NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • rpfggavnuo
  • Repair Air Conditioner Compressor
  • jjfbnzimgwvxcn
  • Air Conditioner Service And Repair Real Estate
  • xgsvpxjtsb

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • How to squirt when masturbating. Painful first black cock. Urdu Sex Videos. (Hpnwu172h)
        op Vluchten in het werk
  • Motorcycle handjob. Fuck korean movies. Spy Camera Porno. (Rbmex331w)
        op Vluchten in het werk
  • only here best herbal viagra (YapparovaCek)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • xiaozheng6666 (xiaozheng6666)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • can you buy viagra in tesco (YapparovaCek)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • Lesbian straight girl video. Porn Tube Fast. (Eppkq102i)
        op Vluchten in het werk
  • vendo viagra lima (YapparovaCek)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • Convenient employment Products - A Closer Look (EllisBop)
        op Tijd om afscheid te nemen...
  • Www Katrina Kaif Sex In. First Time Vergin Sex Video. (Fvbjb193z)
        op Vluchten in het werk
  • Xnxx Sex Pakistani. Film Indian Sex. (Iiwtl890g)
        op Vluchten in het werk
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    mestach
    blog.seniorennet.be/mestach
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    stephanie
    blog.seniorennet.be/stephan
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fotografica
    blog.seniorennet.be/fotogra
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    laurette
    blog.seniorennet.be/laurett
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    snitt
    blog.seniorennet.be/snitt
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    06-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychotherapie bij lichamelijke klachten - FMS/CVS, nieuwe problemen, nieuwe oplossingen ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Psychotherapie bij lichamelijke klachten

    Fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom,
    nieuwe problemen,
    nieuwe oplossingen ?
     

    J.P.C. Jaspers
    Tijdschrift voor Psychotherapie, november 1995
     
     
    Psychotherapie bij lichamelijke klachten heeft een lange geschiedenis. Toch is in de loop van die geschiedenis niet erg duidelijk geworden of lichamelijke klachten en in het bijzonder medisch onverklaarde lichamelijke klachten, nu juist een indicatie of contra-indicatie voor psychotherapie vormen. Shorter (1992) beschrijft hoe in onze moderne tijd verschuivingen in de aard van de gepresenteerde klachten plaatsvinden afhankelijk van de ziektemodellen die in medische kringen in bepaalde periode worden aangehangen. Vanuit deze invalshoek probeert hij duidelijk te maken hoe de hysterische verlammingen uit de negentiende eeuw in onze tijd hebben plaatsgemaakt voor klachten van pijn en vermoeidheid.
     
    Dat de aard van de gepresenteerde klachten niet alleen tijdgebonden, maar ook cultuurgebonden is, heeft onder andere de transculturele psychiatrie ons geleerd. Het relativeren van de lichamelijke klachten waarmee de patiŽnt tot de psychotherapeut wendt, kan voor de therapeut aanleiding zijn ook de lijdensdruk te relativeren. Ten onrechte. 

    Behalve de aard, is ook de wijze van presenteren tijd- en cultuurgebonden. Kenmerken zoals een theatrale, dramatische wijze van presenteren of de bekende belle indiffārence van de klassieke conversie zijn niet meer zo van deze tijd. Zo ook het begrip secundaire ziektewinst. Dit is immers niet specifiek voor somatiserende patiŽnten. Niettemin kunnen deze kenmerken aanleiding zijn voor relativeren van de lijdensdruk. Met andere woorden, hier wordt een sterke wissel getrokken op het empathisch vermogen en de onvoorwaardelijke acceptatie die kenmerkend zouden moeten zijn voor de grondhouding van de psychotherapeut.
     
     
    Verklaard of onverklaard
     
    Bij het samengaan van lichamelijke klachten of ziekten, somatiseren en psychiatrische stoornissen is er sprake van een moeilijk te ontwarren kluwen. Ter illustratie kan een recent Nederlands onderzoek dienen. Van Hemert, Hengeveld, Bolk, Rooijmans en Vandenbroucke (1993) vonden dat onder tweehonderd nieuwe patiŽnten van een polikliniek voor interne geneeskunde slechts bij de helft van de patiŽnten een duidelijke medische diagnose gesteld kon worden. Van deze groep met een medische diagnose blijkt 15% een psychiatrische stoornis te hebben volgens de criteria van de DSM-III-R. Bij de groep zonder duidelijke medische diagnose was dat ruim 40%. Tevens stelden zij vast dat van de patiŽnten met een psychiatrische stoornis ongeveer 40% voldeed aan de DSM-III-R-criteria voor een somatoforme stoornis. Deze onderzoeksgegevens maken duidelijk dat er sprake is van een zeer heterogene groep patiŽnten die eventueel voor een verwijzing naar een psychotherapeut in aanmerking komt.
    De patiŽnt die zich met lichamelijke klachten tot de psychotherapeut wendt, doet dit meestal niet op eigen initiatief en vaak ook niet van harte. Voor de meeste patiŽnten geldt immers de simpele redenering dat lichamelijke klachten een lichamelijke oorzaak hebben en een lichamelijke, dat wil zeggen medische oplossing noodzakelijk maken. Meestal is het echter onzeker of de lichamelijke klachten wel of niet somatisch te verklaren zijn. 

    De diagnostiek bij het vermoeden van conversie toont aan dat niet te snel moet worden aangenomen dat de lichamelijke klachten een psychische achtergrond hebben. Veel patiŽnten die in eerste instantie de diagnose conversie krijgen, blijken later een lichamelijke ziekte te hebben. In dit verband moeten ook andere diagnoses, namelijk simulatie of nagebootste stoornis, niet uit het oog worden verloren. De psychotherapeutische mogelijkheden zijn in het laatste geval doorgaans nog geringer dan bij conversie. En in het laatste geval is psychotherapie meestal ook al geen sinecure. De uiteenlopende opvattingen van de patiŽnt en de psychotherapeut over de somatische achtergrond van de klachten vormen hierbij vaak een lastig struikelblok (Jaspers, 1994). Dit laatste geldt overigens voor alle somatoforme stoornissen.
     
     
    Onverklaard maakt onbemind
     
    De situatie bij enkele recent geformuleerde klachtensyndromen is ingewikkeld en verwarrend, zowel voor de patiŽnt als de behandelaar. Tot op heden zijn oorzaken en pathogenese dan ook onduidelijk gebleven. Hoewel de geschiedenis van de geneeskunde tal van voorbeelden oplevert, zijn de meest uitgesproken voorbeelden op dit moment fibromyalgie en het chronisch vermoeidheids syndroom. 

    Voor beide syndromen zijn de diagnostische criteria omschreven (Jacobs, Rasker & Bijlsma, 1992; Swanink, Galama, Vercoulen, Blijenberg, Fennis & Van der Meer, 1991), maar inzicht in ontstaan en beloop van de syndromen ontbreekt tot op heden. Onder fibromyalgie wordt verstaan: een chronisch pijnsyndroom van het bewegingsapparaat, zonder aandoening van gewrichten of aanwijzingen voor onstekingsactiviteit. Kenmerkend is de aanwezigheid van specifieke drukpijnlijke plaatsen op het lichaam. Voorts zijn er aspecifieke symptomen, waarvan gegeneraliseerde pijn, slaapstoornissen en moeheid op de voorgrond staan (Jacob et al., 1992). 
    Bij chronische vermoeidheid is sprake van ten minste zes maanden bestaande persisterende of recidiverende, invaliderende vermoeidheid, die niet overgaat door bedrust en zo ernstig is dat het dagelijks activiteitenniveau minder dan de helft van de premorbide activiteit bedraagt (Swanink et al.,1991). Daarnaast zijn er net als bij fibromyalgie vele, aspecifieke klachten. 

    De discussie over beide diagnoses spits zich nogal eens toe op de vraag in hoeverre de klachten somatisch of psychogeen bepaald zouden zijn. Zo wezen Abbey en Garfinkel (1991) op de overeenkomst tussen het chronische vermoeheidssyndroom en de diagnose neurasthenie, die na een grote populariteit in de tweede helft van de negentiende eeuw, in het begin van deze eeuw snel aan betekenis inboette. De auteurs verwachten dat de diagnose chronische vermoeidheidssyndroom eenzelfde lot beschoren is zodra is aangetoond dat de meeste lijders hieraan een psychiatrische stoornis hebben of dat zij psychootfysiologische symptomen ten gevolge van chronische psychosociale stress ervaren. De implicatie dat de klachten een somatische achtergrond hebben maakt de diagnose voor patiŽnten aantrekkelijk, maar in feite is er volgens Abbey en Garfinkel sprake van cultureel gesanctioneerde vorm van ziektegedrag. 

    Deze uitgesproken visie die de kolommen van de 'American Journal of Psychiatry' haalde, en die in minder kiese bewoording nog weleens aan de borreltafel kan worden beluisterd, is niet onweersproken gebleven. In de vele ingezonden brieven aan hetzelfde tijdschrift van december 1992 werd de auteurs onder ander verweten (het lijden van) de patiŽnten niet serieus te nemen; mogelijke, tot nu toe onbekende (somatische) verklaring bij voorbaat uit te sluiten en aanwijzingen in die richting te negeren. 

    Een meer afgewogen oordeel over beide syndromen is gebaseerd op het zogenaamde biopsychosociale model van ziekte, waarin wordt benadrukt dat klachten multifactorieel bepaald zijn. Binnen deze benadering worden de klachten bovendien opgevat als multidimensioneel. De opvattingen over chronische pijn als multidimensioneel verschijnsel, zoals geformuleerd door de International Association for the Study of Pain (1986), lijken naadloos aan te sluiten bij de recente conceptualisering van fibromyalgie (Birnie, Knipping, Van Rijswijk, De Blācourt & De Voogd, 1991) en het chronisch vermoeidheidssyndroom (Bazelmans, Vercoulen & Bleijenberg, 1994). 
    Hoe 'waar' deze opvatting wellicht ook moge zijn, erg veel helderheid over etiologie en beloop heeft dit model nog niet opgebracht. Bazelmans en anderen (1994) hebben de gedragsmatige, cognitieve, emotionele en sociale aspecten van het chronisch moeheidsyndroom onderzocht met behulp van vragenlijsten bij bijna driehonderd patiŽnten. Zij onderscheiden negen dimensies: psychisch welbevinden, beperkingen in het dagelijks leven, slaapproblemen, neuronpsychologisch functioneren, vermijden van lichamelijke activiteit, sociaal functioneren, attributies betreffende de oorzaak van de klachten, self-efficacy-verwachtingen en de subjectieve beleving van de persoonlijke situatie. De conclusie van hun onderzoek geeft in grote lijnen weer wat de huidige stand van zaken is : 'Het is niet bekend hoe chronisch moeheidsklachten ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten verklaard kunnen worden door persisterende virusinfecties, zoals enterovirussen of het Ebstein-Barr virus. Ook depressie, premoride psychosociaal disfunctioneren, en prestatiegericht, dwangmatig of obsessief gedrag (b)lijken geen afdoende verklaring voor het chronisch moe tot nog meer leed bij de patiŽnten. Gezien de mogelijke multifactoriele bepaaldheid van de syndromen en de multidimensionele conceptualisering ervan ligt het voor de hand te pleiten voor een multidisciplinaire en multimodale behandeling van de klachten. 

    Toegespitst op het psychologische/psychotherapeutische aandeel in deze multidisciplinaire aanpak lijkt een cognitief-gedragsmatige benadering het meest aangewezen. Bij chronische pijn wordt deze al langer toegepast. De Nijmeegse groep, die zich de laatste jaren intensief met het chronisch vermoeidheidssyndroom heeft beziggehouden, ontwikkelde een cognitief-gedragsmatig behandelingsprotocol gebaseerd op het uitgangspunt dat psychologische factoren de klachten mede in stand houden (Bleijenberg, Vercoulen & Bazelmans, 1994). Verondersteld wordt dat sterke, somatische attributies en catastroferende cognities, alsmede depressieve gevoelens en lichamelijke inactiviteit hierbij van bijzondere betekenis zijn. 

    De behandeling omvat onder andere het motiveren voor psychologische behandeling, psycho-educatie, cognitieve herstructurering en stapsgewijze gedragsverandering. Deze elementen van de multimodale behandeling worden ook vaak toegepast in behandelingsprogramma's bij andere lichamelijke klachten, zoals chronische pijn of hyperventilatieklachten. Bleijenberg en anderen (1994) illustreren hun behandelingsprotocol met een gevalsbeschrijving. Dit is uiteraard een succesvolle, al blijven zij voorzichtig in hun.
     

    Donclusie

    'Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen voor wie deze behandeling effectief is en welke de effectieve elementen zijn' (p.85). 

    Op basis van een open studie constateerden Nielson, Walker en McCain (1992) bij 25 patiŽnten met fibromyalgie significante verbeteringen na een klinisch, multidisciplinair en multimodaal behandelingsprogramma. Ook bij het chronisch vermoeidheidssyndroom is een open studie het effect van een cognitief-gedragsmatige behandeling aangetoond (Butler, Chalder, Ron & Wessely, 1991). 

    In de gecontroleerde studies, waarin verschillende behandelmethoden worden vergeleken, zijn weinig specifieke effecten aangetoond (Burckhardt, Mannerkorpi, HEdenberg & Bjelle, 1994; Lioyd, Hickie, Brockman, Hickie, Wilson, Dwyer & Wakefield, 1993), hetgeen wijst op het belang van non-specifieke factoren in de behandeling. Gelet op de relatief geringe (maar statistisch wel significante) verbeteringen is het de vraag in hoeverre deze ook klinisch relevant zijn. Aan de beantwoording van deze vraag heeft geen van de onderzoekers zich gewaagd.
     
     
    Samenvatting en conclusies
     
    Psychotherapie bij lichamelijke klachten kent vele varianten. In deze bijdrage is vooral aandacht besteed aan de mogelijkheden van psychotherapie bij de onbegrepen en omstreden syndromen fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom. Hoewel over de effectiviteit van een multidisciplinaire en multimodale aanpak van beide syndromen nog veel vragen onbeantwoord zijn, kan psychotherapie, in de vorm van een cognitief- gedragsmatige benadering, een zinvolle bijdrage leveren aan de zorg voor deze patiŽnten. Het getuigt van realisme als de doelstellingen hierbij beperkt zijn.
     
     

    06-07-2005 om 18:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychotherapie : een kunst of kunde ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Psychotherapie : een kunst of kunde ?

    F. KovŠcs,
    Neuropsycholoog

    Bijgewerkt op 21 december 2004


    Als klinisch neuropsycholoog krijg ik ook wel eens te maken met mensen in emotionele moeilijkheden. Hiervoor gebruik ik dan psychotherapeutische gesprekstechnieken hoewel ik 'slechts' een gezondheidszorgpsycholoog ben, dus geen psychotherapeut. Zowel een geregistreerd klinisch psycholoog als psychotherapeut voldoen aan allerlei wettelijke eisen die verbonden zijn aan het beoefenen van psychotherapie. Dit zou een goede kwaliteit van deze hulpverleners moeten kunnen garanderen. Helaas ligt dit niet zo eenvoudig. Het onderstaande is mijn indruk van de psychotherapie en emotionele stoornissen nadat ik de nodige bijscholingscursussen op het vlak van de psychotherapie heb gevolgd.


    Allereerst een paar feiten 
    Psychotherapie is een verzamelterm voor allerlei gesprekstechnieken en diagnostiek die vanuit verschillende achtergronden worden uitgevoerd. De drie grootste (meest gangbare) achtergronden zijn een psychodynamische (Freud en de neo-Freudianen), een Rogeriaanse (volgelingen van Rogers' ideeŽn) en een gedragstherapeutische. Therapeuten kiezen op grond van wat zij leuk vinden en niet zozeer op grond van bewezen effect van de therapievorm. Over de effectiviteit van deze drie grote vormen van psychotherapie kan ik kort zijn: gedragstherapie heeft de meest bewezen effecten als het gaat om angststoornissen en depressies (de meest voorkomende stoornissen). Steeds vaker is er sprake van cognitieve gedragstherapie die zich vooral richt op de gedachten-verandering van mensen in plaats van alleen op gedrag. De Rogeriaanse en psychodynamische therapie-vormen hebben de minst bewezen effectiviteit.
    Niet alleen omdat cognitieve gedragstherapie het best onderzocht is/wordt en de best bewezen effectiviteit laat zien, maar ook omdat ik het achterliggende model nog het meest wetenschappelijk en zinnig vind, kies ik voor deze vorm van psychotherapie.


    Cognitieve gedragstherapie : wat is dat ?
    Het is een verzameling gespreks- en gedragstechnieken die specifiek gericht zijn op het veranderen van cognities (= ideeŽn, gedachten) en daarmee indirect op veranderingen in gevoelens en gedrag van mensen. Oorspronkelijk was gedragstherapie uitsluitend gericht op observeerbaar gedrag. Sinds halverwege de jaren '70 is onder invloed van enkele mensen (A. Ellis, A.T. Beck) de nadruk meer en meer komen te liggen op de (onderliggende) gedachten van mensen. Hiervoor zijn er allerlei cognitieve technieken ontwikkeld om zo goed mogelijk onrealistische gedachtengangen van mensen te veranderen in meer realistische. Dat hierbij de therapeut best directief (= sturend met zachte drang) is en meer oplossingsgericht zal niemand verbazen. Bovendien moet de therapeut goed zijn in redeneren en argumentatietechnieken.
    Een belangrijk nadeel van deze vorm van gesprekken is dat een onervaren therapeut teveel debatteert en daarmee het vertrouwen van de cliŽnt kan beschadigen. Bovendien werkt het debatteren bij erg slimme cliŽnten zeer moeizaam.
    De laatste paar jaren is er een nieuwe psychotherapeutische richting opgekomen die belangrijke elementen van de cognitieve gedragstherapie combineert met elementen uit de psychodynamische, rogeriaanse en experiŽntele therapieŽn: de schema-gerichte therapie van J. Young (1994). Het grote voordeel van deze therapievorm lijkt te zijn dat gevoel een grotere invloed heeft binnen de gesprekstechnieken. In tegenstelling tot de cognitieve gedragstherapie die weinig doet met gevoelens (hoewel de afgelopen jaren dit ten positieve aan het veranderen is).
    Schema-gerichte therapie gaat er vanuit (net zoals de cognitieve gedragstherapie) dat mensen in de loop van hun leven ideeŽn, gedachten opbouwen over hoe zij zelf zijn, hoe zij anderen zien en hoe zij de wereld om hen heen zien. Hierbij zijn twee belangrijke hoofdregels: 1. Gedragsregels: hoe te handelen in bepaalde situaties en 2. Voorspellingen over gedrag en de wereld. Afhankelijk van de opvoeding, de intelligentie en de sociale intelligentie kunnen dergelijke gedachten onrealistisch zijn. Dit veroorzaakt dan weer gevoelens zoals angst, verdriet en woede en meestal in hevige mate. Het gedrag dat hierbij hoort is meestal negatief, voor iemand zelf maar ook voor anderen. Het is belangrijk om dergelijke schema's goed aan te pakken en te veranderen omdat iemand anders steeds weer tegen dezelfde negatieve gevoelens aanloopt en hetzelfde negatieve gedrag gaat vertonen. Juist dit aanpakken van de schema's gebeurt met cognitieve technieken maar hierbij wordt ook uitvoerig rekening gehouden met gevoelens en het verleden van iemand.
    Na het werken met tientallen mensen met emotionele problemen en het doorlezen van wetenschappelijke literatuur over psychotherapieŽn ben ik tot een aantal conclusies gekomen. Eťn daarvan is dat psychotherapie geen echte wetenschap is maar veel meer een kunst. De juiste combinatie van menselijke en wetenschappelijke inzichten kan iemand in emotionele problemen verder helpen. Ik werd ondersteund in mijn conclusies door een andere, veel meer ervaren psychotherapeut, Jeffrey Wijnberg en door het onderzoek naar Internet-therapie. Een paar van mijn conclusies die tevens ontleend zijn aan het boekje van Jeffrey Wijnberg (Als je zegt wat je denkt, 2000), wil ik hieronder graag kwijt.


    Conclusies
    (bereikt met gezond verstand en goed samengevat door J. Wijnberg, ďAls je zegt wat je denkt,Ē 2000)

    * Mensen hebben meer geestelijke veerkracht dan ze zelf denken. Vaak tonen mensen zich als erg zielig en zwak bij mij. Als je nagaat hoeveel zij aan ellende gedragen hebben en nog altijd niet zijn ingestort dan ga je wel twijfelen aan hun 'zwakte'. Vaak zien zij dat zelf niet en blijven zij zitten in hun 'slachtoffer-gedrag' -

    * De geestelijke kwetsbaarheid van mensen wordt behoorlijk overdreven, zowel door henzelf als door anderen (met name hulpverleners). Er is duidelijk sprake van ziekte-winst als mensen zich als zielig voor doen: je krijgt de aandacht van iedereen en je hoeft jezelf niet in te spannen om uit de problemen te komen. Hulpverleners, maatschappelijk werkenden en ook psychotherapeuten springen hier graag op in. Immers, de een zijn dood/ziekte/zielig-zijn is de ander zijn brood. Als er ťťn gemeenschappelijk idee aanwezig is bij geestelijke hulpverleners dan is dat wel dat iemand in emotionele problemen geholpen MOET worden. De vraag is of dit wel klopt. Waar blijft immers de verantwoordelijkheid van degene zelf ? -

    * Mensen zijn in staat tot grote (en snelle) veranderingen, als zij daar maar voor kiezen. Het leven bestaat uit keuzes maken, dag in dag uit. Sommige mensen kunnen hier niet meer tegen en besluiten te kiezen voor besluiteloosheid. Als ze uiteindelijk wel weer keuzes gaan maken zie je vaak grote veranderingen in henzelf -

    * De belangrijkste boodschappen tussen mensen zijn non-verbaal. Frappant is dat cognitieve gedragstherapie in al haar technieken hier niet op gericht is; schema-gerichte therapie doet dat iets meer. Het vermogen van een therapeut iemand goed aan te voelen en op de juiste momenten de juiste dingen te zeggen en te doen is essentieel voor verandering van iemand. En hierbij hoeft de therapeut in principe niet lichamelijk aanwezig te zijn (kan ook per telefoon of op schrift) -

    * Ervaringen die men als volwassene heeft gehad zijn minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker dan jeugdervaringen, voor emotionele en geestelijke ontwikkeling. De mythe dat vroege jeugdervaringen het meest belangrijk zijn voor de emotionele ontwikkeling stamt uit de psychodynamische hoek. Dit is echter niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek! Bepaalde langdurige ervaringen kunnen een negatieve invloed hebben op de emotionele ontwikkeling zolang ze maar onrealistisch geinterpreteerd worden door iemand. De ervaringen op jongere leeftijd maar met name die in de puberteit vormen iemand's gedachtenwereld in sterke mate -

    * Mensen zijn gemakkelijk te doorgronden. Zelden heb ik meegemaakt dat ik niet wist hoe de vork in de steel zat bij emotionele problemen. Niet zozeer omdat ik nu toevallig veel zou weten. Neen, het is ronduit een misvatting dat mensen ingewikkeld in elkaar zitten. Mogelijk is dit een misvatting dat met name door psychotherapeuten wordt gepredikt (zij moeten tenslotte ook hun werk houden). Mijn ervaring is dat bij emotionele problematiek mensen vaker beter te voorspellen zijn dan wanneer iemand zogenaamd emotioneel stabiel in elkaar zit -

    * Het veranderen van mensen is voornamelijk afhankelijk van de relatie tussen de therapeut en de persoon. Indien er een basisvertrouwensrelatie is en men dezelfde taal spreekt kan men met humor en forse uitdagingen iemand in sterke mate veranderen. Helaas wordt binnen de opleidingen erg weinig aandacht besteed aan deze therapeutische relatie: hoe het komt dat het met iemand klikt of juist niet klikt. EnÖde interactie tussen therapeut en cliŽnt kan ook heel goed schriftelijk (chatten, emailen) verlopen, of telefonisch, voor de ontwikkeling van een goede band -

    * Humor als een gesprekstechniek kan gedachtengangen in sterke mate relativeren. Niet alleen verandert iemand vaak zijn eigen blik of perspectief heel snel, de ontspanning die humor oproept doet de negatieve invloed van sterk negatieve emoties als woede, verdriet of angst verminderen. Mogelijk juist door deze verminderde spanning/emoties is een wijziging in denken mogelijk -

    * Als er een 'klik', een basisvertrouwensrelatie is tussen de therapeut en de cliŽnt, als er dezelfde taal tussen beiden gesproken wordt, als de gehanteerde technieken bewezen effectief zijn voor de klacht en juist uitgevoerd worden dan is succes verzekerd. Dit geldt evenzeer voor laag opgeleide cliŽnten als voor de hoger opgeleiden (die meestal als 'gemakkelijkere' klanten gezien worden).

