NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • abise
  • cialis prescription in houston
  • Exhaubs
  • Quonoge
  • easerne

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • Leningaanbod gelden (Mr Arnoid Weman)
        op Fibromyalgie in het kort
  • cbd oil for pain dosage (Sonjaorgab)
        op Vluchten in het werk
  • best cbd hemp oil for pain (SonjaHom)
        op Vluchten in het werk
  • cbd oil for pain (Sonjaorgab)
        op Vluchten in het werk
  • cbd oil for pain (SonjaHom)
        op Vluchten in het werk
  • cbd oil for pain dosage (SonjaHom)
        op Vluchten in het werk
  • Leonard finals after Kevin Durant, two of them deep in conversation, specially arranged in the NBA (Bobbykic)
        op Even geduld...
  • Kevin Durant many rebounds in the playoffs to record 64th (Bobbybep)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • le farmacie vendono cialis senza ricetta Si (RalphNal)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • Auckland is Kevin Durant new home renovation basketball court help young people (Bobbykic)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    stiffpersonsyndroom
    blog.seniorennet.be/stiffpe
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    lissa_monchou
    blog.seniorennet.be/lissa_m
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    amaryllis
    blog.seniorennet.be/amaryll
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    aadjevijf
    blog.seniorennet.be/aadjevi
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    mailgroephuisdieren
    blog.seniorennet.be/mailgro
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    29-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vermoeidheid overwinnen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vermoeidheid overwinnen

    W.Nix - 1998
     

    Door veelvuldig gebruik van medische termen, is het boekje vooral nuttig voor mensen in de gezondheidszorg. Door de verklarende woordenlijst en het alfabetisch register wordt het de lezer iets eenvoudiger gemaakt om er toch doorheen te komen.

    Kortom, een boek dat de patiŽnt enig inzicht kan geven in zijn situatie, maar zijn nut meer zal bewijzen als voorlichting voor een behandelend arts, psycholoog of therapeut, die minder goed op de hoogte is van M.E./C.V.S.
     

    Cfr. : http://www.freewebs.com/jongerenmeleden/boeken.htm

    29-07-2005 om 13:17 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (5)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vermoeidheid... waarom eigenlijk ? - Gedachten over menselijke energie, levenskracht en hoe daarmee om te gaan
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Vermoeidheid... waarom eigenlijk ?
    Gedachten over menselijke energie, levenskracht
    en hoe daarmee om te gaan
     
    Huibers, J.
    Ankh-Hermes, Uitgeverij, Mei2004 - ISBN: 9020206370
     

    Vermoeidheid is een zeer veel voorkomend verschijnsel in deze tijd. Spanningen, een gejaagd leven, ongezonde voeding en een onregelmatige leefwijze zijn belangrijke factoren bij het ontstaan van vermoeidheid. De auteur tracht echter niet zozeer de achtergronden van onze vermoeidheid op te sporen als wel de achtergronden van onze energie-aanmaak :
    • dus niet : hoe kom ik van mijn vermoeidheid af ?
    • maar : hoe kom ik aan meer energie ? Hoe ontstaat mijn energie ?

    Jaap Huibers beschrijft hoe onze energie gevormd wordt in onze zeven - vanouds bekende - hoofdorganen. Een gebrekkige werking van een van deze 'energie-organen' kan een 'lek' doen ontstaan in de daarmee samenhangende vorm van energie.

    Om elk orgaan zo optimaal mogelijk te laten functioneren beschrijft de auteur een veertiental kruiden welke in een bijzondere relatie staan tot deze organen.
     

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_AffiliateMap-Start?LinkType=Product&Section=BOOK&PrdID=666782041&Referrer=ADVNLVRG00200800099

    29-07-2005 om 13:10 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (4)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoogervorst - Vervolgbrief chronische vermoeidheidssyndroom nav vragen eerste kamerdebat over CVS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Hoogervorst

    Vervolgbrief chronische vermoeidheidssyndroom
    n.a.v. vragen eerste kamerdebat over CVS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

    H. Hoogervorst, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 9 juni 2005 Ė Ref. : PG/OGZ 2.589.438
    Bron : ME/CVS Documentatiecentrum

     
    Naar aanleiding van het Algemeen Overleg (AO) op 5 april 2005 met de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over mijn standpunt op het advies ' Het chronische vermoeidheidssyndroom' (CVS) van de Gezondheidsraad (de Raad) doe ik u hierbij de gevraagde antwoorden op uw vragen toekomen.  Aangezien ik ook inga op vragen over aanspraken op uitkeringen in het kader van de Wet op de rbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) stuur ik u deze brief voor dat onderdeel mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

    De antwoorden heb ik gebundeld in vier thema's :
    1. Erkenning
    2. Behandeling
    3. Onderzoek
    4. Aanspraken op WAO en zorg.

    Alle fracties gingen tijdens het AO in op 'erkenning van CVS'; daarom begin ik daarmee.



    1. - CVS niet erkennen als ziekte
     
    De Raad acht het voor de praktijk nuttig om CVS als eigenstandige aandoening te beschouwen, ondanks dat de wetenschap hierover geen uitsluitsel geeft. De Raad ziet erkenning als een belangrijke voorwaarde voor het werken aan verbetering en genezing. De Raad verwijst daarbij naar het gegeven dat 'voor ieder die een ernstig probleem heeft de erkenning daarvan door anderen enorm belangrijk is'.

    Dat laatste ben ik overigens met de Raad eens. Het is duidelijk dat CVS kan leiden tot beperkingen in het persoonlijk, beroepsmatig en sociaal functioneren. Het erkennen van de klachten die deze groep mensen aangeven, is van belang voor betrokkenen binnen en buiten de medische wereld. Daarom is de Raad destijds ook om advies hierover gevraagd. Maar de erkenning van de problematiek van CVS is mijns inziens niet hetzelfde als het erkennen van CVS als zelfstandige ziekte. Ik vind dat wetenschappelijk bewijs hiervoor de enige basis kan zijn.

    Het advies van de Raad laat verder zien dat er grote overlap is van CVS met andere lichamelijk onverklaarde klachten, zoals fybromyalgie en het prikkelbare darm syndroom. Ik besef dat er diverse termen voor worden gebruikt, maar toch vat ik deze klachten onder de noemer 'lichamelijk onverklaarde klachten' (LOK).

    De Raad constateert bovendien zelf dat er belangrijke overeenkomsten zijn qua symptomen tussen overspanning, burnout en CVS. In de kern zijn het aandoeningen met een langdurige en ernstige verstoring van de balans tussen draaglast en draagkracht en waarbij stress een belangrijke factor is.

    Mijn beleid richt zich, in aansluiting hierop, op een integrale aanpak van lichamelijk onverklaarde klachten als het gaat om behandeling, onderzoek en aanspraken op verzekerde zorg. Ik wil nadrukkelijk dat CVS-patienten van deze aanpak profiteren.

    Uw Kamer constateerde dat CVS op de classificatielijst van de WHO voorkomt en dat de WHO daarmee CVS erkent als ziekte. Ik heb dit nogmaals aan de WHO voorgelegd. De WHO geeft aan dat het vaker voorkomt dat mensen, in het bijzonder patienten, denken dat het voorkomen van een aandoening op de ICD-lijst betekent dat het een erkende ziekte is. De WHO stelt dat er op dit moment geen WHO-definitie is van wat nu een ziekte inhoudt. Aangezien bepaalde terminologie wordt gebruikt in het contact tussen behandelaar en patient maakt dat het nodig om deze toch voor statische doeleinden in acht te nemen, waardoor deze dan worden geclassificeerd.
    Kort samengevat heeft de WHO mij het volgende laten weten; de lijst omvat een breed spectrum aan diagnoses en andere informatie over de patient waarvan het wenselijk is dat het opgenomen wordt in een medisch dossier. Het is daarom onjuist om te stellen dat omdat een diagnose op de ICD-lijst staat, het per definitie een ziekte is of dat de WHO de diagnose accepteert als werkelijk bestaande ziekte.

    Ik verwijs u verder naar hoofdstuk 3 van het rapport van de Raad. Daar leest u ook wat de betekenis is van de definitie van het Amerikaanse Centre for Disease Control (CDC-94-definitie), die ik eveneens onderschrijf.


    2. - Behandeling
     

    Het CVS-probleem vraagt om actie van diverse partijen. De belangrijkste daarvan zijn patienten en behandelaars. Allen zijn op hun eigen manier verantwoordelijk voor het optimaal functioneren van mensen met lichamelijk onverklaarde klachten en dus ook voor CVS.

    2.1 - Patienten moeten ook zelf aan de slag
    Reactivering - het weer actief worden van mensen - is van groot belang. Rust is geen remedie bij CVS, zo stelt de Raad ten aanzien van CVS. Deze nieuwe wetenschappelijke inzichten uit het rapport van de Raad zijn waardevol voor de praktijk. Ze sluiten ook aan bij het belang dat het kabinet eraan hecht dat ook mensen met (tijdelijke) beperkingen, maatschappelijk kunnen blijven functioneren of weer kunnen gaan functioneren.
    Het rapport wijst op effectieve interventies, zoals het langzaam opbouwen van lichamelijke activiteiten, waaronder weer gaan werken.
    Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is volgens het rapport effectief gebleken voor een reeks van aandoeningen, waaronder diverse lichamelijk onverklaarde klachten, zoals CVS. Daarom ga ik na in hoeverre we de aanbevelingen van de Raad voor cognitieve gedragstherapie (CGT) gekoppeld aan het langzaam opbouwen van lichamelijke activiteit voor de brede groep aandoeningen verder kunnen ontwikkelen binnen o.a. de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).
    Natuurlijk moet binnen die therapie maatwerk worden geleverd. Ik verwijs hiervoor naar de tekst in deze brief onder de paragraaf 'onderzoek'.
    Ik begrijp dat bepaalde patientengroepen de nodige aarzelingen hebben over de effectiviteit en waarde van CGT. Misschien werkt CGT niet voor alle patienten maar het is nu de enige therapie waarbij een substantieel deel van de CVS-patienten baat heeft. De conclusie is mijns inziens gerechtvaardigd dat CGT voor een belangrijke groep CVS-patienten de situatie verbetert. Dat blijkt ook uit het succespercentage van de Nijmeegse CGT-behandeling, namelijk zeventig procent.
    Ik hoop dat dit patienten aanzet hun verantwoordelijkheid te nemen : ook al i s de oorzaak van CVS niet bekend, mensen moeten wel open staan voor mogelijke oplossingen. Wellicht blijft een groep patienten CGT afwijzen. De Raadsvoorzitter heeft mij overigens laten weten dat deskundigen die groep beperkt van omvang achten en dat er geen reden is om aan te nemen dat CTG minder succesvol is bij mensen die op dit moment niet verwezen worden.
    De patientenpopulatie is wel divers en met het ontwikkelen van meer en minder intensieve varianten van CGT is het aanbod en de behoefte beter op elkaar af te stemmen. Deze aanbeveling van de Raad nam ik al over en ik bezie deze in het bredere verband van de lichamelijk onverklaarde klachten.
     
    2.2 - Actievere opstelling behandelaars nodig
    Behandelaars gaan over de wijze waarop zij de patienten tegemoet treden maar zijn ook verantwoordelijk voor het vinden van tijdige en goede hulpverlening. Duidelijk is dat hoe langer de klachten bestaan, des te slechter de prognose is voor herstel en weer kunnen werken.
    Ik steun de aanbevelingen van de Raad aan o.a. huisartsen, bedrijfsartsen en verzekeringsartsen voor het ontwikkelen van richtlijnen voor eventuele preventie, diagnostiek en begeleiding van deze patienten. Ik verwacht dat deze beroepsgroepen zich op de hoogte stellen van de inhoud van het rapport van de Raad, beraden op genoemde aanbevelingen en bezien hoe die kunnen worden ingepast in hun beleid op dit terrein. Zoals in mijn brief van 4 februari jl. is aangekondigd, ga ik hierover met hen in gesprek. De Minister van SZW heeft het Coronel-instituut in Amsterdam gevraagd advies uit te brengen hoe een gericht pakket arbozorg voor mensen met een langdurige ziekte, chronische aandoening of handicap er zou moeten uitzien.
    CliŽntenverenigingen worden hierbij betrokken. Ik zal hierbij ook specifieke aandacht vragen voor lichamelijk onverklaarde klachten.
    Verder vind ik dat werkgevers een belangrijke rol hebben. Zij zijn verplicht om, met behulp van hun bedrijfsarts, het uiterste te doen om werknemers aan de slag te houden.


    3. - Onderzoek
     
    De Gezondheidsraad adviseert nadrukkelijk om te investeren in effectieve interventies voor reactivering en het omgaan met de klachten, als in wetenschappelijk onderzoek naar de hypotheses in het rapport, zoals met name lichamelijk onverklaarde klachten als stressgebonden pijn- en uitputtingssyndroom. Tijdens het AO van 5 april j.l. bleek dat Uw Kamer deze aanbeveling onderschrijft.

    3.1 - Middelen VWS voor onderzoeksprogramma ZonMw
    Ik trek daarom Euro 1,9 mln uit voor een meerjarige opdracht aan ZonMw. De Staatssecretaris van VWS heeft u in de brief van 7 april 2003 (kenmerk : POG/ZP 2.369.607) hierover al geÔnformeerd en aangegeven dat dit een wijziging is ten opzichte van een eerder gedane toezegging. Ook is toen aangegeven dat er vanuit VWS pas onderzoek wordt gestart of tot het geven van een opdracht tot programmering wordt overgegaan zodra het standpunt van de minister van VWS op het advies van de Raad bekend is. Deze armslag was noodzakelijk omdat in het veld de opvattingen over ontstaanswijze en mogelijke oorzaken van CVS dusdanig uiteenliepen, dat er geen overeenstemming bestond over de beste invulling van een onderzoeksprogramma. Nu ik mijn standpunt op het Raadsadvies heb bepaald, kan het kader hiervoor nu wel worden aangegeven.
    Het accent van een programma zal komen te liggen op het ontwikkelen en toetsen van interventies voor reactivering, werkhervatting en behandeling die concrete resultaten kunnen opleveren voor patienten met lichamelijk onverklaarde klachten, werkenden of nietwerkenden, jong of oud. Daarbij is ook onderzoek aan de orde, zoals de Raad vraagt, naar meer differentiatie in en meer onderbouwing van CGT. Ik verwacht dat CVS-patienten er nu meer belang bij hebben dat de op wetenschappelijke en ervaringsgegevens gebaseerde inzichten eensgezind naar de relevante doelgroepen worden overgebracht en dat die leiden tot richtlijnen voor behandeling in de praktijk.
     
    3.2 - Het resultaat van een onderzoeksprogramma bij ZonMw dat mij voor ogen staat is :

    • protocollering
    • meer aandacht bij beroepsgroepen
    • ook voor een juiste benadering van de klacht van de patient
    • meer inzicht in betere en effectievere begeleidings- en behandelmethoden van lichamelijke onverklaarde klachten, waaronder CVS.

    Ik vraag ZonMw om bij het programma veelbelovende resultaten en behandelmethodes uit het buitenland te betrekken. Ik stel mij voor dat ZonMw, zo mogelijk al komend najaar, een werkconferentie organiseert, waarin alle vragen met deskundigen (vanuit de diverse beroepsverenigingen) kunnen worden besproken en (voorlopig) beantwoord. Ik vind het van belang dat hierbij ook de patientenverenigingen op het bredere terrein van lichamelijk onverklaarde klachten op enigerlei wijze worden betrokken. ZonMw is verantwoordelijk voor beantwoording van de vraag hoe zij de patientenbeweging wil betrekken bij de onderzoeksprogrammering. Het is aan ZonMw om binnen de opdracht en de gegeven prioriteiten de programmering vorm te geven.
     
