NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • Jaya Poker
  • Tube Bending
  • Cara memlihara burung
  • Slim Quick
  • Dentist Roseville CA

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • sadas (asdASD)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • sadas (asdASD)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • sadas (asdASD)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • sadas (asdASD)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid... waarom eigenlijk ? - Gedachten over menselijke energie, levenskracht en hoe daarmee om te gaan
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel I
  • sadas (asdASD)
        op Vluchten in het werk
  • sadas (asdASD)
        op Fibromyalgia can no longer be called the 'invisible' syndrome
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    sprokkels
    blog.seniorennet.be/sprokke
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    louis1946
    blog.seniorennet.be/louis19
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    rayke
    blog.seniorennet.be/rayke
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    frankieboy
    blog.seniorennet.be/frankie
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    gondagrammet
    blog.seniorennet.be/gondagr
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    26-07-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Amalgaam - Lijst van de symptomen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Amalgaam

    Lijst van de symptomen
     

    Amalgaam vullingen in het gebit is een legering van diverse metalen die voornamelijk kwik en palladium bevat.
    Vroeger werd veel amalgaam gebruikt.
    Omdat de giftige werking wel bekend begint te geraken is men inmiddels overgegaan op composietvullingen die weliswaar min-der giftig zijn maar ook niet onschuldig.
    Zware metalen leiden vooral vaak tot neurologische aandoeningen zoals M.Alz-heimer (dementie) M. Par-kinson, MS (Multipel Scle-rose) en ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose) een degeneratieve ziekte waarbij in het ruggemerg die cellen heel snel te gronde gaan die alle skeletspieren aansturen.

    Cfr. : http://www.menssana.nu/index.php?ontgiften&hashID=9176e3d93af57e92d8f2b3173db8c949#1 
    • Aangeboren misvormingen

    • Aangeboren stofwisselingsziekten: o.a. PKU en CHT

    • Aangezichtspijnen

    • Abnormale kromming van de wervelkolom (scoliose)

    • Abnormaal veel zweten

    • Abnormale hartgeluiden bv luide mitralis snap

    • Acute en chronische idiopathische pancreatitis

    • Ademtekort

    • AllergieŽn

    • Allerlei andere vormen van kanker

    • Altijd een koud gevoel : vooral handen en voeten

    • Amyotrofische Lateraal Sclerose (ALS)

    • Anemie

    • Aneurysma aortae, dissectie van de aorta

    • Angina pectoris

    • Angsten / paniekaanvallen / pleinvrees

    • Apathie / ongeÔnteresseerdheid

    • Aphten

    • Aritmie, asynchrone contractie hartkamers

    • Arthrosis Deformans

    • Asthma

    • Atherosclerose

    • Auto-immuun nierziekten zoals chronische glomerulonefritis agv SLE

    • Auto-immuunziekten van de huid (o.a. SLE)

    • Belabberd, lamlendig gevoel

    • Benauwdheid

    • Beroerte, hart- of longinfarct door atherosclerotische trombus

    • Besluitloosheid

    • Bijnier afwijkingen (adrenaline en cortison)

    • Blaren

    • Bloeddruk te hoog of te laag

    • Bloedend tandvlees

    • Brandende tong

    • Branderig gevoel

    • Candida infecties

    • Chronische koorts

    • Chronische nierinsufficiŽntie agv glomerulonefritis

    • Chronische vermoeidheid / gebrek aan energie / slapheid

    • Clusterhoofdpijn

    • Colitis ulcerosa : ontsteking van het colon

    • Concentratieproblemen, direct afgeleid

    • Constipatie

    • Constrictie van de mond

    • Continu hoesten

    • De Toni-Fanconi syndroom

    • Dermatitis

    • Diverse auto-immuunziekten

    • Droge huid of acnť

    • Droge mond

    • Droge pijnlijke ogen

    • Dubbelzien

    • Duizeligheid (vertigo), duizelingen

    • Eczemen

    • Epilepsie

    • Ernstige ondermijning afweermechanisme

    • Ernstige zenuwpijnen als voorbode van MS en ALS

    • Extra gevoelig voor electromagnetische velden

    • Extreem overgevoelig voor geluid

    • Faalangst

    • Flauwvallen

    • Fluctuerende bloeddruk

    • Frequent voorhoofdsholte-ontsteking en/of ontsteking van de bijholten

    • Galblaas klachten

    • Geen zelfcontrole

    • Geen zelfvertrouwen

    • Geen zin in eten

    • Gehele of gedeeltelijke verlamming spier(en), diverse spierziekten

    • GeÔrriteerde darmen 'Irritable Colon Syndrome' / 'Spastic Colon'

    • Gevoel alsof het heet is

    • Gevoel van druk in het lichaam

    • Gewrichtspijnen ischias

    • Gezichtsverlamming

    • Hallucinaties

    • Hartinfarct, geleidingsdefecten, bundeltakblok

    • Hartkloppingen / onregelmatige hartslag / overslaan van het hart

    • Hersenbloeding

    • Hoofdpijnen / bijv. direct na het eten. / migraine

    • Hoofdpijnen die jarenlang aanhouden en waartegen niets helpt

    • Hyperglycemie : acute diabetes mellitus op volwassen leeftijd

    • Hyperventilatie

    • Hypofyse-, schildklier- en hypothalamus afwijkingen

    • Hypoglycemie

    • Infectieuze endocarditis, acuut reuma

    • Intramusculaire infecties van de hartspier

    • Jeuk

    • Kaakklem

    • Koude handen en voeten

    • Koude neus en/of koude andere delen van het lichaam

    • Krampen

    • Leukemie, lymfklierkanker

    • Levertumoren en andere leverziekten

    • Lichen planus

    • Licht gevoeligheid

    • Longembolie

    • Maag klachten, zweren in de maag- en dunne darmwand

    • ME

    • Mensenschuwheid

    • Menstruele stoornissen

    • Metaalsmaak

    • Microalbuminurie

    • Migraine

    • Minder arbeidscapaciteit (zowel intellectueel als fysiek)

    • Misselijkheid

    • Moeite met logisch denken / van de hak op de tak springen

    • Multiple sclerose (MS)

    • Nachtelijke zweetaanvallen

    • Nefritisch en nefrotisch syndroom : focale glomerulosclerose

    • Nefrogene hypertensie

    • Nefrotoxische acute tubulusnecrose

    • Neiging tot flauwvallen

    • Neiging tot zelfmoord, suÔcidale gedachten

    • Nerveus / constant gespannen zijn / neurotisch gedrag / innerlijke onrust

    • Netelroos

    • Nierafwijkingen

    • Niet uit woorden kunnen komen, asynchroon spreken en denken (meer dan 20% van de psychiatrische patiŽnten in ziekenhuizen is opgenomen vanwege kwikvergiftiging uit amalgaamvullingen)

    • Obesitas of vermagering

    • Oedeem

    • Ontsteking van de prostaat

    • 'Onverklaarbare' pijnen in gewrichten en spieren

    • Onvolwassen gedrag, niet in staat tot het voorzien in eigen onderhoud

    • Oogontstekingen

    • Oorgeruisen, pieptoon in het oor

    • Oorpijn

    • Pancreas(kop)carcinoom

    • Permanent sexueel opgewonden, voyeurisme en dwangmatige sexuele uitingen

    • Permanente depressieve stemming

    • Pijn aan de meniscus

    • Pijn in de borsten

    • Pijnen in de borst (o.a. onverklaarbare pijnen in linker deel van de borst)

    • Pijnen rond de lever, kapselspanning

    • Pijnlijk en branderig gevoel in de mond

    • Pijnlijke en langdurige (pre)menstruatie

    • Pijnlijk gezwollen lymfeklieren

    • Plotselinge woede

    • Problemen met de voeten

    • Problemen met vruchtbaarheid, onvruchtbaarheid

    • Prostaatproblemen

    • Psoriasis

    • Psychose / waanvoorstellingen / achtervolgingswaan

    • Recidive niertransplantaties

    • Reumatische ziekten

    • Rode, geÔrriteerde keel

    • Rugpijn / lage rugpijnen / hernia

    • Rusteloze benen

    • Schade aan evenwicht en gehoor / doofheid

    • Schildklierproblemen

    • Schizofrenie, decorumverlies

    • Schouder-/nekpijnen

    • Schrikachtigheid, overgevoelig voor geluid

    • Sexuele problemen en afwijkingen

    • Sinusitis

    • Sinustachycardie, boezem- en kamerfibrillatie

    • Slaapproblemen, ernstige slapeloosheid

    • SLE

    • Slecht korte termijn geheugen

    • Slechte adem

    • Slikmoeilijkheden / opgezet strottehoofd

    • Smaakveranderingen

    • Snel geÔrriteerd

    • Snel kouvatten

    • Snel krijgen van infecties

    • Snelle stemmingsverandering / moeite eigen gedrag onder controle te houden

    • Speekselklier ontsteking

    • Speekselvloed, kwijlen

    • Spieratrofie

    • Spierkramp

    • Spiertrekkingen

    • Spraakproblemen

    • Stijfheid

    • Stotteren / moeilijk uit woorden kunnen komen

    • Tandenknarsen

    • Tandpijn

    • Tandvleesontsteking (paradontitis), zwellingen mondslijmvlies

    • Temporo Mandibulaire Dysfunctie (TMD) 

    • Terugkerende ontsteking bovenste luchtwegen

    • Tintelende sensaties

    • Tremor

    • Trillen van vingers / oogleden / lippen / voeten

    • Troebel zicht

    • Tubulo interstitiŽle nefritis

    • Tunnelzien

    • Urineweginfecties

    • Vaak plassen

    • Vaak rillingen

    • Vaak verkouden

    • Verandering van haarkwaliteit

    • Verdoofd gevoel

    • Vergeetachtigheid

    • Verhoogde behoefte aan slaap

    • Verlammingen van benen en armen

    • Verlegenheid / bedeesdheid /afhankelijkheid

    • Verlies coŲrdinatie van ogen en spieren

    • Verlies of juist toename van gewicht

    • Verlies van haar

    • Verlies van tanden

    • Verminderd reactie vermogen

    • Verminderde eetlust, weerzin tegen voedsel (anorexia)

    • Verminderde stressbestendigheid

    • Vermoeide benen

    • Verschietende pijnen

    • Verstopt gevoel

    • Voegtijdige kaalheid

    • Voorkeur voor infantiele sexualiteit, regressiegedrag

    • Vreemde spierkrampen / beenkrampen

    • Weerstand tegen intellectueel werk

    • Ziekte van Alzheimer

    • Ziekte van Crohn

    • Ziekte van Parkinson

    • Zure smaak

    • Zwakheid van de spieren

    • Zweren

    • Zweren op tandvlees, verhemelte en de tong en in mondslijmvlies.





    Cfr. :
    http://www.amalgaam-site.tmfweb.nl/klachten.htm
     


    26-07-2006 om 17:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reguliere kijk op het amalgaam probleem - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  
















    Reguliere kijk op het amalgaam probleem


    Deel II

     


    Bibliografie
    :

    1. Amalgaam en stress : een dodelijke combinatie - Over kwikvergiftiging, tandenknarsen en depressie http://www.patrikpeters.amalgaam.be/amalgaam_en_stress.htm  

    2. Amalgaambeschadigingen in Nederland en in het buitneland - Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Biologische Tandheelkunde [NVBT] : http://www.nvbt.nl/hot-metalen-ned001.html 

    3. Amalgaamvullingen en uw gezondheid - Wim van Die - mei 2002 http://www.nvbt.nl/DATA/jdvriesboek.htm 

    4. Bio-Tandartsen Ė Definitie Ė Lijst voor BelgiŽ en Nederland van bio-tandartsen - Definitie van de ideale bio-tandarts (volgens Amalgaam.be) - "Het ideaal is slechts een goede richtingaanwijzer" :
      - Plaatst nooit amalgaam-vullingen
      - Gebruikt enkel goud of edelmetalen bij afwezigheid van amalgaam en dan nog best na compatibiliteitstest (legering)
      - Verwijdert amalgaamvullingen zo veilig mogelijk met afzuigsysteem (Cleanup) en zo mogelijk rubberdam
      - Zoekt naar de meest bio-compatibele vullingen en gebruikt waar mogelijk porselein (budget)
      - Laat patiŽnten testen voor reacties op vullingsmaterialen (electro-acupunctuur)
      - Past alternatieve wortelkanaalbehandeling toe of vermijdt ze door verwijdering
      - Schraapt na extractie van een tand of kies ook de basis tot op het kaakbeen (infecties)(caviteitscan)
      - Vermijdt antibiotica en gebruikt eerder kruidenextracten
      - Kan galvanische stromen meten
      - Gebruikt een veilig verdovingsmiddel, bv. lidocaÔne i.p.v. articaÔne, ofwel hypnotherapie
      - Vermijdt fluor in alle dentale producten
      - Verwijdert zo weinig mogelijk gezond weefsel
      - Bekijkt de patiŽnt als geheel
      - Communiceert zoveel mogelijk met de patiŽnt over de amalgaamproblematiek en luistert naar klachten
      - Werkt samen met ontgiftingsspecialisten en holistische/natuur-dokters in supervisie van gezondheid van de patiŽnt of is zelf goed thuis in de ontgiftingsproblematiek.
      Lijst voor BelgiŽ en Nederland van bio-tandartsen - Hier vindt u een lijst van tandartsen die volgens onze informatie "amalgaam-bewust" en zo gezond mogelijk tewerk gaan (uiteraard zijn we niet verantwoordelijk voor de werkwijze van deze tandartsen). Je kan best de nodige kritische vragen stellen alvorens tot behandeling over te gaan.
      Aanvullingen/correcties op deze lijst en ervaringen zijn welkom op het forum.
      Deze lijst wordt samengesteld en aangevuld met door ons verzamelde informatie van en voor amalgaamslachtoffers en is zeker geen publicitaire actie.
      Voor BelgiŽ :
      http://www.amalgaam.be/biotandartsen.php
      Voor Nederland :
      http://www.amalgaam-site.tmfweb.nl/amalgaam%20tandartsen%20therapeuten%20amalgaamvrij%20Nederland,%20Duitsland%20en%20Belgie.htm

    5. Chronische vermoeidheid door gifstoffen - 27 februari 2001 - Vlaams Platform Milieu en Gezondheid - cfr. : www.milieugezondheid.be - In de nabijheid van vervuilingsbronnen (onder meer de afvalverbrandingsoven Sint-Niklaas) hebben wij vastgesteld dat mensen onder andere lijden aan Chronische Vermoeidheid. 
      Professor fysiologie Kenny De Meirleer van de VUB, de Vrije Universiteit Brussel zegt nu dat het chronisch vermoeidheidssyndroom of CVS zo goed als zeker niet te wijten is aan stress of een opgelopen trauma.
      Uit vrij complexe studies is gebleken dat CVS geen psychiatrische of psychologische aandoening is.
      De aandoening wordt daarentegen veroorzaakt door blootstelling aan zware metalen en andere giftige stoffen, zoals PCB's, die het afweersysteem aantasten.
      Cfr. :
      http://home.tiscali.be/milieugezondheid/pers/010227.CVS_door_gifstoffen.htm 

    6. Clean Up (kwikdamp) : http://www.amalgaam-site.tmfweb.nl/Cleanup%20-%20Clean%20Up%20-%20kwikdamp.htm 

    7. De amalgaamvulling : een giftige tijdbom - (oorspr. titel : 'The toxic timebomb - Silver dental fillings' - cfr. http://www.amazon.com/gp/product/0943358248/102-5747827-2218539?v=glance&n=283155 -) - Sam Ziff - Kampen : La RiviŤre & Voorhoeve, cop. 1987 - ISBN 90-6084-615-X.

    8. Melisa - The 'memory lymphocyte immunostimulation assay' (MELISA) is useless for the detection of metal allergy [Article in Dutch] - Koene RA. - Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Sep 17;149(38):2090-2 + PMID: 16201597 - For the past several years, there has been an advertising campaign, especially focused on dentists, to promote the so-called 'memory lymphocyte immunostimulation assay' (MELISA) for the detection of metal allergy. A study of the sparse scientific literature reveals that, as a consequence of the high number of false-positive results, this test is of no use for the diagnosis of metal allergy. Moreover, the claims of the developers of the test that metal allergy plays a role in several immune-mediated diseases, metabolic diseases and neurological or mental disorders are not based on sound scientific evidence.
      Comment in : *
      Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Nov 19;149(47):2644-5; author reply 2645 - * Ned Tijdschr Geneeskd. 2006 Mar 4;150(9):520; author reply 520-1 - Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=16201597&dopt=Abstract

    9. Melisa test Ė Melisa staat voor : 'memory lymphocyte immunostimulation assay'. Deze test meet enkel je immunologische gevoeligheid voor bepaalde metalen (bv. kwik), via de lymfocyten in het bloed. Speciale bloedtest met levende bloedcellen. Het geeft dus geen uitsluitsel over de aanwezigheid van kwik in je lichaam.
      Cfr. :
      http://www.melisa.org/

    10. Metaalgrijze tandvullingen lekken giftig kwik ! : http://www.amalgaam.be/

    11. Metalen in de mond - Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Biologische Tandheelkunde (NVBT).
      Cfr. : 
      http://www.nvbt.nl/hot-metalen.html 

    12. Parodontitis
      Parodontitis is een term uit de tandheelkunde.
      De letterlijke betekenis is ontsteking (=itis) rondom (=paro) de tand (=dont) oftewel de ontsteking van de weefselen rondom de tand.
      Het is een bacteriŽle infectieziekte die ontstaat door ontstoken tandvlees oftewel
      gingivitis.
      In een verder gevorderd stadium kan het kaakbot erdoor worden aangetast, wat verlies van kiezen en tanden tot gevolg kan hebben.
      Waar
      gingivitis vooral door de hoeveelheid tandplaque veroorzaakt wordt (m.a.w. dus van alle bacteriŽn), is parodontitis te wijten aan de activiteiten van specifieke bacteriŽn, zoals Actinobacillus actinomycetemcomitans, Treponema denticola, Porphyromonas gingivalis', Prevotella intermedia, ...
      Daarbij spelen ook nog eens verschillende andere factoren een rol, zoals :
      roken, systemische aandoeningen zoals diabetes, genetische factoren (erfelijkheid -)
      De afbraak van bot wordt voornamelijk veroorzaakt door de lichaamseigen afweer tegen de bacteriŽn (o.a.
      Interleukine 1), die zich ook richt tegen het parodontium - : http://nl.wikipedia.org/wiki/Parodontitis 

    13. Parodontitis integraal bekeken - Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Biologische Tandheelkunde (NVBT) http://www.nvbt.nl/DATA/parodontitis.pdf 

    14. Stichting Amalgaamvrij Nederland : http://www.amalgaam-site.tmfweb.nl/index.html 

    15. Suiker, amalgaam en hun invloed op uw gezondheid - Een ontmaskering - Richard van der Poort - Ankh-Hermes (Ankertjes serie 128) - ISBN : 9020206958 : http://www.gezondheidsboek.nl/nl/boek/1667/Suiker,+amalgaam+en+hun+invloed+op+uw+gezondheid.html 

    16. Veilige vullingen met kwik
      Martijn ter Borg - Vereniging tegen de Kwakzalverij - Uitgegeven : 21 April 2006 - Laatst gewijzigd : 19 Mei 2006 - Al vele jaren wordt beweerd dat amalgaam als vulmiddel voor de behandeling van gaatjes in de tanden schadelijk zou zijn. Het internet staat er vol mee; met name de Stichting Amalgaamvrij Nederland zet zich in om onder de aandacht brengen dat elk gebit in Nederland amalgaam vrij zou moeten zijn. Een scala aan klachten wordt toegeschreven aan amalgaam. Je kunt het zo gek niet noemen of amalgaam kan er de oorzaak van zijn. Van voyeurisme, allerlei vormen van kanker, uitvallende tanden, hartinfarcten tot moeite met logisch denken!
      Amalgaamvullingen bestaan voor ongeveer 50% uit kwik en blootstelling aan heel hoge concentraties kwik kan inderdaad neurologische
      klachten veroorzaken. Bij het hebben van een amalgaamvulling zijn er echter maar zeer lage concentraties kwik aantoonbaar waarvan verwacht mag worden dat die geen klachten veroorzaken. Bij iedereen is namelijk een lage concentratie kwik in het bloed en de urine aanwezig, met name door het eten van zeevis kan er een hogere concentratie kwik voorkomen.
      In het gezaghebbende medisch wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Medical Association van 19 april 2006 staat een tweetal onderzoeken (
      1, 2) naar de langetermijneffecten van amalgaam op de gezondheid. De uitkomsten van deze twee grote onderzoeken onder ruim 1000 kinderen zijn overduidelijk. De helft van de kinderen met gaatjes kreeg amalgaamvullingen, de andere helft kreeg kunststofvullingen. De kinderen werden 5 tot 7 jaar vervolgd en aan het eind waren er totaal geen verschillen in IQ-test, neuropsychologische en motorische tests, nierfunctie, geheugen, gedrag, concentratie en zenuwgeleiding. Wel moesten kinderen met de kunststofvullingen beduidend vaker opnieuw worden behandeld.
      Al met al blijken er dus geen nadelen, maar eerder voordelen te zitten aan amalgaamvullingen. De relatie tussen amalgaam en de vele gezondheidsklachten is met deze studies overtuigend ontkracht en naar het rijk der fabelen verwezen. Omdat mensen bang zijn voor amalgaamvullingen, kunststofvullingen er beter uitzien en tandartsen aan hogere concentraties amalgaam blootgesteld worden dan patiŽnten, worden amalgaamvullingen in Nederland steeds minder gebruikt.
      In het hierboven besproken artikel kwam alleen de toxiciteit van amalgaam aan de orde. Er circuleren ook beweringen dat overgevoeligheid voor amalgaam en met name voor kwik(allergie) een rol zou kunnen spelen bij een groot aantal aandoeningen. Deze overgevoeligheid zou men kunnen aantonen met de zogenaamde MELISA test. Bij een positieve uitslag wordt aangeraden om alle amalgaamvullingen te laten verwijderen. Deze beweringen zijn volkomen uit de lucht gegrepen. Eerder berichtten wij over de onbruikbaarheid van deze
      MELISA test. Op de afdeling Materiaalwetenschappen van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam wordt deze test nog steeds toegepast. Deze afdeling verwierf hiemee een welverdiende tweede plaats bij de toekenning van de Meester Kackadorisprijs 2005. De toepassing van de MELISA test voor de patiŽntenzorg is hierna op last van het bestuur van ACTA gestaakt.
      Cfr, :
      http://www.kwakzalverij.nl/php/display/ap/536/4

    17. Vitaal zonder giftige vullingen - Dr. Roy Martina - Andromeda, 1998 - ISBN : 9055990612
      Is de tandarts je vriend of vijand ?
      Indien hij een voor de mens meest giftige substanties in je mond plaatst en je vertelt dat het geen kwaad kan, dan is hij echt je vriend.
      Vooral als je weet dat er hele strenge regels zijn om met diezelfde vulling om te gaan als het uit je mond gehaald wordt, omdat het zo slecht is voor het milieu en beetje logische denker begrijpt dat er iets niet klopt in het verhaal van de kwikvullingen.
      Hoe komt het dan, als deze vullingen zo slecht voor je zijn, dat zoveel mensen er geen last van hebben ?
      Zou het zo zijn dat de kwik heel langzaam vrij komt en er jaren over doet om zich te nestelen in belangrijke organen ?
      Als dat zo is lijkt het logisch dat de tandartsen niet direct een relatie kunnen leggen tussen hun ingrijpen en de ellende die er jaren later veroorzaakt wordt zoals chronische moeheid (ME), allergieŽn, MS, verminderde werking van het immuumsusteem, toename van slijtage, veroorzakende vrije radicalen enz.
      Er zijn wetenschappelijke bewijzen dat kwikvullingen slecht zijn en een tijdbom in je mond kunnen worden.
      Roy Martina is arts en heeft meer dan 18 jaar ervaring in de natuurgeneeskunde.
      Hij behandelde duizenden mensen, geeft seminars over de hele wereld en stelde meer dan 1000 natuurlijke geneesmiddelen samen op basis van klinisch onderzoek met speciale apparatuur om energieŽn te meten.
      In dit boek laat hij de feiten zien die voor je vitaliteit van levensbelang zijn :
      http://www.uitgeverij.nu/index.php?page=book&action=detail&g_id=&id=270 

    18. We zijn allemaal vergiftigd - Jan Tavernier, Brugge 20/10/05 : http://www.amalgaam.be/nieuws/show_news.php?subaction=showfull&id=1140175399&archive=&template= 

    26-07-2006 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-07-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fijnstof - Elk jaar overlijden 15.000 Nederlanders en 13.000 Belgen door fijn stof - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












      Fijnstof
     
    Elk jaar overlijden 
      15.000 Nederlanders en 
      13.000 Belgen door fijn stof

      Deel I

      Hoezo, 19-06-06

      Nederlanders onderschatten massaal de gevaren van luchtvervuiling.
    Jaarlijks overlijden duizende mensen voortijdig door blootstelling aan de miniscule deeltjes zoals zand en roet, maar ook afgesleten stukjes autoband en wegdek.


    1. - Fijn stof

    Fijn stof, ofwel in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer, maakt deel uit van de luchtvervuiling en heeft zodoende een ongunstig effect op de gezondheid van mensen.

    Fijn stof blijft in de lucht zweven en bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, van verschillende herkomst,en dus met een verschillende chemische samenstelling.
    Het is niet bekend welke stofdeeltjes schadelijk zijn voor de gezondheid, maar dat fijn stof erg schadelijk is, is wel bekend.
    Daarnaast is er recent aandacht gekomen voor deze vorm van luchtvervuiling in de discussie over
    mondiale zonsverduistering, omdat deze zelfs gevolgen zou kunnen hebben voor het klimaat.

    1.1 - Eefecten op de gezondheid
    Langdurige blootstelling aan fijn stof kan leiden tot problemen met de gezondheid en mogelijk zelfs voortijdig overlijden.
    Ziekten die kunnen ontstaan of verergeren door fijn stof zijn hart- en longziekten,
    bronchitis en astma.
    De kleine zwevende deeltjes komen bij inademing diep in de longen terecht.
    Grotere deeltjes worden door de neus vastgehouden en uitgescheiden via het slijmvlies.
    Naar schatting stierven in Nederland in 2004 1700 tot 3000 mensen vroegtijdig door de acute effecten van het inademen van fijn stof.
    De langetermijneffecten omvatten nog een groter aantal mensen, men denkt dat 10.000 tot 15.000 personen vroegtijdig (enkele maanden tot maximaal enkele jaren te vroeg) overlijden.
    In Nederland overlijden jaarlijks 145.000 mensen (alle doodsoorzaken bij elkaar opgeteld
     Ė cfr. : http://www.odci.gov/cia/publications/factbook/geos/nl.html -).

    Een sterfte van 15.000 mensen door fijn stof betekent dat meer dan 10% van alle sterfgevallen in Nederland door fijn stof wordt veroorzaakt.
    Men ziet door fijn stof tevens een toename van luchtwegklachten, hoesten, benauwdheid, verminderde longfunctie en meer ziekenhuisopnames.
    Eind 2005 is wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd, dat een direct verband aantoonde tussen een chronische blootstelling aan een middelmatige concentratie PM2.5 en aderverkalking, bij muizen.
    Enkele risicogroepen zijn extra gevoelig voor fijn stof, bijvoorbeeld ouderen, kinderen en mensen met luchtwegaandoeningen.
    Echter, uit de milieujaarbalans 2005, van het RIVM, blijkt dat er voor fijn stof gťťn veilige ondergrens is.
    Wat dat betreft is fijn stof te vergelijken met asbest en radioactieve straling, waarvoor ook geen veilige ondergrens bekend is.

    1.2 - Soorten fijn stof en herkomst
    Fijn stof wordt in drie groottes ingedeeld :
    - PM10, deeltjes met een diameter van 2,5 tot 10
    micrometer. PM staat hierin voor "particulate matter"
    - PM2,5, deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer
    - Deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer,
    Er wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair fijn stof :
    - Primaire deeltjes (primair fijn stof): ontstaan door wrijving, bijvoorbeeld het malen van stoffen in de industrie (bijvoorbeeld mengvoerder- of chemiebedrijven), het remmen van
    vervoermiddelen of door de wind (die deeltjes langs gebouwen of rotsen schuurt) en bij de verbranding van fossiele brandstoffen als steenkolen, aardolie en aardgas (vliegas en bijvoorbeeld dieselroet)
    - Secundair fijn stof : ontstaat als moleculen van verzurende stoffen als
    stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3) zich verbinden tot zouten. Deze kunnen zich ook aan primaire deeltjes hechten.
    Fijn stof komt uit verschillende bronnen :
    - uitstoot door het verkeer, bijvoorbeeld
    roet uit dieselmotoren. Daarbij tellen ook mee dieselmotoren in (zee)schepen, locomotieven;
    - uitstoot door industrie;
    - uitstoot door elektriciteitscentrales;
    - uitstoot uit woningen, bijvoorbeeld door een
    open haard, een houtkachel, een allesbrander, de barbecue alsmede door sigarettenrook;
    - afkomstig van natuurlijke bronnen, bijvoorbeeld
    zeezout, of stof vanuit de bodem.
    Het fijn stof in de lucht boven Nederland komt voor het grootste deel uit "een" buitenland, maar toch exporteert Nederland meer dan het importeert.
    Het gebied van Londen, Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Roergebied, is te zien als de top van een vulkaan die fijn stof produceert.

    1.3 - Concentratie
    In Nederland zijn de concentraties fijn stof vooral verhoogd binnen 100 meter van een drukke
    snelweg of binnen 50 meter van een drukke stedelijke weg.
    In grote steden wordt hierdoor tot 10% van de bevolking aan fijn stof blootgesteld (stand van zaken in 2004).
    Maar over heel Nederland ligt een deken van fijn stof.
    Niettemin zijn de concentraties vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw gedaald (van 116 kiloton uitstoot aan fijn stof in 1980 tot 47 kiloton in 2002).
    Dit is voornamelijk te danken aan maatregelen in de industrie, bijvoorbeeld door de toepassing van stoffilters.
    Men verwacht in de toekomst een verdere daling door de aanscherping van de emissienormen.

    1.4 - Europese normering
    De normering voor fijn stof is afkomstig van de
    Europese Unie. In 2005 mag het daggemiddelde van fijn stof niet het niveau van 40 microgram per kubieke meter overschrijden over een heel jaar. Per individuele dag mag 50 microgram per kubieke meter niet overschreden worden, maar dit mag slechts 50 dagen per jaar voorkomen. In 2010 worden deze normen aangescherpt zoals aangegeven in onderstaande tabel :

    Fase 1 Fase 2^
    1 januari 2005 1 januari 2010
    Jaargemiddelde : 40 Ķg/m≥ 20 Ķg/m≥
    Daggemiddelde : (24-uur) 50 Ķg/m≥ 50 Ķg/m≥
    aantal overschrijdingen per jaar : 35 7
    (^ is een indicatieve waarde)

    Momenteel (vanaf 2004) heeft deze Europese norm ernstige gevolgen voor bouwactiviteiten in Nederland.
    Door de
    Raad van State zijn een aantal besluiten van het Nederlands kabinet voor de aanleg van spitsstroken vernietigd, omdat de stofconcentratie door deze activiteiten licht zou toenemen.
    De aanleg van nieuwe eilanden voor
    IJburg is stilgelegd.
    Ook de vestiging van nieuwe industrie wordt hierdoor sterk belemmerd.
    Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Fijnstof

    Staatssecretaris van Geel erkend dat de gevolgen van fijnstof desastreus zijn en zegt juist daarom maatregelen te nemen.
    Zo is er subsidie voor de aanschaf van de roetfilter.
    Zo is er in Nederland een organisatie die 'Clean air' heet en vooral de rokers wil treffen met een algeheel verbod om in de horeca te roken, terwijl er miljoenen auto's zijn die voor heel veel doden verantwoordelijk zijn.



    2. - Clean air nederland
    info@cleanairnederland.nl

    Clean air nederland is een belangenvereniging met een groeiende achterban van actieve vrijwilligers.
    Gezamenlijk ondernemen we allerlei initiatieven die bijdragen aan rookvrije publieke ruimtes.
    De komende tijd gaan we gericht campagne voeren voor onder meer rookvrije sportkantines en rookvrije restaurants.
    Daarnaast lobbyt clean air nederland in politiek Den Haag en bij diverse maatschappelijke organisaties.
    Verder mengen we ons actief in de maatschappelijke discussie.

    2.1 - Helder doel
    In ons land wordt nog steeds op veel openbare plaatsen gerookt.
    Dat is onlogisch, voor wie zich realiseert dat 70% van Nederland niet rookt.
    Inmiddels zijn in het belang van die meerderheid goede stappen gezet.
    Er zijn nu wetten en regels over bijvoorbeeld roken op de werkplek.
    In een aantal openbare ruimtes wordt niet meer gerookt.
    Dat is een goed begin van de oplossing.
    Maar er is meer nodig, vinden wij van clean air nederland.
    Er is te weinig aandacht voor het feit dat in veel publieke ruimtes zoals restaurants nog wel volop gerookt wordt.
    Daar willen we iets aan doen.

    2.2 - Heldere argumenten
    Tabaksrook is ongezond.
    Het kan zorgen voor verergering van astma, chronische infecties van luchtwegen, longemfyseem, long- en andere vormen van kanker, hart- en vaatziekten en kindersterfte.
    Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat jaarlijks in Nederland ongeveer 3000 mensen vroegtijdig overlijden door meeroken.
    Meeroken, daar krijgen steeds meer mensen problemen mee.
    Omdat het tegen al hun principes in gaat.
    Omdat meeroken hun gezondheid schaadt.
    En soms omdat rook hun leven onmogelijk maakt.

    2.3 - Heldere aanpak
    Clean air nederland is een belangenvereniging met een groeiende achterban van actieve vrijwilligers.
    Gezamenlijk ondernemen we allerlei initiatieven die bijdragen aan rookvrije publieke ruimtes.
    De komende tijd gaan we gericht campagne voeren voor onder meer rookvrije sportkantines en rookvrije restaurants.
    Daarnaast lobbyt clean air nederland in politiek Den Haag en bij diverse maatschappelijke organisaties.
    Verder mengen we ons actief in de maatschappelijke discussie.

    2.4 - Rookvrij - Helder toch ?
    Het gaat clean air nederland erom dat rookvrije publieke ruimtes worden gezien als een vanzelfsprekende situatie.
    Vindt u dat ook ?
    Word dan nu donateur.
    Met een grotere achterban kunnen we meer aandacht vragen voor ons doel.
    Staan we steviger in de discussie over normen en waarden.
    Kunnen we effectiever vragen om voorzieningen zodat roken geen overlast veroorzaakt.
    U kunt ook lid worden.
    Dan ontvangt u elk kwartaal onze nieuwsbrief en middelen om zich in uw eigen omgeving in te zetten.

    Cfr. :
    http://www.nietrokers.nl/default.asp

    Je moet maar eens gaan fietsen als het warm weer is en windstil.
    Wat stinkt de lucht buiten met al die blik op wielen bezitters.
    En dan maar pronken dat je niet rookt, en gezonder leeft met 2 auto's voor de deur.
    Als autobezitter ben je dus wel verantwoordelijk voor de duizenden mensen die sterven door de vervuiling van je blik op wielen waarmee je de buren de ogen kan uitprikken.
    Als je 10 jaar geleden meestal ťťn auto per gezin voor de deur vond, dan moet je niet verbaasd zijn dat het tegenwoordig toch al 2 auto's zijn en soms nog wel meer per gezin.
    Maar dat die mensen verantwoordelijk zijn voor andermans gezondheid, en dus ook anderen hun gezondheid benadelen wil er niet in.
    Minister Hoogervorst verklaarde eens dat "wie ongezond leeft meer moet betalen".
    En daarmee ben ik het helemaal mee eens, de autobezitters van Nederland moeten een extra belasting op hun auto krijgen voor al de slachtoffers die vallen door hun massavervuiling.
    Maar hypocriet Nederland zou hypocriet Nederland niet zijn, als men in alle talen zwijgt over de slachtoffers die vallen door de vervuiling van de auto.
    Want de verrijking aan de petroleum en de auto industrie moet doorgaan, desnoods over lijken.
    Dat geeft je toch een lekker gevoel, als je als automobilist weet dat je voor doden verantwoordelijk bent ?
    Of niet dan ?
    Van mijn part bouwen ze de auto's om, en zorgen ze ervoor dat de uitlaat van de auto in de auto uitmond.
    Op die wijze hebben andere weggebruikers geen last van die stinkende auto's en kan je volop genieten van je eigen blikken vervuilende transport middel.

    Cfr. : http://hoezo.twoday.net/stories/2196359/ 



    Cfr. ook :

    1. 2.400 vroegtijdige sterfgevallen door luchtvervuiling - Gezondheid.be : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2788

    1. Actuele luchtkwaliteit BelgiŽ ( 20 uur) - Op deze pagina heeft u een actueel overzicht van de luchtkwaliteit in heel BelgiŽ (van 20 uur vandaag).
      Zowel metingen van ozon, fijn stof als stikstofoxide en zwaveldioxide alsook een overzichtstabel van de algemene luchtkwaliteit per agglomeratie, regio of gewest.
      Metingen worden gedaan in heel BelgiŽ door IRCEL.
      De informatie wordt onmiddellijk bijgewerkt nadat nieuwe gegevens ontvangen zijn van de talloze automatische meetstations in BelgiŽ (tussen 5u en 23u; om het uur)
      : http://www.seniorennet.be/Pages/Nieuws/luchtkwaliteit_ozon_fijn_stof_belgie_vlaanderen_brussel_wallonie.php

    2. Air quality and health - © 2006 World Health Organization Ė Updated : April 24, 2006 - Despite significant reductions in the concentrations of many pollutants, air pollution still harms health in most of the WHO European Region.
      A variety of outdoor and indoor sources contribute to the health risks and the hazardous properties of many common pollutants are still under intensive research.
      International information exchange and collaboration are needed to evaluate the risks and promote the most efficient methods to prevent, eliminate or reduce them, integrating health issues with sustainable development.
      About the air quality and health (AIQ) programme- The WHO/Europe AIQ programme contributes to the ongoing struggle to protect health from harm caused by air pollution.
      Acting within the global WHO strategy on air quality and health, AIQ works :
      - to develop methods to foster knowledge on the disease burden of air pollution as a basis for making environmental policy
      - to review the scientific evidence on health effects of air pollution and
      - to help countries build their capacities to assess and manage health risks from air pollution
      : http://www.euro.who.int/air

    3. Air quality guidelines for Europe (2nd edition) - WHO Regional Publications, European Series, No. 91 - © World Health Organization 2005 Ė ISBN : 92 890 1358 3 -- Air quality guidelines for Europe Ė CD-ROM (2nd edition) Ė 2001 - ISBN : 92 890 1082 7 - © 2006 World Health Organization Ė Updated : 01 April 2006 - The first edition of the WHO Air quality guidelines for Europe was published in 1987.
      Since then new data have emerged and new developments in risk assessment methodology have taken place, necessitating the updating and revision of the existing guidelines.
      The Bilthoven Division of the WHO European Centre for Environment and Health undertook this process in close cooperation with the International Programme on Chemical Safety (IPCS) and the European Commission.
      It is the aim of these guidelines to provide a basis for protecting public health from adverse effects of air pollutants and to eliminate or reduce exposure to those pollutants that are known or likely to be hazardous to human health or wellbeing.
      The guidelines are intended to provide background information and guidance to (inter)national and local authorities in making risk assessment and risk management decisions.
      In establishing pollutant levels below which exposure - for life or for a given period of time - does not constitute a significant public health risk, the guidelines provide a basis for setting standards or limit values for air pollutants.
      It is a policy issue to decide which specific groups at risk should be protected by the standards and what degree of risk is considered to be acceptable.
      These decisions are influenced by differences in risk perception among the general population and the various stakeholders in the process, but also by differences in social situations in different countries and by the way the risks associated with air pollution are compared with risks from other environmental exposures or human activities.
      Therefore, national standards may differ from country to country and may be above or below the respective WHO guideline value.
      This publication includes an introduction on the nature of the guidelines and the methodology used to establish guideline values for a number of air pollutants. In addition, it describes the various aspects that need to be considered by national or local authorities when guidelines are transformed into legally binding standards.
      For the pollutants addressed, the sections on ďHealth risk evaluationĒ and ďGuidelinesĒ describe the most relevant considerations that have led to the recommended guideline values.
      For detailed information on exposure and on the potential health effects of the reviewed pollutants, the reader is referred to the Regional Office's web site, where the background documents on the individual air pollutants can be accessed.
      The CD-ROM of Air quality guidelines for Europe introduces the nature of the guidelines and the methodology used to establish guideline values for a number of air pollutants.
      It describes the various aspects that need to be considered by national or local authorities when guidelines are transformed into legally binding standards and includes all background information on exposure and on the potential health effects of pollutants.
      For the pollutants addressed, the sections on ďHealth risk evaluationĒ and ďGuidelinesĒ describe the most relevant considerations that have led to the recommended guideline values
      :
      http://www.euro.who.int/eprise/main/who/InformationSources/Publications/Catalogue/20010910_6 -&- http://www.who.int/bookorders/anglais/detart1.jsp?sesslan=1&codlan=1&codcol=31&codcch=91

    4. Fijn stof - Elk jaar overlijden 13.000 Belgen door fijn stof - Dr. Patrick Sweetlove, Osystraat 41, 2060 Antwerpen (Raadpleging enkel na afspraak op : 03 / 225 24 25) - Elk jaar sterven in ons land 13.000 mensen voortijdig door het fijne stof in de lucht.
      Dat hebben milieu-ambtenaren van de Europese Commissie becijferd.
      Het stof veroorzaakt longaandoeningen en hart- en vaatziekten.
      Fijn stof - Fijn stof is een verzamelnaam voor allerlei kleine zwevende deeltjes in de lucht.
      De deeltjes zijn zo klein dat de ' vuilvangers' in onze neus, mond en keel ze niet kunnen tegenhouden, waardoor ze diep in onze luchtwegen kunnen doordringen.
      Dat kan leiden tot allerlei gezondheidsklachten.
      Een andere naam voor fijn stof is deeltjesvormige luchtverontreiniging of PM10.
      PM staat voor 'particulate matter' (deeltjesachtige stof) en 10 geeft de diameter aan.
      PM10-deeltjes zijn maximaal 10 micrometer groot, dat wil zeggen een honderste van een millimeter.
      Een nog fijner deel van het fijn stof is PM2,5: dat zijn deeltjes die maximaal 2,5 micrometer groot zijn.
      Het fijnste stof is PM1, dat kleiner is dan 1 micrometer of een duizendste van een millimeter.
      Men spreekt ook over aŽrosolen, letterlijk 'in lucht opgelost'.
      Vooral het transport en de landbouw veroorzaken stof - Een andere indeling van het fijn stof wordt gemaakt op basis van de wijze waarop het in de lucht terechtkomt.
      Men onderscheidt primaire deeltjes, fijn zwevend stof dat rechtstreeks in de lucht wordt gebracht door het verkeer, de industrie, de landbouw en de huishoudens.
      Fijn stof komt uit verschillende bronnen.
      Bij het grotere stof, PM10, is de landbouw de belangrijkste vervuiler.
      Het fijnere stof, PM2,5, komt vooral uit het transport.
      Vooral dieselmotoren stoten veel fijn stof uit, vooral roet.
      Door de verbetering van de motoren is de uitstoot gedaald, maar dat wordt teniet gedaan door het groeiend aantal auto's en de toename van het aantal diesels.
      Ook het slijten van de banden en van de weg zorgt voor fijne stofdeeltjes.
      Het aandeel van de industrie is de afgelopen decennia sterk gedaald door het plaatsen van filters en het aanpassen van de productieprocessen.
      Secundaire deeltjes worden in de lucht gevormd door de chemische reactie van gassen.
      Daarbij spelen vooral zwaveldioxide, stikstofoxiden, ammoniak en ook koolwaterstoffen een rol.
      Deze verbindingen vormen vooral het PM2,5 gedeelte, samen met roet.
      De samenstelling van fijn stof is zeer gevarieerd : er zitten mineralen, vezels, zouten, organische metaalverbindingen, koolwaterstoffen roet en de verbindingen uit het secundair aŽrosol in.
      Fijn stof stoort zich niet aan de landsgrenzen - Huisverwarming stoot relatief weinig stof uit, maar dat gebeurt wel meestal in bewoonde gebieden zodat het effect ervan groter is.
      De uitstoot is afkomstig van een open haard, kolen- of houtbrander, barbecue en kookvuur en ook van sigarettenrook.
      Een klein deel van de uitstoot komt van natuurlijke bronnen : zeezout, vulkanisch stof, stof dat van de bodem opwaait en de wind die deeltjes uit gebouwen of de bodem losmaakt.
      Overigens stoort het fijn stof zich niet aan de landsgrenzen.
      In Nederland is meer dan 70 procent van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en ook voor ons land geldt dat veel fijn stof uit het buitenland komt.
      Omgekeerd gaat ook stof dat hier vrijkomt naar het buitenland.
      Slecht voor de gezondheid - Fijn stof wordt gezien als ťťn van de meest schadelijke vormen van luchtverontreiniging.
      Vroeger werd gedacht dat het fijn stof vanaf een bepaalde concentratie schadelijk was, nu zijn er hoe langer hoe meer aanwijzingen dat bij elke concentratie er schadelijke effecten op de gezondheid optreden.
      Ook blijkt dat het fijnste stof, de PM1- en PM2,5-fractie, schadelijker is dan het grotere stof.
      Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze kunnen doordringen in de luchtwegen.
      De schadelijkheid hangt ook af van de oorsprong.
      Zo bevatten de roetdeeltjes uit een open haard een hoger aantal schadelijke stoffen door de onvolledige verbranding.
      Fijn stof kan leiden tot hart- en longziekten, bronchitis en astma.
      In Nederland schat men dat in 2004 1.700 tot 3.000 mensen vroegtijdig, enkele maanden tot maximaal enkele jaren te vroeg, stierven door de effecten van het inademen van fijn stof.
      Op lange termijn denkt men dat 10.000 tot 15.000 mensen vroegtijdig zullen overlijden.
      Voor BelgiŽ schat men de langetermijneffecten op 43 'verloren gezonde levensjaren' per 10.000 inwoners.
      De kosten worden gerekend op bijna 200 euro per inwoner per jaar.
      Dat is goed voor ťťn procent van het bruto binnenlands product.
      Europese normen vaak overschreden - De Europese Unie heeft normen opgesteld voor de concentratie aan fijn stof in de lucht.
      Het jaargemiddelde mag niet meer dan 40 microgram per kubieke meter lucht bedragen vanaf 1 januari 2005, vanaf 1 januari 2010 wordt dat 20 microgram.
      Het daggemiddelde mag niet hoger liggen dan 50 microgram en per jaar mogen er slechts 35 dagen zijn dat die norm wordt overschreden.
      Vanaf 2010 zouden dat slechts zeven dagen worden.
      In BelgiŽ wordt de concentratie aan fijn stof gemeten door de Interregionale Cel voor het Leefmilieu (Ircel).
      Van de veertig meetstations waarvoor er voor 2004 gegevens waren, voldeden er slechts acht aan de norm.
      In de 32 andere werden meer dagen opgemeten waarop de gemiddelde dagwaarde overschreden werd.
      De kroon spande het Waalse Jemeppe met 136 dagen met overschrijdingen.
      De strengere Europese normen die vanaf 2010 zouden gelden, zijn volgens een aantal experts dan ook niet realistisch,,,
      Links
      Ė Ozon (O3)
      : http://www.sweetlove.be/br_ozon.htm
      - CO- of koolstofmonoxide intoxicatie :
      http://www.sweetlove.be/br_koolstof.html
      - Vlaamse lucht behoort tot de vuilste ter wereld :
      http://www.sweetlove.be/act_luchtvervuiling.htm
      - Mannen en kanker :
      - De Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu :
      http://www.irceline.be/
      - Overzichtkaart BelgiŽ fijn stofconcentratie vandaag (Vlaamse Milieumaatschappij) :
      http://deus.irceline.be/~celinair/pm/pm10.php?lan=nl#meas
      - Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) Ė Nederland
      : http://www.lml.rivm.nl/data/smog/index.
      html

      Mocht je na het lezen van deze brochure nog vragen hebben, stel ze gerust tijdens de raadpleging !
      Dr. Patrick Sweetlove
      :
      http://www.sweetlove.be/br_fijnstof.htm

    5. Fijn stof Ė Oorzaken, risico's en maatregelen Ė Provincie Liburg : http://www.limburg.nl/upload/pdf/FijnStofBrochure.pdf

    6. Fijn stof (Provincie Limburg) : http://www.limburg.nl/framemaster.html?http://www.limburg.nl/nl/html/algemeen/Beleidsvoering/milieuenwater/lucht/luchtkwaliteitfijnstof.asp

    7. Fijn stof (RIVM) - Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 15 maart 2006 - Fijn stof bestaat uit zwevende deeltjes in de lucht waarvan in diverse onderzoeken is aangetoond dat ze een aanzienlijk gevaar voor de gezondheid vormen.
      Daarom zijn Europese normen voor fijn stof vastgesteld.
      Fijn stof wordt in Nederland 
      gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML).
      De meetresultaten worden getoetst aan de normen.
      De resultaten zijn ook de basis voor de in Nederland uitgevoerde modelberekeningen.
      In 2004/2005 bleken de meetresultaten van fijn stof in regionale stations 
      lager dan in de jaren ervoor.
      Deze verlaging werkt rechtstreeks door in de Nederlandse modelresultaten.
      Begin 2006 heeft een 
      hervalidatie van alle fijn stof meetresultaten in het LML plaatsgevonden.
      Dit heeft geleid tot een gemiddelde verhoging van ongeveer 1 Ķg/m(1 miljoenste gram per kubieke meter)
      : http://www.rivm.nl/milieukwaliteit/lucht/fijnstof/

    8. Fijn stof nader bekekenĖ De stand van zaken in het dossier 'Fijn stof' Ė 'Fijn stof nader bekeken' is een uitgave van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in samenwerking met de sector Milieu en Veiligheid (MEV) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - Dit rapport is gebaseerd op bijdragen van E. Buijsman, J.P. Beck, L. van Bree, F.R. Cassee, R.B.A. Koelemeijer, J. Matthijsen, R. Thomas en K. Wieringa Ė Natuurplanbureau, Bilthoven - Milieu- en Natuurplanbureau Rapport 500037008 Ė ISBN : 90-6960-124-9 Ė Contact : info@mnp.nl en/of info@rivm.nl Ė Internet : www.mnp.nl, www.rivm.nl - © 2005, Milieu- en Natuurplanbureau en de sector Milieu en Veiligheid van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven - De directeur Milieu- en De directeur Sector Milieu en Veiligheid Natuurplanbureau, van het RIVM Prof. ir. N.D. van Egmond Dr. Ir. R.D. Woittiez - Het Milieu- en Natuurplanbureau en de sector Milieu en Veiligheid van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu willen met de uitgave 'Fijn stof nader bekeken' de feiten over fijn stof in samenhang presenteren.
      Deze uitgave laat zien wat de stand van zaken is in het fijnstofdossier : wat weten we wel, wat weten we niet, waar zitten de onzekerheden ?
      Aanleiding voor deze uitgave is het huidige maatschappelijke en politieke debat over de gevolgen van de implementatie van het Nederlandse Besluit Luchtkwaliteit, dat gestoeld is op richtlijnen van de Europese Unie.
      Overschrijdingen van de grenswaarden voor fijn stof komen op grote schaal voor in Nederland.
      De maatschappelijke gevolgen hiervan zijn ingrijpend, doordat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en infrastructuurprojecten, in het gedrang komen.
      Aan de andere kant zijn er belangrijke gezondheidseffecten door fijn stof.
      Het dossier fijn stof is complex en omvat bestuurlijke dilemmaís, juridisch bindende grenswaarden, zorgen van burgers, wetenschappelijke onzekerheden en ruimtelijk-economische gevolgen.
      De vele vragen en de huidige discussies zijn redenen geweest om een wetenschappelijk overzichtsrapport op te stellen over het fijnstofdossier.
      Deze uitgave bevat geen nieuwe informatie, maar is een samenvatting van bestaande rapporten op het gebied van fijn stof.
      Deze uitgave behandelt een zestal vragen :
      - Wat is het probleem ? - Dit hoofdstuk belicht waarom er eigenlijk sprake is van een fijnstofprobleem. Waaruit bestaat fijn stof ? Hoeveel fijn stof zit er in de lucht ? Wat is de regelgeving voor fijn stof ? En wordt daaraan voldaan ?
      - Hebben andere landen ook een probleem ? - Meetgegevens, het gebruikte instrumentarium en formele rapportages aan de Europese Commissie maken een vergelijking van de Nederlandse situatie in Europese context mogelijk.
      - Hoe hoog is de emissie ? - Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige en toekomstige fijnstofemissies in Nederland en een aantal omringende landen. Welke sectoren zijn verantwoordelijk ?
      - Hoeveel fijn stof meten we ? - Op hoeveel en welke plaatsen en welke manier vinden fijnstofmetingen plaats ? Hoe wordt fijn stof gemeten ? Hoe zit het met correctiefactoren ? En waaruit is fijn stof eigenlijk opgebouwd ? En wat is de invloed van meteorologie ?
      - Hoeveel fijn stof berekenen we ? - Modellen vormen een belangrijk instrument bij het begrijpen van de fijnstofniveaus. Uitgelegd wordt hoe en met welk resultaat modellen worden ingezet.
      - Wat zijn de gezondheidseffecten ? - Fijn stof krijgt vooral aandacht vanwege de gezondheidseffecten. Wat zijn de effecten ? Hoe weten we dat ? En hoe zeker zijn we daarvan ? .../...
      : http://www.ggd.nl/kennisnet/uploaddb/downl_object.asp?atoom=31928&VolgNr=213 : http://www.ggd.nl/kennisnet/uploaddb/downl_object.asp?atoom=31928&VolgNr=213

    9. Gezondheidseffecten fijn stof in de Milieubalans : http://www.mnp.nl/nl/publicaties/2005/fijnstofinfo
      .html

    25-07-2006 om 17:14 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hittegolf en ozonpieken - Risico's voor de volksgezondheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

        








    Hittegolf en ozonpieken
    Risico's voor de volksgezondheid


    gezondheid.be
    © 2000 Ė 2006 Gezondheid NV
    Bron :
    FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu - verschenen op : 21-06-2005 - bijgewerkt op : 27-06-2005



    Wat is een hittegolf

    In BelgiŽ wordt een hittegolf gedefinieerd als een periode van minstens 3 opeenvolgende dagen met een gemiddelde minimum (nacht)temperatuur (gemiddelde over de 3 dagen en niet per dag) die hoger ligt dan 18,2 įC in Ukkel en een gemiddelde maximum dagtemperatuur van 29,6 įC in Ukkel.
    Een hondsdag is een dag waarop de minimale (18,2 įC) en de maximale temperatuur (29,6 įC) overschreden wordt (een opeenvolgende periode van hondsdagen staat dus gelijk met een hittegolf).