    Jeffrey Wijnberg heeft in Nederland de Provocatieve Therapie geÔntroduceerd waarbij de cliŽnt met humor en provocaties gedwongen wordt zichzelf qua gedachten en gedrag te veranderen. Dit blijkt goed te werken, zo is ook mijn ervaring. De truuk is natuurlijk om met de cliŽnt samen te kunnen lachen om zichzelf en niet de cliŽnt uit te lachen. Hiervoor is een uitstekend empathisch vermogen nodig, gezond verstand, een juiste timing en mede-menselijkheid.
    Kortom, psychotherapie is voornamelijk een kunst en daarbij is een hoge sociale intelligentie van groot belang. Echter, wetenschappelijk onderzoek is minstens zo belangrijk om de juiste technieken te ontwikkelen. De therapeut zal echter gegevens uit dergelijk onderzoek op een menselijke manier moeten verwerken in zijn therapie. Degenen die daar in slagen hebben mijns inziens het meeste succes bij het veranderen van mensen.


    Cfr. : http://home.hetnet.nl/~fckovacs/psythera.html

    06-07-2005 om 18:13 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neuropsychologie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Neuropsychologie
     
     
    F. KovŠcs,
    Neuropsycholoog
     
    Bijgewerkt op 21 december 2004
     
     
    1. - Wat is neuropsychologie ?
    (uit de folder 'Neuropsychologie' van de Vereniging voor Neuropsychologie)
     
    De neuropsychologie is het vakgebied dat de relatie bestudeert tussen gedrag en de werking van de hersenen.
     
    Meestal zult u te maken krijgen met een klinisch neuropsycholoog. De klinisch neuropsycholoog zal door middel van psychologisch onderzoek vaststellen welke gevolgen een hersenbeschadiging heeft voor het dagelijkse leven. Of andersom : wanneer iemand moeite heeft met bepaalde dingen in het dagelijkse leven, dan zal de neuropsycholoog nagaan of dit verklaarbaar is uit een beschadiging of storing in de hersenen.
     
    Een hersenbeschadiging kan ontstaan als gevolg van een ongeval (traumatisch hersenletsel), een beroerte (infarct of bloeding), een ziekte (infectie, tumor, vergiftiging), een aangeboren afwijking of andere neurologische ziektebeelden zoals dementie. Een hersenbeschadiging kan, naast lichamelijke gevolgen zoals  verlammingen, ook invloed hebben op de volgende gebieden :
    • cognitief functioneren : zoals stoornissen in aandacht, geheugen, waarneming, taal, denken, tempo en uitvoeren van handelingen;

    • gedrag en emoties : stoornissen zoals initiatiefverlies, verminderde sociale vaardigheden, agressiviteit, angst, depressiviteit, prikkelbaarheid en persoonlijkheids-veranderingen.

    Deze stoornissen kunnen (ernstige) gevolgen hebben voor het dagelijkse leven. Bij kinderen kan dit invloed hebben op de ontwikkeling maar ook op schoolprestaties. Bij volwassenen kan dit invloed hebben op werkprestaties, het uitvoeren van hobbies en ook op sociale relaties (b.v. binnen het gezin en collegaís). Als er een vermoeden is van een hersenbeschadiging wordt vaak een neuropsychologisch onderzoek aangevraagd.

    Neuropsychologie wordt beoefend in ziekenhuizen, revalidatiecentra, verpleeghuizen, psychiatrische ziekenhuizen en op universiteiten. Een aantal neuropsychologen heeft zich vrij gevestigd.


    2. - Wat is een neuropsycholoog ?

    Een neuropsycholoog is een universitair opgeleid psycholoog die zich daarna heeft gespecialiseerd in de neuropsychologie. Sommigen hebben zich gericht op volwassenen, anderen voornamelijk op kinderen.

    Een neuropsycholoog voert neuropsychologisch onderzoek uit en geeft informatie en advies omtrent de aard van eventueel gestoorde functies en hoe het beste met de beperkingen kan worden omgegaan. Soms kan een behandeling zoals b.v. een geheugentraining, worden gegeven.

    Naast de patiŽnt kan ook de familie worden geÔnformeerd en begeleid in het proces van aanpassing aan een veranderde situatie zoals die kan ontstaan na een ongeluk met hersenletsel of na een herseninfarct.

    Ten aanzien van kinderen wordt aan de neuropsycholoog vaak de vraag gesteld of leer- en gedragsproblemen in verband staan met een hersenbeschadiging of met een achterblijvende ontwikkeling van de hersenfuncties. Deze vraag kan ook gesteld worden aan orthopedagogen die zich gespecialiseerd hebben in de neuropsychologie van het kind. Er wordt na het onderzoek gezocht naar de meest geschikte aanpak en vorm van onderwijs voor dat kind.


    3. - Wat is een neuropsychologisch onderzoek ?

    Bij een neuropsychologisch onderzoek worden eerst de klachten door middel van een gesprek in kaart gebracht. Vervolgens worden een aantal tests afgenomen. Deze meten onder andere de intelligentie, het geheugen, het concentratievermogen, het  werktempo, de waarneming, de taal en spraak, het ruimtelijk inzicht en de planning. Welke tests worden afgenomen is afhankelijk van de vraagstelling.

    Soms zal de patiŽnt of cliŽnt ook worden gevraagd lijsten in te vullen met vragen over zijn klachten of hoe hij als persoon is. De tests worden afgenomen aan een tafel, eventueel achter een computer of naast het bed in een ziekenhuis. De tests doen geen pijn en er wordt geen gebruik gemaakt van spuiten of elektrodes. Een neuropsychologisch onderzoek neemt meestal een halve tot hele dag in beslag. Het kan zijn dat het onderzoek niet in ťťn keer maar in meerdere keren wordt afgenomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als mensen snel vermoeid zijn.  Na het onderzoek moeten de testresultaten uitgewerkt worden zodat u meestal op een later tijdstip de uitslag krijgt (binnen 2-4 weken).

    Hoe de testresultaten worden gebruikt hangt af van de vraagstelling van het onderzoek. Ze kunnen bijvoorbeeld een diagnose bevestigen of ondersteunen. De resultaten geven gewoonlijk een profiel van uw sterke en zwakkere kanten en dit profiel is nodig voor het plannen van de behandeling of begeleiding of bijvoorbeeld voor het vinden van een geschikte school, revalidatie- of woonsetting. Met behulp van de sterke kanten kan gekeken worden welke compensatiemogelijkheden er zijn en wat de meest geschikte aanpak is in het dagelijks leven. De bevindingen van neuropsychologisch onderzoek zijn vaak ook belangrijk voor therapieŽn zoals fysio- en ergotherapie. Soms wordt iemand herhaaldelijk onderzocht om te zien of er een verandering van de stoornissen is opgetreden (b.v. een verbetering door een behandeling).


    4. - Voorbeelden

    Tenslotte enkele voorbeelden van vragen die aan een neuropsycholoog gesteld kunnen worden :

    • Iemand heeft een herseninfarct gehad en kan niet meer goed uit zijn woorden komen.
      Vraag
      : wat is de aard van de taal- en/of spraakproblemen ?
      Deze vraag wordt overigens ook vaak beantwoord door eventueel aanwezige logopedisten. De neuropsycholoog kan ook antwoord geven op de vraag of de patiŽnt naast de taalproblemen ook andere cognitieve (= de informatieverwerking betreffende) stoornissen zoals b.v. geheugenstoornissen heeft. Hoe kan de omgeving het beste worden geadviseerd met de beperkingen van de patiŽnt om te gaan ?

    • Iemand heeft een jaar geleden een auto-ongeluk gehad met als gevolg onder meer een zware hersenschudding. Nu kan hij zijn werk niet meer aan.
      Vraag : is dit een gevolg van het ongeluk of spelen andere factoren (ook) een rol ? Welk advies kan ten aanzien van werkaanpassing of -hervatting worden gegeven ?

    • Iemand heeft na een hersenbeschadiging taal-, geheugen- en concentratiestoornissen.
      Vraag : is cognitieve training (b.v. geheugen- of concentratietraining of logopedie) zinvol ? Kan na de training het effect van de therapie worden vastgesteld ?

    • Een ouder iemand die zich altijd prima zelfstandig kon redden begint langzamerhand van alles te vergeten.
      Vraag : zou er sprake kunnen zijn van dementie en zo ja, hoe kan de naaste omgeving daar het beste mee omgaan ?

    • Een kind dat zich altijd normaal heeft ontwikkeld gaat op school ineens achteruit in zijn prestaties.
      Vraag : welke cognitieve of emotionele moeilijkheden kunnen hiermee verband houden ? Zijn er aanwijzingen voor een ziekteproces in de hersenen ?

    • Een hyperactief kind dat zich erg slecht kan concentreren wordt daarvoor behandeld met medicijnen.
      Vraag : wat zijn de effecten van deze behandeling op korte en langere termijn ?

    • Iemand krijgt een beroerte maar herstelt redelijk goed in enkele maanden.
      Vraag : In hoeverre kan hij weer verantwoord autorijden ?

     

    Cfr. : http://home.hetnet.nl/~fckovacs/folderne.html 

    06-07-2005 om 17:46 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Relatie met een chronisch zieke partner
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Relatie met een chronisch zieke partner

    Chronische Inflammatoire Bindweefselziekten (CIB-) Liga
     
    Hieronder een verslag van de bijeenkomst van de jongerenwerking op 17 november 2001 - De spreker was Oswald Buseyne, van de Werkgroep Thuisverzorgers in Heverlee. Oswald kwam ons niet vertellen hoe het moet, maar wel hoe hij de periode in zijn leven als partner van een chronisch zieke vrouw heeft ervaren. Hij heeft immers zijn vrouw Ingrid, die zware MS-patiŽnte was, 20 jaar lang verzorgd.

    Zijn getuigenis was verrassend en een weergave van de realiteit. Het leerde ons dat iedereen anders reageert op de chronische ziekte van een partner en dat een goede communicatie het belangrijkste aspect is. Ook samen genieten mag je niet opgeven.

    Oswald gaf toe dat het zeer moeilijk was om de nieuwe situatie te aanvaarden. Alle patronen die zij tot dan toe hadden (zij werkten beiden, wilden kinderen, een huisje bouwen), werden allemaal in ťťn klap ondersteboven gehaald. Zij hadden dit niet direct door: het besef kwam heel wat later.

    Er veranderde veel in hun relatie, op een sluipende manier. Oswald liet zijn vrouw zoveel mogelijk zelf de dingen doen die zij nog kon. Naarmate de tijd verstreek en de ziekte vorderde, kon Ingrid steeds minder zelf en vond Oswald het vanzelfsprekend om haar te helpen bij alles wat zij vroeg.

    Wat was het gevolg ? Hij kreeg steeds minder tijd voor sociale contacten en vond dat dat de schuld was van Ingrid. Hij kreeg tegenstrijdige gevoelens.

    Negatieve gedachten stapelden zich op. Door gebrek aan communicatie werd dit een zwaar probleem waardoor Oswald er na een tijd volledig onderdoor ging.

    Als partner moet je opkomen voor jezelf. Ook tijd maken voor eigen interesses blijft belangrijk. Jezelf volledig wegcijferen houdt niemand vol. Hierin een goede balans vinden is noodzakelijk.

    Na een bezinningsperiode besloten zij dat het tijd werd voor hulp van buitenaf, want het was duidelijk dat Oswald tijd nodig had voor zichzelf. Niet iedereen houdt de verzorging van een zieke partner even lang vol. Thuishulp, aangepast materieel en relatietherapie waren enkele van de dingen die hen hielpen.

    De hulp van buitenaf ging niet vanzelf. Voor Ingrid was dit moeilijker dan voor Oswald. Zij moest zich opeens laten verzorgen door vreemde mensen. Zij werd liever verzorgd door haar partner. Het inleveren van een groot stuk van haar privacy viel haar zeer zwaar.

    Ondertussen leerden zij beter met elkaar te praten. Ook moeilijke, pijnlijke en bedreigende dingen werden vlugger besproken. Voor Ingrid werd hierbij duidelijk dat ook zij nog een verantwoordelijkheid had in hun relatie. Want, wat als de partner zich niet goed voelt in de relatie of zelf ziek wordt ?

    Maar het was niet 20 jaar lang kommer en kwel. Daarom dat zij, heel bewust, ook alle leuke dingen deden die zij samen nog konden doen. Dat is voor iedereen verschillend. Theater, iets gaan drinken, op reis gaan,Ö Oswald deed dan ook een pleidooi om zoveel mogelijk samen te genieten. Ook dit is een zoektocht die je samen moet ondernemen. Wat kan nog wel, wat kan niet meer, wat wil ik, wat wil jij, wat willenwij ?

    Uit alles blijkt dat niets nog vanzelfsprekend is. Als gezond koppel denk je aan een huis, kinderen, een goede job,Ö Dat is de weg ! Maar als je partner ziek wordt, wordt dat allemaal onderuit gehaald. In plaats van een weg, zie je nu ťťn groot braakliggend terrein. Je moet alles zelf uitzoeken, stukjes weghakken. Soms moet dit tegen de stroom in. Het is zoeken, en ook dat is voor iedereen verschillend.

    De beperkingen die je je partner ongewild moet opleggen, zijn voor een chronisch zieke het moeilijkst om dragen. Als je nog geen partner hebt, kan dit zelfs een zwaar opstakel zijn voor het aangaan van een relatie. We waren het er allemaal over eens. Als de persoon met wie je een relatie aangaat, de ware voor jou is, zal hij je nemen zoals je bent. Mťt ziekte en beperkingen.

    Zeggen ze niet ďliefde overwint allesĒ ?
     

    Cfr. : http://www.cibliga.com/a_j_relatie.html

    06-07-2005 om 17:15 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Please help to spread the truth about ME/ICD-CFS !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Please help to spread the truth about 
    ME/ICD-CFS 

     

     

    06-07-2005 om 04:36 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ReumapatiŽnt heeft meer last van vocht dan van kou ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    ReumapatiŽnt heeft meer last van vocht dan van kou ?

    Universitair Medisch Centrum Groningen, 1 februari 2005


    Koud mistig weer zou slecht zijn voor reumapatiŽnten en een warme droge zomer goed. Deze volkswijsheid is maar ten dele waar. Alleen de luchtvochtigheid vlak bij de huid is van belang.

    Aldus dr Wiebe Patberg. Hij promoveerde op 16 februari op zijn onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen (met het proefschrift ďWeather and rheumatoid arthritis. The role of the microclimate near the skinĒ - cfr. : http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/medicine/2005/w.r.patberg/ -).

    Patberg heeft zelf reumatoÔde artritis. Hij deed de metingen voor een groot deel aan zijn eigen lichaam. Met deze gegevens legt hij nieuwe verbanden tussen reuma en weersomstandigheden als temperatuur en luchtvochtigheid.


    Zomerpiek
    Het onderzoek laat zien dat reumapatiŽnten aan het einde van de zomer de meeste pijnklachten hebben. In de wintermaanden januari en februari is de gewrichtspijn het minst.

    Volgens Patberg komt dat vooral door het vochtgehalte in de lucht. De relatieve vochtigheid is weliswaar het hoogst in de winter, maar omdat warme lucht veel meer vocht kan bevatten, zit er ís zomers toch veel meer water in de lucht.

    ďDat koud vochtig weer slecht zou zijn bij reuma klopt dus niet helemaalĒ, aldus de promovendus. ďDe stelling Ďdroog is goed, ook al is het koud; nat is slecht, ook al is het warmí is meer van toepassing.Ē


    Microklimaat
    Door kleding, verblijf binnenshuis of airconditioning verschilt het microklimaat aan de huid vaak van het meteorologische weer. Dat verklaart volgens Patberg waarom verschillende onderzoeken soms tot tegengestelde conclusies komen.


    ďDat is minder verrassend dan op het eerste gezicht lijkt.Ē, zegt de promovendus. ďIn de warmste tijd van het jaar gebruiken veel AustraliŽrs bijvoorbeeld ventilatoren en airconditioning. Daardoor is de vochtigheid vlak bij de huid zelfs lager dan in de winter.Ē


    Meer buitenshuis
    Patberg raadt reumapatiŽnten aan meer tijd buitenshuis door te brengen, bij voorkeur zonder jas. Bij hemzelf werden de gewrichtsklachten minder als hij langer dan 2,5 uur per dag buiten was.

    ďOver het algemeen is het buiten kouder en droger dan in huis. Door minder kleding te dragen neemt de ventilatie aan de huid bovendien toe, waardoor de luchtvochtigheid daar nog verder daalt.Ē Daarnaast geeft hij het advies om ís nachts het slaapkamerraam open te houden en geen pyjama aan te trekken.



    Proefschrift
    Patberg promoveerde tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof. dr. J.J. Rasker en prof. dr. H.W.G.M. Boddeke. Zijn proefschrift draagt de titel 'Weather and rheumatoid arthritis. The role of the microclimate near the skin.'



    Wat zegt de Reumalijn ?
    Uit het onderzoek van dr. Patberg komen verrassende resultaten. Toch kunnen wij op grond van het resultaat van ťťn onderzoek niet direct adviseren dat mensen met RA zonder jas naar buiten moeten.

    Ook in recent buitenlands onderzoek wordt een gunstige rol toegeschreven aan lage luchtvochtigheid, maar altijd in combinatie met hoge temperaturen. Verreweg de meeste patiŽnten blijken baat te hebben bij warmte. Uiteraard kijken we uit naar verder onderzoek op dit terrein.

    De Reumalijn is de informatielijn van de ReumapatiŽntenbond en het Reumafonds - T 0900 20 30 300, maandag t/m vrijdag 10-16 uur, Ä 0,10 pm.


    Cfr. : http://www.reumafonds.nl/reumafonds/nieuws/2005/februari/kou
     
    http://www.rug.nl/Corporate/nieuws/archief/archief2005/persberichten/013_00 
    Cfr. ook :
    http://www.ub.rug.nl/eldoc/dis/medicine/w.r.patberg/stelling.pdf#search='Patberg%20%20Weer%20en%20rheumatoid%20arthritis'  

    05-07-2005 om 22:40 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Antidepressivum tegen fibromyalgie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Antidepressivum tegen fibromyalgie

    Nederlands Dagblad, 10 september 2004


    Boston -- PatiŽnten met fibromyalgie lijken baat te hebben bij een nieuw antidepressivum.

    Van deze ziekte, die gekenmerkt wordt door pijnlijke plekken op het lichaam en pijnlijke en vermoeide spieren, is de oorzaak onbekend. Ook bestaan er geen middelen die de pijnklachten kunnen verminderen.

    Maar, zo meldt een team van Amerikaanse klinieken deze maand in het tijdschrift 'Arthritis and Rheumatism', het antidepressivum duploxetine bleek na een kuur van twaalf weken het aantal pijnlijke punten aanzienlijk te verminderen. Ook werd de gevoeligheid voor pijnprikkels minder.

    Opvallend was dat dit positieve effect alleen bereikt werd bij de 81 vrouwelijke deelnemers aan het onderzoek. Bij 23 mannen had het middel geen merkbaar effect.

    Fibromyalgie komt bij vrouwen zes maal zo vaak voor als bij mannen. Ook voor deze ongelijkheid is geen verklaring.

    Cfr. : http://www.reumafonds.nl/reumafonds/nieuws/2004/september/antidepr 
    Cfr. ook : 
    http://communities.zeelandnet.nl/data/autisme_co/index.php?page=13&showpage=22374

    05-07-2005 om 22:24 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CVS - De oorzaak, diagnose en behandeling
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  
    Chronisch Vermoeidheid Syndroom
    De oorzaak, diagnose en behandeling
        
    Een overzicht van de literatuur
     
    De Osteopaat - jaargang 3 - nr. 2

         
    In het kader van de benefiet informatiedag van de vereniging ME / CVS- Huis is via MEDLINE gezocht naar de meest recente wetenschappelijke literatuur en overzichtsartikelen (reviews) met betrekking tot de oorzaak, diagnose en behandeling van het Chronisch Vermoeidheid Syndroom(CVS). Tevens is in de meest recente Nederlandse reguliermedische literatuur gezocht naar de opvattingen en benaderingswijzen van medisch specialisten aangaande CVS. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de mogelijke oorzaken, de diag
    nose, de reguliermedische visie, de prognose en de behandelingen van CVS. Er wordt ingegaan op de effectiviteit en veiligheid van zowel reguliere als alternatieve behandelingen.

    Speciale aandacht wordt gegeven aan de mogelijkheden van osteopathie bij de behandeling van ME / CVS. Tenslotte worden voorstellen gedaan voor toekomstig onderzoek bij CVS en voor een optimale behandeling van de patiŽnt met CVS.



    Samenvatting

    • De oorzaak van het chronisch vermoeidheid syndroom blijft onbekend ondanks verscheidene voorgestelde hypothesen, waaronder immunologische, virologische, psychologische en neuroendocrine factoren.

    • De diagnose is moeilijk vanwege het feit dat er geen beschikbare laboratoriumtest is en wordt daarom voornamelijk gestoeld op de symptomen van de patiŽnt.

    • Het begin van de CVS-klachten lijkt veelal vooraf gegaan te worden door een combinatie van infectie en negatieve levensgebeurtenissen. Degenen die een virale infectie krijgen, zijn meer geneigd CVS te ontwikkelen wanneer zij onder psychische stress verkeren.