    3.3 - Behandelcapaciteit niet oormerken
    Uw Kamer heeft ook vragen gesteld over de behandelcapaciteit voor CGT. Ik ben niet van plan om behandelcapaciteit speciaal te bestemmen voor CGT. Partijen in de zorg moeten zelf bezien hoe ze de bestaande kennis en deskundigheid over cognitieve gedragstherapie kunnen toepassen en verspreiden in de reguliere zorg, vooral in GGZ-instellingen. Het is wat mij betreft de vraag of hiervoor speciale behandelcentra zouden moeten worden opgericht. Het Kenniscentrum in Nijmegen geeft weliswaar aan een wachtlijst van driehonderd personen te hebben, maar er zijn ook behandelaars, zoals reÔntegratiebedrijven, die aangeven mensen met CVS succesvol te behandelen door middel van CGT zonder dat zij een wachtlijst kennen. Dit geldt ongetwijfeld ook voor andere lichamelijk onverklaarde klachten.
    Daarnaast biedt de nieuwe wijze van financiering van de GGZ in de toekomstige Zorgverzekeringswet perspectieven, ook voor niet-werkenden. Zo is er in de GGZ op dit moment tot najaar 2006 een praktijkproject waarbij wordt onderzocht op welke wijze en onder welke voorwaarden kennis over CGT vanuit het Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid over de toepassing van CGT het beste verspreid kan worden en onder welke voorwaarden GGZ-instellingen die hulp het beste kunnen verlenen. Het College voor zorgverzekeringen subsidieert dit onderzoek vanuit het Programma 'Zorgverbetering en doelmatigheid'. Met de uitkomsten kan met de voor de zorg beschikbare financiŽle kaders de verdere verspreiding van deze specifieke behandelmethode (CGT) plaatsvinden. Ook vrijgevestigde psychotherapeuten en revalidatie- en reÔntegratiecentra houden zich bezig met het (multidisciplinaire) behandelen van mensen met lichamelijk onverklaarde klachten. Zij kunnen, voorzover ze dat al niet zijn, zich te zijner tijd verder bekwamen in hun behandeling.
    Het zuiver wetenschappelijke onderzoek naar eventuele oorzaken van CVS laat ik over aan de universiteiten en wetenschappelijke beroepsverenigingen. Ik ben het wťl eens met de Raad dat de analyse van de Raad over de stand van de wetenschap een goede basis is voor onderzoeksgroepen en universiteiten. Het advies biedt mijns inziens voldoende aanknopingspunten voor verder wetenschappelijk en toegepast onderzoek.
    De Raad heeft bij zijn advies enorm veel internationaal onderzoek betrokken. Wel degelijk heeft hij onderzoek naar de lichamelijke oorzaak bij zijn advies betrokken, zoals chronische infecties door micro-organismen of een dysregulatie van de Rnase-L-route. De Raad concludeert echter dat niet overtuigend is aangetoond dat deze tot de instandhoudende factoren gerekend kunnen worden. Sommige hypotheses vindt de Raad zelfs omstreden. De Raad geeft verder aan dat de lichamelijke oorzaak maar ťťn aspect is van een aandoening en vindt een daarop gerichte eenzijdige benadering, net als ik, niet zinvol voor
    vervolgonderzoek naar oorzaken. Alleen maar aandacht voor (meer) onderzoek naar de oorzaken - niet alleen van CVS, maar van alle lichamelijk onverklaarde klachten - heeft, gezien het bovenstaande, naar mijn mening geen nut.
    De mogelijke oorzaken zijn bovendien al uitputtend onderzocht. Ik verwacht van onderzoek naar de factoren die de klachten in standhouden, in dit geval via een programma bij ZonMw, effectieve interventies en dus juist meer praktisch toepasbare kennis.
    Uw Kamer vroeg naar de onderzoeken die nu lopen, onder andere naar de oorzaak van CVS. De Raad heeft met zijn advies een goed overzicht gegeven van zowel binnenlands als buitenlands onderzoek, ander onderzoek ken ik niet. Wetenschappelijke instituten hebben dit overzicht naar ik aanneem zelf.


    4. - Aanspraken op WAO en zorg

    4.1 - WAO : een individuele beoordeling
    De Kamer heeft op 26 april 2005 in de motie-Vendrik (Kamerstukken II, 2004-2005, 28 333, nr. 56) het kabinet gevraagd het UWV zo spoedig mogelijk een officiŽle bevestiging te sturen van de regels voor CVS. De minister van SZW heeft op 29 april 2005 een dergelijke brief aan het UWV gestuurd, met een afschrift aan de Kamer (brief SV/AL/05/32345). De brief aan het UWV beschrijft het arbeidsongeschiktheidscriterium in de WAO en de regels uit het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten voor het beoordelen van de arbeidsongeschiktheid. Cli√ęnten die hun klachten als CVS zien of geduid krijgen, hebben niet automatisch recht op een WAO-uitkering maar worden er ook niet van uitgesloten. Elk geval wordt apart bekeken.
    Een diagnose die moeilijk objectiveerbaar is, is desondanks een diagnose die relevant is. Het gaat er dan om dat extra eisen worden gesteld aan het in kaart brengen van de klachten en beperkingen, bijvoorbeeld doordat meerdere deskundigen tot dezelfde conclusie komen. Dit geldt voor alle arbeidsongeschiktheidswetten, dus ook de nieuwe Wet inkomen naar arbeidsvermogen.
    Een werknemer met CVS moet gestimuleerd worden zo veel mogelijk te blijven werken. Hij of zij moet niet wachten met (weer gaan) werken tot alle klachten weg zijn. 'Rust roest', stelt de Gezondheidsraad terecht. Dit geldt bijvoorbeeld ook bij rugklachten, waar nieuwe inzichten aangeven dat beweging noodzakelijk is.
    Bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en huisartsen moeten goed samenwerken bij de aanpak van zieke werknemers met lichamelijk onverklaarde klachten. Zij moeten (in)zien dat het weer gaan werken voorwaarde is voor herstel. Hierover zijn ook afspraken gemaakt in het project Sociale zekerheid en Zorg waarover de minister van SZW en ik u op 22 februari 2005 (kenmerk : ARBO/A&V/2005/8712) hebben geÔnformeerd. In deze brief staat onder meer dat de KNMG samen met de artsenverenigingen een plan van aanpak maakt voor betere zorg voor werknemers en dat zij werken aan multidisciplinaire richtlijnen met de factor arbeid als onderdeel.
     
    4.2 - Zorg : geen twijfel meer over serieuze karakter CVS
    Mensen met lichamelijk onverklaarde klachten hebben, evenals alle andere verzekerden, aanspraak op de zorg die in het verstrekkingenpakket is opgenomen resp. op voorzieningen uit de Algemene wet Bijzondere Ziektekosten.
    Ik doe een oproep aan artsen of indicatiestellende organisaties om de lichamelijk onverklaarde klachten serieus te nemen. Het advies van de Raad geeft aan dat het hier om een weliswaar onverklaarde maar toch ernstige aandoening gaat die serieus genomen moet worden.

     De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H. Hoogervorst.
     

    Cfr. : http://www.ziezon.nl/default.aspx?ID=1084

    29-07-2005 om 12:59 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Veiligheid van vitamines
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

      Veiligheid van vitamines

      *  Inleiding :      http://www.soe.nl/veilig/intro.htm
      *  Wateroplosbare vitamines :
                                 
    http://www.soe.nl/veilig/wateropl.htm
      *  Vetoplosbare vitamines :
                                 
    http://www.soe.nl/veilig/vetopl.htm
      *  Referenties :
    http://www.soe.nl/veilig/referent.htm 

    29-07-2005 om 11:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van spierspanningshoofdpijn tot migraine - Enige praktische adviezen voor de patiŽnt met hoofdpijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Van spierspanningshoofdpijn tot migraine
    Enige praktische adviezen voor de patiŽnt met hoofdpijn

    E.L.H. Spierings
     
    Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de NVMP op zaterdag 20 mei 1995 hield E.L.H. Spierings een voordracht over het onderwerp "Van spierspannings-hoofdpijn tot migraine". Dokter Spierings is hoofdpijnspecialist verbonden aan Brigham & Women's Hospital en Harvard Medical School te Boston, Massachusetts. Hij heeft een praktijk in Wellesley Hills, Massachusetts. Spierings : "Ik ben minder geÔnteresseerd in diagnose dan in therapie, hoewel die twee uiteraard met elkaar te maken hebben. Maar een patiŽnt heeft pijn en daar moet hij of zij vanaf."

    Een lezing als een consult.

    Van mild tot ernstig
    Hoofdpijn is een veel voorkomende pijnervaring. Uit onderzoek is gebleken dat 50% van de bevolking er tenminste eenmaal per maand last van heeft, 15% tenminste eenmaal per week en 5% iedere dag.
    We verdelen hoofdpijn in drie intensiteiten, afhankelijk van de mate waarin de pijn het dagelijks functioneren beinvloedt :
    • bij milde hoofdpijn is het functioneren niet gestoord.
    • bij matige hoofdpijn is het functioneren gestoord, maar bedrust is niet nodig.
    • bij ernstige hoofdpijn is bedrust noodzakelijk.

    Volgens onderzoekingen komt hoofdpijn van matige intensiteit voor bij bijna 20% van de bevolking en hoofdpijn van ernstige intensiteit bij bijna 10%.
    Mannen hebben even vaak last van hoofdpijn als vrouwen. Naarmate de intensiteit toeneemt, krijgen vrouwen het overwicht. Zo komt matige hoofdpijn meer dan anderhalf keer zo vaak voor bij vrouwen dan bij mannen en ernstige hoofdpijn tweemaal zo vaak !
    Migraine, die we omschrijven als een vorm van regelmatige terugkerende matige tot ernstige hoofdpijn, komt voor bij bijna 10% van de mannen en bij meer dan 15% van de vrouwen.

    Relatie met menstruatie
    Hoofdpijn bij vrouwen is echter niet alleen meer intens dan bij mannen, maar treedt ook vaker op en is langer van duur. Het is meer regel dan uitzondering dat er bij vrouwen een relatie bestaat tussen hoofdpijn en hun menstruele cyclus, de zgn. menstruele hoofdpijn. De hoofdpijn komt dan vaak tijdens de menstruatie en/of de ovulatie en is in de regel meer intens en langer van duur. De pijn is echter ook moeilijker te voorkomen Ťn te behandelen. Menstruele hoofdpijn begint vaak in het jaar van de eerste menstruatie. De hoofdpijn verbetert tijdens de zwangerschap, maar wordt weer erger bij gebruik van de anticonceptiepil.

    Menstruele migraine
    Bij menstruele migraine komt de hoofdpijn die matig of ernstig van intensiteit is, voornamelijk voor rondom de menstruatie en/of ovulatie. Oorzaak hiervoor is de onttrekking van het vrouwelijk hormoon estradiol, een proces dat tijdens menstruatie en ovulatie optreedt.
    De oorzaak van de menstruatie zelf is de onttrekking van het hormoon progesteron.
    Dit hormoon heet ook wel het zwangerschapshormoon, omdat het tijdens de zwangerschap in grote hoeveelheden wordt gevormd. Soms proberen medici de migraine die rondom de menstruatie optreedt te voorkomen door een behandeling met estradiol in de vorm van de zgn. Estraderm-pleister. Onderzoek heeft aangetoond dat dit een effectieve methode is, maar mijn ervaring met deze behandeling is niet zo positief. Belangrijker in dit verband is echter het volgende : behandeling van menstruele migraine met de anticonceptiepil is irrationeel, het geeft immers vaak een averechtse werking (de migraine kan zelfs verergeren !).
     
    Hoofdpijn na stoppen pil
    Het vrouwelijk hormoon estradiol wordt als geneesmiddel gebruikt voor de behandeling van menopauzale klachten, zoals opvliegingen en ook ter voorkoming van ontkalking van de botten.
    Een afgeleide van estradiol, ethinylestradiol (20 keer zo potent als estradiol), wordt in de anticonceptiepil gebruikt ter onderdrukking van de ovulatie en om de menstruele cyclus te regelen. Medici schrijven estradiol en ethinylestradiol voor om cyclisch te gebruiken: drie opeenvolgende weken innemen, daarna ťťn week stoppen. Een dergelijk gebruik leidt er vaak toe dat in de week dat het hormoon niet wordt ingenomen hoofdpijn optreedt of de hoofdpijn verergert. Het oorzakelijk verband tussen stoppen met deze pil en het optreden of verergeren van hoofdpijn zien patiŽnten veelal niet. Het ligt immers niet voor de hand dat een bijwerking optreedt als een geneesmiddel juist niet wordt ingenomen !

    Doorslikken van de pil
    Bij gebruik van (ethinyl)estradiol verdient het om bovenstaande reden de voorkeur het hormoon continu (zonder "stopweek") in te nemen en in een zo laag mogelijke dosering. Wordt het hormoon gebruikt voor de behandeling van menopauzale klachten of ter voorkoming van botontkalking en is de baarmoeder nog aanwezig, dan moet het worden gecombineerd met progesteron ter voorkoming van kanker van het baarmoederslijmvlies. Soms wordt de relatie menstruele cyclus-hoofdpijn pas duidelijk als vrouwen een kalender bijhouden. Als die relatie is aangetoond is het voor de geboortenregeling belangrijk alternatieven te overwegen voor de anticonceptiepil.
    Wanneer vrouwen toch de anticonceptiepil kiezen, moeten zij die pil gebruiken die het minste ethinylestradiol bevat. Het is niet nodig dat de anticonceptiepil iedere maand voor een week wordt gestopt, wanneer de hoofdpijn tijdens deze week optreedt of verergert. De pil kan ook voor drie tot zes opeenvolgende cycli worden ingenomen en dan voor een week worden gestopt !

    Aanvalsbehandeling
    Bij de behandeling van hoofdpijn zijn rust en slaap belangrijk.
    Behalve een geneesmiddel kan vaak ook ijs enige verlichting van de pijn geven.
    De geneesmiddelen voor de behandeling van hoofdpijnen vallen uiteen in twee categorieŽn :

    • pijnstillers en
    • vaatvernauwers.

    Die moeten echter alleen worden gebruikt wanneer dat noodzakelijk is, d.w.z. wanneer de hoofdpijn matig of ernstig in intensiteit is en het functioneren moeilijk of onmogelijk is.
    Het gebruik mag niet vaker zijn dan gemiddeld twee dagen per week, anders geven ze aanleiding geven tot een geleidelijke toename in frequentie en intensiteit van de hoofdpijn.
    Een uitzondering hierop is het ergotamine, dat aanwezig is in Cafergot. Vanwege de lange werkingsduur van drie tot vijf dagen mogen hoofdpijnpatiŽnten dat niet vaker dan twee keer per maand gebruiken.
    Verder is effectiviteit belangrijk, d.w.z. het resultaat van het gebruik van een geneesmiddel tegen hoofdpijn moet zijn : een volledige verlichting van de pijn binnen enkele uren na toediening van het geneesmiddel.

    Functiestoornis maag-darmkanaal
    Die effectiviteit kent belemmerende factoren.
    De belangrijkste is ongetwijfeld de functiestoornis van het maag-darmkanaal. Die treedt soms op bij hoofdpijn van matige of ernstige intensiteit, inclusief migraine. Deze functiestoornis bestaat uit een verwijding van de maag, met verlies van de activiteit die normaliter de inhoud van de maag voortbeweegt in de richting van de dunne darm. Bovendien sluit de kringspier van de maag zich, waardoor de ontlediging van de maag verder wordt bemoeilijkt.
    Als gevolg van deze functiestoornis is de opname van via de mond ingenomen geneesmiddelen in het bloed sterk vertraagd. Om die reden kan iemand voor de behandeling van matige en ernstige hoofdpijn veel beter gebruik maken van een zetpil of een injectie. Als zetpil zijn voorhanden Indocin en Cafergot, terwijl Imigran als injectie beschikbaar is. De imigraninjectie kan door de patiŽnt zelf worden toegediend met behulp van de zgn. auto-injector.

    Indocin, Cafergot, Imigran
    Indocin is een pijnstiller met aspirine-achtige werking. PatiŽnten kunnen een dosering van 100 mg gebruiken en eventueel na ťťn uur herhalen. Bij een juist gebruik en na volledige verlichting van de pijn werkt het medicijn meestal 24 uur.
    Daarna kan de behandeling eventueel worden herhaald. Cafergot en Imigran zijn vaatvernauwende geneesmiddelen. Die vaatvernauwende werking is niet beperkt tot het hoofd. Daarom moeten patiŽnten met hart- en vaatziekten, inclusief hoge bloeddruk, deze middelen vermijden.
    De Cafergot zetpil moet niet in zijn geheel worden gezet zoals vaak wordt geadviseerd. Beter is de zetpil in derden of vierden te gebruiken. Zonodig kan dit ieder half uur worden herhaald.
    De Imigran-injectie werkt veel sneller dan de Cafergot zetpil. Die geeft vaak pijnverlichting binnen een half uur tot een uur na toediening, vaak nog eerder. De injectie kan zonodig na ťťn uur worden herhaald. Over het algemeen wordt dat niet geadviseerd, omdat herhaling de effectiviteit van het geneesmiddel niet vergroot.

    Werkingsduur
    De Imigran-injectie werkt veel korter dan de Cafergot zetpil.
    De injectie heeft een werkingsduur van 8 tot 12 uur, waarna de hoofdpijn kan terugkeren. De injectie kan dan herhaald worden tot een maximum van twee injecties per 24 uur.
    De Cafergot zetpil werkt lang, zo'n drie tot vijf dagen. Ondanks de trage werking is dit het geneesmiddel bij uitstek als de hoofdpijn langer dan twee of drie dagen duurt.
    Voor de korter durende hoofdpijn zijn de Indocin zetpil en de Imigran-injectie de beste geneesmiddelen.
    De keuze tussen Indocin en Imigran wordt bepaald door de intensiteit van de pijn. De Cafergot zetpil en de Imigran-injectie zijn veel krachtiger in hun werking op hoofdpijn dan de Indocin zetpil. Zij moeten daarom alleen worden gebruikt bij hoofdpijn van ernstige intensiteit. De Indocin zetpil is effectief bij matige hoofdpijn.
    Door de lange werkingsduur mag de Cafergot zetpil niet vaker dan gemiddeld twee keer per maand worden toegepast.

    Frequente hoofdpijn
    Bij frequent optredende hoofdpijn spelen vaak twee factoren een rol, factoren die een patiŽnt zelf kan aanpakken. Aanpakken kan veelal leiden tot een aanzienlijke vermindering van de frequentie en soms ook van de intensiteit van de hoofdpijn.
    Die twee factoren zijn :

    • een frequent gebruik van pijnstillers en vaatvernauwers enerzijds en
    • het voorkomen van stijfheid van de nek- en vaak ook schouderspieren anderzijds.

    Als we het over pijnstillers en vaatvernauwers hebben, gaat het om zowel voorgeschreven als bij de drogist verkrijgbare geneesmiddelen, maar ook om koffie die caffeÔne bevat.
    Over het algemeen is het het beste het frequent gebruik van pijnstillers en vaatvernauwers abrupt te staken. Hierna treedt een onttrekkingshoofdpijn op die ťťn tot drie dagen duurt, waarna over een periode van ťťn tot drie maanden een geleidelijke verbetering van de hoofdpijn optreedt.