    Warmte-index - Vier extreme gevoelstemperaturen
    Bron : US Heat-index
    De warmte-index is een getal dat aangeeft hoe een mens gemiddeld een temperatuur in combinatie met een bepaalde vochtigheidsgraad beleeft, hoe hij of zij dit aanvoelt.
    Het is een beetje te vergelijken met de Windchill die de gevoeltemperatuur aangeeft uit een combinatie van de luchttemperatuur en heersende windsnelheid.
    Bij de warmte-index of zoals de Amerikanen het de Heat-Index noemen wordt met een ingewikkelde formule die gevoelstemperatuur berekend.
    Een hoge luchtvochtigheid (vochtige lucht) maakt het snel benauwd of broeierig en bij een temperatuur hoger dan ca. 20 graden voelt dat al snel onplezierig aan.
    Bij 30 graden voelt de warmte immers bij een droge lucht (lage vochtigheidsgraad) beter aan dan bij vochtige lucht.
    U weet dat waarschijnlijk zelf wel.
    Nu is de warmte-index van 30 graden en 90 % omstreeks 35 graden en bij 30 % ongeveer 27 graden.
    De temperatuur in relatie tot de vochtigheid van de lucht geeft de volgende hitte-index :

    • Extreem heet (meer dan 54 graden) : zeer grote kans op zonnesteek en hitteberoerte

    • Erg heet (40-54 graden) : grote kans op zonnesteek, hittekrampen, uitputting en beroerte bij langdurige blootstelling of bij lichamelijke inspanning

    • Heet (32-40 graden) : kans op zonnesteek, hittekrampen, uitputting en beroerte bij langdurige blootstelling of bij lichamelijke inspanning

    • Erg warm (26-32 graden) : vermoeidheidsverschijnselen bij langdurige blootstelling of bij lichamelijke inspanning.
      Cfr. : http://www.weerstationaalst.be/begrippen.html


    1. - Risico's voor de volksgezondheid


    1.1 Ė Hittekrampen

    Hittekrampen zijn spierkrampen, vooral van buik, armen en benen die plotseling komen als men overvloedig zweet tijdens lastige en zware fysieke inspanningen.

    Symptomen :
    - lichaamstemperatuur : 37-39 įC
    - mentale toestand : normaal
    - overvloedig zweten tijdens inspanning (Na+-verlies)
    - kortdurende spierkrampen tijdens sport en fysieke arbeid.

    Wat doen ?
    - veel drinken (Water, evt. Met rehydratatiezouten (ORS);
    - rust, elke inspanning staken
    - druk hard en masseer met zachte hand uw verkrampte spieren.


    1.2 - Hitte uitputting

    Uitputting die aan de warmte te wijten is, komt plotseling na verscheidene dagen hitte: de hevige transpiratie vermindert de vervanging van de niet-vaste stoffen en zouten in het lichaam. De uitputting wordt gekenmerkt door duizeligheid, flauwte en vermoeidheid, slapeloosheid of ongewone nachtelijke onrust.

    Symptomen :
    - lichaamstemperatuur : < 40įC.
    - mentale toestand : normaal
    - zweten
    - tachycardie of hartkloppingen (Na+- en H2O verlies)
    - zwakte, moeheid, duizeligheid, hoofdpijn, braaklust en braken, syncope, slapeloosheid.

    Wat doen ? :
    - rust in liggende positie op koele plaats (liefst met airco of ventilatie)
    - afkoeling (uitkleden); leg vochtige doeken op lichaam
    - water en rehydatatiezout
    - verwittig zo nodig arts.


    1.3 Ė Zonnesteek

    Zonnesteek heeft te maken met het directe effect van de zon op het hoofd en gebeurt vooral bij kinderen na een rechtstreekse blootstelling aan de zon.
    Een zonnesteek wordt door de hitte in de hand gewerkt en heeft als belangrijke kenmerken : hevige hoofdpijn, slaperigheid, misselijkheid, eventueel bewustzijnsverlies en hoge koorts met soms huidbrandwonden.

    Symptomen :
    - lichaamstemperatuur : < 40įC
    - roodheid en pijn van de huid, eventueel zelfs blaren,
    - mentale toestand : normaal
    - zweten en tachycardie of hartkloppingen (Na+- en H2O verlies)
    - zwakte, moeheid, duizeligheid, hoofdpijn, braaklust en braken, syncope (bewustzijnsverlies).

    Wat doen ? :
    - neem een douche met zeep om de zonnecrŤmes weg te spoelen die de huidporiŽn verstikken zodat uw lichaam kan afkoelen.
    - als de huid rood en pijnlijk is, raadpleeg dan een arts of apotheker.
    - drink genoeg water.
    - als er blaren optreden, dek ze af met droge, steriele verbanden.
    - blijf een paar dagen buiten de zonÖ


    1.4 Ė Hitteslag

    De blootstelling van een persoon aan een hoge temperatuur gedurende een langere periode kan bij gebrek aan thermische regulatie van het menselijke lichaam ernstige complicaties met zich meebrengen zoals de hitteslag, een beroerte met bewustzijnsverlies en shock, een echt medisch urgentiegeval dat in enkele uren de dood ten gevolge kan hebben.

    Symptomen :
    - lichaamstemperatuur : > 41 įC
    - mentale toestand : onrust en agressiviteit, verwardheid tot delirium en coma
    - warme, rode en droge huid, meestal niet zweten
    - hoofdpijn,braakneigingen en braken, soms stuipen
    - oligurische acute nierinsufficiŽntie (spierafbraak)
    - geelzucht na 24 u
    - gedissemineerde intravasculaire stollingsstoornissen (DIC)

    Wat doen ? :
    - Vlugge therapie is vitaal. Het slachtoffer is in levensgevaar. Bel de dienst 100-112
    - Alle kleren uit en afkoeling
    - Breng de persoon in afwachting naar een koele ruimte, besproei en/of koel af met koud water. Water spuiten op het naakte lichaam en lucht blazen . Ventileer met ventilator indien ter beschikking of zet de airco aan.


    1.5 - Symptomen te wijten aan ozonpiek en luchtpollutie

    - kortademigheid of abnormaal ademen
    - oogirritatie,
    - hoofdpijn,
    - keelprikkeling.
    (deze symptomen kunnen voorkomen zowel bij gezonde mensen als bij chronisch zieken).



    2. - Hoe voorkom je problemen ?

    - drink koele (geen ijskoude), niet alcoholische dranken die geen cafeÔne bevatten.
    - blijf drinken zelfs als je geen dorst hebt.
    - eet normaal op regelmatige tijdstippen, liefst frisse gerechten, groenten en fruit.
    - als uw arts u heeft aangeraden in het kader van een ziekte om minder te drinken of als u waterafdrijvende geneesmiddelen inneemt, contacteer dezelfde dag nog uw behandelende arts.
    - rust en stop iedere inspanning.
    - neem een koele douche of bad.
    - zoek indien mogelijk thuis de meest koele ruimte op; scherm zoveel mogelijk uw vensters af met een gordijn of rolluik; hou de vensters gesloten overdag en open ze Ďs nachts.
    - als je toch buiten gaat, zoek de schaduw op, draag een hoofddeksel, lichte katoenkledij, helder van kleur.
    - neem steeds een fles water mee.
    - beoefen geen sport overdag (gevaar van hitte en ozonpiek).
    - laat nooit een kind alleen in een geparkeerde wagen of in een warme plek; laat ze veel en regelmatig drinken (zo weinig mogelijk te gesuikerde limonades); kleed ze licht aan en verbied ze (ten minste te lang) in de zon te gaan spelen: vermijd alleszins de middag en vroege namiddagzon (verbrandt zeer vlug de huid); wrijf de kinderen goed in met hoog beschermende zonnecrŤmes.
    - bezoek ouderen en zieken , vooral zij die alleen zijn, 1 ŗ 2 maal per dag en geef hen voldoende te drinken; zorg dat ze een ventilator gebruiken; koel de ruimtes af zoals bij u thuis; ga na of er in de gemeente of stad afgekoelde ruimtes ter beschikking zijn gesteld voor de risicopersonen en breng ze indien nodig een paar uur per dag naar die ruimtes; neem ze eens mee naar afgekoelde of frisse ontspanningsruimtes.



    3. - Risicopersonen


    3.1 - Heel jonge kinderen

    Heel jonge kinderen lopen een bijzonder risico, omdat hun vochtreserves onvoldoende zijn.
    Een baby weegt 20-maal minder dan een volwassene, maar zweet evenveel.
    De blootstelling aan de zon of hun verblijf in een afgesloten en te warme omgeving (wagen, kamer zonder verluchting, ...) kan tot een hitteberoerte leiden, voornamelijk bij gebrek aan een goede hydratatie.
    Er werd tevens een verband aangetoond tussen de plotse dood van de zuigeling en de te hoge omgevingstemperatuur.
    Baby's en jonge kinderen maar ook jongeren die inspanningen doen moeten naast hun klassieke voeding, water en vocht krijgen.


    3.2 Ė Bejaarden

    Bejaarden zijn vrij kwetsbaar voor oververhitting, omdat ze enerzijds de omgevende hitte veel minder aanvoelen door de verzwakking van de centrale informatie in de hersenen, anderzijds via de broze werking van hun zweetklieren, die minder kunnen verdampen.
    Bejaarden moeten afgekoeld worden met koude kompressen, handdoeken, lakens, drinken, regelmatig kleine hapjes eten en kunnen genieten van een airco en/of ventilator.


    3.3 - Andere risicopersonen

    - mensen met een alcoholverslaving en abstinentiesyndroom
    - mensen met hartaandoeningen
    - mensen met aandoeningen van het centraal zenuwstelsel (Parkinson, dementie, Alzheimer)
    - mensen met acute dehydratatie van welke oorzaak ook (bv. Gastroenteritis)
    - personen die leven in armere wijken, in overbevolkte gebouwen (gebrek aan isolatie), met een verlies van autonomie en een moeilijke mobiliteit vormen ook een risicogroep.
    - gezonde personen die zware sportinspanningen leveren, kunnen dit beter vermijden tijdens de dag; zij moeten erover waken dat ze voldoende vocht innemen
    - personen die geneesmiddelen innemen.



    4. - Geneesmiddelen die de hittesymptomen verergeren

    - geneesmiddelen die dehydratatie en elektrolytenstoornissen kan verergeren : diuretica
    - geneesmiddelen die de nierfunctie aantasten : NSAID (niet steroide antiinflammatoir), angiotensine II inhibitoren, sulfamiden, indinavir
    - geneesmiddelen beÔnvloed in hun kinetische werking door dehydratatie : lithiumzouten, anti-arythmica, digoxine, anti-epileptica, hypoglycemierende sulfamiden, statines (anticholesterol)
    - geneesmiddelen die het calorisch verlies verhinderen (en afkoeling tegengaan) : ē neuroleptica, serotonineheropnameremmers - ē tricyclische antidepressiva, antihistaminica (1-ste generatie), sommige anti-parkinsonmiddelen, urinaire antispasmodica, neuroleptica, antiarythmica - ē vasoconstrictiva, waaronder sympaticomimetica, antimigrainemiddelen - ē hartdebietverlagende middelen : b-Blokkers, diuretica - ē thyroidhormonen
    - geneesmiddelen die hyperthermie kunnen veroorzaken: neuroleptica, serotonineheronameremmers
    - geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen: antihypertensiva, antianginosa.



    5. - Op welke ziekten moeten wij letten bij oververhitting bij bejaarden ?

    - Infecties van de urinewegen, die frequenter zijn in een hitteperiode.
    - huidletsels en speciaal doorligwonden.
    - buikloop, braken en koorts die het vochtverlies doen toenemen.



    6. - Voorzorgsmaatregelen bij chronische zieken (diabetici, astma, chronische ademhalingsstoornissen, hart- en longfalen, nierlijden, Alzheimer, dementie, Parkinson, epilepsie...)


    - help ze zware en brutale inspanningen te vermijden.
    - raadpleeg ten minste telefonisch de behandelende arts en/of specialist, om hen advies te vragen hoe de geneesmiddelen moeten aangepast worden (geneesmiddelen om water af te drijven en tegen de hoge bloeddruk zijn aan te passen alsook een gedoseerde inname van zout)
    - de met de oververhitting gepaarde ozonpieken in de lucht zorgen voor bijkomende neusloop, hoesten, snakken naar adem, algemeen ongemak; overmatige ozon kan ook astmacrisissen veroorzaken
    - bevochtig de mond, geef genoeg te drinken en als de patiŽnt(e) onder O2- therapie staat moet men ervoor zorgen dat de O2-fles niet aan hoge temperatuur blootgesteld is (opgelet > 50 įC).
    - bij psychisch gestoorde risicopersonen moet men geduld aan de dag leggen; herhaaldelijk uitleggen waarom drinken, zich niet dekken, eten enz.; een AlzheimerpatiŽnt(e) moet zeer regelmatig bezocht worden
    - bij suikerzieken zal de dehydratatie zeer vlug leiden naar verhoging van de bloedspiegel en coma; geef dus genoeg te drinken, weliswaar geen suikerdranken (buiten soms bij suikerpatiŽnten die te weinig eten of zeer onregelmatig hun geneesmiddelen innemen Ėcave hypoglycemie) en zorg dat ze regelmatig (kleine hoeveelheden) vocht innemen; de bloedspiegel moet regelmatig gecontroleerd worden.



    7. - Hoeveel moeten we drinken tijdens hitte ?


    Bij zeer warm weer moet je meer drinken dan je dorst hebt :
    - ideaal moet men een 1,5 liter/dag drinken (dat zijn 8 glazen per dag buiten de maaltijden)
    - wanneer je fysische inspanningen doet, moet je minstens 2 ŗ 4 glazen per uur drinken, liefst minerale dranken die zout bevatten, verse fruitsappen, sportdranken die zout bevatten.
    - tracht een bejaarde of zieke regelmatig halfgevulde glazen toe te dienen, zo ontmoedigt u hem of haar minder.
    - de dranken om 'te drinken zonder dorst' zijn : waters, mineraal of lichtbruisend met zout (NaCl) plus een licht slokje grenadine-munt-etc.siroop als bijsmaak, fruitsap indien het koud bewaard, gezouten soep, oxo, gazpacho, tisanes, vloeibare joghurt en milkshakes.
    - geen koffie, thee, alcohol, limonade.



    8. - Eten


    8.1 - Wat kunnen we best eten ?

    - conserven, gepasteuriseerde, gebakken en gestoofde eetwaren zijn het meest aan te raden; ook frisse salades en andere rauwe groenten, maar deze moet u grondig wassen en zo vlug mogelijk na aankoop nuttigen.
    - vers seizoenfruit, meloenen, pruimen, perziken tenzij u buikloop heeft; leg het fruit in kleine stukjes gesneden in een bereikbaar bordje smakelijk gepresenteerd, zodat de bejaarde of zieke aangetrokken wordt om regelmatig een hapje te eten.
    - producten die men uit de diepvries haalt om onmiddellijk klaar te maken en te verbruiken.


    8.2 - Wat moet ik vermijden ?

    - vlug bederfbare producten zoals vleeswaren,voorbereide salades allerhande, traiteurproducten (tenzij ze zeer vers voorbereid werden en onmiddellijk worden opgegeten),
    - charcuterie met uitzondering van gebakken of gedroogde charcuterie,
    - melk, boter en verse kazen, melkdesserten, gebak dat niet onmiddellijk wordt opgegeten en alle andere melkproducten die onder een temperatuur van 8 įC moeten bewaard worden.



    Info :
    Callcenter van Volksgezondheid : 02 524 97 97 -
    info@health.fgov.be - www.health.fgov.be


    Cfr. :
    http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2908





    Wat weet u over veilig zonnen ?


    Doe de test :
     
    http://www.medicinfo.nl/{01eac562-d0e4-448e-a02c-b309b9bd5693}

    Lees ook :

    1. 10 zonnetips voor de zomer : http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/pages/Zonnetips_zomer.html

    2. Aandoeningen als gevolg van hitte : http://www.medicinfo.nl/%7B5404d802-0050-4fba-9979-b24ec3c27b
      35%7D/d_1505

    3. Anti-zonnebrandmiddelen : http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/pages/Anti-zonnebrandmiddelen.html

    4. Bewustwordingscampagne 'Hittegolf en ozonpieken' - Brief ter attentie van de apothekers : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQ
      UESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/HITTEGOLF
      %20HERWERKTE%20VERSIE%20APOTHEEK.PDF

    5. Bewustwordingscampagne 'Hittegolf en ozonpieken' - Brief ter attentie van de burgemeesters : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQ
      UESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/HITTEGOLF
      %20HERWERKTE%20VERSIE%20BURGEMEESTER.PDF

    6. Bewustwordingscampagne 'Hittegolf en ozonpieken' - Brief ter attentie van de huisartsen : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQ
      UESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/HITTEGOLF
      %20HERWERKTE%20BRIEF%20HUISARTSEN.PDF

    7. Binnen werken in de zomerhitte : http://www.arbobondgenoten.nl/arbothem/fysisch/klimaat/zomerhitte.htm

    8. Continue opvolging mortaliteit in BelgiŽ : zomer 2005 Ė WIV : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQ
      UESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/ZOMER2005
      _WIV_%20VERSION%20NL.PDF

    9. De zomer komt er weer aan - Te warm kan gevaarlijk zijn ! : http://www.arbobondgenoten.nl/arbothem/fysisch/klimaat/te_warm_is_gevaarlijk.htm

    10. Geen weer om te werken... FNV-richtlijnen voor werken bij extreme warmte : http://home.fnv.nl/02werkgeld/arbo/themas/overige/hitte2.htm

    11. Heat Stress - Amerikaanse Ministerie van Arbeid - Een uitgebreide (Engelstalige) technische handleiding over 'heat stress', speciaal gericht op de arbeidsomstandigheden in gieterijen, wasserijen, bakkerijen, keukens enz. : http://www.osha-slc.gov/dts/osta/otm/otm_iii/otm_iii_4
      .html

    12. Help alleenstaanden en hittegvoelige mensen : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQ
      UESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/FOLDERCA
      NICULENL_0.PDF

    13. Hitte-index - Wanneer loopt bij hitte mijn gezondheid gevaar ? (KNMI) : http://www.knmi.nl/VinkCMS/explained_subject_detail.jsp?id=3365

    14. Hittegolf :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Hittegolf
      -
      http://www.gezondmail.be/GezondMail/Gezondheid+en+ziekte/Gezond+leven/Hittegolf.htm

    15. Hittegolf en ozonpieken :
      -
      http://www.astmacopdnieuws.nl/Gezondheid/Wat%20is%20wat/Hittegolf%20en%20ozonpieken/index.php
      - http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2908
      - http://www.halle.be/file_uploads/2093.txt
      - http://www.rudydemotte.be/communiques_asp/ozonenl.pdf
      -
      http://www.wetteren.be/Ozon.pdf

    16. Hittegolf - Praktische info en call center : http://www.belgium.be/eportal/application?languageParameter=nl&pageid=contentPage&docId=38852

    17. Hittegolf en ozonpieken - Informatie en gezondheidsvoorschriften met betrekking tot extreme hittegolven en ozonpieken : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQ
      UESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/PLAN%20VA
      GUE%20DE%20CHALEUR%20_%20RECOMMANDATION_NL.PDF

    18. Hittegolf en ozonpieken Ė Veel gestelde vragen (FAQ) : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQU
      ESPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/PLAN%20VAG
      UE%20DE%20CHALEUR_FAQ%20_NL.PDF

    19. Hittegolf en ozonpieken Ė Zomer 2006 : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQUE
      SPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/VAGUE%20DE
      %20CHALEUR%20ET%20PICS%20DOZONE_NL.PDF

    20. Hittegolf en smog : http://www.ggdfryslan.nl/index.htm?content/producten_diensten/algemeen_publiek/hittegolf_en_smog_juli_2006.htm

    21. Hitteletsels : http://acutezorg.web-log.nl/acutezorg/2005/11/hitteletsels.html

    22. Hitteslag : http://www.bcfi.be/Folia/2004/F31N05D.cfm

    23. Hitteslag en zonnesteek : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1690

    24. Hou het hoofd koel bij de volgende hittegolf : http://www.touring.be/nl/dagelijks-leven/gezondheid-gezin/artikels/hittegolf/index.asp

    25. Ik heb dorst: een glaasje fris aub ! : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=658

    26. Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL-CELINE) : http://www.irceline.be/

    27. Kijk uit voor je huid Ė Wees zonbewust op je werkplek : http://www.arbo.nl/content/network/gbw/docs/leafl_kijkuit.pdf

    28. Kinderen in de zon : http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/pages/Zonnetips_voor_kinderen.html

    29. Meteorologie - Gevoelstemperatuur/ Heat index, humidex / Net Effective Temperature / Relatieve luchtvochtigheid / Waterdampspanning volgens ITS-90 / Dobson eenheid, amagat : http://www.homepages.hetnet.nl/~vanadovv/Meteo.html

    30. Ozon : http://www.gezondmail.be/GezondMail/Gezondheid+en+ziekte/Gezond+leven/Extra/Ozon.htm

    31. Ozon en hittegolf - Zon, hitte en... ozon - Een aantal voorzorgsmaatregelen voor een goede gezondheid : https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,512448&_dad=portal&_schema=PORTAL&ITEM_ID=8114405&SITE_ID=56&PAGE_ID=512460&isportlet=true&
      p_sec
      urity=ON

    32. Ozon en hittegolf : https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,805538&_dad=portal&_schema=PORTAL

    33. Ozonpieken - "Gebrek aan daadkracht van de overheid heeft alarmdrempel overschreden" : http://www.indymedia.be/en/node/3115

    34. Pas op voor een zonnesteek of een hitteslag ! : http://instruxion.telenet.be/default_2_2.aspx?Page=PreviewModule&id=1040&Filter=2&lg=nl

    35. Plan 'Hittegolf en Ozon 2006' (samenvatting) : https://portal.health.fgov.be/pls/portal/docs/PAGE/INTERNET_PG/HOMEPAGE_MENU/MIJNGEZONDHEID1_MENU/RISQUE
      SPO
      URLASANTE1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_MENU/OZONEETVAGUEDECHALEUR1_DOCS/HIT.PDF

    36. Platform Verstandig Zonnen : http://www.verstandigzonnen.nl/factsheet04112002.htm

    37. Preventie bij hitte :
      -
      http://www.gezondmail.be/GezondMail/Gezondheid+en+ziekte/Gezond+leven/Extra/Preventie.htm
      -
      http://www.wvc.vlaanderen.be/eerstelijnsgezondheidszorg/hittegolf/

    38. Risico's van hitte voor gezondheid : http://www.agripress.nl/start/artikel/180390/nl

    39. Sporten in de zon Ė Is dat wel verstandig ? : http://www.bloso.be/public/tip/nogmeertips.asp?id=82

    40. Te heet om te werken ? : http://www.planet.nl/planet/show/id=75098/contentid=721544/sc=8b7159

    41. Te veel zon is niet gezond :
      -
      http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/documents/Te_veel_zon_is_niet_gezond_(zonnetips_volwassenen).pdf
      -
      http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/pages/Te_veel_zon_is_niet_gezond.html

    42. Terugtredende overheid verergert gezondheidsproblemen - Mensonterende toestanden in bedrijven door hittegolf : http://www.arbobondgenoten.nl/aktueel/juli2006/hittegolf.htm

    43. Tips om met de hitte om te gaan : http://www.livio.nl/nieuws.asp?NieuwsID=198 

    44. Tips voor werken bij warmte : http://www.cnv.nl/news/berichten/2006/Juli/EEEAFupyZuJpIevkUc.php

    45. Troposferische ozon : https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,749174&_dad=portal&_schema=PORTAL

    46. Tweede hittegolf duurt minstens tot donderdag Ė Het Nieuwsblad, 17-07-06 : http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=B332903060717

    47. Tweede hittegolf van deze zomer - Enkele aanbevelingen Ė 17.07.2006 : https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,512448&_dad=portal&_schema=PORTAL&ITEM_ID=8346434&SITE_ID=56&PAGE_ID=512918&isportlet=true&p
      _sec
      urity=ON

    48. Vakantiekwaaltjes Ė Zonnesteek : http://www.planet.nl/planet/show/id=75098/contentid=594388/sc=767f12

    49. Verbranding door de zon : http://www.medicinfo.nl/{5404d802-0050-4fba-9979-b24ec3c27b35}/d_563

    50. Verstandig zonnen Ė Minder kans op huidkanker : http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/documents/Verstandig_zonnen.pdf

    51. Voedselinfecties : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=125

    52. Voorkom een zonnesteek : http://www.adversus.nl/beauty/zonenzee/cooldown.html

    53. Warmte & ozon - FAQ's 2005 : http://www.medinet.be/shownews.asp?ID=2018

    54. Warmtestuwing en zonnesteek : http://www.destentor.nl/binnenlandstn/article507867.ece

    55. Wat je moet weten overÖeen zonnesteek : http://www.planet.nl/planet/show/id=75098/contentid=594388/sc=767f12

    56. Hitte - Wat kan er mis gaan ? : http://www.gezondmail.be/GezondMail/Gezondheid+en+ziekte/Gezond+leven/Extra/Wat+kan+er+mis+gaan.htm

    57. Water doet leven ! : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=544

    58. Weerstation Aalst - Algemene begrippen : http://www.weerstationaalst.be/begrippen.html

    59. Weet jij wat je moet doen bij een hittegolf ? : http://www.zorgvoorbeter.nl/agenda/agendavianieuws/article/scheurkalender-weet-jij-wat-je-moet-doen-bij-een-hittegolf-samenwerking/

    60. Werken in de hitte Ė Niet zonder risico... : http://www.admb.be/pls/portal/docs/PAGE/IMAGES/IKMO/WERKEN%20IN%20DE%20HITTE.PDF

    61. Wiegendood : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=96

    62. Zon en Ozon : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=583

    63. Zon en warmte : http://www.omroepmax.nl/?waxtrapp=whtjvCsHnHUZaBIL

    64. Zonnebrand : http://www.consumed.nl/?rightUrl=L2RhdGFiYXNlL2luZGljYXRpZXMvaW5kaWNhdGllLnBocDM/aWQ9NTMwOA==

    65. Zonnesteek :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Zonnesteek
      -
      http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_eerste_hulp_ehbo/Zonnesteek-7723-966-art.htm
      -
      http://www.lumc.nl/1080/uitgaven/20040709.html#Zonnesteek

    66. Zonnesteek (heliosis) : http://www.consumed.nl/?rightUrl=L2RhdGFiYXNlL2luZGljYXRpZXMvaW5kaWNhdGllLnBocDM/aWQ9NTMwOA==

    67. Zonnesteek en zonnebrand :
      -
      https://www.medlook.nl/do/DetailDiseaseInit?pk=1006370806013
      -
      http://www.serviceapotheek.nl/ziektebeelden/index.asp?ziekteId=461

    68. Zonnesteek, hitte-uitputting : http://www.runnersweb.nl/runnersweb/show/id=1732#AI

    69. Zonwering Ė Zonnebril / Hitteslag / Zonnesteek : http://www.fietsactief.nl/serv_fietsfit_zon.asp 

    25-07-2006 om 12:53 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terug van weggeweest...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





















    Terug van weggeweest...

    25-07-2006 om 01:32 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (9 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fijnstof - Elk jaar overlijden 15.000 Nederlanders en 13.000 Belgen door fijn stof - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












      Fijnstof
     
    Elk jaar overlijden 
      15.000 Nederlanders en 
      13.000 Belgen door fijn stof

      Deel II



    1. Health risk assessment of indoor air quality : http://www.wpro.who.int/NR/rdonlyres/B59921BC-5851-4487-891A-AF2908BD8A9A/0/Report_IAQs_Enkhtsesteg_17805.pdf

    2. Hittegolfplan - Plan Canicule ('canicule' is het franse woord voor 'hittegolf ') - Actie- en communicatieplan met betrekking tot de hoge temperaturen Ė Help zwakke personen in uw omgeving - Rudy Demotte, Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, Juni 2004 : http://66.249.93.104/search?q=cache:MGOesY_G4ScJ:www.rudydemotte.be/communiques_asp/caniculenl.doc+Plan+Canicule&hl=nl&gl=be&ct=clnk&cd=2&lr=lang_nl

    3. Houtkachels - Verde : http://www.ecoline.org/verde/infobladen/15kachel.shtml

    4. Lang niet voldoende - Peter Vandermeersch, De Standaard,Online, 04 juli 2006 Ė Commentaar - Je kunt er de jongste jaren gif op innemen : als de zomerzon enkele dagen aan een stuk schijnt en de temperaturen zich tussen de 25 en de 30 graden nestelen, verschijnt het woord ozon op de frontpagina's van alle kranten.
      Kort na de zomer verdwijnt het vermaledijde woord weer in de collectieve vergetelheid.
      Tijdens de wintermaanden maakt het plaats voor de dodelijke combinatie van ,,fijn stof''.
      Om dan de daaropvolgende zomer opnieuw de kop op te steken.
      Ozon en fijn stof mogen dan essentieel andere zaken zijn, ze delen dezelfde oorzaak: vervuiling door uitlaatgassen en andere schadelijke stoffen die we met zijn allen in de atmosfeer uitstoten. Voeg daar de weersomstandigheden (extreme hitte in de zomer of windstilte in de winter bijvoorbeeld) aan toe en je hebt de perfecte cocktail voor ongezond weer.
      Dat hitte en ozonconcentraties ernstig moeten worden genomen, weten ze maar al te goed in Frankrijk.
      Drie zomers geleden vielen er duizenden doden als gevolg van de canicule.
      Europese studies schatten dat er in ons werelddeel 350.000 mensen per jaar vroegtijdig sterven door de vervuiling met stofdeeltjes.
      De kostprijs van luchtvervuiling door fijn stof en ozon werd door Europa becijferd op tussen 189 en 609 miljard euro voor de volgende vijftien jaar.
      In BelgiŽ heeft meer dan ťťn op de tien overlijdens per jaar met luchtvervuiling te maken.
      De ultrafijne deeltjes in de lucht verkorten de gemiddelde levensverwachting in ons land met ruim dertien maanden.
      Daarmee scoort BelgiŽ het slechtst van alle Europese lidstaten.
      De politieke verantwoordelijken van ons land weten dat en hebben de jongste jaren ook naar die wetenschap gehandeld.
      Sedert vorig jaar bestaat er in ons land een groot ozonplan.
      Dat laat toe om de bevolking in een ,,waakzaamheidfase'', ,,alarmfase'' en ,,crisisfase'' zo goed als mogelijk te beschermen tegen de nadelige effecten van ozonpieken.
      De sensibiliseringsacties van de jongste dagen tonen dat dit aspect van het ozonplan voortreffelijk functioneert.
      Maar puffend onder onze parasol is het vooral belangrijk om te beseffen dat concentraties van ozon en fijn stof maar ten gronde kunnen worden bestreden met maatregelen op de lange termijn.
      Het energiegebruik moet fundamenteel - en dus het hele jaar lang - beperkt worden.
      We moeten minder schadelijke stoffen in de atmosfeer uitstoten.
      Doen we daar met zijn allen genoeg aan ?
      Neen.
      Vorige week nog gaven de 25 lidstaten van de EU zichzelf drie jaar langer om een strengere norm voor de uitstoot van fijn stof te halen.
      BelgiŽ en veertien andere lidstaten halen de huidige norm niet eens.
      Ons land wacht een immense inspanning.
      Nieuwe technologieŽn en nieuwe normen voor uitstoot van uitlaatgassen zullen daarbij een belangrijke rol spelen.
      Maar minstens even belangrijk wordt hoe wij ons essentieel anders gaan gedragen
      :
      http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelid=G66UITEU#

    5. Lucht - 'Duizenden sterven eerder door fijn stof' Ė Volkskrant, 11-05-2005 - Artikel naar aanleiding van de Milieubalans 2005 : http://www.ggd.nl/kennisnet/uploaddb/downl_object.asp?atoom=30506&VolgNr=0

    6. Lucht - Alle informatie over het nieuwe wetsvoorstel luchtkwaliteit Ė Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), maart 2006 Ė GGD-Nederland (Waar staat de afkorting GGD voor ? Dat dit niet direct duidelijk is, heeft te maken met de verschillende betekenissen die aan de afkorting zijn gegeven. GGD staat voor : Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Soms staat de eerste G ook voor Gewestelijke of Gemeenschappelijke. Utrecht gebruikt de naam GG&GD. De derde G verwijst naar Geneeskundige. Er zijn ook GGDíen die nauw samenwerken met andere regionale instanties zoals de brandweer en politie, zij presenteren zich dan gezamenlijk als Ďhulpverleningsdienstí) - In een totaalpakket met een nieuw wetsvoorstel, een Nationaal Samenwerkingsprogramma en diverse (verkeers)maatregelen werkt VROM samen met vele andere partijen aan een schone lucht en aan ruimte om te kunnen blijven investeren in wonen, werken en verkeer.
      De nieuwe wet is nog niet van kracht (moet nog door de Tweede Kamer worden behandeld), maar u kunt nu al de plannen van VROM inzien.
      Kern van de wet is de zogeheten programma-aanpak : het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
      Het Rijk neemt een reeks aan maatregelen om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren.
      Daarnaast geven ook andere overheden aan wat zij precies doen om de normen voor luchtkwaliteit zo snel mogelijk te halen.
      Nieuwe projecten die de luchtkwaliteit plaatselijk verslechteren, kunnen daardoor toch doorgaan, omdat is aangegeven welk pakket aan maatregelen er tegenover staat om deze verslechtering ruimschoots te compenseren.
      Het kabinet heeft met het voorstel ingestemd. 17 maart 2006 is het voorstel naar de tweede kamer verzonden
      .../... / :
      http://www.ggd.nl/kennisnet/paginaSjablonen/raadplegen.asp?display=2&atoom=35245&atoomsrt=2&actie=2

    7. Lucht Ė Rapport 'Overlast van bouwstof voor omwonenden' - Wetenschapswinkel Biologie, Universiteit Utrecht, 2004 - Het stof dat bij sloop of renovatie van gebouwen vrijkomt kan overlast geven voor omwonenden. Dit rapport beschrijft de gezondheidsklachten die kunnen ontstaan na blootstelling aan fijn stof en de juridische mogelijkheden voor omwonenden om overlast tegen te gaan. Het onderzoek is gedaan on opdracht van het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu : http://www.ggd.nl/kennisnet/uploaddb/downl_object.asp?atoom=30687&VolgNr=169

    8. Luchtkwaliteit-meetnetten :
      -
      Belgie
      - DCMR Milieudienst Rijnmond
      -
      Denemarken
      -
      Duitsland (Baden-Wuerttemberg)
      -
      Duitsland (Landelijk overzicht)
      -
      Duitsland (Niedersachsen)
      -
      Duitsland (Nordrhein-Westfalen)
      -
      Duitsland (Schleswig-Holstein)
      -
      Frankrijk (Landelijk overzicht)
      -
      Frankrijk (Overzicht regionale meetnetten)
      - Nederland :
      http://www.rivm.nl/milieukwaliteit/lucht/
      -
      Noorwegen
      -
      Oostenrijk
      -
      Verenigd Koninkrijk (Londen)
      -
      Verenigd Koninkrijk (UK)
      -
      Zweden
      -
      Zwitserland 

    9. Luchtvervuiling Ė Airpur : http://www.airpur.be/gezond.cfm?user_mkeus=g&user_hkeus=vuil

    10. Luchtvervuiling Ė Het wonderlijke weer : http://www.wirtzfeld.be/HetWonderlijkeWeer/luchtver.htm

    11. Luchtvervuiling Ė WikipediA : http://nl.wikipedia.org/wiki/Luchtvervuiling

    12. Luchtvervuiling door de scheepvaart - Stichting Noordzee : http://www.noordzee.nl/scheepvaart/luchtverontreiniging.html
    13. Luchtvervuiling en kanker - Nog te veel vooroordelen Ė Gezondheid.be : http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/gezondheid_ziekten/luchtvervuiling_kanker_vooroordelen-13332-312-art.htm

    14. Luchtvervuiling haalt kritisch punt Ė Belg.be Ė Het nieuws anders bekeken : http://www.belg.be/leesmeer.php?x=1335

    15. Mannen en kankerDr. Patrick Sweetlove, Antwerpen - Meer mannen dan vrouwen - In de meeste Europese landen treft kanker mťťr mannen dan vrouwen en bovendien sterven mannen in verhouding vaker aan kanker.
      Het grootste probleem vormen niet zozeer de specifiek mannelijke kankers.
      Teelbalkanker bijvoorbeeld is uiterst zeldzaam en bovendien goed te genezen.
      Frequenter is prostaatkanker : die is verantwoordelijk voor bijna ťťn op vijf kankergevallen bij mannen.
      In tegenstelling tot borst- en baarmoederhalskanker worden daarvoor nog geen grootscheepse screeningsprogramma's georganiseerd omdat de effectiviteit daarvan nog niet bewezen is.
      Uit Amerikaanse studies is wel gebleken dat opsporingsprogramma's voor prostaatkanker een hoge opkomst kennen en dat de ongemakken die ermee samenhangen door mannen als acceptabel worden beschouwd.
      Maar het is nog niet duidelijk of er voldoende levens worden gered om massa-screening rendabel te maken.
      Uiteraard kan elke man wel zelf het initiatief nemen om zich preventief te laten onderzoeken, vanaf een jaar of vijftig, want de incidentie van prostaatkanker neemt toe met de leeftjd.
      Longkanker is een mannenziekte - Dť grote vijand is echter het tabaksgebruik.
      Niet alleen longkanker maar ook kanker van lip, mond, keel, slokdarm en blaas hebben te maken met roken -als elke roker zou stoppen, zou de kankersterfte met ťťn derde dalen.
      Tot nu toe is longkanker bij ons een echte mannenziekte : voor elke vrouw met de aandoening zijn er zeven mannen.
      De vrouwen zijn de mannen wel in snel tempo aan het inhalen : mannen roken steeds minder, vrouwen net steeds mťťr.
      In de VS sterven sinds '86 meer vrouwen aan longkanker dan aan borstkanker.
      Partner van een roker ? - Mensen moeten natuurlijk zelf weten of ze hun gezondheid willen schaden of niet, maar het punt is dat rokers ook andere mensen schade berokkenen.
      Ook passief roken verhoogt het risico op kanker en het is dus niet meer dan normaal dat in ruimten waar mensen samen zitten, niet wordt gerookt.
      Uit Japanse en Amerikaanse studies is gebleken dat partners van rokers vaker longkanker en andere vormen van kanker hebben dan partners van niet-rokers.
      Je moet weten dat er tot nu toe al minstens 44 verschillende carcinogenen zijn geÔdentificeerd in sigarettenrook -stoffen dus die wanneer ze worden toegediend aan proefdieren kanker veroorzaken.
      Het getuigt niet van veel inzicht te betogen tegen een verbrandingsoven of tegen luchtvervuiling en ondertussen zelf rook in te ademen die honderden malen meer geconcentreerd is.
      En tenslotte - Laten we bovendien niet vergeten dat rokers niet alleen vroegtijdig aan kanker overlijden : de meerderheid overlijdt aan problemen van hart en bloedvaten.
      Cfr. ook : 'Stichting Volksgezondheid en roken - Redenen om te roken
      '
      : http://www.stivoro.nl/algemeen/faqs/index.htm -
      Mocht je na het lezen van deze brochure nog vragen hebben, stel ze gerust tijdens de raadpleging : Dr. Patrick Sweetlove, 2060 Antwerpen Ė Tel. : 03 / 225 24 25 :
      http://www.sweetlove.be/br_man_kanker.html

    16. Milieubalans 2005 , Milieu- en Natuurplanbureau : http://www.mnp.nl/nl/publicaties/2005/Milieubalans_2005.html

    17. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) -(- http://www.vrom.nl/pagina.html?id=1 -)- : http://nl.wikipedia.org/wiki/VROM

    18. Natuurlijk aantwoord tegen fijnstof Ė Adem gezonde lucht ! - Breng berglucht in uw woning met Q-Air ! - Nieuwste generatie luchtreinigers 
      En wat als gezondheid wťl te koop was ?
      De nieuwste generatie luchtreinigers van Q-air : het natuurlijke antwoord op het schadelijke fijnstof, huisstofmijt, pollen, tabaksrook, schimmels, virussen, bacteriŽn en vieze geuren.
      Maakt u zich ook zorgen om de berichten in de media over de toenemende luchtvervuiling ?
      Wilt u ook een gezonde, schone en frisse woon- en werkomgeving voor uzelf en uw familie ?
      Luchtvervuiling binnenshuis is een nationaal gezondheidsprobleem geworden.
      Niemand kan zich hier nog aan onttrekken.
      De sterk geÔsoleerde, energiezuinige huizen en kantoren zijn gevuld met schrale, "dode" lucht waar huisstof, schimmels, virussen, bacteriŽn en/of schadelijke chemische stoffen kunnen voorkomen.
      Verluchten kan enigszins helpen, maar wat als de buiten lucht al bijna net zo vervuild is ?
      Onze kinderen krijgen steeds vaker te maken met allergieŽn en infecties aan de luchtwegen.
      Zuivere lucht is schaars geworden.
      Ook meer en meer volwassenen lijden onder allerlei aandoeningen die te wijten zijn aan de luchtvervuiling.
      In BelgiŽ sterven naar schatting elk jaar 13.000 mensen vroegtijdig door fijn stof in de lucht.
      Q-air biedt u de oplossing.
      Waar klassieke luchtreinigers enkel de lucht filteren middels een filter, zorgen de luchtreinigers van Q-air tevens voor het verspreiden van negatieve ionen door middel van een negatieve ionen-generator.
      Negatieve ionen hebben een positieve uitwerking op de gezondheid en het algemeen welbevinden van de mens.
      De lucht in de vrije natuur, zoals in de bergen, aan zee en in het bos is geladen met negatieve ionen.
      De luchtreinigers van Q-air zijn uitgerust met een ionengenerator die een vergelijkbaar resultaat geven op de gezondheid.
      Tevens hebben de luchtreinigers van Q-air een bacterie- en virusdodende werking door toepassing van UV licht.
      Deze techniek wordt ook toegepast voor het desinfecteren van lucht in ziekenhuizen of voor het doden van bacteriŽn in zwembadwater.
      De Q-air luchtreinigers verwijderen fijnstof, rook, pollen, schimmels, vervelende luchtjes, elimineren bacteriŽn en hebben een virusdodende werking.
      Een must voor een gezonde woning ! :
      http://www.q-air.be/
      Cfr. ook :
      --
      http://www.airnic.be/info.asp?language=NL&pagina=Daikin%20Luchtreinigers
      -- http://www.allergiewinkel.nl/index.html?lang=nl&target=d23.html
      --
      http://www.beslist.nl/huishoudelijke_apparatuur/luchtreinigers/
      -- http://www.bestekeus.nl/shop/default.php/cPath/195_1139
      -- http://www.cleanair-online.nl/ -- http://www.kellysearch.nl/nl-product-3582.html
      -- http://www.elektro.be/functions/products.asp?lang=nl&pag=3&Cat=3&SCat=498
      -- http://www.euromate.com/wwwnew/ned/
      --
      http://www.factoryprices.nl/index.php?cPath=123_146
      -- http://www.first-impressions.nl/rubriek/Luchtreinigers
      -- http://www.h-e.nl/index.php Ėhttp://www.hvac.nl/html/luchtreinigerSHARP.php3
      --
      http://www.honeywell.nl/uploads/files/luchtreinigerbrochure.pdf
      -- http://www.kelkoo.nl/b/a/c_144801_verwarming_airco.html
      -- http://www.medivation.nl/sharp-plasmacluster-luchtreiniging.php
      -- http://www.nieuwsbank.nl/inp/2006/06/02/l015.htm
      -- http://www.sharp.be/templates/tpl_level2.asp?ContainerID=1312&PageID=2614&CatID=
      --
      http://www.vedasco.be/proluc.asp
      -- http://www.witgoedvink.nl/witgoedvinkweb/LUCHTREINIGERS.htm#luchtreiniger

    19. Neerslag spoelt fijn stof uit de atmosfeer Ė MeteoKust, 07/07/06 - Bron : www.meteoonline.be - Water in de atmosfeer is van cruciaal belang voor het effect van fijn stof (ook wel aŽrosolen genoemd) op het klimaat.
      Water dat als neerslag naar beneden komt, zorgt dat aŽrosolen uit de atmosfeer worden verwijderd, de lucht wordt als het ware schoon gewassen.
      Dat proces begint al in de wolk bij de vorming van wolkendruppels rond deze deeltjes.
      Naar nu blijkt leveren ook vallende regendruppels een niet eerder onderkende belangrijke bijdrage aan het verwijderen van aŽrosolen uit de atmosfeer.
      Buiten de wolk is waterdamp van belang voor de groei van aŽrosolen en daarmee van invloed op het klimaat.
      Neerslag en wolken zijn dus bepalend voor de hoeveelheid aŽrosolen in de lucht, waterdamp is bepalend voor de sterkte van het klimaateffect.
      Dit blijkt uit onderzoek naar aŽrosol modellering door Bas Henzing van het KNMI. Op 6 maart a.s. verdedigt hij zijn proefschrift aan de Technische Universiteit van Eindhoven.
      AŽrosolen verstrooien inkomend zonlicht.
      Hierdoor zorgen aŽrosolen voor afkoeling van het klimaat.
      Daarmee compenseren ze voor een deel de opwarming door het versterkte broeikaseffect.
      Bepaling van het klimaateffect door aŽrosolen is dus van belang voor het afschatten van de netto menselijke invloed op het klimaat.
      In vochtige lucht groeien aŽrosolen door het opnemen van waterdamp.
      Hoe groter de deeltjes hoe meer zonlicht gereflecteerd wordt.
      De hoeveelheid zonlicht die wordt gereflecteerd is daarom een maat voor de hoeveelheid aŽrosolen in de atmosfeer.
      Met behulp van satellieten kan dat tegenwoordig nauwkeurig worden gemeten.
      Henzing laat zien dat op basis van deze metingen de modelberekeningen van aŽrosolconcentraties verder kunnen worden verbeterd.
      Wolkendruppels ontstaan doordat waterdamp condenseert op aŽrosolen.
      Bij de vorming van regendruppels uit vele wolkendruppeltjes worden aŽrosolen via de neerslag naar het aardoppervlak getransporteerd en dus uit de atmosfeer verwijderd.
      Algemeen wordt aangenomen dat dit het belangrijkste verwijderingsmechanisme voor aŽrosolen is.
      Het blijkt echter dat de vallende neerslag ook in staat is om aŽrosolen te verwijderen die zich bevinden in de wolkenloze lucht onder de wolken.
      Op gematigde breedte, waar Nederland zich ook bevindt, blijkt dit mechanisme heel effectief.
      Van de totale verwijdering van de grotere aŽrosolen blijkt ongeveer 30% en lokaal zelfs meer dan 50%, het gevolg te zijn van vallende regendruppels.
      Henzing laat zien dat dit mechanisme voor verwijdering niet verwaarloosd kan worden
      :
      http://www.infometeo.be/index.php?archief=2006-03-07_001

    20. Over de gezondheidsrisico's van fijn stof in Nederland - Samenvattend rapport. Rapport 650010033, RIVM, Bilthoven - Buringh, E. en Opperhuizen, A. (Editors) (2002) : http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010033.html

    21. Overschrijding grenswaarden fijn stof in BelgiŽ - Schriftelijke vraag van Bart Staes, 22/05/06 (Parlementaire vraag nr. E-1324/06) - Volgens bijlage III van Richtlijn 1999/30/EG mogen de grenswaarden van fijn stof ('zwevende deeltjes') van 50 microgram per kubieke meter lucht maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. E
      ind februari 2006 al werd die grens in Charleroi overschreden. Andere gemeenten zoals Zwijndrecht en Evergem zaten toen al aan respectievelijk 27 en 25 keer de overschrijding van deze waarden.
      Hoewel de overheden van BelgiŽ werken aan plannen op lange termijn, kan men deze opmerkelijke graad van vervuiling moeilijk toedekken.
      Reagerend op deze cijfers stelde de federale minister van Leefmilieu dat het 'onwaarschijnlijk' is dat BelgiŽ hiervoor door Europa beboet zal worden.
      Artikel 11 van deze richtlijn bepaalt het volgende : "De lidstaten stellen sancties vast op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn."

