneer men met bloedserum allergie-onderzoek doet, kan men zich afvragen welk type of welke typen antilichamen men zal onderzoeken. Hierbij is het doel van het bloedonderzoek van groot belang. Wanneer men reakties tegen allergenen wil vaststellen, ligt het voor de hand om naar specifieke IgE-antilichamen te gaan zoeken. Echter niet alleen IgE-antilichamen zijn in staat histamine vrij te maken uit mestcellen, ook de zogenaamde "short-term sensitizing" IgG-antilichamen zijn hiertoe in staat. Deze "short-term sensitizing"-antilichamen zijn van het type G4 (IgG4) (Turner-Warwick, 1989; Van der Zee e.a., 1987).
    In steeds meer onderzoeken wordt een verband gelegd tussen IgG4-antistoffen en overgevoeligheidsreakties. Ernstige allergische ziekten zoals atopisch eczeem, astma bronchiale en zelfs anafylactische shock zijn waargenomen bij patiŽnten met hoge IgG4-titers, terwijl IgE-antistoffen ontbraken (Bryant e.a., 1975; Halpern, 1987). 

    Shakib (1988) toonde aan dat er een verband is tussen een verhoogde IgG4-titer (>10 IU/ml) tegen a -caseÔne (een melkeiwit) en melkintolerantie bij volwassenen. Bij patiŽnten met de Ziekte van Crohn werden door Scott e.a. (1986) verhoogde IgG4-titers aangetoond. Deze worden niet gevonden bij patiŽnten met andere ontstekingsachtige darmziekten.

    Preary (1988) vond bij 18 van de 20 patiŽnten (90%) met een positieve intradermale huidtest voor melk en positieve eliminatie- en provocatietests, waarbij IgE-specifieke antistoffen tegen melk ontbraken wŤl IgG4-antistoffen.

    Nakagawa (1988) selecteerde uit een groep van 68 atopische kinderen 18 kinderen met kippeŽi-allergie. Deze kinderen hadden een positieve huidtest en positieve eliminatie- en provocatietests voor ei. Bij slechts 13 van de 18 kinderen werden voldoende IgE-specifieke antistoffen tegen ei aangetroffen die de positieve reaktie konden verklaren. Bij twee kinderen werden wel zeer lage IgE-titers gevonden; bij drie kinderen ontbraken deze antistoffen in het geheel.

    Gwynn e.a (1982), Topping e.a. (1989) en Nielsen e.a. (1988) toonden aan dat behalve IgE-antilichamen ook IgG4-antilichamen betrokken zijn bij allergische longziekten.

    Zij toonden aan dat er een verband was tussen de IgG4-antilichamen en de blootstelling van de patiŽnt aan het allergeen/antigeen. Ook Katila e.a. (1986) vonden dat de concentratie aan IgG4-antilichamen een maat is voor de blootstelling aan inhalatie-allergenen.

    Ook voor schimmelallergeen werd een verband gevonden tussen de mate van blootstelling (consumptie) en de IgG4-titer, mits er sprake is van een zekere mate van regelmatig en langdurig kontakt en een zekere erfelijke aanleg.

    Verhoogde IgG4-titers worden aangetroffen bij IgA-deficiŽntie, chronische darmziekten, ondervoeding, voedselallergie, inhalatie-allergie (pollinose), astma, schimmelallergie, atopisch eczeem, erytheem, urticaria, anafylaxie en fibrosis cystica (Halpern e.a., 1987).

    De theorie is nu dat een patiŽnt met allergische symptomen (klachten) Úf hoge IgE- Úf hoge IgG4-titers heeft voor het allergeen/antigeen. Wanneer beide concentraties hoog zijn zal de patiŽnt door de blokkerende werking van IgG4 op  IgE toch geen symptomen of weinig symptomen hebben (Nakagawa, 1988). In dat geval kan een huidtest negatief zijn. Deze theorie wordt wel de theorie of hypothese van De Weck genoemd (De Weck, 1981).

    Dit zou verklaren dat patiŽnten met allergische klachten voornamelijk vrouwen zijn. Vrouwen hebben namelijk significant lagere IgG4-titers dan mannen (Merrett e.a., 1983). Onderzoek van Gamboa e.a. (1986) ondersteunt de hypothese van De Weck echter niet (zie verder).

    3.1 - Wetenschappelijke verklaring

    Eigenschappen van IgG4
    Van het immunoglobuline G bestaan vier subklassen: IgG1, IgG2, IgG3 en IgG4. Deze subklassen verschillen in chemische en biologische eigenschappen. Er zijn echter ook veel overeenkomsten.

    Antilichamen van het type G4 komen onder normale omstandigheden vrij weinig voor. Slechts vier procent van het IgG in het serum van gezonde personen bestaat uit antilichamen van deze subklasse. De concentratie (titer) kan door chronisch kontakt met antigenen echter sterk stijgen en dan meer dan 95 procent van het totale IgG-gehalte bedragen.