    Stijve nekspieren
    Bijna de helft van de hoofdpijnpatiŽnten heeft last van stijve nekspieren. Bij aanwezigheid van hoofdpijn heeft meer dan tweederde van de patiťnten last van stijfheid van de nekspieren. Deze stijfheid, die vaak ook de schouder- en in mindere mate de kauwspieren betreft, kan zowel een gevolg als oorzaak van de hoofdpijn zijn. Die stijfheid speelt met name een rol bij frequent optredende hoofdpijn.
    Stijfheid kan vaak op relatief eenvoudige wijze worden behandeld met het dagelijks gebruik van een verwarmingsdeken op de nek- en schouderspieren. Door de warmte ontspannen deze spieren zich geleidelijk, iets wat weken tot maanden kan duren. Het resultaat is vaak een vermindering van de frequentie en soms ook van de intensiteit van de hoofdpijn.
     

    Cfr. :
    http://people.zeelandnet.nl/vdwindt/migraine.htm

    29-07-2005 om 11:30 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (12 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van harte jezelf zijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Van harte jezelf zijn 

    Roger Rundqvist
    Ankh-Hermes, 2004 - ISBN: 9020201697
     
     
    De vraag naar onze diepe identiteit, naar wie we werkelijk zijn spoort ons aan innerlijk in beweging te blijven. Ons diepste verlangen gaat uit naar het `goddelijke' in onszelf. Om ons hiermee te kunnen vereenzelvigen, dienen we regelmatig halt te houden en te verstillen, om te luisteren naar onze ziel en ons op een onbevangen, hoopvolle manier voor het wonder van het leven open te stellen. Zo leven we evenwichtig, verzoend met onszelf en anderen. We gaan inzien dat we voor onze verdere ontwikkeling haast onbeperkte, latente mogelijkheden hebben.
     
    De inhoud van dit boekje is ervaringsgericht en wil de lezer op inspirerende en diepgaande wijze ondersteunen om van harte zichzelf te zijn.
     

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=Vl6VDlRWZ2aVBBWErJ2rObSOzAVfpvbQ-zk=?BOL_OWNER_ID=1001004002051279&Section=home&lgl=1&plid=&lgl_BOL_OWNER_ID=1

    29-07-2005 om 11:07 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Westerse kruidengeneeskunde
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Westerse kruidengeneeskunde

     

    Kruidengeneeskunde is waarschijnlijk de oudste opgetekende vorm van geneeskunde. De Westerse kruidengeneeskunde combineert de oude leerstellingen van het Oosten met inheemse tradities en volksmiddeltjes, aangevuld met hedendaagse wetenschappelijke studies.
    De term 'kruid' betekent elk (deel van een) plant dat gebruikt kan worden om er een geneesmiddel van te maken. Dit kunnen zeewier en varens zijn, maar bijvoorbeeld ook bloembollen, wortels, schors, zaden en bladeren. Kruidengeneeskunde is het gebruik van planten als medicijn om gezondheid in stand te houden of te herstellen door het lichaam in balans te houden.

    Genezingssysteem stimuleren
    De geneeswijze is gebaseerd op de specifieke eigenschappen van afzonderlijke planten om het genezingssysteem van het lichaam te stimuleren en de gezondheid te herstellen. Net als de meeste holistische genezers, geloven natuurgenezers dat we allemaal genezende energie bezitten die zij de 'levenskracht' noemen. Deze levenskracht is voortdurend aan het werk om onze holistische gezondheid in stand te houden. Hiermee wordt de gezondheid op zowel het lichamelijke als emotionele vlak bedoeld.

    Op eigen kracht bestrijden
    Wanneer onze levenskracht, of genezende energie, door stress, ziekte, een slechte voeding of andere storingen wordt verzwakt, beginnen we tekenen van ziekte te vertonen. De symptomen -die door de reguliere geneeskunde meestal met medicijnen onderdrukt worden- zijn volgens natuurgenezers een aanwijzing dat het lichaam de ziekte op eigen kracht probeert te bestrijden.

    Ondersteuning
    Kruidengeneesmiddelen worden voorgeschreven om aangetaste lichaamsdelen te ondersteunen in hun strijd teen ziekte. Het doel van de kruiden is daarom niet alleen om de ziekte te verlichten, maar ook te voorkomen dat hij terugkomt. Kruiden kunnen namelijk bacteriedodend, viruswerend, kalmerend, ontspannend, schimmelwerend of versterkend werken.
    De kruiden worden in diverse vormen voorgeschreven -verschillend per persoon- om de oorzaak van het probleem en eventuele onevenwichtigheden in het lichaam aan te pakken. Op die manier wordt het immuunsysteem gestimuleerd en worden toekomstige ziektes voorkomen.
    Omdat er duizenden kruiden zijn, met een heleboel verschillende eigenschappen, is het aan te raden niet zelf te dokteren. Een bevoegde natuurgenezer is in staat een op maat gemaakt advies en behandeling te geven. De kundigheid van een bevoegd kruidengenezer ligt namelijk in het vermogen precies de goede kruidencombinatie te kiezen die passen bij de specifieke gesteldheid en symptomen van de patiŽnt.

    Behandelde klachten
    Kruidengeneeskunde behandelt dezelfde aandoendingen die de reguliere geneeskunde behandelt, maar is vooral geschikt voor langdurige chronische aandoeningen zoals allergieŽn, astma, blaasontsteking, spijsverteringsklachten en depressiviteit. Ook menstruatieklachten, huidaandoeningen en stress zijn goed behandelbaar middels kruidengeneeskunde. Bij ernstige ziekten of aandoeningen is het aan te bevelen kruidengeneeskunde alleen in overleg met de reguliere arts toe te passen.

    Hoe lang duurt de behandeling ?
    Plotseling optredende ziektes kunnen in principe in twee tot drie sessies opgelost zijn. Chronische of langdurige ziektes kunnen een langere behandeling vergen.

    Is het veilig ?
    Kruiden kunnen giftig zijn in grote hoeveelheden. Daarnaast worden sommige kruidengeneesmiddelen afgeraden aan zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, bij kinderen en bij sommige ziektes. Daarom is het belangrijk kruidengeneeskunde alleen toe te passen onder toezicht van een bevoegd natuurgenezer en hem of haar te informeren of eventuele andere behandelingen die je krijgt.
     

    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/display.php?categoryID=137

    28-07-2005 om 20:46 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Weinig chronisch vermoeiden erkend
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Weinig chronisch vermoeiden erkend
     
    De Standaard, 27 januari 2005 Ė Rubriek ďWetenschap/GezondheidĒ
     

    BRUSSEL (belga, eigen berichtgeving) - Van de 30.000 Belgen die vermoedelijk aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) lijden, zijn er in twee jaar amper 850 erkend door de vijf Belgische referentiecentra.
    Dat blijkt uit cijfers van de federale minister van Volksgezondheid, Rudy Demotte. Niet eens drie procent, zegt Marc Van Impe, voorzitter van het CVS Platform, dat de verenigingen van CVS-patiŽnten in Vlaanderen overkoepelt.

    CVS is moeilijk te definiŽren en de oorzaken ervan zijn niet met zekerheid bekend, zegt dr. Jos De Smedt van de Wetenschappelijke Vereniging van de Vlaamse Huisartsen (WVVH). De gevolgen zijn volgens hem zeker zwaar genoeg om van een ziekte te spreken. Sommige mensen kunnen niet meer functioneren en zijn werkonbekwaam of invalide te noemen.

    In een dinsdag gepubliceerd rapport stelt een Nederlandse onderzoekscommissie alvast dat het om een ,,ernstige ziekte'' gaat. Maar de ziekteverzekering in BelgiŽ erkent CVS nog niet als ziekte. In 2002 kwam hierin enige kentering, toen werden vijf ,,referentiecentra'' opgericht om CVS-patiŽnten te diagnosticeren en te erkennen, na doorverwijzing door de huisarts.

    Midden 2005 moet de werking van deze universitaire centra worden geŽvalueerd. In 2002 en 2003 werden amper 850 patiŽnten gediagnosticeerd, 170 per centrum.

    Marc Van Impe heeft kritiek op de therapie die de centra aanhangen. Dat is meestal een combinatie van kinesitherapie en cognitieve gedragstherapie. Deze therapie leert de patiŽnt leven met zijn handicap, maar geneest die niet. ,,Het is alsof je een kankerpatiŽnt naar de psycholoog zou sturen'', zegt Van Impe.
     

    Cfr. :
    http://www.standaard.be/

    28-07-2005 om 20:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat zijn virussen ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wat zijn virussen ?

     

    Verkoudheid, griep, koortslip, AIDS, bof, mazelen, rode hond, waterpokken, pokken, polio, mond- en klauwzeer (alleen bij dieren),SARS, herpes, ebola etc. zijn allemaal ziekten die veroorzaakt worden door virussen.

    Maar wat zijn virussen ?

    Virussen zijn beruchte micro-organismen, kleiner dan bacteriŽn en zo mogelijk nog gemener. Een virus kun men alleen zien met een speciale microscoop als die het meer dan 200.000 keer vergroot. Virussen kunnen niet zelfstandig overleven, maar leven van een andere cel.

    Het virus kruipt in de kern van de cel waar het door middel van het daar aanwezige DNA zichzelf kopieert en gaat daar de baas spelen. De cel gaat allemaal nieuwe virussen maken tot hij barst en sterft. De nieuwe virussen kruipen weer in andere cellen en zo begint het weer van voren af aan. Zo ontstaan bijvoorbeeld de griep en verkoudheid.

    Virussen leven dus in en ten koste van een ander organisme. Ze veroorzaken altijd ziekte en ze zijn pas laat ontdekt door hun kleine afmetingen. Veel virussen passen zich snel aan aan veranderende omstandigheden.

    De gastheer verdedigt zich tegen de virussen met een afweerreactie, die de virussen op hun manier weer proberen te ontduiken. Dit gebeurt op twee hoofdmanieren : * via een standaard strategie gecodeerd in het erfelijk materiaal van het virus of - * doordat het virus zichzelf blijft veranderen.


    Hoe komen virussen in ons lichaam ?
     
    De meeste virussen komen het lichaam binnen via huid, longen en luchtwegen, het maag-darm kanaal of via de geslachtsorganen. Deze weefsels hebben contact met de buitenwereld en bevatten daarom veel cellen van het afweersysteem (met name dendritische cellen die het afweersysteem aanzetten). Door gebruik te maken van ons afweersysteem verspreiden nogal wat virussen zich door het lichaam.
     
    Als een virus een weefsel infecteert, migreert de dendritische cel van zijn weefsel (bijvoorbeeld de huid) naar de afvoerende lymfeknoop. Veel virussen infecteren die dendritische cel en gaan zodoende mee naar de afvoerende lymfeknoop waar de afweerreactie op gang komt, maar waar ook virusdeeltjes worden geproduceerd. Aangezien de virusproductie sneller gaat dan het ontstaan van een afweerreactie, komt het virus vanuit de lymfeknoop in het bloed. Via het bloed komt het virus dan bij zijn doelorgaan, wat afhankelijk is van het virus en waar het ziektebeeld optreedt. Sommige virussen komen direct na besmetting in hun doelorgaan terecht.


    Hoe verspreiden virussen zich om ons heen ?
     

    Veel virussen verspreiden zich door de lucht. Bij het hoesten, niezen of praten komen piepkleine druppeltjes mťt virus uit de neus of de keel en als iemand anders die inademt, kan hij besmet raken. De hand voor de mond houden, bij niesen of hoesten, is echter onvoldoende om dit te voorkomen. Griep- en verkoudheidsvirussen verspreiden zich namelijk ook van hand tot hand tot mond. Het is dus niet alleen belangrijk om uw hand voor de mond te houden, maar ook om daarna de handen te wassen.
    Bijvoorbeeld een verkoudheid : dat is een virusinfectie van de bovenste luchtwegen. Dat heeft dus niets te maken met lage temperaturen, maar wel met een te lage weerstand. Verkoudheidsvirussen hebben dan vrij spel en voordat u het weet loopt u te snotteren en te hoesten.


    Wat doet ons lichaam tegen virussen ?
     
    Ons lichaam doet natuurlijk wel iets aan binnenkomende virussen. Dat doen de witte bloedcellen. Die eten het virus op. Als uw lichaam aan het vechten is met een virus zou u dat kunnen merken doordat u koorts krijgt. Eigenlijk is de koorts dus een goed teken want uw lichaam is dan bezig om het virus er uit te werken.

    Naast antistoffen, maakt het lichaam ook celdodende T-cellen om de infectie te bestrijden. Antistoffen vallen vooral de virusdeeltjes aan, terwijl celdodende T-cellen de geÔnfecteerde cellen doden. Bij het doden van de geÔnfecteerde cellen worden meestal ook de virussen in die cel gedood.
    Er zijn veel minder geÔnfecteerde cellen dan virusdeeltjes, want elke geÔnfecteerde cel maakt er duizenden of miljoenen. Die hoge aantallen verschillende virusdeeltjes zijn nodig om voldoende varianten te krijgen zodat ook de antistof ongevoelige varianten zouden ontstaan. Het is dus niet vanzelfsprekend dat een virus dat voldoende varianten maakt om antistoffen te ontduiken ook voldoende varianten maakt die in geÔnfecteerde cellen de celdodende T-cellen kunnen ontduiken.
    De witte bloedcellen maken ook antistoffen tegen het virus. Een antistof is een oogje dat het virus herkent. Als hetzelfde virus dan later nog eens weer terug komt dan zullen ze het meteen aanvallen en wordt men niet weer ziek.

    De eerste keer dat iemand een nieuw virus krijgt word hij/zij wel ziek omdat de witte bloedcellen het virus nog niet kennen.


    Wat is het verschil tussen een bacterie en een virus ?
     
    Het werkelijke onderscheid tussen een bacterie en een virus is te vinden in hun bouw en de wijze van vermeerdering.

    Virussen bevatten slechts ťťn type nucleÔnezuur, hetzij DNA hetzij RNA omgeven door een eiwitmantel, capside genoemd (soms omgeven door een enveloppe van lipiden, eiwitten en koolhydraten). Daarnaast vermeerderen virussen zich binnen een levende cel door de synthesestructuren van deze cel te gebruiken (want die hebben ze zelf niet!)en veroorzaken in deze cel, de synthese van structuren, welke het virus-nucleÔnezuur in staat stelt om zich van de ene naar de andere cel te begeven.

    Virussen hebben geen cel, geen ribosomen, weinig of geen enzymen voor hun eigen stofwisseling. Zo missen ze bijvoorbeeld de enzymen voor de eiwitsynthese en ATP-productie. Om zich te vermeerderen nemen virussen in de cel van een ander organisme de controle over van de stofwisselingsfabriek van die gastheercel.
     

    Cfr. :
    www.energy-lift.com/virussen.html

    28-07-2005 om 20:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat maakt de wereld ziek ? - Werken aan een zinvolle toekomst
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Wat maakt de wereld ziek ?
    Werken aan een zinvolle toekomst
     
    RŁdiger Dahlke
    Ankh-Hermes, 2002 - ISBN: 9020282786
     
    In een nietsontziende, haarscherpe analyse legt RŁdiger Dahlke - arts en auteur van vele boeken - de mythen en paradigma's bloot die aan de basis van onze moderne consumptiemaatschappij liggen.

    In onze wereld zijn processen aan de gang die het fysieke voortbestaan van aarde en mensheid ondermijnen, nog afgezien van de grote maatschappelijke en individuele ellende die eruit voortvloeit.
     
    Ontwikkelingen als de explosieve bevolkingsgroei, de sterke groei van de consumptie, de tendens van globalisering en schaalvergroting (wereldwijde concerns en internet) leiden tot grote onevenwichtigheden in de verdeling van macht en rijkdom, tot enorme uitbuiting van hulpbronnen door een klein deel van de wereldbevolking en maken het ecologisch systeem aarde steeds kwetsbaarder.

    De toepassing van het marktmechanisme en het streven naar meer en meer op alle mogelijke terreinen van het leven, zowel binnen als buiten de economie en het overal doorsijpelen van de 'American Way of Life', vernietigen in hoog tempo traditionele levensstijlen, culturen en maatschappijstructuren en leiden tot individualisering, ontworteling, verslaving en vervreemding op grote schaal.

    De mannelijke pool van de doeners (yang) overheerst momenteel in onze wereld, terwijl de beschouwelijke vrouwelijke kracht (yin) niet aan bod lijkt te komen.

    Dahlke geeft niet alleen een analyse, maar geeft ook alternatieven om uit deze mondiale impasse te komen en te werken aan een zinvolle toekomst. Aan ons de keus of wij met onverschilligheid en met steeds meer verslavingen reageren op een realiteit die steeds bedreigender wordt.

    We kunnen ook met onze innerlijke wereld aan de slag gaan, onze mythen en paradigma's ter discussie stellen en daarmee hun fatale uitwerking in de wereld buiten ons veranderen.
     

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=5QNj9WDcpMBj9yEOR5xdwoAEfwQIzsIG6fc=?BOL_OWNER_ID=1001004001570994&Section=home&lgl=1&plid=&lgl_BOL_OWNER_ID=1

    28-07-2005 om 20:21 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat maak ik van mijn leven ? - Van slachtofferbewustzijn naar innerlijke vrijheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wat maak ik van mijn leven ?
    Van slachtofferbewustzijn naar innerlijke vrijheid
     
    Ed Nissink
    Uitgeverij Ankh-Hermes, 2003 - ISBN: 9020208047
     
    Wat is werkelijk vrij zijn ?

    Vaak houden we ons bewust of onbewust - aan allerlei normen en conventies, waar we eigenlijk niet achter staan. Of we gedragen ons zoals anderen vinden dat we ons zouden moeten gedragen, zonder het zelf echt te willen.

    Er overkomt ons van alles, waardoor we het gevoel hebben geleefd te worden, 'slachtoffer' van de omstandigheden te zijn. Iedereen is dan schuld behalve wijzelf.

    Dit kan stress, irritaties, schuld-, angst- of haatgevoelens en lichamelijke klachten veroorzaken.