      Heeft de Commissie inmiddels kennis genomen van de sancties die door BelgiŽ zijn vastgesteld ?
      Zijn deze voldoende 'doeltreffend, evenredig en afschrikkend' ?

      Kan de Commissie meedelen of BelgiŽ inderdaad zijn zelf vastgestelde sancties naleeft en oplegt ?
      Welke actie zal de Commissie ondernemen ten aanzien van de gewestelijke en federale overheden van BelgiŽ die er - zo leert althans het geval Charleroi - niet in zullen slagen om zich aan de door Richtlijn 1999/30/EG opgelegde grenswaarden inzake fijn stof te houden ?
      Als de Commissie geen actie onderneemt, kan zij dan argumenteren waarom zij dat niet doet ?
      Antwoord van commissaris Dimas - De bij Richtlijn 1999/30/EG van de Raad ingestelde grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zijn van toepassing sedert 1 januari 2005 en mogen sedertdien niet meer worden overschreden.
      Elke in 2005 geconstateerde overschrijding moet door de lidstaten bij de Commissie worden gemeld uiterlijk op 30 september 2006 en op dat moment wordt een volledige evaluatie gemaakt voor alle lidstaten.
      De Commissie is niet in kennis gesteld van de door BelgiŽ vastgestelde straffen in geval van overtreding van de uit de omzetting van Richtlijn 1999/30/EG van de Raad voortvloeiende voorschriften, en zal die informatie derhalve opvragen.
      Met betrekking tot de maatregelen die de Commissie neemt wanneer de grenswaarden worden overschreden, wordt het geachte Parlementslid verwezen naar de eerste alinea van dit antwoord
      : http://www.bartstaes.be/articles.php?id=1492

    22. Particulate matter air pollution - How it harms health - Fact sheet EURO/04/05 - Berlin, Copenhagen, Rome, 14 April 2005 : http://www.euro.who.int/document/mediacentre/fs0405e.pdf 

    23. Relatie tussen fijn stof en voortijdige sterfte - Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 9 december 2002 - Fijn stof in de lucht kan leiden tot gezondheidsklachten en zelfs tot voortijdige sterfte.
      Bij ongeveer 1700 tot 3000 sterfgevallen per jaar speelt de relatie tussen voortijdige sterfte en het inademen van fijn stof een rol.
      Dit blijkt uit epidemiologische studies van het Nederlands AŽrosol Programma, waarin RIVM, TNO, ECN en IRAS van de Universiteit van Utrecht samenwerken.
      Fijn stof is een mengsel van deeltjes van verschillende grootte en verschillende samenstelling.
      Sommige onderdelen van fijn stof zijn meer schadelijk voor de gezondheid dan andere onderdelen.
      De bron van fijn stof is waarschijnlijk bepalend voor de schadelijkheid.
      Zo lijkt fijn stof afkomstig van de uitstoot door verkeer schadelijker voor de gezondheid dan bijvoorbeeld stofdeeltjes afkomstig uit de bodem.
      Het oorzakelijk verband tussen blootstelling aan de verschillende deeltjes en de mechanismen waarop dit de gezondheid beÔnvloed is nog niet duidelijk.
      Gezondheidseffecten treden niet pas boven een bepaalde drempelwaarde op.
      Zelfs van fijn stof concentraties ver onder de huidige Europese normen zijn gezondheidseffecten in de bevolking te verwachten.
      Hierbij is de aard van de deeltjes bepalend voor de schadelijkheid.
      Metingen wijzen uit dat de afgelopen tien jaar de gemiddelde fijn stof concentraties in Nederland gedaald zijn.
      Deze daling is tot stand gekomen door het huidige Nederlandse en Europese beleid.
      In de toekomst zal de fijn stof concentratie hierdoor waarschijnlijk verder dalen.
      De resultaten van het Nederlands AŽrosol Programma worden door de Nederlandse overheid gebruikt bij evaluatie van de Europese fijn stof richtlijn in 2003.
      De belangrijkste aanbeveling van dit onderzoek is de bestrijding toe te spitsen op de meest schadelijke fractie van het fijn stof.
      Dit betreft waarschijnlijk met name het dieselroet uit de vervoerssector en fijn stof afkomstig van overige verbrandingsprocessen. Dergelijke bronnen verdienen prioriteit in het beleid voor uitstootbeperking van fijn stof.
      Daarnaast is het gewenst voor het fijnste stof een aparte normstelling of een meer brongerichte normstelling te ontwikkelen. Ook adviseert het Nederlands AŽrosol Programma voorlopig de huidige Europese norm (PM10) als maat voor fijn stof niveaus in de buitenlucht te blijven hanteren. Dit is nu de Europese standaard voor luchtverontreiniging door grove Ťn fijnere stofdeeltjes. In de toekomst is het gewenst voor deeltjes kleiner dan PM10 een aparte of meer brongerichte normstelling te ontwikkelen
      :
      http://www.rivm.nl/persberichten/relatie.jsp

    24. Trends in the environmental burden of disease in the Netherlands, 1980-2020 - Rapport 500029001, RIVM, Bilthoven - Knol, A.B. en Staatsen, B.A.M. (2005) : http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/500029001.html

    25. Uitstoten in de lucht en luchtvervuiling Ė Brussels Hoofdstedelijk Gewest : http://www.bruxelles.irisnet.be/nl/entreprises/maison/environnement/rejets_dans_l_air.shtml

    26. Vergiftigingen - © 2000/2005 e-gezondheid.be, 14/04/2003 - Een vergiftiging is een toestand ontstaan door het binnendringen van een giftige stof in het lichaam of door een ophoping van een door het lichaam zelf in grote hoeveelheden geproduceerde schadelijke stof : http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/bloed_stofwisseling_allergies_andere_ziekten/Vergiftigingen-4260-888-art.htm

    27. Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) : http://www.vmm.be/servlet/be.coi.gw.servlet.MainServlet/id1152489066279/standard/?toDo=open&id=7

    28. WHO air quality guidelines global update 2005 - Report on a Working Group meeting, Bonn, Germany, 18-20 October 2005 : http://www.euro.who.int/Document/E87950.pdf

    29. Zomer- en wintersmog - Milieu Centraal Ė In het kort - Onder invloed van het weer kan een verhoogde luchtvervuiling ontstaan.
      We noemen dit smog.
      Smog kan gezondheidsproblemen veroorzaken, met name bij kinderen, patiŽnten met COPD (astma) en (vooral) oudere mensen met hart- en vaatziekten.
      Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) meet elk uur de luchtkwaliteit op een groot aantal plaatsen in Nederland.
      De actuele meetresultaten vindt u op Teletekst (pagina 711 en 712) en op :
      www.lml.rivm.nl.
      Als de concentraties vervuilende stoffen in de lucht te hoog zijn en de smogalarmdrempels worden overschreden, vindt u hier waarschuwingen en adviezen om gezondheidsproblemen te voorkomen.
      Om in de toekomst problemen te voorkomen zijn in de Europese Unie regels opgesteld met waarden waaraan de luchtkwaliteit moet gaan voldoen.
      Dit moet binnen bepaalde termijnen gerealiseerd zijn.
      Zomersmog - Zomersmog, ook wel 'fotochemische smog' genoemd, ontstaat bij mooi zomerweer met relatief hoge temperaturen en een zwakke oostelijke tot zuidelijke wind.
      Zomersmog verdwijnt weer als er bewolking komt en/of de wind opsteekt.
      Bij zomersmog zijn de concentraties ozon (O3) en fijn stof (zwevende deeltjes of PM10) in de lucht verhoogd.
      Ozon wordt onder invloed van zonlicht binnen enkele uren gevormd uit stikstofoxiden (NOx) en vluchtige koolwaterstoffen, zoals VOS (Vluchtige Organische Stoffen).
      Fijn stof bestaat uit kleine, niet-zichtbare deeltjes en druppeltjes, die door de wind over grote afstand kunnen worden meegevoerd.
      Belangrijke bronnen van zomersmog zijn het verkeer (stikstofoxiden, koolwaterstoffen, fijn stof) en de industrie (stikstofoxiden en koolwaterstoffen).
      Wintersmog - Wintersmog bestaat hoofdzakelijk uit fijn stof en zwaveldioxide (SO2) en komt voor bij een hoge luchtdruk met helder winterweer en een zwakke tot matige oostelijke wind.
      Deze wind voert lucht met veel zwaveldioxide en fijn stof aan uit Oost-Europa.
      Wintersmog verdwijnt wanneer het mooie winterweer omslaat (dooi, regenen of harde wind).
      Belangrijkste bron van wintersmog is het gebruik van steen- en bruinkool in industrie en elektriciteitscentrales in Oost-Europa.
      Wintersmog komt steeds minder voor, omdat de lucht in Oost-Europa steeds schoner wordt.
      Wat zijn de risico's
      - Smog kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
      Een verhoogde concentratie fijn stof, samen met andere luchtverontreiniging, kan onder meer luchtwegklachten veroorzaken zoals benauwdheid en hoesten.
      PatiŽnten met COPD en vooral oudere mensen met hart- en vaatziekten hebben hier in het algemeen eerder last van.
      De klachten kunnen per persoon verschillen.
      Ozon kan vanaf matige smog klachten geven bij inspanning in de buitenlucht en bij mensen met luchtwegproblemen en mensen die extra gevoelig zijn voor ozon.
      Mogelijke gezondheidseffecten zijn irritatie van ogen, neus en keel, luchtwegklachten, benauwdheid, hoest en hoofdpijn.
      Kinderen en ouderen zijn hiervoor relatief gevoelig.
      Tijdens matige tot ernstige smog kunt u gezondheidsklachten verminderen of voorkomen door in de middag en vroege avond langdurige inspanning in de buitenlucht te vermijden.
      In deze uren is de concentratie van ozon het hoogst.
      Bij smogalarm wordt risicogroepen geadviseerd binnen te blijven.
      Binnenshuis wordt geen ozon gevormd, maar het kan wel binnenkomen door open ramen en deuren.
      Houd tijdens smogalarm dus zoveel mogelijk ramen en deuren gesloten en lucht in de ochtend of avond alsde ozonconcentraties laag zijn .../...
      Wat doet de overheid ? - In EU-verband zijn richtlijnen voor de luchtkwaliteit opgesteld met daarin grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof en lood, benzeen en koolmonoxide.
      Naar aanleiding van de overschrijdingen van de alarmdrempel in de zomer van 2003 heeft de EU nieuwe, verplichtende regels opgelegd aan alle lidstaten.
      Zo zal de overheid in bepaalde omstandigheden verplicht zijn het autoverkeer aan banden te leggen.
      Ook zijn de regels voor het waarschuwen van de bevolking verscherpt, zoals een verplichting om ouderen te adviseren binnen te blijven.
      In combinatie met een richtlijn die het gebruik van oplosmiddelen en de uitstoot van andere schadelijke gassen moet inperken, verwacht het RIVM (op basis van een inschatting) dat vanaf 2010 in Nederland geen perioden met ernstige smog meer zullen voorkomen.
      Volgens de Nederlandse regering heeft voorkomen van smog het meeste effect in internationaal verband, omdat negentig procent van de vervuiling uit het buitenland afkomstig is.
      Meer informatie - Actuele smoginformatie (smogwaarden en gedragsadviezen) is te vinden op Teletekst (pagina 711 en 712) en op de smogpagina van het Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
      Ė cfr, : www.lml.rivm.nl - : http://www.milieucentraal.nl/pagina?onderwerp=Zomer-%20en%20wintersmog 

    25-07-2006 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    08-07-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) - Een biologische benadering
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

         



      Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)
      Een biologische benadering

      Elke Van Hoof, 
      Dr. in de Psychologische Wetenschappen
      Vrije Universiteit Brussel


      Dit artikel handelt over 
     
    de theoriŽn van P. Englebienne en K. De Meirleir.


    Inleiding

    CVS verschilt van chronische vermoeidheid door het voorkomen, naast vermoeidheid, van andere klachten zoals hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn en gezwollen lymfeklieren maar ook door de ernst en duur van de symptomen.
    CVS kan erg variŽren.
    Sommige patiŽnten belanden in een rolstoel of zijn bedlegerig; de sociale, economische en maatschappelijke implicaties kunnen dan ook zeer zwaar zijn.

    Om de diagnose te stellen, worden alle andere mogelijkheden uitgesloten.
    De symptomen waarop men zich baseert komen ook voor bij verschillende andere aandoeningen zoals bij depressieve stoornissen.
    Het is dus van belang biologische markers te vinden die de differentiaaldiagnose tussen CVS en bijvoorbeeld depressieve stoornissen, vastleggen.


    Definitie CVS

    In totaal werden over de jaren vijf definities voor CVS ontwikkeld, elk met hun eigen specifieke kenmerken.
    De twee meest verspreide en meest gebruikte definities werden ontwikkeld in de ĎCenters for Disease Control and Prevention (CDC)í van Atlanta (USA), de eerste in 1988 (Holmes et al., 1988), een tweede in 1994 (Fukuda et al., 1994).
    In tabel 1 staan de CDC criteria van 1994 beschreven.
    Deze onderzoeksdefinities hadden als belangrijkste doel een gelijke groep te onderscheiden waarop men wetenschappelijk onderzoek kon doen.

    Tabel 1 : Criteria van CVS naar Fukuda et al (1994)

    Chronische vermoeidheid wordt hier gedefinieerd als een zelfgerapporteerde, klinisch geŽvalueerde en lichamelijk onverklaarbare aanhoudende of terugkerende chronische vermoeidheid die meer dan zes maanden aanwezig is en die niet het resultaat is van voortdurende inspanning, een nieuw of duidelijk begin heeft, niet aanzienlijk verbeterd door rust en heeft geleid tot een sterke afname van vroegere niveaus van beroepsmatig, sociaal of persoonlijk functioneren.

    De chronische vermoeidheid wordt gekarakteriseerd door minstens 4 van de volgende symptomen :
    - zelfgerapporteerde beperkingen in korte termijn geheugen- of concentratieproblemen
    - keelpijn
    - gevoelige hals- of okselklieren
    - spierpijn
    - gewrichtspijn zonder zwelling of roodheid
    - hoofdpijn van verschillende types, patronen of ernst
    - niet herstellende slaap
    - algemene malaiseklachten na een inspanning, die langer dan 24 uur aanhouden.

    Er zijn duidelijke verschillen tussen de definities.
    Als gevolg verschilt de prevalentie ook aanzienlijk naargelang de gebruikte criteria.
    De onderzoekscriteria zijn gericht op klachten en wetenschappelijk onderzoek wat direct ook de problemen van de definities aanduidt.
    Recent werden nieuwe criteria voorgesteld, de zogenaamde Canadese criteria die zich specifiek richten op klinisch werk, dus op artsen en andere medische hulpverleners.
    Deze laatste ontwikkelde criteria zijn niet gericht op onderzoek.


    Ontstaansmechanismen

    In de loop der jaren werd veel onderzoek gedaan naar de oorzakelijke verbanden tussen infecties en CVS.
    De studies gaven verschillende resultaten alhoewel sommige hypothesen werden weerhouden.

    Uit onderzoek blijkt de kans op een nieuwe infectie, verantwoordelijk voor het ontstaan van CVS, zeer onwaarschijnlijk en gaat het eerder om een reactivatie.

    Het niet kunnen aantonen van een virale infectie betekent niet noodzakelijk dat er geen infectie is geweest.
    Levy stelde het Ďhit and runí-effect voor waarbij een virus het lichaam besmet, immuunabnormaliteiten veroorzaakt en dan geŽlimineerd wordt waarbij de abnormaliteiten aanwezig blijven.
    Andere hypothesen stellen dat bacteriŽle infecties zoals Brucella en Chlamydia pneumoniae belangrijk kunnen zijn.
    Ook Mycoplasma-infecties worden vaak gevonden.
    Ongeveer 60% van de CVS-patiŽnten blijkt geÔnfecteerd met minstens ťťn van deze opportunistische infecties.

    In een bepaalde studie bleek dat 72% van de patiŽnten een infectie rapporteren bij het begin van hun CVS-symptomen en dit resultaat wordt bevestigd door andere wetenschappers.
    Bovendien toonden De Becker et al. (2002) aan dat de combinatie tussen een infectieuze factor en niet-infectieuze factor meestal het begin kenmerkt.

    Andere resultaten leidde tot de hypothese dat een langdurige stresstoestand veranderingen kan teweegbrengen in het stress-systeem van het lichaam (o.a. verhoogde cortisol) wat op zijn beurt ook immunologische gevolgen heeft.
    In deze toestand is men meer vatbaar voor infecties.

    Als men de wetenschappelijk literatuur bekijkt is een zwak immuunsysteem [slecht verdedigingsmechanismen in de cellen en verhoogde immuunactiviteit] het meest consistent gerapporteerd bij CVS-patiŽnten.
    Bovendien is er een verhoogde kans op een allergie met een langdurige onevenwicht in het immuunsysteem.


    Biologische markers

    Reeds lange tijd werd gezocht naar biologische of objectieve kenmerken van CVS.
    Er werden een aantal biologische afwijkingen gevonden die niet aanwezig waren bij de controlegroepen.
    Toch waren geen van deze abnormaliteiten echt specifiek.
    Nochtans is het van groot belang dat eventuele biologische merkers worden gevonden aangezien ze de (h)erkenning bevorderen en ook de diagnosestelling.

    In 1997 werd aan de universiteit van Philadelphia (USA) een abnormale vorm van een bepaald eiwit (RNase L) gevonden.
    Deze resultaten werden bevestigd aan de Vrije Universiteit Brussel.
    Tot op heden is dit de enige effectieve, snel uitvoerbare test die beschikbaar is ter ondersteuning van de diagnose van CVS.

    Figuur 1 - RNase L in gezonde individuen (cfr. origineel)

    Ribonuclease L (RNase L) is ťťn van de sleutelenzymes die geÔnduceerd worden door interferon.
    Interferon is een alarmsignaal dat afgaat bij een aanval van o.a. bacteriŽn en virussen.
    Het RNase L eiwit heeft normaal gesproken een moleculair gewicht van 83 kDa.
    Eens geactiveerd gedraagt RNase L zich als een schaar om aanvallers te vernietigen (en zo de infectie te stoppen) en op hetzelfde moment zet het de geÔnfecteerde cel aan tot spontane celdood (apoptose).
    Hierdoor wordt de infectie bestreden en geneest de persoon.

    Figuur 2 - RNase L-systeem in gezonde personen (cfr. origineel)

    In de immuuncellen van de CVS patiŽnten wordt het RNase L gesplitst door proteasen.
    Proteasen zijn afbrekers en behoren normaal gesproken bij de normale afbraakprocessen in het lichaam.
    Eens gesplitst ontstaat er een lagere gewichtsvorm van RNase L (LMW) maar deze vorm bezit echter onvoldoende goed werkende functies met als gevolg verhoging in het knippen van aanvallers (virussen en bacteriŽn).
    Bovendien zullen sommige van de LMW RNase L fragmenten zich binden aan verkeerde poorten en zo de channelopathy veroorzaken.
    Normaal gesproken worden die poorten door andere stoffen bezet en verloopt alles in het lichaam zoals het hoort.
    Door het bezetten van de verkeerde poorten, kunnen een aantal lichaamsfuncties niet meer correct verlopen.

    Figuur 3 - RNase L-systeem In CVS (cfr. origineel)

    De voorgaande bevindingen hebben geleid tot een coherente theorie die wordt gepresenteerd in het boek ĎChronic Fatigue Syndrome : a biological approachí door P. Englebienne (& K. De Meirleir - Uitgegeven bij CRC, 27-02-2002 - ISBN : 0849310466).
    De theorie maakt in de eerste plaats een onderscheid tussen voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren zoals ook al gesuggereerd door andere onderzoekers en wetenschappers.
    Dit deel zal zich toespitsen op het biologisch deel van de theorie zoals beschreven in het boek.

    Figuur 4 - Simpele weergave van de figuur 8.2 uit boek (cfr. origineel)

    De voorgestelde immuniteitsveranderingen kunnen veroorzaakt worden door ten minste 7 uitlokkende factoren :

    1. Stress in de lichaamscellen kan veroorzaakt worden door bloedtransfusies of langdurige blootstelling aan stralingen zoals ons team meermaals klinisch heeft vastgesteld.
    2. Verschillende toxinen zoals zware metalen, organofosfaten en PCP kunnen immuundysfuncties veroorzaken.
    3. Sommige acute virale infecties veroorzaken een zwakke immuniteit voor langere tijd. Dit geeft de mogelijkheid aan opportunistische infecties om (her) op te flakkeren.
    4. Langdurige fysieke of mentale stress heeft een negatieve impact op de immuniteit.
    5. Zwangerschap en fysiologisch/ pathologische situaties waarbij hoge oestrogenen niveaus aanwezig zijn, brengt de immuniteit in onevenwicht. Dit onevenwicht zorgt voor een verhoogde kans op allergieŽn. Lage niveauís oestrogeen verbeteren de immuniteit terwijl hogere dosissen (zoals gevonden tijdens een zwangerschap) de immuniteit onder druk zet.
    6. Infecties die moeilijk verdwijnen en dus langdurig het lichaam bezetten  veroorzaken dezelfde verschuiving van de immuniteit balans.
    7. Een allergische persoon heeft meer kans om opportunistische infecties binnen te krijgen.
    Al deze uitlokkende factoren veroorzaken immunologische veranderingen zoals steeds terugkerende virale activiteit, activatie van de defensiemechanismen en abnormaliteiten die fluctueren in de tijd.
    De verhoogde activiteit van het RNase L systeem is een indicatie voor een slechtere algemene gezondheidstoestand.
    De steeds terugkerende virale activiteit is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de griep-achtige symptomen en de gevoelige lymfeklieren.
    Tezelfdertijd maken zwakke aanvallers het RNase L systeem kwetsbaar en veroorzaken ook een vermindering in RLI. Dit RLI is de "uit"-knop van het defensiesysteem in het lichaam.
    Dit heeft als gevolg dat het RNase L systeem in een hogere versnelling gaat waardoor er meer poorten bezet worden door de verkeerde stoffen (channelopathy).
    Deze channelopathy is klinisch belangrijk want het kan verschillende symptomen, verklaren zoals nachtzweten en verlaging van de pijndrempel.
    Deze channelopathy veroorzaakt op zijn beurt natuurlijk een aantal veranderingen in het lichaam die leiden tot spierzwakte, centrale vermoeidheid en slaapproblemen.

    Figuur 5 - Channelopathy (Figuur - 8.3 in het boek) (cfr. origineel)

    Door de vermindering van de "uit"-knop (RLI) en verhoogde RNase L-activiteit worden een aantal andere processen vertraagd zoals de eiwitsynthese waardoor men traag recupereert na een inspanning.
    Uiteindelijk kom je in een vicieuze cirkel terecht waarbij niet alleen de defensie ontregelt is maar ook andere lichaamsprocessen aangetast worden.

    De visie van het team onder leiding van Prof. Dr. K. De Meirleir bestaat natuurlijk uit meer dan alleen de bovenvermelde biologische theorie.
    Zoals uit onderzoek van andere wetenschappers blijkt, vinden ook wij de achtergrond van de patiŽnt belangrijk.
    Voortbeschikkende factoren worden dan ook in rekening gebracht.
    Deze factoren kunnen genetisch van aard zijn, maar ook uit mentale uitdagingen bestaan.
    Bij langdurige mentale uitdagingen valt het evenwicht tussen draagkracht en draaglast uit balans.
    Allerlei factoren kunnen daarbij een rol spelen zoals perfectionisme, werkomstandigheden de  privťproblemen en/ of ingrijpende levensgebeurtenissen.

    Als samenvatting kan men de theorie als volgt beschrijven :
    Voortbeschikkende factoren leiden tot kwetsbaarheid van lichaam op stress. Wanneer in de kwetsbare toestand uitlokkende factoren en dus extra stress wordt toegevoegd, kan het lichaam zijn veerkrachtigheid verliezen en CVS ontwikkelen. Dit leidt tot een aantal biologische veranderingen zoals uitgebreid beschreven in het boek van P. Englebienne en K. De Meirleir. Als volhardende factoren beschouwen we de opportunistische infectie in de tweede plaats mogelijke psychologische fenomenen zoals ziektewinst.


    Cfr. :
    http://bdevochtii.spaces.msn.com/Blog/cns!1przWmEOhHy7Nb_YzSHjatGA!403.entry
     

    08-07-2006 om 14:05 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-07-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alles over misselijkheid - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






         Alles over misselijkheid
     
         Deel I


         Misselijkheid is een moeilijk te omschrijven onaangenaam gevoel, dat vaak gepaard gaat met versterkte afscheiding van speeksel, bleekheid, hartkloppingen en duizeligheid.
    Meestal gaat het vooraf aan braken.
    Als de maag leeg is, is het gevoel van misselijkheid ook verdwenen.
    Bij braken wordt de inhoud van de maag of dunne darm teruggeworpen in de mond doordat de peristaltiek in omgekeerde richting verloopt.
    Braken is een reflex, die ontstaat door prikkeling van het braakcentrum, gelegen in het verlengde merg van de hersenen.
    Dit kan gebeuren door een verhoogde druk in de hersen (vb. bij een hersenschudding), door het zien, ruiken of proeven van onaangename dingen, ddor bepaalde aandoeningen, door vergiften en door prikkeling vanuit het evenwichtszintuig (vb. bij reisziekte).

    1. - Misselijkheid
    Kring Apotheek, aug. 2003
    1.1 - Algemeen
    Overgeven en misselijkheid zijn klachten die veel voorkomen.
    Misselijkheid is meestal de voorbode van braken.
    Overgeven en misselijkheid worden vanuit de hersenen (het braakcentrum) gestuurd.
    De klachten duiden erop dat in een bepaald deel van de hersenen alarm is geslagen.
    Dit gebied in de hersenenstaat onder andere onder invloed van het evenwichtsorgaan en het maagdarmkanaal. Misselijkheid is vaak niet ernstig, maar wel erg vervelend.
    1.2 - Oorzaken
    Niet altijd heeft overgeven of misselijkheid te maken met de inhoud van maag.
    Andere oorzaken kunnen zijn prikkeling van het evenwichtsorgaan (reisziekte), nervositeit, overmatig (vet) eten en drinken (alcohol), zwangerschap, migraine, griep, menstruatie, pijn en stress.
    Ook medicijnen kunnen misselijkheid en braken uitlokken.
    Een bekend voorbeeld is natuurlijk chemotherapie, maar ook ergotamine, anti-depressiva en digoxine geven vaak aanleiding tot misselijkheid.
    1.3 - Reisziekte
    Reisziekte is de misselijkheid en het draaierige gevoel dat ontstaat tijdens het reizen met bijvoorbeeld een auto, boot of vliegtuig.
    Het geeft een ellendig gevoel en veroorzaakt (hevige) aandrang om te braken.
    De klachten verdwijnen zodra de beweging van het vervoermiddel stopt.
    Wilt u meer informatie over dit onderwerp vraag dan bij uw Kring-apotheek naar de folder 'Reisziekte' Ė cfr. :
    http://www.kring-apotheek.nl/zz/zz33.html -.
    1.4 - Zwangerschapsmisselijkheid
    Zwangerschapsmisselijkheid treedt voornamelijk op in de eerste drie tot vier maanden van de zwangerschap.
    Veranderende hormoonspiegels worden vaak als oorzaak genoemd, alhoewel men hier niet helemaal zeker van is.
    Zwangerschapsmisselijkheid wordt bij voorkeur zonder medicijnen behandeld.
    U kunt hierbij het beste regelmatig kleine maaltijden eten die veel koolhydraten bevatten.
    Pas bij veel vochtverlies en uitputting dient een arts geraadpleegd te worden.
    1.5 - Voedselvergiftiging 
    Braken is een natuurlijk mechanisme om stoffen kwijt te raken die het lichaam niet wenst.
    Zeker bij voedselvergiftiging is het belangrijk het lichaam zijn gang te laten gaan, stimuleren of activeren is soms zelfs aan te raden.
    In dit geval dienen er dus geen geneesmiddelen gebruikt te worden.1.6 - Wanneer moet u een arts raadplegen
    ē Als het braaksel bloed bevat.
    ē Als u gedurende meer dan twee dagen achter elkaar braakt.
    ē Bij veel en overmatig zwangerschapsbraken.
    ē Als baby's en kleine kinderen die braken, hoge koorts hebben en geen vocht binnenhouden.
    ē Als u zich er ziek voelt.
    ē Als reisziekte gepaard gaat met oorsuizen of doofheid.
    ē Als misselijkheid en braken gepaard gaat met hevige pijn, die langer dan een uur duurt.
    1.7 - Hoe is misselijkheid te voorkomen 
    Misselijkheid ten gevolge van maagdarmklachten kan in de meeste gevallen voorkomen worden door een aantal eenvoudige maatregelen :
    ē niet overmatig eten;
    ē geen vette maaltijden gebruiken;
    ē geen voedingsmiddelen gebruiken waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum is verlopen;
    ē geen bedorven voedsel nuttigen;
    ē niet roken;
    ē geen alcoholische dranken gebruiken.
    1.8 - Wat kunt u er zelf aan doen
    Als misselijkheid het gevolg is van verkeerd of overmatig drinken, is braken in feite de beste remedie.
    Zo worden de schadelijke stoffen uit het lichaam verwijderd.
    1.9 - Geneesmiddelen
    Misselijkheid heeft bijna altijd een oorzaak.
    Vooral bij langdurige misselijkheid is het belangrijk een arts te raadplegen om uit te zoeken wat de oorzaak kan zijn.
    Ook een ziekte kan namelijk misselijkheid veroorzaken.
    De omstandigheden waarbij klachten optreden zijn van invloed op de keuze van een geneesmiddel.
    Bij kortdurende misselijkheid kunt u een middel gebruiken dat cyclizine of meclozine bevat.
    Domperidon bevattende preparaten werken bij misselijkheid die een oorzaak vanuit het maagdarmstelsel (zoals vaak het geval is bij migraine) heeft.
    Meclozine en cyclizine kunnen ook tijdens de zwangerschap gebruikt worden.
    Overleg wel altijd eerst met uw arts of verloskundige voordat u een middel tegen misselijkheid gaat gebruiken.
    1.10 - Wat kunt u beter niet gebruiken
    Geneesmiddelen die zowel lang- als kortwerkende stoffen bevatten kunnen beter niet worden gebruikt.
    Deze middelen werken niet beter dan een geneesmiddel met slechts ťťn werkzame stof.
    1.11 - Veel voorkomende misverstanden
    Gal braken heeft niets met de gal te maken.
    Wanneer het braaksel 'gal-bruin' van kleur is, betekent dit dat de maag leeg was tijdens het braken, met als gevolg dat gal uit de twaalfvingerigedarm wordt uitgebraakt.
    Cfr. :
    http://www.kring-apotheek.nl/zz/mainzz54.html 

    2. - Misselijkheid
    Gezondheisplein.nl (goedgekeurd door Dr. Siebrand Gerbers, huisarts)
    Een misselijk gevoel is een signaal van je lichaam.
    Je kunt misselijk zijn door veel verschillende oorzaken.
    Vaak is er geen oorzaak aan te wijzen.
    In de meeste gevallen is misselijkheid niet ernstig. Je kunt misselijk worden door overmatig eten of alcoholgebruik.
    Een associatie met bepaalde geuren of het kijken naar bepaalde dingen kan je misselijk maken.
    Waar de ene persoon zich misselijk door gaat voelen, doet bij de ander helemaal niets.
    Misselijkheid is vaak persoonsgebonden.
    Bekend is de ochtendmisselijkheid tijdens zwangerschap en het overgeven bij wagenziekte.
    Ook hormonale veranderingen tijdens de menstruatie kunnen misselijkheid veroorzaken.
    Soms is misselijkheid een verschijnsel bij meer of minder ernstige ziektes.
    Braken en misselijkheid komen vaak samen voor.
    Misselijkheid is een symptoom van maag-darmaandoeningen, middenooraandoeningen, maagbreuk, migraine, alvleesklierontsteking, voedselvergiftiging, galstenen of een leverziekte.
    Als misselijkheid en braken gepaard gaan met hevige pijn, die langer dan een uur duurt en wanneer er bloed in het braaksel zit, bel dan snel een dokter.
    Braken wordt meestal voorafgegaan door misselijkheid en kan gepaard gaan met transpireren, overmatige speekselproductie en een vertraagde hartslag.
    Constant misselijk zijn, maar niet braken en het hebben van hoofd- en buikpijn worden veelal veroorzaakt door stress of angst.
    Misselijkheid is dus vaak niet ernstig, maar wel erg vervelend.
    Door dit gevoel heb je vaak geen trek en staat alles je tegen.
    Het heeft invloed op je hele doen en laten.
    Gelukkig verdwijnt dit gevoel vaak weer snel.
    Wanneer je gedurende langere tijd misselijk blijft, of als de misselijkheid steeds terugkomt, vraag dan de huisarts om hulp.
    Cfr. :
    http://www.gezondheidsplein.nl/gp/gp.php?type=aandoeningen&id=120&actie=toon&letter=M 


    3. - Misselijkheid en braken
    MEDLook
    3.1 - Beschrijving ontstaan
    Iedereen is wel eens misselijk en heeft daarbij de neiging tot overgeven, wat soms ook gebeurt.
    Bij kinderen is de oorzaak hiervan meestal te zoeken in een virusinfectie; bij ouderen is de oorzaak van de misselijkheid vaak een van de bijwerkingen van het nemen van ťťn of meer medicijnen.
    Soms is de oorzaak het eten van bedorven voedsel.
    De bacteriŽn die zich in het voedsel hebben kunnen vermeerderen en met name de stoffen die erdoor worden afgescheiden, geven allerlei chemische reacties in de maag waardoor misselijkheid optreedt.
    Braken is vaak een uiting van het lichaam dat iets kwijt wil dat eigenlijk niet in de maag thuishoort (bedorven voedsel of medicijnen).
    Het kan echter ook een bijverschijnsel zijn van een ziekte of aandoening.
    3.2 - Medicatie
    - Ernst en beloop
    - Wanneer er veel en lang gebraakt wordt, kan er op den duur sprake zijn van dehydratie (uitdroging door vochtverlies).
    In combinatie met diarree en koorts kan het in sommige gevallen zelfs ernstige vormen aannemen.
    Met name zuigelingen en kleine kinderen lopen zo het risico om ernstig(er) ziek te worden door veel vochtverlies.
    Tekenen van dehydratie zijn : dorst, droge mond en droge, ingevallen ogen, verminderde elasticiteit van de huid (verminderde 'huidturgor') : in plaats van dat de huid terugveert, blijft deze eerst enige tijd 'staan' wanneer u in een huidplooi knijpt.
    Symptomen bij braken die duiden op gevaar zijn onder andere : bloed bij het braaksel, zwart of bruin braaksel, hevige koorts, ongewone sufheid of zelfs bewustzijnsverlies.
    Braken kan ook een teken zijn dat er iets 'niet goed' is in het hoofd.
    Zo kan braken een teken zijn van een hersenschudding na een valpartij of ongeluk.
    Ook kan braken in combinatie met een stijve nek een teken zijn van hersenvliesontsteking.
    - Behandeling - Bij braken is het in eerste instantie verstandig om genoeg vocht in te blijven nemen.
    Kleine slokjes lauw water hebben - in plaats van veel ineens - de meeste kans om binnengehouden te worden.
    Zodra de misselijkheid en de braakneigingen ook maar iets verminderen, is het goed om in plaats van water vocht te drinken waarin voedingsstoffen zitten : bouillon, lichte soepen, vruchtensappen en dergelijke.
    Wanneer het braken meer dan enkele dagen aanhoudt, moet u naar de dokter gaan.
    Bij zuigelingen en kinderen is het verstandig om dit al in een eerder stadium te doen.
    Misselijkheid die langer dan een week bestaat, is ook een reden om contact op te nemen met een arts.
    Zie ook :
    Buikgriep (gastro-enteritis) - Hersenschudding, hersenkneuzing (commotio cerebri, contusio cerebri) - Hersenvliesontsteking (meningitis)
    Cfr. : https://www.medlook.nl/do/DetailDiseaseInit?pk=1006370805814 


    4. - Misselijkheid (massage/verstuiven)
    Aromatherapie, etherische oliŽn
    Een misselijk gevoel is een signaal van je lichaam.
    Je kunt misselijk zijn door veel verschillende oorzaken.
    Vaak is er helemaal geen oorzaak aan te wijzen.
    In de meeste gevallen is misselijkheid natuurlijk helemaal niet ernstig.
    Je wordt misselijk door overmatig eten of alcoholgebruik.
    Een associatie met bepaalde geuren of het kijken naar bepaalde dingen kan je misselijk maken.
    Waar de ene persoon zich misselijk door gaat voelen, doet bij de ander helemaal niets.
    Misselijkheid is vaak erg persoonsgebonden.
    Bekend is de ochtendmisselijkheid tijdens zwangerschap en het overgeven bij wagenziekte.
    Hormonale veranderingen tijdens de menstruatie kunnen misselijkheid veroorzaken.
    Soms is misselijkheid een bijkomend verschijnsel bij meer of minder ernstige ziektes.
    Braken en misselijkheid komen vaak samen voor.
    Misselijkheid is een symptoom van maag-darmaandoeningen, middenoorontsteking, maagbreuk, migraine, alvleesklierontsteking, voedselvergiftiging, galstenen of een leverziekte.
    Als misselijkheid en braken gepaard gaan met hevige pijn, die langer dan een uur duurt en wanneer er bloed in het braaksel zit, bel dan snel een dokter.
    Braken wordt meestal voorafgegaan door misselijkheid en kan gepaard gaan met transpireren, overmatige speekselproductie en een vertraagde hartslag.
    Constant misselijk zijn, maar niet braken en het hebben van hoofd- en buikpijn worden veelal veroorzaakt door stress of angst.
    Misselijkheid is dus vaak niet ernstig, maar wel erg vervelend.
    Door dit gevoel heb je vaak geen trek en staat alles je tegen.
    Het heeft invloed op je hele doen en laten.
    Gelukkig verdwijnt dit gevoel vaak weer snel.
    Wanneer je gedurende langere tijd misselijk blijft, of als de misselijkheid steeds terugkomt, vraag dan de huisarts om hulp.
    Aroma tegen deze ziekte of klacht :
    Rozenhout - Roomse Kamille - Kruidnagel - Venkel - Lavendel - Pepermunt - Basilicum - Roos - Gember -
    Cfr. :
    http://home.tiscali.be/jantje/Ziektes/Misselijkheid.html 


    5. -Misselijkheid (nausea)
    ConsuMed
    5.1 - Misselijkheid
    Misselijkheid is een onplezierig tot ziek gevoel in de maag- en/of buikstreek dat vaak kokhalzen en braken tot gevolg heeft.
    Symptomen - Mogelijke verschijnselen (o.a.) : -ē onplezierig tot ziek gevoel in de maag- en/of buikstreek -ē kokhalzen (= droog braken) Ėē braken -ē overvloedige speekselproductie -ē uitdroging (= dehydratie) : vooral bij kinderen en bekaarden).
    Oorzaken - Mogelijke oorzaken van misselijkheid (= nausea) o.a.: -ē overmatig alcoholgebruik -ē bewegingsziekten (o.a. reisziekte) Ėē darm-infecties -ē diarree Ėē evenwichtsstoornissen Ėē lactose-intolerantie -ē medicijnen, hoofdwerking : braakmiddelen (= emetica) - medicijnen, bijwerking: waaronder anti-kankermiddelen (= chemokuur) Ėē maag/darm/galblaas-ontsteking Ėē maag/darm/galblaas-kanker Ėē maag/darm-zweren Ėē maagbloedingen -ē overmatig eten en drinken (= dyspepsie) -ē prikkelbare darm-syndroom (IBS) -ē psychische problemen (o.a. angst) en aandoeningen (o.a. Boulimia) Ėē voedselvergiftiging -ē vergiften en irriterende stoffen Ėē zwangerschap.
    Behandeling - Mogelijke behandelingen van misselijkheid (o.a.) :
    ē preventie : - vermijden van voedsel, drank en/o of omstandigheden waarvan bekend is dat ze misselijkheid kunnen veroorzaken - genezen van de onderliggende oorzaak (= causaal/curatieve therapie).
    ē medicijnen : -
    middelen tegen braken (= anti-emetica) - peptische middelen - angst-dempende middelen (= anxiolytica)
    ē zelfzorg-medicijnen : Domperidon Tabletten/Zetpillen (zelfzorg) - Gastrocureģ (zelfzorg) - Maagklachten/Misselijkheid Tabletten Domperidon (zelfzorg) - Motiliumģ (zelfzorg)
    5.2 - Braken (overgeven, opgeven, kotsen, emesis, vomeren)
    Reflexreactie waarbij de maaginhoud het lichaam via de slokdarm en mond verlaat.
    Misselijkheid en braken worden in gang gezet na activering van het braakcentrum in het verlengde merg van de hersenen.
    De spieren van de slokdarm en de maag werken dan in tegenovergestelde richting.
    Braken is een natuurlijke beschermingsreactie tegen inname van bedorven of verkeerd voedsel, overmatig voedsel en/of dranken, bepaalde medicijnen (bijv. anti-kankermiddelen) en vergiften.
    Symptomen
    - Mogelijke verschijnselen bij braken (o.a.) : -ē braken wordt meestal voorafgegaan door misselijkheid en/of duizeligheid -ē schrale, zere keel -ē pijnlijke slokdarm -ē bloed opgeven -ē gal opgeven -ē uitdroging (dehydratie), vooral bij aanhoudend braken.
    Behandeling
    - Mogelijke behandelingen van misselijkheid (o.a.) :
    - preventie : -ē vermijden van voedsel, drank en/o of omstandigheden waarvan bekend is dat ze misselijkheid kunnen veroorzaken -ē genezen van de onderliggende oorzaak (causaal/curatieve therapie)
    - medicijnen : -ē
    middelen tegen braken (anti-emetica) -ē peptische middelenangst-dempende middelen (anxiolytica)
    - zelfzorg-medicijnen : -ē
    Domperidon Tabletten/Zetpillen (zelfzorg)Gastrocureģ (zelfzorg)Motiliumģ (zelfzorg)
    - de huisarts :
    ē Raadpleeg direct de (huis)arts (o.a.) : -ē als er tevens sprake is van hevige buikpijn -ē als er tevens sprake is van verwardheid en/of sufheid -ē als er tevens neiging tot flauwvallen aanwezig is -ē als er bloed in het braaksel zit -ē als een dag niet wordt geplast (bij kinderen jonger dan 2 jaar na een halve dag niet plassen) -ē als het braken optreedt na een val - als een kind niet wil drinken na het braken -ē als een kind tevens koorts en diarre heeft -ē als een baby na een voeding met een krachtige straal overgeeft en dit zich daarna 2 x herhaald
    ē Raadpleeg ook de (huis)arts (o.a.) : -ē als het braken na ťťn dag niet duidelijk minder wordt -ē als drinken niet binnen kan worden gehouden -ē als er sprake is van andere verontrustende verschijnselen.
    Bronnen : -ē Farmacotherapeutisch Kompas -ē Merck Medisch Handboek -ē NHG-folder "Overgeven", januari 2001.
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/?url=http://www.consumed.nl/database/indicaties/indicatie.php3?id=5607 


    6. - Pijn in de bovenbuik, misselijkheid en braken
    © 2005 Hiv Vereniging Nederland
    Misselijkheid, braken en een gestoorde spijsvertering zijn een veel voorkomende bijwerkingen van hiv-remmers.
    6.1 - Behandeling van pijn in de bovenbuik
    Pijn in de bovenbuik of dyspepsie gaat vaak gepaard met een branderig gevoel in de keel, slokdarm of maag.
    Allereerst kan geprobeerd worden of het scheelt om wat te eten bij het innemen van de medicijnen, vooropgesteld dat de medicijnen niet nuchter ingenomen hoeven te worden.
    Vaak helpt het ook om het eet- en leefpatroon aan te passen.
    Het is aan te raden niet te veel en te vet te eten, het alcoholgebruik te matigen en te stoppen met roken.
    Helpen deze maatregelen onvoldoende, dan kunnen geneesmiddelen nodig zijn.
    Bij lichte klachten gaat in eerste instantie de voorkeur uit naar het gebruik van een zuurbindend middel, zoals een drankje van algeldraat met magnesiumhydroxide.
    Een goede tweede keus zijn kauwtabletten van algeldraat met magnesiumtrisilicaat.
    Langdurig gebruik van hoge doseringen is, in verband met de bijwerkingen die dan kunnen optreden, af te raden.
    (Fos)amprenavir, delavirdine, indinavir, nelfinavir en zalcitabine dienen een uur voor of na een zuurbindend middel te worden ingenomen. [DM Burger et al.]
    Bij een niet-continue, scherpe pijn in de bovenbuik die met name 's nachts optreedt en niet verdwijnt na het eten kan gebruik van een H2-antagonist, zoals ranitidine of cimetidine, in aanmerking komen.
    Deze middelen zorgen voor een vermindering van de zuurproductie in de maag.
    Bijwerkingen komen weinig voor en betreffen vooral hoofdpijn en duizeligheid. Interacties tussen deze middelen en atazanavir zijn nog niet onderzocht en wanneer deze middelen worden gecombineerd met atazanavir moet voorzichtigheid worden betracht. [EMEA]
    Is sprake van het aanvalsgewijze terugstromen van maag- en darminhoud naar de slokdarm (refluxoesofagitis), dan zijn de "protonpompremmers", zoals (es)omeprazol, lansoprazol, pantoprazol of rabeprazol, geschikte middelen.
    De meest voorkomende bijwerkingen van deze medicijnen zijn weer maagdarmstoornissen en hoofdpijn.
    Een protonpompremmer mag niet tegelijkertijd worden gebruikt met delavirdine, indinavir of atazanavir. [EMEA]
    6.2 - Behandeling van misselijkheid en braken
    [Farmacotherapeutisch Kompas] [Bartlett-JG, 1998] [Merigan,jr-TC ]