    • Behandelingen welke hoopgevende resultaten hebben laten zien bij deelsymptomen zijn cognitieve gedragstherapie en Ďgraded exercise therapyí. Voor andere behandelwijzen van CVS is er onvoldoende bewijs betreffende de effectiviteit. Eťn onderzoek naar de effectiviteit van osteopathie toonde significant positieve effecten op de totale gesteldheid van de CVS-patiŽnten. Osteopathie is mogelijk een veilige en effectieve behandelmethode bij CVS.

    • Luisteren naar wat het lichaam te vertellen heeft lijkt een zinvol advies voor CVS-patiŽnten. Inzicht in de gedragsfactoren die mogelijk hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de chronische vermoeidheidklachten is gewenst daar de prognose van CVS negatief wordt beÔnvloedt wanneer patiŽnten hun gezondheidstoestand of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan stress of psychologische factoren.

    • De theorie van de Hypothalamus-Hypofyse-Bijnier-as kan mogelijk gebruikt worden bij de verklaring hoe stress tot CVS kan leiden.

    • Het lijkt gerechtvaardigd CVS te zien als een multicausale aandoening waarbij de optimale behandeling bestaat uit een interdisciplinaire benadering waar psychosociale- en activiteitsgebonden begeleiding worden gecombineerd met osteopathische behandeling en zo nodig begeleiding op het vlak van de stofwisseling en voeding.

    • Er is behoefte aan goede lange termijn studies met een follow-up van 6 tot 12 maanden welke gebruik maken van gestandaardiseerde uitkomstmaten, stratificatie strategieŽn om comorbiditeit te controleren en die de mate van toename van belastbaarheid meten. Het is aan te bevelen zulke studies te doen naar de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van CVS-patiŽnten.



    1. - Moeheid

    Moeheid wordt wel omschreven als een overweldigend, aanhoudend gevoel van uitputting en een verminderd vermogen tot lichamelijke en geestelijke inspanning. Moeheid is een uitermate aspecifieke klacht met een breed spectrum van mogelijke lichamelijke en psychische oorzaken, waarvan slechts 1-3% Ďernstigí is (ernstige ontstekingsprocessen en maligniteiten). Voorgeschiedenis en anamnese leveren bij moeheid de belangrijkste diagnostische informatie. Bij patiŽnten ouder dan 50 jaar en bij langer dan een maand bestaande klachten zijn een volledig lichamelijk onderzoek en een beperkt pakket eenvoudig laboratoriumonderzoek aangewezen.

    In een vroeg stadium dient men na te gaan of er sprake is van fysiologische moeheid zoals bijvoorbeeld intensieve lichamelijke inspanning, verstoorde slaap, overwerk, zwangerschap en jetlag. Kenmerken van deze fysiologische moeheid zijn : een aanwijsbare relatie met belastende omstandigheden, passend bij het gewone leven en een goede reactie op rust en slaap. Vervolgens wordt gezocht naar aanwijzingen voor somatische, psychische of sociale problemen als oorzaak.

    Somatische oorzaken kunnen zijn: infectieziekten, cardiovasculaire aandoeningen, gastrointestinale aandoeningen, aandoeningen van het bewegingsapparaat, hematologische aandoeningen en hormonale stoornissen, waaronder diabetes mellitus en hypothyreoÔdie.Alleen als bij een anemie Hb-waarden <6,5 mmmol/l gevonden worden, is er een mogelijke relatie met de moeheid. Ook kan moeheid een bijwerking van een geneesmiddel zijn. Vragen gericht op het uitsluiten van infecties en maligniteiten betreffen koorts, nachtzweten, verminderde eetlust, pijn, vermagering en veranderd defecatiepatroon.

    Met name patiŽnten boven de 75 jaar hebben een relatief hoge voorafkans op ernstige somatische aandoeningen zoals een maligniteit. Dyspnťe díeffort, nachtelijke dyspnoe en oedemen passen bij hartfalen. Proximale spierpijn of - stijfheid wijst op polymyalgia rheumatica.

    Van de psychische aandoeningen die zich met moeheid kunnen manifesteren, worden angststoornissen en depressie het meest frequent gezien. Lusteloosheid en Ďs ochtends al moe zijn en Ďs avonds minder moe zijn past bij depressie. Ook een sombere stemming en vermagering kunnen op depressie wijzen. Hartkloppingen of gejaagdheid kunnen duiden op een angststoornis of hyperthyreoÔdie. Wordt de patiŽnt snel moe na inspanning of wordt de moeheid in de loop van de dag erger dan is een somatische oorzaak waarschijnlijker.

    Wanneer de moeheid het gevolg is van een abnormale belasting in de leefomgeving spreekt men van een (psycho) sociaal probleem, zoals daar zijn werkproblemen of relatie- en gezinsproblemen.

    Voordelen van een algeheel lichamelijk onderzoek zijn dat het bijdraagt aan de zekerheid van de behandelaar en de patiŽnt over de afwezigheid van belangrijke somatische aandoeningen. Bevindingen bij anamnese of lichamelijk onderzoek of een expliciet verzoek van de patiŽnt kunnen reden zijn voor het (laten) doen van gericht bloedonderzoek. Als beperkt pakket wordt in de Standaard Bloedonderzoek van het Nederlands Huisartsen Genootschap voorgesteld: BSE, Hb, glucose en TSH (indien afwijkend ook vrij T4). Urineonderzoek op nitriet, leukocyten en erytrocyten is vooral bij ouderen zinvol om overigens asymptomatische chronische urineweginfecties op te sporen.

    In een aantal gevallen blijft de vermoeidheid onverklaard. Onder bepaalde omstandigheden wordt dan van een chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) gesproken.

    Onder CVS wordt verstaan : minstens zes maanden bestaande, niet door andere ziekten verklaarde vermoeidheid die het vroegere activiteitenniveau significant reduceert (meer dan 50%), niet verbetert met rusten en gepaard gaat met minstens vier van de volgende bijkomende symptomen : spier- of gewrichtspijnen, concentratie- en geheugenstoornissen, hoofdpijn, keelpijn, klierzwellingen, niet-verfrissende slaap en malaisegevoel na inspanningen dat meer dan 24 uur duurt.

    PatiŽnten met CVS voldoen vaak ook aan diagnostische criteria van andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld fibromyalgie en multiple chemische overgevoeligheid. Deze overlap suggereert dat deze Ďfunctionele somatische aandoeningení varianten van elkaar zijn. Dit wil niet zeggen dat deze syndromen dezelfde pathobiologische processen en oorzaken hebben. Zo heeft men bij fibromyalgiepatiŽnten verhoogde spiegels van substance P gevonden in de liquor cerebro spinalis en ook dat zij verlaagde pijndrempels hebben terwijl dat bij CVS-patiŽnten niet het geval is. De vermoeidheid die gezien wordt bij fibromyalgiepatiŽnten is wellicht secundair aan de chronische slaapstoornissen door de pijn, terwijl de vermoeidheid bij CVS-patiŽnten primair is.

    Depressie, angst en depressieve symptomen worden vaak gezien bij mensen met het CVS.

    Ongeveer 70% van de mensen met CVS heeft last van slaapstoornissen.

    CVS heeft een fluctuerend verloop met exacerbaties en gedeeltelijke remissies. De vermoeidheid en de andere symptomen kunnen fluctueren in termen van dagen en weken. Ook het energieniveau over de dag fluctueert. Het energieniveau is meestal het laagst aan het eind van de middag.



    2. - De oorzaken van CVS

    De oorzaak van CVS blijft onbekend ondanks verscheidene voorgestelde hypothesen, waaronder immunologische, virologische, psychologische en neuroendocrine factoren. De diagnose is ook moeilijk vanwege het feit dat er geen beschikbare laboratoriumtest is en wordt daarom voornamelijk gestoeld op de symptomen van de patiŽnt.

    Er zijn gegevens die wijzen op een mogelijk onderliggend immunologisch probleem als oorzaak van CVS. Sommige patiŽnten met CVS hebben namelijk een dysregulatie van het 2,5 ribonuclease-L antivirale afweersysteem.

    Anderen zien CVS gerelateerd aan depressie of andere psychiatrische aandoeningen. PatiŽnten met CVS en depressie hebben echter andere profielen dan patiŽnten met alleen een depressie. PatiŽnten met CVS hebben minder zelfverwijt en meer somatische symptomen dan depressieve mensen, minder persoonlijkheidstoornissen en een ander immunologisch profiel. CVS-patiŽnten hebben ook eerder een Ďdown-regulationí van de hypofysebijnier as dan een Ďup-regulationí dat vaak het geval is bij depressieve mensen.

    Bij CVS-patiŽnten is een verminderde cortisolspiegel en een gestegen functie van serotonine gevonden. Deze afwijkingen verschillen van bevindingen die bij depressieve mensen zijn gevonden: verhoogd cortisol en verlaagde serotonine functie.

    Een andere uitleg voor CVS is dat het een vorm van somatoforme stoornis is, wat gediagnosticeerd kan worden bij patiŽnten met vele jaren aanwezige klachten, van uiteenlopende aard, zonder aanwijsbare organische basis.

    Deze diagnose is echter afhankelijk van de clinicus. De behandelaar die niet gelooft in een organische basis van CVS zal sneller de diagnose somatoforme stoornis diagnosticeren, ook al voldoen de symptomen van de CVS-patiŽnt niet aan diagnostische en statistische criteria voor somatoforme stoornis. In feite voldoet maar 5% van de CVS-patiŽnten aan de strenge criteria voor een somatoforme stoornis. Dat mensen met het CVS baat kunnen hebben bij cognitieve gedragstherapie (CGT) wil niet noodzakelijk zeggen dat CVS van psychische origine is.

    CGT kan bijvoorbeeld ook symptomen van patiŽnten met andere chronische aandoeningen zoals rheumatoÔde arthritis verminderen.

    Er zijn studies waarbij aanwijzingen voor een subtiele encephalopathie zijn gevonden. Dit zou voornamelijk gelden voor CVS-patiŽnten zonder gelijktijdige psychopathologie. De meest gevonden afwijking in de hersenen betreft een kleine T2 gewogen laesie in de frontale hersenkwab.

    Tot op heden is er echter nog geen specifiek patroon van cerebrale afwijkingen gevonden dat uniek en kenmerkend is voor CVS.

    Bij 50-85% van de CVS-patiŽnten zijn er cognitieve problemen die voor een groot gedeelte bijdragen tot hun dysfunctioneren op sociaal gebied en betreffende de werksituatie. Mogelijk dat de cognitieve problemen te maken hebben met de cerebrale afwijkingen of de mogelijk aanwezige verlaagde cortisolspiegel en de toegenomen functie van de neurotransmitter serotonine.

    Afgenomen handelingssnelheid, verminderd Ďarbeidsgeheugení en opnamevermogen voor informatie zijn de meest voorkomende cognitieve dysfuncties bij CVS-patiŽnten.

    In 85% van de gevallen ontstaat CVS plotseling. Dit wordt meestal gekarakteriseerd door een virale of infectieusachtige aandoening, maar kan ook volgen na een ongeval of periode van veel stress.

    Diverse onderzoeken zijn gedaan naar voorafgaande risicofactoren voor het ontstaan van CVS. Zo is gevonden dat in het jaar voorafgaand aan het ontstaan van CVS 85% van de patiŽnten een stressvolle gebeurtenis had in tegenstelling tot 6% in een controlegroep. Ook vond men dat 95% van de CVS-patiŽnten toegenomen stressperiodes in de vijf jaar voor het ontstaan van de klachten had in tegenstelling tot 55% van de controlegroep. Het hoogste risico lag bij mensen die drie of meer oorzaken van psychische- of lichamelijke stress rapporteerden. Drie maanden voorafgaand aan het begin van de CVS-klachten is er een tweevoudige toename in voorkomen van infecties en negatieve levensgebeurtenissen gevonden.

    Degenen die een virale infectie hadden waren meer geneigd CVS te ontwikkelen wanneer zij onder psychische stress verkeerden. Emotionele stress kan de symptomen van CVS verergeren en stress kan zoals bij veel aandoeningen een rol spelen in het ontstaan of verergeren van de klachten. Mogelijk spelen veranderde plasmaspiegels van stresshormonen (catecholamines) en andere factoren die de doorlaadbaarheid van de bloed- hersen- barriŤre beÔnvloeden een rol. Een toegenomen doorlaatbaarheid van de bloed- hersen- barriŤre tijdens stress kan er voor zorgen dat virussen het centrale zenuwstelsel (CZS) kunnen binnenkomen.

    Mogelijk dat dit de verklaring is van het ontstaan van CVS na de combinatie stress en virale infectie en dat dit de oorzaak is van de gevonden afwijkingen in het CZS.

    De HPS-as - Bij stress brengt het sympathische zenuwstelsel ons met behulp van noradrenaline in een verhoogde staat van paraatheid. Een tweede systeem tracht de zaak daarna onder controle te brengen. Dat is de hypothalamicpiuitary-adrenal axis Ė de HPA-as.
    Het in de hypothalamus geproduceerde Corticotrophin Releasing Hormone (CRH) speelt daarbij een sturende rol.
    Bij stress neemt de afgifte van CRH toe, dat stimuleert de aanmaak van corticotropine (ook wel ACTH genoemd), en dat bevordert weer de productie van cortisol. Die stof remt op zijn beurt de afscheiding van corticotropine door de hypofyse en van CRH door de hypothalamus : een negatief feedbacksysteem.
    Depressies gaan gepaard met hoge cortisolspiegels, maar de feedbackwerking is gering. PTSS kent lage Cortisolspiegels, maar de gevoeligheid van het feedbacksysteem is juist groot. Hetzelfde geldt mogelijkerwijs voor CVS en fybromyalgie. Overigens komen via de actie van CRH ook opioÔde peptiden vrij, die een direct remmend effect hebben op het immuunsysteem.



    3. Ė Therapie

    Behandelingen zijn voornamelijk gericht op symptomen zoals spierpijn, slaapregulatie, affectieve symptomen en vermoeidheid. Immunologische en farmacologische behandelingen zijn het meest op hun effectiviteit onderzocht, terwijl complementaire of alternatieve behandelwijzen het minst frequent zijn onderzocht.

    Behandelingen welke hoopgevende resultaten hebben laten zien bij deelsymptomen zijn CGT en Ďgraded exercise therapyí. Voor andere behandelwijzen van CVS is er onvoldoende bewijs betreffende de effectiviteit.

    In de cognitieve gedragstherapie vormen dagelijkse zorgen, coping-mechanismen, pijngedrag, sociale steun, opvattingen, oordelen en verwachtingen in plaats van de opdringende traumata een basis voor onbegrepen lichamelijke klachten (OLK). Volgens een werkgroep, de Paarse Brandnetel, convergeren de psychologische verklaringen naar een biopsychosociaal model met cognitie, coping en emotie als hoofdbestanddelen. Negatieve emotie, negatief copinggedrag en negatieve cognitie hebben waarschijnlijk een neurofysiologische grondslag in het limbisch systeem.

    Men kan deze elementen opsporen en bewustmaken en patiŽnten vervolgens leren daar anders tegenaan te kijken, bijvoorbeeld met behulp van cognitieve gedragstherapie. ĎGraven naar traumaís blijkt weinig effect te hebben. Ook alleen maar er over praten helpt niet. Wat je moet doen, is mensen anders naar hun problemen leren kijken. Reattributie heet dat: het glas is niet half leeg, maar half vol. Dat is het enige dat werkt bij OLKí aldus huisarts Joost Zaat, lid van de Paarse Brandnetel.

    In de psychiatrie ziet men CVS als een somatoforme stoornis, een OLK van psychofysiologische aard en berust nogal eens op een traumatische, althans zeer ingrijpende levenservaring. Deze klachten zouden met CGT en klachtenonafhankelijke oefeningen behandeld moeten worden volgens de Loos, internist en consulent voor psychotraumatologie.

    In goed gecontroleerde experimenten naar het effect van CGT met heel geselecteerde groepen van patiŽnten blijkt het resultaat hoopgevend. De effecten zijn op lange termijn echter mager en de onderzoeken hadden te maken met veel Ďdropoutsí. Van alle onderzoeken naar de effecten van behandelingen van CVS waren de grootste aantallen uitvallers zelfs te zien bij gedragstherapieŽn !

    Hoe zeer effectief CGT in de dagelijkse praktijk is, weten we nog steeds niet.

    Studies naar farmacologische behandelingen gericht op immunologische aspecten laten vaak uitvallers zien als gevolg van bijwerkingen. De effecten van deze behandelingen zijn beperkt en de resultaten zijn niet overtuigend.

    Studies naar de effectiviteit van het gebruik van essentiŽle vetzuren lieten enkele effecten zien evenals het gebruik van magnesium. EssentiŽle vetzuren spelen een belangrijke rol in de functioneren van de bloed- hersen- barriŤre.

    Eerder in dit artikel besprak ik al de toegenomen doorlaatbaarheid van de bloed- hersen- barriŤre tijdens stress en dat dit kan zorgen dat virussen het centrale zenuwstelsel (CZS) kunnen binnenkomen.

    Wellicht dat een viraal geÔnduceerde deficiŽntie van essentiŽle vetzuren, een al aanwezige deficiŽntie en / of een defect in het metabolisme van deze vetzuren bij bepaalde CVS-patiŽnten er voor zorgen dat de integriteit van de bloed- hersen- barriŤre verstoord wordt. Mogelijk dat correctie van deze deficiŽntie van essentiŽle vetzuren een positief effect op het ziektebeloop kan verklaren.

    Het gebruik van leverextracten bleek na onderzoek niet effectief.

    Overigens blijkt dat het gebruik van orgaan- en weefselextracten lang niet altijd zonder (gevaarlijke) bijwerkingen gepaard gaat. Zo zijn er in de literatuur vele ernstige bijwerkingen als anafylactische en anafylactoÔde reacties gemeld na het gebruik van bijvoorbeeld extracten van runderhersenen, rode beenmerg, lever en thymus.

    Ook bij het gebruik van enzympreparaten en plantaardige middelen zijn inmiddels al veel bijwerkingen gemeld in de literatuur.

    Manie en leverontstekingen zijn voorbeelden van ernstige bijwerkingen die gemeld zijn na gebruik van plantaardige c.q. kruidenpreparaten. Het vaak gebruikte motief van Ďbaat het niet dan schaadt het nietí van mensen om alternatieve behandelwijzen of vrij verkrijgbare supplementen te gebruiken lijkt uit deze meldingen niet gerechtvaardigd.

    Ondanks dat vele patiŽnten aangepaste diŽten volgen, is er wat betreft onderzoek naar de effectiviteit ervan in de literatuur (nog) niets te vinden. Ervaringen van patiŽnten en berichten in minder wetenschappelijk gefundeerde literatuur over de positieve effecten van pacing, het volgen van het bloedgroepdieet en van het aanvullen van veronderstelde deficiŽnties als gevolg van hemopyrrollactamurie (HPU) worden vooralsnog niet bevestigd door wetenschappelijke publicaties over de effectiviteit.

    Eťn behandelwijze liet effecten zien op de totale gesteldheid van CVS-patiŽnten. Het betrof een studie naar de effectiviteit van osteopathie maar was helaas van Ďmagere kwaliteití.

    Osteopathie lijkt echter een zeer veilige behandelmethode wat blijkt uit een onlangs verrichte literatuurstudie.



    4. - Osteopathie

    Een osteopathische behandeling bestaat uit het manueel mobiliseren van osteopathische dysyfuncties. Deze dysfuncties kunnen gelegen zijn in het hele lichaam.

    Didactisch verdeelt men in de osteopathie het lichaam vaak in drie systemen/aspecten : pariŽtaal, visceraal en craniosacraal. In al deze systemen zijn bij osteopathisch onderzoek dysfuncties te vinden. Uit onderzoek bleek dat 78% van een groep CVS-patiŽnten een osteopathische dysfunctie had ter hoogte van synchondrosis sphenobasilaris (SSB).

    Decompressie vanhet SSB kan een positieve invloed hebben op CVS.
    Deze foto toont slechts een partiŽle decompressie van de alae major.

    Ook kwamen osteopathische dysfuncties van C3, C4, C5 regelmatig voor (resp. 44,4%, 44,4% en 55,6%). In de thoracale wervelkolom kwamen zowel hoog (T1, T2, T3 resp. 72,2%, 50% en 72,2%) als laag (T9 en 12, resp. 50% en 72,2%) frequent mobiliteitsdysfuncties voor. Ter hoogte van het sacro-iliacale gewricht werden in hetzelfde onderzoek, uitgevoerd bij 18 CVS-patiŽnten veel osteopathische dysfuncties gevonden. Het enkelgewricht was volgens de onderzoeker bij 66,7% in mobiliteit gestoord. Naast de genoemde osteopathische dysfuncties van het cranium, de wervelkolom en de voet waren de viscera ook vaak in osteopathische dysfunctie.

    Lever, galblaas en omentum minus regio werden frequent (72,2%) met een verstoorde mobiliteit gevonden. Tevens waren er vaak stoornissen in de mobiliteit van de dikke darm (55,6%), de twaalfvingerige darm (55,6%) en de longen (50%) te vinden bij deze groep CVS-patiŽnten.

    Mogelijk dat de vermelde osteopathische dysfuncties een invloed hebben op het ontstaan, het onderhouden en / of de intensiteit van CVS.

    Dat osteopathie een positief effect kan hebben op de intensiteit van de klachten bij CVS bleek uit onderzoek door de Britse osteopaat Perrin.

    In de met osteopathie behandelde groep CVS-patiŽnten bleek na een jaar dat de klachten met gemiddeld 40% waren afgenomen. Deze verbetering was significant beter dan die in de niet manueel behandelde controlegroep, waar zelfs een gemiddelde achteruitgang van 1% te zien was. De mate van spiervermoeidheid nam af door osteopathische pariŽtale behandeling. Ook namen de rugklachten af, nam de mate van depressiviteit en angst af, verbeterde het slapen, de cognitieve functies en de algemene symptomen welke geassocieerd zijn met CVS. Mogelijk dat het effect van osteopathische behandeling bij CVS is te verklaren door een verbeterd functioneren van het (vegetatieve) zenuwstelsel, het immuunsysteem en de viscera, en een verbeterde doorbloeding van de skeletmusculatuur. Deze resultaten en hypothesen worden ondersteund door de resultaten uit andere verrichtte onderzoeken. Daaruit blijkt namelijk dat osteopathie een positief effect kan hebben op de immuunrespons en op de tonus van de musculatuur.

    Daarnaast zijn er studies die laten zien dat prikkelbare darmklachten, frequent voorkomend bij mensen met het CVS, significant verbeteren na osteopathische interventie en dit geld ook voor klachten als hoofdpijn, migraine, bekkeninstabiliteit en andere pijnklachten in het bewegingsapparaat.

    De resultaten van Perrin vormen nog niet het bewijs voor de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van CVS. Dit daar de kwaliteit van het onderzoek getoetst volgens zowel wetenschappelijke als osteopathische criteria niet aan de belangrijkste eisen voldoet.