    Openhartig en zonder omwegen geeft Nissink aan hoe we ons van dit slachtoffergevoel kunnen bevrijden, als we tenminste de confrontatie met onszelf niet uit de weg gaan en bereid zijn de oorzaak voor onze moeilijkheden in de eerste plaats bij onszelf te zoeken en ze te zien als mogelijkheden om te groeien.

    Een verfrissend en hartverwarmend boekje dat ons laat zien hoe we in ons leven het heft (weer) in eigen hand kunnen krijgen.

     
    Cfr. :
    http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=_NJ1DCKZjDd1C2AvC05LO8JOiP7b40vGnRc=?BOL_OWNER_ID=666802069&Section=home&lgl=1&plid=&lgl_BOL_OWNER_ID=1

    28-07-2005 om 19:59 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wanneer koesteren hoop betekent - De helende kracht van het kind in jezelf -
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Wanneer koesteren hoop betekent
    De helende kracht van het kind in jezelf

    John Bradshaw
    Uitgeverij het Spectrum, 2002 - ISBN: 902742909X
     

    Volgens het behaviorisme is het kind bij de geboorte een onbeschreven blad. Vanaf de eerste dag dat het blad in handen van mensen (lees : ouders) is, wordt erop geschreven, gekrast en doorgehaald en zo wordt het kind met alle ervaringen een volstrekt uniek product. Bradshaw noemt dat onbeschreven blad 'het kind in jezelf' en heeft het voornamelijk over die bladen die bekrast en gekreukt uit de strijd zijn gekomen. Deze mensen zijn vaak eenzaam, gewond, kwaad en verdrietig en gaan daardoor moeizamer met zichzelf en anderen om. Psycholoog Bradshaw heeft een therapie ontwikkeld die het ontheemde 'kind in jezelf' een thuis moet bieden. Met liefde en zorg kan het onbeschreven blad onder alle beschadigingen uit tevoorschijn worden gehaald, gladgestreken en geretoucheerd. Vrij poŽtische integratie van allerlei elementen uit verschillende vormen van psychotherapie, met vragenlijsten en praktische aanwijzingen. De basis van het boek, het gewonde kleine kind, is heel stevig, maar de dichterlijke bovenbouw is hier en daar wat overtrokken. De lezer zal zich wat bevoogdend moeten laten toespreken. Wel eenvoudig geschreven en leuk geÔllustreerd.
     
    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=_NJ1DCKZjDd1C2AvC05LO8JOiP7b40vGnRc=?BOL_OWNER_ID=666755856&Section=home&lgl=1&plid=&lgl_BOL_OWNER_ID=1

    28-07-2005 om 19:54 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychotherapie bij lichamelijke klachten - FMS/CVS, nieuwe problemen, nieuwe oplossingen ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Psychotherapie bij lichamelijke klachten

    Fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom,
    nieuwe problemen,
    nieuwe oplossingen ?
     

    J.P.C. Jaspers
    Tijdschrift voor Psychotherapie, november 1995
     
     
    Psychotherapie bij lichamelijke klachten heeft een lange geschiedenis. Toch is in de loop van die geschiedenis niet erg duidelijk geworden of lichamelijke klachten en in het bijzonder medisch onverklaarde lichamelijke klachten, nu juist een indicatie of contra-indicatie voor psychotherapie vormen. Shorter (1992) beschrijft hoe in onze moderne tijd verschuivingen in de aard van de gepresenteerde klachten plaatsvinden afhankelijk van de ziektemodellen die in medische kringen in bepaalde periode worden aangehangen. Vanuit deze invalshoek probeert hij duidelijk te maken hoe de hysterische verlammingen uit de negentiende eeuw in onze tijd hebben plaatsgemaakt voor klachten van pijn en vermoeidheid.
     
    Dat de aard van de gepresenteerde klachten niet alleen tijdgebonden, maar ook cultuurgebonden is, heeft onder andere de transculturele psychiatrie ons geleerd. Het relativeren van de lichamelijke klachten waarmee de patiŽnt tot de psychotherapeut wendt, kan voor de therapeut aanleiding zijn ook de lijdensdruk te relativeren. Ten onrechte. 

    Behalve de aard, is ook de wijze van presenteren tijd- en cultuurgebonden. Kenmerken zoals een theatrale, dramatische wijze van presenteren of de bekende belle indiffārence van de klassieke conversie zijn niet meer zo van deze tijd. Zo ook het begrip secundaire ziektewinst. Dit is immers niet specifiek voor somatiserende patiŽnten. Niettemin kunnen deze kenmerken aanleiding zijn voor relativeren van de lijdensdruk. Met andere woorden, hier wordt een sterke wissel getrokken op het empathisch vermogen en de onvoorwaardelijke acceptatie die kenmerkend zouden moeten zijn voor de grondhouding van de psychotherapeut.
     
     
    Verklaard of onverklaard
     
    Bij het samengaan van lichamelijke klachten of ziekten, somatiseren en psychiatrische stoornissen is er sprake van een moeilijk te ontwarren kluwen. Ter illustratie kan een recent Nederlands onderzoek dienen. Van Hemert, Hengeveld, Bolk, Rooijmans en Vandenbroucke (1993) vonden dat onder tweehonderd nieuwe patiŽnten van een polikliniek voor interne geneeskunde slechts bij de helft van de patiŽnten een duidelijke medische diagnose gesteld kon worden. Van deze groep met een medische diagnose blijkt 15% een psychiatrische stoornis te hebben volgens de criteria van de DSM-III-R. Bij de groep zonder duidelijke medische diagnose was dat ruim 40%. Tevens stelden zij vast dat van de patiŽnten met een psychiatrische stoornis ongeveer 40% voldeed aan de DSM-III-R-criteria voor een somatoforme stoornis. Deze onderzoeksgegevens maken duidelijk dat er sprake is van een zeer heterogene groep patiŽnten die eventueel voor een verwijzing naar een psychotherapeut in aanmerking komt.
    De patiŽnt die zich met lichamelijke klachten tot de psychotherapeut wendt, doet dit meestal niet op eigen initiatief en vaak ook niet van harte. Voor de meeste patiŽnten geldt immers de simpele redenering dat lichamelijke klachten een lichamelijke oorzaak hebben en een lichamelijke, dat wil zeggen medische oplossing noodzakelijk maken. Meestal is het echter onzeker of de lichamelijke klachten wel of niet somatisch te verklaren zijn. 

    De diagnostiek bij het vermoeden van conversie toont aan dat niet te snel moet worden aangenomen dat de lichamelijke klachten een psychische achtergrond hebben. Veel patiŽnten die in eerste instantie de diagnose conversie krijgen, blijken later een lichamelijke ziekte te hebben. In dit verband moeten ook andere diagnoses, namelijk simulatie of nagebootste stoornis, niet uit het oog worden verloren. De psychotherapeutische mogelijkheden zijn in het laatste geval doorgaans nog geringer dan bij conversie. En in het laatste geval is psychotherapie meestal ook al geen sinecure. De uiteenlopende opvattingen van de patiŽnt en de psychotherapeut over de somatische achtergrond van de klachten vormen hierbij vaak een lastig struikelblok (Jaspers, 1994). Dit laatste geldt overigens voor alle somatoforme stoornissen.
     
     
    Onverklaard maakt onbemind
     
    De situatie bij enkele recent geformuleerde klachtensyndromen is ingewikkeld en verwarrend, zowel voor de patiŽnt als de behandelaar. Tot op heden zijn oorzaken en pathogenese dan ook onduidelijk gebleven. Hoewel de geschiedenis van de geneeskunde tal van voorbeelden oplevert, zijn de meest uitgesproken voorbeelden op dit moment fibromyalgie en het chronisch vermoeidheids syndroom. 

    Voor beide syndromen zijn de diagnostische criteria omschreven (Jacobs, Rasker & Bijlsma, 1992; Swanink, Galama, Vercoulen, Blijenberg, Fennis & Van der Meer, 1991), maar inzicht in ontstaan en beloop van de syndromen ontbreekt tot op heden. Onder fibromyalgie wordt verstaan: een chronisch pijnsyndroom van het bewegingsapparaat, zonder aandoening van gewrichten of aanwijzingen voor onstekingsactiviteit. Kenmerkend is de aanwezigheid van specifieke drukpijnlijke plaatsen op het lichaam. Voorts zijn er aspecifieke symptomen, waarvan gegeneraliseerde pijn, slaapstoornissen en moeheid op de voorgrond staan (Jacob et al., 1992). 
    Bij chronische vermoeidheid is sprake van ten minste zes maanden bestaande persisterende of recidiverende, invaliderende vermoeidheid, die niet overgaat door bedrust en zo ernstig is dat het dagelijks activiteitenniveau minder dan de helft van de premorbide activiteit bedraagt (Swanink et al.,1991). Daarnaast zijn er net als bij fibromyalgie vele, aspecifieke klachten. 

    De discussie over beide diagnoses spits zich nogal eens toe op de vraag in hoeverre de klachten somatisch of psychogeen bepaald zouden zijn. Zo wezen Abbey en Garfinkel (1991) op de overeenkomst tussen het chronische vermoeheidssyndroom en de diagnose neurasthenie, die na een grote populariteit in de tweede helft van de negentiende eeuw, in het begin van deze eeuw snel aan betekenis inboette. De auteurs verwachten dat de diagnose chronische vermoeidheidssyndroom eenzelfde lot beschoren is zodra is aangetoond dat de meeste lijders hieraan een psychiatrische stoornis hebben of dat zij psychootfysiologische symptomen ten gevolge van chronische psychosociale stress ervaren. De implicatie dat de klachten een somatische achtergrond hebben maakt de diagnose voor patiŽnten aantrekkelijk, maar in feite is er volgens Abbey en Garfinkel sprake van cultureel gesanctioneerde vorm van ziektegedrag. 

    Deze uitgesproken visie die de kolommen van de 'American Journal of Psychiatry' haalde, en die in minder kiese bewoording nog weleens aan de borreltafel kan worden beluisterd, is niet onweersproken gebleven. In de vele ingezonden brieven aan hetzelfde tijdschrift van december 1992 werd de auteurs onder ander verweten (het lijden van) de patiŽnten niet serieus te nemen; mogelijke, tot nu toe onbekende (somatische) verklaring bij voorbaat uit te sluiten en aanwijzingen in die richting te negeren. 

    Een meer afgewogen oordeel over beide syndromen is gebaseerd op het zogenaamde biopsychosociale model van ziekte, waarin wordt benadrukt dat klachten multifactorieel bepaald zijn. Binnen deze benadering worden de klachten bovendien opgevat als multidimensioneel. De opvattingen over chronische pijn als multidimensioneel verschijnsel, zoals geformuleerd door de International Association for the Study of Pain (1986), lijken naadloos aan te sluiten bij de recente conceptualisering van fibromyalgie (Birnie, Knipping, Van Rijswijk, De Blācourt & De Voogd, 1991) en het chronisch vermoeidheidssyndroom (Bazelmans, Vercoulen & Bleijenberg, 1994). 
    Hoe 'waar' deze opvatting wellicht ook moge zijn, erg veel helderheid over etiologie en beloop heeft dit model nog niet opgebracht. Bazelmans en anderen (1994) hebben de gedragsmatige, cognitieve, emotionele en sociale aspecten van het chronisch moeheidsyndroom onderzocht met behulp van vragenlijsten bij bijna driehonderd patiŽnten. Zij onderscheiden negen dimensies: psychisch welbevinden, beperkingen in het dagelijks leven, slaapproblemen, neuronpsychologisch functioneren, vermijden van lichamelijke activiteit, sociaal functioneren, attributies betreffende de oorzaak van de klachten, self-efficacy-verwachtingen en de subjectieve beleving van de persoonlijke situatie. De conclusie van hun onderzoek geeft in grote lijnen weer wat de huidige stand van zaken is : 'Het is niet bekend hoe chronisch moeheidsklachten ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten verklaard kunnen worden door persisterende virusinfecties, zoals enterovirussen of het Ebstein-Barr virus. Ook depressie, premoride psychosociaal disfunctioneren, en prestatiegericht, dwangmatig of obsessief gedrag (b)lijken geen afdoende verklaring voor het chronisch moe tot nog meer leed bij de patiŽnten. Gezien de mogelijke multifactoriele bepaaldheid van de syndromen en de multidimensionele conceptualisering ervan ligt het voor de hand te pleiten voor een multidisciplinaire en multimodale behandeling van de klachten. 

    Toegespitst op het psychologische/psychotherapeutische aandeel in deze multidisciplinaire aanpak lijkt een cognitief-gedragsmatige benadering het meest aangewezen. Bij chronische pijn wordt deze al langer toegepast. De Nijmeegse groep, die zich de laatste jaren intensief met het chronisch vermoeidheidssyndroom heeft beziggehouden, ontwikkelde een cognitief-gedragsmatig behandelingsprotocol gebaseerd op het uitgangspunt dat psychologische factoren de klachten mede in stand houden (Bleijenberg, Vercoulen & Bazelmans, 1994). Verondersteld wordt dat sterke, somatische attributies en catastroferende cognities, alsmede depressieve gevoelens en lichamelijke inactiviteit hierbij van bijzondere betekenis zijn. 

    De behandeling omvat onder andere het motiveren voor psychologische behandeling, psycho-educatie, cognitieve herstructurering en stapsgewijze gedragsverandering. Deze elementen van de multimodale behandeling worden ook vaak toegepast in behandelingsprogramma's bij andere lichamelijke klachten, zoals chronische pijn of hyperventilatieklachten. Bleijenberg en anderen (1994) illustreren hun behandelingsprotocol met een gevalsbeschrijving. Dit is uiteraard een succesvolle, al blijven zij voorzichtig in hun.
     

    Donclusie

    'Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen voor wie deze behandeling effectief is en welke de effectieve elementen zijn' (p.85). 

    Op basis van een open studie constateerden Nielson, Walker en McCain (1992) bij 25 patiŽnten met fibromyalgie significante verbeteringen na een klinisch, multidisciplinair en multimodaal behandelingsprogramma. Ook bij het chronisch vermoeidheidssyndroom is een open studie het effect van een cognitief-gedragsmatige behandeling aangetoond (Butler, Chalder, Ron & Wessely, 1991). 

    In de gecontroleerde studies, waarin verschillende behandelmethoden worden vergeleken, zijn weinig specifieke effecten aangetoond (Burckhardt, Mannerkorpi, HEdenberg & Bjelle, 1994; Lioyd, Hickie, Brockman, Hickie, Wilson, Dwyer & Wakefield, 1993), hetgeen wijst op het belang van non-specifieke factoren in de behandeling. Gelet op de relatief geringe (maar statistisch wel significante) verbeteringen is het de vraag in hoeverre deze ook klinisch relevant zijn. Aan de beantwoording van deze vraag heeft geen van de onderzoekers zich gewaagd.
     
     
    Samenvatting en conclusies
     
    Psychotherapie bij lichamelijke klachten kent vele varianten. In deze bijdrage is vooral aandacht besteed aan de mogelijkheden van psychotherapie bij de onbegrepen en omstreden syndromen fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom. Hoewel over de effectiviteit van een multidisciplinaire en multimodale aanpak van beide syndromen nog veel vragen onbeantwoord zijn, kan psychotherapie, in de vorm van een cognitief- gedragsmatige benadering, een zinvolle bijdrage leveren aan de zorg voor deze patiŽnten. Het getuigt van realisme als de doelstellingen hierbij beperkt zijn.
     
     

    06-07-2005 om 18:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychotherapie : een kunst of kunde ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Psychotherapie : een kunst of kunde ?

    F. KovŠcs,
    Neuropsycholoog

    Bijgewerkt op 21 december 2004


    Als klinisch neuropsycholoog krijg ik ook wel eens te maken met mensen in emotionele moeilijkheden. Hiervoor gebruik ik dan psychotherapeutische gesprekstechnieken hoewel ik 'slechts' een gezondheidszorgpsycholoog ben, dus geen psychotherapeut. Zowel een geregistreerd klinisch psycholoog als psychotherapeut voldoen aan allerlei wettelijke eisen die verbonden zijn aan het beoefenen van psychotherapie. Dit zou een goede kwaliteit van deze hulpverleners moeten kunnen garanderen. Helaas ligt dit niet zo eenvoudig. Het onderstaande is mijn indruk van de psychotherapie en emotionele stoornissen nadat ik de nodige bijscholingscursussen op het vlak van de psychotherapie heb gevolgd.


    Allereerst een paar feiten 
    Psychotherapie is een verzamelterm voor allerlei gesprekstechnieken en diagnostiek die vanuit verschillende achtergronden worden uitgevoerd. De drie grootste (meest gangbare) achtergronden zijn een psychodynamische (Freud en de neo-Freudianen), een Rogeriaanse (volgelingen van Rogers' ideeŽn) en een gedragstherapeutische. Therapeuten kiezen op grond van wat zij leuk vinden en niet zozeer op grond van bewezen effect van de therapievorm. Over de effectiviteit van deze drie grote vormen van psychotherapie kan ik kort zijn: gedragstherapie heeft de meest bewezen effecten als het gaat om angststoornissen en depressies (de meest voorkomende stoornissen). Steeds vaker is er sprake van cognitieve gedragstherapie die zich vooral richt op de gedachten-verandering van mensen in plaats van alleen op gedrag. De Rogeriaanse en psychodynamische therapie-vormen hebben de minst bewezen effectiviteit.
    Niet alleen omdat cognitieve gedragstherapie het best onderzocht is/wordt en de best bewezen effectiviteit laat zien, maar ook omdat ik het achterliggende model nog het meest wetenschappelijk en zinnig vind, kies ik voor deze vorm van psychotherapie.