    De eerste keus medicamenteuze behandeling bij misselijkheid en braken is domperidon, dat als tablet of zetpil verkrijgbaar is.
    Het heeft de gunstige eigenschap dat het niet in de hersenen door kan dringen, waardoor het niet de bijwerkingen op het centrale zenuwstelsel geeft die bij sommige andere middelen wel mogelijk zijn.
    De werkzaamheid van domperidon berust er op dat de maag sneller leeg wordt gemaakt dan normaal.
    De inhoud van de maag komt daardoor eerder in de darmen terecht, zodat de klachten verminderen.
    Domperidon 3-4 daags 10 mg kan voor de maaltijd en voor het slapen gaan worden ingenomen.
    Indien nodig kan de dosis worden verhoogd tot 3-4 daags 20 mg.
    Bijwerkingen komen weinig voor, slechts in enkele gevallen is sprake van darmkrampen.
    Verder kan tegen misselijkheid en braken metoclopramide worden toegepast, hetgeen een vergelijkbare werking heeft.
    Metoclopramide kan wel in de hersenen doordringen, waardoor het vooral bij hoge doseringen bijwerkingen kan geven, zoals slaperigheid, moeheid en bewegingsstoornissen.
    Er kan ook verstopping en diarree optreden.
    De orale dosis voor metoclopramide is 3-4 keer daags 5-10 mg.
    ē Cisapride is niet goed bruikbaar vanwege het risico van ernstige bijwerkingen (bv. hartritmestoornissen) en interactie met diverse middelen, namelijk (fos)amprenavir, delavirdine, efavirenz, indinavir, nelfinavir, ritonavir en saquinavir.
    Eventueel kunnen nog cyclizine of meclozine worden gebruikt. Ze geven weinig bijwerkingen, maar de werking ervan is vaak matig.
    Helpen deze middelen onvoldoende, dan wordt soms in acute situaties ondansetron 2 keer daags 12 mg toegepast.
    Normaal gesproken wordt het alleen gebruikt bij misselijkheid en braken als gevolg van geneesmiddelen en bestraling tegen kanker.
    Bijwerkingen kunnen onder meer zijn: hoofdpijn, duizeligheid, lichte sufheid, diarree en verstopping.
    ē Haloperidol is een middel tegen waandenkbeelden dat in een lage dosering ook werkt tegen braken.
    Het is een van de middelen van allerlaatste keuze en het mag niet samen met ritonavir worden gebruikt.
    6.3 - Alternatieve geneeskunde
    ē Gember is afkomstig van de gemberplant (Zingiberis officinalis). [Micromedex]
    Gedocumenteerd onderzoek over het gebruik van gember bij hiv-geÔnfecteerden ontbreekt.
    Wel is gember in sommige onderzoeken vergeleken met middelen die ook worden toegepast bij misselijkheid en braken door hiv-therapie, doorgaans in een dosering van 500 mg tot 1 gram per dag.
    De onderzoeken gaven wel enige aanwijzingen dat gember werkzaam is, maar ze waren klein van omvang of vertoonden methodologische gebreken.[Pace-JC] Meyer-K] [Schmid-R] [Mowrey-DB] [Phillips-S] [Bone-ME]
    Bij hemofiliepatiŽnten is voorzichtigheid geboden met het gelijktijdig gebruik van proteaseremmers omdat ze alle in verband zijn gebracht met langere bloedingstijden dan normaal.
    Gember zou dit effect kunnen versterken.
    Over medicinale cannabis (en ook dronabinol) ter bestrijding van misselijkheid en bevordering van de eetlust bij een hiv-infectie zijn enkele gecontroleerde onderzoeken gepubliceerd. [CFH]
    In een gerandomiseerd onderzoek bij 139 aids-patiŽnten met anorexie en gewichtsverlies werd de werkzaamheid van 2 maal daags 2,5 mg dronabinol onderzocht. [Beal]
    Er was ten opzichte van placebo sprake van een toegenomen eetlust en minder misselijkheid.
    In een ander gerandomiseerd, placebogecontroleerd onderzoek gaf 2 maal daags 5 mg dronabinol aanleiding tot een toename van het percentage lichaamsvet. [Struwe]
    In een onderzoek onder 139 hiv-geÔnfecteerden met het wasting syndroom gaf dronabinol 2,5 mg twee keer per dag in vergelijking tot placebo een verbetering van eetlust, stemming en gewicht.
    Waarschijnlijk vindt dit effect plaats doordat dronabinol het leegmaken van de maag vertraagt. [McCallum ]
    Geconcludeerd kan worden dat er sterke aanwijzingen zijn dat dronabinol bij hiv-geÔnfecteerden de eetlust bevordert en het lichaamsgewicht doet toenemen en de misselijkheid doet afnemen.
    Medicinale cannabis is verkrijgbaar op recept als middel tegen misselijkheid, braken en neuropathie.
    Sommige verzekeringen vergoeden het middel, maar sommige anderen niet.
    Medicinale cannabis hoeft niet gerookt te worden.
    Het kan ook via een verdamper geÔnhaleerd worden en er kan thee van worden gezet. [BMC]
    Er zijn verschillende gecontroleerde klinische onderzoeken naar het effect van acupunctuur gepubliceerd.
    Hieruit kwamen aanwijzingen voor positieve resultaten bij misselijkheid en braken na een operatie, bij chemotherapie en tijdens de zwangerschap. [Vickers-AJ]
    Geen van deze onderzoeken is echter uitgevoerd onder hiv-geÔnfecteerden, zodat het niet mogelijk is uitspraken te doen over de mogelijke werkzaamheid van acupunctuur tegen misselijkheid en braken door hiv-medicatie.
    6.4 - Adviezen met betrekking tot inname medicatie na braken
    [NVAB 2000]
    ē Als geneesmiddel nuchter is ingenomen (bijv. didanosine, indinavir) :
    - binnen 1 uur na inname : opnieuw medicatie innemen;
    - langer dan 1 uur na inname : niets innemen;
    - bij aanwezigheid van restanten medicatie in braaksel : altijd medicatie opnieuw innemen.
    ē Als geneesmiddel met voedsel is ingenomen :
    - binnen 3 uur na inname : opnieuw medicatie innemen;
    - langer dan 3 uur na inname : niets innemen;
    - bij aanwezigheid van restanten medicatie in braaksel : altijd medicatie opnieuw innemen.
    Cfr. :
    http://www.hivnet.org/OverHivEnAids/Alternatief/BrochureBijwerkingen/PijnbovenbuikBijw.htm 


    7 - Geneesmiddelen die toegepast worden bij misselijkheid en braken
    Braken is een synoniem voor misselijkheid en braken.
    7.1 - Wat is misselijkheid en braken ? 
    Iedereen is wel eens misselijk of moet wel eens braken (overgeven).
    Misselijkheid ontstaat doordat een plekje in de hersenen, het braakcentrum, wordt geprikkeld en de maag het signaal geeft om zich te legen.
    Dit kan verschillende oorzaken hebben.
    Door een maagdarminfectie,
    maagpijn of een maagzweer kunt u misselijk worden.
    U kunt misselijk worden als u iets verkeerds of teveel gegeten heeft.
    Ook bij
    reisziekte kunt u misselijk worden of braken.
    Verder kan braken optreden bij
    duizeligheid, migraine of bepaalde hersenaandoeningen.
    Ook bij (het begin van) een zwangerschap kan misselijkheid en braken optreden.
    Waarom dit ontstaat, is niet bekend.
    7.2 - Wat kunt u zelf doen bij misselijkheid en braken ? 
    Soms helpt het om wat vaker kleinere beetjes tegelijk te eten of te drinken.
    Probeer in elk geval regelmatig kleine hoeveelheden te drinken, om uitdroging te voorkomen.
    7.3 - Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij misselijkheid en braken ?
    - Anti-braakmiddelen
    : Anti-braakmiddelen, ook wel anti-emetica genoemd, openen de doorgang van de maag naar de darmen en stimuleren de bewegingen van de maag en darmen.
    Hierdoor raakt de maag eerder leeg en komt het voedsel sneller in de darmen terecht. Als de maag leeg is, nemen misselijkheid en braakneigingen af. Voorbeelden zijn domperidon en metoclopramide.
    - Anti-allergiemiddelen : Anti-allergiemiddelen blokkeren de prikkeling van het braakcentrum.
    Hierdoor nemen misselijkheid en braakneigingen af.
    Deze middelen worden vaak gebruikt bij misselijkheid door reisziekte.
    Voorbeelden zijn cinnarizine, cyclizine, meclozine en promethazine.
    - Haloperidol : Haloperidol is een antipsychoticum, het wordt onder andere toegepast bij psychoses, schizofrenie, onrust en depressie.
    Het vermindert in de hersenen onder andere het effect van de natuurlijk voorkomende stof dopamine en blokkeert de prikkeling van het braakcentrum.
    Hierdoor nemen misselijkheid en braakneigingen af.
    Haloperidol wordt alleen gebruikt bij ernstige misselijkheid als andere middelen niet voldoende helpen.
    In deze lijst vindt u merkgeneesmiddelen, merkloze geneesmiddelen en werkzame stoffen.
    Voor merkloze geneesmiddelen wordt meestal de naam van de werkzame stof gebruikt, vandaar dat sommige namen dubbel voorkomen in de lijst.
    Merknamen en merkloze middelen worden hier met een hoofdletter geschreven, de werkzame stoffen met een kleine letter :
    chloorpromazine - cinnarizine - cyclizine - domperidon - haloperidol - meclozine - metoclopramide - perfenazine promethazine -.
    Cfr. :
    http://www.apotheek.nl/templates/secure/contentmedicijnlist.asp?StartLetter=M&SubAandoeningID=23 


    8. - Richtlijnen misselijkheid en braken : http://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=22619&richtlijn_id=405 


    9. - Misselijkheid en braken :
    -
    http://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=308  
    -
    http://www.efarma.nl/pages/selectind.asp?IND=20  
    -
    http://www.kittz.nl/product/keuzewijzer/palliatieve_zorg/problemen/lichaam_geest/misselijkheid_en_braken.htm

    -
    http://www.serviceapotheek.nl/ziektebeelden/index.asp?ziekteId=268  
    -
    http://www.zelfzorg.nl/info.php?id=161 


    10. - Misselijkheid :
    - http://www.scdiet.nl/misselijkheid.php  
    -
    http://www.aurelis.org/audio/122/D/misselijkheid.htm 


    11. - Misselijkheid-Darmklachten : http://www.zuurmaaktziek.nl/misselijkheid_darmklachten.html 


    12. - Literatuur 

    12.1 - Antiretrovirale behandeling in Nederland
    NVAB, december 2000
    : http://www.cbo.nl/product/richtlijnen/folder20021023121843/article20021118165847/pdf/antiretroviralebehandeling

    12.2 - Beoordelingsrapport medicinale cannabis
    Commissie Farmaceutische Hulp - Rapport 03/19. , Diemen 2003 : www.cvz.nl
    Cfr. : http://www.cvz.nl/resources/cfh0319%20medicinalecannabis%20rapport_tcm28-20394.pdf & http://www.msvnamsterdam.nl/PDF/evaluatierapport-medicinale-cannabis.pdf & http://www.cvz.nl/resources/cfh0319%20medicinalecannabis%20rapport_tcm28-20394.pdf

    12.3 - Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC)
    Het Bureau voor Medicinale Cannabis is de organisatie van de Nederlandse Regering die verantwoordelijk is voor de productie van cannabis voor medicinale en wetenschappelijke doelen.
    Het Bureau levert medicinale cannabis van hoge kwaliteit.
    Het heeft op de handel in cannabis een monopolie, omdat er een verdrag is dat Nederland daartoe verplicht.
    Daarnaast heeft het BMC ook het monopolie op import en export van cannabis en cannabishars en beslist het over ontheffingen van het verbod op het bezit ervan.
    Het BMC levert de volgende producten en diensten :
    Cannabis voor medicinale doelen : - binnen Nederland uitsluitend aan apotheken, apotheekhoudende artsen en dierenartsen - daarnaast is het BMC ook bereid aan andere landen te leveren indien de autoriteiten van die landen daarmee instemmen.
    Cannabis voor wetenschappelijk onderzoek.
    In- en uitvoer van cannabis en cannabishars.
    Opiumontheffingen voor cannabis en cannabishars.

    Samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ziet het BMC erop toe dat de medicinale cannabis niet illegaal gebruikt wordt : http://www.cannabisbureau.nl/ned/index.html

    12.4 - Can acupuncture have specific effects on health ? A systematic review of acupuncture antiemesis trials
    Vickers AJ, Research Council for Complementary Medicine, London, England - J R Soc Med. 1996 Jun;89(6):303-11 - PMID: 8758186
    The effects of acupuncture on health are generally hard to assess.
    Stimulation of the P6 acupuncture point is used to obtain an antiemetic effect and this provides an excellent model to study the efficacy of acupuncture.
    Thirty-three controlled trials have been published worldwide in which the P6 acupuncture point was stimulated for treatment of nausea and/or vomiting associated with chemotherapy, pregnancy or surgery.
    P6 acupuncture was equal or inferior to control in all four trials in which it was administered under anaesthesia : in 27 of the remaining 29 trials acupuncture was statistically superior.
    A second analysis was restricted to 12 high-quality randomized placebo-controlled trials in which P6 acupuncture point stimulation was not administered under anaesthesia.
    Eleven of these trials, involving nearly 2000 patients, showed an effect of P6.
    The reviewed papers showed consistent results across different investigators, different groups of patients and different forms of acupuncture point stimulation.
    Except when administered under anaesthesia, P6 acupuncture point stimulation seems to be an effective antiemetic technique.

    Researchers are faced with a choice between deciding that acupuncture does have specific effects and changing from 'Does acupuncture work ?' - cfr. also : http://healing.about.com/od/acupuncture/ss/whatisacpunctre_4.htm - to a set of more practical questions or deciding that the evidence on P6 antiemesis does not provide sufficient proof and specifying what would constitute acceptable evidence : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=8758186&dopt=Abstract

    12.5 - Comparison of Seven Commonly Used Agents for Prophylaxis of Seasickness
    Schmid R, Schick T, Steffen R, Tschopp A, Wilk T, Institute of Social and Preventive Medicine of the University of Zurich, Switzerland - J Travel Med. 1994 Dec 1;1(4):203-206 - PMID: 9815340
    The objective of the study was to compare the efficacy and tolerability of seven drugs frequently used for the prevention of seasickness: the drugs were namely cinnarizine, cinnarizine with domperidone, cyclizine, dimenhydrinate with caffeine, ginger root, meclozine with caffeine and scopolamine.
    The design was a randomized, double-blind study with two arms.
    On ethical grounds, a placebo group was not included as in a previous study, in the same setting, 80% of the passengers not receiving prophylactic drugs were seasick.
    The setting was in Andenes (Norway) during a time period from July to September 1992.
    Subjects were 1741 tourist volunteers who were joining a whale safari.
    The main outcome measures were vomiting, malaise (modified Graybiel criteria), and subjective reports of adverse events.
    Follow up was possible in 1489 volunteers (85.5%).
    In each active treatment group, 4.1-10.2% experienced vomiting and 16.4-23.5% experienced malaise (not significant).
    Equally, there was no significant difference in the incidence and characteristics of adverse events reported in the various medication groups.
    Scopolamine Transdermal Therapeutic System (TTS) users exhibited slightly more visual problems and the agent tended to be less effective.
    Six of the seven medications may be recommended for prevention of seasickness; scopolamine TTS seems the least attractive : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?CMD=search&DB=pubmed

    12.6 - Complementary & Alternative Medicine Series
    Thomson Micromedex Corporate Headquarters, 6200 S. Syracuse Way, Suite 300, Greenwood Village, CO 80111-4740 USA - Tel (303) 486-6400 (Toll-free (800) 525-9083) - Fax (303) 486-6464 - Website :
    www.micromedex.com - International Support : Tel +1 303 486-6444 - Fax +1 303 486-6480 - © 1974-2006 Thomson Micromedex.
    'The Micromedexģ Complementary & Alternative Medicine (CAM) Series' is a comprehensive source of clinically focused, scientifically sound information about complementary and alternative medicines.
    All documents are fully referenced, written and peer reviewed by authorities in both conventional Western medicine and alternative medicine.
    The CAM Series includes :
    ē AltMedDexģ System : Contains unbiased, evidence-based monographs covering herbal, vitamin, mineral and other dietary supplements - Provides comprehensive referenced monographs on efficacy, uses, dosing, pharmacological actions, adverse effects, toxicity, effects in pregnancy, contraindications, drug interactions and clinical applications - Includes regular updates incorporating the latest research available.
    ē AltMedDex Pointsģ : Presents concise, bulleted summaries on herbal and dietary supplements drawn from AltMedDex.
    ē AltMedDexģ Protocols : Offers practical advice on integrating complementary and alternative therapies into clinical practice - Contains documents written and reviewed by alternative medicine (NDs) and conventional medicine (MDs, PharmDs, RNs) practitioners - ē Provides overviews of health conditions, conventional medical therapies, integrative medicine strategies, complementary and alternative therapies, efficacy ratings and dosing recommendations for herbals and dietary supplements.
    ē AltMed-REAXô : Cntains patient education materials on over 500 interactions between herbal medicines, other dietary supplements, food, alcohol and tobacco - Gives symptoms of harmful interactions and instructs patients on actions to take if experiencing an interaction - Provides supporting evidence and references.
    ē AltCareDexģ System : Contains information for patients on the most frequently used herbal, mineral, vitamin and other dietary supplements - Includes CAM treatment options for common diseases and medical conditions - Presents general overviews of the most popular CAM therapies.

    ē Herbal Medicines - A Guide for Health-Care Professionals (from the Pharmaceutical Press, London, UK) : Provides quick, easy access to 151 referenced monographs covering commonly used herbal medicines - Discusses species, uses, doses, pharmacological actions, side effects, toxicity, contraindications, warnings and references - Presents reliable safety and efficacy information : http://www.micromedex.com/products/healthcare/cam/cam_brochure.pdf

    12.7 - Delta-9-tetrahydrocannabinol delays the gastric emptying of solid food in humans - A double-blind, randomized study
    McCallum, Soykan, Sridhar, Ricci, Lange and Plankey - Alimentary Pharmacology and Therapeutics, Vol. 13 Issue 1 Page 77 January 1999

    Background - Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC), the active constituent of marijuana, is an effective agent in the prevention of chemotherapy-induced nausea and vomiting.
    Aim - To determine the effect of THC on gastric emptying of a radiolabelled solid food in humans.
    Methods
    - Thirteen healthy volunteers underwent gastric emptying studies after receiving THC and placebo in a randomized double-blind fashion on 2 separate days. THC, at a dose of 10 mg/m2 of body surface area or placebo were administered.
    Results - Gastric emptying after THC was slower than placebo in all subjects.
    Mean percentage of isotope remaining in the stomach was significantly greater than after placebo from 30 min (85.5 Ī 4.3% vs. 94.2 Ī 1.4% placebo and THC, respectively, P < 0.05) to 120 min (45.6 Ī 7.2% vs. 73.9 Ī 7.1% placebo and THC, respectively, P < 0.001) after the test meal.
    No correlation was found between plasma THC levels and the delay in gastric emptying.
    Conclusions - THC at a dose used for preventing chemotherapy-induced nausea and vomiting significantly delays gastric emptying of solid food in humans. Therefore, the anti-emetic property :
    http://www.blackwell-synergy.com/doi/abs/10.1046/j.1365-2036.1999.00441.x

    12.8 - Dronabinol as a treatment for anorexia associated with weight loss in patients with AIDS
    Beal JE, Olson R, Laubenstein L, Morales JO, Bellman P, Yangco B, Lefkowitz L, Plasse TF, Shepard KV - St. John's Hospital, Tulsa, Oklahoma, USA - J Pain Symptom Manage. 1995 Feb;10(2):89-97 - PMID: 7730690
    The effects of dronabinol on appetite and weight were evaluated in 139 patients with AIDS-related anorexia and > or = 2.3 kg weight loss in a multi-institutional study.
    Patients were randomized to receive 2.5 mg dronabinol twice daily or placebo.
    Patients rated appetite, mood and nausea by using a 100-mm visual analogue scale 3 days weekly.
    Efficacy was evaluable in 88 patients.
    Dronabinol was associated with increased appetite above baseline (38% vs 8% for placebo, P = 0.015), improvement in mood (10% vs -2%, P = 0.06) and decreased nausea (20% vs 7%; P = 0.05).
    Weight was stable in dronabinol patients, while placebo recipients had a mean loss of 0.4 kg (P = 0.14).
    Of the dronabinol patients, 22% gained > or = 2 kg, compared with 10.5% of placebo recipients (P = 0.11).
    Side effects were mostly mild to moderate in severity (euphoria, dizziness, thinking abnormalities); there was no difference in discontinued therapy between dronabinol (8.3%) and placebo (4.5%) recipients.

    Dronabinol was found to be safe and effective for anorexia associated with weight loss in patients with AIDS : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=7730690&dopt=Abstract

    12.9 - Effect of dronabinol on nutritional status in HIV infection
    Struwe M, Kaempfer SH, Geiger CJ, Pavia AT, Plasse TF, Shepard KV, Ries K, Evans TG, Division of Foods and Nutrition, University of Utah, Salt Lake City -Ann Pharmacother. 1993 Jul-Aug;27(7-8):827-31 - PMID: 8395916
    Objective - To examine the effect of dronabinol (delta-9-tetrahydrocannabinol) on appetite and nutritional status in patients with symptomatic HIV infection and weight loss.
    Design - Double-blind, randomized, placebo-controlled, crossover trial with two five-week treatment periods separated by a two-week washout period.

    Patients received dronabinol 5 mg twice daily before meals or placebo.
    Setting - A university-based HIV/AIDS clinic and a large infectious disease private practice largely devoted to care of patients with HIV.
    Participants - Twelve HIV-infected patients who had had at least a 2.25-kg weight loss participated in the study.
    Five patients completed the protocol, and seven withdrew (two because of drug intolerance, two because of disease progression, two because of noncompliance and one because of experimental antiretroviral therapy).
    Main outcome measures - Main outcome measures included caloric intake, weight, percent body fat, serum prealbumin and symptom distress.
    Results - During dronabinol treatment, subjects experienced increased percent body fat (one percent, p = 0.04); decreased symptom distress (p = 0.04); and trends toward weight gain (0.5 kg, p = 0.13), increased prealbumin (29.0 mg/L, p = 0.11) and improved appetite score (p = 0.14). Conclusion - In a selected group of HIV-infected patients with weight loss, short-term treatment with dronabinol may result in improvement in nutritional status and symptom distress :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?CMD=search&DB=pubmed

    12.10 - Farmacotherapeutisch Kompas 2004 (Hoofdstuk VIA/VIC)
    Commissie Farmaceutische Hulp van het CVZ. Amstelveen - ISBN : 9070918358 - Bohn Stafleu van Loghum - 10-feb-04
    'Het Farmacotherapeutisch Kompas' is een boek over geneesmiddelen en de toepassing ervan.
    Geneesmiddelen die op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WOG) mogen worden afgeleverd, worden hierin besproken.
    De essentie van het 'Farmacotherapeutish Kompas' is dat de geneesmiddelen zijn voorzien van voorschrijfadviezen op grond van farmacotherapeutische en/of economische overwegingen.
    Het is primair bestemd voor voorschrijvers (artsen) en afleveraars (apothekers) en degenen die voor deze beroepen worden opgeleid.
    Het Farmacotherapeutisch Kompas is ook zeer informatief voor anderen, hoewel van hen wel enige inhoudelijke kennis wordt verwacht :
    http://www.bsl.nl/pda/
    ē Farmacotherapeutisch Kompas nu ook online
    Het CVZ maakt al meer dan 20 jaar het 'Farmacotherapeutisch Kompas'.
    Voor artsen en apothekers is het'Farmacotherapeutisch Kompas' een dagelijks gebruikte, objectieve bron van informatie over geneesmiddelen en therapie.
    Naast het beschikbaar zijn als boek, cd-rom, pda en geÔntegreerd in het EMD is het 'Farmacotherapeutisch Kompas' nu openbaar toegankelijk via het internet.
    De voordelen van deze internetvariant zijn onder meer dat het bestand iedere maand wordt vernieuwd en dat behalve op merknaam ook kan worden gezocht op ziektebeeld :
    http://www.cvzkompassen.nl/fk/

    12.11 - Ginger root--a new antiemetic. The effect of ginger root on postoperative nausea and vomiting after major gynaecological surgery
    Bone ME, Wilkinson DJ, Young JR, McNeil J, Charlton S, Department of Anaesthesia, St Bartholomew's Hospital, London - Anaesthesia. 1990 Aug;45(8):669-71 - PMID: 2205121
    The effectiveness of ginger (Zingiber officinale) as an antiemetic agent was compared with placebo and metoclopramide in 60 women who had major gynaecological surgery in a double-blind, randomised study.
    There were statistically significantly fewer recorded incidences of nausea in the group that received ginger root compared with placebo (p less than 0.05).
    The number of incidences of nausea in the groups that received either ginger root or metoclopramide were similar.
    The administration of antiemetic after operation was significantly greater in the placebo group compared to the other two groups (p less than 0.05).

    Comments in : 'Ginger root, a new antiemetic' - cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&dopt=Abstract&list_uids=2278340&itool=pubmed_Citation - and 'Ginger as an antiemetic: possible side effects due to its thromboxane synthetase activity' - cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&dopt=Abstract&list_uids=1888002&itool=pubmed_Citation - : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=2205121&dopt=Citation

    12.12 - Important new pharmacokinetic data demonstrating that REYATAZ (atazanavir sulfate) combined with NORVIR (ritonavir) and omeprazole should not be co-administered
    European Medicines Agency, Press office, 7 Westferry Circus, Canary Wharf, London, E14 4HB, UK - Tel. (44-20) 74 18 84 00 Fax (44-20) 74 18 85 45 - E-mail :
    mail@emea.eu.int - Web stie : www.emea.eu.int - London, 21 December 2004 - Doc. Ref.: EMEA/202649/2004 - Emea Public Statement
    The European Medicines Agency (EMEA) and its scientific Committee (CHMP) have been made aware of important new pharmacokinetic (PK) data concerning the coadministration of REYATAZ (atazanavir sulfate) combined with ritonavir (RTV) and 40 mg omeprazole, a proton pump inhibitor.
    The following observations were made from a randomized, open-label, multiple-dose drug interaction study performed in healthy volunteers (see annex 1 for details of the study) : A 76% reduction in atazanavir area under the concentration-time curve (AUC) and a 78% reduction in atazanavir trough plasma concentration (Cmin) were observed when REYATAZ/RTV (300/100 mg) was co-administered with omeprazole 40 mg.
    The exact mechanism is currently unknown.
    It could be the result of an alteration of the gastric pH induced by omeprazole which is known to influence REYATAZ absorption, but other mechanisms such as cytochrome-mediated mechanism cannot be ruled out.
    The EMEA wishes to point out the following important safety information to physicians -
    Based on the study results : DO NOT coadminister REYATAZ/RTV 300/100 mg with omeprazole due to the reduction in REYATAZ exposure levels.
    In this study, an omeprazole dose of 40 mg was used.
    It is not known whether other daily doses would produce similar results and, therefore, coadministration of any doses of omeprazole IS NOT recommended.
    Increasing the REYATAZ/RTV dose to 400/100 mg in combination with omeprazole DID NOT result in REYATAZ exposure levels comparable to those observed with a regimen of REYATAZ/RTV 300/100 mg without omeprazole.
    In the absence of any data with other proton pump inhibitors, the recommendations should be extended to the whole class of proton pump inhibitors.
    Moreover, investigations regarding the potential drug interaction between REYATAZ and H2-Receptor antagonists when co-administered are ongoing.
    Until data are available and as currently recommended in the REYATAZ SPC, caution should be exercised when these drugs are coadministered.
    Information for patients
    - Reyataz and Norvir should not be given together with proton pump inhibitors (e.g.omeprazole), a class of medicines used to treat excess acid in the stomach and heartburn.
    Giving these medicines together can reduce the effect of Reyataz/Norvir.
    Should you be receiving such combination, you need to discuss your treatment with your doctor.
    The Summary of Product Characteristics and Patient Information Leaflet are currently being revised to take into account this new information.
    For further information contact : Mr Martin Harvey, Press Office (Tel. : +44 20 7418 8699 - Fax : + 44 20 7418 8409).
    Note for editors
    - REYATAZ is an azapeptide HIV-1 protease inhibitor. It is indicated for the treatment of HIV-1 infected, antiretroviral treatment experienced adults, in combination with other antiretroviral medicinal products.
    Ritonavir is used as a booster of atazanavir pharmacokinetics.
    Atazanavir was first approved in European countries on 02 March 2004 under exceptional circumstances (marketing Authorisation under exceptional circumstances refers to the fact that in exceptional circumstances an authorisation may be granted subject to certain specific obligations, to be reviewed annually).
    Within the EU, it is marketed as hard capsules and powder for oral use.
    Annex - Description of the study results
    - This study was a randomized, open-label, multiple-dose drug interaction study performed in healthy subjects and aimed at assessing comparability of the steady-state pharmacokinetics of : - Omeprazole 40mg orally OAD + ATV 300mg orally OAD and RTV 100mg orally OAD for 10 days (n=15) - Omeprazole 40mg orally OAD + ATV 300mg orally OAD with 8 ounces of cola and RTV 100mg orally OAD for 10 days (n=15).
    The co-administration with cola was made to explore whether its acidity could compensate for the antacid effect of omeprazole on atazanavir pharmacokinetics.

    Omeprazole 40mg orally OAD + ATV 400mg orally OAD and RTV 100mg orally OAD for 10 days (n=14).
    In all cases, REYATAZ/RTV was administered with a light meal and omeprazole was administered on an empty stomach 2 hours prior to REYATAZ/RTV.
    Subjects in each treatment arm received REYATAZ/RTV (300/100 mg) for 10 days prior to randomisation.
    Pharmacokinetic Parameters for REYATAZ (Geometric Mean Ratios [90% confidence interval] and % Reduction as compared to REYATAZ/RTV 300/100 mg alone) are detailed in the table below : .../...

    Omeprazole exposures were generally comparable to literature values and individual subject exposures overlapped across treatments : http://ww1.aegis.org/files/emea/2005/reyataz_norvir_omeprazole.pdf 


    Lees verder : Deel II

    06-07-2006 om 03:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alles over misselijkheid - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





     
         Alles over misselijkheid
     
         Deel II
     
     
    12.13 - Klinisch relevante interacties met anti-HIV middelen
    Burger DM, La Porte CJL, Bergshoeff A et al. - Pharm Weekbl 2002;137:248-254
    In het Pharmaceutisch Weekblad is in 2002 voor het laatst een tabel met interacties van anti-HIV-middelen gepubliceerd (Pharm Weekbl 2002;137:248-54).
    De nieuwste versie van deze tabel staat op deze site, en wordt elke 6 maanden vernieuwd.
    De tabel is de basis voor de in de G-Standaard opgenomen interacties met anti-HIVmiddelen.
    Aanwijzingen bij het gebruik van de interactietabel

    ē In de tabel staan interacties vermeld die aangetoond zijn dan wel op theoretische gronden vermoed worden
    ē Het niet vermeld staan van een interactie betekent dat er geen interactie is of dat het niet bekend is dat er een interactie optreedt
    ē De informatie is gebaseerd op productmonografieŽn, relevante literatuur, congrespresentaties en klinische praktijk. Waar mogelijk is een referentie gegeven
    ē Uit de literatuur is het vaak onmogelijk af te leiden hoe vaak een interactie in een populatie zal optreden en ook niet of er specifieke subgroepen zijn met een verhoogd risico op een interactie
    ē De voorgestelde alternatieven zijn over het algemeen niet in gecontroleerd klinisch onderzoek geŽvalueerd dus wees altijd bedacht op onverwachte effecten
    ē Bedenk dat de informatie in de tabel continu aan verandering onderhevig is

    ē Raadpleeg een (ziekenhuis)apotheker of klinisch farmacoloog voor aanvullende informatie. Expertadvies is ook beschikbaar via e-mail : HIVpharmacology@akf.umcn.nl
    Classificatie van interacties met anti-HIV-middelen

    Een alfanumeriek systeem is ontwikkeld om interacties met antiretrovirale geneesmiddelen te classificeren.
    Dit systeem bestaat uit 2 variabelen: de kwaliteit van het geleverde bewijs voor het bestaan van een interactie (tabel 1) en de potentiŽle ernst van het effect dat veroorzaakt wordt door de interactie (tabel 2).
    Referenties

    ē Sjoqvist F - FASS 2000 interaktion mellan lakemedel - Stockholm : LINFO Drug Information Ltd; 2000:1481-6
    ē Roon EN van, Kerremans A, Flikweert S, Kwee-Zuiderwijk WJM, Comte M le, Brouwers JRBJ. Van 0A to 4F. Gestructureerde beoordeling van geneesmiddeleninteracties. Pharm Weekbl 2002;137:255-60
    ē Roon EN van, Langendijk PNJ, Flikweert S. et al. Wikken en wegen. Gestructureerde beoordeling van geneesmiddelinteracties. Pharm Weekbl 2003;138:850-5.
    ē Roon van EN, Flikweert S, Comte M le, Langendijk PNJ, Kwee-Zuiderwijk WJM, Smits P, Brouwers JRBJ. Clinical Relevance of Drug-Drug Interactions. A structured Assessment Procedure. Drug Safety 2005;28:1131-9.
    ē Tabel 1 - Kwaliteit van het bewijs voor het bestaan van een interactie .../...
    ē Tabel 2 - PotentiŽle ernst van een effect veroorzaakt door een interactie
    .../... :
    http://www.winap.nl/download.asp?Path=/Uploads/mID_4695_cID_3671_WINApsiteUitleg.pdf

    12.14 - edical Management Of HIV Infection / 2005-2006
    John G. Bartlett, Joel E., M.D. Gallant - Johns Hopkins University, department of infectious Diseases -January 23, 2006 - ISBN : 0975532626 : http://www.amazon.com/gp/product/0975532626/qid=1152117585/sr=2-1/ref=pd_bbs_b_2_1/104-7148153-9931950?s=books&v=glance&n=283155
    ē You can also order 'The 2005-2006 Edition of Medical Management of HIV Infection Book' (published in December 2005) - John G. Bartlett, M.D. and Joel E. Gallant, M.D., M.P.H. via : http://hopkins-aids.edu/mmhiv/order.html

    12.15 - Motion sickness, ginger and psychotropics
    Mowrey DB & Clayton DE: . Lancet 1982; 1:655-657.

    12.16 - Oral ingestion of encapsulated ginger and reported self-care actions for the relief of chemotherapy-associated nausea and vomiting
    Pace JC: . Diss Abstr Intl 1987; 47:3297

    12.17 - Textbook of AIDS Medicine
    Thomas C. Merigan,jr., John G. Bartlett and Dani Bolognesi - Lippincott Williams & Wilkins - 2nd edition, January 15, 1999 - ISBN : 0683302167
    Center for AIDS Research, Stanford Univ., CA. Comprehensive text for physicians and residents on the molecular, biological, immunological, epidemiological, clinical, psychosocial, and ethical aspects of AIDS. Includes color plates. Extensively referenced. Previous edition : c1994. DNLM: Acquired Immunodeficiency Syndrome : http://www.amazon.com/gp/product/0683302167/104-7148153-9931950?v=glance&n=283155  

    12.15 - Zingiber officinale (ginger)--an antiemetic for day case surgery
    Phillips S, Ruggier R, Hutchinson SE, Department of Anaesthetics, Kingston Hospital, Kingston upon Thames, Surrey - Anaesthesia. 1993 Dec;48(12):1118 - PMID: 8214465

    The effect of powdered ginger root was compared with metoclopramide and placebo.
    In a prospective, randomised, double-blind trial the incidence of postoperative nausea and vomiting was measured in 120 women presenting for elective laparoscopic gynaecological surgery on a day stay basis.
    The incidence of nausea and vomiting was similar in patients given metoclopramide and ginger (27% and 21%) and less than in those who received placebo (41%).
    The requirement for postoperative antiemetics was lower in those patients receiving ginger.
    The requirements for postoperative analgesia, recovery time and time until discharge were the same in all groups.
    There was no difference in the incidence of possible side effects such as sedation, abnormal movement, itch and visual disturbance between the three groups.
    Zingiber officinale is an effective and promising prophylactic antiemetic, which may be especially useful for day case surgery :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?CMD=search&DB=pubmed

    12.16 - Zingiber officinale (ginger) used to prevent 8-Mop associated nausea
    Meyer K, Schwartz J, Crater D, Keyes B - Dermatol Nurs. 1995 Aug;7(4):242-4 - PMID : 7646942
    Patients undergoing photopheresis are required to ingest the drug 8-MOP as part of their treatment.
    This drug causes nausea as a side effect.
    Ginger taken prior to 8-MOP may substantially reduce this side effect.

    This study compared patients' nausea when taking 8-MOP with and without ginger : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=7646942&dopt=Abstract

    06-07-2006 om 03:01 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-07-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vakantie kan gevaarlijk zijn voor depressieve mensen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







       Vakantie kan gevaarlijk zijn 
       voor depressieve mensen

       Apotheek.org
       Bron : © ANP, 19 juni 2006

     

    NEUSS (ANP/DPA) - Met vakantie gaan is voor mensen met een depressie niet zonder risico.
    De kans dat zij overlijden door zelfdoding neemt dan toe.
    Dat heeft Christa Roth-Sackenheim, voorzitter van de beroepsvereniging van psychiaters in Duitsland, gezegd.

    "Verandering van omgeving helpt een persoon met een depressie niet. Het is waarschijnlijker dat hij zich zorgen maakt over die nieuwe omgeving."
    Roth zei dat een depressief persoon die met vakantie is, zich eenzaam kan voelen en dat hij of zij waarschijnlijk vaker suÔcidale gedachten heeft, omdat er zo'n groot verschil is tussen zijn dagelijks leven en de aantrekkelijkheid van de plaats waar hij zich tijdens zijn vakantie bevindt.

    "Het onderwerp zelfdoding moet in gesprekken niet worden vermeden", stelt Roth.

    Want de gedachte daaraan vormt een symptoom van de ziekte.

    In plaats van een depressief persoon aan te raden eens vakantie te nemen, zou het beter zijn naar zijn problemen te luisteren en gevoel te tonen : "In de meeste gevallen willen mensen met depressie best over hun ziekte praten."

    Cfr. : http://www.apotheek.org/nieuws_artikel.php?nId=593 

    04-07-2006 om 19:54 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Is fibromyalgie erfelijk ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




        Is fibromyalgie erfelijk ?

        Huub Fest

        Vele malen wordt deze vraag aan mij gesteld : "Is fibromyalgie erfelijk ?" en telkens moet ik het antwoord schuldig blijven.
    Tůch blijven deze vragen in mijn hoofd zitten temeer omdat mijn zoon dezelfde symptomen heeft als ik Er is weliswaar nog geen diagnose gesteld, maar ik zie bijzonder veel overeenkomsten
    Vooral de drukpunten (tenderpoints) zijn bij hem overduidelijk aanwezig.
    In de naaste omgeving hoor ik steeds meer dat fibromyalgie in de familie zit.
    Daarom ben ik erg nieuwsgierig of dit ook zo is.
    Het laat je eigenlijk niet los en je wilt er steeds meer over weten
    Je gaat op zoek en dan komen de patiŽnten met hun verhalen en bijzonder veel informatie wat je toch maar weer aan het denken zet.

    Daarom dus deze enquÍte
    Hopelijk kan ik met de uitslag van deze enquÍte een discussie tussen artsen, specialisten en eventueel patiŽntenverenigingen op gang brengen.
    Het is nog steeds belangrijk dat er meer aandacht en begrip komt voor deze Ďonbegrepení ziekte.
    Misschien is de uitslag van deze enquÍte een stimulans voor artsen en specialisten om meer vragen aan de patiŽnt te stellen om op deze manier nůg meer te weten te komen
    Hopelijk gaan van een aantal artsen/specialisten de ogen open en wordt er niet zo snel gezegd dat het allemaal Ďtussen de orení zit en kan ik misschien door deze enquÍte bepaalde mensen over de streep trekken.

    Er zijn nog zoveel vragen...
    Ik weet drommels goed dat op heel veel vragen (nog) geen antwoorden te geven zijn omdat men nog veel te weinig over deze ziekte weet.
    Daarom is deze enquÍte voor velen en zťker ook voor mij zo belangrijk.

    Vanzelfsprekend heb ik niet de pretentie met deze enquÍte 'wetenschappelijk' te bewijzen dat fibromyalgie erfelijk is.
    Doch een therapeut zei me :

    "Ik zie in mijn praktijk dat FMS vaker voorkomt binnen een familie en binnen een gezin. Deze enquÍte is dus een goed idee. Ze zal misschien geen bewijs leveren dat FMS erfelijk is, maar ze zal zťker aanwijzigen in die richting geven."

    De enquÍte liep van 22 april t/m 22 mei 2003.
    Er stroomden 269 formulieren binnen met daarbij veel extra informatie.
    Ook huisartsen, reumatologen en therapeuten reageerden zeer positief, net als diverse ziekenhuizen, vooral omdat het hier ging om een 'onderzoek' door een niet-medicus/wetenschapper.

    Lees alles over deze enquÍte-inventarisatie op : http://www.fibromyalgie.nu/huub/uitslag-fm-erfelijkheid/uitslag-fm-erfelijkheid.htm  

    Ga ook eens een kijkje nemen op de site van Huub : http://members.lycos.nl/fibrohuub/  
    en lees zijn boeken :

    04-07-2006 om 19:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie (Praktijk Biologische Geneeskunde)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen















        Fibromyalgie 
        Praktijk Biologische Geneeskunde

        Fibromyalgie, wat is dat ?
        "Fibromyalgie ('Fibrositis-syndroom' of 'weke-delen-reuma') is een vage benaming voor pijn in het bewegingsapparaat zonder aantoonbare ontsteking, gekenmerkt door stijfheid en gevoel van spanning in de weefsels en depressieve moeheid", zo zegt Zakwoordenboek der Geneeskunde (cfr. : http://www.elsevier-vdu.nl/index.php?option=content&task=view&id=50 -).

    Wat is fibromyalgie eigenlijk ?
    Het is niet eenvoudig om precies te vertellen wat Fibromyalgie is.
    We weten bijvoorbeeld niet wat de oorzaak is.
    Veel mensen hebben pijnklachten.
    Pijn die vooral in spieren, pezen en banden zit.
    Fibromyalgie wordt ook wel weke-delen-reuma genoemd.
    Dat is een verzamelnaam voor een groep pijnlijke aandoeningen van het bewegingsapparaat.
    Het is geen gewrichtsreuma ofwel reumatoÔde artritis.
    Iedere FibromyalgiepatiŽnt is anders.
    De klachten verschillen soms enorm in hevigheid.
    Bovendien zijn de klachten die bij Fibromyalgie horen weinig specifiek.
    Daar bedoelen artsen mee dat de klachten ook bij andere aandoeningen kunnen voorkomen.
    Het is daardoor vaak moeilijk om de diagnose Fibromyalgie te stellen.
    Want onderzoek laat geen aantoonbare afwijkingen zien.
    Toch zijn uw klachten duidelijk aanwezig.
    Fibromyalgie leidt gelukkig niet tot invaliditeit.
    Maar de constante zeurende pijn kan u op den duur behoorlijk uitputten.
    Dagelijks met pijn leven is niet altijd even makkelijk en u wordt er zeker niet vrolijker van.
    Op deze manier komt u in een neerwaartse spiraal en krijgt u vaak meer klachten.

    Fibromyalgie, de klachten
    De meeste mensen hebben bij Fibromyalgie last van een voortdurende pijn.
    De pijn komt vooral voor in de zogeheten 'tender points'.
    Dit zijn bekende pijnplaatsen als nek en schouders, rug (vooral onderrug), ellebogen, polsen, heupen, knieŽn en enkels.
    Uw spieren voelen op die plaatsen hard en gespannen aan en dat blijven ze ook.
    Als u slaapt, ontspannen uw spieren zich.
    Als dit niet gebeurt, wordt u 's ochtends wakker met een pijnlijk en stijf gevoel.
    U voelt zich nog steeds moe.
    Slaapmoeilijkheden komen bij veel mensen voor.
    U hebt voortdurend het gevoel van moe zijn.
    Een keer goed uitslapen helpt niet meer en u doet de dagelijkse dingen met steeds meer tegenzin.
    U verliest meer en meer het plezier in het leven.
    U kunt ook last krijgen van hoofdpijn, concentratieproblemen en een prikkelbare darm.

    Fibromyalgie, de diagnose
    De arts luistert naar uw verhaal en doet lichamelijk onderzoek.
    Hij let daarbij vooral op de aanwezigheid van 'tender points'.
    Dit zijn de punten die bij druk pijnlijk zijn.
    Voor sommige artsen is Fibromyalgie geen aantoonbare ziekte.
    Zij vinden het een vaag begrip omdat onderzoek, zoals bloedonderzoek, rŲntgenfoto's en spier- en zenuwonderzoek, vaak geen afwijkingen laat zien.
    Bovendien kunnen klachten die bij Fibromyalgie voorkomen, ook bij andere aandoeningen horen.
    Toch moet u altijd met uw klachten naar een arts gaan.
    Zeker als u zich al langere tijd moe voelt en pijnklachten hebt.
    Pijn is meestal een alarmsignaal dat er iets mis is.

    Is het medisch gezien moeilijk om een juiste diagnose te stellen ?
    Eigenlijk hebben we al een antwoord op deze vraag gegeven.
    Het is soms moeilijk om een diagnose te stellen, omdat pijn een relatief begrip is.
    Pijn kan je niet meten.
    Pijn is heel persoonlijk.
    leder mens voelt zijn eigen pijn het beste en de ene mens heeft nu eenmaal een hogere pijngrens dan de andere.
    Pijnklachten en vooral langdurige zijn moeilijk grijpbaar en te behandelen.
    Als uw arts u uiteindelijk naar huis stuurt met het advies dat u er maar mee moet leren leven, voelt u zich onbegrepen en misschien wel beledigd.
    U ervaart het als een dooddoener en voelt zich afgescheept.
    Want jammer genoeg krijgt u geen antwoord mee op de vraag hoe u er dan mee moet leven.
    Dat moet u zelf uitzoeken.
    Vooral als u jarenlang tevergeefs aanklopt bij hulpverleners, wilt u op een bepaald moment zelf het heft in eigen hand nemen.
    Maar niet alleen mensen met spier- en gewrichtsklachten voelen zich onbegrepen : ook mensen met een bepaalde voedselovergevoeligheid kunnen hun verhaal niet kwijt bij hun arts.
    Terwijl bekend is dat voeding een belangrijke rol speelt bij onze gezondheid.

    Fibromyalgie, de vooroordelen
    U zult best wel eens horen dat :

    * "fibromyalgie een typische vrouwenkwaal is
    "
    Maar is dat zo ?
    Iedereen kan Fibromyalgie krijgen.
    Mannen of vrouwen van welke leeftijd dan ook.
    Het is wel zo dat verhoudingsgewijs meer vrouwen dan mannen er last van hebben.
    Maar of je dan ook kunt spreken van een typisch vrouwenkwaaltje laten we voor rekening van anderen.

    * "stress uw klachten veroorzaakt
    "
    Lang niet altijd waar.
    Stress geeft zeker klachten.
    Vooral als u te lang onder een bepaalde druk staat.
    Maar niet alle klachten zijn eenvoudigweg terug te voeren op een te zware belasting.
    Als bepaalde factoren het natuurlijk evenwicht in uw lichaam verstoren, kan de biologische behandelmethode voor u zinvol zijn.
    Door deze behandelingen krijgt uw lichaam weer de kans om zich te herstellen.
    Er wordt in ieder geval naar u geluisterd.
    Want het vooroordeel 'stress' werkt eigenlijk vervelend door.
    Iemand met klachten die bij Fibromyalgie kunnen horen, krijgt vaak nog meer stress door het onbegrip uit zijn omgeving.
    Sommige artsen vinden Fibromyalgie namelijk geen aantoonbare ziekte.
    Daarom wordt de diagnose niet altijd gesteld.
    Zo vecht u niet alleen tegen uw eigen lichaam, maar ook tegen uw omgeving.

    * "u er maar moet mee leren leven
    "
    Dat is waar.
    Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat er niets aan uw klachten te doen is.
    Juist door het veranderen van sommige leefregels, het doen van allerlei ontspanningsoefeningen en door bepaalde biologische geneesmethoden verminderen uw klachten en krijgt u weer meer energie.
    In de volgende hoofdstukken van deze website komen wij uitvoerig op die biologische geneesmethoden terug.

    Cfr. : www.pbg.nl/uploads/Fibromyalgie.doc

    30-06-2006 om 18:34 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (42 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    28-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het spijt me...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen









    Door mijn ziekte
    kan ik jullie
    mailtjes
    niet altijd onmiddellijk 
    beantwoorden.

    Bedankt voor het begrip !


    Jules.

    28-06-2006 om 06:12 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (18 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    22-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De drie fasen van ME - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


























       De drie fasen 
       van ME
     
       © pilliewillie.nl    
       -
    wwitsel@knoware.nl -
       -
    http://www.pilliewillie.nl/ -
     
       Deel I
     
     
    Inhoud :

    1. - De visie van Dr Cheney
    • De eerste fase - De infectiefase, waarbij het immuunsysteem subtiel veranderd wordt
    • De tweede fase - De vergiftigingsfase waarin gifstoffen zich in het lichaam op hopen
    • De derde fase - De fase waarin gifstofconcentraties in het lichaam zo hoog zijn geworden dat de dieper gelegen hersendelen zoals de hypothalamus beschadigd worden
    1.1 - Fase I - De infectiefase
    • 1.1.1 - Virale of bacteriŽle fase
    • 1.1.2 - De RNase-L antivirale verdediging
    • 1.1.3 - RNase-L enzym bij CVS/ME patiŽnten vaak verstoord
    • 1.1.4 - Klachten die horen bij Fase I
    1.2 - Fase II - De vergiftigingsfase
    • 1.2.1 - Klachten die horen bij fase II
    • 1.2.2 - Brain Fog : een specifieke klacht van Fase II
    • 1.2.3 - Het ontstaan en de progressie van ontgiftingsstoornissen bij CVS/ME
    • 1.2.4 - Slecht zuurstof transport bij CVS/ME, een oorzaak van vermoeidheid
    1.3 - Fase III - De beschadigingsfase
    • 1.3.1 - ďDynamische responseĒ Hypothalamus verstoord
    • 1.3.2 - Groeihormonen (cfr. ook 'Bijlagen')
    • 1.3.3 - Antidiureticum hormoon (vasopressine)
    • 1.3.4 - Stress reactie bij CVS/ME patiŽnten ernstig verstoord
    • 1.3.5 - Herschikking van genen

    2 - Referenties herschikking genen

    2.1 - Enzymatic influences causation of brain cell damage
    2.2 - The Molecular Characterization of Fatal Infectious Mononucleosis

    3. - CVS/ME webforum
    4. - CVS/ME email channel
    5. - Orthomoleculaire ondersteuning door artsen en therapeuten

    Bijlagen

    Cfr. also...
     