    Toch mogen de uitkomsten van de studie van Perrin veelbelovend genoemd worden en deze resultaten rechtvaardigen vervolgonderzoek. Ook uit onderzoek bij migrainepatiŽnten werd een verbetering van vermoeidheidsklachten gezien na osteopathische behandeling. Deze verbetering was na een jaar 23% tegenover 13% in de controlegroep, maar was niet significant. Indien osteopathie gecombineerd werd met voedingsaanpassing na consultatie van een natuurarts namen de klachten in grotere mate af dan wanneer alleen osteopathisch behandeld werd.

    Dit toont het belang van een multidisciplinaire aanpak van vermoeidheidsklachten, waarover verderop in dit artikel meer.



    5. - Kwetsbare mensen

    Zoals boven beschreven ziet men in de psychiatrie CVS als een somatoforme stoornis (een zogeheten substraatloze aandoening). Ook RSI, whiplash, fibromyalgie en stemmings- en angststoornissen zouden net als CVS ook gerekend worden tot de somatoforme stoornissen en te verklaren zijn als een reactie van het lichaam op gevoelens van machteloosheid en stress. Al deze in de reguliere geneeskunde onbegrepen symptomen zouden een syndroom vormen en het zou gaan om een ontregeling van de Hypothalamo-hypofyse-bijnier as (HHB-as),volgens de Nederlandse psychiaters Koerselman en Zitman.

    Negatieve emotionele belevingen als depressieve klachten kunnen net als pijn en koorts een signaal zijn. Een signaalwaarde is zinvol en heeft een aanpassingsfunctie.Veel patiŽnten met Ďonbegrepen lichamelijke klachtení hebben een ziektebeleving waarbij deze processen verstoord zijn, aldus Koerselman in Medisch Contact. ĎDe lichamelijke sensaties van deze mensen kunnen heel goed reŽel zijn, maar ze kunnen versterkt worden. Sommige patiŽnten raken excessief gefocust op hun klachten en gaan denken in termen van alles of niets: Ďeerst moeten de klachten weg, dan ga ik er weer over denken om aan het werk te gaan.í Deze mensen hebben het gevoel dat ze in hun territorium, in hun autonomie worden bedreigd. Er overkomt ze iets wat ze niet hebben gewild, wat ich-fremd is.

    Het is een soort aanval. Mensen die daar gevoelig voor zijn, lopen een groot risico op het krijgen van een somatoforme stoornis.

    De prognose van CVS wordt vervolgens nog eens negatief beÔnvloed wanneer patiŽnten hun gezondheidstoestand of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan stress of psychologische factoren.

    PatiŽnten met CVS en fibromyalgie blijken hun klachten vaak toe te schrijven aan een somatische ziekteoorzaak.

    Anderen brengen hun klachten in verband met psychische stress, emotionele traumata, depressie of angst. Een uitsluitend somatische attributie houdt meer risicoís in op gevoelens van hulpeloosheid en demoralisatie, evenals vermijding van activiteiten, waardoor de klachten in stand worden gehouden of verergeren.

    Luisteren naar wat het lichaam te vertellen heeft lijkt een zinvol advies voor CVS-patiŽnten. ĎBen ik wellicht over mijn grenzen gegaan en zou het wellicht verstandig zijn in de toekomst zorgvuldiger met mijn energie- en pijnmechanismen om te gaan ?í In de psychiatrie ziet men hierbij ook een rol weggelegd voor CGT : de behandeling richt zich specifiek op misattributies en conditioneringen, ook in relatie tot emoties en die zouden het hart vormen van deze a-specifieke klachen.

    De verklaring hoe stress tot CVS kan leiden is mogelijk via de theorie van HHB-as.Deze HHB-as is het neurohormonale stress-systeem dat ons in staat stelt adequaat te reageren onder allerlei vormen van spanning. Wanneer dit systeem goed functioneert waarschuwt het ons middels pijn- en vermoeidheidssignalen wanneer de belasting de draagkracht te boven gaat. En in acute situaties kan het systeem pijn en vermoeidheid onderdrukken. Eerder werd al in dit artikel gewezen op de gevonden afwijkingen van de hypofysebijnier-as, het serotonerge en immuunsysteem bij CVS.

    Stress uit zich in cortisolproductie van de bijnierschors. Cortisol en andere corticosteroÔden hebben invloed op het functioneren van de genoemde systemen. Cortisol remt ontstekingsprocessen, bevordert de opbouw van cellen, heeft een directe invloed op hersenfuncties als slaap, libido, eetlust, motivatie, concentratie en het vermogen zich ingrijpende gebeurtenissen te herinneren.

    Deze processen zijn bij CVS vaak alle in mindere of meerdere mate verstoord. Een bekend gegeven is ook dat een langdurig verhoogde of verlaagde cortisolspiegel (zoals bij CVS) een nadelig effect heeft op het functioneren van neuronen in het brein, met name in de hippocampus, de limbische structuur die nauw betrokken is bij processen van leren en geheugen. Blootstelling aan ernstige stress kort na de geboorte kan tot een duurzaam afwijkende instelling van het HHB-systeem leiden, hetgeen op latere leeftijd tot gedragsstoornissen kan leiden. Zeer waarschijnlijk bestaat er ook een genetisch bepaalde kwets

    baarheid : stemmings- en angststoornissen en aspecifieke klachten komen in bepaalde families meer voor en ook studies bij tweelingen laten dit verband zien.

    CorticosteroÔden kunnen bovendien ook de expressie van genen regelen, mogelijk met een verhoogde kwetsbaarheid voor depressies als gevolg. De HHB-as staat zo onder invloed van psychosociale en erfelijke factoren. De erfelijke aanleg kan zich vertalen in de persoonlijkheidsstructuur. Indien je vroeg in het leven slachtoffer bent geworden van een of meer akelige, stresserende gebeurtenissen en je bent daarvoor gevoelig door je type persoonlijkheid, dan maakt je dat later waarschijnlijk nog kwetsbaarder voor nieuwe ellende.

    De gevoeligheid kan nog eens extra belast worden door een overactieve levenstijl (extreme gedrevenheid, prestatiegerichtheid, perfectionisme, neiging zichzelf weg te cijferen en moeilijk grenzen kunnen stellen aan eisen van anderen) en fysieke en/of psychologische stressvolle gebeurtenissen.

    Bij CVS zou volgens psychiater Van Houdenhove evenals bij fibromyalgie sprake zijn van een verstoorde relatie tussen willen en kunnen. De frequente -aan het ziek worden voorafgaande- overactieve levenstijl van vele CVS- en fibromyalgiepatiŽnten, lijkt daarin zijn oorsprong te vinden. Een gebrek aan gevoel van gewaardeerd, erkend en geliefd worden zou heel goed aan de basis kunnen liggen van de overactieve levenstijl van de potentiŽle CVS-patiŽnt.

    Soms, en niet zelden onverwachts, kan bij deze patiŽnten de energie opnieuw gaan stromen. Het willen lijkt weer gevoed te worden door het kunnen. De geblokkeerde energie lijkt gedeblokkeerd te kunnen worden als ze weer ergens naartoe kan stromen, bijvoorbeeld naar een haalbaarder, aantrekkelijker of belangrijker doel. Anders gezegd : als de wil weer een weg heeft. En, misschien nog wel belangrijker, als zij, in wat ze doen, door betekenisvolle anderen erkend, geliefd en gewaardeerd gaan voelen.



    6. - Prognose

    De prognose van CVS wordt zoals eerder besproken negatief beÔnvloedt wanneer patiŽnten hun gezondheidstoestand of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan stress of psychologische factoren.

    Minder dan 10% van de CVS-patiŽnten blijkt uiteindelijk terug te keren naar het vroegere functioneringsniveau.

    Anderzijds zegt meer dan de helft na verloop van maanden of jaren minder klachten te hebben.

    Ander onderzoek laat zien dat een controlegroep na een jaar niet verbeterd of zelfs 1% verslechterd.

    Oudere leeftijd, zeer lang aanhoudende klachten (was het geval bij onderzoek Perrin e.a.), het vermelde hardnekkige geloof in een somatische oorzaak, bijkomende en onbehandelde psychiatrische stoornissen, evenals langdurige vermijding van activiteiten impliceren allemaal een slechtere prognose. Het verloop van CVS bij kinderen is wel aanzienlijk gunstiger dan bij volwassenen.



    7. - Toekomstig onderzoek

    Onderzoekers zijn geneigd hun favoriete theorieŽn te testen en doen zelden bevestigende studies. Ook vergelijken studies vaak data van inactieve CVS-patiŽnten met gezonde proefpersonen die extreem actief kunnen zijn.

    De verschillen tussen de beide groepen komen dan niet door de aandoening maar door het verschil in activiteitniveau en conditie. Dit verlaagt de betrouwbaarheid van de verkregen uitkomsten uit onderzoek dat tot nu toe is verricht.

    Dit is voorts ook het geval daar CVS-patiŽnten een heterogene groep vormen met frequente comorbiditeit (bijv. depressie, fibromyalgie, prikkelbare darmsyndroom) waarvan de aanwezigheid de uitkomsten van onderzoek kan beÔnvloeden. Stratificatie strategieŽn om genoemde comorbiditeit te controleren zou de homogeniteit van studiegroepen ten goede komen en helpt mogelijke organische oorzaken te isoleren in subgroepen van patiŽnten met CVS.

    Het fluctuerend verloop met exacerbaties en gedeeltelijke remissies en fluctueren van het energieniveau in termen van dagen en weken toont het belang van longitudinale studies met herhaalde metingen. Lange termijn studies met een follow-up van 6 tot 12 maanden zijn nodig om er zeker van te zijn dat het resultaat van de behandeling zelf komt en niet het gevolg is van een fluctuerend verloop van de aandoening.

    Een goede graadmeter voor de mate van effectiviteit van een behandeling zou kunnen zijn: de mate van toename van belastbaarheid meten in de toename van het aantal werkuren, terugkeren naar de werkvloer of school of toegenomen lichamelijke activiteiten. Er is behoefte om gestandaardiseerde uitkomstmaten te gebruiken in toekomstige studies naar de effectiviteit van behandelwijzen bij CVS, zodat de resultaten van studies onderling vergeleken kunnen worden.

    Daar behandelwijzen niet alleen beoordeeld worden op basis van hun effectiviteit maar onder andere ook op basis van risicoís en veiligheid lijkt het aan te bevelen studies te doen naar zowel de effectiviteit als veiligheid van de door CVS- patiŽnten veel gebruikte natuurlijke en alternatieve behandelwijzen. Osteopathie en gebruik van supplementen als magnesium en essentiŽle vetzuren lijken voorlopig de meest effectieve en veilige complementaire behandelmethoden voor mensen met het CVS.

    Uitgaande van de huidige, in dit artikel beschreven, beschikbare kennis lijkt het gerechtvaardigd CVS te zien als een multicausale aandoening waarbij de optimale behandeling bestaat uit een interdisciplinaire benadering.

    Concluderend sluit ik mij daarom graag aan bij de wens van Van Houdenhove dat Ďmen hopelijk in de komende jaren ook gaat inzien dat interdisciplinaire projecten vruchtbaardere onderzoekshypothesen en -resultaten kunnen opleveren, dan wanneer somatische en psychosociale disciplines, zonder veel onderling contact, hun eigen gang gaan.

    Ik denk hierbij aan interdisciplinaire behandelstrategieŽn waar psychosociale- en activiteitsgebonden begeleiding worden gecombineerd met osteopathische behandeling en zo nodig begeleiding op het vlak van de stofwisseling en voeding.



    Summary

    • The cause of the chronic fatigue syndrome remains unknown despite several suggested hypotheses, of which immunological, viral, psychological and neuroendocrine factors.

    • Making a diagnosis is very difficult because there is no laboratorytest available and is therefore based mainly on the symptoms of the patient.

    • In the beginning the symptoms of CVS-complaints seem to be preceded by a combination of infections and negative life events. Those who suffer a viral infection are more likely to develop CVS when they are under stress.

    • Treatments based on cognitive behaviour therapy and Ďgraded exercise therapyí have shown promising results with partial symptoms. Other forms of treatment of CVS have shown insufficient proof with respect to their efficacy. One study into the efficacy of osteopathy showed significant positive effects on the overall condition of the CVS-patients. Osteopathy is possibly a safe and effective way of treatment with CVS.

    • Listening to what the body has to say seems to be a useful advice for CVS-patients. Having a clear view of the behavioural factors which have possibly contributed to the development of the chronic fatigue complaints is desirable because the prognosis of CVS will be negatively influenced when patients ascribe their health condition or disorder to mere physical factors in stead of stress and psychological factors.

    • The theory of the Hypothalamas-Hypophysis-Adrenalax can possibly be used to explain how stress can lead to CVS.

    • It seems justified to see CVS as a multifactorial disorder where the optimal treatment consists of an interdisciplinary approach where psycho-social-and occupational therapy are combined with osteopathic treatment and where necessary with advice in the field of metabolism and nutrition.

    • There is a need for good long-term studies with a follow-up of six to twelve months who make use of standardised outcome measures, stratified strategies to control co-morbidity and which measure the increase of accessibility. It is recommended to do such studies not only into the efficiency but also into the safety of the frequently used natural and alternative therapies by the CVS-patients.



    Literatuur

    1. De Vries H, Fechter MM, Koehoorn J, Claessen FAP, De Haan M. Moeheid. Huisarts Wet 2002;45(1):27-31

    2. Fukuda K et al., The chronic fatigue syndrome : a comprehensive approach to its definition and study. Annals of Internal Medicine 1994;121:953-959

    3. Natelson BH. Chronic Fatigue Syndrome. JAMA 2001;285:2557-2559

    4. Michiels V, Cluydts. Neuropsychological functioning in chronic fatigue syndrome : a review. Acta Psychiatr Scand 2001;103:84-93

    5. Morris R, Sharpe M, Sharpley A, Cowen P, Haughton K, Morris J. Abnormalities of sleep in patients with chronic fatigue syndrome. BMJ 1993;306: 1161-1164

    6. Bested AC, Saunders PR, Logan AC. Chronic fatigue syndrome: neurological findings may be related to blood-brain barrier permeability. Medical Hypotheses 2001;57(2):231-237

    7. Whiting P, Bagnall A, Sowden AL, Cornell JE, Molrow CD, Ramirez G. Interventions for the Treatment and Management of Chronic Fatigue Syndrome. A Systematic Review.JAMA 2001;286:1360-1368

    8. Maassen H en Crul BVM. Medisch Onkruid. Onbegrepen lichamelijke klachten. De Paarse Brandnetel vraagt aandacht voor onbegrepen lichamelijke klachten. Medisch Contact 2001;56(48): 1760-1764

    9. Loos WS de. Op zoek naar de bron. Onbegrepen lichamelijke klachten. Psychiatrie maakt het Ďmysterieuzeí begrijpelijk. Medisch Contact 2001;56(50):1845-1848

    10. Maassen H. Ontregelde functies. Somatoforme stoornissen als een biologische reactie op stress. Onbegrepen lichamelijke klachten. Medisch Contact 2002;57:280-283

    11. De Smet PAGM, Pegt GWM, Meyboom RHD. Acute circulatoire shock na toepassing van het niet-reuliereenzympraparaat Wobe-Mugos. Ned Tijdschr Geneesk 1991;135(49):2341-2344

    12. Moore N, Coquerel A, Hannequin D, Senant J, Lees O, Sauger F. Exacerbation of multiple sclerosis during therapy that included brain extracts. The Medical Journal of Australia 1988;149:343-344

    13. Guzelcan Y, Scholte WF, Assies J, Becker HE. Manie tijdens het gebruik van een combinatiepreparaat met sint-janskruid (Hypericum perforatum). Ned Tijdschr Geneesk 2001;145(40):1943-1945

    14. Crijns APG, De Smet PAGM, Van Den Heuvel M, Schot BW, Haagsma EB. Acute hepatitis na gebruik van een plantaardig preparaat met stinkende gouwe (Chelidonium majus). Ned Tijdschr Geneesk 2002;146(3):124-128

    15. Terluin B. Journaal. Artsen en patiŽnten eens over chronische vermoeidheid. Huisarts Wet 2002;45(4):161

    16. Hoffman C. Het bloedgroep dieet, een praktische handleiding. De kern Baarn 2000, derde druk

    17. Graaf T de. HPU De Ďherontdekkingí van een ziekte. Ortho 2002 (1):5-8

    18. Graaf T de. HPU De Ďherontdekkingí van een ziekte. Deel 2. De behandeling. Ortho 2002 (2): 58-62

    19. Perrin RN, Edwards J, Hartley P. An evaluation of the effictiveness of osteopathic treatment on symptoms associated with Myalgic Encephalomyelitis. A preliminary report. Journal of Medical Engineering and Technology 1998;22(1): 1-13

    20. Tintelen M van. De Veiligheid van Osteopathie: een overzicht van de literatuur tussen 1966 en 2001. De Osteopaat 2001;2(4):22-30

    21. Haanappel B. Inventarisatie van osteopathische letsels bij ME-patiŽnten. Yearbook 1996. The International Academy of Osteopathy

    22. Tintelen M van. De Effectiviteit van Osteopathie. Een systematisch en kritisch overzicht van de literatuur tussen 1966 en 2001. De Osteopaat 2002 3(1):3-12

    23. Tintelen M van. Een onderzoek naar de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van migrainepatiŽnten. Thesis gepresenteerd voor de jury van de Belgische Vereniging voor Osteopathie, Antwerpen juni 2001

    24. Van Houdenhove B. Moe in tijden van stress. Luisteren naar het chronische vermoeidheid syndroom. Lannoo, Tiel 2001.


    Cfr. : http://66.102.9.104/search?q=cache:WdvJBZ8uz7AJ:www.osteopathie.nl/nvopdf/chronisch.pdf+Koerselman+whiplash&hl=nl

    05-07-2005 om 20:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Speelt allergie geen rol bij CVS ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     

    Speelt allergie geen rol bij CVS ?

    Dr. J. Kamsteeg
    Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC) Ė © KEAC


    In vele tijdschriften werd recentelijk geschreven over de relatie tussen allergie en het chronisch vermoeidheid syndroom (CFS) : "Allergie, in welke vorm dan ook, speelt geen rol bij het chronisch vermoeidheidsyndroom"

    De bron van deze opmerking schuilt in een artikel van M.S. Repka-Ramirez, K. Naranch, Y.J. Park, A. Velarde, D. Clauw en J.N. Baraniuk van de Department of Medicine van de Georgetown University in Washington in het tijdschrift Ann. Allergy Asthma Immunol. september 2001, 87(3), 218-221, getiteld : "IgE-levels are the same in chronic fatigue syndrome (CFS) and control subjects when stratified by allergy skin test and rhinitis types" - cfr. : http://www.cfids-cab.org/cfs-inform/Allergy/repka-ramirez.etal01.txt - De achtergrond van dit onderzoek is dat CFS een onbekende pathogenese heeft. Een van de mogelijke patheogeneses is allergie waarbij de patiŽnt volledig uitgeput zou raken. Het doel van dit onderzoek was om serum IgE in CFS patiŽnten te vergelijken met controles en te bezien of het gemiddelde IgE in CFS patiŽnten hoger zou zijn.

    IgE verschilde niet significant tussen de controles (128 IU/ml) en de CFS groep (144 IU/ml). TH2-lymfocyten en IgE-mestcel mechanismen spelen derhalve geen rol bij het ontstaan van CFS.

    Deze conclusie is geheel onjuist. Er is geen onderzoek naar IgG of IgG4-allergische reacties gedaan. Chronische reacties zullen eerder door deze antistoffen worden gemedieerd. De conclusie dat TH2-lymfocyten en IgE-mestcel mechanismen geen rol bij het ontstaan van CFS is niet gerechtvaardigd.
    In een recente publicatie genaamd : "Food intolerance existst as a co-morbidity in Chronic Fatique Syndrome" van T.M. Emms e.a. (dec. 2001) zien we een geheel andere conclusie. Voedselintolerantie speelt bij 20-30% van de patiŽnten een rol bij dit ziektebeeld. Hier werd bij 76 patiŽnten werd een eliminatie-provatie-oncerzoek gedaan. Vierendertig patiŽnten (90%) gaven aan verbetering van het eliminatiedieet te ondervinden. Ruim 35% van de symptomen verminderen. Singificant waren vermoeidheid, koortspieken, zere keel, spierpijnen, hoofdpijn, pijnlijke gewrichten, concentratieproblemen, slaapbehoefte en niet-fit opstaan.

     

    Cfr. : http://www.keac.nl/nieuws1.htm

    04-07-2005 om 16:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herkeuring mag op verzoek over - Tweede Kamer wil misstanden bij herkeuring ME-patiŽnten rechtzetten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Herkeuring mag op verzoek over
        
    Tweede Kamer wil misstanden bij herkeuring ME-patiŽnten rechtzetten

    Persbericht, 1 juli 2005

    De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
    Kleine Raamstraat 23, 9711 CG Groningen
    De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid behartigt al meer dan 10 jaar de belangen van ME-patiŽnten op het gebied van arbeidsongeschiktheid, werk, uitkeringen, school en studie en voorzieningen - Cfr. : www.steungroep.nl of bel : 050 549 29 06.


    Bij de herkeuring van mensen met ME/CVS moet volledig rekening gehouden worden met al hun beperkingen. Argumenten om dat niet te doen zijn oneigenlijk en in strijd met de regels. De Tweede Kamer verzoekt minister De Geus het UWV te vragen om een duidelijke brief met deze strekking naar alle keuringsartsen die voor het UWV werken te sturen. Bovendien moeten alle ME-patiŽnten bij wie het UWV op grond van oneigenlijke argumenten geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met hun gezondheidsproblemen een nieuwe herkeuring kunnen krijgen. Aldus een motie van  kamerlid Vendrik (Groen Links) die de afgelopen nacht door de Tweede Kamer is aangenomen (Motie-Vendrik 30034/30118 nr. XXX, ingediend 29 juni 2005, aangenomen 30 juni/1juli 2005 (cfr. : www.steungroep.nl/archief/stukken/motievendrik2.txt -)

    De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid is zeer verheugd over dit standpunt van de Tweede Kamer. De Steungroep hoopt dat minister De Geus deze motie snel en effectief zal uitvoeren, zodat eindelijk een eind komt aan de onrechtvaardige behandeling van veel ME-patiŽnten bij de WAO-(her)keuring. Hun gezondheidsproblemen en beperkingen worden nu vaak niet of niet volledig betrokken bij de beoordeling van hun arbeidsongeschiktheid.


    Oneigenlijke argumenten

    Keuringsartsen voeren daarvoor meestal ťťn van de volgende oneigenlijke argumenten aan :

    1. ĎME/CVS is geen ziekteí
    2. ĎMet ME/CVS kun je gewoon werkení
    3. ĎVolgens wet- en regelgeving mag bij ME-patiŽnten geen arbeidsongeschiktheid aangenomen wordení
    Het misverstand dat ME/CVS geen ziekte zou zijn is in de hand gewerkt door minister Hoogervorst van VWS, die als zijn standpunt naar buiten bracht dat ME/CVS geen zelfstandige ziekte is. De ziekte is echter al sinds 1969 erkend door de wereldgezondheidsorganisatie WHO. Na felle kritiek vanuit de Tweede Kamer verklaarde Hoogervorst onlangs dat hij helemaal niet de bevoegdheid heeft om een ziekte al dan niet te erkennen en dat ook mensen met ME/CVS recht kunnen hebben op een WAO-uitkering (Minister Hoogervorst in het Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissie voor VWS, 22 juni 2005).   De mening dat je met ME/CVS gewoon zou kunnen werken is niet alleen in strijd met de harde werkelijkheid van ME-patiŽnten, maar ook met de visie van de Gezondheidsraad dat ME/CVS een reŽle, ernstig invaliderende aandoening is. Bovendien staan niet alleen volgens minister Hoogervorst maar ook volgens minister De Geus wet- en en regelgeving de erkenning van arbeidsongeschiktheid van ME-patiŽnten niet in de weg.
     