    Cognitieve gedragstherapie : wat is dat ?
    Het is een verzameling gespreks- en gedragstechnieken die specifiek gericht zijn op het veranderen van cognities (= ideeŽn, gedachten) en daarmee indirect op veranderingen in gevoelens en gedrag van mensen. Oorspronkelijk was gedragstherapie uitsluitend gericht op observeerbaar gedrag. Sinds halverwege de jaren '70 is onder invloed van enkele mensen (A. Ellis, A.T. Beck) de nadruk meer en meer komen te liggen op de (onderliggende) gedachten van mensen. Hiervoor zijn er allerlei cognitieve technieken ontwikkeld om zo goed mogelijk onrealistische gedachtengangen van mensen te veranderen in meer realistische. Dat hierbij de therapeut best directief (= sturend met zachte drang) is en meer oplossingsgericht zal niemand verbazen. Bovendien moet de therapeut goed zijn in redeneren en argumentatietechnieken.
    Een belangrijk nadeel van deze vorm van gesprekken is dat een onervaren therapeut teveel debatteert en daarmee het vertrouwen van de cliŽnt kan beschadigen. Bovendien werkt het debatteren bij erg slimme cliŽnten zeer moeizaam.
    De laatste paar jaren is er een nieuwe psychotherapeutische richting opgekomen die belangrijke elementen van de cognitieve gedragstherapie combineert met elementen uit de psychodynamische, rogeriaanse en experiŽntele therapieŽn: de schema-gerichte therapie van J. Young (1994). Het grote voordeel van deze therapievorm lijkt te zijn dat gevoel een grotere invloed heeft binnen de gesprekstechnieken. In tegenstelling tot de cognitieve gedragstherapie die weinig doet met gevoelens (hoewel de afgelopen jaren dit ten positieve aan het veranderen is).
    Schema-gerichte therapie gaat er vanuit (net zoals de cognitieve gedragstherapie) dat mensen in de loop van hun leven ideeŽn, gedachten opbouwen over hoe zij zelf zijn, hoe zij anderen zien en hoe zij de wereld om hen heen zien. Hierbij zijn twee belangrijke hoofdregels: 1. Gedragsregels: hoe te handelen in bepaalde situaties en 2. Voorspellingen over gedrag en de wereld. Afhankelijk van de opvoeding, de intelligentie en de sociale intelligentie kunnen dergelijke gedachten onrealistisch zijn. Dit veroorzaakt dan weer gevoelens zoals angst, verdriet en woede en meestal in hevige mate. Het gedrag dat hierbij hoort is meestal negatief, voor iemand zelf maar ook voor anderen. Het is belangrijk om dergelijke schema's goed aan te pakken en te veranderen omdat iemand anders steeds weer tegen dezelfde negatieve gevoelens aanloopt en hetzelfde negatieve gedrag gaat vertonen. Juist dit aanpakken van de schema's gebeurt met cognitieve technieken maar hierbij wordt ook uitvoerig rekening gehouden met gevoelens en het verleden van iemand.
    Na het werken met tientallen mensen met emotionele problemen en het doorlezen van wetenschappelijke literatuur over psychotherapieŽn ben ik tot een aantal conclusies gekomen. Eťn daarvan is dat psychotherapie geen echte wetenschap is maar veel meer een kunst. De juiste combinatie van menselijke en wetenschappelijke inzichten kan iemand in emotionele problemen verder helpen. Ik werd ondersteund in mijn conclusies door een andere, veel meer ervaren psychotherapeut, Jeffrey Wijnberg en door het onderzoek naar Internet-therapie. Een paar van mijn conclusies die tevens ontleend zijn aan het boekje van Jeffrey Wijnberg (Als je zegt wat je denkt, 2000), wil ik hieronder graag kwijt.


    Conclusies
    (bereikt met gezond verstand en goed samengevat door J. Wijnberg, ďAls je zegt wat je denkt,Ē 2000)

    * Mensen hebben meer geestelijke veerkracht dan ze zelf denken. Vaak tonen mensen zich als erg zielig en zwak bij mij. Als je nagaat hoeveel zij aan ellende gedragen hebben en nog altijd niet zijn ingestort dan ga je wel twijfelen aan hun 'zwakte'. Vaak zien zij dat zelf niet en blijven zij zitten in hun 'slachtoffer-gedrag' -

    * De geestelijke kwetsbaarheid van mensen wordt behoorlijk overdreven, zowel door henzelf als door anderen (met name hulpverleners). Er is duidelijk sprake van ziekte-winst als mensen zich als zielig voor doen: je krijgt de aandacht van iedereen en je hoeft jezelf niet in te spannen om uit de problemen te komen. Hulpverleners, maatschappelijk werkenden en ook psychotherapeuten springen hier graag op in. Immers, de een zijn dood/ziekte/zielig-zijn is de ander zijn brood. Als er ťťn gemeenschappelijk idee aanwezig is bij geestelijke hulpverleners dan is dat wel dat iemand in emotionele problemen geholpen MOET worden. De vraag is of dit wel klopt. Waar blijft immers de verantwoordelijkheid van degene zelf ? -

    * Mensen zijn in staat tot grote (en snelle) veranderingen, als zij daar maar voor kiezen. Het leven bestaat uit keuzes maken, dag in dag uit. Sommige mensen kunnen hier niet meer tegen en besluiten te kiezen voor besluiteloosheid. Als ze uiteindelijk wel weer keuzes gaan maken zie je vaak grote veranderingen in henzelf -

    * De belangrijkste boodschappen tussen mensen zijn non-verbaal. Frappant is dat cognitieve gedragstherapie in al haar technieken hier niet op gericht is; schema-gerichte therapie doet dat iets meer. Het vermogen van een therapeut iemand goed aan te voelen en op de juiste momenten de juiste dingen te zeggen en te doen is essentieel voor verandering van iemand. En hierbij hoeft de therapeut in principe niet lichamelijk aanwezig te zijn (kan ook per telefoon of op schrift) -

    * Ervaringen die men als volwassene heeft gehad zijn minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker dan jeugdervaringen, voor emotionele en geestelijke ontwikkeling. De mythe dat vroege jeugdervaringen het meest belangrijk zijn voor de emotionele ontwikkeling stamt uit de psychodynamische hoek. Dit is echter niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek! Bepaalde langdurige ervaringen kunnen een negatieve invloed hebben op de emotionele ontwikkeling zolang ze maar onrealistisch geinterpreteerd worden door iemand. De ervaringen op jongere leeftijd maar met name die in de puberteit vormen iemand's gedachtenwereld in sterke mate -

    * Mensen zijn gemakkelijk te doorgronden. Zelden heb ik meegemaakt dat ik niet wist hoe de vork in de steel zat bij emotionele problemen. Niet zozeer omdat ik nu toevallig veel zou weten. Neen, het is ronduit een misvatting dat mensen ingewikkeld in elkaar zitten. Mogelijk is dit een misvatting dat met name door psychotherapeuten wordt gepredikt (zij moeten tenslotte ook hun werk houden). Mijn ervaring is dat bij emotionele problematiek mensen vaker beter te voorspellen zijn dan wanneer iemand zogenaamd emotioneel stabiel in elkaar zit -

    * Het veranderen van mensen is voornamelijk afhankelijk van de relatie tussen de therapeut en de persoon. Indien er een basisvertrouwensrelatie is en men dezelfde taal spreekt kan men met humor en forse uitdagingen iemand in sterke mate veranderen. Helaas wordt binnen de opleidingen erg weinig aandacht besteed aan deze therapeutische relatie: hoe het komt dat het met iemand klikt of juist niet klikt. EnÖde interactie tussen therapeut en cliŽnt kan ook heel goed schriftelijk (chatten, emailen) verlopen, of telefonisch, voor de ontwikkeling van een goede band -

    * Humor als een gesprekstechniek kan gedachtengangen in sterke mate relativeren. Niet alleen verandert iemand vaak zijn eigen blik of perspectief heel snel, de ontspanning die humor oproept doet de negatieve invloed van sterk negatieve emoties als woede, verdriet of angst verminderen. Mogelijk juist door deze verminderde spanning/emoties is een wijziging in denken mogelijk -

    * Als er een 'klik', een basisvertrouwensrelatie is tussen de therapeut en de cliŽnt, als er dezelfde taal tussen beiden gesproken wordt, als de gehanteerde technieken bewezen effectief zijn voor de klacht en juist uitgevoerd worden dan is succes verzekerd. Dit geldt evenzeer voor laag opgeleide cliŽnten als voor de hoger opgeleiden (die meestal als 'gemakkelijkere' klanten gezien worden).

    Jeffrey Wijnberg heeft in Nederland de Provocatieve Therapie geÔntroduceerd waarbij de cliŽnt met humor en provocaties gedwongen wordt zichzelf qua gedachten en gedrag te veranderen. Dit blijkt goed te werken, zo is ook mijn ervaring. De truuk is natuurlijk om met de cliŽnt samen te kunnen lachen om zichzelf en niet de cliŽnt uit te lachen. Hiervoor is een uitstekend empathisch vermogen nodig, gezond verstand, een juiste timing en mede-menselijkheid.
    Kortom, psychotherapie is voornamelijk een kunst en daarbij is een hoge sociale intelligentie van groot belang. Echter, wetenschappelijk onderzoek is minstens zo belangrijk om de juiste technieken te ontwikkelen. De therapeut zal echter gegevens uit dergelijk onderzoek op een menselijke manier moeten verwerken in zijn therapie. Degenen die daar in slagen hebben mijns inziens het meeste succes bij het veranderen van mensen.


    Cfr. : http://home.hetnet.nl/~fckovacs/psythera.html

    06-07-2005 om 18:13 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neuropsychologie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Neuropsychologie
     
     
    F. KovŠcs,
    Neuropsycholoog
     
    Bijgewerkt op 21 december 2004
     
     
    1. - Wat is neuropsychologie ?
    (uit de folder 'Neuropsychologie' van de Vereniging voor Neuropsychologie)
     
    De neuropsychologie is het vakgebied dat de relatie bestudeert tussen gedrag en de werking van de hersenen.
     
    Meestal zult u te maken krijgen met een klinisch neuropsycholoog. De klinisch neuropsycholoog zal door middel van psychologisch onderzoek vaststellen welke gevolgen een hersenbeschadiging heeft voor het dagelijkse leven. Of andersom : wanneer iemand moeite heeft met bepaalde dingen in het dagelijkse leven, dan zal de neuropsycholoog nagaan of dit verklaarbaar is uit een beschadiging of storing in de hersenen.
     
    Een hersenbeschadiging kan ontstaan als gevolg van een ongeval (traumatisch hersenletsel), een beroerte (infarct of bloeding), een ziekte (infectie, tumor, vergiftiging), een aangeboren afwijking of andere neurologische ziektebeelden zoals dementie. Een hersenbeschadiging kan, naast lichamelijke gevolgen zoals  verlammingen, ook invloed hebben op de volgende gebieden :
    • cognitief functioneren : zoals stoornissen in aandacht, geheugen, waarneming, taal, denken, tempo en uitvoeren van handelingen;

    • gedrag en emoties : stoornissen zoals initiatiefverlies, verminderde sociale vaardigheden, agressiviteit, angst, depressiviteit, prikkelbaarheid en persoonlijkheids-veranderingen.

    Deze stoornissen kunnen (ernstige) gevolgen hebben voor het dagelijkse leven. Bij kinderen kan dit invloed hebben op de ontwikkeling maar ook op schoolprestaties. Bij volwassenen kan dit invloed hebben op werkprestaties, het uitvoeren van hobbies en ook op sociale relaties (b.v. binnen het gezin en collegaís). Als er een vermoeden is van een hersenbeschadiging wordt vaak een neuropsychologisch onderzoek aangevraagd.

    Neuropsychologie wordt beoefend in ziekenhuizen, revalidatiecentra, verpleeghuizen, psychiatrische ziekenhuizen en op universiteiten. Een aantal neuropsychologen heeft zich vrij gevestigd.


    2. - Wat is een neuropsycholoog ?

    Een neuropsycholoog is een universitair opgeleid psycholoog die zich daarna heeft gespecialiseerd in de neuropsychologie. Sommigen hebben zich gericht op volwassenen, anderen voornamelijk op kinderen.

    Een neuropsycholoog voert neuropsychologisch onderzoek uit en geeft informatie en advies omtrent de aard van eventueel gestoorde functies en hoe het beste met de beperkingen kan worden omgegaan. Soms kan een behandeling zoals b.v. een geheugentraining, worden gegeven.

    Naast de patiŽnt kan ook de familie worden geÔnformeerd en begeleid in het proces van aanpassing aan een veranderde situatie zoals die kan ontstaan na een ongeluk met hersenletsel of na een herseninfarct.

    Ten aanzien van kinderen wordt aan de neuropsycholoog vaak de vraag gesteld of leer- en gedragsproblemen in verband staan met een hersenbeschadiging of met een achterblijvende ontwikkeling van de hersenfuncties. Deze vraag kan ook gesteld worden aan orthopedagogen die zich gespecialiseerd hebben in de neuropsychologie van het kind. Er wordt na het onderzoek gezocht naar de meest geschikte aanpak en vorm van onderwijs voor dat kind.


    3. - Wat is een neuropsychologisch onderzoek ?

    Bij een neuropsychologisch onderzoek worden eerst de klachten door middel van een gesprek in kaart gebracht. Vervolgens worden een aantal tests afgenomen. Deze meten onder andere de intelligentie, het geheugen, het concentratievermogen, het  werktempo, de waarneming, de taal en spraak, het ruimtelijk inzicht en de planning. Welke tests worden afgenomen is afhankelijk van de vraagstelling.

    Soms zal de patiŽnt of cliŽnt ook worden gevraagd lijsten in te vullen met vragen over zijn klachten of hoe hij als persoon is. De tests worden afgenomen aan een tafel, eventueel achter een computer of naast het bed in een ziekenhuis. De tests doen geen pijn en er wordt geen gebruik gemaakt van spuiten of elektrodes. Een neuropsychologisch onderzoek neemt meestal een halve tot hele dag in beslag. Het kan zijn dat het onderzoek niet in ťťn keer maar in meerdere keren wordt afgenomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als mensen snel vermoeid zijn.  Na het onderzoek moeten de testresultaten uitgewerkt worden zodat u meestal op een later tijdstip de uitslag krijgt (binnen 2-4 weken).

    Hoe de testresultaten worden gebruikt hangt af van de vraagstelling van het onderzoek. Ze kunnen bijvoorbeeld een diagnose bevestigen of ondersteunen. De resultaten geven gewoonlijk een profiel van uw sterke en zwakkere kanten en dit profiel is nodig voor het plannen van de behandeling of begeleiding of bijvoorbeeld voor het vinden van een geschikte school, revalidatie- of woonsetting. Met behulp van de sterke kanten kan gekeken worden welke compensatiemogelijkheden er zijn en wat de meest geschikte aanpak is in het dagelijks leven. De bevindingen van neuropsychologisch onderzoek zijn vaak ook belangrijk voor therapieŽn zoals fysio- en ergotherapie. Soms wordt iemand herhaaldelijk onderzocht om te zien of er een verandering van de stoornissen is opgetreden (b.v. een verbetering door een behandeling).


    4. - Voorbeelden

    Tenslotte enkele voorbeelden van vragen die aan een neuropsycholoog gesteld kunnen worden :

    • Iemand heeft een herseninfarct gehad en kan niet meer goed uit zijn woorden komen.
      Vraag
      : wat is de aard van de taal- en/of spraakproblemen ?
      Deze vraag wordt overigens ook vaak beantwoord door eventueel aanwezige logopedisten. De neuropsycholoog kan ook antwoord geven op de vraag of de patiŽnt naast de taalproblemen ook andere cognitieve (= de informatieverwerking betreffende) stoornissen zoals b.v. geheugenstoornissen heeft. Hoe kan de omgeving het beste worden geadviseerd met de beperkingen van de patiŽnt om te gaan ?

    • Iemand heeft een jaar geleden een auto-ongeluk gehad met als gevolg onder meer een zware hersenschudding. Nu kan hij zijn werk niet meer aan.
      Vraag : is dit een gevolg van het ongeluk of spelen andere factoren (ook) een rol ? Welk advies kan ten aanzien van werkaanpassing of -hervatting worden gegeven ?

    • Iemand heeft na een hersenbeschadiging taal-, geheugen- en concentratiestoornissen.
      Vraag : is cognitieve training (b.v. geheugen- of concentratietraining of logopedie) zinvol ? Kan na de training het effect van de therapie worden vastgesteld ?

    • Een ouder iemand die zich altijd prima zelfstandig kon redden begint langzamerhand van alles te vergeten.
      Vraag : zou er sprake kunnen zijn van dementie en zo ja, hoe kan de naaste omgeving daar het beste mee omgaan ?

    • Een kind dat zich altijd normaal heeft ontwikkeld gaat op school ineens achteruit in zijn prestaties.
      Vraag : welke cognitieve of emotionele moeilijkheden kunnen hiermee verband houden ? Zijn er aanwijzingen voor een ziekteproces in de hersenen ?

    • Een hyperactief kind dat zich erg slecht kan concentreren wordt daarvoor behandeld met medicijnen.
      Vraag : wat zijn de effecten van deze behandeling op korte en langere termijn ?

    • Iemand krijgt een beroerte maar herstelt redelijk goed in enkele maanden.
      Vraag : In hoeverre kan hij weer verantwoord autorijden ?