    Significante IgG4-titers worden vooral gevonden na langdurige blootstelling aan allergenen. Zo reageren beginnende bijenhouders de eerste tijd op bepaalde bijengifcomponenten met de vorming van IgG1-antilichamen. Na enige tijd treedt echter een verschuiving op naar IgG4-antilichamen. Ook kunnen patiŽnten met chronische parasitaire infecties en schimmelinfecties hoge IgG4-titers hebben.

    IgG4-antilichamen hebben enkele belangrijke eigenschappen, die de andere IgG-subklassen niet hebben :

    - IgG4-antilichamen kunnen het complementsysteem niet aktiveren : IgG4 is niet in staat om de eerste component van het complementsysteem (C1q) te binden of te aktiveren (Ishizaka e.a., 1967).
    Wel kunnen IgG4-antilichamen een rol spelen bij de complement-aktivatie door andere IgG-subklassen. In het fosfolipase A-antigeensysteem bijvoorbeeld, bleken IgG4-antilichamen C1q-binding en dus complement-aktivatie door IgG1 te remmen. Dit is waarschijnlijk een gevolg van competitie tussen IgG1- en IgG4-antilichamen om bindingsplaatsen (determinanten) op het antigeen (Nakagawa, 1988)

    - IgG4-antilichamen zijn funktioneel-monovalent : IgG4-antilichamen kunnen maar ťťn van de twee beschikbare bindingsplaatsen benutten. IgG-antilichamen bezitten twee antigene bindingsplaatsen. Als het antigeen in optimale concentratie aanwezig is kan ťťn antilichaam twee antigenen binden. Op deze manier ontstaat een driedimensionaal netwerk als het antigeen meer dan twee antigene determinanten heeft. Het IgG4-antilichaam heeft eveneens twee antigene bindingsplaatsen maar kan desondanks maar ťťn bindingsplaats benutten door ruimtelijke blokkering. IgG4 kan dus geen driedimensionale netwerken vormen met het antigeen; IgG4-bevattende immuuncomplexen zijn daarom altijd vrij klein en zullen in de kleinste haarvaten vastlopen.

    - IgG4-antilichamen kunnen zich zowel binden aan mestcellen als aan basofiele leucocyten : Als anti-IgG4-antilichamen (bijvoorbeeld uit konijnen) in de menselijke bloedbaan worden gebracht komt histamine vrij uit basofiele leucocyten (Fagan e.a., 1982; Van Toorenenbergen e.a., 1981). Dit gebeurt niet met antilichamen die gericht zijn tegen andere IgG-antilichamen. Het vrijkomen van histamine uit basofiele leucocyten en mestcellen betekent dat IgG4, evenals IgE, kan binden aan deze cellen. De bindingsaffiniteit tussen IgG4 en mestcellen is echter een stuk lager dan de affiniteit met IgE.
    Wat nu precies de rol is van het mestcelgebonden IgG4 is nog onbekend. Er is echter wel een tweetal hypothesen die de werking van het celgebonden-IgG4 verklaren.
    Zo zou IgG4, evenals IgE, een anafylactische werking kunnen hebben. In dat geval zou ook binding van antigeen aan mestcelgebonden IgG4 moeten leiden tot degranulatie van de mestcellen. Dit is echter moeilijk aan te tonen. Ook is het mogelijk dat het celgebonden-IgG4 IgE-gemedieerde reakties modificeert of blokkeert (Nakagawa, 1988).

    3.2 - Hieronder worden beide hypothesen uitgewerkt

    - IgG4 als anafylactisch antilichaam
    Experimenten hebben aangetoond dat IgG4-antilichamen gebonden worden aan mestcellen in de huid. Als antigeen wordt toegevoegd bindt dit aan het IgG4 aan de mestcel waardoor histamine vrijkomt en de huid wordt gesensibiliseerd. Dit is een anafylactische reaktie.

    Het anafylactische IgG4 heeft echter heel andere kenmerken dan het IgE-antilichaam :
    - het sensibiliseert de huid sneller en korter dan IgE
    - het bindt zeer zwak aan cellen en weefsels
    - het is goed bestand tegen hitte en chemische reakties.

    De anafylactische IgG-antilichamen worden ook wel 'short-term sensitizing' IgG, IgG-(S-TS) genoemd om ze te onderscheiden van IgE-antilichamen.

    De incidentie van deze IgG-(S-TS)-antilichamen is doorgaans zeer laag. Zo had in een groep van 250 astma-patiŽnten slechts twee procent IgG-(S-TS)-antilichamen in het serum, terwijl 56 procent een aantoonbare IgE-titer had. Echter bij mensen die allergisch zijn voor melk of graspollen is de IgG-(S-TS)-incidentie aanzienlijk hoger.