     
    Oproep aan ME-patiŽnten die niet volgens de regels zijn beoordeeld
     
    Volgens het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten is het feit dat er (nog) geen diagnose gesteld kan worden, dat de oorzaak nog niet bekend of dat er geen lichamelijke afwijkingen gevonden zijn geen reden om bij de keuring niet volledig rekening te houden worden met iemands gezondheidsproblemen.

    De Steungroep roept alle ME-patiŽnten die niet volgens de regels zijn beoordeeld op om een brief te sturen naar het UWV met vermelding van de oneigenlijke argumenten die ze mondeling of schriftelijk van de keuringsarts te horen hebben gekregen en het verzoek om de herkeuring over te doen. De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid wil graag een kopie van deze brief ontvangen om daarmee minister De Geus te benaderen. Deze heeft bij herhaling verklaard dat hij op klachten over deze kwestie kan worden aangesproken. ME-patiŽnten kunnen terecht op de website van de Steungroep voor een modelbrief en meer informatie.


    Cfr. : http://www.steungroep.nl/archief/stukken/pers20050701.htm

    01-07-2005 om 20:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Depresssie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     




      Depresssie
     
       Drs. Robert Houtman
       Spreekuur Thuis
       © Inmerc bv, Wormer, 29 juni 2005
     
     
       Wat is een depressie ?
     
       ĎIk zie het de laatste dagen helemaal niet meer zittení, of Ďik voel me zo depressiefí. Zoiets wordt tegenwoordig heel gemakkelijk gezegd, maar het is de vraag of er werkelijk sprake is van een depressie

    (Een ziekte die gekenmerkt wordt door een sombere stemming (cfr. "Depressieve stoornis" op : http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Depressie&hfdstk=3#4 -). Soms wordt met het begrip depressie een ernstiger ziektebeeld bedoeld, namelijk de ziekelijke depressie, waarbij de depressieve stemming ernstig is en bovendien sprake is van lichamelijke verschijnselen. Het woord depressie wordt ten onrechte ook wel gebruikt om aan te geven dat iemand somber, verdrietig, depri, terneergeslagen of gedeprimeerd is)

    of dat het hier gewoon om een wat sombere stemming gaat ? Een depressie is immers officieel een psychiatrische ziekte, zelfs een van de meest voorkomende. Een sombere stemming daarentegen is gťťn ziekte, maar een Ďgewoneí tijdelijke verandering van stemming.
     
     
    Verdriet of depressie ?
     
    Bijna iedereen voelt zich wel eens een aantal dagen (of korter) neerslachtig en ongelukkig. Je hebt dan nergens zin in en ziet overal tegenop. Er komt niets uit je handen; een kop koffie zetten is al te veel moeite. De fut is er uit. Je wilt het liefst in bed blijven liggen, omdat je je ontzettend moe voelt. Daarbij vind je jezelf misschien ook nog een waardeloos persoon. En dan opeens, na een paar dagen, klaart de lucht op en Ďzie je het weer helemaal zittení. De sombere bui blijkt overgedreven te zijn.

    Zoiets als we hierboven beschreven hebben, mag je nog geen depressie noemen. Het is Ďslechtsí een tijdelijke stemmingsverandering, eigenlijk zelfs een normale gemoedstoestand. De stemming van een mens schommelt nu eenmaal. Het leven zou er anders zelfs wat saai en kleurloos uitzien.
    Als iemand een aantal dagen in de put gezeten heeft of verdrietig is geweest, kan daarvoor meestal een oorzaak gevonden worden. Iemand is bijvoorbeeld gezakt voor een belangrijk examen of niet aangenomen voor een baan die hij graag had willen hebben. Dan is de neerslachtige of verdrietige stemming eigenlijk goed te begrijpen.

    Natuurlijk zijn er wel individuele verschillen. De ťťn herstelt nu eenmaal vrij snel na een zware tegenslag, terwijl de ander al dagen van slag is als bijvoorbeeld zijn fiets is gestolen. Er wordt dan gezegd of gefluisterd : ĎHij blijft wel erg lang verdrietigí of ĎHij is wel heel erg gevoeligí.
     
     
    Wanneer is er sprake van een echte depressie ?
     
    Bij een echte depressie is de stemming abnormaal verlaagd. Er is dan sprake van een pathologische (= ziekelijke) daling van de stemming.

    Nu is de grens tussen normaal en abnormaal moeilijk te trekken, de overgang verloopt namelijk geleidelijk. Daarom heeft men in de loop der jaren een aantal normen of maatstaven ontwikkeld, aan de hand waarvan de arts kan bepalen of er nu wel of niet sprake is van een echte depressie.  Die maatstaven zijn algemeen aanvaard.

    Bij een echte depressie zien we dat de stemming in de loop der tijd verder en verder daalt, tot aan een eventueel ernstig depressieve stemming. Hoe dieper de stemming gedaald is, des te ernstiger de depressie is. Die stemmingsdaling moet minimaal twee weken bestaan hebben voordat van een depressie gesproken mag worden. Het langer duren van de depressieve stemming is dus een belangrijke voorwaarde.

    Een tweede belangrijk kenmerk voor het mogen stellen van de diagnose depressie is dat de depressieve stemming het functioneren op allerlei gebied negatief beÔnvloedt.

    Wanneer we hier spreken over een depressie bedoelen we dus de psychiatrische ziekte of stoornis en niet een sombere of depressieve bui. Overigens is behandeling van deze ziekte meestal goed mogelijk.
     
     
    Geen zeldzame ziekte
     
    Depressies komen vaker voor dan de meeste mensen denken. Eťn op de vijf vrouwen en ťťn op de tien mannen krijgt in haar of zijn leven met een depressie te maken. Volgens andere onderzoeksgegevens maakt jaarlijks gemiddeld ťťn op de dertien Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar een depressieve periode door. Ook 3 tot 8 procent van de 12- tot 18-jarigen heeft er last van. Dit betekent dat op een willekeurig moment in Nederland meer dan 700.000 mensen depressief zijn. Bij deze cijfers zijn alleen de 'echte' depressies meegeteld, anders zouden ze natuurlijk nog een stuk hoger uitvallen. Vrijwel overal ter wereld komen depressies ruim tweemaal zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen.

    Mensen uit de lage inkomensgroepen hebben een relatief grotere kans op een depressie. Hetzelfde geldt voor alleenstaanden, zoals gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars.

    Veel mensen hebben slechts gedurende ťťn periode in hun leven last van een depressie. Maar bij 40 tot 50 procent van de patiŽnten is er sprake van recidiverende depressieve episoden, de depressie komt iedere keer weer terug.

    Ruwweg geschat vertoont bij ongeveer 15 procent van de patiŽnten de depressie een chronisch beloop. Bij hen wil de depressie maar niet overgaan. Uit onderzoek blijkt dat 15 tot 20 procent van hen na kortere of langere tijd uiteindelijk (door middel van een geslaagde suÔcidepoging) voortijdig een einde aan zijn of haar leven maakt.
     
     
    Depressies worden vaak niet herkend
     
    Niet iedereen die aan een depressie lijdt, komt in aanraking met de psychiater of met iemand uit de geestelijke gezondheidszorg. De meesten blijven bij de huisarts onder behandeling.

    Ongeveer de helft van de gevallen wordt door de huisarts niet als een depressie herkend. Dat komt niet doordat de huisarts niet deskundig genoeg is, maar doordat vooral de lichte vormen van depressie schuil kunnen gaan achter andere klachten.

    Bij veel mensen openbaart de depressie zich door voornamelijk lichamelijke klachten: pijnklachten, slapeloosheid, vermoeidheid en vermagering. Dit wordt (met een eigenlijk verouderde term) een gemaskeerde depressie genoemd. Niet de somberheid, maar de lichamelijke klachten staan op de voorgrond. Dit kan de huisarts op een verkeerd spoor zetten en ook de patiŽnt zelf zal in eerste instantie niet aan een depressie denken. Gelukkig ontstaat er bij de huisarts de laatste tijd steeds meer belangstelling en aandacht om zoín Ďverborgení depressie in een vroeg stadium te herkennen. Dat is erg belangrijk, aangezien de klachten dan eerder en beter te behandelen zijn.
     
     
    Gevolgen voor de omgeving
     
    Een depressie betekent niet alleen veel leed voor de betrokkene zelf, maar ook voor de naaste omgeving. Partner, gezin en familie voelen zich vaak erg machteloos omdat ze de patiŽnt niet kunnen bereiken.

    Ook maatschappelijk gezien heeft een depressie grote gevolgen. Het ziekteverzuim ligt bij depressieve patiŽnten vrij hoog, omdat zij niet naar behoren kunnen functioneren. Bovendien voelen zij zich lichamelijk niet fit, zodat zij veel medische zorg Ďconsumerení: vergeleken met mensen die niet depressief zijn, worden zij vaker door doktoren onderzocht. Vaak komen er zelfs verschillende specialisten aan te pas, die dan ook nog eens allerlei duur hulponderzoek aanvragen. Dit alles heeft tot gevolg dat depressieve patiŽnten veel medicijnen (vaak pijnstillers en/of slaappillen) voorgeschreven krijgen en veel Ė vaak onnodig Ė onderzocht worden. Ook onder mensen die in de WAO terechtkomen bevinden zich veel depressieve patiŽnten. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de lichtere vormen van depressie de gemeenschap evenveel geld kosten als de ernstige vormen.

    01-07-2005 om 18:53 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Depressie - De diagnose
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Depressie
         
    De diagnose

     
    Ds. Robert Houtman
     
    Spreekuur Thuis
    © Inmerc bv, Wormer, 29 juni 2005
     

    Het kan niet genoeg benadrukt worden dat het erg belangrijk is om een juiste diagnose te stellen. Alleen dan kan er een passende behandeling gestart worden. Maar depressieve patiŽnten hebben niet alleen recht op het stellen van een juiste diagnose, ze mogen ook verlangen dat deze diagnose met hen wordt besproken.

    Op de vraag : ĎDokter, wat mankeer ik nu ?í hoort een duidelijk antwoord te komen.
    Gelukkig is de tijd voorbij dat de arts antwoordde : ĎWat denkt u er zelf van ?í.

    Als de arts nog niet geheel duidelijk is waaraan hij denkt, moet hij dat zeggen. Ook hoort hij te bespreken welke behandeling de patiŽnt zal krijgen en wat het te verwachten resultaat daarvan is. ĎIs de ziekte wel te genezen ?í ĎHoe ziet de toekomst eruit ?í
    Allemaal vragen waar de patiŽnt een antwoord op wil hebben en waar hij ook antwoord op moet krijgen.

    Of iemand aan een depressie lijdt, is soms niet eenvoudig vast te stellen. Zoín patiŽnt is altijd depressief. Maar het omgekeerde gaat niet op! Niet iedereen die depressief is, lijdt automatisch aan een depressie.

    Om de juiste diagnose te kunnen stellen zijn er psychologische tests ontwikkeld. Dat zijn gestandaardiseerde interviews, waarmee bij psychiatrische stoornissen bepaald kan worden welke diagnose (volgens bijvoorbeeld DSM-IV) bij iemand gesteld moet worden.


    Depressieve verschijnselen
     
    We weten nu inmiddels welke verschijnselen of symptomen bij een depressie 

    (Een ziekte die gekenmerkt wordt door een sombere stemming. Soms wordt met het begrip depressie een ernstiger ziektebeeld bedoeld, namelijk de ziekelijke depressie, waarbij de depressieve stemming ernstig is en bovendien sprake is van lichamelijke verschijnselen. Het woord depressie wordt ten onrechte ook wel gebruikt om aan te geven dat iemand somber, verdrietig, depri, terneergeslagen of gedeprimeerd is)

    kunnen voorkomen. We noemen ze gemakshalve depressieve symptomen en als we ze op een rijtje zetten, kunnen we ze gemakkelijk los van elkaar zien. Om echter van een depressie (stemmingsstoornis) te mogen spreken, moet een aantal van deze symptomen tegelijkertijd voorkomen en moeten ze min of meer met elkaar samenhangen.

    Het aantal verschijnselen, de ernst en de duur ervan moet tevens betrokken worden bij het stellen van de diagnose. Dit geldt ook voor de eventuele oorzaken, zowel op psychisch als op lichamelijk gebied. Tevens moet onderzocht worden of iemand een aanleg of gevoeligheid heeft om een depressie te ontwikkelen.

    Als je dit leest, lijkt het stellen van de diagnose depressie misschien niet moeilijk. Maar door de jaren heen is hier toch altijd veel verwarring over geweest. De laatste tijd is overigens tussen psychiaters steeds meer overeenstemming over het definiŽren van de diagnose gegroeid.


    Indeling volgens de DSM-IV
     
    Sinds ongeveer twintig jaar is men in toenemende mate gebruik gaan maken van een Amerikaans indelingssysteem, de DSM. DSM betekent : Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders.
    Dit indelingssysteem is vervat in een handboek voor het stellen van een diagnose bij psychiatrische ziekten. In het boek staat bij elke psychiatrische ziekte vermeld welke klachten en ziekteverschijnselen bij iemand aanwezig moeten zijn voordat de arts een bepaalde diagnose mag stellen. Momenteel wordt er gebruikgemaakt van de DSM-IV (1994).

    De belangrijkste soorten van depressies volgens de DSM-IV zijn :

    • Depressieve stoornis
    • Dysthyme stoornis
    • Bipolaire stoornis.

    Daarnaast komen veel voor :

    • Aanpassingsstoornis
    • Rouwproces
    • Depressie door een lichamelijke aandoening
    • Depressie veroorzaakt door middelen.


    Depressieve stoornis
     
    De afspraak volgens de DSM-IV is dat een patiŽnt aan een depressieve stoornis lijdt wanneer hij gedurende ten minste twee weken, bijna elke dag en bovendien gedurende het grootste deel van de dag last heeft van minimaal vijf van de eerdergenoemde symptomen.
    Zoín periode heet een depressieve episode.
    Niet alle symptomen hoeven aanwezig te zijn. Essentieel voor de diagnose zijn natuurlijk wel de depressieve stemming en het opvallende verlies van interesse of plezier in bijna alle activiteiten. Deze twee vormen de kernverschijnselen van de depressie. De verschijnselen hebben tot gevolg dat iemand duidelijk minder goed gaat functioneren, zowel op het werk als privť.

    We kunnen een milde, matige en een ernstige vorm van depressie onderscheiden.

    We spreken van een milde depressie als er niet zoveel symptomen aanwezig zijn (tussen de 5 en de 8), of als de symptomen minder ernstig zijn. Een patiŽnt die hieraan lijdt, zal ook niet zoveel hinder en beperkingen ondervinden bijvoorbeeld in de werksituatie of in zijn relatie met andere mensen.
    Milde depressies komen veel vaker voor dan men tot voor kort aannam. Ze worden vaak niet opgemerkt omdat ze soms moeilijk te herkennen zijn. Dat is jammer, want het gevolg is dat veel mensen met een lichte depressie niet op de juiste manier behandeld worden. Hierdoor kan zoín milde depressie een chronisch beloop krijgen, met andere woorden: een langdurig en blijvend karakter gaan dragen. Op den duur ontstaan er dan wťl problemen in het dagelijks functioneren.

    We onderscheiden verder een matige en een ernstige vorm (de laatste met psychotische kenmerken). De mate van de ernst wordt, behalve door de diepte en de duur van de depressieve stemming bepaald door het aantal andere verschijnselen dat naast de sombere stemming aanwezig is.
    Een depressie kan in iemands leven gedurende ťťn bepaalde periode optreden en vervolgens weer overgaan om nooit meer terug te keren. We spreken dan van een ťťnmalige depressieve episode. Maar het kan ook gebeuren dat iemand in zijn leven verscheidene depressieve perioden doormaakt. De depressie heeft dan een terugkerend (recidiverend) karakter. Tussen de perioden door voelt de betrokkene zich gezond. De kans op terugkeer van een depressie is tussen de 40 en 60 procent. In 15 procent van de gevallen krijgt de depressie op den duur zelfs een chronisch beloop: we spreken dan van een chronische depressie. De specificatie chronisch wordt gebruikt als ten minste 2 jaar is voldaan aan de criteria van een depressieve stoornis.

    Bij veel mensen met een depressieve stoornis komt een aantal kenmerkende lichamelijke verschijnselen voor. Zo kan er een duidelijk gebrek aan eetlust bestaan (met vermagering als gevolg), zijn er slaapstoornissen (vooral het minstens 2 uur vroeger dan gebruikelijk wakker worden) en vertoont de depressie een dagschommeling ('s morgens erger dan 's avonds).

    We spreken dan van een depressie met vitale kenmerken omdat de regulatie van de eetlust, de slaapbehoefte en het dag-nachtritme voor het leven uiterst belangrijke (= vitale) functies zijn. Een depressie met deze verschijnselen wordt dan ook wel een vitale depressie genoemd. Volgens DSM-IV heet dit een depressieve stoornis met melancholische (vitale) kenmerken.

    Een depressie met vitale kenmerken begint vaak zonder dat daar ogenschijnlijk een aanleiding voor bestaat. Niemand begrijpt dan waarom de patiŽnt zo ernstig depressief is geworden. Het lijkt wel alsof de depressie zomaar 'van binnenuit' is ontstaan. Dit is echter niet altijd zo. Vaak is er achteraf toch wel een aanleiding (hoe klein dan ook, bijvoorbeeld een ruzie) aan te wijzen.

    De vitale kenmerken bij een depressie zijn :

    • geen plezier kunnen beleven
    • interesseverlies
    • depressie is 's morgens erger dan 's avonds
    • ten minste 2 uur vroeger wakker worden dan gebruikelijk
    • gebrek aan eetlust en gewichtsverlies
    • traagheid en apathie of juist agitatie
    • overmatig schuldgevoel.

    Een depressie met vitale kenmerken reageert meestal goed op antidepressiva. Dat betekent overigens niet dat de depressie meteen echt genezen is, maar wel dat de klachten verminderd of onderdrukt worden.

    Er zijn patiŽnten die speciaal in de herfst en de winter aan een depressie lijden. Behalve over somberheid klagen deze mensen over vermoeidheid, verminderde energie en een toegenomen slaapbehoefte. Er is ook een grotere eetlust, waarbij er een sterk verlangen kan zijn naar zoetigheid.

    Het lichaamsgewicht neemt dan ook meestal toe. Deze verschijnselen verdwijnen weer in de lente en de zomer. Soms zijn ze in die tijd zelfs wat overmatig actief ('hypomaan'). De laatste jaren is de belangstelling voor en het onderzoek naar de zogenoemde seizoensgebondenheid van de stemmingsstoornissen toegenomen. Dit komt doordat de zogenoemde winterdepressie dikwijls met succes behandeld kan worden met een bepaald kunstlicht. In DSM-IV wordt dit type depressie onderscheiden met aparte criteria voor de specificatie van het seizoenspatroon.


    Dysthyme stoornis
     
    Een relatief lichte vorm van depressie die de DSM-IV onderscheidt, is de dysthyme stoornis. Het gaat hierbij echter wel om een langdurige toestand. De depressieve klachten moeten langer dan twee jaar geleden zijn begonnen, terwijl de ernst van de klachten vaak erg sterk wisselt. Perioden waarin de patiŽnt erg somber is, worden afgewisseld met perioden waarin hij zich wel wat beter voelt. Toch blijft ook dan de sombere stemming meestal aanwezig. Perioden waarin hij geen klachten heeft, duren in die tijd nooit langer dan twee maanden.

    In tegenstelling tot de ernstiger vormen van een depressie zijn er, naast de sombere stemming, bij de dysthyme stoornis veel minder bijkomende klachten. Van het grote aantal klachten dat zich bij een depressie voor kan doen, hoeven er slechts minimaal twee aanwezig te zijn. Naast uiteraard de depressieve stemming zijn dat een slechte eetlust (of juist te veel eten, vaak in aanvallen), geringe energie of vermoeidheid, slaapstoornissen of juist overmatige slaapbehoefte, gering gevoel van eigenwaarde, slechte concentratie of besluiteloosheid en ten slotte een gevoel van hulpeloosheid.
    Dat de verschijnselen bij een dysthyme stoornis relatief licht zijn wil nog niet zeggen, dat patiŽnten niet lijden. Het lijden is juist zwaar, omdat er geen perioden zijn waarin ze zich echt goed voelen. Ze ondervinden verder behoorlijke beperkingen in het functioneren, zowel privť als op werk en andere gebieden. Ze voelen zich in het algemeen zeer ongelukkig. Het komt voor dat patiŽnten een geslaagde suÔcidepoging doen.

    Als oorzaak voor de dysthyme stoornis worden vaak psychogene factoren (bijvoorbeeld chronische lichamelijke ziekten of chronische psychische en sociale belasting) en/of neurotische factoren genoemd. Daarom werd deze vorm van depressie vroeger ook wel psychogene of neurotische depressie genoemd, hoewel het oude en het nieuwe begrip elkaar niet volledig overlappen.

    Kort gezegd is een neurose een uiting van een onbewust psychisch conflict. Dit conflict veroorzaakt angst, die zich op verschillende manieren uit, onder meer in een nerveuze gespannenheid of in een depressieve stemming. De patiŽnt is zich er niet altijd van bewust waar precies de schoen wringt, het gaat immers om een onbewust psychisch conflict dat kan dateren uit de jeugd. Wellicht heeft hij door voortdurende kritiek van de ouders veel 'deuken' in het gevoel van eigenwaarde opgelopen. Of heeft hij al vroeg veel hevige teleurstellingen meegemaakt. Te denken valt hierbij aan het verlies op jonge leeftijd van vader of moeder, of bijvoorbeeld lichamelijk en/of seksueel geweld (incest). Als zich in de jeugd veel psychische schokken (trauma's) voorgedaan hebben, kan het karakter 'neurotisch' vervormd zijn geraakt. We spreken dan van een karakterneurose, of tegenwoordig liever van een persoonlijksheidskenmerk of persoonlijkheidsstoornis. PatiŽnten kunnen hier in sterke mate onder lijden. Er is dan sprake van een langdurige belasting, die aanleiding kan geven tot een chronische depressie.

    Overigens kan bij een dysthyme stoornis nog een 'gewone' depressieve stoornis komen. We spreken dan van een depressie die gesuperponeerd (opgestapeld) is op de dysthyme stoornis. Dit wordt ook wel een dubbeldepressie genoemd.