     

    Cfr. : http://home.hetnet.nl/~fckovacs/folderne.html 

    06-07-2005 om 17:46 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Relatie met een chronisch zieke partner
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Relatie met een chronisch zieke partner

    Chronische Inflammatoire Bindweefselziekten (CIB-) Liga
     
    Hieronder een verslag van de bijeenkomst van de jongerenwerking op 17 november 2001 - De spreker was Oswald Buseyne, van de Werkgroep Thuisverzorgers in Heverlee. Oswald kwam ons niet vertellen hoe het moet, maar wel hoe hij de periode in zijn leven als partner van een chronisch zieke vrouw heeft ervaren. Hij heeft immers zijn vrouw Ingrid, die zware MS-patiŽnte was, 20 jaar lang verzorgd.

    Zijn getuigenis was verrassend en een weergave van de realiteit. Het leerde ons dat iedereen anders reageert op de chronische ziekte van een partner en dat een goede communicatie het belangrijkste aspect is. Ook samen genieten mag je niet opgeven.

    Oswald gaf toe dat het zeer moeilijk was om de nieuwe situatie te aanvaarden. Alle patronen die zij tot dan toe hadden (zij werkten beiden, wilden kinderen, een huisje bouwen), werden allemaal in ťťn klap ondersteboven gehaald. Zij hadden dit niet direct door: het besef kwam heel wat later.

    Er veranderde veel in hun relatie, op een sluipende manier. Oswald liet zijn vrouw zoveel mogelijk zelf de dingen doen die zij nog kon. Naarmate de tijd verstreek en de ziekte vorderde, kon Ingrid steeds minder zelf en vond Oswald het vanzelfsprekend om haar te helpen bij alles wat zij vroeg.

    Wat was het gevolg ? Hij kreeg steeds minder tijd voor sociale contacten en vond dat dat de schuld was van Ingrid. Hij kreeg tegenstrijdige gevoelens.

    Negatieve gedachten stapelden zich op. Door gebrek aan communicatie werd dit een zwaar probleem waardoor Oswald er na een tijd volledig onderdoor ging.

    Als partner moet je opkomen voor jezelf. Ook tijd maken voor eigen interesses blijft belangrijk. Jezelf volledig wegcijferen houdt niemand vol. Hierin een goede balans vinden is noodzakelijk.

    Na een bezinningsperiode besloten zij dat het tijd werd voor hulp van buitenaf, want het was duidelijk dat Oswald tijd nodig had voor zichzelf. Niet iedereen houdt de verzorging van een zieke partner even lang vol. Thuishulp, aangepast materieel en relatietherapie waren enkele van de dingen die hen hielpen.

    De hulp van buitenaf ging niet vanzelf. Voor Ingrid was dit moeilijker dan voor Oswald. Zij moest zich opeens laten verzorgen door vreemde mensen. Zij werd liever verzorgd door haar partner. Het inleveren van een groot stuk van haar privacy viel haar zeer zwaar.

    Ondertussen leerden zij beter met elkaar te praten. Ook moeilijke, pijnlijke en bedreigende dingen werden vlugger besproken. Voor Ingrid werd hierbij duidelijk dat ook zij nog een verantwoordelijkheid had in hun relatie. Want, wat als de partner zich niet goed voelt in de relatie of zelf ziek wordt ?

    Maar het was niet 20 jaar lang kommer en kwel. Daarom dat zij, heel bewust, ook alle leuke dingen deden die zij samen nog konden doen. Dat is voor iedereen verschillend. Theater, iets gaan drinken, op reis gaan,Ö Oswald deed dan ook een pleidooi om zoveel mogelijk samen te genieten. Ook dit is een zoektocht die je samen moet ondernemen. Wat kan nog wel, wat kan niet meer, wat wil ik, wat wil jij, wat willenwij ?

    Uit alles blijkt dat niets nog vanzelfsprekend is. Als gezond koppel denk je aan een huis, kinderen, een goede job,Ö Dat is de weg ! Maar als je partner ziek wordt, wordt dat allemaal onderuit gehaald. In plaats van een weg, zie je nu ťťn groot braakliggend terrein. Je moet alles zelf uitzoeken, stukjes weghakken. Soms moet dit tegen de stroom in. Het is zoeken, en ook dat is voor iedereen verschillend.

    De beperkingen die je je partner ongewild moet opleggen, zijn voor een chronisch zieke het moeilijkst om dragen. Als je nog geen partner hebt, kan dit zelfs een zwaar opstakel zijn voor het aangaan van een relatie. We waren het er allemaal over eens. Als de persoon met wie je een relatie aangaat, de ware voor jou is, zal hij je nemen zoals je bent. Mťt ziekte en beperkingen.

    Zeggen ze niet ďliefde overwint allesĒ ?
     

    Cfr. : http://www.cibliga.com/a_j_relatie.html

    06-07-2005 om 17:15 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Please help to spread the truth about ME/ICD-CFS !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Please help to spread the truth about 
    ME/ICD-CFS 

     

     

    06-07-2005 om 04:36 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ReumapatiŽnt heeft meer last van vocht dan van kou ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    ReumapatiŽnt heeft meer last van vocht dan van kou ?

    Universitair Medisch Centrum Groningen, 1 februari 2005


    Koud mistig weer zou slecht zijn voor reumapatiŽnten en een warme droge zomer goed. Deze volkswijsheid is maar ten dele waar. Alleen de luchtvochtigheid vlak bij de huid is van belang.

    Aldus dr Wiebe Patberg. Hij promoveerde op 16 februari op zijn onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen (met het proefschrift ďWeather and rheumatoid arthritis. The role of the microclimate near the skinĒ - cfr. : http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/medicine/2005/w.r.patberg/ -).

    Patberg heeft zelf reumatoÔde artritis. Hij deed de metingen voor een groot deel aan zijn eigen lichaam. Met deze gegevens legt hij nieuwe verbanden tussen reuma en weersomstandigheden als temperatuur en luchtvochtigheid.


    Zomerpiek
    Het onderzoek laat zien dat reumapatiŽnten aan het einde van de zomer de meeste pijnklachten hebben. In de wintermaanden januari en februari is de gewrichtspijn het minst.

    Volgens Patberg komt dat vooral door het vochtgehalte in de lucht. De relatieve vochtigheid is weliswaar het hoogst in de winter, maar omdat warme lucht veel meer vocht kan bevatten, zit er ís zomers toch veel meer water in de lucht.

    ďDat koud vochtig weer slecht zou zijn bij reuma klopt dus niet helemaalĒ, aldus de promovendus. ďDe stelling Ďdroog is goed, ook al is het koud; nat is slecht, ook al is het warmí is meer van toepassing.Ē


    Microklimaat
    Door kleding, verblijf binnenshuis of airconditioning verschilt het microklimaat aan de huid vaak van het meteorologische weer. Dat verklaart volgens Patberg waarom verschillende onderzoeken soms tot tegengestelde conclusies komen.


    ďDat is minder verrassend dan op het eerste gezicht lijkt.Ē, zegt de promovendus. ďIn de warmste tijd van het jaar gebruiken veel AustraliŽrs bijvoorbeeld ventilatoren en airconditioning. Daardoor is de vochtigheid vlak bij de huid zelfs lager dan in de winter.Ē


    Meer buitenshuis
    Patberg raadt reumapatiŽnten aan meer tijd buitenshuis door te brengen, bij voorkeur zonder jas. Bij hemzelf werden de gewrichtsklachten minder als hij langer dan 2,5 uur per dag buiten was.

    ďOver het algemeen is het buiten kouder en droger dan in huis. Door minder kleding te dragen neemt de ventilatie aan de huid bovendien toe, waardoor de luchtvochtigheid daar nog verder daalt.Ē Daarnaast geeft hij het advies om ís nachts het slaapkamerraam open te houden en geen pyjama aan te trekken.



    Proefschrift
    Patberg promoveerde tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof. dr. J.J. Rasker en prof. dr. H.W.G.M. Boddeke. Zijn proefschrift draagt de titel 'Weather and rheumatoid arthritis. The role of the microclimate near the skin.'



    Wat zegt de Reumalijn ?
    Uit het onderzoek van dr. Patberg komen verrassende resultaten. Toch kunnen wij op grond van het resultaat van ťťn onderzoek niet direct adviseren dat mensen met RA zonder jas naar buiten moeten.

    Ook in recent buitenlands onderzoek wordt een gunstige rol toegeschreven aan lage luchtvochtigheid, maar altijd in combinatie met hoge temperaturen. Verreweg de meeste patiŽnten blijken baat te hebben bij warmte. Uiteraard kijken we uit naar verder onderzoek op dit terrein.

    De Reumalijn is de informatielijn van de ReumapatiŽntenbond en het Reumafonds - T 0900 20 30 300, maandag t/m vrijdag 10-16 uur, Ä 0,10 pm.


    Cfr. : http://www.reumafonds.nl/reumafonds/nieuws/2005/februari/kou
     
    http://www.rug.nl/Corporate/nieuws/archief/archief2005/persberichten/013_00 
    Cfr. ook :
    http://www.ub.rug.nl/eldoc/dis/medicine/w.r.patberg/stelling.pdf#search='Patberg%20%20Weer%20en%20rheumatoid%20arthritis'  

    05-07-2005 om 22:40 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Antidepressivum tegen fibromyalgie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Antidepressivum tegen fibromyalgie

    Nederlands Dagblad, 10 september 2004


    Boston -- PatiŽnten met fibromyalgie lijken baat te hebben bij een nieuw antidepressivum.

    Van deze ziekte, die gekenmerkt wordt door pijnlijke plekken op het lichaam en pijnlijke en vermoeide spieren, is de oorzaak onbekend. Ook bestaan er geen middelen die de pijnklachten kunnen verminderen.

    Maar, zo meldt een team van Amerikaanse klinieken deze maand in het tijdschrift 'Arthritis and Rheumatism', het antidepressivum duploxetine bleek na een kuur van twaalf weken het aantal pijnlijke punten aanzienlijk te verminderen. Ook werd de gevoeligheid voor pijnprikkels minder.

    Opvallend was dat dit positieve effect alleen bereikt werd bij de 81 vrouwelijke deelnemers aan het onderzoek. Bij 23 mannen had het middel geen merkbaar effect.

    Fibromyalgie komt bij vrouwen zes maal zo vaak voor als bij mannen. Ook voor deze ongelijkheid is geen verklaring.

    Cfr. : http://www.reumafonds.nl/reumafonds/nieuws/2004/september/antidepr 
    Cfr. ook : 
    http://communities.zeelandnet.nl/data/autisme_co/index.php?page=13&showpage=22374

    05-07-2005 om 22:24 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CVS - De oorzaak, diagnose en behandeling
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  
    Chronisch Vermoeidheid Syndroom
    De oorzaak, diagnose en behandeling
        
    Een overzicht van de literatuur
     
    De Osteopaat - jaargang 3 - nr. 2

         
    In het kader van de benefiet informatiedag van de vereniging ME / CVS- Huis is via MEDLINE gezocht naar de meest recente wetenschappelijke literatuur en overzichtsartikelen (reviews) met betrekking tot de oorzaak, diagnose en behandeling van het Chronisch Vermoeidheid Syndroom(CVS). Tevens is in de meest recente Nederlandse reguliermedische literatuur gezocht naar de opvattingen en benaderingswijzen van medisch specialisten aangaande CVS. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de mogelijke oorzaken, de diag
    nose, de reguliermedische visie, de prognose en de behandelingen van CVS. Er wordt ingegaan op de effectiviteit en veiligheid van zowel reguliere als alternatieve behandelingen.

    Speciale aandacht wordt gegeven aan de mogelijkheden van osteopathie bij de behandeling van ME / CVS. Tenslotte worden voorstellen gedaan voor toekomstig onderzoek bij CVS en voor een optimale behandeling van de patiŽnt met CVS.



    Samenvatting

    • De oorzaak van het chronisch vermoeidheid syndroom blijft onbekend ondanks verscheidene voorgestelde hypothesen, waaronder immunologische, virologische, psychologische en neuroendocrine factoren.

    • De diagnose is moeilijk vanwege het feit dat er geen beschikbare laboratoriumtest is en wordt daarom voornamelijk gestoeld op de symptomen van de patiŽnt.

    • Het begin van de CVS-klachten lijkt veelal vooraf gegaan te worden door een combinatie van infectie en negatieve levensgebeurtenissen. Degenen die een virale infectie krijgen, zijn meer geneigd CVS te ontwikkelen wanneer zij onder psychische stress verkeren.

    • Behandelingen welke hoopgevende resultaten hebben laten zien bij deelsymptomen zijn cognitieve gedragstherapie en Ďgraded exercise therapyí. Voor andere behandelwijzen van CVS is er onvoldoende bewijs betreffende de effectiviteit. Eťn onderzoek naar de effectiviteit van osteopathie toonde significant positieve effecten op de totale gesteldheid van de CVS-patiŽnten. Osteopathie is mogelijk een veilige en effectieve behandelmethode bij CVS.

    • Luisteren naar wat het lichaam te vertellen heeft lijkt een zinvol advies voor CVS-patiŽnten. Inzicht in de gedragsfactoren die mogelijk hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de chronische vermoeidheidklachten is gewenst daar de prognose van CVS negatief wordt beÔnvloedt wanneer patiŽnten hun gezondheidstoestand of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan stress of psychologische factoren.

    • De theorie van de Hypothalamus-Hypofyse-Bijnier-as kan mogelijk gebruikt worden bij de verklaring hoe stress tot CVS kan leiden.

    • Het lijkt gerechtvaardigd CVS te zien als een multicausale aandoening waarbij de optimale behandeling bestaat uit een interdisciplinaire benadering waar psychosociale- en activiteitsgebonden begeleiding worden gecombineerd met osteopathische behandeling en zo nodig begeleiding op het vlak van de stofwisseling en voeding.

    • Er is behoefte aan goede lange termijn studies met een follow-up van 6 tot 12 maanden welke gebruik maken van gestandaardiseerde uitkomstmaten, stratificatie strategieŽn om comorbiditeit te controleren en die de mate van toename van belastbaarheid meten. Het is aan te bevelen zulke studies te doen naar de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van CVS-patiŽnten.



    1. - Moeheid

    Moeheid wordt wel omschreven als een overweldigend, aanhoudend gevoel van uitputting en een verminderd vermogen tot lichamelijke en geestelijke inspanning. Moeheid is een uitermate aspecifieke klacht met een breed spectrum van mogelijke lichamelijke en psychische oorzaken, waarvan slechts 1-3% Ďernstigí is (ernstige ontstekingsprocessen en maligniteiten). Voorgeschiedenis en anamnese leveren bij moeheid de belangrijkste diagnostische informatie. Bij patiŽnten ouder dan 50 jaar en bij langer dan een maand bestaande klachten zijn een volledig lichamelijk onderzoek en een beperkt pakket eenvoudig laboratoriumonderzoek aangewezen.

    In een vroeg stadium dient men na te gaan of er sprake is van fysiologische moeheid zoals bijvoorbeeld intensieve lichamelijke inspanning, verstoorde slaap, overwerk, zwangerschap en jetlag. Kenmerken van deze fysiologische moeheid zijn : een aanwijsbare relatie met belastende omstandigheden, passend bij het gewone leven en een goede reactie op rust en slaap. Vervolgens wordt gezocht naar aanwijzingen voor somatische, psychische of sociale problemen als oorzaak.

    Somatische oorzaken kunnen zijn: infectieziekten, cardiovasculaire aandoeningen, gastrointestinale aandoeningen, aandoeningen van het bewegingsapparaat, hematologische aandoeningen en hormonale stoornissen, waaronder diabetes mellitus en hypothyreoÔdie.Alleen als bij een anemie Hb-waarden <6,5 mmmol/l gevonden worden, is er een mogelijke relatie met de moeheid. Ook kan moeheid een bijwerking van een geneesmiddel zijn. Vragen gericht op het uitsluiten van infecties en maligniteiten betreffen koorts, nachtzweten, verminderde eetlust, pijn, vermagering en veranderd defecatiepatroon.

    Met name patiŽnten boven de 75 jaar hebben een relatief hoge voorafkans op ernstige somatische aandoeningen zoals een maligniteit. Dyspnťe díeffort, nachtelijke dyspnoe en oedemen passen bij hartfalen. Proximale spierpijn of - stijfheid wijst op polymyalgia rheumatica.

    Van de psychische aandoeningen die zich met moeheid kunnen manifesteren, worden angststoornissen en depressie het meest frequent gezien. Lusteloosheid en Ďs ochtends al moe zijn en Ďs avonds minder moe zijn past bij depressie. Ook een sombere stemming en vermagering kunnen op depressie wijzen. Hartkloppingen of gejaagdheid kunnen duiden op een angststoornis of hyperthyreoÔdie. Wordt de patiŽnt snel moe na inspanning of wordt de moeheid in de loop van de dag erger dan is een somatische oorzaak waarschijnlijker.

    Wanneer de moeheid het gevolg is van een abnormale belasting in de leefomgeving spreekt men van een (psycho) sociaal probleem, zoals daar zijn werkproblemen of relatie- en gezinsproblemen.

    Voordelen van een algeheel lichamelijk onderzoek zijn dat het bijdraagt aan de zekerheid van de behandelaar en de patiŽnt over de afwezigheid van belangrijke somatische aandoeningen. Bevindingen bij anamnese of lichamelijk onderzoek of een expliciet verzoek van de patiŽnt kunnen reden zijn voor het (laten) doen van gericht bloedonderzoek. Als beperkt pakket wordt in de Standaard Bloedonderzoek van het Nederlands Huisartsen Genootschap voorgesteld: BSE, Hb, glucose en TSH (indien afwijkend ook vrij T4). Urineonderzoek op nitriet, leukocyten en erytrocyten is vooral bij ouderen zinvol om overigens asymptomatische chronische urineweginfecties op te sporen.

    In een aantal gevallen blijft de vermoeidheid onverklaard. Onder bepaalde omstandigheden wordt dan van een chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) gesproken.