     
    De drie fasen van ME

    © pilliewillie.nl
    -
    http://www.pilliewillie.nl/ -

     
    Cheney kan het ziekteverloop van CVS/ME opgedeeld worden in drie fasen :
    • de infectiefase, waarbij het immuunsysteem subtiel veranderd wordt
    • de vergiftigingsfase waarin gifstoffen zich in het lichaam op hopen en
    • de fase waarin gifstofconcentraties in het lichaam zo hoog zijn geworden dat de dieper gelegen hersendelen zoals de hypothalamus beschadigd worden.

    1. - De visie van Dr Cheney
     
    Dr Paul Cheney doet al meer dan 20 jaar onderzoek op het gebied van CVS/ME en heeft al meer dan 5000 patienten in zijn kliniek in North Carolina behandeld.
    Volgens Cheney kan het ziekteverloop van CVS/ME opgedeeld worden in driefasen - cfr. 'New insights into the pathophysiology an treatment of CFS' : http://kronisktraethedssyndrom.dk/cheneyII3.pdf -).

    De eerste fase - De infectiefase, waarbij het immuunsysteem subtiel veranderd wordt
    In de eerste fase wordt de patiŽnt getroffen door een intracellulaire (binnen de cel) infectie waardoor het immuunsysteem wordt geactiveerd.
    Door deze infectie wordt de werking van het immuunsysteem subtiel veranderd.
    Het RNase-L virale systeem vormt de eerste verdediging tegen intracellulaire infecties.
    Het blokkeert de replicatie van virussen maar verstoort daarnaast de eiwit productie in het gehele lichaam.
    Gelukkig blijft het RNase-L enzym bij gezonde mensen maar heel kort actief. Bij CVS/ME patiŽnten ligt dat ander.
    Door een stoornis bij CVS/ME patiŽnten is het RNase-L enzym vele malen actiever dan normaal en blijft bovendien ook veel langer werkzaam dan normaal.
    Hierdoor wordt de ontgiftingscapaciteit van de lever ernstig verstoord.
     
    De tweede fase - De vergiftigingsfase waarin gifstoffen zich in het lichaam op hopen
    In de tweede fase is de lever niet meer in staat om de toxines (gifstoffen) die van buiten afkomstig zijn, maar ook door het lichaam zelf gemaakt (vooral in de darmen) worden, te verwijderen, waardoor deze toxines in het lichaam achter blijven.
    De leverontgiftingscapaciteit gaat hierdoor nog verder achteruit.
    Maar ook op cellulairniveau gaat er van alles mis.
    De werking van de mitochondria (energie centrales binnen de cel) wordt verstoord waardoor er minder ATP (bio-energie) wordt geproduceerd.
    Ernstige vermoeidheid is het gevolg.

    De derde fase - De fase waarin gifstofconcentraties in het lichaam zo hoog zijn geworden dat de dieper gelegen hersendelen zoals de hypothalamus beschadigd worden
    In de derde fase zijn er zoveel gifstoffen in het lichaam achter gebleven dat de dieper gelegen delen van de hersenen, waaronder de hypothalamus, worden beschadigd.
    Dit heeft een domino effect op het verloop van de ziekte: er ontstaan klachten vanuit het centrale zenuwstelsel, het hormonale systeem en de stofwisseling.
    Het lichaam kan hierdoor niet meer goed reageren op lichamelijke of geestelijke stress, er ontstaan problemen met de bloeddruk en de regulering van het glucoseniveau en de vochthuishouding.

    Het doorlopen van deze drie fasen duurt in het algemeen vele jaren
    De patiŽnt is gedurende die tijd vaak ernstig ziek.
    Zo ziek zelfs dat het lichaam denkt dat het te maken heeft met een catastrofe op wereldschaal (komeetinslag, klimaatverandering etc.).
    Hierdoor wordt het evolutieproces in het lichaam van de patiŽnt versneld.
    Het lichaam probeert wanhopig te veranderen waardoor het beter kan functioneren onder de "nieuwe omstandigheden".
    Een aantal genen worden daarvoor opnieuw gerangschikt, dat gebeurt naar willekeur.
    Voor sommige patiŽnten worden de (genen) kaarten goed geschud, zij knappen op, anderen hebben minder geluk zij worden nog zieker.


    1.1 - Fase I - De infectiefase

    1.1.1 - Virale of bacteriŽle fase
    Volgens Dr Cheney openbaart CVS/ME zich door een virale of intracellulaire (binnen de cel) bacteriŽle infectie.
    Door deze infectie produceert het lichaam een immuunresponse waarmee getracht wordt om het virus of de bacterie te vernietigen.
    De RNase-L antivirale verdediging vormt een onderdeel van deze immuunresponse.
    Het RNase-L enzym wordt geactiveerd bij intracellulaire pathogenen (ziekmakers) zoals het Epstein-Barr Virus (EBV), Cytomegalovirus (CMV) en het Human Herpes Virus 6 (HHV-6).
    Maar ook door intracellulaire bacteriŽle infecties zoals: Mycoplasma incognitus en Chlamymdia pneumoniae.

    1.1.2 - De RNase-L antivirale verdediging
    Het RNase-L enzym voorkomt dat virussen zich kunnen dupliceren door het virale RNA te vernietigen, maar RNase-L is niet in staat om cellen die reeds zijn geÔnfecteerd op te ruimen.
    A beginner's guide to the RNase L pathway
    Viral infections stimulate the production of cytokines, including the interferons.
    Interferons control the way in which cells respond to a virus through their effect on a group of inter-related enzymes that make up an antiviral defense pathway (for those of you who like details, the latter goes by the name of the 2-5A synthetase/ribonuclease L pathway).
    The status of the RNase L pathway, as I'll refer to it here, is measured in humans by taking a sample of blood and separating the lymphocytes (white blood cells).
    RNase L is the key enzyme.
    It's 'turned on' by a small molecule, 2-5A. 
    This changes the enzyme from its inactive state to its active state.
    When active, RNase inhibits the synthesis of viral protein and thereby prevents the virus from replicating.
    Research in the States has found that several parts of the pathway are clearly not functioning properly in many patients with CFS.
    For instance, people who became ill during the epidemic at Lake Tahoe (and developed ME) had a dramatically increased level of RNase L activity (as much as 1500 times above normal).
    Conversely, as their symptoms improved, their RNase L activity decreased (w
    hile the antiviral pathway is active, it consumes adenosine triphosphate (ATP), the cells' energy source, which could lead to some of the symptoms of CFS).
    Blood samples from patients with CFS have also revealed other abnormalities, for instance, a significant increase in 2-5A - the molecule that 'turns on' RNase L - and a second enzyme involved in the pathway.
    However, the most striking finding has been the discovery of a unique form of RNase L.
    The size of the normal form of RNase L is 80 kilodaltons (kDa).
    However, patients with CFS often have another form with a lower molecular weight: 37 kDa.
    Despite its smaller size, it's more potent than the 80 kDa form.
    Finally, the research so far has shown that the three abnormalities in the antiviral pathway (RNase L, the levels of 2-5A and the low molecular form of RNase L) are all linked to a lower state of general health.
    In other words, these findings are of clinical significance !
    With thanks to Nancy Reichenbach, CFS Research Review, 2000, 1, 1, 1-3 - (CFIDS Association, USA)
    Cfr. : http://freespace.virgin.net/david.axford/rnase-l.htm#*%201 
    Dit wordt gedaan door andere delen van het immuunsysteem.
    Helaas kent het RNase-L enzym niet het onderscheid tussen het virale en het menselijke RNA waardoor RNase-L in zijn geactiveerde vorm ook menselijke RNA vernietigd.
    Hierdoor wordt de productie van eiwitten verstoord.
    Dit heeft nadelige gevolgen voor elk proces in het lichaam en met name voor de processen in de lever (cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Lever -).
    De lever is nl. het orgaan dat de meeste eiwitten maakt.
    Vooral leverenzymen, noodzakelijk voor ontgifting, hebben hierdoor veel te lijden.
    Hierdoor wordt de leverfunctie ernstig verstoord.
    De lever zit functioneel (qua werking) tussen de darmen en de bloedsomloop in.
    De lever moet voorkomen dat gifstoffen die we via de voeding binnen krijgen, maar ook gifstoffen die in de darmen worden geproduceerd, geneutraliseerd en afgevoerd worden.
    Bovendien zet de lever bouwstoffen die we via de voeding binnen krijgen om in een (actieve) vorm die door het lichaam gebruikt kan worden.
    Bij gezonde mensen, die geen CVS/ME hebben, blijft het RNase-L enzym gelukkig maar korte tijd actief.
    Bij CVS/ME patiŽnten ligt dat anders.

    1.1.3 - RNase-L enzym bij CVS/ME patiŽnten vaak verstoord
    Door verschillende stoornissen in het immuunsysteem is bij CVS/ME patiŽnten het RNase-L enzym (cfr. 'De vermoeidheid moe: /noorderlicht.vpro.nl/afleveringen/3459270/items/3518467/ -)  super actief en blijft het bovendien veel te lang geactiveerd.
    Bij CVS/ME patiŽnten wordt er in het begin van de ziekte vaak een RNase-L enzym aangetroffen van maar 37kDalton in plaats van de normale 80KDalton.
    Dit lichtgewicht RNase-L enzym is vele malen actiever dan het normale enzym - (cfr : 'Ribonuclease L Proteolysis in Peripheral Blood Mononuclear Cells of Chronic Fatigue Syndrome Patients' : http://www.jbc.org/cgi/content/full/277/38/35746 -).
    De verstoring van de eiwit produktie door RNase-L in het lichaam is een van de voornaamste redenen waarom we ons ziek voelen als we de griep hebben.
    Laboratorium onderzoek wijst uit dat het lichtgewicht RNase-L enzym, dat bij veel CVS/ME patiŽnten wordt aangetroffen, de eiwit productie 60x sterker verstoort dan normaal.
    Kunt u zich nu voorstellen hoe ziek CVS/ME patiŽnten zich soms voelen !!
    RNase-L vormt bij virussen een eerste verdedigingslinie : er wordt voor gezorgd dat virussen niet kunnen repliceren tot dat het T-helper1 (TH1) systeem in zijn geheel is geactiveerd.
    TH1 is gespecialiseerd in het vernietigen van intracellulaire virussen.
    Bij CVS/ME patiŽnten is de differentiatie van T-Helper (TH) naar TH1 en TH2 vaak verstoord.
    Er worden te weinig TH1 cellen gemaakt.
    Hierdoor kan een virale belasting langer blijven bestaan en blijft het antivirale RNase-L systeem dan ook langer actief.

    1.1.4 - Klachten die horen bij Fase I
    Aan het begin van fase I ondervindt de patiŽnt vaak klachten zoals: zere keel, temperatuurverhoging, opgezette lymfe klieren en vermoeidheid.
    De ďgriepĒ-verschijnselen die bij fase I horen worden, volgens Cheney, voornamelijk veroorzaakt coor het RNase-L enzym.
    Maar op het moment dat de koorts begint te zakken en de klachten door de infectie verminderen ontstaan er ernstige vermoeidheidsverschijnselen waarbij ook vaak spier- en gewrichtspijn optreedt.
    Dit fenomeen wordt ook gezien bij kinderen die lijden aan het Reyeís Syndroom (cfr. : http://www.medicinfo.nl/%7B50f5d1c4-d4c8-44b3-a52d-c31d58f66a19%7D/%7B7a05a53e-ab97-4827-a92b-885f876aa9c7%7D -).
    Deze kinderen krijgen een infectie, en net als ze beter beginnen te worden functioneert de lever niet meer waardoor zij aan een vergiftiging overlijden..
    Sommige wetenschappers zien CVS/ME dan ook als een milde vorm van Reyeís.
    Cheney gaat er van uit dat leverontgiftingsstoornissen en de daarbij horende vergiftigingsverschijnselen verantwoordelijk zijn voor het verergeren van de klachten.
     
     
    1.2 - Fase II - De vergiftigingsfase

    1.2.1 - Klachten die horen bij fase II
    Als de patiŽnt over gaat van de infectie naar de vergiftigingsfase is er van een virale of bacteriŽle infectie vaak niets meer te vinden.
    Wel is het zo dat het immuunsysteem subtiel veranderd is waardoor intracellulaire infecties meer kans hebben het lichaam te infecteren.
    In deze fase neemt het aantal lichtgewicht RNase-L enzymen af en daalt ook de activiteit van dit antivirale systeem.
    De vermoeidheidsklachten blijven echter bestaan en worden vaak nog erger.
    De typische klachten die bij de vergiftigingsfase horen zijn :
    - vermoeidheid (of beter gezegd : uitputting)
    - niet helder kunnen denken (Brain Fog) en
    - gewrichts- en spierpijnen.
    De lichte temperatuursverhoging die tijdens fase I optreedt, is in fase II in bijna alle gevallen verdwenen.
    Fase II kent twee soorten inspanningsklachten : een vermoeidheid waardoor dagelijkse klusjes zoals stofzuigen gewoon niet meer kunnen worden uitgevoerd, maar er zijn ook onzichtbare grenzen bij een lichamelijke inspanning,
    Gaat de patiŽnt over die inspanningsgrens heen dan nemen de klachten, soms pas na 1 - 2 dagen, enorm toe.
    De patiŽnt wordt hierdoor in fase II steeds verder in zijn functioneren beperkt, te moe, te veel pijn en kan niet meer goed nadenken.
    Slechts ongeveer 5% van de patiŽnten heeft in fase II geen pijnklachten.
    Daar waar mogelijk wordt, in de hier volgende paragraven, de mogelijke oorzaken behandeld van de klachten die CVS/ME patiŽnten tijdens fase II ondervinden.

    1.2.2 - Brain Fog : een specifieke klacht van Fase II
    Onderzoek geeft aan dat 99% van alle CVS/ME patiŽnten op een gegeven moment in het verloop van hun ziekte te maken krijgen met stoornissen die zij omschrijven als ďBrain FogĒ, niet helder kunnen denken.
    Volgens Cheney is het ďniet meer helder kunnen denkenĒ een typische fase II klacht, deze komt, volgens Cheney, in fase I bijna niet voor.
    Als deze patiŽnten verder onderzocht worden blijken de meeste patiŽnten te maken te hebben met :
    - trager nadenken
    - verminderd korte termijn geheugen
    - moeite bij het zoeken naar woorden en
    - problemen meerdere taken tegelijk te doen.
    De dieper gelegen hersendelen (subcortex) zijn verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van bovenstaande functies.
    Dit gedeelte van de hersenen regelt onder meer ook de hartslag, de bloeddruk en andere basale lichaamsfuncties.
    Cheney vermoedt dat de dieper gelegen subcortex bij CVS/ME patiŽnten beschadigd raakt door de toxines die zich, vanwege ontgiftingsproblemen, in het lichaam ophopen.
    De hersenbloed barriŤre (BBB) zou eigenlijk in staat moeten zijn deze toxines tegen te houden, maar kennelijk werkt dit systeem niet voldoende.
    Sommigen, zoals Drs Pruimboom, denken dat de BBB door een langdurige periode van infecties meer doorlaatbaar geworden is waardoor gifstoffen een grotere kans krijgen de hersenen binnen te dringen.
    The Subcortex
    Coon, Dennis. Introduction to Psychology, Exploration and Application - St. Paul : West Publishing Company, 1989 - Notebook : http://www.noteaccess.com/
    The Subcortex is located below the cerebral cortex and completely covered by it.
    It can be divided into three general areas :
    - brainstem or hindbrain
    - midbrain and
    - forebrain.

    A person can loose large portions of the cerebrum and still survive.
    As a matter of fact, if damage is limited to the less crucial areas of the cortex, little visible change may take place.
    This is not so of the subcortex.
    The areas here are so basic to normal functioning that damage may endanger a person's life. 
    The Brainstem or Hindbrain
    As the spinal cord enters the skull to join the brain, it widens into the brainstem or hindbrain, consisting mainly of :
    - The medulla : contains centers important for the reflex control of vital life functions, including heart rate, breathing, swallowing and the like.
    Various drugs, diseases or injuries can interrupt the vital functions of the medulla enough to end or endanger life.
    The Reticular Formation : in a space within the medulla and brainstem is a network of fibers and cell bodies called the reticular formation (RF).
    Functions : 1st./ it acts as a kind of central clearinghouse for most information coming to and from the brain - 2nd./ it gives priority to some incoming messages, while excluding others. In this way the RF affects attention. Without the RF we would be overwhelmed with useless information from the environment and - 3rd./ perhaps most important, the reticular formation is responsible for alertness and wakefulness.
    Procedure : Incoming messages from the sense organs branch into the reticular formation.
    There they form a reticular activating system (RAS). The RAS bombards the cortex with stimulation, keeping it active and alert. Destroying the RAS causes animals to enter a coma resembling sleep.
    - The cerebellum : looks like a miniature cerebral cortex and it lies at the base of the brain.
    It is closely connected to many areas in the brain and spinal cord.
    It primarily regulates posture, muscle tone, and muscular coordination.
    May also play a role in some types of memory.
    Simple tasks like walking, running or playing catch are impossible without an intact cerebellum.
    Spinocerebellar degeneration, a crippling disease, begins with tremor, dizziness and muscular weakness.
    Soon a person over-reaches and under-reaches for objects - and eventually - have difficulty standing, walking or even feeding themselves.
    The Midbrain
    The Forebrain
    Two of the most important parts of the body, like gemstones of nerve tissue, lie buried deep within the center of the brain : the thalamus and an area just below it called the hypothalamus are part of the forebrain.
    į The Thalamus : a football-shaped structure that acts as a final "switching station" for sensory messages on their way to the cortex. Information from vision, hearing, taste and touch relay through the thalamus.
    Sensory messages undergo initial analysis there as well. Injury to even small areas of the thalamus can cause deafness, blindness or loss of any other sense, except smell.
    į The Hypothalamus : about the size of a thumbnail. Small as it may be, the hypothalamus is a kind of master control center for emotion and many basic motives.
    It affects behaviors as diverse as sex, rage, temperature control, hormone release, eating and drinking, sleep, waking and emotion.
    The hypothalmus is a sort of "crossroads" that connects with many other areas of the cortex and subcortex.
    As such, it acts as a "final path" for many kinds of behavior leaving the brain.
    You might think of the hypothalamus as the last area of the brain where many behaviors are organized or "decided on."
    The Limbic System : the hypothalamus, parts of the thalamus and several structures buried within the cortex form the limbic system, a kind of "primitive core" of the brain.
    It has an unmistakable role in producing emotion and motivated behavior.
    Rage, fear, sexual response, and other instances of intense arousal can be obtained from various points in the limbic system.
    During evolution, the limbic system was the earliest layer of the forebrain to develop.
    In lower, relatively primitive animals, the limbic system helps organize the appropriate response to stimuli : feeding, fleeing, fighting or reproduction.
    In humans, the link to emotion remains.
    However, some parts of the limbic system have taken on additional, higher-level functions.
    į The Hippocampus : found at the core of the temporal lobes, is one part of the limbic system that appears to be important for forming lasting memories.
    A link between the hippocampus and memory may explain why stimulating the temporal lobes can produce memory-like or dreamlike experiences.
    A finding in psychobiology was that animals will learn to press a lever to deliver electrical stimulation to the limbic system as a reward.
    Many additional areas of the limbic system have been shown to act as reward or "pleasure," pathways in the brain.
    Many are found in the hypothalamus, where they overlap with areas associated with drives such as thirst, sex and hunger.
    Punishment or "aversive," areas have also been found in the limbic system.
    When these areas are stimulated, animals show discomfort and will work to turn off the stimulation.
    Since a great deal of human and animal behavior is directed by seeking pleasure and avoiding pain, these discoveries continue to fascinate psychologists.
    Cfr. : http://www.noteaccess.com/APPROACHES/ArtEd/ChildDev/1dSubcortex.htm

    1.2.3 - Het ontstaan en de progressie van ontgiftingsstoornissen bij CVS/ME
    De lever en de darmen (maar ook de nieren, de longen en de huid) zijn de belangrijkste ontgiftingsorganen in het lichaam.
    De lever heeft de grootste capaciteit.
    Het ontgiftingsproces van de lever verloopt in twee fasen. In fase I (biotransformatie) worden gifstoffen afgebroken of veranderd,.
    In fase II (conjugatie) worden gifstoffen of de door fase I veranderde gifstoffen oplosbaar gemaakt waardoor ze door de nieren of via de gal uitgescheiden kunnen worden.
    De stoffen die door fase I als ďtussenvormĒ worden gemaakt zijn vele malen giftiger dan de originele gifstoffen die uit het lichaam verwijderd werden.
    Als fase I te snel werkt, wat kan gebeuren bij een patiŽnt die veel bloot staat aan gifstoffen en fase II normaal of te traag verloopt, dan blijven deze super toxines in het lichaam achter waar zij ernstige schade toebrengen.
    Het is heel gevaarlijk als uw arts of therapeut u een standaard leverstimulerings protocol voorschrijft.
    Als fase I daardoor nog sneller gaat werken en fase II verder achterblijft dan ontstaan hierdoor in het lichaam ernstige vergiftigingsverschijnselen.
    Het is ook heel belangrijk om uw medicijngebruik met uw arts of therapeut te bespreken voordat u een standaard of een specifiek (speciaal gericht op een bepaalde fase) leverstimuleringsprotocol start.
    Het zou nl zo kunnen zijn dat reguliere medicijnen door deze leverstimulering sneller (of langzamer) worden afgebroken waardoor de therapeutische dosis te laag of te hoog wordt.
    Er zijn gevallen bekend waarbij de patiŽnt hierdoor is overleden.
    Het super actieve RNase-L enzym vernietigt, zoals reeds is uitgelegd, viraal maar ook menselijk RNA.
    Hierdoor worden alle processen in het lichaam verstoord, maar vooral de proces waarbij veel eiwitten worden gemaakt.
    De ontgiftingsfunctie van de lever wordt hierdoor zwaar getroffen omdat deze functie voor een groot deel afhankelijk is van enzymen en enzymen zijn eiwitten.
    Doordat de lever zijn ontgiftingsfunctie niet meer goed uitvoert bouwen gifstoffen zich op.
    Door deze opbouw van gifstoffen werken de belangrijke lever enzymen nog slechter en gaat hierdoor de ontgiftingscapaciteit nog verder achteruit.
    Een reguliere leverenzymenonderzoek die door de huisarts kan worden uitgevoerd zegt niets over de ontgiftingscapaciteit.
    De reguliere levertest geeft alleen aan of er leverenzymen in het bloed terecht zijn gekomen doordat levercellen dood zijn gegaan door bijvoorbeeld overmatig alcohol gebruik.
    Het zegt niets over functioneren van het ontgiftingssysteem.
    Daarom kan de reguliere levertest binnen de normale waarden liggen terwijl de ontgiftingscapaciteit van uw lever al 20% is gedaald.
    Voor onderzoek naar de ontgiftingscapaciteit van de lever is een leverfunctietest noodzakelijk waarbij de patiŽnt volgens een bepaald protocol enkele gifstoffen slikt (aspirine, cafeÔne etc) waarna onderzocht wordt hoe snel de lever in staat is deze gifstoffen uit het lichaam te verwijderen.
    De leverfunctietest geeft inzicht hoe fase I en II van de lever functioneren.
    Met deze gegevens kan een arts of therapeut een behandelingsadvies op maat maken.

    1.2.4 - Slecht zuurstof transport bij CVS/ME, een oorzaak van vermoeidheid
    In fase II ontstaan ook een groot aantal stoornissen die te maken hebben met het metabolisme (stofwisseling).
    Een van deze stoornissen is een verminderd zuurstof transport van de rode bloedlichaampjes (hemoglobine) naar het weefsel (dus ook de spieren).
    Deze stoornis kan eenvoudig worden aangetoond door een CVS/ME patiŽnt te laten uitademen en dan zijn adem zo lang mogelijk in te houden.
    In 70% van de CVS/ME gevallen houdt hij dat veel korter vol dan gezonde mensen, die geen CVS/ME hebben.
    Als er via een pulsoximeter via bijvoorbeeld de vinger het zuurstofgehalte in het bloed wordt gemeten dan ziet men bij CVS/ME patiŽnten tijdens het inhouden van de adem een fenomeen dat we helemaal niet zouden verwachten: het zuurstofgehalte in het bloed daalt niet, hetgeen we wel zouden verwachten.
    Er is dus kennelijk wel zuurstof genoeg in het bloed, alleen wordt het niet naar het weefsel getransporteerd.

    Cardiovascular adaptation to exercise at high altitude
    Grover RF, Weil JV, Reeves JT - Exerc Sport Sci Rev.1986;14:269-302 - PMID: 3525187
    To exercise at high altitude means working in an environment with reduced atmospheric pressure.
    The oxygen tension of the inspired air is therefore decreased, that is, there is atmospheric hypoxia.
    Exercise increases oxygen requirements which must now be met in the face of this decreased oxygen driving pressure.
    The initial handicap is less complete oxygenation of blood within the lung. In an effort to preserve oxygen delivery, a greater volume of blood is circulated, that is, cardiac output is increased.
    However, this pattern of compensation is only temporary.
    Within days, hemoconcentration increases the oxygen-carrying capacity of the blood, and as a consequence, less cardiac output is required to maintain oxygen delivery.
    In fact, cardiac output decreases to levels lower than existed prior to ascent.
    This reduction in cardiac output results primarily from a decrease in stroke volume due to less venous return secondary to the smaller blood volume produced by hemoconcentration.
    The hypoxia of high altitude produces sustained stimulation of the sympathetic nervous system.
    Initially, this increases heart rate, but, with time, the responsiveness of the heart decreases, so the initial tachycardia may not be sustained.
    Other consequences of sympathetic stimulation include an increase in resting metabolic rate, a shift away from glycogen toward free fatty acids as primary energy sources and bone marrow stimulation to increase red cell production.
    The parasympathetic nervous system may also be stimulated at high altitude, which may explain the reduction in maximum heart rate.
    Upon arrival at high altitude, aerobic working capacity is reduced.
    Although this may or may not be attenuated following adaptation, endurance capacity does seem to improve.
    Several parallels therefore emerge between adaptation to the hypoxia of high altitude and adaptation to the struggle for oxygen created by exercise training at low altitude.
    Sympathetic stimulation is common to both forms of hypoxic stress and similar responses, particularly metabolic, result.
    Not surprisingly, then, exercise training provides an advantage to adaptation to high altitude.
    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=retrieve&db=pubmed&list_uids=3525187&dopt=Abstract 
    Het verstoorde zuurstof transport naar cellulair weefsel kan de volgende oorzaken hebben :
    • het hoge niveau aan gifstoffen waarvan een groot gedeelte bestaat uit vrije radicalen, heeft in deze fase het functioneren van de cellen dermate verstoord dat er een verzuring (acidose) binnen de cel optreedt.
      Het lichaam neutraliseert deze verzuring door het bloed meer basisch (alkalosis) te maken.
      Dit laatste vermindert de capaciteit van het bloed om zuurstof te transporteren.
    • door een mitochondriale (energie centrales binnen de cel) disfunctie (verstoring in de werking) wordt er minder ATP (bio-energie) gemaakt.
      Hierdoor zakt, volgens de Gibbs formule, het niveau van gluththion in de cel.
      Door deze gluthathion verlaging wordt het citraatniveau binnen de cel verhoogd.
      Citraat blokkeert de werking van 2,3 diphoglyceraat (2,3 DPG). 2,3 DPG wordt door hemoglobine gebruikt om zuurstof te kunnen afstaan aan cellen.
      Als de werking van 2,3 DPG door een te hoog citraatgehalte wordt geblokkeerd, wordt het zuurstof transport naar het weefsel ernstig verstoord.
    2,3-diphosphoglycerate test
    Nancy J. Nordenson - Source : Gale Encyclopedia of Medicine, Published December, 2002 by the Gale Group
    Definition
    2,3-diphosphoglycerate (2,3-DPG) is a substance made in the red blood cells.
    It controls the movement of oxygen from red blood cells to body tissues.
    2,3-DPG testing is done to help investigate both a deficiency in red blood cells (anemia) and an unexplained increase of red blood cells, called erythrocytosis.
    Purpose
    Hemoglobin, the protein in the blood that carries oxygen, uses 2,3-DPG to control how much oxygen is released once the blood gets out into the tissues.
    The more 2,3-DPG in the cell, the more oxygen is delivered to body tissues.
    Conversely, the less 2,3-DPG in the cell, the less oxygen is delivered.
    Increasing the amount of 2,3-DPG is the body's primary way of responding to a lack of oxygen.
    Anemia, obstructive lung disease, cystic fibrosis, and congenital heart disease are all accompanied by increases in 2,3-DPG.
    When more oxygen is required because of increased metabolism, such as in hyperthyroidism, more 2,3-DPG is produced.
    Decreased 2,3-DPG results from an inherited lack of the red blood cell enzymes 2,3-DPG mutase and 2,3-DPG phosphatase.
    These enzymes are needed to make 2,3-DPG.
    Without 2,3-DPG to control the movement of oxygen to its tissues, the body responds by making more red blood cells, a condition called erythrocytosis.
    The outside membrane of the cell is weakened, causing it to have an irregular shape and burst, or hemolyze, easily.
    This condition is called nonspherocytic hemolytic anemia.
    2,3-DPG levels are important in large blood transfusions, because stored blood quickly loses 2,3-DPG and its ability to deliver oxygen.
    After transfusion, the red cells rebuild the 2,3-DPG, but it takes about 24 hours to regain a normal level of 2,3-DPG and hemoglobin function.
    Description
    In the laboratory, a person's serum is mixed with a substance that will react with 2,3-DPG.
    The end product of this reaction is measured and from that measurement, the amount of 2,3-DPG in the person's serum is determined.
    Results are usually available the next day.
    Preparation
    This test requires drawing 5-10 mL of blood.
    The patient should not exercise before having the blood drawn.
    Exercise increases the body's need for oxygen and could cause a temporary increase in levels of 2,3-DPG.
    Aftercare
    Discomfort or bruising may occur at the puncture site or the person may feel dizzy or faint.
    Pressure to the puncture site until the bleeding stops will reduce bruising.
    Warm packs to the puncture site will relieve discomfort.
    Normal results
    Normal results will vary based on the laboratory and testing methods used.
    Abnormal results
    Decreased levels of 2,3-DPG are found in cases of erythrocytosis and nonspherocytic hemolytic anemia caused by 2,3-DPG mutase and 2,3-DPG phosphatase deficiencies.
    Lower levels are also commonly found after large blood transfusions.
    Increased levels of 2,3-DPG are found in conditions in which the body needs more oxygen, such as anemia, obstructive lung disease, cystic fibrosis, congenital heart disease and hyperthyroidism.
    High altitudes and participating in exercise sessions before the test can also give false high values.
    Key Terms
    į Anemia : a reduction in the number of erythrocytes or red blood cells. Erythrocytes are necessary to form hemoglobin for transporting oxygen.
    į Erythrocytosis : increased production of red blood cells.
    į Hemoglobin : a protein within the red blood cell that carries oxygen.
    į Nonspherocytic hemolytic anemia : anemia caused by variably shaped red blood cells that burst or hemolyze, easily.
    For Your Information
    į Books
     
    . Clinical Diagnosis and Management by Laboratory Methods - John Bernard Henry - W.B. Saunders Company; 20th edition, April 2001 - ISBN : 0721688640 - This well-established text in its twentieth edition is a leading, comprehensive resource.
    The latest revision to this classic authority includes the work of three new associate editors, and many new chapters and authors.
    It features the latest laboratory technology including gestation management, polymerase chain reaction, oligonucleotide arrays and cell biology, and early tumor detection.
    This book is the most comprehensive resource in the field and provides current, authoritative information for physicians and lab technicians http://www.amazon.com/gp/product/0721688640/102-5747827-2218539?v=glance&n=283155  
    . Mosby's Manual of Diagnostic and Laboratory Tests (Mosby's Manual of Diagnostic and Laboratory Tests) - Kathleen Deska Pagana & Timothy J. Pagana - C.V. Mosby; 3rd edition, November 15, 2005 - ISBN : 0323039030 - The 3rd edition of this widely used resource offers superb guidance on diagnostic and laboratory testing for health professionals in both academic and clinical settings.
    The chapters are organized by test type and each chapter begins with a list of the tests covered within the test type, as well as an overview of that category including specimen collection techniques.
    The tests are presented in a consistent format that includes normal findings, indications, contraindications, potential complications, interfering factors, procedure and patient care, test results and clinical significance and related tests.
    This full-color book is easy to use and covers virtually every clinically significant test, including more than 50 new to this edition : http://www.amazon.com/gp/product/0323039030/qid=1150642844/sr=2-1/ref=pd_bbs_b_2_1/102-5747827-2218539?s=books&v=glance&n=283155 
    . Widmann's Clinical Interpretation of Laboratory Tests - Ronald A. Sacher, Richard A., M.D. McPherson, Joseph M., Ph.D. Campos - This is new edition of the classic focuses on the changing trends in laboratory medicine, including appropriate use of lab testing in the managed care environment and effective use of the clinical laboratory in medical decision analysis : http://www.amazon.com/gp/product/0803602707/qid=1150643101/sr=2-1/ref=pd_bbs_b_2_1/102-5747827-2218539?s=books&v=glance&n=283155 
    į Periodicals
    Respiratory function of hemoglobin - Hsia CC, Department of Medicine, University of Texas Southwestern Medical Center, Dallas 75235-9034, USA - N Engl J Med. 1998 Jan 22;338(4):239-47 - PMID: 9435331 http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9435331&dopt=Abstract 
    Cfr. :
    http://www.healthatoz.com/healthatoz/Atoz/ency/twothree-diphosphoglycerate_test.jsp 
    Er ontstaan een scala aan klachten als zuurstof niet goed naar het weefsel getransporteerd wordt :
    - vermoeidheid
    - spierpijn
    - groei stimulering anaŽrobe (zonder zuurstof werkende) pathogene organismen, zoals schimmels, Mycoplasma, Chlamydia pn., precies de infecties die bij CVS/ME patiŽnten vaak voorkomen.
    Het lichaam probeert het citraatniveau in de cellen omlaag te brengen door het via de nieren af te voeren.
    Bij patiŽnten met deze stoornis is dan ook een verhoogd citraatniveau in de urine meetbaar.
    Helaas werkt dit ďreddingsprocesĒ niet helemaal vlekkeloos omdat citraat in staat is om magnesium aan zich te binden die hierdoor ook via de nieren en de urine wordt uitgescheiden.
    Een ernstige magnesium deficiŽntie (tekort) is het gevolg.
    Een magnesium deficiŽntie heeft gevolgen voor ons vaatstelsel, vooral voor de microcapilairen (haarvaten).
    Een magnesium deficiŽntie vermindert de bloeddoorstroming op dit niveau.
    Hierdoor ontstaat er opnieuw een zuurstof tekort, o.a. in spierweefsel.
    Vindt u het gek dat CVS/ME patiŽnten soms ernstig vermoeid zijn ?
    Ik niet !!
    Het lichaam probeert het bloed minder basisch te maken door het bloedvolume te verminderen (contractie alkalosis).
    Dit heeft tot gevolg dat een aantal CVS/ME patiŽnten een te lage bloeddruk krijgen.
    Behandeling met Florinef (fludrocortisonacetaat) om het bloedvolume te vergroten heeft bij deze patiŽnten geen zin.
    Het lichaam zal de werking van Florinef tegen gaan door het volume laag te houden vanwege het zuur/base probleem.
     
     
    Lees verder : Deel II

    22-06-2006 om 00:51 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (24 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De drie fasen van ME - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










       De drie fasen van ME
     
       © pilliewillie.nl    
       -
    wwitsel@knoware.nl -
       -
    http://www.pilliewillie.nl/ -
     
       Deel II
     
     
    1.3 - Fase III - De beschadigingsfase

    1.3.1 - ďDynamische responseĒ Hypothalamus verstoord
    In fase III ontstaan er klachten doordat de subcortex door toxines wordt beschadigd.
    Vooral de hypothalamus heeft van het hoge niveau aan toxines te lijden omdat de hersen bloed barriŤre op deze plaats het meest doorlaatbaar is.
    Dat komt omdat de hypothalamus in staat moet zijn om op een aantal hormoonsignalen die in het lichaam worden afgegeven te kunnen reageren.
    Door beschadiging van de hypothalamus wordt vooral de dynamische response van de hypothalamus bij CVS/ME patiŽnten verminderd.
    Hierdoor kan de hypothalamus de hormoonniveaus niet meer goed aan passen aan veranderende omstandigheden zoals bijvoorbeeld tijdens periodes van geestelijke en lichamelijk stress.
    Blunted adrenocorticotropin and cortisol responses to corticotropin-releasing hormone stimulation in chronic fatigue syndrome
    Scott LV, Medbak S, Dinan TG, Department of Psychological Medicine, St Bartholomew's and the Royal London School of Medicine, West Smithfield, UK - Acta Psychiatr Scand. 1998 Jun;97(6):450-7 - PMID : 9669518 
    Hypofunctioning of the pituitary-adrenal axis has been suggested as the pathophysiological basis for chronic fatigue syndrome (CFS).
    Blunted adrenocorticotropin (ACTH) responses but normal cortisol responses to exogenous corticotropin-releasing hormone (CRH), the main regulator of this axis, have been previously demonstrated in CFS patients, some of whom had a comorbid psychiatric disorder.
    We wished to re-examine CRH activation of this axis in CFS patients free from concurrent psychiatric illness.
    A sample of 14 patients with CDC-diagnosed CFS were compared with 14 healthy volunteers.
    ACTH and cortisol responses were measured following the administration of 100 microg ovine CRH. Basal ACTH and cortisol values did not differ between the two groups.
    The release of ACTH was significantly attenuated in the CFS group (P < 0.005), as was the release of cortisol (P < 0.05).
    The blunted response of ACTH to exogenous CRH stimulation may be due to an abnormality in CRH levels with a resultant alteration in pituitary CRH receptor sensitivity or it may reflect a dysregulation of vasopressin or other factors involved in HPA regulation.
    A diminished output of neurotrophic ACTH, causing a reduced adrenocortical secretory reserve, inadequately compensated for by adrenoceptor upregulation, may explain the reduced cortisol production demonstrated in this study.
    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9669518&dopt=Abstract 
    De hypothalamus regelt naast onze hormoonniveaus ook onze lichaamstemperatuur (via hypofyse en schildklier), de bloeddruk, de hartslag, de verbranding van vetten en koolhydraten en het bloedsuikerniveau.
    De hypothalamus werkt nauw samen met de pijnappelklier en de bijnieren (HPA stelsel).
    Verstoringen van het HPA stelsel veroorzaken de ďonzichtbare grenzenĒ die CVS/ME patiŽnten ervaren.
    Het systeem is niet meer in staat d.m.v. de dynamische hormoon response adequate te reageren op een bepaalde mate van geestelijke of lichamelijke stress.
    Gaat een patiŽnt over die grens heen dan verergeren de klachten enorm.
    The neuroendocrinology of chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
    Parker AJ, Wessely S, Cleare AJ, Department of Psychological Medicine, Guy's, King's and St Thomas' School of Medicine and the Institute of Psychiatry, London - Psychol Med. 2001 Nov;31(8):1331-45 - PMID: 11722149
    Background : Disturbance of the HPA axis may be important in the pathophysiology of chronic fatigue syndrome (CFS) and fibromyalgia.
    Symptoms may be due to :
    - (1) -low circulating cortisol
    - (2) - disturbance of central neurotransmitters or
    - (3) - disturbance of the relationship between cortisol and central neurotransmitter function.
    Accumulating evidence of the complex relationship between cortisol and 5-HT function, make some form of hypothesis (3) most likely.
    We review the methodology and results of studies of the HPA and other neuroendocrine axes in CFS.
    Method : Medline, Embase and Psychlit were searched using the Cochrane Collaboration strategy.
    A search was also performed on the King's College CFS database, which includes over 3000 relevant references and a citation analysis was run on the key paper (Demitrack et al. 1991).
    Results : One-third of the studies reporting baseline cortisol found it to be significantly low, usually in one-third of patients.
    Methodological differences may account for some of the varying results.
    More consistent is the finding of reduced HPA function and enhanced 5-HT function on neuroendocrine challenge tests.
    The opioid system and arginine vasopressin (AVP) may also be abnormal, though the growth hormone (GH) axis appears to be intact, in CFS.
    Conclusions : The significance of these changes, remains unclear.
    We have little understanding of how neuroendocrine changes relate to the experience of symptoms and it is unclear whether these changes are primary or secondary to behavioural changes in sleep or exercise.
    Longitudinal studies of populations at risk for CFS will help to resolve these issues.
    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11722149&dopt=Abstract 
    Binnen het HPA stelsel produceert de pijnappelklier o.a. groeihormonen en het antidiuretisch hormoon (vocht vasthouden): vasopressine.
    De bijnieren produceren adrenaline en cortisol, belangrijke hormonen voor onze stress reactie.

    1.3.2 - Groeihormonen
    Groeihormonen (Human Growth Hormone, HGH (cfr. bijlagen) worden gedurende de slaap (fase IV, diepe slaap) door de pijnappelklier gemaakt en zijn maar heel kort in het bloed aanwezig. HGH wordt door de lever omgezet in Insulin Growth Factor 1 (IGF-1).
    IGF-1 blijft wel lang in het bloed aanwezig en is daarom wel meetbaar.
    De hoeveelheid gemeten IGF-1 is een goede indicator hoeveel HGH er geproduceerd is.
    Men denkt dat de afgifte van HGH tijdens de slaap voor de lever een signaal is om het ontgiftingsproces sneller te laten verlopen.
    Dat gebeurt rond 0300 uur, snachts.
    HGH heeft een breed werkingsgebied.
    Het regelt ondermeer de eiwit productie en zorgt er voor dat deze productie aangepast wordt aan de behoefte (inspanning).
    HGH regelt ook het glucoseniveau in het bloed.
    Door een verstoorde HGH productie, wat bij CVS/ME patiŽnten vaak voorkomt, herstelt de patiŽnt niet na een inspanning en verloopt het genezingsproces na een trauma slecht.
    Bovendien wordt de lever niet meer in voldoende mate gestimuleerd waardoor de ontgifting nog slechter verloopt.
    En tenslotte wordt het glucoseniveau in het bloed zo slecht geregeld dat de patiŽnt regelmatig last krijgt van hypoís (te lage suikerspiegel) waardoor hij geen enkele lichamelijke of geestelijke prestatie meer kan leveren.

    1.3.3 - Antidiureticum hormoon (vasopressine)
    Het antidiureticum hormoon vasopressine zorgt er voor dat het lichaam vocht vast houdt.
    Als er door een beschadiging aan de subcortex te weinig vasopressine wordt gemaakt raakt het lichaam heel veel vocht kwijt door heel veel te plassen.
    De patiŽnt kan zo veel vocht kwijt raken dat het bloedvolume zelfs afneemt.
    Een lager dan normale vasopressine productie is een typische fase III stoornis.
    Kenmerken zijn : veel drinken maar steeds dorst, veel en vaak plassen, maar geen gewichtstoename door het vasthouden van vocht.
    PatiŽnten met deze klachten hebben waarschijnlijk ook Neurally Mediated Hypotension (NMH) of Orthostatic Hypotension.
    Twee vormen van lage bloeddruk.
    Neuraal gemedieerde hypotensie (NMH)
    In : De pathogenese van het Chronische Vermoeidheids Syndroom - Literatuurreview 1995-2001
    Literatuur review van de pathogenese van het Chronische Vermoeidheidsyndroom (CVS), uitgevoerd in opdracht van de Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid van de Rijksuniversiteit Groningen - april 2001-07-23
    Harm Hoekstra
    Herzien na inhoudelijk commentaar van Prof. Dr. J.W.M. van der Meer, mei 2001.
    © Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid RuG, Mei 2001
    .../...
    Neurologische afwijkingen
    Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar het CVS door middel van beeldvormende technieken van de hersenen.
    De rol van de MRI in het stellen van de diagnose CVS is nog onduidelijk.
    Er worden wel meer afwijkingen in de witte stof gezien in de hersenen van patiŽnten met het CVS, maar de huidige kennis om deze afwijken te kunnen interpreteren is nog onvoldoende.
    PET en SPECT zijn niet invasieve methoden om regionale hersenfuncties, zoals de bloedstroom, zuurstof metabolisme en glucose verbruik te beoordelen.
    De bloedstroom in de hersenstam is verlaagd bij patiŽnten met het CVS.
    Verlaagde cerebrale perfusie zou neurocognitieve symptomen, zoals duizeligheid, concentratie problemen, wazig zien, trillen, hartkloppingen en angst kunnen veroorzaken.
    Er is een verlaagd glucose metabolisme in de rechter medio frontale cortex en hersenstam bij patiŽnten met het CVS vastgesteld.
    Deze stoornis in de rechter hemisfeer zou enkele neurocognitieve beperkingen bij patiŽnten met het CVS kunnen verklaren.
    Een verlaagd metabolisme in de hersenstam zou kunnen wijzen op de betrokkenheid van het reticulair systeem (slaapstoornissen en bewustzijn veranderingen) in het CVS.
    Uit dierexperimenteel onderzoek blijkt dat sommige herpesvirussen, het EBV en HHV-6 de hersenstam en diencephalon als voorkeursplaats hebben.
    Een viraal gemedieerd verlaagd metabolisme in de hersenstam zou eerder een oorzaak dan een gevolg van het CVS kunnen zijn.
    Neuraal gemedieerde hypotensie (NMH) wordt vaak bij patiŽnten met het CVS gezien.
    NMH is een disfunctie van het autonoom sympathisch zenuw stelsel (AZS).
    Emotionele stress, pijn, inspanning en sympathicomimetica (epinephrine en norepinephrine) dragen bij aan een vroege activatie van NMH in het CVS en verergering van de vermoeidheid.
    NMH speelt waarschijnlijk geen rol in de pathogenese van het CVS.
    De Becker et al, 1998 hebben een verhoogde sympathicus activiteit in het CVS gevonden bij stress.
    Soetekouw et al, 1999 hebben geen grote verschillen in cardiovasculaire autonome functie kunnen aantonen tussen gezonde individuen en patiŽnten met het CVS.
    Verstoorde neuroendocriene-immuun interacties
    Bijnier insufficiŽntie kan reactivatie van latente infecties, chronische immunologische disregulatie, verminderde functie NK cellen en NMH veroorzaken.
    Het is niet uitgesloten dat de verhoogde activiteit van het 2-5A synthetase/RNase L pathway en een verlaagde doorbloeding in de hersenstam, gevolgen van bijnier insufficiŽntie zijn.
    Er bestaat een relatieve regulatie resistentie van het immuun systeem voor het neuroendocriene systeem.
    Het effect van glucocorticoiden op T-cel proliferatie is significant verminderd bij CVS patiŽnten.
    In gezonde individuen remmen bŤta 2-adrenerge agonisten de synthese van TNF alfa en stimuleren ze de synthese van IL 10 door monocyten.
    De regulatie van deze twee cytokines door bŤta 2-adrenerge agonisten is verminderd in CVS patiŽnten.
    Veel verstoringen van het immuun systeem bij patiŽnten met het CVS worden gemoduleerd door CZS-neuroendocriene-immuun interacties en stress.
    Deze interacties zijn van invloed op de replicatie/reactivatie van verscheidene virussen, waaronder latente herpesvirussen, die zowel het immuun systeem als het endocriene systeem kunnen beÔnvloeden.
    Stress geassocieerde immuunmodulatie is van invloed op het toegenomen risico van infectie (en misschien wel kanker).lix In tegenstelling tot het EBV, is een primaire infectie met het HHV-6 meer aannemelijk en waarschijnlijk een secundaire reactivatie van het HVV-6 in patiŽnten met het CVS, dat de chronische immuun disregulatie weerspiegelt.
    Tot slot
    Er moeten nog veel stukken van deze gecompliceerde puzzel worden opgelost, maar alles in ogenschouw genomen bestaat er belangrijke aanwijzingen dat het CVS niet Ďin het hoofdí zit of verbeeld wordt.
    Er zijn op dit moment nog geen eenduidige diagnostische tests beschikbaar, maar de vooruitgang die met wetenschappelijk onderzoek geboekt wordt geeft artsen steeds meer instrumenten en materiaal voor het stellen van de diagnose CVS.
    Referenties
    .../...
    'Neurally mediated hypotension and chronic fatigue syndrome' - Rowe PC, Calkins H, Department of Pediatrics, Johns Hopkins University School of Medicine, Baltimore, Maryland, USA - Am J Med. 1998 Sep 28;105(3A):15S-21S - PMID: 9790477 - A substantial body of clinical evidence now supports an association between various forms of hypotension and both idiopathic chronic fatigue and the chronic fatigue syndrome (CFS). Patients with CFS have a high prevalence of neurally mediated hypotension, and open treatment of this autonomic dysfunction has been associated with improvements in CFS symptoms. Randomized trials are now in progress to evaluate the efficacy of treatments directed at neurally mediated hypotension in those with CFS patients, and the results of these trials should help guide more basic inquiries into the mechanisms of orthostatic intolerance in affected individuals : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9790477&dopt=Abstract  
    .../...
    Cfr. : http://umcg.wewi.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/Rapporten/2001/pathofysiologie/pathogeneseCvs.pdf 
    Bij patiŽnten met NMH werkt de aansturing van het hart en het vaatstelsel door het centrale zenuwstelsel niet goed meer.
    Als de patiŽnt vanuit zittende houding gaat staan sturen de hersenen het hart de foutieve opdracht om langzamer te gaan kloppen en de bloeddruk te verlagen.
    Dat is fout, want het zou precies andersom moeten zijn.
    Door deze foutieve aansturing zakt de bloeddruk snel en wordt de patiŽnt duizelig en krijgt hij moeilijkheden met ademhalen.
    De diagnose NMH kan meestal gesteld worden aan de hand van de klachten van de patiŽnt of door middel van een ďTilt Table TestĒ.
    De ďTilt Table TestĒ
    De zogeheten 'tilt table test' is een onderzoek dat uitwijst of de zenuwvoorziening van het hart goed functioneert.
    Dit onderzoek wordt met name gedaan bij een vermoeden van een neurocardiogene syncope, dit zijn plotselinge aanvallen van duizeligheid, zweten, oorsuizingen en uiteindelijk bewustzijnsverlies (flauwvallen).
    Het onderzoek
    Gedurende ten minste 45 minuten ligt de patiŽnt vast op een tafel die schuin wordt geplaatst in een hoek van zestig graden ten opzichte van de vloer (met het hoofd omhoog).
    Het elektrocardiogram (ECG) en de bloeddruk van de patiŽnt worden continu in de gaten gehouden.
    In geval van neurocardiogene syncope is een daling van de bloeddruk te zien, die gepaard gaat met een vertraging van de hartslag.
    Als deze verschijnselen zich niet voordoen, wordt een injectie met isoprenaline of glyceryltrinitraat gegeven en wordt het onderzoek herhaald.
    Eventuele symptomen als duizeligheid, zweten, misselijkheid, oorsuizingen, een wee gevoel of geeuwzucht, moeten onmiddellijk verdwijnen zodra de patiŽnt weer plat komt te liggen.