    Omdat zowel psychosociale als (karakter)neurotische factoren als de boosdoeners gezien worden bij het ontstaan van een dysthyme stoornis, werd voorheen psychotherapie als enige juiste behandeling beschouwd. De laatste jaren echter zijn er aanwijzingen dat het om een combinatie van oorzaken gaat, waarbij ook biologische (lichamelijke) factoren een rol kunnen spelen. Dat verklaart waarom ook medicijnen tegen depressies toegepast kunnen worden. Bij het gebruik van antidepressiva verdwijnt de dysthyme stoornis overigens niet volledig, maar kan de depressie als minder zwaar beleefd worden.


    Bipolaire stoornis
     
    Sommige mensen kennen zowel perioden van depressie als manische perioden met overmatige activiteit. Dit ziektebeeld is beter bekend als Ďmanisch depressieve stoornisí. De DSM-IV gebruikt hiervoor de term bipolaire stoornis. Hierin komt tot uitdrukking dat het ziektebeeld gevormd wordt door twee tegenovergestelde polen: enerzijds een depressieve pool, anderzijds een manische pool.
    Bij de manie is de stemming juist opgewekt en meestal zelfs veel te opgewekt (eufoor). We spreken van een ziekelijk opgewekte stemming. Alles wordt door een roze bril bekeken. De patiŽnt heeft een tomeloze energie, waardoor hij van alles onderneemt en het liefst ook allemaal tegelijk. Het lukt ook allemaal, althans in het begin. Hij kan zich zowel in financiŽle als in seksuele avonturen storten. Schulden worden probleemloos gemaakt. Slapen is er nauwelijks bij, hij vindt het zonde van de tijd. Iemand met een manie is moeilijk te volgen. De gedachtengang is niet logisch, maar chaotisch, zodat zoín patiŽnt in een gesprek van de hak op de tak springt.

    Iemand met een manie heeft niet in de gaten dat hij of zij drukker geworden is en onverantwoorde dingen doet. Als men probeert de manische patiŽnt dat duidelijk te maken of zelfs probeert hem wat af te remmen, kan hij geprikkeld of boos reageren. Iemand met een manie duldt geen tegenspraak zodat er snel ruzie kan ontstaan. Dit kan met plotselinge woedeuitbarstingen gepaard gaan.
    De verschijnselen tijdens de depressieve episode van de bipolaire stoornis zijn dezelfde als die van de depressieve stoornis. Kenmerk is uiteraard dat er zich kortere of langere tijd tevoren of erna ťťn of meer manische perioden hebben voorgedaan.


    Aanpassingsstoornis
     
    Wanneer iemand een nare of ingrijpende gebeurtenis meemaakt, kan hij of zij daardoor van slag raken. De gebeurtenis moet verwerkt worden en hij moet zich aan de nieuwe situatie aanpassen. Soms kan dit tijdelijk tot een wat sombere stemming aanleiding geven. En dat is eigenlijk normaal. Sommige mensen kunnen zich echter niet aanpassen en zakken weg in een wat langer durende depressieve periode. Dit wordt dan een aanpassingsstoornis 

    (het onvermogen om zich binnen redelijke termijn aan te passen aan veranderde omstandigheden zoals een ontslag of een verhuizing)

    met depressieve stemming genoemd. De stoornis staat daarom ook apart in het DSM-IV-systeem vermeld.


    Rouwproces 

    Rouw is een normaal verschijnsel na het overlijden van een geliefd persoon. De rouwreactie is zelfs Ďgezondí te noemen. Algemeen wordt aangenomen dat een normaal rouwproces onmisbaar is om het verlies te kunnen verwerken. Maar iedereen verwerkt het verlies op zín eigen manier. De een wil er bijvoorbeeld wel veel over praten en de ander juist weer niet. Het eerste lijkt overigens vaak beter te zijn. Een rouwproces kan gemiddeld 6 tot 12 maandenduren of zelfs langer. De beleving van rouw en de lengte ervan kan overigens per cultuur aanzienlijk verschillen.

    Er bestaat een essentieel verschil tussen rouw en een aanpassingsstoornis met depressieve stemming. Rouw een normaal verschijnsel is na bijvoorbeeld het overlijden van een geliefd persoon. De ernst van de sombere stemming en de duur ervan hebben een logisch verband met de ernst van het verlies dat iemand heeft geleden.

    Bij de aanpassingsstoornis met depressieve stemming is dit niet het geval. Hier staat de ernst en de duur van de sombere stemming, en de invloed op het dagelijks functioneren niet in verhouding tot de Ďstressfactorí. De somberheid lijkt in verhouding tot de aanleiding overdreven ernstig.

    Het rouwproces kan ook gecompliceerd verlopen, bijvoorbeeld wanneer het jaren in beslag gaat nemen. We spreken dan van pathologische rouw. Er heeft zich dan in de meeste gevallen tevens een depressie ontwikkeld en soms beginnen de problemen met een depressie, nog zonder rouw. Gevoelens omtrent de overledene worden verdrongen.

    Rouwtherapie lijkt hier het aangewezen middel. In gesprekken zou dan moeten worden geprobeerd het rouwen op gang te brengen. Daarbij worden nog eens alle aspecten rond en na het overlijden met de therapeut doorgenomen.


    Depressie door een lichamelijke aandoening
     
    Wanneer de depressie wordt veroorzaakt door een stoornis, bijvoorbeeld in de hersenen, lever of schildklier, spreken we van een depressie door een lichamelijke aandoening. Hierbij verstoort de lichamelijke ziekte op een of andere ingewikkelde manier de hersenfunctie.

    Een depressie met lichamelijke oorzaken is heel moeilijk te onderscheiden van een depressie die niet van organische oorsprong is. Dat geldt zeker wanneer iemand die last heeft van regelmatig terugkerende depressieve perioden, ook nog een lichamelijke ziekte krijgt. Hij wordt dan depressief, maar waar nu de oorzaak ligt, wordt niet duidelijk. In dit geval zal het zeer waarschijnlijk om een combinatie van factoren gaan.


    Depressie veroorzaakt door middelen
     
    Geneesmiddelen kunnen ook invloed hebben op de stemming. Medicijnen die hormonen bevatten en sommige medicijnen tegen hoge bloeddruk zijn de meest bekende voorbeelden. Wanneer iemand een depressie heeft, moet onderzocht worden of er medicijnen gebruikt worden die de stemming kunnen beÔnvloeden. Het staken hiervan, indien mogelijk, doet de stemming dan weer vrij snel opklaren.

    Het frequent gebruik en misbruik van alcohol, hasjiesj, amfetamine, cocaÔne en andere drugs kan ook een depressie veroorzaken. Deze middelen geven, zoals bekend, in eerste instantie een stemmingsverbetering, maar na enige tijd ontstaat er een sombere stemming. Het verraderlijke is echter dat diezelfde middelen weer genomen worden om deze stemming teniet te doen. Zo is de vicieuze cirkel rond waarmee het verslavingsgedrag onderhouden wordt. Er moet dan ook altijd gevraagd worden naar verslavingen.
     

    Cfr. : http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Depressie&hfdstk=3

    01-07-2005 om 18:21 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.What is ME/ICD-CFS - A Medical and Political Overview
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    What is ME/ICD-CFS ? 

    A Medical and Political Overview   
     

    Jodi Bassett   
     
    2004 (updated July 2005) - © Jodi Bassett 2004 - 2005   

    What is ME/ICD-CFS ?   
    All the medical and political facts on ME/ICD-CFS in one place, including substantial research findings and references, a must-read for anyone who has an interest in the illness; it's much more than just the usual regurgitation of the 'facts' according to the CDC that you unfortunately see on most sites.
    This page features the comprehensive and full-length version of  "What is M.E. ?"

    If you would prefer to read a more basic and summarised 'Cheat Sheet' version of this text : 
    click here.

     

     

     

    What is ME/ICD-CFS ?
      
    A Medical and Political Overview 
     
     

    Inhoud 

    1. Is ME/ICD-CFS a new/modern psychological illness ?

    2. ME/ICD-CFS has nothing to do with Ďfatigueí

    3. Well why is it called Chronic Fatigue Syndrome then ?
           3.1 - Money
           3.2 - It's a big huge mess, that is for certain - but it is not an accidental mess - that is for certain too

    4. Are ME, CFIDS and CFS the same thing ?

    5. What is the symptomatology of ME/ICD-CFS ?

    6. What can trigger ME/ICD-CFS ?

    7. What does cause ME/ICD-CFS ? Are there outbreaks ?

    8. How common is ME/ICD-CFS and who gets it ?

    9. Similar Medical Conditions

    10. Recovery from ME/ICD-CFS

    11. Severity of ME/ICD-CFS
           11.1 - Truly ME/ICD-CFS can be one of the most debilitating and horrific illness there is
           11.2 - This all just has to stop

    12. More information
           12.1 - More information about any of the topics discussed
           12.2 - More information about forced exercise and other Ďtreatmentsí used on children
           12.3 - More about the ME/ICD-CFS Ďtreatmentí centres in the UK
           12.4 - Un-referenced but still recommended books

    13. References (and additional recommended reading list)


    Myalgic Encephalomyelitis (ME/ICD-CFS*) is a debilitating acquired illness which has been recognised by the World Health Organisation (WHO) since 1969 as an organic neurological disorder. ME/ICD-CFS can occur in both epidemic and sporadic forms and appears to be remarkably similar to post-polio syndrome (an enteroviral triggered disorder) (Hooper et al. 2001 [Online]).

    Although primarily neurological, sufferers also experience significant problems in virtually all bodily systems. Symptoms may be manifested by cardiac, cardiovascular, immunological, endocrinological, respiratory, hormonal, gastrointestinal and also musculo-skeletal dysfunctions and damage (Marshall & Williams 2005, [Online]).

    One of the core features of ME/ICD-CFS is that the severity of symptoms varies unpredictably from week to week, day to day and hour to hour; another is extreme exercise (or activity) intolerance, physical exertion causes relapse and continued physical exertion causes disease progression. Symptoms can be extremely severe, and in some cases ME/ICD-CFS can be fatal (Dowsett a [Online]).

     

    1. - Is ME/ICD-CFS a new/modern psychological illness ?

    No. It has been documented as a neurological illness for centuries. The disorder used to be known as Ďatypical poliomyelitisí but was renamed Myalgic Encephalomyelitis (ME) in 1956. In 1962 the distinguished neurologist Lord Brain included ME in the standard textbook of neurology, ME was then formally classified as a disease of the nervous system in the World Health Organisation International Classification of Diseases in ICD 8 in 1969. This listing remained unchanged in ICD 9 and the current ICD, ICD-10, continues to classify ME (and CFS) as an organic (physical) neurological illness with ICD code G93.3. (Hooper & Montague 2004 [Online]).

    In 1959 Dr. Donald Henderson (a CDC epidemiologist) and Dr. Alexis Shelakov (a NIH epidemiologist), published a comprehensive review paper in the New England Journal of Medicine describing several outbreaks. Dr. Henderson noted: ĎThe pattern of the epidemic, the absence of any common exposure factors and the high incidence among medical and hospital personnel were consistent only with an infectious disease transmitted from person to person.í (McLaughlin 2004, [Online])

    As microbiologist Dr. Elizabeth Dowsett explains: ĎThere is ample evidence that M.E. is primarily a neurological illnessÖ although non-neurological complications affecting the liver, cardiac and skeletal muscle, endocrine and lymphoid tissues are also recognisedí (d [Online]).


    2. - ME/ICD-CFS has nothing to do with Ďfatigueí

    The terms Ďfatigueí and Ďchronic fatigueí were not associated with this illness at all until the name was changed from ME to Chronic Fatigue Syndrome (CFS) in 1988 in the US (Hyde 2005, [online]). Despite the name, having ME/ICD-CFS is in reality like having parts of Multiple Sclerosis, AIDS, Alzheimer's, the flu, Arthritis and Epilepsy all mixed together at once, with some extra horrific symptoms thrown in that are entirely its own.

    It is a neurological illness of extraordinarily incapacitating dimensions that affects virtually every bodily system Ė not a problem of Ďchronic fatigue.í

    For more information see :
     
    3. - Well why is it called Chronic Fatigue Syndrome then ?
     
    The new name and case definition for the illness were created in the US by a board of 18 members, few of which had either looked at an epidemic of the illness or examined any patients with the illness. Indeed three of the most experienced members of the board refused to sign the final document and withdrew themselves from the (CDC) definitional committee because the proposed new name for the illness and the definition that went with it were just too different from the ME with which they were so familiar (Hooper et al. 2001 [Online]). With very few exceptions the majority of the remaining members never published on ME/ICD-CFS again in their careers (Hyde 2005, [online]).

    The UK definition of CFS was also arrived at without the vast majority of those involved having had the benefit of actually examining either individual patients or an outbreak of the illness, many of them were also psychologists rather than physicians. It was a similar story worldwide. As ME/ICD-CFS expert Dr Byron Hyde writes, ĎThe inclusion of psychiatrists in the defining of an epidemic and [what is] obviously a disease of infectious origin, simply muddies the water for any serious understanding of that diseaseí (2005, [Online])

    So why was the renaming and redefining of ME allowed - or indeed designed - to become so muddied? Indeed why did ME suddenly need to be renamed or redefined at all?

    3.1 - Money
    There was an enormous rise in the incidence of ME in the 1980ís and so it was at this time that certain psychiatrists and others involved in the medical insurance industry (on both sides of the Atlantic) began their campaign to reclassify the severely incapacitating and discrete neurological disorder known as ME as a psychological or Ďpersonalityí disorder in order to side-step the financial responsibility of so many new claims (Marshall & Williams 2005, [Online]). As Professor Malcolm Hooper explains :

    A political decision was taken to rename ME as "chronic fatigue syndrome", the cardinal feature of which was to be chronic or on going "fatigue", a symptom so universal that any insurance claim based on "tiredness" could be expediently denied. The new case definition bore little relation to ME : objections were raised by experienced international clinicians and medical scientists, but all objections were ignoredÖ To the serious disadvantage of patients, these psychiatrists have propagated untruths and falsehoods about the disorder to the medical, legal, insurance and media communities, as well as to Government Ministers and to Members of Parliament, resulting in the withdrawal and erosion of both social and financial support. (2004, [Online])

    This has been made possible largely by the by fact that holding some of the most powerful advisory positions in Government (as some of these psychiatrists do) does not always seem to be mutually exclusive with having direct ties to industry, even if those industries are directly affected by the decisions made by the government department/adviser in question (as the giant chemical, pharmaceutical and insurance industries undoubtedly are in ME/ICD-CFS). (Hooper 2004, [Online]). As Professor Malcolm Hooper goes on to explain :

    Increasingly, it is now "policy-makers" and Government advisers, not experienced clinicians, who determine how a disorder is classified and managed in the NHS: the determination of an illness classification and the provision of policy-driven "management" is a very profitable business.í

    The resulting Ďconfusioní over what CFS is and isnít has led to substantial problems for those who suffer from neurological ME/ICD-CFS. Among other problems, it has meant that almost all of the tiny amount of money given over to research into the illness is being wasted doing vague studies about fatigue that have nothing to do with ME/ICD-CFS at all but can claim to be about ME/ICD-CFS because of the ridiculous and misleading name and diagnostic criteria the illness has been given. It has also led to harmful treatments being touted as successful in treating ME/ICD-CFS when in reality they are only helpful for some sufferers of (often psychiatrically based) Ďchronic fatigueí and are either useless or even extremely physically harmful for those who have neurological ME.

    As ME/ICD-CFS activist Angela Kennedy writes : ĎThe ideas espoused by this group have been accepted uncritically by many others, even though there are fundamental theoretical, methodological and ethical problems with their approach, which have caused endangerment and disenfranchisement to ME/CFS sufferers worldwide, as well as further, unnecessary, suffering.í (2005, [Online]).

    3.2 - It's a big huge mess, that is for certain - but it is not an accidental mess - that is for certain too.
    As Martin Walker sums up : ĎThis is a period of hidden-interest conflicts in medicine.í (2003)

    To read about the different definitions of ME and CFS see : ME and CFS, The Definitions
    To read about how such a small (but powerful) group of psychologists have come to influence the opinions of the worldwide medical community about ME/ICD-CFS see :

     

    4. - Are ME, CFIDS and CFS the same thing ?

    There are now at least 10 different definitions of CFS. Some (indeed most) definitions are so broad and inclusive that they really are only talking about various types of Ďchronic fatigueí and not the neurological illness ME/ICD-CFS at all. So the terms ME and CFIDS refer to the same illness, but CFS sometimes definitely does and sometimes definitely doesnít, depending on which definition is used.

    This is why most people prefer the terms ME or CFIDS to the now impossibly muddied term CFS - to avoid being categorised with a group of people who are merely Ďfatiguedí for various reasons. ME (Myalgic Encephalomyelitis) is the term patients generally prefer in Canada, the UK and Australia. Those in the US often favour the term CFIDS, although the name ME is fast gaining popularity there too. It is important to note however that the term 'CFIDS' and the term 'Myalgic Encephalopathy,' although commonly used, are not in fact classified or even recognised by the World Health Organisation in any way which makes them both extremely unwise choices.

    *Note : A new term, ME/ICD-CFS, is also used by some to differentiate between the many different definitions of CFS, to make it clear that it is ONLY neurological ME which is being discussed (as well as ME equivalent CFS as per the WHOís ICD listing).

    For more information see :

         

    5. - What is the symptomatology of ME/ICD-CFS ?

    More than 64 distinct symptoms have been authentically documented in ME/ICD-CFS. (Hooper & Montague 2004 [Online]) At first glance it may seem that every symptom possible is mentioned, but the seemingly random list of symptoms in fact form unique and distinct patterns Ė they are anything but Ďrandomí for those with knowledge of the illness and/or of how the illness effects the bodyís various systems. As ME/ICD-CFS expert Dr David Bell M.D. explains ĎThe pattern of symptoms is so reproducible in the usual case that patients are able to diagnose ME/ICD-CFS in others in an instant.í(1995). Montague and Hooper further comment that: ĎIn ME/ICD-CFS, different people have different symptoms but the general pattern and evolution of major symptoms are remarkably coherent.í (2004, [Online])

    This brief summary of ME/ICD-CFS symptoms from the ME Society of America [Online] :

    The symptoms of the disease are exacerbated by physical exertion, mental exertion, mental stress, [sensory overload] or orthostatic stress. In severe cases, even slight orthostatic stress triggers relapses. Symptoms may range from mild, to severe, to life threatening (such as tachyarrythmias or seizures). The level of activity that precipitates these symptoms may vary greatly in afflicted individuals, and the symptoms that relapse may vary. They may include: sore throat, flu, fever, chills, body aches, sweats, low body temperature, lymphadenopathy, muscle weakness, muscle pain, hypoglycaemia, weight change, nausea, vomiting, vertigo, chest aches, chest pain, cardiac arrhythmia, resting tachycardia, orthostatic tachycardia, orthostatic fainting or faintness, opthalmoplegia, eye pain, stroke-like episodes, difficulty swallowing, paresthesias, peripheral neuropathy pain, polyneuropathy, extreme pallor, sleep disorder, myoclonus, hyperreflexia, temporal lobe and other types of seizures, cognitive, memory and concentration impairment, attention deficit, anxiety, confusion, disorientation, light/sound sensitivity, blurred vision, wavy visual field, and other visual and neurological disturbances.

    For a more complete symptom list see :

     

    6. - What can trigger ME/ICD-CFS ?

    Most commonly, an acute prodromal infection (a flu-like illness, sinusitis, gastroenteritis, upper respiratory infections, bronchitis) but also immunization, anesthetics, and exposure to environmental pollutants, chemicals and heavy metals. Physical trauma such as motor vehicle accidents, surgery and blood transfusions are all thought to be able to trigger ME/ICD-CFS as well. (Note that these are triggers of the illness not the cause). ME/ICD-CFS onset can be sudden or in some cases gradual. (Carruthers et al. 2003)

    There is no link however between having ME/ICD-CFS and being a 'perfectionist' or having a type A or over-achiever personality. ME/ICD-CFS is also not caused by a period of long-term or intense stress, trauma or abuse in childhood, becoming run-down, working too hard or not eating Ďright.í (Carruthers et al. 2003) ME/ICD-CFS is not a form of Ďburnout.í

     

    7. - What does cause ME/ICD-CFS ? Are there outbreaks ?

    Yes, There is a history of recorded outbreaks going back to 1934, when an epidemic of what seemed at first to be poliomyelitis was reported in Los Angeles (Hooper et al. 2001 [Online]). A review of early outbreaks found that clinical symptoms were consistent in over sixty recorded epidemics of ME spread all over the world (Dunn 2005, [Online]).

    The theory that currently holds sway is that ME/ICD-CFS is a systemic disease initiated by a virus infection. This point of view is supported by history (ME/ICD-CFS epidemics have followed polio epidemics and serological studies have shown that communities affected by an outbreak of ME were effectively blocked (or immune) from the effects of a subsequent polio outbreak). (Dowsett e [Online]). incidence (correlation with a flu-like prodromic illness), symptoms (swollen lymph nodes, low-grade fever, sore throat), and similarities with other viral ailments, notably mononucleosis and post-polio syndrome (Gellman & Verillo 1997, p 19). Research also supports a viral causation for the illness (although the possibility of additional effects governed by toxic immune-endocrine nerve disrupting environmental chemicals such as organophosphate pesticides are also increasingly being implicated.) (Short 2005, [Online]).

    The US Centres for Disease Control (CDC) placed ME/ICD-CFS on its "Priority One; New and Emerging" list of infectious diseases some years ago, a list that also includes Lyme disease, hepatitis C, and malaria.í (Gellman & Verillo 1997, p. 19) But it seems that is the only real Ďactioní theyíve taken. No real research into transmissibility has been done despite ample evidence that this is a contagious disease. There are well-documented clusters or outbreaks of the illness, reports of people contracting the illness after blood transfusions (or after needle-stick injuries involving the blood of ME/ICD-CFS patients), evidence of the disease spreading amongst family members and so on.