    Onder CVS wordt verstaan : minstens zes maanden bestaande, niet door andere ziekten verklaarde vermoeidheid die het vroegere activiteitenniveau significant reduceert (meer dan 50%), niet verbetert met rusten en gepaard gaat met minstens vier van de volgende bijkomende symptomen : spier- of gewrichtspijnen, concentratie- en geheugenstoornissen, hoofdpijn, keelpijn, klierzwellingen, niet-verfrissende slaap en malaisegevoel na inspanningen dat meer dan 24 uur duurt.

    PatiŽnten met CVS voldoen vaak ook aan diagnostische criteria van andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld fibromyalgie en multiple chemische overgevoeligheid. Deze overlap suggereert dat deze Ďfunctionele somatische aandoeningení varianten van elkaar zijn. Dit wil niet zeggen dat deze syndromen dezelfde pathobiologische processen en oorzaken hebben. Zo heeft men bij fibromyalgiepatiŽnten verhoogde spiegels van substance P gevonden in de liquor cerebro spinalis en ook dat zij verlaagde pijndrempels hebben terwijl dat bij CVS-patiŽnten niet het geval is. De vermoeidheid die gezien wordt bij fibromyalgiepatiŽnten is wellicht secundair aan de chronische slaapstoornissen door de pijn, terwijl de vermoeidheid bij CVS-patiŽnten primair is.

    Depressie, angst en depressieve symptomen worden vaak gezien bij mensen met het CVS.

    Ongeveer 70% van de mensen met CVS heeft last van slaapstoornissen.

    CVS heeft een fluctuerend verloop met exacerbaties en gedeeltelijke remissies. De vermoeidheid en de andere symptomen kunnen fluctueren in termen van dagen en weken. Ook het energieniveau over de dag fluctueert. Het energieniveau is meestal het laagst aan het eind van de middag.



    2. - De oorzaken van CVS

    De oorzaak van CVS blijft onbekend ondanks verscheidene voorgestelde hypothesen, waaronder immunologische, virologische, psychologische en neuroendocrine factoren. De diagnose is ook moeilijk vanwege het feit dat er geen beschikbare laboratoriumtest is en wordt daarom voornamelijk gestoeld op de symptomen van de patiŽnt.

    Er zijn gegevens die wijzen op een mogelijk onderliggend immunologisch probleem als oorzaak van CVS. Sommige patiŽnten met CVS hebben namelijk een dysregulatie van het 2,5 ribonuclease-L antivirale afweersysteem.

    Anderen zien CVS gerelateerd aan depressie of andere psychiatrische aandoeningen. PatiŽnten met CVS en depressie hebben echter andere profielen dan patiŽnten met alleen een depressie. PatiŽnten met CVS hebben minder zelfverwijt en meer somatische symptomen dan depressieve mensen, minder persoonlijkheidstoornissen en een ander immunologisch profiel. CVS-patiŽnten hebben ook eerder een Ďdown-regulationí van de hypofysebijnier as dan een Ďup-regulationí dat vaak het geval is bij depressieve mensen.

    Bij CVS-patiŽnten is een verminderde cortisolspiegel en een gestegen functie van serotonine gevonden. Deze afwijkingen verschillen van bevindingen die bij depressieve mensen zijn gevonden: verhoogd cortisol en verlaagde serotonine functie.

    Een andere uitleg voor CVS is dat het een vorm van somatoforme stoornis is, wat gediagnosticeerd kan worden bij patiŽnten met vele jaren aanwezige klachten, van uiteenlopende aard, zonder aanwijsbare organische basis.

    Deze diagnose is echter afhankelijk van de clinicus. De behandelaar die niet gelooft in een organische basis van CVS zal sneller de diagnose somatoforme stoornis diagnosticeren, ook al voldoen de symptomen van de CVS-patiŽnt niet aan diagnostische en statistische criteria voor somatoforme stoornis. In feite voldoet maar 5% van de CVS-patiŽnten aan de strenge criteria voor een somatoforme stoornis. Dat mensen met het CVS baat kunnen hebben bij cognitieve gedragstherapie (CGT) wil niet noodzakelijk zeggen dat CVS van psychische origine is.

    CGT kan bijvoorbeeld ook symptomen van patiŽnten met andere chronische aandoeningen zoals rheumatoÔde arthritis verminderen.

    Er zijn studies waarbij aanwijzingen voor een subtiele encephalopathie zijn gevonden. Dit zou voornamelijk gelden voor CVS-patiŽnten zonder gelijktijdige psychopathologie. De meest gevonden afwijking in de hersenen betreft een kleine T2 gewogen laesie in de frontale hersenkwab.

    Tot op heden is er echter nog geen specifiek patroon van cerebrale afwijkingen gevonden dat uniek en kenmerkend is voor CVS.

    Bij 50-85% van de CVS-patiŽnten zijn er cognitieve problemen die voor een groot gedeelte bijdragen tot hun dysfunctioneren op sociaal gebied en betreffende de werksituatie. Mogelijk dat de cognitieve problemen te maken hebben met de cerebrale afwijkingen of de mogelijk aanwezige verlaagde cortisolspiegel en de toegenomen functie van de neurotransmitter serotonine.

    Afgenomen handelingssnelheid, verminderd Ďarbeidsgeheugení en opnamevermogen voor informatie zijn de meest voorkomende cognitieve dysfuncties bij CVS-patiŽnten.

    In 85% van de gevallen ontstaat CVS plotseling. Dit wordt meestal gekarakteriseerd door een virale of infectieusachtige aandoening, maar kan ook volgen na een ongeval of periode van veel stress.

    Diverse onderzoeken zijn gedaan naar voorafgaande risicofactoren voor het ontstaan van CVS. Zo is gevonden dat in het jaar voorafgaand aan het ontstaan van CVS 85% van de patiŽnten een stressvolle gebeurtenis had in tegenstelling tot 6% in een controlegroep. Ook vond men dat 95% van de CVS-patiŽnten toegenomen stressperiodes in de vijf jaar voor het ontstaan van de klachten had in tegenstelling tot 55% van de controlegroep. Het hoogste risico lag bij mensen die drie of meer oorzaken van psychische- of lichamelijke stress rapporteerden. Drie maanden voorafgaand aan het begin van de CVS-klachten is er een tweevoudige toename in voorkomen van infecties en negatieve levensgebeurtenissen gevonden.

    Degenen die een virale infectie hadden waren meer geneigd CVS te ontwikkelen wanneer zij onder psychische stress verkeerden. Emotionele stress kan de symptomen van CVS verergeren en stress kan zoals bij veel aandoeningen een rol spelen in het ontstaan of verergeren van de klachten. Mogelijk spelen veranderde plasmaspiegels van stresshormonen (catecholamines) en andere factoren die de doorlaadbaarheid van de bloed- hersen- barriŤre beÔnvloeden een rol. Een toegenomen doorlaatbaarheid van de bloed- hersen- barriŤre tijdens stress kan er voor zorgen dat virussen het centrale zenuwstelsel (CZS) kunnen binnenkomen.

    Mogelijk dat dit de verklaring is van het ontstaan van CVS na de combinatie stress en virale infectie en dat dit de oorzaak is van de gevonden afwijkingen in het CZS.

    De HPS-as - Bij stress brengt het sympathische zenuwstelsel ons met behulp van noradrenaline in een verhoogde staat van paraatheid. Een tweede systeem tracht de zaak daarna onder controle te brengen. Dat is de hypothalamicpiuitary-adrenal axis Ė de HPA-as.
    Het in de hypothalamus geproduceerde Corticotrophin Releasing Hormone (CRH) speelt daarbij een sturende rol.
    Bij stress neemt de afgifte van CRH toe, dat stimuleert de aanmaak van corticotropine (ook wel ACTH genoemd), en dat bevordert weer de productie van cortisol. Die stof remt op zijn beurt de afscheiding van corticotropine door de hypofyse en van CRH door de hypothalamus : een negatief feedbacksysteem.
    Depressies gaan gepaard met hoge cortisolspiegels, maar de feedbackwerking is gering. PTSS kent lage Cortisolspiegels, maar de gevoeligheid van het feedbacksysteem is juist groot. Hetzelfde geldt mogelijkerwijs voor CVS en fybromyalgie. Overigens komen via de actie van CRH ook opioÔde peptiden vrij, die een direct remmend effect hebben op het immuunsysteem.



    3. Ė Therapie

    Behandelingen zijn voornamelijk gericht op symptomen zoals spierpijn, slaapregulatie, affectieve symptomen en vermoeidheid. Immunologische en farmacologische behandelingen zijn het meest op hun effectiviteit onderzocht, terwijl complementaire of alternatieve behandelwijzen het minst frequent zijn onderzocht.

    Behandelingen welke hoopgevende resultaten hebben laten zien bij deelsymptomen zijn CGT en Ďgraded exercise therapyí. Voor andere behandelwijzen van CVS is er onvoldoende bewijs betreffende de effectiviteit.

    In de cognitieve gedragstherapie vormen dagelijkse zorgen, coping-mechanismen, pijngedrag, sociale steun, opvattingen, oordelen en verwachtingen in plaats van de opdringende traumata een basis voor onbegrepen lichamelijke klachten (OLK). Volgens een werkgroep, de Paarse Brandnetel, convergeren de psychologische verklaringen naar een biopsychosociaal model met cognitie, coping en emotie als hoofdbestanddelen. Negatieve emotie, negatief copinggedrag en negatieve cognitie hebben waarschijnlijk een neurofysiologische grondslag in het limbisch systeem.

    Men kan deze elementen opsporen en bewustmaken en patiŽnten vervolgens leren daar anders tegenaan te kijken, bijvoorbeeld met behulp van cognitieve gedragstherapie. ĎGraven naar traumaís blijkt weinig effect te hebben. Ook alleen maar er over praten helpt niet. Wat je moet doen, is mensen anders naar hun problemen leren kijken. Reattributie heet dat: het glas is niet half leeg, maar half vol. Dat is het enige dat werkt bij OLKí aldus huisarts Joost Zaat, lid van de Paarse Brandnetel.

    In de psychiatrie ziet men CVS als een somatoforme stoornis, een OLK van psychofysiologische aard en berust nogal eens op een traumatische, althans zeer ingrijpende levenservaring. Deze klachten zouden met CGT en klachtenonafhankelijke oefeningen behandeld moeten worden volgens de Loos, internist en consulent voor psychotraumatologie.

    In goed gecontroleerde experimenten naar het effect van CGT met heel geselecteerde groepen van patiŽnten blijkt het resultaat hoopgevend. De effecten zijn op lange termijn echter mager en de onderzoeken hadden te maken met veel Ďdropoutsí. Van alle onderzoeken naar de effecten van behandelingen van CVS waren de grootste aantallen uitvallers zelfs te zien bij gedragstherapieŽn !

    Hoe zeer effectief CGT in de dagelijkse praktijk is, weten we nog steeds niet.

    Studies naar farmacologische behandelingen gericht op immunologische aspecten laten vaak uitvallers zien als gevolg van bijwerkingen. De effecten van deze behandelingen zijn beperkt en de resultaten zijn niet overtuigend.

    Studies naar de effectiviteit van het gebruik van essentiŽle vetzuren lieten enkele effecten zien evenals het gebruik van magnesium. EssentiŽle vetzuren spelen een belangrijke rol in de functioneren van de bloed- hersen- barriŤre.

    Eerder in dit artikel besprak ik al de toegenomen doorlaatbaarheid van de bloed- hersen- barriŤre tijdens stress en dat dit kan zorgen dat virussen het centrale zenuwstelsel (CZS) kunnen binnenkomen.

    Wellicht dat een viraal geÔnduceerde deficiŽntie van essentiŽle vetzuren, een al aanwezige deficiŽntie en / of een defect in het metabolisme van deze vetzuren bij bepaalde CVS-patiŽnten er voor zorgen dat de integriteit van de bloed- hersen- barriŤre verstoord wordt. Mogelijk dat correctie van deze deficiŽntie van essentiŽle vetzuren een positief effect op het ziektebeloop kan verklaren.

    Het gebruik van leverextracten bleek na onderzoek niet effectief.

    Overigens blijkt dat het gebruik van orgaan- en weefselextracten lang niet altijd zonder (gevaarlijke) bijwerkingen gepaard gaat. Zo zijn er in de literatuur vele ernstige bijwerkingen als anafylactische en anafylactoÔde reacties gemeld na het gebruik van bijvoorbeeld extracten van runderhersenen, rode beenmerg, lever en thymus.

    Ook bij het gebruik van enzympreparaten en plantaardige middelen zijn inmiddels al veel bijwerkingen gemeld in de literatuur.

    Manie en leverontstekingen zijn voorbeelden van ernstige bijwerkingen die gemeld zijn na gebruik van plantaardige c.q. kruidenpreparaten. Het vaak gebruikte motief van Ďbaat het niet dan schaadt het nietí van mensen om alternatieve behandelwijzen of vrij verkrijgbare supplementen te gebruiken lijkt uit deze meldingen niet gerechtvaardigd.

    Ondanks dat vele patiŽnten aangepaste diŽten volgen, is er wat betreft onderzoek naar de effectiviteit ervan in de literatuur (nog) niets te vinden. Ervaringen van patiŽnten en berichten in minder wetenschappelijk gefundeerde literatuur over de positieve effecten van pacing, het volgen van het bloedgroepdieet en van het aanvullen van veronderstelde deficiŽnties als gevolg van hemopyrrollactamurie (HPU) worden vooralsnog niet bevestigd door wetenschappelijke publicaties over de effectiviteit.

    Eťn behandelwijze liet effecten zien op de totale gesteldheid van CVS-patiŽnten. Het betrof een studie naar de effectiviteit van osteopathie maar was helaas van Ďmagere kwaliteití.

    Osteopathie lijkt echter een zeer veilige behandelmethode wat blijkt uit een onlangs verrichte literatuurstudie.



    4. - Osteopathie

    Een osteopathische behandeling bestaat uit het manueel mobiliseren van osteopathische dysyfuncties. Deze dysfuncties kunnen gelegen zijn in het hele lichaam.

    Didactisch verdeelt men in de osteopathie het lichaam vaak in drie systemen/aspecten : pariŽtaal, visceraal en craniosacraal. In al deze systemen zijn bij osteopathisch onderzoek dysfuncties te vinden. Uit onderzoek bleek dat 78% van een groep CVS-patiŽnten een osteopathische dysfunctie had ter hoogte van synchondrosis sphenobasilaris (SSB).

    Decompressie vanhet SSB kan een positieve invloed hebben op CVS.
    Deze foto toont slechts een partiŽle decompressie van de alae major.

    Ook kwamen osteopathische dysfuncties van C3, C4, C5 regelmatig voor (resp. 44,4%, 44,4% en 55,6%). In de thoracale wervelkolom kwamen zowel hoog (T1, T2, T3 resp. 72,2%, 50% en 72,2%) als laag (T9 en 12, resp. 50% en 72,2%) frequent mobiliteitsdysfuncties voor. Ter hoogte van het sacro-iliacale gewricht werden in hetzelfde onderzoek, uitgevoerd bij 18 CVS-patiŽnten veel osteopathische dysfuncties gevonden. Het enkelgewricht was volgens de onderzoeker bij 66,7% in mobiliteit gestoord. Naast de genoemde osteopathische dysfuncties van het cranium, de wervelkolom en de voet waren de viscera ook vaak in osteopathische dysfunctie.

    Lever, galblaas en omentum minus regio werden frequent (72,2%) met een verstoorde mobiliteit gevonden. Tevens waren er vaak stoornissen in de mobiliteit van de dikke darm (55,6%), de twaalfvingerige darm (55,6%) en de longen (50%) te vinden bij deze groep CVS-patiŽnten.

    Mogelijk dat de vermelde osteopathische dysfuncties een invloed hebben op het ontstaan, het onderhouden en / of de intensiteit van CVS.

    Dat osteopathie een positief effect kan hebben op de intensiteit van de klachten bij CVS bleek uit onderzoek door de Britse osteopaat Perrin.

    In de met osteopathie behandelde groep CVS-patiŽnten bleek na een jaar dat de klachten met gemiddeld 40% waren afgenomen. Deze verbetering was significant beter dan die in de niet manueel behandelde controlegroep, waar zelfs een gemiddelde achteruitgang van 1% te zien was. De mate van spiervermoeidheid nam af door osteopathische pariŽtale behandeling. Ook namen de rugklachten af, nam de mate van depressiviteit en angst af, verbeterde het slapen, de cognitieve functies en de algemene symptomen welke geassocieerd zijn met CVS. Mogelijk dat het effect van osteopathische behandeling bij CVS is te verklaren door een verbeterd functioneren van het (vegetatieve) zenuwstelsel, het immuunsysteem en de viscera, en een verbeterde doorbloeding van de skeletmusculatuur. Deze resultaten en hypothesen worden ondersteund door de resultaten uit andere verrichtte onderzoeken. Daaruit blijkt namelijk dat osteopathie een positief effect kan hebben op de immuunrespons en op de tonus van de musculatuur.

    Daarnaast zijn er studies die laten zien dat prikkelbare darmklachten, frequent voorkomend bij mensen met het CVS, significant verbeteren na osteopathische interventie en dit geld ook voor klachten als hoofdpijn, migraine, bekkeninstabiliteit en andere pijnklachten in het bewegingsapparaat.

    De resultaten van Perrin vormen nog niet het bewijs voor de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van CVS. Dit daar de kwaliteit van het onderzoek getoetst volgens zowel wetenschappelijke als osteopathische criteria niet aan de belangrijkste eisen voldoet.