    De hypothese dat IgG4 kan werken als anafylactisch antilichaam is ontstaan door de ontdekking dat mestcellen receptoren hebben voor IgG4. De juistheid van deze hypothese werd gesterkt door de ontdekking van het anafylactisch werkend IgG-(S-TS)-antilichaam en de aanwijzingen dat dit antilichaam tot de IgG4-subklasse behoort.

    Deze aanwijzingen zijn :
    - mestcellen van bepaalde individuen hebben receptoren voor IgG4
    - IgG4-antilichamen zijn elektroforetisch het snelste van alle IgG-antilichamen en kunnen het complementsysteem niet aktiveren. IgE bezit deze eigenschappen ook
    - er is een hoge incidentie van IgG4-antilichamen bij atopische patiŽnten.

    Het vermoeden dat de IgG-(S-TS)-antilichamen tot de IgG4-subklasse behoren berust dus op de overeenkomsten tussen IgG4 en het anafylactische IgE. Er zijn echter ook onderzoeksresultaten die het vermoeden dat IgG4 anafylactisch kan werken tegenspreken :
    - uit een serologisch onderzoek bij mensen met IgG-(S-TS)-aktiviteit is gebleken dat significante IgG4-titers niet altijd aantoonbaar waren
    - er is nog nooit eenduidig aangetoond dat antigene stimulatie van mestcelgebonden-IgG4 tot mestcel-degranulatie leidt. Het IgG-(S-TS)-antilichaam vertoont deze degranulatie na antigene stimulatie echter wel
    - echter als IgG4 al anafylactische aktiviteit zou vertonen dan kan dit alleen toegeschreven worden aan een kleine subgroep van de IgG4-klasse. Er zijn immers talrijke voorbeelden van personen die hoge IgG4-titers maar geen anafylactische symptomen vertonen (Van der Zee e.a., 1987).

    Bij deze tegenargumenten gaat men voorbij aan het feit dat een hoge IgE-titer de werking van IgG4-tegengaat. Het omgekeerde is ook juist : een hoge IgG4-titer kan de werking van IgE blokkeren. De conclusie is derhalve alleen juist als het onderzoek werd gedaan bij patiŽnten met een zeer lage of geen IgE-respons (zie hieronder).

    Modificatie van IgE-gemedieerde reakties door IgG4 : IgG4-antilichamen kunnen IgE-gemedieerde reakties modificeren door binding van allergeen aan mestcel-gebonden IgE te blokkeren. Dit is geconcludeerd uit serologisch onderzoek van patiŽnten die immuuntherapie (desensibilisatie) hadden ondergaan. Het principe van immuuntherapie is dat allergische individuen geÔnjecteerd worden met allergenen. Het effect hiervan is hypo- of desensibilisatie; volledige desensibilisatie treedt zelden of nooit op.

    Het belangrijkste immunologische effect van hyposensi-bilisatie is de produktie van hitte-stabiele antilichamen. Deze antilichamen blijken in staat te zijn om IgE-gemedieerde reakties te remmen. Dit komt waarschijnlijk doordat ze binden aan antigene determinanten op het allergeen, waardoor binding van dat allergeen aan celgebonden-IgE en de daarmee gepaard gaande degranulatie wordt voorkomen. Deze antilichamen worden 'blokkerende antilichamen' genoemd.

    De meerderheid van de blokkerende antilichamen behoort tot de IgG-klasse. Meestal worden in het begin van de immuuntherapie IgG1-antilichamen geproduceerd, maar gedurende de behandeling treedt een verschuiving op naar een IgG4-gedomineerde respons.
    Hyposensibilisatie gaat, behalve met de produktie van blokkerende antilichamen, gepaard met klinische vooruitgang van de patiŽnt. Het lijkt dan logisch om een evenredig verband te veronderstellen tussen de concentratie blokkerende antilichamen en de mate van klinische vooruitgang. Dit verband blijkt uitsluitend te bestaan als het gaat om allergenen die rechtstreeks in de bloedbaan terecht komen en waar de allergische reaktie ook in de bloedbaan plaatsvindt.

    In de praktijk komt het er op neer dat alleen in het geval van insektensteek-allergie de concentratie blokkerend-IgG in het serum een indicatie is voor de mate van klinische vooruitgang. Een andere mogelijke verklaring is dat het gevormde IgG4 bindt aan mestcellen en daardoor een ruimtelijke blokkering is voor de IgE-respons. Voor een allergische reaktie dienen namelijk twee identieke IgE-moleculen (allebei gericht tegen b.v. a -lactalbumine van koemelk) naast elkaar op een mestcel voor te komen. Treft men hiertussen een IgG4-molecuul aan dan zal er geen reaktie plaatsvinden, ook al is dit molecuul eveneens tegen ditzelfde allergeen gericht. Er zijn dan twee mogelijke alternatieven: er treedt geen binding op of er treedt wel binding op tussen allergeen enerzijds en anderzijds een IgE- en IgG4-molecuul. Duidelijk is dat in geen van beide gevallen het tot een degranulatie komt.