    Of course this feigned ignorance on behalf of Government has had enormous consequences, only in the UK are people with ME/ICD-CFS directly banned from donating blood for example. So it is that the number of people infected with ME/ICD-CFS continues to rise unabated Ė and largely unnoticed by members of the general public. (Johnson, 1996)

    For more information see :

     

    MYTH : There is no evidence of physical illness in ME/ICD-CFS
    ME/ICD-CFS is not Ďmedically unexplainedí nor Ďmysteriousí and indeed although there is as yet no single test which can diagnose the condition there is an abundance of research which shows that it is an organic illness which can have profound effects on many bodily systems and many aspects of the pathophysiology of the disease have, indeed, been medically explained in volumes of research articles (ME Society of America 2005 [Online]). Autopsies have also confirmed such reports of bodily damage and infection. (Short 2005, [Online])

    As Peggy Munson explains in her book ĎStricken : Voices from the Hidden Epidemic of CFIDSí :

    Many startling abnormalities have been found in ME/ICD-CFS patients in almost every bodily system- such as extremely low blood volume, enzyme pathway disruptions, cardiac disturbances, and malfunction of the hypothalamus-pituitary-adrenal axis. . . One remarkable study, utilizing specific brain scan techniques, found the effects of ME/ICD-CFS on the brain to be strikingly similar to AIDS dementia. Earlier research discovered punctate lesions in ME/ICD-CFS brains resembling those of Multiple Sclerosis patients. Dr Paul Cheney found that in dual chromatography analyses, many ME/ICD-CFS patients actually had more derangement of the brain, on a biochemical level, than Parkinson's or Alzheimer's patients. Dr Sheila Bastien, who studied a group of educated patients, was stunned to realize that patients who initially appeared very lucid had suffered tremendous drops in IQ points, so severe in some cases that "a few performance IQ's were startlingly close to the legal definition of idiocy." (p. 1)

    Jill McLaughlin further explains that :

    Sub-optimal cardiac function and abnormal cardiovascular responses have also been demonstrated. One study found found left-ventricular dysfunction following exertion and orthostatic stress in patients with M.E. and that the heart failed to pump enough blood following exertion and upright posture. Dr. A. Martin Lerner discovered persistent viral infection in the heart, causing left-ventricular dysfunction, resulting in exercise intolerance.(Exercise, in turn, worsens the cardiac dysfunction.) The disease in the early stages is consistent with a dilated cardiomyopathy that in later stages might result in progressive, end-stage dilated cardiomyopathy, a type of heart failure. (2004, [Online])

    Findings which suggest mitochondrial metabolic dysfunction similar to mitochondrial encephalomyopathy in ME/ICD-CFS patients led ME/ICD-CFS expert Professor Paul Cheney to comment, ĎThe most important thing about exercise is not to have (patients with ME/ICD-CFS) do aerobic exercise. I believe that even progressive aerobic exercise is counter-productive. If you have a defect in mitochondrial function and you push the mitochondria by exercise, you kill the DNA.í Numerous heart, lung, brain and other abnormalities also show strong evidence that exercise can have extremely harmful effects on ME/ICD-CFS patients in many different bodily systems, permanent damage may be caused, as well as disease progression. (Williams 2004, [Online]).

    For more information about specific abnormalities found in ME/ICD-CFS go to :

    Many specialists take issue with media reports of 'normal' physical examinations in ME/ ICD-CFS patients as well, stating that patients always have physical signs and that :

    A patient examined in the morning might have nystagmus, which would disappear at midday, recur later, disappear and recur the next day; thus a once-only cursory examination could be misleading.

    Not all patients have all signs, but throughout the ME literature, the following are common in the sickest patients. Observable signs include nystagmus; sluggish visual accommodation; abnormality of vestibular function with a positive Romberg test (in his 1995 Australian Workshop, Cheney said that more than 90% of patients have an abnormal Romberg versus 0% of controls); abnormal tandem or augmented tandem stance; abnormal gait; hand tremor; incoordination; cogwheel movement of the leg on testing; muscular twitching or fasciculation; hyper-reflexia without clonus; facial vasculoid rash; vascular demarcation which can cross dermatomes with evidence of Raynaudís syndrome and / or vasculitis (44) and spontaneous periarticular bleeds in the digits; mouth ulcers (45,46); hair loss (47,48,49); a labile blood pressure; flattened or even inverted T-waves on 24 hour Holter monitoring: a standard 12 lead ECG is usually normal (50); orthostatic tachycardia; shortness of breath: patients show significant reduction in all lung function parameters tested (51); abnormal glucose tolerance curves, liver involvement (an enlarged liver is not always looked for and can be missed) (52,53,54,55) and destruction of fingerprints: atrophy of fingerprints is due to perilymphocytic vasculitis and vacuolisation of fibroblasts (Hooper et al. 2001 [Online]).

    Whilst it is true that there is as yet no single, definitive laboratory test for ME/ICD-CFS, there are a specific series of tests which enable a ME/ICD-CFS diagnosis to be confirmed. (Montague & Hooper 2004, [Online]) As Verillo and Gellman explain : ĎContrary to popular belief, ME/ICD-CFS is a distinct, recognisable entity that can be diagnosed relatively early in the course of he disease, providing the physician has some experience with the illness.í (p. 21)

     

    8. - How common is ME/ICD-CFS and who gets it ?

    ME/ICD-CFS is a worldwide epidemic of devastating proportions. Many people have died from ME/ICD-CFS and there are now millions of people severely disabled by this epidemic. (TCJRME, [Online]). ME/ICD-CFS is around four times more common then Multiple Sclerosis. It is also more common than lung cancer, breast cancer, or HIV (in women) with an estimated 2 million sufferers in the US (Bell 1995, p. 231), 250 000 in the UK and around 36 000 in Australia. Children and teenagers are not immune either and children as young as five have been diagnosed with ME/ICD-CFS. One hundred thousand kids are estimated to have ME/ICD-CFS in the US alone (Munson 2000, p. 198) and a recent study in the UK found that ME/ICD-CFS was by far the most common reason for a childís long term absence from school. (Dowsett b [Online])

    All ages are affected but most commonly sufferers are under 45 at onset. Women are affected around three times as often as men, a ratio common in autoimmune disorders. ME/ICD-CFS affects all races and socio-economic groups indiscriminately and has been diagnosed all over the world (Hooper et al. 2001 [Online]).

     

    9. - Similar Medical Conditions

    ME/ICD-CFS is similar to some degree to other illnesses such as Multiple Sclerosis, Lupus, Lyme disease and Gulf War Syndrome; and ME/ICD-CFS may overlap or co-exist with Fibromyalgia, Multiple Chemical Sensitivities, and Irritable Bowel Syndrome. But as activist Jill McLaughlin explains: Ďthese [illnesses] may coexist with other conditions as well and are viewed as separate entities which stand on their own, regardless of whether a person has other medical problems. Even though there are similarities or overlap does not mean that they represent the same etiological or pathobiological process.í (2004, [Online])

    The bogus psychiatric model of illness applied to ME/ICD-CFS by a group of vested-interest psychiatrists has also been applied to many of these illnesses as well, leaving their sufferers similarly without the help and support they so urgently need. (Hooper 2004, [Online]). Medically these illnesses are undoubtedly different from each other, but politically the story is very much the same unfortunately.

     

    10. - Recovery from ME/ICD-CFS

    ME/ICD-CFS can be progressive, degenerative (change of tissue to a lower or less functioning form, as in heart failure), chronic, or relapsing and remitting. Some patients experience spontaneous remissions albeit most often at a greatly reduced level of functioning compared to pre-illness and such patients remain susceptible to relapses for the remainder of their lives - ME/ICD-CFS is a life-long disability where relapse is always possible. Cycles of severe relapse are common, as are further symptoms developing over time. Around 30% of cases are progressive and degenerative and sometimes ME/ICD-CFS is fatal. (ME Society of America [Online]). As Dr Elizabeth Dowsett explains :

    After a variable interval, a multi-system syndrome may develop, involving permanent damage to skeletal or cardiac muscle and to other "end organs" such as the liver, pancreas, endocrine glands and lymphoid tissues, signifying the further development of a lengthy chronic, mainly neurological condition with evidence of metabolic dysfunction in the brain stem. Yet, stabilisation, albeit at a low level, can still be achieved by appropriate management and support. The death rate of 10% occurs almost entirely from end-organ damage within this group (mainly from cardiac or pancreatic failure). It has to be said that suicide in younger patients and in earlier stages of the disability is related to the current climate of disbelief and rejection of welfare supportÖ It is an additional and potentially avoidable factor (c [Online]).

    ĎWhen asked on CNN how many of his ME/ICD-CFS patients had fully recovered in fifteen years, Dr Peterson equivocally and chillingly stated, "None."í (Munson 2000, p. 5)

    • If you are newly diagnosed with ME/ICD-CFS however, never lose hope that you will be one of the lucky ones that never has the severe version of the illness and that you will experience some level of recovery. It does happen, just not to everyone unfortunately, but as long as there's a chance, and there is, there should be hope.
     
    11. - Severity of ME/ICD-CFS

    Although some people do have moderate versions of the illness, symptoms are extremely severe for around 30% of the people who have ME/ICD-CFS. According to patient surveys, it would appear that around half of those most severely affected by this illness are bed-bound and housebound and so have no contact with the health service at all as they are seldom able to obtain housecalls (Dunn 2005, [Online]). There are also reports that when claims for welfare are rejected because of the disbelief surrounding ME/ICD-CFS, some patients are simply too ill to fight for them and so tragically end up having to go without the financial support they so desperately need. People with ME/ICD-CFS are thought to contribute significantly to the homelessness problem. (Johnson 1996)

    ME/ICD-CFS specialist Dr. Paul Cheney stated before a FDA Scientific Advisory Committee :

    I have evaluated over 2,500 cases. At best, it is a prolonged post-viral syndrome with slow recovery. At worst, it is a nightmare of increasing disability with both physical and neurocognitive components. The worst cases have both an MS-like and an AIDS-like clinical appearance. We have lost five cases in the last six months. The most difficult thing to treat is the severe pain... 80% of cases are unable to work or attend school. We admit regularly to hospital with an inability to care for self" (Hooper et al. 2001 [Online])

    Dr Dan Peterson found that: ĎME/ICD-CFS patients experienced greater "functional severity" than the studied patients with heart disease, virtually all types of cancer, and all other chronic illnesses.í An unrelated study compared the quality of life of people with various illnesses, including patients undergoing chemotherapy or haemodialysis, as well as those with HIV, liver transplants, coronary artery disease, and other ailments, and again found that ME/ICD-CFS patients scored the lowest. "In other words", said Dr Leonard Jason in a radio interview, "this disease, this syndrome, is actually more debilitating than just about any other medical problem in the world." (Munson 2000, p. 4)

    An infectious disease specialist and head of the AIDS and CFS Clinic at Oregon Health Sciences University, testified that a ME/ICD-CFS patient, Ďfeels effectively the same every day as an AIDS patient feels two weeks before death.í But in ME/ICD-CFS, this extremely high level of illness is not short-term - it does not always lead to death - it can instead continue uninterrupted for decades.

     

    11.1 - Truly ME/ICD-CFS can be one of the most debilitating and horrific illness there is, yet many with ME/ICD-CFS are subject to repeated medical abuse and neglect and are also forced to deal with extremely severe illness without the support of friends, family or the wider community or medical or government services (and indeed often they suffer abuse at the hands of these as well) because of the way the illness has been dishonestly Ďmarketedí to the public as being psychological or Ďbehavioural.í

    It is also about to get a whole lot worse for people with ME/ICD-CFS with the recent creation of a group of Ďfatigueí treatment centres in the UK, where, as Kevin Short explains : 

    [ME/ICD-CFS patients] will be routinely referred to psychiatrists as mental health patients and subject to harmful Ďtreatmentí upon pain of benefits withdrawal. This is NOT exaggeration... Already there are cases of adult M.E. patients admitted into psychiatric hospitals [often without their consent], and the appalling situation of very sick M.E. children being compelled to go to school and subject to Social Services Ďchild protection proceedingsí. Indeed, the Royal College of Paediatrics and Child Health recent Ďtreatmentí guidelines amount to the sanctioning of medical child-abuse. (2005, [Online])

     

    11.2 - This all just has to stop
    Such severely ill people deserve better treatment than this. Dogs deserve better treatment than this. This appalling abuse and neglect of such severely ill people on such an industrial scale is inhuman and has already gone on far too long. As the committee for justice and recognition of Myalgic Encephalomyelitis write: 'There is no immunity to ME, that means everyone is at risk. The next victim of this horrible disease could be your sister, your friend, your brother, your grandchildren, your neighbour [or] your co-worker... ME is an infectious disease that has become a widespread epidemic that is not going away. We must join together, alert the public and demand action.


     


    Please help to spread the truth about ME/ICD-CFS 

     

    12. - More information

    12.1 - For more information about any of the topics discussed see :

    12.2 - For more information about forced exercise and other Ďtreatmentsí used on children see :

    12.3 - For more about the ME/ICD-CFS Ďtreatmentí centres in the UK see :
    12.4 - Un-referenced but still recommended books : 
    • Hyde, Byron M.D. (ed) 2004, The Clinical and Scientific Basis of Myalgic Encephalomyelitis / Chronic Fatigue Syndrome, Nightingale Research Foundation, Ottawa.
    • Richardson, John Dr. 2001, Enteroviral and Toxin Mediated Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome and Other Organ Pathologies, The Haworth Press, New York

     

    13. - References (and additional recommended reading list) 

     

    14. - Diagnostic criteria for ME/ICD-CFS...

     

    To read the only legitimate diagnostic criteria for ME/ICD-CFS currently available, see the Canadian Expert Consensus Panel Clinical Case Definition for ME/CFSIt is the ONLY definition which specifically describes the unique features of the neurological illness ME/ICD-CFS (as classified by the World Health Organisation since 1969) and not merely a large variety of unrelated and non-specific 'fatiguing' conditions (with various etiologies including the psychiatric) as other definitions do.

     

     

    Cfr. : http://www.ahummingbirdsguide.com/whatisme.htm 

    30-06-2005 om 22:59 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwe theorie (stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese van Pall) voor het ontstaan van chronische vermoeidheid ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     


    Nieuwe theorie 
         (stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese van Dr. Pall)
    voor het ontstaan van chronische vermoeidheid ?

    Dr. J. Kamsteeg

    Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC)



    Inleiding

    Er is een nieuwe theorie gepubliceerd die een verklaring geeft voor het ontstaan van het chronische vermoeidheidsyndroom (ME, CFS). Deze theorie wordt gestaafd met tal van biochemische en fysiologische waarnemingen waarvan er een aantal tot nu toe niet verklaard konden worden. Vijf van de meest belangrijkste vraagstukken binnen dit syndroom zijn nu verklaard. Deze theorie is gepubliceerd door Dr. Martin Pall, hoogleraar in de Biochemie en Medisch Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Washington, in een serie publicaties (1-4,9). Zijn theorie start met de waarneming dat infecties altijd voorafgaan aan het ontstaan van ME en het verwante fibromyalgie. Zij induceren een sterk verhoogde productie aan ontstekingen veroorzakende inflammatoire cytokinen, die op hun beurt weer het stikstofoxide-synthase (iNOS) induceren. Dit enzym op zijn beurt maakt een grote hoeveelheid stikstofoxide vrij dat een reactie aangaat met superoxide om de zeer sterke oxidant peroxynitriet te vormen.

    Peroxynitriet werkt via zes bekende biochemische wegen die de hoeveelheid stikstofoxide en superoxide verder laten toenemen en nog meer peroxynitriet te laten vormen. Als op deze wijze de spiegel van peroxynitriet eenmaal verhoogd is, zal dit mechanisme deze spiegel verhoogd houden en op deze wijze een vicieuze cirkel in stand houden (1). Volgens de theorie moet deze reactieketen doorbroken kunnen worden om het chronische vermoeidheidsyndroom effectief te kunnen behandelen.

    Twaalf verschillende waarnemingen op het gebied van het chronische vermoeidheidsyndroom onderbouwen deze theorie :

    1. De concentratie van neopterin, een marker voor de inductie van het induceerbare stikstofoxidesynthase is verhoogd in CFS-patiŽnten (1).
    2. Mitochondria werken niet of heel slecht bij ME-patiŽnten. Het is bekend dat mitochondria door het peroxynitriet en stikstofoxide worden aangevallen en hun functie verliezen (1).
    3. Zowel het cis-aconitinezuur als barnsteenzuur zijn verhoogd in ME-patiŽnten. De enzymen die deze verbindingen moeten metaboliseren worden door peroxynitriet geÔnactiveerd (1).
    4. De vier ontstekingsreacties veroorzakende cytokinen die betrokken zijn bij deze reacties worden in tien verschillende CFS-studies genoemd (1,2).
    5. Deze zelfde cytokinen veroorzaken vermoeidheidsklachten indien ze bij mensen worden geÔnjecteerd (1).
    6. In een diermodel voor CFS kon vermoeidheid worden geÔnduceerd door het geven van een bacterie-extract dat zowel de productie van deze cytokinen als het stikstofoxide-synthase induceert.
    7. Voorraden van meervoudig onverzadigde vetzuren raken uitgeput bij patiŽnten met CFS. Deze meervoudig onverzadigde vetzuren worden geoxideerd door oxidanten zoals peroxynitriet.
    8. De anekdotische bewijzen waarbij vastgesteld is dat antioxidanten zoals coŽnzyme Q10, flavonoÔden en glutathion-voorlopers positief werken op de behandeling van CFS, onderbouwen dat de ziekte veroorzaakt kan worden door peroxynitriet.
    9. Het feit dat vrouwen meer stikstofoxide produceren dan mannen, verklaart het verschil in voorkomen van de ziekte tussen mannen en vrouwen. Een soortgelijk verschil is waar te nemen in het optreden van auto-immuunziekten die door een overschot aan peroxynitriet gekenmerkt worden zoals lupus, reumatische artritis ed.
    10. Bij een redelijk aantal gevallen van CFS worden grote hoeveelheden vrij mitochondriaal-DNA gevonden, hetgeen suggereert (maar niet bewijst) dat de disfunctie en/of afbraak van mitochondria een rol speelt bij het ontstaan van CFS symptomen (1).
    11. Er worden biochemische overeenkomsten gevonden in een daling van glutamine en cystine in CFS en in andere ziekten waarbij verhoogde peroxynitriet wordt gevonden. Dit suggereert een overeenkomstige biochemische oorzaak voor al deze ziekten (1).
    12. Aangezien peroxynitriet een zeer sterke oxidant is, zal de oxidatieve stress bij CFS hoog zijn. Op het moment dat de theorie gelanceerd werd was hiervoor nog geen bewijs, maar drie opeenvolgende publicaties hebben bewijs aangevoerd dat oxidatieve stress in CFS aanwezig is (5-7A). Deze resultaten mogen daarom beschouwd worden als een bevestiging voor de voorwaarden van de theorie.
    De onderzoekers waren op moment van publicatie nog niet op de hoogte van deze theorie.
     
    Veel van de puzzel wordt verklaart door de stikstofoxide/peroxynitriet van Pall : vijf verschillende vragen over CFS worden beantwoord met bovenstaande theorie :
    1. De eerste vraag : de chronische natuur van CFS wordt verklaard door de zelfonderhoudende vicieuze cirkel dat de basis vormt van deze theorie.
    2. De tweede vraag is hoe infecties en andere stressfactoren die vooraf gingen aan CFS deze ziekte kunnen veroorzaken. De theorie voorspelt dat ieder op zich kan leiden tot een mechanisme dat resulteert in een verhoogd stikstofoxide. Infectie is niet de enige bron van stress die hierbij betrokken is: zowel fysieke trauma als psychologische trauma's zijn in staat om de productie van stikstofoxiden te laten toenemen (2). Ook weefselhypoxy (verlaagd histamine-gehalte) kunnen leiden tot verhoogde concentraties superoxide, de voorloper van peroxynitriet (2).
    3. De derde vraag gaat over de vele biochemische en fysiologische overeenkomsten in CFS. Dit werd hierboven al bediscussieerd met de twaalf genoemde punten.
    4. De vierde vraag is hoe de diverse symptomen van deze ziekte ontstaan.
      Het bleek dat een groot aantal factoren inclusief stikstofoxide, superoxide, oxidatieve stress en mitochrondriale energieproblemen een belangrijke functie hierbij hebben (2). Stikstofoxide, bijvoorbeeld stimuleert de nociceptoren die de waarneming van pijn genereren. Een verhoogde stikstofoxide concentratie zal een belangrijke rol spelen bij de multi-orgaan en spierpijn die met CFS geassocieerd wordt (2).
      Stikstofoxide speelt verder een centrale rol bij leer- en geheugenprocessen. De verhoogde stikstofoxiden leveren een verklaring voor de cognitieve stoornissen die karakteristiek zij voor CFS (2). Andere symptomen die zich laten verklaren zijn orthostatische intolerantie, immuunstoornissen, vermoeidheid en malaise na inspanning (2).
      De immuunstoornissen die gemeld worden bij CFS rapporteren vele opportunistische infecties zoals Mycoplasma of HHV6 infecties, die primaire CFS-mechanisme kunnen laten ontstaan alleen al vanwege de productie van ontsteking bevorderende cytokines.
    5. Het vijfde vraagstuk betreft het ontstaan van de variabele symptomen en het verband met meervoudige chemische gevoeligheid (MCS, multiple chemical sensitivity), posttraumatische stress stoornis (PTSD) en fibromyalgie (FM).
      De theorie geeft een gedeeltelijke verklaring voor de verschillende symptomen van geval tot geval doordat de distributie van stikstofperoxide/peroxynitriet niet gelijkmatig over de weefsel verdeeld is.
      Een gemeenschappelijke etiologie voor CFS met MCS, PTSD en FM is door vele onderzoekers al verondersteld (bediscussieerd in 4,9). Een gemeenschappelijke oorzaak werd niet alleen verondersteld omdat er veel overlap is in de symptomen van de verschillende ziekten (voor discussie zie 4 en 9), maar ook bleken patiŽnten meestal door meer dan een van deze vier ziekten getroffen te zijn.
      Deze overlap tussen deze vier genoemde ziektebeelden laat de vraag reizen of deze ziekten niet allen veroorzaakt worden door overproductie aan stikstofoxide en peroxynitriet. Elke van deze vier ziekten gaat namelijk meestal vooraf door en worden mogelijk geÔnduceerd door blootstelling aan kortdurende stress die aanleiding geeft tot verhoogde stikstofoxide synthese.
      Pall en Satterlee (4) presenteerden een belangrijk bewijs voor de overproductie van stikstofoxide/peroxynitriet als oorzaak van MCS:
      Alle organische oplosmiddelen en pesticiden waarom MCS waren blootgesteld vooraf MCS optrad zijn stuk voor stuk in staat de aanmaak van stikstofoxide te stimuleren. Deze chemische verbindingen zijn ook in staat de productie van ontstekingsbevorderende cytokinen te stimuleren, die op hun beurt weer het stikstofoxide-synthase kunnen induceren : 
          *- Neopterin, een marker voor de inductie van induceerbaar stikstofoxide synthetase, is verhoogd bij MCS-patiŽnten.
          *- Markers voor oxidatieve stress zijn verhoogd bij MCS, zoals voorspelbaar is wanneer een toename van de peroxynitriet productie erbij betrokken zou zijn.
          *- In diermodellen voor MCS, is er een overtuigend bewijs voor een essentiŽle rol voor zowel een verhoogde NMDA activiteit (bekend is dat deze verhoogde productie leidt tot een verhoogde stikstofoxidenproductie) als een verhoogde stikstofoxide synthese zelf. Als men de verhoogde productie van stikstofoxide blokkeert in dit diermodel, dan is de karakteristieke biologische respons ook geblokkeerd. Dit en andere bewijzen tonden aan dat stikstofoxide een essentiŽle rol heeft (4).
      Een overeenkomstige beredenering kan worden toegepast voor het bewijs dat stikstofoxide een rol speelt bij zowel PTSD als FM (9).
      PTSD wordt verondersteld veroorzaakt te worden door een overmatige NMDA stimulatie, die zoals eerder werd verondersteld aanleiding geeft tot een overmatige stikstofoxide en peroxynitriet productie (9). Twee ontstekingsbevorderende cytokinen die in staat zijn de verhoogde synthese van stikstofoxide te induceren zijn verhoogd in PTSD-patiŽnten. PTSD diermodellen hebben een essentiŽle rol gemeld voor NMDA-stimulatie en stikstofoxide synthese bij het produceren van de karakteristieke biologische respons.
      Een recent onderzoek naar FM veronderstelde een verhoogde stikstofoxide productie en verhoogde NMDA-stimulatie (8). Bekend is dat NMDA-stimulatie de stikstofoxide synthese verhoogd. Zoals bij de andere verwante ziekten die hier bediscussieerd zijn, is er voldoende bewijs uit onderzoek naar FM, dat de stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese ondersteund (9).
      De theorie dat verhoogde stikstofoxide productie verantwoordelijk is voor de etiologie van zowel CFS, MCS, PTSD en FM is de enige theorie die een verklaring geeft voor de overlap aan symptomen bij deze ziekten. Alhoewel nog niet alle bewijsstukken voor deze theorie nog niet goed zijn onderzocht, geven deze bewijzen uit verschillende disciplines aan dat deze theorie zeer aannemelijk is.