    De NMH-thuis
    test

    Doe de ďTilt Table TestĒ bij je thuis !

    Maak een soort van ski schans met kussens op je bed.
    Zorg er voor dat deze ongeveer 30 graden schuin omhoog loopt.
    Ga er met je voeten omhoog en je hoofd naar beneden op liggen.
    Blijf zo 5 minuten liggen en sta dan op (zorg wel dat er iemand bij is om je op te vangen !)
    Als je omvalt heb je NMH.

    Refertes
    - The Esc Textbook of Cardiovascular Medicine
    - A. John Camm, Thomas F. Luscher, Patrick W. Serruys - Blackwell Publishing, January 19, 2006 - ISBN : 1405126957 : http://www.amazon.co.uk/exec/obidos/ASIN/1405126957/026-5950123-5254838 
    - Cardiovascular disease - Camm, A.J. (1999) - In : 'Kumar and Clark Clinical Medicine' (MRCP Study Guides) - Parveen Kumar, Michael Clark - Saunders (W.B.) Co Ltd., August 31, 2005 - ISBN : 0702027634 - This student favourite has been praised over the years for the breadth and depth of its content and the clarity of its style and presentation : http://www.amazon.co.uk/exec/obidos/ASIN/0702027634/026-5950123-5254838 
    - Significant complications can occur with ischemic heart disease and tilt table testing - Leman RB, Clarke E, Gillette P, Medical University of South Carolina, Charleston 294225, USA - Pacing Clin Electrophysiol. 1999 Apr;22(4 Pt 1):675-7 - PMID : 10234724 - We present an elderly patient who had syncope, with known coronary artery disease and a conduction abnormality. Because of a possible vasovagal reaction, the patient underwent a tilt table test prior to evaluation of ischemia or her LV function. During the tilt table test on isoproterenol, the patient developed ventricular fibrillation which was corrected immediately by cardioversion. Subsequently, the patient was found to have significant coronary artery disease which was treated with stenting and angioplasty. After treatment, there were no inducible arrhythmias on full dose isoproterenol. This case reports a significant complication that may occur when tilt table testing with isoproterenol and ischemia : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10234724&dopt=Abstract 
    - Leg maneuver may prevent fainting - Co-authors include medical student C.T. Paul Krediet, Nynke van Dijk, Mark Linzer, M.D. and Johannes J. van Lieshout M.D. - Journal Report, 09/02/2002 - ©2006 American Heart Association, Inc. - A combination of leg crossing and muscle tensing may help prevent fainting, providing a simple solution for people prone to fainting during emotional stress or prolonged standing, researchers report in todayís rapid access issue of Circulation : Journal of the American Heart Association.
    This is the first study of its kind to document the effectiveness of a simple maneuver to prevent or delay loss of consciousness. 
    The counter-maneuver could prove a simple, inexpensive alternative to medication or pacemaker implantation, says study senior author Wouter Wieling, M.D., Ph.D. associate professor of internal medicine and head of the syncope unit at the Academic Medical Center of the University of Amsterdam, the Netherlands.
    Vasovagal syncope, or fainting, results from a neurological reflex that originates in the brain. 
    In response to a physical or emotional trigger, the brain emits signals that cause blood vessels to dilate and causes blood to pool in the legs. 
    The heart rate also slows. 
    Subsequently, the brain does not receive enough oxygen-carrying blood, leading to fainting. 
    Standard treatment includes educating patients about the causes of the condition, instructing them how to avoid situations that trigger fainting and maintaining adequate salt and fluid intake.
    Several drugs have been studied as treatment, but results have been inconsistent.
    ďLeg muscle crossing and tensing should be part of an intense nonpharmacological regimen for patients with vasovagal faints,Ē says Wieling.
    Physical counter-maneuvers such as leg crossing and muscle tensing have been developed in patients with low blood pressure when rising from a reclining position (orthostatic hypotension) Ė a condition caused by rare diseases of the autonomic nervous system. 
    Wieling and colleagues in Amsterdam and the United States theorized that the same maneuvers might help people who have vasovagal syncope.
    The researchers evaluated the maneuver in 20 patients (ages 17 to 74) who had a history of vasovagal syncope, but were otherwise healthy. 
    The number of lifetime syncope episodes ranged between one and 200.
    Patients learned to cross their legs while in a standing position and tense the muscles of the legs, abdomen and buttocks. 
    Each patient underwent a head-up tilt table test, which involved lying down on a table that can be rotated to an upright position. 
    The table was manually tilted to a 60-degree angle and held in that position for 20 minutes. 
    If the patient did not faint or develop symptoms, nitroglycerine was administered under the tongue to promote blood vessel dilation, followed by a 15-minute tilt test.
    The patientís head remained in an upright position during tilting, while researchers monitored their heartís electrical activity with an electrocardiogram and blood pressure with a device that follows changes beat to beat. 
    The table could be returned to a horizontal position almost immediately if syncope appeared imminent.
    During the test, researchers told patients to begin the maneuver when blood pressure began to fall and syncope symptoms such as lightheadness and nausea appeared. 
    All the patients had a substantial decrease in blood pressure. 
    Ten patients also had a heart rate decrease of more than 10 beats per minute in the 30 seconds before performing the counter-maneuver.
    The counter-maneuver stabilized blood pressure and heart rate in all patients. 
    Symptoms disappeared shortly after blood pressure became stable, and none of the patients lost consciousness while performing the counter-maneuver. 
    In five patients syncope was prevented. 
    The remaining 15 patients either could not prevent fainting or asked to be tilted back to a horizontal position, but the counter-maneuvers delayed the faint by an average of 2.5 minutes.
    During the counter-maneuver, systolic blood pressure increased by an average of about 40 points and heart rate by an average of nine beats per minute. 
    Patients had an almost ďinstantaneous increaseĒ in blood pressure when they performed the counter-maneuver.
    Each patient received a follow-up phone call seven to 14 months after testing to determine whether any new syncope episodes had occurred and whether they had tried the counter-maneuver. 
    The follow-up interviews found that one patient had been diagnosed with a condition that could have contributed to syncope; three others had no recurrence of syncope since the test, two patients had faints but did not use the counter-maneuver and one could not be located. 
    The remaining 13 patients reported regular use of the counter-maneuver to prevent or control syncope. 
    Only two of the 13 had fainted since the test.
    The researchers conclude that the counter-maneuvers ďcan abort or delay impending faints in subjects prone to vasovagal reactions.Ē
    ďYou often see people standing with their legs crossed at cocktail parties and we call this the cocktail party posture,Ē says Wieling.  ďIn our experience patients will do this automatically after awhile.  A great advantage of leg crossing is that it can be done almost unnoticed
    ďIn case crossing the legs alone does not provide sufficient relief during prolonged standing, we advise patients to perform leg muscle tensing as an additional measure and then if the symptoms are mild, to uncross their legs and walk with tensed muscles to a safe place to sit down. 
    If the symptoms are overwhelming, subjects are advised to crouch down immediately.Ē : http://www.americanheart.org/presenter.jhtml?identifier=3004908 
    - The Fainting Phenomenon - Understanding Why People Faint and What Can Be Done About It - Blair P. Grubb, Mary Carole McMann - Blackwell Publishing, Incorporated, 1st edition, September 15, 2001 - ISBN : 0879934913 - Why do some people keep experiencing syncope or prodromal syncope ?
    Dr. Grubb and Ms. McMann have crafted a basic, well-written book packed with information about syncope.
    This book is an information goldmine for anyone who has been to the hospital E.R. with a family member who has fainted.
    For those who have fainted, this book provides reassurance that there are things that can be done to mitigate the problem.
    Consumer text discusses fainting, the normal nervous system, the normal cardiovascular system, diagnosis and treatment : http://www.amazon.com/gp/product/0879934913/102-5747827-2218539?n=283155 
    1.3.4 - Stress reactie bij CVS/ME patiŽnten ernstig verstoord
    De bijnieren produceren het hormoon cortisol.
    Dit cortisol niveau is símorgens hoger dan síavonds.

    De bijnieren
    De bijnieren zijn kleine organen en liggen als kapjes op de nieren, ervan gescheiden door vetweefsel.
    De bijnieren bestaan uit twee lagen :

    • bijnierschors (de buitenste laag) - De bijnierschors produceert twee soorten corticosteroÔden : glucocorticoÔden en mineralocorticoÔden, respectievelijk een stresshormoon en een hormoon dat invloed heeft op de Na/K-huishouding.
      Ook produceert de bijnierschors geslachtshormonen.
      Het zijn toch hele kleine concentraties (oestrogenen, progesteronen, testosteron,...) omdat deze normaal in de geslachtsorganen gemaakt worden.
    • bijniermerg (het binnenste) - Het bijniermerg medulla adrenes produceert adrenaline en noradrenaline.
      Dit zijn 2 antagonistische hormonen: adrenaline zorgt voor een vaatwandverwijding, waar noradrenaline zorgt voor een vaatwandvernauwing.
      Het bijniermerg staat onder controle van het orthosympatisch zenuwstelstel..
    Beide lagen hebben verschillende functies, hieronder besproken.
    Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Bijnier 
    Cfr. ook : 
    http://www.consumed.nl/?rightUrl=L2RhdGFiYXNlL2luZGljYXRpZXMvaW5kaWNhdGllLnBocDM/aWQ9NDI4MQ==

    Cortisol
    Cortisol is een corticosteroÔde; het is een hormoon dat gemaakt wordt in de bijnieren uit cholesterol.
    Cortisol speelt een rol bij :
    - vertering van voedsel
    - slaap-waakritme
    - afweersysteem
    Cortisol wordt soms het stresshormoon genoemd omdat het vrijkomt bij elke vorm van stress, zowel fysiek als psychologisch.
    Het zorgt ervoor dat bepaalde eiwitten in spieren worden afgebroken waarbij glucose (energie) vrijkomt.
    Deze energie wordt gebruikt om het lichaam weer terug te brengen in homeostase; op het moment van stress kwamen er adrenaline en noradrenaline vrij om het lichaam alerter te maken en klaar om te vechten/vluchten.
    Cortisol zorgt ervoor dat dit verlies van energie weer wordt gecompenseerd.
    Tijdens het ontwaken komt er ook extra cortisol vrij; dit zorgt voor een hongergevoel.
    Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Cortisol 

    Als het lichaam niet meer op een stress situatie reageert door het afgeven van meer cortisol dan is het onmogelijk voor de patiŽnt om gedurende deze stress situatie te blijven functioneren.
    Een te lage cortisol productie noemt men een bijnier insufficiŽntie (verminderde bijnierfunctie).
    Bij CVS/ME-patiŽnten komt deze situatie vaak voor omdat de werking van het HPA stelsel verstoord wordt door een beschadiging van de subcortex.
    CVS/ME-patiŽnten kunnen klachten die veroorzaak worden door een bijnier insufficiŽntie herkennen als zij absoluut niet meer in staat zijn stress in een of andere vorm te verwerken.
    Duidelijke voorbeelden zijn : de stress die wordt veroorzaakt door spreken in het openbaar, examen afleggen, maar ook : veel mensen om je heen, fel licht, hard geluid, TV beelden, een enge film.
    PatiŽnten met een bijnier insufficiŽntie worden al ziek van een drukke verjaardag.

    1.3.5 - Herschikking van genen
    Herschikking van genen vindt in het menselijk lichaam plaats als natuurlijk onderdeel van het evolutieproces.
    De mens is echter ook in staat dit proces te versnellen, zodat hij tijdens een catastrofe op wereldschaal kan overleven.
    Bijvoorbeeld bij een verandering in het klimaat of een inslag van een komeet of een dodelijke ziekte die de hele aarde treft.
    Het doel van deze herschikking is om te proberen een DNA code te produceren waarmee het lichaam beter in staat is om aan de veranderingen het hoofd te bieden.
    Deze herschikking van genen is alleen in bepaalde gebieden van onze DNA code mogelijk en gebeurt naar willekeur.
    Urnowitz heeft in een onderzoek aangetoond dat deze herschikking van genen ook plaats vindt bij CVS/ME patiŽntenomdat het lichaam hier kennelijk denkt dat het door een catastrofe wordt geteisterd (komeetinslag, maar het is ďmaarĒ ME).
    Deze herschikking gebeurt willekeurig, je kan, net als bij roulette, winnen of verliezen.
    Voor sommige CVS/ME-patiŽnten worden de (genen) kaarten goed geschud, bij hen verminderen de klachten, anderen hebben niet zo veel geluk.
    Bij deze patiŽnten kan de herschikking van genen er zelfs voor zorgen dat het lichaam op DNA niveau wordt geprogrammeerd om gifstoffen te maken, bij deze patiŽnten nemen de klachten toe.
    De effecten die genen hebben op het menselijk lichaam hangen af van de omstandigheden waardoor ze zijn geactiveerd.
    In normale gevallen kan een gen maar beperkt aantal effecten in het lichaam veroorzaken.
    Urnowitz heeft echter ontdekt dat de variatie in effecten die wordt veroorzaakt door een gen bij CVS/ME-patiŽnten veel groter is dan bij gezonde mensen het geval is.
    Urnowitz denkt ook dat sommige CVS/ME patiŽnten door het gebruik van antibioticum zoals doxycyline opknappen omdat dit soort antibioticum de grotere variatie in effecten, die genen bij deze patiŽnten veroorzaken, verminderen.
    Dit is een bijwerking van sommige antibiotica waar nog niet veel over bekend is.
    Veel artsen denken dat deze patiŽnten opknappen doordat de bacteriŽle infectie verslagen is.
    Waarschijnlijk is dat dus niet voor alle patiŽnten waar.


    2 - Referenties herschikking genen

    Uit reacties van lezers blijkt dat zij het aspect ďherschikking van genenĒ maar moeilijk kunnen geloven, daarom plaats ik mijn referentiematerial in dit hoofdstuk.

    RNAs in the Plasma of Patients with Chronic Fatigue Syndrome - A Novel Mechanism for Chronic Illness Expression with bothTreatment and Diagnostic Implications (an abstract presented at the AACFS Conference in Seattle by Drs. Cheney and Urnovitz)
    Objective - This study was conducted to determine the presence or absence of plasma RNA's in CFS and to determine if the amplified sequences (of RNA) were similar to or different from GWS.
    Method: Sixty-six CFS patients and 53 healthy blood donors were analyzed using reverse-transcriptase (RT) PCR using primers for nontranslated enteroviral sequences. CFS patients were tested for the presence of et prominent 750 bp band previously reported in 12 of 24 GWS patients.
    Results: Fifty-one of 66 CFS patients (77.3%) had a prominent 750 bp band and none of the 53 healthy controls.
    Conclusion: All chronic illnesses so far studied, including GWS, CFS, AIDS and Multiple Myeloma show prominent circulating plasma RNAs not observed in normal controls. Prominent RNA bands so far sequenced show homology with human genes which are noted for their tendency for gene rearrangement under severe physiologic stress. The most amplified or prominent sequences appear to be disease specific and vary by less than 1% between individuals with the same or similar illness. These findings point to novel diagnostic possibilities in CFS and GWS, which are both sensitive and specific using genetic probes of acquired human gene arrangements, which are disease specific.
    Cfr. : http://www.co-cure.org/infor29.htm 
    Cfr. ook 'Causes of Chronic Fatigue Syndrome' http://www.immunesupport.com/chronic-fatigue-syndrome-causes.htm 

    2.1 - Enzymatic influences causation of brain cell damage

    Segments of DNA may move from one location to another in the genome, associating with each other in various ways so that different proteins are produced.
    The most thoroughly studied example of gene rearrangement occurs in cells that produce antibodies.
    These antibodies are carried within the complement level of the plasma section of the whole blood.
    Complement is the 11 plasma proteins that interact in chain reaction following exposure to activated antibodies or the surfaces of certain pathogens and which promote cell lysis, phagocutosis and other defence mechanism.
    Natural Killer cells recognise an abnormal cell by detecting the presence of these antigens.
    An Natural Killer cells respond to a variety of abnormal antigens that may appear anywhere on a cell membrane.
    In translocation of chromosomes, crossing-over occurs between different chromosomes pairs.
    For example, a piece of chromosome 8 may become attached to chromosome 14.
    The genes moved to their new position may function abnormally, becoming inactive or over active.
    A translocation between chromosome 8 and 14 is responsible for Burkitt's Lymphoma, a type of lymphatic system cancer.
    In trisomy something goes wrong in meiosis 2, so that the gamets that contributes to the zygote carries an extra copy of one chromosome.
    Because rather than two, the condition is termed trisomy.
    The nature of the trisomy is indicated by the number of the chromosome involved.
    Zygotes with extra copies of chromosomes seldom survive.

    2.2 - The Molecular Characterization of Fatal Infectious Mononucleosis

    Myra J. Wick, PhD, Kristine P. Woronzoff-Dashkoff, MD, Ronald C. McGlennen, MD, from American Journal of Clinical Pathology
    We describe a retrospective study of 4 cases of sporadic fatal infectious mononucleosis (IM), 1 case of fatal IM, and 1 case of sporadic severe IM.
    Patients were 26 months to 17 years old; 3 were male.
    Five died of complications of IM.
    All 5 of these patients had the Epstein-Barr virus (EBV) present in examined tissue specimens; EBV was monoclonal in 3 patients and biclonal in 1.
    EBV clonality studies were not performed in the remaining patient.
    All 5 patients also had monoclonal gene rearrangements.
    The sixth patient survived despite a life-threatening clinical course; EBV was oligoclonal and gene rearrangements were not detected.
    EBV clonality and gene rearrangement studies may be useful for predicting which patients with clinically aggressive IM are at highest risk for fatal outcome.
    Patients in whom IM has a fatal outcome are more likely to have monoclonal or biclonal EBV and immunoglobulin heavy chain or T-cell receptor gene rearrangements.
    In contrast, patients with nonfatal IM may lack monoclonal EBV and monoclonal rearrangements of the aforementioned genes.
    The reasons EBV induces a monoclonal proliferation only in some patients remain to be elucidated.
    Cfr. : http://www.medscape.com/viewarticle/433609 


    3. - CVS/ME webforum

    Ik heb voor CVS/ME patiŽnten een CVS/ME webforum op gezet : http://www.candida-fibromyalgie-hypoglycemie-chronische-vermoeidheid-me.nl/forums/ -.
    Het forum kan door CVS/ME patiŽnten gebruikt worden om ervaringen uit te wisselen, van elkaar te leren en elkaar te helpen.
    Bovendien worden in dit forum alle resultaten gemeld die CVS/ME patiŽnten behalen met de behandeling.
    Voor lezers is het erg belangrijk om te weten hoe u heeft ontdekt dat u CVS/ME had.
    Hoe lang u het al heeft en hoe het nu met u gaat.
    Door uw ervaring kunnen andere lezers deze ziekte beter herkennen en weten ze bovendien wat hen te wachten staat.
    Ook is het voor lezers belangrijk om te weten of er ook patiŽnten zijn die met CVS/ME gediagnosticeerd zijn maar waarvoor later bleek dat geen CVS/ME hadden maar een veel beter behandelbare aandoening zoals HPU of een infectie ziekte.
    Voor het uitwisselen van deze informatie is het web forum opgezet.
    Plaats daarom jouw CVS/ME verhaal op het forum.
    Je kan actief mee doen aan discussies of alleen maar lezen wat anderen te vertellen hebben over CVS/ME.
    Het is wel noodzakelijk dat je registreert.
    Sommige behandelingsforums zijn alleen toegankelijk na registratie.


    4. - CVS/ME email channel

    Voor CVS/ME patiŽnten heb ik ook een email channel opgezet.
    Via dit channel houd ik CVS/ME patiŽnten op de hoogte van veranderingen van mijn bestaande artikelen en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de behandeling van CVS/ME.
    Je kan meedoen aan het channel door je aan te melden via : http://utopia.knoware.nl/users/wwitsel/main/subscribe.html -.
    Natuurlijk kan je elk moment stoppen door je via dezelfde pagina weer af te melden.
    Na een subscribe krijg je automatisch een email waarin ik je vraag je aanmelding te bevestigen (volg de instructies in deze email).


    Lees verder : Deel III

    22-06-2006 om 00:33 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De drie fasen van ME - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












       De drie fasen van ME
     
       © pilliewillie.nl    
       - wwitsel@knoware.nl -
       - http://www.pilliewillie.nl/ -

       Deel III
     

    5. - Orthomoleculaire ondersteuning door artsen en therapeuten
    De volgende artsen en therapeuten kunnen u ondersteunen bij de behandeling van CVS/ME :
    • Dr. P.W.M. van Meerendonk
      Biologisch Medisch Centrum
      Amsterdamsestraatweg 544 A, 3553 EN Utrecht
      Tel. : 030 2805089 - Fax : 030 2805198 - Email : p.meerendonk@planet.nl
    • Prof. Dr. K. De Meirleir
      AZ VUB, Dienst Sportgeneeskunde
      Laarbeeklaan 101, 1090 Jette, BELGIE
      Tel. : +32 (0)2477 4600

    Met dank aanÖÖ
    Deze artikelenserie had ik niet kunnen schrijven zonder de hulp van Jan van Roijen, zelf ook CVS/ME patient.
    Jan heeft me een jaar lang informatie gestuurd waarmee ik deze serie heb kunnen schrijven.
    Jan heeft een speciale nieuwsdienst voor ME patienten de ďHelp ME CircleĒ.
    Stuur een email aan j.van.roijen@chello.nl voor een gratis abonnement op de "Help ME Circle"
    Dr. Paul van Meerendonk, ook hij is een autoriteit op het gebied van CVS/ME.
    Van Meerendonk behandelt CVS/ME patiŽnten door middel van de Teitelbaum methode.
    De Teitelbaum behandelingsmethode
    MultifactoriŽle therapie
    Volgens de visie van Teitelbaum is een disfunctie (stoornis) van de hypothalamus verantwoordelijk voor zowel fibromyalgie (FMS) als chronisch vermoeidheidssyndroom .
    Deze stoornis veroorzaakt kleine afwijkingen in het gehele hormonale systeem.
    Deze afwijkingen zijn volgens Teitelbaum de oorzaak van de typische FMS en chronisch vermoeidheidssyndroom klachten.
    Volgens Teitelbaum is het verstandig om deze klachten tegelijk aan te pakken.
    Hij noemt dit een ďmultifactoriŽleĒ therapie.
    De diagnose fase is volgens Teitelbaum heel belangrijk
    Om deze behandelingsmethode goed toe te kunnen passen adviseert hij elke patiŽnt eerst gedegen te onderzoeken waardoor er een goed beeld ontstaat van de klachten.
    Over het algemeen is deze fase van de behandeling erg belastend voor de patiŽnt.
    Ze zijn ziek, er zijn vele consults noodzakelijk en dat kost geld.
    Deze kosten worden maar ten dele vergoed door de zorgverzekeraar.
    Bovendien is er vaak laboratoriumonderzoek noodzakelijk dat alleen in het buitenland uitgevoerd kan worden, hierdoor duurt het onderzoek nog langer.
    Het is echter heel belangrijk om in deze fase grondig te werk te gaan.
    Alleen op deze wijze kan het complexe klachtenpatroon in kaart worden gebracht en via Teitelbaums multifactoriŽle methode behandeld worden.
    Cfr. : http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/chronische.vermoeidheidssyndroom.3.html 
    Dr. Paul van Meerendonk heeft door een uitstekende lezing tijdens een MBOG seminar in 2001 mijn interesse gewekt voor dit onderwerp.
    Paul heeft de laatste jaren een eigen visie ontwikkeld hoe CVS/ME het best behandeld kan worden.



    Bijlagen
    : 'Groeihormonen' :
     
    1. - Effects of 12 months of growth hormone (GH) treatment on calciotropic hormones, calcium homeostasis and bone metabolism in adults with acquired GH deficiency - A double blind, randomized, placebo-controlled study
    J Clin Endocrinol Metab (United States) Sep 1996, 81 (9) p3352-9
    The effects of GH substitution on skeletal mass, bone turnover and calcium metabolism were investigated in 29 patients with GH deficiency who were randomized to sc injections with GH (2 IU/m2 day) or placebo for 12 months.
    During GH treatment, serum insulin-like growth factor I increased 263 +/- 98% (P < 0.001).
    Serum osteocalcin, bone a alkaline phosphatase, and procollagen type I C-terminal propeptide increased by 376 +/- 78% (P < 0.005), 128 +/- 17% (P < 0.005) and 100 +/- 17% (P < 0.005), respectively.
    Serum type I collagen telopeptide and urinary levels of pyridinoline, deoxypyridinoline and hydroxyproline rose by 158 +/- 39% (P < 0.005), 170 +/- 48% (P < 0.005), 156 +/- 78% (P < 0.005) and 161 +/- 50% (P < 0.005), respectively.
    Serum ionized calcium rose by 1.7 +/- 0.6% (P < 0.05), whereas serum PTH decreased insignificantly.
    Vitamin D metabolites remained unaltered.
    Urinary calcium/creatinine increased and phosphate/creatinine decreased transiently, returning to baseline values at 9 months.
    When measured by dual energy x-ray absorptiometry, whole body bone mineral density (BMD) and (BMD) of the radius decreased 2.4 +/- 0.6% (P < 0.05) and 3.5 +/- 1.0% (P < 0.005), respectively, whereas no significant changes were observed in BMD of the femur or spine.
    Our results indicate that long term GH treatment activates bone remodeling in patients with GH deficiency.
    The observed slight decrease in BMD may be explained by expansion of the remodeling space and reduced mean age of bone tissue.
    IT remains unclear whether long term treatment with GH will lead to an increase in bone mass and improved skeletal biomechanical competence.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    2. - Acute biochemical effects of growth hormone treatment compared with conventional treatment in familial hypophosphataemic rickets
    Clin Endocrinol (Oxf) (England) Jun 1996, 44 (6) p687-96
    Objecitve : Conventional treatment of familial hypophosphaiaemic rickets with oral phosphate and 1 alpha-hydroxycholecalciferol (1 alpha HCC) does not satisfactorily correct the metabolic or physical defects of the disease and can have adverse effects, such as nephrocalcinosis.
    Hyperoxaluria from increased oral phosphate intake may contribute to nephrocalcinosis.
    Growth hormone enhances renal tubular phosphate reabsorption and 1,25-dihydroxy-cholecalciferol production in normal and in GH deficient individuals and may thus be of benefit to patients with familial hypophosphataemic rickets.
    Patients : We have assessed the acute effects of GH on phosphate and calcium metabolism in 6 children (age 4-14 years) with familial hypophosphataemic rickets.
    Design : Each patient served as his/her own control and received the following in a sequential non-randomized design : conventional treatment with oral phosphate 1.0-3.4 mmol/kg/day in 3-6 divided doses and 1 alpha HCC 18-31 ng/kg/day-no treatment-GH 0.05 mg/kg daily-GH and 1 alpha HCC-and GH with phosphate and 1 alpha HCC.
    Each treatment was given for 7 days with 7 day periods of no treatment in between.
    Measurements and results : Glomerular filtration rate, tubular maximum rate of phosphate reabsorption per litre of glomerular filtrate (TmP/GFR) and serum 1,25-dihydroxycholecalciferol increased with GH.
    Mean 24-hour plasma phosphate concentrations did not increase with GH but were higher in the treatment phases which included phosphate and 1 alpha HCC (P = 0.002).
    Serum PTH was higher when GH was given in combination with phosphate and 1 alpha HCC compared to other phases.
    Urine oxalate excretion did not differ between the treatment phases.
    Conclusions : GH seemed to partially correct the defects in renal tubular phosphate transport and 1 alpha-hydroxylation of 25-hydroxycholecalciferol.
    We speculate that the net effect of GH treatment was an increase in body phosphate, although this was not reflected in a change in plasma phosphate.
    Therefore, GH in combination with 1 alpha HCC may act as a phosphate sparing agent, permitting treatment with lower and less frequent doses of oral phosphate and reducing adverse effects such as nephrocalcinosis.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    3. - Effects of growth hormone (GH) replacement on bone metabolism and mineral density in adult onset of GH deficiency - Results of a double-blind placebo-controlled study with open follow-up
    European Journal of Endocrinology (Norway), 1997, 136/3 (282-289)
    It's known that GH stimulates bone turnover and GH-deficient adults have a lower bone mass than healthy controls.
    In order to evaluate the influences of GH replacement therapy on markers of bone turnover and on bone mineral density (BMD) in patients with adult onset GH deficiency, a double-blind placebo-controlled study of treatment with recombinant human GH (rhGH; mean dose 2.4IU daily) in 20 patients for 6 months and an extended open study of 6 to12 months were conducted.
    Eighteen patients, fourteen men and four women, with a mean age of 44 years with adult onset GH deficiency were evaluated in the study.
    Compared with placebo, after 6 months serum calcium (2.39 + or - 0.02 vs 2.32 +or- 0.02 mmol/l, P=0.037) and phosphate (0.97 + or -0.06 vs 0.75 + or - 0.05 mmol/l, P=0.011) increased and the index of phosphate excretion (0.03 +or - 0.03 vs 0.19 + or - 0.02, P<0.001) decreased significantly and there was a significant increase in the markers of bone formation (osteocalcin, 64.8 + or -11.8 vs 17.4 +or -1.8 ng/ml, P<0.001; procollagen type I carboxyterminal propeptide (PICP), 195.3 plus or minus 26.4 vs 124.0 + or - 15.5 ng/ml, P=0.026) as well as those of bone resorption (type I collagen carboxyterminal telopeptide (ICTP), 8.9 plus or minus 1.2 vs 3.3 + or - 0.5 ng/ml, P<0.001; urinary hydroxyproline, 0.035 + or - 0.006 vs 0.018 + or - 0.002 mg/100 ml glomerular filtration rate, P=0.009).
    BMD did not change during this period of time.
    IGF-I was significantly higher in treated patients (306.5 + or - 45.3 vs 88.7 + or - 22.5 ng/ml, P<0.001).
    An analysis of the data compiled from 18 patients treated with rhGH for12 months revealed similar significant increases in serum calcium and phosphate and the markers of bone turnover (osteocalcin, PICP, ICTP, urinary hydroxyproline).
    Dual energy x-ray absorptiometry (DXA)-measured BMD in the lumbar spine (1.194 + or - 0.058 vs 1.133 + or - 0.046 g/cm2, P=0.015), femoral neck (1.009 plus or minus 0.051 vs 0.936 + or - 0.034 g/cm2, P=0.004), Ward=s triangle (0.881 + or - 0.055 vs 0.816 + or - 0.04 g/cm2, P=0.019) and the trochanteric region (0.869 + or - 0.046 vs 0.801 + or - 0.033 g/cm2, P=0.005) increased significantly linearly (compared with the individual baseline values).
    At 12 months, BMD in patients with low bone mass (T-score < -1.0 S.D.) increased more than in those with normal bone mass (lumbar spine 11.5 vs 2.1%, P=0.030, and femoral neck 9.7 vs 4.2%, P= 0.055).
    IGF-I increased significantly in all treated patients.
    In conclusion, treatment of GH-deficient adults with rhGH increases bone turnover for at least 12 months, BMD in the lumbar spine and the proximal femur increases continuously in this time (open study) and the benefit is greater in patients with low bone mass.
    Therefore, GH-deficient patients exhibiting osteopenia or osteoporosis should be considered candidates for GH supplementation.
    However, long-term studies are needed to establish that the positive effects on BMD are persistent and are associated with a reduction in fracture risk.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    4. - Treatment of post-menopausal osteoporosis with recombinant human growth hormone and salmon calcitonin - A placebo controlled study
    Clinical Endocrinology (United Kingdom), 1997, 46/1 (55-61)
    Objective : The usefulness of GH in the treatment of post-menopausal osteoporosis (PMO) is still debated.
    We have studied the effects of recombinant human GH (rhGH) given alone or in combination with salmon calcitonin (sCT)in the treatment of PMO.
    Patients : Thirty women with established PMO (aged 61.1 + or - 4.4 years) were divided into 3 groups of 10 and randomly assigned to 3 treatment sequences : rhGH (12 IU/day) s.c. for 7 days, followed by sCT (50 IU/day) s.c. for 21 days and by 61 days without treatment (group 1); placebo for 7 days, followed by sCT for 21 days and by 61 days without treatment (group 2); rhGH for 7 days, followed by placebo for 21 days and by 61 days without treatment (group 3).
    Each cycle was repeated 8 times (24 months).
    Measurements : At days 0, 8, 29 and 90 of each cycle, serum IGF-I, calcium, phosphate, osteocalcin, alkaline phosphatase and urinary excretion of calcium, hydroxyproline and pyridinoline cross-links (Pyr) were measured.
    At months 0, 6, 12, 18 and 24, bone mineral density (BMD) was measured by dual-photon absorptiometry (DPA), at lumbar spine (LS), femoral shaft (F) and distal radius (DR).
    Results : A significant increase in serum osteocalcin and urinary calcium, hydroxyproline and Pyr was detected after each rhGH period.
    In group 1, BMD at lumbar spine increased by 2.5% at year 2; in contrast, significant (p < 0.05) decreases in BMD-LS values were found in patients treated with CT and placebo (group 2) and with OH and placebo (group 3).
    BMD-F did not show any significant change in patients of group 2, but a significant (p < 0.05) decrease was found in groups 1 and 3.
    BMD-DR did not show any significant change with respect to baseline in any of the three groups.
    No significant difference between the three groups was found in bone mass at the three different regions.
    Conclusions : Our study demonstrates that treatment with rhGH increases bone turnover in postmenopausal osteoporotic women.
    Combined treatment with rhGH and CT over a period of 24 months is able to maintain bone mass at lumbar spine and distal radius, but induces a decline at femoral shaft; therefore, it does not seem particularly useful in the therapy of post-menopausal osteoporosis.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    5. - Anabolic effects of insulin-like growth factor-I (IGF-I) and an IGF-I variant in normal female rats
    J Endocrinol (ENGLAND) Jun 1993, 137 (3) p413-21
    Administration of IGF-I over a 14-day period to growing female rats via s.c. implanted osmotic pumps led to an increased body weight gain, an improved N retention and a greater food conversion efficiency.
    The effects were dose-dependent, with the highest daily dose tested, 278 micrograms/day, producing 18-26% increases in these measurements. LR3IGF-I, a variant of human IGF-I that contains an amino terminal extension peptide as well as glutamate-3 replaced by arginine and exhibits very weak binding to IGF-binding proteins, was substantially more potent than the natural growth factor, in the 44 micrograms/day of this peptide produced similar effects to the high IGF-I dose.
    Organ weight and carcass composition measurements showed that the two IGF peptides generally maintained body proportions at those existing when the experiment began.
    Muscle protein synthesis and myofibrillar protein breakdown were both slightly increased by IGF treatment, so that the observed improvement in N retention could not be explained through protein accretion rates calculated from these measures.
    Infusion of human GH at a dose of 213 micrograms/day did not stimulate body growth.
    This investigation establishes that IGF peptides stimulate the growth of normal growing animals, with IGF-I variants that bind less well to IGF-binding proteins being more active than IGF-I.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    6. - A preliminary study of growth hormone in the treatment of dilated cardiomyopathy
    N Engl J Med (United States) Mar 28 1996, 334 (13) p809-14 Comment in N Engl J Med 1996 Mar 28;334(13):856-7 -- Comment in : N Engl J Med 1996 Aug 29;335(9):672; discussion 673-4 -- Comment in : N Engl J Med 1996 Aug 29;335(9):672-3; discussion 673-4
    Background
    : Cardiac hypertrophy is a physiologic response that allows the heart to adapt to an excess hemodynamic load.
    We hypothesized that inducing cardiac hypertrophy with recombinant human growth hormone might be an effective approach to the treatment of idiopathic dilated cardiomyopathy, a condition in which compensatory cardiac hypertrophy is believed to be deficient.
    Methods : Seven patients with idiopathic dilated cardiomyopathy and moderate-to-severe heart failure were studied at base line, after three months of therapy with human growth hormone and three months after the discontinuation of growth hormone.
    Standard therapy for heart failure was continued throughout the study.
    Cardiac function was evaluated with Doppler echocardiography, right-heart catheterization and exercise testing.
    Results : When administered at a dose of 14 IU per week, growth hormone doubled the serum concentrations of insulin-like growth factor I.
    Growth hormone increased left-ventricular-wall thickness and reduced chamber size significantly.
    Consequently, end-systolic wall stress (a function of both wall thickness and chamber size) fell markedly (from a mean [+/-SE] of 144+/-11 to 85+/-8 dyn per square centimeter, P<0.001).
    Growth hormone improved cardiac output, particularly during exercise (from 7.4+/-0.7 to 9.7+/-0.9 liters per minute, P=0.003) and enhanced ventricular work, despite reductions in myocardial oxygen consumption (from 56+/-6 to 39+/-5 ml per minute, P=0.005) and energy production (from 1014+/-100 to 701+/-80 J per minute, P=0.002).
    Thus, ventricular mechanical efficiency rose from 9+/-2 to 21+/-5 percent (P=0.006).
    Growth hormone also improved clinical symptoms, exercise capacity and the patients' quality of life.
    The changes in cardiac size and shape, systolic function, and exercise tolerance were partially reversed three months after growth hormone was discontinued.
    Conclusions : Recombinant human growth hormone administered for three months to patients with idiopathic dilated cardiomyopathy increased myocardial mass and reduced the size of the left ventricular chamber, resulting in improvement in hemodynamics, myocardial energy metabolism and clinical status.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    7. - Metabolism of sepsis and multiple organ failure
    World Journal of Surgery (USA), 1996, 20/4 (460-464)
    'Septic autocannabalism' been coined to describe the metabolic response that follows severe sepsis in humans.
    The normal protein- and energy- conserving mechanisms evoked during simple starvation are not observed following the onset of sepsis.
    The metabolic response to sepsis entails rapid breakdown of the body's reserves of protein, carbohydrate and fat.
    Hyperglycemia with insulin resistance, profound negative nitrogen balance and diversion of protein from skeletal muscle to splanchnic tissues are prominent features. These responses are believed to be mediated in large part by inflammatory cytokines such as tumor necrosis factor alpha (TNFalpha), interleukin 1beta (IL-1beta) and IL-6.
    Secondary induction of catecholamines, cortisol and glucagon by cytokines is likely to be another important effector mechanism.
    Infection and inflammation elicit a complex network of interwoven responses and no single mediator alone accounts for the responses observed.
    Sepsis also commonly involves alterations in cardiovascular function with altered flow to key metabolic sites, hypoxia, damage to the gut's mucosal barrier, secondary organ failure and alterations in capillary permeability.
    These structural and functional alterations also strongly influence the metabolic profile during infection.
    If these catabolic responses persist for more than a few days, severe malnutrition results and is likely to be an important risk factor for mortality in these patients.
    The altered metabolic milieu during sepsis prevents effective use of exogeneously delivered glucose and protein; at best, administration of these agents ameliorates but does not prevent the persistence of catabolism.
    Delivery of agents that antagonize cytokines and other moieties such as glutamine and growth hormone may, in the future, help to restore nitrogen balance during sepsis.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    8. - Dietary omega-3 lipids delay the onset and progression of autoimmune lupus nephritis by inhibiting transforming growth factor beta mRNA and protein expression
    Journal of Autoimmunity (United Kingdom), 1995, 8/3 (381-393)
    The present study was carried out to test whether transforming growth factor beta (TGFbeta) plays a pathological role in the induction or progression of glomerulonephritis in a murine model of systemic lupus erythematosus (SLE) and whether dietary supplementation with fish oil (FO) can modulate the expression of TGFbeta.
    Weanling female (NZB x NZW) F1 (B/W) mice were divided into three groups.
    One group was fed an unmanipulated diet (lab. chow; LC) and the other two groups were fed a nutritionally adequate semipurified diet supplemented with 10% CO or FO.
    Both water and food were provided ad libitum.
    Proteinuria and serum anti-dsDNA antibody levels were measured to assess disease progression.
    Mice were killed at 3.5 and 6.5 months of age and renal mRNA levels for TGFbeta isoforms, fibronectin-1 (FN-1) and intercellular adhesion molecule-1 (ICAM-1) were studied by Northern blot analysis.
    TGFbeta protein levels were also examined in kidneys by Western blot analysis.
    Our results indicate that at 3.5 months of age, when urinary protein levels were undetectable and very low levels of anti-dsDNA were detected, no mRNA signal could be detected for TGFbeta isoforms, ICAM-1 and FN-1 in either dietary group.
    However, at 6.5 months, the FO-fed mice, compared to LC and CO, had (1) greatly reduced proteinuria (LC : 2-3+, CO: 2-3+; FO: trace -1+) and serum anti-dsDNA antibodies; (2) improved survival (CO: 100% death (15/15) occurred by 8 months; FO : 50% were alive at 12 months (8115) and (3) reduced renal TGFbeta1 mRNA and protein levels.
    TGFbeta2 and beta3 were not significantly affected by FO diet.
    Similarly, lower levels of renal FN-1 and ICAM-1 mRNA were observed in FO fed mice.
    These data indicate that in B/W mice on a FO diet, prolonged survival and amelioration of renal disease may be attributed at least in part to lower levels of TGFbeta1 mRNA and protein in the kidneys.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    9. - Growth hormone secretion in Alzheimer's disease - Studies with growth hormone-releasing hormone alone and combined with pyridostigmine or arginine
    Dementia (Switzerland), 1993, 4/6 (315-320)
    There is evidence that GH secretion is reduced in normal elderly subjects as well as in patients with Alzheimer's disease (AD).
    To clarify the mechanisms underlying this GH hyposecretory state in 14 elderly subjects (age 65-75 years) and 15 AD patients (age 61-78 years), we studied the effects of both pyridostigmine (PD, 120 mg orally), a cholinesterase inhibitor and arginine (ARG, 0.5 g/kg i.v.), two substances likely acting via inhibition of hypothalamic somatostatin, on GH response to GHRH (1 microg/kg i.v.).
    The GH response to PD alone was also studied.
    Twenty-two young healthy volunteers were studied as control group.
    Basal GH levels were similar in young, elderly and AD subjects (0.7 plus or minus 0.2, 0.8 plus or minus 0.2 and 0.9 plus or minus 0.2 microg/l).
    IGF-I levels were lower (p < 0.005) in elderly (73.9 plus or minus 8.2 microg/l) and in AD subjects (108.0 plus or minus 5.9 microg/l) than in young subjects (288.7 plus or minus 22.1 microg/l); however, they were higher (p < 0.01) in AD patients than in the elderly subjects.
    The PD-induced GH release did not significantly differ in young, elderly and AD subjects while the GH responses to GHRH in the elderly (AUC: 297.9 plus or minus 49.2 microg/l/h) and in AD subjects (437.6 plus or minus 93.5 microg/l/h) were lower (p < 0.01) than in young subjects (658.6 plus or minus 100.1 microg/l/h).
    PD potentiated the GH response to GHRH both in elderly and in AD subjects (901.7 plus or minus 222.4 and 1,070.3 plus or minus 207.2 microg/l/h, p < 0.005) but these responses were lower (p < 0.0001) than those recorded in young subjects (2,041.1 plus or minus 245.6 microg/l/h).
    ARG potentiated the GHRH-induced GH rise both in elderly and in AD subjects (1,545.2 plus or minus 246.0 and 1,659.3 plus or minus 196.8 microg/l/h, p < 0.001) but in this case, the GH response to GHRH + ARG overlapped with that in young subjects (2,140.2 plus or minus 229.5 microg/l/h).
    In contrast to young subjects, in elderly and in AD subjects, the potentiating effect of ARG on GHRH-induced GH rise was higher (p < 0.01) than that of PD.
    These results show that testing neural controls of GH secretion with different neuroactive substances does not allow to differentiate normal aging from AD.
    In both groups, somatotroph responsiveness to GHRH is potentiated by the enhancement of the cholinergic activity but much more by ARG, which is compatible with the presence of a cholinergic impairment.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html 

    10. - Up-regulation of insulin/insulin-like growth factor-I hybrid receptors during differentiation of HT29-D4 human colonic carcinoma cells
    Endocrinology (USA) , 1997, 138/5 (2021-2032)
    To assess the autocrine function of insulin-like growth factor II (IGF- II) in the balance of proliferation and differentiation in HT29-D4 human colonic cancer cells, we studied the expression of IGF-I receptors (IGF-IR) and insulin receptors (IR) in relation to the state of cell differentiation.
    IGF-IR and IR were expressed in both undifferentiated and enterocyte-like differentiated HT29-D4 cells.
    IGF-IR had two isoforms with a 97-kDa and a 102-kDaors (HR) formed by the association of two alpha beta heterodimers from both IR and IGF- IR.
    HR were evidenced through 1) inhibition of IGF-I binding by the B6 anti- JR antibody and 2) immunoprecipitation with the alpha-IR3 anti-IGF-IR antibody, which revealed an additional 95-kDa IR beta-subunit that disappeared when the heterotetrameric receptor was dissociated by disulfide reduction into alphabeta heterodimers before immunoprecipitation.
    Like IGF-IR, HR had a high affinity for IGF-I (K(d), similar1.5 nM) but did not bind insulin significantly; the latter interacted with the native IR only (K(d), similar4 nM).
    In the differentiated HT29-D4 cell monolayer, all receptor species were strongly polarized > 97%) toward the basolateral membrane.
    Moreover, HT29-D4 cell differentiation was accompanied by an approximately 2-fold increase in the number of IR, whereas the number of IGF-I-binding sites was unaltered.
    However, in differentiated HT29-D4 cells, similar55% of the latter were involved in HR vs. similar20% in undifferentiated HT29-D4 cells.
    Thus, HT29-D4 cell differentiation is characterized by an up-regulation (similar3-fold) of the level of HR coupled to a down-regulation (similar40%) of the level of native tetrameric IGF-IR.
    Alterations were induced early during the cell differentiation process, i.e. 5 days postconfluence, and remained unchanged for at least 21 days.
    Taken together, these results suggest that the IGF-II autocrine loop in HT29-D4 cells may trigger distinct signaling pathways if it activates native IGF-IR, which predominate in undifferentiated cells or if it activates HR, which are up- regulated in differentiated cells.
    Cfr. : http://www.lef.org/prod_hp/abstracts/php-ab356.html  
     
     
     
    Cfr. ook :
    • CFS & Diastolic Cardiomyopathy - 2005 Spring Seminar : Dr. Paul Cheney - Dr. Paul Cheney spoke to a spellbound audience from 2:15 until 5:40 p.m. and then took questions for ten minutes.
      The seminar could have gone on much longer, but the building had to be empty and locked at 6 pm.
      Dr. Cheney elaborated on the concepts presented in the April article, ďCFS & Cardiac IssuesĒ (cfr. : http://www.dfwcfids.org/medical/cheney/heart04.htm -).
      He stressed that although CFIDS patients do have cardiomyopathy, they do not have the typcial form of it.
      They do not have systolic cardiomyopathy.
      They do not, typically, have any structural change to the left ventricle, one of the lower chambers of the heart.
      Instead, they have diastolic dysfunction, a type of cardiomyopathy that only began to be described nine years ago.
      Equipment to detect it has only existed for four years.
      CFIDS patients do not typically progress like typical cardiomyopathy patients, die from this or need transplants because of it.
      Dr. Cheney also stressed that this is a microcirculatory problem as much as it is a cardiac problem, though of course the two are inextricably linked.
      Those with this CFS-related Diastolic Dyfunction (not Cheneyís phrase) comprise a whole spectrumóvery mildly affectly to severely affected.
      Just like cardiomyopathy patients, actually.
      He covered a great many fascinating topics including : the results of impedance cardiograph testing on his own patients; how this problem can downregulate the thyroid to protect us; and, his MRS research study.
      Dr. Cheney discussed a German study on infusion of oneís own bone marrow resulting in significant healing of the heart.
      He also went over a new porcine- derived heart cell-signaling factor available in August that may be even more potent than the bone marrow treatment.
      Dr. Cheney also talked about how pain interferes with a patientís ability to compensate for the diastolic dysfunction and resulting problems.
      He spoke of the lack of response of cardiogists to this new information on CFS and Diastolic Dysfunction and how he expects it to evolve over time.
      Dr. Cheney also covered how adrenaline compensates for this problem and can mask the cardiomyopathy; that the push/crash is a defining symptom of cardiomyopahy; that some patients develop remodeling or dilation, of the left atrium, one of the upper chambers of the heart and, that a few can develop ischemic reperfusion.
      He talked about the effectiveness of the Vivid 7 doppler echo and how all patients should buy the physiology text by Guyton and read the chapter on cardiology.
      Dr. Cheney also presented, as in the past, his ďbig pictureĒ take on CFS, incorporating changes due to this new information.
      Overall, it was really a great presentation and very informative : http://www.dfwcfids.org/medical/cheney/sem0605.htm 

    • Abnormal Impedance Cardiography Predicts Symptom Severity in Chronic Fatigue Syndrome - Peckerman et al. - Am J Med Sci 2003;326(2):55Ė60 : http://www.dfwcfids.org/medical/Peckerman.pdf 

    • Acupuncture & Fibromyalgia
      A review of the three most recent research projects studying whether or not acupuncture is beneficial in the treatment of fibromyalgia (FM), reveals conflicting results.

    • Americans with Disabilities Act (ADA)
      The Americans with Disabilities Act (ADA) was designed to help people with disabilities find jobs or keep their current jobs.
      Having fibromyalgia or chronic fatigue syndrome does not automatically mean that you are disabled.