    Toch mogen de uitkomsten van de studie van Perrin veelbelovend genoemd worden en deze resultaten rechtvaardigen vervolgonderzoek. Ook uit onderzoek bij migrainepatiŽnten werd een verbetering van vermoeidheidsklachten gezien na osteopathische behandeling. Deze verbetering was na een jaar 23% tegenover 13% in de controlegroep, maar was niet significant. Indien osteopathie gecombineerd werd met voedingsaanpassing na consultatie van een natuurarts namen de klachten in grotere mate af dan wanneer alleen osteopathisch behandeld werd.

    Dit toont het belang van een multidisciplinaire aanpak van vermoeidheidsklachten, waarover verderop in dit artikel meer.



    5. - Kwetsbare mensen

    Zoals boven beschreven ziet men in de psychiatrie CVS als een somatoforme stoornis (een zogeheten substraatloze aandoening). Ook RSI, whiplash, fibromyalgie en stemmings- en angststoornissen zouden net als CVS ook gerekend worden tot de somatoforme stoornissen en te verklaren zijn als een reactie van het lichaam op gevoelens van machteloosheid en stress. Al deze in de reguliere geneeskunde onbegrepen symptomen zouden een syndroom vormen en het zou gaan om een ontregeling van de Hypothalamo-hypofyse-bijnier as (HHB-as),volgens de Nederlandse psychiaters Koerselman en Zitman.

    Negatieve emotionele belevingen als depressieve klachten kunnen net als pijn en koorts een signaal zijn. Een signaalwaarde is zinvol en heeft een aanpassingsfunctie.Veel patiŽnten met Ďonbegrepen lichamelijke klachtení hebben een ziektebeleving waarbij deze processen verstoord zijn, aldus Koerselman in Medisch Contact. ĎDe lichamelijke sensaties van deze mensen kunnen heel goed reŽel zijn, maar ze kunnen versterkt worden. Sommige patiŽnten raken excessief gefocust op hun klachten en gaan denken in termen van alles of niets: Ďeerst moeten de klachten weg, dan ga ik er weer over denken om aan het werk te gaan.í Deze mensen hebben het gevoel dat ze in hun territorium, in hun autonomie worden bedreigd. Er overkomt ze iets wat ze niet hebben gewild, wat ich-fremd is.

    Het is een soort aanval. Mensen die daar gevoelig voor zijn, lopen een groot risico op het krijgen van een somatoforme stoornis.

    De prognose van CVS wordt vervolgens nog eens negatief beÔnvloed wanneer patiŽnten hun gezondheidstoestand of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan stress of psychologische factoren.

    PatiŽnten met CVS en fibromyalgie blijken hun klachten vaak toe te schrijven aan een somatische ziekteoorzaak.

    Anderen brengen hun klachten in verband met psychische stress, emotionele traumata, depressie of angst. Een uitsluitend somatische attributie houdt meer risicoís in op gevoelens van hulpeloosheid en demoralisatie, evenals vermijding van activiteiten, waardoor de klachten in stand worden gehouden of verergeren.

    Luisteren naar wat het lichaam te vertellen heeft lijkt een zinvol advies voor CVS-patiŽnten. ĎBen ik wellicht over mijn grenzen gegaan en zou het wellicht verstandig zijn in de toekomst zorgvuldiger met mijn energie- en pijnmechanismen om te gaan ?í In de psychiatrie ziet men hierbij ook een rol weggelegd voor CGT : de behandeling richt zich specifiek op misattributies en conditioneringen, ook in relatie tot emoties en die zouden het hart vormen van deze a-specifieke klachen.

    De verklaring hoe stress tot CVS kan leiden is mogelijk via de theorie van HHB-as.Deze HHB-as is het neurohormonale stress-systeem dat ons in staat stelt adequaat te reageren onder allerlei vormen van spanning. Wanneer dit systeem goed functioneert waarschuwt het ons middels pijn- en vermoeidheidssignalen wanneer de belasting de draagkracht te boven gaat. En in acute situaties kan het systeem pijn en vermoeidheid onderdrukken. Eerder werd al in dit artikel gewezen op de gevonden afwijkingen van de hypofysebijnier-as, het serotonerge en immuunsysteem bij CVS.

    Stress uit zich in cortisolproductie van de bijnierschors. Cortisol en andere corticosteroÔden hebben invloed op het functioneren van de genoemde systemen. Cortisol remt ontstekingsprocessen, bevordert de opbouw van cellen, heeft een directe invloed op hersenfuncties als slaap, libido, eetlust, motivatie, concentratie en het vermogen zich ingrijpende gebeurtenissen te herinneren.

    Deze processen zijn bij CVS vaak alle in mindere of meerdere mate verstoord. Een bekend gegeven is ook dat een langdurig verhoogde of verlaagde cortisolspiegel (zoals bij CVS) een nadelig effect heeft op het functioneren van neuronen in het brein, met name in de hippocampus, de limbische structuur die nauw betrokken is bij processen van leren en geheugen. Blootstelling aan ernstige stress kort na de geboorte kan tot een duurzaam afwijkende instelling van het HHB-systeem leiden, hetgeen op latere leeftijd tot gedragsstoornissen kan leiden. Zeer waarschijnlijk bestaat er ook een genetisch bepaalde kwets

    baarheid : stemmings- en angststoornissen en aspecifieke klachten komen in bepaalde families meer voor en ook studies bij tweelingen laten dit verband zien.

    CorticosteroÔden kunnen bovendien ook de expressie van genen regelen, mogelijk met een verhoogde kwetsbaarheid voor depressies als gevolg. De HHB-as staat zo onder invloed van psychosociale en erfelijke factoren. De erfelijke aanleg kan zich vertalen in de persoonlijkheidsstructuur. Indien je vroeg in het leven slachtoffer bent geworden van een of meer akelige, stresserende gebeurtenissen en je bent daarvoor gevoelig door je type persoonlijkheid, dan maakt je dat later waarschijnlijk nog kwetsbaarder voor nieuwe ellende.

    De gevoeligheid kan nog eens extra belast worden door een overactieve levenstijl (extreme gedrevenheid, prestatiegerichtheid, perfectionisme, neiging zichzelf weg te cijferen en moeilijk grenzen kunnen stellen aan eisen van anderen) en fysieke en/of psychologische stressvolle gebeurtenissen.

    Bij CVS zou volgens psychiater Van Houdenhove evenals bij fibromyalgie sprake zijn van een verstoorde relatie tussen willen en kunnen. De frequente -aan het ziek worden voorafgaande- overactieve levenstijl van vele CVS- en fibromyalgiepatiŽnten, lijkt daarin zijn oorsprong te vinden. Een gebrek aan gevoel van gewaardeerd, erkend en geliefd worden zou heel goed aan de basis kunnen liggen van de overactieve levenstijl van de potentiŽle CVS-patiŽnt.

    Soms, en niet zelden onverwachts, kan bij deze patiŽnten de energie opnieuw gaan stromen. Het willen lijkt weer gevoed te worden door het kunnen. De geblokkeerde energie lijkt gedeblokkeerd te kunnen worden als ze weer ergens naartoe kan stromen, bijvoorbeeld naar een haalbaarder, aantrekkelijker of belangrijker doel. Anders gezegd : als de wil weer een weg heeft. En, misschien nog wel belangrijker, als zij, in wat ze doen, door betekenisvolle anderen erkend, geliefd en gewaardeerd gaan voelen.



    6. - Prognose

    De prognose van CVS wordt zoals eerder besproken negatief beÔnvloedt wanneer patiŽnten hun gezondheidstoestand of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan stress of psychologische factoren.

    Minder dan 10% van de CVS-patiŽnten blijkt uiteindelijk terug te keren naar het vroegere functioneringsniveau.

    Anderzijds zegt meer dan de helft na verloop van maanden of jaren minder klachten te hebben.

    Ander onderzoek laat zien dat een controlegroep na een jaar niet verbeterd of zelfs 1% verslechterd.

    Oudere leeftijd, zeer lang aanhoudende klachten (was het geval bij onderzoek Perrin e.a.), het vermelde hardnekkige geloof in een somatische oorzaak, bijkomende en onbehandelde psychiatrische stoornissen, evenals langdurige vermijding van activiteiten impliceren allemaal een slechtere prognose. Het verloop van CVS bij kinderen is wel aanzienlijk gunstiger dan bij volwassenen.



    7. - Toekomstig onderzoek

    Onderzoekers zijn geneigd hun favoriete theorieŽn te testen en doen zelden bevestigende studies. Ook vergelijken studies vaak data van inactieve CVS-patiŽnten met gezonde proefpersonen die extreem actief kunnen zijn.

    De verschillen tussen de beide groepen komen dan niet door de aandoening maar door het verschil in activiteitniveau en conditie. Dit verlaagt de betrouwbaarheid van de verkregen uitkomsten uit onderzoek dat tot nu toe is verricht.

    Dit is voorts ook het geval daar CVS-patiŽnten een heterogene groep vormen met frequente comorbiditeit (bijv. depressie, fibromyalgie, prikkelbare darmsyndroom) waarvan de aanwezigheid de uitkomsten van onderzoek kan beÔnvloeden. Stratificatie strategieŽn om genoemde comorbiditeit te controleren zou de homogeniteit van studiegroepen ten goede komen en helpt mogelijke organische oorzaken te isoleren in subgroepen van patiŽnten met CVS.

    Het fluctuerend verloop met exacerbaties en gedeeltelijke remissies en fluctueren van het energieniveau in termen van dagen en weken toont het belang van longitudinale studies met herhaalde metingen. Lange termijn studies met een follow-up van 6 tot 12 maanden zijn nodig om er zeker van te zijn dat het resultaat van de behandeling zelf komt en niet het gevolg is van een fluctuerend verloop van de aandoening.

    Een goede graadmeter voor de mate van effectiviteit van een behandeling zou kunnen zijn: de mate van toename van belastbaarheid meten in de toename van het aantal werkuren, terugkeren naar de werkvloer of school of toegenomen lichamelijke activiteiten. Er is behoefte om gestandaardiseerde uitkomstmaten te gebruiken in toekomstige studies naar de effectiviteit van behandelwijzen bij CVS, zodat de resultaten van studies onderling vergeleken kunnen worden.

    Daar behandelwijzen niet alleen beoordeeld worden op basis van hun effectiviteit maar onder andere ook op basis van risicoís en veiligheid lijkt het aan te bevelen studies te doen naar zowel de effectiviteit als veiligheid van de door CVS- patiŽnten veel gebruikte natuurlijke en alternatieve behandelwijzen. Osteopathie en gebruik van supplementen als magnesium en essentiŽle vetzuren lijken voorlopig de meest effectieve en veilige complementaire behandelmethoden voor mensen met het CVS.

    Uitgaande van de huidige, in dit artikel beschreven, beschikbare kennis lijkt het gerechtvaardigd CVS te zien als een multicausale aandoening waarbij de optimale behandeling bestaat uit een interdisciplinaire benadering.

    Concluderend sluit ik mij daarom graag aan bij de wens van Van Houdenhove dat Ďmen hopelijk in de komende jaren ook gaat inzien dat interdisciplinaire projecten vruchtbaardere onderzoekshypothesen en -resultaten kunnen opleveren, dan wanneer somatische en psychosociale disciplines, zonder veel onderling contact, hun eigen gang gaan.

    Ik denk hierbij aan interdisciplinaire behandelstrategieŽn waar psychosociale- en activiteitsgebonden begeleiding worden gecombineerd met osteopathische behandeling en zo nodig begeleiding op het vlak van de stofwisseling en voeding.



    Summary

    • The cause of the chronic fatigue syndrome remains unknown despite several suggested hypotheses, of which immunological, viral, psychological and neuroendocrine factors.

    • Making a diagnosis is very difficult because there is no laboratorytest available and is therefore based mainly on the symptoms of the patient.

    • In the beginning the symptoms of CVS-complaints seem to be preceded by a combination of infections and negative life events. Those who suffer a viral infection are more likely to develop CVS when they are under stress.

    • Treatments based on cognitive behaviour therapy and Ďgraded exercise therapyí have shown promising results with partial symptoms. Other forms of treatment of CVS have shown insufficient proof with respect to their efficacy. One study into the efficacy of osteopathy showed significant positive effects on the overall condition of the CVS-patients. Osteopathy is possibly a safe and effective way of treatment with CVS.

    • Listening to what the body has to say seems to be a useful advice for CVS-patients. Having a clear view of the behavioural factors which have possibly contributed to the development of the chronic fatigue complaints is desirable because the prognosis of CVS will be negatively influenced when patients ascribe their health condition or disorder to mere physical factors in stead of stress and psychological factors.

    • The theory of the Hypothalamas-Hypophysis-Adrenalax can possibly be used to explain how stress can lead to CVS.

    • It seems justified to see CVS as a multifactorial disorder where the optimal treatment consists of an interdisciplinary approach where psycho-social-and occupational therapy are combined with osteopathic treatment and where necessary with advice in the field of metabolism and nutrition.

    • There is a need for good long-term studies with a follow-up of six to twelve months who make use of standardised outcome measures, stratified strategies to control co-morbidity and which measure the increase of accessibility. It is recommended to do such studies not only into the efficiency but also into the safety of the frequently used natural and alternative therapies by the CVS-patients.



    Literatuur

    1. De Vries H, Fechter MM, Koehoorn J, Claessen FAP, De Haan M. Moeheid. Huisarts Wet 2002;45(1):27-31

    2. Fukuda K et al., The chronic fatigue syndrome : a comprehensive approach to its definition and study. Annals of Internal Medicine 1994;121:953-959

    3. Natelson BH. Chronic Fatigue Syndrome. JAMA 2001;285:2557-2559

    4. Michiels V, Cluydts. Neuropsychological functioning in chronic fatigue syndrome : a review. Acta Psychiatr Scand 2001;103:84-93

    5. Morris R, Sharpe M, Sharpley A, Cowen P, Haughton K, Morris J. Abnormalities of sleep in patients with chronic fatigue syndrome. BMJ 1993;306: 1161-1164

    6. Bested AC, Saunders PR, Logan AC. Chronic fatigue syndrome: neurological findings may be related to blood-brain barrier permeability. Medical Hypotheses 2001;57(2):231-237

    7. Whiting P, Bagnall A, Sowden AL, Cornell JE, Molrow CD, Ramirez G. Interventions for the Treatment and Management of Chronic Fatigue Syndrome. A Systematic Review.JAMA 2001;286:1360-1368

    8. Maassen H en Crul BVM. Medisch Onkruid. Onbegrepen lichamelijke klachten. De Paarse Brandnetel vraagt aandacht voor onbegrepen lichamelijke klachten. Medisch Contact 2001;56(48): 1760-1764

    9. Loos WS de. Op zoek naar de bron. Onbegrepen lichamelijke klachten. Psychiatrie maakt het Ďmysterieuzeí begrijpelijk. Medisch Contact 2001;56(50):1845-1848

    10. Maassen H. Ontregelde functies. Somatoforme stoornissen als een biologische reactie op stress. Onbegrepen lichamelijke klachten. Medisch Contact 2002;57:280-283

    11. De Smet PAGM, Pegt GWM, Meyboom RHD. Acute circulatoire shock na toepassing van het niet-reuliereenzympraparaat Wobe-Mugos. Ned Tijdschr Geneesk 1991;135(49):2341-2344

    12. Moore N, Coquerel A, Hannequin D, Senant J, Lees O, Sauger F. Exacerbation of multiple sclerosis during therapy that included brain extracts. The Medical Journal of Australia 1988;149:343-344

    13. Guzelcan Y, Scholte WF, Assies J, Becker HE. Manie tijdens het gebruik van een combinatiepreparaat met sint-janskruid (Hypericum perforatum). Ned Tijdschr Geneesk 2001;145(40):1943-1945

    14. Crijns APG, De Smet PAGM, Van Den Heuvel M, Schot BW, Haagsma EB. Acute hepatitis na gebruik van een plantaardig preparaat met stinkende gouwe (Chelidonium majus). Ned Tijdschr Geneesk 2002;146(3):124-128

    15. Terluin B. Journaal. Artsen en patiŽnten eens over chronische vermoeidheid. Huisarts Wet 2002;45(4):161

    16. Hoffman C. Het bloedgroep dieet, een praktische handleiding. De kern Baarn 2000, derde druk

    17. Graaf T de. HPU De Ďherontdekkingí van een ziekte. Ortho 2002 (1):5-8

    18. Graaf T de. HPU De Ďherontdekkingí van een ziekte. Deel 2. De behandeling. Ortho 2002 (2): 58-62

    19. Perrin RN, Edwards J, Hartley P. An evaluation of the effictiveness of osteopathic treatment on symptoms associated with Myalgic Encephalomyelitis. A preliminary report. Journal of Medical Engineering and Technology 1998;22(1): 1-13

    20. Tintelen M van. De Veiligheid van Osteopathie: een overzicht van de literatuur tussen 1966 en 2001. De Osteopaat 2001;2(4):22-30

    21. Haanappel B. Inventarisatie van osteopathische letsels bij ME-patiŽnten. Yearbook 1996. The International Academy of Osteopathy

    22. Tintelen M van. De Effectiviteit van Osteopathie. Een systematisch en kritisch overzicht van de literatuur tussen 1966 en 2001. De Osteopaat 2002 3(1):3-12

    23. Tintelen M van. Een onderzoek naar de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van migrainepatiŽnten. Thesis gepresenteerd voor de jury van de Belgische Vereniging voor Osteopathie, Antwerpen juni 2001

    24. Van Houdenhove B. Moe in tijden van stress. Luisteren naar het chronische vermoeidheid syndroom. Lannoo, Tiel 2001.


    Cfr. : http://66.102.9.104/search?q=cache:WdvJBZ8uz7AJ:www.osteopathie.nl/nvopdf/chronisch.pdf+Koerselman+whiplash&hl=nl

    05-07-2005 om 20:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fiatpassie
    blog.seniorennet.be/fiatpas
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!