    De hypothese van De Weck (1981) is dat IgG4 dat in lage concentraties voornamelijk op mestcellen en basofiele leucocyten gebonden is, een allergische reaktie kan veroorzaken, maar dat het in grote concentraties voornamelijk niet-gebonden is en zich blokkerend gedraagt.

    Dit laatste is in strijd met onderzoek van Gamboa e.a. (1986). Zij vonden een verschil in reaktie na bronchiale provocatie tussen mensen met en zonder specifiek-IgG4. Wanneer alleen IgG4-specifieke antilichamen aanwezig waren, vertoonde de patiŽnt een late respons twee tot vier uur na provocatie, die zes tot tien uur aanhield, waarbij alle longfunktie-parameters daalden. Wanneer alleen IgE-specifieke antilichamen aanwezig waren trad de reaktie vrijwel meteen na provocatie op. Bij de aanwezigheid van beide antilichamen werden beide reakties gevonden, zowel de direkte als de vertraagde reaktie. Ruim de helft (54%) van de atopische kinderen met een allergie voor huisstofmijt heeft zowel antistoffen van het type E als G4 tegen huisstofmijt in het bloed. Van de atopische kinderen vertoont 47 procent zowel een direkte als een vertraagde respons na bronchiale provocatie. Ook bij kinderen met allergische darmklachten werd deze dubbele respons gevonden wanneer beide antilichamen aanwezig waren. Bij kinderen met alleen IgE-antistoffen trad de reactie binnen twintig minuten tot een uur op, terwijl bij kinderen met alleen IgG4-antistoffen deze reactie pas vier tot zes uur na de maaltijd optrad.

    Met de hypothese van De Weck kan wel verklaard worden waarom aanzienlijk meer vrouwen dan mannen last van allergische klachten hebben. Mannen hebben iets hogere antistoftiters dan vrouwen. Voor IgE is dit verschil gering. Bij mannen vinden we een gemiddelde waarde van 65 IU/ml (95% betrouwbaarheidsinterval 50-87 IU/ml); bij vrouwen 86 IU/ml (betrouwbaarheidsinterval 76-98 IU/ml) (Kamsteeg, niet gepubliceerd). Bij IgG4-titers is dit verschil veel groter en significant. Bij mannen vinden we een gemiddelde waarde van 0.62 IU/l; bij vrouwen 0.33 IU/l. Het gemiddelde van de onderzochte populatie bedroeg 0.41 IU/l. Vrouwen hebben derhalve minder blokkerende antilichamen en zouden meer klachten kunnen hebben. Overeenkomstige resultaten werden gevonden door Merrett e.a. (1983).

    Onderzoek van El Rafei (1989) toont aan dat er een beter verband bestaat tussen positieve eliminatie- en provocatietests en de aanwezigheid van specifieke IgE- en/of IgG4-antistoffen dan tussen deze tests en een positieve huidtest. Dit verband is nog sterker tussen de aanwezigheid van specifieke IgE- en/of IgG4-antistoffen en de anamnese. El Rafei concludeert hieruit dat de patiŽnt zeer goed in staat is het verdachte voedingsmiddel aan te wijzen en dat provocatie met slechts acht gram voedingsmiddel in een capsule in sommige gevallen te gering is om een positief resultaat te bereiken, zeker bij specifieke IgG4-antistoffen.

    In 1987 werd een congres over de funktie van IgG4 bij allergische reakties georganiseerd. Halpern (1988) vatte de funktie toen als volgt samen : "Sommige mensen synthetiseren vrij hoge IgG4-titers tegen melk- en/of ei-eiwit. Echter, deze stimulatie varieert van individu tot individu en heeft een erfelijke basis, evenals de reaktie op geinjecteerde of geinhaleerde allergenen. Er schijnt een bepaalde groep mensen te zijn, waarbij klinische symptomen samengaan met de aanwezigheid van deze IgG4-antilichamen. Sommige kinderen reageren op melk met een anafylactoÔde reaktie zonder dat specifieke IgE-antilichamen aantoonbaar zijn". Een verband tussen IgG4-antilichamen en symptomen gaat samen met een daling van de IgG4-antilichamen tegen voedselallergenen na zes tot twaalf weken eliminatie.


    4. - Borstvoeding

    Normaliter is in borstvoeding vijftien procent van het totale IgG van het type G4, terw

    01-01-1970 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (22 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    thomas1947
    blog.seniorennet.be/thomas1
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!