    • CFS Research : http://www.cfsresearch.org/cfs/ 

    • Chronic fatigue syndrome is a real disease - Charles W. Lapp, MD - Publication of the North Carolina Academy of Family Physicians, Winter 1992 , VOL. 43, NO.1 http://www.ncf.carleton.ca/ip/social.services/cfseir/eecfseir/real.disease.txt 

    • Chronic Fatigue Syndrome's Genetic Link
      Scientists have discovered that people with chronic fatigue syndrome (CFS) have certain genes and gene activities that reduce their bodyís ability to deal with physical and psychological stress.

    • Chronic fatigue traced to mothers - Us study - Reuters, Jun 5, 2006 - © Reuters 2006 - CHICAGO (Reuters) - Mothers of teenagers with chronic fatigue syndrome are also more likely to have the mysterious ailment or display psychological stresses that may play a role in the child's illness, a study said on Monday.
      In the study that included 36 children averaging 16 years old diagnosed with chronic fatigue, their mothers were likely to share their symptoms, while fathers showed no connection, the study found.
      "Our study revealed a shared symptom complex of fatigue, fatigue-associated symptoms and psychological distress between adolescents with chronic fatigue syndrome and their mothers," the study said.
      Between 500,000 and one million Americans have chronic fatigue syndrome.
      Study author Elise M. van de Putte of Wilhelmina Children's Hospital in Utrecht, the Netherlands, suggested the link was the "result of an interplay between genetic susceptibility and environmental factors."
      "It may point to a gene-environment interaction in which the child not only inherits the genetic characteristics of the mother, but these maternal characteristics also function as environmental factors for the child," she wrote in the June issue of "Pediatrics," the journal of the American Academy of Pediatrics.
      The report did not rule out a mother having stressful responses to her child's illness that reinforced the symptoms.
      The illness can persist for years and often leaves victims listless, with symptoms such as pain, headaches, swollen lymph nodes and problems with memory and concentration.
      Increasingly, research into chronic fatigue syndrome has pointed to genetic causes, though it was once dismissed by some medical experts as being all in the mind.
      In April, the U.S. Centers for Disease Control and Prevention said genetic studies on more than 200 patients showed there likely was a biological basis for the illness, related to how parts of the brain respond to stress.
      Last year, British researchers reported finding genetic abnormalities in sufferers' white blood cells, which direct the body's immune response.
      Cfr. : http://today.reuters.com/news/newsArticle.aspx?type=healthNews&storyID=2006-06-05T040307Z_01_N04216214_RTRUKOC_0_US-FATIGUE.xml 

    • Could Valganciclovir Be An Effective Treatment for Chronic Fatigue Syndrome ?
      In a study testing the effects of the drug valganciclovir on chronic fatigue syndrome patients, nine out of 12 patients reportedly experienced great improvement.
      The results of this study were reported at a scientific conference in Barcelona by Professor Jose Montoya of Stanford University in California.

    • Exploring Fibromyalgia Treatment Options
      Lord, give me patience and I want it right now !
      That is an old joke but it expresses the attitude many of us with fibromyalgia (FM) have as we seek relief from our myriad of symptoms.
      We have suffered for weeks, months Ė often years Ė and we are desperate for relief.
      We have taken dozens of different medicines and tried a variety of alternative therapies...all with little to no positive results.
      We want help and we want it now !

    • Fibromyalgia, Chronic Fatigue Syndrome & Related Conditions
      Both fibromyalgia (FM) and chronic fatigue syndrome (CFS) are usually accompanied by other illnesses or conditions.
      Sometimes experts disagree as to whether some of these accompanying or overlapping conditions are actually separate illnesses or simply additional symptoms of the FM or CFS.

    • Fibromyalgia & Exercise
      You do not need to procrastinate anymore.
      The thought of exercise, movement, activity or becoming physically fit doesnít need to conjure up images of pain, fear and frustration.
      When your physician suggests that you exercise to help improve your fibromyalgia, you donít have to slump in disappointment.

    • Fibromyalgia Fact Sheet
      Fibromyalgia information at your fingertips.
      This summary of key fibromyalgia facts is a handy tool to help you educate your family, friends and community about this complicated and often confusing illness.

    • Fibromyalgie - Links informatie en voorlichting : http://users.castel.nl/~voss01/links/informatie_voorlichting.htm

    • KADIAN Improves Fibromyalgia Pain
      At the 25th Annual Scientific Meeting of the American Pain Society, two supplemental analyses were presented indicating that the drug KADIAN - cfr. : http://www.rxlist.com/drugs/drug-1509-Kadian+Oral.aspx?drugid=1509&drugname=Kadian+Oral - improved pain scores and pain symptoms in arthritis and fibromyalgia (FM) patients.

    • Listening to Music Can Reduce Chronic Pain and Depression
      A study published in the June 2006 issue of the Journal of Advanced Nursing found that listening to music daily reduced chronic pain, made people feel more in control of their pain, reduced depression, and made people feel less disabled by their condition.

    • Little Things Make a Big Difference
      Fibromyalgia and chronic fatigue syndrome present us with many physical and mental challenges.
      Here are some little tips that may make a big difference in helping you minimize mental errors and conserve your energy for those things you need and/or want to do.

    • New Insights into the Pathophysiology and Treatment of CFS - Presentation by Paul Cheney, MD, PhD (October 2001) - Summary of Cheney tape by Doris Brown http://www.cfsresearch.org/cfs/cheney/14.htm 

    • New Sleep Medication Studied : Ramelteon (Rozerem)
      Research on a new sleep medication. Rozerem may be a good fibromyalgia treatment medication for sleeplessness, a primary symptom of fibromyalgia.

    • Please Understand Me
      A first-person piece written to help family and friends understand the needs of the fibromyalgia and chronic fatigue syndrome patient.

    • Potential Animal Virus Identified in Chronic Fatigue Syndrome Patients
      Scientific research funded by the National CFIDS Foundation, Inc. (NCF) is providing preliminary confirmation of a new virus identified in chronic fatigue syndrome (CFS) patients.
      This ongoing research dovetails with a completed research project conducted by Cryptic Afflictions, LLC, a private company.

    • Study Shows Modafinil Reduces Fibromyalgia Fatigue
      Fatigue is one of the most prominent symptoms of fibromyalgia ĖĖ second only to pain.
      A study presented at the 2006 annual meeting of the American Psychiatric Association in Toronto showed promising results indicating that modafinil (Provigil) could reduce some of this fibromyalgia-related fatigue.

    • The Heart of the Matter - CFS & Cardiac IssuesCarol Sieverling (- dfwcfids@comcast.net -), Apr 05 : http://www.dfwcfids.org/medical/cheney/hrt04lng.htm 

    • The Third International Congress of Bioenergetic Medicine (Feb. 5-7, 1999) - Transcript of Afternoon workshop using case studies and slides - Paul Cheney, M.D., Ph.D. - This session is on the clinical management of Chronic Fatigue Syndrome.
      And I'll go through a series of slides that I think outline a number of key issues and their management and then go through a treatment paradigm [pyramid actually, I think] that I developed over many years to treat these patients.
      Then maybe we'll open up to questions : http://www.cfsresearch.org/cfs/cheney/1.htm 

    • Traveling With a Disability or Chronic Illness
      Traveling is supposed to be a pleasurable activity.
      Unfortunately, the harsh reality of traveling with fibromyalgia or chronic fatigue syndrome is that often, just getting to our destination is so stressful and exhausting, we spend most of our vacation in bed, trying to recover enough strength to make the trip home.

    • Xyrem as Fibromyalgia Treatment
      A clinical study conducted by researchers from the University of Texas Health Science Center at San Antonio and the Oregon Health Sciences University in Portland found that the drug sodium oxybate, currently used to treat cataplexy in narcolepsy patients, was effective in both improving sleep and reducing pain perception for fibromyalgia patients.

    22-06-2006 om 00:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronic fatigue traced to mothers - US study
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








       Chronic fatigue
       traced to mothers
      
    US study

       Reuters, 
    Jun 5, 2006
       © Reuters 2006



       CHICAGO (Reuters) - Mothers of teenagers with chronic fatigue syndrome are also more likely to have the mysterious ailment or display psychological stresses that may play a role in the child's illness, a study said on Monday.
    In the study that included 36 children averaging 16 years old diagnosed with chronic fatigue, their mothers were likely to share their symptoms, while fathers showed no connection, the study found.
    "Our study revealed a shared symptom complex of fatigue, fatigue-associated symptoms and psychological distress between adolescents with chronic fatigue syndrome and their mothers," the study said.
    Between 500,000 and one million Americans have chronic fatigue syndrome.
    Study author Elise M. van de Putte of Wilhelmina Children's Hospital in Utrecht, the Netherlands, suggested the link was the "result of an interplay between genetic susceptibility and environmental factors."
    "It may point to a gene-environment interaction in which the child not only inherits the genetic characteristics of the mother, but these maternal characteristics also function as environmental factors for the child," she wrote in the June issue of "Pediatrics," the journal of the American Academy of Pediatrics.
    The report did not rule out a mother having stressful responses to her child's illness that reinforced the symptoms.
    The illness can persist for years and often leaves victims listless, with symptoms such as pain, headaches, swollen lymph nodes and problems with memory and concentration.
    Increasingly, research into chronic fatigue syndrome has pointed to genetic causes, though it was once dismissed by some medical experts as being all in the mind.
    In April, the U.S. Centers for Disease Control and Prevention said genetic studies on more than 200 patients showed there likely was a biological basis for the illness, related to how parts of the brain respond to stress.
    Last year, British researchers reported finding genetic abnormalities in sufferers' white blood cells, which direct the body's immune response.

    Cfr. : http://today.reuters.com/news/newsArticle.aspx?type=healthNews&storyID=2006-06-05T040307Z_01_N04216214_RTRUKOC_0_US-FATIGUE.xml

    21-06-2006 om 17:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alles over de lever (met uitgebreide literatuurlijst) - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Alles over de lever

    - met uitgebreide literatuurlijst -
     
    Deel I


    WikipediA
    De lever is een belangrijk en veelzijdig orgaan in het menselijke lichaam, beveiligd door de onderste ribben van de borstkas, rechtsboven in de buikholte.
    Met een gewicht van anderhalve kilo is de lever, na de
    huid het zwaarste, en - na de hersenen - ook het meest veelzijdige orgaan.

    1. - Grondstoffen
    De grondstoffen die de lever te verwerken krijgt, komen binnen via de
    poortader.
    Per minuut stroomt door die ader anderhalve liter bloed de lever binnen, uit de
    maag, de darmen, de milt en de alvleesklier.
    In dit bloed bevindt zich het reeds in de
    spijsverteringsorganen verteerde voedsel : eiwitten, die afgebroken zijn tot aminozuren, koolhydraten in de vorm van suikers, vetten enzovoorts.
     
    2. - Productie
    De lever stuurt de aminozuren door naar andere organen of bewerkt ze.
    Een gedeelte van de suikers en vetten slaat de lever zelf op tot het lichaam ze nodig heeft.
    Ook
    ijzer en vitamine A, B12 en D worden bewerkt en opgeslagen in bepaalde delen van de lever.
    De lever maakt ook verschillende eiwitten aan die in het bloed een eigen functie vervullen; bijvoorbeeld
    eiwitten, die nodig zijn voor een goede bloedstolling (hemostase) of die een taak hebben in het afweerstelsel dat ons lichaam beschermen moet.
    Een andere belangrijke functie van de lever ligt in het zuiveren van het
    bloed.
    Allerlei afvalstoffen moeten eruit voor het bloed teruggaat naar boven, richting de
    longen.
    In de milt, die aan de andere kant van de buikholte op dezelfde hoogte zit, worden stervende rode bloedlichaampjes afgebroken.
    Bij dit proces komt het afvalproduct
    bilirubine vrij, dat door de milt in de bloedbaan geloosd wordt.
    De lever op haar beurt filtert dit eruit en scheidt dit, naast andere afvalstoffen zoals
    cholesterol, via een tussenstop in de galblaas, uit in de twaalfvingerige darm.
    Deze bilirubine geeft onze
    ontlasting - als het chemische complex goed werkt - haar bruine kleur.
    Zijn die afvoerwegen verstopt (bijvoorbeeld door
    galstenen, die door het klonteren van de cholestrol in de gal kunnen ontstaan), dan ontbreken in de ontlasting ook die kleurstoffen en heeft de ontlasting weinig kleur.
    Iemand met een zieke lever krijgt al snel een donkergele huidskleur (deze zogeheten
    geelzucht is een bekend symptoom van een ontsteking of andere stoornis in het leversysteem) doordat de bilirubine zich ophoopt in het lichaam.
    De lever produceert ook
    gal (per dag iets meer dan een halve liter).
    Die gal komt via de galblaas in de darmen, wat gebeurt als de maag zich gevuld heeft.
    Gal verandert de
    vetten in het voedsel in kleinere eenheden, die gemakkelijk opneembaar zijn in het bloed. 
    Als zogenaamde vetzuren komen die voorbewerkte vetten dan via de darmen en het bloed weer in de lever terecht, waar ze in de energievoorziening van ons lichaam een rol spelen.
    De lever haalt ook allerlei schadelijke en giftige stoffen uit het bloed.
    Zonder lever zouden we binnen 24 uur sterven aan een totale vergiftiging door
    ammoniak die vrijkomt bij de vertering van eiwitten.
    De lever zet dit gif om in
    ureum, dat vervolgens uitgescheiden wordt via de nieren.
    Ook met
    geneesmiddelen weet de lever raad.
    Barbituraten (slaapmiddelen) en sulfapreparaten filtert de lever uit het bloed.
    Bij dosering van
    medicijnen wordt rekening gehouden met de 'ontgiftende' functie van de lever.
    En omgekeerd : wanneer de lever door ziekte of natuurlijke slijtage (ouderdom) niet goed meer functioneert, zullen medicijnen voorzichtiger gegeven moeten worden.
    Soms wordt een medicijn ook per
    zetpil toegediend : het bloed uit de endeldarm (het laatste gedeelte van de dikke darm) gaat namelijk niet via de lever naar de rest van het lichaam, maar komt daar rechtstreeks terecht.
     
    3. - Ziekte en beschadiging
    De lever is uniek onder de andere organen, in die zin dat een beschadigde lever weer aangroeit ('liver regeneration').
    Zo is het al mogelijk om een lever te 'klonen' door een gedeelte te amputeren en te gebruiken als implantaat ('living donor liver transplantation').
    Bij beide patiŽnten, dus zowel donor als ontvanger, groeien dan (als het hele proces slaagt) de twee levers weer aan tot een normale omvang.
    Anders ligt het wanneer het uiterst fijn opgebouwde leverweefsel verwoest wordt en overwoekerd wordt door
    bindweefsel.
    Zo'n verschrompeling van de lever (
    levercirrose) - cfr. ook : http://www.e-gezondheid.be/nl/ziekten_en_aandoeningen/Levercirrose-4175-895-art.htm - kan zeer veel verschillende oorzaken hebben, waaronder overmatig alcoholgebruik, virale hepatitis (waaronder met name hepatitis B en C), ijzerstapeling ('haemochromatose'), auto-immuun hepatitis en nog vele andere oorzaken.
    Cfr. ook 'Leverziekten' :
    http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_vragen_en_antwoorden/Leverziekten-10587-541-art.htm 
     
    4. - Metabolisering (de adsorptie van een geneesmiddel na orale toediening)
    Hierboven werd uitgelegd dat de lever een geneesmiddel soms onwerkzaam maakt.
    Hier de uitleg hierover.
    Als het
    geneesmiddel in de maag is gearriveerd valt het uiteen.
    Daarna lost het op.
    In de maag wordt maar heel weinig opgenomen, dus uiteindelijk wordt het opgenomen in de dunne darm.
    Daarna gaat het via de
    poortader naar de lever.
    De poortader kan het geneesmiddel via de galblaas in de dunne darm terugstorten, waarna het via de
    dikke darm bij de ontlasting komt.
    Wanneer de poortader het geneesmiddel opneemt, komt het in de lever.
    De lever kan het geneesmiddel deels aanpassen door eigen stoffen toe te voegen, dit heet '
    biotransformatie'.
    Biotransformatie is het omzetten van geneesmiddelen in
    metabolieten.
    Dit gebeurt doordat de lever een stukje molecuul aan het geneesmiddel vastplakt.
    Een metaboliet is een omzettingsproduct.
    Dit kan de werkzaamheid van het geneesmiddel beÔnvloeden.
    Het geneesmiddel kan hierdoor hetzelfde blijven, deels onwerkzaam worden of totaal onwerkzaam worden.
    Er zijn echter gevallen dat het per se nodig is dat het geneesmiddel door de lever komt.
    In dit geval geeft de metaboliet van de lever het doorslaggevende effect voor de werking van het geneesmiddel.
    Dit heet het "
    First Pass Effect" (eerste leverpassage).
    Het geneesmiddel (en de metaboliet) moet(en) zich een weg banen door de cellen van de lever naar het bloed en via de
    bloedcirculatie naar het hart.
     
    5. - Lever als voedsel
    De lever van verschillende dieren wordt door mensen geconsumeerd.
    Bekend is vooral de
    foie gras (ganzenlever) en leverpastei (gemaakt van varkenslever), maar ook kippenlevers en runderlevers worden voor consumptie gebruikt.

    Cfr. :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Lever
     

    De lever
        
     
    Cfr. ook :
    1. Alcohol en de lever
      Nederlandse LeverpatiŽnten Vereniging
      Helaas is het nog steeds een veel voorkomend misverstand dat leverziekten veroorzaakt worden door overmatig alcoholgebruik.
      Menig leverpatiŽnt heeft de verwijtende blikken gevoeld.
      Leverziekten kennen echter vele oorzaken, slechts ťťn ervan is alcoholmisbruik.
      Al sinds de oudheid houdt alcohol de mensheid bezig.
      Waarschijnlijk komt dat door de invloed die alcohol op onze hersenen heeft, waardoor we ons prettiger en losser voelen, en zorgen die we hebben wat naar de achtergrond verdwijnen.
      Rondom het gebruik van alcohol bestaan veel taboes, meestal begrijpelijk, soms terecht, soms niet.
      Ook doen er veel fabeltjes de ronde, niet alleen over de nadelen, maar ook over de voordelen.
      Tegenstanders wijzen vooral op het gevaar: alcohol is verslavend en kan zelfs dodelijk zijn.
      Voorstanders wijzen vooral op de onderzoeken die aangeven dat 2 glazen rode wijn per dag juist goed zijn voor de mens.
      Die beroemde twee glaasjes wijn of bier, kunnen weinig schade aanrichten.
      Dat alleen rode wijn goed zou zijn, is echter een verhaal dat de wijnboeren graag in stand houden, maar niet waar is.
      Het gaat om wat alcohol doet met het lichaam en of dat in bier, wijn of in een sterke drank zit, maakt niet zoveel uit.
      Toch is het niet aan te raden om Ďdie paar glaasjes per dagí elke dag te nemen.
      Beter is het om de lever regelmatig een aantal dagen "rust te geven".
      Vaak wordt ook verwezen naar onderzoek dat aantoont dat alcohol kan helpen om hart- en vaatziekten te voorkomen.
      Hierbij moet worden gezegd dat voor mensen vanaf ongeveer 45 jaar alcohol inderdaad mogelijk beschermend werkt tegen hart- en vaatziekten.
      Maar : niet roken, regelmatig bewegen en gezond eten zijn toch echt veel beter om hart- en vaatziekten te voorkomen.
      Alcoholgebruik en leverziekten
      Wanneer we spreken over alcoholgebruik dan drukken we dat uit in consumpties.
      Een alcoholhoudende consumptie bevat ongeveer 10 gram zuivere alcohol, ongeacht wat men drinkt.
      Zo bevatten 2 glazen wijn, evenals 2 glazen bier of 2 glaasjes jenever, 20 gram alcohol.
      Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde horecamaat.
      De afgelopen 50 jaar zijn we de werking van alcohol steeds beter gaan begrijpen.
      In de 19e eeuw werd de relatie tussen alcoholisme en een vervette lever beschreven en werd ook de alcoholische levercirrose als zodanig herkend.
      Men dacht echter dat de leverziekten het gevolg waren van slechte voeding en de levensgewoonten van de alcoholgebruikers.
      Inmiddels is duidelijk gebleken dat er een direct verband bestaat tussen de hoeveelheid alcoholconsumpties en het voorkomen van leverziekten.
      De vraag doet zich natuurlijk onmiddellijk voor bij hoeveel alcoholgebruik men een leveraandoening zou kunnen krijgen.
      Uit onderzoek is gebleken dat zowel de hoeveelheid als de duur van het gebruik bepalend zijn voor de aard en de ernst van de leverbeschadiging.
      We weten inmiddels ook dat er erfelijke factoren zijn die mede bepalen of er een leverziekte ontstaat of niet.
      Zelfs bij een relatief lage alcoholconsumptie is bij vrouwen de kans op leverbeschadiging groter dan bij mannen.
      Bovendien lijkt een leverziekte zich bij vrouwen sneller te ontwikkelen.
      Men heeft echter geen verband kunnen leggen tussen de sterfte aan leverziekten en drinkgewoontes (dat wil zeggen continue of in periodes veel drinken) of met de soort alcohol.
      De leverafwijkingen blijven vaak lang onopgemerkt en komen pas aan het licht wanneer er een daadwerkelijke levercirrose (verschrompeling van de lever) ontstaat.
      De sterfte aan alcoholische levercirrose in de westerse wereld wordt tegenwoordig geschat op ongeveer 3 miljoen mensen per jaar !
      Hiermee is de alcoholische leverziekte in ons deel van de wereld een van de meest frequent voorkomende leverziekten.
      Waardoor ontstaan de schadelijke effecten van alcohol ?
      Alcohol kan niet worden opgeslagen en moet daarom onmiddellijk in het lichaam worden afgebroken.
      Deze afbraak vindt plaats in de lever en wordt mogelijk gemaakt door enzymen.
      Bij een te hoog aanbod van alcohol kunnen er door ophoping van afbraakproducten stoornissen in de stofwisseling ontstaan.
      De verwerking van alcohol verschilt per persoon en wordt mede bepaald door erfelijke aanleg.
      De vraag hoeveel alcohol gebruikt kan worden zonder schadelijke effecten op de lever is dan ook niet zo gemakkelijk te beantwoorden.
      Omdat we het niet precies per persoon weten en er grote individuele verschillen zijn, houden we een veiligheidsmarge aan.
      Bij vrouwen 2 consumpties per dag, bij mannen 3.
      En alle kroegpraatjes ten spijt: het afbraakproces kan niet versneld worden door koffie drinken, broodje eten, een koude douche of een pilletje.
      Leverafwijkingen die kunnen ontstaan
      Overmatig alcoholgebruik kan aanleiding geven tot verschillende aandoeningen van de lever.
      In de eerste plaats kan een leververvetting optreden (steatose hepatis).
      Bij andere patiŽnten kan er sprake zijn van een alcohol hepatitis (ontstekingen aan de lever als gevolg van alcoholgebruik).
      Langdurige schade geeft fibrosering (bindweefselvorming) en uiteindelijk cirrose.
      Afwijkingen die ontstaan aan de lever kunnen echter ook door andere leveraandoeningen worden veroorzaakt en zijn dus niet exclusief voor alcoholgebruik.
      - Leververvetting (steatose hepatis) - Dit verschijnsel, dat vaak in het begin van overmatig alcoholgebruik wordt gezien, wordt veroorzaakt door vetophoping in de levercellen. Door het alcoholgebruik te stoppen verdwijnt de steatose snel. De levercellen hoeven er geen blijvende schade van te ondervinden. Wanneer er ook een ontsteking bij ontstaat ligt dit anders; deze geeft wel schade aan de lever.
      - Alcoholische hepatitis - Een duidelijke acute hepatitis kan optreden na een forse hoeveelheid overmatig alcoholgebruik, meestal in combinatie met bijvoorbeeld langere tijd slecht eten, een infectie, braken of diarree. Een alcoholische hepatitis ontstaat vooral in een lever die reeds een leververvetting heeft, maar ook in een lever die reeds cirrotisch is. In het laatste geval ontstaat er natuurlijk een ernstiger situatie.
      - Fibrose - De fibrose (het bindweefsel) ligt bij een alcoholische lever direct rondom de levercellen. Door deze vorm van fibrose zal de ruimte waar de bloedvaatjes doorheen lopen worden samengedrukt, zodat de doorstroming van het bloed wordt belemmerd. Daardoor ontstaat er reeds vroeg een hoge bloeddruk in de bloedvaten van de buik (portale hypertensie) zonder dat er al sprake is van cirrose.
      - Cirrose - Levercirrose ontstaat bij sterk toegenomen fibrose waartussen alleen nog eilandjes van gezond leverweefsel liggen. De cirrose kan ongemerkt ontstaan zonder dat er sprake is geweest van een alcohol hepatitis.
      - Hepatocellulair carcinoom (levertumor) - In de cirrotische lever kan een primair levercelcarcinoom ontstaan.
      Behandeling van overmatig alcoholgebruik
      De belangrijkste en ook enige grondige maatregel bij een patiŽnt die te veel alcohol gebruikt is nog altijd het volledig stoppen van de alcohol-inname.
      Dit zal de levensverwachting ook bij reeds bestaande leveraandoeningen verbeteren.
      Een levercirrose heeft slechts een geringe kans op herstel, maar een fibrose en een leververvetting kunnen minder worden of zelfs verdwijnen.
      Helaas ontwikkelt zich bij een klein aantal van de patiŽnten met een alcohol hepatitis toch een cirrose ondanks het staken van de alcohol.
      Naast het stoppen van alcohol speelt adequate voeding een zeer belangrijke rol.
      In situaties van ondervoeding, hetgeen bij cirrose meestal het geval is, moet het aantal calorieŽn hoog zijn en de voeding moet voldoende eiwitten bevatten.
      Te denken valt aan minstens 2500 Kcal per dag.
      Het liefst moet de voedselinname verdeeld worden over meerdere maaltijden per dag, ook Ďs avonds voor het slapen gaan.
      Speciale diŽten zijn zelden nodig en extra vitaminen moeten alleen worden gebruikt als er tekorten zijn. 
      Bij een acute alcoholische hepatitis kan aanvullende medicatie gegeven worden (b.v. prednison als ontstekingsremmer).
      Hoe moet een leverpatiŽnt omgaan met alcohol
      Zoals eerder werd verteld kan een gezonde lever twee tot drie glazen alcohol per dag verwerken, zonder schade op te lopen.
      Dit ligt duidelijk anders bij patiŽnten die al om een andere reden leverschade hebben.
      In dat geval kan reeds een kleine hoeveelheid alcohol de toestand van de lever verslechteren.
      Wij adviseren U om altijd te overleggen met uw arts, maar algemeen gesproken is alcoholgebruik niet goed voor patiŽnten met enige vorm van hepatitis, steatose, fibrose of levercirrose.
      Dit ligt anders bij patiŽnten die een leverafwijking hebben van andere aard, zoals een levercyste of een haemangioom. Zij kunnen dezelfde hoeveelheid alcohol gebruiken als gezonde personen.
      Na een levertransplantatie kan men in principe matig alcohol gebruiken, tenzij de behandelend specialist anders adviseert.
      Informatie
      - De alcohol infolijn : 0900 Ė 500 20 21 (10 eurocent per minuut)
      - 'NIGZ Alcoholinfo.nl'
      www.alcoholvoorlichting.nl
      - 'Vereniging van anonieme alcoholisten' : www.aa-nederland.nl
      - 'Het Trimbos-instituut in Utrecht' -  ('Netherlands Institute of Mental Health and Addiction) - Tel. : 030-2971100
      www.trimbos.nl
      Cfr. : http://www.leverpatientenvereniging.nl/alcohol/alcoholindex.htm 

    2. AMC Levercentrum
      Het AMC Levercentrum wordt gevormd door de kliniek en polikliniek leverziekten en het laboratorium voor experimentele hepatologie van het AMC.
      De kliniek en polikliniek van het AMC Levercentrum is een topreferentiecentrum voor patiŽnten met metabole, cholestatische en virale leverziekten.
      We doen klinisch wetenschappelijk onderzoek met de nadruk op nieuwe behandelingsmogelijkheden van virale, metabole en cholestatische leverziekten.
      Tevens zijn we een opleidingscentrum voor MDL-artsen met leverziekten als aandachtsgebied.
      Cfr. :
      http://www.levercentrum.nl/ 

    3. Anatomie van de lever 
      © -2002-2004 S.V.S. : www.stamcel.org 
      - Afbeeldingen en toelichting - cfr. :
      http://www.bioplek.org/animaties/mens_overigen/lever6.html#Scene_2 
      De lever (Gr.: hŤpar, gelatiniseerd: hepar) is de grootste en zwaarste klier in ons lichaam met vele onmisbare functies, hij weegt 1,5 tot 2 kilo.
      Hij ligt aan de rechterkant achter de ribben.  Het bloed met opgenomen voedingsstoffen uit de darmen komt via de poortader de lever binnen. In de lever wordt dit bloed nagekeken en de stoffen die er in zitten worden verwerkt. 
      Het gezuiverde bloed komt via de onderste holle ader terecht in de rechter boezem van het hart.

      Gifstoffen kunnen afgevoerd worden via de gal.
      De lever produceert per etmaal 500 - 1000 ml. gal.
      De gal kan rechtstreeks afgevoerd worden naar de 12 vinger darm maar kan ook opgeslagen worden in de galblaas.
      De galblaas zit achter de lever.
      De lever heeft heel veel functies, de belangrijkste zijn wel :
      - het omzetten van glucose (koolhydraten) in glucogeen en terug
      - van afgebroken aminozuren eigen eiwitten maken
      - vorming van vit. A uit carotine
      - opstapelen van vit. B, C en E
      - afbraak van eigen
      hormonen
      - gifstoffen omzetten of binden en opslaan.
      De levercellen scheiden gal af, die in de spleten tussen de cellen terechtkomt en vervolgens afgevoerd wordt via galcapillairen, die zich verenigen tot galgangen.
      Vorm en bouw
      De lever van de mens heeft een afgeplatte onderzijde en een gewelfde bovenzijde, die in het rechterdeel van de koepel van het middenrif past en daar plaatselijk mee is vergroeid (pars affixa hepatis).
      De lever toont aan boven-, voor- en achterzijde een rechter- en een linkerkwab; de rechter reikt met een scherpe voorrand tot enkele cm onder de rechterribbenboog, de linker reikt tot links van het midden, boven de maag.
      De lever is grotendeels bekleed met buikvlies.
      Tussen beide leverkwabben bevindt zich aan de boven- en de vooronderzijde het sikkelvormige ligament (ligamentum falciforme), dat door een dubbellaag van buikvlies tussen lever, buikwand en middenrif wordt gevormd.
      Aan de onderzijde hiervan bevindt zich de ronde leverband (ligamentum teres hepatis), die een overblijfsel is van een embryonaal bloedvat dat de placenta via de navel met de lever verbond.
      Ronde band en sikkelvormig ligament reiken tot de navel.
      Aan de vlakke onderzijde bevinden zich twee kleine leverkwabben : de vooraan gelegen vierkante kwab (lobus quadratus) en hierachter de staartkwab (lobus caudatus).
      Bloedvaten en galwegen

      Rechts van de staartkwab loopt verticaal de in het leverweefsel gelegen onderste holle ader, die de leveraderen ontvangt.
      Tussen beide kwabben in is de dwars geplaatste leverhilus, waar de poortader (vena portae) en de leverslagader (arteria hepatica propria) binnentreden en de galafvoerwegen (ductus hepatici) de lever verlaten, zich verenigend tot de gemeenschappelijke galafvoerbuis (ductus hepaticus communis).
      Hier mondt de afvoergang van de rechts onder tegen de vierkante kwab gelegen galblaas(ductus cysticus) in de galblaas uit (zie verder galwegen). -
      Galgang, leverslagader en poortader zijn samen omgeven door een voorste en een achterste blad van het buikvlies; deze bladen gaan aan de rechterzijde in elkaar over en zetten zich aan de linkerzijde voort in een buikvliesdubbelblad (omentum minus), dat de bovenrand van de maag verbindt met de leveronderzijde en het middenrif.
      De drie buisvormige structuren met het bedekkende buikvlies vormen het ligamentum hepatoduodenale, dat van lever naar twaalfvingerige darm reikt.
      In dit ligament bevinden zich ook zenuwvezels en lymfvaten.

      Het lymfvatenstelsel
      In de lymfe worden stoffen opgenomen die in de weefsels niet op hun plaats zitten en er dus weg moeten :
      - overtollige proteÔnen (eiwitten) afgezet door het bloed
      - water afgezet door het bloed
      - sommige substanties aangemaakt door de weefsels zelf
      - vreemde substanties die de weefsels zijn binnengedrongen, bijvoorbeeld kwaadaardige cellen.
      De lymfe wordt in de vaten rondgepompt door de beweging van nabijgelegen spieren en de samentrekkingen van de wanden van de grotere lymfvaten.
      Bovendien bevinden zich in de lymfvaten kleppen die de beweging stimuleren.
      Op haar tocht door het lymfvatenstelsel wordt de lymfe gefilterd in de lymfknopen (soms verkeerdelijk lymfklieren genoemd).
      De taak van de lymfknopen is lichaamsvreemde stoffen (zoals bacterieŽn) uit de lymfe te halen en eventueel noodzakelijke acties van het immuunsysteem op te starten.
      Uiteindelijk mondt het lymfvatenstelsel uit in het bloed (hoog in de borstholte).
      Dit betekent dus dat de door de lymfknopen gereinigde lymfe uiteindelijk weer door het bloed wordt opgenomen.
      Cfr. :
      http://www.borstkanker.net/hoofdframe.html?lymfoedeem.html&2 

      Microscopische bouw
      De lever is overal opgebouwd uit zeer kleine, onderling samenhangende formaties van ongeveer zeshoekige cellen (hepatocyten of leverparenchymcellen).
      In het bindweefsel tussen deze als kwabjes te beschouwen, uit cel-íplatení opgebouwde formaties liggen takken van de poortader, leverslagader en galgangen.
      Vanuit de bloedvaten stroomt het bloed via leversinusoÔden naar de midden in het kwabje gelegen centrale adertjes (venae centrales), die zich tot leveraders gaan verenigen.
      De leverparenchymcellen scheiden gal af, die in nauwe galbuisjes (galcapillairen) tussen de cellen terechtkomt.
      De galcapillairen verenigen zich tot galgangetjes (ductuli), die zich verenigen tot de galgang.
      De wanden van de sinusoÔden bestaan uit platte leverendotheelcellen, die geperforeerde wanden hebben.
      De poriŽn vormen zeefplaten, waardoor er een open verbinding is tussen de sinusoÔde en de parenchymcellen, waarbij de zeefplaten een bloedfilterfunctie vervullen.
      In, op of onder de wanden zitten solitaire macrofagen, de Kupffercellen.
      Ze behoren bij het reticulo-endotheliale systeem.
      De oorspronkelijk door de Duitse anatoom-embryoloog K.W. Kupffer in 1899 beschreven
      ĎSternzellení zijn vetopslagcellen, die vitamine A kunnen opslaan.
      De gewone leverparenchymcellen zijn veelhoekig, met ronde tot eivormige kernen en talrijke mitochondriŽn en lysosomen; in het celplasma zijn ophopingen van glycogeen en soms van vetten en Ė vooral bij veroudering Ė een geelbruin pigment (lipofuscine).
      De levercellen worden onderling gescheiden door spleten van 10Ė15 nm breed; zij worden op die afstand gehouden door knopvormige uitsteeksels (membraanstructuren) van de ene cel die in de wand van de andere uitstulpen.
      Een galcanaliculus wordt omsloten door twee van deze membraanuitstulpsels.
      Functies
      De lever heeft vele onmisbare functies, waaronder vele taken in de ingewikkelde stofwisseling van eiwitten, koolhydraten en vetten :
      - productie van gal (ca. y l per dag), waarmee o.m. bilirubine wordt afgevoerd
      - vorming van plasma-eiwitten, bijv. albumine en diverse stoffen die voor een normale bloedstolling nodig zijn
      - opslag van uit het spijsverteringskanaal afkomstige, tot glucose afgebroken koolhydraten als glycogeen
      - vorming van glycogeen uit melkzuur, dat vnl. ontstaat in de spieren, als het zuurstofaanbod aan de werkende spieren tekortschiet ( Ďzuurstofschuldí)
      - omzetting van uit het spijsverteringskanaal aangevoerde aminozuren, de verteringsproducten van eiwitten. Een gedeelte van deze aminozuren, met name die waarvan de aanvoer groter is dan de behoefte, wordt in de lever onderschept. Door transamineringsprocessen is het mogelijk sommige aminozuren om te vormen in andere. Een andere mogelijkheid van verwerking is desamineren: na afsplitsing van de NH2-groep Ė die, omgevormd tot ureum, via de nier wordt uitgescheiden Ė wordt de overblijvende verbinding omgezet in glycogeen (gluconeogenese)
      - ontgiftende werking. De lever is in staat van tal van voor het lichaam schadelijke stoffen (zowel lichaamsvreemde Ė zoals bijv. geneesmiddelen Ė als door het lichaam zelf geproduceerde afvalstoffen) de werking te verzwakken. De laatste taak van de lever was vroeger maar een bijzaak, nu, in onze maatschappij ziet dat er behoorlijk anders uit. Een kleine opsomming van gifstoffen waar de lever regelmatig mee te maken heeft : nicotine, drugs, cafeÔne, alcohol, hormonen uit vlees, de pil, hormonenzalf enzovoort, synthetische medicijnen, geur, kleur en smaakstoffen, conserveringsmiddelen, stabilisatoren, emulgatoren, inkt uit tatoeages, zware metalen als kwik uit tandvullingen, vis enzovoort, gifstoffen van bijvoorbeeld bespoten groente en fruit.
      - opslag van ijzer, afkomstig van de bloedafbraak
      - productie van warmte. Vooral in rust is de lever de belangrijkste warmtebron voor het handhaven van de lichaamstemperatuur
      - fagocytose van o.a. bacteriŽn en endotoxinen door de Kupffercellen en pinocytose van plasmacomponenten door endotheel- en Kupffercellen. De opgenomen deeltjes en stoffen kunnen er worden afgebroken, waarbij gevormde stoffen kunnen worden afgegeven aan het bloed.
      Bloedvoorziening

      De lever krijgt via twee wegen bloed aangevoerd :
      - slagaderlijk (zuurstofrijk) bloed (zie bloedsomloop) bereikt de lever via de leverslagader
      - aderlijk (zuurstofarm, glucose- en aminozurenrijk) bloed (al het bloed afkomstig uit het spijsverteringskanaal van de maag tot bijna aan het einde van de endeldarm plus bloed uit de milt en
      alvleesklier) bereikt de lever via de poortader. -
      Regulatie
      De lever regelt de meeste functies vermoedelijk zelf (autoregulatie).
      De glucoseopslag wordt echter geregeld door
      hormonen.
      Galproductie wordt gestimuleerd door resorptie van galzure zouten in het spijsverteringskanaal en door het parasympathische deel van het autonoom
      zenuwstelsel.
      Cfr. : http://www.stamcel.org/html/Lever.htm 
      Cfr. ook 'Anatomie en functie van de lever' :
      http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/anatomieenfunctie.htm 

    4. Auto-immuun Hepatitis
      Nederlands LeverpatiŽnten Vereniging
      Het oud-griekse woord hepar betekent 'lever'.
      Het achtervoegsel -itis betekent ontsteking.
      Het voorvoegsel auto betekent 'zelf', en 'immuun' duidt op het afweersysteem.
      Kortom: auto-immuun hepatitis (AIH) is een ziekte waarbij de lever ontstoken is doordat het afweersysteem zich - om onbekende redenen - tegen de lever richt.
      Lees verder en vind de antwoorden op de volgende vragen :
      - Hoe ontstaat een AIH ?
      - Wat zijn de verschijnselen ?
      - Hoe wordt de diagnose gesteld ?
      - Hoe is een AIH te behandelen ?
      - Wat zijn de vooruitzichten ?
      - Hoe zit het met de erfelijkheid ?
      - Hoe zit het met levertransplantatie als gevolg van AIH ?
      Lees verder .../...
      Cfr. : http://www.leverpatientenvereniging.nl/aih/aihindex.htm 

    5. CT scan
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum
      Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      De CT scan (CT = Computer Tomography) maakt gebruik van RŲntgen stralen.
      RŲntgen stralen zijn in 1895 ontdekt door Professor Wilhelm Roentgen en hebben de eigenschap dat ze door het lichaam heen kunnen dringen en dat ze door de verschillende weefsels in het lichaam in verschillende mate worden geabsorbeerd.
      Vervolgens worden de stralen die door het lichaam heen zijn gegaan door een film geabsorbeerd waarna een foto ontwikkeld kan worden.
      Hiermee werd een afbeeldingstechniek ontwikkeld waar de CT scan ook gebruik van maakt.
      CT Scan
      Een CT scan is een rond apparaat waar de patiŽnt in geschoven wordt.
      Een stralenprojector en detector cirkelen om de patient heen en er worden vervolgens Ďplakkení van het lichaam gemaakt.
      De radioloog bekijkt deze fotoís en beoordeeld de eventuele afwijkingen die gevonden worden.
      Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten, en de patiŽnt voelt er niets van.
      Er worden tijdens het onderzoek meerdere series foto's gemaakt.
      In sommige gevallen is een CT scan niet voldoende om onderscheid te maken tussen verschillende aandoeningen en kan een MRI scan gemaakt worden.
      Op
      http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/voorbeeldctscan.htm vindt u een voorbeeld van een CT scan van een normale lever.
      Cfr. : 
      http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/ctscan.htm 

    Lees verder : Deel II

     

    21-06-2006 om 14:22 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (33 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alles over de lever (met uitgebreide literatuurlijst) - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Alles over de lever

    - met uitgebreide literatuurlijst -

     
    Deel II
    1. De lever
      Kruidenvrouwtje.nl
      De lever is de grootste en zwaarste klier in ons lichaam, hij weegt 1,5 tot 2 kilo.
      Hij ligt aan de rechterkant achter de ribben.
      Het bloed met opgenomen voedingsstoffen uit de darmen komt via de poortader de lever binnen.
      In de lever wordt dit bloed nagekeken en de stoffen die er in zitten worden verwerkt. 
      Het gezuiverde bloed komt via de onderste holle ader terecht in de rechter boezem van het hart.
      Gifstoffen kunnen afgevoerd worden via de gal.
      De lever produceert per etmaal 500 - 1000 ml. gal.
      De gal kan rechtstreeks afgevoerd worden naar de 12 vinger darm maar kan ook opgeslagen worden in de galblaas. De galblaas zit achter de lever.
      De lever heeft heel veel functies, de belangrijkste zijn wel :
      - het omzetten van glucose (koolhydraten) in glucogeen en terug
      - van afgebroken aminozuren eigen eiwitten maken
      - vorming van vit. A uit carotine
      - opstapelen van vit. B, C en E
      - afbraak van eigen hormonen
      - gifstoffen omzetten of binden en opslaan.
      Gifstoffen

      De laatste taak van de lever was vroeger maar een bijzaak, nu, in onze maatschappij ziet dat er behoorlijk anders uit.
      Een kleine opsomming van gifstoffen waar de lever regelmatig mee te maken heeft :
      - nicotine, drugs
      - cafeÔne
      - alcohol
      - hormonen uit vlees, de pil, hormonenzalf enzovoort
      - synthetische medicijnen
      - geur, kleur en smaakstoffen
      - conserveringsmiddelen, stabilisatoren, emulgatoren
      - inkt uit tatoeages
      - zware metalen als kwik uit tandvullingen, vis enzovoort
      - gifstoffen van bijvoorbeeld bespoten groente en fruit.
      Klachten

      Klachten die voort kunnen komen uit een overbelaste lever zijn bijvoorbeeld :
      - geelzucht : de gal kan niet uit de lever wegvloeien en komt in het bloed terecht
      - dirculatiestoornissen : de zogenaamde poortaderstuwing, hieruit kunnen aambeien en spataderen ontstaan
      - hoofdpijn en met name migraine : gifstoffen blijven in je bloed circuleren
      - onverklaarbare moeheid (bv. Pfeiffer)
      - pijnlijke menstruatie : door stuwing en/of vasthouden van agressie
      d roge eczemen : de gifstoffen proberen je lichaam via de huid te verlaten.
      Enkele simpele handvaten om te kijken of je lever (te) zwaar belast wordt :
      - branderige, rode en/ of droge ogen
      - gelig oogwit
      - telkens 's nachts tussen 1 en 3 wakker worden
      - telkens tussen 1 en 3 's middags een dip krijgen.
      Zelfhulp
      -
      Voeding aanpassen, geen koffie, chocola, minder vetten enzovoort
      - Alcohol, nicotine en druggebruik staken
      - 's Ochtends 1 grapefruit eten
      - Bijvoorbeeld 1 keer per week een sapdag inlassen
      - Een inwendige
      klei kuur, voor ontgifting en ondersteuning
      -
      Vasten en dan het beste met groentesappen
      - Een leverpakking : een warme kruik in een handdoek op de leverstreek leggen en ťťn uur laten liggen (het liefst 's middags tussen 1 en 3 toepassen).
      Cfr. : http://www.kruidenvrouwtje.nl/zozitdat/lever.htm 
      Cfr. ook 'De lever' : http://www.tcc-dethij.nl/grassroots/3a4/lever/lever.htm 

    2. De Lever - Gal
      Medisch van A tot Z - Medischevragen.be
      De lever is de grootste klier van het lichaam.
      De lever bevindt zich rechts boven in de buik vlak onder het middenrif.
      Aan de achter-onderzijde van de lever bevindt zich de leverpoort.
      Hier gaan twee bloedvaten de lever binnen: de leverslagader (arteria hepatica), die de levercellen van zuurstof voorziet en de poortader (vena porta).
      Het bloed uit beide bloedvaten wordt uit de lever afgevoerd door de leverader (vena hepatica), die uitmondt in de onderste holle ader.
      Naast de bloedvaten loopt in de leverpoort nog een ander vat.
      Hierin stroomt het vocht de andere richting op namelijk de lever uit.
      Dit vat is de leverbuis (ductus hepaticus), die de in de levercellen gemaakte gal afvoert.
      Deze leverbuis heeft een zijkanaal, de galblaasbuis (ductus cysticus).
      Aan het uiteinde is deze verwijd tot de galblaas.
      Voorbij het zijkanaal loopt de leverbuis verder als galbuis (ductus choledochus) naar de twaalfvingerige darm.
      De galblaas doet dienst als tijdelijke opslagplaats voor de gal.
      Ze wordt hier ingedikt en verandert daarbij van geel tot donkerbruin-groen.
      Op moment dat het voedsel in de twaalfvingerige darm komt, wordt er gal afgegeven.
      De lever is een van de meest belangrijke organen van het lichaam. De belangrijkste functies zijn :
      - stofwisselingsfuncties: de lever vervult een belangrijke rol in zowel de koolhydraat-, de eiwit- als de vetstofwisseling
      - productie van gal (ongeveer 1 l per dag): gal bestaat voor het grootste deel uit water en bevat verder o.a. galzuren (spelen een rol in de vertering), galzouten en galkleurstoffen
      - ontgiftende werking: door de lever worden veel schadelijke stoffen uit het bloed gehaald en omgezet tot stoffen die minder giftig zijn en beter uit te scheiden
      - regeling van de bloedstolling door vorming van belangrijke stoffen die in dit proces een rol spelen.
      Cfr. : http://www.medischevragen.be/ned/medisch-atotz-teksten/medischeinfo-vanatotz-l-lever.asp

    3. Echografie
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum
      Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      Echografie is een beeldvormende techniek die gebruik maakt van geluidsgolven.
      Speciale kristallen in een transducer zenden deze hoogfrequente geluidsgolven uit die het lichaam kunnnen binnendringen.
      Deze geluidsgolven worden vervolgens door het lichaam en de verschillende weefsels teruggekaatst (= echo) en verzameld door dezelfde transducer.
      Aangezien elk soort weefsel op een andere manier deze geluidsgolven terugkaatst kan de computer die de teruggekaatste signalen omrekent er een afbeelding van maken.
      Voor een betere geleiding van de geluidsgolven wordt er gel tussen de transducer en de huid geplaatst.
      Een echografie is een pijnloos en onschadelijk onderzoek.
      Echografie wordt ook gebruikt bij een biopsie, wanneer met een naald een stukje weefsel wordt weggenomen om onder de microscoop te onderzoeken.
      De echo wordt dan gebruikt om de naald te begeleiden, om zo zeer nauwkeurig de plaats te kunnen bepalen van waar het biopt moet worden genomen.
      De mogelijkheden en de nauwkeurigheid van de echografie worden steeds uitgebreider, en de echografie is in de diagnostiek van leverafwijkingen een veelvuldig toegepast onderzoek.
      Op
      http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/voorbeeldecho.htm vindt u een voorbeeld van een echografie van een normale, gezonde lever.
      Cfr. : 
      http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/echografie.htm 

    4. Echinokokkose
      (Synoniemen : hydatidosus, vossenlintworm, blaasworm, hondenlintworm)
      Protocollen Infectieziekten, LCI, december 2000 