    Behandeling
     
    Wat leert dit mechanisme nu over de mogelijke behandeling van CFS ? Zoals bediscussieerd in ĒElevated, sustained peroxynitrite levels as the cause of chronic fatigue syndromeĒ at : http://www.cfids-cab.org/cfs-inform/Hypotheses/pall.00.txt -, zijn een aantal middelen die zinvol zijn bij de behandeling van CFS. Deze middelen zijn voornamelijk gebaseerd op anekdotische bewijzen, dat verwacht wordt dat deze de concentratie van stikstofoxide/peroxynitriet te verlagen. Mogelijk het meest intrigerende is dat van een van deze mogelijkheden al ruimschoots gebruik wordt gemaakt namelijk de injecties met vitamine B12 bij de behandeling van CFS. Er zijn twee vormen van vitamine B12 injecties die gebruikt worden namelijk hydroxocobalamine, hetwelk in staat is stikstofoxiden te binden en cyanocobalamine, dat eerst in hydroxocobalamin moet worden omgezet door zogenaamde Pall human cells (3). Deze waarnemingen veronderstellen dat het stikstofoxide/peroxynitriet mechanisme in deze theorie goede voorspellingen kan doen over de mogelijke behandeling van CFS. Het is te hopen dat dit mechanisme ons in staat stelt het gebruik van deze en andere middelen te optimaliseren voor de behandeling van CFS en verwante ziekten.
     
     
    Controverse met HPU ?
     
    De theorie van Pall lijkt in eerste instantie moeilijk in te passen in het HPU-beeld. Bij HPU is er sprake van een verminderde heemsymthese doordat drie van acht betrokken enzymen verminderd aanwezig zijn. Heem is ook de basisbouwsteen voor NOS. Nu zijn er twee vormen van NOS de induceerbare vorm (iNOS) en de niet-induceerbare vorm (NOS). Deze verlaagde productie van iNOS verklaarde samen met de verlaagde concentratie aan IgA-antistoffen de infectiegevoeligheid van HPU-patiŽnten. Binnen HPU komt chronische vermoeidheid erg veel voor. We zien daarin meestal nogal relatief lage HPL-waarden. Deze vermoeidheid wordt natuurlijk mede veroorzaakt door de daling van het histaminegehalte, de onderactiviteit van de bijnieren, de storingen in de mineralenbalans onder meer door een daling van het picolinezuur e.d. Ook als deze tekorten allemaal aangevuld worden blijven er voldoende patiŽnten over met chronische vermoeidheidsklachten. Wat dat betreft zouden we deze theorie willen omarmen.

    Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat binnen HPU door het tekortschieten van de iNOS er een hogere concentratie NOS aangehouden wordt. Bij chronische infecties zou dit fataal kunnen uitpakken doordat er uiteindelijk teveel stikstofoxide en/of peroxynitriet wordt gevormd. We zullen in de toekomst bij deze patiŽntengroep neopterine bepalen om hier achter te komen.
     
     

    Cfr. also ďNovel chronic fatigue syndrome (CFS) theory finally produces detailed explanations for many CFS observationsĒ - Dr. Martin L. Pall, College of Science
    School of Molecular Biosciences, Washington State University, Pullman, WA 99164-4660 USA at :
    http://molecular.biosciences.wsu.edu/Faculty/pall/pall_cfs.htm

    30-06-2005 om 16:16 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie - Pijnklachten over het gehele lichaam zonder duidelijke oorzaak
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Fibromyalgie
    Pijnklachten over het gehele lichaam
    zonder duidelijke oorzaak

    Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
    Spreekuur Thuis
    © Inmerc bv, Wormer, 29 juni 2005

    Pijnklachten over grote gebieden van het lichaam zijn moeilijk te behandelen. Soms kunnen klachten optreden aan ťťn kant van het lichaam. Dan is onderzoek te overwegen om eventuele neurologische afwijkingen op te sporen. In een aantal gevallen is de oorzaak van de pijn niet aan te tonen. Dan is multidisciplinaire begeleiding van de patiŽnten van belang, in de vorm van pijnbestrijding met geneesmiddelen, fysiotherapie en psychologische ondersteuning.

    Fibromyalgie

    Fibromyalgie (letterlijk : "pijn in bindweefsel en spieren") is een aandoening die optreedt in de weke delen van het bewegingsapparaatis een aandoening waarvan de diagnose door het American College of Rheumatology is vastgelegd :

    1. De pijn moet langer aanwezig zijn dan drie maanden, zowel aan de rechter- als linkerzijde van het lichaam en zowel boven als onder de middel. Bovendien is er sprake van pijn in de wervelkolom (hals tot onderste gedeelte van de rug).
    2. Bij het nagaan van achttien drukpunten op het lichaam (negen links, negen rechts) moeten elf van deze punten pijnlijk zijn.
    Andere symptomen die fibromyalgiepatiŽnten kunnen vertonen, zijn moeheid, slaapstoornissen, depressie, angst, ochtendstijfheid en toename van de klachten na lichamelijke inspanning.
    Er is een multidisciplinaire behandeling nodig, waarbij ťťn arts als 'manager' voor de patiŽnt moet optreden. Na het stellen van de diagnose wordt een behandelplan met de patiŽnt doorgenomen. Aandacht wordt besteed aan het doorbreken van de spiraal moeheid-pijn door middel van fysiotherapie, massage, ontspanningstechnieken, warmte en het lokaal toedienen van sprays met koelende of verdovende vloeistoffen. Soms kunnen injecties met plaatselijk verdovende stoffen in de pijnlijke punten verlichting geven. De nachtrust en ontspanning kunnen verbeterd worden met clonazepam (Rivotril) en een antidepressivum (Amitriptylline) in lage doses. Verder is de behandeling met geneesmiddelen in het algemeen beperkt tot de eerste twee stappen van het stappenplan (hoofdstuk 'Algemene behandelingsmethoden van pijn'). Behalve fysiotherapeutische begeleiding is ook psychologische, ergotherapeutische en revalidatiegeneeskundige behandeling gewenst.
     
     

    30-06-2005 om 15:56 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ontstaan van pijngewaarwording
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ontstaan van pijngewaarwording

    Pharmaflash


    Perifere nociceptieve stimulatie

    Personen ervaren het gevoel dat wordt opgewekt door mechanische, thermische of chemische prikkels (verbranding, steek, nijpen, compressie, contact met een scheikundig of toxisch agens enz.) doorgaans als een acute pijn die een duidelijk biologisch doel heeft: alarm en bescherming.
    Pijn is het belangrijkste symptoom dat een dysfunctie van een orgaan of een gedeelte van het lichaam signaleert. Op enkele uitzonderingen na wordt pijn in de weefsels veroorzaakt door activering van specifieke nociceptieve receptoren, "nociceptoren" genaamd. De "nociceptoren" zijn receptoren in de zenuwuiteinden die met wisselende gevoeligheid reageren op een groot aantal stimuli : mechanische, thermische, chemische enz.

    Bij een weefselletsel stijgen de concentraties niet alleen van waterstofionen (H+-ionen, kalium), maar ook van bradykinine (plasma), histamine (mestcellen) en serotonine (plaatjes) die allemaal deze receptoren gaan activeren. In de weefsels zijn bepaalde zenuwuiteinden zuiver nociceptief, maar in de holle organen (darmen, bloedvaten, hart, enz.) is de situatie minder duidelijk.

    De intensiteit van pijn ter hoogte van de darmen hangt op de eerste plaats af van het aantal zenuwvezels dat wordt gestimuleerd, en van de afgifte van een variabel aantal neuromediatoren.

    De activering van de nociceptieve receptoren ("nociceptoren") wordt gemoduleerd door de endogene opiaten die de activering van de nociceptoren inhiberen, en door de prostaglandinen die de nociceptoren sensibiliseren.

    De activering van de "nociceptoren" op een bepaald oppervlak stimuleert de licht gemyeliniseerde (A delta) of de niet-gemyeliniseerde (C) dunne zenuwvezels. De "nociceptieve" stimulus (pijnsignaal) wordt, zoals elk ander zenuwsignaal, overgedragen door depolarisatie van de afferente zenuwuiteinden. De dikke A-alfa- en A-bŤtavezels brengen de pijnloze mechanische percepties (aanraking, betasting) met grote snelheid over. De A-deltavezels transporteren met matige snelheid de eerste pijn van het stekend type, soms in associatie met niet-nociceptieve signalen. De kleine C-vezels brengen de signalen die uitsluitend afkomstig zijn van nociceptoren (thermische, chemische, mechanische signalen enz.) trager over.

    Op medullair niveau worden verschillende neuromediatoren vrijgemaakt, zoals exciterende aminozuren (glutamaat, enz.), neuropeptiden (substantie P enz.), inhiberende aminozuren (glycine enz.).



    Spinaal niveau

    In de achterhoorn van het ruggenmerg wordt het pijnsignaal doorgegeven door verschillende neuronen : de "specifiek nociceptieve" neuronen in de oppervlakkige laag van de achterhoorn van het ruggenmerg. De "convergentie"-neuronen of "trigger cells" in de diepere laag reageren preferentieel op pijn, maar ook op niet-nociceptieve stimuli. Het pijnsignaal wordt vooral in deze diepe laag van de achterhoorn van het ruggenmerg gemoduleerd.

    Volgens de theorie van de "trigger cells" van Melzack en Wall (1965) wordt het pijnsignaal enkel doorgegeven als het evenwicht tussen de "exciterende" signalen (vooral van perifere oorsprong) en de "inhiberende" signalen (van segmentaire perifere of supraspinale oorsprong) verbroken is.
    Men spreekt in dat verband ook van de "gate control theory" (poortcontrole-theorie).

    Deze theorie illustreert ook het feit dat in de periferie exciterende velden omgeven zijn door inhiberende velden (zo weet iedereen dat een wrijvingsreflex de pijn in een zone van een trauma of steek verlicht). De zuivere nociceptieve neuronen van de oppervlakkige laag geven het pijnsignaal normaal door naar de hypothalamus, de thalamus en vervolgens de cortex (supraspinale zones).

    De dikke zenuwvezels (A alfa en/of bŤta) geven ook collateralen naar de lagen III tot V waar ze een postsynaptische inhiberende activiteit uitoefenen op de "trigger cells" en waar ze interneuronen die een presynaptische inhiberende werking hebben, stimuleren.

    De nociceptieve Aš- en C-vezels hebben een inhiberend effect op deze interneuronen en bevorderen zo de passage van het pijnsignaal. De afdalende banen beÔnvloeden ook de transmissie van het zenuwsignaal ter hoogte van de verschillende cellen van de oppervlakkige en diepe lagen van de achterhoorn. Ze hebben zowel een pre- als postsynaptische hetzij inhiberende hetzij faciliŽrende werking.



    Supraspinaal niveau

    Neuronen afdalend van de supraspinale zones (formatio reticularis van het verlengde merg, de grijze stof rond de aqueductus in het mesencephalon, locus coeruleus enz.) inhiberen de "convergentie"- neuronen. Ze faciliteren zo de "zuivere" transmissie van het pijnsignaal door eliminatie van "parasietgeruis" die het signaal begeleiden; maar via een terugkoppelingslus ("feedback"-lus) kunnen ze ook de "convergentie"-cellen activeren in geval van een te krachtige nociceptieve stimulus; ze werken dan als een "stroomverbreker" (beveiligingsschakelaar) tegen een te krachtig en voor het lichaam potentieel gevaarlijke signaal. Deze pre- en postsynaptische mechanismen worden vooral gemedieerd door noradrenerge, serotoninerge en opioÔderge substanties, maar ook door de substantie P en GABA.

    In het verlengde merg bevinden zich "off"-cellen die de convergentieneuronen spontaan zouden inhiberen, waardoor de transmissie van een zuiver pijnsignaal worden vergemakkelijkt. De "on"-cellen zijn normaal stil. Maar in geval van een te sterk pijnsignaal activeert dit de "on"-cellen die dan de convergentieneuronen activeren en de "off"-cellen inhiberen.

    De banen met een louter nociceptieve component (sensoriŽle discriminatie) trekken, ter hoogte van het ruggenmerg door het laterale deel van de spinothalamische bundel, en de niet-nociceptieve signalen door de kernen van de dorsale kolom. In de thalamus passeren ze door de laterale kernen en eindigen in de sensibele cortex. De banen met een meer "affectieve" component (motivatie, vluchtreactie, intensiteit van de pijn enz.) gaan in het ruggenmerg door het mediane deel van de spinothalamische bundel, de formatio reticularis, de mediane kernen van de thalamus (ontwaken, motorische controle), door de basale ganglia, en eindigen vooral in de frontale kwabben van de cortex.


    Cfr. : http://smart.pharmaflash.be/subtekstnaslagwerk-2.asp

    30-06-2005 om 15:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwe marker voor chronische vermoeidheid ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Bedankt Marcel !
     

    Nieuwe marker voor chronische vermoeidheid ? 

    Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC)
    © KEAC

    Dr. Alan Cocchetto van CFIDS-Foundation (Amerikaanse ME-vereniging) meldt dat opmerkelijk vaak afwijkende testresultaten gevonden worden wanneer het bloed van de patiŽnt met chronische vermoeidheid getest wordt op chromogranine-A. Tot nu toe werd dit niet eerder gevonden.
    Chromogranine-A behoort tot een familie van eiwitten die uitgescheiden worden door zogenaamde secetoire granules van het neuro-endocriene systeem. Deze chromogranines worden ook aangetroffen in de neuronen van het centrale en perifere zenuwstelsel. Tot nu toe werd chromogranine-A vooral gezien als tumormarker voor adenomen van de bijschildklier, schildklierkanker, longcarcinomen (small-cell lung carcinoma), alvleesklierkanker, tumoren aan de aorta en andere carcinoide tumoren.

    Chromogranine-A wordt ook toegepast om ziekten op te sporen met gewijzigde sympato-adrenale activiteit. Omdat chromogranine-A voorkomt in secretoire granules die eveneens catecholamines bevatten die een rol spelen bij de regulatie van de bloeddruk, is het meten ervan interessant, aangezien vele patiŽnten met chronische vermoeidheidsklachten, een lage bloeddruk, maar ook een verlaagde adrenalinespiegel hebben. Interessant is in dit licht is het recent gestarte onderzoek naar neuraal gemedieerde hypotensie (NMH) bij patiŽnten met CVS.

    Ander medisch onderzoek suggereert een verband tussen endocriene darmcellen in patiŽnten met coeliakie en chromogranine-A spiegels. Dit is zeer interessant aangezien vele CVS- patiŽnten verhoogde IgA-titers tegen totaalgluten bevatten. In dit verband is het natuurlijk van belang te wijzen op het verband tussen CVS en HPU. Een redelijk aantal patiŽnten heeft eveneens een waarde rond de benedengrens voor een IgA-alfa-gliadine test. Door sommige gastro-enterologen is daarvoor de term non-coeliakie ingevoerd. Ook 5-HIAA in de urine is bij deze patiŽnten verhoogd, zijnde een van de afbraakproducten van serotonine.

    Het National CFIDS Foundation raad patiŽnten aan de rol van gluten en de chromogranine-A test met de huisarts te bespreken. Zowel de chromogranine-A als de IgA-totaalglutentest is via het KEAC aan te vragen.

    Bron : ďNew marker found in chronic fatigue (CFS) patientsĒ at : http://www.keac.nl/news3.htm 


    Cfr. :
    http://66.102.9.104/search?q=cache:59dp-rqnrG4J:www.keac.nl/nieuws3.htm+5+HIAA+CVS&hl=nl&lr=lang_nl

    29-06-2005 om 21:30 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pluk het geluk ! - Alles over het zoeken en vinden van het geluk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


      Pluk het geluk ! 
      Alles over het zoeken en vinden van het geluk

      Berg, M.C.
      Servire, 2003 - ISBN: 9021535394

      Maarten C. Berg is econometrist en psycholoog.
    Hij is onderzoeker aan de Erasmus Univerisiteit te Rotterdam, waar hij deel uitmaakt van een researchgroep die onderzoek doet naar geluk en geluksgevoel.
    Verder geeft hij cursussen, lezingen en individuele begeleiding. Zijn ambitie is om zoveel mogelijk mensen de inzichten te bieden, de geestenhouding aan te leren en het enthousiasme te geven waardoor zij zelf hun geluk en geluksgevoel kunnen maximaliseren.
    Maarten Berg is beschikbaar voor lezingen, workshops en seminars - Voor meer info : www.succesadvies.com 

    • Alles over het zoeken en vinden van het geluk
    • Praktisch, concreet, haalbaar
    • Helder, duidelijk, inspirerend
    • Hondereden tips, adviezen en opdrachten
    • Het boek om vandaag mee aan de slag te gaan !

    Dit boek stelt iedereeen, dus ook jou, in staat, het geluk in je leven te vermeerderen en je geluksgevoel te vergroten.

    Het heeft iedereen veel te bieden.

    In de eerste plaats geeft dit boek nieuwe inzichten; het is gebaseerd op de nieuwste onderzoeksresultaten uit de wetenschappelijke psychologie.

    Bovendien bevat het de meest inspirerende gedachten en meest bruikbare adviezen die ooit eerder ontwikkeld werden.

    Als onderzoeker is Maarten C. Berg professioneel op zoek naar de 'geheimen' van het geluk. Hij wil daarmee de kwaliteit van jou leven verhogen.
     

    Cfr. :
    http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=dlPJnQ3GVRLJnkwUvLT3qu0RmlR5Lq8ceqc=?BOL_OWNER_ID=1001004001950922&Section=home&lgl=1&plid=&lgl_BOL_OWNER_ID=1

    28-06-2005 om 11:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pijn bij reuma wordt minder met psychologische hulp
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Pijn bij reuma wordt minder met psychologische hulp

    18 oktober 2004
     

    ReumatoÔde artritis (reuma) is een ziekte waarbij het bindweefsel van gewrichten, inclusief de omringende spieren, is ontstoken en geleidelijk aan vervormt. De vermoedelijke oorzaak is een stoornis in het afweersysteem.

    Reuma gaat meestal gepaard met pijn en stijfheid. Veel mensen accepteren de ziekte niet en/of krijgen weinig steun van familie en vrienden. Het gevolg is depressiviteit en een toename van de pijnklachten.

    Hoewel psychologische factoren bij het ontstaan van de ziekte geen enkele rol spelen, kan een korte psychologische behandeling wel degelijk helpen bij het bestrijden van de pijn. Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Nijmegen onder reumapatiŽnten. Een deel van de groep kreeg in een vroeg stadium psychologische hulp. Het andere deel kreeg die hulp niet. Het bleek dat eerste groep minder last had van pijn en stijfheid dan de eerste.
     
    Cfr. :
    http://www.reumatoideartritis.nl/data/content/nieuws/pijn_bij_reuma_wordt_minder_met_psychologische_hulp.html

    28-06-2005 om 11:35 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paranormale geneeskunde
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Paranormale geneeskunde

    Gezondheidsnet
    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/index.php?cms[categoryID]=149


    Binnen de alternatieve geneeswijzen neemt de paranormale geneeskunst een aparte plaats in. De genezing wordt namelijk niet tot stand gebracht door medicijnen, dieet of lichaamsbehandelingen, maar door het overbrengen van kracht of energie op een ander persoon.
    Mensen die hun paranormale gaven gebruiken om zieken te helpen worden magnetiseurs of strijkers genoemd. De paranormale geneeskunst is wereldwijd bekend. In AziŽ en Voor-AziŽ kenden men al ver voor onze jaartelling professionele beoefenaars. Ook in ons deel van de wereld waren er mensen die hun gaven toepasten om anderen te genezen. De Oostenrijkse arts Mesmer (1734-1815) wordt beschouwd als de grondlegger van de huidige paranormale geneeskunst. Hij dacht eerst dat zijn genezingen te danken waren aan de magneet die hij gebruikte. Later bleek dat de genezingskracht ook via de handen kon worden overgebracht.

    Kracht
    Mesmers theorie over de werking van magnetiseren heeft als uitgangspunt dat er een overal aanwezige en alles verbindende kracht is. Deze kracht noemde hij fluÔdum. Om gezond te blijven moet ieder mens voldoende van die kracht of energie hebben. Ziekte is het gevolg van een tekort en verdwijnt pas als er fluÔdum wordt aangevoerd. Dit wordt gedaan door magnetiseurs die meer fluÔdum hebben dan ze zelf nodig hebben. Ze worden als het ware een doorgeefluik van energie. Deze theorie vormt nog altijd de basis van de paranormale geneeskunst.

    Helderziend, heldervoelend
    Sommige paranormale genezers kunnen zien waar de aandoening zit en wat de oorzaak ervan is. Andere genezers kunnen aan het aura (het lichtgevende omhulsel dat iedereen om zich heen zou dragen) veranderingen waarnemen bij ziekte. Behalve helderziendheid bestaat ook helder-voelendheid. Deze mensen voelen in hun eigen lichaam de ziekte van de patiŽnt.

    Strijken
    De behandeling bestaat uit het zogenaamde strijken. De genezer probeert door handoplegging en/of strijkende bewegingen langs het lichaam de gezondheid te herstellen. De behandeling duurt gemiddeld een kwartier. Een bijzondere mogelijkheid ligt in het genezen op afstand. De genezer zoekt contact met de patiŽnt en verplaatst zich als het ware in hem. Dat contact wordt vergemakkelijkt door een foto of een voorwerp dat van de patiŽnt is. Vervolgens stuurt de genezer door middel van geconcentreerde aandacht geneeskracht naar de patient.

    Resultaat
    Uit onderzoek onder zowel genezers als patiŽnten komt naar voren dat eenderde van de patiŽnten die een magnetiseur bezoekt genezing of sterke verbetering vindt. Eenderde voelt een lichte verbetering en eenderde vindt geen verbetering.

    Klachten
    Magnetiseurs worden voornamelijk bezocht door mensen die gemiddeld al langer dan vijf jaar met klachten rondlopen.
     

    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/index.php?cms[categoryID]=25

    28-06-2005 om 11:30 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    molens_jean
    blog.seniorennet.be/molens_
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!