      Algemeen
      Echinokokkose is een ziekte die wordt veroorzaakt door een parasiet: Echinococcus granulosus of Echinococcus multilocularis.
      Dit zijn kleine lintwormen van honden en vossen waarvan de eitjes zich bij de mens tot een blaasworm kunnen ontwikkelen.
      Al sinds de oudheid zijn hydatide cysten (Ďblazení) bij de mens bekend.
      Hippocrates beschreef het beeld als een lever vol water.
      Pas sinds de zeventiende eeuw was bekend dat deze cysten een dierlijke oorsprong hadden.
      Het verband tussen de kop van de lintworm en de kopjes in de blaasworm werd pas in de tweede helft van de zeventiende eeuw opgemerkt.
      In de negentiende eeuw lukte het Von Siebold om de cyclus rond te krijgen door honden cystevloeistof van schapen te voeren.
      Er zijn inmiddels in Midden- en Zuid-Amerika ook vijftien gevallen beschreven van ziekte bij de mens door Echinococcus vogeli, een derde lintworm van de (wilde) hond .../....
      Ziekteverschijnselen
      De meeste cysten geven geen klachten en zullen niet worden ontdekt.
      Een deel zal spontaan verkalken.
      Bij de patiŽnten die wel klachten krijgen, is het beloop afhankelijk van de lokalisatie van de cyste, de groeisnelheid en het aantal cysten.
      De eventuele symptomen hangen af van grootte en lokalisatie van de cyste(n).
      De geringe groeisnelheid (circa 1 cm in diameter per jaar) verklaart waarom klachten vaak pas na vele jaren ontstaan.
      Bij levercysten kan er sprake zijn van drukgevoeligheid of pijn in de leverstreek ten gevolge van hepatomegalie. 
      Misselijkheid en braken komen voor evenals icterus en portale hypertensie.
      Door lekkage of barsten van hydatide cysten in de longen ontstaat pijn op de borst, hoesten, dyspnoe en hemoptoŽ.
      Lokalisaties in het bot gaan gepaard met botbreuken, de differentiŽle diagnostiek met tuberculose kan moeilijk zijn in geval van botechinokokkose.
      Een cyste in het centraal zenuwstelsel kan gepaard gaan met verhoogde intracraniŽle druk, focale epilepsie en uitvalverschijnselen.
      Niercysten kunnen pijnklachten en hematurie geven.
      Eosinofilie treedt op bij 20-25% van de patiŽnten.
      Ernstige complicaties van lever- en longechinokokkose (minder dan 10% van de patiŽnten) treden in het algemeen pas op wanneer de cyste barst.
      Als een cyste in de galgangen barst, leidt dit tot koorts en icterus ten gevolge van cholangitis.
      De cyste kan infecteren en abcederen of de inhoud van de cyste kan vrijkomen in het lichaam.
      Het vrijkomen van gal in de thorax of buikholte kan leiden tot galfistels.
      Na een voorafgaande sensibilisatie door langzame lekkage kan een plotseling vrijkomende grote hoeveelheid hydatidevocht acuut tot ernstige allergische reacties leiden (anafylactische shock, dyspnoe, cyanose).
      Vrijkomende protoscolices kunnen zich ook ontwikkelen tot nieuwe hydatiden, zodat er sprake is van Ďuitzaaiingí van de parasiet binnen de gastheer.
      De mortaliteit voor niet geopereerde symptomatische patiŽnten varieert van 22-60%.
      De levensverwachting van met succes geopereerde patiŽnten lijkt normaal te zijn en patiŽnten met een extrahepatische lokalisatie van de cyste lijken dezelfde prognose te hebben .../...
      Diagnostiek
      Bij het vermoeden van een infectie met Echinococcus sp. zijn de volgende klinische diagnostische middelen van belang :
      - anamnese en klinische bevindingen
      - beeldvormende technieken Echo, rŲntgenfoto, CT-scan of MRI
      - seodiagnostiek specifieke antistofdetectie
      - eosinofilie meestal niet erg hoog (15%), vaak ook afwezig.
      Bij een combinatie van bijvoorbeeld CT-scan en serologie is de kans op een correcte diagnose groot.
      Een nadeel van de serologie is dat door de afkapseling van de cyste-inhoud de antistofproductie onder het detectieniveau kan liggen.
      Dit is vaker bij longcysten dan bij levercysten het geval.
      Een negatieve serologie sluit een infectie dan ook geenszins uit.
      In Nederland wordt op twee plaatsen immunodiagnostiek van echinokokkose uitgevoerd, namelijk in Bilthoven door het RIVM en in Leiden bij de afdeling parasitologie van het Leids Universitair Medisch Centrum.
      Het betreft de volgende testen :
      - enzym-linked Immuno Sorbent Assay (ELISA) : hierbij wordt gebruik gemaakt van antistoffen van de IgG klasse
      - immuno-elektroforese (IE) : hierbij wordt gekeken naar zeer specifieke antistoffen die door precipitatie het zogeheten Ďvijfde bandjeí (Ďarc 5í) vormen
      - klassieke complementbindingsreactie (CBR, reactie van Weinberg) wordt door het RIVM uitgevoerd om antistofvorming bij mogelijke antigeenlekkage (ruptuur of lekkage cyste) op te sporen (ongeschikt voor screening)
      - in uitzonderlijke gevallen wordt op verzoek tevens gekeken naar totale hoeveelheden specifieke en IgE-antistoffen
      - er is een ELISA beschikbaar voor diagnostiek van E. multilocularis. Er kan serologisch onderscheid worden gemaakt tussen een infectie met E. granulosus en E. multilocularis. Er bestaat een kruisreactie tussen de beide Echinococcus-species bij 20% van de patiŽnten. Door een combinatie van serologische technieken is dit te ondervangen.
      De directe diagnostiek : de diagnose kan worden gesteld door middel van microscopisch materiaal uit het cystevocht. Hierbij wordt gekeken naar haken of protoscolices. Het cystevocht kan verkregen worden door fijne naald bioptie, chirurgie, postmortem of uit sputum na ruptuur van een longcyste. Aspiratie van cystemateriaal pro diagnosi wordt ontraden in verband met het gevaar van lekkage van de inhoud, met metastasering of allergische reactie en shock als gevolg.
      Het RIVM heeft een typeringsmethode ontwikkeld op het DNA van Echinococcus spp. uit cystevloeistof. Deze methode is zowel voor humaan als voor dierlijk materiaal bruikbaar (niet als routine) .../...
      Behandeling
      Chirurgische behandeling in de vorm van radicale resectie van de aangedane leverkwab is de enige mogelijkheid tot genezing.
      Bij slechts 20-40% van de patiŽnten is een partiŽle leverresectie of een hemihepatectomie mogelijk.
      Bij de overigen is de conditie te slecht of het ziekteproces te uitgebreid.
      PatiŽnten die niet curatief kunnen worden behandeld, kunnen een palliatieve resectie of een drainage ondergaan.
      Medicamenteuze behandeling met albendazol (mebendazol wordt nauwelijks meer gebruikt) beperkt de morbiditeit en mortaliteit.
      Inoperabele patiŽnten die jarenlang met mebendazol of albendazol werden behandeld, hadden een grotere vijf- en tienjaars overlevingskans (respectievelijk 90-96% en 75-84%) dan patiŽnten zonder deze therapie (respectievelijk 56% en <10-31%)
      Lees verder .../...
      Cfr. :
      http://www.infectieziekten.info/bestanden/protocollen/echinokokkose_protocol.pdf 

    1. Echografie van de bovenbuik
      Onderzoeken waar u mee te maken krijgt - Longkanker Informatiecentrum, 2005
      Wat is een echografie van de lever ?
      Een echografie (of kortweg Ďechoí) is een onderzoek waarbij met behulp van geluidsgolven, die voor ons onhoorbaar zijn, een beeld wordt gemaakt van wat zich in uw buik afspeelt.
      Waarom krijg ik dit onderzoek ?
      U krijgt dit onderzoek om te kijken of er afwijkingen zijn aan de organen in de buikholte, zoals de lever, bijnieren , nieren, lymfklieren en de milt.
      Hoe gaat dit onderzoek ?
      U wordt gevraagd uw bovenlichaam te ontkleden en op een tafel te gaan liggen.
      De rŲntgenlaborant brengt wat gel aan op uw buik, om te zorgen dat er geen lucht tussen het apparaat en uw buik komt, want dat kan het onderzoek verstoren.
      Dan gaat hij met een Ďzendertjeí over uw buik.
      Hij ziet de beelden van uw buik op een beeldscherm.
      Als hij een goed beeld heeft van de organen, dan maakt hij/zij daar een afdruk van op papier.
      Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten.
      Is het vervelend ?
      Nee, meestal niet, alhoewel het drukken op de buik van ďhet zendertjeĒ als onaangenaam kan worden ondervonden.
      Moet ik me voorbereiden ?
      Vanaf middernacht de avond voor het onderzoek mag u niets meer drinken of eten.
      U wordt ook afgeraden om te roken of kauwgom te kauwen omdat u daarbij lucht inslikt en dat kan de geluidsgolven verstoren.
      Wat gebeurt er na het onderzoek ?
      Na het onderzoek moet u soms nog even wachten tot de radioloog heeft bekeken of de fotoís goed gelukt zijn.
      Daarna mag u meteen weer naar huis of terug naar de afdeling.
      U mag ook weer alles eten en drinken.
      Wanneer en hoe krijg ik de uitslag ?
      De radioloog stuurt de resultaten op naar uw arts, die ze in het volgende gesprek met u zal bespreken.
      Meestal zal dit ongeveer een week duren.
      Cfr. : 
      http://www.longkanker.info/onderzoeken/echografie.asp 

    2. HCV Advocat
      Dit is een Amerikaanse site waar veel informatie op staat over alle aspecten van hepatitis B en C. Hier vindt u regelmatig berichten over nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. Deze site is iets minder up-to-date dan hivandhepatitis.com.
      Cfr. :
      http://hcvadvocate.org/ 
      Cfr. ook 'HIV and Hepatitis.com' :
      http://hivandhepatitis.com/ 

    3. Help : levercysten in de familie !
      Dr. J.P.H. (Joost) Drenth (m), 04-08-1963 (Kerkrade), UMC St. Radboud - Gastroenterologie
      De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)
      Cysten, enkelvoudige vochtblaasjes in de lever, komen regelmatig voor.
      Meervoudige levercysten worden echter slechts bij enkele families gevonden.
      De genetische oorzaak van deze ziekte is recent door de onderzoekers achterhaald.
      Zij willen nu nagaan hoe dit eiwit daadwerkelijk levercysten kan veroorzaken.
      Cfr. :
      http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOP_5W2JJW 

    4. Hepatitis
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      Hepatitis is een ontsteking van de lever.
      Als de ontsteking ontstaat door een virus, spreken we van een virale hepatitis.
      Dit is een van de meest voorkomende leverziekten.
      De veroorzakers, virussen, zijn uiterst kleine ziekteverwekkende deeltjes die zich nestelen in de levercellen.
      In tegenstelling tot bacteriŽn, zijn virussen ongevoelig voor antibiotica.
      Soms kunnen virus-infecties wel met andere medicijnen worden behandeld, bijvoorbeeld met interferon.
      Er zijn zes verschillende virussen die hepatitis kunnen veroorzaken : het hepatitis A, B, C, D, E en G-virus.
      Het bestaan van het hepatitis F-virus is nog steeds niet zeker.
      Hier wordt nog onderzoek naar gedaan.
      Hepatitis G werd in 1995 aan het rijtje toegevoegd. Hepatitis C, D, E, F en G werden aanvankelijk samengevoegd onder de naam "hepatitis non-A, non-B".
      "Hepatitis non-A, non-B" betekent dat er een ontsteking in de lever is, die niet veroorzaakt wordt door het hepatitis A- of B-virus, maar door een ander hepatitis-virus.
      De overeenkomst tussen al deze hepatitisvirussen is dat ze allemaal besmettelijk zijn en een leverontsteking kunnen veroorzaken.
      Maar de klachten en de ernst van de besmetting variŽren nogal.
      Veel mensen hebben helemaal geen klachten.
      De klachten kunnen zijn : moeheid, koorts, spier- en gewrichtspijnen, misselijkheid en buikpijn, terwijl kleurverandering van urine, ontlasting, ogen en huid (geelzucht) kunnen optreden.
      Voor uitgebreidere informatie over hepatitis vindt u hier voor elke verschillende vorm van hepatitis uitleg over de verschijnselen en over eventuele behandelingsmogelijkheden : 
      Hepatitis A --- Hepatitis B --- Hepatitis C --- Hepatitis D --- Hepatitis E --- Andere vormen
      Cfr. : http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/hepatitis.htm 
      Cfr. ook :
      - de 'Hepatitis.startpagina.nl/:
      http://hepatitis.startpagina.nl/ 
      - 'Hepatits' een brochure van de Maag Lever Darm Stichting :
      http://www.mlds.nl/upload/shopmodule/Hepatitis_LR.pdf 

    1. Hepatitis C - Nieuwe hoop voor Hepatitis C 
      Bron : UZ Gezondheidsbrief 109 (1-10-2000)
      Het hepatitis C-virus is nog maar een kleine tien jaar gekend en toch is het ťťn van de belangrijkste oorzaken van een chronische leverziekte.
      De infectie wordt in veel gevallen chronisch, kan op termijn onomkeerbare schade aan de lever veroorzaken en is moeilijk te genezen.
      Gelukkig neemt het aantal nieuwe besmettingen sterk af.
      Hepatitis is een ontsteking van de lever.
      Deze ontsteking wordt meestal veroorzaakt door een overmatig alcoholgebruik en door virussen.
      Bij hepatitis C is dit het hepatitis C-virus (meestal afgekort tot HCV). Het virus bevindt zich in het bloed van de besmette persoon en wordt vooral via contact met besmet bloed doorgegeven. 
      Naast het hepatitis C-virus zijn er momenteel nog minstens 5 andere soorten van hepatitisvirussen gekend, bv. A en B.
      Zij verschillen onderling sterk in ernst en in de manier waarop zij worden overgedragen.
      Bij het hepatitis C-virus zijn er eveneens verschillende stammen.
      Sommige daarvan kunnen gemakkelijker behandeld worden dan andere.
      Lees verder .../...
      Cfr. : http://www.uzleuven.be/diensten/lever_galblaas_pancreas/patient/ 
      Cfr. ook :
      - 'Hepatitis C New Drug Pipeline'  (
      New drugs in development for the treatment of hepatitis C) : http://www.hcvdrugs.com/ 
      - 'Hepatitis C' (gezondheid.be)
      :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2067
       

    2. HIV and Hepatitis.com
      Dit is een Amerikaanse site waar veel informatie op staat over alle aspecten van hepatitis B en C.
      Hier vindt u regelmatig berichten over nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap
      Cfr. : 
      http://hivandhepatitis.com/ 
      Cfr. ook 'HCV Advocat'
      : http://hcvadvocate.org/ 

    3. Intouch Massage
      <
      info@intouchmassage.nl > 
      .../... Lever en galblaas.
      Zit met zo recht mogelijke rug op de grond met de benen wijd uitgesprijdt. Haak de vingers in elkaar en strek de armen boven het hoofd met de handpalmen naar buiten. Adem in en draai het hoofd naar de rechtervoet. Adem uit en leun met het bovenlichaam in de richting van de linkervoet. Blijf tijdens het leunen wel kijken naar de rechtervoet! Herhaal in omgekeerde volgorde. Als je soepel genoeg bent kan je bij de volgende uitademing de armen voor je uitstrekken met de palmen naar buiten gericht en het lichaam met rechte rug vanuit de heupen naar voren buigen.
      Cfr. :
      http://www.intouchmassage.nl/nl/moretips3.html 

    4. Is AloŽ Vera belastend voor de lever ?
      Kruidenvrouwtje.nl 
      AloŽ Vera is een plant die de lever stimuleert.
      Nu kan dat op zich geen kwaad.
      Stel jezelf de lever voor als een orgaan wat de hele dag al bezig is om rommel op te ruimen.
      Ons voedingspatroon (en onze maatschappij) maakt het de lever niet makkelijk want we krijgen enorme hoeveelheden "rommel" binnen (geraffineerde producten, vettigheid, hormonen, antibiotica, zware metalen, sigarettenrook, alcohol, pijnstillers etc. etc.).
      Het kan dan ook zeker geen kwaad om de lever te stimuleren.
      Je moet daar echter geen gewoonte van maken want op een zeker moment raakt de rek eruit (denk maar aan je werk - je kunt wel een tijdje onder hoogspanning functioneren maar er zijn grenzen).
      Dit is ook de reden dat je deze leverstimulerende middelen maar een bepaalde termijn mag gebruiken.
      Het kan soms handiger zijn om de lever te ondersteunen door bijvoorbeeld minder "rommel" in te nemen of door leverondersteunende maatregelen als een
      kleikuur of vastenkuur  in te zetten.
      Cfr. : 
      http://www.kruidenvrouwtje.nl/vraagbaak/lever.htm#aloe 

    5. Kanker aan de lever
      Kanker - Wie helpt ? - Cfr. : Bekijk de demo
       
      Wat is kanker aan de lever ?
      Er zijn twee soorten leverkanker :
      -
      Primaire leverkanker heet ook hepatocellulair carcinoom (carcinoom = kanker) en ontstaat bij ongeremde deling van levercellen zelf.
      Per jaar wordt in Nederland deze vorm van kanker bij ongeveer 200 - 250 mensen vastgesteld en is daarmee erg zeldzaam.
      Er worden tweemaal zoveel mannen als vrouwen getroffen en er is een duidelijke relatie met levercirrhose (chronische ontsteking met uitgebreid bindweefsel (littekenvorming).
      Levercirrhose kan ontstaan op basis van overmatig alcoholgebruik, na hepatitus B of C virusinfectie, bij stofwisselingsziekten als hemochromatose, PCB, auto imuun leverziekte en andere ziekten. 
      Mannen met leverkanker zijn gemiddeld tussen de 60 en 74 jaar oud.
      Vrouwen met leverkanker zijn gemiddeld ouder dan mannen wanneer ze deze aandoening krijgen.
      Er is ook een vermoeden dat leverkanker steeds vaker bij vrouwen wordt aangetoond. 
       
      -
      Secundaire leverkanker - Deze vorm wordt meestal aangeduid met de term levermetastasen (metastasen of uitzaaiingen in de lever).
      Kankercellen van een andere tumor, vaak uit de dikke darm,  zijn losgeraakt en hebben zich via de lymfe of het bloed door het lichaam verspreid.
      In de lever groeien deze cellen dan uit tot nieuwe gezwellen.
      Vooral cellen van darmkanker vinden gemakkelijk de weg naar de lever via het bloed dat door de poortader stroomt.
      Ook tumoren van de maag, slokdarm, alvleesklier, longen en borsten kunnen naar de lever uitzaaien.
      Het gaat hier om vele duizenden patiŽnten per jaar. 
      Oorzaken
      Een deel van de oorzaken van leverkanker is bekend. Risicofactoren zijn: een infectie met hepatitis B of C, voedsel eten dat besmet is met aflatoxine (een gif geproduceerd door een schimmel) en veel alcohol drinken. 
      Ook beroepsmatig contact met de chemische stof vinylchloride geeft een hoger risico op het ontstaan van leverkanker.
      Stofwisselingsziekten als hemochromatose, PCB, auto imuun leverziekten vergroten de kans op levercirrhose. 
      Er is een duidelijke relatie tussen levercirrhose en het ontstaan van  leverkanker.
      Er is gebleken dat vrouwen de laatste 25 jaar steeds meer mensen  leverkanker hebben gekregen.
      Dit geldt vooral voor mannen boven de 60 jaar, maar ook bij vrouwen is er een lichte stijging van het aantal gevallen waargenomen. 
      Stadium
      Om aan te geven hoe ver de ziekte zich heeft ontwikkeld en eventueel uitgebreid, wordt een indeling in stadia gebruikt.
      Het stadium is nodig om de juiste behandeling te kiezen.
      Dit heet stadiŽring of uitgebreidheid van de ziekte. Leverkanker kan ingedeeld worden naargelang het stadium.
      Het stadium wordt bepaald aan de hand van :
      -
      de grootte van de tumor
      -
      de mate van doorgroei in het omringende weefsel
      -
      de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren of in andere organen
      Onderzoek
      Tumoren in de lever worden meestal ontdekt bij follow-up onderzoek van eerder vastgestelde tumoren (darm, borst).
      Bloedonderzoek naar gehaltes aan eiwitten (stolling en albumine), bilirubine, enzymen (ASAT,ALAT,AF en GGT) en tumormarkers (AFP en CEA) kan hierbij een eerste indruk geven.
      Met in eerste instantie echografie, CT-scan en MRI krijgt de arts duidelijkheid over de grootte van de lever en het wel of niet aanwezig zijn van tumoren (goed en/of kwaadaardig).
      Er kunnen ook biopten genomen worden tijdens een CT scan of echografie, die dan microscopisch onderzocht worden.
      Bij twijfel volgt soms een kijkoperatie (laparoscopie) om onderscheid te maken tussen goedaardig of kwaadaardig, meestal na het nemen van biopten tijdens een biopsie (het wegnemen van verdacht weefsel of verdachte cellen).
      Vaak wordt nog aanvullend onderzoek gedaan om uit te zoeken of u mogelijk in aanmerking komt voor een genezende operatie.
      Er volgt dan meestal een CT scan of een PET scanonderzoek.
      Behandeling
      In dit deel leest u over de meest toegepaste behandelingen bij kanker aan de lever.
      Wetenschappelijk onderzoek
      In dit deel leest u uitleg over wat nieuwe behandelingen tegen kanker zijn en of er momenteel wetenschappelijke onderzoeken lopen.
      Wie helpt ?
      Per kankersoort is bij de delen 'Behandeling' en 'Wetenschappelijk onderzoek' uitgebreide informatie te vinden over zorgverleners in de regio Limburg die kunnen helpen. 
      Klik op bovenstaande links of open deze delen via het horizontale menu dat naar rechts uitklapt (bovenaan, kijk ook bij de '
      leeswijzer').
      Voor contactgegevens kunt u terecht in het menu 'Wie helpt ?' aan de rechterkant van deze pagina's.
      Verder geven we daar ook veel verwijzingen naar (verantwoorde) sites op internet en naar brochures, boeken en artikelen bij 'Meer lezen ?'.
      Cfr. :
      http://www.kankerwiehelpt.nl/default.asp?V_ITEM_ID=403  

    Lees verder : Deel III

     

    21-06-2006 om 14:12 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (52 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alles over de lever (met uitgebreide literatuurlijst) - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Alles over de lever

    - met uitgebreide literatuurlijst -

     
    Deel III


    1. Laboratoriumonderzoek
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      Voor het laboratoriumonderzoek wordt bloed afgenomen waarin vervolgens verschillende bepalingen worden gedaan.
      Er wordt dan gekeken naar de leverfunctie door het niveau van verschillende enzymen te bepalen.
      Verder kunnen ook diverse Ďtumormarkersí gemeten worden.
      Dit zijn stoffen die door de tumor gemaakt kunnen worden en waarvan het niveau gebruikt wordt om tumoren op te sporen en te vervolgen.
      Er zijn diverse tumormarkers die worden gebruikt.
      In het geval van levertumoren betreft het meestal het Carcino-Embryonaal Antigeen (CEA) bij levermetastasen en het alfa-FoetoProteÔne bij het hepatocellulair carcinoom.
      Cfr. : http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/labonderzoek.htm 

    2. Leveraandoeningen
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum
      Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      Op deze website vindt u informatie over de behandeling van leveraandoeningen door de afdeling Heelkunde en de afdeling Maag-Darm-Leverziekten van het Erasmus MC Rotterdam.
      Deze informatieve website is als volgt ingedeeld.
      Bij Anatomie en Functie vindt u meer informatie over de werking van de lever.
      Vervolgens worden de verschillende diagnostische onderzoeken uitgelegd en een aantal leveraandoeningen besproken.
      Hierna leest u over de verschillende vormen van leverkanker en vindt u informatie over de verschillende therapiŽen die in het Erasmus MC worden toegepast.
      Tot slot vindt u extra informatie over de verschillende afdelingen, links naar andere relevante sites en verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur.
      Cfr. : http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/ 

    3. Levercirrhose
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      Levercirrhose is een naam van een groep leverziekten waarbij normale levercellen beschadigd raken en vervangen worden door littekenweefsel.
      Het gevolg hiervan dat de hoeveelheid functioneel leverweefsel afneemt en door de veranderende structuur van de lever de bloedstroom ook verandert.
      Er zijn verschillende oorzaken van levercirrhose :
      - excessief alcoholgebruik
      - chronische virale hepatitis type B, C en D
      - aangeboren afwijkingen van de lever als hemochromatosis, de ziekte van Wilson, α1-antitrypsine deficiŽntie, glycogenosen of auto-immuunziekten
      - ziekten van de galwegen
      - blootstelling aan bepaalde giftige stoffen
      - gevolg van bepaald medicijngebruik
      - parasitaire infecties.
      Het ontstaan van levercirrhose gaat vaak ongemerkt, maar na verloop van tijd kan er sprake zijn van verminderde eetlust, misselijkheid, braken, jeuk en een gele verkleuring van de huid.
      Tevens kunnen bij progressie van de cirrhose hormonale stoornissen ontstaan.
      Vervolgens ontwikkelt er een portale hypertensie.
      Dit betekent dat de doorbloeding van de lever zodanig belemmerd wordt dat het bloed als het ware gestuwd wordt in de richting van de lever.
      Hierdoor treedt vocht uit de bloedvaten onder andere naar de buik, wat ascites wordt genoemd.
      Maar door de geblokkeerde bloedstroom blijft ook vocht verder naar beneden staan, waardoor dikke enkels of benen kunnen ontstaan.
      Voor de diagnose wordt bloedonderzoek gedaan waarin naar de leverfunctie wordt gekeken en een echo en een CT scan of MRI scan worden verricht.
      Verder kan een leverbiopsie worden gedaan, waarna de patholoog door en microscoop het weefsel onderzoekt.
      Hoe de cirrhose behandeld wordt is afhankelijk van het type en stadium van de ziekte.
      Als er sprake is van alcoholische cirrhose dan dient het gebruik van alcohol gestaakt te worden
      De behandeling van cirrhose als gevolg van een ontsteking vindt plaats door de ontsteking te behandelen.
      Verder moet er een goede voeding gebruikt worden, met voldoende koolhydraten en vitaminen.
      In bepaalde gevallen dient uiteindelijk een levertransplantatie plaats te vinden.
      Op deze stie vindt u voorbeeld van een MRI van een cirrhotische lever en en een afbeelding van een cirrhotische lever.
      Cfr. : http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/cirrhose.htm 

    4. Leverpolycytose
      F Nevens - Tijdschrift voor Geneeskunde, Vol. 56, Issue 12 (2000) - cfr. : http://poj.peeters-leuven.be/content.php?url=issue.php&journal_code=TVG&issue=12&vol=56 
      Congenitale levercysten, ontstaan ten gevolge van een ontwikkelingsstoornis van de galwegen, zijn de frequentst voorkomende cystische letsels in de lever.
      Men onderscheidt de eenvoudige congenitale levercysten, die gewoonlijk solitair zijn en de congenitale leverpolycystose met een onnoemelijk aantal levercysten.
      De meerderheid van deze laatste patiŽnten heeft eveneens een autosomaal dominante polycystische nierziekte.
      Een polycystische leverziekte kan evenwel ook voorkomen als een aparte entiteit.
      Deze komt vooral in BelgiŽ voor.
      Indien solitaire levercysten klachten geven, wat zeldzaam is, dienen ze behandeld te worden door percutane sclerose of chirurgische fenestratie en/of resectie.
      Congenitale polycystose kan verwikkeld worden met een uitgesproken hepatomegalie, wat aanleiding geeft tot een slechte levenskwaliteit.
      Levertransplantatie is aangewezen voor uitgesproken vormen van leverpolycystose met multipele kleine cysten, waarbij geen leversegmenten gespaard zijn.
      Deze behandeling geeft excellente korte- en langetermijnresultaten.
      Cfr. : http://poj.peeters-leuven.be/content.php?url=article&id=1000788&journal_code=TVG 

    5. Leversysten
      Polycystic Liver Disease - Nederlandstalige Monografie - Radbout University Nijmegen Medical Center
      Definitie

      Een levercyste wordt gedefinieerd als een met vocht gevulde holte, die bekleed is met epitheel.
      Er zijn twee soorten levercysten : parasitaire en non-parasitaire.
      Levercysten komen meestal solitair voor, maar er zijn ook patiŽnten met meerdere levercysten.
      Indien er multipele levercysten zijn wordt er ook wel gesproken over polycysteuze lever.
      Deze pagina zal ingaan op de diagnostische en therapeutische aspecten van multipele non-parasitaire levercysten.
      Pathogenese
      Er wordt gedacht dat levercysten ontstaan door voortgaande dilatatie van biliaire microhamartomen.
      Dit zijn kleine clusters van galwegen intralobulair gelegen temidden van fibreus weefsel. 
      Daarnaast kunnen levercysten ontstaan uit dilatatie van peribiliaire klieren.
      De cysten ontstaan uit microhamartomen zijn vaak midden in het leverparenchym gelegen, terwijl peribiliaire cysten vaak in de hilus worden gezien.
      De levercyste is meestal bekleed met kubisch, op galweg gelijkend, epitheel en gevuld met heldergeel vocht dat dezelfde
      elektrolytensamenstelling heeft als dat van plasma.
      Bilirubine, amylase en leukocyten zijn meestal niet aantoonbaar. He
      t omliggende leverweefsel is normaal.
      Genetische achtergrond
      Het is niet bekend of enkelvoudige cysten veroorzaakt worden door een genetisch defect. Wel weten we dat multipele levercysten voorkomen bij een tweetal, genetisch heterogene, aandoeningen. In de eerste plaats autosomaal dominante polycysteuze nierziekte (ADPKD) en autosomaal dominante polycysteuze leverziekte (PCLD).

      Aandoe-ning

      Genen

      Eiwit

      Lever-cysten

      Nier-cysten

      PCLD

      PRKCSH

      Hepatocystine

      +

      -

      SEC63

      Sec63p

      ADPKD

      PKD1

      Polycystin 1

      +

      +

      PKD2

      Polycystin 2


      ADPKD
      ADPKD is een frequent voorkomende erfelijke aandoening met een prevalentie van 0.1%.
      ADPKD wordt gekenmerkt door het bestaan van meerdere cysten in de nieren en bij een groot deel van de patiŽnten in de lever, de pancreas, de ovaria en de vesiculae seminales. 
      Bij 85% van de patiŽnten met ADPKD wordt een mutatie in het PKD1-gen gevonden, terwijl  15% een afwijking heeft in het PKD2 gen.
      Dit heeft klinische consequenties daar het beloop  bij patiŽnten met een PKD2 genmutatie vaak veel milder is.
      Gemiddeld ontwikkelen PKD2-patiŽnten zoín 16 jaar later nierinsufficientie (53 jaar) dan PKD1-patiŽnten  (69 jaar).
      PKD2 patienten hebben minder vaak hypertensie, urineweginfecties en/of hematurie.
      De meest voorkomende manifestatie van ADPKD zijn de vergrote nieren, progressieve teloorgang van de nierfunctie, hypertensie, hematurie, urineweginfectiesen nierstenen.
      Daarnaast worden cerebrale aneurysmata en hartklepafwijkingen aangetroffen.
      PCLD
      PCLD is eveneens een autosomaal dominante aandoening die tot nu toe bij zoín 50-100 families is beschreven.
      Bij PCLD zijn extrahepatische afwijkingen feitelijk afwezig.
      Mogelijk is het zo dat PCLD patiŽnten vaker mitralisklepafwijkingen en afwijkingen aan de cerebrale vaatboom hebben, maar het verband is veel minder sterk dan bij ADPKD.
      Moleculaire pathogenese
      De ontdekking van de genen die betrokken zijn bij ADPKD heeft inzicht gegeven in het ontstaan van levercysten.
      Experimenteel werk met de eiwitten die gecodderd worden door PKD1 en PKD2 geven aan dat deze eiwitten, polycystinen, nodig zijn voor het ontwikkelen en handhaven van de normale archtitectuur.
      Dit is bij cysten evident verstoord.
      In principe bevat iedere lichaamscel 2 exemplaren van de PKD-genen.
      Bij ADPKD is ťťn exemplaar van het PKD gemuteerd en het andere normaal.
      In theorie zou dus het gezonde PKD-gen nog zo'n 50 % polystine moeten kunnen maken.
      Onderzoek heeft uitgewezen dat in de cystewand van een ADPKD-patiŽnt geen
      polycystine tot expressie wordtgebracht. Er wordt gedacht dat het gezonde PKD exemplaar uitgeschakeld raakt door een Ďsecond hití en dus ook afwijkend wordt.
      Voorkomen
      Solitaire levercysten  komen vaak voor, geschat wordt dat  2.5-4.8% van de populatie 1 tot 3 levercysten bezitten.
      Levercysten kunnen in afmeting variŽren van enkele millimeters tot meer dan 10 cm doorsnede.
      Er is een leeftijdsafhankelijke toename van de prevalentie van levercysten en meer dan 90% wordt bij patiŽnten ouder dan 40 jaar gezien.
      De meeste onderzoekingen laten een hogere prevalentie bij vrouwen zien, met een ratio van 1.5:1.
      Bij  vrouwen zijn de cysten vaker symptomatisch dan bij mannen.
      Polycysteuze leverziekte wordt gezien bij ADPKD alsook bij PCLD.
      Bij ADPKD vormen levercysten de meest frequente extrarenale manifestatie van de ziekte.
      De prevalentie wordt geschat op 10-88%.
      Er is een leeftijdsafhankelijke toename van de levercysten, van de ADPKD patiŽnten jonger dan 40 jaar heeft 10% levercysten en bij patiŽnten ouder dan 60 is de prevalentie gestegen tot 60-75%.
      Levercysten worden vooral gezien bij ADPKD-patiŽnten met een eindstadium nierfalen.
      Bekend is dat juist vrouwen, met multipele graviditeiten en/of estrogeengebruik ernstiger en uitgebreidere ziekte-verschijnselen hebben.
      Symptomen
      De symptomen en complicaties van een polycysteuze lever zijn niet afhankelijk van de onderliggende aandoening en zijn voor ADPKD en PCLD gelijk, reden om ze samen te bespreken..
      Vrijwel altijd blijft de synthesecapaciteit bij een polycysteuze lever, ook bij voortgezette ziekte, bewaard.
      Waarschijnlijk komt dit omdat de hoeveelheid leverparenchym ondanks de vele cysten intact blijft.
      Ondanks de vele levercysten is het merendeel van de patiŽnten  asymptomatisch.
      Klachten ontstaan pas dan door (1) een massa effect van de lever en (2) ontwikkeling van complicaties.
      Dit wordt gezien bij patiŽnten die relatief meer cystevolume hebben dan volume aan normaal parenchym.
      De vergrote lever leidt
      tot chronische klachten als een opgezette buik, buikpijn, snelle verzadiging, misselijkheid en braken.
      Door de druk van de lever op het diafragma kan dyspnoe ontstaan. 
      Vaak is er een herniatie van de buikwand.
      Complicaties van een polycysteuze lever zijn zeldzaam en worden bij minder dan 5% gezien.
      Daarbij betreft het bloeding, ruptuur, portale hypertensie met bloedende esophagusvarices en obstructie van de vena hepatica door strategisch gelegen cysten.
      Bij een beperkt aantal casus is maligne ontaarding van een levercyste beschreven.
      Diagnostiek
      De diagnose PCLD en ADPKD wordt op klinische gronden gesteld, aangevuld met beeldvormende diagnostiek.
      Momenteel worden echografie, computer tomografie (CT) en in mindere mate magnetische resonantie imaging (MRI) gebruikt om de aandoening te classificeren en de anatomische lokalisatie van de cysten vast te leggen.
      Het verdient de voorkeur om te beginnen met echografie en in een later stadium CT en/of MRI te gebruiken.
      Bij echografisch onderzoek kan worden vastgesteld of de laesie echogeen is en of er galwegobstructie is opgetreden.
      Op een CT kan de lokalisatie accuraat worden vastgesteld alsmede de klassieke kenmerken van een cyste : dunne gladde wand
      en een dichtheid van cystevocht dat gelijkt op water.
      Het is lastig om een maligniteit vast te stellen maar wanneer levercysten bij een polycysteuze lever wandverdikking of septaties vertoont of wanneer er papilleuze structuren te zien zijn, moet gedacht worden aan een cystadenoma/cystadenocarcinoma.
      Andere onderzoekingen zoals coloidscintigrafie en angiografie zijn minder zinvol.
      Een FDG-PET scan is zinvol om een infectie of maligne degeneratie van een levercyste vast te stellen.
      Laboratorium onderzoek is van beperkte waarde by een polycysteuze lever.
      Bij een aantal patiŽnten zal een licht verhoogd gamma-
      glutamyltransferase gezien worden waarbij de hoogte correleert met het cyste volume.
      Soms wordt er ook een verhoging gezien van het alkalisch fosfatase.
      Moleculaire Diagnostiek
      Het is mogelijk om DNA-onderzoek aan te vragen om een mutatie aan te tonen in een van de genen die geassociŽerd zijn met polysteuze levers.
      In het geval van PCLD betreft het sequentie analyse naar PRKCSH en SEC63.
      Dit onderzoek wordt in het Radbout Universiteir Medisch Centrum in Nijmegen (Laboratorium voor Maag-, Darm- en Leverziekten) 
      verricht.
      Onderzoek lijkt zinvol bij patiŽnten met een polycysteuze lever (arbritair gedefinieerd als >5 cysten) en een positieve familieanamnese voor PCLD.
      Indien patiŽnten naast een polycysteuze lever ook niercysten hebben dan kan PKD1- en PKD2-genanalyse verricht worden.
      Dit geschiedt in het Klinisch Genetisch Centrum te Leiden.
      Bij voorkeur wordt dit verricht bij patiŽnten met niercysten en levercysten met een positieve familieanamnese voor ADPKD.
      Er kan, indien de mutatie bekend is, gericht worden gezocht.
      Behandelen ?
      Het belangrijkste doel van behandeling is volumereductie van de lever.
      Hierbij geldt dat levercysten die geen klachten geven, geen behandeling behoeven.
      Voor multipele levercysten is geen medicamenteuze behandeling voorhanden.
      Wel is bekend dat toediening van oestrogenen bij ADPKD patiŽnten tot een selectieve vergroting van de polycysteuze lever leidt, maar dat het volume van de niercysten ongewijzigd blijft.
      Zijn er symptomatische levercysten dan kan de behandeling bestaan uit een radiologische of een chirurgische aanpak.
      Aspiratie en scleroseren
      Bij patiŽnten met een dominante, symptomatische cyste die percutaan goed te bereiken is, kan aspiratie van de cyste-inhoud gepoogd worden.
      Omdat na aspiratie van een cyste deze zich na verloop van tijd weer vult, wordt deze procedure gecombineerd met achterlaten van een sclerosans, zoals 95% ethanol.
      Door het denaturerend effect van ethanol op de cystewand, valt deze samen en wordt terugkeer van de cyste voorkomen.
      Bij de eerste behandeling is er zoín 70% kans op succes, maar bij herhaalde behandeling daalt de kans op succes tot 20%.
      De beperking van deze behandeling is dat er per sessie slechts 1 of 2 cysten behandeld kunnen
      worden en dat er een mogelijkheid bestaat op bloedingen en ethanolextravasatie.
      Fenestratie
      Bij een fenestratie wordt het dak van de cyste middels een operatieve ingreep weggehaald.
      Hierdoor draineert de cyste-inhoud in de vrije buikholte en wordt daar geresorbeerd.
      Deze ingreep kan zowel laparotomisch als laparoscopisch plaatsvinden.
      Deze procedure is het meest zinvol voor patiŽnten met een relatief beperkt aantal, oppervlakkig gelegen, cysten.
      Een belangrijke complicatie is het ontstaan van persisterende ascites, en in mindere mate gallekkage.
      Daarnaast is er een relatief hoge kans op een recidief.
      Resectie ?
      Vaak wordt een fenestratietechniek gecombineerd met partiele leverresectie.
      Deze procedure is het meest aangewezen bij patiŽnten met uitgebreide massale hepatomegalie en ernstige symptomen waarbij volumereductie noodzakelijk is.
      Er wordt gesteld dat de recidiefkans lager is dan bij fenestratie alleen.
      De morbiditeit van resectie is echter hoger dan van fenestratie en ligt in de orde van 37.5%-100%.
      Meestal betreft het postoperatieve ascites, gallekkage en bloedingen.
      Levertransplantatie ?
      Als Laatste is levertransplantatie een optie.
      Hoewel de functie van de lever bij patiŽnten met polycysteuze levers niet is aangedaan is dit toch een optie voor patiŽnten met een ernstige symptomatische polycysteuze leven waarbij andere therapeutische opties zijn uitgeput.
      De morbiditeit (gallekkage, galweg strictuur, infecties) en mortaliteit van deze ingreep bij deze groep van patiŽnten is echter aanzienlijk.laatste.
      Cfr. :
      http://livercyst.org/index_bestanden/Monography.htm 
      Cfr. ook 'Levercyste' (Maag Lever Darm Stichiting)
      http://www.mlds.nl/pages/aandoeningen.php?subgroep=21&rID=17&aID=98&char=L

    6. Leverpunctie (heparbiopsie)
      PatiŽntenfolders 'Maag-, darm- en leverziekten'
      Leids Universitair Medisch Centrum, Afdeling Maag-, Darm- en Leverscopie - Bureau Voorlichting & PR LUMC, februari 2001
      Doel van het onderzoek
      Binnenkort komt u op de functie-afdeling voor een leverpunctie.
      Bij dit onderzoek wordt via een naald een stukje weefsel uit de lever genomen voor microscopisch onderzoek.
      Voorbereiding
      De ochtend van het onderzoek mag u tot ongeveer 08.00 uur 's morgens een licht ontbijt nuttigen.
      Een licht ontbijt bestaat bijvoorbeeld uit een beschuit en een kopje thee.
      Daarna mag u niets meer eten en drinken.
      Op de afdeling of op het laboratorium wordt bloed bij u afgenomen voor stollingsonderzoek.
      Bloedverdunnende medicijnen moeten van te voren in overleg met uw arts gestopt worden.
      Dit geldt niet alleen voor bloedverdunners als Sintrom en Marcoumar, maar ook voor aspirine en pijnstillers zoals bijvoorbeeld Brufen en Indocid.
      Er wordt een verblijfsnaaldje (venflon) in uw arm ingebracht.
      Het onderzoek
      Tijdens het onderzoek ligt u op uw rug op een bed.
      De arts bepaalt de punctieplaats.
      Deze plaats wordt gedesinfecteerd en verdoofd.
      Hierna volgt de punctie.
      U draait naar de rechterzijde om de punctieplaats af te drukken.
      Hierna blijft u ongeveer een uur op uw rechterzijde liggen.
      Bloeddruk en pols worden gemeten.
      Dan gaat u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen.
      Hier houdt u nog 6 uur bedrust.
      Bij sommige mensen treedt een wat uitstralende pijn in de schouder op.
      Dit is een normaal verschijnsel na een leverpunctie. Het wordt veroorzaakt door leverkapselrekking.
      Heeft u nog vragen over dit onderzoek, dan kunt u contact opnemen met de scopie-afdeling - Tel. : 071 Ė 5263557.
      Cfr. :
      http://www.lumc.nl/patfolders/patientenfolders/maagdarmlever/Leverpunctie.html 

    1. Lever.startpagina.nl : http://lever.startpagina.nl/ 

    2. Leverstichting Nederland - De Leverstichting Nederland - Tel. : 030 - 251 97 12 - E-mail : lsn@planet.nl - is een non-profit organisatie, die vorig jaar op initiatief van de Nederlandse Leverpatienten Vereniging is opgericht en ondersteund wordt door de Nederlandse Hepatitis Stichting.
      De Leverstichting richt zich op fondsenwerving voor de preventie, de behandeling en de genezing van leverziekten.
      De Leverstichting wil daarbij het sociaal-maatschappelijk bewustzijn bevorderen ten aanzien van het ontstaan en de gevolgen van leverziekten
      De Leverstichting Nederland stelt zich tot doel :
      - een herkenbare maatschappelijke positie te verkrijgen als de belangenorganisatie in Nederland voor het orgaan de lever
      - begrip en kennis over de lever en leverziekten in brede maatschappelijke kring te verspreiden
      - leveronderzoek op sociaal-maatschappelijk en wetenschappelijk gebied te initieren en bestaand onderzoek te stimuleren
      - andere activiteiten op het gebied van de lever en leveraandoeningen te initieren, te stimuleren en te coordineren
      - samen te werken met andere organisaties binnen en buiten Nederland, in het bijzonder met de Nederlandse Leverpatienten Vereniging en de Nederlandse Hepatitis Stichting
      - financiele middelen bijeen te brengen om de uit de doelstellingen voortvloeiende projecten te kunnen uitvoeren.
      Cfr. : http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/links.htm 

    3. Levertransplantatie in Nederland - Indicatie, selectie, transplantatie en evaluatie
      Werkgroep Transplantatie Verpleegkunde
      Er zijn drie centra in Nederland waar orthotope (orthotoop : de zieke lever verwijderen en de donorlever wordt op dezelfde plaats ingebracht) levertransplantaties plaatsvinden.
      Deze centra zijn : het Academisch Ziekenhuis Groningen, het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en het Leids Universitair Medisch Centrum.
      In het Leids Universitair Medisch Centrum is in 1966 de eerste lever getransplanteerd, helaas met weinig succes.
      Het transplantatieprogramma heeft  daarna voor een langere periode stil gestaan.
      In 1979 heeft Groningen het levertransplantatieprogramma weer opgepakt en boekte m.n. na de invoering van de ciclosporine betere resultaten.
      In 1986 is Rotterdam ook gestart met het transplanteren van levers.
      Leiden is in 1992 als derde centrum daaraan toegevoegd. In 2000 is in Nederland de 1000ste lever getransplanteerd. 
      De organisatie van een levertransplantatieprogramma is in de drie centra min of meer vergelijkbaar.
      De selectie en screening van de patiŽnten, de zorg van de patiŽnten op de wachtlijst, de operatie, de directe post-operatieve zorg en de zorg lang na transplantatie is het werk van een multidisciplinair team, die bestaat uit :
      - hepatologen, chirurgen, anesthesisten, radiologen, pathologen
      - maatschappelijk werkers, verpleegkundigen, diŽtisten, fysiotherapeuten.
      De patiŽnten van elk centrum, die in aanmerking komen voor een levertransplantatie, worden op een landelijke wachtlijst gezet, welke beheerd wordt door  Eurotransplant. 
      In het jaar 2000 zijn er in Nederland 127 levertransplantaties gedaan, verdeeld over de drie centra.
      Het levertransplantatie- programma heeft een multidisciplinaire aanpak.
      Als blijkt dat een patiŽnt een eindstadium leverziekte heeft of een metabole ziekte waarvan het primaire defect in de lever gelegen is en behandeling niet meer mogelijk of effectief, is wordt deze patiŽnt doorverwezen naar ťťn van de levertransplantatiecentra.
      Ook patiŽnten met primaire, irresectabele levertumoren van beperkte omvang, waarbij andere behandelingen geen effect hebben, niet beschikbaar zijn of weinig kansrijk zijn, kunnen getransplanteerd worden.
      In het transplantatiecentrum wordt de patiŽnt gezien door de hepatoloog en wordt met de gegevens van de verwijzend internist de medisch situatie in kaart gebracht.
      Er wordt gekeken of de patiŽnt eventueel in aanmerking zou kunnen komen voor een levertransplantatie.
      Hier vindt de eerste selectie plaats.
      De patiŽnt die mogelijk in aanmerking komt, wordt opgeroepen voor een screening/vooronderzoeken.
      Deze oproep geschiedt per brief waarbij tevens alle schriftelijke informatie over levertransplantatie (folders, patiŽnten voorlichtingsmateriaal en boekjes enz.) wordt meegestuurd.
      Tijdens de screenings-/vooronderzoeksfase wordt informatie mondeling gegeven wat ondersteund wordt door het schriftelijke informatiemateriaal.
      Lees verder .../...
      Cfr. :
      http://www.transplantatieverpleegkunde.org/Levertransplantatie.htm 
      Cfr. ook :
       -'Algemene informatie voor patiŽnten'
      : http://www.transplantations.com/infopatneerl.htm 
      De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) :
      http://www.transplantatiestichting.nl/index.php 

    4. Levertumoren (NLV)
      De Nederlandse LeverpatiŽnten Vereniging)

      De naam levertumoren op zich klinkt erg bedreigend.
      Het woord 'tumor' op zich geeft al een beangstigend gevoel.
      Toch is van de levertumoren die ontdekt worden het grootste gedeelte goedaardig.
      Behandeling van deze goedaardige tumoren is goed mogelijk en biedt een gunstige prognose.
      Lees verder .../... 
      Cfr. : http://www.leverpatientenvereniging.nl/levertumoren/levertumorenindex.htm 
      Cfr. ook 'Goedaardige levertumoren' (
      leverceladenoom - Focale Nodulaire Hyperplasie - het haemangioom - levercysten) : http://www.leverpatientenvereniging.nl/levertumoren/levertumorengoedaardig.htm 

    5. Levertumoren (Erasmus MC)
      Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum
      Rotterdam, laatste update : 01 november 2004
      Een tumor betekent letterlijk een gezwel.
      Dit houdt in dat als men over een levertumor spreekt een zwelling of gezwel in de lever lever wordt bedoeld, wat mogelijk kanker kan zijn, maar dat hoeft niet.
      Of het een goedaardige of kwaadaardige tumor betreft hangt af van verschillende factoren die op deze site verder worden besproken.
      Levertumoren zijn op verschillende manieren in te delen.
      We zullen hier de tumoren eerst onderverdelen in goedaardig en kwaadaardig.
      Goedaardige tumoren
      Goedaardige tumoren zijn tumoren of gezwellen van een bepaald soort weefsel die niet zoals kwaardige tumoren de neiging om om uit te zaaÔen naar andere weefsels, of om door te groeien naar andere organen.
      Goedaardige tumoren zijn in vier groepen onder te verdelen :
      Haemangiomen --- Focale Nodulaire Hyperplasie (FNH) ---Adenomen --- Cysten.
      Kwaadaardige tumoren
      De kwaadaardige levertumoren kunnen weer onderverdeeld worden in twee groepen : primaire en secundaire levertumoren.
      Primaire levertumoren zijn tumoren die primair in de lever zijn ontstaan.
      Secundaire tumoren zijn tumoren die uitgezaaid (gemetastaseerd) zijn naar de lever van elders in het lichaam.
      De meest voorkomende tumor in de lever is de metastase.
      De meest voorkomende primaire tumor is het hepatocellulair carcinoom.
      Kwaadaardige tumoren :
      Hepatocellulair Carcinoom (HCC) --- Cholangiocarcinoom ---Metastasen.
      Cfr. : http://www.erasmusmc.nl/leveraandoeningen/levertumoren.htm 


    Lees verder : Deel IV

    21-06-2006 om 14:09 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (27 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    goldens
    blog.seniorennet.be/goldens
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!